Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 56, item 5

5 Alcohol- en tabaksbeleid

Aan de orde is het VAO Alcohol- en tabaksbeleid (d.d. 15/02).

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Op zich hebben we een goed overleg gehad met de staatssecretaris over het alcoholmatigingsbeleid. Ik ben ook blij dat hij de ambitie heeft uitgesproken om in ieder geval te controleren dat de supermarkten minimaal 85% handhaving nastreven. De motie daarover zal ik dus niet indienen. Ik heb nog wel drie andere moties. Die zal ik nu indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een aantal gemeenten, op initiatief van de VNG, in het kader van de pilot Mengvormen detailhandel/horeca gezamenlijk honderden ondernemers hebben toegestaan alcoholhoudende drank te schenken en te verkopen, in strijd met de artikelen 12, 14 en 18 van de Drank- en Horecawet;

constaterende dat de staatssecretaris van VWS en de minister van BZK zich zowel mondeling als schriftelijk tegen deze pilot hebben gekeerd;

constaterende dat tien gezondheidsorganisaties in het Alcoholmanifest zich hiertegen hebben uitgesproken omdat wetenschappelijk is vastgesteld dat uitbreiding van het aantal verkooplocaties van alcohol leidt tot een toename van de alcoholproblematiek;

verzoekt de regering, alle gemeenten op korte termijn te berichten dat het gedogen van mengvormen van retail en horeca in strijd is met de Drank- en Horecawet en dat hierop dient te worden gehandhaafd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 151 (27565).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tal van studies hebben aangetoond dat het drinkgedrag van vooral jongeren wordt gestimuleerd door alcoholreclame en dat zelfregulering van alcoholreclame onvoldoende beschermend werkt;

overwegende dat jongeren in de risicogroep 12-17-jarigen, ondanks het verbod op radio- en tv-reclame tussen 6.00 uur en 21.00 uur, nog steeds bereikt worden met alcoholreclame, onder meer via social media;

constaterende dat Frankrijk uitsluitend productgerichte reclame over alcohol toestaat, Zweden een verbod kent op alcoholreclame en Finland een verbod kent op alcoholreclame via social media;

verzoekt de regering, na te gaan welke landen in Europa vergaande maatregelen met betrekking tot alcoholreclame hebben ingevoerd, onder meer aangaande sponsoring door alcoholproducenten, en wat de effecten daarvan zijn geweest, met name op het drinkgedrag van jongeren, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Van der Staaij en Volp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 152 (27565).

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De derde motie is heel kort.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het ontmoedigen van overmatige alcoholconsumptie een belangrijk onderdeel dient te zijn van het alcoholpreventiebeleid;

verzoekt de regering, financiële ondersteuning ter beschikking te stellen uit het Nationaal Programma Preventie ten behoeve van IkPas, voor het initiatief voor tijdelijk geen alcohol drinken, en ten behoeve van STAP ten behoeve van het monitoren van de alcoholmarketing in Nederland op de wijze waarop het instituut dat in opdracht van de overheid gedurende de periode 2003-2013 heeft gedaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 153 (27565).

De voorzitter:

Héél snel.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Wij hebben een aantal punten aangestipt in het algemeen overleg. Het eerste punt is het verbod op alcoholreclame. We kunnen onderzoek doen naar hoe dat in Europa zit, maar wij zijn ervan overtuigd dat je het paard achter de wagen spant als preventie van alcoholmisbruik de kern van het beleid is maar als tegelijkertijd de reclames van internet en de televisie af knallen. Vandaar dat ik de volgende motie indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het maken van reclame voor alcoholhoudende dranken is toegestaan;

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat alcoholreclame jongeren aanzet tot drinken;

overwegende dat alcohol net als tabak een schadelijke invloed heeft op de volksgezondheid;

overwegende dat de overheid de taak heeft de volksgezondheid te beschermen;

verzoekt de regering om over te gaan tot een wettelijk verbod op reclame voor alcoholhoudende dranken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 154 (27565).

