Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 84, item 11

11 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de GroenLinks-fractie op 12 mei jl. de heer Klaver tot haar fractievoorzitter heeft gekozen.

Ik benoem het lid Klaver tot lid van de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor om het VAO Kiesrechtaangelegenheden van de agenda af te voeren.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen:

21501-20-734; 21501-32-687; 21501-32-769; 26991-377; 26991-378; 27625-295; 27858-126; 27858-128; 27858-156; 27858-157; 27858-158; 27858-194; 27858-195; 27858-256; 27858-257; 28286-681; 28286-685; 28286-686; 28286-690; 28286-692; 28286-693; 28286-786; 28694-106; 28694-107; 29683-184; 31389-107; 31389-108; 32563-42; 32563-43; 32563-44; 33037-58; 33400-XIII-133; 33529-129; 33750-XIII-74.

Ook stel ik voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren:

34000-XIII-137; 34000-XIII-97; 33566-73; 33450-26; 28286-797; 32849-37; 33979-93; 33979-92; 33529-145; 33529-144; 34024-26; 2015Z07370; 33529-143; 33529-123; 29023-184; 33561-17; 2015Z06602; 33979-72; 34000-XIII-12; 2014Z18272; 28973-142; 22112-1952; 21501-20-968; 33643-16; 30826-40; 30826-39; 27858-302; 32201-75; 21501-32-834; 21501-32-835; 31574-37; 30196-305; 30196-306; 29023-183; 30196-296; 21501-33-521; 2015Z01662; 34000-XIII-145; 2014Z23921; 29684-119; 34058-21; 29023-181; 29023-182; 2015Z00197; 32851-20; 33037-149; 32670-96; 32670-95; 33037-144; 33835-6; 26991-413; 26991-414; 26991-419; 33660-6; 33752-71; 32013-38; 21501-03-72; 33752-21; 33752-16; 32013-37; 33752-15; 33752-12; 33750-23; 33750-20; 33754-6; 21501-07-1090; 33750-5; 21501-07-1086; 33750-7; 33750-6; 33752-8; 33752-7; 33752-5; 33750; 33752-6; 33750-IX-5; 33402-62; 33532-28; 31980-83; 33447-3; 32013-33; 33638-4; 2014Z22708; 34000-IX-12; 32013-90; 32013-87; 31568-155; 28638-130; 32793-167; 34000-IV-18; 29893-188; 29984-602; 29893-183; 29984-587; 29984-581; 29984-577; 32404-77; 22026-476; 22026-474; 22026-477; 29984-585; 29984-582; 29984-579; 29984-574; 32861-6; 32851-23; 33078-11; 27581-51; 32127-211; 33962-11; 18106-230; 34000-XII-67; 25834-96; 31710-38; 28642-61; 23645-597; 29362-241; 2015Z05581; 29398-460; 33136-11; 33612-48; 31752-8; 33037-148; 27858-301; 29893-186; 32851-21; 29383-236; 22026-475; 30111-78; 29984-578; 30111-79; 28642-60; 29984-580; 29893-184; 31936-261; 2015Z03155; 2015Z03477; 31793-115; 21501-08-545; 31793-113; 21501-08-546; 31793-112; 31793-111; 21501-08-543; 29383-229; 21501-08-549; 21501-08-544; 2014Z19588; 22452-42; 31293-240; 29338-145; 31524-240; 31293-252; 2015Z07069; 2015Z06592; 31288-432; 26695-102; 26695-99; 26695-100; 26695-98; 33650-42; 2015Z06045; 32820-131; 33846-48; 33846-47.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

• het VSO over de stand van zaken centrale Wft-examinering (32545, nr. 26), met als eerste spreker het lid Aukje de Vries van de VVD;

• het VSO over uitvoering van de motie van het lid Van Meenen over de doorgevoerde kwaliteitsverbeteringen (31288, nr. 433), met als eerste spreker het lid Van Meenen van D66;

• het VSO over het ontwerpbesluit experiment promotieonderwijs (31488 nr. 437), met als eerste spreker het lid Jasper van Dijk van de SP;

• het VSO over de Nederlandse taaleis aan buitenlandse studenten bij Engelstalige mbo-opleidingen (31524, nr. 243), met als eerste spreker het lid Van Meenen van D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Voordat ik de heer Van Weyenberg het woord geef, vermeld ik dat we 22 debatverzoeken hebben in deze regeling van werkzaamheden. Ik doe een dringend beroep op iedereen om kort te zijn. Ik verzoek ook iedereen die wel of geen steun verleent aan een verzoek om het kort te houden. Anders zitten we hier tot het einde van de dag.

Het woord is aan de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Als iedereen mijn verzoek steunt, vind ik dat ook prima, als het zo snel gaat.

We hebben twee weken geleden kunnen lezen dat het nog bepaald niet stormloopt met de garantiebanen voor mensen met een arbeidsbeperking. Ook de aanmeldingen voor de registers waarin wordt bijgehouden of iemand daarvoor meetelt, blijven achter, zegt ook de staatssecretaris. Aangezien het om zo'n belangrijke wet gaat, die voor 125.000 mensen uiteindelijk een baan moet opleveren, lijkt mij dat echt reden voor een debat in deze zaal. Het feit dat de staatssecretaris inmiddels een aantal maatregelen heeft aangekondigd, vergroot wat mij betreft alleen het belang om daar snel over te praten.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Ook steun.

Mevrouw Karabulut (SP):

Steun.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Steun.

De heer De Graaf (PVV):

Geen steun.

De heer Kerstens (PvdA):

De Partij van de Arbeid-fractie is blij met de afspraak die gemaakt is over 125.000 extra plekken …

De voorzitter:

Nee, alleen "steun" of "geen steun", mijnheer Kerstens.

De heer Kerstens (PvdA):

… voor mensen met een beperking. Ik zou daar ook graag met de staatssecretaris over willen praten, het liefst in een AO. Wat mij betreft, behoeven meer onderwerpen bespreking.

De voorzitter:

Geen steun dus.

De heer Kerstens (PvdA):

Geen steun voor een debat, maar wel voor een algemeen overleg.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun.

Mevrouw Nijkerken-de Haan (VVD):

Geen steun voor een debat, maar wel voor een AO.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook steun van de GroenLinks-fractie voor het verzoek.

De voorzitter:

U hebt geen meerderheid voor uw verzoek, mijnheer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):

Het is vrij onbegrijpelijk dat de coalitie het debat blijkbaar ontloopt over zo'n belangrijke wet waarvan de uitvoering lijkt te stokken. Ik heb echter wel de steun van een heel grote minderheid van de Kamer. Daarom wil ik u vragen, voorzitter, om het toch op de agenda te zetten, zodat we daarover kunnen praten.

De voorzitter:

Wij zullen het aan de agenda toevoegen. Het is een dertigledendebat, met drie minuten spreektijd per fractie.

Het woord is aan de heer Graus van de PVV-fractie.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Iedereen die de actualiteitenrubriek EenVandaag van 2 mei 2015 heeft gezien, heeft kunnen zien dat er zwanendrifters actief zijn. Dat zijn dierenbeulen, die ook nog meerdere malen een dierenarts hebben afgetuigd. Dat is allemaal in beeld gebracht door de dierenarts. Ik vraag hierover een plenair debat met de staatssecretaris van Economische Zaken aan, onder andere ook vanwege het onvolledig en/of onjuist informeren van de Kamer. Dat bleek ook uit de uitzending. Daarom vraag ik ook om een plenair debat. De staatssecretaris moet zich hierover kunnen verantwoorden dan wel zich daartegen kunnen verdedigen. Het gaat dus om wantoestanden, waaronder zware dieren- en mensenmishandeling, veroorzaakt door zwanendrifters met een ontheffing van het ministerie van Economische Zaken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het waren mijn Kamervragen naar aanleiding waarvan de staatssecretaris de Kamer onjuist heeft geïnformeerd. Daarom steun ik dit verzoek.

De heer Van Dekken (PvdA):

Ik steun niet het verzoek om een debat. Er is op 23 juni een algemeen overleg over dierenwelzijn. Dat lijkt me een mooi politiek moment om hierover te debatteren.

De voorzitter:

Dus geen steun.

De heer Bashir (SP):

Steun namens de SP-fractie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Geen steun. Betrek het bij het AO.

De heer Schouw (D66):

Ik heb wel even een vraag aan de heer Graus. Ik kan het ook niet helpen. Hij heeft het over "onjuist en onvolledig informeren". Daar hoort iets anders bij, namelijk het vertrouwen van een fractie in de staatssecretaris. Ik vraag de heer Graus of dat aan de orde is. Als dat aan de orde is, steunt mijn fractie het verzoek natuurlijk. Als dat niet aan de orde is, dan kan het ook op een later moment.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter, mag ik daarop reageren?

De voorzitter:

Ja, ik heb de vraag ook gehoord.

