13 Passend onderwijs

Passend onderwijs

Aan de orde is het tweeminutendebat Passend onderwijs (CD d.d. 30/03).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Passend onderwijs. Ik heet nogmaals de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van harte welkom. Verder heet ik de Kamerleden en de mensen die het debat volgen welkom.

Ik geef eerst het woord aan de heer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):

Voorzitter, ik moet formeel toestemming vragen om deel te mogen nemen aan dit tweeminutendebat, aangezien ik bij het commissiedebat niet aanwezig kon zijn.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de collega's om te zien of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Ik zie zelfs hele enthousiaste reacties.

De heer Kwint (SP):

Deze reacties hebt u zelf uitgelokt, voorzitter.

De voorzitter:

Dat is waar.

De heer Van Meenen (D66):

Het is onverwachte bescheidenheid van de heer Kwint. Maar als het goed is weet hij dat we juist dit punt in de commissievergadering hebben besproken. Hij kon er door omstandigheden niet bij zijn en toen hebben we gezegd dat we hem hier van harte welkom zouden heten. Hij wil blijkbaar dat dat nog even formeel bevestigd wordt, maar dat hebben we expliciet gezegd.

De voorzitter:

Dat hoort! De heer Kwint houdt zich prima aan de regels.

De heer Van Meenen (D66):

Dat is ook zo. U kent mij: ik houd me niet zo aan de regels. Maar hij is dus zeer welkom.

De voorzitter:

Dank voor de toevoeging, meneer Van Meenen. Dan geef ik als eerste het woord aan de heer Nijboer van de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter, ik was ook niet aanwezig bij dat debat! Maar verschil moet er wezen, want de heer De Hoop was er namens de PvdA. Daarom hoef ik geloof ik geen toestemming te vragen. Hij is ziek, maar volgende week is hij waarschijnlijk wel weer beter. Ik heb hem vandaag nog gesproken, maar ik wens hem van hier toch maar beterschap.

Vandaar dus dat ík de volgende motie indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering voornemens is om de voorziening Onderwijsondersteuning Zieke Leerlingen ingrijpend te wijzigen door middel van een centralisatie;

overwegende dat de huidige voorziening OZL functioneert en de mogelijke alternatieven om het functioneren verder te verbeteren niet voldoende zijn onderzocht;

overwegende dat ernstig zieke leerlingen tot de meest kwetsbare groep leerlingen behoren, die nooit de dupe mogen worden van een overhaaste structuurverandering;

constaterende dat er begrijpelijke onrust leeft over de onvoorziene consequenties die deze stelselherziening kan hebben;

verzoekt de regering deze stelselherziening op te schorten en in overleg met betrokkenen te bezien hoe de OZL-voorziening verbeterd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en De Hoop.

Zij krijgt nr. 428 (31497).

Dank u wel. Een vraag van mevrouw Paul, VVD.

Mevrouw Paul (VVD):

Ik weet dat over dit onderwerp een wet naar de Kamer komt. Ik vroeg me daarom af waarom de heer Nijboer kiest voor opschorting van die voorziening en hij er niet voor kiest om die wet gewoon naar de Kamer te laten komen en hier te behandelen.

De heer Nijboer (PvdA):

Omdat het probleem nu speelt bij die kwetsbare mensen. Er is een structuurverandering, een centralisatie, gaande en daarbij dreigen groepen tussen wal en schip te vallen. Dat willen we voorkomen. Als er een nieuwe wet komt, kun je dat voorkomen. Maar als je het tussendoor invoert, dan dreigt die groep de pineut te zijn.

De voorzitter:

Mevrouw Paul, tot slot.

