Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 77, item 6

6 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Devoorzitter:

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van volgende week:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de verhoging van de leeftijd waarop gerechtsdeurwaarders van rechtswege ontslag wordt verleend (32723);

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van een van de volgende weken:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de instelling van het diplomaregister hoger onderwijs, beroepsonderwijs, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, NT2 en inburgering (32587);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer i.v.m. de verbeterde aansluiting van de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op de kaderrichtlijn water (32427).

Op verzoek van het lid Ouwehand stel ik voor, haar moties 28286, nr. 475, en 32372, nr. 26, opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, genoemde termijn van twee maanden voor deze moties opnieuw gaat lopen.

Op verzoek van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stel ik voor om het wetsvoorstel Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning om te regelen dat eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang door gemeenten bij verordening worden geregeld (32439) tot nader order van de agenda van de Kamer af te voeren.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het VAO pensioenonderwerpen, naar aanleiding van het algemeen overleg van 20 april 2011, met als eerste spreker het lid Ulenbelt van de SP;

  • - het VAO onderzoek inzake beweringen informant SNV, naar aanleiding van het algemeen overleg van 20 april 2011, met als eerste spreker het lid Irrgang van de SP;

  • - het VAO Actieplan mbo 2011–2015, naar aanleiding van het algemeen overleg van 20 april 2011, met als eerste spreker het lid Elias van de VVD;

  • - het VAO aanschaf tweede F-35 testtoestel, naar aanleiding van het algemeen overleg van 20 april 2011, met als eerste spreker het lid Jasper van Dijk van de SP.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

Devoorzitter:

Het woord is aan mevrouw Smits.

MevrouwSmits (SP):

Voorzitter. Op 17 maart heb ik schriftelijke vragen gesteld aan de minister over de vele schulden bij jongeren in het mbo. Ik zou daar graag antwoord op krijgen en ik zou willen vragen of het weer mogelijk wordt dat er, als wij vragen niet binnen de gestelde termijn beantwoord krijgen, gewoon een briefje komt waarin wordt uitgelegd waarom dat niet lukt en waarom het weer langer duurt. Wij krijgen de antwoorden nu immers om de haverklap te laat.

Devoorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Thieme.

MevrouwThieme (PvdD):

Voorzitter. Gisteren hebben wij een brief gekregen van de staatssecretaris van EL&I, waarin hij aangeeft dat hij mijn aangenomen motie over de overheidscontrole op diertransporten en slachthuizen niet zal uitvoeren. Daarom wil ik hierover – helaas, ik had het liever anders gezien – een spoeddebat met de staatssecretaris voeren.

De heerKoopmans (CDA):

Omdat dit soort dingen met spoed behandeld moet worden, lijkt het ons geen goed idee om dit verzoek te steunen. Dan duurt het immers veel te lang. Het lijkt mij veel beter om dit volgende week te bespreken in het algemeen overleg over dierhouderij. Dat AO is op 28 april; dat is dus de grootste spoed die je in dit huis kunt hebben.

De heerVan Dekken (PvdA):

Ik heb alle begrip voor de uitspraken van mevrouw Thieme. Wij steunen het verzoek.

MevrouwSnijder-Hazelhoff (VVD):

Functioneel gezien lijkt het mij handig om dit te betrekken bij het reeds geplande AO over dierhouderij.

MevrouwVan Gent (GroenLinks):

Moties die aangenomen zijn door de Tweede Kamer moeten gewoon worden uitgevoerd. Ik vind dat wij ons niet moeten laten schofferen door het kabinet. Alleen al daarom steun ik het spoeddebat. Daarnaast zijn er natuurlijk ook inhoudelijke argumenten.

De heerVan Gerven (SP):

Daar ben ik het mee eens. Ik begrijp de houding van de CDA-fractie dus niet helemaal, want die heeft toch ook het standpunt dat moties moeten worden uitgevoerd?

MevrouwGerbrands (PVV):

Ik steun het verzoek van de heer Koopmans.

Devoorzitter:

Mevrouw Thieme, u hebt steun voor een spoeddebat. Ik ga het plannen, met een spreektijd van drie minuten per fractie.

