Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 82, pagina 6953-6954

Aan de orde is de behandeling van:

het verslag van een schriftelijk overleg over de kabinetsvisie over supercomputers en supernode in Nederland (26643, nr. 153).

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Harbers al aanwezig is. Er zijn volgens mij geen andere sprekers voor dit VAO, maar er moeten ten minste vier andere leden aanwezig blijven, zodat de heer Harbers, mocht hij dat wensen, een motie kan indienen.

De beraadslaging wordt geopend.

De heer Harbers (VVD):

Voorzitter. Nederland heeft een kans om een supercomputer van de volgende generatie binnen het Europese PRACE-programma in Nederland te vestigen. Dit past binnen de Nederlandse traditie, waarin al vanaf 1984 met supercomputers Nederland een belangrijke rol speelt in de zogenaamde "computational science".

De VVD ondersteunt de inzet van het kabinet om zo'n supernode in Nederland te vestigen. In het schriftelijk overleg constateerde ik dat een groot deel van de Kamer daar in meer of mindere mate positief over denkt. Ik hecht eraan om de inzet van Nederland ook in dit huis formeel te bevestigen. De uitvoering en het vinden van financiers is thans bij NWO belegd. Daarmee is het project een beetje uit ons zicht verdwenen. Ik wil daarom uitspreken dat we het belangrijk vinden dat zo'n supernode in Nederland wordt gevestigd als onderdeel van onze nationale onderzoeksinfrastructuur en het belang van ICT-onderzoek in Nederland. Daarnaast wil ik vastleggen dat de Kamer betrokken wil blijven bij het vervolg. Het zou immers kunnen dat de financiering niet rondkomt en Nederland dan op een achternamiddag de status van principal partner verliest. Het kan ook dat er een financieringsvorm wordt gevonden die niet past binnen de wijze waarop deze en de volgende Kamer denken over de manier waarop onderzoeksinfrastructuren worden gefinancierd; in dit geval wat mij betreft met medefinanciering van het bedrijfsleven.

Ik dien de volgende motie in om te voorkomen dat de Kamer in het vervolg van het traject met voldongen feiten wordt geconfronteerd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet zich namens Nederland, als "principal partner" binnen PRACE positief heeft uitgesproken voor het alhier vestigen van een van de vijf Europese supernodes;

overwegende dat ook kennisinstellingen en het bedrijfsleven een supernode in Nederland van groot belang achten voor toekomstige werkgelegenheid en innovatiekracht in de ICT-sector;

overwegende dat de voorname positie van Nederland in de Europese ICT-infrastructuur niet verloren mag gaan;

van mening dat de status van principal partner niet zomaar opgezegd mag worden indien de financiering van een supernode op problemen stuit;

verzoekt de regering, na consultatie van NWO, maar voor het verstrijken van de Europese deadline voor de nationale commitments, de Kamer te informeren over de financieringsmogelijkheden voor een supernode in Nederland en tot die tijd geen onomkeerbare stappen te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Harbers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 154(26643).

Mevrouw Joldersma (CDA):

Kan de heer Harbers uitleggen waarom hij deze motie nodig heeft om zijn vraag te onderbouwen? Zijn vraag aan de staatssecretaris is om ons te informeren. Het lijkt er echter op dat hij nog meer uitspraken wil doen, terwijl ik het gevoel heb dat wij een en ander in het VSO al met elkaar hebben gewisseld. Ik zie de meerwaarde van de motie eigenlijk niet.

De heer Harbers (VVD):

In het schriftelijke overleg blijven twee zaken onbenoemd. De uitvoering is bij NWO gelegd, maar als er straks geen financiering is, zou het zo maar kunnen dat de deelname van Nederland als principal partner in PRACE beëindigd wordt. Op grond van de roadmap voor onderzoeksstructuren van de commissie-Van Velzen kun je concluderen dat dit wel degelijk onderdeel uitmaakt van hetgeen wij graag in Nederland willen hebben. Om die reden wil ik er graag als volksvertegenwoordiger bij betrokken blijven. Ik wil na kunnen gaan of het Nederland daadwerkelijk lukt om dit key element uit de onderzoeksinfrastructuur binnen te hengelen. In dat opzicht waren de antwoorden voor mij niet helemaal bevredigend. Het zou zo maar kunnen dat Nederland die status kwijt is als er geen financiering is. Dan hebben wij het nakijken, terwijl vijf andere lidstaten deze faciliteit krijgen.

