Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, de spreektijden bij het debat over de AOW vast te stellen op zeven minuten per fractie.

Op verzoek van het lid De Wit stel ik voor, zijn motie op stuk 31386, nr. 13 opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Pechtold. Hij heeft twee verzoeken; misschien wel meer, maar hij doet er vandaag twee.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Naar aanleiding van berichtgeving, wederom in NRC Handelsblad, wil ik graag een spoeddebat aanvragen met de minister-president over het stichtingsbestuur van Machangulo. Ik denk dat iedereen dan weet waar ik het over heb. De fracties van SP, GroenLinks en D66 hebben vragen gesteld die, wat mij betreft, van belang zijn om het debat goed te kunnen voeren. Hoewel ik dus een spoeddebat aanvraag, gaat het mij er wel om dat de vragen beantwoord zijn voordat we debatteren.

Mevrouw Spies (CDA):

Ik zal het verzoek herhalen dat ik afgelopen donderdag al via de vaste commissie heb gedaan. Ik wil namelijk eerst een brief van de minister-president waarin de feiten nog eens op een rijtje worden gezet en waarin hij ook zijn waardering van die feiten geeft. Dan hebben we volgens mij veel eerder feitelijke informatie op tafel dan wanneer we ons aansluiten bij de wachtlijst die inmiddels voor de spoeddebatten bestaat.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Wij steunen het verzoek om een spoeddebat. Ik heb rondom deze kwestie – de voorzitter van het bestuur en het woordvoerderschap rondom het vakantiehuis – twee setjes schriftelijke vragen gesteld. Ik ga er wel van uit dat die vragen worden beantwoord voordat het spoeddebat plaatsvindt.

De heer Van Raak (SP):

Ik heb ook schriftelijke vragen ingediend. Ik steun het voorstel, op voorwaarde dat dan de antwoorden binnen zijn. Daarna moeten we het spoeddebat snel houden. En als mensen daar een brief of een document bij willen, prima; alles mag erbij.

De heer Van der Vlies (SGP):

De SGP-fractie steunt de lijn die mevrouw Spies zojuist onder woorden bracht.

De heer Anker (ChristenUnie):

De ChristenUniefractie doet hetzelfde.

Mevrouw Timmer (PvdA):

De PvdA-fractie ook. Daarbij lijkt het mij relevant dat alle vragen die nog openstaan, dan ook beantwoord zijn. Ik kan tellen, dus ik vind wel dat wij dat dan zouden moeten doen als wij alle antwoorden en de brief waar mevrouw Spies om heeft gevraagd, hebben. Ik vraag mij wel het volgende af. Dit is eigenlijk een vraag aan de heer Pechtold.

De voorzitter:

Nee, nee.

Mevrouw Timmer (PvdA):

Ik mag geen vraag stellen? Oké.

De heer Van Beek (VVD):

Het lijkt mij verstandig dat wij eerst de antwoorden en de brief van de minister-president krijgen en daarna beoordelen of het nog nodig is om een debat daarover te voeren.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, u hebt steun voor een spoeddebat. Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Bij het spoeddebat geldt een spreektijd van drie minuten per fractie. U weet echter dat ik een lijstje van spoeddebatten heb.

Uw tweede voorstel.

De heer Pechtold (D66):

In verband met dat lijstje probeerde ik al coöperatief te zijn.

Mijn tweede verzoek is gericht aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Wij vragen haar om het rapport over radicalisering van de onderzoekers Moors, De Graaff en Van Donselaar, waar het ministerie kennelijk opdracht toe heeft gegeven, per ommegaande naar de Kamer te sturen. Als de minister daar nog een reactie bij wil geven, mag dat wat mij betreft separaat.

De heer Wilders (PVV):

Ik wil dat rapport natuurlijk ook graag zien, maar ik wil ook graag een brief erbij van deze PvdA-minister. Ik wil dat zij daarin aangeeft hoe zij het in haar hoofd heeft gehaald en het lef heeft gehad om een politieke partij, de Partij voor de Vrijheid, een politieke tegenstander van haar, zijnde een PvdA-minister, te laten onderzoeken. Verder wil ik dat zij in die brief aangeeft of zij ook andere politieke partijen, zoals de SP, GroenLinks, het CDA of D66, heeft laten onderzoeken en zo niet, waarom zij dat niet heeft gedaan en waarom zij dan pure partijpolitiek heeft bedreven.

