Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 38, pagina 3361-3384

Aan de orde is het debat over de Najaarsnota 2008 (31792).

De voorzitter:

Ik heet de minister van Financiën welkom.

Ik stel voor om bij dit debat over de Najaarsnota wat betreft de sprekersvolgorde uit te gaan van de grootte van de fracties.

Daartoe wordt besloten.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. Namens de CDA-fractie wens ik minister Bos geluk met zijn verkiezing tot politicus van het jaar. Het kabinet, maar ook zeker deze minister van Financiën, heeft een moeilijke tijd achter de rug en het is helaas nog niet over.

Vorige week hebben de fractieleiders, de minister-president, de ministers van Financiën, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de toestand van Nederland in en buiten de wereld in het verleden, heden en toekomst doorgenomen in een acht uur durend debat. Dit debat vond plaats naar aanleiding van de door het kabinet voorgestelde maatregelen voor 2009 en 2010. Het was een boeiend debat, vooral vanwege het grensverkennende karakter van enkele inbrengen waar die het coalitieakkoord aangaan. Gelukkig zijn de grenzen duidelijk en hoeven geen grenscorrecties te worden aangebracht.

Wij voeren vandaag het debat over de Najaarsnota. Deze ziet er een stuk anders uit dan die van voorgaande jaren. Wij hebben vorige week ook een update gekregen van het Centraal Planbureau voor de jaren 2009 en 2010. De cijfers en aannames in dat rapport zijn met zo veel onzekerheden omgeven, dat de CDA-fractie de nieuwe voorspellingen maar even laat voor wat ze zijn, zeker na het verhelderende debat van vorige week.

De afgelopen paar maanden is door de interventies van de overheid in de financiële sector de staatsschuld toegenomen met bijna 90 mld. Dat is 57,3% van het bruto binnenlands product. Wij lopen richting de 60% van het Stabiliteits- en Groeipact. Uiterste alertheid is daarom geboden. De CDA-fractie heeft met instemming kennisgenomen van het voornemen van de minister van Financiën om wat betreft mogelijke kapitaalverstrek­kingen in de financiële sector die een verhoging van het beschikbare kapitaal boven de nu beschikbare 20 mld. vereisen, deze verhoging eerst aan de Kamer voor te leggen. Dit is conform de Comptabiliteitswet.

Rondom de kredietcrisis heeft zich de afgelopen dagen een aantal ontwikkelingen voorgedaan. Ik som deze ontwikkelingen op en ik heb daar ook een aantal vragen over.

Een Belgisch hof heeft een afkoelingsperiode ingelast waarbinnen geen aandelen van de Fortis Groep aan derden mogen worden overgedragen. Wat zijn de consequenties van dit arrest voor Nederland? De minister van Financiën sprak de afgelopen dagen de geruststellende woorden dat het Nederlandse recht van toepassing is. Waarom is het Nederlandse recht van toepassing? Is dit opgenomen in de contracten? Waar komt dat vandaan? En ook al is Nederlands recht van toepassing, is dit aanvechtbaar of niet aanvechtbaar?

De aandelen Fortis Nederland zijn geleverd en betaald. De overeenkomst is daarmee nagekomen. Geldt dit ook voor de aandelen ABN AMRO die in de holding zitten waarin RBS, Fortis en Santander ieder voor een derde deelnemen? Is er wel geleverd door een bevoegde? In hoeverre fietst hier het zeer recente arrest van de Nederlandse Ondernemingskamer tussendoor? Kan er nog een juridisch relevant dispuut ontstaan over de prijs? Een advocaat heeft gisteren zeer harde woorden gesproken. Hij zou wel wat indienen, en zo begint dat meestal.

Ik stel deze vragen juist omdat wij gisteren een brief kregen van de minister waarin hij aankondigt dat de Staat het aandelenpakket van Fortis Holding Nederland in de RFS Holding, gaat overnemen tegen een vermindering van de schuld die Fortis bij de Staat heeft. Dat is vreemd vermogen prijsgeven en omzetten in eigen vermogen. In deze tijden kun je, als er iets gebeurt, beter vreemd vermogen hebben dan eigen vermogen. Het lijkt mij dus dat dit niet onverdeeld gunstig voor de Staat is. Heeft deze transactie iets te maken met de 850 mld. die Fortis heeft moeten afschrijven vanwege de beleggingen in het Amerikaanse kettingbrieffonds? Inmiddels is gebleken dat de SEC fouten heeft gemaakt. Ik heb gisteren aan de minister gevraagd of, als een toezichthouder fouten maakt – dat geldt in dit geval voor de SEC, maar ook voor Icesave als er in IJsland fouten zijn gemaakt – deze aansprakelijk kan worden gesteld en via die toezichthouder de overheid.

Ik heb nog een vraag over de brief. De Staat neemt nu de aandelen over van Fortis Holding in de RFS Holding, maar Royal Bank of Scotland en Santander zitten ook voor een derde in die holding. Het was een driepoot, maar die moest worden ontvlochten. De vraag is, als je deze constellatie beziet en het arrest van het Belgische hof, welke consequenties dit heeft.

De Europese Raad is akkoord gegaan met het stimuleringspakket dat de Europese Commissie had voorgesteld. Hoe zijn de discussies verlopen over de handhaving van het Stabiliteits- en Groeipact? Wat waren de standpunten over de staatssteunregels, zoals vastgelegd in het EU-verdrag? Ik weet dat hierover vanmiddag nog een debat komt, maar de minister van Financiën is hier ook nauw bij betrokken geweest. Volgens mij komt er binnenkort ook weer een informele Ecofin waar dit soort zaken ongetwijfeld aan de orde komt.

Wat heeft Nederland aan het pakket van de Europese Investeringsbank? Er wordt 60 mld. ter beschikking gesteld in een periode van vier jaar. Uit gesprekken die de commissie voor Europese Zaken recentelijk in Brussel heeft gevoerd met de president van de Europese Investeringsbank, is gebleken dat leningen die via de Europese Investeringsbank worden overgedragen aan de nationale banken voor Nederland te duur zijn. Banken lenen liever uit depositogelden die ze van Nederlanders ontvangen. Kortom, wat heeft Nederland aan dit pakket van 60 mld.?

Hoe lopen de gesprekken rond het weer op gang krijgen van de exportkredietverzekeringen? Ik meen dat er contacten waren tussen Financiën, Economische Zaken en een van de grootste herverzekeraars en exportkredietverzekeraars, Atradius. Graag een update.

Namens mijn fractie wil ik mij, gezien de korte spreektijd die wij voor dit debat hebben, beperken tot drie punten, te beginnen met de pensioenfondsen. Veel van deze fondsen hebben inmiddels te maken met een zogenaamd dekkingstekort. De dekkingsgraad van deze fondsen is gedaald tot onder het wettelijk minimum van 105% en in veel gevallen zelfs tot onder 100%. Dat ligt zowel aan de desastreuze daling van de waarde van de effecten als aan de forse daling van de kapitaalmarktrente. Je ziet dat in Amerika de rente door de Fed verlaagd is tot tussen 0% en 0,25%. Het is de verwachting dat de rente ook in Europa verder terug zal lopen. Gelukkig heeft de toezichthouder tot 1 april 2009 uitstel verleend voor het indienen van de herstelplannen.

Gezien de extreme omstandigheden waarmee wij allen geconfronteerd worden, vraagt de CDA-fractie zich af of er niet eens gekeken kan worden naar een andere maatstaf voor het bepalen van de rekenrente. Op dit moment wordt hiervoor de rente gehanteerd die geldt voor renteswaps, de zogeheten swaprente. Deze rente ligt door de grote vraag naar en het geringe aanbod van deze swaps inmiddels al ver onder de rente op staatsobligaties. De CDA-fractie vraagt het kabinet, te bezien of het mogelijk is om eventueel tijdelijk over te gaan op een rentecurve gebaseerd op Nederlandse staatsobligaties of voor een beperkte vaste tijd renteniveaus te veronderstellen die hoger of minimaal gelijk zijn naarmate de daarbij behorende looptijd langer is. Mijn fractievoorzitter, de heer Van Geel, duidde hier al op tijdens het debat van vorige week.

Verder voorziet de wet in het toestaan van een langere termijn waarbinnen de financiële positie van de fondsen hersteld moet zijn. Dit zou, gezien de extreme economische situatie waarin wij nu verkeren, eventueel additioneel overwogen kunnen worden.

De heer Irrgang (SP):

Mijn fractievoorzitter heeft er vorige week ook voor gepleit om te bezien welke mogelijkheden er zijn om vanwege bijzondere omstandigheden te komen tot een tijdelijke versoepeling van de regels voor de pensioenfondsen. Met welk doel wil de CDA-fractie de regels rondom de rekenrente aanpassen? Zij zal hiermee immers ongetwijfeld een doel voor ogen hebben, anders dan alleen een rekenkundige exercitie.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat door een lage rente de dekkingsgraden zakken. Stel dat er een periode komt dat de rente ineens omhoog gaat. Dat kan. Dan zijn de dekkingsgraden weer voldoende en kunnen weer allerlei zaken gebeuren. Het kan niet zo zijn dat je binnen een periode van één jaar ineens met een tekort zit, enorm beneden de 100%, vervolgens met een overschot zit als de rente gaat stijgen en een jaar daarna weer met een tekort zit als het nog niet goed gaat. Wij willen gewoon stabiliteit. De pensioenfondsen beleggen op de lange termijn en dan kun je niet met heel korte data werken. Vroeger hadden wij een rekenrente van 4%. Dat gaf enige zekerheid. Deze is losgelaten. Mijn fractie vraagt aan deze minister en aan de minister van Sociale Zaken om eens te bezien of je met de rekenrente niet kunt aansluiten bij een ander, wat stabieler gegeven.

De heer Irrgang (SP):

Dat begrijp ik, maar ik neem aan dat de CDA-fractie dat niet alleen wil om vrolijker of stabielere plaatjes te krijgen over de dekkingsgraden door de jaren heen. Ik neem aan dat de doelstelling daarbij ook is om voor deze situatie tot enige versoepeling te komen, zodat bijvoorbeeld de pensioenen meer dan nu mogelijk is, kunnen worden geïndexeerd of in ieder geval niet te hoeven worden afgestempeld. Dat soort scenario's komt natuurlijk in beeld bij deze kunstmatig lage dekkingsgraden.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Laat ik volstrekt duidelijk zijn: indexatie is gegeven de omstandigheden onmogelijk. Ook al stel je de rente op een andere manier vast, dan nog zullen de dekkingsgraden niet voldoende zijn om over te kunnen gaan tot indexatie. Pensioenfondsen werken echter met zaken op de lange termijn. Ik zou inderdaad willen voorkomen dat pensioenen afgestempeld moeten worden. Het blijkt ook dat de inkomsten van de pensioenfondsen – ik bedoel de pensioenpremies die nu opgebracht worden – voldoende zijn om de pensioenen uit te betalen. Alleen voor de lange termijn, door de enorme schommeling in de rente en de extreme situatie op de aandelenbeurzen, is er een onderdekking ontstaan. Wij willen kijken in hoeverre wij in dat opzicht enige stabiliteit kunnen creëren.

Voorzitter. Ik had het ook over de pensioenfondsen omdat de regels op deze punten in sommige andere landen anders zijn. Mijn fractie zou graag een overzicht ontvangen van de regelgeving met betrekking tot de pensioenfondsen in andere landen, dan wel van de landen met een vergelijkbaar pensioensysteem als Nederland.

Ik kom op het punt van de defiscalisering van de rente. Ik heb dit interessante onderwerp namens mijn fractie al enige keren ter sprake gebracht. Het betreft het leegzuigen van ondernemingen via renteaftrek op de leningen waarmee de onderneming is volgestopt. Een en ander werd veroorzaakt door het verschil in fiscale behandeling tussen eigen en vreemd vermogen. Als voorbeelden kan ik de Hema, de Perscombinatie en Ziggo noemen, of recenter de berichten dat Eneco en Nuon hun netwerkbedrijven willen volstoppen met leningen voordat zij worden afgesplitst. Een ander voorbeeld dat zeer sterk speelt is Wegener. Dergelijke opzetjes kosten de fiscus handenvol geld en dragen niet bij aan het in stand houden van voorheen op zichzelf gezonde ondernemingen. Duitsland kent een bepaling die er globaal op neerkomt dat niet meer dan 30% van de winst als rente mag worden afgetrokken. Er zijn ook andere regels te bedenken die grenzen stellen aan de kapitalisatie van de ondernemingen. Ik denk daarbij aan de zogenaamde thin capitalization rules. Deze bepalingen zijn ingewikkeld en schieten hun doel vaak voorbij.

Nog niet zolang geleden zijn drie hooggeleerde heren – die overigens stevig met hun voeten op de grond staan – gekomen met een uitwerkt wetsvoorstel met een uitgebreide toelichting, waarin in concernverhoudingen de aftrek van rente werd uitgesloten. Daartegenover staat dan dat de ontvangen rente niet meer hoeft te worden opgegeven. Dat heet de zogenaamde "defiscalisering van rente in groepsverband". De hooggeleerden waarover ik het had zijn de heren Engelen, Vording en Van Weeghel. De vaste commissie van Financiën heeft in november over dit voorstel een hoorzitting belegd met de drie heren. Het bedrijfsleven, maar ook de staatssecretaris van Financiën, hebben het voorstel een interessante gedachte genoemd. Ook de CDA-fractie vindt het een zeer interessant voorstel. Het voorstel berooft opzetjes zoals bij de Hema en de voorgenomen schuldenlozing bij de netwerkbedrijven voor een groot deel van hun aantrekkelijkheid. Bovendien levert het veel geld op dat aangewend kan worden voor de verdere versterking van het vestigingsklimaat in Nederland. Inmiddels hebben de beide bewindslieden van Financiën, de minister en de staatssecretaris, op verzoek van de Kamer een brief aan haar gestuurd met de resultaten van een analyse door het CPB van verschillende mogelijkheden om de bovengenoemde problematiek op te lossen. Deze brief is wat vlak en heeft de Kamer nog niet de gewenste duidelijkheid verschaft. De CDA-fractie zal erop aandringen dat op korte termijn eerst nog eens een algemeen overleg over de brief zal worden gehouden. Dat hoeft geen vertraging te brengen in het voornemen van het kabinet om in de eerste helft van 2009 met voorstellen naar de Kamer te komen. Wij geven de staatssecretaris en deze minister graag luid en duidelijk mee, dat de CDA-fractie ervan uitgaat dat de opbrengsten uit defiscalisering van de groepsrente worden teruggegeven aan het bedrijfsleven via een verlaging van de tarieven en eventueel ook via het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de dividendbelasting.

