11 Circulaire economie

Aan de orde is het VAO Circulaire economie (AO d.d. 15/10).

De voorzitter:

Dan gaan we nu naar het volgende VAO, en dat is het VAO over circulaire economie. Ik geef mevrouw Van Eijs namens D66 als eerste spreker het woord.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik begin meteen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Europa 1,6 miljoen ton tapijtafval wordt geproduceerd, waarvan slechts 1% tot 3% wordt gerecycled;

constaterende dat 45% van de Europese markt in tapijten in handen is van Nederlandse en Belgische spelers;

overwegende dat de circulariteit van vloeren niet wordt benut terwijl de potentiële winst voor het milieu en klimaat groot is;

verzoekt de regering om voor alle vloertypen, met voorrang aan tapijten, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te verkennen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 99 (32852).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat innovatieve ondernemers op onduidelijke of knellende regels stuiten om circulaire initiatieven door te zetten;

overwegende dat het programma Ruimte in Regels afloopt en de informatievoorziening over regelgeving vanaf dan over tal van instanties gefragmenteerd is;

verzoekt de regering te onderzoeken of bijvoorbeeld Het Versnellingshuis als een centraal loket voor regelruimte voor circulaire initiatieven kan worden aangewezen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 100 (32852).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik had bedacht dat we parallel aan de Crisis- en herstelwet, waar ik het als woordvoerder ruimtelijke ordening en wonen ook vaker over heb, eigenlijk ook dat soort ruimte nodig hebben voor de circulaire economie. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat innovatieve ondernemers regelmatig op onnodige knelpunten in de regelgeving stuiten om circulaire initiatieven van de grond te krijgen;

constaterende dat de Crisis- en herstelwet ruimte in regelgeving creëert om belangrijke bouwprojecten te versnellen;

overwegende dat voor de transitie naar een circulaire economie een structurele aanpak nodig is om knelpunten te identificeren en, daar waar het niet schadelijk is voor de volksgezondheid en het milieu, ruimte mogelijk te maken;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze een transitiewet circulaire economie opgezet kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 101 (32852).

Mevrouw Kröger, een korte vraag over de moties, of één punt.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Het is een nieuw voorstel, dat volgens mij niet in het AO is gewisseld. Daarom heb ik ook de behoefte aan deze vraag. Een van de grote vraagstukken die speelt bij de Crisis- en herstelwet is natuurlijk de inspraak en de procedures. Is er genoeg inspraak van omwonenden en belangengroepen? Lopen de procedures netjes, met betrekking tot het democratisch gehalte? Hoe verhoudt zich dat tot de toch grote zorgen die ook D66 volgens mij heeft, samen met GroenLinks en andere partijen, over bijvoorbeeld de zeer zorgwekkende stoffen? Dus ik begrijp de vraag naar deze wet, alleen begrijp ik de vergelijking met de Crisis- en herstelwet niet, waar juist zo veel zwakheden in onze besluitvorming uit voortkomen.

De voorzitter:

Een korte reactie, mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Wij zoeken naar een manier om ruimte te bieden en misschien sommige uitzonderingen op wetten soms mogelijk te maken. Dat doen we ook met de Crisis- en herstelwet, bijvoorbeeld bij de aardgasvrije wijken, de gasaansluitplicht en dat soort zaken. Daarom hebben wij gedacht dat je eigenlijk ook voor een circulaire economie zo af en toe wilt kunnen zeggen dat je, als de volksgezondheid niet in het geding is en het ook niet om milieubelasting gaat — dat heb ik ook expliciet genoemd — dan misschien af en toe een regel of een wet buiten werking zou willen stellen.

De voorzitter:

Ja, maar ik ga hier even bij ingrijpen, want u, mevrouw Kröger, maakt terecht de opmerking dat het om een nieuw voorstel gaat, dat niet in het algemeen overleg aan de orde is geweest. Dat betekent dus dat je daar inhoudelijk niet met elkaar van gedachten over kan wisselen, maar dat doet u toch. Daar gaat mevrouw Van Eijs ook op reageren, dus ik wil eigenlijk aan mevrouw Van Eijs diezelfde vraag stellen. Als het niet in het algemeen overleg aan de orde is geweest, is het vrij lastig voor de rest om het te kunnen beoordelen, procedureel dan, want ik weet inhoudelijk niet waar het over gaat.

