Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 33, item 6

6 Klimaatwet

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het Voorstel van wet van de leden Klaver, Asscher, Beckerman, Jetten, Dik-Faber, Yesilgöz-Zegerius en Agnes Mulder houdende een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken (Klimaatwet) ( 34534 ).

De voorzitter:

Aan de orde is het Voorstel van wet van de leden Klaver, Asscher, Beckerman, Jetten, Dik-Faber, Yesilgöz-Zegerius en Agnes Mulder houdende een kader voor het ontwikkelen van beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken, oftewel: de Klimaatwet, Kamerstuk 34534.

Ik heet alle initiatiefnemers van harte welkom. Het is ontzettend mooi om te zien dat zeven partijen met verschillende politieke kleuren elkaar hebben gevonden en tot een initiatiefwetsvoorstel zijn gekomen. Dus ik zeg nu alvast: van harte gefeliciteerd. Het hoort achteraf, maar dit geval is echt een uitzondering. Ik vind het heel bijzonder om het mee te maken.

Bij de verdediging van het wetsvoorstel worden zij in vak-K ondersteund door mevrouw Dominique Crijns, beleidscoördinator klimaat bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de heer Tom Smolders, jurist bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de heer Yorian Bordes, beleidsmedewerker bij de GroenLinksfractie en de heer Michel Crevecoeur, beleidsmedewerker bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ook van harte welkom. Tevens heet ik van harte welkom de minister van Economische Zaken en Klimaat. Ik kan hem bijna niet zien, want hij zit bijna helemaal in de hoek van vak-K. Hij zal bij de behandeling van dit wetsvoorstel optreden als adviseur van de Kamer.

Vandaag is de eerste termijn van de zijde van de Kamer aan de orde. De voortzetting van deze wetsbehandeling vindt misschien voor het kerstreces plaats, of anders daarna. Ik ben heel blij dat in ieder geval twee Kamerleden die vaak standaard bij de interruptiemicrofoon staan, de heer Klaver en de heer Asscher, vandaag in vak-K zitten en alleen maar luisteren.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef nu het woord aan de eerste spreker, de heer Sienot namens D66.

De heer Sienot (D66):

Voorzitter. Toen ik negen jaar geleden mijn baan bij een wereldwijd bekend IT-bedrijf opzei om me in te zetten tegen klimaatverandering, had ik niet durven dromen dat ik hier vandaag als eerste spreker zou staan om deze historische Klimaatwet te bespreken. Zeker niet als ik bedenk hoe ik destijds voor mezelf begon. Als blogger voor verschillende duurzame websites reisde ik naar Kopenhagen om de Klimaattop te volgen. Hoewel daar de afspraak werd gemaakt om binnen de 2˚C-opwarming te blijven, ging iedereen toch met een kater naar huis. Het gevoel van urgentie en actie ontbrak op die top. Ik schreef weliswaar voor een website met optimistisch nieuws, maar de moed zakte even in mijn schoenen. Kunnen we klimaatverandering, zo'n grote bedreiging voor ons gezamenlijke leven op aarde, echt niet gezamenlijk aanpakken?

Maar die twijfel duurde niet lang. Sindsdien heb ik intensief gevolgd hoe mensen in de samenleving zelf de handschoen oppakken. Allerlei mensen komen op hun eigen manier in actie voor het klimaat, met grote en kleine keuzes in hun persoonlijke leven, door te kiezen voor groene stroom of zonnepanelen, door vaker de fiets te pakken, door plastic afval te scheiden. Anderen beginnen vanuit hun zolderkamer een bedrijf in zonne-energie. En weer anderen openen een groene spaarrekening. Kortom, de samenleving loopt al een tijdje harder richting een groene toekomst dan politiek Den Haag. Al die mensen die hun verantwoordelijkheid nemen, vinden vandaag het Rijk aan hun kant. Voortaan ligt wettelijk vast dat we ook als land onze verantwoordelijkheid nemen in het behalen van de klimaatdoelen. Dat is belangrijk, want verandering is uiteindelijk te danken aan mensen die echt iets doen, die in actie komen.

Dat er iets moet gebeuren, is duidelijk. Door de uitstoot van broeikasgassen warmt onze aarde op. Als we daar niets aan doen, is de aarde aan het eind van deze eeuw ruim vier graden warmer. De zeeën staan dan ongeveer een meter hoger, er zijn gemiddeld tien keer zo veel hittegolven en de watertekorten verdrievoudigen. Ook Nederland gaat dit merken, voor en achter de dijken. Bovendien laat de klimaatverandering nu ook al haar gezicht zien. Deze kurkdroge zomer regende het eigenlijk alleen maar weerrecords. Nog steeds staat het waterpeil in de Rijn te laag, waardoor bijvoorbeeld binnenvaartschepen de tankstations niet kunnen bevoorraden.

Voorzitter. Het IPCC brengt alle wetenschappelijke kennis over klimaatverandering bij elkaar, dus ook die van klimaatsceptici, en komt op basis daarvan tot een verontrustend beeld. Onlangs nog waarschuwde het panel dat de wereld er het beste aan deed om de stijging van de temperatuur binnen de anderhalve graad te houden. Daarom is dit een historische wet, want zeven uiteenlopende partijen zeggen dat het klimaat verandert en dat de mens daar invloed op heeft en vooral dat we in actie moeten komen. We moeten onder die twee graden opwarming blijven. Natuurlijk, er zijn in de Kamer wegkijkers die denken dat we het klimaatprobleem kunnen oplossen door de andere kant op te kijken of zwartkijkers voor wie het nooit genoeg is, maar verandering begint bij mensen die in actie komen. En ik ben blij dat wij dat doen.

De coalitie had ook zelf met een klimaatwet kunnen komen maar er lag al een mooi initiatief van PvdA en GroenLinks om klimaatdoelen wettelijk met elkaar af te spreken. De handtekening van zowel de coalitie als zo veel partijen uit de oppositie laat zien: ambitieuze klimaatdoelen ontstijgen politieke voorkeuren. Want het klimaat wacht niet op een kabinet van alleen maar groene partijen. Door samenwerking met zes andere partijen verbinden we links en rechts. De aarde leefbaar houden voor onze kinderen en kleinkinderen gaat namelijk iedereen aan. Met deze wet committeren we ons tot aan 2050 aan echte ambitieuze klimaatdoelen, voorbij deze kabinetsperiode. Met ontzettend veel trots en bewondering kijk ik daarom naar de collega's die in vak-K zitten en zo hard hebben gewerkt aan deze wet. Er zijn in de wereld nog maar zeven andere landen die een klimaatwet hebben en met deze wet lopen we dus voorop.

Als we in dezelfde geest blijven samenwerken, kunnen we zorgen dat we ook in de klimaattransitie enorme internationale kansen pakken. Stel je voor: Green Valley Holland, Silicon Valley, maar dan duurzaam en eerlijk verdeeld met bijvoorbeeld een groen waterstofcluster in Groningen waar landen van over de hele wereld een voorbeeld aan kunnen nemen. Niet alleen waterbeleid wordt ons exportproduct maar ook waterstofbeleid. Als we inzetten op 100% hernieuwbare energie kunnen we de komende jaren 300.000 banen in de duurzame sector creëren, ruim 6.000 vroegtijdige doden door luchtvervuiling per jaar voorkomen en 70 miljard aan gezondheidskosten besparen. Bovendien worden we onafhankelijk van de energie uit schurkenstaten.

Voorzitter. Met deze wet borgen we bovendien klimaatactie en parlementaire inspraak. We stellen voor de komende tien jaar een klimaatplan vast dat we jaarlijks tegen het licht houden en waar we als Kamer tweejaarlijks op kunnen bijsturen. We beleggen de bevoegdheden bij verantwoordelijke ministers en planbureaus om de einddoelen te borgen. Geen vrijblijvend beleid meer of uitstelgedrag maar een heldere, politiek afdwingbare opdracht. Naast het klimaatplan levert de minister elk jaar een klimaatnota die we ook bespreken. Daarbij hebben we wel twee vragen aan de indieners. Hoe betrekken we vragen en zorgen uit de samenleving op deze momenten? Wanneer kunnen we starten met deze nieuwe manier van beleid maken en monitoren?

Voorzitter. Na Kopenhagen kwam Parijs. Dat bracht hoop. Leiders uit de hele wereld zetten hun handtekening onder een internationaal klimaatakkoord, maar Parijs slaagt alleen als we nationaal in actie komen. En ook dat kan alleen door samen te werken. Daarom ter afronding nogmaals complimenten aan alle collega's die hier in vak-K zitten. Ondanks alle politieke verschillen zijn ze vandaag samen team klimaat. Met de Klimaatwet bepalen we vandaag het "wat" van ons klimaatbeleid en we hopen dat we de teamgeest ook goed kunnen vasthouden bij het bepalen van het "hoe". Als het aan D66 ligt, gaan we nog heel veel van dit team horen. Samen kunnen we zorgen voor een groene toekomst met gezonde lucht, leefbare steden, comfortabeler wonen en banen, heel veel banen!

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Sienot. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij heel erg graag aan bij uw felicitaties aan de initiatiefnemers. Die zijn heel erg terecht. Ik zal daar zo nog wat meer over zeggen. Ik sluit mij ook graag aan bij de woorden van de heer Sienot. Het is echt een unieke dag waarop wij een historische wet bespreken. Uniek, vanwege zeven partijen die samenwerken, en historisch, zeker ook vanuit het perspectief van mijn partij die al 29 jaar ijvert voor een adequate aanpak van klimaatverandering, omdat er nu een wetsvoorstel voorligt dat zo veel kabinetten en parlementen gaat binden aan het zo belangrijke doel om in 2050 minimaal 95% CO2-reductie gerealiseerd te hebben.

Klimaatverandering is de grootste uitdaging waar wij als mensheid op dit moment voor staan. De opwarming van de aarde is het directe gevolg van ons eigen handelen. Vanaf de industrialisatie hebben wij dermate veel broeikasgassen uitgestoten dat als een direct gevolg daarvan de gemiddelde temperatuur op aarde al structureel 1˚C hoger is geworden. We zijn inmiddels al hard op weg naar de 1,5˚C. We zitten in een trend, gisteren helaas met het hele slechte nieuws bevestigd, dat wij 2,7% meer CO2 hebben uitgestoten, hoger dan ooit. We zitten op een trend in de richting van 3˚C. Zelfs als wij erin slagen met al onze inspanningen, niet alleen in Nederland maar wereldwijd, om onder de 2˚C te blijven, dan nog is zoals de IPCC-wetenschappers voorspellen 95% van de koraalriffen afgestorven.

De schade in de wereld neemt ook nu al zienderogen toe. We zien op grote schaal verlies aan biodiversiteit. Tropisch regenwoud en vruchtbare landbouwgronden verdwijnen, eilanden en delta's overstromen steeds vaker, de verwoestijning rukt op, bosbranden vermenigvuldigen zich en steeds meer mensen worden hierdoor gedwongen te evacueren of zelfs te emigreren. Zelfs als het de wereldgemeenschap gaat lukken om die 2˚C te halen, dan nog is er al heel veel schade en zullen we met ons beleid ook hen moeten bijstaan die daardoor worden getroffen, ook in onze buitenlandse politiek en in onze migratiepolitiek.

Vele studies hebben inmiddels aangetoond dat de directe materiële schade en economische krimp als gevolg van niets doen, veel groter zullen zijn dan de kosten van tijdig en adequaat ingrijpen. Er zijn drie redenen waarom Nederland en de rest van de wereld zo worstelt met dat tijdig ingrijpen.

De aanpak van klimaatverandering gaat ten eerste gebukt onder de tragiek van de horizon. Het is een ramp die zich tergend langzaam maar schier onontkoombaar aan het voltrekken is, waardoor het op korte termijn een enorme uitdaging is om het juiste niveau van urgentie en actie te realiseren. In die zin bevindt ieder van ons zich in de spreekwoordelijke situatie van de kikker die maar niet voelt dat de temperatuur in de pan gestaag aan het stijgen is.

Ten tweede gaat de aanpak van klimaatverandering gebukt onder de tragiek van de meent, beter bekend als tragedy of the commons. Het is nog veel te gemakkelijk, zeker voor grote vervuilers, om de externe kosten van de uitstoot af te wentelen op de gemeenschap. Het loont op de korte termijn om een freerider te zijn en de ander voor de kosten te laten opdraaien. Dat geldt voor rijke burgers, voor grote bedrijven, maar ook voor overheden met een fossielintensieve economie. Allemaal hebben ze de neiging om met het argument van dreigend verlies aan inkomsten op de korte termijn de kosten voor een tijdige aanpak van klimaatverandering op het bordje van anderen te leggen, liefst op het bord van zoiets abstracts als de hele wereldgemeenschap.

Ten derde heeft de aanpak van klimaatverandering te lijden onder de tragiek van de grootschaligheid. Vooral sinds de industrialisatie is koolstof een van de allerbelangrijkste pijlers onder al onze economische en technologische ontwikkelingen. Daarmee raakt het reduceren van de CO2-uitstoot vrijwel alle facetten van ons leven, niet alleen hoe wij energie opwekken maar ook hoe wij ons voedsel produceren, onze producten maken en transporteren, hoe wij onszelf vervoeren, hoe wij onze huizen en nutsvoorzieningen verwarmen en hoe wij aan de kracht of de stroom komen om al onze apparaten en productiemiddelen te laten draaien. Het is complex om dat allemaal tegelijkertijd in een grootschalige transitie aan te pakken, niet alleen technisch maar ook als het gaat om de verdelingsvraagstukken. Wie wordt voor welke reductie verantwoordelijk gehouden? Hoe worden de lusten en lasten exact en eerlijk verdeeld?

Wat vandaag een unieke en historische dag maakt, is dat de initiatiefnemers gezamenlijk een grote stap hebben gezet om, in weerwil van die drie tragedies, een substantiële stap vooruit te zetten om een CO2-reductie van 95% in 2050 daadwerkelijk te bereiken, door doelen en een verantwoordingskader neer te leggen die — ik zei het al — vele kabinetten en Tweede Kamers na ons binden aan een tijdige en toekomstbestendige aanpak van klimaatverandering. Daarom dus ook mijn welgemeende complimenten aan Diederik Samsom en Jesse Klaver, die het eerste een initiatief namen, maar uiteraard ook aan Rob Jetten, Sandra Beckerman, Carla Dik-Faber, Lodewijk Asscher, Dilan Yeşilgöz-Zegerius en Agnes Mulder, die het tot zo'n breed gedragen en gezamenlijk initiatief hebben gemaakt. Van links tot rechts, van VVD tot GroenLinks, van liberaal tot confessioneel: samen hebben zij succesvol de handen ineengeslagen. Ook mijn complimenten voor minister Wiebes. Ik zie hem bijna niet, maar hij heeft niet alleen in woorden maar ook in daden de hand uitgestoken naar de oppositie, waardoor deze unieke samenwerking, ook tussen coalitie- en oppositiefracties, mogelijk is geworden. Ook hem dank ik van harte. Dat geldt uiteraard ook voor de harde werkers op de achtergrond, die echt met raad en daad de initiatiefnemers hebben bijgestaan en dat ook in dit debat zullen doen. Dus ook veel dank aan Dominique Crijns, Thomas Smolders, Yorian Bordes en Michel Crevecoeur; ik weet niet of ik die laatste naam goed uitspreek, sorry. Mijn Frans is niet perfect. De kracht van dit wetsvoorstel is dat het in heldere taal een duidelijk meerjarig kader schept. Er zitten veel ambities in deze wet van zeven initiatiefnemers, die samen met hun Kamerfracties 113 zetels vertegenwoordigen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het hen zal lukken om via dit debat het aantal Kamerleden dat deze wet steunt, nog verder uit te breiden.

Voorzitter. Nederland is een land dat als een van de eerste zijn industrialisatie begon. Daarmee zijn wij vanuit historisch oogpunt, zeker per hoofd van de bevolking, een van de landen die de grootste verantwoordelijkheid in de wereld dragen voor de klimaatverandering. Deze verantwoordelijkheid wordt soms aan het zicht onttrokken als je in de klimaatdoelen alleen nadenkt over de uitstoot die nu per jaar plaatsvindt per land. Maar wie terugkijkt in de tijd, ziet dat de historische uitstoot van Nederland nu op een vergelijkbaar niveau ligt met dat van Indonesië, een land met ruim 264 miljoen inwoners. Dat is meer dan de helft van alle inwoners van de Europese Unie, die net zo veel hebben uitgestoten als wij met onze 17 miljoen. Het is om die reden dat wij het zo belangrijk vinden dat het CO2-reductiedoel in 2030 nog verder wordt opgevoerd. We juichen ook toe dat het kabinet zich inspant om een Europese kopgroep te vormen die toewerkt naar een CO2-reductie van 55%. Zoals bekend was dat ook het doel in de oorspronkelijke initiatiefwet die PvdA en GroenLinks samen hebben ingediend.

Nu ligt er echter een gouden kans om een brede parlementaire meerderheid te verzilveren voor een grote stap voorwaarts, een stap die van minimaal 49% in 2030 leidt naar een CO2-reductie van 95% in 2020. Het is een stap die op dit unieke moment in de tijd het mogelijk maakt om echt te ontsnappen aan de tragiek van de horizon, van de meent en van de grootschaligheid. Die kans kunnen en moeten wij ons niet laten ontglippen. We zullen elkaar met verve en veelvuldig de maat gaan nemen hoe we vervolgens de in deze wet vastgelegde doelen gaan halen. Er wordt nu onder zeer grote druk onderhandeld over het klimaatakkoord. Helaas zijn de drie oppositiepartijen onder deze initiatiefwet hierbij wat minder direct betrokken dan de coalitiepartijen. Maar als dat akkoord er komt, zullen er vast nog veel Kamerdebatten volgen over hoe en wanneer we welke instrumenten gaan inzetten om deze doelen te behalen. Maar dát we ze gaan behalen, delen we.

Het is daarom heel goed dat deze Klimaatwet ook regelt dat de voortgang goed gemonitord wordt, dat dit gebeurt door een onafhankelijke rekenmeester, te weten het Planbureau voor de Leefomgeving, en dat die monitoring gecombineerd plaatsvindt op zowel de nationale klimaatdoelen als de doelen waaraan Nederland in de Europese Unie is gebonden. En ook is het nuttig dat hierop en ook op de kabinetsreacties onafhankelijk wordt toegezien door de Raad van State.

Mijn fractie vindt het ook uit het oogpunt van draagvlak een grote vooruitgang dat er met deze wet op de vierde donderdag van oktober een klimaatdag gaat plaatsvinden waarop alle resultaten, adviezen en mogelijke aanpassingsvoorstellen van het kabinet publiek worden. Dit is daarmee het enige integrale beleidsthema dat naast Prinsjesdag en Verantwoordingsdag een eigen parlementaire dag zal kennen. En terecht, want de omvang van het klimaatvraagstuk verdient het dat minstens één dag per jaar de hele samenleving betrokken wordt bij de voortgang die we gezamenlijk geboekt hebben. Voor alle belanghebbenden is het nuttig dat er betrouwbare informatie blijft verschijnen die ons informeert over de voortgang van de CO2-reductie, maar ook over verschuivingen in lusten- en lastenverdeling die mogelijk nieuwe reparaties of toepassing van meer dwingende instrumenten noodzakelijk maken.

Daarbij vindt ook GroenLinks dat het belangrijk is om de noodzakelijke beheersing van de totale transitiekosten hand in hand te laten gaan met een zo eerlijk mogelijke verdeling van de lasten. Daarbij is het wel cruciaal om kosteneffectiviteit te bezien vanuit het perspectief van 2050. Er zullen opgaven zijn die qua omvang en benodigde capaciteit in de uitvoering zo groot zijn dat je er eerder aan zult moeten beginnen dan het moment waarop de grootste kostenreductie in de techniek al bereikt is. Ik hoor graag of de indieners dat met mij eens zijn. Ook wil ik vragen of zij kunnen bevestigen dat het Planbureau voor de Leefomgeving en de Raad van State in staat zijn om de wet komend jaar al in praktijk te brengen en om hun bevindingen tijdig te kunnen presenteren op donderdag 24 oktober 2019.

Verder heb ik nog een vraag aan de minister van Economische Zaken en Klimaat. In deze wet is zo goed mogelijk geprobeerd aan te sluiten op de systematiek die in de Europese Unie is afgesproken rond de zogenaamde integrale nationale energie- en klimaatplannen. Recent ontvingen wij van hem een eerste proeve van dit Nederlandse INEK. Al eerder nam de Kamer daarover een motie van mijn hand aan waarin gevraagd werd om ook in het INEK op te nemen hoe fiscale prikkels ten gunste van fossiele energiebronnen stapsgewijs worden afgebouwd. Daarover trof ik nog weinig aan in het concept. Zal hij hier in de definitieve versie meer aandacht aan besteden? Dat zou ik graag horen.

Ik sluit af. Mijn partij ziet deze wet als een enorme mijlpaal met dit brede draagvlak. Ik hoop vurig dat nog meer fracties zich aansluiten. Dan bieden we zekerheid aan huidige belanghebbenden, maar ook aan al onze toekomstige generaties dat we er alles aan zullen doen om de klimaatverandering in toom te houden. De indieners kunnen met recht trots zijn op hun werk tot nu toe. Ik wens de indieners heel erg veel succes bij de repliek over twee weken om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk Kamerleden hier en aan de overkant deze wet zullen steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Lee. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Raan, namens de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, u fluistert mij toe: is het echt 40 minuten? Nee, het zal iets van 32 minuten worden. U fluistert mij ook toe: ik dacht dat je weg was met de trein naar de klimaatconferentie in Polen. Het duurt inderdaad heel lang. Vliegen was veel sneller geweest. Maar goed, ik heb ervoor gekozen om met de trein te gaan.

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij uw woorden en de felicitaties voor het indienen van de Klimaatwet. Gisteren beleefde ik een zeer surreëel moment tijdens het debat over de luchtvaart. Terwijl sommigen spraken over de vraag hoe we de groei van de luchtvaart kunnen faciliteren en hoe die door moet gaan, kwam rond 15.30 uur via de NOS het bericht dat Nederland zijn CO2-doelen bij lange na niet haalt. De onderzoekers stellen dat Nederland in 2020, over twee jaar, niet verder komt dan een CO2-reductie van 15%. De rechter vindt dat dit 25% moet zijn omdat dit het minimum is om te voldoen aan de zorgplicht. Dat gaf dus een heel raar moment. Alsof twee werkelijkheden op hetzelfde moment waar zouden kunnen zijn. Alsof het ene niets met het andere te maken heeft. Werkelijk vervreemdend. Dat zet mij toch aan het denken over welke toon ik vandaag zou moeten aanslaan, tijdens dit historische debat en dit historische moment. In familiekring heb ik het erover gehad: is de juiste toon nu de grote verontwaardiging of de kwaadheid over de, in mijn ogen halsstarrige, houding van de economische groeiers die niet luisteren en meedoen in het "poehaparlement", zoals een journalist het vanochtend beschreef in de NRC? Of is het de toon van de jonge klimaatstakers? Of is het al snel het verkeerd klinkende toontje van: zie je wel, jullie zitten ernaast? Is het de enthousiaste toon van de techno-optimisten of de bezorgde toon van de wetenschappers? Of is het misschien zelfs de toon van de rouw die gevoeld wordt? Als je gesprekken voert over waar het heen gaat en hoe de rapporten over elkaar heen buitelen, dan spreek je mensen die echt in de rouw zijn, omdat ze afscheid nemen van een levensstijl of van een geschiedenis die ze niet meer lijken te kunnen voortzetten.