De heer Graus (PVV):

Ik had die vraag wel verwacht. In die zin is het niet aan de orde. Ik wil van de staatssecretaris horen … Als waar is wat uit de uitzending bleek — ook mevrouw Thieme beaamde dat net al — dan is de Kamer dus onvolledig en/of onjuist geïnformeerd. Dat bleek ook uit de uitzending. Mevrouw Thieme zei het net ook als lid van de Staten-Generaal. Ik wil de staatssecretaris daar graag over kunnen horen en zij moet erop kunnen reageren. Daarom vraag ik een debat aan.

De voorzitter:

Nee, mijnheer Graus, de vraag is of het gaat om het vertrouwen in de staatssecretaris. Is het een vertrouwenskwestie? Als dat zo is, dan heeft de heer Schouw helemaal gelijk: daarover moet dan een debat worden gevoerd.

De heer Graus (PVV):

Ik kan er nu nog niet over oordelen. Dat kan toch niet? Ik kan toch pas oordelen op het moment dat het debat is gevoerd?

De voorzitter:

Dan moet u ook niet …

De heer Graus (PVV):

Veel van wat ik voorspel, komt uit, maar ik ben geen helderziende of zo.

De voorzitter:

Maar u gebruikt wel de woorden "onjuist en onvolledig informeren".

De heer Graus (PVV):

Dat bleek uit de uitzending. Dat zei ik er nadrukkelijk tot twee keer toe bij.

De heer Schouw (D66):

Ik hecht eraan om te zeggen dat we er dan niet te veel over moeten speculeren. Het gaat dus om de vermeende onjuistheid. Dat moet snel worden opgehelderd. Dat kan ook heel snel in het AO.

De voorzitter:

Dus geen steun.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter, even voor de Handelingen …

De voorzitter:

Nee, nee, nee.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw de voorzitter, even voor de Handelingen: ik heb dat tot twee keer toe vermeld. Precies zoals de heer Schouw het wil, heb ik het ook verwoord.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Wij zijn ook voor snelheid in de afhandeling, dus laten we erover spreken in het AO van 23 juni. Geen steun dus voor dit debat.

De heer Geurts (CDA):

Geen steun. Betrek het bij het AO.

De voorzitter:

Mijnheer Graus, u hebt geen steun.

De heer Graus (PVV):

Nee, dat klopt. Dat verbaast me, vooral omdat er niet alleen dieren zijn mishandeld — ik weet dat het hier in de Kamer niet heel diervriendelijk is — maar ook een dierenarts. Dan verwacht je toch steun. En als het dan ook nog eens onjuiste informatie is ...

De voorzitter:

U hebt geen steun.

De heer Graus (PVV):

Nee, dat begrijp ik. Ik zal het dus in het AO Dierenwelzijn moeten bespreken. Ik wens u toch nog een fijne avond.

De voorzitter:

U ook. Dank u wel.

Het woord is aan de heer Smaling van de SP-fractie.

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Voor het reces hebben we de wijziging van de Mijnbouwwet behandeld. Misschien denkt u: wat saai! Dat was het echter helemaal niet. De behandeling heeft een aantal amendementen opgeleverd die zijn aangenomen, sommige zelfs met een grote meerderheid. De minister van Economische Zaken heeft echter besloten om die amendementen voor te leggen aan de Raad van State. Ik beschouw dat als een soort omgekeerde motie van wantrouwen: een bewindspersoon wantrouwt een meerderheidsbesluit van de Kamer en roept de Raad van State erbij om er een eventueel ander verhaal uit te halen. Daarover wil ik debatteren. Ik vind dit namelijk een vrij unieke situatie.

De heer Bosman (VVD):

Dat moet ik toch even corrigeren. Er is geen sprake van een motie van wantrouwen. De minister geeft het gewoon in behandeling. Het enige wat hij doet, is invulling geven aan een verzoek van de SP zelf. De SP wilde zelf graag advisering van de Raad van State. Dat doet de minister, in volgorde van zaken, waarbij het gewoon zonder vertraging naar de Eerste Kamer gaat.

De voorzitter:

Steunt u het verzoek?

De heer Bosman (VVD):

Natuurlijk niet.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Gaat het verzoek van de heer Smaling nou over de bijzondere procedure die de minister kiest, of wil hij de amendementen snel met de Kamer bespreken als ze uiteindelijk weer terug zijn?

De heer Smaling (SP):

Nadat de wetsbehandeling hier was afgerond, is het in de ministerraad teruggekomen. Daarna is het besluit genomen om de amendementen voor te leggen aan de Raad van State. Tegen die werkwijze maakt de SP bezwaar.

De voorzitter:

Mevrouw Mulder, steunt u dat verzoek?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Geen steun.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun voor het verzoek.

De heer Van Dekken (PvdA):

Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen …

De voorzitter:

Nee, dat hoeft niet.

De heer Van Dekken (PvdA):

Bijvoorbeeld over de omgekeerde bewijslast en draaien enzovoorts, maar wij geven absoluut geen steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie baalt er ook van dat dit gebeurt, maar wij steunen het verzoek toch niet.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mijnheer Smaling, u hebt ook geen steun van een meerderheid voor uw verzoek.

De heer Smaling (SP):

Nee, dat is duidelijk. Dat is jammer. De wet is al naar de Eerste Kamer gestuurd. Wij wachten het verder af.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Knops van het CDA.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. Ik zou graag een debat willen aanvragen over het ICT-debacle bij Defensie. Daarover is voor het meireces bericht door NRC. De minister zou overwegen het project stop te zetten en zou dan op zoek gaan naar een goed moment om de Kamer daarover te informeren. Het gaat om het grootste gefaalde ICT-project ooit: 433 miljoen. Het lijkt mij goed dat daar opheldering over komt. Er zijn veel vragen over te stellen. Ik zou daarover dus graag een debat willen met de minister van Defensie.

Mevrouw Hachchi (D66):

D66 steunt dit verzoek.

De heer Jasper van Dijk (SP):

De SP ook.

De heer De Roon (PVV):

Namens de PVV steun voor het verzoek.

De heer Vuijk (VVD):

Geen steun voor het verzoek. Er staat een AO gepland over een paar weken, in juni. Dan hebben we volgens mij mooi de tijd om hierop in te gaan.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Eijsink (PvdA):

Als er niet al een AO zou staan, dan zou ik het verzoek mogelijk kunnen steunen, maar we hebben een algemeen overleg gepland op dinsdag 23 juni. Mocht de heer Knops overwegen om een brief te vragen, dan kan ik dat wellicht steunen. Maar dat wordt vooralsnog niet gevraagd.

De voorzitter:

Geen steun voor het debat dus.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mijnheer Knops, ook u hebt geen meerderheid voor uw verzoek.

De heer Knops (CDA):

Ik zie dat de coalitie het verzoek niet steunt. Dat komt vaker voor, onder het mom dat we over een aantal weken een debat hebben. Wat mij betreft is het zo ernstig dat hier snel duidelijkheid over moet komen. Het gaat ook over de vraag of de minister wel of niet bewust de Kamer nog niet geïnformeerd heeft. Dat zijn vragen die wij nu aan de minister moeten stellen. Dat hoeft niet zo'n heel lang debat te zijn, en dat kan evengoed nog gevolgd worden door een algemeen overleg, maar als we nu nog vijf weken moeten wachten tot het debat, is dat wat mij betreft niet verstandig en ook niet wenselijk.

De voorzitter:

Nee, maar u hebt niet de steun van een meerderheid voor uw verzoek. Daar moet u het mee doen.

De heer Knops (CDA):

Dat zal best. Dat zie ik ook. Dan wil ik op zijn minst een brief van de minister van Defensie, waarin zij ingaat op de berichtgeving in NRC Handelsblad, op het feit dat zij zou willen stoppen met het project en op het punt dat zij naar een goed moment zou zoeken om de Kamer te informeren. Ik wil graag zo spoedig mogelijk een brief daarover. Wellicht dat daar wel steun voor is.

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Eijsink aan de interruptiemicrofoon. Voor die brief had de PvdA al steun uitgesproken.

Mevrouw Eijsink (PvdA):

Dank voor uw creativiteit, voorzitter. Ik zei "mocht de heer Knops". Steun inderdaad. Ik zou wel de aanvulling willen doen om die brief dan tijdig aan de Kamer te doen toekomen: twee weken voor 23 juni.

De heer Vuijk (VVD):

Ik heb geen bezwaar tegen een brief. Het zou handig zijn als die er tijdig is, zodat we die bij het AO kunnen betrekken.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Hachchi van D66.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Al sinds 2012 zijn er voorvallen bekend van zogenaamde "geurincidenten" in vliegtuigen. Ik zou het eerder "serieuze veiligheidsincidenten" willen noemen. D66 en een aantal partijen in dit huis maken zich al jaren zorgen over deze ontwikkelingen. Recentelijk berichtten de media dat het AMC in Amsterdam binnenkort het bewijs zal leveren dat de giftige stoffen serieuze gezondheidsklachten kunnen veroorzaken. Ook de staatssecretaris sloot in haar recente brief niet uit dat deze risico's er zijn. Kortom, dit onderwerp is te groot en te belangrijk om dit in het algemeen overleg van 4 juni te bespreken, want de agenda daarvan is al overvol. Daarom sta ik hier. Ik hoop dat de collega's dit verzoek steunen.