Mevrouw Van Eijs (D66):

We hebben het wel gehad over regelgeving en regels die in de weg zitten, dus de oplossing die ik hier noem, is om iets te verkennen. Ik kan me niet voorstellen dat dat zo dramatisch en problematisch is dat we zeggen dat dat niet verkend zou mogen worden, maar ja ...

De voorzitter:

Oké, maar dan gaan we echt een rare discussie voeren over iets wat niet inhoudelijk in het algemeen overleg is besproken. Tot slot, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

De reden dat ik dit zeg, is dat wij zo moeten stemmen over deze motie. Nogmaals, ik vind de analogie met de Crisis- en herstelwet zeer problematisch, dus ik had hier heel graag een inhoudelijke discussie over gevoerd met D66.

De voorzitter:

Ja, maar dan moet er een debat komen. Dat moet niet via moties.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dus ik vind het ... Maar wat betekent dat dan voor deze motie?

De voorzitter:

Geen idee.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik wil wel de reactie van de minister horen, of u dat echt inderdaad zo problematisch moet zien.

De voorzitter:

Goed. Dat gaan we dan aan de minister vragen, maar het is echt ook gewoon de gewoonte dat een VAO een afronding is van een debat dat gevoerd is in commissieverband. We moeten hier geen nieuwe voorstellen doen en ook geen nieuwe ideeën naar voren brengen of het debat opnieuw gaan voeren. Ik hoop dus dat de minister daar ook iets over zegt, want anders gaan we via VAO's opnieuw discussies entameren.

Dan ga ik nu naar mevrouw Van Esch namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb vandaag één motie meegenomen, naar aanleiding van de brief over de uitwerking van de afspraak over biomassa in het Klimaatakkoord. Die behoeft eigenlijk wel enige toelichting. De regering stelt dat zij twee principes gaat toepassen: biomassa moet duurzaam zijn, en biomassa gebruiken we zo hoogwaardig en beperkt mogelijk. Dat moet gelden voor zowel biomassa uit Nederland als biomassa uit het buitenland. Over die twee principes vroegen wij opheldering tijdens het AO. Het antwoord van de minister was wat ons betreft ontluisterend. Zij geeft namelijk aan geen invloed te hebben op de keuze of men er in het buitenland pellets of planken van maakt. Als wij de RVE met milieusubsidies spekken en zij een deal sluiten om 1 miljard kilo houtpellets uit Amerika te halen, dan zou dat dus gewoon kunnen. Door onze subsidie worden daar dan dus geen planken maar pellets van gemaakt. Niks hoogwaardig gebruik en niks beperkte toepassing. Wat is die hoogwaardige inzet waard als wij de laagwaardige inzet uit het buitenland gaan halen? Gaan wij straks met die cascadering Nederlandse bomen mooi hoogwaardig gebruiken voor planken en halen we dan alle laagwaardige biomassa uit het buitenland? Dat klinkt wat ons betreft tamelijk zinloos. Als je een prioritering wilt aanbrengen, moet er schaarste zijn, anders werkt het niet. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in de brief van 4 juli 2019 (32813, nr. 375) aangeeft in te zetten op een zo beperkt en hoogwaardig mogelijke toepassing van biomassa (zogeheten cascadering) en dit geldt voor zowel biomassa van nationale als van internationale oorsprong;

constaterende dat de minister aangeeft geen invloed te hebben op de verwerking in het buitenland;

van mening dat daardoor de verleiding ontstaat om biomassa voor laagwaardige toepassingen uit het buitenland te halen en het beoogde effect van de nationale cascadering daarmee vervalt;

verzoekt de regering aan te geven hoe zij om wil gaan met de onmogelijkheid of mogelijkheid van cascadering voor binnenlandse en buitenlandse biomassa en een plafond voor de import van biomassa in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 102 (32852).