MevrouwThieme (PvdD):

Dank u wel.

Devoorzitter:

Het woord is aan mevrouw Agema.

MevrouwAgema (PVV):

Voorzitter. Een derde van de verpleeg- en verzorgingshuizen werkt onhygiënisch. Dit is de uitkomst van een onderzoek dat niet eens gedaan is door de inspectie, maar door de Consumentenbond. Ik zou daarover graag een debat met de Kamer aanvragen.

MevrouwLeijten (SP):

Voorzitter. Ik steun het verzoek.

MevrouwVenrooy-van Ark (VVD):

Voorzitter. Steun voor het verzoek. Wij krijgen graag een brief van de staatssecretaris waarin zij ingaat op eventuele acties die al genomen worden door de organisaties en op de vraag of er op dit vlak een verschil bestaat tussen kleine en grote woon-zorgvoorzieningen.

MevrouwVan Gent (GroenLinks):

Voorzitter. De GroenLinksfractie wil het verzoek ook steunen. Ook wij hebben behoefte aan de zo-even gevraagde informatie.

MevrouwUitslag (CDA):

Voorzitter. Ook wij steunen het verzoek van de VVD.

Devoorzitter:

Mevrouw Agema, u hebt voldoende steun voor een spoeddebat. Het is voor u geen noodzaak dat de brief er van tevoren is?

MevrouwAgema (PVV):

Ik zou die graag op tijd willen hebben. Ik snap dat het allemaal niet meer voor het meireces kan. Ik wil wel graag meer weten voor het meireces. Als die brief voor het reces kan binnenkomen, zou dat fijn zijn.

MevrouwLeijten (SP):

Als die brief er toch komt, wil ik graag van de staatssecretaris weten of zij een parallel ziet tussen het outsourcen van de schoonmaak en de onhygiënische verpleeghuizen.

MevrouwVan Gent (GroenLinks):

Mag ik een ordevoorstel doen? Ik zou graag een heldere afspraak willen over wanneer de brief van het kabinet er moet zijn. Mijn voorstel is dat wij die voor dinsdag 12.00 uur krijgen. Misschien is mevrouw Agema het daarmee eens.

MevrouwAgema (PVV):

Prima.

Devoorzitter:

Er is nu sprake van een gewoon debat, want er is een ruime meerderheid voor. Wij noemen het dus geen spoeddebat, maar een gewoon debat, met een spreektijd van vier minuten per fractie. De brief moet er dinsdag voor 12.00 uur zijn.

Het woord is aan de heer Cohen.

De heerCohen (PvdA):

Voorzitter. Afgelopen week heeft er in het Torentje een gesprek plaatsgevonden tussen de premier, samen met de heer Wilders, en een Statenlid uit Zeeland, waarbij ook onderwerp van gesprek was de verkiezing van de Eerste Kamer. Ik zou daarover graag een debat willen voeren met de premier. Ik vraag dat mede namens de fracties van D66 en GroenLinks.

De heerRoemer (SP):

Voorzitter. Steun voor het debat.

MevrouwVan Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Wij verlenen graag steun. Volgens ons is hier sprake van een staaltje van "Hedwigepolderen". Daarover moet opheldering komen.

De heerRouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Wij steunen het debat. In het licht van de recente ontwikkelingen met lijstverbindingen met het oog op de Eerste Kamerverkiezingen wil ik opheldering of die transparante ontwikkeling zich nu verplaatst naar het Torentje.

MevrouwThieme (PvdD):

Voorzitter. Wij steunen dit debat graag. Wij willen opheldering.

De heerPechtold (D66):

Voorzitter. Het debat is mede namens D66 aangevraagd. Als de premier de behoefte heeft om vooraf de eventuele afspraken die daar zijn gemaakt alvast op schrift toe te sturen, zouden wij dat toejuichen. Dat hoeft echter geen vertragende omstandigheid te zijn.

Devoorzitter:

Mijnheer Cohen, u hebt geen steun van een meerderheid voor een debat.

De heerCohen (PvdA):

Laat ik zeggen dat ik dat in hoge mate betreur. Het gaat hier immers om een buitengewoon ernstige zaak. Ik begrijp het eerlijk gezegd ook niet. Nu dit het geval is, vraag ik graag een spoeddebat aan. Als het aan mij ligt, moet dat voor het reces plaatsvinden.