De heer Graus (PVV):

Ik steun het verzoek, mevrouw de voorzitter.

De heer Bashir (SP):

Dit is een serieuze zaak met mogelijk serieuze gevolgen. Ook de staatssecretaris heeft de situatie erkend. Dus ik steun het verzoek: graag een debat inplannen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

De heer Van Helvert (CDA):

Het CDA steunt het verzoek ook.

Mevrouw Visser (VVD):

Op 4 juni hebben wij een AO waarbij dit onderwerp eigenlijk ook al op de agenda staat. Ik verleen nu geen steun voor een apart debat. Ik zou wel een brief van de regering willen ontvangen met een reactie op het rapport, zodat wij dat kunnen betrekken bij het AO. Ik verzoek om die brief nog voor 4 juni naar de Kamer te sturen.

De heer Leenders (PvdA):

Dit is een zeer serieuze zaak. Die is te serieus om te wachten op het debat. Ik zou graag een brief willen, ook graag voor 4 juni, en dan bekijken wat wij daarmee gaan doen.

De voorzitter:

Mevrouw Hachchi, u krijgt geen steun voor het debat, maar wel voor een brief.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik hoor de woordvoerder van de PvdA-fractie zeggen dat de PvdA, als wij de brief in ieder geval voor het AO van 4 juni krijgen, wellicht overweegt om alsnog een debat hierover te voeren. Ik zou dus zeggen dat wij die brief kunnen aanvragen. Voorzitter, volgens mij heb ik wel steun voor een dertigledendebat, dus dat debat zou ik willen agenderen. Wellicht dat wij na de brief tot een meerderheidsdebat kunnen komen.

De voorzitter:

Ik zal het dertigledendebat aan de lijst toevoegen met spreektijden van drie minuten per fractie. Verder zal ik het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van Meenen van de fractie van D66.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Wij hebben in het reces kennis kunnen nemen van de dramatische resultaten van de rekentoets in 2014. Inmiddels is die opnieuw gehouden. Ik zou dus willen vragen om in de aanstaande tussenrapportage ook de resultaten van 2015 mee te nemen. Ik zou bovendien willen verzoeken om het dertigledendebat dat reeds gepland staat, om te zetten in een plenair debat over deze kwestie en wel voor de zomer.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Hoe eerder, hoe beter, voorzitter. Steun!

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Steun van GroenLinks.

De heer Rog (CDA):

Hartelijke steun van de CDA-fractie.

De heer Bisschop (SGP):

Ook de SGP steunt het verzoek.

Mevrouw Straus (VVD):

Ook steun voor het verzoek om hierover te spreken, maar wel pas nadat de voortgangsrapportage binnen is.

De heer Van Meenen (D66):

Dat vroeg ik ook, overigens.

De voorzitter:

Ja, dus steun.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Inderdaad, eerst de voortgangsrapportage en de brief en daarna een debat.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Steun.

De heer Beertema (PVV):

Steun.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun.

De voorzitter:

U hebt een ruime meerderheid. Eindelijk!

De heer Van Meenen (D66):

Ik heb het eindelijk te pakken.

De voorzitter:

U moet het even verwerken, zie ik.

De heer Van Meenen (D66):

Nou, het gaat alweer.

De voorzitter:

Dan gaan we het plannen, mijnheer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Prima, laten wij dat doen. Voorzitter, u gaat misschien nog iets zeggen over de spreektijden. Dit is een stevig onderwerp en hier moet ook flink bij gerekend worden. Ik vraag om enige clementie en dus om een inbreng van vijf of zes minuten.

De voorzitter:

Ik zal erover nadenken. Ik begrijp uw verzoek en ik denk dat wij daar rekening mee zullen houden. Wij zullen na ontvangst van de rapportage en voor de zomer — van 2015, dat ook nog — een plenair debat inplannen.

Het woord is aan de heer Heerma van het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Voorzitter. De Wet werk en zekerheid en de effecten die deze heeft op flexwerkers houden de gemoederen, ook in dit huis, al enige tijd bezig. Hierover is voor het meireces een debat gevoerd naar aanleiding van de gevolgen voor flexkrachten bij één bedrijf. In het meireces bleek uit een onderzoek van vakbond CNV dat mogelijk honderden bedrijven hun flexwerkers op straat gaan zetten. Er is dus alle aanleiding om een debat te voeren, zeker vanwege de inwerkingtreding van de wet op 1 juli. Die datum is zeer nabij, dus ik zou het liefst deze week nog, maar in ieder geval op korte termijn hier een debat over willen voeren.

De heer Ulenbelt (SP):

Steun van de SP-fractie.

De heer Bisschop (SGP):

Dat geldt ook voor de SGP-fractie.

De heer Klein (Klein):

Dezelfde problematiek heb ik vanochtend ook aangekaart voor het onderwijs. We hebben gezien dat de invalkrachten, de flexwerkers, bijzonder benadeeld worden. Ik geef dus mijn volledige steun aan dit verzoek.

De heer De Graaf (PVV):

Steun.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Steun.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Steun.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Wij steunen dit verzoek om een debat niet. Er ligt nog een verzoek aan minister Blok betreffende de overheid. Ik steun een verzoek om een brief, maar niet een verzoek om een debat.

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik sluit me aan bij mevrouw Vermeij.

De heer Van Weyenberg (D66):

Het betreft een van de kernwetten van dit kabinet. Er dreigen problemen in het primair onderwijs en in bijvoorbeeld de recreatiesector. In het reces hoorde ik warme woorden van de coalitie voor een debat. Nu is het reces voorbij en is er geen steun meer. Ik vind dat onbegrijpelijk. Mijn fractie steunt het verzoek om een debat van harte.

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik geloof dat je zegt dat iemand op gespannen voet met de waarheid leeft als hij dit soort beweringen doet.

De voorzitter:

Ik wil de regeling van werkzaamheden vooral procedureel houden.

Mijnheer Heerma, er is geen meerderheid voor uw verzoek.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Er is wel door zo ongeveer de voltallige oppositie steun uitgesproken voor het voeren van dit debat op korte termijn. Ik heb een suggestie voor een brief gehoord. De motie waaraan gerefereerd werd, gaat alleen over de overheid, dus ik vind het prima als er een brief komt, maar die moeten we dan wel op zeer korte termijn ontvangen. Daaraan gekoppeld wil ik graag een dertigledendebat, waar ruime steun voor is. Ik doe een beroep op de voorzitter om, gegeven de inwerkingtreding van de wet, dat debat op zeer korte termijn, maar in ieder geval voor het zomerreces in te plannen.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Wij zullen het verzoek om een dertigledendebat, met een spreektijd van drie minuten per woordvoerder, aan de lijst toevoegen. Ik heb uw argument gehoord om het debat zo snel mogelijk te laten plaatsvinden.

Het woord is aan de heer Pechtold van D66.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Afgelopen week heeft de Europese Commissie de migratieagenda gepresenteerd. Ik heb een verzoek in drie delen. Ten eerste zou ik deze migratieagenda willen betrekken bij de terugblik op het debat over de Europese top. Ter voorbereiding daarvan zou ik graag een brief van de regering krijgen met een appreciatie van de voorstellen, met name van het percentage van 4,35 dat Nederland voor zijn kap zou nemen. Ten tweede zou ik een appreciatie van de regering willen van de mogelijkheid van een militaire missie in de Middellandse Zee en dan met name van de wijze waarop Nederland daarin staat. Ten derde noopt dit alles tot wat meer ruimte op de agenda. Ik ben zo vrij geweest om met u mee te kijken, voorzitter. Als we iets eerder beginnen, is er wat meer tijd voor het debat. Dat zijn mijn verzoeken.

De voorzitter:

De vraag is of iedereen het hiermee eens is.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Op alle onderdelen steun voor de verzoeken van de heer Pechtold.

De heer Fritsma (PVV):

Ook steun van de PVV.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik ben blij met de voorstellen van de heer Pechtold. Ik heb het via een schriftelijke ronde al geprobeerd, maar toen kreeg ik geen steun van de collega's. Ik hoop dat dit nu wel het geval is. Ook ik zou van het kabinet graag een appreciatie krijgen van de migratieplannen van de Europese Commissie. Ik hoop dat wij het debat daarover zo snel mogelijk kunnen voeren.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook steun van GroenLinks, en met name wat betreft de vraag wat de Nederlandse bijdrage zal zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Steun voor het verzoek.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Steun voor het verzoek.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor alle verzoeken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Steun voor de verzoeken.

