8 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, morgen ook te stemmen over de ingediende moties bij de wetgevingsoverleggen over de jaarverslagen over het jaar 2014 van de ministeries van VWS, van SZW, van EZ en van I en M, over de motie ingediend bij het notaoverleg over de Veteranennota 2015, over de aangehouden motie-Veldman/Albert de Vries (31757, nr. 65) en over de aangehouden motie-Bergkamp/Pia Dijkstra (30420, nr. 215).

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor, het VAO Staat van de woningmarkt, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 21 januari, van de plenaire agenda af te voeren.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen: 34000-J, nr. 21; 34000-A, nr. 37; 21501-08, nr. 503; 33400-XII, nr. 35; 27625, nr. 299; 33750-A, nr. 40; 33750-A, nr. 38; 30872, nr. 156; 33612, nr. 40.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • -het VAO Grondstoffen en afval, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 25 juni, met als eerste spreker mevrouw Van Veldhoven van D66; dit VAO zal plaatsvinden na het reces;

  • -het VAO Water, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 24 juni, met als spreker mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren; ook dit VAO vindt plaats na het reces;

  • -het VAO NZa, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 25 juni, met als eerste spreker mevrouw Leijten van de SP.

Mevrouw Leijten (SP):

Er is mij verzocht om hier te melden dat de SP het debat graag voor het reces wil voeren, dus ik vraag u dat in te plannen.

De voorzitter:

Ik noteer dat u dit VAO nog aan de agenda van deze week toegevoegd wilt hebben. Ik neem aan dat de Kamer daar geen bezwaar tegen heeft.

Ook stel ik voor, toe te voegen aan de agenda:

  • -het VAO Burundi, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 25 juni, met als eerste spreker de heer Van Laar van de PvdA.

De heer Van Laar (PvdA):

Voorzitter. De verkiezingen in Burundi zijn op 15 juli. Wij willen graag voor die datum nog een signaal afgeven en willen dus ook graag dat dit VAO nog deze week wordt ingepland.

De voorzitter:

Ik neem aan dat de Kamer dit heeft gehoord en er geen bezwaar tegen heeft dat wij voor de zomer dit VAO houden. Dan wordt het VAO toegevoegd aan de agenda van deze week.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Gesthuizen van de SP.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Komende donderdag is er een algemeen overleg Telecommunicatie van de commissie voor Economische Zaken. Bij dezen doe ik een vooraankondiging voor een VAO. Dat moet, helaas, toch nog voor het reces gehouden worden. Ook over de bij dat VAO ingediende moties moet nog voor het reces gestemd worden.

De voorzitter:

Dat moet vanwege een tijdsklem, neem ik aan. Ik neem aan dat de Kamer daartegen geen bezwaar heeft. Dan wordt ook dit VAO toegevoegd aan de lijst van deze week.

Het woord is aan de heer Hoogland van de PvdA.

De heer Hoogland (PvdA):

Voorzitter. Ik wil graag een debat aanvragen — ik stel u gerust: dat mag na het reces worden gevoerd — over het bericht dat ProRail stiekem contracten verlengde. Voorafgaand aan dat debat zou ik graag willen dat er een schriftelijke ronde wordt gehouden.

De voorzitter:

We gaan dus aan de griffier vragen om de vragen voor die schriftelijke ronde te inventariseren. U wilt een brief en een debat.

De heer Bashir (SP):

Deze informatie is naar buiten gekomen naar aanleiding van Kamervragen van mij. Voor ik die Kamervragen stelde, heb ik de heer Hoogland de vragen gemaild die ik zou gaan stellen en heb ik hem geschreven dat hij ook gerust aanvullende vragen kon stellen. Pas nu de antwoorden er zijn, is de heer Hoogland wakker geworden, en nu staat hij hier. Laat hem die aanvullende vragen alsnog stellen, dat is geen probleem. Liever nog had ik het debat veel sneller gehad. Ik begrijp dat wij nu met reces gaan, dus dat zit er niet in. Ik steun beide voorstellen.

De voorzitter:

U steunt beide voorstellen.

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor beide voorstellen.

De heer Geurts (CDA):

Steun voor beide voorstellen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Steun.

Mevrouw De Boer (VVD):

Steun.

