15 Verkeersveiligheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid (CD d.d. 02/12).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom, evenals de woordvoerders en de mensen die het debat volgen. Ik geef het woord als eerste aan mevrouw Van Ginneken, D66.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Dank, voorzitter. D66 is voorstander van invoering van maximaal 30 kilometer per uur als uitgangspunt binnen de bebouwde kom. Langzamer rijden maakt het verkeer veiliger. Met de invoering van 30 kilometer per uur willen we wel graag vaart houden. Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat circa 80% van de Nederlandse verkeersslachtoffers valt op 50km/u-wegen;

overwegende dat in geval van een aanrijding op een 30km/u-weg de overlevingskans 90% groter is dan bij een aanrijding op een 50km/u-weg;

constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat in overleg met gemeenten wordt bezien waar binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid zinvol verlaagd kan worden naar 30 kilometer per uur;

verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn opdracht te geven aan het CROW ten behoeve van het uitwerken van de gebiedsinrichtingskenmerken, en de Kamer over de resultaten te informeren voor het einde van 2022;

verzoekt de regering om binnen de juridische kaders, zoals het Reglement verkeersregels en verkeerstekens en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, te onderzoeken hoe decentrale overheden efficiënter en eenvoudiger een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur kunnen invoeren op die plekken waar zij dat zinvol achten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ginneken en Kröger.

Zij krijgt nr. 988 (29398).

De heer Koerhuis (VVD):

Ik ben helemaal niet tegen een uniforme inrichting van 30 kilometerzones. Ik pleit zelfs voor een uniforme inrichting van schoolzones. Lof voor de motie wat dat betreft. Maar ik hoef de motie toch niet zo te lezen dat die 30 kilometerzones een landelijke norm worden? Als het een landelijke norm wordt, dan moeten hele wijken in gemeentes heringericht worden. Dan moet er ook geld bij en ik zie geen financiële dekking. Graag toelichting daarop.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Heldere vraag. De toelichting is: deze motie moet gemeenten de mogelijkheid geven om op een uniforme manier 30 kilometerwegen breed toe te passen binnen de gemeente zonder daar weg voor weg dingen voor te hoeven regelen. Ze moet gemeenten een handvat geven om het binnen hun eigen gemeente naar eigen inzicht te implementeren.

Dan nog even over de helmplicht voor snorfietsen. De minister zegt dat hij deze waarschijnlijk gaat invoeren per 1 september, maar er ligt een duidelijke motie van Geurts en Hagen om dat te doen. Gaat de minister dat nu wel of niet doen? De sector verdient duidelijkheid. Vooruitlopend op het antwoord van de minister heb ik de volgende motie, die ik dan eventueel kan intrekken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer al sinds 2019 via meerdere moties heeft gepleit voor een snelle invoering van de helmplicht voor snorfietsers in verband met de verkeersveiligheid, maar er nu toch weer uitstel wordt bepleit door de minister;

verzoekt de regering de helmplicht voor snorfietsers niet uit te stellen en 1 september 2022 in te laten gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ginneken en Van der Molen.

Zij krijgt nr. 989 (29398).

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Molen, CDA.

De heer Van der Molen (CDA):

Voorzitter. Jaarlijks krijgen duizenden expats zonder rijervaring een Nederlands rijbewijs cadeau. Ze mogen vrijblijvend hun buitenlands rijbewijs omwisselen voor een Nederlands rijbewijs, zonder getoetst te worden. Met het oog op de verkeersveiligheid is dat een levensgevaarlijke regeling wat het CDA betreft. Mijn collega Geurts heeft er al eerder voor gepleit om kenniswerkers uit landen buiten Europa waar Nederland geen overeenkomst mee heeft gesloten, gewoon de reguliere procedure te laten volgen om een Nederlands rijbewijs te kunnen krijgen. Helaas is daar nog geen gevolg aan gegeven. Het is wachten op ernstige ongelukken. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederlandse rijinstructeurs al langere tijd waarschuwen voor de negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid van de expatregeling rijbewijzen;

verzoekt de regering alleen nog rijbewijzen uit landen buiten Europa te laten omwisselen voor een Nederlands rijbewijs als Nederland met het land van afkomst, na een zorgvuldige beoordeling van het buitenlandse rijbewijsstelsel door de RDW, een overeenkomst heeft afgesloten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Molen en Geurts.