De heer Tang (PvdA):

Ik begrijp de steun van de CDA-fractie voor de lijn die de staatssecretaris van Financiën lijkt uit te zetten voor de vennootschapsbelasting. De grote internationaal opererende bedrijven betalen op dit moment echter effectief minder vennootschapsbelasting dan de kleinere bedrijven. Ons belastingstelsel is nog te veel gericht op de successen van grote bedrijven in het verleden en te weinig op de toekomende successen van bedrijven die nog moeten groeien. Het is verstandig om te onderzoeken hoe wij snelgroeiende bedrijven kunnen stimuleren. Ik denk dan aan een investeringsaftrek en niet aan een verlaging van de tarieven en de dividendbelasting. Is deze overweging bespreekbaar voor de CDA-fractie?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik ben van mening dat wij zuinig moeten zijn op onze grote bedrijven. Wij waren dat in het verleden en dat moeten wij ook zijn in het heden en in de toekomst. Daarnaast moeten wij alles doen om innovatieve ontwikkelingen binnen bedrijven te stimuleren en daarvoor is de octrooibox in het leven geroepen, die een behoorlijke stimulans is. Het moet duidelijk zijn dat de opbrengst van de maatregel ten goede moet komen aan het vestigingsklimaat in Nederland en aan het bedrijfsleven, en wel in de vorm van lastenverlichting. Wij zullen zeker nog discussiëren over de vraag hoe de lastenverlichting vorm moet krijgen. Onze voorkeur gaat uit naar een tariefsverlaging en eventueel het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de dividendbelasting. Ik ga de discussie graag aan.

De heer Tang (PvdA):

De CDA-fractie hecht aan het belang van grote bedrijven. Dat is vanzelfsprekend.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Maar ook aan het belang van de kleintjes.

De heer Tang (PvdA):

Maar ook aan het belang van de kleintjes. De heer De Nerée tot Babberich wil in feite niet kiezen, maar in de loop van het debat kan blijken dat er een keuze moet worden gemaakt. Is hij daartoe bereid?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb duidelijk gezegd wat de CDA-fractie graag wil. Wij willen de opbrengst ten goede laten komen aan het bedrijfsleven in de vorm van een tariefsverlaging of het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de dividendbelasting. Ik weet dat de PvdA-fractie daarover andere opvattingen heeft. Wij zullen zien waar wij uiteindelijk op uitkomen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik ben nieuwsgierig naar de mening van de CDA-fractie over de groepsrentebox. Uit de brief die wij gisteren hebben ontvangen, blijkt dat de groepsrentebox zoals die bij de Europese Commissie leeft, wordt losgelaten en dat deze maatregel daarvoor in de plaats komt. Vindt de heer De Nerée tot Babberich dit een goede ontwikkeling of geeft hij de voorkeur aan de groepsrentebox?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De groepsrentebox ligt bij de Juridische dienst van de Europese Commissie. Ik weet niet of de heer Van Dijck weet hoe die Juridische dienst werkt, maar daar wordt diep nagedacht en alle theorieën worden tegen elkaar afgewogen. De groepsrentebox blijft daar voorlopig nog ingepakt liggen voordat er enige duidelijkheid komt, tenzij er een debat over staatssteun komt. Als alle staatshoofden akkoord gaan, wordt de groepsrentebox goedgekeurd.

Door deze vertraging in Brussel zijn er ongewenste effecten opgetreden. Wij willen niet langer wachten en gaan onze eigen weg. De voorstellen van de drie hooggeleerde heren, die wellicht in gewijzigde of ongewijzigde vorm worden overgenomen door het kabinet, maken meer kans in Brussel dan de groepsrentebox tegen een tarief van 5%.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Wij spreken hier niet over de haalbaarheid, maar over de vraag of het ene moet worden omgeruild tegen het andere. De heer De Nerée tot Babberich geeft de voorkeur aan de groepsrentebox, maar omdat het te lang gaat duren, neemt hij genoegen met deze maatregel.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De nu voorliggende maatregel spreekt mij meer aan dan de groepsrentebox.

Mijn laatste opmerking gaat over de onderuitputting van de FES-gelden. Uit de Najaarsnota blijkt dat er weer sprake is van een vertraging van de uitgave van ongeveer 450 mln. Dat is helaas niet nieuw; ook in 2007 bleef er 300 mln. op de plank liggen. Ook in 2006 konden niet alle FES-gelden worden uitgegeven. Dat baart de CDA-fractie grote zorgen, zeker in deze tijden. Het lijkt een structureel probleem te worden. Ik wil het kabinet vragen wat het hieraan gaat doen. Het kan niet zo zijn dat de gelden die wij ter beschikking stellen voor allerlei goede projecten niet besteed worden. Wij willen zorgen dat juist die projecten die goed zijn om de economie weer aan de gang te krijgen, ook uitgevoerd worden. Wij zien in dat verband ook uit naar de brief van het kabinet die begin volgend jaar komt en waarin projecten zullen staan die naar voren gehaald kunnen worden. Maar dit ziet op projecten die al voorzien waren, maar niet uitgevoerd worden.

De heer Tang (PvdA):

U zegt dat die projecten uitgevoerd moeten worden om de economie op gang te houden of weer te brengen. Dat betekent natuurlijk ook dat het CDA zich tegen eventuele bezuinigingen zou moeten keren, want dat zou de economie ook remmen en niet op gang brengen. Begrijp ik dat goed?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik begrijp niet waar u op doelt.

De heer Tang (PvdA):

U zegt dat die uitgaven en die FES-projecten plaats moeten vinden, omdat die de economie weer op gang brengen. Het omgekeerde is dan ook waar. Als er ergens anders bij de overheid bezuinigd zou worden, zou dat slecht zijn voor de economie en dan gaat u zich daar natuurlijk ook tegen keren.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik begrijp nu wat u bedoelt. Dat is de discussie van verleden week. Daar was ik al bang voor en daarom vroeg ik of u het wilde herhalen. Dit zijn projecten die klaar zijn, die uitgevoerd moeten worden en waar geld voor is. In 2008 hoeft niet bezuinigd te worden, want er blijft 400 mln. over. Ik weet echter niet wat er in 2009 gaat gebeuren. Als u duidt op de discussie "afspraak is afspraak, maar geen afspraak", dan is het standpunt van het CDA "afspraak is afspraak". Dat is verleden week ook al duidelijk gezegd. Wij zullen in het coalitieakkoord kijken wat er gaat gebeuren als wij bij -2 terecht komen.

De heer Tang (PvdA):

U weet: het zijn bijzondere tijden. Dat vraagt misschien ook wel om bijzondere maatregelen. Ik erken dat er uitgaven zijn die de economie op gang kunnen houden. Dat betekent onvermijdelijk dat er ook bezuinigingen kunnen zijn die de economie schade toebrengen. Die zou het CDA dan ook niet moeten willen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Mijn fractievoorzitter heeft verleden week een motie ingediend. Daar is gisteren over gestemd. Dat is de zogenaamde "stofkammotie", waarin het kabinet wordt gevraagd nog eens door de begrotingen te gaan en te kijken welke uitgaven naar voren gehaald kunnen worden en welke uitgaven naar achteren geschoven kunnen worden. Dat is ook een methode om te zorgen dat je goede dingen doet, terwijl je tegelijkertijd de afspraken die de drie partijen gemaakt hebben, nakomt.

De heer Irrgang (SP):

Waarom toch dat dogmatisme van "afspraak is afspraak"? De heer Colijn zei ook: de gouden standaard, daar wordt niet aan getornd. Maar dat bleek in de depressie van de jaren dertig toch heel onverstandig te zijn. Het CDA moet toch ook uitgaan van de veronderstelling dat het in ieder geval in theorie mogelijk is dat er in 2009 en 2010 omstandigheden zijn die het noodzakelijk maken dat wordt afgeweken van afspraken? Kan het CDA zich daar iets bij voorstellen?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

In deze moeilijke tijden ben ik blij dat wij afspraken hebben waar wij ons aan vast kunnen houden. Ik zal mij niet verdiepen in theoretische bespiegelingen. Dat laat ik graag aan u over.

De heer Irrgang (SP):

Dan zegt u dus, net als Colijn: gaat u maar rustig slapen, wij gaan gewoon bezuinigen. Dus ook als de economie met 2% krimpt, gaat het CDA het allemaal nog erger maken en nog meer bezuinigen. Het is alsof Colijn nog steeds onder ons is.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik raad de heer Irrgang aan het coalitieakkoord nog eens te lezen. Daarin staat duidelijk wat de afspraken zijn. Wij zullen kijken wat er volgend jaar gaat gebeuren. Wij zullen ook zien wat er in 2010 gaat gebeuren. Ik moet u zeggen dat ik blij ben met de weinige zekerheden die wij hebben, namelijk de afspraken die wij gemaakt hebben. Daarom moeten wij ons ook aan die afspraken houden.

De heer Weekers (VVD):

U haalt de stofkammotie van de heer Van Geel aan. Wij hebben daar niet alleen met instemming kennis van genomen, maar wij hebben haar ook gesteund. De stofkam ergens doorhalen, wil zeggen dat er stof tussen zit en dat er dus dingen tussen zitten die eigenlijk niet nodig zijn. Waarom zegt u dan: die dingen moeten wij er nu allemaal uit halen, maar in een later jaar kunnen die uitgaven wel worden gedaan? Is dat niet een beetje inconsequent?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Er zijn twee mogelijkheden. De ene mogelijkheid is om in het kader van het coalitieakkoord, dat door drie partijen is ondertekend, te bekijken of wij uitgaven die voor nu zijn voorzien, naar achteren kunnen schuiven en of uitgaven die voor later zijn voorzien, naar voren kunnen worden gehaald gezien de specifieke economische situatie op dit moment. De andere mogelijkheid is om met een stofkam voorgenomen uitgaven die niet zijn voorzien in het coalitieakkoord, waarover de vraag gesteld kan worden of zij nuttig of niet nuttig zijn, eruit te kammen, die nog eens tegen het licht te houden en te bekijken of er gezien de huidige economische situatie andere mogelijkheden zijn.

De heer Weekers (VVD):

Begrijp ik goed dat het uw partij in de eerste plaats gaat om herprioritering? Zaken die de economie verstevigen moeten meteen worden uitgevoerd en over zaken die de economie niet direct verstevigen, moet nog maar eens goed worden nagedacht? Begrijp ik goed dat u verwacht dat volgend jaar toch bezuinigd moet worden en dat het dan heel erg nuttig is om met een stofkam door de begroting te gaan om een aantal zaken eruit te halen die eigenlijk niet nodig zijn?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik verwacht nog niet dat er volgend jaar bezuinigd moet worden. Dat zijn de woorden van de heer Weekers. Het is echter altijd buitengewoon verstandig om te kijken of uitgaven die zijn voorgenomen en waartoe je je niet verplicht hebt, nuttig zijn gezien de huidige economische situatie.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

De heer De Nerée probeert de afspraak-is-afspraakdiscussie te parkeren tot 2010, omdat wij pas dan problemen krijgen met de signaalwaarde van -2%. Wij hebben echter volgend jaar al een bikkelhard probleem, omdat zowel de ruilvoetwinst verdampt als de werkloosheidsuitgaven gaan oplopen. Wij krijgen dus problemen met de uitgavenkaders. Nu heeft de directeur van het Centraal Planbureau daarover de heel interessante suggestie gedaan, die wij ook al een aantal jaren doen, om aan de uitgavenkant automatische stabilisatoren aan te brengen door de conjunctuuruitgaven eruit te halen. Haal dus de werkloosheidsuitgaven eruit. Het CDA is wel bereid geweest om in het licht van de financiële crisis de begrotingsregels aan te passen. Ik vraag nogmaals wat ervoor nodig is om het CDA ook bereid te doen zijn om op het punt van de economische doorwerking van de financiële crisis op een verstandige manier naar de begrotingsspelregels te kijken.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

In het coalitieakkoord zijn heel goede begrotingscijfers vastgelegd, met een uitgavenkader en een lastenkader. Bij de huidige gebeurtenissen zie je hoe goed die regels zijn, omdat in het uitgavenkader ondanks het feit dat het economisch slecht gaat, de overheid de uitgaven die zijn voorgenomen, nog kan doen. Als er te weinig belastingopbrengsten zijn, werkt dat uiteindelijk door in de staatsschuld. Die flexibiliteit zit erin, dat is keynesiaans denken. Daarom zijn wij blij dat wij deze begrotingsregels hebben. Het enige wat wij hebben afgesproken, is dat wij, als wij een tekort van -2% bereiken, moeten bekijken hoe wij dat kunnen verminderen. Wij zijn niet bereid om allerlei categorieën uitgaven buiten de uitgavenkaders te brengen, behalve dat wat wij hebben afgesproken. Dat zijn bijvoorbeeld de rente-uitgaven.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik constateer dat de heer De Nerée een beetje de kop in het zand steekt. Hij zegt dat er nog geen problemen zijn met de uitgavenkaders. Ik heb eerlijk gezegd nergens een analyse van het kabinet gezien hoe het volgend jaar met de uitgavenkaders zal verlopen. Mochten er wel problemen ontstaan, is de heer De Nerée dan bereid om te kijken naar die zinvolle suggestie van de directeur van het Centraal Planbureau? Wij hebben het niet over zomaar allerlei uitgaven buiten de kaders plaatsen, maar over een heel doelbewuste interventie die de begrotingsregels zou kunnen verbeteren.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Wij hebben goede begrotingsregels. Ik moet verder zeggen dat ik niet onder de indruk was van de suggestie van de directeur van het Centraal Planbureau.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Dat betekent dat u ervan uitgaat dat er volgend jaar nog geen problemen zijn en dat niet bezuinigd hoeft te worden?