Mevrouw Paul (VVD):

Ik laat het hierbij, want dan heb ik de motie verkeerd begrepen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan hebben we dat ook weer opgehelderd. Ik geef het woord aan mevrouw Westerveld, GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. Wij hebben een goed commissiedebat gehad over passend onderwijs. Maar in alle eerlijkheid: dat was ook wel nodig, want er is ongeduld bij het overgrote deel van de Kamer. We praten namelijk al jarenlang over het stelsel van passend onderwijs en we constateren ook al jarenlang dat er nog te veel misgaat en dat er te weinig wordt opgelost. Ik ben heel benieuwd naar alle stukken en brieven die we van deze minister voor de zomer krijgen, want hij heeft met enthousiasme flink wat brieven en plannen aan ons toegezegd.

Voorzitter. Ik heb ook nog een motie en die gaat over de toegankelijkheid van schoolgebouwen. Samen naar school is natuurlijk een belangrijke doelstelling, maar dan moeten de gebouwen wel toegankelijk zijn.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel scholen ontoegankelijk zijn voor kinderen met een beperking;

overwegende dat het wenselijk is om leerlingen met en zonder handicap zo veel mogelijk samen naar school te laten gaan, in de eigen buurt;

constaterende dat het Bouwbesluit en het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO fors verouderd zijn, onderscheid maken tussen verschillende schoolsoorten en niet uitgaan van inclusief onderwijs;

van mening dat het schoolgebouw nooit de reden mag zijn dat je niet naar school kan;

verzoekt de regering te regelen dat scholen bij nieuw- of verbouw altijd moeten voldoen aan de Europese normen voor toegankelijkheid en dat bij tussentijds onderhoud toegankelijkheid altijd moet worden meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.

Zij krijgt nr. 429 (31497).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

In het debat hebben we het ook gehad over het leerlingenvervoer, dat sommige leerlingen met een beperking soms heel erg lang, veel te lang, in busjes naar school moeten gaan. De minister heeft gezegd dat hij daarover met de gemeenten in overleg gaat en ik ben nog wel benieuwd naar het tijdpad, want ook dat is een onderwerp dat al jarenlang speelt. Iedereen hier erkent het ook als probleem dat leerlingen, die natuurlijk al om een reden naar het speciaal onderwijs gaan, zo lang onderweg zijn. Ik ben heel benieuwd hoe de minister van plan is om ook op dit onderwerp voortvarend aan de slag te gaan.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Meenen, D66.

De heer Van Meenen (D66):

Dank u wel, voorzitter. We hebben een goed debat over passend onderwijs met elkaar gevoerd. De minister heeft een heleboel dingen toegezegd. Er liggen allerlei ambities. We gaan het met elkaar meemaken.

Mijn bijdrage hieraan bestaat uit een motie die gaat over De Monnikskap. Daar zijn zorgen over. Die hebben we ook met elkaar besproken. Ik zou in dat verband de volgende motie graag indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet streeft naar inclusief onderwijs, waarbij kinderen met en zonder beperking of ziekte samen naar school gaan;

overwegende dat de afdeling De Monnikskap van het Dominicus College in Nijmegen precies dit type inclusief onderwijs aanbiedt;

constaterende dat De Monnikskap een belangrijke bovenregionale functie heeft;

overwegende dat er serieuze zorgen zijn over het voorbestaan van de afdeling door het stopzetten van de aanvullende bekostiging;

constaterende dat dit veel zorgen en onrust meebrengt voor de betrokken ouders en leerlingen;

verzoekt de regering om een oplossing te vinden waardoor De Monnikskap blijft bestaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen, Paul, Peters, Segers, Westerveld, De Hoop en Kwint.

Zij krijgt nr. 430 (31497).

De heer Van Meenen (D66):

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Meenen (D66):

O, en meneer Beertema mag er ook onder, als hij wil.

De voorzitter:

Toch niet. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Goudzwaard, JA21.

