Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-2021nr. 35, item 11

11 Ontwikkelingen bij Sanquin Plasma Products B.V.

Aan de orde is het VSO Ontwikkelingen bij Sanquin Plasma Products B.V. (29447, nr. 60).

De voorzitter:

Aan de orde is een VSO Ontwikkelingen bij Sanquin Plasma Products B.V., Kamerstuk 29447, nr. 60. Ik heet de minister voor Medische Zorg van harte welkom en geef mevrouw Van den Berg namens het CDA het woord. Bent u er klaar voor?

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Ik zie alleen dat er te weinig leden zijn in de zaal.

De voorzitter:

Dan wachten we heel even, want we moeten wel voldoende leden aanwezig hebben. U heeft één motie? U mag ook een paar CDA-leden als ondersteuner van de motie opnemen. Dat zijn van die procedurele trucjes.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Ja, dan doen we dat op die manier. Ik heb twee moties en die ga ik dus nu indienen.

De voorzitter:

Goed. Ik geef het woord aan mevrouw Van den Berg namens het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Het CDA pleit er al langer voor dat Europa meer zelfvoorzienend wordt aangaande geneesmiddelenproductie. Met de verkoop van Sanquin Plasma Products blijft de productiefaciliteit weliswaar in Nederland, maar de zeggenschap komt in handen van niet-Europese aandeelhouders. Het CDA vindt dat buitengewoon spijtig, omdat wij zeker ook de plasmaproductie een vitale sector vinden.

In antwoord op onze vragen geeft de minister meer duidelijkheid ten aanzien van de prijsstelling van plasma, het corona-antistoffenmiddel en het vastgoed, maar ik heb nog wel de volgende vragen. Over de gevolgen voor de werknemers in Nederland en in België kan de minister nu nog niets zeggen. Is ze bereid de Kamer daarover voor april 2021 te informeren? Dan: bij welk percentage doorverkoop van aandelen door leden van het consortium kan de minister ingrijpen en zo nieuwe afspraken maken over het ter beschikking stellen van het Nederlands plasma? En als derde: kan de minister bevestigen dat in Nederland plasma alleen opgehaald kan worden door de Stichting Sanquin tegen een door de minister bepaalde onkostenvergoeding? Want we zien dat ook commerciële partijen hier voet aan de grond willen krijgen.

Dan twee moties, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een onderzoek in te stellen hoe de plasmageneesmiddelenvoorziening (verzamelen én productie) binnen Europa zodanig georganiseerd kan worden dat sprake is van Europese zelfvoorziening, omdat we nu bijna 40% plasma van buiten Europa moeten invoeren, en daarover voor de begrotingsbehandeling 2022 aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Veldman, Van Gerven, Peters en Palland.

Zij krijgt nr. 62 (29447).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een onderzoek in te stellen hoe de Nederlandse bloedvoorziening in de toekomst eruit zou moeten zien en of het noodzakelijk dan wel wenselijk is dat er meer publiekrechtelijke sturing komt op de Bloedvoorzieningsorganisatie, en daarover voor de begrotingsbehandeling 2022 aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Peters en Palland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 63 (29447).

Dank u wel, mevrouw Van den Berg. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik begin met het voorlezen van een tweetal moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister instemt met de verkoop van Sanquin Plasma Products B.V. aan een buitenlands consortium;

overwegende dat het behoud van publieke zeggenschap over de productie en ontwikkeling van plasmageneesmiddelen in lijn is met de wens om als Nederland meer zelfvoorzienend te worden als het gaat om de productie en ontwikkeling van essentiële geneesmiddelen;

spreekt uit dat de minister in overleg met Sanquin opnieuw moet onderhandelen over de verkoop van Sanquin Plasma Products B.V., waarbij de bloedbank Sanquin een meerderheidsbelang van ten minste 51% behoudt in Sanquin Plasma Products B.V.,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 64 (29447).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister instemt met de verkoop van Sanquin Plasma Products B.V. aan een buitenlands consortium;

van mening dat deze verkoop vanuit algemeen maatschappelijk belang onwenselijk is en de plasmageneesmiddelenproductie in Nederlandse handen gehouden moet worden;

verzoekt de regering de verkoop van Sanquin Plasma Products B.V. geen doorgang te laten vinden maar een alternatief plan te ontwikkelen om Sanquin Plasma Products B.V. te behouden voor Sanquin en Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 65 (29447).

