Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 55, item 37

37 Duurzaamheid en milieu

Aan de orde is het VAO Duurzaamheid en milieu (AO d.d. 18/01). 

De voorzitter:

Er zijn zeven sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is de heer Remco Dijkstra van de VVD. Hij spreekt zoals iedereen twee minuten. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Ik heb drie moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de juiste biobrandstoffen een welkome bijdrage kunnen leveren aan het behalen van duurzaamheidsdoelen; 

overwegende dat innovatie gestimuleerd kan worden, de impact op het milieu omlaag kan en concurrentie met voedselgewassen voorkomen dient te worden; 

verzoekt de regering, bij biobrandstoffen te sturen op de reductie van broeikasgassen; 

verzoekt de regering voorts, daarbij in te zetten op biobrandstoffen die aantoonbaar ten minste 60% CO2-reductie opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen, inclusief rekening houdende met een wijziging in indirect landgebruik (ILUC), 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 523 (30196). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de juiste biobrandstoffen een welkome bijdrage kunnen leveren aan het behalen van duurzaamheidsdoelen; 

overwegende dat vanuit het energieakkoord en conform de Renewable Energy Directive afspraken volgen om te komen tot een volume van ten minste 36 petajoule aan schone brandstoffen; 

overwegende dat een volumedoelstelling en een eventuele afschaffing van de huidige dubbeltelling voor geavanceerde biobrandstoffen niet moeten leiden tot een toename van gebruik van palmolie in de benzinetank; 

verzoekt de regering, de dubbeltelling tot 2020 in stand te houden om zo betere biobrandstoffen te belonen en daarbij de jaarverplichting zodanig aan te passen dat ook de afspraken die volgen uit het energieakkoord gestand kunnen worden gedaan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 524 (30196). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de juiste biobrandstoffen een welkome bijdrage kunnen leveren aan het behalen van duurzaamheidsdoelen; 

verzoekt de regering dat als de dubbeltelling toch wordt afgeschaft, deze tot tenminste 2020 wel van toepassing blijft op grondstoffen die in het RED 2.0-voorstel Annex IX (15-9-2015) bijlage Deel A genoemd worden als "advanced", 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 525 (30196). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ook ik heb een paar moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er nog steeds grote zorgen zijn over de impact van Maleisisch hout op het in stand houden van bossen en het respecteren van landrechten; 

verzoekt de regering, de erkenning van Maleisisch hardhout onder het Nederlands duurzaam inkoopbeleid ongedaan te maken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 526 (30196). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende de urgentie van de strijd tegen klimaatverandering en de noodzaak van wetenschappelijk onderzoek voor het monitoren van klimaatverandering; 

verzoekt de regering, de metingen van broeikasgassen in Nederland te blijven financieren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 527 (30196). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er voor de productie van palmolie op grote schaal ontbossing plaatsvindt, waarbij mensen van hun land worden verdreven en bedreigde dieren nog meer leefgebied verliezen, waardoor bijvoorbeeld de orang-oetang op de rand van uitsterven staat; 

overwegende dat er voor palmolieproductie vaak gebruik wordt gemaakt van "hakken en branden"-methoden die voor een grote uitstoot van broeikasgassen zorgen en de luchtkwaliteit zeer negatief beïnvloeden; 

constaterende dat er bij de productie van palmolie grote hoeveelheden landbouwgif worden gebruikt die water en bodem vervuilen en de volksgezondheid bedreigen; 

constaterende dat de aanpak van het bedrijfsleven om palmolie te verduurzamen via de in 2004 opgerichte Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) geen tastbare verbetering van deze situatie heeft weten te bereiken; 

overwegende dat Nederland een van de grootste importeurs van palmolie is; 

verzoekt de regering, een plan van aanpak te presenteren om de import van palmolie op korte termijn drastisch te verminderen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 528 (30196). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Met de biodiversiteit is het in Nederland slecht gesteld. Daarover moeten we nodig concrete afspraken maken. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat biodiversiteit zorgt voor schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat, en de grondstoffen levert voor onze huisvesting, kleding en medicijnen zoals die tegen kanker, waarvan meer dan 40% voortkomt uit de natuur; 