De heer Goudzwaard (JA21):

Voorzitter, dank. Iedereen heeft het al gezegd: onlangs hebben wij als commissie gedebatteerd over passend onderwijs. Om kwalitatief passend onderwijs te kunnen garanderen, moet de basis op orde zijn. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het rapport De staat van het Onderwijs 2022 een dramatisch beeld schetst van de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs;

constaterende dat scholen alle zeilen moeten bijzetten om lezen, schrijven en rekenen naar een aanvaardbaar niveau te tillen;

overwegende dat veel scholen door onder meer overvolle klassen en lerarentekorten in de overlevingsstand staan, waarbij ze ook de in coronatijd opgelopen achterstanden moeten inlopen;

overwegende dat passend onderwijs en steeds inclusiever onderwijs een zware druk kunnen leggen op leerkrachten en klassen;

roept het kabinet op nadrukkelijk te sturen op zwaarwegende prioriteiten voor passend onderwijs en niet op secundaire doelen, zodat scholen de nodige rust krijgen om acute problemen aan te pakken;

roept het kabinet op om indicatoren te ontwikkelen voor de belastbaarheid van een klas en van docenten, en deze aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 431 (31497).

Dank u wel. Daar is een vraag over van mevrouw Westerveld van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik begrijp de motie niet goed. Ik begrijp wel dat je van mening kan zijn dat het onderwijs zich vooral moet richten op basisvaardigheden zoals taal en rekenen. Dat begrijp ik. Maar we hebben ook met elkaar afgesproken dat we willen dat zo veel mogelijk leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoefte samen naar school gaan, dat dat dus gewoon een deel is van het reguliere onderwijs. Dat er nog van alles aan gedaan moet worden om ervoor te zorgen dat docenten onderwijs kúnnen geven aan alle leerlingen, dat is natuurlijk wel zo, maar ik begrijp niet zo goed wat deze motie nu precies vraagt.

De heer Goudzwaard (JA21):

Ik had deze vraag ook al een beetje verwacht van mevrouw Westerveld. Wij onderschrijven als partij dat wij belang hechten aan passend onderwijs, alleen wijzen wij met deze motie op het feit dat het rapport over de Staat van het Onderwijs is uitgekomen, dat aangeeft welke uitdagingen er zijn. Wij roepen het kabinet op om pas op de plaats te maken daar waar het kan en inzicht te geven in de belastbaarheid van een klas. Wij zeggen niet dat wij tegen passend onderwijs zijn, maar wij zeggen wel dat naar aanleiding van dit rapport goed moet worden gekeken dat de basis op orde is. Dat is het enige waartoe wij hiermee oproepen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dan is nog steeds de vraag wat nou de toegevoegde waarde is van deze motie. Want als we kijken naar de belastbaarheid van docenten — die is er — dan weten we ook heel lang wat we daaraan kunnen doen, namelijk zorgen dat de klassen minder vol worden, zorgen dat docenten zich minder hoeven bezig te houden met randzaken en zorgen dat docenten goed gefaciliteerd worden. Dat zijn allemaal zaken die al bekend zijn. Daarvoor zijn natuurlijk wel investeringen nodig en een minister met genoeg ambitie, dus nogmaals de vraag: wat voegt deze motie daar dan expliciet aan toe?

De heer Goudzwaard (JA21):

Sorry, dan kom ik weer terug op mijn eerste reactie. Ik kan dat klaarblijkelijk niet helder overbrengen aan mevrouw Westerveld.

De voorzitter:

Ik kijk nog even naar de heer Kwint, SP.

De heer Kwint (SP):

Ik ben ook op zoek. Laten we het gewoon proberen in hapklare brokken, zo overzichtelijk mogelijk. Is passend onderwijs onderdeel van die basis? Dat is eigenlijk mijn centrale vraag. U zegt: we moeten ons richten op de kern, op de basis. Dat ben ik met u eens, hoor. De vraag is: is passend onderwijs onderdeel van de basis van het onderwijs?

De heer Goudzwaard (JA21):

Ja. Ik denk dat we er alles aan moeten doen om passend onderwijs erbij te laten horen, absoluut. Ja.

De voorzitter:

Ik dank u zeer. Dan geef ik het woord aan de heer Kwint, SP.