Voorzitter. De toon van rouw. Welke toon is de juiste? Of moet het debat juist toonloos zijn? Vandaag probeer ik de toon te raken van wat nodig is. Dat is gebaseerd op wat wetenschappers zeggen, vertaald naar de politiek. Als het goed is, is dat dezelfde toon die Samsom en Klaver hanteerden en ook dezelfde toon die de heer Wiebes hanteerde, zoals de NRC schreef in haar factcheck over het klimaatbeleid. De wetenschap geeft de voorzet en de doelen zijn politiek. Die toon zal ik proberen aan te houden vandaag, op deze historische dag, de dag van de behandeling van de Klimaatwet. Dat we die behandelen is goed nieuws.

Voorzitter. Vlak voordat het historische Parijsakkoord werd getekend in 2015 en kort nadat Urgenda voor het eerst een klimaatzaak won en er door de rechter stevige woorden werden gesproken over het klimaatbeleid, riep de motie-Thieme/Klaver de regering op te komen tot een effectieve klimaatwet. De urgentie daartoe was immers in 2015 al bekend. Die motie haalde het niet, maar drie maanden later kondigden GroenLinks en PvdA alsnog een gezamenlijke initiatiefwet aan. Inmiddels doen vijf andere partijen mee. Dat is de wet geworden die we vandaag bespreken. Op zich is dat heel goed nieuws. Maar naar onze mening is de wet niet voldoende om op koers te blijven voor het 1,5˚C-scenario. De wet, zoals die er nu ligt, het "wat" zoals de heer Sienot terecht zei, lijkt eerder uit te komen op een 2˚C-scenario. Het verschil tussen die twee kent zeer relevante gevolgen voor onze natuur en samenleving. Kort samengevat is ons bezwaar dat deze wet te lage doelen stelt en te weinig garantie biedt voor het behalen daarvan. Bovendien merken we dat er grote verschillen zijn ontstaan tussen het oorspronkelijke wetsvoorstel en het uiteindelijke resultaat. De zoektocht naar politiek draagvlak, die heel begrijpelijk is, heeft naar onze mening op diverse plaatsen voor verzwakkingen van de wet gezorgd.

Voorzitter. Dit zijn ook wel bekende bezwaren, die we eerder hebben verkondigd. Maar we hebben ook gezegd dat wij, de Partij voor de Dieren, zullen komen met voorstellen en verbeteringen in onze ogen, die een 1,5˚C-scenario wel degelijk mogelijk maakt. Nogmaals: dat is gebaseerd op wat wetenschappers zeggen, vertaald naar de politiek en hopelijk met de juiste toon gebracht.

Voorzitter, ik hoorde bemoedigende woorden. Daarom loop ik de wet zo meteen artikelsgewijs met u door — vandaar dat ik om 32 minuten spreektijd had gevraagd — om punt voor punt aan te geven waar wij deze verbeteringen in gedachten hebben. We hebben zeventien amendementen daarvoor. Ik dacht nog even: zeventien is precies de leeftijd van Greta, een van de klimaatstakers die bekend is, maar ze is pas vijftien, dus dat komt niet helemaal overeen. Wie weet nemen ze hem wel over.

Ik hoorde net over de tragiek van de horizon, de tragiek van de commons, en de tragiek van de meent. Maar de tragiek van de horizon is allang geen horizon meer. Die horizon is nu. Vandaar dat we er nu op willen ingaan.

Ik zie dat er een interruptie is.

De voorzitter:

Ik ook, de heer Sienot.

De heer Van Raan (PvdD):

Misschien mag ik eerst een compliment geven, misschien dat dat helpt?

De voorzitter:

Dat is altijd goed. Het gaat zelfs niet van uw spreektijd af.

De heer Van Raan (PvdD):

Nou voorzitter, de complimenten.

De voorzitter:

Ja. Nieuw beleid.

De heer Van Raan (PvdD):

Wat eerst nodig is, is het erkennen van het goede. Eerst de complimenten die zeker op zijn plaats zijn. Wat is het goede? Dat is de symbolische waarde van de Klimaatwet. Die heeft in zichzelf zeker waarde en een belangrijke functie. Immers, een wet is niet niks. Het is een van de belangrijkste instrumenten van verandering. Er lijkt bovendien een gezamenlijke taal te ontstaan, ook heel belangrijk, waarbij gelukkig geen spoor te bekennen is van klimaatontkenning. Een gemeenschappelijke taal om problemen aan te pakken is onontbeerlijk. En meer inhoudelijk: het is ook heel mooi dat wij in de beantwoording van het schriftelijke deel van het debat konden lezen dat er afscheid is genomen van het absolute beginsel "kosteneffectiviteitsmodel" als enig en heilig uitgangspunt. Dat is allemaal winst en dat is een compliment aan de zeven indieners waard.

De heer Sienot (D66):

Ik zou de Partij voor de Dieren willen vragen wat ze gaat doen met deze wet als er straks gestemd gaat worden. We hebben gisteren of eergisteren gezien dat de Partij voor de Dieren het volledige kabinetsbeleid heeft weggestemd, omdat het een 3°C-scenariobeleid was. We praten nu over een forse stap vooruit: 2°C, misschien wel 1,5°C. Mag ik erop rekenen dat de handen van de Partij voor de Dieren bij de stemming straks omhooggaan omdat dit echt een formidabele stap vooruit is?

De heer Van Raan (PvdD):

Dat vind ik een goede vraag. Ten eerste is het goed om vast te stellen dat we bij de begroting Economische Zaken een amendement hebben ingediend. Dat amendement, dat overigens is verworpen, zei: het is inderdaad 3°C. In de beantwoording gaf de minister van Economische Zaken en Klimaat onomwonden toe: "Dat klopt, het is inderdaad een 3°C-begroting. Alleen, we hebben nog geen plannen erin gezet, dus ik ontraad het amendement. Die veranderingen komen naar aanleiding van het klimaatakkoord, misschien van de Klimaatwet. Dat moeten we nog in de begroting verwerken. Dan kunt u een oordeel geven of deze begroting inderdaad een 3°C-begroting is of een 1,5°C-begroting." Maar goed, het gaat natuurlijk om de wet die voorligt. Dat is ook het antwoord op uw vraag. Wij hebben hier zeventien amendementen, waarvan wij denken: dit is 1,5°C. Nu ligt er iets waarvan wij denken en menen: dit is 2°C, dat is geen prettig vooruitzicht. We gaan het afwachten. Ik kan dat nog niet beloven aan de heer Sienot.

De heer Sienot (D66):

Laat ik het dan zo zeggen. Ik hoor twijfel. Volgens mij zitten hier zeer uiteenlopende partijen die laten zien dat als je samen de schouders eronder zet, je echt stappen vooruit kunt zetten. Ik zou de Partij voor de Dieren willen uitnodigen om met ons die stap mee vooruit te zetten. Het biedt een kader om stapsgewijs in de richting van 1,5°C te gaan. Volgens mij is dat precies wat deze zeven partijen van plan zijn. Ik nodig u van harte uit om daaraan mee te werken.

De heer Van Raan (PvdD):

Ik vind het een prima uitnodiging. Ik sluit overigens ook niet uit dat tegen de tijd dat wij klaar zijn met onze behandeling van de wet, de heer Sienot alsnog denkt: misschien hadden we toch niet mee moeten doen, we stappen even over naar de juiste kant van de geschiedenis en we vormen met andere partijen een wet die wel naar 1,5°C gaat. Dat sluit ik ook niet uit, dus die uitnodiging is wederzijds.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik vind het bemoedigend dat de Partij voor de Dieren haar oordeel ook nog laat afhangen van de vast geweldige verdediging van de initiatiefnemers. Toch heb ik even een vraag. Ik heb geprobeerd om er in mijn verhaal ook aandacht aan te besteden. Ik begrijp ook wel het dilemma: hoe bereik je misschien het perfecte, maar wanneer gaat dat mogelijk ten koste van het goede? Dat is een afweging die we allemaal voor onszelf moeten maken. Onderkent de heer Van Raan dat het mogelijk is dat we met dit ambitieuze traject toch een transitie op gang brengen die een sneeuwbaleffect veroorzaakt, waardoor ook dat 1,5°C-scenario gerealiseerd zou kunnen worden?

De heer Van Raan (PvdD):

Juist bij dit soort historische momenten en belangrijke documenten moet je inderdaad proberen zo precies mogelijk te zijn. Als ik hem goed beluister, zegt de heer Van der Lee: onderkent u dat het mogelijk is? Ik vat hem kort samen. Natuurlijk is dat zo. Natuurlijk zou het mogelijk kunnen zijn. Natuurlijk. Alleen denken wij van niet.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dat laatste vind ik jammer.

De voorzitter:

De heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik zou de heer Van Raan in overweging willen geven om daar nog goed over na te denken in de twee weken tot het moment van de reactie, ook omdat de scenario's waarop wij ons baseren, ook de IPCC-scenario's, een grote onzekerheidsmarge hebben, van wel 30%. Laten wij elkaar dus niet alleen vastpinnen op een heel exact percentage, maar laten wij ervoor zorgen dat wij echt die verandering op gang brengen. Als die verandering eenmaal op gang gekomen is, rolt de sneeuwbal verder.

De voorzitter:

Dat is eigenlijk een oproep aan u.

De heer Van Raan (PvdD):

Ja, waar ik graag aan voldoe.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, ik ga door, na deze complimenten. Graag neem ik u mee door de wet om de zeventien voorstellen van de Partij voor de Dieren per artikel toe te lichten. Dat begint bij hoofdstuk 1, artikel 1. In het oorspronkelijke wetsvoorstel stond in dit artikel een verwijzing naar een mooi instrument, te weten het emissiebudget. Het emissiebudget is de maximale hoeveelheid CO2 die Nederland nog mag uitstoten om te voldoen aan de doelstelling van 1,5°C. Effectief, gedetailleerd en wetenschappelijk gefundeerd. Dat emissiebudget is niet door de onderhandelingen gekomen; dat vinden wij niet terug in het definitieve voorstel. De Partij voor de Dieren stelt voor om deze keuze terug te draaien.

Waarom stellen wij dit voor? De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid schreef daarover dat een budgetbenadering dwingt tot het ontwikkelen van een temporele verdelingsstrategie. Wat nu verstookt wordt, is later niet meer beschikbaar. Een budgetbenadering benadrukt bovendien dat klimaatverandering op lange termijn niet afhankelijk is van emissies op een specifiek moment, maar van cumulatieve emissies over een langere periode; de heer Van der Lee sprak daar ook over. Dit betekent dat het zinvol is om maatregelen eerder in plaats van later te nemen, vooral als er sprake is van een lange doorlooptijd voor de effectiviteit van de maatregelen. Een budgetbenadering combineert aldus een scherpe ambitie voor de lange termijn met bestuurlijke flexibiliteit. Het instrument van een emissiebudget sluit aan bij de wetenschappelijke benadering van de effecten van broeikasgassen en geeft het meest gedetailleerde inzicht in het totaalvolume van broeikasgassen in de atmosfeer. Dat is niet iets wat alleen wij zeggen, maar iets wat ook de WRR zegt.

De keuze om het instrument van een emissiebudget te laten vallen, lijkt tegenstrijdig met het leveren van de maximale inspanning. En daar gaat het om, want in Parijs hebben wij gezegd dat wij de maximale inspanning moeten leveren. De argumentatie voor deze keuze werd genoteerd in een nota van wijziging, maar die kan de Partij voor de Dieren niet overtuigen. Die argumentatie luidt als volgt: aan de ene kant is het systeem van emissiebudgetten zodanig gedetailleerd dat daarmee onvoldoende mogelijkheden voor de regering bestaan om het te voeren beleid zo kosteneffectief mogelijk en met een breed draagvlak in de samenleving vorm te geven; daarom wordt met deze nota van wijziging de systematiek aangepast. Wij begrijpen oprecht niet dat iets mogelijk te complex is en dat je het om die reden laat vallen, terwijl het wel het meest effectieve is en er zo snel mogelijk mee moet worden begonnen. Bij het behalen van een zo groot mogelijke CO2-reductie lijkt het ons juist erg behulpzaam om een dergelijk instrument te hebben — en ik denk dat ook de oorspronkelijke indieners dat vinden, anders hadden zij het waarschijnlijk niet gedaan.

Wij stellen dus voor om het emissiebudget op te nemen in het vijfjaarlijkse klimaatplan. In dat klimaatplan is er vervolgens ook de ruimte om per sector een indicatief emissiebudget te formuleren, inclusief maatregelen die nodig zijn. Dat is verstandig, temeer om het volgende te voorkomen — wij zien daar nu al een beetje het begin van en dat zal alleen maar erger worden. De sectoren die vrijgesteld zijn van actief meedoen — dat zeg ik verkeerd; ze doen wel mee, maar misschien niet genoeg en ook niet in Parijs — en de andere sectoren die wel meedoen, moeten ruzie gaan maken over wie nu het CO2-budget mag opmaken. Is dat de landbouw, de vleesproductie of de luchtvaart? Juist als je een emissiebudget hebt, maak je die keuzes heel scherp inzichtelijk. Want wij zullen blijven vliegen en wij zullen — tot onze spijt, maar het zal waarschijnlijk wel gebeuren — vlees blijven eten, dus die afwegingen zullen wij moeten blijven maken. In de jaarlijkse klimaat- en energieverkenning en de Klimaatnota kan dan volgens gekeken worden of sprake is van zo'n emissiebudget. Er is een budget en daar moeten we het allemaal van doen. Daarom dient de Partij voor de Dieren een amendement in ter herintroductie van het emissiebudget.

Voorzitter. Ik ben nog steeds in hoofdstuk 1, artikel 1. In dit artikel wordt ook melding gemaakt van het gebruik van biomassa als brandstof, onder de definitie van CO2-neutrale elektriciteitsproductie. Hier heeft de Partij voor de Dieren ook bezwaren bij. Wij wijzen erop dat biomassa waarvan de productie concurreert met voedselgewassen of ten koste gaat van kostbare ecosystemen, geen duurzame energie levert. Hetzelfde geldt voor biomassa die over de hele productieketen een overmatige CO2-uitstoot oplevert. Daarom zullen wij straks bij artikel 2 proberen de formulering van de doelstellingen aan te passen met twee amendementen rond het aandeel hernieuwbare energie.

Voorzitter. Hoofdstuk 1, artikel 2. Het Parijsakkoord roept landen op, elke vijf jaar de klimaatambities maximaal te verhogen. De voorliggende wet legt echter alleen het doel voor 2050 vast, zonder het mechanisme om eens in de vijf jaar te kijken of de ambitie kan worden verhoogd. Dan lijkt het de facto mogelijk om tot 2050 niets te doen. Nou is dat echt niet de intentie die uit de hele wet spreekt, maar het staat er niet. Dus wij zouden dat graag zien. In dit artikel ziet de Partij voor de Dieren, gebaseerd op de uitspraken uit het Parijsakkoord, graag een krachtige verwijzing opgenomen waarom het allemaal draait. Daarvoor hebben we een amendement. Dat benadrukt nog meer dat de broeikasreductiedoelstellingen in de wet geen op zichzelf staande doelen mogen zijn.

Voorzitter. Artikel 2, lid 1. Het reductiedoel van de broeikasgassen voor 2050, zoals in het wetsvoorstel staat, is 95%. Wat de Partij voor de Dieren betreft is dat niet het maximaal haalbare, zoals ook in Parijs staat. We vragen minimaal om een ophoging van deze doelstelling naar 100% in 2050. Maar het is ook wel wenselijk dat deze CO2-reductie zo snel mogelijk wordt gerealiseerd. Immers, wat je nu niet uitstoot, hoef je straks niet te besparen. Dus een meer ambitieus, maar eveneens haalbaar doel is 100% CO2-reductie in 2040. Nederland neemt daarmee daadwerkelijk haar verantwoordelijkheid om zich maximaal in te spannen, want dat is de belofte die we gedaan hebben. Laten we dat niet vergeten: maximale inspanning. Als de wetenschap zegt dat het kan, moet de politiek eigenlijk de verantwoordelijkheid nemen om het te doen. Dat is wat we hebben afgesproken. Daarom het amendement voor 100% reductie van broeikasgassen in 2040.

Artikel 2, lid 2. Op weg naar die volledige CO2-neutraliteit is het belangrijk om harde en ambitieuze tussendoelen te formuleren. In het oorspronkelijke voorstel stond een ambitie van 55%, in het voorliggende wetsvoorstel is het 49% geworden. Dat is een stap terug. De heer Van der Lee had het daar ook net over. Ik zie dat hij even weg is. Dus terug naar 2030 en daar vinden we elkaar. De heer Van der Lee en ik vinden elkaar daar om gezamenlijk in 2030 naar 55% te gaan. Dus ook daarover gaan we een amendement indienen. Dit is een tussendoel op weg naar 100% CO2-reductie in 2040.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat: de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Om maar gelijk een misverstand weg te nemen: ik zei dat dat het percentage uit de oorspronkelijke wet was. Ik heb nou juist in mijn betoog uitgelegd waarom wij, om deze historische wet mogelijk te maken, op dit moment ook vrede kunnen hebben met 49% in 2030. Juist vanuit de gedachte: als we ook die ambitieuze stap al weten te realiseren, ben ik overtuigd dat er een sneeuwbaleffect optreedt en die 55% ook in beeld komt, daarbij in acht nemend dat dit kabinet zich daarvoor in Europa inspant en dat er al negen andere lidstaten ook die kant op bewegen. We gaan volgende week naar Polen toe, waar we proberen nog meer landen erbij te betrekken. Dat even ter toelichting.

De heer Van Raan (PvdD):

Helder. Ik vervolg mijn betoog.

Mocht dat opschroeven van deze ambities worden verworpen, dan pleit de Partij voor de Dieren ervoor, te zorgen voor een ambitieus tussendoel voor 2040, dat houvast biedt richting een volledige CO2-neutraliteit. Een lineaire lijn van 55% in 2030 naar 100% in 2050 gaat langs de 77,5%. Er is eigenlijk geen enkele reden om daar vanuit de wetenschap onder te gaan zitten, maar misschien wel vanuit de politiek. Juist op de korte termijn moet er veel gebeuren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid stelt dat klimaatverandering op langere termijn niet afhankelijk is van emissies op een specifiek moment, maar van cumulatieve emissies over een langere periode. Kortom, het is belangrijk om juist op korte termijn veel maatregelen te nemen in plaats van deze uit te stellen en misschien wel af te schuiven op volgende generaties.

In de klimaatzaak van Urgenda stelde het Hof dat, naarmate er later wordt ingezet op de CO2-reductie, het carbonbudget sneller afneemt en dat er op latere tijdstippen aanzienlijk verdergaande maatregelen moeten worden genomen om het gewenste niveau te bereiken — ik zeg dit ook even richting CDA — om een klimaatrevolte te voorkomen. Wachten met reductie is dus allerminst kosteneffectief, want tegelijkertijd nemen de klimaatrisico's onnodig toe: overstromingen, stijging van het aantal infectieziektes, verlies van biodiversiteit, verstoring van de drinkwatervoorziening, financiële instabiliteit en allemaal hogere kosten tot gevolg. De Verenigde Naties waarschuwen dat het na 2030 zelfs niet meer mogelijk is om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Zij spreken van een noodzaak van ongekende en urgente actie.

Ook vindt de Partij voor de Dieren het van belang om invulling te geven aan het rechtvaardigheidsprincipe, zoals dat internationaal is overeengekomen in artikel 4 van het akkoord van Parijs, namelijk dat de rijke industriële landen het voortouw zullen nemen in het zo snel mogelijk realiseren van zo veel mogelijk CO2-reductie. Die afspraak is ook gemaakt met de minder ontwikkelde landen in het akkoord van Parijs 2020. Zij hebben gezegd mee te doen als de rijkere landen tot 2020 meer gaan doen. Maar die rijkere landen hebben dat niet gedaan. We hebben het gewoon niet gedaan. Dat levert een extra "ereschuld" op aan de minder ontwikkelde landen om juist meer te gaan doen. Vandaar ons amendement voor 65% reductie van broeikasgas in 2030.

Dan nog steeds over lid 2 van artikel 2. Daar valt een hoop over te zeggen, want daar zit echt de crux van de wet. Een andere stap is het schrappen van het vrijblijvende karakter van het tussendoel, 2030 dus. Ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel wordt opeens het woordje "streven" toegevoegd. In de nota van wijziging lezen we hierover: "De doelen in artikel 2 van het voorstel worden leidend. Dit zijn puntdoelen. Dat betekent dat zij zijn gericht op het behalen van een bepaalde emissie op een bepaald punt in de tijd. De weg daarnaartoe wordt niet voorgeschreven." En: "De manier waarop de doelen zijn geformuleerd is van belang omdat zij helderheid moeten bieden over het karakter van de doelen. Het gaat hier nadrukkelijk niet om extern afdwingbare normen." Dat laatste roept wel vragen op. Kan dat wel: een wet zonder nadrukkelijk extern afdwingbare normen? Is de Klimaatwet eigenlijk wel een wet als in de nota van wijziging wordt geschreven dat het gaat om niet afdwingbare normen? Wat zit daarachter? Misschien de angst voor een nieuwe Urgendazaak? Ik kan me daar iets bij voorstellen, want zij hebben tot nu toe alle zaken gewonnen. Wat is het gevolg daarvan met deze wet in handen?