De voorzitter:

Dat had ik al gehoord.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Mevrouw Sap zegt dat wij de kop in het zand steken. Wij doen dat zeer zeker niet. Ik heb net een aantal vragen opgeworpen en een aantal problemen geduid, om te kijken of wij daarvoor oplossingen vinden. Daarvoor zijn wij hier: om te bezien welke oplossingen wij bedenken als zich problemen voordoen. Wij moeten echter niet, zoals mevrouw Sap suggereert, bepaalde zaken uit de uitgavenkaders halen zodat wij rustig onze gang kunnen blijven gaan met uitgeven. Dat doen wij niet.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. De motie-Van Geel hebben wij ook gesteund. Het is altijd goed om de stofkam er doorheen te halen. Ik vraag mij echter af of de stofjes die misschien in de begroting zitten en die een versteviging in de weg zouden kunnen zitten, niet onderdeel zijn van het regeerakkoord, zoals een aantal belastingverhogingen. Staan die zaken volgens de CDA-fractie ter discussie? Het betreft misschien niet zulke grote bedragen, maar bij elkaar opgeteld kunnen die bedragen wel een probleem vormen voor het bedrijfsleven.

Een tweede vraag betreft de dogmatiek van de CDA-fractie als het gaat om "afspraak is afspraak". Zaken als sociaaleconomische vernieuwingen, socialezekerheidsstelsels die moeten worden vernieuwd, de woningmarkt en de AOW, kunnen de komende twee jaar wel degelijk op de agenda komen te staan als mogelijke oplossingen voor een structurele versterking van de economie en het stelsel. Zijn deze zaken per definitie onbespreekbaar voor de CDA-fractie, of wil de fractie op die punten niet alleen de kaasschaaf hanteren, maar misschien ook de föhn, om de dingen enigszins vooruit te stuwen met enige voortgang en wind?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Je maakt afspraken voor moeilijke tijden, want voor goede tijden zijn die niet nodig. Nu breken er moeilijke tijden aan en nu pleit de heer Van der Ham, evenals mevrouw Sap en de heer Irrgang, ervoor om de afspraken te veranderen. Nee, afspraken zijn juist gemaakt voor dit soort tijden en die afspraken moeten worden nagekomen.

Ik ben het eens met de heer Van der Ham dat wij naar de woningmarkt moeten kijken. Wellicht moeten in deze tijden woningen worden gerenoveerd. Dat is duurzaam en goed voor het milieu. Samen met andere organisaties, zoals woningbouwcorporaties, kunnen gelden naar voren worden gehaald. Dat alles valt echter binnen de afspraak. Ik denk niet dat de heer Van der Ham ervoor pleit de vliegtaks af te schaffen.

De voorzitter:

De vragen worden steeds langer en de antwoorden ook. Ik verzoek de heer Van der Ham een korte vraag te stellen.

De heer Van der Ham (D66):

Mijn fractie heeft wel degelijk al eerder twijfels over de vliegtaks geuit. Als blijkt dat die taks een grote wissel trekt op de sector, is daarover met mijn fractie zeker te spreken. Ik spreek niet over het opgeven van de begrotingsregels. Daarvoor hoort men de D66-fractie niet pleiten. Als je echter de stofkam erdoor haalt, kun je best wel eens zaken tegenkomen die in het regeerakkoord zijn opgenomen in een tijd waarin wij nog niet te maken hadden met een economische crisis. Staat de CDA-fractie ervoor open om dat soort belemmeringen weg te nemen? Ik vraag de CDA-fractie ook met een open blik te kijken naar de grote economische vernieuwingen en stelselvernieuwingen waaraan dit kabinet niets doet. Dit is een uitzonderlijke tijd en mogelijk is het volgend jaar dienstig om dat soort discussies open te breken. Ik zou dat juist van de CDA-fractie verwachten.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik verval in herhalingen. Nogmaals: afspraak is afspraak. Als drie coalitiepartijen denken dat iets beter kan worden geregeld – daarvoor zijn er drie nodig – kun je daarover spreken, maar niet eerder. Voor de rest hebben wij keurig het coalitieakkoord getekend en houden wij ons daaraan.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik vraag toestemming om mijn twee vragen na elkaar te stellen, omdat zij niet direct een relatie hebben met elkaar. Ik zal proberen de ene zo kort mogelijk te houden. Bij de andere vraag is dat afhankelijk van het antwoord van de heer De Nerée.

De heer De Nerée spreekt over het bedrag van 450 mln. in het FES. Dat zijn projecten die op dit moment niet kunnen worden uitgevoerd. Is het voor de CDA-fractie bespreekbaar als dat geld nu in de kasschuifconstructie wordt ingezet voor projecten die wel direct kunnen worden opgepakt?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik ben bang dat er een structureel probleem ontstaat, namelijk dat die projecten die voorzien zijn en waarvoor geld beschikbaar is gesteld, niet kunnen worden uitgevoerd. Ik hoor graag van het kabinet hoe dat komt. De gelden blijven beschikbaar in het FES. Dat past in de begrotingssystematiek. Als je ziet dat deze projecten blijven liggen en volgend jaar maar ook over twee jaar niet uitgevoerd kunnen worden, rijst toch de vraag of je niet met andere projecten zou moeten komen. Daarom hebben wij via een motie – ik dacht van uw fractievoorzitter Slob – de regering gevraagd om begin volgend jaar met een lijst te komen van projecten die wel kunnen worden uitgevoerd. Ik dacht dat dit antwoord toch wel duidelijk is.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. De heer De Nerée geeft aan dat afspraak afspraak is. Ik ben dat in grote mate wel met hem eens, maar wij moeten wel oppassen dat wij niet een soort lemmingendiscussie krijgen. Omdat onze hormonen dat nu zeggen, rennen wij allemaal keihard op de afgrond af en pletteren er dan met zijn allen in. Op de bodem zeggen wij dan: hoera, want hier waren wij voor voorbestemd! Afspraak is afspraak kan dus ook heel nadelige gevolgen hebben. Even een vergelijking met de discussie met de bankdirecteuren. Die vertrouwden eigenlijk allemaal op hun modellen en zeiden dat die modellen niets anders zeiden. Je kunt dat enigszins vergelijken met dat "afspraak is afspraak". Is de heer De Nerée het met mij eens dat "afspraak is afspraak" niet zou moeten betekenen dat wij ons verstand uitschakelen en zeggen: daar staat een blinde regel en dat doen wij? Je moet toch altijd blijven nadenken, mijnheer De Nerée?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Daarvoor staan wij hier ook!

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Ook wij hebben die stofkammotie ondersteund, maar het zegt natuurlijk wel iets, want het CDA geeft daarmee toch toe dat er veel stof in de begroting zit dat best een paar jaar kan worden uitgesteld. Ook wij hebben geconstateerd dat er veel onzinnige uitgaven in de begroting zitten. Is het niet veel verstandiger om in plaats van die onzinnige uitgaven naar achteren te schuiven het daarvoor bestemde geld terug te geven in de vorm van belastingverlichting om daarmee de economie een extra boost te geven?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. De heer Van Dijck maakt een denkfout. Over lastenverlichting zijn al heel wat discussies gevoerd, ook nog verleden week. De vraag is of dat helpt.

De denkfout die de heer Van Dijck maakt is dat als je met een stofkam ergens doorheen wil gaan er wel heel veel stof in zal zitten. Dat moet toch blijken, want daarom haal je die kam er toch doorheen?

De heer Tony van Dijck (PVV):

Je dient toch geen stofkammotie in als je er niet van uitgaat dat er geen stof in zit? Kennelijk zit er, ook volgens het CDA, een hoop stof in de begroting die best naar achteren kan worden geschoven.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Dat moet toch blijken, mijnheer Van Dijck?

De heer Tony van Dijck (PVV):

Mijn vraag is of het wel zinvol is om dat naar achteren te schuiven of dat het niet zinvoller is om dat te bezuinigen, niet om het bezuinigen – zoals anderen hier enigszins lijken voor te stellen – maar om het terug te geven in de vorm van koopkracht aan de burgers. Die koopkracht hebben wij toch nodig?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. Nogmaals, voordat die kam erdoorheen is gehaald, weet ik niet hoe veel stof erin zit. Daarom is het kabinet ook verzocht om die kam erdoorheen te halen om te bezien of er mogelijkerwijs stof in zit. Dat weten wij nu dus nog niet. Als er wat uit komt, zullen wij daar ongetwijfeld over discussiëren.

De heer Van Dijck sprak over koopkracht. Volgend jaar gaat de koopkracht enorm omhoog door alle maatregelen die genomen zijn ondanks de slechte economische situatie en dat is fantastisch. Zelfs voor 65-plussers met een extra inkomen tot en met € 34.000 gaan erop vooruit, ondanks het feit dat de pensioenen niet geïndexeerd werden. Daar mogen wij best trots op zijn. Wij willen geen verdere maatregelen nemen. Dat is niet nodig en bovendien zal dat niet het effect hebben dat de heer Van Dijck verwacht. Als je de koopkracht nog verder verbetert of lastenverlichtende maatregelen neemt, krijg je mensen niet zo ver dat ze dat geld ook uitgeven. De Nederlander is voorzichtig, mijnheer Van Dijck!

De voorzitter:

Ik denk dat wij hiermee niet verder moeten gaan, want wij hebben nu een hele interruptieronde gehad over een motie die al aangenomen is. Dat lijkt mij toch wat merkwaardig!

De heer Tang (PvdA):

Voorzitter. Het interruptiedebat heeft wel opgeleverd dat wij nu niet alleen weten dat afspraak afspraak is, maar ook dat het CDA blijft nadenken. Ik wil daarbij wel op enige snelheid aandringen, want "a good plan today is better than a perfect plan tomorrow", mijn favoriete uitspraak van Robert De Niro uit Wag the Dog. Het plan moet natuurlijk wel op het juiste moment komen.

Mevrouw de voorzitter. De schuld is als een duveltje uit een doosje omhoog geschoten van 42% naar 57%, zo laat de Najaarsnota zien. De verantwoordelijk bewindspersoon, de minister van Financiën, wordt niet gevierendeeld, maar gevierd! Vreemd, maar ook niet zo vreemd in deze vreemde tijden, want de schuldsprong is toe te schrijven aan deelnemingen in financiële instellingen op grote schaal. Die deelnemingen zijn niet alleen waardevol omdat ze de Nederlandse economie voor een ramp hebben behoed. Ze hebben ook een financiële waarde en die zal met name blijken bij verkoop. Tot dat moment is er slechts een slag naar te slaan, temeer omdat de aandelenmarkten hevige schommelingen laten zien en waarderingen op die markten uitdrukking geven aan opspelende sentimenten en niet aan onderliggende fundamenten.

Dat laat onverlet dat het parlement inzicht moet hebben in de ontwikkeling van onderliggende waarden, bijvoorbeeld wanneer het Hof in België een belangrijke uitspraak doet of lijkt te doen over Fortis of wanneer de zwendel van een voormalig Nasdaqtopman aan het licht komt. Algemener is de vraag of de waarde en de verandering daarin niet van belang zijn voor de toestand van 's Rijks financiën, juist omdat de verkoop van staatsdeelnemingen het doel is. Graag ontvang ik een reactie van de minister.

Hoe wordt daarbij vastgesteld wanneer het juiste moment is om te verkopen? Wordt dat alleen bepaald door de verkoopprijs of spelen andere factoren dan de verkoopprijs daarbij ook een rol? Ik kom kort op de brief van gisteren. Waarom verbetert een boekhoudkundige transactie de solvabiliteit van Fortis? Dat ontgaat mij nog. Komt dat misschien doordat de Staat het risico overneemt, maar niet prijst zoals een private partij dat prijst?

Het is geen tijd voor schuldfetisjisme. Spreken over afwenteling op toekomstige generaties of refereren aan de 60% van het Stabiliteitspact zou daarvan getuigen en juist kortzichtig zijn. Want tegenover schulden staan bezittingen en het is des te meer geen tijd voor schuldfetisjisme omdat er twee goede redenen kunnen zijn voor het verder oplopen van de schuld. De eerste is natuurlijk een mogelijk verdere ondersteuning van banken en verzekeringsmaatschappijen. De tweede is de aankomende recessie. Op beide redenen zal ik iets uitgebreider ingaan.

De ondersteuning van de financiële sector kan nog verder oplopen en de staatsschuld daarbij eveneens. Het kabinet heeft de begrotingsregels aangepast. Terecht. Hiermee komen alle baten, maar ook alle kosten en alle risico's ten laste van de staatsschuld. Laat u zich door niets of niemand vertellen dat de PvdA-fractie dat niet zou hebben gewild. Vorige week is al gesproken over een mogelijke tweede ronde van nieuwe aanvragen voor kapitaalversterking. Dat zal sterk afhangen van de waardeontwikkeling van bezittingen. Wij zullen zien of een tweede ronde er gaat komen.

