Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 91, pagina 7121-7125

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

het voorstel van wet van het lid Van Dijken houdende wijziging van de Gemeentewet in verband met een vrijstelling van parkeerbelastingen voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart (30879)

, en van:

- de motie-Roemer/Van Gent over gratis parkeren voor gehandicapten in gemeentelijke parkeergarages (30879, nr. 10);

- de motie-Roemer/Van Gent over efficiënte digitale parkeerhandhaving (30879, nr. 11);

- de motie-Van Gent c.s. over onderzoek naar gratis parkeergelegenheid voor gehandicapten bij (semi)publieke instellingen (30879, nr. 12);

- de motie-Anker/Heijnen over verbetering in het parkeerbeleid van overheden voor gehandicapten (30879, nr. 13);

- de motie-Anker/Heijnen over evaluatie drie jaar na invoering van het wetsvoorstel (30879, nr. 14).

(Zie vergadering van 27 mei 2009.)

De voorzitter:

Ik heet mevrouw Van Dijken die haar initiatiefwetsvoorstel in tweede termijn gaat verdedigen, van harte welkom. Mevrouw Van Dijken was al begonnen met de beantwoording in tweede termijn, maar ik wil niet nalaten de leden erop te wijzen dat er gistermiddag nog een nota van wijziging is gekomen. Ik neem aan dat mevrouw Van Dijken daar ook nog op ingaat.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Voorzitter. De nota van wijziging heeft de Kamer gistermiddag laat bereikt. Het is een prachtig voorbeeld van de wijze waarop meedenkende burgers en deskundigen aan de bel trekken wanneer zij denken dat er iets fout gaat. Deze heel simpele, technische wijziging verandert inhoudelijk niets aan wat wij gewisseld hebben: een motorvoertuig op meer dan twee wielen wordt behandeld als een gewoon voertuig en is daarmee gelijk aan alle gehandicaptenvoertuigen die onder dit regime vallen.

Wij waren inderdaad al een heel eind met de beantwoording gevorderd. Ik wil de woordvoerders alsnog bedanken voor de wijze waarop het debat de vorige week heeft plaatsgevonden. Ik zie ook een paar andere woordvoerders.

De vorige week is er iets gebeurd waar ik in ieder geval heel erg blij van ben geworden. Er zijn argumenten gewisseld, er is geluisterd en op basis van die uitwisseling van argumenten zijn gedachten en standpunten bijgesteld, zoals dat moet gaan in een goed functionerend parlement. Dank daarvoor.

De vorige week hebben wij al vastgesteld dat het merendeel van de moties zich tot het kabinet richt en de staatssecretaris zal daar dan ook nog zeker op ingaan. Zelf wil ik daar een paar opmerkingen over kwijt. Wij hebben langdurig gesproken over het probleem met parkeergarages, het zogenaamde slagbomenprincipe. Er zijn moties over ingediend, maar ook ik hecht eraan de Kamer erop te wijzen dat dit voorstel tot wetswijziging daar niet op ziet. Dat wordt hiermee niet geregeld. Ik raad alle woordvoerders aan dit vast te houden en merk aan het adres van de staatssecretaris op dat ook al is Verkeer en Waterstaat niet haar portefeuille, de uitbreiding van de Wet gelijke behandeling ten aanzien van chronisch zieken en gehandicapten met de onderdelen goederen en diensten ook door de staatssecretaris wordt behandeld. Ik had haar opgeroepen de ratificatie ervan met wat meer spoed aan te pakken en ik herhaal, dat dit niet alleen de verantwoordelijkheid van VWS is maar door het gehele beleid en dus alle ministeries heenloopt.