De heer Kwint (SP):

Nogmaals dank voor de mogelijkheid om deel te nemen aan het debat. Ondertussen heb ik het allemaal kunnen terugkijken. Ik wens de minister heel veel succes. Hij heeft een hoop opgepakt. Eerlijk gezegd is dat ook hard nodig, want er is nogal wat achterstallig onderhoud ontstaan bij passend onderwijs, en het was al niet zo best. Iets waar ik zelf erg ontevreden over ben, is de ontwikkeling van de norm rondom basisondersteuning. Dat duurt echt al jaren. Het lijkt nu nog jaren te gaan duren. Ik verwijt uiteraard deze minister niet dat het al zo lang duurt, maar het is wel een probleem, want wij nemen daar heel veel tijd voor en kwetsbare kinderen die een plek zoeken op een school, hebben die tijd niet. Ik heb daar nu geen motie voor, want er is al een motie die gewoon is aangenomen. Ik ben wel benieuwd wanneer die norm er nou precies gaat zijn, hoe die er uiteindelijk uit gaat zien en vooral waarom het zo lang duurt. Die motie is al drie jaar geleden aangenomen. Is het voor samenwerkingsverbanden en onderwijsbestuurders nou echt zo moeilijk om een klein stukje van hun zeggenschap op te geven? Ik vrees dat het een retorische vraag is, maar ik wilde hem toch stellen.

Ik had nog wel één voorstel wat betreft het leerlingenvervoer, want er zijn inderdaad hele grote problemen. Daar hebben we het al jaren over. De minister gaat daarover in gesprek. Ik wilde hem één suggestie meegeven waar misschien wat ruimte te vinden valt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er grote problemen zijn met het leerlingenvervoer voor leerlingen in het speciaal onderwijs;

verzoekt de regering om in de zoektocht naar verbeteringen samen met gemeenten expliciet de mogelijkheid mee te nemen om de capaciteit te vergroten door het denominatief leerlingenvervoer niet langer gratis aan te bieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint.

Zij krijgt nr. 432 (31497).

Dank u wel.

De heer Kwint (SP):

Dank u.

De voorzitter:

De minister heeft aangegeven dat hij ongeveer vijf minuten nodig heeft om zich voor te bereiden.

De vergadering wordt van 17.03 uur tot 17.08 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister.

Minister Wiersma:

Voorzitter, veel dank. Ik vond het ook een goed debat. Ik denk dat we echt heel veel dingen hebben besproken die snel terugkomen. We hebben een aantal dingen gebundeld. Mijn ontdekkingstocht was dat er twaalf wetsvoorstellen rond passend onderwijs in de lucht hangen. De heer Kwint is er niet, dus ik dacht: ik herhaal het nog maar even. We gaan die bundelen. Heel veel dingen komen voor de zomer ook nog terug. Ik ga even in op de vragen en de moties.

Ik ga allereerst in op de motie op stuk nr. 428 van de PvdA. Ik zie de heer Nijboer niet, maar hij krijgt het wel mee, denk ik. Even voor de duidelijkheid: als de structuur gaat veranderen, dan verandert die pas als de wet is aangenomen. De wet ligt nog niet eens in de Kamer, maar dat terzijde. Ik ontraad de motie, omdat het noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de OZL-voorziening breed beschikbaar blijft voor deze kwetsbare leerlingen, waar zij zich ook bevinden.

Oberon heeft in 2017 een evaluatieonderzoek gedaan naar de houdbaarheid van de huidige structuur. Daar kwam uit dat de huidige structuur niet toekomstbestendig is, met name omdat de inzet van middelen, en dus ook de capaciteit, niet flexibel is. De echte verbeteringen die nodig zijn, kunnen niet binnen de huidige structuur en ook niet binnen de huidige wet- en regelgeving. Direct na het verschijnen van het rapport zijn de uitkomsten ook besproken met de belangrijkste stakeholders. Met hen is in de afgelopen periode verkend hoe zo'n nieuwe structuur er het beste uit kan zien, natuurlijk met behoud van de positieve punten. De evaluatie is weliswaar van een aantal jaar geleden, maar de uitkomsten en de aanbevelingen zijn nog steeds actueel. Een nieuwe evaluatie is daarom niet nodig.