Voorzitter. Op korte termijn is de regering krachtens deze wet aan vrijwel niets gebonden, omdat van vrijwel iedere inspanning gesteld kan worden dat het in de richting is van het uiteindelijke doel van 2050. Volgens mij zei de heer Van der Lee het letterlijk net zelf. Is het niet zo dat alles daarop is gericht? Maar dan lijkt er toch ruimte voor uitstel te blijven. In de klimaatzaak van Urgenda waarschuwde het Hof dat de Staat haar zorgplicht schendt door onvoldoende te proberen een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Dat is niet niks. Volgens het Hof is de dreiging van een gevaarlijke klimaatverandering een reële dreiging, waardoor een ernstig risico bestaat dat de huidige generatie zal worden geconfronteerd met het verlies van leven en verstoring van het gezinsleven. Nogmaals, het is een ernstig risico, dus het hoeft niet te gebeuren, maar het is wel een reëel risico. En als het een reëel risico is, dan is het niet de tragiek van de horizon maar de tragiek van nu. Dat is helemaal niet van straks; dat is al van nu. De Partij voor de Dieren is van mening dat gezien de reële dreiging van klimaatverandering en de lakende houding van de Staat, een vrijblijvend streven dus niet voldoende is. We zullen daarvoor een amendement indienen dat het vrijblijvende karakter schrapt.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik zou graag toch weer een vraag aan de heer Van Raan stellen om een ander misverstand te proberen te voorkomen. De Partij voor de Dieren geeft zelf aan dat het poldermodel niet werkt en dat de politiek leiderschap moet tonen. Deze wet bindt de politiek, bindt de regeringen die volgen, de parlementen die volgen. Erkent de heer Van Raan dat?

De heer Van Raan (PvdD):

Ik denk dat uit mijn tekst tot nu toe en uit de citaten die ik uit de toelichting haal, blijkt dat we nog wel wat vragen hebben over die binding.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Daar waar in de wet wordt gesproken over externe afdwingbaarheid gaat het niet over de politiek zelf. Er wordt in de wet en in de toelichting ook op gewezen dat het de regering en het parlement bindt. Mijn vraag is of u erkent dat dat daar staat.

De heer Van Raan (PvdD):

Dat is een volmondig ja: ik erken dat dat daar staat. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat dat is wat nodig is en dat burgers zich dan niet zouden kunnen beroepen op een wet. Daar zit onze twijfel. Maar ik wil graag aan de heer Van der Lee volmondig toegeven dat dat inderdaad is wat er staat en dat daar ook de vragen over zijn gesteld.

Voorzitter. Ik ben nog steeds bij hoofdstuk 1, artikel 2, lid 2. In het voorliggende wetsvoorstel wordt gesproken over een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was er echter nog een doelstelling opgenomen, namelijk om te komen tot 100% duurzame energie. De Partij voor de Dieren geeft de voorkeur aan doelstellingen die op het gebied van percentages hernieuwbare energie liggen. Want de term CO2-neutraal biedt erg veel ruimte aan het gebruik van fossiele brandstoffen: stop ze onder de grond en je bent CO2-neutraal. Dat is niet de bedoeling. De overstap naar duurzame energiebronnen zoals wind en zon dient wat ons betreft zo snel mogelijk te worden gemaakt. Het stellen van duidelijke en hogere ambities op het gebied van die duurzame energie is naar de mening van de Partij voor de Dieren noodzakelijk om ervoor te zorgen dat Nederland versnelt de omslag naar een koolstofarme economie gaat maken. Daar moeten dan ook alle kansen liggen. Mensen maken zich namelijk wel zorgen. Als wij zeggen dat we af moeten van de fossiele industrie, vragen zij zich af: ja, maar hoe zit het dan met de werkgelegenheid? De kansen voor de werkgelegenheid liggen wat ons betreft uitsluitend in een koolstofarme economie. Bovendien geeft het overheden, burgers en bedrijven houvast als investeerders en medeontwikkelaars van beleid voor die duurzame energie kiezen. Daarom hebben we daartoe twee amendementen voorbereid.

Voorzitter. Ik zou willen dat ik eens uit artikel 2, lid 2 kwam. Maar we zijn goed op weg. De Partij voor de Dieren zal op dit punt bovendien nog een amendement indienen dat als doel heeft om per 2030 het energieverbruik met 40% te verminderen ten opzichte van 1990. Dit nevendoel — zo wordt het geformuleerd — dient om de wereldwijde temperatuurstijging tot maximaal 1,5°C te beperken. Dat is de inzet. Volgens mij delen we die met elkaar. Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Energiebesparing is daarom een effectieve maatregel om de CO2-uitstoot blijvend omlaag te brengen. Energiebesparing vormt de basis van de energietransitie. Zonder drastische energiebesparing is de kans groot dat Nederland afhankelijk blijft van vuile energie. Nederland is sterk afhankelijk van die fossiele brandstoffen. Die afhankelijkheid van fossiele brandstoffen komen we eigenlijk in elk debat en in elk dossier tegen. Wachten met de transitie is niet alleen schadelijk voor het klimaat, maar ook een bedreiging voor de Nederlandse financiële stabiliteit. Het is niet voor niks dat De Nederlandsche Bank een heffing voorstelde binnen de kosten van het klimaatbeleid. We hadden daar een rondetafelgesprek over. Je zou je kunnen afvragen waarom een bank dat nou doet. Wat heeft een bank nou met klimaat te maken? Ik kan u vertellen dat de achterliggende taak van De Nederlandsche Bank het stabiel houden van het financiële systeem is. Als De Nederlandsche Bank zich zorgen gaat maken over de stabiliteit van ons financiële systeem, moeten wij ook ontzettend angstig zijn. Als je dan een keer vliegt, zit je rustig in je stoel. Je moet je pas zorgen maken als het cabinepersoneel — in het geval van Ryanair het veelgeplaagde cabinepersoneel — bezorgd gaat kijken over de vlucht. De Nederlandsche Bank is wat dat betreft vergelijkbaar met cabinepersoneel dat zich echt grote zorgen maakt. Daarom dienen we een amendement in voor 40% minder energieverbruik in 2030.

Voorzitter. Lid 3. We hebben geen opmerkingen bij dit lid. Ik denk dat dat goed nieuws is. Hatseflats!

Dan hoofdstuk 2 over het klimaatplan. We hebben geen opmerkingen over een specifiek lid, maar wel in z'n algemeenheid. In het voorliggende wetsvoorstel wordt beschreven hoe een klimaatplan een overzicht moet bieden van de maatregelen die worden genomen, inclusief een beschouwing van de gevolgen daarvan voor de financiële positie van huishoudens, bedrijven, overheid en werkgelegenheid, inclusief scholing en opleiding van werknemers, de ontwikkeling van de economie en het tot stand komen van een eerlijke transitie. Prachtig. Dat moeten we doen. De Partij voor de Dieren is van mening dat in het klimaatplan ook verantwoording moet worden afgelegd over de niet-genomen maatregelen oftewel de kosten van het nietsdoen. De Partij voor de Dieren stelt daarom voor om een lid toe te voegen aan dit artikel om in het klimaatplan aan de hand van het brede welvaartsbegrip uiteen te zetten wat de gevolgen zijn van het niet nemen van maatregelen, zowel voor het hier en nu als later, voor toekomstige generaties, en elders. Dat is heel logisch. Het ligt ook in het verlengde van waar we allemaal naar streven met het begrip "brede welvaart". Vandaar dat amendement.

Voorzitter. Over hoofdstuk 2, artikel 4, lid 1, 2 en 3 heb ik geen opmerkingen.

Dan hoofdstuk 2, artikel 5, lid 1, 2, 3 en 4. Ook hier heb ik geen opmerkingen bij een specifiek lid. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd een belangrijke rol toegedicht aan de nog op te richten onafhankelijke klimaatcommissie, namelijk om toe te zien op de voortgang van het klimaatbeleid. In het huidige wetsvoorstel wordt daarvan afgestapt en wordt het neergelegd bij de Raad van State. Een regie- en coördinatiefunctie die wordt uitgeoefend door een externe autoriteit is noodzakelijk om de doelstellingen van de wet te behalen over diverse kabinetten heen. De oprichting van een dergelijke onafhankelijke klimaatcommissie is, zoals bij de toelichting op het oorspronkelijke wetsvoorstel werd genoteerd, ook conform de adviezen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de Raad van State om een aanvullend beoordelingsmechanisme in het wetsvoorstel op te nemen.

Ik sla het citaat van de Raad van State even over, maar die warme aanbeveling brandde wel in onze hersenen. De reden om ervan af te wijken en niet over te gaan tot de oprichting van een onafhankelijke klimaatcommissie wil ik wel even voorlezen, want die verbaast ons. "De voor deze commissie beoogde taak was de minister te adviseren over de uitvoering van de Klimaatwet en de daarin opgenomen doelen. In deze nota van wijziging wordt de functie in aangepaste vorm neergelegd bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de bestaande structuren." Dat snap ik. "De afdeling heeft als gezaghebbende adviserende instantie bij uitstek ervaring met adviseren over grote maatschappelijke vraagstukken. Het aanzien van de Raad van State als instituut maakt bovendien dat de adviezen zeer zwaar wegen in de beleidsvorming van de regering." Als de Raad van State dan een onafhankelijke klimaatcommissie voorstelt, en de indieners tegelijkertijd zeggen hoeveel belang ze hechten aan het advies van de Raad van State, dan zouden ze dat dus ook op kunnen volgen. Maar dat gebeurt niet. Op zich zou dat natuurlijk best kunnen; daar ben je vrij in. Maar ik vind het toch wel raar. We staan in principe niet negatief tegenover een belangrijke rol voor de Raad van State. Maar we constateren ook dat de Raad van State en de WRR zelf op een onafhankelijke klimaatcommissie hebben aangestuurd. Vandaar het amendement om dat weer te doen.

Voorzitter. Dan hoofdstuk 3. We gaan nu wat sneller, denk ik. Dat is goed. Bij hoofdstuk 3, artikel 6 heb ik geen opmerkingen bij een specifiek lid. In dit artikel wordt uiteengezet hoe in de klimaat- en energieverkenning een overzicht wordt gegeven van de emissies van broeikasgassen per sector en de ontwikkelingen en maatregelen die invloed hebben gehad op de emissie van broeikasgassen. Wij stellen voor een lid toe te voegen met het specifieke verzoek om een overzicht te geven van de zogenaamde emissiekloof, de kloof tussen wat je uitstoot en wat je uit had mogen stoten. Dan kun je namelijk precies zien wat er aan de hand is. Het milieubureau van de Verenigde Naties vergelijkt jaarlijks de effecten van het klimaatbeleid met de doelstellingen van het VN-klimaatakkoord. Dat sluit dus goed aan op die internationale rapportage. We stellen daarom ook voor, via een amendement, om deze uitkomsten door te vertalen naar de Nederlandse inspanningen. Daaruit kan dan ook worden afgeleid of het sneller moet of dat we goed op koers zijn.

Voorzitter, artikel 7. Daarbij heb ik geen opmerkingen bij een specifiek lid, maar wel in het algemeen. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om een jaarlijkse klimaatnota vast te stellen met daarin het totaalbeeld van de realisatie van het klimaatbeleid zoals opgenomen in het klimaatplan. Dat is een goed idee. Ik sprak ook bij artikel 3 al onze wens uit om het brede welvaartsbegrip in het klimaatplan te introduceren. Dit instrument kan worden gebruikt om verantwoording af te leggen over de gevolgen voor het hier en nu, maar ook voor het later en elders; we kennen het inmiddels allemaal. Vandaar ons amendement om het begrip brede welvaart ook toe te voegen aan de klimaatnota.

Dan hoofdstuk 4, over participatie, lid 1. In dit lid wordt omschreven dat onze minister overleg zal voeren met alle bestuursorganen en overige relevante partijen. Misschien is de aandacht inmiddels wat weggezakt, wat ik me goed kan voorstellen, maar hier komen we wel op een dingetje waarop we even moeten inzoomen, even goed het koppie erbij moeten houden. Want wat gebeurt hier namelijk? In de wet wordt in het kader van de betrokkenheid en de polders gesproken met allerlei partijen die vallen onder het begrip "relevante partijen". Maar in het polderproces van het klimaatakkoord zien we tot nu toe dat dit niet per se een garantie voor succes is, to put it mildly. Niet alle partijen hebben belang bij een zo voorspoedig mogelijk invoeren van een ambitieus klimaatbeleid. Dat is ons gevoel. Het is niet een waarheid; het is ons gevoel.

Om dat gevaar te adresseren, hebben wij twee amendementen ingediend. We stellen voor dat bedrijven waarvan het verdienmodel voornamelijk gebaseerd is op de productie of het gebruik van fossiele brandstoffen, niet meer gerekend worden tot de relevante partijen. Dat is best een pittige. Het betekent: Shell, go! Dat zijn over het algemeen de sterke partijen, die tegenover de ngo's staan, die het kwetsbare belang vertegenwoordigen. Ik noem nu Shell als voorbeeld, maar er zijn ook andere voorbeelden. Eigenlijk zouden we tegen Shell moeten zeggen: dat doen we niet meer; u hoort wel wat eruit komt en u kunt erop vertrouwen dat wij, als regering en als deelnemers aan het klimaatakkoord, ook uw belang, het belang van Shell, zullen meenemen. Maar Shell is dan niet langer een relevante partij. De bedrijven die hun verdienmodel op fossiele brandstof baseren, zijn geen relevante partijen meer. Deze bedrijven zijn immers onderdeel van de gevestigde orde, die baat heeft ... Nou goed, ik hoef niet uit te leggen wat onze bedenkingen daarbij zijn.

Datzelfde geldt eigenlijk ook voor eiwitten, waarvan het verdienmodel voornamelijk gebaseerd is op dierlijke eiwitten. In de ogen van de Partij voor de Dieren mogen ook die bedrijven niet meer gerekend worden tot de relevante partijen waarmee onze ministers overleg voeren. Die horen wel wat er moet gebeuren en binnen welke grenzen zij moeten gaan opereren. De veehouderij stoot wereldwijd meer broeikasgas uit dan al het verkeer en vervoer samen. Dat levert een grote bijdrage aan de klimaatverandering. Nu wordt op grote schaal tropisch regenwoud gekapt voor de aanleg van sojaplantages ten behoeve van goedkoop veevoer voor Nederland. Onbestaanbaar! Dat zijn weer die twee werkelijkheden die tegelijkertijd gebeuren. Dat moeten we niet meer doen.

Dierlijke producten blijven, ook al worden ze nog zo duurzaam geproduceerd, een zeer inefficiënte manier van eiwitproductie. Dat zal de minister van Economische Zaken en Klimaat ook aanspreken. Voor elke kilo biefstuk is 7 kilo graan nodig. Dat zijn heel inefficiënte, kostenineffectieve eiwitmachines. Op een planeet met een beperkte hoeveelheid grondstoffen en een groeiende wereldbevolking is dat onhoudbaar. Nederland is momenteel het meest veedichte land ter wereld. Deze bedrijven zijn gebaat bij de instandhouding van de huidige status quo. We werken eraan mee in de huidige handelsverdragen en handelspolitiek. Dat kan niet meer. Die bedrijven mogen niet meer meepraten. Dat zijn geen relevante partijen. Ik heb twee amendementen die dat regelen.

Voorzitter. Lid 2, geen opmerkingen. Lid 3, geen opmerkingen. De slotbepalingen. Geen opmerkingen bij artikel 9 en 10. Ik ga afsluiten.

De heer Sienot (D66):

Het raakte me wel toen ik hoorde dat we partijen gingen uitsluiten waar gewoon heel veel mensen werken en die heel veel welvaart brengen. Door ze uit te sluiten, nemen we die op de een of andere manier niet meer mee. Op die manier organiseer je wel je eigen weerstand.

De voorzitter:

En uw vraag is?

De heer Sienot (D66):

Ik denk dat we dan nog veel verder verwijderd zijn van het bereiken van de gezamenlijke klimaatdoelen. Hoe ziet de heer Van Raan dat?

De heer Van Raan (PvdD):

Dat is een goede vraag. Dank. Ten eerste denk ik dat die uitsluiting nu al plaatsvindt, namelijk van toekomstige generaties en partijen elders. Het uitsluitingsbegrip is dus al in volle gang. We zien de gevolgen dagelijks voor ons in de migratiestromen. We zien het belang van het kwetsbare niet goed naar voren komen in het poldermodel. Ik durf te stellen dat we al lang en breed een klimaatakkoord hadden gehad, als wij en ook de partijen waarvan ik denk dat ze niet meer relevant zijn, dat wel gezien hadden. Dat was er dan al geweest in de tijd toen u en ik nog in de luiers lagen. Maar dat is niet het geval, helaas. Wij als politiek roepen de bevolking steeds op om ons te vertrouwen, want we hebben het goede voor met haar belangen. Dat wil ik best geloven in een aantal gevallen; een aantal gevallen ... We zullen dus ook tegen partijen die ik net noemde, partijen dus met een verdienmodel dat gebaseerd is op fossiele brandstof of op dierlijke eiwitten, moeten vertellen dat ze ons kunnen vertrouwen.

De heer Sienot (D66):

Ik zie dat anders dan de Partij voor de Dieren. Mijn partij ziet het zo dat je nieuwe partijen juist heel erg moet betrekken bij de transitie.

De heer Van Raan (PvdD):

Eens.

De heer Sienot (D66):

De koplopers kunnen kennis overdragen. Daarmee kunnen ze andere partijen aan tafel verleiden om dezelfde kostenbesparende milieuvriendelijke stappen te zetten. Is dat niet een veel betere route?

De heer Van Raan (PvdD):

Daarin herken ik de heer Sienot. Daarin kunnen we elkaar ook vinden. De nieuwe bedrijven die hun verdienmodel niet op fossiel of dierlijk gebaseerd hebben, zijn inderdaad de bedrijven die we nodig hebben. Dat moeten we stimuleren. We proberen dat voortdurend in al onze begrotingen en stemgedrag bij subsidies en boetes. Stok, wortel! We proberen het onderscheid te maken dat we tot nu niet maken. Meestal is dat nu gebaseerd op mkb, grootbedrijf of kleinbedrijf. We proberen een heel scherp onderscheid te maken: draagt het bij aan het voorkomen van een temperatuurstijging van 1,5°C? Zo ja, stimuleren! Draagt het niet bij aan het voorkomen van de temperatuurstijging van 1,5°C, sterker nog, draagt het bij aan 3°C, 4°C, 5°C, 6°C of 7°C, dan ...

De voorzitter:

Gaat u verder meneer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

... dikke stok!

Voorzitter, afsluitend. Toen de Klimaatwet bekend werd, heeft de Partij voor de Dieren gezegd dat ze naar beste weten, naar eer en geweten, de wet niet voldoende achtte. Het is niet voldoende, terwijl het wel voldoende kan. We hebben ook beloofd met verbeteringen te komen. Dat hebben we gezegd. Dus met inachtneming van alle felicitaties, complimenten en het harde werk, denken wij dat wij vandaag onze belofte hebben ingelost met amendementen. Met het aannemen van de amendementen zouden we een wet creëren die de basis legt voor het naar rato — dat moeten we niet vergeten — beperken van de temperatuurstijging van 1,5˚C.

Voorzitter, dank u wel.

De heer Geurts (CDA):

Ik schrok eerder even toen de heer Van Raan sprak over het Raad van State-advies en over het branden in onze hersenen. Toen dacht ik: tja, dat draagt bij aan de opwarming en niet aan de oplossing. Ik heb goed zitten luisteren naar de inbreng van de Partij voor de Dieren. Dan komt bij mij de conclusie naar boven dat de Partij van de Dieren, de heer Van Raan, alleen verantwoordelijkheid wil nemen als het precies gebeurt zoals de Partij van de Dieren wil. Deelt de heer Van Raan deze conclusie?

De heer Van Raan (PvdD):

Meneer Geurts: het is de Partij voor de Dieren, niet van de Dieren. Nee, die deel ik niet. Ik heb geprobeerd een toon te raken, gebaseerd op wat de wetenschap zegt, over hoe we dat politiek kunnen vertalen. U zult ook zien dat in al onze amendementen bronnen staan. Die bronnen luiden niet: dat lijkt een goed idee omdat het brandt in de hersenen van de Partij voor de Dieren. Nee, het is een opsomming van bronnen. Dit is wat IPCC zegt. Dit is wat de WRR zegt, enzovoorts. In die zin moet ik u teleurstellen op deze feestelijke dag.

Maar ik heb nog wel een ander punt voor de heer Geurts.

De voorzitter:

Nee, het is nu de heer Geurts die vragen stelt. De heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):

Wat mij betreft mag de heer Van Raan dat punt wel inbrengen.

De voorzitter:

Nee, straks, als u achter ...

De heer Geurts (CDA):

Dan zal ik het straks in mijn termijn beantwoorden en kan ik er even over nadenken. De heer Van Raan deelt mijn conclusie niet, maar gaat hij dan, als de amendementen van de Partij voor de Dieren niet worden aangenomen, toch de wet steunen? Of heb ik dat niet goed begrepen?

De heer Van Raan (PvdD):

Dat laatste.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Geurts namens het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Het CDA dankt de indieners van de voorliggende initiatiefwet voor hun inspanningen. Het is goed om te zien dat een groot deel van de Kamer zich verenigt om het kader te stellen voor het klimaatbeleid.

Voorzitter. Voor volgende generaties is het belangrijk de wereld leefbaar te houden. Op voordracht van het CDA, samen met de Partij voor de Dieren, worden de Nederlandse klimaatwetenschappers van het Intergovernmental Panel on Climate Change uitgenodigd om een en ander toe te lichten. Het VN-rapport van vorige week over de huidige stand van zaken van de wereldwijde inzet is verontrustend. Daarin staat dat de aarde met de huidige wereldwijde inzet in 2050 waarschijnlijk met meer dan 2˚C opwarmt, dus meer dan 1˚C opwarming erbij in 30 jaar. Het is waarschijnlijk dat een dergelijke opwarming grote gevolgen heeft voor de leefbaarheid van de wereld.

Voorzitter. Het is een ingrijpende transitie voor Nederland en de rest van de wereld, waar we nog maar net aan zijn begonnen. Om de transitie te laten slagen is het heel belangrijk dat we dit samen met onze inwoners doen, de kosten laag houden en ook een concurrerende economie blijven. We moeten voorkomen dat de kosten worden neergelegd bij inwoners die niet meekunnen en een kleine portemonnee hebben. We moeten voorkomen dat bedrijven werkgelegenheid wegtrekken over de grens. Om die reden wil het CDA het liefst internationaal en Europees samenwerken en grote afwijkingen met het Europese beleid voorkomen. Als het Europese doel lager uitkomt, moeten we ook ons eigen doel kunnen bijstellen. Daarom vraagt het CDA de minister hoe het staat met de inspanningen om te pleiten voor een hoger Europees CO2-doel in 2030.

Voorzitter. Om de doelen van de Klimaatwet te halen, is een enorme inzet nodig van iedereen, van inwoners die bijvoorbeeld een spouwmuur gaan isoleren, van ondernemers die met nieuwe technieken komen of die zonnepanelen installeren, van gemeenten en provincies die samen met de inwoners werken aan een warmteplan. Het CDA doet een oproep aan al deze partijen om hun steentje bij te dragen en gezamenlijk aan het klimaatbeleid te werken. Kunnen de initiatiefnemers reflecteren op de enorme inzet die van iedereen gevraagd wordt?