De automaten waarin het geld moet in garages met een slagboom zouden zolang de slagboom nog niet kan worden uitgeschakeld, bereikbaar, bruikbaar en hanteerbaar moeten zijn voor mensen met een functiebeperking. Ons moet er alles aan gelegen zijn dat mensen met een handicap als consument volledig aan de maatschappij kunnen deelnemen. Door de heer Roemer en mevrouw Van Gent is hierover de motie op stuk nr. 11 ingediend. De heer Bashir vervangt de heer Roemer in dit debat, zo hebben wij vastgesteld. De staatssecretaris heeft hierover ook nog een opmerking gemaakt, maar ik kan mij voorstellen dat ook hier eerst even bij gemeenten wordt gekeken omdat er problemen kunnen ontstaan met de dubbele registratie. De registratie van de GPK is gekoppeld aan de burger en deze gebruikt de kaart in welke auto dan ook. Het lijkt mij voor de hand te liggen dat de houder van de kaart ook aanspreekbaar is op het gebruik ervan, in welke auto dan ook. Voor de digitale parkeerhandhaving zou de landelijke kaart voorzien moeten worden van een barcode in plaats van een nummer. Dat is een grote wijziging die wij niet nu zouden moeten willen regelen, maar het moet wel geregeld worden in het kader van de gewenste, zorgvuldige diefstalpreventie.

De heer Bashir (SP):

Als wij het er met zijn allen over eens zijn dat wij dit zo willen regelen, kunnen wij dat toch gewoon uitspreken? Waarom moeten wij dat dan voor ons uit schuiven?

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Dat moet u vooral uitspreken bij Verkeer en Waterstaat en niet bij BZK. Ik zei dat het op dit moment in deze setting niet de meest voor de hand liggende optie is en dat het moet worden doorgeschoven. Dus het is niet vooruitschuiven, maar het is meenemen naar de goede plek.

De heer Bashir (SP):

De motie wordt aan de Kamer voorgelegd. Er staat in dat de digitale registratie gekoppeld moet worden aan de nieuwe manier waarop gehandicapte mensen overal ongehinderd kunnen parkeren. Als wij dat gewoon kunnen regelen, hebben wij in ieder geval de wens uitgesproken dat wij dat willen. Dan is het aan de regering om dat uit te voeren.

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Uw redenering klopt volstrekt, alleen hebben wij het hier niet over dat deel. Wij hebben het hier over een kleine wijziging van de Gemeentewet waardoor mensen met een GPK elke parkeerplaats kunnen gebruiken binnen de voor hen geldende condities. Wat u wilt is prima en wat u samen met mevrouw Van Gent wil is nog beter, maar ik zeg erbij: doe het op de goede plaats en doe het vooral snel. U zit in de commissie voor Verkeer en Waterstaat, ik niet.

De heer Bashir (SP):

Ik ook niet.

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Dan moeten wij dit neerleggen bij onze collega's en hun vragen om hier snel werk van te maken. Ik denk dat iedereen het nut en de waarde inziet van een goede registratie, alleen kunnen wij dat nu niet hier regelen.

Voorzitter. Mevrouw Van Gent heeft in tweede termijn gesproken over de mogelijkheden van parkeerbegeleiding via de TomTom, de "places of interest". Dat kan met een geavanceerd navigatiesysteem. Het lijkt mij mooi als ook dit soort informatie beschikbaar komt. De overheid kan hierin een faciliterende functie vervullen. Het zou goed zijn als gehandicaptenparkeerplaatsten – dus die speciale met verkeersbord E6, met het rolstoeltje – aangegeven kunnen worden in een navigatiesysteem. Daar zouden mensen met een functiebeperking heel erg mee geholpen zijn.