De heer Van Gerven (SP):

Ik vind het proces waar we het nu over hebben buitengewoon onverkwikkelijk. We hebben heel kort geleden allerlei extra informatie ontvangen van de minister over de verkoop van een ontzettend belangrijke productie-instelling voor geneesmiddelen in Nederland, ook bekend om de ontwikkeling van medicijnen. We doen dat gewoon in de verkoop, helemaal in strijd met de ervaringen die we hebben met het coronavirus en met de wens om meer ontwikkeling en productie in Nederland te houden. We doen het tegenovergestelde. Hoe kan het dat we dit toch doen, nu we de mogelijkheid hebben om het niet te doen?

Tot slot heb ik nog de volgende vraag. Hoe kan het dat we een bedrijf dat in vier jaar tijd 74 miljoen winst heeft gemaakt, in de verkoop doen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Gerven. Ik schors voor vijf minuten om de laatste moties te kopiëren en rond te delen.

De vergadering wordt van 14.31 uur tot 14.36 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Van Ark:

Voorzitter, dank. Ook dank voor de inbreng van de Kamerleden, niet alleen voor de inbreng van nu, maar ook voor de schriftelijke inbreng en voor de eerdere gedachtewisselingen die met het kabinet hebben plaatsgevonden. Laat ik, voordat ik tot de appreciatie van de moties en het beantwoorden van de vragen overga, toch ook nog een aantal dingen zeggen. Ik begrijp heel goed de wens van Kamerleden om de productie die we hebben, voor Nederland te behouden. Maar het gaat hier nadrukkelijk om meer dan alleen het behouden van een fabriek. Het gaat ook om het 'hoe', om de vraag hoe we deze fabriek kunnen behouden. Wat heeft deze fabriek nodig om zich in de toekomst staande te houden? Voor dit specifieke geval van Sanquin Plasma Products B.V. (SPP) is er meer nodig dan alleen een hele hoop geld. Het gaat ook om expertise die nodig is, een netwerk om weer mee te kunnen doen in die plasmageneesmiddelenmarkt. We hebben met de Kamer van gedachten gewisseld en geconcludeerd dat de Nederlandse situatie eigenlijk te klein is om voor de eigen markt een fabriek in stand te houden, dat er veel meer plasma nodig is om te verwerken en dat men zich ook moet richten op nieuwe markten. Het consortium heeft plasma dat SPP kan verwerken, heeft expertise en heeft het netwerk om nieuwe markten aan te boren. Ik vind het van het grootste belang dat de productiefaciliteit behouden kan worden, want dan is er ook leveringszekerheid van plasmageneesmiddelen uit het Nederlandse plasma. Maar de toekomst is ook van belang.

Voorzitter. Naar de mening van het kabinet is de beste optie voor SPP deelname van het consortium, want daarmee blijft de productiefaciliteit in Nederland voor de toekomst behouden, en blijft daarmee dus ook de leveringszekerheid van plasmageneesmiddelen in Nederland voor ten minste tien jaar gegarandeerd. Dit wordt uiterst onzeker zonder deelname van het consortium.

Voorzitter. Dat gezegd hebbend, wil ik overgaan tot het beantwoorden van de vragen. Mevrouw Van den Berg heeft een aantal vragen gesteld. Zij vroeg of ik bereid ben om de Kamer voor april 2021 te informeren over de gevolgen voor de werknemers. Noemde mevrouw Van den Berg april 2021, of heb ik het er misschien zelf bijgezet? Ik zal de Kamer daarover informeren; wil ik zeker doen.