Zij krijgt nr. 990 (29398).

De heer Van der Molen (CDA):

Voorzitter. Vandaag stond op ad.nl een video van de zoveelste wilde achtervolging van een automobilist die dacht dat het een goed idee was om een ballon lachgas te gebruiken en dan de weg op te gaan. En die moet dan vervolgens weer door de politie klem worden gereden. Inmiddels gaan we lachgas eindelijk verbieden, maar daar hoort wat ons betreft ook een specifieke aanpak bij voor de verkeersveiligheid. Vandaar deze motie met de VVD.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland als ambitie heeft om nul verkeersslachtoffers te hebben in 2050;

constaterende dat er de laatste jaren tientallen doden en gewonden zijn gevallen bij verkeersongelukken waarbij lachgas in het spel was;

overwegende dat lachgas binnenkort wordt ondergebracht in lijst II van de Opiumwet en het kabinet extra middelen heeft vrijgemaakt voor de handhaving van het verbod op lachgas;

verzoekt de regering met een actieplan te komen ten aanzien van de handhaving van het verbod op lachgas in het verkeer, en de Tweede Kamer hierover voor het zomerreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Molen, Kuik, Koerhuis en Michon-Derkzen.

Zij krijgt nr. 991 (29398).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Koerhuis van de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Verkeersveiligheid is een van mijn topprioriteiten voor de komende jaren. We zien dat op N-wegen relatief veel verkeersslachtoffers vallen. In de beantwoording van mijn Kamervragen kunnen we zien dat van de verkeersdoden op de risicovolle N-wegen bijna de helft op de N36 valt, de N36 van Almelo naar Wierden.

De heer Van der Molen en ik hebben naar aanleiding van de laatste beantwoording nog om een reactie gevraagd. Wij hadden gevraagd die vandaag te krijgen, maar ik begrijp dat die woensdag komt. Dat is geen probleem.

Over de N36 heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 200 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor verkeersveiligheid van N-wegen;

constaterende dat de komende tijd prioriteringsopties worden uitgewerkt;

constaterende dat bijna de helft van de verkeersdoden op hoogrisico-rijks-N-wegen op de N36 valt;

verzoekt de regering om de N36 hoge prioritering te geven binnen de 200 miljoen die beschikbaar is gesteld voor de verkeersveiligheid op N-wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koerhuis.

Zij krijgt nr. 992 (29398).

De heer Koerhuis (VVD):

Dan lachgas. De heer Van der Molen verwees al naar het filmpje. Iedereen heeft vanochtend natuurlijk het filmpje van De Telegraaf gezien met die levensgevaarlijke achtervolging in Utrecht van een vrouw met een ballon lachgas aan de mond. Dit moeten we keihard aanpakken. Ik dien dan ook heel graag de motie van het CDA mede in. Ik zie ook graag het plan van aanpak tegemoet.

Wat is de boete nu en hoe kunnen we die boete verhogen? Wat doen we nu met het rijbewijs van iemand die lachgas gebruikt en wat gaan we doen met het rijbewijs van iemand die lachgas gebruikt? Wat doen we als we die ampullen in een auto vinden? Naar wat voor gedragscursus kunnen we die automobilisten sturen? En wat voor campagnes lopen er en wat voor campagnes kunnen we starten? De campagne dat je niet moet rijden met alcohol op in het verkeer is heel succesvol geweest. Kunnen we ook zo'n soort campagne doen voor lachgas in het verkeer?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Alkaya, SP.

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter. Het is al een tijdje geleden dat we het debat hebben gevoerd. Ik heb twee moties en ik wil me beperken tot het indienen van die twee moties. Een van die moties is al ingediend door het CDA en dat is de motie over kennismigranten. Daar hebben we het inderdaad in het debat uitgebreid over gehad en het is dan ook een groot probleem, of althans, dat dreigt een groot probleem te worden. Doorslaggevend in het debat was dat de toegevoegde waarde ervan ook niet is aangetoond. Daarom ondersteun ik die motie. Ik sta er niet onder, maar ik wil dat bij dezen gezegd hebben. Ik dien mijn eigen motie over dat onderwerp niet in. Daardoor heb ik maar één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat licht elektrische voertuigen met stuur een welkome aanvulling zijn op het gebied van schone mobiliteit;

van mening dat voor deze voertuigen dezelfde eisen gesteld zouden moeten worden als voor elektrische fietsen;

verzoekt de regering om in het LEV-kader geen strengere eisen op te nemen dan die gelden voor elektrische fietsen, zoals een verzekeringsplicht en een helmplicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya.

