24 Klimaatakkoord gebouwde omgeving

Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving (CD d.d. 15/09).

De voorzitter:

Dan gaan we gewoon door met het volgende debat. We hebben er twee achter de rug en we hebben er nog twee te gaan. Nu gaan we het hebben over de bouwregelgeving, Kamerstuk 38325, nr. 238. Er zijn vijf sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Peter de Groot van de fractie van de VVD.

Sorry, chaos.

Zoals ik al zei, is nu aan de orde het tweeminutendebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving. Het commissiedebat vond plaats op 15 september jongstleden. We hebben negen sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Thijssen van de fractie van de Partij van de Arbeid, die uit onverdachte hoek tot ons komt. Het woord is aan hem.

De heer Thijssen (PvdA):

Dank, voorzitter. Ik heb twee moties namens mijn fractie. De eerste gaat erom zo veel mogelijk te doen om de energierekening onder controle te krijgen bij zo veel mogelijk mensen die daar het meeste aan hebben. Ik moest even rennen, dus ik kom nu even op adem.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bekend is in welke wijken mensen het meeste last hebben van energiearmoede;

overwegende dat met kleine ingrepen tot 20% energiebesparing gerealiseerd kan worden, terwijl mensen relatief snel opgeleid kunnen worden om dit uit te voeren;

verzoekt de regering, om nog dit jaar ervoor te zorgen dat op grote schaal FIX-IT-achtige isolatieteams langs de deuren gaan daar waar de nood het hoogst is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Bromet.

Zij krijgt nr. 1092 (32813).

Ik verstond het niet helemaal goed! Kunt u 'm even herhalen? Misschien moet ik om een lange interruptie vragen, zodat u even kunt uithijgen.

De heer Thijssen (PvdA):

Nou Henri, help even!

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee. Hij blijft gewoon zitten. Uw tweede motie, als u op adem bent gekomen.

De heer Thijssen (PvdA):

Ik heb nog 1 minuut 20, dus dat gaat wel goed.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verduurzamingssubsidies onevenredig vaak bij mensen met een hoog inkomen terechtkomen en dat dit nog meer ongelijkheid in de hand helpt;

overwegende dat mensen met een laag inkomen, zeker met de huidige inflatie, vaker al te veel op hun bordje hebben om de verduurzaming van hun huis te organiseren;

verzoekt de regering om naast een renteloze lening voor mensen met een laag en normaal inkomen, ook een ontzorgingsprogramma in het leven te roepen dat mensen actief benadert en informeert over de mogelijkheden van steun vanuit het Rijk en desgewenst de praktische en administratieve zorgen rondom verduurzaming bij mensen uit handen neemt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Bromet.

Zij krijgt nr. 1093 (32813).

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van Esch van de fractie van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Voorzitter. Ik heb gelukkig geen ademnood, dus dat scheelt weer. Ik heb één specifieke vraag en twee moties. Ik begin met de vraag. Die gaat eigenlijk over het laatste, misschien wel gehaaste stukje van het debat dat we met elkaar hadden over het minimale energielabel C voor kantoren in 2023 en de handhaving daarvan. Ik begreep wel dat er handhaving gaat plaatsvinden, maar ik vond in het antwoord nog wat lastig te volgen wat er dan specifiek gaat gebeuren. Waarom wordt er eerst nog maanden uitstel gegeven? Hoe gaan die gemeentes handhaven? Wordt dat dan bij de omgevingsdiensten neergelegd? Dat zou ikzelf namelijk een zeer slecht idee vinden, aangezien die omgevingsdiensten al helemaal vol en meer dan vol zitten met de zaken die ze nu aan het doen zijn. Het lijkt me geen goede extra taak. Is het niet meer iets voor de ILT om daarop te handhaven? Ik ben wel benieuwd naar de extra info daarover.