Mevrouw Joldersma (CDA):

We hebben te maken met bezuinigingen, met heroverwegingen. De standaardprocedure dat een taskforce bij NWO geld gaat zoeken, is gevolgd. Het enige wat nu moet gebeuren, is dat die taskforce ons informeert of dit gelukt is of niet. U wilt echter dat dit koste wat kost doorgaat, ondanks heroverwegingen en bezuinigingen.

De heer Harbers (VVD):

Ik heb niet voor niets gezegd Harbersdat een financiering waaraan het bedrijfsleven bijdraagt ideaal is. Er zou echter ook een financieringsmogelijkheid uit kunnen rollen waarbij dat niet het geval is. De status van Nederland als principal partner gaat verloren als wij het financieel niet rond krijgen. Dat wil ik kunnen voorkomen. Daartoe moet de Kamer daar tevoren van op de hoogte worden gebracht. Mevrouw Joldersma zegt dat het de standaardprocedure is dat de Kamer dit hoort, maar het zou zo maar kunnen dat Nederland ergens in het zomerreces die status kwijtraakt, zonder dat de Kamer daaraan te pas is gekomen. Om die reden wil ik dat de Kamer voor de deadline geïnformeerd wordt.

Mevrouw Besselink (PvdA):

Wie moet er volgens u ten principale dit soort keuzes maken? In voorgaande debatten zijn wij tot de conclusie gekomen dat de wetenschappers dit moeten doen. Zij kunnen goed overzien wat de goede wetenschappelijke infrastructuur voor Nederland is. Ik verwijs hierbij naar de commissie-Van Velzen, die u zelf ook heeft aangehaald. Bedoelt u met deze motie dat u vindt dat dit sowieso moet gebeuren, los van hetgeen uit de wetenschappelijk hoek zelf aan prioritering komt?

De heer Harbers (VVD):

Mevrouw Besselink verwijst terecht naar de commissie-Van Velzen. Zoals in het schriftelijk overleg al is gewisseld, geeft ook de staatssecretaris aan dat dit een nadere precisering is van de infrastructuur uit de roadmap van de commissie-Van Velzen. Die infrastructuur moet echter nog wel door Nederland binnengehaald worden. Als bevestiging van de keuze die door de commissie-Van Velzen is gemaakt, is nu de regering aan zet om ervoor te zorgen dat dit ook lukt binnen het Europese programma.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Voorzitter. Ik dank de heer Harbers voor zijn inbreng en zijn vraag, verwoord in een motie. Het kabinet heeft in zijn visie op de supercomputers aangegeven, de supernode in Nederland op zich een goede zaak te vinden. Het heeft wel gesteld dat de financiering door verschillende partijen gedragen moet worden. Vandaar dat NWO is opgeroepen om een taskforce in te richten en om te zoeken naar meerdere financiers, nadrukkelijk uitgaande van de gedachte dat het volledige bedrag niet ten laste kan komen van het Rijk, want de financiële situatie is daarvoor toch even iets te penibel. Daarnaast moet dit soort zaken ook breder worden gedragen, want het belang ervan ligt breder dan alleen bij het Rijk; ook instellingen en het bedrijfsleven hebben er belang bij.

Na de zomer is het onderzoek achter de rug. Wij zullen daarna het CPB benaderen voor een goede onderbouwing van de eventuele rijksbijdrage. Ik plaats hierbij de kanttekening dat dit afhankelijk is van de financiële mogelijkheden van dat moment. Wij vinden het echter belangrijk genoeg om dit proces in gang te zetten. Wij onderschrijven met elkaar het belang van de supernode. Als ik de motie van de heer Harbers zo mag begrijpen dat het niet gaat om "coûte que coûte, wat er ook gebeurt", zoals mevrouw Besselink helder aangaf, maar dat het mede afhankelijk is van de financiële afweging, het vinden van partners en de CPB-beoordeling, dan heb ik niet zo veel moeite met deze motie. Uiteindelijk wordt daarin gevraagd of ik de Kamer wil informeren voordat ik definitieve wegen insla. Ik laat het oordeel over de motie over aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Volgende week dinsdag zal over de motie worden gestemd.

De vergadering wordt van 15.45 uur tot 16.15 uur geschorst.

Voorzitter: Gerkens