Die waardeontwikkeling van bezittingen is niet alleen relevant voor financiële instellingen, maar ook voor beleggers. Dat brengt mij bij een specifiek punt. Volgens oud-ING-bankier Cees Maas hebben bankiers hun eigen producten niet begrepen. Dat zal dan ook gelden voor hun klanten, zeker wanneer dit niet-professionele beleggers zijn. Ik heb dan ook meerdere keren naar de verspreiding van gestructureerde producten onder niet-professionele beleggers gevraagd, maar ik heb geen of geen goed antwoord gekregen. De reden is, zo blijkt nu, dat de verspreiding niet bekend is, terwijl de Nederlandse markt een omvang heeft van 20 à 30 mld., zo schat de minister zelf. Giftig vlees wordt onmiddellijk teruggehaald, maar van giftige financiële producten weten wij niet eens waar ze zijn. Zouden wij dat niet willen weten? Zou dat niet bekend moeten zijn, in eerste instantie bij de AFM, zo vraag ik de minister. Zeker nu is gebleken dat bankiers zelf de gestructureerde producten niet begrepen hebben. Welke verantwoordelijkheid hebben de banken hier in de opinie van de minister? Moeten herkomst en bestemming van deze producten, net als bij vlees, niet in beeld komen?

Ik kom op de tweede reden. De staatsschuld zal, zoals gezegd, verder oplopen, niet alleen door mogelijk verdere ondersteuning van de financiële sector, maar ook door de recessie. De aankomende recessie kan bijzonder zijn en kan ook een bijzondere reactie vragen. Daarbij is schuldfetisjisme schadelijk. Willem Buiter spreekt in dit opzicht van "good deficit". Deels is de recessie gewoon, want herkenbaar. Herkenbaar is dat Nederland een kleine, zeer open economie is en zich niet kan onttrekken aan de gelijktijdige krimp in de grootste Europese landen, Japan en de Verenigde Staten. Zeker de helft van de krimp is volgens het Centraal Planbureau toe te schrijven aan dalende wereldhandel en daardoor dalende export. Herkenbaar en gewoon is ook de daling in de uitgaven voor investeringsgoederen en duurzame consumptiegoederen. Deze uitgaven worden vaak uitgesteld als de perspectieven tijdelijk somber zijn en de onzekerheden groot. Derhalve is het niet zo vreemd dat de auto-industrie en de staalindustrie als eerste tegenslag ondervinden en dat de bouw van nieuwe woningen sputtert. Bij een gewone recessie past dat de automatische stabilisatoren in werking treden. De inkomsten gaan dan omlaag, de uitgaven blijven op peil en het saldo gaat omlaag. Het is allemaal even herkenbaar.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De woorden van de heer Tang brengen mij in verwarring. Hij spreekt voortdurend over schuldfetisjisme. Ik begrijp niet wat hij daarmee bedoelt. Bedoelt hij dat wij de schuld moeten laten oplopen? Tegen huishoudens zeggen wij dat ze niet meer moeten uitgeven dan ze binnenkrijgen, maar de heer Tang vindt dat blijkbaar maar onzin.

De heer Tang (PvdA):

Er zijn redenen om niet alleen naar de schuld te kijken. Je moet namelijk ook in het oog houden wat je met die schuld kunt bereiken. Mijn eerste punt is dat tegenover die schuld bezittingen staan, namelijk deelnemingen in de financiële sector. En mijn tweede punt is dat de overheid de klap kan opvangen door het saldo te laten afnemen. Het is de essentie van stabiliserend beleid dat je de klap niet doorgeeft aan de economie. Je moet de schuld daarvoor in een langetermijnperspectief durven plaatsen. Op langere termijn moeten de overheidsfinanciën uiteraard op orde zijn, maar op de korte termijn moet je niet kijken naar die grens van 60%. Dat is een vorm van schuldfetisjisme die schadelijk kan blijken te zijn, zeker nu het om een bijzondere recessie lijkt te gaan.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Dan heb ik het toch goed begrepen: u wilt de schuld uit de hand laten lopen.

De heer Tang (PvdA):

U moet mijn woorden niet verdraaien. De overheidsfinanciën moeten op langere termijn gezond zijn. Dat is mijn uitgangspunt. Je kunt dat echter niet alleen aan de schuld afmeten. De schuld loopt nu op van 42% naar 57%. Daaruit zou je kunnen concluderen dat de schuld uit de hand loopt. Toch trekken u en ik die conclusie niet. Wij zijn namelijk niet kortzichtig en weten beiden dat tegenover die schuld bezittingen staan. Een en ander geldt ook voor beleid dat stabiliseert en rust brengt, want ook dat is een waarde op zichzelf. Ook in dat geval moet je dus niet alleen kijken naar de schuld op korte termijn, maar ook en vooral naar het langetermijnperspectief. En dat is dat de overheidsfinanciën op lange termijn gezond moeten zijn.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

U zegt dat wij de stabilisatoren hun werk moeten laten doen. Dat staat ook in de begrotingsregels. Daarmee zegt u dus niets nieuws. Ik ben het op dat punt ook geheel met u eens, maar dat geldt niet voor uw stelling dat je de schuld op kunt laten lopen als het op de langere termijn maar weer goed komt. Ik zeg toch ook niet tegen mijn kinderen: van mij mag je schulden maken als je er maar voor zorgt dat je je zaakjes weer op orde hebt op het moment dat je einde nadert? Zo zit ik niet in elkaar en mijn kinderen gelukkig ook niet!

De heer Tang (PvdA):

Ik ben niet voor niets blij dat het wetenschappelijk bureau van het CDA inmiddels erkent dat de hypotheekrenteaftrek heeft bijgedragen aan de schulden van de huishoudens. Het CDA ziet deze subsidie op schuld nu gelukkig ook als een probleem. Ik heb verder bij de behandeling van het Belastingplan geprobeerd om sparen aan te moedigen. Mijn fractie is dus volstrekt consistent en ik hoop dat dit ook geldt voor de CDA-fractie. Wij moeten niet alleen sparen door de overheid aanmoedigen, maar ook sparen door burgers.

De heer Cramer (ChristenUnie):

U zegt terecht dat tegenover de toename van de staatsschuld bezittingen staan. Ik begrijp echter niet wat u bedoelt met de immateriële bezittingen die tegenover de staatsschuld zouden staan als wij die schuld gebruiken om de economie aan de praat te houden. Het is een gevaarlijk uitgangspunt dat je bereid bent om de fysieke schuld op te laten lopen in ruil voor een goed gevoel.

De heer Tang (PvdA):

Ik weet niet zeker of er altijd immateriële zaken tegenover staan. Met "good deficit" bedoelt Willem Buiter dat de overheid haar uitgaven in een tijd van teruglopende inkomsten laat oplopen, omdat zij daarmee andere uitgaven stimuleert, zoals private investeringen. En private investeringen zijn niet alleen materieel, maar ook belangrijk voor de toekomst van de economie. Die uitgaven bepalen immers hoe groot onze productiviteit in de toekomst zal zijn. De ervaring leert dat wat wij nu doen vertragend werkt op de economische groei.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Particuliere investeringen zijn niet onmiddellijk opbrengsten voor de staat. Kun je dan wel zeggen dat er bezittingen staan tegenover het overheidsgeld dat je gebruikt om de particuliere investeringen te stimuleren? Het blijft mij onduidelijk welke bezittingen er nu precies staan tegenover de fysieke schulden die de staat in uw voorstel maakt. Welke criteria hanteert u met andere woorden bij uw beslissing dat het gerechtvaardigd is om door die grens van 2% heen te schieten?

De heer Tang (PvdA):

Het probleem is niet zozeer dat er geen baten tegenover staan. Die zijn er wel degelijk. Het probleem is dat wij niet zo goed weten hoe groot die baten zijn. In die onzekerheid verkeren wij. Deze week heeft de heer Bernanke van de Federal Reserve de rente teruggebracht tot 0%, wat aangeeft dat de situatie in Amerika bijzonder ernstig wordt ingeschat, terwijl de heer Trichet, ook deze week, in de Financial Times heeft gezegd dat wij moeten vasthouden aan de begrotingsregels en niet in paniek moeten raken. Je ziet dus twee personen die een belangrijke rol spelen met verschillende boodschappen naar buiten treden. Er is sprake van gemengde signalen. Het standpunt van de PvdA-fractie is dat het kabinet alle wijsheid moet gebruiken en moet bezien of de signalen gemengd blijven, dan wel of er een duidelijker beeld ontstaat. Als de situatie is zoals de heer Bernanke die blijkbaar inschat, dan sluiten wij niet uit dat een onconventionele reactie nodig is. In dat geval moet in bijzondere tijden aan bijzondere maatregelen worden gedacht en mag het denken niet stilstaan.

De heer Irrgang (SP):

Ik vraag mij af hoe de afspraak over die 2% tot stand is gekomen. Er staan hier twee partijen die het onder deze bijzondere omstandigheden een beetje een vervelende afspraak vinden. Wij zijn nu eigenlijk de gevangene van het CDA. Maar wat is dit u nu waard? Als de bijzondere omstandigheden inderdaad zo zijn dat je nu niet moet gaan bezuinigen, omdat je het in dat geval allemaal nog erger maakt, gaat de PvdA-fractie het dan wel doen als de CDA-fractie zegt: "Afspraak is afspraak. Jullie hebben ervoor getekend. Dat is misschien een beetje dom, maar dat moeten jullie nu wel doen."?

De heer Tang (PvdA):

De heer De Nerée zei zojuist dat het verstand niet stilstaat. Het is goed gebruik dat partijen altijd met elkaar in gesprek blijven en het verstand blijven gebruiken. Ik weet niet hoe u ertegenaan kijkt, maar ik denk dat er op dit moment sprake is van gemengde signalen. Binnen Europa zie je heel verschillende reacties. Dat komt doordat het duidelijk is dat Europa, en zeker Nederland, er anders voorstaat dan de Verenigde Staten. Nederland begint in een situatie waarin nog steeds krapte is op de arbeidsmarkt. Wij spreken wel over een crisis, maar ons beeld bij een crisis is niet dat er grote krapte is op de arbeidsmarkt. Daarbij denken wij eerder aan gevulde bakken bij de arbeidsmarktbureaus. Daarvan is op dit moment nog geen sprake.

De heer Irrgang (SP):

Ik hoor iedereen in Europa praten over stimuleringspakketten en wij spreken nu over bezuinigingen. Volgens mij is dat een heel ongezonde situatie.

De voorzitter:

Volgens mij spreken wij over de Najaarsnota.

De heer Irrgang (SP):

De Najaarsnota gaat ook over volgend jaar en over stimuleringspakketten. Deze situatie is ongewenst. Vindt de heer Tang het wenselijk dat de CDA-fractie in de tweede termijn al met enig resultaat van het nadenken komt? Dit moet natuurlijk niet nog een halfjaar gaan duren.

De heer Tang (PvdA):

Ik heb zojuist gezegd: a good plan today is better than a perfect plan tomorrow. Vandaag zou prachtig zijn, maar ik kan mij heel goed voorstellen dat kerst een goed moment is om nog eens even na te denken.

Voorzitter. Voor een deel is de recessie dus gewoon en herkenbaar, maar voor een deel is ze ook bijzonder en verontrustend. In de meeste recessies is monetair beleid het aangewezen instrument om de golfbeweging in de economie te dempen. Net als in de jaren tachtig speelt het monetaire beleid nu echter geen rol, toen bewust niet, omdat men inflatie wilde bestrijden, nu ongewild niet. Een lagere rente en een ruimer geldaanbod, maar desondanks een krapper krediet is het probleem op dit moment. Monetair beleid nu is als duwen tegen een touwtje. Dat betekent dat er nog maar één instrument overblijft: het budgettaire beleid. Wij moeten roeien met die ene riem die wij hebben om te voorkomen dat de Nederlandse economie een speelbal wordt van de buitenlandse golven.

Met die ene riem moeten wij de vergelijking met de jaren tachtig willen en kunnen doorbreken. Toen zijn honderdduizenden mensen afgeschreven. Met name mensen met alleen lagere school zijn toen buiten de arbeidsmarkt gevallen en nooit meer teruggekeerd. De werkloosheid liep op met zes procentpunten in drie jaar tijd en is vervolgens lang hoog gebleven. Pas na twintig jaar waren wij weer terug op het niveau van 1980. De huidige werkloosheid bepaalt de toekomstige werkloosheid. Dat mag niet opnieuw gebeuren, omdat het de krapte op de arbeidsmarkt vergroot en omdat het teleurgestelde en afgeschreven mensen oplevert. Voor een normale recessie hebben wij automatisch beleid, maar voor een bijzondere recessie moeten wij actief beleid hebben. Het resultaat telt: stabiliteit, of dat nu automatisch of actief wordt bereikt. Zoals ik al heb willen aangeven, is de economische situatie echter onzeker. Het is onzeker in hoeverre de monetaire peddel, via de lagere rente, effect sorteert en in hoeverre het met dezelfde kracht aan de budgettaire peddel trekken van het gewone budgettaire beleid via automatische stabilisatoren voldoende is. Het is daarom te begrijpen dat het kabinet nog niet volop is meegegaan met de Europese aanpak en nog niet de ene overgebleven peddel anders inzet. Dat moment kan echter nog komen.

Het belang van stabiliserend beleid is voor de PvdA-fractie groot. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister of dit beleid effectiever is vorm te geven. Kan stabiliserend actief beleid niet het beste Europees worden gevoerd, vanwege positieve externaliteiten? Zo ja, worden die externaliteiten dan wel voldoende benut op dit moment? Met positieve externaliteiten is schuldfinanciering in landen zoals Frankrijk niet nadelig, maar juist voordelig voor een land zoals Nederland. Tegelijkertijd is het gevaar natuurlijk wel dat landen die niet kunnen, wel expanderen, en landen die wel kunnen, niet expanderen. Hoe kijkt de minister hiertegenaan? Ik wijs op de harde kritiek van Paul Krugman en Willem Buiter op de Duitse minister van Financiën. Hoe dan ook, als onzekerheid verdwijnt en een rol voor budgettair beleid nodig lijkt, mag het kabinet niet aarzelen, te meer om aan de Europese plicht te voldoen. Uitgaven aan woningbouwinstallatie bieden dan een eerste goede mogelijkheid, zo suggereren wij.