Zij krijgt nr. 993 (29398).

Dank u wel. De bewindspersonen hebben aangegeven dat ze ongeveer vijf minuten nodig hebben om zich voor te bereiden.

De vergadering wordt van 19.23 uur tot 19.28 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister.

Minister Harbers:

Met uw goedvinden loop ik gelijk de aan mij gerichte moties langs. De motie-Van Ginneken/Kröger op stuk nr. 988 betreft de 30 kilometer per uur-straten. Daar is al eerder het debat over gevoerd, dus niet alleen in het debat nog met mijn voorganger en in het hoofdlijnendebat. De acties die in de motie worden gevraagd, stroken met hoe we ons dat als kabinet hebben voorgenomen. Om die reden geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 988 krijgt oordeel Kamer. En u zegt: het strookt met wat het kabinet wil. Is het daarmee ondersteuning beleid?

Minister Harbers:

Het is in ieder geval ondersteuning van het coalitieakkoord, zoals het in de overwegingen staat.

De voorzitter:

Dat is iets anders.

Minister Harbers:

Dus daarmee moesten we het als kabinet toch al doen, maar dit preciseert het wel wat verder.

Dan de motie op stuk nr. 989 van mevrouw Van Ginneken en de heer Van der Molen over de helmplicht. Daar moet ik even wat uitleg over geven, want er is een deel dat gewoon technisch niet lukt. Daar wreekt zich een klein beetje dat dit debat nog met mijn voorganger is gevoerd en we nu pas het tweeminutendebat hebben. De helmplicht maakt deel uit van de voorhangprocedure aan de Kamer. Met het aannemen van deze motie hebben we in ieder geval ook de helderheid of de voorhangprocedure is afgerond. Maar wat toch wel eerder gewisseld is, is dat tussen deze duidelijkheid en het vervolg nog twee stappen zitten. De eerste is dat de regelgeving nu ook nog langs de Raad van State moet. Ik moet natuurlijk eerst een wettelijke titel hebben om deze helmplicht in te voeren. Tegelijkertijd is met de industrie afgesproken, ook voor de bevoorrading en om te zorgen dat er helmen verkrijgbaar zijn volgens de juiste normen, dat daar zes maanden voor nodig zijn. Dat betekent dat ik ernaar streef om voor 1 juli het wettelijk traject afgerond te hebben, maar dan heb ik die zes maanden nog nodig. Dus als ik de Kamer om clementie mag verzoeken ... Ik vind dat dit moet gebeuren, dus het verzoek neem ik serieus, dat ga ik doen. Alleen halen we 1 september niet en de invoering wordt dan 1 januari.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Dank. Heldere uitleg, maar ik hoor toch ook een mogelijkheid om dingen naast elkaar te laten lopen. Ik snap dat het wettelijke traject voor 1 juli afgerond kan zijn. De sector kan zich vanaf nu voorbereiden en kon dat natuurlijk al. Met een beetje passen en meten halen we dan die zes maanden nog wel. Ik hecht er wel aan om 1 september als datum intact te laten.

Minister Harbers:

Ik zou dat met alle liefde willen toezeggen, maar dan vind ik het wel heel ingewikkeld worden. Ik kan niet voorbijgaan aan het feit dat er nog een advies van de Raad van State komt. Als die daar andere overwegingen over hebben ... Ik kan niet op voorhand al tegen de industrie zeggen: bereid u hierop voor, als er aan het eind toch weer iets anders uitkomt. Hier heb je gewoon echt regelgeving voor nodig. We doen dat ordentelijk in dit land. Dat is ook omdat dit tweeminutendebat een tijd op zich heeft laten wachten, nadat het debat al eind vorig jaar is geweest ... Ik kan niet toveren en zeggen: ik ga dingen parallel doen, als die later de boel zouden kunnen conflicteren, indien er uiteindelijk toch iets heel anders uit de regelgeving rolt. Dus ik ga dit doen, maar ik moet het ook gewoon ordentelijk doen. Ik moet het netjes invoeren en dat betekent dat het 1 januari zover is.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Dank. Ik probeer dan toch te begrijpen hoe het zo gelopen is, omdat de motie-Geurts/Hagen vorig jaar is ingediend en stelde dat deze helmplicht per 1 juli ingevoerd zou moeten worden. Dus waarom is het in de hele aanloop naar dat proces dan niet gelukt om het te regelen en lukt het nu ook weer niet om 1 september te halen?