Mevrouw Leijten (SP):

Je spant het paard ook achter de wagen als je zegt dat er een leeftijdsgrens is voor het verkrijgen van tabak en alcohol en dat daarop gehandhaafd wordt, maar als die handhaving tegelijkertijd zo lek is als een mandje. Er is een 100% leeftijdsverificatiesysteem, waarbij de jongeren gewoon geen tabak of alcohol meer krijgen. Volgens mij is dat het doel van het beleid. Niemand kan dus tegen de volgende motie zijn en daarom dienen wij die in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sinds 2014 de leeftijdsgrens voor alcohol en tabak is verhoogd naar 18 jaar;

constaterende dat vanaf de verhoging van de leeftijdsgrens de handhaving van de leeftijdsgrens onder de maat is geweest;

constaterende dat er technische ontwikkelingen zijn die een 100% effectieve controle mogelijk maken;

overwegende dat het verhogen van de leeftijdsgrens zinloos is zonder adequate handhaving van de leeftijdsgrens;

verzoekt de regering, maatregelen te nemen om tot een meer effectieve leeftijdscontrole te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 155 (27565).

Mevrouw Volp (PvdA):

Voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op basis van de Drank- en Horecawet verplicht een medewerker in een horecabedrijf of op een evenement aanwezig moet zijn die in het bezit is van de Verklaring van kennis en inzicht sociale hygiëne wanneer alcoholhoudende dranken worden geschonken;

constaterende dat uit onderzoek van de gemeenten Amsterdam, Utrecht en Rotterdam blijkt dat wordt doorgeschonken aan klanten die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren;

overwegende dat het diploma sociale hygiëne niet lijkt bij te dragen aan het op verantwoorde wijze schenken van alcohol;

van mening dat nu het diploma sociale hygiëne steeds vaker verplicht wordt gesteld er sprake moet zijn van een effectief middel om op verantwoorde wijze alcohol te schenken en te verkopen;

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de effectiviteit van de Verklaring van kennis en inzicht sociale hygiëne in de praktijk en daarbij te kijken naar de inhoudelijke eisen die worden gesteld aan de verklaring,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Volp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 156 (27565).

Ik schors even kort totdat de staatssecretaris alle moties onder ogen heeft.

Excuus, de heer Voordewind heeft nog een vraag aan mevrouw Volp.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nee, ik heb geen vraag aan mevrouw Volp. Ik lees nu net dat mevrouw Bruins Slot de eerste motie die ik heb ingediend, wil meeondertekenen. Kan dat nog worden meegenomen?

De voorzitter:

Dit wordt opgenomen in de Handelingen.

De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.00 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef graag het woord aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor zijn oordeel over de ingediende moties.

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Ik begin met de motie van de heer Voordewind op stuk nr. 151, waarin de regering wordt verzocht om alle gemeenten te berichten dat het gedogen van mengvormen in strijd is met de Drank- en Horecawet en dat hierop moet worden gehandhaafd. Het is een pilot van de gemeenten en gemeenten kunnen die pilots uitvoeren zoals zij willen. Ik heb de gemeenten er herhaaldelijk op gewezen via de VNG dat zij zich aan de wet moeten houden. Dus dat heb ik al gedaan en indien bij bepaalde gemeenten zaken uit de hand lopen of wanneer in mijn ogen het toezicht en de handhaving duidelijk worden verwaarloosd, neem ik contact op met de betrokken gemeente en zal ik, waar nodig, tot bestuurlijke maatregelen overgaan. Ik ben bereid dit te doen, getuige het feit dat ik dat in het afgelopen jaar al heb gedaan bij sommige gemeenten. Dus ik heb alle gemeenten al bericht. Ik wil bij dezen naar aanleiding van de motie de toezegging doen om gemeenten er individueel op aan te spreken wanneer het verkeerd loopt. In die zin is de motie overbodig. Ik voer haar voor een deel al uit en ik heb al toegezegd dat ik gemeenten individueel erop aanspreek wanneer dat nodig is. Nogmaals, ik acht de motie in die zin overbodig.

Mevrouw Leijten (SP):

Overbodig. Dan kunt u de motie overnemen, toch?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voor een deel voert de minister de motie uit. Hij heeft eerder inderdaad gezegd dat gemeenten zich aan de wet moeten houden, maar het gaat mij om de handhaving, het tweede deel van het dictum. De gemeenten gaan wel gewoon door met het blurren van de verkoop. Als de staatssecretaris hier zegt dat hij de gemeenten op de handhaving zal aanspreken, dan vinden we elkaar en dan kan de motie ook worden overgenomen wat mij betreft. Dan is het ondersteuning van beleid.