De heer Azmani (VVD):

Steun voor het verzoek. Ik schat al wel in dat het lastig zal worden om binnen 24 uur daarop een reactie te geven. Ik zou daarmee dus rekening houden bij het agenderen.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, u hebt de meerderheid achter u.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, mijn fractie wordt vandaag ruim bediend. Wij zullen het evalueren en de coalitie nu alvast ervoor danken. Wat de heer Azmani zegt, is wel belangrijk. Als wij een appreciatie van het kabinet willen krijgen, wat nodig is voor het debat, en als in uw contact met het kabinet mocht blijken dat het de komende 24 uur niet lukt, dan moeten wij even over niet alleen het tijdstip maar ook de datum van het debat praten.

De voorzitter:

Ik begrijp hieruit dat het debat …

De heer Pechtold (D66):

Een week.

De voorzitter:

… kan worden uitgesteld. Wij zullen ons best doen. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Het lijkt mij een goede suggestie om meer tijd te nemen. Ik heb begrepen dat de Europese Commissie eind mei een nadere duiding zal geven van de exacte onderliggende cijfers, met name van de 4,35%. Wellicht is het verstandig om na ommekomst daarvan het debat in te plannen. Ik geef die suggestie maar mee.

De heer Pechtold (D66):

Ik vind dit een constructief verzoek. Vele landen hebben echter al gereageerd. De Franse premier heeft een en ander al afgeschoten. De Britten, die op dit moment overigens alles afschieten, waren al duidelijk. Nederland heeft nog niets laten horen. Ik zou wel graag van Nederland een standpunt horen. Voor de andere Europese landen is het ook heel belangrijk om te weten hoe een land als Nederland hierin staat. Als blijkt dat een nadere Europese uitleg nog tot iets kan leiden, kunnen wij die meenemen. Het is weliswaar bijna eind mei, maar het gaat mij wel wat ver om het naar juni te tillen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik zou wel enige voortgang willen. De Europese Raad is enige tijd geleden geweest. Ik zou er niet te lang mee willen wachten. Ik verbaas me een beetje over de reactie van de heer Azmani dat er naar zijn verwachting waarschijnlijk nog geen brief zal zijn. Ik weet van niets. De informatie had allang hier kunnen zijn. Ik zou met iets meer druk vanuit de Kamer willen aangeven dat wij gewoon over 24 uur een brief willen hebben. Als die er niet is, zien wij verder. Daarover moeten wij dan morgen beslissen. Ik zie echter geen enkele reden om niet gewoon aan het kabinet een brief te vragen die er allang had moeten zijn.

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Gesthuizen en de heer Voordewind bij de microfoon staan, maar wij hebben de conclusie getrokken dat er een meerderheid is voor alle verzoeken die de heer Pechtold heeft gedaan. Mevrouw Kuiken heeft een suggestie gedaan. Daarvan kunt u gebruikmaken of niet. Het lijkt mij echter goed om het hierbij te houden en het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Wij kunnen vervolgens bekijken of wij volgende week hierover een plenair debat kunnen houden.

U had nog een verzoek, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Ja, voorzitter. Dat is door de actualiteit ingegeven. Ons geheugen wordt vandaag door voormalig staatssecretaris Teeven in Het Parool opgefrist. Wij weten het allemaal, wij hebben hier acht uur staan touwtrekken naar aanleiding van het aftreden van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven. Met de premier hebben wij toen gewisseld hoe de deal met Cees H. precies in elkaar zat. Het ging over bedragen. Wij weten allemaal het bedrag van 4,7 miljoen. De minister-president zei toen dat dat hem allemaal niet bekend was. Vandaag zegt oud-staatssecretaris Teeven in Het Parool dat hij in een gesprek met de directeur-generaal van het ministerie wel degelijk melding heeft gemaakt van het werkelijke bedrag, 4,7 miljoen: "Maar Ivo heeft er welbewust voor gekozen mijn herinnering niet te gebruiken." Een verkeerde keuze, aldus Teeven.

Ik wil weten, namens en met de collega's Van Haersma Buma en Slob, wat de premier wist van dit alles. Wij weten natuurlijk dat er een onderzoek op dit moment loopt, maar de Kamer heeft hier acht uur staan debatteren. Als dit het geheugen opfrissen van de voormalig staatssecretaris is, wil ik heel erg graag weten wat de rest van het kabinet wist. Dat kan wat mij betreft niet wachten tot het einde van het onderzoek. Dus graag een reactie van het kabinet op dit artikel.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Ik zie niet dat iemand hierop iets wil zeggen maar ook niet dat iemand ertegen is. Hoewel, ik zie toch de heer Recourt. Mijnheer Recourt, u moet wel een beetje op tijd reageren!

De heer Recourt (PvdA):

Ja, het schoot mij nu pas te binnen. Ik heb een aanvullende vraag, namelijk of het kabinet in die brief ook kan schrijven of de staatssecretaris hetzelfde, of wellicht meer, aan de commissie vertelt. Dat vind ik interessanter dan dat hij het tegen de media vertelt.

De voorzitter:

Dit is meer een aanvulling.

De heer Pechtold (D66):

De rol van de staatssecretaris mag interessant zijn, maar hij zegt ook in dit interview dat hij het bij de commissie allemaal zal gaan bespreken. Maar hij noemt nu zijn oud-collega Opstelten. Ik wil gewoon weten wie van de rest van het kabinet in dat hele vervelende gedoe en dat debat wist dat het bedrag van 4,7 miljoen aan die dg was gemeld. Wij hebben het allemaal gehad over de persoonlijke aantekeningen. Dat waren de vluchtheuvels. Ik wil van de premier gewoon weten wat hij wist.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Verhoeven namens D66.

De heer Verhoeven (D66):

Vorige week kreeg de activist Al-Jaberi per abuis een boetebeschikking van het Openbaar Ministerie, dit nadat het Openbaar Ministerie vorige week had besloten om de vervolging te heroverwegen. Dat maakt natuurlijk een zeer vreemde indruk. Daarom willen wij graag een debat met de minister-president en met de minister van Veiligheid en Justitie over deze zaak.

De heer Oskam (CDA):

Het klopt dat het Openbaar Ministerie heeft gezegd de zaak te heroverwegen naar aanleiding van opmerkingen van de advocaat. Kennelijk is daarna per ongeluk een schikkingsvoorstel gestuurd, maar dat betekent dat de zaak nog steeds onder het Openbaar Ministerie is en nog bij de rechter kan komen. Dan geeft het geen pas om hierover in de Kamer te debatteren. Dus geen steun voor dit verzoek.

De voorzitter:

Geen steun.

De heer Segers (ChristenUnie):

Kortheidshalve sluit ik mij daarbij aan.

De heer Van Raak (SP):

Daar sluit ik me ook bij aan. Ik heb veel begrip voor de opmerking maar die is niet tijdig.

De heer Bisschop (SGP):

Daar sluit ik me bij aan.

De heer Van Dam (PvdA):

Ik denk ook niet dat wij hier moeten debatteren over een individuele casus, maar zo'n individuele casus kan wel aanleiding zijn om met elkaar weer eens het gesprek aan te gaan over majesteitsschennis. Ik zou me dus wel kunnen voorstellen dat we het kabinet vragen om een brief waarin het, even los van de beantwoording van de vragen van D66, in algemene zin ingaat op de juridische vragen over het handhaven van majesteitsschennis en alternatieven daarvoor, en waarin het de internationale vergelijking nog eens oppoetst die het ook een paar jaar geleden heeft gemaakt.

De voorzitter:

Dus geen steun voor een debat, maar wel een verzoek om een brief.

De heer Bosman (VVD):

De VVD sluit zich aan bij het voorstel van de PvdA.

De voorzitter:

Mijnheer Verhoeven, u hebt geen steun voor een debat, maar wel voor een brief.

De heer Verhoeven (D66):

Ik zou gek zijn als ik daaraan geen steun zou verlenen, dus ik zie die brief graag tegemoet.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. In januari hebben wij een debat gevoerd met de staatssecretaris van VWS over de Wet normering topinkomens II. Daarin heeft de staatssecretaris uitgebreid uitgelegd dat hij graag samen met de sector een plan maakt hoe te komen tot de normering van topinkomens. Nu hebben wij het bericht gekregen dat de Nederlandse Vereniging van Zorgdirecteuren (NVZD), de zorgbestuurders, weigert mee te werken aan het normeren van de salarissen. Ik zou daarover graag een debat willen voeren, het liefst met de minister, maar met de staatssecretaris mag ook.

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Wij zijn geïnteresseerd in een brief hierover van de regering. Dit onderwerp kan wat ons betreft worden behandeld in het AO Governance, dat over een aantal weken op de agenda staat.

De voorzitter:

Geen steun voor een debat maar wel voor een brief.