Dank u wel, mevrouw Van Esch. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kröger namens GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb twee moties en een vraag, dus ik ga snel van start. De eerste motie gaat over de export van plastic afval naar landen buiten Europa. Een zorgelijk punt wat ons betreft.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er op dit moment nog veel plastic naar landen buiten Europa wordt geëxporteerd, in de veronderstelling dat het daar gerecycled wordt;

overwegende dat in sommige van deze landen, zoals Indonesië en Maleisië, de mogelijkheden tot recycling zeer beperkt zijn en dit in de praktijk leidt tot het storten of verbranden van plastic, hetgeen vanuit een milieuperspectief onwenselijk is;

verzoekt de regering in kaart te brengen welke juridische stappen er te zetten zijn om de export van plastic afval naar landen buiten de OESO aan banden te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (32852).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Tijdens het AO hebben wij het nodige gewisseld over de textielsector. Ik ben heel erg blij dat de minister het als prioriteit heeft om de circulariteit binnen de textielsector aan te jagen, wellicht met een sectorplan. Die doelstellingen zijn wat ons betreft te laag. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de productie van textiel een grote milieu-impact heeft, en dat het hergebruik van materialen kan bijdragen om deze te verminderen;

overwegende dat er vanuit de textielindustrie een sectorplan is opgesteld om te komen tot een circulaire keten met daarin een doelstelling voor 2030 voor gerecycled materiaal van 20%;

verzoekt de regering om de doelstelling voor gerecycled materiaal in de textielketen in lijn te brengen met de doelstelling van 50% circulaire economie in 2030,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104 (32852).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Tot slot hebben we in het AO het nodige gewisseld over de strijd tegen de microplastics. Wij hebben tweemaal Kamervragen gesteld over microplastics, plastic in compost. De minister heeft in antwoord daarop aangegeven dat ze met een aanvalsplan gft hoopt de problemen rond plastic en gft het hoofd te bieden. Wij hebben daarna nog een hoorzitting gehad met het CBS over die hele problematiek. Zij zegt ook dat de huidige regelgeving rond normen voor plastic in compost op dit moment afdoende zijn. Ik ben daar niet gerust op en ik wil heel graag de minister vragen het aanvalsplan volgend jaar te evalueren en ook in gesprek te gaan met de minister van LNV over strengere normen voor plastic in compost.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan geef ik nu het woord aan de heer Laçin namens de SP.

De heer Laçin (SP):

Dank, voorzitter. We hebben het AO op 15 oktober gehad. De week daarna hebben we onze begrotingsbehandeling gehad. Daarin hebben we stappen gezet voor statiegeld op blik. Na flesjes komt nu hetzelfde traject voor blik; de SP is daar heel blij mee. Ik wil op dat vlak aan de minister vragen of zij in het traject van flesjes ook de kansen voor blik meteen kan nemen, zodat we straks niet dubbel werk gaan doen, terwijl het nu in één keer geregeld zou kunnen worden, bijvoorbeeld met de statiegeldmachines die er straks komen.

Dan twee moties, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er steeds meer woonwijken voor hun warmtevoorziening afhankelijk zijn van afvalverbrandingsinstallaties;

overwegende dat in een circulaire economie het uitgangspunt is afvalverbranding te minimaliseren;

overwegende dat het succesvol terugdringen van afvalverbranding betekent dat deze wijken aan een alternatieve, duurzame warmtebron gekoppeld moeten worden;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe en op welke termijn deze wijken los te koppelen zijn van afvalverbrandingsinstallaties en aan te sluiten zijn op een duurzaam en betaalbaar alternatief,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (32852).

De heer Laçin (SP):

Dank, voorzitter. Dan nog een laatste motie over de recyclecapaciteit van kunstgrasvelden. Daar heb ik al een aantal keren om gevraagd, maar ik zie weinig beweging bij de sector. Vandaar deze motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland nog altijd onvoldoende capaciteit is om kunstgrasvelden te recyclen;

overwegende dat deze capaciteit belangrijk is om ongewenste kunstgrasbergen en export van kunstgrasvelden te minimaliseren;

overwegende dat de industrie niet kan garanderen wanneer deze capaciteit er wel is;

verzoekt de regering zich in te zetten om voor de zomer van 2020 voldoende recyclecapaciteit van kunstgrasvelden gerealiseerd te hebben, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 106 (32852).