Mevrouw Van den Berg vroeg ook bij welk percentage doorverkoop van de aandelen ik zou kunnen ingrijpen en zo nodig nieuwe afspraken zou kunnen maken over het ter beschikking stellen van het Nederlandse plasma. Wanneer het consortium ten minste 25% van de aandelen verkoopt, moet SPP mij per direct informeren. Dan kan ik bezien of er aanvullende voorwaarden aan de stichting, dan wel aan SPP gesteld moeten worden, zodat de leveringszekerheid van plasmageneesmiddelen uit Nederlands plasma gewaarborgd blijft. Zodra het consortium meer dan 50% van zijn aandelen van SPP kwijtraakt, moet er sowieso opnieuw toestemming aan mij worden gevraagd. Dan zal ik, zeg ik ook in de richting van mevrouw Van den Berg, opnieuw beoordelen of SPP de juiste partij is om de plasmageneesmiddelenvoorziening in Nederland veilig te stellen. En als er zich zo'n situatie voordoet, zal ik uiteraard de Kamer opnieuw informeren.

Tot slot vroeg mevrouw Van den Berg of het plasma in Nederland alleen ingezameld kan worden tegen een door de minister bepaalde onkostenvergoeding. Dat is vastgelegd in de wet. Het is verboden om aan een donor meer dan de door hem of haar in redelijkheid gemaakte kosten te vergoeden. En in Nederland is het alleen de Stichting Sanquin toegestaan om bloed en plasma in te zamelen. De enige onkostenvergoeding die Sanquin verstrekt, is een reiskostenvergoeding; daar lijkt mij niets mis mee. Verder ontvangen donors als blijk van waardering na een aantal malen te hebben gedoneerd een attentie. Dan praten we over een attentie in de orde van grootte van een koffiemok of een badlaken. Er loopt nu een proef met een spaarsysteem waarbij de donor niet na zoveel maal automatisch een standaardattentie krijgt, maar naar keuze kan doorsparen voor iets anders. Dat kan een beleving zijn, maar ook een bedrag dat aan een goed doel geschonken kan worden.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Ik weet dat er een Europese brancheorganisatie is van de commerciële plasmabedrijven. Daar is men volgens mij juist op dit moment ook aan het kijken of men handtekeningen kan krijgen om in Nederland dat te veranderen. De minister zegt: die kunnen geen voet aan de grond krijgen, want de minister bepaalt wat de voorwaarden zijn en ook wat de onkostenvergoeding is. Wij horen namelijk dat er binnen Europa nog grote verschillen zijn.

Van Ark:

Mevrouw Van den Berg zegt het ronduit zoals ik het graag zou willen zeggen, dus ik ben het met haar eens. Dat is correct.

Voorzitter. De motie van mevrouw Van den Berg over Europese zelfvoorziening wil ik oordeel Kamer geven. Ik zal er een aantal woorden aan wijden, want dit is een heel belangrijk thema. Ik proef dat ook terug in de moties van de SP, zij het dat die een wat ander dictum hebben, maar het gaat wel over hetzelfde thema. Ik herken het ook van de gesprekken met de Kamer, maar zeker ook in de bijdrage van mevrouw Van den Berg: de Europese zelfvoorzienendheid. De plasmageneesmiddelenmarkt is voortdurend aan veranderingen onderhevig. In de jaren negentig waren er in Europa nog negen not-for-profitplasmageneesmiddelenfabrikanten actief en inmiddels zijn dat er nog slechts twee: een in Nederland en een in Frankrijk. Beide hebben te kampen met grote verliezen. Als je naar de wereldmarkt kijkt, zie je dat er nu vier partijen zijn die de markt bepalen. Behalve dat de fabrieken werden gesloten, is de inzameling van plasma ook fors gedaald. Ik denk dat mevrouw Van den Berg een heel goede agenda neerlegt. Ik kan mij vinden in het idee van een Europese zelfvoorziening. Met andere landen wil ik graag een strategie ontwikkelen om minder afhankelijk te zijn van in dit geval de Verenigde Staten. Ook de Europese Commissie heeft in de evaluatie van de Bloedrichtlijn opgemerkt dat Europa te afhankelijk wordt van Amerikaans plasma. Het is misschien als land niet mogelijk om zelfvoorzienend te zijn, maar ik wil heel graag uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit met meerdere landen op te pakken. Daarvoor zal ik ook voor de begrotingsbehandeling 2022 aan de Kamer rapporteren.