Staatssecretaris Van Rijn:

Ten eerste heb ik de gemeenten allemaal aangeschreven met de mededelingen dat zij zich aan de wet moeten houden. Ten tweede heb ik aangegeven dat waar er strijdigheid is met de wet, ik van de gemeenten verwacht dat zij de wet zullen handhaven. Als gemeenten zich daar naar mijn oordeel of naar het oordeel van anderen niet aanhouden, spreek ik ze daar individueel op aan. Als dat de verwoording van de motie van de heer Voordewind is, kan ik me erin vinden, maar het is dan eigenlijk iets wat we al doen. De regering wordt in de motie verzocht alle gemeenten op korte termijn te berichten. Dat heb ik al gedaan. Vervolgens gaat het om de vraag wat er gebeurd in individuele gevallen wanneer ik vind dat zaken uit de hand lopen. Daarvan heb ik ook al gezegd dat ik dat al bij gemeenten doe als dat nodig is. Dus de heer Voordewind zou kunnen overwegen om de motie, gelet op mijn toezeggingen, in te trekken.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Als de staatssecretaris de motie wil overnemen, kan ik me daarin vinden, maar dan moet hij haar wel formeel overnemen.

Staatssecretaris Van Rijn:

In de motie wordt iets verzocht wat ik al gedaan heb, namelijk alle gemeenten aanschrijven over wat wel en niet kan en ik heb ook al toegezegd dat ik gemeenten erop zal aanspreken. Ik heb dus al aangeschreven en waar nodig zal ik gemeenten individueel aanspreken en zal ik bestuurlijk ingrijpen. Dus mijn suggestie aan de heer Voordewind is dat hij met die toezeggingen de motie zou kunnen intrekken.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nee, dan breng ik haar toch in stemming, want ik vind het belangrijk om de staatssecretaris een stok achter de deur te geven en ik vind het ook belangrijk dat de staatssecretaris dat doet richting de gemeenten, zodat zij echt gaan handhaven. Deze motie moet het signaal geven dat blurring tegen de wet is en zij stimuleert de staatssecretaris om strenger op te treden als het gaat om handhaving.

De voorzitter:

Ik begrijp van de staatssecretaris dat het oordeel over de motie is dat zij overbodig is.

De heer Ziengs (VVD):

Ik wil graag een nadere toelichting van de staatssecretaris naar aanleiding van deze motie. Blurring is veel breder. Ook horecabedrijven die gewoon alcohol schenken mogen in die experimenten activiteiten erbij doen. Dat betekent dat met de motie van de heer Voordewind al die horecabedrijven, die gewoon vergunningen hebben, echt gekilld worden als het gaat om activiteiten die zij erbij doen. Dat is toch correct?

Staatssecretaris Van Rijn:

Ja, in het debat hebben we ook gewisseld dat er verschillende mengvormen zijn, mengvormen waar we met z'n allen niet zo voor zijn en mengvormen die misschien een verdere impuls kunnen zijn voor het toenemen van de economische activiteit zonder dat in strijd met de wet wordt gehandeld. Die zouden ook niet verboden moeten worden.

De heer Ziengs (VVD):

Daar begrijp ik uit dat met de voorliggende motie die horecabedrijven wel degelijk getroffen worden.

Staatssecretaris Van Rijn:

Daarom heb ik ook aangegeven dat ik zal toezien op wat strijdig is met de Drank- en Horecawet in het algemeen, en specifiek als dat voor gemeenten nodig is.

Mevrouw Leijten (SP):

Deze motie is kennelijk overbodig, maar ik denk dat het belangrijk is dat de staatssecretaris nu aangeeft dat het volgens de Drank- en Horecawet níét is toegestaan dat in mkb-bedrijven zomaar drank kan worden geschonken, omdat men daar denkt dat dat wel een goed idee is voor de verkoop van andere producten. Die blurring mag dus niet volgens de Drank- en Horecawet. Dat klopt toch?

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat klopt.

Mevrouw Leijten (SP):

En de staatssecretaris zal dus handhaven als gemeenten denken dat dat wel mag?

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik heb gemeenten die hebben gezegd dat ze dit actief zouden gaan toestaan, hier al actief op aangesproken. Ik heb hun gezegd dat dit niet kan, dat het strijdig is met de Drank- en Horecawet. Als gemeenten zich niet aan die regels willen houden, staat mij het toezicht ter beschikking.

Nu de motie-Voordewind c.s. op stuk nr. 152 over alcoholreclame, waarin de regering wordt verzocht om na te gaan welke landen verregaande maatregelen hebben genomen, wat de effecten daarvan zijn op met name het drinkgedrag van jongeren en om de Kamer hierover te informeren. Ik dacht dat wij in het debat inderdaad hebben uitgewisseld dat ik dat ook een goede zaak vind. Ik denk dat we elke keer weer moeten bekijken welke maatregelen proportioneel zijn en welke niet. Ik vind het zeer van belang om te bekijken wat de effecten in andere landen zijn. Ik laat het oordeel over deze motie dus aan de Kamer.