Devoorzitter:

U hebt voldoende steun voor een spoeddebat. Ik neem daar kennis van.

MevrouwAgema (PVV):

Het lijkt mij dat het spoeddebat gewoon achteraan de lijst van spoeddebatten komt te staan, zoals altijd.

Devoorzitter:

De voorzitter bepaalt wanneer een spoeddebat gehouden wordt, zoals altijd.

De heerVan Beek (VVD):

Voorzitter. Ik heb geen enkel bezwaar tegen dit debat, maar dan wel volgens de normale richtlijnen. Dat wil zeggen, het debat wordt gehouden als het aan de beurt is.

De heerPechtold (D66):

Dat lijkt mij toch een beetje een kramphouding. Wij zien elke keer Tweetpics van de premier die allemaal oud-premiers in het Torentje ontvangt. Ik had niet het idee dat het vorige week Open Monumentendag was en alle 16 miljoen burgers in het Torentje uitgenodigd waren! De premier reageert er ook niet op als er nogal openhartig over verteld wordt. Het lijkt mij dan ook echt een debat waar ik als fractievoorzitter aan mee wil doen. Dat gaat ook op voor de heer Cohen en anderen. Dit debat moet met spoed met de premier gevoerd worden. Die reageert namelijk niet. Hij moet nu dan ook snel verklaren wat er gebeurd is.

De heerRoemer (SP):

Voorzitter. Het lijkt mij duidelijk dat hieraan een tijdpad gekoppeld zit, met 23 mei en het reces ertussen. Maar dit heeft ook te maken met collegialiteit, behalve als je iets heel vervelends te verbergen hebt. Ik zou het heel vervelend vinden als er niet gezamenlijk een debat kan worden afgesproken. In dat debat kunnen de andere partijen gewoon zeggen wat ze ervan vinden, ook als ze dit verzoek onredelijk vinden. Laten we hierover serieus het debat aangaan. Als zo'n grote groep opheldering wil, laten we dan collegiaal blijven. Laten we dan geen trucjes uithalen zoals dit achteraan de lijst zetten, wetend dat de deadline tegen die tijd voorbij is. Dat moeten we hier niet doen en dat moeten we hier ook niet willen.

De heerVan Hijum (CDA):

Voorzitter. Mijn fractie heeft geen bezwaar tegen een spoeddebat, maar er zijn hier vele dingen belangrijk. Wat ons betreft, bepaalt de voorzitter de volgorde.

Devoorzitter:

De voorzitter bepaalt die ook.

MevrouwAgema (PVV):

In aanvulling daarop: er staan zo'n 35 spoeddebatten op de lijst.

Devoorzitter:

Nee, zoveel gelukkig niet; dan zou ik een wel heel zware taak hebben. Maar het is waar dat er vele op staan.

MevrouwAgema (PVV):

Volgens mij is de meerderheid die mening toegedaan.

De heerCohen (PvdA):

Voorzitter. Het is volstrekt helder wat het verschil is tussen meerderheden en minderheden; dat heb ik in de afgelopen tijd ook wel gemerkt. Als de meerderheid vindt dat dit probleem – een premier, dienaar van de Kroon, die zoiets doet – een tijdje boven de markt moet blijven hangen, dan blijft het maar een tijdje boven de markt hangen. Maar als het aan mij ligt, is dit zo snel mogelijk uit de wereld. Daarom doe ik opnieuw een dringend verzoek aan u, voorzitter, om dit debat zo spoedig mogelijk te agenderen.

Devoorzitter:

Ik laat u weten wanneer we het agenderen. En voor degenen die het willen nalezen: ik zeg dit uit mijn hoofd, maar in december 2005 was er een debat waarin werd vastgesteld, dankzij een interventie van de heer Van der Staaij van de SGP, dat de voorzitter het moment van een spoeddebat bepaalt, om te voorkomen dat de datum sint-juttemis zou worden. Ik geloof dat ik hem hiermee vrij letterlijk citeerde. Aldus besloten.

Het woord is aan de heer De Jong van de PVV.