Dan nog een vraag aan de minister. Het CDA vindt het belangrijk dat de Nederlandse overheid in haar economisch en fiscaal beleid rekening houdt met de gevolgen voor onze grensstreken. Gaat de minister het instrument van grenseffectentoets bij de uitvoering van dit initiatiefwetsvoorstel toepassen?

Afrondend, sluit ik mij aan bij de positieve woorden die richting de indieners zijn uitgesproken door de heer Sienot en de dankwoorden van de heer Van der Lee.

De heer Stoffer (SGP):

Ik heb twee vragen aan de heer Geurts. De eerste vraag: is deze initiatiefwet, waarbij ik ervan uitga dat het CDA die zal steunen, helemaal conform het ideaal van het CDA of niet?

De heer Geurts (CDA):

Er zit hier een heel brede vertegenwoordiging uit de Tweede Kamer. Dat heeft bij elkaar gebracht wat er nu in het initiatiefwetsvoorstel staat. Daar zit ook een lid van mijn fractie bij als een van de initiatiefnemers. Dan kunt er dus gevoegelijk van uitgaan dat wij er goed over gesproken hebben voordat een van onze fractieleden zich erbij aansluit en daarmee ook meeonderhandelt over het resultaat. Dus wij gaan dit initiatiefwetsvoorstel steunen.

De heer Stoffer (SGP):

Dan de echte vraag. Stel dat het CDA één ding zou mogen wijzigen. Wat zou dat dan zijn?

De heer Geurts (CDA):

Die vraag had u gisteren moeten stellen, want dan had ik het misschien beter geweten. Wat voor het CDA heel belangrijk is, is dat wij onze samenleving hier in mee gaan nemen, dat het ook draagbaar, haalbaar en betaalbaar is, als u dan toch een wens zou willen horen die ik persoonlijk heb. Zo heeft iedereen zijn wensen. Als je het niet met elkaar eens kunt worden, kom je niet tot een wetsvoorstel dat een aantal inhoudelijke kaders vastlegt. Dit zou een van mijn wensen geweest kunnen zijn.

De voorzitter:

Dan ga ik naar de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Als "draagvlak, haalbaar en betaalbaar" een van de wensen zou zijn geweest, heb ik de volgende vraag. Zou de heer Geurts dan bereid zijn om af te stappen van de gedachte dat er nu in een keer een Fortuyn-revolte is, omdat de energietransitie misschien niet betaalbaar is? Dit nadat het CDA decennialang alle knoppen van de economie heeft opengedraaid voor opwarming, het degressieve energiebelastingsysteem in stand heeft gehouden, waardoor bedrijven relatief tot wel 60 keer minder betalen voor energie dan families, dat eigenlijk wat de heer Buma doet ...

De voorzitter:

Maar wat is de vraag?

De heer Van Raan (PvdD):

De vraag is of de heer Geurts er zich eindelijk een keer van bewust wordt dat hij zelf de brandweerman is die het vuur bestrijdt met benzine.

De heer Geurts (CDA):

In deze bijdrage zitten zo veel aannames, dat ik mijn spreektijd nog wel drie keer kan verdubbelen door ze allemaal te gaan ontkrachten. Ik ga dat niet doen. Ik ben het met de aannames van de heer Van Raan niet eens. Ik ben het met de conclusie van de heer Van Raan niet eens. Als de heer Van Raan nou gewoon — misschien heeft hij daar een bril voor nodig — eens even naar buiten kijkt en even nadenkt wat het volk zou vinden van de bijdrage die hij net heeft geleverd. Misschien dat meneer Van Raan als volksvertegenwoordiger dat maar eens moet doen.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Ik constateer een grote scheuring ten opzichte van sommige geluiden binnen het CDA die echt groen en progressief zijn en dat dit echt volstrekt achterhaalde en aantoonbaar onjuiste ...

De voorzitter:

U begon zo fijn met complimenten.

De heer Van Raan (PvdD):

Zeker, maar dat geldt niet voor de heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):

Ik vind het toch heel bijzonder dat de heer Van Raan probeert een tegenstelling te creëren. Ik denk dat de heer Van Raan totaal niet naar geluisterd heeft naar de bijdrage die ik heb geleverd, een eindconclusie vanmorgen al had getrokken toen hij uit bed stapte en die hier net gedeponeerd heeft, zonder een redelijk debat te voeren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Geurts. Dan geef ik nu het woord aan de heer Futselaar namens de SP.

De heer Futselaar (SP):

Dank u, voorzitter. De SP wil zich graag aansluiten bij de felicitaties die zijn gegeven aan de zeven indieners en de dank aan de ondersteuning. Ik wil daarbij specifiek benoemen alle fractiemedewerkers van de verschillende politieke partijen, die daar niet allemaal zitten maar wel achter de schermen zeer uitgebreid hebben meegedacht, meegerekend en meegepraat en die hier niet altijd de lof krijgen die ze verdienen. De politieke verschillen zijn groot in vak-K en dat maakt het des te mooier dat er ondanks die tegenstellingen met zoveel partijen tot een initiatief gekomen kon worden.

Het is heel goed dat er een klimaatwet komt die duidelijk maakt waar we in ieder geval met elkaar naartoe moeten: in 2050 produceren, vervoeren en leven wij CO2-neutraal. Dat dit nu met deze wet wordt gemarkeerd, biedt voor de lange termijn zekerheid die ook onmisbaar is om dat doel te gaan bereiken. Het gaat immers om enorme investeringen in tijd, in moeite en in geld om dit voor elkaar te krijgen. Dat wij hier niet mee kunnen wachten, blijkt keer op keer. Recent kwam er een rapport van het IPCC waarin wordt gewaarschuwd wat de enorme verschillen zijn tussen 1,5˚C opwarming of 2˚C opwarming. Daar is al eerder aan gerefereerd. Of zie het rapport van de VN van vorige week, dat stelt dat de inspanningen om niet voorbij die 1,5˚C tot 2˚C te komen waarschijnlijk drie tot vijf maal groter zullen moeten zijn dan wereldwijd was afgesproken. Wij moeten voortmaken. Het is eigenlijk ook treurig dat ondanks alle signalen die er al lange tijd zijn dat het de verkeerde kant op gaat, het de Kamer is geweest die het initiatief heeft moeten nemen. Het is goed dat we het doen, absoluut, maar laten we ook eerlijk zijn en zeggen dat wij hier staan omdat de regeringen het tot nu toe hebben nagelaten.

Want uiteindelijk is de grote vraag: hoe gaan wij dat voor elkaar krijgen, CO2-neutraal in een paar decennia? Helaas gaat deze wet er niet magischerwijs voor zorgen dat dit gaat gebeuren. De Klimaatwet biedt het nodige kader en de duidelijkheid die nodig is om die stappen te kunnen gaan zetten. Over de uiteindelijke weg daarheen zullen ook de indieners wel van mening verschillen. Het kabinet streeft ernaar om dit vorm te geven met het klimaatakkoord, een akkoord waar de SP zich grote zorgen om maakt. Regie vanuit het kabinet lijkt wat te ontbreken en in de onderhandelingstafels lijkt vooral de industrie de dienst uit te maken en de signalen zijn niet best op dit moment. Onze grootste zorg is dat er te laat te weinig gaat gebeuren en dat het uiteindelijk de huishoudens zullen zijn die de rekening betalen.

Maar laat de Klimaatwet van vandaag doen wat hij belooft: duidelijkheid geven richting 2050. In 2030 moeten wij op de helft zijn. Met het vijfjaarlijkse klimaatplan worden de richting en de benodigde maatregelen ingevuld. En de SP benadrukt graag dat hierbij altijd moet worden gekeken naar de gevolgen voor huishoudens, de gevolgen voor inkomens en de gevolgen voor werkgelegenheid, zodat waar en wanneer dat nodig is, tijdig kan worden ingegrepen. Jaarlijks houden we, zeker ook wat dat betreft, de vinger aan de pols met de klimaat- en energieverkenning in de klimaatnota.

Voorzitter, vandaag is inderdaad een uniek moment waarop de Kamer het initiatief heeft genomen om duidelijke doelen met de Klimaatwet te markeren. Nu is het aan de regering om de handschoen op te pakken en te komen met een invulling die recht doet aan deze doelen. Uiteraard zullen wij vanuit de Kamer de regering daar graag mee helpen. Er moet een beleid komen waarbij de rekening daar ligt waar zij hoort, bij de vervuilende industrie, een sociaal klimaatbeleid waarvan iedereen meeprofiteert en waarbij niemand in de kou achterblijft.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Futselaar. Dan ga ik nu naar de heer Veldman namens de VVD.

De heer Veldman (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met het complimenteren van de indieners van de Klimaatwet met hun initiatief. Het gebruik van het voorrecht van de Kamer om zelf wetgeving te maken, neemt weer toe. Dat is bijzonder en een initiatiefwet is sowieso een bijzonder iets, zeker in het geval van deze Klimaatwet. In de vorige Kamerperiode is dit gestart als initiatief van de leden Klaver en Samsom en nu is een initiatiefwet ingediend namens zeven leden van zeven verschillende fracties. Een huzarenstukje, zou je kunnen zeggen.

Voorzitter. Ik spreek ook graag mijn waardering uit in de richting van het kabinet. Het is goed te zien dat het kabinet bij het voornemen uit het regeerakkoord om de afspraken ten aanzien van klimaat en energie om te zetten in een Klimaatwet, volop ruimte geeft aan de Kamer om hier zelf invulling aan te geven. De bij de regeringsverklaring geschetste deur naar de Trêveszaal die op een kier openstaat, blijkt hier volledig opengezwaaid. Ik ben benieuwd of de indieners dit ook zo ervaren.

Voorzitter. Dan kom ik op de wet zelf. De streefdoelen zijn helder: een streefdoel van 49% emissiereductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990, een streefdoel voor 2050 van 95% en een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050. Deze streefdoelen sluiten uiteraard aan bij het klimaatakkoord van Parijs. Deze streefdoelen worden door de VVD gezien als een opdracht aan de regering. Zoals de indieners terecht stellen, vormen deze doelen geen verplichting die bij wijze van spreken bij de rechter kan worden afgedwongen. Het is aan het kabinet om invulling te geven aan de streefdoelen in deze wet en het is aan het parlement om daarop toe te zien.

Voorzitter. Hierbij zijn wat betreft de VVD wel een aantal belangrijke uitgangspunten te benoemen, die ik de indieners en ook de minister graag nog zou willen voorhouden. De VVD hecht sterk aan kostenefficiëntie. Dat moet een leidend uitgangspunt zijn. We moeten niet dagdromen over de toekomst. We moeten in het hier en nu keuzen maken die behapbaar en betaalbaar zijn. Daar waar de Raad van State adviseerde om kostenefficiëntie als materiële norm in de wet op te nemen, stellen de indieners dat zij de regering zo veel mogelijk ruimte willen bieden in de keuzen die voor het klimaatplan te maken zijn. Het bieden van deze ruimte is te waarderen. Ik denk wel dat het belangrijk is dat de indieners hier nog eens expliciet aangeven dat ook zij kostenefficiëntie als een zeer belangrijk uitgangspunt zien. De minister zou ik willen vragen of hij opnieuw kan bevestigen dat kostenefficiëntie voor dit kabinet een leidend principe is.

Voorzitter. Zoals gezegd dienen alle maatregelen die uit deze wet gaan voortvloeien behapbaar en betaalbaar te zijn. Dat vraagt dus om zorgvuldige afwegingen. Dat vraagt dus om die kostenefficiëntie. Dat vraagt ook om naar het totaalbeeld te kijken als het gaat om inkomenseffecten. Het is goed te zien dat de wet zich hier ook expliciet over uitspreekt. De Klimaatwet biedt geen ruimte voor inkomenspolitiek via de energierekening. Besluitvorming over inkomensgevolgen loopt via de reguliere begrotingssystematiek. Uiteraard kan kostenefficiëntie bijdragen aan het zo laag mogelijk houden van de kosten die de komende transitie met zich mee gaat brengen, maar uiteraard kan niet worden uitgesloten dat het effect heeft op het besteedbaar inkomen. Juist daarom is het goed om niet per thema in te zetten op inkomenseffecten, maar hierbij te kijken naar het grotere plaatje.

Voorzitter. Met deze initiatiefwet zetten we in Nederland het klimaatakkoord van Parijs om in nationale wetgeving. In een aantal landen, onder andere het Verenigd Koninkrijk sinds 2008, kent men al een klimaatwet of is men daarmee bezig. Maar hoe wordt het in al die andere landen ingevuld? Kunnen de indieners een beeld geven van de uitwerking van Parijs in andere met name Europese landen? Ik vraag dat, omdat het belangrijk is en blijft dat er een gelijk speelveld is. Parijs bindt ons allemaal, maar hoe vertaalt het zich in de verschillende nationale parlementen? Is er sprake van vergelijkbare wetgeving? Aan de minister vraag ik hoe hij het voornemen uit het regeerakkoord om te komen tot een emissiereductie van 55% in 2030, voor zich ziet. Ziet hij ruimte voor een kopgroep van Europese landen die zich bij dit streefpercentage aansluiten? Wat betekent dit dan voor het gelijke speelveld? Zal de vertaling van de streefdoelen in concrete maatregelen worden ingevuld op een manier die onze concurrentiepositie niet schaadt? Wat is daarmee de inzet van de minister komende week in Polen?

Daarmee kom ik bij de kansen die deze wet biedt. Het hier en nu vastleggen van de streefdoelen en het voor langere tijd in wetgeving vastleggen van hetgeen we gezamenlijk willen bereiken, bieden stabiliteit en zekerheid. Stabiliteit en zekerheid bieden vertrouwen, vertrouwen voor investeerders, vertrouwen voor het bedrijfsleven. Vertrouwen biedt weer een gunstig klimaat voor innovatie.

Nederland strijdt al eeuwen tegen het water. In zekere zin heeft die voortdurende strijd ook gezorgd voor stabiliteit, zekerheid en vertrouwen. We weten al eeuwen dat we natte voeten krijgen als we niets doen tegen het water. Die zekerheid heeft ertoe geleid dat Nederland, Nederlandse innovaties en Nederlandse bedrijven tot de top van de wereld behoren als het gaat om watermanagent. Met stabiliteit, zekerheid en vertrouwen creëren we nu de mogelijkheid om bij de transitie waar we nu in het klimaat- en energievraagstuk voor staan opnieuw wereldleider te worden. Het gaat om nieuwe duurzame energie, research and developmentinvesteringen van bedrijven in Nederland, maar ook om nieuwe investeringen en innovaties vanuit het buitenland, dankzij goede acquisitie en een goed vestigingsklimaat.

De Klimaatwet zorgt voor die stabiliteit en zekerheid. De regering vult het in met behapbare en betaalbare maatregelen alsook met een goed en gericht acquisitiebeleid en vestigingsklimaat. Deelt de minister het gegeven dat er hier een enorme kans ligt, dat er hier ook economisch kansen voor Nederland liggen? Delen de indieners het gegeven dat stabiliteit en zekerheid de basisvoorwaarden zijn voor succes en dat het vijfjaarlijkse klimaatplan alsook de tweejaarlijkse evaluatie geen politieke speeltjes moeten zijn om de langjarig gestelde streefdoelen binnen slechts enkele perioden te realiseren, maar dat het vijfjaarlijkse klimaatplan juist voor continuïteit moet zorgen en dat continuïteit zorgt voor vertrouwen en draagvlak?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Veldman. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kops, namen de PVV.

De heer Kops (PVV):

Voorzitter, dank u wel. De PVV sluit zich niet aan bij de felicitaties van de voorgaande partijen. De verschillen tussen de partijen hier in vak-K zijn nog nooit zo groot geweest. Zelfs in de coalitie rammelt het aan alle kanten. Maar als er iets is waarover al deze partijen in vak-K het wel eens zijn, dan is het zoiets als een Klimaatwet. Een Klimaatwet waarmee deze partijen Nederland naar de knoppen gaan helpen. Een Klimaatwet waarmee deze partijen huishoudens diep in de financiële ellende zullen storten. Dat vinden zij in vak-K allemaal eensgezind een goed idee. Het is maar waar je trots op bent. Ze zouden zich allemaal stuk voor stuk diep moeten schamen voor het enorme drama waar zij het land mee opzadelen.

Klimaatwet, klimaatbeleid, klimaatakkoord, energietransitie, zonnepanelen, warmtepompen, elektrische auto's, van het gas los, je hoort tegenwoordig niet anders meer. Kijk je naar de tv, dan word je doodgegooid met spotjes over energiebesparing omdat dit goed zou zijn voor het klimaat. Luister je naar de radio, dan word je wijsgemaakt dat je vooral elektrisch moet gaan rijden omdat door dieselauto's de wereld zou vergaan.

CO2-reductie, dat is op dit moment het codewoord, het toverwoord. Hoewel, het wil alleen nog niet zo lukken. Gisteren nog werd bekend dat Nederland in 2020 niet verder komt dan 15% minder uitstoot, terwijl het kabinet zelf dacht op 23% te zitten. Dat is nogal een verschil. Daar worden dus vele, vele miljarden aan uitgegeven, terwijl de doelen zelf niet eens worden gehaald. Wat een amateurisme! Peperduur amateurisme, welteverstaan. Dit is dus het resultaat van het energieakkoord uit 2013. De kosten zijn zo'n 100 miljard en het resultaat is bedroevend. En de burgers maar betalen, want zij draaien er uiteindelijk voor op.

In plaats van zich de ogen uit de kop te schamen, scherpen deze zeven partijen de CO2-reductiedoelen nog wat aan. Daar gaat de Klimaatwet over: 49% reductie in 2030 en zelfs 95% reductie in 2050. Waar is eigenlijk die resterende 5% voor bedoeld? Is dat wellicht om te ademen, want de initiatiefnemers zijn er toch wel van op de hoogte dat ook de mens CO2 uitstoot met het ademen? Mag dat dan nog wel van deze partijen?

Voorzitter. Al decennialang is de ijsbeer het symbool van hysterische milieu- en klimaatclubjes. Al decennialang wordt ons wijsgemaakt dat we iets moeten doen tegen klimaatverandering, omdat de ijsbeer anders uitsterft. Al decennialang wordt de mensen een schuldgevoel aangepraat en bang gemaakt met een doembeeld. In werkelijkheid gaat het juist heel goed met de ijsbeer. Dat was de conclusie van de Canadese zoöloog Susan Crockford, twee weken geleden. Het aantal ijsberen is stabiel en neemt zelfs toe. En kijk, voorzitter, nu hebben we de kern van de hele klimaatdiscussie te pakken. Het is eigenlijk in werkelijkheid geen discussie meer. Bangmakerij, dat is het. Maar bleef het daar maar bij. Bleef het maar bij wat bangmakerij, want daar prikken we heus wel doorheen. Maar waar deze zeven partijen mee bezig zijn, is hún klimaathysterie, hún CO2-obsessie vastleggen in wetgeving. En dan komt niemand er meer onderuit. Dat is heel ernstig, voorzitter. Dat is zorgwekkend. Onderschat de gevolgen vooral niet. Willen de burgers niet meedoen, omdat ze het allemaal onzin vinden, willen de burgers niet voor vele tienduizenden euro's hun huis zogenaamd klimaatneutraal maken: pech gehad, ze moeten wel. Daar zal de regering voor zorgen. Nogmaals, dat is ernstig, want eenmaal vastgelegd in de wet zal CO2-reductie afgedwongen kunnen worden.

Nu al bemoeien rechters zich ermee. In 2015 heeft een wezenloze milieuclub, Urgenda genaamd, een rechtszaak aangespannen tegen de Staat. Als je dat doet, ben je natuurlijk gewoon niet goed bij je hoofd, maar dat even terzijde. Des te erger is het dat het gerechtshof Urgenda nog in het gelijk gesteld heeft ook: de Staat moet nog meer doen tegen CO2-uitstoot.

Minister Wiebes heeft aangegeven dat hij het er niet bij laat en naar de Hoge Raad stapt. Ik citeer: "Omdat wij willen weten, in hoogste instantie, of een rechter in deze mate op de stoel van de politiek mag gaan zitten. Een principekwestie". Terecht dat de Staat naar de Hoge Raad stapt, want klimaatbeleid is politiek en rechters moeten zich daar vooral niet mee bemoeien. Maar dat dit voor de minister niets meer is dan een principekwestie, is natuurlijk slappe hap, want wat zijn de principes van de minister waard? Niet veel, want vorige week werd nog bekend dat er nu alvast 500 miljoen aan meevallers apart wordt gezet voor extra klimaatbeleid, voor nog meer klimaatbeleid. Bovendien: als de minister werkelijk van mening is dat rechters zich niet met klimaatbeleid moeten bemoeien, waarom is hij dan voorstander van zoiets als een klimaatwet? Als de reductiedoelen eenmaal onderdeel zijn van de wet kunnen toekomstige kabinetten, die het hier niet mee eens zijn en zich er niet aan willen houden, zomaar voor de rechter worden gesleept. De gevolgen en de kosten zijn dan uiteraard voor de burgers. Dat is geen principekwestie, dat is een groot drama. Die rechterlijke uitspraak gaat de minister dan ook gewoon uitvoeren, al is het maar omdat de klimaatwet, waar ook hijzelf groot fan van is, nog veel verder gaat dan dat.

Voorzitter. Ontelbaar vaak heeft de PVV de conclusie getrokken: klimaatbeleid is weggegooid geld. Waarom dan in hemelsnaam daarmee doorgaan? Waarom in vredesnaam doorgaan met het verspillen van honderden miljarden? Waarom in vredesnaam een klimaatwet? Maar toch moet het klimaatsprookje overeind blijven. Zo is er momenteel een klimaattop in het Poolse Katowice. Premier Rutte is er afgelopen maandag geweest. Even op en neer met het tijdelijke regeringstoestel, een gehuurde Boeing 737 Business Jet. Komende week gaan ook de minister en zijn collega bewindslieden naar de klimaattop en jawel, ook allemaal met het vliegtuig. Wat vindt de minister daar zelf eigenlijk van? Is het niet wat veel vliegverkeer voor een kabinet dat obsessief de strijd tegen CO2 is aangegaan? Wat een hypocrisie. Ondertussen worden de burgers opgezadeld met peperdure, onbetaalbare klimaatmaatregelen. Ik zou zeggen: wees dan ook een vent en practice what you preach, beste minister.

Terwijl het kabinet 49% reductie in 2030 wil, heeft premier Rutte zelf gepleit op de klimaattop voor maar liefst 55%. Nou, wat een ambitie. De vraag is: is die ambitie, die 55%, wellicht puur voor de bühne, een soort sollicitatie van de premier naar een baantje in Brussel, waar het aanhangen van de klimaatideologie een pre is? Of is het serieus bedoeld? Als dat zo is, hoe wil Nederland dat dan in hemelsnaam voor elkaar gaan krijgen? En hoeveel miljarden extra gaat dat dan wel niet kosten? Wat een waanzin.

