Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-2021nr. 35, item 3

3 Leefomgeving

Aan de orde is het VAO Leefomgeving (AO d.d. 15/10).

De voorzitter:

We gaan nu beginnen met een VAO Leefomgeving. Ik heet de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom. De eerste spreker is de heer Van Esch van de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties. Voordat ik naar mijn moties ga, wil ik aangeven dat ik graag een aangehouden motie in stemming zou willen brengen, maar daar nog wel een oordeel over zou willen hebben. Dat is motie 35300-XII, nr. 41 van mijn collega Wassenberg over het effect van het teruglopende aantal milieueffectrapportages. Daarin wordt gevraagd om dit te onderzoeken. Bij dezen mijn dienstmededeling, om het zo te zeggen.

Dan dien ik de volgende twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat houtstook grote gezondheidsschade met zich meebrengt;

constaterende dat een aantal gemeentes de toolkit houtstook niet (willen) gebruiken;

van mening dat het recht op gezonde lucht in iedere gemeente gelijk is;

verzoekt de regering er bij gemeentes op aan te dringen dat, via de toolkit of op een andere manier, de meldingen van houtstookoverlast serieus opvolging krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 349 (29383).

De voorzitter:

De volgende motie.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Die luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een commissie heeft gevraagd te adviseren over het verbeteren van het milieubeleid;

constaterende dat de grote stroom aan incidenten bij o.a. Tata Steel, Chemours en Chemelot aantoont dat het Rijk momenteel niet in staat is om het milieu en de gezondheid van omwonenden te beschermen;

constaterende dat Shell een grote vervuiler is met grote economische belangen;

spreekt uit dat het onwenselijk is dat de president-directeur van Shell zitting neemt in een commissie die adviseert over het verbeteren van het milieubeleid;

verzoekt de regering de president-directeur van Shell te vragen haar plek in de Bestuurlijke Commissie VTH in het Milieudomein op te geven en deze plek vervolgens in te laten vullen door een persoon of organisatie die de belangen van het milieu en de leefomgeving vertegenwoordigt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 350 (29383).

Dank u wel. De volgende spreker is de heer Laçin van de SP.

De heer Laçin (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb tijdens het AO ook aandacht gevraagd voor de situatie rondom Tata Steel en de situatie van omwonenden. Gisteren kwam het bericht dat Tata Steel 300 miljoen gaat investeren in verbeteringen. Ik hoop dat dat op korte termijn ook effect sorteert voor omwonenden. Ik vraag de staatssecretaris nogmaals om samen met de gedeputeerden goed te kijken naar wat daar allemaal gebeurt.

Voorzitter. Dan heb ik drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat asbest voorkomt in talk(poeder) en daarmee ook terechtkomt in onder andere cosmeticaproducten;

overwegende dat dit verboden is;

verzoekt de regering er zo snel als mogelijk voor te zorgen dat cosmeticaproducten waarvan bekend is dat er asbest in zit, uit de schappen worden gehaald,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 351 (29383).

De heer Laçin (SP):

Het was even onduidelijk, maar gelukkig wordt de indiening voldoende ondersteund, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat asbest voorkomt in talk(poeder) en daarmee ook terechtkomt in onder andere cosmeticaproducten;

overwegende dat talkpoeder wordt toegepast in verschillende producten, waaronder coatings, verf, rubbers en plastics;

overwegende dat hiermee asbest in producten kan voorkomen terwijl dat verboden is;

verzoekt de regering zowel nationaal als Europees te onderzoeken hoe de toepassing van verontreinigd talk tegengegaan kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 352 (29383).

De heer Laçin (SP):

Voorzitter. Tot slot het verminderen van het aantal ammoniaktreinen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met het convenant Afbouw ammoniaktreinen werd beoogd om het aantal van deze treinen af te laten nemen;

overwegende dat het aantal ammoniaktreinen de afgelopen jaren is gestegen;

overwegende dat dit leidt tot zorgen bij bewoners van onder andere de Vierpaardjes;

overwegende dat het convenant binnenkort afloopt en er gewerkt wordt aan een nieuw convenant;

verzoekt de regering om de provincie Limburg en de gemeente Venlo te betrekken bij de gesprekken voor een nieuw convenant en gezamenlijk een plan op te stellen om het aantal ammoniaktreinen door woonkernen te verminderen en zo mogelijk af te bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 353 (29383).