Actief stabiliserend beleid kan ook betekenen dat aan werkloosheid gerelateerde uitgaven buiten de kaders worden geplaatst. Dat zijn niet alleen de uitkeringen, maar ook de re-integratiemiddelen, om te voorkomen dat de werkloosheid nog jarenlang procentpunten hoger blijft dan nodig en wenselijk is. Als dit wordt gecombineerd met het ook buiten de kaders plaatsen van ruilvoetwinsten en verliezen, levert dit een zeer solide beleid op. Het is verstandig dat het kabinet de uitgaven aan willekeurige afschrijvingen niet relevant voor de signaalwaarde verklaart. Hoe zijn de uitgaven aan de werktijdverkorting gefinancierd? Zijn die wel relevant voor de signaalwaarde? Zo ja, waarom dan?

In april moeten de pensioenfondsen een plan van aanpak indienen; de heer De Nerée refereerde er al aan. Een verhoging van de pensioenpremies kan in 2009 en 2010 de economie schade toebrengen. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat pensioenfondsen met de macro-economische effecten van hun individuele beslissingen rekening houden? Hogere pensioenpremies in 2009 en 2010 lijken de PvdA-fractie op dit moment zeer ongewenst.

De conclusie van dit verhaal is dat wij voor alles moeten voorkomen dat mensen blijvend langs de kant komen te staan. Geen herhaling van de jaren 80, niet weer twintig jaar hoge werkloosheid. Dat vergt onder meer dat het gewone begrotingsbeleid de schokken in het saldo opvangt en niet aan de economie doorgeeft. Als de recessie niet gewoon, maar bijzonder blijkt, kan dat actief ingrijpen noodzakelijk maken. Elke peddel die wij hebben, moeten wij dan gebruiken.

Tot slot nog een korte opmerking. Wij werken nog aan een amendement bij de Najaarsnota, dat erop is gericht om aanvragen die sportverenigingen hebben gedaan om jongeren te stimuleren om aan sport te doen, nog dit jaar te honoreren. Dat geld proberen wij te vinden bij een onderuitputting op de begroting van het ministerie van Financiën. Dit even ter informatie.

De heer Irrgang (SP):

Voorzitter. "Wij zijn nu allen keynesianen", zo zei de toenmalige Amerikaanse president Richard Nixon in 1971. Achteraf gezien stond de wereld toen aan de vooravond van een conservatieve revolutie die begon met Thatcher en Reagan, maar ook in Nederland wortel schoot met de kabinetten-Lubbers, -Kok en -Balkenende. Wereldwijd zien wij nu de wonderbaarlijke terugkeer van John Maynard Keynes. Voor een deel lijkt dat het terugslingeren van de ideologische pendule, waarvoor het hoog tijd was na 30 jaar rechts-radicalisme. Het is tenslotte het rechts-radicalisme geweest dat met de ongebreidelde liberalisering van de financiële markten de aanzet gaf tot de huidige financieel-economische crisis. Tegelijkertijd heeft die wonderbaarlijke terugkeer van Keynes echter ook te maken met de aard van de huidige crisis, waarom keynesiaans beleid logischerwijs het antwoord is. Voor het eerst in de geschiedenis heeft de wereld te maken met een mondiale bankencrisis, waardoor een mondiale credit crunch plaatsvindt. Voor het eerst in de geschiedenis komen alle belangrijke economieën tegelijkertijd in een recessie terecht. Voor het eerst in de geschiedenis gaan overal ter wereld tegelijkertijd consumenten minder kopen en stoppen bedrijven met investeren.

Het probleem is dus niet dat er te veel vraag is. Er is meer dan voldoende productiecapaciteit in de wereld. Het probleem is dat er te weinig vraag is. Daarom sluiten overal op de wereld fabrieken hun poorten met nog minder vraag als gevolg, en het verlies van inkomen door werkloosheid. Een vicieuze cirkel die kan leiden van recessie naar depressie. Het is om die reden een levensgevaarlijke situatie die zich nog nooit eerder heeft voorgedaan.

Tegelijkertijd dreigt de monetaire politiek van de centrale banken weinig meer te kunnen betekenen. In de Verenigde Staten is gisteren de rente al tot nul verlaagd. Europa zal binnen een halfjaar kunnen volgen. Centrale banken kunnen dan alleen nog maar de bankbiljettenpers aanzetten, een relatief extreme maatregel voor een extreme situatie. In een dergelijke situatie – de heer Tang had het er ook al over – moet dus niet de monetaire politiek, maar de begrotingspolitiek soelaas bieden, door een wereldwijde verhoging van overheidsuitgaven.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) beveelt een pakket van 2% van het bbp aan. De nieuwe Amerikaanse president Obama belooft forse maatregelen. De Engelsen nemen forse maatregelen, evenals de Fransen. In Europa wordt een onderlinge afspraak gemaakt om gezamenlijk met pakketten van ruim 1% bbp te komen, in te vullen door de lidstaten zelf. Nederland profiteert als kleine open economie sterk van al die buitenlandse stimuleringspakketten, maar deze minister laat het er zelf nogal bij zitten. Wat creatief boekhouden met maatregelen die je grotendeels toch al van plan was om te nemen, en dat noem je dan een pakket van 6 mld. Volgens de Brusselse Bruegel denktank heeft Nederland met 0,21% een van de kleinste stimuleringspakketten van Europa. Wij zijn met andere woorden de aso's van Europa: wel profiteren, maar niet betalen.

Hoe zit dat, minister Bos? Staat "The General Theory of Employment, Interest and Money" nog in de boekenkast van Financiën? Of is die begin jaren tachtig uit de collectie gegooid en vervangen door "The Road to Serfdom" van F.A. Hayek? Kunnen wij van deze minister nog een coming-out als keynesiaan verwachten? Want op deze manier wordt hij volgend jaar natuurlijk niet gekozen tot beste keynesiaan van Europa, maar tot slechtste. Gefeliciteerd overigens nog met alle verkiezingen die u dit jaar wel hebt gewonnen.

De voorzitter:

Dit is een mooi moment om interrupties toe te staan. De heer De Nerée.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. Ik wil toch even iets aan de heer Irrgang voorhouden. Wij hebben nu een overschot van 1,1. Dat is 6,5 à 7 mld. Wij gaan volgens het CPB in 2010 zelfs naar een tekort van beneden de 2%, maar laten wij op die 2% gaan zitten. Dat is dan 12 mld. Opgeteld en 7 erbij, zitten wij dan op 19 mld. waarmee wij de economie stimuleren. Dat is toch juist, dacht ik? U vergeet, mijnheer Irrgang, dat er 19 tot 20 mld. in de economie gaat zitten en dan hebt u nog kritiek dat het extra gedeelte dat er nog bij moet komen, te weinig is? Als je deze bedragen afzet tegen die in andere landen, dan is 19 mld. een enorm bedrag.

De heer Irrgang (SP):

Voorzitter. De heer De Nerée doet aan creatief boekhouden. Hij rekent niet bezuinigen al tot het stimuleringspakket. Het laten werken van de automatische stabilisator, waar ik een groot voorstander van ben, ook als het tekort over de 2% heen gaat, is an sich nog geen stimuleringspakket. Het gaat er natuurlijk om dat bovenop het bestaande beleid nu met een extra pakket aan stimuleringsmaatregelen wordt gekomen. Dat doet Nederland maar in zeer beperkte mate. Dat is iets anders dan wijzen op het laten werken van de automatische stabilisatoren.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Maar 20 mld. aan extra uitgaven, dat is toch helemaal volgens het boekje van Keynes? Ik ben maar jurist. Economen kunnen daar altijd heel mooie theorieën op loslaten, maar 20 mld. in de economie stoppen, dat leidt toch tot stimulering, lijkt mij?

De heer Irrgang (SP):

Niet bezuinigen is iets anders dan de economie stimuleren. Als u nu nog een keer gaat bezuinigen – en dat wilt u als het tekort over de 2% heen gaat, en dat gebeurt in 2010 inderdaad volgens de voorspellingen van het CPB – dan maakt dat het nog erger. Dat is echter nog iets anders dan een stimuleringspakket. Het was toch niet de bedoeling dat de Europese leiders onderling zouden afspreken een stimuleringspakket te maken en daarbij op te schrijven wat men toch al van plan was te doen om dat vervolgens stimuleringspakket te noemen? Dat is elkaar een beetje voor het lapje houden.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Het heeft verder geen zin. Andere landen zitten al zwaar in de mist. Neem Frankrijk en Engeland. Deze landen kunnen verder niets doen. Wij kunnen blij zijn dat wij in ieder geval dankzij goede begrotingsregels 20 mld. extra in de economie kunnen stoppen en de economie hierdoor stimuleren.

De heer Tang (PvdA):

Keynes is niet alleen bekend geworden als denker over het begrotingsbeleid, maar ook als architect van Bretton Woods, de internationale aanpak. Ik ben altijd blij als de SP de internationale aanpak onderschrijft, in dit geval de Europese aanpak, en zelfs probeert de minister van Financiën hierop aan te spreken. Laat ik even een stap teruggaan. Volgens mij is er bij de financiële beschouwingen een motie in stemming gebracht over een Europese toezichthouder. Het lijkt mij heel logisch dat Europa ook op dat gebied een rol speelt en dat je, net als Keynes na de Tweede Wereldoorlog, het internationale raamwerk verbetert om te voorkomen dat er opnieuw een kredietcrisis kan ontstaan. De heer Irrgang pleit voor een Europese aanpak van de problemen op de korte termijn. Is hij ook bereid om te pleiten voor een Europese aanpak van de problemen op de lange termijn en voor een Europese toezichthouder?

De heer Irrgang (SP):

Europa heeft verschillende poten, namelijk de interstatelijke – dat is de samenwerking tussen de staten onderling – en de communautaire. De heer Tang pleit in zijn motie voor een communautaire oplossing. Niet langer de staten, maar Europa krijgt de bevoegdheid. Wij zijn voor internationale samenwerking, voor samenwerking tussen staten, niet alleen in Europa, maar ook daarbuiten. Dat is iets anders dan het willen overdragen van bevoegdheden aan Europa. Daar ging de motie van de heer Tang over. Dat is een verschil. Dit betekent nog niet dat wij hiermee tegen Europese samenwerking zijn, zoals wel eens wordt gesuggereerd.

De heer Tang (PvdA):

Wij hebben deze samenwerking al. Toezichthouders werken immers al samen. Deze samenwerking blijkt onvoldoende te zijn. De heer Irrgang kan toch niet anders concluderen dan dat hij bereid moet zijn om bevoegdheden af te staan? Uiteindelijk gaat het er immers om dat je een internationale architectuur in de traditie van Keynes probeert te ontwerpen die bestand is tegen komende kredietcrises. De heer Irrgang staat momenteel niet in de traditie van Keynes.

De heer Irrgang (SP):

Ik denk dat deze kredietcrisis aantoont dat een versterkte internationale samenwerking noodzakelijk is, niet alleen in Europa, maar ook in een breder internationaal verband. Er zijn internationale financiële instellingen die ook buiten Europa opereren. Ook daar is versterkte samenwerking noodzakelijk. Ik wijs de heer Tang er wel op dat Keynes juist binnen IMF, Bretton Woods en Wereldbank, zaken die hij voorstond, werkte aan interstatelijke samenwerking. Keynes stelde niet een vorm van wereldregering voor. Bretton Woods was uiteindelijk een samenwerking tussen staten.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik ben het helemaal eens met de heer Irrgang, die het stimuleringspakket op de korrel neemt. Ik heb het vorige week ook "gebakken lucht" genoemd. Is hij het met mij eens dat andere landen, zoals Amerika, Engeland en Duitsland, ook inzetten op versterking van de koopkracht van de burgers? Engeland verlaagt bijvoorbeeld de btw. Amerika wil de belastingen verlagen voor de midden- en lagere inkomens. Is de heer Irrgang het met mij eens dat dit uiteindelijk de oplossing is om deze recessie het hoofd te bieden? Daar hoor ik hem nooit over.

De heer Irrgang (SP):

Het stimuleren van de koopkracht is een manier om een stimuleringspakket vorm te geven. Echter, ik betwijfel of dit ook de effectiefste manier is. Immers, als je burgers meer koopkracht geeft, is dat op zichzelf nog geen stimulering van de economie. Het geld moet ook uitgegeven worden. Het doen van extra overheidsuitgaven kan dan ook een effectievere manier zijn om de economie te stimuleren dan het geven van lastenverlichting. Immers, het komt er dan op aan dat burgers en bedrijven in een dergelijke situatie het geld ook uitgeven. In deze situatie is dat enigszins een probleem. Iedereen gaat op zijn geld zitten en wacht af wat er gebeurt.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Organisaties als OESO en de G20, maar ook de Europese Commissie roepen daarom juist op beide te doen: én infrastructurele en grote projecten versneld uitvoeren én lastenverlichting voor burgers. Ik maak mij er geen zorgen over dat burgers hun geld niet zullen uitgeven.

De heer Irrgang (SP):

Voor bepaalde inkomensgroepen, vooral de mensen met de laagste inkomens, is de koopkracht dusdanig problematisch, dat de kans groot is dat zij het geld inderdaad zullen uitgeven. Bij deze groep is de kans groter dan bij de hoge inkomens. In feite is dat wat de Engelsen doen. Dat is weer een iets andere variant waarbij je wat meer kans hebt. Ik denk toch dat het doen van directe overheidsuitgaven de kansrijkste vorm van stimuleringspolitiek is. Je zou echter inderdaad ook aan andere vormen kunnen denken.