Het is juist belangrijk om nu stappen te zetten om die knelpunten op te lossen. In het voorstel en in de beantwoording van de vragen die de Kamer eerder heeft gesteld, zijn alternatieve scenario's beschreven, gewogen en ook besproken met het veld. Ik ontraad de motie wel, omdat het wetsvoorstel na internetconsultatie nader uitgewerkt wordt. Dan komt het ook snel de kant van de Kamer op. De Kamer is dan volledig in positie om wat van die wet te vinden. Dan gaan we daarover, en ook over de inrichting van de structuur, het gesprek aan. Maar die structuur gaat pas in als de wet is aangenomen, zeg ik even ter geruststelling in verband met de zorgen. De wet is er nog niet. Dat zal nog even duren. Tot die tijd zullen we daarover goede gesprekken met elkaar hebben en ook moeten hebben, als ik de heer Nijboer van de PvdA zo hoor.

Dan de motie op stuk nr. 429 van mevrouw Westerveld over nieuwbouw en verbouw, en het daarbij altijd meenemen van toegankelijkheid. Dat lijkt mij ook. Deze motie krijgt oordeel Kamer.

Dan het verzoek over leerlingenvervoer. Dat is een terecht punt. We hebben gezegd dat wij een gesprek gaan voeren met VNG. Wij hebben de inzet om de modelverordening aan te passen naar 45 minuten. Ook willen we expliciet het gesprek voeren met die gemeenten waarin echt sprake is van een lange reistijd, die ook problematisch is, volgens het onderzoek van Ouders & Onderwijs. Dat zijn dus twee acties, namelijk met VNG en met de gemeenten. Binnenkort is dat bestuurlijk overleg al. Dan ga ik daar zelf met VNG over praten.

De voorzitter:

Dus de motie op stuk nr. 430 krijgt oordeel Kamer, of was het een vraag?

Minister Wiersma:

Dit was nog niet de motie op stuk nr. 430. We komen nu op de motie op stuk nr. 430. Dit ging niet over de motie op stuk nr. 430, maar die krijgt wel oordeel Kamer, voorzitter, omdat u het zegt. Ik luister altijd naar de voorzitter!

De voorzitter:

Jaja.

Minister Wiersma:

Nee, hoor. Dit is een serieuze motie. Het gaat echt om serieuze zorgen over de Monnikskap van het Dominicuscollege in Nijmegen. Daar hebben we het ook over gehad in het debat. Dit komt precies, want het is voor de leerlingen heel belangrijk dat zij weten waar ze aan toe zijn. Ik heb in het debat ook gezegd dat ik bereid ben om in gesprek te gaan met het bestuur over het voortbestaan van de Monnikskap. Ik vind het belangrijk om wel eerst met het bestuur te overleggen. Ik vind dat zij als eerste aan zet zijn. Het bestuur heeft ook al verschillende toezeggingen gedaan, maar dat betekent nog niet dat het zeker is. Ik snap dat de Kamer die zekerheid wel wil; die wil ik ook. Zij zullen, waar nodig, geld beschikbaar stellen, maar ik ga zelf ook op 9 mei op werkbezoek naar de Monnikskap. Ik zal de afspraak dan bekrachtigen en verstevigen. Ik zal alles doen wat nodig is, zoals deze motie mij vraagt te doen. Ik zal dan ook aandringen op een concreet en haalbaar plan, zodat ouders, leraren en leerlingen in het bijzonder weten waar ze aan toe zijn. De motie op stuk nr. 430 krijgt dus oordeel Kamer.