De heer Laçin (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Laçin. De heer Von Martels ziet af van een inbreng. Dan gaan we naar de heer Ziengs van de VVD.

De heer Ziengs (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst heb ik nog een paar vragen over het desbetreffende AO waar het gaat over de handelwijze rondom de potentiële ZZS, de zeer zorgwekkende stoffen, ook wel de pZZS. Klopt het dat de meerderheid van de stoffen die van de pZZS-lijst worden afgehaald, wordt geschrapt omdat ze niet blijken te voldoen aan de ZZS-criteria? En wat zegt dat dan over de stoffen die nu nog op die pZZS-lijst staan? Kan dan verwacht worden dat een groot gedeelte van die stoffen straks geen zeer zorgwekkende stof, oftewel ZSS blijkt te zijn? Het zijn een hoop afkortingen, maar we weten hier in dit huis wat dat ongeveer betekent. En klopt het dat er door decentrale overheden en uitvoeringsdiensten verschillend wordt omgegaan met die pZZS. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegen aan? Wat voor gevolgen heeft dit voor het gelijke speelveld voor bedrijven in Nederland? Is de staatssecretaris bereid om met decentrale overheden, uitvoeringsdiensten en het bedrijfsleven in gesprek te gaan om gezamenlijk te komen tot een gemeenschappelijke lijn voor een pragmatische uitvoering van de omgang met die pZZS?

Ik heb vervolgens nog een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat meerdere zeer zorgwekkende stoffen, zoals kobalt, voor belangrijke innovatieve toepassingen in de transitie naar een circulaire economie worden gebruikt;

overwegende dat het doel is niet-essentiële ZZS op Europees niveau uit te faseren;

overwegende dat producties verdwijnen uit Nederland en Europa door soepelere normen elders;

overwegende dat innovatieve chemische industrie essentieel is voor de Nederlandse en Europese economie;

verzoekt de regering zich in te zetten producties van of met ZZS die een belangrijke rol spelen in de transitie naar een circulaire economie in Nederland en Europa te behouden, te onderzoeken in hoeverre deze toepassingen als essentieel kunnen worden aangemerkt en deze stoffen niet uit te faseren zolang er geen betere alternatieven voor zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 354 (29383).

Dank u wel, meneer Ziengs. Dan zijn we daarmee aangekomen bij het slot van de moties. Ik kijk even naar de staatssecretaris. Ik schors nu even voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 10.23 uur tot 10.31 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Esch diende een motie in, maar gaf eerst aan dat zij een oordeel wilde over een andere motie. Ik heb destijds al aangegeven dat die motie niet bij mij ligt, maar bij de minister. Zij zal de motie schriftelijk van een oordeel voorzien.

Dan was er een motie op stuk nr. 349 van mevrouw Van Esch over houtstook, waarmee wij de gemeenten vragen of zij serieus opvolging geven aan meldingen. Dat lijkt mij geen probleem. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 350 over commissie-Van Aartsen ontraad ik. De commissie gaat zelf over haar leden. De president-directeur van Shell is gevraagd vanwege haar kennis over de veiligheidssituaties in de industrie. Er zit ook al iemand vanuit de milieuhoek in de commissie. Ik ontraad de motie.

De heer Laçin noemde Tata Steel, met het verzoek om in goed contact te blijven met de gedeputeerde. Absoluut, dat ben ik heel regelmatig.

Dan de motie op stuk nr. 351 over asbest in cosmeticaproducten. Dat is al verboden. Handhaving is aan de NVWA. Dat heb ik ook in het AO gezegd. Ik zal de collega van VWS die verantwoordelijk is voor de NVWA, om een advies vragen op deze motie.

De heer Laçin (SP):

Heel kort, voorzitter. De reden dat ik deze motie indien, is dat twee jaar terug de producten van Claire's wel uit de schappen zijn gehaald, maar de producten van Hema en Douglas, waarin nu asbest blijkt te zitten, nog gewoon in de schappen liggen. Ik zou heel graag willen dat die heel snel uit de schappen worden gehaald, maar ik wacht even op het schriftelijke oordeel van VWS.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (29383, nr. 351) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik vraag nog even aan de staatssecretaris om het uitspreken van een oordeel over de vorige motie. Uit wat u zei kon ik wel afleiden wat u bedoelt, maar u zei het niet.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 350 bedoelt u?