De heer Kerstens (PvdA):

Ik heb de minister schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van het bericht waaraan mevrouw Leijten refereert. Ik heb de minister daarin ook de suggestie gedaan om dan maar eenzijdig de salarissen te verlagen. Ik zou graag eerst de antwoorden van de minister op mijn vragen vernemen alvorens te beoordelen of er aanleiding is voor een debat. Dus op dit moment geen steun voor een debat, maar als de beantwoording niet helemaal naar mijn zin is, dan wel.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het antwoord op de Kamervragen, of een brief, is prima. Wij willen op basis daarvan bezien of een debat nodig is.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Wij kunnen het verzoek van mevrouw Leijten om een debat steunen.

Mevrouw Klever (PVV):

De PVV steunt het verzoek om een debat.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Wat D66 betreft eerst een brief en de beantwoording van de Kamervragen. Dan kijken wij opnieuw.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun.

De heer Bisschop (SGP):

Het traject dat zojuist is voorgesteld van de zijde van de PvdA-fractie lijkt ons het meest logische.

De voorzitter:

Dus geen steun.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun voor een debat.

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Wij sluiten ons aan bij het voorstel van de PvdA.

Mevrouw Leijten (SP):

Dan doe ik het als volgt. Ik zet het verzoek om in een verzoek om een dertigledendebat. Als de brief en de antwoorden op de Kamervragen er zijn, zullen wij bezien hoe wij een en ander verder moeten behandelen. Wellicht kan het eerder bij het AO dat genoemd is door het CDA. Anders kan het een gewoon debat worden. Vooralsnog wil ik graag het dertigledendebat op de agenda plaatsen.

De voorzitter:

Het dertigledendebat wordt toegevoegd aan de agenda, met spreektijden van drie minuten. Het stenogram van dit gedeelte van de vergadering zal worden doorgeleid naar het kabinet.

U hebt nog een verzoek, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik zou graag een debat willen voeren met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat de overheadkosten van ziekenhuizen in Nederland zo hoog zijn dat een op de vijf euro's naar de overhead gaat. De achtergrond van dit verzoek om een debat is dat ik de minister meerdere malen heb verzocht om dit voor ons in kaart te brengen, ook in het kader van het jaar van de transparantie. De minister heeft iedere keer aangegeven dat zij daar niets in ziet. Nu ik het bericht lees dat een op de vijf euro's naar overhead gaat, vind ik het toch echt nodig dat wij het hier uitgebreid over hebben.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun voor een debat.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Steun voor een debat.

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor het debat.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Wij hebben op heel korte termijn een AO over de ziekenhuiszorg. Daarbij kunnen wij het ook onderbrengen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook steun van GroenLinks voor het debat.

De heer Rutte (VVD):

Ik kan mij voorstellen dat het kabinet een reactie geeft op dit bericht. Die kunnen wij betrekken bij het AO Ziekenhuiszorg. Dat is wel op heel korte termijn, tenzij wij het nog zouden kunnen verschuiven. Anders kunnen wij het betrekken bij een AO Governance.

De voorzitter:

Dus geen steun?

De heer Rutte (VVD):

Niet voor een debat, nee.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik zou graag een brief van het kabinet willen en die betrekken bij het AO. Dat lijkt mij de snelste weg.

De voorzitter:

Mevrouw Leijten, er is geen meerderheid voor uw verzoek. Er is wel steun voor het vragen om een reactie voorafgaand aan een algemeen overleg dat nog moet worden gehouden op korte termijn.

Mevrouw Leijten (SP):

Dat debat vindt komende donderdag plaats. Er is nog discussie over de vraag of dat een eerste termijn of een volledig debat wordt. Er staat zo veel op de agenda, dat ik dit daarvan los wil zien. Verder wijs ik op de achtergrond dat wij hierover vaker hebben gediscussieerd. Een reactie is natuurlijk prima, en ook hiervoor geldt dat ik het onderwerp graag op de lijst van de dertigledendebatten wil hebben. Maar als wij het eerder kunnen betrekken bij een AO, na ontvangst van de reactie, wil ik daar graag naar kijken. U hoort het dan wel als het van de lijst af kan.

De voorzitter:

Het dertigledendebat zal worden toegevoegd aan de agenda, met spreektijden van drie minuten. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van Raak namens de SP-fractie.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Vanochtend onthulde een politicus uit Oostenrijk dat zeer waarschijnlijk de Duitse geheime dienst samen met de Amerikaanse geheime dienst NSA massaal heeft afgeluisterd in andere Europese landen, waarbij grote prioriteit is gegeven aan Nederland, omdat hier grote internetknooppunten zijn en belangrijke internationale organisaties zijn gevestigd. De regering van Oostenrijk heeft ondertussen opheldering geëist. Ook de regering van Luxemburg heeft dat gedaan, maar onze regering is nog steeds oorverdovend stil. Daarom moeten wij op zo kort mogelijke termijn een debat houden met onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de voortdurende onthullingen over Amerikaanse spionage in Europa en het feit dat geheime diensten in Europa tegen elkaar worden uitgespeeld door de Amerikanen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Van harte steun.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Als de Nederlandse regering zelf om opheldering had gevraagd, zou het iets anders zijn geweest. Maar juist die stilte noopt ertoe dat wij hierover een debat voeren. Van harte steun van GroenLinks dus.

De heer Recourt (PvdA):

Het is een belangrijk onderwerp, maar ik wil niet debatteren op basis van één interview in de krant. Het moet wel ietsje meer vlees op de botten hebben voordat wij hier kunnen debatteren. Vandaar mijn verzoek om een brief waarin antwoord wordt gegeven op de vraag of de Nederlandse regering, net als de Duitse en de Oostenrijkse, zelf gaat uitzoeken wat er precies aan de hand is geweest. Ik geef nu dus nog geen steun voor een debat.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Het is het zoveelste signaal dat wij krijgen. Het wordt tijd dat wij hierover een flink debat voeren. Volledige steun voor een debat.

De heer Schouw (D66):

Ik combineer even drie dingen. Ik steun de aanvraag voor een debat, ik steun de vraag om een brief en ik ben het helemaal eens met de vorige spreker. Het is elke keer raak met het afluisteren in dit land. Het is goed dat wij daar een debat over houden.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik steun het verzoek.

Mevrouw Tellegen (VVD):

Graag eerst een brief. Als die brief aanleiding geeft voor een debat — dat denk ik — dan houden wij zo'n debat. Ik wil eerst wat meer over het hoe en wat weten.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat geldt ook voor de CDA-fractie: geen steun voor een debat, wel voor een brief.

De heer Van Raak (SP):

Prima als er een brief komt, maar zulke brieven hebben wij al vaak ontvangen. In april vorig jaar is op mijn initiatief ook een debat gevoerd. Toen zijn er ook conclusies getrokken door de ministers van Binnenlandse Zaken en van Defensie. Er moest worden opgetreden; er werd opheldering gevraagd; er werden nieuwe afspraken gemaakt. Als er een brief komt, dan moet het een brief zijn waarin, zoals de heer Recourt het zegt, staat hoe wij dit gaan onderzoeken, niet of maar hoe. Ook moet de brief duidelijk maken wat de regering in het afgelopen jaar heeft gedaan met alle beloften die zij een jaar geleden heeft gedaan. Hoe gaan wij opheldering krijgen? Dat is een belangrijke vraag. Ik heb volgens mij steun van 30 leden, dus zet het vooral op de agenda. Ik hecht eraan dat wij dit snel bespreken. Die brief kan er best volgende week dinsdag om 12.00 uur zijn. Dan kunnen wij bekijken of wij die week een debat of een AO inplannen. Maar er moet eindelijk eens wat gebeuren.

De voorzitter:

Het verzoek om hierover een dertigledendebat te voeren zal aan de agenda worden toegevoegd met spreektijden van drie minuten per fractie. Verder stel ik voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Schouw van D66.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Enige tijd geleden hebben wij hier een opwindend debat meegemaakt over bed, bad en brood, over de deal tussen de twee coalitiefracties. Inmiddels zijn wij een paar weken en een aantal juridische stappen verder. De rechter in Amsterdam heeft een uitspraak gedaan. Er speelt van alles en nog wat rondom de Raad van State. Een dezer weken zal ook de Centrale Raad van Beroep nog iets doen. Naar de opvatting van mijn fractie komt daarmee die deal eigenlijk te vervallen. Wij vinden dat zo belangrijk dat wij daar graag een debat over willen hebben.

De heer Fritsma (PVV):

Ten overvloede, de PVV wil geen illegalenopvang, maar wel veel meer duidelijkheid over deze kwestie, dus wij steunen het verzoek om een debat.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik steun het verzoek om een brief over deze gerechtelijke uitspraak, maar ik geef geen steun aan het verzoek om een debat.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voor beide steun. Het zou misschien wel goed zijn om pas te debatteren op het moment dat wij de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep hebben, want die is heel bepalend voor het antwoord op de vraag of er inderdaad bed, bad en brood gaat komen.