De heer Van Meenen (D66):

Heel fijn. Ik vind het ook heel fijn dat de minister daar op bezoek gaat en daarover met het bestuur in gesprek gaat. Ik wil er toch nog even op wijzen, misschien ten overvloede, dat de essentie van de Monnikskap de inclusiviteit is, die er natuurlijk is doordat de Monnikskap is ingebed in een reguliere school. Als ik het heb over het behoud van de Monnikskap, heb ik het ook over het behoud van die inclusiviteit. Ik wil nog even toelichten dat dat een essentieel onderdeel is. Het staat wel in de overwegingen van de motie, maar niet zo expliciet in het dictum. Het leek me goed om dat nog even te benadrukken, want anders gaat de essentie verloren.

Minister Wiersma:

Dat begrijp ik; waarvan akte.

Ik kom op de motie op stuk nr. 431, van de heer Goudzwaard. Ik was even aan het zoeken, want het is een motie waar best veel in zit. Er staat ook veel goeds in. Met de eerste oproep aan het kabinet ben ik het heel nadrukkelijk eens. We hebben er in het debat over gesproken dat je dan ook keuzes moet maken. Zo kwamen we op die 12 wetsvoorstellen als voorbeeld, maar ook op 25 verbetermaatregelen. Dus wat ga je nou echt doen? En doe je het dan ook goed? Daar hebben we volgens mij ook in het debat met elkaar keuzes in gemaakt. Ik heb ze voorgelegd en daar heeft de Kamer op gereageerd. De eerste oproep zie ik dus als ondersteuning van wat ook mijn inzet is.

De tweede oproep vind ik iets ingewikkelder. Ik vind de gedachte wel interessant en de belastbaarheid van een klas is ook heel belangrijk. Leraren moeten de ruimte hebben om passende ondersteuning te bieden. Ik vraag me alleen af of we ermee geholpen worden als we nu tijd gaan steken in die indicatoren. Ik moet ook zelf gaan kijken hoe je belastbaarheid nou precies meet en wat dat dan hier zou kunnen betekenen. Het meest concreet kan ik dit volgens mij het beste meenemen in de norm voor basisondersteuning. Het is ook de bedoeling dat daar in die landelijke norm rekening mee wordt gehouden op basis van wat de meeste scholen kunnen. Het gaat om 75% van de scholen. Daar zullen we die norm dan ook op baseren. En ik wil ambitieus zijn: we moeten investeren in goede leraren, maar ook in deze ruimte. En we moeten óók letten op die belastbaarheid. Maar ik kan niet exact toezeggen wat daar staat, namelijk om dat ook apart te ontwikkelen. Ik neem het wel ergens in mee. Dus ik zal de motie nu ontraden, maar ik neem alle gedachten die erin staan wel nadrukkelijk mee.

De heer Goudzwaard (JA21):

Ik snap ook dat het lastig is om die indicatoren daar zo in mee te nemen, dus ik wil die zin er best wel uit halen, als de minister dan zegt: dan ga ik aan de slag met de rest van wat er in de motie staat. Daar voelt de minister zich namelijk wel bij thuis, zei hij net.

De voorzitter:

Wilt u iets dichter bij de microfoon gaan staan? U bent slecht te verstaan.

De heer Goudzwaard (JA21):

Ik ben dus best bereid om die laatste zin uit de motie te halen als de minister de motie dan oordeel Kamer wil geven.

Minister Wiersma:

Als ik heel flauw zou zijn, zou ik zeggen: dan is zij overbodig, want wat er dan in wordt gevraagd, doen we al. Nee, dit is te flauw. Het is niet overbodig, want het is iets waar we nadrukkelijk voortdurend op moeten letten. Dus deze motie van de heer Goudzwaard blijft dan boven onze hoofden hangen. De motie moet ons hieraan herinneren en moet leiden tot een stemmetje in ons achterhoofd dat zegt: hé, let er nadrukkelijk op dat we wel keuzes maken en dat we scholen ook wel echt helpen. Als de tweede oproep dus wordt geschrapt en ik de eerste oproep op de genoemde manier mag interpreteren, dan krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Mag ik daar nog een vraag over stellen? Als de eerste oproep al gebeurt, is de motie volgens mij ondersteuning van beleid. En dan zou zij overgenomen kunnen worden, als daar geen bezwaar tegen is.