Minister Harbers:

Dat zit zo: naar aanleiding van de motie vorig jaar is dat conceptbesluit gemaakt. Dat is aan de Kamer voorgelegd. Daar is een debat over geweest. Daar is ook debat óver geweest, dus dan heb ik de duidelijkheid nodig waar dat eindigt in een besluit. Ik kan het niet mooier maken: dat doen we vanavond en niet destijds al, toen in — wanneer was het? — november dat debat was. Er is ook altijd aangegeven: zodra we hiermee de instemming van de Kamer hebben, hebben we gewoon die twee stappen nog te nemen en die duren nu eenmaal Raad van State plus zes maanden.

De voorzitter:

Dank u wel. Is mevrouw Van Ginneken bereid om van 1 september 1 januari te maken?

Minister Harbers:

Of "zo snel mogelijk" kan ook, maar wetend dat het uiterlijk 1 januari zo is.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Ik neem het even in beraad met de mede-indiener. Ik kan een gewijzigde motie indienen of de motie intrekken.

Minister Harbers:

Laat ik op voorhand zeggen: technisch, zoals het er nu staat, "1 september", moet ik de motie ontraden, terwijl ik haar inhoudelijk natuurlijk gewoon ga uitvoeren. Mocht het gewijzigd worden in "zo spoedig mogelijk" of "1 januari", dan krijgt de motie sowieso oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie in de huidige vorm wordt in ieder geval ontraden. Dank.

Minister Harbers:

De motie op stuk nr. 990 gaat over de rijbewijzen uit landen buiten de Europese Unie. De signalen, die ook in het debat gewisseld zijn, ook door de heer Geurts, de voorganger van de heer Van der Molen op deze portefeuille, neem ik zeer serieus. Tegelijkertijd hebben we rond die tijd ook een inventarisatie gedaan, bijvoorbeeld bij de RDW, Rijkswaterstaat, het OM en de politie. Daar kwam uit naar voren dat de risico's en de volle omvang daarvan nog niet precies in kaart waren, dus toen hebben we al afgesproken om diepgaander onderzoek te doen naar de risico's van de omgewisselde rijbewijzen. Dat onderzoek loopt. Ik zou de heer Van der Molen dus willen verzoeken om deze motie nog even aan te houden totdat in de zomer het onderzoek klaar is en we ook echt inzicht hebben in deze problematiek.

De heer Van der Molen (CDA):

Er is eerder al gewisseld in de Kamer dat dit helemaal niet geregistreerd wordt en dat dat de grote crux is. Ik zou willen zeggen: ik heb geen inventarisatie van de risico's nodig om te weten dat we het enige land in Europa zijn dat deze regeling heeft. Er is geen ander land dat dit ooit heeft bedacht. Ik kan op voorhand ook helemaal niet begrijpen waarom een bouwvakker uit India niet automatisch een rijbewijs in Nederland zou krijgen maar een kenniswerker wel. Dat is toch gek zonder een risico-inventarisatie, zou ik aan de minister willen vragen. Is hij dat met me eens?

Minister Harbers:

Dat kan zo zijn, maar ik heb überhaupt geen inzicht in deze problematiek. We willen dat inzicht nu juist hebben. Daarom hebben we na het debat dat onderzoek ingesteld. Daar wordt nu volop aan gewerkt. Het is over een paar maanden klaar. Dan weten we precies hoe het zit. Als daar inderdaad risico's uit blijken, dan ben ik de eerste om met de heer Van der Molen te zeggen dat we daar wat aan moeten doen.