Ik dien samen met mevrouw Bromet een motie in. Het vragenuur ging daar onder andere ook al over. Mevrouw Bromet ging in het vragenuur in op het enorme watergebruik, het drinkwater en de discussie daarover.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat drinkwaterbedrijven oproepen tot snelle actie om de beschikbaarheid van water in de toekomst te kunnen garanderen;

constaterende dat, naast de industrie en de veehouderij, ook in de gebouwde omgeving veel minder water verbruikt kan worden;

verzoekt de regering op korte termijn het hergebruik van water en/of gebruik van grijs water voor nieuwbouwwoningen tot norm te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Bromet.

Zij krijgt nr. 1094 (32813).

Mevrouw Van Esch (PvdD):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal airco's — en daarmee het energieverbruik — groeit;

constaterende dat een volwassen boom dezelfde koelende werking heeft als tien airco's;

constaterende dat voor de koeling van een volwassen boom in 2050 die boom nu geplant moet worden;

verzoekt de regering bij het onderzoek naar de koelbehoefte en het invullen van de koelbehoefte vooral te kijken naar natuurlijke oplossingen en zo snel mogelijk over te gaan tot implementatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Bromet.

Zij krijgt nr. 1095 (32813).

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Voorzitter. Mevrouw Van Esch had het al over het vragenuur. Ik heb een heleboel vragen gesteld en geen enkel antwoord gekregen. Dus hierbij misschien even de tip aan deze bewindspersonen om in het kabinet in gesprek te gaan over wat er aan de hand is met het drinkwater. Daarom geef ik ook samen met mevrouw Van Esch een van de maatregelen die je kunt nemen om het drinkwater te beschermen.

Maar ik heb ook nog een andere motie. Die gaat over isoleren. We hebben een tekort aan mensen die huizen kunnen isoleren. We hebben ook een heleboel mensen die wel een huis willen isoleren en dat ook zelf kunnen, alleen kunnen deze mensen geen gebruik maken van de bestaande regelingen. Daarom heb ik de volgende motie gemaakt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel woningen met relatief kleine maatregelen versneld beter geïsoleerd kunnen worden en dat dit op korte termijn kan bijdragen aan het verlagen van de energierekening;

overwegende dat er een tekort is aan personeel in de isolatiebranche en dat daardoor isolatiemaatregelen onnodig lang uitgesteld worden, terwijl een deel van de maatregelen door bewoners zelf uitgevoerd kan worden;

verzoekt de regering op korte termijn te onderzoeken op welke wijze ook doe-het-zelvers gebruik kunnen maken van de beschikbare regelingen voor isolatiemaatregelen, en de Kamer hierover voor het kerstreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Grinwis, Van Esch, Thijssen, Boulakjar en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 1096 (32813).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik weet dat de minister in het debat heeft gezegd: ik weet niet hoe ik het moet doen. Dit kan de minister beschouwen als een extra aanmoediging om het nog een keer te proberen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb twee moties. Ruim een jaar geleden hebben collega Bromet en collega Bontenbal de aanzet gegeven tot het Nationaal Isolatieprogramma, niet wetend dat het een paar maanden later zo urgent zou worden. Eigenlijk maakt een goed geïsoleerd huis dan wel geen goed geïsoleerd huis nu het verschil tussen een lage en een hoge energierekening. Daarom de volgende motie. Ik ben blij dat er 300 miljoen extra in de begroting van volgend jaar en 2024 zit, maar dat bedrag moet natuurlijk wel verstandig worden besteed.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in 2023 en 2024 in totaal 300 miljoen euro extra beschikbaar stelt voor het Nationaal lsolatieprogramma, maar dat over de exacte aanwending volgens de begroting van BZK nog moet worden besloten;

overwegende dat het Nationaal lsolatieprogramma bestaat uit vier actielijnen, waaronder de lokale aanpak van gemeenten om woningen met de slechtste energielabels huis voor huis te isoleren;

overwegende dat bij de bewoners van deze slecht geïsoleerde woningen bovengemiddeld vaak sprake is van energiearmoede en juist daar de focus van het Nationaal lsolatieprogramma op moet liggen;

verzoekt de regering om de in de begroting beschikbare extra middelen voor het Nationaal Isolatieprogramma met name te gebruiken voor de lokale aanpak om de slechtst geïsoleerde woningen te isoleren, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Bontenbal en Bromet.

Zij krijgt nr. 1097 (32813).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat corporaties bij het passend toewijzen van huurwoningen volgens de Woningwet geen rekening hoeven te houden met de totale woonlasten, inclusief huur en energiekosten, maar alleen met de huurprijs;

overwegende dat mensen met een laag inkomen hierdoor in een huis terecht kunnen komen met hoge woonlasten, vanwege slechte isolatie en een hoge energierekening, terwijl passend toewijzen als doel heeft dat mensen een woning krijgen die aansluit bij hun inkomen;

verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat zo snel als mogelijk corporaties woningen zodanig gaan toewijzen dat niet alleen rekening wordt gehouden met de huurhoogte, maar ook met de totale woonlasten, inclusief de energierekening, te bezien of en hoe de Woningwet hierop aangepast moet worden en daarover in overleg te treden met de woningcorporaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Boulakjar.

Zij krijgt nr. 1098 (32813).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik kwam dit onlangs tegen bij een werkbezoek. Dit leidt tot dramatische verschillen in hoe een woning wordt toegewezen en wat mensen er daadwerkelijk op vooruit zouden moeten gaan, terwijl ze er door de energierekeningen zelfs op achteruit kunnen gaan. Dat kan niet de bedoeling zijn van het concept van passend toewijzen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Haga van de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister aangeeft dat hij pas verwacht voor de zomer van 2023 met verdere informatie te komen over het afwegingskader voor het verduurzamen van monumenten;

constaterende dat verhuurders van monumenten al jaren tegen problemen aanlopen bij het verduurzamen en dat dit ook zorgt voor een hogere energierekening voor huurders;

verzoekt de regering om binnen drie maanden te komen met een landelijk afwegingskader voor het verduurzamen van monumenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 1099 (32813).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van plan is om per 2026 verwarmingsinstallaties te normeren, wat in feite neerkomt op minimaal een hybride warmtepomp in elk gebouw;

overwegende dat de kosten voor een hybride warmtepomp op dit moment nog zeer hoog zijn;

overwegende dat ook de beschikbaarheid van installateurs en warmtepompen grote onzekerheden kent;

verzoekt de regering in de uitwerking van het normeren van verwarmingsinstallaties de mogelijkheid om af te wijken van het jaartal 2026 op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 1100 (32813).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Peter de Groot van de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank, voorzitter. Ik heb een tweetal moties meegenomen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat duurzame verwarmingsinstallaties duurder zijn dan traditionele cv-ketels;

overwegende dat de keuze voor een duurzame installatie onder andere wordt gemaakt op basis van de terugverdientijd;

verzoekt de regering om samen met de sector te onderzoeken hoe een energiebesparingsgarantie bij het plaatsen van duurzame verwarmingsinstallaties, af te geven door installateurs, binnen de bandbreedtes, vormgegeven kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 1101 (32813).

De heer Peter de Groot (VVD):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat huishoudens met een verzamelinkomen tot €45.014 per jaar vanaf 1 november 2022 geen rente hoeven te betalen op een lening bij het Nationaal Warmtefonds;

overwegende dat middeninkomens hard geraakt worden door de energiecrisis en daardoor moeite hebben met het verduurzamen van hun woning;

verzoekt de regering te onderzoeken of en, zo ja, tot welke inkomensgrens het rentenultarief in het Nationaal Warmtefonds zou moeten worden verhoogd zodat deze groep middeninkomens hun woning wel kunnen gaan verduurzamen, en dit onderzoek voor de begrotingsbehandeling te delen met de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Bromet en Boulakjar.

Zij krijgt nr. 1102 (32813).

De heer Peter de Groot (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Boulakjar van D66.

De heer Boulakjar (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de noodzaak om de energierekening van huishoudens structureel terug te dringen hoog is en het tempo van verduurzaming omhoog moet;

constaterende dat uit onderzoek blijkt dat de Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling (GVR) de potentie heeft om de versnelling in de verduurzaming van woningen te realiseren;

overwegende dat veel woningeigenaren wel willen verduurzamen, maar dat zij opzien tegen het hele verduurzamingstraject en dat ontzorging van huishoudens voor versnelling kan gaan zorgen;

verzoekt de regering om het instrument GVR op de kortste termijn mogelijk te maken en gemeenten hier actief op te wijzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Boulakjar en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 1103 (32813).

Dank u wel. Dan de heer Eerdmans van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):

Voorzitter, dank.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voor 2050 alle bestaande woningen en gebouwen aardgasvrij gemaakt wil hebben;

constaterende dat het kabinet met wetgeving komt om huiseigenaren wettelijk te kunnen verplichten tot het aardgasvrij maken van hun woning;

overwegende dat het kabinet tot nu toe onvoldoende inzage heeft kunnen verschaffen in de kosten hiervan voor huiseigenaren en tegelijkertijd berekeningen zoals die van het EIB betwist;

verzoekt de regering daarom onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar de kosten van het volledig aardgasvrij maken van een vrijstaande woning, een rijtjeshuis en een flatwoning, zowel voor all-electric als voor aansluiting op het warmtenet, hierbij per type woning de kosten voor het aardgasvrij maken voor de huidige energielabels A tot en met G weer te geven, en hierbij zowel de totale kosten per woning, dus inclusief subsidies, als de indicatieve kosten voor de huiseigenaar gaarne te vermelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Van Haga.

Zij krijgt nr. 1104 (32813).

Er is een vraag van de heer Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Ik heb natuurlijk maar heel weinig tijd en ik had eigenlijk eenzelfde soort motie bedacht, dus ik teken graag met de heer Eerdmans mee.

De heer Eerdmans (JA21):

Santé.

De voorzitter:

Uw naam wordt bij dezen toegevoegd. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Bontenbal van het CDA.

De heer Bontenbal (CDA):

Voorzitter. Het voelt eerlijk gezegd een beetje gek om een motie in te dienen over schrapsessies, terwijl ik op dit moment het nieuws probeer te volgen over wat er gebeurt bij die twee Nord Stream-pijpleidingen, die gesaboteerd zijn. Ik vind het tamelijk risicovol wat daar gebeurt. En dan kom ik met mijn motie over schrapsessies. Maar volgens mij laat de situatie daar ontzettend zien dat we snel moeten stoppen met fossiele brandstoffen, dus in die zin kan deze motie toch helpen, denk ik.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de energietransitie in de gebouwde omgeving aanloopt tegen overbodige en onnodig complexe wet- en regelgeving;

constaterende dat in de zorg is gekozen voor het "ontregelen", onder andere middels het organiseren van schrapsessies voor onnodige bureaucratie;

verzoekt de regering aan de slag te gaan met een aanpak om ook in de energietransitie in de gebouwde omgeving te "ontregelen", bijvoorbeeld door het organiseren van schrapsessies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal en Grinwis.

Zij krijgt nr. 1105 (32813).

De heer Bontenbal (CDA):

Tot slot, voorzitter. In het debat is heel even een onderwerp langsgekomen waar ik geen motie over heb voorbereid. Volgens mij moeten we daar in het debat verder maar het goede gesprek over voeren. We hebben namelijk de afgelopen jaren heel erg ingezet op verduurzaming door middel van meer energiebesparing en eigen opwek van duurzame energie, maar volgens mij is de hele discussie over welke materialen we gebruiken ook ontzettend belangrijk. Daar moeten we een goed debat over voeren. Ik weet dat een heel aantal collega's ook gecharmeerd is van bijvoorbeeld isoleren met natuurlijke materialen. Ik kijk naar mevrouw Bromet, die ook gecharmeerd is van lisdodde, hennep en nog een aantal van dergelijke materialen. Volgens mij is het belangrijk dat we die discussie ook een keer goed gaan voeren, over de vraag hoe we de impact van bouwmaterialen verlagen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Heel goed. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors voor tien minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt van 17.44 uur tot 17.58 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan luisteren naar de minister, die kort en puntig door de moties gaat.