Minister Wiersma:

Ik vind het prima om de motie over te nemen, voorzitter.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de collega's en naar de heer Goudzwaard om te zien of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan zal die motie worden overgenomen. Dat scheelt weer een motie op de stemlijst. Dank u wel voor uw medewerking, meneer Goudzwaard.

Minister Wiersma:

Ja. Er moet dus nog wel wat gebeuren aan de motie, hè. Dat hebben we nu afgesproken. Op de voorwaarde dat dat gebeurt, doen we het dus zo.

De voorzitter:

Dat betekent wel, meneer Goudzwaard, dat we nog een gewijzigde motie van u moeten ontvangen.

Minister Wiersma:

Dat is wel essentieel, ja.

De voorzitter:

De motie wordt gewijzigd. Dank.

De voorzitter:

De motie-Goudzwaard (31497, nr. 431) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het rapport De staat van het Onderwijs 2022 een dramatisch beeld schetst van de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs;

constaterende dat scholen alle zeilen moeten bijzetten om lezen, schrijven en rekenen naar een aanvaardbaar niveau te tillen;

overwegende dat veel scholen door onder meer overvolle klassen en lerarentekorten in de overlevingsstand staan, waarbij ze ook de in coronatijd opgelopen achterstanden moeten inlopen;

overwegende dat passend onderwijs en steeds inclusiever onderwijs een zware druk kunnen leggen op leerkrachten en klassen;

roept het kabinet op nadrukkelijk te sturen op zwaarwegende prioriteiten voor passend onderwijs en niet op secundaire doelen, zodat scholen de nodige rust krijgen om acute problemen aan te pakken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 433, was nr. 431 (31497).

De gewijzigde motie-Goudzwaard (31497, nr. 433, was nr. 431) is overgenomen.

Minister Wiersma:

Nou, dat is ook weer goed.

Dan gaan we naar de heer Kwint, die sprak over de basisondersteuning. Dan ga ik eerst iets zeggen waar de heer Kwint helemaal niks aan heeft. Ik deel zijn irritatie. Hij heeft al in 2019 een oproep gedaan. Vervolgens was ook mijn gevoel toen ik binnenkwam dat ik dacht: dat hebben we dan ook voor de zomer, toch? Nee. Dat duurt dan echt, echt langer. Ik heb me wel laten uitleggen waarom dat zo lang is en dat heb ik inmiddels ook wel begrepen. De tijd laat zien dat het blijkbaar heel complex is. Blijkbaar is het niet alleen inhoudelijk, maar heeft het ook te maken met draagvlak. Er is intensief contact geweest met organisaties in het veld over de mogelijkheden. Dat is ook onderdeel van wat de motie verzocht. Maar die partijen denken allemaal heel verschillend over de norm; hoe die eruit moet zien, hoe hoog die moet zijn, of die er wel of niet moet komen. Ook hebben partijen zich teruggetrokken. Die impasse moeten we doorbreken. Het is jammer dat we dat nu pas moeten doen. Maar goed, blijkbaar hebben we dit geleerd.

We zetten nu eerst een opdracht uit voor de drie ondersteuningsgebieden, dus hoogbegaafdheid, dyslexie en leergedrag. Hiermee zal al een belangrijk deel van de totale norm ingevoerd kunnen worden vanaf begin 2023. Voor deze aanpak is nu ook steun van de veldpartijen. De eerste opdracht gaat ook ons leren hoe we de rest van die ondersteuningsgebieden sneller in vorm kunnen krijgen. Ik verwacht dat we door deze aanpak vanaf begin 2023 kunnen doorschakelen naar een totale landelijke norm. Uit de opdracht volgt ook een advies hoe ik dit goed en snel kan doen. Door dit zo aan te pakken voorkom ik dat we nog langer blijven zoeken naar de concrete invulling of dat we vastlopen in het traject.