constaterende dat uit het laatste onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) naar de milieuprestaties van Nederland is gebleken dat er wederom een fors verlies aan biodiversiteit, habitat en landschappen is opgetreden; 

constaterende dat het aandeel bedreigde habitats (95%) en soorten (75%) inmiddels groter is dan in veel andere OESO-landen; 

constaterende dat uit onderzoek blijkt dat deze trend met gericht beleid te keren is; 

verzoekt de regering, een interdepartementaal Nationaal Biodiversiteitsplan met concrete doelen op te stellen om gezamenlijk met medeoverheden en milieu-, natuur-, landbouw-, visserij-, industrie- en mobiliteitsorganisaties te werken aan het herstel van de biodiversiteit in Nederland, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Koşer Kaya en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 529 (30196). 

Kort en puntig, mevrouw Ouwehand. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit stond niet op de agenda van het AO; het is tijdens de verkiezingsdebatten aan de orde geweest. De Partij voor de Dieren is niet tegen zo'n biodiversiteitsplan, natuurlijk niet, maar we hadden al een goede Natuurbeschermingswet, die de biodiversiteit had moeten beschermen. D66 heeft er toch wel aan meegeholpen om die verder af te breken. Ik ben dus een beetje verbaasd. Wat moet zo'n biodiversiteitsplan precies gaan doen? Gaan we dan terug naar strengere regels en gaan we ons daar ook aan houden? Is dat de bedoeling van de motie? 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Er is een wet aangenomen met als doel om de afbraak die was ingezet met het beleid van Bleker te keren. Met alleen wetgeving ben je er niet; er is ook veel geld nodig. Met alleen geld ben je er ook niet, want je moet ook harde, concrete afspraken maken over wat je wilt bereiken met dat geld. Dat kun je alleen doen door er met al die organisaties samen aan te werken. Ik vind het jammer dat de Partij voor de Dieren geen verkiezingsprogramma heeft laten doorrekenen, zodat wij kunnen zien hoeveel geld de Partij voor de Dieren zou uittrekken voor ... 

De voorzitter:

Ja, ja, ja. Vindt u dat deze motie heel erg bij dit algemeen overleg hoort? 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ja, want de motie gaat echt over onze leefomgeving. 

De voorzitter:

Het is uw beslissing. Mevrouw Ouwehand, is het echt nodig? 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik wil mevrouw Van Veldhoven steunen in het indienen van de motie. Ik wilde graag opheldering. Het is niet helemaal waar dat de nieuwe Natuurwet alleen maar is aangenomen om de verslechtering die was ingezet door Bleker te herstellen. Ook D66 heeft daar zelf aan meegeholpen. Als het tij nu keert, zijn wij daar altijd blij mee. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik ben er altijd voor om het tij te keren als dat leidt tot betere bescherming van onze natuur. Dat weet mevrouw Ouwehand heel goed en zij weet dat D66, samen met de Partij van de Arbeid en GroenLinks destijds heel veel tijd en energie heeft gestoken in een initiatiefwetsvoorstel, juist om datgene goed te verankeren wat de Partij voor de Dieren en D66 bindt, namelijk goed zorgen voor de natuur. 

Ik dien ook een motie in over het Actieplan Bos en Hout. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Nederlandse bos- en houtsector een plan heeft ontwikkeld om onder andere bij te dragen aan de realisatie van de klimaatafspraken van Parijs; 

constaterende dat investeren in bos daarnaast kan bijdragen aan het meer en slimmer benutten van de grondstof hout en dat mooie bossen tegelijkertijd staan voor meer biodiversiteit en recreatiemogelijkheden; 

van mening dat de tijdens de klimaattop ondertekende intentieovereenkomst om het plan uit te voeren zo snel mogelijk moet worden omgezet in daadwerkelijke actie; 

verzoekt de regering, gezamenlijk met decentrale overheden en andere maatschappelijke partners binnen een jaar een concreet plan van aanpak inclusief financiering vast te stellen voor het investeren in uitbreiding van het bosareaal, productiever bosbeheer, het slim en duurzaam gebruiken van hout in hoogwaardige toepassingen en het bevorderen van de inzet van reststromen voor de opwekking van duurzame energie en voor de biochemie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Van Tongeren en Cegerek. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 530 (30196). 