Ondertussen worden de jongens en meisjes van het IPCC, die vreselijke klimaatclub van de VN, steeds hysterischer. Ik citeer: "Er moeten snelle en verstrekkende maatregelen worden genomen." Daarbij moeten landen volgens het IPCC — let op — hun economische belangen ondergeschikt maken. Kijk, daar komt dan de klimaataap uit de mouw. Klimaatbeleid maakt ons arm en het lijkt haast wel de bedoeling te zijn. Klimaatwet, klimaatakkoord, energietransitie, klimaatbeleid; het gaat allemaal onvoorstelbaar veel kosten, honderden miljarden. In ieder debat, iedere keer weer opnieuw, kaart de PVV dit aan. Telkens staat er dan een minister de boel te bagatelliseren, te downplayen. Ach, wat het allemaal gaat kosten, dat weten we nog niet precies. We moeten afwachten. Het blijft betaalbaar, het blijft voor iedereen te behappen. Heus, echt waar. Maakt u zich maar geen zorgen, aldus de minister. Het is gewoon niet waar.

De heer Sienot (D66):

Ik heb een tijdje zitten luisteren. Als u het mij toestaat, mevrouw de voorzitter, zou ik allereerst een klein ding willen ophelderen. We willen natuurlijk niet naar 0% CO2-uitstoot gaan. We gaan naar een percentage beneden het niveau van 1990, dus mensen kunnen vrijelijk blijven ademhalen. Laten we dit feestje niet bederven omdat mensen denken dat ze niet meer kunnen ademhalen. Dat kan wel ...

De heer Kops (PVV):

Je weet maar nooit.

De heer Sienot (D66):

Dus dat is maar opgehelderd.

Dan het volgende. Wat de heer Kops van de PVV doet, is gewoon een staaltje wegkijken. Het IPCC bestudeert duizenden en duizenden wetenschappelijke rapporten en daaruit komt een heel verontrustend beeld naar voren. Ook de wetenschappers die de PVV graag aanhaalt worden daar gewoon in meegenomen.

De voorzitter:

En de vraag is?

De heer Sienot (D66):

Mijn hele punt is: waarom maakt de PVV iedereen alleen maar bang in plaats van dat ze de zorgen serieus mee helpt weg te nemen die mensen hebben over de klimaatverandering die ze om zich heen zien? Van de afgelopen achttien jaren waren er zeventien jaren de warmste ooit. Er is iets aan de hand en de PVV kijkt weg.

De heer Kops (PVV):

Als de heer Sienot duidelijk had geluisterd: ik heb gezegd dat juist de klimaathysterici de mensen in het land bang maken. Als mensen in het land zich ergens zorgen over maken, dan zijn het wel de kosten van klimaatbeleid, meneer Sienot, en daar doet u niets aan. Sterker nog, u bent daar de oorzaak van. Ik ga er zo meteen nog heel veel over zeggen. De kosten lopen gierend uit de klauwen. Mensen kunnen en willen het niet betalen. En dan komt er zoiets als een vreselijke Klimaatwet waar mensen niet op zitten te wachten. Schei toch uit. Mensen kunnen en willen het niet betalen.

De heer Sienot haalt het IPCC aan. Ja, allemaal rapporten. Maar als u die goed had gelezen: ook het IPCC spreekt over scenario's en geeft toe dat er geen voorspellingen zijn, geen verwachtingen. Ik citeer: "Er is beperkt bewijs dat veranderingen van extreem weer komen door veranderend klimaat." Dat staat in het IPCC-rapport 2013 AR5 WGI, hoofdstuk 2.6, bladzijde 219. Als u dat allemaal goed had bestudeerd, dan had u zelf geweten dat er heel veel onzekerheden zijn die zelfs de klimaathysterici van zoiets als het IPCC erkennen. Dan zegt de PVV heel duidelijk: we moeten dit niet doen, stop ermee.

De heer Sienot (D66):

Ik constateer opnieuw dat de PVV gewoon blijft wegkijken. Ik constateer dat er opnieuw selectief wordt gewinkeld in uitgebreide wetenschappelijke rapportages en daar weer de samenvattingen van van het IPCC. Ik constateer ook dat wij daarmee niet verder komen en dat wij op deze manier Nederland straks onder water zetten. Dat zou nog niet zo erg zijn als het alleen bleef bij wegkijken, maar het is ook het onthouden van kansen. Wij zien dat zonne-energie sinds 2008 bijna 90% goedkoper is geworden en die lijn gaat gewoon door. Wij kunnen mensen goedkoper en comfortabeler laten wonen. Ik zou de heer Kops van de PVV willen vragen: kunt u die mensen helpen om van die kansen om comfortabeler te wonen te profiteren?

De heer Kops (PVV):

Wat wij willen, zijn lagere lasten. Zo simpel is het. Maar als je ziet wat het klimaatneutraal maken van een woning gaat kosten ... Burgers moeten aan de warmtepomp. Gisteren of vandaag stond er een artikel in de krant waaruit blijkt dat voor oudere huizen zo'n warmtepomp helemaal niet gaat werken. Maar mensen als de heer Sienot willen het wel. Het gaat echter zo ontzettend veel geld kosten dat de mensen dat niet willen.

De heer Sienot kwam even terug op het IPCC. Ik wil best een voormalig wetenschapper van het IPCC, de heer Tol, citeren. Die heeft namelijk gezegd dat er sprake is van massahysterie — de heer Sienot loopt nu weg; dat is gevoelig — en dat het idee dat onze kleinkinderen gevaar lopen omdat de aarde opwarmt volslagen mesjogge is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat klimaatverandering zo verschrikkelijk is; het klimaat heeft nauwelijks invloed op welzijn en welvaart. Nee, inderdaad, maar klimaatbeleid heeft wel grote invloed op de portemonnee van huishoudens. De energierekening gaat volgend jaar onder de noemer van het klimaat omhoog met €150. Althans, zo is in eerdere debatten gebleken; eergisteren is naar voren gekomen dat uit berekeningen van gaslicht.com blijkt dat de rekening met €360 omhoog gaat. Dat is allemaal het gevolg van klimaatbeleid, meneer Sienot, en u vindt dat prima.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik wil graag voor de Handelingen en de parlementaire geschiedenis de heer Kops behoeden voor een wetenschappelijke misser. In zijn bijdrage beweerde hij zojuist dat er mensen zijn die zeggen dat er op Groenland minder ijsberen komen door de klimaatverandering. Maar daar gaat het niet om; het gaat daar prima met de ijsberenpopulatie. Dat is ook wel logisch, want er komt steeds meer water in plaats van ijs, dus ijsberen kunnen makkelijker met hun poten visjes uit het water hengelen. Waar het wel om gaat, is dat wetenschappelijk is aangetoond dat in de afgelopen 3 decennia het ijs op Groenland sneller smelt dan in de 350 jaar daarvoor — zo lang meten wij dat nu. Het is aangetoond dat die snelheid niet kan worden verklaard met natuurlijke variabiliteiten. Als de hoeveelheid ijs op Groenland smelt, heeft dat een grotere invloed op de zeespiegel dan al het ijs op Antarctica en alle gletsjers in de wereld. Dit wordt aangetoond door professor Van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie van de Universiteit Utrecht ...

De voorzitter:

En nu de vraag.

De heer Bruins (ChristenUnie):

En ik heb geen vraag.

De heer Kops (PVV):

Geen vraag, dat is natuurlijk lekker makkelijk. Maar ik heb wel een reactie op de heer Bruins. Het is wel het Wereld Natuur Fonds dat decennialang de burgers heeft wijsgemaakt dat de ijsbeer zou uitsterven. Op de website van het Wereld Natuur Fonds kunnen scholieren en kinderen kant-en-klare spreekbeurten downloaden die daarover gaan. Dat is dus pure bangmakerij.

Als de zeespiegel stijgt — voorspellingen laten zien dat wellicht de komende eeuw de stijging een halve meter zal bedragen — kan Nederland dat heel goed aan. Dat doen wij al eeuwenlang. Al eeuwenlang zijn wij meester in het omgaan met water, zelfs in periodes dat er in dit land helemaal geen CO2-uitstoot was.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Het is mooi om te horen dat de heer Kops zijn kennis baseert op de filmpjes van belangenorganisaties en niet op wetenschap.

De heer Moorlag (PvdA):

De heer Kops beweert dat we de waterstijging wel aankunnen. Maar hoe verklaart de heer Kops het dat de waterschappen toch adviseren om iets aan het klimaatvraagstuk te doen? Hoe verklaart u het verder dat, ondanks dat hij misschien met een wichelroede nog een enkele wetenschapper kan opsporen die er anders over denkt, er in 190 landen wetenschappelijke consensus is over de noodzaak om het klimaatvraagstuk aan te pakken en de CO2-reductie omlaag te brengen met de percentages die in deze wet staan?

De heer Kops (PVV):

Dat komt omdat de waterschappen vol zitten met PvdA'ers, zoals de heer Moorlag, die niets anders doen dan het regeringsbeleid uitvoeren. Dát is de oorzaak, dat meeheulen in de klimaatwaanzin.

De heer Moorlag (PvdA):

Dat is geen erg inhoudelijk antwoord. Ik moet wel zeggen dat de heer Kops zeer persistent is. Hij doet mij toch wel heel erg denken aan die oude man bij mij in het dorp, die nog jarenlang met een grote spuit DDT over de frambozen uitsproeide, en vervolgens tegen zijn kinderen zei: jongens, nu zijn ze geschikt voor consumptie.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat.

De heer Kops (PVV):

Van klimaatbeleid naar frambozen, voorzitter.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik probeer het even van een andere kant. De Partij voor de Vrijheid vertegenwoordigt een substantieel aantal Nederlanders. U kijkt, net als ik, naar polls waaruit blijkt dat ruim de helft van uw achterban zich zorgen maakt over klimaatverandering. Wat is nou de boodschap van de heer Kops aan zijn eigen achterban? Dat hij daar alleen maar wat aan doet als het gratis is? Is dat het verhaal van de PVV?

De heer Kops (PVV):

Nee, wij maken ons grote zorgen over de kosten. Als u goed luistert naar onze achterban — fijn dat de heer Van der Lee van GroenLinks dat zo goed weet — hoort u dat mensen het gewoon niet kunnen betalen, meneer Van der Lee. Mensen willen het niet, zo simpel is het. De kosten nemen gigantisch toe en door partijen als GroenLinks moeten ze wel hun huis gaan verduurzamen, moeten ze aan de warmtepomp, aan zonnepanelen en noem het allemaal maar op. Mensen moeten dat wel betalen en dat kunnen ze gewoon niet.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik constateer dat de PVV de ultieme freerider is: maatschappelijke vraagstukken die veel schade veroorzaken, nu en nog veel meer in de toekomst, worden afgewenteld op anderen. Dat is ontzettend gemakzuchtig en daar koopt niemand wat voor.

De heer Kops (PVV):

Ik had het dus over de minister, die iedere keer volhoudt dat het betaalbaar moet blijven. Het is gewoon niet waar. Maar ja, als u denkt dat het niet erger kan, dat kan het wel degelijk. Want VVD, CDA, ChristenUnie, D66, Partij van de Arbeid, SP en GroenLinks — daar zitten ze — spannen toch echt wel de kroon. De Raad van State verwijt deze partijen, de initiatiefnemers van de Klimaatwet, dat er geen inzicht is in de totale kosten van de klimaatdoelstellingen. Deze Klimaatwet gaat onvermijdelijk veel geld kosten en is niet kostenefficiënt, aldus de Raad van State. Dat is nogal wat. Maar wat denkt u? Denkt u dat deze partijen iets met die kritiek doen? Nee, helemaal niets. De kosten doen er niet toe, aldus deze partijen, zo blijkt uit hun reactie. Zij willen namelijk dat de regering "de vrijheid houdt om maatregelen te nemen die zij het meest opportuun acht. Kosteneffectiviteit als materiële norm botst hiermee." Met andere woorden: klimaatbeleid, doe het allemaal maar gewoon. Dat het vele miljarden gaat kosten, honderden miljarden, ontkennen ze niet, het boeit ze gewoon niet. Die partijen daar, dat mensen die hele klimaatwaanzin niet willen en kunnen betalen, het interesseert ze niet eens. De energierekening, waar ik het al over had, stijgt komend jaar met €150. Ook de minister heeft dat in eerdere debatten erkend. Maar gaslicht.com heeft berekend dat de energierekening met maar liefst €360 omhoog gaat. Is dat zo? Is dat bedrag dan meegenomen in het zogenaamde totale koopkrachtplaatje waar de minister en de coalitiepartijen continu naar verwijzen? Graag een reactie op dat punt.

Energie, een basisbehoefte, wordt voor steeds meer huishoudens een onbetaalbaar luxeproduct. Nu al leven een miljoen huishoudens in energiearmoede. In een land als Nederland is dat gewoon de realiteit. Maar die zeven partijen daar interesseert het geen ene moer.

Iedereen moet aan de elektrische auto. Daarvoor moeten er miljardensubsidies worden verstrekt. En subsidies klinken voor sommigen misschien aanlokkelijk, maar weet: gratis geld bestaat niet. Want wie moeten die miljardensubsidies opbrengen? De gewone man en vrouw, natuurlijk. De accijns op benzine en diesel gaat omhoog en de wegenbelasting stijgt. De gewone automobilist kan dus gaan betalen. Maar nogmaals, die zeven partijen daar kan het helemaal niets schelen.

Huishoudens moeten van het gas af. Huishoudens moeten aan de warmtepomp. Huishoudens moeten aan de zonnepanelen. Het klimaatneutraal maken van alle woningen kost met gemak 235 miljard euro. Dat is gemiddeld €30.000 per woning. Voor een doorsnee sociale huurwoning kost dat zelfs meer dan €50.000. Dat zijn toch geen bedragen meer? Maar wederom, die zeven partijen daar interesseert het geen ene zier.

En hebben huishoudens het geld niet om dit allemaal te betalen, dan sluiten ze maar een lening af, een zogenaamde gebouwgebonden lening, een lening die rust op het huis. Let wel, een hypotheek kunnen veel huizenkopers allang niet meer krijgen, maar een extra lening voor duurzaamheid is blijkbaar geen enkel probleem. Het is echt de wereld op zijn kop. En is een lening ook niet genoeg? Geen probleem, gemeenten en provincies weten daar wel wat op. Want hebben mensen geen geld maar wel een eigen woning, dan kunnen zij het blote eigendom van de grond overdragen aan de gemeente in ruil voor een grote zak met geld voor verduurzaming. Het klinkt natuurlijk inventief, maar weet: wie de grond bezit, bezit praktisch ook het huis. Huiseigenaren wordt op deze manier bijna letterlijk de grond onder hun voeten vandaan getrokken. Het is ongehoord. Onder de noemer "klimaat" is blijkbaar alles geoorloofd.

Samenvattend. Een, de klimaatfetisjisten van de VN zeggen dat we onze economische belangen ondergeschikt moeten maken aan klimaatbeleid. Twee, er worden idiote klimaatmaatregelen genomen die huishoudens inderdaad diep in de financiële ellende zullen storten. En drie, deze partijen vinden het allemaal wel prima. Sterker nog, het kostenplaatje interesseert ze helemaal niets. Het wordt de mensen gewoon door de strot geduwd. Kijk, daar zitten ze dan met z'n allen, de zeven partijen: wat een ongeregeld zooitje. Zeven partijen hebben in de achterkamertjes een Klimaatwet in elkaar gefietst. Ze hebben dus feitelijk al een meerderheid, hoe onvoorstelbaar absurd het allemaal ook is. Wij van de PVV houden echt ons hart vast.

Dank u wel.

De heer Geurts (CDA):

Dat laatste doe ik ook, mijn hart vasthouden, als ik deze taal hoor van de heer Kops van de PVV. Maar ik heb een vraag aan hem. Straks merkte ik bij de Partij voor de Dieren dat je niet relevant bent als je veehouder bent. Zie amendement op stuk nr. 28. Ik hoor in de bijdrage van de PVV dat je blijkbaar niet relevant bent als je je zorgen maakt over de droogteschade in Nederland. Toch heeft de PVV laatst met meerdere collega's een motie van mij gesteund die de bestrijding van de wateroverlast en andere onderzoeken uit het Deltafonds mogelijk maakt. Waar wil de PVV nou eigenlijk naartoe? Is het nou echt het woord "klimaat" waar de PVV van gaat steigeren?

De heer Kops (PVV):

Als de heer Geurts beter had geluisterd, had hij gehoord dat ik dat al eerder heb aangegeven in een interruptie van ik weet niet meer wie. Wateroverlast, wie is daar wel voor? Wie is er nou in hemelsnaam voor wateroverlast? Als dat zo is, moeten we daar natuurlijk wat aan doen. Zo simpel is het.

De heer Geurts (CDA):

Dat is een heel mooi antwoord. Dan moet ik alleen constateren dat de PVV-fractie nooit een motie zal steunen als je daarin het woord "klimaat" gebruikt, maar als je daarin gewoon benoemt wat er in de praktijk gebeurt, dan zien ze het in een keer wel. Dan snap ik echt de bijdrage van de PVV-fractie van net niet. Als ze zulke grote woorden gebruiken, zijn die dan alleen maar bedoeld om op de voorpagina van een landelijke krant te komen? Of gaat het ook echt om de inhoud?

De heer Kops (PVV):

Wat partijen als die van de heer Geurts doen, is proberen het klimaat te beïnvloeden. Eenieder die dat denkt, lijdt echt aan grootheidswaan. Zo simpel is het. Maar de mens doet al honderden, duizenden jaren niet anders dan zich simpelweg aanpassen aan veranderende omstandigheden. Wij als Nederlanders doen dat ook al honderden jaren: we passen ons aan aan het water. Zo simpel is het. Maar dat is heel wat anders dan de Klimaatwet die nu op tafel ligt.

De heer Moorlag (PvdA):

Een hele korte vraag. Is de heer Kops een democraat?

De heer Kops (PVV):

Ja, natuurlijk. Ik kan de heer Moorlag ook meegeven dat wij de tweede partij van Nederland zijn. Heel veel mensen hebben op ons gestemd. Wij zijn volksvertegenwoordigers en wij zijn er trots op om namens deze mensen hier te mogen staan. Ik weet niet of dat het antwoord is dat hij wil horen, maar zo is het.

De voorzitter:

Waar wilt u naartoe, meneer Moorlag?

De heer Moorlag (PvdA):

Ik gun de heer Kops zijn standpunten en hij mag helemaal gehakt maken van die Klimaatwet, maar ik stel die vraag omdat het mij enorm stoort dat hij de legitimiteit van de initiatiefnemers ter discussie stelt. Er is een tweederdemeerderheid die daaraan werkt en die diskwalificeert hij. Dat getuigt niet van een democratische inborst.

De heer Kops (PVV):

Heb ik dat gezegd dan, is mijn wedervraag aan de heer Moorlag. Ik heb het niet gehad over democratische legitimiteit. Maar de PVV heeft wel een mening over de zeven partijen die daar zitten en over hun Klimaatwet. Feit is dat ze dat in de achterkamertjes hebben bekonkeld. De minister zelf was er ook bij betrokken. Dat is gewoon een feit. Natuurlijk staat het hun vrij om dat te doen maar, nogmaals, de PVV heeft er wel een mening over. Die heb ik volgens mij duidelijk uitgesproken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kops.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan ga ik nu naar de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Ik zou mij toch willen aansluiten bij de complimenten en de waardering die vele anderen al hebben uitgesproken naar de Kamerleden in vak-K en alle mensen die hebben bijgedragen aan deze initiatiefwet. Bij dezen dus. Ik sluit daar ook de heer Samsom bij in die, samen met de heer Klaver, aan de basis van de wet stond. Naast het feit dat hij Nederland bestuurbaar hield, nam hij ook nog hiertoe het initiatief. Ik hoop dat die complimenten aan hem worden overgebracht. Ondanks dat ik het op inhoud niet altijd met hem eens ben, heb ik veel waardering voor de heer Samsom.

Voorzitter. De geplande verbouwing van het Binnenhof is een megaoperatie. Dat bent u vast met mij eens, want u gaat er rechtovereind voor zitten. Al een paar jaar voorbereiding, een jaar werk aan de Apenrots en zes jaar lang de eigenlijke verbouwing. Bij elkaar is dat tien jaar, als we tenminste geen vertraging oplopen. Stel, dat de architect aan het begin tegen de aannemer en het Rijksvastgoedbedrijf had gezegd dat het technisch mogelijk is om dit complex over vijf jaar compleet verbouwd te hebben, zelfs zonder aansluiting op het gasnet. Dat is wel duur, maar dat moet te doen zijn. En de monumentale status? Ach, wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. Ik denk dat niemand hier blindelings voor zou tekenen: zonder duidelijkheid over daadwerkelijke kosten en de verdeling van de risico's, zonder de garantie dat het parlementaire bedrijf gewoon door kan gaan en zonder enige zekerheid over de haalbaarheid van de termijn van vijf jaar. Want je weet dat het optimisme van een architect achter de tekentafel grenzeloos is, maar dat de uitvoering — zo zeg ik als uitvoeringsman — meestal weerbarstiger is dan wat je aan de tekentafel ontwerpt.

Nu denkt u, voorzitter: wat heeft dit te maken met de Klimaatwet? Nou, bij de voorliggende Klimaatwet bekruipt me een klein beetje hetzelfde gevoel. Naar 49% minder CO2 in 2030 en 95% minder CO2 in 2050 is echt een enorme opgave. 3 miljoen rijtjeshuizen moeten worden geïsoleerd en van duurzame stroom en warmte worden voorzien, 10 miljoen benzine- en dieselauto's kunnen niet langer zo doorrijden en 1.300 petajoule energieverbruik door fabrieken moet worden omgeturnd. En dat in 30 jaar. Voor de transformatie van het Binnenhof, hooguit een vierkante kilometer, hebben we tien jaar nodig. In minder dan 15 jaar een transformatie van half Nederland en in 30 jaar een transformatie van heel Nederland, dat wordt echt heel spannend. De heer Sienot had het daarstraks over wegkijkers en zwartkijkers. Ik zou bij geen van beiden ingedeeld willen worden, dus ik geef mezelf maar de rol van dwarskijker. Daar ga ik ook mee verder.

Voorzitter. De SGP is ervan overtuigd dat we met elkaar aan de slag moeten. Want de verduurzaming van onze energievoorziening, onze industrie en landbouw is een noodzakelijke opgave. Ik ben niet iemand die denkt dat we met z'n allen even aan de thermostaat van de aarde kunnen draaien en dat het dan wel voor mekaar is. Nee, ik vind wel dat we, met alle vraagtekens die we kunnen hebben, uit voorzorg de klimaatproblematiek serieus moeten nemen. Als we onze schouders ophalen en maar gewoon door blijven stoken en we straks toch fout blijken te zitten, dan is niet alleen Nederland maar dan zijn ook zeker landen als Bangladesh de dupe. Wij als SGP vinden dat we dat niet mogen laten gebeuren.