Ik heb een vraag over het Nederlandse stimuleringspakket gesteld, omdat in heel Europa Keynes weer wordt omarmd, terwijl in Nederland, onder aanvoering van het CDA en de VVD, wordt gesproken over bezuinigen. Dat is toch een beetje Europa op zijn kop! Hoe verhoudt dit zich eigenlijk tot de Europese afspraken over stimulering? Er is ook nog een informele Ecofinraad waarin de minister een toelichting moet geven op de nationale stimuleringsplannen. Ik kan mij zo voorstellen dat iemand dan aan de minister vraagt wat er gebeurt in Nederland, omdat er in het parlement wordt gepraat over bezuinigen. Hoe verhoudt zich dat tot de Europese afspraken over stimulering? Ik zie dat niet helemaal. Ik vraag de minister hetzelfde wat ik vroeg aan de heer Tang: vindt hij de Nederlandse discussie over bezuinigen een gezond signaal naar consumenten en bedrijven? Is dit het signaal voor de economie dat wij nodig hebben? Moeten burgers en bedrijven nu ook bezuinigingen van de overheid gaan vrezen?

De Najaarsnota is normaal gesproken een relatief ondergeschikte nota over de stand van de overheidsfinanciën in het lopende begrotingsjaar. Dat lopende jaar is halverwege december al bijna voorbij. Wij kunnen nu rustig spreken van de meest spannende Najaarsnota ooit. De staatsschuld schiet met 80 mld. omhoog. Ondanks de financiële crisis zien wij nog één zwanenzang van het begrotingsoverschot, voor het begrotingstekort terug is om voorlopig niet meer weg te gaan. De financiële crisis heeft de belastingbetaler tot nu toe geen 80 mld. gekost. Tegenover de 80 mld. aan extra schulden staan ook extra bezittingen die bovendien inkomsten opleveren, zoals in de Najaarsnota terecht wordt opgemerkt. Uit de Najaarsnota blijkt echter ook dat de hulp van Bos voor de banken naar verwachting volgend jaar netto 469 mln. kost. Dat is bijna 0,5 mld. Het komt neer op € 65 per huishouden. Falende, graaiende en tot nu toe bijzonder hooghartige bankiers zijn door minister Bos gered. Iedere Nederlandse familie of ander huishouden betaalt daarvoor € 65 in 2009. Bankiers en toezichthouders: u wordt bedankt.

Zelfs deze berekening uit de Najaarsnota is echter wellicht alweer achterhaald. Gisteren heeft de Kamer een nieuwe brief ontvangen over RFS Holdings. Dat is de holding die het eigendom heeft van het oude ABN Amro. Dat eigendom ligt bij Fortis Nederland, Banco Santander en de Royal Bank of Scotland. De staat heeft daardoor alleen maar indirect zeggenschap over het deel van ABN Amro waarop Fortis Nederland aanspraak heeft. Gezien het enorme publieke belang van het Nederlandse deel van het oude ABN Amro, begrijpt mijn fractie heel goed dat de minister daarin liever direct een belang heeft, in plaats van indirect via Fortis Bank Nederland. Daaraan hangt volgens de brief een prijskaartje van 6,5 mld. Dat leidt echter niet tot extra uitgaven doordat de Staat nu al indirect eigenaar is via Fortis Bank Nederland. Het leidt er wel toe dat het krediet aan Fortis Bank Nederland wordt verlaagd met 6,5 mld. In plaats daarvan wordt een direct aandelenbelang van 6,5 mld. in RFS genomen. Is dit betrokken in de berekening van de minister van de 469 mln. voor volgend jaar? Als ik het letterlijk lees, zie ik minder rente-inkomsten doordat er volgend jaar 6,5 mld. minder krediet aan Fortis uitstaat. Dat betekent dat er minder rente-inkomsten zijn. In plaats daarvan komt een aandelenbelang in RFS Holdings. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat dat dividend oplevert volgend jaar. Het kost echter wel 6,5 mld., dus de rentelast van de overheid gaat niet met 6,5 mld. omlaag. Graag hoor ik een reactie van de minister op dit punt.

Ten slotte: ik heb uit de antwoorden op de vragen van de heer Van Dijck begrepen dat de garantie voor LeasePlan nu afgesloten is. Het zou toch wel netjes zijn als de minister die garantie nog vooraf, via een nota van wijziging op de suppletoire begroting, ter goedkeuring voorlegt aan de Kamer in plaats van achteraf bij de voorlopige rekening.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Ik zou in de eerste plaats minister Bos willen feliciteren met zijn uitverkiezing tot politicus van het jaar van afgelopen zondag, na zijn uitverkiezing tot man van het jaar van vorige week in Elsevier, met name vanwege de daadkrachtige aanpak. Vandaag is de Najaarsnota aan de orde. Uit de Najaarsnota blijkt dat de staatsschuld met 90 mld. is opgelopen. Het is dus nog 10 mld. meer dan de heer Irrgang zojuist suggereerde. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Tegenover deze extra staatsschuld staan ook extra bezittingen op de balans. Het zal echter niet eenvoudig zijn de balans weer snel te verkorten. Bovendien is dat niet zonder risico. De wereld zit met geheel of gedeeltelijk genationaliseerde banken en wil daar liever vroeger dan later weer vanaf. De vraag is straks dan ook wie er instapt.

Het risico is niet ondenkbeeldig dat wij er veel langer mee blijven zitten dan wij willen. Bovendien is het de vraag of de bezittingen daadwerkelijk net zo veel waard zijn als de schulden die ervoor zijn aangegaan. Ik vraag de minister of wij straks, op de derde woensdag in mei tijdens de staatsbalans, een reële waardering krijgen van de staatsdeelnemingen. Krijgen wij ook een risicoparagraaf van de minister? Als voorbeeld noem ik de koersontwikkelingen van ING. Deze zijn 30% minder dan waarvoor de Staat met een kapitaalinjectie is ingestapt. Op een bedrag van 10 mld. is dat toch 3 mld. en dat is enorm veel geld.

Gisteren werden wij opgeschrikt door het bericht dat de Staat een strop lijdt van 1 mld., omdat Fortis slachtoffer is geworden van de Madoff-zwendel. De vraag is of een zorgvuldig onderzoek de risico's van deze belegging in beeld had kunnen brengen, in elk geval bij Fortis. Ik vraag de minister dit tot op de bodem uit te zoeken. Het verweer van de minister dat ook een aantal andere gerenommeerde banken slachtoffer zijn geworden, is wat te gemakkelijk.

De minister heeft de afgelopen maanden kritiek geuit op mensen en overheden die hier en daar zijn gaan shoppen om een extra procentpuntje rendement te halen. Hij heeft gezegd dat extra rendement ook extra risico betekent. Het rendement dat Madoff beloofde, leek wel op een geldmachine. Ik heb altijd geleerd dat moneymachines don't risk. Een kritische reflectie is hier naar mijn mening op zijn plaats.

Gisteren heb ik een citaat van de minister uit Vrij Nederland aangehaald en dat wil ik nu weer doen. De minister heeft gezegd: "Wij zaten in een flow. De ene stap volgde op de andere. Op een gegeven moment lag er een deal en waren wij opeens eigenaar van een bank. Je neemt die beslissing bijna in een roes. Dan begin je jezelf ineens af te vragen: zullen wij 16 of 17 mld. bieden?" Dit citaat wekt niet de indruk dat de minister zorgvuldig heeft gehandeld. Hoe heeft hij zich een beeld gevormd van de waarden en de risico's waarop hij het uiteindelijke bod heeft gebaseerd? Heeft hij gesprekken gevoerd met de directie van de Nederlandse onderdelen die zijn gekocht? Is met spoed een due diligence uitgevoerd en wat is er gebeurd tussen het moment van aankoop en het heden? Er zijn inmiddels ruim twee maanden verstreken. Zijn de risico's nu wel goed in kaart gebracht? De VVD-fractie wil graag openheid van zaken over de inschattingen bij de aankoop en de inschattingen die de minister tweeënhalve maand geleden kon maken.

De heer Tang (PvdA):

Wij hebben gisteren even gesproken over de fraudezaak van Madoff. De heer Weekers leek de suggestie te wekken dat wij met een boekenonderzoek in Nederland een piramidespel in de Verenigde Staten kunnen ontmaskeren. Wilde hij deze suggestie inderdaad wekken of heb ik dat verkeerd begrepen?

De heer Weekers (VVD):

Met een boekenonderzoek in Nederland kunnen wij geen piramidespel in de Verenigde Staten ontmaskeren. Die suggestie heb ik niet gewekt. Ik heb het citaat van de minister aangehaald en gezegd dat het wel verstandig is om de boeken te onderzoeken. Wij wisten dat er een aantal toxische elementen in zaten. De minister heeft in ieder geval tijdens de eerste debatten de indruk gewekt dat hij alleen de gezonde onderdelen had overgenomen. De vraag is of dat onderzoek wel zorgvuldig is uitgevoerd en met die vraag zit ik nog steeds.

De heer Tang (PvdA):

Ik vraag mij af welke tijdbalk de heer Weekers voor ogen heeft. Een en ander gebeurde in een weekend. Hij vraagt naar een boekenonderzoek, dat overigens gebruikelijk is bij een fusie of een overname, dat een of meerdere maanden duurt. Hoe stelt hij zich dat voor? Wil hij dat de minister een bank van de ondergang redt en daarmee een financiële catastrofe voorkomt, of wil hij zekerheidshalve een boekenonderzoek verrichten met het risico dat de patiënt al overleden is?

De heer Weekers (VVD):

Wij hebben de minister op dat moment gesteund in zijn daadkrachtige aanpak, simpelweg omdat het onvermijdelijk was een bank die op omvallen stond, te redden. Ik sta daar nog steeds achter. Het gaat erom dat de minister, meteen al aan het begin, de indruk heeft gewekt dat hij wist wat hij kocht. Hij heeft dat gisteren ook aangegeven. Inmiddels blijken er wat katten in de zak te zitten.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De heer Weekers zegt dat er katten in de zak zitten, maar dat is met de wetenschap van nu. Zelfs met due diligence was men er niet achter gekomen. De heer Weekers geeft zelf toe dat je niet had kunnen zien, als je daar een paar maanden geleden mensen op had gezet, dat dit een project was in het kader van een piramidespel. Dan moet de heer Weekers nu niet komen met de opmerking dat men het allemaal had moeten bekijken, want men was er gewoon niet achter gekomen. Het is een fout van de toezichthouder. Die had op een gegeven moment iets moeten doen, maar heeft dat niet gedaan. Ook al was er een goed boekenonderzoek gedaan, dan was je er niet achtergekomen. De heer Weekers geeft dat zelf toe. Hij moet het dan ook niet de minister verwijten.

De heer Weekers (VVD):

Ik zeg dat ik in elk geval wil dat de risico's heel goed in kaart worden gebracht. Kennelijk staan er op de balans een aantal zaken waaraan risico's zijn verbonden. Natuurlijk, dat men slachtoffer is van zwendel ga ik natuurlijk niet deze minister verwijten, want die zwendel had hij in die drie dagen niet kunnen zien. Het gaat erom dat er zaken op de balans staan waarvan de risico's onvoldoende zijn ingeschat. Als tegen burgers of overheden die hun spaargeld op IJslandse banken zetten, wordt gezegd dat zij weglopen voor een procentpuntje meer, maar dan wel moeten beseffen dat er grote risico's aan vastzitten, wil ik die reflectie ook zien op de bezittingen die op de balans van deze banken staan. Daar gaat het mij om.

De heer Tang (PvdA):

Maar toch, mijnheer Weekers, lijkt u wel van twee walletjes te willen eten. De VVD steunt de minister van Financiën bij het ingrijpen bij Fortis en ABN AMRO, maar tegelijkertijd wil de VVD zekerheid hebben over wat er in de boeken staat. Ik begrijp dat niet. Kunt u uw positie duidelijk maken? Vindt u achteraf dat het geen goede ingreep was? Waarom hebt u dat dan niet eerder gezegd?

De heer Weekers (VVD):

Wij kunnen pas achteraf controleren. Die discussie hebben wij al eerder gevoerd; de regering regeert, de Kamer controleert. Het was op het moment zelf onvermijdelijk dat werd ingegrepen. Ik heb in mijn eerste reactie de minister ook het voordeel van de twijfel gegeven. Het was nodig. Laat daarover geen misverstand bestaan. Ik wil wel verantwoording. Die verantwoording vraag ik nu.

De voorzitter:

Gaat u door, mijnheer Weekers.

De heer Weekers (VVD):

Daarbij komt dan de uitspraak van het Belgische hof van beroep, dat de verkoop niet legaal heeft genoemd. Gedupeerde aandeelhouders van Fortis claimen nu een bedrag van 11 mld. van de Staat. De minister van Financiën zei gisteren dat zij geen schijn van kans maken. Hun advocaat schat de kans echter op meer dan 50%. Daarover krijg ik graag wat uitleg van de minister. Ik heb geprobeerd het arrest van het Belgisch hof te achterhalen. Het was voor mij alleen maar in het Frans beschikbaar. Een heel dik pakket kwam vlak voor dit debat. Kan de minister ons de officiële Nederlandse vertaling verschaffen, met de Nederlandse appreciatie van dat arrest? Ik wil namelijk weten wat de Nederlandse positie is.

Circuleerden voor het ABN AMRO-deel uit de Fortisdeal bedragen van 10 mld., uit de brief van de minister van Financiën van gisteren blijkt het belang in RFS Holding, het ABN AMRO-smaldeel van de Staat, gewaardeerd te worden op 6,5 mld. Daartussen zit een gat van 3,5 mld. Kan de minister dit uitleggen? Ik begrijp – ik heb het dan over de brief van gisteren – dat de Staat een rechtstreeks belang in RFS Holding wil verwerven. Ik begrijp dat ook, want de huidige structuur is natuurlijk een gedrocht. Kan de minister echter uitleggen waarom het slecht is voor de solvabiliteitspositie van Fortis als wij de status quo handhaven? Komt dit door de waardering van 6,5 mld. en had Fortis het aanvankelijk voor een hoger gedrag in de boeken staan? Hoe is het met de solvabiliteitspositie van ABN AMRO? Wordt die apart betaald of gaat het om de solvabiliteitspositie van RFS Holding? Hoe is dan de samenstelling der delen?

De minister benadrukte dat deze transactie geen kapitaalinjectie is. Toch wordt vreemd vermogen omgezet in eigen vermogen. Er wordt geparticipeerd in het eigen vermogen. Dat is toch een kapitaalinjectie? Het omzetten van vreemd vermogen in eigen vermogen lijkt mij een kapitaalinjectie. 16,8 mld. was de overnameprijs van Fortis, inclusief ABN AMRO. Daarnaast heeft de Staat een aantal leningen overgenomen voor pakweg 35 mld. Voor hoeveel staan Fortis en RFS na verwerving van het rechtstreeks belang – dus als de brief van gisteren wordt uitgevoerd – nu in de boeken van de Staat? Ik krijg dat graag uitgesplitst naar eigen vermogen en vreemd vermogen. Ik wil ook precies weten wat de toename van het risicoprofiel van de Staat is en bovenal wil ik een totaalinventarisatie van de risico's hebben.

Ik heb het al eerder gezegd: geen misverstand, de transacties waren onvermijdelijk. Het is echter verontrustend dat het vertrouwen tussen de banken nog steeds niet is hersteld. Welke lessen heeft de minister getrokken uit de eerste ronde kapitaalinjecties? Wat is zijn verwachting hoe de vlag erbij hangt als de boeken op 1 januari gesloten zijn?

De VVD-fractie vindt dat de politiek op grotere afstand moet staan. Mark Rutte heeft verleden week al bepleit om een vennootschap op te richten die tussen het kabinet en de directe staatsparticipaties staat. Hij heeft daarbij verwezen naar het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Prof. Boot heeft daar ook voor gepleit. Kan de minister daar een inhoudelijke reactie op geven?

Ik wil ook graag weten wat de actuele stand van zaken is rondom het dossier-IJsland. In de Najaarsnota schrijft de minister dat de definitieve overeenkomst met de IJslandse autoriteiten nog niet was uitonderhandeld. Wat is de stand van zaken? Mijn fractie maakt zich zorgen over de 100.000plus-spaarders en de belastingbetalers van provincies en gemeenten die het schip zijn ingegaan. Wij willen ook weten wat uiteindelijk de Nederlandse positie is ten opzichte van de Britse en de Duitse positie, want daar lijkt licht tussen te zitten.

Mijn fractie maakt zich ook grote zorgen over de ontsporing van de overheidsfinanciën. Het kabinet is nog niet op de helft of het wreekt zich al dat de coalitiepartijen zich bij aantreden rijk hebben gerekend. Ik kan de vraag niet vaak genoeg herhalen: hebt u nu geen spijt? Met Prinsjesdag klopte deze minister van Financiën zichzelf nog op de borst omdat de staatsschuld sinds Napoleon nog niet zo laag was geweest. Sterker nog, hij was lager dan in 1814, toen werd begonnen met tellen. Hij was de eerste minister van Financiën die vier jaar op rij een begrotingsoverschot zou laten zien. De inkt was nog niet droog of wij zagen die mooie belofte volstrekt loos worden. De premier voegde daar tijdens de algemene politieke beschouwingen aan toe: de overheidsschuld daalt in een veel sneller tempo dan geraamd. Kan de minister van Financiën mij vertellen wat het feitelijke tekort was bij zijn aantreden en wat het feitelijk tekort nu is?

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer Weekers maakte de opmerking dat het kabinet zich bij zijn aantreden rijk heeft gerekend. Hij doelt dan natuurlijk op het groeiscenario waar het kabinet van is uitgegaan. Wil hij vandaag ook niet gewoon zo eerlijk zijn om te zeggen: als je in een crisis van deze omvang zit, in een recessie, dan had dat halve procentje ook helemaal niets uitgemaakt?

De heer Weekers (VVD):

Dat had wel degelijk uitgemaakt. Wij zouden dan ook in een tekort zijn geschoten. Dat geef ik grif toe. Maar ik hoef maar even naar de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau te kijken – die hebben wij verleden week maandag gekregen – en dan hoef je niet zo'n heel slimme rekenmeester te zijn om te concluderen dat er in 2011 5,5% economische groei moet zijn om de 1%-doelstelling van het coalitieakkoord te halen. Als was uitgegaan van een voorzichtige economische groei, zoals de VVD steeds heeft bepleit, dan was 4,5% voldoende geweest. Dat scheelt dus geen half procentje, maar in deze kabinetsperiode toch een vol procent.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik ben blij dat de heer Weekers erkent dat je in tijden van crisis door iedere grens kachelt, wat je ook verzint.

De heer Weekers (VVD):

Dat is het geval. Vandaar dat wij hebben gezegd dat je beter uit kunt gaan van een voorzichtig scenario, dan dat je bij voorbaat al alles uit gaat geven. Dan kom je namelijk later op de koffie.

De heer Tang (PvdA):

Als de groei bijna drie procentpunten lager ligt en niet 2% is, maar bijna -1%, is dat kwart procentje natuurlijk futiel. Dat moge duidelijk zijn. Mijn vraag voor de heer Weekers is de volgende. Ik heb zijn fractievoorzitter verleden week horen zeggen dat er uitgaven moeten zijn – ik probeer zijn woorden te reproduceren, maar ik heb daar wat moeite mee – die misschien niet zo goed zijn voor de economie; die hoeven dan niet gedaan te worden, maar het zijn wel uitgaven die goed zijn voor de economie. Dat is een beetje een schimmig standpunt, zoals de laatste tijd wel vaker het geval is bij de VVD. De VVD heeft ook een tegenbegroting ingediend. Daarin pleit de VVD toch gewoon voor harde bezuinigingen. Vindt hij het nog steeds een goed idee dat juist in deze tijden, waarin iedereen van Obama tot de Nobelprijswinnaar Paul Krugman zegt dat er niet moet worden bezuinigd, maar dat er eigenlijk juist meer moet worden uitgegeven, de VVD zegt: wij hebben een tegenbegroting en daar houden wij aan vast; wij gaan gewoon lekker bezuinigingen, ook al is dat slecht voor de economie?

De heer Weekers (VVD):

De VVD staat nog steeds achter de tegenbegroting, omdat die niet alleen bezuinigt, maar ook voor een behoorlijke portie lastenverlichting zorgt. Dat zal de economie verder stimuleren. De VVD gelooft namelijk meer in particuliere consumptie dan in overheidsconsumptie. Daarnaast wil de fractie extra investeren in infrastructurele projecten. Dat zijn projecten die ook de CDA naar voren wil halen en die er met de stofkamoperatie uit zouden moeten komen.

De VVD wil inderdaad bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, waarvan PvdA-econoom Flip de Kam heeft gezegd dat een derde ronduit schadelijk is, een derde er niet toe doet en slechts een derde goed besteed geld is. Daar kun je dus heel wat geld weghalen zonder dat het iemand schaadt. Sterker nog: het leidt alleen maar tot positieve effecten. In haar tegenbegroting heeft de VVD ervoor gezorgd dat er een veel grotere buffer komt. Zij heeft die buffer, 2,5 mld., in de staatsschuldaflossing gestopt. Die 2,5 mld. zou met de verslechterde economische vooruitzichten voor volgend jaar moeten worden ingezet om de zaak in balans te houden. De VVD gaat uit van een trendmatig begrotingsbeleid, maar dan volgens haar eigen normen.

De heer Tang (PvdA):

Ik herken onmiddellijk dat de VVD probeert de problemen af te wentelen op de armsten in Nederland en de allerarmsten in de wereld. Dat is een keuze van de VVD, maar niet onze keuze. Ik begrijp echter niet dat de VVD zegt voor lastenverlichting te kiezen. Er is geen verschil voor het effect op de economie, of het nu publieke of private uitgaven zijn. Er resteert dus per saldo een bezuiniging van 2,5 mld., waarmee de VVD de economie verder in de put brengt. Dat is bepaald niet solide. Ik begrijp niet dat de heer Weekers durft in te gaan tegen deze economenwijsheid.

De heer Weekers (VVD):

Ik heb een andere economenwijsheid, namelijk dat je van een veel voorzichtiger beginsel moet uitgaan. De VVD heeft in onze tegenbegroting een buffer van 2,5 mld. en die buffer is volgend jaar echt onvoldoende om de begroting in de plus te houden. De fractie gaat mee met het beleid van automatische stabilisatoren – dat is op zich verstandig beleid – maar zonder eerst aan uitgavendrift en belastingverslaving te doen.

De heer Tang (PvdA):

De heer Weekers zegt dat hij het beleid van automatische stabilisatoren onderschrijft. Dat bestrijd ik ten enenmale. De VVD bezuinigt 2,5 mld. en breekt met de begrotingsregels die minister Zalm heeft opgesteld. Dit is geen trendmatig begrotingsbeleid. De VVD wijkt daarmee af van de trend en bezuinigt gewoon 2,5 mld., nota bene in een laagconjunctuur. Dat is bepaald niet solide. Dat is schadelijk.

De heer Weekers (VVD):

De heer Tang maakt er nu echt een potje van. Hij moet zijn huiswerk overdoen. De VVD heeft de begrotingsregels en het uitgavenniveau van het kabinet, dat werkelijk een uitgavenexplosie is, van begin af aan bestreden. De VVD gaat uit van de echte Zalm-systematiek: het scheiden van inkomsten en uitgaven op basis van een veel lager uitgavenniveau. Als de coalitie daarvan was uitgegaan, was de VVD nu niet tussentijds met bezuinigingsplannen gekomen.

In de loop van het kabinetsperiode zal het kabinet sneller gedwongen worden om te gaan bezuinigen. De signaalwaarden van -2% zullen worden bereikt en dan voeren wij deze discussie verder.

Ik wil graag van de minister weten wat zijn standpunt is over de cao-loonontwikkeling. Deze week zijn er cao's afgesloten, onder meer voor onderwijs: 7% voor twee jaar tijd. Ik gun het de leerkrachten overigens van harte, maar wat betekent dat in het licht van de bijgestelde inflatiecijfers voor de ruilvoetwinst die voor 2009 was ingeboekt? Moet de minister daarvoor straks bezuinigen en waar zal hij dat geld vinden?

In de Voorjaarsnota wordt een operatie stofkam uitgevoerd en dat lijkt onze fractie zeer zinvol. Het is jammer dat die stofkam niet nu al door de begroting is gehaald.

Als ik naar het uitgavenbeeld in de Najaarsnota kijk, zie ik dat er bij sociale zekerheid een meevaller is van 300 mln. Ik neem aan dat dit het saldo is na aftrek van de 200 mln. die wordt ingezet voor de werktijdverkorting. Graag hoor ik een bevestiging op dat punt. Kijk ik dan vervolgens naar de rijksbegroting in enge zin, dan zie ik dat het overschot bij de sociale zekerheid volledig wordt opgesoupeerd door extra uitgaven. Zie ik dat goed, zo vraag ik de minister?

De VVD wil in elk geval aantekening dat wij tegen de behandeling zijn van de opbrengst van het Plant Hotel Aruba. Het gaat om een bedrag van rond de 100 mln. dat in de richting van Aruba wordt geschoven, in elk geval de helft. Vanaf het begin hebben wij ons daartegen uitgesproken. Bovendien is het in strijd met eerdere uitspraken van het kabinet dat de opbrengst van het hotel volledig voor Nederland zou zijn.

Aan het algemene artikel voor ontwikkelingssamenwerking wordt 220 mln. toegevoegd en dat is geld op zoek naar beleid. Waarom wordt de stofkam daar nu niet al doorheen gehaald en het geld niet in de richting van tekortreductie gebracht?

Waarom wordt nu al 300 mln. uitgegeven voor de ov-jaarkaart terwijl dat eigenlijk pas in 2009 zou moeten worden uitgegeven? De indruk die dit soort transacties op mij hebben, is dat meevallers nu maar even worden ingevuld met uitgaven die toch het volgend jaar moeten worden gedaan om ervoor te zorgen dat nu al de meevallers in de uitgaven voor 2009 worden gecreëerd. Graag een bevestiging hiervan of een uitleg hoe ik het anders moet zien.

Als ik kijk naar de FES-uitgaven, dan blijven er bij bepaalde zaken geld over. In de onderwijsbegroting zit FES-geld, het Fonds stimulering brede scholen, lerarenopleidingen, maar ook bij WWI blijft FES-geld over. Kan in de operatie stofkam die kam ook niet eens door al dit soort uitgaven worden gehaald? Ik denk dat de criteria voor FES-waardige projecten absoluut scherper zullen moeten en dat wij ervoor moeten zorgen dat wij het kapitaal dat onder de grond zit alleen maar uitgeven aan kapitaal boven de grond en voor de rest bestemmen voor aflossing van de staatsschuld.

Voorzitter. Als wij toch bezig zijn met die operatie stofkam, is de minister dan ook bereid om die eens door bepaalde belastingen te halen, belastingen die schadelijk zijn voor de economie? In een interruptiedebatje tussen enkele collega's is daar al iets over gezegd. Kijk naar de vlieg- en verpakkingenbelasting. Dit zijn belastingen die de economie ronduit schaden. Schiphol verwacht over 2008 een miljoen minder passagiers. Wat betekent dat aan economische effecten? Een aantal luchtvaartmaatschappijen heeft bijvoorbeeld al Maastricht Aachen Airport de rug toegekeerd. Eindhoven kampt met dezelfde problematiek. De Belgen en de Duitsers lachen zich intussen rot! Waarom volgt de minister van Financiën niet het voorbeeld van zijn Belgische collega's, die aanvankelijk ook van plan waren om een vliegtaks in te voeren om hem maar gauw te schrappen, want daarmee is de economie geholpen? Hetzelfde geldt voor de verpakkingenbelastingen. Wij zien het overigens ook bij het kansspelbeleid. In de begroting en de Najaarsnota schrijft de minister dat er lagere winstafdrachten van Holland Casino komen, maar dat is een gevolg van de kansspelbelasting die fors is verhoogd. Allemaal schadelijke effecten. Ik zou zeggen: schrap die belastingen, dan hebt u die schadelijke effecten ook niet!