De heerDe Jong (PVV):

Voorzitter. De minister lijkt geen ontzag te hebben voor de reiziger, door de fraudegevoelige en peperdure ov-chipkaart alsnog te willen invoeren. Daarbij wil ze ook nog eens de strippenkaart afschaffen, en wel op 19 mei. In onze beleving is dat schandalig. Wij vragen dan ook om een spoeddebat hierover.

Devoorzitter:

19 mei? Ik ga rondkijken.

De heerBashir (SP):

Voorzitter. Onze steun voor het spoeddebat, maar ik verzoek de voorzitter om het kabinet te vragen om de strippenkaart niet af te schaffen zolang het spoeddebat en de stemmingen over de moties die dan eventueel worden ingediend, nog niet zijn geweest.

Devoorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. U hebt voldoende steun, dus ik zal dit plannen.

De heerDe Jong (PVV):

Voorzitter. Juist omdat de afschaffing van de strippenkaart volgens schema al op 19 mei moet gebeuren, vraag ik u om dit debat nog vóór het reces hier te doen plaatsvinden.

Devoorzitter:

Ik begrijp heel goed wat u bedoelt, hoewel u natuurlijk wel achter in de rij moet plaatsnemen. U begrijpt dat ik nu een grapje maakte.

Het woord is aan mevrouw Leijten.

MevrouwLeijten (SP):

Voorzitter. In het akkoord tussen de gemeenten en het Rijk, dat alle fracties intussen wel ontvangen hebben, zeker ook de regeringsfracties, staat dat het overhevelen van zorgtaken van het Rijk naar de gemeenten niet tot een doeluitkering zal leiden. Dit gaat in tegen de wens van de meerderheid van de Kamer, die het wetsvoorstel van mijn collega Kant heeft aangenomen. Dit ligt nog in de Eerste Kamer. Ik wil graag de minister-president interpelleren over het gevaar dat hij loopt met dit bestuursakkoord met de gemeenten over dit onderwerp, tegen de wil van de meerderheid van deze Kamer in.

MevrouwAgema (PVV):

Ik wil het verzoek om een interpellatie steunen. Ik wil mevrouw Leijten wel vragen waarom zij de minister-president wil interpelleren; kunnen we dit debat niet met een andere bewindspersoon voeren?

De heerHeijnen (PvdA):

Voorzitter. Vanzelfsprekend steun voor dit interpellatieverzoek. Overigens zal ik in de BZK-procedurevergadering voorstellen om op korte termijn in de commissie voor BZK over het bestuursakkoord in zijn geheel van gedachten te wisselen met het kabinet, maar dan wel met minister Donner.

MevrouwVenrooy-van Ark (VVD):

Voorzitter. Wij zouden graag eerst een brief ontvangen; dan zullen we bezien of we onze steun aan dit debat kunnen verlenen.

MevrouwVan Gent (GroenLinks):

Voorzitter. Wij steunen dit debat en ook de opmerking van de heer Heijnen.

MevrouwUitslag (CDA):

Voorzitter. Eerst maar eens een brief, dan mogelijk steun.

MevrouwThieme (PvdD):

Onze steun voor het debat.

Devoorzitter:

Mevrouw Leijten, u hebt 30 leden, dus ik ga uw interpellatie plannen.

MevrouwLeijten (SP):

Voorzitter. Ik wil graag nog antwoord geven op de vraag van mevrouw Agema. Het bestuursakkoord wordt uiteindelijk ondertekend door onze minister-president. De commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eerder aan de staatssecretaris gevraagd om ons op de hoogte te houden en nog niet tot tekenen over te gaan totdat er met ons over was gesproken. Ik kan mij voorstellen dat zij erbij is. Omdat dit bestuursakkoord vandaag of morgen ondertekend wordt en in mei nog langs de wethouders moet, verzoek ik u, voorzitter, om het debat in dat tijdsverloop te plannen.

Devoorzitter:

Ik doe mijn best. Het wordt volgende week druk. Volgens mij hebben wij helemaal geen tijd om met reces te gaan. Hiermee zijn wij wel aan het einde van de regeling van werkzaamheden gekomen.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.