Voorzitter. De tweede motie van mevrouw Van den Berg gaat over de wenselijkheid van publiekrechtelijke sturing. Gevraagd wordt de Kamer daarover voor de begrotingsbehandeling te rapporteren. Ook die motie geef ik oordeel Kamer. Op dit moment zien we dat de Wet inzake bloedvoorziening ruim twintig jaar in werking is. Dat betekent ook dat we al langere tijd op deze wijze werken met de bloedvoorziening in Nederland. Twintig jaar geleden is ervoor gekozen om de Bloedvoorzieningsorganisatie als een private rechtspersoon te behouden. Sanquin was toen behalve een private organisatie ook een hybride organisatie. Dat betekent dat het naast het alleenrecht op het inzamelen van bloed en plasma alsmede de verkoop van kort houdbare bloedproducten, zoals rode bloedcellen, in concurrentie plasmageneesmiddelen produceerde en verhandelde. Maar inmiddels, dat weet u allen, is de productie van plasmageneesmiddelen juridisch gescheiden van de Stichting Sanquin. De Stichting Sanquin blijft wel eindverantwoordelijk voor de wettelijke taak rond plasmageneesmiddelen. Ik denk dat het goed is, en ik heb daar zeker geen bezwaar tegen, als de organisatie van de Nederlandse bloedvoorziening opnieuw onder de loep wordt genomen. Ik zou dat op een heel open wijze willen doen, waarbij eveneens de vraag die mevrouw Van den Berg hier neerlegde kan worden gesteld, of de publieke belangen die er zijn met de huidige structuur wel voldoende zijn gewaarborgd. Ik koppel daar graag voor de begroting-2022 op terug.

Voorzitter. De eerste motie van de heer Van Gerven vraagt om een uitspraak van de Kamer. Dan past het mij niet om mij daarover uit te spreken. Maar je zou kunnen zeggen dat eenzelfde strekking uit de tweede motie spreekt, waarin de regering wordt verzocht de afspraak geen doorgang te laten vinden. Deze motie ontraad ik, omdat ik ervan overtuigd ben dat het in het belang is van de leveringszekerheid en de productiefaciliteiten in Nederland dat we een toekomst nodig hebben voor SPP en dat dat op deze manier gewaarborgd kan worden. Dus deze motie ontraad ik.

De heer Van Gerven (SP):

Kijk, dat de minister niet op mijn eerste motie om een meerderheidsaandeel voor Sanquin te behouden wil ingaan, is een beetje flauw. Maar ik neem aan dat ze ook die ontraadt. Twee dingen. Allereerst: het is toch bijzonder navrant dat mensen in Nederland bloed doneren en uiteindelijk een commercieel bedrijf met de producten daarvan aan de haal gaat. Dat moeten we eigenlijk niet willen, en dat is toch het voorstel van de minister. Kan de minister daar nog eens op reageren? Kan zij ten tweede ook reageren op het feit dat de afgelopen vier jaar, voor zover de jaarverslagen openbaar zijn, SPP een winst heeft geboekt van 74 miljoen? Hoe kan dat: een winst van 74 miljoen en toch zo'n bedrijf in de uitverkoop doen?

Van Ark:

Ik voel een bepaalde terughoudendheid om spreekt-uitmoties van een appreciatie te voorzien. Maar indien de heer Van Gerven daar prijs op stelt, zou ik haar inderdaad hebben ontraden …

De voorzitter:

Dat zou ik niet doen, want anders gaan we alle spreekt-uitmoties hier becommentariëren, en dat weet de heer Van Gerven heel goed. Alles mag, maar van mij mag het niet.