De heer Pechtold (D66):

Het verzoek was om dat rapport in ieder geval voor de begrotingsbehandeling van BZK, maar liefst per ommegaande te sturen.

De voorzitter:

Dat is duidelijk. Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Tony van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Ik wil u verzoeken om het verslag van het AO over de DSB Bank op de agenda te zetten.

De voorzitter:

Wij zullen het VAO aan de agenda toevoegen.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik heb drie verzoeken ten aanzien van het debat over de Crisis- en herstelwet. Het eerste verzoek is uitstel van de behandeling, gezien de nogal omvangrijke tweede nota van wijziging, waarin radicale voorstellen worden gedaan ten aanzien van de Natuurbeschermingswet. Ik wil bij de behandeling daarvan graag zorgvuldigheid betrachten.

De voorzitter:

U doet de voorstellen allemaal apart?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ja, dat lijkt mij het gemakkelijkst. Het eerste verzoek is dus uitstel van de behandeling om die tweede nota van wijziging zorgvuldig te kunnen bekijken.

De voorzitter:

Ik ga bezien hoe men aankijkt tegen het deelvoorstel uitstel behandeling. Ik verzoek de leden wat rustiger te zijn.

De heer Atsma (CDA):

Het is urgent. Daarom voelt de CDA-fractie niets voor uitstel. Hoe sneller dit wetsvoorstel wordt behandeld, hoe beter en verstandiger.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ook ik onderschrijf de snelheid waarmee dit moet gebeuren. De nota van wijziging en de nota naar aanleiding van het verslag zijn ruim op tijd binnengekomen. Het is een hele kluif, maar het moet wel haalbaar zijn om het debat goed en grondig voor te bereiden, ook voor kleinere fracties.

De heer Aptroot (VVD):

De VVD-fractie is ook tegen uitstel.

De heer Polderman (SP):

Mevrouw Ouwehand doet zo meteen nog een paar andere voorstellen. Die houden verband met het verzoek om uitstel van het debat. In die gedachtegang kan ik wel meegaan. Mevrouw Ouwehand heeft het nu op deze manier geagendeerd. Dat is wat onlogisch, maar op voorhand strekken de verzoeken die zij zo meteen gaat doen, mij tot de overtuiging dat uitstel relevant is.

De voorzitter:

U steunt het verzoek.

De heer Van der Staaij (SGP):

De SGP-fractie wil geen uitstel van de behandeling gelet op het karakter van de wetgeving.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter.

De voorzitter:

Wij gaan niet discussiëren; dit is een regeling. Er komen dus geen andere argumenten. Ik stel vast dat u geen steun hebt voor uitstel.

Uw volgende verzoek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Op het gebrek aan steun had ik mij al een beetje voorbereid.

Het volgende verzoek is om de minister van LNV uit te nodigen voor de behandeling van dit wetsvoorstel, omdat een heel belangrijke component ervan de Natuurbeschermingswet is en zij daar de eerstverantwoordelijke voor is.

De heer Atsma (CDA):

Ook dit lijkt ons niet noodzakelijk. Sterker nog, bij het algemeen overleg over en de voorbesprekingen van de Crisis- en herstelwet was de minister ook niet aanwezig en toen ging het onder andere over Natura 2000. Het lijkt ons dus niet nodig.

De voorzitter:

De heer Polderman steunt het verzoek. Dat zei hij net al.

De heer Aptroot (VVD):

Laat ik mij voor deze keer eens bij de heer Atsma aansluiten.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u hebt geen steun voor uw verzoek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is jammer van de heer Aptroot.

Mijn laatste verzoek betreft de inhoudelijke voorbereiding. Een van de elementen in de Crisis- en herstelwet betreft de vergunningverlening onder de Natuurbeschermingswet. Ik wil graag een brief van de minister van LNV waarin zij ingaat op de manier waarop met die vergunningverlening is omgegaan voor dat peilmoment dat zij nu noemt, namelijk 2004. Ik wil een overzicht van de verleende vergunningen vóór 2004, van de verleende vergunningen op het moment van overdracht van het bevoegd gezag van LNV naar gedeputeerde staten in 2005 en van de vergunningverlening daarna. Het is een beetje een ingewikkeld verzoek, maar de minister begrijpt heel goed wat ik bedoel.

De voorzitter:

Het is een goed gebruik dat wij verzoeken om informatie steunen. Wij zullen het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Wij hebben alle punten van de regeling van werkzaamheden gehad. Wij kunnen dus gaan stemmen.

Naar boven