De heer Laçin (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Laçin. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. De meeste mensen kennen wel fast food, maar helaas hebben we ook te maken met fast fashion: we kopen steeds meer kleding van steeds slechtere kwaliteit en we dragen dat ook steeds korter. In plaats van het aan te bieden voor recycling belandt het te vaak in de afvalbak en wordt het verbrand. Dat is de reden dat mijn fractie hier veel aandacht voor vraagt, ook in debatten. Kleding is namelijk na olie de meest vervuilende industrie ter wereld, en ook dat is iets wat veel mensen niet weten. Ik vind dat hier niet alleen een verantwoordelijkheid ligt voor consumenten, maar ook voor de textielsector. Er is nu een sectorplan voor meer duurzame textiel en dat is goed. Hoeveel ruimte ziet de minister voor zichzelf om de ambities toch nog te verhogen en te versnellen? Want er komt een beleidsprogramma textiel. Wanneer komt dat er? Uiteindelijk zal dat wel moeten bijdragen aan de doelen die we met elkaar hebben afgesproken. Om dat te bereiken, heb ik een motie. Ik hoorde dat er zojuist ook al een motie op dit punt is ingediend, dus hopelijk kunnen we elkaar versterken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat innovaties in de kleding- en textielindustrie de technische belemmeringen voor het gebruik van gerecycled textiel in kleding hebben weggenomen;

constaterende dat andere landen in Europa, maar ook productielanden als Turkije, India en Sri Lanka al stappen zetten op het gebied van circulair textiel;

overwegende dat een aantal grote internationale merken uit eigen beweging bezig is met circulair textiel, en dat er een gesprek gaande is binnen de kleding- en textielindustrie over een stap vooruit in de transitie naar een duurzamere textielketen;

overwegende dat een verplicht percentage recyclaat in kleding een positieve verandering in de textielketen met zich meebrengt en een stimulerende werking heeft die een circulaire economie op textielgebied dichterbij brengt;

verzoekt de regering om in overleg met de sector per stof een passend en haalbaar percentage recyclaat in kleding verplicht te stellen, dat tijdig aangekondigd wordt en door de jaren heen kan oplopen;

verzoekt de regering tevens deze mogelijkheid te betrekken bij het aangekondigde beleidsplan textiel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (32852).

Dank u wel, mevrouw Dik-Faber. Dan geef ik nu het woord aan de heer Von ... Nee? Dan is nu het woord aan de heer Ziengs namens de VVD. Wij hebben ongeveer dezelfde stem vandaag.

De heer Ziengs (VVD):

Ja, voorzitter, we zaten vlak bij elkaar gisteren. Waarschijnlijk is het overgeslagen.

De voorzitter:

Nou, dat soort geheimen mag u met niemand delen!

De heer Ziengs (VVD):

Bij dezen. Niemand vertelt het verder.

Voorzitter. We hebben in het algemeen overleg uitvoerig gesproken, met name over de maatregel die getroffen wordt om CO2 te reduceren. Het ging vooral om de afvalstoffenheffing op buitenlands afval. Daar was veel discussie over. Er zijn brieven over en weer gegaan. Ik heb inmiddels begrepen dat de branche iedere keer in gesprek is met het ministerie om te kijken of we tot een andere oplossing kunnen komen. Ik heb toen al gevraagd: laten we nog eens monitoren of het ook daadwerkelijk dat effect heeft. De doelstelling is natuurlijk om de CO2-uitstoot te verminderen. Daar zijn we het allemaal over eens, maar de branche geeft zelf aan: we kunnen het anders invullen et cetera. Ik ga in mijn motie vragen om een monitoring. Ik heb daarbij niet per se een termijn genoemd, maar ik neem aan dat de minister daar in haar appreciatie wellicht al wat richting aan kan geven, zodat er in ieder geval tijdig gemonitord wordt en een nieuwe oplossing wellicht tijdig ingevoerd kan worden, gedurende het jaar 2020. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet met een importheffing op buitenlands afval primair beoogt om in het kader van het Urgendavonnis 0,2 megaton CO2 te reduceren;

constaterende dat overgegaan is op deze maatregelen in het Belastingplan terwijl de sector heeft aangegeven bereid te zijn investeringen te doen in het kader van Urgenda om te komen tot een reductie van 0,2 megaton CO2;

verzoekt de regering het effect van de importheffing op buitenlands afval te monitoren om te bepalen of de doelstelling van een reductie van 0,2 megaton CO2 ook daadwerkelijk wordt gehaald, en om de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 108 (32852).