Dan de gedachtewisseling over bezoekers van ziekenhuizen, instellingen enzovoort, waar vaak een regime van betaald parkeren heerst. Hier speelt hetzelfde als zojuist. Ten eerste gaat dit wetsvoorstel hier niet over en ten tweede gaat BZK er niet over. Het is het beleid van de instellingen zelf. Die hebben de verantwoordelijkheid. Dat wij er hier met elkaar over gepraat hebben, is volstrekt logisch, omdat het wel degelijk een beperking met zich kan brengen. Die zie ik echter vooral in de techniek, namelijk als de apparatuur niet geschikt is om gebruikt te worden. De andere reden waarom mijn wijzigingsvoorstel voorligt, is gelegen in de vraag of de parkeerplaats te gebruiken is door iemand met een GPK. Dat geldt natuurlijk wel. Waar dat voor betaald parkeren in de stad niet geldt omdat daar een tijdslimiet op zit, geldt dat in een parkeergarage achter een slagboom niet. Daar kun je net zolang parkeren als nodig is. Ik kom straks terug op het regime met betrekking tot de GPK. Ook de vragen die de heer Van der Staaij daarover gesteld heeft geven daartoe aanleiding. De heer Bilder had hier een goed punt: als mensen met een handicap bij een ziekenhuis gratis mogen parkeren, is er weinig logica te vinden in de redenering dat iemand met een chronische ziekte, die daar misschien nog veel vaker moet komen, dat niet zou kunnen. Ik kan mij daarin wel vinden, maar ik wil het woord "inkomenspolitiek" bij dit onderwerp niet langs horen komen, dus laat ik dit punt even bij de heer Bilder.

Dan het amendement Heijnen over de horizonbepaling. Dat is nu zo'n voorbeeld uit het debat van vorige week waardoor ik naar een andere positie ben gemanoeuvreerd. Er zit absoluut een voordeel aan die horizonbepaling, maar er is een klein probleem. Van DijkenNormaal gesproken wordt die bepaling bij regeringsregelgeving gebruikt. Dan is het aan de regering om tijdig een proces van wetgeving op te starten als geconstateerd wordt dat een wet overeind moet blijven en niet automatisch moet vervallen. Met deze horizonbepaling ligt de verantwoordelijkheid bij de Kamer en de Kamer ziet er over vijf jaar gegarandeerd anders uit dan nu. Dat durven wij allemaal te voorspellen. Ik kijk dan ook even naar het kabinet. Gezien de positieve uitlatingen over dit wetsvoorstel vraag ik het kabinet om daar medeverantwoordelijkheid voor te dragen. In de motie wordt gepleit voor een evaluatie na drie jaar. Zou je in een wetstraject willen rollen, dan zou die evaluatie ook na drieënhalf jaar kunnen komen. Daar zou het de facto trouwens wel eens op uit kunnen komen als je na drie jaar met de evaluatie begint. Dan zit je keurig in het traject om de horizonbepaling mee te nemen.

De heer Van der Staaij heeft een vraag gesteld over een beperking in tijd of onbegrensd. Daaraan veranderen wij niets. Het is heel simpel. Achterop het boekje dat iedere GPK-houder krijgt, staan de borden. Dat is helder. Dat geldt voor heel Nederland, zonder betaling. Je weet dat je je aan dit lijstje hebt te houden. Dat is ook prima te communiceren in het buitenland in het kader van de Europese gehandicaptenparkeerkaart. Het boekje moet overigens vernieuwd worden, want het gaat nog over achttien landen. Er moet dus een nieuwe versie komen en daarin kan meteen de nieuwe regel voor Nederland meegenomen worden.

Over parkeergarages in gemeentelijke en particuliere handen hebben wij het al even gehad. Nu gaat het over het ambitieniveau van gemeenten. Het is niet de bedoeling dat gemeenten na deze wetswijziging denken dat zij niets meer voor gehandicapten hoeven te doen. Dat moet dus wel. Er zullen specifieke gehandicaptenparkeerplaatsen met bord E6 moeten blijven op plaatsen waar de verdringing het hoogst is, waar mensen moeten kunnen komen. Mijn wetsvoorstel gaat over plaatsen waar mensen willen komen, maar waar zij nu geen gebruik van kunnen maken, terwijl er wel een gewone parkeerplaats is. Gemeenten hebben in hun parkeerbeleid rekening te houden met mensen met een functiebeperking. Het autoluw maken van centra kan voor gehandicapten een extra hobbel opleveren. Dat moeten wij niet willen. Ik denk dat de staatssecretaris dit van harte zal meenemen.