Minister De Jonge:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1092 is van de heer Thijssen. Daarbij moesten we natuurlijk allemaal denken aan psalm 42, toch?

De voorzitter:

Help me even.

Minister De Jonge:

't Hijgend hert, der jacht ontkomen.

De voorzitter:

Prachtig!

Minister De Jonge:

Ja, toch? Een stukje sporten op zo'n dag is hartstikke goed.

Ik heb de motie goed nagelezen. Ik laat het oordeel aan de Kamer, al was het maar omwille van de inspanning die voor deze motie is geleverd.

De voorzitter:

Het zweet staat hem nog op de rug. De motie op stuk nr. 1093.

Minister De Jonge:

In de motie op stuk nr. 1093 zie ik "of" en "hoe" staan. Ik laat het oordeel aan de Kamer. We kijken of het nodig is om de inkomensgrens te verhogen en hoe we dat zouden kunnen doen.

De voorzitter:

Prima.

Minister De Jonge:

Er was nog een vraag van de Partij voor de Dieren. Hoe wordt de label C-verplichting gehandhaafd bij de utiliteitsbouw? Ik zou u om des tijds wille willen voorstellen om daar een brief over te schrijven. Die brief over de utiliteitsbouw wordt wat breder, maar daar komt dit ook goed in te staan. Dan kan ik u goed informeren.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 1094 ...

De voorzitter:

Maar wat is uw oordeel over de motie?

Minister De Jonge:

Dit was een vraag, geen motie.

De voorzitter:

O, het was een vraag van mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ik vind het prima, hoor. Maar ik ben wel benieuwd wanneer die brief komt.

Minister De Jonge:

In oktober.

Dan de motie op stuk nr. 1094. Ik snap de vraag. Ik denk dat die vraag zeer actueel is, maar tegelijkertijd ga ik toch vragen om de motie aan te houden. De vraag in deze motie jumps namelijk gelijk to the conclusion om het hergebruik van grijs water, zoals dat heet, tot norm te maken. Daar zitten zonder meer voordelen aan, maar daar zitten ook nadelen aan, bijvoorbeeld de kosten voor de bouw. We worden ook gewaarschuwd voor extra milieubelasting. Als dat water niet al te schoon is, dan laat dat aanslag na in de pot en dan gaan mensen met Glorix aan de slag. Dat is niet per se erg milieubevorderend en zo zijn er meer nadelen. Ik wil de pros and cons dus echt even goed in kaart brengen. Ik kom daarop terug in de richting van de Kamer. Tot die tijd vraag ik u om deze motie even aan te houden.

De voorzitter:

Mevrouw Van Esch, het kan ook met een knikje.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ik heb eigenlijk weer dezelfde vraag. Wanneer wordt hierop teruggekomen?

Minister De Jonge:

In het eerste kwartaal van volgend jaar.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ik ga heel even overleggen met mevrouw Bromet over wat wij hiervan vinden. Ik kom er nog op terug.

De voorzitter:

Als de motie niet wordt aangehouden, wil ik een oordeel van u horen.

Minister De Jonge:

Dan ga ik 'm ontraden. Ik ga de voor- en nadelen wel in kaart brengen, maar ik ga de motie ontraden.

De voorzitter:

Mevrouw Van Esch?

Mevrouw Van Esch (PvdD):

We komen er zo nog even op terug, voordat we klaar zijn met ...

Minister De Jonge:

U heeft even topberaad met de mede-indiener.

De voorzitter:

Trekt u zich even terug en dan horen we het wel van u. Dan de motie op stuk nr. 1095.

Minister De Jonge:

De motie op stuk nr. 1095 verzoekt de regering om bij het onderzoek naar het invullen van de koelbehoefte vooral te kijken naar natuurlijke oplossingen en om zo snel mogelijk over te gaan tot implementatie. Ik wil het oordeel graag aan de Kamer laten, onder verwijzing naar datgene wat daarover is gezegd in het debat.

Dan de doe-het-zelvers. Ik zie natuurlijk de intimiderende lijst met ondertekenaars van deze motie, maar ik ga de motie toch ontraden. Courageous, zou je zeggen, maar ik ga dat toch doen. Ik heb niet voor niets eerder gezegd dat dit een groot risico op fraude met zich meebrengt. Daarom vind ik het gewoon niet verantwoord. Ik heb tegen de Kamer gezegd: ik zou er best toe bereid zijn om een nationale regeling voor doe-het-zelvers te maken, als u mij een vorm aan de hand doet waarbij het risico op fraude niet bestaat. Die vorm lees ik niet in deze motie. Ik lees iets over een hernieuwd onderzoek, maar dat hebben we al gedaan. De uitkomst daarvan was: wij kunnen niks bedenken. Ik vind het een beetje zonde van de tijd om dat onderzoek nog een keer te doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Als wij het risico op fraude als uitgangspunt nemen voor beleid, dan kunnen we helemaal niks meer doen in dit land. Het risico dat mensen een te hoge energierekening krijgen of in de kou zitten, is heel groot. Omdat we bang zijn dat een klein groepje mensen misschien misbruik gaat maken van een regeling, laten we een hele grote groep in de kou zitten. Dat lijkt me niet de bedoeling.

Minister De Jonge:

Dat vind ik geen faire weergave. Ik neem fraude niet als uitgangspunt voor hoe mensen omgaan met beleid. Helemaal niet. Alleen, als er aan de voorkant zo'n groot risico is op fraude, dat ik niet dicht kan krijgen of zo klein kan maken dat het verwaarloosbaar of acceptabel wordt, dan is het toch een beetje morsig omgaan met belastinggeld als we zeggen: nou ja, wat kan ons het schelen; hupsakee, vooruit ermee?

De voorzitter:

Kort.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Een bonnetje van de bouwmarkt waarop staat dat je isolatiemateriaal hebt gekocht, is een bewijs van het kopen van isolatiemateriaal.

Minister De Jonge:

Dan moet toch iemand bonnetjes gaan zitten controleren. Dat is toch niet allemaal zo easy als u nu zegt.

De voorzitter:

Heel kort, meneer Boulakjar, want ik wil voortgaan.

De heer Boulakjar (D66):

Heel kort, voorzitter. Ik begrijp de argumentatie van de minister. Maar kan hij kijken of we deze motie toch aangenomen kunnen krijgen door te beginnen met een kleinschalige pilot in een kleine gemeente en te kijken wat daar de resultaten van zijn?

Minister De Jonge:

Nee. Ik ontraad deze motie echt. Ik ben er niet voor. Ik ben er wel voor om de doe-het-zelver aan de bak te zetten, maar via lokale regelingen. Daar is het toezicht veel makkelijker te organiseren, daar is het veel praktischer te organiseren, maar niet via nationaal opgetuigde structuren.

De voorzitter:

Prima. Dan de motie op stuk nr. 1097 van de heer Grinwis. Die is al naar huis.