De heer Van Aalst heeft waarschijnlijk een vraag over de ingediende motie.

De heer Van Aalst (PVV):

Ja, dat klopt, voorzitter. Ik heb toch een vraag aan mijn collega van de VVD. Betekent dat ook dat de importheffing niet ingevoerd gaat worden zolang we aan het monitoren zijn?

De heer Ziengs (VVD):

Nee, dat betekent dat voorlopig niet, want we hebben te maken met een Belastingplan en dat Belastingplan ligt al voor bij de Eerste Kamer. Je zou hooguit kunnen overwegen — ik geef dat alleen maar mee aan de minister — om uiteindelijk tot een reparatie te komen volgend jaar, maar je zult eerst zeker moeten weten of het effect gehaald wordt of niet. Dat is ook de reden waarom ik op deze wijze de motie heb ingediend. De branche heeft aangegeven andere oplossingen te hebben. Vooralsnog heb ik er geen zicht op of dit ook daadwerkelijk dezelfde effecten heeft, dus ik geef de minister de gelegenheid om dat te bepalen. Dan zou je daar volgend jaar wellicht iets aan kunnen doen in de appreciatie, mits dat tijdig gebeurt; vandaar dat ik vroeg om een termijn te koppelen aan de monitoring.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):

Dus als ik het goed begrijp, blijft de VVD bij het kabinetsstandpunt dat bedrijven opgezadeld worden met een extra kostenpost die ze uiteindelijk niets op gaat leveren? Want dat is wat zo meteen uit die monitoring komt.

De heer Ziengs (VVD):

Dat is veel te kort door de bocht. We hebben dit in de debatten iedere keer met elkaar gedeeld. Er is een doelstelling in de Urgenda-agenda vastgesteld. Die cijfers liggen er nu eenmaal. De branche heeft aangegeven dat ze het op een andere manier zouden kunnen gaan invullen. We hebben daar over en weer uitvoerig met elkaar over gesproken en dat is de reden waarom ik de motie op deze wijze indien.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ziengs. Ik kijk even of de minister behoefte heeft aan een schorsing van twee minuten. Dat is het geval. Dan wachten we twee minuten.

De vergadering wordt van 13.11 uur tot 13.16 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. U vroeg mij op enig punt om te reflecteren op zaken die wel of niet in het debat aan de orde waren geweest. Soms worden er ook vragen gesteld, die niet bij dezelfde bewindspersoon zitten maar weer moeten worden doorverwezen. Dat is misschien ook iets wat de Kamerleden zelf een keer onderling willen bespreken. Wij doen natuurlijk altijd ons best om de vragen als die gesteld worden, in ieder geval van een antwoord te voorzien. Dat vraagt dan soms ook even voorbereidingstijd.

Ik ga proberen snel te antwoorden. Over de motie op stuk nr. 99 laat ik het oordeel aan de Kamer. Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 100.

De motie op stuk nr. 101 vraagt om een transitiewet. Er wordt op dit moment bezien of de Wet milieubeheer meer kan aansluiten bij de transitie naar een circulaire economie. Dus zou ik mevrouw Van Eijs willen vragen om deze motie aan te houden totdat de analyse gereed is. Dan is er ook een gelegenheid om een debat te voeren op basis van de analyse; ik denk dat dat dan ook aansluit bij de vraag van mevrouw Kröger.

Dan de motie op stuk nr. 102 over biomassa ...

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik vind het prima om de motie aan te houden, maar wat ik inderdaad wel zoek ...

De voorzitter:

Nee, mevrouw Van Eijs. U vraagt om een wet, via een motie. Dat is zeer ongebruikelijk. Een VAO is een afronding van een debat dat gevoerd werd, waarbij misschien sprake was van een verschil van mening tussen Kamer en bewindspersoon. Via een motie wilt u iets voor elkaar krijgen. Maar om via een motie iets totaal nieuws ...

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Voorzitter, het ligt wel in het verlengde van wat in het AO besproken is. Daar is gesproken over de taskforce.

De voorzitter:

Nee, nee, ik heb het gecheckt bij de griffiers en daar ga ik op af. Meneer Van Aalst, ik wil dus eigenlijk dat hier niet over wordt gesproken. Het spijt me.