De heer Van der Molen (CDA):

Zonder dat debat over te willen doen: een risico-inventarisatie maakt geen verschil in dat wij het enige land in Europa zijn dat deze regeling heeft getroffen. Het zou ons hooguit kunnen herinneren aan wie dit ooit bedacht heeft. Een onderzoek maakt ook geen verschil om te weten of hier sprake is van gerechtvaardigd onderscheid. Want ik zie ook geen gerechtvaardigd onderscheid. Ik noem het voorbeeld maar weer van de bouwvakker uit India die het rijbewijs niet per kerende post krijgt. De kenniswerkers krijgen het wel. Ik weet niet wat u moet onderzoeken, maar dat is toch gewoon raar?

Minister Harbers:

Dat is zoals het ook in het debat is gewisseld. We willen meer inzicht krijgen. We willen ook de stelling nader kunnen onderbouwen dat hier grote risico's aan zitten. We werken samen met politie en OM om inzicht te krijgen in die gegevens. Ondertussen kijken we ook met het ministerie van EZK naar eventuele baten van de omwisselingsregeling. Het volledige beeld presenteer ik graag aan de Kamer. Dat is de reden — maar goed, ik weet niet of we het eens gaan worden — waarom ik verzoek de motie aan te houden.

De voorzitter:

Dank u wel. En als de motie niet wordt aangehouden?

Minister Harbers:

Als de motie niet wordt aangehouden … Technisch gezien zou ik zeggen: geef mij de kans om het uit te zoeken. Maar omdat het dictum meteen zegt "we verzoeken dit sowieso te stoppen" — ik wil dat graag beargumenteerd en gegrond doen, dus technisch gesproken zou ik dan zeggen dat ik de motie ontraad. Maar ook hier weer: vanzelfsprekend ga ik met dit thema aan de gang, maar kijk dan even of we dat straks ook gebaseerd op de volledige feiten en van alle kanten belicht kunnen doen.

De voorzitter:

Ik kijk nog even naar de heer Van der Molen of hij bereid is om de motie op stuk nr. 990 aan te houden.

De heer Van der Molen (CDA):

De voorzitter:

U moet het knopje even goed indrukken. Het is nog niet goed.

De heer Van der Molen (CDA):

Ik wil de microfoon ook niet zo beschadigen dat u tijdens de paasdagen een nieuwe moet halen.

Voorzitter. Het is zo overduidelijk. De heer Alkaya heeft dat namens de SP ook al gezegd. Ik denk er op dit moment niet aan om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Oké. Dan wordt de motie ontraden.

Minister Harbers:

Dat behoort ook, denk ik, tot het verkeer tussen Kamer en kabinet. Ik wacht wel af wat eruit komt.

De voorzitter:

Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 991.

Minister Harbers:

De motie op stuk nr. 991 over handhaving is voor collega Yeşilgöz zometeen.

De motie op stuk nr. 992 verzoekt om de N36 hoge prioriteit te geven. De N36 staat ook bij ons in het vizier. De motie verzoekt om daar nog extra prioriteit aan te geven. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

Dan de motie op stuk nr. 993 van de heer Alkaya over geen strengere regels voor LEV's met stuur dan voor de e-fiets. Ook hierbij geef ik de technische uitleg dat in categorie 1a echt andere voertuigen zitten dan in categorie 1b. Daarom stellen we andere eisen, niet alleen aan de techniek, maar ook aan het gebruik. Om daar verder op in te gaan: een e-step bijvoorbeeld gedraagt zich qua balans echt anders dan een e-bike. Ook is er tot op heden geen ervaring met goedgekeurde e-steps op de openbare weg. Er zitten nog meer redenen achter, maar ik denk dat we dit echt niet moeten willen. Om die reden ontraad ik de motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik de minister van Infrastructuur en Waterstaat van harte danken. Dan geef ik het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie. Dat is de motie op stuk nr. 991 van Van der Molen, Kuik, Koerhuis en Michon. Die vraagt om met een actieplan te komen ten aanzien van de handhaving van het verbod op lachgas in het verkeer. Ik zou daarover een paar zinnen willen zeggen. Ik kan de motie namelijk oordeel Kamer geven, maar ik zou graag mijn eigen invulling willen toelichten en willen kijken of dat volledig past bij de verwachting van de indieners.