De heer Azmani (VVD):

Geen steun voor het verzoek, temeer omdat het gaat om een uitspraak van de rechtbank in Amsterdam waarbij de rijksoverheid zelfs geen partij was.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Wij denken dat wij hierin wel degelijk partij zijn. Ik zou het verzoek van de heer Voordewind willen steunen om meteen na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep het debat in te plannen. Ik steun dus het verzoek van de heer Schouw en ik wil meteen na de uitspraak debatteren.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

De heer Oskam (CDA):

Wel steun voor de brief, maar nog niet voor een debat.

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Steun.

De heer Schouw (D66):

Wij hebben een brief …

Mevrouw Kooiman (SP):

Ik wil het verzoek namens de SP-fractie ook nog graag steunen.

De heer Schouw (D66):

Wij hebben een brief. Als die er voor volgende week dinsdag zou kunnen zijn, zou dat helpen. Ik neem de suggestie van de collega's graag over om het debat te voeren op een moment dat de Centrale Raad van Beroep een uitspraak heeft gedaan. Dat wordt dan een dertigledendebat, zeg ik met een klein beetje spijt in mijn hart. Het is niet anders.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor, het dertigledendebat toe te voegen aan de agenda, met spreektijden van drie minuten per fractie. Ik stel verder voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Mevrouw Kuiken?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Even heel formeel. Wie weet, is er wel steun voor een verzoek om een debat als er nieuwe uitspraken zijn. Dat kunnen we echter pas beoordelen na ommekomst van een brief over de relevante uitspraken. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is een andere dan die van de rechtbank in Amsterdam.

De voorzitter:

Mijnheer Schouw.

De heer Schouw (D66):

Wat mevrouw Kuiken zegt, klopt helemaal. De brief zal dan ook moeten gaan over de uitspraak van de rechtbank in Amsterdam. Op het moment dat we de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep hebben, ga ik hier staan en verzoeken om het dan al ingeplande dertigledendebat om te zetten in een normaal debat. Dat kan ik altijd doen en dat ga ik ook doen.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan de heer Segers, die spreekt namens de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):

Voorzitter. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en Nieuwsuur hebben een enquête doen uitgaan naar de gemeenten. Daaruit blijkt dat in een op de vijf gemeenten het gezag wordt ondermijnd door allerlei vormen van criminaliteit. De voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Bernt Schneiders, heeft gezegd dat dit cijfer te hoog is om te veronachtzamen. Dat wil ik dan ook niet doen. Ik denk ook dat het goed is als we dat als Kamer niet doen. Ik zou daarom graag om een brief vragen met een reactie van de minister van Binnenlandse Zaken. Ik stel ook graag de vraag of er een noodzaak is voor een nader onderzoek. Van verschillende kanten wordt dat namelijk gesuggereerd. Welke maatregelen worden er genomen om dit tegen te gaan en om het gezag te ondersteunen in de strijd tegen criminaliteit? Ik zou hier ook graag een debat over voeren.

De voorzitter:

Mijnheer Bosma, ik zie u uit de hoek van de PvdA naar voren lopen.

De heer Bosma (PVV):

Ja, ik voel me hier heel erg goed thuis, voorzitter. Ik steun graag collega Segers.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Net werd bekend dat de burgemeester van Kerkrade beveiligd moet worden omdat hij een clubhuis van de Hells Angels heeft gesloten. Respect voor de man, dat hij deze dappere beslissing heeft genomen. Het toont echter des te meer aan dat een debat noodzakelijk is. Van harte steun dus.

De heer Bisschop (SGP):

Steun voor de brief en voor het debat.

De heer Schouw (D66):

Steun voor beide verzoeken, al denk ik wel dat het verstandig is om ook de minister van Justitie hier een-op-een bij te betrekken. Ik weet niet of dit al in het oorspronkelijke voorstel zat.

Mevrouw Kooiman (SP):

Natuurlijk steun van de SP-fractie.

De heer Oskam (CDA):

Steun, inclusief voor het voorstel betreffende de minister van Veiligheid en Justitie.

De heer Veldman (VVD):

Een eventuele ondermijning van het gezag van het openbaar bestuur is een serieuze zaak. Daarom heeft mijn collega Van Oosten op 31 maart van dit jaar mondelinge vragen gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken. Deze heeft in dat debat toegezegd om met een aantal acties te starten en de Kamer te informeren over de voortgang en de resultaten. Ik stel voor dat we dat afwachten. Nu geef ik dus geen steun aan het debat.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

De heer Marcouch (PvdA):

Het is een zorgelijke ontwikkeling. De zorgen zijn net voor het reces hier inderdaad al aan de orde gesteld. Het kabinet, de minister van Binnenlandse Zaken, heeft toegezegd om in gesprek te gaan met de burgemeesters et cetera. Er wordt op dit moment dus al heel veel gedaan. Ik geef wel steun voor de brief, maar ik wil het resultaat van de minister van BZK afwachten alvorens een debat te steunen.

De voorzitter:

Mijnheer Segers, u hebt geen meerderheid.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik hoor het, mevrouw de voorzitter. Dan wachten we in ieder geval de brief af. Die zou aanleiding kunnen zijn om dit onderwerp wellicht te betrekken bij een algemeen overleg of het eerstvolgende debat.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Thieme van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Recent is bekend geworden dat Brussel toestaat dat er een vergassingsmethode die gebruikmaakt van CO2 kan worden gebruikt voor dieren in het wild. We hebben het dan met name over ganzen. Tienduizenden ganzen worden vergast op een gruwelijke manier, zonder dat er beleid is wanneer en of het middel wordt gebruikt. De Partij voor de Dieren wil daarom een debat met de staatssecretaris van Economische Zaken om hier duidelijkheid over te krijgen, om deze massale vergassingsmethode niet zomaar in te zetten.

De heer Graus (PVV):

Heel graag steun voor een debat, vooral na alle alternatieven en andere goede oplossingen die onze fractie heeft aangedragen.

De heer Leenders (PvdA):

Geen steun voor een debat. Volgende week hebben wij een AO Natuurbeleid. Daar zou dat prima in passen.

De heer Geurts (CDA):

Geen steun voor een debat.

Mevrouw Siderius (SP):

Steun voor dit debat.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik wil het onderwerp graag betrekken bij een algemeen overleg.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Er zijn in de komende anderhalve maand diverse algemeen overleggen waarbij wij dit kunnen betrekken, dus laten we het daar behandelen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik zie dat er geen Kamermeerderheid is voor het houden van een debat. Ik zou in ieder geval, voorafgaand aan het algemeen overleg over natuurbeheer en biodiversiteit dat volgende week gepland staat, een brief van de staatssecretaris krijgen over hoe zij denkt om te kunnen gaan met deze methode en hoe zij die kan inkaderen. Daarvoor zou ik graag steun van de Kamer hebben.

De voorzitter:

Ik zie iedereen knikken, dus ik ga ervan uit ...

De heer Graus (PVV):

Ik vind het een goed voorstel. Er is een aangenomen motie-Graus, ook een alternatief voor de ganzenjacht, over het inzetten van meer roofvogels. Daarvoor zou een ontheffing komen. Het zou wenselijk zijn dat de staatssecretaris ook daarop meteen een reactie kan geven.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik heb gezien dat er steun is voor een dertigledendebat, van de PVV en de SP.

De voorzitter:

Nee, het zijn er 29.

Mevrouw Thieme (PvdD):

O, dan houdt het inderdaad even op.

De voorzitter:

Maar er is wel steun voor een brief.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dan graag voor het AO een brief.

De voorzitter:

Dank u wel.

Ik geef het woord aan de heer Geurts namens het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. De problemen door het afschaffen van de productschappen worden langzamerhand groter. Het kan toch echt niet zo zijn dat je een strafblad krijgt voor een feit waarvoor de land- en tuinbouwsector zelf een regeling heeft getroffen; die is overgenomen in de regelgeving van de overheid maar die regelgeving gaat boven de Nederlandse en Europese wetgeving. Vandaar mijn verzoek om een debat met de minister van Economische Zaken om de ontstane problemen zo snel mogelijk op te lossen.

Mevrouw Lodders (VVD):

In het kader van snelheid: geen steun voor dit debat. Ik kan mij voorstellen dat de Kamer een brief vraagt om verduidelijking te krijgen over dit dossier.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie sluit zich daarbij aan.

De heer Van Dekken (PvdA):

Geen steun, wel een brief.

De voorzitter:

U hebt geen meerderheid.

De heer Geurts (CDA):

Ik ben met stomheid geslagen, voorzitter. Dat gebeurt niet zo heel vaak. Blijkbaar weet de coalitie al dat het probleem opgelost is. Als dat zo is, hoef ik geen debat. Als het probleem echter niet opgelost wordt, sta ik hier weer.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan mevrouw Siderius namens de SP.