Dat brengt mij bij het punt van de leges voor de GPK en het afschaffen van parkeerbelasting voor mensen met een GPK. Het is vorige week ook al gezegd en ik zeg het nu wellicht ten overvloede: de hoogte van de leges is gekoppeld aan de kosten voor het verstrekken van de kaart. Het mag ook niet meer zijn dan dat. Het is geen melkkoe. Het hoort een kostendekkend systeem te zijn. Het gratis parkeren staat daar los van. Dat gemeenten leges heffen voor een kaart vind ik in alle opzichten redelijk. Er worden immers kosten gemaakt.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dan neemt u dus afstand van de passage in de nota naar aanleiding van het verslag daarover. Daar staat nadrukkelijk dat gemeenten zelf de bevoegdheid hebben om het eventuele verlies aan inkomsten te compenseren. Daartoe kan onder meer het verhogen van de kosten van de gehandicaptenparkeerkaart benut worden. Nu zegt u terecht dat dit niet de bedoeling is.

Mevrouw Van Dijken (PvdA):

Precies. Dat is erdoor geslipt, zal ik maar eerlijk bekennen. Dat had er niet zo moeten staan.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 13 zie ik als een steun voor dit wetsvoorstel. Het is de bedoeling dat mensen met een gehandicaptenparkeerplaats dicht bij hun bestemming parkeren en niet verderop. De oproep aan de gemeenten is absoluut relevant te noemen.

De evaluatie is mede bedoeld om de Kamer scherp en betrokken te houden bij het aflopen van de horizonbepaling. Een evaluatie is verder een prachtig moment voor de Kamer om zich te realiseren dat er nog zaken liggen die serieuze aandacht verdienen. Het ligt mij, gezien de mogelijkheden van de overheid, voor de hand dat de opdracht hiervoor aan de regering wordt gegeven. Omdat wij er op tijd bij moeten zijn als het wel verlengd moet worden, moeten wij het zeker niet weg laten lekken.

Voorzitter. Tot zover mijn reactie naar aanleiding van de moties en de resterende vragen. De meeste moties zijn op het kabinet gericht en ik maak dan ook graag plaats voor de staatssecretaris.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Voorzitter. In tweede termijn zijn mij nog enkele vragen gesteld. Die zal ik zo kort mogelijk beantwoorden.

Mevrouw Van Gent vroeg naar de navigatiesystemen. Die vallen uiteraard niet onder mijn verantwoordelijkheid, maar ik ben natuurlijk bereid om het met mijn collega van Verkeer en Waterstaat te bespreken. Ik laat het echter wel aan haar verantwoordelijkheid over.

De heer Van der Staaij vroeg naar de leges. Dat punt is zojuist al door mevrouw Van Dijken beantwoord. Ik had inderdaad sowieso gezegd dat leges nooit meer dan kostendekkend mogen zijn. De heer Van der Staaij wees er namelijk terecht op dat dit ook zo is bepaald in de wetgeving. Door de inbreng van mevrouw Van Dijken is dit probleem dus van tafel.

Mevrouw Van Dijken stelde mij zelf een vraag over het VN-verdrag. Alle departementen hebben van staatssecretaris Bussemaker van VWS de opdracht gekregen om richtlijnen op te stellen voor de implementatie. Mijn departement werkt hieraan. De streefdatum is 2011 en dat is misschien een beetje teleurstellend, maar het is natuurlijk wel mooi als het dan voor elkaar is. Als wij zaken kunnen versnellen, zullen wij dat zeker niet nalaten.