De heer Van Aalst (PVV):

Nee, helemaal mee eens. Maar ik heb een punt van orde. Ik dacht eigenlijk dat de minister zich er niet mee ging bemoeien, vervolgens doet ze toch uitspraken. Het is juist deze minister die weigerde een onderwerp van de VVD te behandelen in een AO, omdat er hier plenair over gesproken werd.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dat was een debat dat hier tegelijkertijd in de plenaire zaal plaatsvond. Maar ik denk dat het heel goed is dat we met elkaar nog een keer de regels daarover doorspreken. Dan weten we allemaal wat we van elkaar kunnen verwachten.

Dan de motie op stuk nr. 102 over biomassa. De planning is als volgt. In het eerste kwartaal van 2020 zal de SER een advies uitbrengen, daarna zal besluitvorming komen in het kabinet, en dan komt het voorstel ook naar de Kamer. In dat duurzaamheidskader gaan we ook in op cascadering. Dus ik zou de Partij voor de Dieren willen vragen om de motie aan te houden. Anders moet ik haar op dit moment ontraden.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Oké, ik houd de motie wel even aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (32852, nr. 102) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dan de motie op stuk nr. 103 van mevrouw Kröger. Die interpreteer ik als een vraag om informatie: zet het nou allemaal nog eens op een rij, want er zijn al een aantal internationale afspraken. Dus als ik de motie mag interpreteren als een informatievraag, geef ik haar oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 104 over de textielketen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de motie op stuk nr. 107. Het zijn allemaal goede gedachten, maar ik ben nog bezig met dat beleidsprogramma voor circulair textiel. Dus zou ik willen verzoeken om de motie aan te houden totdat het beleidsprogramma er ligt. Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 107, want we zijn ermee bezig.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

De motie wordt natuurlijk juist ingediend omdat de minister ermee bezig is. De motie geeft de minister de opdracht mee om de doelstellingen van dat textielprogramma in lijn te brengen met de doelstellingen voor een circulaire economie. Misschien kan de minister aangeven of dat haar intentie is. Dan wil ik haar best aanhouden, maar ik wil even snappen hoe deze twee doelstellingen zich tot elkaar verhouden.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De doelstelling van 50% in 2030 is een doelstelling over de hele breedte. Het kan best zijn dat we, net als bij het Klimaatakkoord, komen tot verschillende doelstellingen voor verschillende sectoren. In the end moet alles natuurlijk "in lijn zijn met", maar deze motie zou ook kunnen suggereren dat het per se 50% moet zijn voor textiel. Dan kan ik er niet op voorhand een uitspraak over doen. Dat datgene wat we doen in lijn moet zijn met onze eigen doelstellingen, is natuurlijk mijn uitgangspunt voor de gesprekken.

De voorzitter:

Mocht mevrouw Kröger de motie niet willen aanhouden, wat is dan het oordeel?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dan zou je kunnen zeggen dat de motie overbodig is, want we proberen natuurlijk om het met elkaar in lijn te brengen, maar dat vind ik onaardig.

De voorzitter:

Nee, dan is het ontraden, want dat is ...

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Nee, want ik snap wel dat zij graag die check wil hebben: is het er echt mee in lijn? Die ambitie vind ik ook logisch. Daarom is mijn verzoek om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Maar we hebben ook een afspraak met elkaar. Als een motie echt overbodig is, dan is het oordeel ontraden. Zo hebben we het met elkaar afgesproken.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Daarom is het ook goed om er even over van gedachten te wisselen of zij bedoelt dat het gewoon in lijn moet zijn met, of dat ze per se 50% wil. Ik had de motie in eerste instantie geïnterpreteerd als het tweede. Daarom zei ik: dan moet u even wachten op de gesprekken die ik aan het voeren ben, want dan zal blijven of het ook 50% is of dat er voor textiel misschien een andere doelstelling uit komt, binnen dat totale pakket dat het 50% moet zijn in 2030.