Minister De Jonge:

O, in dat geval! Nee hoor. Ik ben het hier zeer mee eens: "alles uit de kast te trekken om te zorgen dat die extra 300 miljoen ook worden ingezet voor de woningen met de slechtste labels". Ik ben het daar van harte mee eens, dus ik laat het oordeel hierover aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 1098. Ik wil het oordeel daarover best aan de Kamer laten, maar ik ga er ook iets bij zeggen, namelijk: als je zorgt dat de toewijzing aan nog meer voorwaarden moet voldoen, dan is het aantal huizen dat daadwerkelijk in aanmerking komt nog geringer. En de wachtlijsten zijn al lang, ook voor mensen met een laag inkomen. Dus ja, ik ga onderzoeken hoe we dat kunnen doen, maar ik wil wel even de ruimte houden voor de uitwerking samen met de Woonbond en Aedes. Want er zitten ook nadelen aan het linea recta willen regelen. Kortom, ik wil het oordeel aan de Kamer laten, maar wel met deze kanttekening erbij.

De motie op stuk nr. 1099 ontraad ik vanwege de gestelde termijn. Ik zal wel de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vragen om dit met spoed op te pakken, en ik meld mij zo snel mogelijk terug. Maar zij zullen dat ook moeten afstemmen met tal van partijen.

De motie op stuk nr. 1100 vraagt om af te wijken van het jaar 2026. Nee, dat gaan we niet doen. Ik heb juist duidelijkheid willen bieden door dat jaartal te noemen. Dus we gaan het sowieso doen. Wel wil ik ruimte maken voor de manier waarop we het vormgeven. Het moet voor mensen economisch in te passen zijn, dus met een redelijke terugverdientermijn. Ook moet het in te passen zijn in een huis, dus het moet functioneel zijn. Voor de uitwerking laat ik dus ruimte maar niet voor het jaartal. Het jaartal blijft dus 2026.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 1099. Ik heb het op drie maanden gesteld. Binnen welke termijn komt u er dan wel mee? Of beter gezegd: wat zou een redelijke termijn zijn, waar ik u wel aan kan houden en die ik dan in de motie kan zetten?

Minister De Jonge:

De Rijksdienst gaat dat kader maken en daarna is er afstemming met de VNG en de FGM. Er is dus meer tijd nodig voordat dat kader ook daadwerkelijk kan gaan werken. Zal ik u gewoon op korte termijn informeren over wat de termijn is die de Rijksdienst nodig heeft? Dan kunt u beoordelen of u dat voldoende vindt.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Ja. Ik krijg hier een hele goede tip. "Zo spoedig mogelijk" maak ik ervan.

Minister De Jonge:

Ik ben altijd voor "zo spoedig mogelijk".

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Dan stuurt u die brief, maak ik er "zo spoedig mogelijk" van en dan krijgt de motie oordeel Kamer.

Minister De Jonge:

Dan kan ik het oordeel aan de Kamer laten, ja.

De voorzitter:

Prima.

De voorzitter:

De motie-Van Haga (32813, nr. 1099) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister aangeeft dat hij pas verwacht voor de zomer van 2023 met verdere informatie te komen over het afwegingskader voor het verduurzamen van monumenten;

constaterende dat verhuurders van monumenten al jaren tegen problemen aanlopen bij het verduurzamen en dat dit ook zorgt voor een hogere energierekening voor huurders;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk te komen met een landelijk afwegingskader voor het verduurzamen van monumenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 1106, was nr. 1099 (32813).

Minister De Jonge:

Dan de motie op stuk nr. 1101 over het vormgeven van een energiebesparingsgarantie bij het plaatsen van een duurzame verwarmingsinstallatie. Ja, de terugverdientijd is natuurlijk heel relevant. Wat u, denk ik, met deze motie beoogt — als dat klopt, zou ik voor zijn — is dat op het apparaat zelf een garantie wordt afgegeven dat de terugverdientijd een redelijke termijn is, en dat het niet aan het apparaat zal liggen als dat langer duurt. Dat is eigenlijk zoals u het ziet, volgens mij. Ik deel dat eigenlijk wel. Ik weet nog niet exact hoe ik dat zou moeten formuleren, maar ik deel wel dat de behoefte bij klanten groot zou kunnen zijn om zo'n garantie af te geven. Dus laat me dit oppakken samen met de sector. Dat is ook eigenlijk de bestelling van deze motie. Ik laat het oordeel dus aan de Kamer.

