Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 55, item 3

3 Vragenuur

Vragen van het lid Timmermans aan de minister-president over het bezoek van de koningin aan Oman en de rellen die op dit moment in het land plaatsvinden.

De heer Timmermans (PvdA):

Voorzitter. Volgens de planning begint over een dag of vijf het staatsbezoek van Hare Majesteit de Koningin aan Oman. Zo'n staatsbezoek wordt lang van te voren gepland en dient om uiting te geven aan de goede betrekkingen tussen twee landen. Inmiddels hebben zich enorme ontwikkelingen voorgedaan in de Arabische wereld die geen enkel Arabisch land onberoerd laten, ook Oman niet. In Oman hebben de afgelopen dagen grote rellen plaatsgevonden, met name in de havenstad Sohar, waarbij ook dodelijke slachtoffers bij zijn gevallen. Als het staatsbezoek wordt afgelegd op een moment dat er een heel felle binnenlandse discussie plaatsvindt in Oman, wordt de Koningin daar onbedoeld en ongewild onderdeel van. Dan zou het erop lijken dat Nederland partij kiest in dat binnenlandse conflict. Mijn fractie is van oordeel dat je een staatsbezoek nooit in deze context kunt laten plaatsvinden. Zij vindt het dus ook onverstandig om dat staatsbezoek op dit moment door te laten gaan. Mijn vraag aan de minister-president is dan ook: is hij bereid om in overleg met Oman tot uitstel van dit staatsbezoek te komen, tot een moment waarop het staatsbezoek niet meer onbedoeld, ongewild, onderdeel wordt van de binnenlandse politieke strijd die op dit moment in Oman plaatsvindt?

Minister Rutte:

Voorzitter. Ook hierover hebben de media mij en minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken de afgelopen dagen natuurlijk vragen gesteld. Ik kan de Kamer meedelen dat er nog geen definitief besluit is genomen over de vraag of het staatsbezoek wel of niet moet doorgaan. De minister van Buitenlandse Zaken, maar ook de ambassade ter plekke en de betrokken ministeries volgen de ontwikkelingen in Oman op de voet. Er vindt ook goed overleg met de autoriteiten in Oman plaats. Zij zijn op de hoogte van onze afweging, onderkennen die en tonen begrip voor de relevante overwegingen die de heer Timmermans uit en die in eerdere contacten met de media zijn geuit.

De afweging waar de regering zich voor gesteld ziet, dient zeer zorgvuldig te geschieden. Met besluitvormingen over staatsbezoeken is uiteraard altijd enige tijd gemoeid. Immers, er zijn bij staatsbezoeken per definitie twee partijen betrokken, Nederland en het ontvangende land. Ik vind het van het grootste belang, uiterste zorgvuldigheid te betrachten in ons afwegingsproces of het staatsbezoek al of niet moet doorgaan. Uiteraard vindt dat gesprek ook in goed overleg plaats met de regering van Oman. Zoals gezegd, is het afwegingsproces nog niet afgerond. Ik zal de Kamer informeren wanneer we in het licht van de actuele ontwikkelingen tot een definitieve afweging zijn gekomen.

De heer Timmermans (PvdA):

Mevrouw de voorzitter. Is de minister-president het met mij eens dat het laten doorgaan van het staatsbezoek, nu de rellen maar voortduren en er Nederlandse burgers zijn geëvacueerd vanuit Sohar, de havenplaats waar die rellen plaatsvinden, door de mensen in Oman en misschien ook wel wereldwijd zal worden gepercipieerd als een adhesiebetuiging van Nederland aan de sultan? De sultan is op dit moment met de oppositie in zijn land in discussie, een discussie die wellicht tot goede resultaten kan leiden, maar waar Nederland op dit moment niet partij bij zou moeten zijn, althans niet ons staatshoofd.

Minister Rutte:

Voorzitter. De heer Timmermans noemt een aantal relevante elementen die onderdeel van de afweging moeten zijn. Die wordt op dit moment gemaakt, in nauw overleg, ook met de autoriteiten. Ik zou tegen de heer Timmermans erbij willen zeggen dat waar een bezoek van onze koningin aan Oman kan worden gezien als steun voor de sultan en daarmee het hebben van bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden, het niet laten doorgaan van dat staatsbezoek zonder dat zeer zorgvuldig is afgewogen of dat al dan niet moet doorgaan, ook kan worden gezien als inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Daarom is het zo van belang dat de Kamer de regering in alle rust en in overleg met de autoriteiten, ook van Oman, laat komen tot een verstandige afweging. Dit vraag ik de Kamer.

De heer Timmermans (PvdA):

Mevrouw de voorzitter. Uit wat ik van veel collega's in de Kamer heb gehoord, die hierover tijdens dit vragenuur helaas niets kunnen zeggen, heb ik de conclusie getrokken dat het gevoelen van een meerderheid van deze Kamer is dat het onverstandig is om het staatsbezoek op dit moment te laten doorgaan. Ik pleit er dus nogmaals voor dat de regering zo snel mogelijk tot uitstel van dit staatsbezoek besluit, geen afstel, maar uitstel tot een moment waarop het wel plaats kan vinden.

Minister Rutte:

Voorzitter. Wij kennen de heer Timmermans natuurlijk allemaal als een succesvol bewindspersoon op Buitenlandse Zaken. Ik vraag hem daarom of hij wil terugdenken aan die rol en hoe hij dit daarin zou aanpakken. Ik ben er namelijk van overtuigd dat hij het, vanuit die rol redenerend, met mij eens zou zijn dat het van het grootste belang is om een dergelijke afweging zorgvuldig te maken en om te voorkomen dat onze koningin enerzijds of anderzijds wordt gezien als onderdeel van binnenlandse aangelegenheden. Daarom is zorgvuldigheid op zijn plaats. Ik vraag de heer Timmermans om de regering de kans te geven om die afweging zorgvuldig en met verstand te maken.

De heer Timmermans (PvdA):

Voorzitter. De minister-president heeft te maken met de afgevaardigde Timmermans en die vindt namens zijn fractie dat het verstandig is dit bezoek uit te stellen. Hij heeft bovendien de illusie dat een meerderheid van de Kamer op hetzelfde standpunt staat. Dus ik geef dit de minister-president ter overweging mee. Ik zal hierover op dit moment geen uitspraak van de Kamer vragen, maar de minister-president weet wel waar de Kamer staat in dezen.

Minister Rutte:

Ik neem vanzelfsprekend altijd respectvol kennis, direct of indirect via de media, van opvattingen die leven in de gekozen volksvertegenwoordiging. Tegelijkertijd denk ik dat het goed is dat wij allemaal niet denken in petten, maar vooral proberen om in de verschillende rollen die wij in het leven hebben een consequente opstelling te kiezen.