Het amendement van de heer Heijnen. Ik laat het oordeel hierover aan de Kamer. Belemmeringen die nu worden weggenomen door het initiatiefwetsvoorstel, kunnen te zijner tijd inderdaad wellicht worden weggenomen door technische ontwikkelingen als het betalen per gsm. Als dat gebeurt, is een regeling niet langer nodig. En dan komt inderdaad de vraag aan de orde of de inbreuk op de gemeentelijke autonomie nog wel opweegt tegen het doel van het wetsvoorstel. De heer Bilder wees hier ook op en dat was overigens ook de reden voor mijn aarzelingen. Als er andere mogelijkheden beschikbaar komen, is het goed om over een dergelijke bepaling te beschikken. Ik laat het oordeel dan ook geheel en al over aan de Kamer, met de kanttekening dat ik mij er heel wat bij kan voorstellen.

Tussen het amendement van de heer Heijnen en de motie van de heren Anker en Heijnen op stuk nr. 14 ligt een directe relatie. Ik denk dat het wel goed is om na drie jaar een evaluatie te houden. Als de ontwikkelingen die wij nu verwachten, geen werkelijkheid worden, dan moeten wij dat natuurlijk tijdig vaststellen en de horizonbepaling eruit halen. Ik laat het oordeel over de motie op stuk nr. 14 dan ook aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 10 van de leden Roemer en Van Gent ontraad ik. De bedoeling van parkeerbelasting is de regulering van het parkeren in de openbare ruimte. Daarom is het in de Gemeentewet ook beperkt tot de openbare ruimte. In artikel 225, tweede lid van de Gemeentewet staat namelijk: op de binnen de gemeente gelegen, voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten. Het parkeerbeleid voor gehandicapten richt zich dus uitsluitend op de openbare ruimte. Het is dus geen zaak die bij deze Gemeentewetswijziging moet worden geregeld. Het gaat veel te ver om in het kader van dit wetsvoorstel, deze wetswijziging, dit verzoek te doen. Ik ontraad derhalve het aannemen van deze motie. Dit onderwerp kan worden besproken met de collega's van Verkeer en Waterstaat, die verantwoordelijk zijn voor het parkeerbeleid, ook voor de particuliere kant daarvan. Ik zal natuurlijk wel doorgeven dat dit punt in het debat aan de orde is geweest. Ik wil het aannemen van deze motie echter ontraden.

De voorzitter:

Staatssecretaris, ik heb hier een gewijzigd exemplaar van de motie op stuk nr. 10 voor mij. Ik weet niet of dat bij u ook zo is?

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Dat weet ik zo ook niet.

De voorzitter:

Wij zullen ervoor zorgen dat u die tekst nog even onder ogen krijgt.

De motie-Roemer/Van Gent (30879, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gehandicapten die in een parkeergarage parkeren hier nog steeds voor moeten betalen wat soms moeizaam gaat;

verzoekt de regering, zich er maximaal voor in te spannen om het gratis parkeren voor gehandicapten in gemeentelijke parkeergarages mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (30879)

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Dat is goed.

Mevrouw Van Dijken is afdoende ingegaan op de motie op stuk nr. 11 van de leden Roemer en Van Gent. Ik ontraad het aannemen van deze motie. Mevrouw Van Dijken heeft de argumenten daarvoor reeds gegeven. Ook dit onderwerp hoort niet bij dit wijzigingetje van de Gemeentewet. Het zou echt bij Verkeer en Waterstaat aan de orde moeten komen. Er zitten ook veel praktische bezwaren aan.

Dan de motie op stuk nr. 12 van mevrouw Van Gent, waarin ik word gevraagd om onderzoek te doen. Ik wil best met de collega van VWS hierover overleggen, maar het is niet mijn verantwoordelijkheid om gratis parkeergelegenheid te bieden aan gehandicapten. Er zitten punten bij die zijn aangehaald in het debat. Het probleem is niet het kostenaspect, maar de belemmeringen in de mobiliteit, zoals mevrouw Van Dijken terecht zei. Bij ziekenhuizen wordt het vaak goed ondervangen, wordt er echt rekening mee gehouden en is er vaak hulp aanwezig. Ik ontraad de aanneming van deze motie.