De voorzitter:

Wat gaat u doen, mevrouw Kröger?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik interpreteer deze wisseling maar als een ferme toezegging van de minister dat zij in gesprekken met de textielsector zorgt voor doelstellingen in lijn met de 50% circulaire economie.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Zeker.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dan houd ik mijn motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (32852, nr. 104) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik had precies dezelfde vraag als mevrouw Kröger. Mijn motie gaat eigenlijk nog wel verder dan haar motie. Ik weet dat de winkeliers allemaal naar elkaar kijken. Iedereen wacht op elkaar, en men kijkt eigenlijk naar de overheid om doelen op te stellen voor specifieke textielstromen. Ik heb geen percentage in de motie opgenomen, omdat het per stof heel verschillend kan zijn, maar ik ben er wel van overtuigd dat het er moet komen. Volgens mij wil de branche dit ook.

De voorzitter:

En de vraag is?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb aan de minister gevraagd of zij in haar eigen programma ruimte ziet om af te wijken van het sectorplan en dus een hogere ambitie neer te zetten. Als dat zo is, dan zou ik heel graag mijn motie willen aanbevelen, die medeondertekend is door de heer Von Martels ...

De voorzitter:

Dit is een lang betoog, mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ja, voorzitter, maar ...

De voorzitter:

Een korte reactie van de minister.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Hiervoor geldt: we vinden het een goede gedachte, maar ik moet een voorbehoud maken om een aantal juridische aspecten hieromtrent. Dat is ook de reden waarom ik ook bij deze motie het verzoek zou willen doen om haar aan te houden. Ik kan nu namelijk gewoon niet beoordelen of die juridische aspecten echt belemmeringen zijn waardoor ik de motie zou moeten ontraden, of dat het een punt is waar we wel wat mee kunnen. Dat zullen we uitzoeken. Ook in de gesprekken nemen we dat zeker mee.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Dik-Faber. Wat doet u met de motie?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik vind het wel ingewikkeld als het allemaal zo kort moet, voorzitter. Maar goed, ik ga mijn best doen. Mijn vraag is: kan dan op een rij gezet worden wat de juridische belemmeringen zijn, en is er nog tijd — het beleidsprogramma textiel zou namelijk eind dit jaar komen; dat is nu — om daar aanpassingen in aan te brengen?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Jazeker. Op dat punt kan ik mevrouw Dik-Faber geruststellen. We zullen het op een rij zetten. Aan het eind van het eerste kwartaal van volgend jaar willen we met dat beleidsprogramma circulair textiel komen. Er is de komende maanden dus echt nog tijd voor dat gesprek, waarbij we dit dan ook nog kunnen betrekken. Ik hoop dat ik mevrouw Dik-Faber daarmee geruststel.

De voorzitter:

Ik weet niet wat mevrouw Dik-Faber gaat doen met de motie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ga er nog even over nadenken, en in ieder geval met mijn mede-initiatiefnemer overleggen.

De voorzitter:

En mocht mevrouw Dik-Faber de motie niet aanhouden?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dan moet ik haar ontraden, omdat ik de juridische aspecten niet helemaal kan overzien en het nu dus niet via een motie aan het oordeel van de Kamer kan laten.

De voorzitter:

Oké. Gaat u verder.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Maar we werken allemaal in dezelfde richting. We willen allemaal graag zo snel mogelijk zo veel mogelijk ambitie. Dat delen we, maar we moeten soms ook even een slag om de arm houden.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 105 van de heer Laçin. Die vraagt: hoe kunnen wijken losgekoppeld worden van de AVI's? Dit is een voorstel dat over warmtenetten gaat. Dat ligt bij de minister van EZK. Hij komt met een voorstel daarover. Ik zou de heer Laçin dus willen zeggen: ik kan de motie doorverwijzen naar EZK met het verzoek om een oordeel; ik kan het alleen niet zelf geven.

De heer Laçin (SP):

We hebben dit wel gewisseld in het AO. Het stond ook gewoon op de agenda van het AO. We hebben met deze commissie ook een rondetafel gehad hierover. Nu wordt het aan het eind doorverwezen naar EZK. Ik vind het gek dat wij dit als commissie continu bespreken en het dan wordt doorverwezen. Maar goed, die discussie wil ik niet aangaan met de minister. Zou zij de motie willen doorverwijzen, en denkt de minister dat er dan ook voor dinsdag een appreciatie zou kunnen komen?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Voordat we over en weer irritaties krijgen: er worden wel vaker dingen in een algemeen overleg opgebracht waarvan ik in dat algemeen overleg ook aangeef dat het niet in mijn portefeuille zit. De warmtevoorziening in wijken zit primair niet in mijn portefeuille. Duurzame energievoorziening is de verantwoordelijkheid van de minister van EZK. Maar ik ben graag bereid om deze door te geleiden, ook met het verzoek of er nog voor dinsdag een appreciatie op de motie kan komen.