Dan de motie over de inkomensgrens op stuk nr. 1102. Ik dacht dat we die al hadden gehad. Ja, het gaat om een inkomensgrens van €45.000: of de inkomensgrens en, zo ja, tot welke inkomensgrens het rente-op-nultarief zou moeten worden verhoogd. "Of en zo ja": op die manier ga ik 'm ook uitvoeren.

Dan de motie op stuk nr. 1103 over de GVR. Daarbij moet ik altijd aan het boek van Roald Dahl denken: De Grote Vriendelijke Reus. Maar dat bedoelt u niet; u bedoelt de Gemeentelijke VerduurzamingsRegeling. Ik ga u vragen om die motie aan te houden, want ik heb u goed toegelicht — althans, ik vond het zelf een vrij goede toelichting in de commissievergadering — waarom dat zo ingewikkeld is. Ik ben wel echt een stap verder in de uitwerking, maar ik moet ook de toezichthouders hierin meekrijgen. Ik moet die hobbel echt voorbij voordat ik een voorstel kan toelichten. Deze motie zegt eigenlijk: oké, maar doe het nou maar. Daar moet ik echt eerst die hobbel van die toezichthouders voor genomen hebben. Ik ga dus vragen of u deze motie aan zou willen houden. Ik zou het er best mee eens willen zijn en misschien ben ik dat ook wel, maar over een tijdje pas.

De heer Boulakjar (D66):

Deze kleine, vriendelijke reus zal haar aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Boulakjar stel ik voor zijn motie (32813, nr. 1103) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1104.

Minister De Jonge:

De motie op stuk nr. 1104 ga ik ontraden, omdat datgene wat wordt gevraagd, al is gedaan. Er bestaat namelijk het dashboard eindgebruikerskosten. Dat is door TNO gemaakt. Dat is dus onafhankelijk. Dat wordt geactualiseerd. Deze motie ontraad ik dus.

De voorzitter:

Ja. De laatste motie, op stuk nr. 1105.

Minister De Jonge:

De motie op stuk nr. 1105. Ik vind het wel een interessante gedachte om dat goed vorm te geven. Geef me een beetje ruimte in de manier waarop. Maar als u me die ruimte geeft, kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:

Heel goed. Mevrouw Van Esch nog even heel kort, want we zijn klaar met de moties.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

We hebben besloten om de motie niet aan te houden. Dat komt vooral door twee redenen. Eén is heel praktisch. Volgens mij is het idee hier niet meer dat we heel lang moties aan gaan houden. Het is gewoon een idee vanuit het Reglement van Orde dat we dat snel gaan doen. Ik vind het dus zonde om het heel lang vooruit te schuiven. Volgens mij is het een Kamerafspraak om dat niet meer zo lang te doen. Ik vind wel dat, als een deltacommissaris het advies geeft om bij elke schop die we nu nog in de grond zetten alles klimaatadaptief te maken, we dat advies ook ter harte zouden moeten nemen. Ik vind het dan eigenlijk te lang duren om te wachten tot dat eerste kwartaal. Om de urgentie te onderstrepen, gaan we haar toch in stemming brengen.

De voorzitter:

Bij dezen. Ze is ontraden.

Minister De Jonge:

Ik ontraad haar. De deltacommissaris heeft overigens niet gezegd dat je allemaal je wc moet doorspoelen met regenwater; volgens mij zat er meer ruimte in het advies.

De voorzitter:

Minister, kunt u nog even vertellen wat uw oordeel was op de motie op stuk nr. 1102? Die ging over het Klimaatakkoord gebouwde omgeving en het Warmtefonds.

Minister De Jonge:

We zoeken haar erbij.

De voorzitter:

Oordeel Kamer?

Minister De Jonge:

Dit gaat veel te snel. Ja, oordeel Kamer.

De voorzitter:

Heel goed. Tot zover.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dinsdag stemmen wij over de moties.

Naar boven