Dit debat heeft op 2 december plaatsgevonden met mijn voorganger. Daarin is ook al aangegeven dat JenV en VWS zich inspannen voor het opnemen van lachgas in de Opiumwet. Het opnemen van lachgas in de Opiumwet leidt naar verwachting tot een verminderd gebruik van lachgas, ook achter het stuur. Het heeft daarmee ook een positief effect op de verkeersveiligheid. Dat is de reden waarom ik dat hier graag even wilde noemen. Op dit moment is het lachgasverbod in behandeling bij de Tweede Kamer. Daar zijn we met elkaar dus druk mee bezig. Voor de handhaving van het lachgasverbod is structureel 14 miljoen euro beschikbaar. Deze middelen worden beschikbaar gesteld aan politie en OM. Zoals uw Kamer weet, is het aan de lokale driehoek om vervolgens te bepalen hoe die middelen worden ingezet. Dit is een aanvulling op de reguliere handhaving op het gebruik van drugs in het verkeer, waaronder lachgas.

Om te kijken of deze reguliere handhaving versterkt kan worden — volgens mij is dat ook de vraag van de indieners — wordt verkend of er betere methoden zijn of ontwikkeld kunnen worden om het gebruik van lachgas te detecteren. Dat is namelijk echt een lastig punt, zoals de indieners volgens mij ook weten. Dat is ook gedeeld in het vorige debat. Momenteel doen TNO, de Universiteit Maastricht en het Nederlands Forensisch Instituut in opdracht van de politie onderzoek naar hoe je dit kunt detecteren. Op basis hiervan wordt er gekeken welke vervolgacties mogelijk zijn. Er lopen ook nog verschillende campagnes. IenW heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheid opdracht gegeven een educatieve maatregel omtrent drugs te ontwikkelen. Er gebeurt ontzettend veel.

Als ik deze motie zo mag interpreteren dat ik de maximale inzet, de acties om het gebruik van lachgas in het verkeer tegen te gaan en de vervolgacties die voort kunnen komen uit al die elementen die ik zojuist noemde … Het zijn er nog veel meer, maar dan neem ik een hele avond in beslag. Er gebeurt dus heel veel. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik die samenvoeg tot een actieplan, dan lijkt het mij een hele mooie motie die al die zaken bij elkaar brengt en dan kan die oordeel Kamer krijgen.

De heer Van der Molen (CDA):

We moeten natuurlijk niet het onredelijke van de minister vragen, maar het gaat er straks wel op aankomen welke nieuwe voorstellen de minister in die brief naar voren brengt. Opnieuw voor ons op een rijtje zetten wat er al gebeurt, vind ik altijd heel erg aardig, maar ik koop er weinig voor. De strekking van de motie is natuurlijk wel: er moet meer gebeuren. Als ik de minister op mijn beurt goed versta dat zij zich ervoor gaat inzetten dat er in die brief naast de bestaande acties ook echt concrete voorstellen zullen zitten om daarbovenop nog wat te doen tegen dat vreselijke misbruik van lachgas in het verkeer, dan verstaan we elkaar volgens mij allebei goed. Dat hoor ik graag van de bewindspersoon.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Wat mij betreft wordt het inderdaad een en-enverhaal, waarin bij elkaar wordt gebracht wat er al gebeurt én wat er bijvoorbeeld uit dat onderzoek van TNO, de Universiteit Maastricht en het NFI komt. Wat voor acties komen daaruit voort? IenW is in gesprek met onder andere JenV, mijn departement, zorginstanties en maatschappelijke organisaties om te kijken hoe een integrale aanpak van rijden onder invloed vorm kan krijgen. Dus al die elementen komen erin terug, ook als er nieuwe stappen uit voortkomen; we doen die onderzoeken niet voor niets; we hebben ze niet voor niets in werking gesteld.

De heer Van der Molen (CDA):

Dan hebben we elkaar goed verstaan. Met die interpretatie kunnen de indieners leven.

De voorzitter:

Die indruk had ik eerlijk gezegd al. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor zijn aanwezigheid hier en de woordvoerders en de mensen die dit tweeminutendebat gevolgd hebben.

Ik schors de vergadering voor twee minuten en dan gaan we daarna van start met het tweeminutendebat Brandweer en crisisbeheersing.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven