Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 33, item 5

5 Klimaat en energie

Aan de orde is het VAO Klimaat en energie (AO d.d. 29/11).

De voorzitter:

We gaan nu over tot het VAO Klimaat en energie. Ik zie dat de eerste spreekster nog niet gereed is. We wachten even.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het VAO Klimaat en energie. Ik geef mevrouw Beckerman namens de SP het woord.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, dank u wel. In Limburg zitten mensen met mijnbouwschade al lang in onzekerheid. Daarover wil ik twee moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de rechtbank in Roermond uitgesproken heeft dat de mijnbouwschade van twee inwoners van de gemeente Kerkrade niet is verjaard;

overwegende dat de minister dit proefproces als leidraad zou gebruiken bij verdere besluitvorming;

constaterende dat veel Limburgers lange tijd in onzekerheid zitten en dat een hoger beroep weer een lange tijd gaat duren;

verzoekt de regering niet in hoger beroep te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 250 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):

Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er nog vele Limburgers met mijnbouwschade in onzekerheid zitten;

verzoekt de regering alle Limburgers met mijnbouwschade die een zaak hebben liggen bij de Tcbb voor 1 juli duidelijkheid te geven of de schade mijnbouwgerelateerd is, en indien dat het geval is zo snel mogelijk over te gaan tot vergoeding conform de hiervoor op te zetten vernieuwde regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Agnes Mulder en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 251 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):

Daar laat ik het bij, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Beckerman. Mevrouw Akerboom namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Akerboom (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste is naar aanleiding van het zorgwekkende nieuws dat milieuorganisaties overwegen om hun handtekening niet onder het klimaatakkoord te zetten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat al bijna een jaar polderen nog altijd niet heeft geleid tot maatregelen die de opwarming van de aarde tot 1,5°C beperken;

constaterende dat milieuorganisaties nu dreigen het klimaatakkoord niet te tekenen omdat de afspraken wat hen betreft niet leiden tot het halveren van de broeikasgassenuitstoot in 2030;

spreekt uit dat het poldermodel geen geschikt model is voor effectief klimaatbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Akerboom en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 252 (32813).

Mevrouw Akerboom (PvdD):

Uit deze berichtgeving over de onderhandelingen aan de klimaattafels blijkt dat we effectief klimaatbeleid niet over moeten laten aan de grillen van de markt. Dat geldt ook voor de subsidieregelingen op duurzame energie. Het is nu tijd voor politiek leiderschap, en daarvoor dien ik de volgende twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de productie van mest veel energie kost; alleen al de invoer van veevoer kost net zo veel energie als 5 miljoen huishoudens verbruiken;

constaterende dat het vergisten van mest weinig energie oplevert;

overwegende dat mest derhalve geen duurzame energiebron is;

verzoekt de regering in de SDE++-regeling subsidies voor mestvergisting uit te sluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Akerboom. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 253 (32813).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat biomassa schaars is en er goed afgewogen dient te worden waar dit nu ingezet wordt;

constaterende dat de ISDE-regeling voor een groot deel wordt benut voor het plaatsen van pelletkachels en biomassaketels;

constaterende dat er duurzame alternatieve methodes zijn om woningen te verwarmen;

verzoekt de regering om de subsidie voor de aanleg van pelletkachels en biomassaketels te schrappen uit de ISDE-regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Akerboom. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 254 (32813).

Mevrouw Akerboom (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Akerboom. Dan ga ik nu naar de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. De alarmerende berichten tuimelen over elkaar heen. Gisteren nog het bericht dat er een mondiale stijging is van 2,7% CO2-uitstoot. Het lukt ons niet eens de uitstoot te stabiliseren, laat staan terug te brengen. Ook in Nederland zien we een stijging van de CO2-uitstoot. En drie gerenommeerde onderzoeksbureaus stellen nu al dat we het Urgendadoel niet halen. En niet voor een klein beetje: we komen maar op 15% uit in 2020 in plaats van de vereiste 25%. We hebben de minister gevraagd om een reactie te geven op de druk die de milieuorganisaties nu aan het uitoefenen zijn in de laatste fase van de onderhandelingen. We krijgen een nietszeggend briefje, en ondertussen wordt er onderhandeld aan tafels, ook op het ministerie zelf met alle partijen, en in het cockpitoverleg met heel veel piloten vanuit het kabinet en de coalitie. Als Kamer krijgen we niet te horen wat voor concrete stappen er nu aanvullend op tafel worden gelegd door de regering. Dat is ontzettend nodig. Dat geldt ook voor maatregelen die nu nog in het regeerakkoord zijn uitgesloten. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onderhandelingen rond het klimaatakkoord zich in een moeizame slotfase bevinden;

constaterende dat we afstevenen op 15% minder CO2-uitstoot in 2020, in plaats van de benodigde 25% voortkomend uit het Urgendavonnis;

overwegende dat het regeerakkoord de invoering of voorbereiding van specifieke instrumenten blokkeert die noodzakelijk zijn voor het behalen van de Nederlandse klimaatdoelen op de korte en lange termijn;

overwegende dat de klimaatcrisis urgenter is dan ooit;

spreekt uit dat de regering boven het regeerakkoord uit dient te stijgen om rechterlijke uitspraken te kunnen honoreren en daadwerkelijk een CO2-reductie van 49% in 2030 te behalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 255 (32813).

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Lee. Dan ga ik nu naar de heer Sienot namens D66.

De heer Sienot (D66):

Mevrouw de voorzitter. Het is vandaag een belangrijke dag voor het klimaat. Nu hebben we het VAO en straks de behandeling van de Klimaatwet. Tijdens het AO heb ik aandacht gevraagd voor het subsidiefoutje in de SDE+ waardoor zonvolgende zonnepanelen, die een nog grotere potentie hebben dan gewone zonnepanelen, minder subsidie ontvangen. Het PBL heeft daar een voorstel voor. Wil de minister dit voorstel overnemen en zo snel de kansen pakken voor zonvolgende zonnepanelen?

Verder willen we dat de energierekening voor iedereen goed betaalbaar is. Daar moeten we aandacht voor houden. Elk jaar ligt er bij het overstappen naar een andere energieleverancier een kans om goedkoper en groener energie af te nemen. Het ministerie voert op dit moment al campagne via energiebesparendoejenu.nl. Ziet de minister net als D66 kans om via dit soort campagnes huishoudens te wijzen op kansen om hun energierekening groener en goedkoper te maken?

Dan heb ik nog één motie, mevrouw de voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland zich gecommitteerd heeft aan een duurzame-energiedoelstelling van 14% duurzame energie in 2020;

constaterende dat we in 2018 op 7% duurzame energieopwekking in Nederland blijven steken en daarmee ongeveer halverwege de doelstelling zijn;

overwegende dat deze situatie in 2014 bij de bepalingen omtrent het SDE+-instrumentarium niet kon worden voorzien;

constaterende dat er in Europees verband samengewerkt kan worden met andere lidstaten middels het Joint Project Mechanism om meer duurzame energie te produceren, die meetelt bij het Nederlandse streefcijfer;

verzoekt de regering te verkennen hoe het Joint Project Mechanism ingezet kan worden voor het behalen van de duurzame-energieopwekkingsdoelstelling;

verzoekt de regering tevens de Tweede Kamer hierover te informeren voor het zomerreces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 256 (32813).

De heer Sienot (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Agnes Mulder namens het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter, dank. Laat ik beginnen met het onderwerp dat mij het meeste dwarszat en waar de minister toch wel een hele mooie toezegging over heeft gedaan tijdens het debat dat wij hadden over schade in Limburg en na-ijleffecten van de mijnbouw. De minister gaat doen wat het CDA graag wil. Hij gaat namelijk uiteindelijk de schade vergoeden uit het waarborgfonds. De vorige minister wilde dat niet. Daarom kwam er een tijdelijk calamiteitenfonds in Limburg. Daarmee zijn de gedupeerden geholpen. Dat vind ik een goede zaak. Maar ik vind nog steeds dat het niet klopt. Dat was een slechte politieke keuze van de vorige minister. Als de minister vindt dat hij in beroep moet gaan, dan is dat aan hem, maar ik heb in het afgelopen debat dus ook de toezegging gekregen dat hij wel opkomt voor deze mensen. Dat is waar het het CDA om gaat. Daarom heb ik net ook de motie ondersteund van collega Beckerman en collega Wassenberg. Ik vind het echt essentieel dat we dat goed regelen en dat dat waarborgfonds uiteindelijk de plek is waar mensen met mijnbouwschade terechtkunnen, ook na verjaring, na 30 jaar, als de mijnbouwonderneming niet meer bestaat. De mijnbouwbedrijven zullen dat waarborgfonds dan ook moeten gaan vullen, want het kan niet zo zijn dat iedereen de voordelen heeft en dat een beperkt aantal mensen met de nadelen blijven zitten. Dat is voor het CDA ontzettend belangrijk. Daarom ben ik toch wel superblij met de toezegging die de minister heeft gedaan tijdens het debat.

Ik zal de motie van mevrouw Beckerman over het in beroep gaan niet steunen, want voor mij is het van belang dat de mensen worden geholpen en het probleem wordt opgelost. Die toezegging heb ik ook gekregen van de minister en ik ben daar ongelofelijk blij mee. Dat we deze stap nu als Kamer kunnen zetten is historisch.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Meneer Van der Lee, een korte vraag, want in het algemeen overleg is al uitgebreid gesproken.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik zal het heel kort formuleren: waar blijft uw voorstel om de gele hesjes aan de klimaattafels uit te nodigen?

De voorzitter:

O, dat is een nieuw punt.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja, dit was ook geen onderwerp van gesprek in het debat, maar ik wil de vraag wel beantwoorden. Ik heb in deze Kamer al veel eerder moties ingediend over draagvlak en over ervoor zorgen dat mensen hun ideeën kwijt kunnen. Volgens mij heeft zelfs meneer Van der Lee die moties over draagvlak destijds gesteund. Ik snap dus eigenlijk niet zo goed waar de heer Van der Lee nu naartoe wil.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Waar ik naartoe wil, is dat uw fractievoorzitter deze oproep deze week deed. Dan verwacht ik bij het eerste debat waarin we spreken over het klimaatakkoord en de onderhandelingen daarover, dat het CDA daar invulling aan geeft. Ik vind het merkwaardig dat ik wel voortdurend hoor dat de burger moet worden ontzien waar mogelijk — daar ben ik het mee eens — maar dat ik niet van het CDA hoor dat je dan vervolgens extra druk zult moeten leggen op de industrie en op de energiesector om die 49% te halen, die u zelf in het regeerakkoord heeft gezet.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja, maar meneer Van der Lee doet wel even heel veel aannames in één vraag. Daarmee doet hij echt het hele proces tekort dat gaande is aan de klimaattafels. Hij loopt ver voor de troepen en de muziek uit. Dat is een keuze van GroenLinks ...

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

... dus het slaat eigenlijk helemaal nergens op dat de heer Van der Lee dat op dit moment doet.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Laat hij gewoon de mensen aan de tafels de rust geven om tot een goed resultaat te komen en ...

De voorzitter:

We zijn net begonnen!

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

... wij zullen daarachter staan.

Dank u wel.

De voorzitter:

We gaan nog de hele dag door. Wees een beetje aardig voor elkaar.

Tot slot de heer Moorlag namens de PvdA.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Een beetje aardig zijn voor elkaar, dat spreekt mij wel aan. Dat geldt ook voor het aardig zijn voor de werknemers die zich zorgen maken over het voortbestaan van hun baan. Want de energietransitie zal ongelofelijk veel nieuwe werkgelegenheid gaan generen, met nieuwe, groene banen. Er liggen gewoon kansen. Maar er zijn ook bedrijfstakken waarin werkgelegenheid verloren gaat. Dat kan vrij plotseling en schoksgewijs gaan. Dat punt wil ik met de volgende motie onderstrepen. Ik wil ervoor zorgen dat we die mensen niet een koude schouder bieden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de energietransitie zal leiden tot het verdwijnen van werkgelegenheid in de fossiele economie en daaraan gelieerde bedrijfstakken;

overwegende dat dit kan leiden tot schadelijke gevolgen voor de werkgelegenheid en de rechtspositie van werknemers, in het bijzonder in de kolenketen;

overwegende dat de SER heeft gesteld dat het opvangen van deze schadelijke gevolgen de verantwoordelijkheid van sociale partners overstijgt en mede een verantwoordelijkheid van de overheid dient te zijn;

verzoekt de regering mee verantwoordelijkheid te nemen en daartoe in beeld te brengen welke effecten het voorgestelde verbod op elektriciteitsproductie met kolen heeft voor de positie van werknemers, in het bijzonder in de kolenketen, en in samenspraak met sociale partners aanvullende maatregelen en voorzieningen te treffen om de gevolgen op een sociale wijze op te vangen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 257 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Moorlag. Ik kijk nu even naar de minister. Vijf minuten? Ja. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 10.55 uur tot 11.00 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Minister Wiebes:

Voorzitter. Ik begin even met de twee vragen die beide door de heer Sienot gesteld zijn. Hij spoort mij aan om het advies van het PBL over de zonvolgende systemen te volgen in de volgende SDE-ronde. Ik zie dat als een aansporing. Het antwoord daarop komt nog voor het reces. Dan zal ik de Kamer laten weten hoe wij met de volgende ronde omgaan.

Ten tweede wijst hij erop dat campagnes mensen kansen moeten bieden om hun energierekening te verlagen. De campagne wordt natuurlijk uitgebreid. We willen die zo veel mogelijk laten aangrijpen bij natuurlijke keuzemomenten, zoals een nieuwe keuken of wat dan ook. Ik zal de heer Sienot eerlijk opbiechten dat ik niet van plan ben om daarin sterk in te zetten op switchmogelijkheden tussen energieleveranciers, want ik vind dat dat echt aan de markt is. Particuliere bedrijven maken reclame. Dat hoeft de overheid niet voor hen te doen.

Voorzitter. Ik kom dan aan de moties, allereerst bij de motie op stuk nr. 250. Ik heb in het debat duidelijk aan mevrouw Beckerman uitgelegd waarom ik echt vind dat er in beroep gegaan moet worden. Het is niet zo dat ik ten principale vind dat we de mensen daar in de kou moeten laten staan, maar ik vind wel dat we helderheid moeten hebben. Die motie ontraad ik dus.

Het oordeel over de motie op stuk nr. 251 laat ik aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 252 van mevrouw Akerboom betreft niet mij. Dat is iets waar de Kamer zelf over na moet denken.

De moties op de stukken nrs. 253 en 254 ontraad ik. Ik wijs er wel op dat er een evaluatie van de ISDE komt. Wie weet wat daaruit komt.

De motie op stuk nr. 255 van de heer Van der Lee betreft de Kamer.

Wat in de motie op stuk nr. 256 staat, is in het debat al even aan de orde gekomen. Ik denk dat ik met de heer Sienot op één lijn zit, dus die motie laat ik oordeel Kamer.

Een belangrijke motie is die van de heer Moorlag op stuk nr. 257. Dat is eigenlijk de motie die echt gaat over de gele hesjes. Die laat ik graag oordeel Kamer. We moeten zorgen dat mensen zich als gevolg van de energietransitie niet onveilig hoeven te voelen in hun baan.

Voorzitter, tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn we aan het eind van dit VAO gekomen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties gaan we volgende week dinsdag stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.