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Smaling afziet van zijn spreektijd en dat mevrouw Dik-Faber er niet is. Dan is het woord aan de heer Ronnes namens het CDA. 

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Door afwezigheid van twee collega-Kamerleden mag ik namens mijn fractie de volgende moties indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de compensatieregeling milieuzonering ten behoeve van bestelbusjes beoogt ondernemers in gemeenten aangrenzend aan een gemeente met een milieuzone tegemoet te komen bij de vervanging van een oudere vervuilende bestelwagen; 

overwegende dat de middelen van deze regeling amper ingezet worden en daarmee niet bij ondernemers terechtkomen; 

overwegende dat gemeenten verschillende soorten milieuzones hebben ingevoerd; 

verzoekt de regering om de bestemde middelen in de compensatieregeling voor bestelbusjes zo snel mogelijk bij de geraakte ondernemers in aangrenzende gemeenten terecht te laten komen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes, Van Helvert, Visser, Smaling en Bisschop. 

Zij krijgt nr. 531 (30196). 

De heer Ronnes (CDA):

Het CDA waardeert het aanbod van de staatssecretaris van een technische briefing. Aanvullend stelt het CDA voor om een rondetafelconferentie te houden met ngo's, bedrijfsleven en wetenschap. Ik denk dat wij veel dichter tot elkaar kunnen komen dan wij denken. Is de staatssecretaris bereid om in de tussentijd geen onomkeerbare stappen te zetten? In de ogen van het CDA moet het biobrandstofbeleid zijn gestoeld op CO2-reductie. Voor het geval andere partijen geen technische briefing willen en nu willen beslissen dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

spreekt uit dat sturen op broeikasgasvermindering het leidende beginsel zou moeten zijn in de keuze van beleidsinstrumenten ter verduurzaming van de transportsector; 

overwegende dat bepaalde biobrandstoffen van de eerste generatie hoge broeikasbesparingen realiseren zonder negatieve effecten voor voedselvoorziening en landgebruik; 

overwegende dat andere lidstaten al een systeem hebben opgezet gericht op CO2-sturing en dat dit zeer waarschijnlijk ook in de toekomst niet in strijd zal zijn met Europese regels; 

verzoekt de regering, een systeem voor het gebruik van biobrandstoffen in te richten waarbij het gebruik van het type biobrandstof gerelateerd wordt aan de mate waarin dit bijdraagt aan CO2-besparing, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 532 (30196). 

De heer Ronnes (CDA):

Tot slot wil het CDA de staatssecretaris nog bedanken voor de toezegging dat er bij de circulaire economie en bij het inkoopbeleid aandacht moet zijn voor de schaarste van grondstoffen. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Voorzitter. De staatssecretaris heeft om het maatschappelijk verantwoord inkopen te stimuleren een plan van aanpak en een manifest gemaakt. Daar zijn we erg blij mee. De Partij van de Arbeid heeft eerder moties ingediend om naast duurzaam ook circulair inkopen te stimuleren. Wat ons betreft, is het goed om met voorbeeldprojecten te werken zodat bestuurders inspiratie kunnen opdoen om eigen projecten verder te verduurzamen. Een beter milieu begint bij jezelf. Ook de rijksoverheid hoort op dit punt een goed voorbeeld te geven. Het is ook goed om oude, afgeschreven computers, laptops en andere elektronica van de overheid voor een maatschappelijk verantwoord doel te bestemmen. Nederland wordt steeds meer digitaal. De PvdA vindt dat iedereen mee moet kunnen doen. Het beschikken over een pc en een internetverbinding is dan ook van groot belang om mee te kunnen doen. Bovendien leidt het gebruik en specifiek het afdanken van laptops en andere computers tot meer afval. Wij zouden dan ook graag zien dat deze computers of laptops ingezet worden in een circulair maatschappelijk verantwoord plan. Een vergelijkbaar project is het project Circular Laptop Challenge waarvoor de provincie Utrecht ruim duizend laptops beschikbaar heeft gesteld voor een dergelijk doel. Vandaar dat ik de volgende motie indien. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de rijksoverheid ambitie heeft op het gebied van sociaal en duurzaam/circulair aanbesteden; 

constaterende dat afgeschreven laptops en computers hergebruikt kunnen worden en dat dit prima past in de ambitie van de circulaire economie; 

overwegende dat er vele sociale doelgroepen zijn die onder de armoedegrens leven en een dergelijke laptop of computer prima kunnen hergebruiken; 

verzoekt de regering om in het kader van de circulaire economie afgeschreven elektronica, zoals laptops en computers, van de rijksoverheid standaard aan te bieden voor hergebruik en in verdere levensfasen te recyclen, waarmee deze tevens binnen bereik van sociale doelgroepen komt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Cegerek. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 533 (30196). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik begrijp net van mevrouw Cegerek zelf dat dit haar laatste plenaire optreden is. Ik wil haar graag heel hartelijk danken voor al haar inzet en betrokkenheid bij deze dossiers. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Dat is erg aardig. Dank u wel. Mijn zoontje kijkt mee. 

De voorzitter:

Wilt u nog even de groeten doen? Even zwaaien naar het zoontje van mevrouw Cegerek. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Even zwaaien naar mijn zoontje. 

De voorzitter:

Vak-K wilde de wave al inzetten. 

De staatssecretaris is over vijf minuten in staat om de vragen te beantwoorden. 

De vergadering wordt van 16.45 uur tot 16.50 uur geschorst. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Er zijn maar liefst vier moties ingediend op het terrein van de biobrandstoffen: drie van de hand van de heer Dijkstra en een van de hand van de heer Ronnes. 

Ik zou het idee van de heer Ronnes toch wel willen omarmen, namelijk om eerst de Kamer een technische briefing aan te bieden. Eigenlijk zou ik ook zowel de heer Dijkstra als de heer Ronnes willen vragen om hun moties aan te houden, want ik moet ze alle vier echt met klem ontraden. Ik zal uitleggen waarom. 

In de motie op stuk nr. 523 vraagt de heer Dijksta om in te zetten op biobrandstoffen die aantoonbaar ten minste 60% CO2-reductie opleveren, rekening houdend met een wijziging in indirect landgebruik. Kijk, ik ben ook voorstander van het sturen op CO2. Ik zou geen knip voor mijn neus waard zijn als ik dat niet was, vanuit mijn verantwoordelijkheid. En ja, we moeten ook de vermindering van de ILUC-effecten in ons beleid opnemen. Ik heb van het begin af aan daarvoor gestaan. Alleen, het is zo dat de Europese regels mij tot 2020 niet de mogelijkheid bieden om onderscheid te maken tussen biobrandstoffen met een hoge of een lage CO2-reductie. En ja, wij hebben dit als onderhandelingsinzet. Daar zijn we het dus meteen over eens. Maar ik kan tot 2020 deze motie gewoon niet uitvoeren. Het is geen onwil, maar onmacht. 

De voorzitter:

Ik begrijp dat de staatssecretaris suggereert om de moties op de stukken nrs. 523, 524, 525 en 532 aan te houden. 

Staatssecretaris Dijksma:

Exact. Dat zou een deal kunnen zijn. Dan doen we een technische briefing. 

De voorzitter:

Wat morgen in de procedurevergadering besproken wordt. 

Staatssecretaris Dijksma:

Zou kunnen. 

De voorzitter:

Het is eigenlijk een vraag aan u, mijnheer Dijkstra, of u overweegt om uw moties aan te houden. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Nog niet, voorzitter. Ik wil graag weten waarom het niet kan. Duitsland doet het wel. Waarom kunnen zij het wel en wij het niet? Er zijn zes landen in Europa die sturen op CO2. Volgens mij hebben we de mogelijkheid wel. Ik denk dat het goed is dat de staatssecretaris daar eens naar kijkt. Als ik de moties aanhoud, zijn ze weg. Zo meteen zijn er verkiezingen. Ik wil stappen zetten. De staatssecretaris wil ook stappen zetten. We moeten dit gewoon gaan realiseren met elkaar. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat lijkt me juist het type informatie dat we in een briefing met elkaar uitwisselen. Dan kunnen we precies laten weten wat de Duitsers wel en niet doen en waar de onmogelijkheid zit in wat u mij precies hier vraagt. Het is voer voor techneuten. Dat geef ik absoluut toe. Daar komen we ook hier nu niet zomaar uit. Ik ben het ermee eens dat we met elkaar door dit debat heen moeten. Alleen zou ik de motie, als de Kamer haar aanneemt, nu niet kunnen uitvoeren. En dat is toch ook een gegeven. 

De voorzitter:

De moties op de stukken nrs. 523, 524 en 525 worden dus niet aangehouden, zo stel ik vast. Mijnheer Ronnes, uw motie op stuk nr. 532? 

De heer Ronnes (CDA):

Gehoord hebbende wat de staatssecretaris zegt, zullen wij die motie aanhouden. We wachten de discussie in de procedurevergadering af en zullen daarna bezien of het relevant is om de aanhouding van de motie nog deze week ongedaan te maken. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ronnes stel ik voor, zijn motie (30196, nr. 532) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Dijksma:

Daarvoor ben ik de heer Ronnes zeer erkentelijk. We kunnen echt op heel korte termijn, deze week nog, die technische briefing houden. Dan kan ook de informatie uit bijvoorbeeld andere Europese landen ter sprake komen. De heer Ronnes kan misschien ook een aantal vragen die hij nog heeft, morgen in de procedurevergadering verzamelen, zodat mijn mensen weten waar ze zich op moeten richten. 

Ik ga alvast verder met mijn oordeel over de motie op stuk nr. 524, waarin wordt gevraagd om de dubbeltelling in stand te houden. Ik ben het eens met het doel van de motie om meer geavanceerde biobrandstoffen op de markt te brengen. We hebben ook een aantal varianten aan de Kamer voorgelegd. Het belangrijkste nadeel is echter dat het door het in stand houden van de dubbeltelling onzeker blijft of de doelstellingen van onder andere het energieakkoord daadwerkelijk gehaald worden. Het verhogen van de jaarverplichting brengt ook een onevenredige lastenverzwaring — ik herhaal: een lastenverzwaring — voor de brandstofleverancier mee. Dat is eigenlijk wat de heer Remco Dijkstra hier voorstelt. Het is niet mijn homebase om alleen maar over lastenverzwaring na te denken, maar vanuit het perspectief van het kabinet denk ik dat ik dat moet ontraden. 

De voorzitter:

En de motie op stuk nr. 523 is ook ontraden? 

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, dat had ik al gezegd. Maar de motie op stuk nr. 524 dus ook. 

De voorzitter:

Ja. Ik vroeg dat even voor de helderheid. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Het bijzondere hieraan is dat ik beide wil. Ik wil innovatie stimuleren maar wel onze doelen halen. De staatssecretaris zegt dat de verhoging van de jaarverplichting tot lastenverzwaring zou leiden. Mij bereiken totaal andere geluiden. Juist de combinatie van het stimuleren van innovatie en het behoud van de dubbeltelling is waar de ngo's ook voor pleiten. Maar de bedrijven zeggen dat ze dan wel hun volumes moeten halen. En dat zeg ik zelf ook, want dat staat immers in ons energieakkoord. Zoals de motie geformuleerd is, gaat dat heel goed samen en leidt dat niet tot extra lasten. Ik verzoek de staatssecretaris dus om daar toch nog eens naar te kijken. 

Staatssecretaris Dijksma:

Het gevaar is dat we nu een discussie gaan voeren over alternative facts. Dat moeten we niet doen. Ik heb een oplossing gevonden voor wat u wilt, namelijk een betere voorspelbaarheid, het behalen van het doel en het stimuleren van geavanceerde biobrandstoffen. Ik doe dat echter door het afschaffen van de dubbeltelling en het verlagen van de limiet voor conventionele biobrandstoffen. Er zijn allerlei varianten mogelijk. Ik heb ze de Kamer ook aangereikt. Wat u nu vraagt is precies de variant waarmee we in de problemen komen met het energieakkoord, nog los van het thema lastenverzwaring. Dan zou ik het met minister Kamp twee keer aan de stok krijgen: omdat ik het bedrijfsleven een onnodige lastenverzwaring aandoe én omdat ik zijn energieakkoord in diskrediet breng, ook nog op basis van een VVD-motie. Daar kan ik in het kabinet echt niet mee thuiskomen. 

De voorzitter:

We moeten in totaal elf moties behandelen, en ik wil om 17.05 uur met het volgende VAO beginnen. Ik wil dus niet het hele AO overdoen. Mijnheer Dijkstra, kort. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Het mooie is dat iedereen investeringszekerheid wil. Niemand wil ook die cap verder terugbrengen. Ik heb dat niet in de AO's gehoord, maar de staatssecretaris schrijft dat wel in haar brief. Volgens mij is dat niet het geval. Ik heb dus weinig met die scenario's. Daarom denk ik dat de Kamer moet sturen op CO2, op het halen van onze doelen. Zoals het nu in de brief staat, daar heb ik weinig aan. Ik vind dat de Kamer zich hierover moet uitspreken, want ik weet zeker dat zij de dubbeltelling ook wil behouden. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat is natuurlijk het goed recht van de Kamer, maar het is mijn goed recht om u uit te leggen dat sommige dingen gewoon niet kunnen. Een van de kwesties die hierbij spelen, is dat ik met die cap nou juist een motie van de Kamer uitvoer. Het is dus niet zo dat we het ene jaar het ene doen en een paar maanden later weer iets anders gaan doen. Tenzij de Kamer, na het nog eens goed bekeken te hebben, tot de conclusie komt dat zij misschien niet meer wil wat zij eerder wel wilde. Dat kan, maar dat is mij nog niet gebleken. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik wil niet in ... 

De voorzitter:

Nee, wacht even. U hebt nu twee keer geïnterrumpeerd over één motie. Anders wordt het nachtwerk. We gaan door naar de volgende motie. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat wordt ook al geen vrolijk nummer, want ook die motie moet ik ontraden; again. Ik deel de wens om de zeer geavanceerde biobrandstoffen te stimuleren en we hebben ook het voorstel gedaan om een subdoelstelling van een half procent in te zetten voor de meest geavanceerde biobrandstoffen. Dubbeltelling is een administratieve stimulering, zoals net al gezegd, en een instrument als de dubbeltelling brengt naast de subdoelstelling ook nog eens — daar komt-ie weer — onnodige administratieve lasten met zich mee. Kortom, er zijn inhoudelijke en organisatorische redenen waarom ik deze motie helaas — ik kan niet anders — moet ontraden. 

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 526. Dat is een jarenlang durend debat, waarbij de regering de erkenning van het Maleisisch hardhout onder het Nederlands duurzaam inkoopbeleid heeft voorgesteld. Mevrouw Ouwehand zegt dat zij, alles afwegende, vindt dat we dat niet moeten doen. Ik ga niet het hele debat herhalen, want we hebben uitgebreid argumenten gewisseld. Zij begrijpt, denk ik, vanuit mijn positie dat ik deze motie moet ontraden. 

Het goede nieuws is dat ik dat niet hoef te doen voor de motie op stuk 527, waarin de regering wordt gezocht om metingen te blijven doen ten aanzien van broeikasgassen in Nederland en die ook te blijven financieren. Ik beschouw deze motie als ondersteuning van beleid. Het KNMI voert met ECN deze metingen uit en krijgt daarvoor ook budget. Oordeel Kamer dus. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 528, waarin mevrouw Ouwehand mij vraagt om iets te doen op een dossier waarop eigenlijk de collega's van EZ, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking de lead hebben. Zij vraagt namelijk om een plan van aanpak te presenteren om de import van palmolie op korte termijn drastisch te verminderen. Aangezien het dus eigenlijk de winkel van de buren is, namelijk van Kamp en van Ploumen, is het niet aan mij om daar nu een oordeel over te geven. Ik zou mevrouw Ouwehand willen aanraden om de woorden "op korte termijn drastisch" te schrappen. Dan kan ik haar nu niet een eindoordeel van het kabinet geven, maar met zo'n motie kan ik mijn collega's wel vragen of ze het geen goed idee vinden om, met alle werkzaamheden die ze op dit terrein overigens al doen, na te gaan wat er verder nog mogelijk is om de import van palmolie te verminderen. Maar dat moet ik dan wel voorleggen aan de collega's, want de brief aan de Kamer zal van hun zijde komen. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat aanbod neem ik graag aan. Dan schrap ik die twee termen. Als de staatssecretaris dit kan doorgeleiden naar haar collega's, heel graag. 

Dank ook voor het oordeel over de motie op stuk nr. 527. Aan de voorzitter wil ik laten weten dat mevrouw Van Veldhoven deze graag meeondertekent. 

De voorzitter:

Dat voegen wij toe. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 529, van mevrouw Van Veldhoven en anderen. Zij brengt mij hiermee wel een beetje in verlegenheid. Ik zit niet bij al die campagnedebatten, dus heb ik de oproep om een interdepartementaal nationaal biodiversiteitsplan te maken even gemist. Het lastige is dat we in het debat voorafgaand aan dit VAO hierover ook niet hebben kunnen spreken. Op basis van deze motie kan ik dan ook niet inzien wat precies de bedoeling hiervan is in relatie tot bijvoorbeeld de reeds bestaande natuurwetgeving. Overigens ligt voor biodiversiteit de lead bij collega Van Dam. Het is dus eigenlijk EZ dat hier dan de leiding zou moeten nemen. Vervolgens zou de vraag zijn met welk oogmerk je zo'n plan wilt maken. Moeten daarin bijvoorbeeld harde doelstellingen komen? Kortom, ik vind het op zichzelf echt een interessante gedachte. Alleen, gezien het feit dat het niet eens mijn departement is dat dan de leiding zou moeten nemen en het feit dat we het niet hebben kunnen bediscussiëren in dit huis, vind ik het jammer om het via een motie zo af te doen. Ik zou willen voorstellen: houd uw motie aan. Dan kan ik met de collega's die hierover gaan, eens in gesprek gaan: hoe kijken we daar nu tegen aan? 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Omdat er wat onduidelijkheid was over de vraag op welke manier dit gerelateerd is aan het AO, meld ik dat de gegevens die in de motie worden genoemd, gewoon staan in het OESO-rapport en in de oplegbrief van de staatssecretaris. Het is niet heel uitgebreid aan de orde geweest in het AO. Dat geef ik graag toe. Er stonden veel punten op de agenda. Maar het stond echt op de agenda, ook onder de verantwoordelijkheid van deze staatssecretaris. Desalniettemin zal ik de suggestie van de staatssecretaris overwegen. Ik wil er eventjes over nadenken. 

De voorzitter:

Dat horen we nog van u. 

Staatssecretaris Dijksma:

Graag. Nogmaals, het is ook niet zo dat ik zelf geen positieve gevoelens zou hebben bij zo'n idee. Alleen, het kabinet moet wel weten wat zo'n motie, als die wordt aangenomen, voor betekenis heeft. Dan is het op zichzelf niet onwaarschijnlijk om daar gewoon eens met elkaar over te spreken. Dit idee is als zodanig in het debat op geen enkele wijze aan de orde geweest. 

De voorzitter:

Ik hoor graag nog een oordeel van de staatssecretaris, voor het geval ... 

Staatssecretaris Dijksma:

Het oordeel is dus: ontraden. Maar het vriendelijke verzoek is dus eigenlijk om de motie aan te houden ... 

De voorzitter:

Dat nog even voor de duidelijkheid. Mevrouw Van Veldhoven. 

Staatssecretaris Dijksma:

... om een mooi plan niet te vroeg te laten sneuvelen. Dat zou dan weer jammer zijn. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik ben blij dat het oordeel eigenlijk is dat het een mooi plan is. Ik ga nog even in op de vraag van de staatssecretaris. In het verzoek staat duidelijk dat het gaat om het opstellen van concrete doelen voor het herstel van de biodiversiteit in Nederland. We trekken veel geld uit voor biodiversiteit, maar daaraan zijn geen concrete doelen gekoppeld, terwijl we allemaal weten dat we een grote achterstand hebben. Dat is wat in de motie wordt gevraagd. En doe dat dan niet alleen, maar vooral in samenwerking met alle partners. Desalniettemin blijft de suggestie van de staatssecretaris om de motie aan te houden. Ik heb al gezegd dat ik daar even over zal nadenken. 

Staatssecretaris Dijksma:

Op gezag van mijn vorige politieke leven wil ik ook niet te snel zeggen dat er geen concrete doelen zijn. De staat van instandhouding voor bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden kent wel degelijk bepaalde concrete doelen. Dan moet je het debat met elkaar voeren over de vraag wat je meer dan dat zou willen doen, welke nieuwe ambitieuze stap daarbovenop je zou willen zetten en op welke wijze je dat dan vastlegt. 

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft een AO dat vijf minuten geleden is begonnen. Het zal daar stil zijn. 

Staatssecretaris Dijksma:

Ik weet het, voorzitter, maar ik denk niet dat ze zonder mij gaan beginnen. 

De voorzitter:

Dat weet je niet tegenwoordig. 

We hebben nog drie moties te gaan. 

Staatssecretaris Dijksma:

Dat zou een staatsrechtelijk novum zijn. 

Ik zal proberen het heel snel te doen. De motie van de leden Van Veldhoven en Van Tongeren op stuk nr. 530 betreft een actieplan bos en hout. Het verzoek is om met decentrale overheden en andere instanties aan de slag te gaan. Kort en goed: de motie is ondersteuning van beleid. Het is fijn dat de Kamer de plannen die er voor een deel al liggen, ook wil steunen. We hebben dit op de klimaattop al met elkaar vastgelegd. Ik laat het oordeel over deze motie dus aan de Kamer. 

Ik kom op de motie-Ronnes c.s. op stuk nr. 531 over de bestelbusjes. Deze motie moet ik ontraden. We hebben inmiddels via de MIA/VAMIL-regeling geld beschikbaar gesteld voor bestelbusjes die elektrisch zijn of op gas rijden. Die regeling is voor alle ondernemers toegankelijk. Verder maken we samen met de topsector Logistiek nog een plan om de verduurzaming van de bestelbusjes een enorme boost te geven. Dus eigenlijk doen we al wat er wordt gevraagd in de ingediende motie, maar we kijken nog breder. De heer Smaling, die de motie medeondertekend heeft, is er nu even niet. Ik ken hem als een van de mensen van de afdeling "groene, duurzame stappen vooruit". Als je het een beetje scherp zegt, dan zou je kunnen zeggen dat deze motie van de heer Ronnes c.s. een soort greenwashing is: het ene vervuilende dieselbusje inleveren voor een misschien net iets minder vervuilend dieselbusje. Dat is natuurlijk niet de bedoeling van milieusubsidies. Om die inhoudelijke reden ontraad ik deze motie. Ik hoop dat sommige mensen nog één keer weer gaan nadenken of dit nu echt de bedoeling is. Maar dat is een gratis tip. 

Ik dank de heer Ronnes ervoor dat hij de motie op stuk nr. 532 heeft aangehouden. 

Ik eindig, last but not least, met de motie op stuk nr. 533. Ik hoop dat het zoontje nog steeds meekijkt wanneer de motie van de moeder, mevrouw Cegerek, wordt besproken. In die motie wordt de regering verzocht om bij de inkoop van elektronica door het Rijk uit te gaan van circulariteit en hergebruik. Ik laat het oordeel over deze motie heel graag over aan de Kamer. Ik zal met genoegen deze motie onder de aandacht van de minister voor Wonen en Rijksdienst en de minister van Financiën brengen, want zij hebben invloed op dit beleid. Ik denk dat mevrouw Cegerek met deze motie laat zien dat zij in de afgelopen jaren gewedijverd heeft voor meer aandacht voor een circulaire economie. Heel veel dank daarvoor. 

Voorzitter, dit was mijn bijdrage. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank u wel. Donderdag stemmen we ... Maar eerst wil mevrouw Van Veldhoven nog iets zeggen. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Mevrouw Cegerek wil graag nog onder de motie op stuk nr. 530 komen te staan. Dat wil ik bij dezen graag nog even vermelden. 

De voorzitter:

Dat voegen wij nog even toe. Aanstaande donderdag stemmen we over deze motie. Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. 

Er komt nu een korte scènewisseling en daarna gaan we verder. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.