De voorzitter:

Nee, de motie op stuk nr. 351.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Daarvan heb ik gezegd dat ik de collega van VWS zal vragen om daarop een oordeel te geven, omdat de NVWA niet onder mijn verantwoordelijkheid valt.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 352. Asbest in producten kan voorkomen, terwijl dat verboden is. Het is dus al verboden. Daarmee heeft de regering haar taak uitgevoerd. Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van het bedrijf om te voorkomen dat asbest wordt toegepast of in producten zit. Vervolgens hebben wij als sluitstuk de handhaving, waarbij we bedrijven controleren op de vraag of ze al dan niet voldoende de wet hebben nageleefd. Ik ontraad deze motie.

De heer Laçin (SP):

Het verzoek in de motie gaat over onderzoek naar verontreinigd talk en niet naar asbest. Talk komt in meerdere producten voor en daarmee komt ook asbest in meerdere producten voor.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ik snap de vraag van de heer Laçin. Ik snap ook waar zijn bezorgdheid vandaan komt. Alleen is het al verboden om talk die verontreinigd is met asbest te gebruiken. Anders zouden wij als regering een verantwoordelijkheid gaan overnemen van bedrijven om te onderzoeken hoe zij de wet moeten naleven. Daarvoor zijn zij toch echt zelf verantwoordelijk. We moeten wel toezien op de naleving van de wet en dat ligt bij de toezichthoudende diensten. Daarom ontraad ik de motie, maar ik snap heel goed waar de vraag vandaan komt. Nogmaals, het is al verboden, dus in die zin wordt aan de zorgen tegemoetgekomen.

Dan de motie van Laçin op stuk nr. 353 over ammoniaktreinen. Daar ligt een relatie met de energietransitie en het is natuurlijk altijd een inspanningsverplichting. Met die kanttekeningen geef ik de motie oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 354 is van de heer Ziengs. Die zegt eigenlijk dat voor de circulaire economie het behoud van bepaalde grondstoffen cruciaal is. Het behoud van bepaalde cruciale grondstoffen in Europa is ook belangrijk voor de verdere ontwikkeling naar een duurzame samenleving en sommige materialen zijn kritisch voor de ontwikkeling van de economie. Die moeten eigenlijk ook in de circulaire economie in Europa en in Nederland worden gehandhaafd, totdat eventueel betere alternatieven zijn gevonden. De tekst reflecteert de verantwoordelijkheidsverdeling wat mij betreft niet helemaal zo scherp als ik denk dat die zou moeten liggen, maar ik snap wel de essentie van de motie van de heer Ziengs. Met die essentie ben ik het eens, dus wellicht kan hij de tekst iets aanscherpen, zodat we het doel vooropzetten. Blijven werken aan alternatieven voor ZZS blijft natuurlijk ook altijd een belangrijk onderdeel.

De heer Ziengs (VVD):

Ik houd de motie aan en ga deze aanpassen. Er komt een aangepaste versie.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ziengs stel ik voor zijn motie (29383, nr. 354) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:

Ik sta positief ten aanzien van de essentie, dus als we tot een iets scherpere tekst komen, zou die waarschijnlijk oordeel Kamer krijgen.

Dan de vraag van de heer Ziengs over de pZZS. Inderdaad zijn het potentieel zeer zorgwekkende stoffen. Ze worden door het RIVM als zodanig aangemerkt. Soms blijkt uit nader onderzoek dat een bepaalde stof uiteindelijk toch geen ZZS is, en dan kan het er ook weer vanaf. De heer Ziengs zei dat er verschillend mee wordt omgegaan door de verschillende bevoegde gezagen en vroeg of er een gesprek kan plaatsvinden met deze bevoegde gezagen over de manier waarop daar in de praktijk mee wordt omgegaan. Daar ben ik graag toe bereid. Daarmee heb ik de vraag hopelijk beantwoord.

De voorzitter:

Dat lijkt voldoende te zijn voor de Kamer. Ik dank de staatssecretaris van harte.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dan pauzeren we tot 10.40 uur voor het volgende VAO.

De vergadering wordt van 10.36 uur tot 10.40 uur geschorst.