Er is meer dan klimaat. We geven nu miljarden uit aan de import van fossiele brandstoffen uit louche landen. Daar moeten we van af. Ook onze Groningers — mevrouw Beckerman zal nu nog harder knikken — mogen we niet in de kou laten staan. Tussendoor zou het het draagvlak voor de Klimaatwet verbreden als we ook deze argumenten daarbij meenemen. Dus wat ons betreft: laten we met elkaar de handen uit de mouwen steken, zodat we niet langer aan het infuus van buitenlandse fossiele brandstoffen blijven hangen.

Voorzitter. Gaat de Klimaatwet daaraan bijdragen? Ja en nee. Ja, omdat de wet handvatten geeft voor daadkrachtig beleid en democratische controle hierop. Ik noem de vijfjaarlijkse klimaatnota en de jaarlijkse verkenning en kabinetsnota. In het afgelopen jaar heb ik te vaak gezien dat de bal doorgeschoven wordt naar de klimaattafels in de zin van: bedrijven en milieuorganisaties, zeggen jullie het maar. Dit terwijl Jan met de pet niet aan tafel zit. Wat ons betreft moet de regie terug naar waar zij hoort: bij de politiek. Ingrijpende maatregelen verdienen democratische controle. De handvatten die de wet geeft, kunnen daarbij helpen. Dus ja, deze onderdelen van de Klimaatwet verdienen volop onze steun.

Maar, voorzitter, ik wil een amendement indienen om ervoor te zorgen dat in het klimaatplan ook de inzet op innovatie en de gevolgen van het beleid voor de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de energievoorziening worden meegenomen, evenals de rol van provincies, gemeenten en waterschappen. Zij zullen namelijk echt een heel belangrijke rol gaan spelen. We moeten hen in staat stellen om die rol ook waar te maken. Ik zal ook een amendement indienen om de luchtvaart in het klimaatplan mee te nemen. Het wetsvoorstel is nu zo opgesteld dat vliegtuigen buiten schot kunnen blijven. Maar het kan niet zo zijn dat we van Jan Modaal zware offers vragen, terwijl goedkope maar milieubelastende vliegreizen gewoon door kunnen gaan. Ik hoor heel graag hoe de indieners tegen deze amendementen aankijken.

Voorzitter. Voor de SGP zit het echt hete hangijzer in het artikel met de doelstellingen voor 2030 en 2050. Dat is artikel 2. En troost u: ik ga daar geen 32 minuten over praten. Maar ik wil het wel even aanhalen. Ik vind het namelijk heel goed dat er een stip op de horizon wordt gezet. We moeten het gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen. Artikel 2 doet echter voorkomen alsof deze doelstellingen binnen handbereik zijn. En dat zijn ze naar onze mening nog niet. Door de elektrificatie van gebouwen, fabrieken en auto's worden we steeds afhankelijker van stroom. Tegelijkertijd leveren windmolenparken en zonnepanelen een paar weken per jaar nauwelijks stroom. We hebben nu al een tekort aan technisch personeel om die hele transitie vorm te gaan geven. Wat gaat het betekenen voor het draagvlak in de samenleving als opeenvolgende doelstellingen mogelijk steeds met hangen en wurgen tegen een grote prijs moeten worden gehaald? Dat werkt niet stimulerend maar frustrerend. Ik hoor de indieners zeggen: ho, dat is niet onze bedoeling. Die doelstellingen zijn streefwaarden; een politieke opdracht aan de regering; ze kunnen niet juridisch afgedwongen worden via de rechter. Maar dat vind ik gezien de actualiteit toch naïef. We hebben in de schriftelijke ronde dan ook gewezen op de huidige Urgendazaak, waarbij de rechter de regering heeft opgedragen om de CO2-emissie in 2020 met 25% te reduceren. Minister Wiebes loopt al weg, want die denkt: dat krijg ik nooit voor mekaar! Maar goed, voorzitter. Wat let de rechter om hetzelfde te doen met de doelstellingen in het voorliggende wetsvoorstel? Waar is dan de ruimte voor een slimme, politieke afweging met hart voor de inwoners van Nederland, met oog voor haalbaarheid en betaalbaarheid en met gevoel voor het Europese speelveld? Ik wil niet dat de regering om de vijf jaar voor de rechter wordt gedaagd en dat de rechter gaat bepalen of er nog een schepje bovenop moet. Dat moet hier gebeuren. Hier in het parlement.

Het wetsvoorstel bepaalt dat onze ministers verantwoordelijk zijn voor het halen van de vastgestelde klimaatdoelen. Doet dat voldoende recht aan het feit dat de mate waarin doelen nationaal gehaald kunnen worden, afhankelijk is van de Europese beleidsontwikkeling? Ik noem bijvoorbeeld het Europese CO2-emissiehandelsysteem. Als Polen achterover gaat leunen, omdat wij harder lopen dan de rest, dan doen we iets niet goed.

Voorzitter. Ik stel daarom voor om artikel 2 aan te passen door de doelstelling voor 2050 zo te formuleren dat rekening gehouden kan worden met de haalbaarheid, de betaalbaarheid en de betrouwbaarheid van de energievoorziening, en door eventuele streefdoelen voor de middellange termijn niet in de wet op te nemen maar in het klimaatplan. Op die manier kun je een fatsoenlijke, integrale afweging maken.

Tot slot, voorzitter. Verduurzaming, ja. Ambitie, ja, maar ook graag realisme! Nogmaals, geen scepticisme, geen alarmisme, maar realisme. Dat zie ik graag terug in de Klimaatwet. Want dan kunnen we samen vooruit zonder vijfjaarlijks getouwtrek, zonder een gefrustreerde samenleving en met een lange neus naar Poetin en Mohammad bin Salman.

Ik dank u wel.

De heer Geurts (CDA):

De eerste vraag die ik ook aan de heef Stoffer zou willen stellen, is of de SGP-fractie dit initiatiefwetsvoorstel gaat steunen.

De heer Stoffer (SGP):

De heer Geurts heeft mijn bijdrage uiteraard gehoord. Hij heeft ook gemerkt dat ik niet zwartkijk, of wegkijk, maar dwarskijk. Ik heb een aantal inhoudelijke items genoemd waar wij moeite mee hebben, met name de doelen op de middellange termijn. Dus afhankelijk van de reactie uit vak-K zullen wij een afweging maken. Ik zeg nu dus geen nee, maar ook geen ja. Dat ligt er echt aan hoe vanuit vak-K gereageerd wordt op de voorstellen die wij gedaan hebben.

De heer Geurts (CDA):

In het dialect kun je "joa, joa" zeggen en dat betekent toch altijd nee.

De voorzitter:

Uit welke regio?

De heer Geurts (CDA):

Wij komen allebei uit de Veluwse regio. In de Achterhoek kunnen ze dit nog veel beter.

De heer Stoffer (SGP):

Ja, maar ik heb net een wedstrijdje gedaan. Ik kan beter dialect spreken dan de heer Geurts.

De voorzitter:

Nou, dan weten we dat ook weer.

De heer Geurts (CDA):

Dat geef ik gelijk toe, tenzij ik emotioneel word. Dan kunnen we nog eens zien wat er gebeurt.

De heer Stoffer (SGP):

Dat is niet nodig.

De heer Geurts (CDA):

Nee, dat hoeft helemaal niet. Kijk, bij dit initiatiefwetsvoorstel is één ding heel duidelijk, namelijk dat het behalen van de doelen het enige inhoudelijke criterium van het wetsvoorstel is. Wat ik de SGP-fractie in het eerste amendement hoor doen, is weer allerlei inhoudelijk criteriums toevoegen. Hoe positief ik die ook vind, maar dan gaan er dat nog veel meer doen en dan ben je het draagvlak van deze zeven partijen kwijt. Dat geef ik de SGP-fractie even mee. Daar zit gelijk hoop bij, omdat ik samen met de heer Stoffer, de heer Sienot en nog meer collega's een aanpassing van de Waterwet door de Kamer heen gehaald heb. Die maakt het mogelijk dat waterschappen wel hun taken kunnen gaan uitvoeren, zoals de heer Stoffer dat net ook aangaf.

De voorzitter:

Het is eigenlijk meer een oproep.

De heer Stoffer (SGP):

Het was inderdaad een opmerking, geen vraag.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Nu wil ik als Achterhoeker toch even een punt maken, maar niet in het dialect hoor. Ik heb een vraag over het amendement, ook in een iets bredere context. Deze wet regelt ook dat we kijken naar wat er in Europa gebeurt. Daar zijn harde doelen afgesproken. Daar heeft Nederland zich aan gecommitteerd. Dat is ook een van de basispunten onder het Urgendavonnis. Het is geen nationale wetgeving. We gaan het nu nationaal invullen. De SGP zegt dat we daarin niet helder moeten zijn over het doel, terwijl het op Europees niveau allang is geregeld. Dat is toch ontransparant naar je eigen burgers toe?

De heer Stoffer (SGP):

Ik weet niet of de heer Van der Lee nu doelt op de doelen voor 2030 of voor 2050. Dat streefdoel is heel goed. Dat heb ik ook proberen aan te geven. Voor ons liggen nog steeds wel de vraagstukken voor of het betaalbaar en betrouwbaar is. Dat moet je telkens meewegen. Ook terwijl het traject loopt, moet je kijken of het klopt. Voor ons zijn de betaalbaarheid en de betrouwbaarheid dus wel erg belangrijk, vandaar die toevoeging richting 2050. Als we het over 2030 hebben, is het voor ons de vraag of we het wel hierin moeten opnemen. Kunnen we het niet veel beter in het klimaatplan opnemen? Want dan kun je dat ook vijfjaarlijks bijstellen, om te voorkomen dat we de regering zo dadelijk voor de rechter hebben staan. Ik zal daar, zeker zoals nu de situatie is, niet staan, maar ik gun dat ook onze minister en toekomstige ministers niet. Die Urgendasituatie die op dit moment speelt, is wat ons betreft echt wel iets waar je over moet nadenken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer. Dan geef ik nu het woord aan de heer Geleijnse namens 50PLUS. Het is de maidenspeech van de heer Geleijnse. Voor mijn gevoel heeft u hier al heel vaak gestaan, maar toch blijkt dit uw maidenspeech te zijn.

De heer Geleijnse (50PLUS):

Zo is het. Dank wel, voorzitter. Het is mij een eer om juist vandaag mijn maidenspeech te mogen houden namens de kiezers die in 2017 hun stem toevertrouwden aan 50PLUS over een initiatiefwet van maar liefst zeven partijen en over een zeer belangrijk onderwerp dat iedereen raakt. Deze Klimaatwet is wat mij betreft een prachtig voorbeeld van hoe ons parlement kan werken; u zei het ook al, voorzitter. Het begon met twee partijen maar uiteindelijk slaan liefst zeven partijen de handen ineen om gezamenlijk een doel te bereiken. Dat zouden we toch op meer onderwerpen moeten hebben. Mijn collega Van Rooijen droomt er weleens van om ook zeven partijen achter zijn initiatiefwet over de rekenrente te hebben staan. Het kan nog, zeg ik maar tegen de andere partijen.

Bij deze Klimaatwet hadden het ook acht partijen kunnen zijn, want 50PLUS steunt deze initiatiefwet. De indieners hebben vast hun redenen maar we vinden het toch best wel wat teleurstellend dat we niet gevraagd zijn. Dat had best gekund. Ons verkiezingsprogramma is duidelijk: door het terugdringen van de CO2-uitstoot en door andere milieumaatregelen waakt 50PLUS over de leefbaarheid van de volgende generaties. Mag ik de indieners toch eens vragen hierop te reageren?

Verder wenst 50PLUS zelfs een speciale minister voor duurzaamheid en innovatie. Wat vinden de indieners en de minister van dit idee? Kan dit een volgend kabinet mogelijk behulpzaam zijn bij het realiseren van de doelen?

Dan een aantal vragen over de wet. Vorige week kwam de Europese Commissie met een strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050. Kunnen de indieners en de minister hierop reageren? Overwegen de indieners wellicht nog wijzigingen en kunnen zij nogmaals ingaan op de echte meerwaarde van deze wet, gezien het feit dat Nederland het klimaatakkoord heeft ondertekend?

Deze wet is een wet op hoofdlijnen met een hoofddoel, een tussendoel en een nevendoel. De manier waarop de voortgang verloopt, wordt tussentijds vastgelegd door de regering van dienst in een vijfjarig klimaatplan, een tweejaarlijkse voortgangsrapportage en een jaarlijkse klimaatnota. Het Planbureau voor de Leefomgeving komt jaarlijks met een klimaat- en energieverkenning. Ik vraag heel eenvoudig: is het niet wat veel?

Wat duidelijk wordt uit de wet, is dat de zittende regering het elke vijf jaar eens moet worden over het plan voor de volgende periode. Zien de indieners daar met 50PLUS een mogelijk knelpunt? Immers, zoals u daar met zeven partijen zit, bent u het lang niet eens over de manier waarop en hoe de doelen verwezenlijkt moeten worden. Het feit dat de uitwerking van het Nederlands klimaatakkoord aan de klimaattafels stroef lijkt te verlopen, is een angstig voorteken. Dat geldt ook voor het nieuws van gisteren dat Nederland bij lange na niet de doelstelling van 25% CO2-reductie in 2020 haalt. Zien de indieners het gevaar dat partijen het niet eens zullen worden of compromissen moeten sluiten waardoor de doelen niet gehaald worden? is het ook de reden om geen vijfjaarlijkse tussendoelen te stellen? Zijn we op deze manier niet tot 2050 bezig met te soebatten hoe we de doelen moeten gaan halen? Wie is afrekenbaar als een doel niet gehaald wordt? Is het toch niet te overwegen om eerder dan 2050 een of meerdere doelen met resultaatverplichting op te nemen? Graag een reactie van de indieners.

Dit gezegd hebbende, deze wet gaat over de hoofdlijnen die heel abstract klinken maar voor de mensen thuis is het heel concreet. Wat gaat er wanneer gebeuren? Wat moet ik doen? En vooral ook: wat gaat het kosten? Dat weten we gewoon niet en dat is wat mensen ook huiverig maakt. Het blijft vaag, want volgens de nota van wijziging is een volledige jaarlijkse doorrekening niet wenselijk. De indieners laten weten dat het bijsturen van koopkracht en inkomenspositie geschiedt via de jaarlijkse begrotingscyclus. Dat stelt 50PLUS allerminst gerust. We hadden dat net als de Raad van State liever anders gezien.

50PLUS blijft bij het standpunt dat de kosten van het klimaatbeleid evenredig en naar draagkracht verdeeld moeten worden. Hoe gaan we dat borgen met deze wet, zo is onze vraag aan de minister. Als we dat niet borgen in deze wet, kunnen de indieners en de minister dan aangeven hoe zij tegen dit vraagstuk aankijken? Kunnen zij mensen geruststellen? Hoe worden de kosten verdeeld tussen burgers, bedrijven en overheden? In hoeverre wordt rekening gehouden met het principe van de vervuiler betaalt? Ook hierop graag een reactie.

Voorzitter. Nederland is maar een klein land. Dus in absolute zin is onze rol beperkt, maar wat 50PLUS betreft mag dat geen excuus zijn om stil te zitten en niets te doen. Laat onze rol een voortrekkersrol zijn. Je kunt anderen immers niet aanspreken als je zelf achterover leunt. Laten we gezamenlijk blijven werken om de rest van de wereld te overtuigen van de noodzaak om de uitstoot van CO2 terug te dringen. En gezien de actuele berichtgeving over de wereldwijde uitstoot is het ook echt nodig.

Het is voor ons land ook een kans, voorzitter. Wij citeren daarbij graag Ruud Koornstra, de eerste Nationale Energiecommissaris, en teven betrokken bij ons verkiezingsprogramma. Hij zegt: "We moeten aan de slag, want we hebben nu te maken met de klimaatdoelstelling en de zeventien duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties. We kunnen weer koploper worden en er geld mee verdienen." 50PLUS gelooft in die kansen. Wij hebben het tijdens de diverse werkbezoeken met eigen ogen gezien. Laten we die kansen ook pakken.

Voorzitter. Deze wet omvat het grootste maatschappelijk issue, de grootste verandering van deze tijd. Letterlijk iedereen krijgt ermee te maken, elk huishouden. Juist daarom is het van belang dat wij het samen doen, jong en oud, arm en rijk, voor- en tegenstanders. Ik vraag de minister en de indieners: toon begrip en ga het gesprek aan met mensen die er moeite mee hebben. Toon begrip en ga het gesprek aan met mensen die bang zijn voor de financiële gevolgen. Toon begrip en ga het gesprek aan met mensen die bang zijn voor de praktische gevolgen.

Voorzitter. 50PLUS is in het verkiezingsprogramma duidelijk, ik zei het al: ouderen willen de wereld leefbaar houden, voor huidige én toekomstige generaties, voor henzelf, voor kinderen en kleinkinderen. Men ziet hoe het klimaat de afgelopen decennia veranderd is en maakt zich zorgen over de wereld waarin nieuwe generaties opgroeien. Een mooi voorbeeld hiervan is de beweging Grootouders voor het Klimaat.

Voorzitter. Het zal u duidelijk zijn: 50PLUS steunt deze initiatiefwet en de complimenten aan de indieners. Voor jong en oud en door jong en oud, samen op weg naar een schonere en veiliger wereld.

Dank u vriendelijk.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Geleijnse, voor deze mooie en bevlogen speech. Ik zie u zitten, meneer Krol, maar ik wil eigenlijk na de eerste termijn schorsen voor felicitaties, want zo hoort het ook.

De heer Baudet (FvD):

Ik vind het niet aan een voorzitter om waardeoordelen te uiten over de kwaliteit of het ontbreken daarvan van speeches. Dus dat het een mooie speech was, een bevlogen speech was of niet, ik vind dat niet aan u.

De voorzitter:

Oké. Ik vond hem mooi. Dus dat zeg ik gewoon.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wou toch ook gezegd hebben, ook in de richting van de heer Baudet, dat het hier om een maidenspeech gaat en dat het heel gebruikelijk is dat de voorzitter daar positief over is. Zelfs bij de heer Baudet was dat het geval.

De voorzitter:

Ja. En ik vind echt dat de mooiste speeches tot nu toe de maidenspeeches zijn, omdat daar toch altijd iets persoonlijks in zit. Dus ik hoop dat jullie de traditie in stand houden. De heer Bruins namens de ChristenUnie.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik complimenteer de initiatiefnemers van deze belangrijke wet. Oppositie en coalitie staan schouder aan schouder om klimaatdoelen en ambities wettelijk vast te leggen. De ChristenUnie heeft zich in 2015 met overtuiging bij dit initiatief aangesloten en bij de kabinetsformatie heeft de ChristenUnie zich met succes ingezet om zorg voor de schepping zichtbaar en tastbaar te maken in dit regeerakkoord, dat door sommigen wel het groenste regeerakkoord ooit wordt genoemd.

Met deze Klimaatwet zetten we niet alleen doelen voor de langere termijn, maar zorgen we ook voor tijdige invulling van het klimaatbeleid en een jaarlijkse stand van zaken, zodat we tijdig kunnen bijsturen als de doelen uit het zicht dreigen te raken. En ook dat is essentieel, zo bleek gisteren maar weer.

Klimaatverandering is iets van alle tijden. De aarde blijft heus haar rondjes wel draaien bij een temperatuurstijging van 2 graden of meer, maar het probleem is de moderne mens. Wij zijn in onze moderne, hoogtechnologische, dichtbevolkte wereld kwetsbaar geworden. Als de gletsjers van de Himalaya smelten, hebben honderden miljoenen in India, Nepal en Bangladesh geen drinkwater meer. De helft van de wereldbevolking woont in verstedelijkte, laaggelegen delta's zonder toekomstbestendige zeewering. En wereldwijde migratiestromen als gevolg van veranderende weersomstandigheden waren niet eerder zo reëel en voorstelbaar.

Het uitbannen van een versterkt broeikaseffect als gevolg van menselijk handelen is dan ook een onontkoombare, morele verplichting van deze generatie aan alle volgende generaties.

Voorzitter. Als je een vakantiehuisje huurt, dan laat je dat na afloop net zo schoon achter als je het aantrof, of liever nog schoner. Dat vinden we allemaal normaal.

Wij zijn de eerste generatie die de trend van toenemende vervuiling en verspilling kan keren en daarom is deze Klimaatwet zo'n belangrijke stap. De ChristenUnie is hoopvol over het halen van de klimaatdoelen. Sterker nog, we gaan er baat bij hebben. Niet alleen om uitstoot te beperken maar ook in het belang van onze kenniseconomie, leefbaarheid en volksgezondheid is de energietransitie hard nodig. Wij kiezen voor een hightech kenniseconomie die circulair en schoon is. Niet een economie die materialen verspilt vanuit lineair denken, hulpbronnen uitput en de lucht vervuilt, want met dat laatste delf je uiteindelijk ook in de internationaal concurrerende economie het onderspit. Er is geen alternatief.

Wij zetten daarom in op een schone, slimme en sociale energietransitie. Schoon betekent broeikasgassen zoveel mogelijk tegengaan, het werken aan een schone en dus circulaire economie maar ook het doorgeven van gezonde lucht en een schone leefomgeving aan volgende generaties.

Slim betekent: gebruik de kennis die we hebben in Nederland om wereldwijd voorop te lopen in energie- en milieutechnologie. Maar ook: zorg dat we slimme maatregelen nemen voor de energietransitie. Dat betekent dat we niet alleen moeten focussen op het verminderen van CO2 maar juist op die brede transitie naar een schone economie. Een voorbeeld is de discussie over de biomassa in kolencentrales. Misschien haal je de doelen volgens de vastgestelde definities, maar het verbranden van hout om elektriciteit op te wekken is niet een slimme oplossing. Dat is oliedom. Het is vooral een papieren werkelijkheid, want het kost vele decennia voordat de CO2-uitstoot door nieuwe biomassa wordt opgenomen. Geen slimme oplossing, zowel niet vanuit klimaat- als vanuit transitieperspectief. En sociaal, ten derde, betekent dat iedereen kan meedoen. Ook voor mensen met een laag inkomen moet de energietransitie interessant zijn. Daarom is het belangrijk om goed te kijken naar de precieze effecten van alle specifieke individuele maatregelen apart en naar alle koopkrachteffecten, en dan niet pas aan het eind van het klimaatpakket. Dat is cruciaal voor het draagvlak, want nadelen voelen voor mensen altijd zwaarder dan voordelen. Kijk maar naar de btw-verhoging, de eerste schuif van lasten op arbeid naar lasten op consumptie. Je kunt tien keer zeggen dat die wordt gecompenseerd door een lagere loonbelasting, maar die boodschap komt niet aan. Mensen horen maar de helft. Zo zal het ook zijn met klimaatmaatregelen. We moeten de nadelen en de voordelen per maatregel duidelijk maken. We moeten zorgen dat isolatie van je huis, een emissieloze auto en het zelf opwekken van energie voor iedereen bereikbaar worden.