De voorzitter:

Oké. Dank u wel.

De heer Laçin (SP):

Dank.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dan kom ik op een motie van de heer Laçin over voor de zomer van 2020 inzetten op de capaciteit om kunstgrasvelden te recyclen. Sterker nog, dan moet die capaciteit gerealiseerd zijn. Er wordt gewerkt aan recyclingcapaciteit, maar dat is helaas ook vertraagd door de stikstofproblematiek. Er is aan een initiatief in Amsterdam een vergunning verleend. De verwachting is dat er voor de zomer recyclingcapaciteit beschikbaar zal zijn, maar de vraag is of dat voldoende zal zijn. Het is ook niet de regering die dat kan realiseren, maar dit is de stand van zaken op dit moment. De motie zoals die nu is opgeschreven, moet ik dus helaas ontraden.

Voorzitter. Dan kom ik op de motie op stuk nr. 108 over de monitoring. Wij zullen dat zeker monitoren. EZK zal daarover en over alle Urgenda-maatregelen rapporteren wanneer het rapporteert bij de KEV. Het gaat hier natuurlijk om de reductie die we in Nederland weten te bereiken. Maar ik wil naar de heer Ziengs toe graag onderstrepen dat wij inderdaad heel goed in gesprek zijn met de sector om te kijken of er andere plannen zijn die hetzelfde zouden kunnen realiseren. Misschien hebben die nog allerlei mooie bijeffecten, dus wij zijn daarover graag in constructief gesprek. Dat zal niet meer gelden voor het Belastingplan van dit jaar, dat net is vastgesteld, maar we kijken of we richting volgend jaar daarover nog tot betere plannen met elkaar kunnen komen. Daar kan die monitoring ook onderdeel van uitmaken. Het is dus oordeel Kamer.

De heer Van Aalst (PVV):

Ik heb een korte vraag. Volgens mij is er een nieuw artikel toegevoegd dat zegt dat van alle beleidsmaatregelen die getroffen worden, de doeltreffendheid moet worden vastgesteld. Is dat niet exact waar deze motie om vraagt? En is dat dan niet bestaand beleid?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ik weet niet exact op welk artikel de heer Van Aalst doelt, maar ik denk dat de heer Ziengs in zijn motie vraagt: kijk gewoon goed naar het effect. Dat moet inderdaad in ieder geval gebeuren, net als de Kamer daarover informeren. Ik heb net ook even de bredere context geschetst van het gesprek met de sector.

De heer Ziengs (VVD):

De minister antwoordde terecht dat het rapporteren over hoe die maatregelen daadwerkelijk uitpakken natuurlijk vanuit EZK komt. Maar ik had gevraagd naar een termijn bij die monitoring. Daar had ik geen goed zicht op. Wellicht heeft de minister daar wel zicht op.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ik denk dat dat in het najaar zal gebeuren bij de KEV. Het is dus ook belangrijk dat wij de gesprekken in de tussentijd alvast gewoon voeren.

Er waren nog twee vragen gesteld. De eerste was van mevrouw Kröger: kunt u het aanvalsplan evalueren en met de minister van LNV in gesprek gaan? Ja, dat zullen wij zeker doen. Er lopen een aantal pilots. Wij zullen dat allemaal bekijken. Het leek ons wel goed om dat te doen nadat het een jaar heeft gelopen, dus voor het einde van het jaar kan er een evaluatie plaatsvinden. We zullen ook LNV daarbij betrekken.

De heer Laçin vroeg of we bij de invoering van de flesjes rekening kunnen houden met de blikjes. We zijn bezig met de uitvoering van de motie. We betrekken al dit soort aspecten natuurlijk ook in het verdere gesprek met de sector. Een lopend traject kan alleen niet meer gewijzigd worden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen. Ik dank de minister voor haar antwoorden. Ik schors de vergadering tot 14.00 uur. Dan gaan we eerst stemmen. Daarna hebben we de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt van 13.28 uur tot 14.05 uur geschorst.

Naar boven