26 Stemmingen moties Laaggeletterdheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Laaggeletterdheid,

te weten:

  • -de motie-Westerveld over een heldere toelichting bij ieder wetsvoorstel (28760, nr. 85);

  • -de motie-Westerveld c.s. over een pilot voorschoolse educatie bij een startleeftijd van 2 jaar (28760, nr. 86);

  • -de motie-Wiersma c.s. over actieve hulp door gemeenten bij laaggeletterdheid (28760, nr. 87);

  • -de motie-Wiersma/Kuik over specifieke aandacht voor het ondersteunen van het mkb (28760, nr. 88);

  • -de motie-Kuik/Wiersma over doelstellingen om laaggeletterdheid in specifieke sectoren terug te dringen (28760, nr. 89);

  • -de motie-Kuik over een gratis app om leesplezier te bevorderen (28760, nr. 90);

  • -de motie-Beertema over een meerjarig herstelplan voor het lees- en schrijfonderwijs (28760, nr. 91);

  • -de motie-Beertema over de regie bij de overheid voor bestrijding van laaggeletterdheid (28760, nr. 92);

  • -de motie-Van den Hul c.s. over het informeel en formeel educatie-aanbod voor laaggeletterden (28760, nr. 93).

(Zie vergadering van 27 juni 2019.)

De voorzitter:

De motie-Westerveld c.s. (28760, nr. 86) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs concludeert dat leerlingen minder goed presteren op de kernvakken taal en rekenen, en dat laaggeletterdheid toeneemt;

overwegende dat kinderen zo vroeg mogelijk in een taalrijke omgeving moeten zijn om laaggeletterdheid op latere leeftijd te voorkomen, zoals ook de SER adviseert;

constaterende dat gemeenten 960 uur voorschoolse educatie moeten aanbieden voor doelgroeppeuters, maar dat deze urennorm en bijbehorende financiële kaders alleen gelden voor peuters vanaf 2,5 jaar;

verzoekt de regering te onderzoeken wat het effect is voor de ontwikkeling van het kind als de startleeftijd voor voorschoolse educatie wordt verlaagd naar 2 jaar, al dan niet met een gelijkblijvende norm van 960 uur;

verzoekt de regering tevens deze uitkomsten te vergelijken met de situatie waarbij kinderen op de leeftijd van 2,5 jaar beginnen aan de voorschoolse educatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 94, was nr. 86 (28760).

De voorzitter:

De motie-Wiersma c.s. (28760, nr. 87) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat laaggeletterdheid in Nederland nog altijd een groot probleem is;

constaterende dat de Sociaal-Economische Raad oproept tot meer urgentie en een betere samenwerking van gemeenten met werkgevers, maatschappelijke organisaties en het onderwijs om de complexe problemen aan te pakken;

constaterende dat de minister bestuurlijke afspraken maakt met centrumgemeenten over de aanpak en de doelen;

van mening dat basisvaardigheden als lezen, schrijven en digitale geletterdheid zo belangrijk zijn dat gemeenten screening op, en hulp bij, laaggeletterdheid bij hun dienstverlening zouden moeten betrekken;

verzoekt de regering met centrumgemeenten concrete, en meetbare, afspraken te maken over onder andere het aanbieden van actieve hulp aan het gemeenteloket, de begeleiding en doorverwijzing naar taalhuizen en het succesvol geholpen aantal mensen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 95, was nr. 87 (28760).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar gewijzigde motie (28760, nr. 94, was nr. 86) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Westerveld (28760, nr. 85).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wiersma (28760, nr. 95, was nr. 87).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Kuik (28760, nr. 88).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Wiersma (28760, nr. 89).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik (28760, nr. 90).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Daar gaat jullie leesplezier.

In stemming komt de motie-Beertema (28760, nr. 91).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beertema (28760, nr. 92).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (28760, nr. 93).

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Naar boven