Tot slot is het nodig dat de industrie naar verhouding meer gaat meebetalen ten opzichte van huishoudens, aangezien deze bedrijven ook fors meer geld gaan ontvangen uit de SDE. Fair is fair. CO2-beprijzing is een eerlijk instrument, zeggen ook vooraanstaande economen en De Nederlandse Bank. Ook hier geldt dat voorspelbaarheid van overheidsbeleid belangrijk is in de vorm van een geleidelijk oplopende minimumprijs. Dat is beter en effectiever dan allerlei tijdelijke verleidingstoeters en -bellen om wellicht een duurzame gedragsverandering teweeg te brengen.

Voorzitter. Ik ga graag in op een aantal onderdelen van het initiatiefwetsvoorstel, allereerst op de doelen. In 2030 wordt 49% reductie ten opzichte van 1990 als doel gesteld, in lijn met het regeerakkoord. Het gaat hierbij om een streefdoel. De wet laat ruimte om van het doel af te wijken, bijvoorbeeld door externe factoren. Ook kan worden afgeweken als maatregelen contraproductief werken voor het behalen van het doel in 2050. Tegelijkertijd is deze wet bedoeld om stabiliteit te brengen in het langetermijnklimaatbeleid: stabiel en voorspelbaar, aldus de indieners. Ook is het tussendoel bedoeld om geen achterstand op te lopen richting 2050. We moeten dus zeer terughoudend zijn in het afwijken van een vooraf gesteld doel. Kunnen de initiatiefnemers hierop ingaan? Zijn zij het met de ChristenUnie eens dat het tussendoel in 2030 gewoon gehaald moet worden en dat alleen in een zeer uitzonderlijk geval afgeweken kan worden? En welke situaties vinden de initiatiefnemers uitzonderlijk genoeg?

Het kabinet zet zich in EU-verband in voor een afname van 55% in 2030. Als dat niet lukt, wordt samenwerking gezocht in een kopgroep van gelijkgestemde landen. We zien ook voor 2050 de discussie in Europa starten. De Europese Commissie heeft een strategie gepresenteerd richting 100% CO2-reductie in 2050, oftewel een CO2-vrije economie. Het doel voor 2050 in de Klimaatwet is 95% reductie. Hoe zien de initiatiefnemers deze verschillende ontwikkelingen in het licht van de doelen in de Klimaatwet? Elke vijf jaar wordt een klimaatplan vastgesteld, waarin de hoofdlijnen van het klimaatbeleid voor de komende tien jaar worden vastgelegd. Iedere twee jaar is actualisatie van het klimaatplan mogelijk en ieder jaar ontvangt de Kamer een klimaatnota met concrete maatregelen. Op welke manier wordt verder gekeken dan deze tien jaar? Hoe worden kosten en baten op de langere termijn meegenomen? We zien vaak het probleem dat kosten en baten op langere termijn, zoals een schonere lucht of minder kosten voor volksgezondheid, over het hoofd worden gezien. Eerder gaf ik aan dat de energietransitie slim en innovatief moet zijn. De keuzes op korte termijn pakken daardoor slechter uit voor de langere termijn.

Eerder gaf ik ook aan dat de energietransitie slim en innovatief moet zijn. De keuzes voor de komende tien jaar zijn misschien niet de slimste in het licht van de energietransitie richting 2050; graag een reactie. Tegelijkertijd zien we dat investeren in kennis, in wetenschap en in innovatie in de doorrekeningen van onze verkiezingsprogramma's nog altijd als kostenpost wordt aangerekend. Zijn de initiatiefnemers het ermee eens dat dit moet veranderen? De wetenschapswoordvoerders van de Onderwijscommissie hier in de Tweede Kamer zijn bezig met een onderzoekstraject dat meer inzicht moet geven in de economische langetermijnwaarden van wetenschap en innovatie. Op welke manier kan het klimaatplan uit deze wet bijdragen aan het bewustzijn dat meer investeren in wetenschap en innovatie cruciaal is om de energie- en klimaattransitie te verwezenlijken en om juist de kosten van deze transitie ook economisch betaalbaar te houden? Investeren in technologie is geen kostenpost, maar een investering in de toekomst die meer oplevert dan ze kost.

Voorzitter. De Raad van State suggereert aan de regering in het advies bij het wetsvoorstel om in het klimaatplan niet alleen maatregelen op te nemen, maar ook een wetgevingsagenda. Is de minister daartoe bereid? Ook adviseert de Raad van State om de borging van het klimaatakkoord af te stemmen op de cyclus van de Klimaatwet, bijvoorbeeld op het vlak van monitoring en borging. Hoe wil de minister dit gaan afstemmen?

Voorzitter. Met het aannemen van de Klimaatwet staan we misschien internationaal in de frontlinie, maar voor de realisatie van de doelstellingen lopen we bepaald niet voor de troepen uit. Sterker nog, we lopen achter de troepen aan. In Europa doet alleen Luxemburg het slechter. We hebben daarom niet alleen een ambitieuze Klimaatwet, maar ook een ambitieus klimaatakkoord nodig. Volgens de VN moeten landen hun inspanningen zelfs verdrievoudigen om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden. In de uitwerking zijn daarom scherpe keuzes nodig, te beginnen met het consequent belasten van CO2-uitstoot.

Voorzitter. Ik heb geleerd om voorzichtig te zijn met het woord "historisch", maar deze Klimaatwet heeft alles in zich om dat te worden. Met deze wet zetten we een forse stap vooruit in de zorg voor onze schepping, in een duurzame toekomst voor onze kinderen. Ik zou zeggen: we beginnen nu pas echt. Ik kijk uit naar de reactie van de initiatiefnemers.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bruins. Dan geef ik nu het woord aan de heer Moorlag namens de PvdA.

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Diederik Samsom en Jesse Klaver hebben in 2016 het initiatief genomen om een Klimaat in te dienen. Zij deden dat vanuit een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid, een gedeeld gevoel van urgentie en een gedeeld besef dat partijpolitieke scheidslijnen en scheidslijnen tussen coalitie en oppositie overschreden moesten worden. Het is een uitdrukking van de wil om solidair te zijn met toekomstige generaties, om hun leef- en milieuruimte, die hen toekomt, in onze generatie niet te verbruiken en verspelen.

Voorzitter. Het initiatief is in het afgelopen jaar verbreed naar zeven partijen. Dat is goed. Het zijn partijen die samen verantwoordelijkheid nemen, partijen die niet wegkijken, partijen die niet ontkennen, partijen die het klimaatprobleem niet wegrelativeren, partijen die wetenschappelijke consensus serieus nemen en partijen die verantwoordelijkheid nemen en het compromis op waarde weten te schatten.

Voorzitter. Deze wet is een belangrijke wet. Het is het fundament voor een aanpak waarmee we zeker stellen dat toekomstige generaties in dit land kunnen blijven wonen. Het is niet langer de vraag óf we het gaan aanpakken, het is ook niet langer de vraag wat we nu precies aan CO2-reductie moeten realiseren. Die vragen worden hiermee finaal beantwoord en dat fundament creëert een gemeenschappelijke basis. Op die basis moeten wij voortbouwen. De vraag is hoe we op dat fundament dat we nu gaan leggen, een koolstofarme economie gaan bouwen. Wat is er nodig om de doelen te halen die we onszelf stellen?

Voorzitter. Ik heb mezelf de vraag gesteld of het ons wel gaat lukken in 11 jaar tot 2030 of in 31 jaar tot 2050. Ik krijg ook regelmatig een moedeloos gevoel. Ik wijs op het bericht van gisteren dat de CO2-productie opnieuw is gestegen. Dan bekruipt je het gevoel: gaat het wel lukken? Wat is er nou echt nodig om dit te laten slagen? Volgens mij is daarin cruciaal dat de veranderingen die nodig zijn, door de bevolking beleefd gaan worden als een verbetering en een vooruitgang en niet als een bedreiging en een verslechtering, zoals het hier ook door sommige partijen wordt neergezet.

In 31 jaar kunnen wij heel veel tot stand brengen. Kijk naar de ICT. Waar stonden we 31 jaar geleden? Kijk naar hoeveel geld we daaraan gespendeerd hebben. Kijk wat er aan technologische revolutie heeft plaatsgevonden. Dat stemt mij dan wel weer optimistisch. Kijk ook naar wat wij in 40 jaar tijd bereikt hebben in de bestrijding van milieuvervuiling. Het is nog maar 40 jaar geleden dat de Rijn en andere rivieren als open riool in Europa werden gebruikt en dat bedrijven moord en brand schreeuwden dat zij de kosten voor waterzuivering moesten gaan dragen. Dat stemt mij wel optimistisch, want dat betekent dat wij in een tijdsbestek van enkele tientallen jaren wel grote veranderingen tot stand kunnen brengen.

Voorzitter. Als dit project mocht slagen, waar een brede meerderheid van deze Kamer voor is, is het onze dure plicht om ervoor te zorgen dat iedereen kan meedoen. Dat kan alleen maar als we mensen helpen en als we mensen niet laten verrekken. Ik zeg het maar zo kort door de bocht, want mensen ervaren het soms zo. Het kan alleen als we de lasten en lusten eerlijk verdelen en het ook betaalbaar houden voor de mensen die geen dikke portemonnee hebben. Het kan alleen als we ervoor zorgen dat de markt niet de krenten uit de pap haalt en uitsluitend de koopkrachtige vraag gaat bedienen. Het kan alleen als we oog hebben voor de zorgen die mensen hebben en het probleem serieus blijven nemen, ook na vandaag. Vandaag hebben we een grote mate van eenheid, maar er zijn ook grote politieke tegenstellingen. Het vergt gewoon moed en leiderschap en die moeten we gaan opbrengen om deze opgave te realiseren. We moeten bovenal beseffen dat deze enorme opgave niet primair een technologische opgave is, maar vooral een sociaalmaatschappelijke opgave. Ik vergelijk het weleens met stads- en dorpsvernieuwing. Ook daarbij ging het niet om de techniek. Het ging niet om de aannemers en de ingenieurs. Ook daar ging het om de mensen, omdat je heel diep in het dagelijks leven van mensen gaat ingrijpen.

Voorzitter. Schone energie moeten wij, als basisbehoefte, voor iedereen toegankelijk, beschikbaar en betaalbaar houden. Ik heb het al onderstreept, maar wat we bovenal moeten blijven doen, is samenwerken. Onze politieke verschillen moeten we zien te beslechten en we moeten zien dat we deze klus gemeenschappelijk gaan klaren.

Afsluitend, voorzitter. Ik was getroffen door een element uit de bijdrage van de heer Van Raan. Hij maakte een compliment en zei tegelijkertijd dat de wet symbolische waarde heeft. Hij benadrukte ook de waarde van symboliek. Dat ben ik met hem eens. De opbouw van ons stelsel van arbeidswetgeving en onze verzorgingsstaat is begonnen met het Kinderwetje van Van Houten. Dat was een wetje dat eerlijk gezegd niet zo gek veel voorstelde. Het was een verbod op kinderarbeid, maar er werden slechts drie inspecteurs aangesteld om er in het hele land voor te zorgen dat de wet gehandhaafd werd. Van die wet kun je achteraf ook zeggen dat hij materieel gezien niet veel voorstelde, maar dat het wel de symboliek was van de opbouw van een systeem van arbeidswetgeving en de opbouw van een verzorgingsstaat. Die zijn opgebouwd door allerlei verschillende politieke stromingen. Van Houten was een liberaal. Later heeft Drees belangrijke stappen gezet, als sociaaldemocraat. En Veldkamp als KVP'er heeft belangrijke stappen gezet voor het opbouwen van het systeem voor de sociale zekerheid. En dat allemaal in een tijd van verzuiling, in een tijd dat er een grote scheidslijn door de samenleving liep. Dat stemt mij dan weer optimistisch.

Ik kom aan het slot van mijn betoog. Ik wil dank zeggen aan de indieners van het wetsvoorstel. Ik wil dank zeggen aan al diegenen die ondersteuning hebben verleend en ik wil dank zeggen aan de minister die namens de regering steun aan deze wet heeft uitgesproken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Moorlag. Tot slot is het woord aan de heer Baudet, namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):

Voorzitter. Gisteren schreef het Algemeen Dagblad dat de energiekosten voor een modaal gezin volgend jaar €360 hoger zullen liggen dan dit jaar. Dit jaar was het al €190 hoger dan vorig jaar. Dat is ruim €500 erbij in twee jaar tijd. En dat is pas het begin. Dit zijn kosten die voortvloeien uit het energieakkoord uit 2013, het akkoord dat toenmalig minister Kamp nooit integraal heeft laten doorrekenen, zodat we het er, waarschijnlijk uit angst voor massale opstand in het land, niet op die manier over konden hebben. Onafhankelijke experts schatten ondertussen dat alleen al dit energieakkoord ruim 100 miljard euro gaat kosten en dat de kosten rond 2020 zullen oplopen tot ruim €1.500 per vierpersoonsgezin per jaar.

Vanaf nu moeten met deze Klimaatwet en alle nieuwe maatregelen die mensen nu willen gaan nemen de kosten alleen nog maar hoger gaan worden. Zo heeft het Economisch Instituut voor de Bouw berekend dat het alleen al 235 miljard euro zal kosten om alle huizen energieneutraal te gaan maken, wat onder andere voortvloeit uit de doelstellingen die nu worden gesteld. Alle andere gebouwen — denk aan kantoren, scholen en ziekenhuizen — energieneutraal maken zal volgens directeur Taco van Hoek nog eens 210 miljard gaan kosten. Dat is al een kleine 500 miljard. Dan zijn we nog niet eens begonnen met praten over de industrie, het wagenpark, het vliegverkeer enzovoorts. Dat er in totaal al gauw zo'n 1.000 miljard met dit plan is gemoeid zoals ik al eerder heb gesteld, is allesbehalve onrealistisch. 1.000 miljard in de vorm van CO2-heffingen, energie- en gasbelastingen, vlees- en vistaksen, openruimteheffingen, vliegbelastingen enzovoorts. En waarom? Op basis van cijfers die de voorstanders van deze Klimaatwet zelf hebben aangedragen, zouden we als alle klimaatplannen in het regeerakkoord daadwerkelijk uitgevoerd worden de opwarming van de aarde in het jaar 2100 beperken met hoogstens 0,0003°C of, als we er daadwerkelijk in zouden slagen 95% CO2-reductie te realiseren in 2050, wellicht het dubbele, 0,0006°C minder opwarming. Een recente factcheck kwam uit op het getal 0,00007°C minder opwarming. In alle gevallen een volstrekt insignificant, onmeetbaar, verwaarloosbaar temperatuurverschil. Zouden ook alle andere landen de in Parijs toegezegde doelstellingen halen, dan zou dat opnieuw volgens de modellen van de voorstanders zelf tot 0,05°C minder opwarming leiden.

De rest van de wereld gaat ondertussen gewoon door met het gebruik van fossiele brandstoffen. Landen als de Verenigde Staten, Rusland, India, China, Turkije, Iran, Australië enzovoorts; ze doen niet of nauwelijks mee met deze energietransitie. Er worden wereldwijd nog steeds vele honderden kolencentrales geopend. Recente schattingen gaat uit van een toename van 25% van de CO2-uitstoot in China de komende jaren. India heeft nog altijd een zeer lage CO2-uitstoot vanwege de fase van ontwikkeling waar dat land in zit, maar dat zal net als China de komende jaren explosief blijven groeien. De komende vijf jaar wordt door Mumbai alleen al 10 miljard geïnvesteerd in de bouw van nieuwe kolencentrales. Chinese bedrijven plannen op dit moment de bouw van nog eens 700 nieuwe kolencentrales. 700, alleen al de komende jaren.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik ken het standpunt van de heer Baudet op dit punt. Waar ik oprecht benieuwd naar ben, is of hij wel vindt dat wij als Nederland innovatieve koploper zouden moeten willen zijn op het gebied van energietransitie met als doel minder afhankelijk te zijn van energiebronnen vanuit delen van de wereld waar we niet afhankelijk van willen zijn.

De heer Baudet (FvD):

Ik ben ervoor dat Nederland een innovatieve koploper is op alle mogelijke terreinen. Ik ben er niet voor dat wij een energietransitie zouden moeten hebben. Die afhankelijkheid van de rest van de wereld is maar zeer speculatief. Je zou het ook kunnen omdraaien dat zij afhankelijk zijn van ons, want ten eerste kopen wij hun producten. Ten tweede zijn er tal van plekken waar je gewoon fossiele brandstoffen vandaan kan halen en waar het helemaal niet vervelend is om van afhankelijk te zijn, als je al afhankelijk zou zijn. Dus ja, ik ben heel erg voor innovatie. Nee, ik ben niet voor obsessieve energietransitie met als doel geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Een goed punt, denk ik. Hoe zou voor de heer Baudet de ideale energiemix in 2050 eruitzien, op een zodanige manier dat wij niet afhankelijk zijn van regimes waarvan wij niet afhankelijk willen zijn?

De heer Baudet (FvD):

Ik heb volgens mij net gezegd dat ik het hele afhankelijkheidsverhaal niet overtuigend vind, maar misschien had de heer Bruins deze vraag voorbereid. Mijn antwoord was dat ik niet zo geloof in het idee dat de koper afhankelijk is van de producent. Zeker als het gaat om landen als Rusland of het Midden-Oosten is er veel meer sprake van een wederkerig soort afhankelijkheid. Zij zijn vooral heel erg afhankelijk van ons als kopers. Daar voegde ik aan toe dat er tal van plekken zijn waar je fossiel kunt winnen en waarvan het helemaal niet vervelend zou zijn om daar afhankelijk van te zijn, als dat al zo zou zijn. Ik zie het probleem dus helemaal niet.

De voorzitter:

Meneer Bruins, tot slot.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Om af te sluiten. Ik concludeer dat de heer Baudet dus voor de toekomst van ons land vertrouwt op het gevoel van wederkerigheid dat wij krijgen uit islamitische landen.

De heer Baudet (FvD):

Nou, nee. Ik geef volgens mij genuanceerd antwoord. Ik heb in mijn antwoord drie aspecten genoemd. In de eerste plaats zijn er in een koper-verkoperrelatie allerlei vormen van wederkerigheid. Als je geen gas meer van Rusland zou afnemen, zou dat land dit heel vervelend binden. Dat is ook een van de redenen voor talloze theoretici van de vrije markt enzovoorts om te zeggen dat het goed is om wederzijdse handelsrelaties te hebben, want daardoor gaan landen beter met elkaar om. Dat is een algemeen aanvaarde analyse van de manier waarop landen met elkaar omgaan. Dat is overigens ook de grondgedachte geweest van die vermaledijde Europese Unie: als wij maar veel handel met elkaar gaan drijven, gaan wij geen oorlog meer met elkaar voeren. Dus het doembeeld, het doemscenario dat geschetst wordt dat wij, als wij producten afnemen uit land X, afhankelijk worden van dat land en tot in den treure gechanteerd worden, is gewoon heel eenzijdig.

In de tweede plaats zijn er talloze landen en plekken waar wij fossiele brandstoffen vandaan kunnen halen, onder andere plekken in Nederland, maar ook plekken in andere landen waarvan het helemaal niet vervelend zou zijn om daar afhankelijk van te zijn.

In de derde plaats heb ik het idee onderschreven dat het prachtig is om innovatief te zijn. Het is helemaal niet zo dat wij per se moeten vasthouden aan technologieën van decennia terug. Dat is het hele punt niet. Het punt is dat het absurd is om tegen kosten van 1.000 miljard obsessief CO2 te willen terugdringen, zonder dat je daar een positief alternatief tegenover stelt.

De voorzitter:

Dan ga ik naar de heer Moorlag. Een korte vraag en een kort antwoord.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik ken de bezwaren van de heer Baudet tegen de kosten. Ik ken ook zijn twijfels over de effectiviteit van de maatregelen. De vraag die daaraan voorafgaat, is of wij überhaupt wel een klimaatprobleem hebben in de ogen van de heer Baudet. Is er naar zijn mening een noodzaak om daar iets tegen te ondernemen?

De heer Baudet (FvD):

Mijn antwoord op deze vraag luidt ontkennend. Ik geloof niet dat er een klimaatprobleem is. Ik geloof ook niet dat, voor zover het klimaat inderdaad verandert, zoals het altijd veranderd is, de mens daar een heel grote invloed op heeft. En ten derde geloof ik ook niet dat, voor zover de mens daar invloed op heeft, de juiste benadering is om obsessief CO2 te gaan terugdringen. Wij zouden dan veel meer moeten investeren in mitigatie. Dus voor zover zich problemen voordoen, moet je die oplossen door je aan te passen aan eventuele veranderende omstandigheden, zoals wij altijd al hebben gedaan.

De heer Moorlag (PvdA):

Je kunt je laten leiden door wat je individueel gelooft, maar de heer Baudet is een wetenschapper, hij is wetenschappelijk gevormd. Hoe kijkt hij dan aan tegen de overwegende mate van consensus, die er toch is, niet alleen over het bestaan van het probleem, maar ook over de aanpak van het probleem, namelijk dat wij toe moeten naar een koolstofarme economie?

De heer Baudet (FvD):

Ik ben blij dat in herinnering wordt gebracht dat ik als een van de zeer weinigen in deze Kamer afgestudeerd ben. Ik heb mijn miserabele doctorandustitel tot een volwaardige doctorstitel omgevormd. Mede in het licht van de kritische methodologie die je je op die manier eigen maakt, geloof ik helemaal niets van het idee dat er een wereldwijze consensus zou bestaan. Er is ontzettend veel meningsverschil over ten eerste de vraag in hoeverre er sprake zou zijn van klimaatverandering. Wij hebben wel metingen, maar het is ontzettend moeilijk om dat goed te meten. We hebben pas sinds 1979 satellietmetingen, waarmee je echt stratosferisch kunt meten wat er aan de hand is. Daar komt bij dat de zon zich natuurlijk op allerlei manieren ontwikkelt. Er zijn vulkaanuitbarstingen. Er zijn El Niños. Er zijn zo veel aspecten aan het klimaat waarbij de invloed van dat kleine beetje CO2 dat wij toevoegen aan de atmosfeer in het niet valt. Het was ongeveer 280 deeltjes per miljoen atmosferische deeltjes. Nu is het ongeveer 400 CO2-deeltjes per miljoen atmosferische deeltjes. Dat is heel erg vreselijk weinig. Een groot deel daarvan wordt ook nog eens een keer opgenomen door de oceanen. Een deel wordt omgezet in zuurstof doordat er meer bomen en planten komen. Dus dat is allemaal heel onzeker.

De voorzitter:

Meneer Baudet ...