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. Een onderwerp vorige week bij Brandpunt was dat er wordt gesjoemeld met de Cito-toets. De Cito-toetsen zouden zelfs op Marktplaats te koop zijn. Dat kan niet de bedoeling zijn. Deze toetsen hebben sowieso geen enkele waarde meer als je de antwoorden van tevoren van Marktplaats kunt halen. Wat de SP betreft, moet de toetscultuur zo snel mogelijk stoppen. Er moet een betere rol komen voor docenten. Daarover willen wij een debat met de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Ik neem even waar voor de woordvoerder op dit punt, mevrouw Ypma. Zij zegt: steun voor een brief, niet voor een debat. Zij stelt voor om het onderwerp te betrekken bij het plenaire debat over toetsen, dat al geagendeerd staat.

Mevrouw Straus (VVD):

Steun voor een brief, niet voor het debat.

Mevrouw Siderius (SP):

Het zou fijn zijn als andere fracties zich ook hierover zouden uitspreken. D66 heeft via een mailwisseling aangegeven het verzoek te steunen.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Bij dezen steun van D66.

De voorzitter:

Ik kijk nog even rond. Mevrouw Keijzer?

Mevrouw Keijzer (CDA):

Als u mij zo uitdaagt: steun voor het verzoek.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

En van ons ook.

De voorzitter:

Desalniettemin hebt u geen meerderheid, wel ... Ik zeg verder niets. U hebt geen meerderheid. Punt.

Mevrouw Siderius (SP):

Heb ik voldoende steun voor een dertigledendebat, voorzitter?

De voorzitter:

Ja, dat is het geval. Ik zie dat de heer Voordewind ook nog iets wil zeggen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Excuus voor deze late reactie voorzitter, maar ik steun het verzoek.

Mevrouw Siderius (SP):

Mooi. De brief is in het reces al gevraagd aan het kabinet. We kunnen dit bespreken in een dertigledendebat.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal het dertigledendebat toevoegen aan de agenda. Iedere spreker heeft daarin drie minuten spreektijd.

Het woord is aan de heer Van Klaveren.

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Vorige week werd bekend dat Greenpeace opnieuw tientallen zwerfkeien in de Noordzee heeft gedumpt. Eerder saboteerde deze militante milieuorganisatie al vulslangen van pompstations en groef zij kuilen onder spoorrails waarover kernafval wordt getransporteerd. Greenpeace overtreedt stelselmatig de wet en brengt daarmee zowel de veiligheid als Nederlandse economische belangen in groot gevaar, voornamelijk de veiligheid en economische belangen van onze vissers. Mijn fractie wil daarom een brief van het kabinet ontvangen over deze aanhoudende ellende en hierover een debat voeren met de staatssecretaris van Economische Zaken.

De heer Graus (PVV):

Ik steun het verzoek.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb over de laatste actie van Greenpeace schriftelijke vragen gesteld. Ik wil graag dat die zo snel mogelijk worden beantwoord. Volgens mij gaat het het snelst als we dit bespreken tijdens het AO over visserij dat we binnenkort zullen voeren. Om die reden steun ik dit verzoek om een debat niet.

De heer Leenders (PvdA):

Ik steun het verzoek om een debat niet. Dit kan prima besproken worden tijdens het AO van 10 juni.

Mevrouw Visser (VVD):

Het CDA en de VVD hebben hierover schriftelijke vragen gesteld. Dit is een belachelijke actie. Wat mijn fractie betreft, bespreken we dit tijdens het AO over visserij van 10 juni. Met de beantwoording van de schriftelijke vragen kan ook dit onderwerp daarin prima aan de orde komen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dat lijkt mij ook. Eerst de schriftelijke vragen van de beide fracties laten beantwoorden en daarna kunnen wij het in het AO bespreken.

Mevrouw Siderius (SP):

De SP kiest ook voor die lijn. Wij willen dit graag in een AO bespreken.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ook D66 sluit zich daarbij aan, voorzitter. Eerst moeten de vragen worden beantwoord, daarna houden we een AO.

De voorzitter:

U hebt geen meerderheid voor het voeren van een debat, mijnheer Van Klaveren.

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Nee, dat zie ik ook. Helaas.

De voorzitter:

Dank u wel.

Het woord is aan mevrouw Keijzer van het CDA.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Volgens de staatssecretaris vindt momenteel 94% van de uitbetalingen door de Sociale Verzekeringsbank op tijd plaats. Eerder deed de auditdienst van de Sociale Verzekeringsbank onderzoek naar een eerdere steekproef. In het rapport van 2 april daarover staat de volgende zin: "De SVB heeft geen inzicht in de doorlooptijd van declaraties van ontvangst tot en met betaling". Op dit moment wordt er ook een onderzoek gedaan door die auditdienst van de SVB naar de steekproef. Ik wil per ommegaande de uitkomsten van dat onderzoek ontvangen om een goed oordeel te kunnen vellen over de cijfers die de staatssecretaris ons toestuurt.

Mevrouw Leijten (SP):

Vanochtend heb ik via de commissie ook nog wat aanvullende vragen gesteld. De vraag die nu door mevrouw Keijzer wordt gesteld, zat daar ook bij. Het ging eigenlijk over de steekproef die zou zijn gehouden. Op basis van die steekproef wordt gezegd dat nu mogelijk 95% van de uitbetalingen goed loopt. Als er een heel auditrapport over is, ontvangen wij dat zeker graag. Overigens wil ik de staatssecretaris hierbij ook uitnodigen om andere onderzoeksrapporten die er wellicht nog liggen, ook gewoon heel proactief naar de Kamer te sturen. Ik doel dus op onderzoeksrapporten waarvan wij nog geen kennis hebben. Op dit dossier heeft de staatssecretaris namelijk een beetje een achterstand wat betreft het hebben van een proactieve houding.

De voorzitter:

Mevrouw Leijten doet nu meer verzoeken, maar goed.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik steun van harte het verzoek van mevrouw Keijzer.

De heer Krol (50PLUS):

Ik steun het verzoek, en ook de aanvulling van de SP.

De voorzitter:

Mevrouw Agema, welkom terug!

Mevrouw Agema (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik steun het verzoek.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook GroenLinks steunt het verzoek.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Steun.

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

Er zijn deze ochtend in de commissie vragen gesteld, die door de commissie zijn doorgeleid naar de staatssecretaris. Deze vraag zat daar volgens mij ook bij. Het lijkt me dus dat we daarop het antwoord van de staatssecretaris krijgen voordat we het debat houden.

De heer Potters (VVD):

Als het antwoord er voor het debat is, is dat volgens mij precies op tijd.

De voorzitter:

Mevrouw Keijzer, uw verzoek wordt breed ondersteund. Ik stel dus voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik hecht er even aan om precies te zijn. In de vragen van vanochtend werd niet naar dit specifieke rapport gevraagd. Mevrouw Leijten heeft haar steun uitgesproken, dus ik ga er wel van uit dat we dat rapport ook krijgen, en niet alleen een interpretatie van de staatssecretaris van dat rapport over die steekproef.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. Aan het begin van de middag hebben we in het mondelinge vragenuurtje met de staatssecretaris gesproken over de afschuwelijke situatie van kwetsbare ouderen die onnodig lang in het ziekenhuis worden gehouden of juist veel te snel naar huis worden gestuurd. De staatssecretaris noemde dat zelf een ernstige kwestie. Hij heeft toegezegd over vier weken daarover aan de Kamer te rapporteren. Omdat over zeven weken het zomerreces begint en ik dit niet over de zomer heen zou willen tillen, zou ik er zo snel mogelijk een debat over willen houden na de beantwoording van de vragen. Het gaat immers zo veel mensen aan; het gaat om kwetsbare ouderen.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dit is nou precies een van de onderwerpen waar de CDA-fractie nadrukkelijk de aandacht voor heeft gevraagd bij de behandeling van de Wet langdurige zorg. Heb je genoeg plekken voor kwetsbare ouderen? Wij steunen dit verzoek dus van harte, want we hebben met elkaar vragen gesteld over de indicatieregels voor de toegang tot de Wet langdurige zorg. Die regels kunnen we dan plenair bespreken. Het is echt een onderwerp dat in deze zaal thuishoort.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook steun van GroenLinks.

De voorzitter:

De heer … Wat gebeurt er? Mevrouw Agema, u bent net weer terug, dus u mag met voorrang.

Mevrouw Agema (PVV):

De staatssecretaris deed de knotsgekke toezegging dat hij onderzoek zou gaan doen naar deze situatie. Ik vind het echt schandalig dat mensen liggen te verpieteren in het ziekenhuis, terwijl ze een beschutte plek nodig hebben. Dus steun, voorzitter.