De motie op stuk nr. 13 van de heren Anker en Heijnen om in overleg te treden met de VNG om te kijken naar het parkeerbeleid, vind ik veel beter. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Er bestaat een regulier overleg. Ik ben best bereid om samen met de collega van Verkeer en Waterstaat dit punt in te brengen in het reguliere contact dat wij met de VNG hebben. Uit dat overleg zijn al heel creatieve suggesties gekomen, zoals het afschaffen van de herkeuringen bij de gehandicaptenparkeerkaarten. Dit zou wellicht nog tot creatieve oplossingen kunnen leiden.

Voorzitter. Ik wil het hierbij laten. Ik complimenteer mevrouw Van Dijken met haar inbreng in eerste en tweede termijn.

De heer Bashir (SP):

In de oude motie op stuk nr. 10 staat iets vermeld over de gemeentelijke parkeergarages. Inmiddels is een gewijzigde versie rondgedeeld, waarin wordt gesproken van parkeergelegenheden. Dat is een onderwerp waarover BKZ gaat en waarvan ik denk dat het hier aan de orde kan zijn. Mijn vraag is dan ook of de staatssecretaris wel of geen voorstander is van gratis parkeren op openbare parkeergelegenheden.

De voorzitter:

Het gaat dus over de gewijzigde motie op stuk nr. 10.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Ik zie het, voorzitter. Ik heb net al gezegd dat de bedoeling van parkeerbelasting de regulering is. Er staat "in de openbare ruimte". In het wetsvoorstel van mevrouw Van Dijken proberen wij dat in de openbare ruimte nu juist anders te maken. Daar is dit wetsvoorstel juist voor bedoeld. Ik zie dus niet in wat deze motie daaraan nog toevoegt. Ik zie dat niet meteen, maar dit is mijn eerste reactie, want ik had inderdaad de eerste versie van de motie voor mij liggen.

De heer Bashir (SP):

Als wij het over parkeergelegenheden hebben, gaat het om parkeergelegenheden in het algemeen, dus ook om parkeergelegenheden met een slagboom. Soms kunnen dat parkeergarages zijn, maar soms ook niet.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Dat zijn geen openbare ruimten. Er zijn dan alternatieven voorhanden in de openbare ruimte. Daar ga ik althans van uit, want dat wordt geregeld in dit wetsvoorstel.

De voorzitter:

Het wijzigt dus uw oordeel over de motie niet.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Neen. Dat wilde Bijleveld-Schoutenik inderdaad toevoegen.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik wil u vragen om de opvattingen die in de moties van de heren Bashir, Roemer en mevrouw Van Gent liggen, aan de orde te stellen in het overleg met de VNG. De opvattingen daarachter worden namelijk door meerdere personen gedeeld, maar de absoluutheid van die moties gaat ook de PvdA-fractie wat ver. Dat zal ook dinsdag tijdens de stemmingen blijken. Als u echter toezegt dat u die gedachte betrekt in het overleg – het gaat immers toch om gemeentelijk beleid – dan komen wij ergens.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Ik heb daar geen bezwaar tegen, want in een overleg komen wel vaker creatieve oplossingen naar voren. Ik heb er één genoemd waarmee de problematiek, die terecht is geconstateerd, wordt opgeheven. Ik heb er dus geen bezwaar tegen om dat erbij te betrekken, maar het oordeel over de moties, ook over de gewijzigde versies, is niet gewijzigd.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Het initiatiefwetsvoorstel, het amendement en de moties worden op de stemmingslijst van aanstaande dinsdag geplaatst.

De vergadering wordt van 11.20 uur tot 11.45 uur geschorst.