De heer Baudet (FvD):

Nou ja, ik dacht dat het de bedoeling was dat je antwoord geeft op een vraag, dus dan moet u me niet, als ik op een derde van het antwoord ben, al meteen onderbreken.

De voorzitter:

Nee, maar de vragen moeten echt kort zijn en de antwoorden ook.

De heer Baudet (FvD):

Nou, als het een interessant thema is, dan is het misschien ... Kijk, je kunt misschien beter één vraag heel goed beantwoorden ...

De voorzitter:

Dat is waar.

De heer Baudet (FvD):

... dan dat je allerlei vragen krijgt die steeds over hetzelfde gaan. Ik heb dit al meerdere malen onderstreept in deze Kamer. Tot nu toe kwam het niet helemaal over, dus ik wil het graag nog een keer rustig uitleggen. Dat hele concept van die 97% ...

De voorzitter:

Meneer Baudet, ik wil ...

De heer Baudet (FvD):

... consensus is dus gewoon onzin.

De voorzitter:

Dat heeft u al verteld.

De heer Baudet (FvD):

Nee, dat heb ik nog helemaal niet verteld. Ik heb nu iets verteld over metingen en de invloed van CO2. Maar dat er steeds gezegd wordt dat 97% het eens is, is gewoon kolder! Dat komt uit één artikel dat ooit eens gepubliceerd is door een zekere meneer waar ik de naam nu van opzoek, want ik had me voorbereid op deze interruptie. Ik zie hem niet in mijn voetnoten. Dat betekent waarschijnlijk dat ik dat geprinte papiertje — dan kijk ik naar mijn medewerker die achterin zit — niet heb gekregen, dus misschien kan ik dat zo krijgen. Maar ik kan het wel toelichten.

De voorzitter:

Nee, meneer Baudet. Gaat u verder met uw betoog. U heeft nog genoeg tijd om uw verhaal te doen. Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Nou ja, ik vind het leuk om dit toe te lichten.

De voorzitter:

Het gaat niet om leuk zijn. Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Jammer dat ik de vraag niet mag beantwoorden. Ik doe het graag ofwel bilateraal zo meteen of als ik een andere interruptie krijg en mijn medewerker het geprinte formulier dat ik niet heb nu, heeft geprint.

De voorzitter:

Ik zie de heer Moorlag nu ja knikken. Ik denk dat hij het antwoord wel voldoende vindt, in ieder geval een beetje.

De heer Baudet (FvD):

Goed. Ik had het over India en China, waar er een enorme toename is van kolencentrales en CO2-uitstoot, en over hoe absurd het is dat Nederland obsessief tegen 1.000 miljard kosten als braafste jongetje van de klas al die kolencentrales wil gaan sluiten, al die huizen energieneutraal wil gaan maken. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Afrika. Ook vanuit Afrika zal de uitstoot van CO2 enorm toenemen, alleen al vanwege de extreme bevolkginsgroei die dat continent zal doormaken de komende jaren en de behoefte daar aan energie, het eten van vlees en talloze zaken die de uitstoten. Dus ook vanuit dat continent is geen enkele bijdrage te verwachten aan reductie van CO2. Is er geen interruptie?

De voorzitter:

Nee. Het mag niet meer van mij.

De heer Baudet (FvD):

O nee?

De voorzitter:

Nee hoor. Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Merkwaardig. Maar raken de fossiele brandstoffen dan niet sowieso op, hoor je de mensen zeggen. Nou nee, dat is helemaal niet waar. Er is nog voor honderden jaren aan gas en nog voor minstens duizend jaar aan kolen beschikbaar. En gaat het dan niet heel erg slecht met de wereld, hoor je mensen vragen. Ook dat is helemaal niet het geval. Van de angstaanjagende doemscenario's die de alarmisten ons voorschotelen, vinden we in de werkelijkheid helemaal niets terug. Sektarische apocalypsfantasieën, dat is wat het is.

Er is helemaal geen toename van droogte in de wereld. Ik heb al eerder een aantal grafieken hier getoond. De wereldwijde droogte neemt zelfs af de afgelopen 36 jaar. Dat zien we hier. Er is geen enkel verschil in neerslag, niet op land, ook niet op zee. Het is er gewoon niet. En het aantal orkanen, waar we heel goede metingen van hebben, is sinds het jaar 1900 gelijk gebleven. Het is allemaal niet waar wat ons wordt voorgeschoteld. De schade door extreem weer is relatief ten opzichte van de economie afgenomen. Het aantal slachtoffers door extreem weer is spectaculair gedaald. En voor zover we daar betrouwbare data over hebben — ik zei net al dat dat helemaal niet zo makkelijk objectief vast te stellen is — is de gemiddelde temperatuur op aarde iets gestegen, maar veel minder dan steeds werd voorspeld. Een snelle opwarming vond juist plaats tussen 1910 en 1925, ruim voordat er significante broeikasgassen door de mens zouden zijn uitgestoten. Het klimaat heeft zich altijd ontwikkeld en is nooit stabiel geweest. De invloed van de mens daarop is uiterst dubieus.

De voorzitter:

Ik kijk even naar u, meneer Sienot, want ik heb u net weggestuurd. U mag even kort interrumperen.

De heer Baudet (FvD):

Ik kijk even naar mijn medewerker of ik nu de geprinte pagina kan krijgen die ik mis.

De voorzitter:

Ja, ik stuur de bode langs en die komt zo met het formulier, tenminste als het uitgeprint is.

De heer Sienot (D66):

Ik heb een tijdje zitten luisteren naar de bijdrage van de heer Baudet. Het is prima dat hij zijn eigen geloof heeft, maar de zorgen over de betaalbaarheid van deze energietransitie zijn gewoon reëel. Wij zien niet hoe bangmakerij over die kosten door hysterische rekensommen te maken, mensen helpt om op een betaalbare wijze door die energietransitie te gaan. Kan de heer Baudet ons helpen en aangeven hoe hij die betaalbare energietransitie wil inzetten?

De heer Baudet (FvD):

Nee, wij willen geen energietransitie. Wij willen dat helemaal niet. Dat is gebaseerd op voodoogeloof met regendansen over de invloed van de mens op het klimaat en allerlei absurde Ark van Noach-achtige spookverhalen over zeespiegelstijgingen. Wat daaraan ten grondslag ligt, is het westerse schuldcomplex. Het is allemaal onze schuld, wij moeten boete doen, wij moeten aflaten betalen, wij moeten massale immigratie stimuleren en wij moeten onszelf tot op het bot straffen voor de westerse rijkdom en successen. Dat is wat hierachter schuilgaat. De klimaatreligie is een vorm van oikofobie.

De heer Sienot (D66):

Ik heb bangmakerij, hysterische rekensommen en geloof gehoord en ik hoor nu ook psychologisering.

De heer Baudet (FvD):

Zeker. Maar waarom loopt mijn tijd door, mevrouw de voorzitter?

De heer Sienot (D66):

Dat is allemaal prima, maar al die mensen die thuiszitten en zich afvragen hoe ze straks aan een betaalbare energierekening komen, stuurt u het bos in met bangmakerij en gepsychologiseer.

De voorzitter:

Het was per ongeluk, maar het is rechtgezet, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ik vind het leuk dat u over bossen begint, want door de CO2-uitstoot is het de afgelopen eeuw ongeveer 10% tot 15% groener geworden op aarde. Over de extreem positieve effecten van CO2 hebben we het immers nog niet gehad. CO2 is zuurstof voor planten. Het is voor planten en bomen op aarde zoals het voor mensen is op de top van de Himalaya. Ze zoeken continu naar CO2, want er is maar heel weinig CO2. Planten en bomen ademen dat in en stoten zuurstof uit. Als gevolg van de CO2-uitstoot zijn er dus meer bossen en is er meer groen op aarde. Dus inderdaad: we sturen mensen graag het bos in.

De heer Bruins (ChristenUnie):

De grafieken die de heer Baudet toont, heeft hij bij een eerder debat ook getoond. Toen heb ik het laten gaan. Hij heeft zich zojuist beroepen op het feit dat hij de enige afgestudeerde is in deze Kamer ...

De heer Baudet (FvD):

Nee, niet de enige, er zijn er een paar.

De heer Bruins (ChristenUnie):

... dat hij een van de weinigen is. Iemand die gepromoveerd is, weet ook dat hij zich, in alle bescheidenheid, beperkt tot het eigen vakgebied. Dit even als doctor in de experimentele fysica tot een doctor in de rechtsgeleerdheid. We hebben allebei bij onze promotie beloofd dat wij eerlijk en zorgvuldig, kritisch en transparant zouden omgaan met wetenschappelijke gegevens. Met de grafieken die u laat zien, is uw statistiek selectief en uw wetenschappelijke onderbouwing complete and utter bullshit.

De heer Baudet (FvD):

Ja, daar ben ik het niet mee eens. Ik hoor graag de redenen en de argumenten om mij dit in de schoenen te schuiven. Ik vind het merkwaardig dat u dit roept. Ik vind dat een doctor onwaardig, eerlijk gezegd.

De voorzitter:

Ja, ik weet niet ...

De heer Baudet (FvD):

En ook nog in het Engels, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Ja, ik wou net iets zeggen. Als zoiets wordt uitgesproken ...

De heer Baudet (FvD):

Hoe zou je dat in het Nederlands zeggen?

De voorzitter:

... door een Kamerlid van de ChristenUnie, dan zegt dat heel veel.

De heer Baudet (FvD):

Ja, het is niet alleen een doctor maar ook een christen onwaardig.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Het is volslagen troep.

De voorzitter:

Gaat u het ook nog vertalen. De heer Van Raan.

De heer Baudet (FvD):

Dit is wat er gebeurt als je mensen op hun religieuze tenen trapt. Het is een religie, het klimaat, en mensen worden boos als je het aanvalt.

De voorzitter:

Ik wil toch even kijken of wij dit debat op een respectvolle manier kunnen voeren, zonder elkaar voor wat dan ook uit te maken. De heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Het zou kunnen dat de heer Baudet gelijk heeft. Dat kan gewoon. Daar hebben we ook een precedent voor. Galileo Galilei was de enige die zei dat de aarde om de zon draait. De hele wetenschap zei dat het niet zo was en dat de aarde in het middelpunt stond. Hij is daarvoor veroordeeld en hij moest dat intrekken en toen zei hij: oké, goed, de zon draait om de aarde, maar bij het weglopen zei hij: en toch draait ze om de zon. Het zou kunnen dat de heer Baudet gelijk heeft, dat moeten we niet ontkennen, en dat doe ik ook niet, maar die kans is wel heel klein. Ik vraag de heer Baudet om op het volgende te reflecteren. Als hij gelijk heeft, is er niet zo veel aan de hand en dan kunnen we allemaal blij zijn. Misschien hopen we ook allemaal dat hij gelijk heeft. Maar zou de heer Baudet ook omgekeerd kunnen erkennen dat we als hij ongelijk heeft en als de rest van de consensus wel gelijk heeft, een enorm probleem hebben? Dat is mijn vraag.

De heer Baudet (FvD):

Nee. Om twee redenen niet. In de eerste plaats omdat je met dat geld, die 1.000 miljard die Nederland uitgeeft en die tienduizenden miljarden die de rest van de wereld zou moeten uitgeven — wat ze natuurlijk niet gaan doen, maar goed — ontzettend veel andere dingen kan doen die ons welvaartsniveau zo kunnen verhogen en zoveel verder kunnen brengen dat je totaal niet weet, als er inderdaad iets verandert, hoe we daar dan mee om zouden kunnen gaan. We remmen onze innovatie en onze ontwikkeling heel erg. Als je 30 of 40 jaar geleden had gezegd dat er iets als internet zou worden uitgevonden, dan had niemand dat zich voor kunnen stellen. Hetzelfde is het geval met de enorme ontwikkelingen die we zouden kunnen krijgen als we niet al ons geld zouden weggeven aan het klimaat. Dat is reden één. En reden twee is dat je deze gelden, maar ook andere gelden, altijd kan gebruiken voor adaptatie.

De heer Van Raan (PvdD):

Dat snap ik. De heer Baudet zegt nee, als ik het goed begrijp, want hij denkt dat hij wel gelijk heeft en hij erkent geen andere mogelijkheden. Dat is prima. In dat universum van de heer Baudet waarin we dan zouden leven, is het aandeel fossiele brandstoffen rond 2050 waarschijnlijk nog best groot, dat kunnen we niet uitsluiten. Is de heer Baudet dat met mij eens?

De heer Baudet (FvD):

Ja, daar ben ik het mee eens.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Baudet (FvD):

Maar wij zijn er een groot voorstander van om bijvoorbeeld gesmoltenzoutreactoren te ontwikkelen of om kernfusie en andere mogelijkheden te onderzoeken. Het is prima om te investeren in innovatie. Nederland moet dat vooral blijven doen, alleen niet met het idee dat we dat doen vanwege een energietransitie en allerlei CO2-doelstellingen, want dat is gewoon weggegooid geld.

Kortom, onze visie is dat het klimaat zich altijd heeft ontwikkeld en zal blijven ontwikkelen. De mens heeft daar misschien enige invloed op, maar waarschijnlijk niet, of in ieder geval niet een hele grote. Het is absurd om 1.000 miljard aan kosten te maken om onze hele manier van leven te veranderen; dat leidt nergens toe. Ik denk dat de bevolking daar ook niet in mee zal gaan. Ik kan u misschien niet overtuigen op basis van argumenten maar ik zou u misschien wel kunnen overtuigen op basis van de maatschappelijke realiteit. 2 miljard per jaar wilde deze regering weggeven aan buitenlandse aandeelhouders via afschaffing van de dividendbelasting. Dat leidde tot een enorme maatschappelijke ophef. Heel veel van de kosten van het klimaatbeleid zoals dat nu wordt gevoerd, moeten nog komen. Ik denk dat de Nederlandse bevolking daar niet in mee zal willen gaan. Uit onderzoek na onderzoek blijkt dat mensen het misschien wel belangrijk vinden om iets te doen aan duurzaamheid in abstracte zin maar dat ze totaal niet bereid zijn daar veel geld voor uit te trekken. Dus vroeg of laat zal dit hele plan stranden, net als dat in de rest van de wereld strandt, net als het in de Verenigde Staten is gestrand, net als Frankrijk nu heeft gezegd: die extra accijnzen op brandstof en zo doen we niet, sorry, ik begrijp dat jullie dat niet willen. Dat gaat gebeuren. Is het dan niet beter om nu alvast te anticiperen op die realiteit? Je krijgt het er gewoon niet doorheen. Het klopt allemaal niet, het is allemaal gebaseerd op rogue science, om een mooie Engelse term te gebruiken. Zelfs al zou het een mooi ideaal zijn, het is niet haalbaar en het is niet realistisch. Zet in op adaptatie, zet in op innovatie en houd op met het obsessief willen terugdringen van CO2 en met onze manier van leven volkomen omver te werpen.

De voorzitter:

De heer Van der Lee, korte vraag.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

GroenLinks is het niet eens met Forum voor Democratie noch als het gaat over het bestaan en de erkenning van klimaatverandering, noch als het gaat over de oorzaak en de aanpak ervan. Ik heb nog wel een vraag over een argument dat u vaak gebruikt. Stel dat u straks in de regering zit.

De heer Baudet (FvD):

Ja, dat lijkt mij ...

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik wens het niet maar het zou kunnen. Stel dat ik of iemand anders naar u toekomt en zegt: mijn bijdrage aan de Nederlandse belastingopbrengst is 0,0000001, ik wil geen belasting meer betalen? Vindt u dat dan een legitiem argument?

De heer Baudet (FvD):

Deze interruptie heeft de heer Van der Lee eerder gemaakt en mijn antwoord was toen hetzelfde als het antwoord dat ik nu zal geven, namelijk dat je niet kunt zeggen dat het bijdragen aan iets wat je met z'n allen doet en wat nuttig is, hetzelfde is als het bijdragen aan iets wat je niet met z'n allen doet en wat ook niet nuttig is.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Wederom slaagt de heer Baudet er niet in om een goed antwoord te geven op deze vraag.

De heer Baudet (FvD):

Natuurlijk wel.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Wij hebben vastsgesteld dat de heer Baudet het er niet mee eens is dat klimaatverandering bestaat en hij is het er ook niet mee eens dat het aangepakt wordt, maar hij gebruikt voortdurend het argument: die anderen willen dat allemaal maar de bijdrage aan het tegengaan van de temperatuurstijging is zo klein, dat je het daarom niet moet doen. Op dat argument gaat hij dan niet in als ik dat vergelijk met een belastingbetaler. Het is een onhoudbaar argument en u moet dat gewoon toegeven.

De heer Baudet (FvD):

Nee, de vergelijking gaat om twee redenen niet op. Vraag 1 is, wat het nut is van belasting betalen als dat door het overgrote deel van de andere mensen in je land niet gebeurt en er geen functionerende staat is om dat af te dwingen. Dat is namelijk het geval in de wereld. Het overgrote deel van de landen betaalt niet en doet niet mee. Dan denk je toch zelf al gauw: dan ga ik dat ook niet doen. Er is geen wereldstaat. Het wordt niet afgedwongen. China, India, de Verenigde Staten, Turkije, Rusland, Iran, Australië en heel Afrika doen allemaal niet mee. Dus dat energietransitieverhaal is een volkomen marginaal fenomeen. Dat is een.

De voorzitter:

De heer Geurts.

De heer Baudet (FvD):

Dan twee. Maar dit is belangrijk, voorzitter. Het tweede punt is dat het überhaupt een zinloze investering is. Ik denk dat de meesten van ons zullen zeggen: belastingen betalen heeft nog een bepaald nut, want daarvoor krijg ik politie en nog een aantal andere dingen terug. En in dit geval is dat niet zo, want die kosten die we maken leiden tot niets. Dus om twee redenen gaat de vergelijking niet op. Ten eerste: anders dan belasting betalen is het niet nuttig. Ten tweede: anders dan belasting betalen doen anderen het allemaal niet.

De heer Geurts (CDA):

Ik vond het jammer dat de heer Baudet in het begin van zijn bijdrage reclame zat te maken voor de energievergelijkingssites, want daar kwam het bericht vandaan als bron wat hij citeerde. De vraag die ik heb, is de volgende, en dat kan heel simpel, ja of nee. Mensen willen toch meegaan bij het aanpassen aan de omstandigheden?

De heer Baudet (FvD):

Ik snap de vraag niet.

De voorzitter:

Nog een keer de heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):

Kijk, dat krijg je als een boer gewoon een hele simpele vraag stelt met zijn boerenverstand. Mensen willen toch meegaan bij het aanpassen aan de omstandigheden?

De heer Baudet (FvD):

Meegaan met ...?

De heer Geurts (CDA):

We hebben toch omstandigheden in Nederland, droogte, te weinig water? Mensen willen er toch aan meewerken om zich aan te passen aan die omstandigheden?

De heer Baudet (FvD):

U bedoelt of mensen zich willen aanpassen aan veranderende omstandigheden in algemene zin. Is dat de vraag?

De heer Geurts (CDA):

Deze vraag is echt zo simpel dat u hem niet begrijpt.

De heer Baudet (FvD):

Ja, dat klopt, maar volgens mij stel ik me welwillend op en probeer ik in ieder geval te snappen wat u in al uw beperkingen probeert te vragen.

De heer Geurts (CDA):

Ik vind dit echt van een stuitende arrogantie, voorzitter.

De heer Baudet (FvD):

Stel dan gewoon een heldere vraag.

De heer Geurts (CDA):

Hij is heel simpel.

De heer Baudet (FvD):

Willen mensen zich aanpassen aan omstandigheden? Ja, soms wel, soms niet. Dat hangt van de omstandigheden af en dat hangt van de kosten van de aanpassingen af.

De voorzitter:

De heer Geurts heeft het woord.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Dit is de eerste keer dat ik de heer Baudet aantref in een debat. Ik heb hem voor de rest nooit gezien en ik vind het echt van een stuitende arrogantie, ook de manier waarop de heer Baudet daar staat, om een hele simpele vraag niet te kunnen beantwoorden. Maar dan stop ik in ieder geval met het debat met de heer Baudet op dit punt.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik heb niet gestudeerd. Ik ben op mijn zeventiende gaan werken. De heer Baudet is wel wetenschappelijk gevormd, zelfs gepromoveerd. Mijn vraag aan hem is: waarom zou ik zijn zienswijze, zijn wetenschappelijk onderbouwde zienswijze moeten geloven en waarom zou ik de wetenschappelijk onderbouwde zienswijze van al die wetenschappers die beweren dat we wel degelijk een klimaatprobleem hebben niet moeten geloven?

De heer Baudet (FvD):

Het is niet zozeer mijn analyse. Er zijn heel erg veel wetenschappers die totaal niet meegaan in het alarmistische verhaal. Ik denk dat een open debat prima is. Dus u kunt wat mij betreft ook luisteren naar mensen die wel van mening zijn dat de mens een grote invloed heeft op het klimaat. Maar ten eerste zijn dat er niet ontzettend veel. Ik zie veel meer kritische stemmen dan gelovige stemmen. Ik zou ook eens kijken naar de financiële afhankelijkheid van de mensen die alsmaar betogen dat we zo'n grote invloed hebben op het klimaat, enzovoorts. Er gaat ontzettend veel geld om in die alarmistische lobby.

De voorzitter:

Tot slot de heer Moorlag, slotvraag.

De heer Moorlag (PvdA):

Een slotvraag. Ik weet niet veel van wetenschap, hoor, maar ik ken wel het begrip "methodische twijfel", wat toch wel een fundament is van de wetenschap. Mijn vraag aan de heer Baudet is of hij wel eens twijfelt aan zijn standpunt.

De heer Baudet (FvD):

Zeker, en dat is ook precies wat ik mis bij het IPCC en al die rapporten die niet zozeer de oorzaken van klimaatverandering onderzoeken maar de invloed van CO2 op klimaatverandering. Die vraagstelling van het IPCC is dus op zich al verkeerd. Het is een vraag die een tunnelvisie impliceert. Als je een daadwerkelijk breed, neutraal, open onderzoek zou willen aangaan, dan zou je dus állerlei factoren daarbij moeten meenemen en dat is nou precies wat het IPCC niet doet. Daarom maakt dat het hele IPCC-gebeuren a priori al onwetenschappelijk.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Baudet. Daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Zoals ik in het begin van dit debat had aangegeven, zal de voortzetting van het debat óf voor het reces, 2018, óf begin volgend jaar zijn. Maar dat wordt in goed overleg gepland met de initiatiefnemers.

Voor dit moment schors ik de vergadering om de heer Geleijnse te feliciteren met zijn bevlogen en mooie maidenspeech. Ik mag u als eerste feliciteren; dat is het voordeel van voorzitter zijn. Ik schors nu de vergadering tot 14.45 uur.

De vergadering wordt van 14.11 uur tot 14.45 uur geschorst.