Ik ga verder met de motie met het verzoek aan de regering om de controle op de alcoholleeftijd te verscherpen en om in te zetten op een naleving van 85%. We hebben met elkaar gezegd dat het nu is bewezen dat het kan, maar ik denk te zien dat de heer Voordewind nu een wijziging in zijn motie wil aanbrengen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nee, dit is een misverstand. Die motie heb ik niet ingediend, omdat de staatssecretaris daarover een toezegging heeft gedaan tijdens het debat. Ik weet niet welke motie over die 85% gaat.

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik heb hier een motie voor me liggen met de tekst: "verzoekt de regering de controle op de naleving van de alcoholleeftijd in de supermarkten te verscherpen en in te zetten op een naleving van ten minste 85%".

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Die motie heb ik niet ingediend.

De voorzitter:

Er zijn inderdaad wat kopieën rondgegaan die niet helemaal klopten. Mijn excuses aan de staatssecretaris, die iets heeft gekregen wat niet is ingediend.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De derde motie die ik indiende, gaat over monitoring en het project IkPas. Maar goed, als de staatssecretaris het oordeel over die andere motie aan de Kamer wil laten ...

De voorzitter:

Die motie bestaat dus niet, althans niet in onze beraadslagingen.

Staatssecretaris Van Rijn:

De motie-Voordewind op stuk nr. 153 gaat over IkPas. In die motie wordt de regering gevraagd om financiële ondersteuning ter beschikking te stellen uit het Nationaal Preventie Programma ten behoeve van IkPas. Ik heb in het debat gezegd dat ik dit een goed initiatief vind en dat ik met IkPas in gesprek zal gaan. Zullen we afspreken dat ik eerst dat gesprek zal voeren en dat we aan de hand daarvan besluiten of er financiële ondersteuning ter beschikking kan worden gesteld, in plaats van dat we nu op voorhand ja zeggen, voordat we hebben gepraat? Ik verzoek de heer Voordewind om zijn motie in die zin aan te passen. Ik ben bereid om in het kader van het Nationaal Preventie Programma met IkPas in gesprek te gaan om te bekijken welke waardevolle bijdrage dat kan leveren en om aan de hand daarvan te bekijken welke ondersteuning nodig is. Als dat de formulering van die motie kan zijn, wil ik het oordeel erover aan de Kamer laten.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat vind ik prima, maar het dictum ging ook over STAP. Als dat gesprek dus zowel met STAP als met IkPas kan worden gevoerd, hoor ik graag van de staatssecretaris wat de uitkomsten ervan zijn geweest.

Staatssecretaris Van Rijn:

Zeker.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Misschien kan dit binnen een redelijke termijn, in ieder geval nog zolang de staatssecretaris op deze plaats zit?

Staatssecretaris Van Rijn:

Er worden rapportages gemaakt voor het Nationaal Preventie Programma. Ik kan dat daarbij meenemen.

Nu de motie-Leijten/Van Gerwen op stuk nr. 154 over alcoholreclame. Ik heb net het oordeel aan de Kamer gelaten over een motie die gaat over het onderzoeken welke maatregelen op dat gebied effectief zijn. Ik hecht eraan om eerst dat onderzoek te doen, alvorens tot een conclusie te komen. Om die reden wil ik deze motie ontraden.

In de motie-Leijten/Van Gerwen op stuk nr. 155 wordt de regering gevraagd om tot een meer effectieve leeftijdscontrole te komen. Dat is eigenlijk een oproep aan de gemeenten. Inderdaad zijn er allerlei technische ontwikkelingen. Ik heb zelf altijd de stelling ingenomen dat het mij niet uitmaakt welke maatregelen er worden genomen om ervoor te zorgen dat de naleving goed is. Wij gaan geen dingen voorschrijven, maar wij schrijven wel voor dat je je aan de wet moet houden en dat gemeenten daarop moeten toezien. De motie lijkt mij dus eerder een oproep aan de gemeenten. Om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 155.

De voorzitter:

Even voor de helderheid, de moties waren bij ons omgedraaid. De laatste motie was voor ons eigenlijk de vierde motie. Excuses aan de staatssecretaris en aan de leden.