De voorzitter:

Mijnheer Hoogland, u hebt brede steun van de Kamer. Ik zal het debat toevoegen aan de lijst van debatten. De spreektijd bedraagt vier minuten per fractie. Ik zal aan de griffier van de commissie vragen om de vragen te inventariseren die er nog leven. Ik zal alvast via het stenogram de regering op de hoogte stellen dat zij die vragen tegemoet kan zien. Dank u wel.

Ik wil het woord geven aan de heer Smaling van de SP, maar ik zie dat hij er niet is. Dan geef ik het woord aan de volgende. Dat is de heer Bontes.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag werden we geconfronteerd met verschrikkelijke terreuraanslagen in Tunesië, Frankrijk en Koeweit. Ik heb op 3 juni 2014 een debat aangevraagd over terreur en terugkerende jihadisten. Ik zou dat debat graag uitbreiden met het onderwerp van de terreuraanslagen in Tunesië, Frankrijk en Koeweit en zou het debat graag zo snel mogelijk na het reces gepland zien.

De voorzitter:

U had een debat aangevraagd over terugkerende Syriëgangers. Uw verzoek is om dat debat uit te breiden en het zo snel mogelijk na het reces in te plannen.

Mevrouw Helder (PVV):

Steun voor beide verzoeken.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Mijn fractie steunt het verzoek niet. We houden regelmatig algemeen overleggen over terrorismebestrijding. Daar kan dit onderwerp goed in ingepast worden.

De heer Oskam (CDA):

Uitbreiding van het debat is prima.

Mevrouw Tellegen (VVD):

Mijn fractie steunt het verzoek niet. We hebben gisteren de dreigingsanalyse van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid ontvangen. Daarin zijn ook de recente aanslagen meegenomen. Ik stel voor dat we zo snel mogelijk na het reces een AO Terrorisme inplannen.

De heer Recourt (PvdA):

Mijn fractie steunt het verzoek niet. Morgen voeren we overigens al een debat over de inlichtingendiensten. Daar kunnen we deze vreselijke gebeurtenissen op korte termijn bij betrekken. Op de langere termijn kan het onderwerp betrokken worden bij een AO of een debat.

De voorzitter:

Mijnheer Bontes, het goede nieuws is dat het debat hoog op de lijst staat omdat u het al eerder had aangevraagd. Het zal dus sowieso snel na de zomer worden ingepland. Ik moet echter vaststellen dat de Kamer niet uw behoefte deelt om de agenda voor het debat uit te breiden.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Het debat is aangevraagd op 3 juni 2014. Dat is dik een jaar geleden. Het kan toch niet dat het zo lang op de lijst staat!

De voorzitter:

Daarom zei ik al dat het heel snel na de zomer aan de beurt is.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Graag. Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Klaver van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb een kort en simpel verzoek. Ik wil graag dat het terugblikdebat op de Europese top, dat voor vandaag gepland is, een volwaardig debat wordt, zodat we de mogelijkheid en de ruimte hebben om in te gaan op de actuele situatie in Griekenland. Dat debat mag van mij met alleen de premier worden gehouden, maar mochten de collega's er behoefte aan hebben om dit onderwerp ook met de minister van Financiën te bespreken, dan vind ik dat prima.

De voorzitter:

De heer Klaver verzoekt om steun om het terugblikdebat om te zetten in een gewoon debat.

De heer Van Raak (SP):

Steun.

De heer Segers (ChristenUnie):

Steun voor dat verzoek.

De heer Harbers (VVD):

Mijn fractie steunt dat verzoek. Ik zal zelf over Griekenland spreken. Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging, maar het moet wel weten dat het debat ook over Griekenland zal gaan. Het is misschien handig als de minister van Financiën ook naar de Kamer komt.

De heer Omtzigt (CDA):

Steun voor het verzoek, maar ik zou het niet erg vinden als de minister-president aanbiedt om eerst vijf minuten een verklaring af te leggen over de laatste stand van zaken. Die wisselt namelijk per minuut op dit moment.

De heer Van Laar (PvdA):

Steun voor het verzoek.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Steun; dus met de premier en de minister van Financiën.

De heer Pechtold (D66):

Een goed idee.

De heer Bisschop (SGP):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mijnheer Klaver, u hebt brede steun van de Kamer. Ik zal doorgeven aan het kabinet dat het op deze manier gaat. Tegen de heer Omtzigt zeg ik dat als de premier de behoefte voelt om de nieuwste ontwikkelingen te melden, dat uiteraard altijd kan. Het wordt dus een volwaardig debat met twee termijnen. Ik zal vragen of de minister van Financiën in de gelegenheid is om daarbij aanwezig te zijn.

De heer Klaver (GroenLinks):

Nogmaals, ik laat het aan het kabinet of hij daarbij is.

De voorzitter:

Dat snap ik. Dank u wel.

Ik geef het woord aan de heer Klein.

De heer Klein (Klein):

Voorzitter. Wij hebben afgelopen zaterdag in Trouw kunnen lezen dat in Finland een goede discussie over het basisinkomen plaatsvindt. Ook in Nederland vinden steeds meer experimenten plaats, bijvoorbeeld in Nijmegen, Utrecht, Leeuwarden en Groningen. Zeker nu ook de belastinghervormingen op zich laten wachten, stel ik voor om met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een debat te houden over het belang van het basisinkomen. Het basisinkomen was een vrijzinnig perspectief op een houdbaar en rechtvaardig sociaal stelsel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dit was vast een deel van uw inbreng.

De heer Klein (Klein):

Nee hoor, ik begin pas.

De voorzitter:

Het verzoek is om een debat te houden over het basisinkomen.

De heer De Graaf (PVV):

Zoals kinderen van de kachel moeten afblijven, moeten wij met z'n allen van socialistische experimenten als het basisinkomen afblijven. Geen steun dus.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Juist niet; daarom steunen wij het verzoek.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat debat komt al, want de vorige week hebben wij een debat gehad over de Wet werk en bijstand. Daarin heeft de staatssecretaris gezegd dat zij gaat praten met de gemeenten die de heer Klein net noemde, en dat zij daar in september op zal terugkomen. Voorlopig dus geen steun, juist omdat het kabinet heeft gezegd dat het met een reactie op de voorstellen komt.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Geen steun voor dit verzoek.

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Er komt nooit een basisinkomen; dus geen steun. Volstrekt overbodig.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ook geen steun van D66, om dezelfde reden als mevrouw Voortman van GroenLinks aangaf.

De heer Ulenbelt (SP):

Dit voorstel is: liberalen willen nu een uitkering voor iedereen. Dat is helemaal niet socialistisch. Dat is hartstikke rechts. Ik snap ook wel dat het daarvandaan kwam. Voor een ordelijk debat hierover vraag ik een brief van de regering over dit onderwerp. Vooralsnog geef ik geen steun voor het debat.

De voorzitter:

Dus wel een brief, maar geen steun voor een debat.

De heer Anne Mulder (VVD):

Geen steun voor een voorstel voor gratis geld, maar de heer Klein mag dit altijd doen bij de Algemene Financiële Beschouwingen.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ik ga mij niet wijden aan welke kwalificatie dan ook, maar ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Voortman. Geen steun dus voor het debat, omdat wij in september nieuws verwachten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Laat ik me bij deze laatste woorden aansluiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat geldt ook voor mij. Ik kan mij voorstellen dat de eerdere toezegging van de staatssecretaris wordt aangevuld met de brief waar de SP-fractie om vraagt en dat het experiment in Finland bij de reactie wordt betrokken.

De voorzitter:

Bij de reactie die al is beloofd.

Mijnheer Klein, ik stel vast dat u niet voldoende steun van de Kamer hebt voor het houden van een debat. Het verzoek is om de brief die blijkbaar al is toegezegd, uit te breiden met een reactie op de plannen in Finland.

De heer Klein (Klein):

Dat is bijzonder jammer, juist waar dit in diverse plaatsen gebeurt. Het lijkt mij dus heel goed om in het beperkte debat in september met de staatssecretaris daarover verder te praten. Maar het blijkt wel dat op dit moment de landelijke politiek nog helemaal niet toe is aan enige discussie over een goed, echt onvoorwaardelijk basisinkomen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan de heer Kuzu.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Morgen is het precies 152 jaar geleden dat wij een mijlpaal bereikten in onze moderne beschaving. Morgen staan er stemmingen gepland over moties die de afgelopen week zijn ingediend. Wij verzoeken om die stemmingen uit te stellen tot het einde van de vergadering, omdat dit van respect zou getuigen voor heel veel mensen in onze samenleving. Ik kan mij ook voorstellen dat er Kamerleden zijn die naar de herdenking in het Oosterpark in Amsterdam willen gaan. Ik ben daar in ieder geval een van. Daarom het verzoek om de stemmingen uit te stellen tot het einde van de middagvergadering.

De voorzitter:

Ik kijk even in de agenda, want die is een beetje ingewikkeld. Het einde van de middagvergadering is om 20.30 uur. Er is morgen namelijk geen einde van de middagvergadering, want het debat over "Hoekstra" loopt door tot 20.30 uur. Dat is een feitelijke mededeling, die ik meegeef bij het verzoek.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Het is niet ongebruikelijk dat debatten even worden onderbroken om te gaan stemmen. Dat zouden we dus ook nog kunnen doen, op een gepast moment. Dat laat ik aan u over, voorzitter. Mijn punt is vooral dat ik me kan voorstellen dat er Kamerleden zijn die aan het begin van de middagvergadering naar de herdenking willen.

De voorzitter:

Ik snap uw verzoek. Ik wilde alleen zeggen dat het debat-Hoekstra dan gaande is en dat dit ongeveer om 20.30 uur morgenavond afgelopen is.

De heer Krol (50PLUS):

Ik begrijp het verzoek en ik wil het steunen. Het tijdstip horen we dan wel.

De heer Van Weyenberg (D66):

Steun.

Mevrouw Arib (PvdA):

Mijn partij, de PvdA, is altijd aanwezig bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij. De afgelopen jaren is er nog nooit om uitstel gevraagd. We zullen ook morgen vertegenwoordigd zijn, maar daarvoor hoeven de stemmingen niet te worden uitgesteld.

De voorzitter:

Geen steun voor het verzoek dus.

De heer Segers (ChristenUnie):

Als er een praktische oplossing kan worden gevonden, steun ik het verzoek.

De heer Klein (Klein):

Ik heb begrepen dat de Voorzitter van de Eerste Kamer namens de Staten-Generaal een krans zal leggen. Het lijkt mij dus gepast dat ook leden van deze Kamer daar aanwezig kunnen zijn en dat de stemmingen dan worden uitgesteld.

De voorzitter:

U steunt het verzoek dus.

De heer Elias (VVD):

Ik verleen geen steun. Ik ben het eens met mevrouw Arib.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Steun voor het verzoek.

De heer Knops (CDA):

Ik steun het verzoek niet. Ik ben het eens met de heer Elias.

De heer Van Bommel (SP):

Ik wil het verzoek wel steunen, voorzitter, maar kan niet goed beoordelen wat de praktische implicaties zijn van hetgeen u hebt gezegd. Er worden lange stemmingen voorzien, naar ik heb begrepen zo'n anderhalf uur. In de middag houdt in ieder geval de commissie voor Buitenlandse Zaken, waarvan ik zelf lid ben, een algemeen overleg over Afghanistan. Tezelfdertijd — en dat duurt nog veel langer — zal er een debat zijn over de gaswinning in Groningen, waarvoor veel mensen komen en dat naar verluidt zelfs tot laat in de avond zal duren. Wat betekent de agenda voor het voorstel van de heer Kuzu? Daar heb ik geen goed zicht op. Ik neig ernaar om het voorstel te steunen, maar het moet wel praktisch haalbaar zijn.

De heer Fritsma (PVV):

De PVV steunt het verzoek niet.

De voorzitter:

Om antwoord te geven op de vraag van de heer Van Bommel: we zitten inderdaad met een heel ingewikkeld schema. Ik wil het plenaire debat over het rapport van de commissie-Hoekstra niet onderbreken. Dat is een heel ingewikkeld debat en het is een goede gewoonte om een dergelijk debat niet te onderbreken. Daarnaast moeten we de collega's van de commissie voor EZ al heel dankbaar zijn, want zij hebben vorige week de bereidheid getoond om een voorzien plenair debat over Groningen om te zetten in een notaoverleg. Dat houden ze morgen, inderdaad morgenmiddag en -avond. Als wij gaan stemmen — het zijn lange stemmingen over de Natuurwet en de Omgevingswet, met heel veel amendementen — moet het notaoverleg langdurig onderbroken worden. Alle mensen die vanuit Groningen hiernaartoe komen, moeten dan dus ook langdurig wachten. In de planning hebben wij geprobeerd om met al die dingen rekening te houden, zo zeg ik in antwoord op de vraag van de heer Van Bommel.

De heer Van Bommel (SP):

Dat maakt het voor de Kameragenda praktisch onmogelijk. Er is dan eigenlijk maar één uitweg en die zou dan donderdagochtend zijn. Dat is natuurlijk ook geen gelukkige oplossing, maar praktisch zou het wellicht wel kunnen met de agenda. Ik zie dat het met de andere debatten nagenoeg onmogelijk wordt, maar donderdagochtend?

De voorzitter:

Ik vind het heel vervelend om hier procedureel in te gaan zitten. Wij hebben er heel goed naar gekeken. Het is een ongelooflijk gecompliceerd schema, waarover straks tijdens de regeling ook nog een verzoek komt. Ik heb de heer Segers goed gehoord, maar ik heb vooruitlopend op dit verzoek natuurlijk ook al gekeken wat de mogelijkheden zijn. De meerderheid van de Kamer heeft zojuist in de regeling gezegd: doe het niet; probeer het vanwege de overmachtsituatie op een andere manier. Ik heb echt gekeken. Alles kan natuurlijk, maar het alternatief is dan om op donderdag twee keer heel lang te gaan stemmen. Als de Kamer het zo wil in meerderheid, kan het altijd, maar volgens mij heeft een meerderheid van de Kamer — met de gevoelens van alle leden rekening houdend — gezegd dat zij dit niet wil.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Ik begrijp dat u daarnaar hebt gekeken. Ik vind het voorstel van de heer Van Bommel goed. Het moet natuurlijk praktisch inpasbaar zijn, maar mijn voorstel is om ons op dit punt niet te laten belemmeren door interne procedures en door agenda's. Er zijn mogelijkheden en we kunnen die mogelijkheden vinden. Ik wil nog twee dingen zeggen.

De voorzitter:

Maar heel kort.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik vind het getuigen van de arrogantie van de macht als grote partijen hier aangeven …

De voorzitter:

Nou, nou, nou, mijnheer Kuzu.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik vind het heel vervelend. Als morgenmiddag die stemmingen doorgaan, zal ik er in ieder geval niet bij zijn. Dat geef ik direct bij dezen aan.

De voorzitter:

Dank u wel voor deze mededeling, maar ik maak er wel bezwaar tegen. Er is hierover een uitgebreide discussie geweest. De deelnemers hebben volgens mij op een integere manier aangegeven hoe zij hierin staan en ook dat zij veel gevoel hebben voor de argumenten die u hebt, maar dat zij eveneens kijken naar het belang van de Kamer in z'n algemeenheid. Iedereen heeft het recht om te zeggen wat hij of zij wil, maar ik heb volgens mij gehoord dat er op een integere manier een afweging is gemaakt.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

De heer Knops heeft nog de behoefte iets te zeggen.

De heer Knops (CDA):

Voorzitter. Bij die laatste opmerking wil ik mij volledig aansluiten. Ik wil ook afstand nemen van de woorden over de arrogantie van de macht die de heer Kuzu voor de zoveelste manier gebruikt. Wij maken hier een interne afweging, op basis van een overvolle agenda. De heer Kuzu komt met een verzoek, en dat is legitiem, maar de Kamer heeft ook het recht om daarin een integere afweging te maken. Als de heer Kuzu dit op deze manier wegzet, doet hij de hele Kamer tekort, inclusief hemzelf, dus ik denk dat wij hierover niet langer moeten spreken en zo snel mogelijk moeten starten met die overvolle agenda.

Mevrouw Arib (PvdA):

Daar wil ik mij van harte bij aansluiten. Ik begon mijn reactie ook met een verwijzing naar vorig jaar en de jaren daarvoor. Iedereen heeft de vrijheid om morgen naar de herdenking te gaan. Dat moet je binnen je eigen fractie met elkaar afspreken. Ik neem hiervan dus ook afstand.

De voorzitter:

Ik stel voor dat we deze discussie als afgerond beschouwen. Iedereen heeft hierover kunnen zeggen wat hij of zij wil.

Ik ga door naar het volgende punt op de agenda. Daarvoor geef ik het woord aan de heer Recourt van de PvdA.

De heer Recourt (PvdA):

Voorzitter. Morgenmiddag is hier in de Kamer het debat over de uitkomsten van het onderzoek van de commissie-Hoekstra, in aanwezigheid van de minister van Veiligheid en Justitie. Namens de fracties van CDA, D66, VVD, ChristenUnie, SGP, SP, PVV en de PvdA verzoek ik om ook de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uit te nodigen voor dit debat.

De voorzitter:

Ik zal dit verzoek doorgeven aan het kabinet.

Ik geef het woord aan de heer Omtzigt van het CDA. De heer Omtzigt ziet ervan af het woord te voeren. Dan geef ik het woord aan de heer Elias van de VVD.

De heer Elias (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Gezien de overvolle agenda in deze laatste week voor het zomerreces, wil ik graag namens de VVD-fractie het voorstel doen om, bij wijze van uitzondering, de Kamervergaderingen van morgen en donderdag, in plaats van om 10.15 uur, om 9.00 uur te laten beginnen en om vanavond, morgen en donderdag alle lunch- en dinerpauzes te laten vervallen. De druk op de agenda is dermate groot dat mijn fractie dit gerechtvaardigd acht. Aan niemand buiten dit huis valt uit te leggen waarom wij hier met zijn allen tot vrijdagochtend vroeg zouden moeten doorvergaderen. Dat valt trouwens ook niet uit te leggen aan een aantal mensen binnen dit huis.

De voorzitter:

Ik denk dat dit een prima voorstel is. Wij kunnen echter alleen om 9.00 uur beginnen als het quorum aanwezig is. Dat betekent dat 76 mensen hier in huis aanwezig moeten zijn.

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik woon aan het Plein, dus om 9.00 uur komen is prima. Geen lunch en diner voor de heer Elias is misschien een goed idee.

(Hilariteit)

De heer Knops (CDA):

Laat dat ook mijn gedachte zijn. Mijn vraag aan de heer Elias is of dit niet betekent dat de rest niet luncht en dineert. Onder voorwaarde dat de rest kan dineren in zijn eigen tijd, kunnen wij met het voorstel akkoord gaan.

De heer Elias (VVD):

Er is dan zelfs meer ruimte in het restaurant.

De heer Bisschop (SGP):

Om 9.00 uur starten is een beetje aan de late kant, maar goed, wij gaan ermee akkoord.

De heer Van Raak (SP):

Wij vragen veel van het personeel, vooral deze week. Als het personeel hiermee kan instemmen en er van die kant geen bezwaar is, dan lijkt het mij een heel erg goed idee.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik denk dat deze mensen ook graag op tijd naar huis willen gaan. Dat kan hiermee worden bevorderd. GroenLinks steunt dus het verzoek.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik maak hierbij dezelfde aantekening als collega Van Raak. Verder steun ik het verzoek.

De heer Klein (Klein):

Ik steun het verzoek van de heer Elias, maar ik heb nog wel een aanvullend verzoek. De kleine fracties gebruiken de lunch- en dinerpauzes vaak ook om de stemmingen voor te bereiden en alles weer op orde te krijgen. Mijn verzoek is om na het laatste VAO een halfuur te schorsen voor de stemmingen.

De voorzitter:

Vlak voor het reces is het zeker gebruikelijk om voor de stemmingen nog een schorsing te hebben.

Mevrouw Arib (PvdA):

Ik steun het verzoek als ook het personeel hiermee akkoord gaat. Ik denk dat het personeel hiermee wel akkoord gaat.

De heer Schouw (D66):

Steun van D66.

De voorzitter:

Mijnheer Elias, u hebt brede steun voor uw verzoek. Er komt dus een nieuw schema. Eerder dankte ik al de collega's van de commissie voor EZ voor het feit dat zij een plenair debat hebben omgezet in een notaoverleg. Ook zijn een heleboel collega's bereid geweest om hun VAO tot na de zomer door te schuiven of zelfs in te trekken. Er komt dus langzaam lucht in het schema. Ik dank u allen voor uw medewerking.

Het woord is aan de heer Krol.

De heer Krol (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. Wij lopen de kans dat de vergadering van donderdag tot vrijdagochtend vroeg doorgaat. Ik denk dat dat de zorgvuldigheid van datgene wat wij hier bespreken niet ten goede zal komen. Ik stel daarom voor om gewoon tegen de klok van elven te stoppen en de volgende dag verder te gaan. Ik begrijp dat dat een aanslag is op de vakantiedagen van Kamerleden, maar ik denk dat de mensen thuis heel goed begrijpen dat wij hier zorgvuldig moeten debatteren.

De voorzitter:

Ik heb eerder al opgemerkt dat er een herzien schema komt, waarop minstens tien VAO's minder staan. Wij gaan bovendien een uur eerder beginnen, dus dat scheelt ook al heel veel ruimte.

De heer Bisschop (SGP):

Als 50-plusser weet ik dat je, als je ouder wordt, wat minder slaap nodig hebt, dus ik stel voor om de vergadering gewoon netjes 's avonds af te maken.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Knops (CDA):

Ik kan nog niet uit die ervaring spreken, maar ik sluit mij wel aan bij de heer Bisschop.

(Hilariteit)

De heer Schouw (D66):

De afslankkuur van de heer Elias helpt al enorm om dit doel te bereiken. Met wijze zelfbeperking van de Kamerleden zullen wij donderdag gewoon uiterlijk om 23.00 uur klaar zijn.

De heer Van Raak (SP):

Als wij vrijdagochtend zouden verdergaan, ben ik een beetje bang dat wij hier vrijdagavond nog zitten. Om die deur in ieder geval dicht te houden, steun ik het voorstel niet.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

De heer Krol heeft kennelijk al vakantie vrijdag, maar ik heb vrijdagochtend om 10.30 uur gewoon een vergadering. Wij steunen het voorstel niet.

Mevrouw Arib (PvdA):

En de PvdA ook niet.

De heer Krol (50PLUS):

Die vergadering heb ik ook staan, dus wat dat betreft kunnen wij elkaar de hand geven. Ik vind het jammer dat wij niet gewoon de regel kunnen invoeren dat wij 's avonds om 23.00 uur stoppen, wat er ook gebeurt.

De voorzitter:

Misschien wordt u nog heel erg verrast door de Kamer.

Het woord is aan de heer Ten Broeke van de VVD.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Gisteravond zond de VPRO een documentaire uit met daarin mogelijk nieuwe onthullingen over de verovering van de enclave Srebrenica en de moord op meer dan 8.000 mannen door Bosnisch-Servische troepen. Uit documenten van Amerikaanse inlichtingendiensten zou blijken dat in ruil voor het redden van 340 Britse en Franse gijzelaars is afgesproken dat Bosnische Serviërs niet mochten worden tegengehouden toen zij de moslimenclave Srebrenica innamen. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het uitblijven van luchtsteun. Mede namens mijn collega Eijsink van de Partij van de Arbeid verzoek ik om een debat met de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over de nieuwe informatie die gisteren is verspreid, voorafgegaan door een brief. De regering zal zorgvuldig haar eigen archieven en andere bronnen in Nederland en wellicht bij bondgenoten moeten raadplegen. Wij zijn ons allen bewust van de heftige gevoelens die dit oproept bij iedereen die bij Srebrenica betrokken is geweest en verwachten dan ook een grondig onderzoek. Ik begrijp dat dat niet op korte termijn kan gebeuren, maar zie het wel liefst zo snel mogelijk gebeuren.

De voorzitter:

Ik dacht dat ik de heer De Roon als eerste uit zijn stoel zag springen.

De heer De Roon (PVV):

Ik steun dit voorstel van de heer Ten Broeke. Ik hoop dat het een heel grondig onderzoek wordt en ik hoop dat het kan resulteren in excuses van het kabinet aan al die Srebrenicagangers die de afgelopen twintig jaar in het verdomhoekje zijn gezet. Hopelijk zal hun rol door het onderzoek in een heel ander licht komen te staan.

De heer Sjoerdsma (D66):

Steun voor het debat en steun voor de brief.

De heer Van Bommel (SP):

Steun voor dit verzoek. Ik denk dat het van belang is dat er eerst een goede brief komt. Ik heb schriftelijke vragen gesteld en ik neem aan dat die daarin worden meegenomen. Ik vind het van belang dat er zo snel mogelijk meer openheid komt over documenten over deze zaak die geopenbaard kunnen worden. Dat is voor alle betrokkenen van belang, ook voor de Kamer teneinde dat debat op enig moment goed te kunnen voeren. Het verzoek om dat debat steun ik. Wij moeten als Kamer ook verder kijken en niet al te lang op de regering blijven wachten. Mogelijk rechtvaardigt dit nader onderzoek van onze kant. Wij vragen nu de regering om iets te openbaren, maar de Kamer heeft zelf eerder onderzoek gedaan. Het kan zijn dat dat onvolledig blijkt.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u die discussie verder voert in de procedurevergadering van de commissie.

De heer Krol (50PLUS):

Ik geef steun voor het debat.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Verschrikkelijke ontwikkelingen toen hebben voor heel veel mensen heel veel leed veroorzaakt. Nabestaanden hebben het recht om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen. Ik geef dus steun voor het verzoek.

De heer Slob (ChristenUnie):

Over dit onderwerp hebben we zelfs een parlementaire enquête gehad. Er komt nu weer nieuwe informatie op tafel. Daarom steun ik het verzoek: eerst een brief en daarna het debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun van de Partij voor de Dieren voor het verzoek.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook van de kant van de SGP is er steun voor het verzoek. Juist omdat we een parlementaire enquête hebben gehad, is het eigenlijk jammer als dit opnieuw opgerakeld wordt en de enquête niet de afsluiting was. Maar er is in dit geval echt reden voor. Daarom geven wij van harte steun.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook wij steunen het verzoek. Ik ondersteun ook van harte het pleidooi van de heer Van Bommel voor meer openheid. Er is dus steun van GroenLinks.

De heer Knops (CDA):

Wij geven steun voor het verzoek van de heer Ten Broeke evenals voor de aanvullende vragen die de heer Van Bommel gesteld heeft.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal het debat gaan inplannen, zodra de informatie beschikbaar is. Ik neem aan dat ik nog via de commissievergadering hoor hoe de commissie dit precies wil, omdat er wellicht ook nog over iets anders gesproken gaat worden.

De heer Ten Broeke (VVD):

Het lijkt mij prima om het op die manier te doen. Ik wil mijn dank uitspreken aan alle collega's die zo breed hiervoor steun hebben uitgesproken. Ik voeg daaraan toe dat het niet alleen om de nabestaanden gaat, maar ook om de Dutchbatters, die ons gisteren een brief hebben geschreven. Het is om een veelheid van redenen noodzakelijk om hiernaar een heel grondig onderzoek te laten doen.

De voorzitter:

Ik ga proberen dat zo zorgvuldig mogelijk te doen. Ik stel de spreektijden voorlopig gewoon vast op vier minuten per fractie. Mocht het nodig zijn, dan kunnen we daarover altijd later met elkaar overleggen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Eerlijk gezegd lijkt mij dat voor dit bijzondere onderwerp wel wat marginaal.

De voorzitter:

Ik zei er heel expliciet bij dat ik dat nu doe, omdat ik iets van een spreektijd moet vaststellen. Volgens mij is het handiger als we daar even met elkaar over overleggen. Die ruimte is er zeker.

Ik geef het woord aan mevrouw Visser van de VVD.

Mevrouw Visser (VVD):

Aankomende donderdag is er een algemeen overleg MIRT, over alle grote infrastructurele projecten. Daarover moet in het najaar worden besloten. De historie kennende is de kans zeer groot dat dit overleg gaat leiden tot een aanvraag voor een VAO. Hierbij wil ik dus al een VAO-aanvraag doen voor aankomende donderdag.

De voorzitter:

In uw aankondiging hoor ik al doorklinken dat dit niet na de zomer kan, maar dat dit voor de zomer moet. Ik neem aan dat de Kamer daar geen bezwaar tegen heeft. Ik zal het toevoegen aan de agenda.

Hiermee is er een einde gekomen aan de regeling van werkzaamheden. De regeling was korter dan voorzien. Alles is vandaag anders. Op het schema hebt u kunnen zien dat wij om 16.00 uur bijeenkomen voor het afscheid van onze Griffier.

De vergadering wordt van 15.31 uur tot 16.02 uur geschorst.

Naar boven