Van Ark:

Voorzitter. Dan behoud ik mijn terughoudendheid en zal ik dat niet doen. Zoals de heer Van Gerven aangeeft, heb je uiteindelijk wel een organisatie nodig die dit ook kan doen, die medicijnen kan maken, die deze uit plasma kan genereren. De correlatie tussen aan de ene kant het overheidsbelang, het publieke belang, en aan de andere kant het feit dat dit in een bedrijf gebeurt, vind ik niet per se een tegenstrijdigheid, temeer daar het gaat om de publieke randvoorwaarden die je daaraan stelt. Zo zou ik de eerste vraag van de heer Van Gerven willen beantwoorden.

Wat de tweede vraag betreft: ik snap de verbazing wel. Maar ik kan de heer Van Gerven aangeven dat er in korte tijd wel het nodige is gebeurd bij SPP. Zo is een opdracht van een heel grote klant naar nul gereduceerd. Dat is onvoorzien snel gegaan. Dat had te maken met het feit dat die klant een alternatief had waarvoor geen plasma meer nodig was. Dat betekent dat er in korte tijd veel is gewijzigd voor dit bedrijf.

De heer Van Gerven (SP):

Dat was bekend. Dat is oud nieuws. Maar in 2018 werd 50 miljoen winst geboekt door SPP. Het is een cruciale voorziening voor Nederland. Het zijn belangrijke middelen, innovatief ook. In het verleden hebben ze een belangrijke bijdrage geleverd aan de bestrijding van angioneurotisch oedeem; top of the bill dus. Waarom neemt het kabinet niet de handschoen op om dit bedrijf fatsoenlijk in de benen te houden en daarin te investeren en bijvoorbeeld de samenwerking te zoeken met Frankrijk, dat in eenzelfde positie zit? Dat is ook in lijn met een van de lessen van corona, namelijk: moeten we niet meer zelfvoorzienend worden op het gebied van geneesmiddelen?

Van Ark:

Ik zou voorstellen een aantal dingen te knippen. Zelfvoorzienendheid is van wezenlijk belang. Daarom zijn de productiezekerheid en de leveringszekerheid van plasmageneesmiddelen een drijvende factor geweest bij de beoordeling van deze overname. Die is nu gewaarborgd. Tegelijkertijd heb ik ook aangegeven dat het niet gegeven is dat je met alleen geld een organisatie overeind kan houden, want je hebt expertise, een netwerk en innovatie nodig. Dat kan de overheid niet zelf voor haar rekening nemen. De Kamer geeft mij de opdracht om dat publieke belang niet uit het oog te verliezen. Ik heb ook oordeel Kamer gegeven aan de motie van mevrouw Van den Berg om de komende tien jaar te benutten — ze vraagt om hierover al volgend jaar terug te koppelen en dat lijkt mij ook goed — om te kijken of er andere routes zijn. We moeten immers niet achteroverleunen en denken: het is wel geregeld. Maar mijn allereerste belang, mijn prioriteit is om de leveringszekerheid en de productiefaciliteit in Nederland te waarborgen, en dat kan met deze constructie.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Gerven (SP):

Eén slotopmerking. Van wat hier gebeurt, zullen we veel spijt krijgen. Ik roep de verkoop van de vaccinproductie pakweg tien jaar geleden in herinnering. Daar hebben we nu heel veel spijt van. We begaan nu dezelfde fout met SPP, met de plasmageneesmiddelenproductie. Dood- en doodzonde.

Van Ark:

Ik heb nadrukkelijk het belang voor Nederland een plek gegeven in de afspraken die er liggen in de vorm van leveringszekerheid en productiezekerheid, omgeven door allerlei publieke randvoorwaarden voor het geval er wijzigingen zijn in de bedrijfsvoering. Ik denk dat de sloten op de deur, om het zo te noemen, die mevrouw Van den Berg aanbrengt, een alternatieve agenda bieden om ervoor te zorgen dat we het hoe dan ook, ook kijkend naar de Europese leveringszekerheidssituatie, verder vorm kunnen geven. Dat laat ik graag aan de Kamer weten voor volgend jaar november.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties gaan we morgen stemmen. Ik dank de minister.

De vergadering wordt van 14.51 uur tot 15.03 uur geschorst.