Staatssecretaris Van Rijn:

In de motie op stuk nr. 156 wordt ons gevraagd, onderzoek te doen naar sociale hygiëne in de praktijk en te bekijken of de inhoudelijke eisen nog adequaat zijn. In het debat hebben we daarover van gedachten gewisseld. Het is zeer belangrijk dat de eisen up-to-date zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de recente ontwikkelingen. Ik laat heet oordeel over de motie aan de Kamer. Ik vind de motie ondersteuning van beleid.

De voorzitter:

U hebt nog een vraag van mevrouw Leijten over de vierde of de vijfde motie.

Mevrouw Leijten (SP):

Ja, voorzitter, ik weet nu niet wat ik moet zeggen. Voor mij is het de vijfde motie, maar volgens u is het de vierde motie. Verwarring alom dus. Het gaat over de motie over maatregelen voor een effectieve leeftijdscontrole.

De voorzitter:

In de Handelingen is dat de motie op stuk nr. 155.

Mevrouw Leijten (SP):

Dan zijn we eruit. De staatssecretaris verwijst mij nu door naar de gemeenten. Dat vind ik eigenlijk een beetje gek. Als we kunnen afspreken dat alle supermarkten en alle verkooppunten hetzelfde leeftijdsverificatiesysteem hebben, ontstaat er ook geen ongelijkheid tussen gemeenten op het gebied van leeftijdscontrole. Of is dat laatste precies het doel van de regering, namelijk dat het per gemeente enorm gaat verschillen of mensen wel of niet hun peuken en hun drank krijgen?

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat is uiteraard niet het geval, maar ik vind het niet de taak van de overheid om een systeem voor te schrijven. Dan zouden wij een systeem van een bepaalde producent bevoordelen. Het maakt mij niet uit welk systeem wordt toegepast. Van mij mag alles. Wij hebben een wet waarin staat dat je je aan de leeftijdsgrens moet houden. Daarvoor moeten effectieve maatregelen worden genomen en er moet effectieve handhaving op zijn. Wij houden iedereen aan de wet en men moet vooral zelf weten met welk systeem, welke mensen of welke controles men dat doet. Daar gaat de overheid niet over. Het zou ook onwenselijk zijn als de overheid een systeem bevordert.

Mevrouw Leijten (SP):

Maar dat is wel gek. De overheid is namelijk op haar vingers getikt met betrekking tot een kartel voor leeftijdsverificatiesystemen. Bij deze rechtszaak is nu overigens hoger beroep ingesteld. In de rechtszaak is uitgesproken dat de levensmiddelenindustrie een kartel heeft om een leeftijdsverificatiesysteem toe te passen dat overal sluitend is, waardoor de gemeenten in hun controlerende taak zouden worden ontlast. De minister is op zijn vingers getikt, omdat hij zaken doet met dezelfde levensmiddelenindustrie. Die houdt een 100%-leeftijdsverificatiesysteem gewoon buiten de deur. De staatssecretaris zegt dat hij er niet over gaat en dat hij niks gaat bevoordelen, maar dan moet hij zuiver zijn. Dan moet hij zeggen: zolang de levensmiddelenindustrie op de vingers is getikt voor het hebben van een kartel om de leeftijdsverificatie niet optimaal te krijgen, doe ik geen zaken meer met die levensmiddelenindustrie. Is hij daartoe bereid?

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik doe helemaal geen zaken met de levensmiddelenindustrie. De levensmiddelenindustrie moet zich gewoon houden aan de wet en moet een systeem kiezen dat zij van belang vindt en goed vindt. Dat interesseert me echt helemaal niks. Iedereen moet zich aan de wet houden, ook de levensmiddelenindustrie. Daarom heb ik de levensmiddelenindustrie erop aangesproken, om ervoor te zorgen dat die leeftijdsgrens wordt gehandhaafd.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik vind het opmerkelijk dat de staatssecretaris zegt dat hij geen zaken doet met de levensmiddelenindustrie. Er is gewoon een regulier overleg met de verkopers van tabak en alcohol. Daar loopt VWS aan de hand van die industrie. VWS heeft zelfs een NIX18-campagne met diezelfde industrie ontwikkeld. Het is dus echt een beetje vreemd dat de staatssecretaris zegt dat hij er geen zaken mee doet.

Staatssecretaris Van Rijn:

We hebben wet- en regelgeving in dit land. Het is mijn taak om die te handhaven en het is aan anderen om zich eraan te houden. Het is niet aan de overheid om wat voor systeem dan ook te bevorderen of te ontraden. Daar heb ik helemaal niets mee. Iedereen moet zich aan de wet houden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor zijn aanwezigheid deze ochtend. Over de ingediende moties gaan wij morgen stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.