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

In de Kamer hebben we allemaal aandacht gevraagd voor dit onderwerp. De staatssecretaris heeft toegezegd om dit ook te bespreken in de regio's waarin dat een probleem is. Het lijkt mij dat wij dit eerst in de regeling krijgen en vervolgens beoordelen hoe we daar het snelst en het best over kunnen praten.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie ziet ook de ernst van de situatie, maar ik wil dit toch liever bespreken in een van de vele AO's die we gaan organiseren. Ik vrees namelijk dat het pas tegen de kerst aan de beurt is als we het op de lijst met dertigledendebatten plaatsen. Ik wil graag een brief van de staatssecretaris. Laten we die dan betrekken bij het AO over de decentralisaties en de hervormingen in de zorg, dat nog voor de zomer zal plaatsvinden. Dan kunnen we het er toch sneller met elkaar over hebben.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik steun de woorden van mevrouw Dik-Faber.

De voorzitter:

Dus geen steun voor het debat?

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Geen steun voor het debat, maar uiteraard wel voor de toegezegde brief. Vervolgens moeten we met elkaar bekijken hoe we die zo snel mogelijk kunnen bespreken.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik wil het verzoek wel steunen. Mijn ervaringen met algemeen overleggen zijn niet altijd even best. Er komen heel veel onderwerpen aan bod, waardoor je soms niet de diepte in kunt. Wellicht dat we het er later bij kunnen voegen, maar voor nu wil ik graag een debat steunen.

De heer Potters (VVD):

Er zijn eerder vanmiddag al mondelinge vragen gesteld door de heer Krol. Laten we een en ander even afwachten. Vervolgens kunnen we altijd nog bekijken of we kiezen voor een algemeen overleg dat dan gepland staat of dat er een apart debat moet komen.

De voorzitter:

Mijnheer Krol, er is geen meerderheid voor uw verzoek, maar wel voor een brief.

De heer Krol (50PLUS):

En voor een dertigledendebat. Ik denk dat we na die brief altijd nog kunnen bezien of we het toch voor de zomer kunnen behandelen, simpelweg omdat het om kwetsbare ouderen gaat.

De voorzitter:

Het verzoek tot het houden van een dertigledendebat zal aan de agenda worden toegevoegd met spreektijden van drie minuten per fractie. Ik stel tevens voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Dijkstra van D66, de laatste spreker in de regeling van werkzaamheden van vandaag.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. Er is de afgelopen maanden heel veel misgegaan bij de uitbetaling van de pgb's. Met "misgegaan" druk ik mij eufemistisch uit. In een breed aangenomen motie heeft de Kamer de staatssecretaris opdracht gegeven om ervoor te zorgen dat het uitbetalingsregime voor pgb's uiterlijk 15 mei — dat was vorige week vrijdag — op reguliere basis functioneert. We hebben daarover een brief van de staatssecretaris gekregen. Op basis daarvan kan de Kamer echter niet vaststellen of dat nu ook echt gebeurt. Mijn fractie heeft dan ook nog veel vragen hierover. Ik stel daarom voor om na de beantwoording van die vragen volgende week of de week erop eventueel, een plenair debat te houden. Dat komt dan in de plaats van het AO van morgenavond. Dat geeft de Kamer de gelegenheid om aanvullende vragen te stellen en de staatssecretaris de tijd om die zorgvuldig te beantwoorden.

Mevrouw Leijten (SP):

Zoals ik net al zei, heb ik extra vragen gesteld, onder andere over de cijfers die wij van de staatssecretaris hebben gekregen. Ik heb gevraagd hoe betrouwbaar die zijn. Ze zijn op basis van steekproeven vastgesteld. Is dat überhaupt wel wetenschappelijk verantwoord? Ik verwacht die informatie morgen, maar de ervaring is slecht. We krijgen laat informatie over dit onderwerp en kunnen die eigenlijk slecht tot ons nemen om tot een oordeel te komen.

De voorzitter:

Wat is uw voorstel?

Mevrouw Leijten (SP):

Ik steun het verzoek van D66. Ik heb daar nog een aanvulling op — maar dat moeten we als Kamerleden nog maar eventjes bekijken — want dit is wellicht ook een goede gelegenheid om in de tussentijd nog wat mensen te spreken of te horen.

De voorzitter:

Dat moet u echt in commissieverband doen.

Mevrouw Leijten (SP):

Dat is belangrijk om de vraag beantwoord te krijgen of de aangenomen motie waarin staat dat per 15 mei alles op reguliere basis verloopt, ook daadwerkelijk is uitgevoerd.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Steun.

De heer Krol (50PLUS):

Opnieuw steun voor zowel het verzoek van D66 als de aanvulling van de SP.

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

Ik vind het een lastig verzoek. We hebben de motie-Dijkstra aangenomen, volgens mij zelfs Kamerbreed. We hebben toen gezegd dat we daar zo snel mogelijk na de vijftiende over wilden debatteren. Aanvankelijk was er zelfs volgende week een algemeen overleg gepland. We vonden allemaal dat dat sneller moest en hebben er toen voor gekozen om dat deze week te doen. We hebben zelfs met stoom en kokend water aan de Rekenkamer gevraagd om ons daar morgen nog over te briefen. Ik verleen dus toch geen steun aan dit verzoek. Ik stel voor dat we toch de planning volgen die we onszelf hadden opgelegd. Al die vragen kunnen morgenavond dan ook aan de orde komen. Ik stel dus voor dat we het algemeen overleg voor morgenavond gewoon laten staan zoals we met elkaar hebben afgesproken.

De voorzitter:

Dus geen steun voor het debat. Even voor de helderheid: wij gaan hier niet over het wel of niet houden van een AO. Dat is echt aan de commissie. In deze plenaire zaal horen geen voorstellen te worden gedaan over het wel of niet laten doorgaan van een algemeen overleg morgen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het is natuurlijk wel zo dat de informatie die de staatssecretaris ons geleverd heeft, juist weer tot allerlei nieuwe vragen leidt. Ik denk dus dat de kans heel groot is — dat zeg ik ook in de richting van de heer Van Dijk — dat we morgen dat AO hebben, dat daar dan veel discussie over ontstaat en dat we hier dan misschien alsnog een plenaire afronding gaan doen, ook al op dezelfde dag, omdat het allemaal behoorlijk spannend is. Ik stel dus voor om het voorstel van mevrouw Dijkstra te steunen. De fractie van GroenLinks steunt dit van harte.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie steunt het voorstel ook.

De voorzitter:

Welk voorstel?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dat van mevrouw Dijkstra van de fractie van D66.

De heer Potters (VVD):

Geen steun voor dit voorstel. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van Dijk. We hebben ontzettend ons best gedaan om deze deadline te halen. Eerder was nog het idee om het AO wat later te plannen. Toen moest het echt met stoom en kokend water morgen plaatsvinden. Daar is alles op gericht. Iedereen wil graag duidelijkheid over de stand van zaken. We gaan wat mij betreft dus gewoon morgen het AO houden. Ik zie geen reden voor een plenair debat.

Mevrouw Agema (PVV):

Tijdens mijn afwezigheid is de vertrouwensvraag hier aan de orde geweest over dit onderwerp. Ik vind het nogal onverstandig dat de coalitie dit verzoek van mevrouw Dijkstra wil blokkeren. Zij krijgt natuurlijk alle steun van mijn fractie, maar ik moet zeggen dat ik hier wel verbijsterd over ben.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter.

De voorzitter:

U bent al geweest, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Dat weet ik. De Algemene Rekenkamer is onder andere op mijn verzoek voor morgen met een snelle technische briefing gekomen, maar dat was allemaal wel met de aanname dat we een heldere brief hadden gekregen over de uitvoering van de motie. We moeten gewoon vaststellen dat de informatie die we hebben gekregen onvoldoende is om dat te kunnen beoordelen. Dat konden we niet voorzien. Dat wil ik toch zeggen tegen de VVD en de Partij van de Arbeid. Op dit moment hebben wij de basis van de cijfers van de staatssecretaris niet gehad. Wij hebben daar nadere informatie over gevraagd. Ik zit eigenlijk niet te wachten op weer een debat waarbij we een uur van tevoren alle informatie krijgen waardoor we het niet goed kunnen doen. Daarom steunen wij het voorstel van mevrouw Dijkstra.

De voorzitter:

Dat hebt u al uitgesproken. Er is geen meerderheid voor uw verzoek. Dat is het.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Dat moet ik inderdaad vaststellen. Het heeft weinig zin om een dertigledendebat op de agenda te zetten, tenzij het mogelijk is om dat snel te plannen, want dan doe ik dat graag. Het gaat vooral om de zorgvuldigheid. Daarom ben ik uiterst verbaasd over de reactie van de coalitie, die kennelijk niet uit is op die zorgvuldigheid en nu terugkomt op zaken die gebeurd zijn voor het reces, voordat we zicht hadden op wat wij gerapporteerd kregen. Ik kan op dit moment niet beoordelen of aan mijn motie voldaan is. Ik geef het toch maar even aan de collega's van de coalitie in overweging. Ik kan dat nu niet overzien, en ik weet niet of ik dat morgen kan overzien.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Dijkstra.

Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt van 16.46 uur tot 17.02 uur geschorst.