De SP heeft ook verschillende schriftelijke vragen hierover gesteld, onder andere over dit punt. Ik zal in de beantwoording het proces en de bijbehorende tijdlijn nog een keer duidelijk schetsen. Dat vind ik zelf ook belangrijk, dus dat zeg ik de heer Kwint toe.

De heer Kwint (SP):

Ik zit even door te rekenen. Met een beetje geluk hebben we dan net binnen tien jaar na het aannemen van mijn motie die basisondersteuning. Ik snap dat het ingewikkeld is, maar ik wil hier wel gezegd hebben dat wat mij betreft de partijen die vinden dat er geen landelijke norm voor basisondersteuning hoeft te komen, ook niet mee hoeven te doen aan het gesprek. Want die basisondersteuning komt er gewoon. Dat is afgesproken en dat gaan we doen. Op het moment dat partijen er niet aan mee willen werken, hoop ik dat er vanaf nu ook redelijk op gestuurd wordt dat als ze alleen maar in de weg zitten, ze ook weggestuurd worden bij die tafel, hoe belangrijk ze zichzelf ook vinden.

Minister Wiersma:

Now we're talking, zou ik zeggen. Dat is precies hoe ik erin zit. Ja, daar leren we ook weer van alles van, maar daar hoef ik verder niet bij stil te staan. Laten we dat doen. Dat is een goed idee.

Ik zeg er nog wel even het volgende bij. Ik vind het heel fijn dat de heer Kwint daar vragen over stelt. Wij gaan die beantwoorden. Vraag daar dan ook gerust even op door als daar nog dingen in zitten. We gaan nu wel een proces inzetten met die drie ondersteuningsgebieden. Als u zegt: "dat zijn er te weinig of de verkeerde, dat moeten we toch anders doen" … Misschien moet er een categorie "overig" komen; daar zat ik ook nog aan te denken. Misschien kan dat, of misschien is dat niet handig.

In reactie op wat de heer Kwint buiten de microfoon zegt: ja, dat is inderdaad ook weer een risico. Maar kijk daar kritisch naar, zodat we dan wel gezamenlijk iets doen wat er daadwerkelijk voor gaat zorgen dat we dit vanaf 2023 gaan doen. Dan ligt die norm er. Er moet dan alsnog wetgeving komen. Het is echt toch wel een setje dat we moeten doorlopen, maar dat gaan we wel doen.

Mevrouw de voorzitter. Dan kom ik op de laatste motie, die op stuk nr. 432, ook van de heer Kwint. Deze gaat over denominatief leerlingenvervoer. Daarvan zou ik zeggen: dat is een gedachte die ik meeneem. Ik wil er best naar kijken, maar ik moet me er ook even in verdiepen, zeg ik eerlijk. Ik zal de motie voor nu ontraden. Ik ga die gesprekken nog aan. De heer Kwint kan de motie ook nog even aanhouden, maar voor nu ontraad ik 'm. Anders weet ik niet wat ik veroorzaak. Maar ik ga me er wel even in verdiepen hoe dit precies zit en wat we in de gesprekken mee zouden kunnen nemen. Dus het is een toezegging, maar ook een ontraden van de motie.

De heer Kwint (SP):

Op het moment dat de suggestie voor die gesprekken indien mogelijk meegenomen wordt naar de gemeenten, is mijn motie volgens mij overbodig. Dan kan ik 'm intrekken en dan hoor ik wel wat er uit die overwegingen gekomen is.

Minister Wiersma:

Ja. Ik zeg hier expliciet toe dat wij dat meenemen in de brief waarom is gevraagd.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Kwint (31497, nr. 432) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging. Ik dank de minister en de woordvoerders.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Volgende week dinsdag gaan we stemmen over de ingediende moties.

Naar boven