Voorzitter. Gisteren hebben wij de brief over defiscalisering van de groepsrente gekregen. Ik ben het met de heer De Nerée eens dat wij daar na het kerstreces maar een algemeen overleg over moeten houden. Mijn suggestie zou zijn om dat vooraf te laten gaan door een hoorzitting of een rondetafelgesprek om ons er nader van te vergewissen dat het fiscaal vestigingsklimaat uiteindelijk erop vooruitgaat en dat wij op dat punt geen risico's lopen die wij tot dusverre niet hebben gezien. Dat staat voor de VVD voorop.

Wat voor ons ook vooropstaat – in dezen geef ik het CDA ook de hand – is dat de opbrengsten een-op-een terug worden gesluisd in de richting van het bedrijfsleven. Ik vind dat zeker in een tijd als nu een signaal moet worden afgegeven dat het Nederland ernst is om het fiscaal vestigingsklimaat te verbeteren. Het Verenigd Koninkrijk komt in het voorjaar, ik meen over een maand of vier, met de deelnemingsvrijstelling. Dan is een concurrentieel voordeel dat Nederland nu nog heeft ten opzichte van de Britten weg. Geef nu het signaal af dat wij de dividendbelasting afschaffen. Ik vraag de minister om ons ook te informeren over de netto-opbrengst van de dividendbelasting. Ik heb signalen gekregen dat dit rond de 700 mln. ligt. Je zou een heel mooie combinatie kunnen maken van het afschaffen van een belasting die zorgt voor veel administratieve rompslomp en veel inningskosten, samen met een verlaging van de VPB.

Tot slot kom ik op een van de maatregelen die het kabinet heeft genoemd in het kader van het steunpakket van 6 mld. Ik ben het overigens met de heer Irrgang eens dat dit een luchtkasteel is. Het is geen pakket van 6 mld. Het is oude wijn in nieuwe zakken. Het is eigenlijk ook het naar achteren schuiven van belastingopbrengsten. Maar goed, als dat kan helpen, zijn wij daar niet op voorhand tegen. Prof. Brandsma heeft in een artikel geschreven dat bedrijven er veel te laat wat aan hebben als je het pas op 1 januari 2009 laat ingaan. Wil je het echt laten werken als liquiditeitsimpuls voor het bedrijfsleven, dan zou je de maatregel al op 1 januari 2008 moeten laten ingaan. Dan zou je daar ook een aantal andere onderdelen bij moeten betrekken, zoals willekeurige afschrijving op onroerend goed in eigen gebruik. Ik vraag de minister om daarop ook te reflecteren.

De voorzitter:

Ik zat even te wachten tot echt het laatste "tot slot" kwam. Dat heeft u nu gehad? U hebt in ieder geval tot slot bijna evenveel tijd gebruikt als uw spreektijd.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik hoor de heer Weekers, niet verrassend overigens, alleen een pleidooi houden om het beetje vergroening van de economie dat er nu is om zeep te helpen. Het is alweer een tijdje geleden dat de VVD met groen rechts kwam. Ik vraag mij af waar de concrete voorstellen voor dat groene van de VVD blijven.

De heer Weekers (VVD):

Ik kan hier een hele discussie beginnen over de wenselijkheid van de bouw van nieuwe kerncentrales. Dat is tenminste echt groen en groen rechts. De vliegbelasting is een belasting die schadelijk is voor de Nederlandse economie en die het totale vliegverkeer geen donder helpt. Sterker nog, voor al het vliegverkeer dat in Nederland wordt weggejaagd, blijven de mensen niet thuis. Zij gaan niet in de trein zitten. Zij gaan met het vliegtuig vanaf Brussel, Düsseldorf, Weeze en andere luchthavens in de ons omringende landen. Die spinnen daar garen bij. De Belgen lachen zich rot. Mevrouw Sap moet in De Standaard in België eens lezen wat Belgen vinden van de vliegtaks in Nederland. Zij vinden het fantastisch. Ik ga graag met mevrouw Sap in de slag over voorstellen om de economie duurzamer te maken en om de energievoorziening duurzamer te maken, maar niet met dit soort rare maatregelen die alleen maar schadelijk zijn voor de economie.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik blijf het toch opvallend vinden dat de VVD-fractie een juiste beprijzing van goederen en diensten, waarin je de milieueffecten verdisconteert, rare maatregelen noemt. Dat zou de VVD als marktpartij eigenlijk ook moeten toejuichen. Als de VVD-fractie alleen kernenergie als groen blijft aanprijzen, terwijl wij allemaal weten dat er nog geen duurzame oplossing voor het afvalprobleem bestaat, dan vrees ik dat het nog lang gaat duren voordat wij elkaar zullen vinden. Ik daag de VVD-fractie uit om met levensvatbare voorstellen te komen als zij het etiket groen rechts wil blijven dragen.

De heer Weekers (VVD):

Wij spreken vandaag over de Najaarsnota en niet over de groenrechtse agenda. Ik begrijp de opmerking best. Bij de beprijzing van vervoer zie ik een onevenwichtigheid tussen enerzijds het luchtvervoer en anderzijds het vervoer over de weg, respectievelijk de trein. Daarin bestaat een onevenwichtigheid, ook omdat kerosine niet belast is. Maar wij zeggen daarop: dan zul je in Europa gezamenlijk initiatieven moeten nemen, want anders ben je zelf de gekke Henkie van Europa. Dat zien wij nu gebeuren met die vliegbelasting. Als wij afspraken kunnen maken met de Belgen, de Duitsers, de Fransen en de Britten, als wij in Europa goede afspraken kunnen maken over een kerosinetaks, dan wel een werkbare vliegbelasting die maatschappijen ook stimuleert om met schonere vliegtuigen te vliegen, dan kunnen wij zaken doen. Maar de vliegbelasting zoals die eenzijdig in Nederland is ingevoerd en de wijze waarop die is ingevoerd, kent alleen maar nadelen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik wil hierop even doorgaan. Het gaat niet om de voorbeelden, maar om het principe. De heer Weekers heeft een opmerking gemaakt over de belasting die schadelijk is voor de economie. In het debat vorige week over de kredietcrisis hebben wij met elkaar besproken dat je deze crisis moet aangrijpen om met vergroeningsmaatregelen sterker uit deze crisis te komen. Geef een heel brede incentive aan onze industrie, het mag van mij alles zijn, waardoor wij er met een soort turbo uitkomen als de crisis weer ten goede keert. Vergelijk het met de energiecrisis van de jaren zeventig. Die heeft de heer Weekers ook nog net meegemaakt. Is de heer Weekers, met andere woorden, bereid om met mij in het belang van onze industrie een spa dieper te gaan? Als hij overweegt om de obligate VVD-riedel af te steken, dan hoeft hij van mij geen antwoord te geven.

De heer Weekers (VVD):

Ik ben altijd bereid om in discussie te gaan over voorstellen die onze economie versterken. Bij die discussie moeten wij echter ook betrekken hoe men hiermee in het buitenland omgaat en wat per saldo de effecten voor de economie zijn.

U zegt dat wij vorige week van alles gewisseld hebben. Dat is zo, maar ik hoop niet dat u daarmee wilt zeggen dat uw argumenten toen de mijne zijn geworden. Dat is namelijk zeker niet het geval. Mijn fractie heeft de motie van de fracties van de PvdA en GroenLinks dan ook niet gesteund. Een motie waarin men de regering oproept om de kredietcrisis aan te grijpen om haar vergroeningspakket te realiseren, is mijn fractie te kort door de bocht. Als u voor ons constructieve voorstellen in petto heeft die de economie stimuleren en goed zijn voor het milieu, dan kunnen wij zeker zaken doen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik wil toch echt een spa dieper gaan dan dit. De vorige crisis is aangegrepen om thermopane glas en de hoogrendementsketel te ontwikkelen. Daardoor zijn wij toen juist sterker uit de crisis gekomen. Dat effect kunnen wij nu toch zeker weer bereiken? Zo ja, dan kan vergroening nu toch ook in ons voordeel werken?

De heer Weekers (VVD):

Natuurlijk, maar wij moeten zaken niet door elkaar halen. In de jaren zeventig kampten wij met een oliecrisis en een energietekort. In reactie daarop zijn goede impulsen gegeven aan energiebesparing, want het is natuurlijk krankzinnig dat je zo hard moet stoken dat je niet alleen je huis, maar ook de straat verwarmt. Alle maatregelen die helpen om energie te besparen en om nieuwe vormen van energie te ontwikkelen, zal ik zeker welwillend overwegen. Ik kom zelf uit een regio met een belangrijke zonne-energiesector en ik weet dus uit de eerste hand hoe belangrijk dat is. Dat soort ontwikkelingen moeten wij stimuleren, maar ik hoop dat wij dan ook met u zaken kunnen doen over moderne vormen van kernenergie. Kernenergie is namelijk een stuk schoner dan de kolencentrales die minister Cramer wil bouwen.

De voorzitter:

Wij zijn inderdaad een eind van het eigenlijke onderwerp afgedwaald.

Voordat ik de heer Van Dijck het woord geef, schors ik de vergadering enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Namens de PVV-fractie feliciteer ik de minister van Financiën hartelijk met zijn verkiezing tot politicus van het jaar. Ik heb begrepen dat hij dankzij de kredietcrisis de heer Wilders net achter zich heeft weten te houden.

De Najaarsnota lezend, zou je niet denken dat wij in zwaar weer verkeren. Het kabinet zit nog duidelijk in de ontkenningsfase. De zonnige Najaarsnota straalt dit uit. Ik zou zeggen: geniet er maar van, want dit zou wel eens de laatste zonnige Najaarsnota kunnen zijn.

In drie maanden tijd is de staatsschuld met 90 mld. opgelopen. Gelukkig staat er wel iets van onderpand tegenover. Hopelijk zien wij daar ooit nog iets van terug. De minister heeft ook een garantiefonds van 200 mld. beschikbaar gesteld aan gezonde financiële instellingen. De PVV-fractie vraagt zich af wat gezonde financiële instellingen zijn. Van dit fonds hebben slechts twee instellingen gebruikgemaakt, of eigenlijk één: LeasePlan. Waarom maken zo weinig instellingen gebruik van de regeling? Zijn de premies of andere condities niet veel te zwaar? Heeft de minister hier een verklaring voor?

Ook vindt de PVV-fractie het te gek voor woorden dat een bedrijf als LeasePlan voor deze garantie in aanmerking komt, en nog wel als eerste, daar het primair een leasebedrijf betreft met stinkend rijke oliesjeiks als aandeelhouders en het daarnaast een bankvergunning heeft. Is de minister bereid om de voorwaarden van deze regeling zodanig aan te scherpen dat alleen echte en gezonde banken ervoor in aanmerking komen?

De minister heeft aangekondigd, een deel van de vordering van de Icesave-spaarders te bekostigen, namelijk 100 mln. Eigenlijk zou dit bedrag moeten worden betaald door de banken. Daarom wil de PVV-fractie dat de banken 40 mln. van deze 100 mln. overnemen. De verhoging van de limiet was tenslotte mede bedoeld om de rust te herstellen en te voorkomen dat een run op de banken zou plaatsvinden. De 40 mln. die zo wordt vrijgespeeld, kan worden gebruikt om ook de 100.000plus-spaarders te compenseren. Deze mensen hebben in goed vertrouwen hun zuur verdiende spaargeld en pensioen toevertrouwd aan Icesave, zonder zich bewust te zijn van de gevaren en zonder dat ook maar iemand hen heeft gewaarschuwd. Deze spaarders zijn nu de klos met Bos, terwijl in Duitsland en Engeland alle Icesave-spaarders worden gecompenseerd.

Terwijl de storm in de economie met de dag heviger wordt, zit het kabinet warm en droog in vak K na te denken over eventuele maatregelen. In 2008 sluiten echter 6500 bedrijven de deuren. Naar verwachting neemt dit aantal met 50% toe in 2009. Het aantal ontslagaanvragen neemt elke maand toe, tot 3300 in november. DSM ontslaat wereldwijd 1000 mensen en Electrolux 3000. NedCar legt de productie stil. DAF heeft al 200 flexwerkers naar huis gestuurd en heeft voor 6400 mensen werktijdverkorting aangevraagd. Corus wil 6400 mensen in de werktijdverkorting parkeren en dreigt zelfs Europa te verlaten, vanwege haar rare CO2-ideeën. In de Rotterdamse haven zitten de kraanmachinisten duimen te draaien. En dan heb ik het nog niet eens over de huizenmarkt. Deze dreigt helemaal stil te vallen, met als gevolg dat er volgend jaar aanzienlijk minder huizen worden gebouwd en 40.000 mensen hun baan dreigen te verliezen.

Het CPB voorspelt dat het aantal werklozen de komende twee jaar zal verdubbelen tot maar liefst 600.000 mensen. Het is vijf over twaalf en het kabinet komt niet verder dan een te beperkte regeling voor werktijdverkorting en een regeling voor vervroegde afschrijving. Dit zijn pleisters op een gapende wond die hoognodig gehecht moet worden.

Het ergste is echter dat dit kabinet de recessie aanwakkert. Minister Bos roept op om te "consuminderen", terwijl wij juist ten tijde van een recessie moeten consumeren. Minister Van der Hoeven roept op om de lonen te matigen, terwijl de 3,5% loonsverhoging juist nodig is om de koopkracht te stimuleren. Minister Van der Laan denkt na over een impuls voor de huizenmarkt, maar vanaf dat moment koopt dus niemand meer een huis en wacht iedereen op een mogelijke verlaging van de overdrachtsbelasting. De minister-president denkt na over het vrijgeven van het spaarloon, met als gevolg dat iedereen grote aankopen uitstelt totdat dit gebeurt. De minister-president denkt na over een vlaktaks, waarbij hij en passant de hypotheekrenteaftrek ter discussie stelt, dit ten tijde van een stagnerende huizenverkoop. De vervroegde afschrijving gaat pas in per 1 januari. Vanaf dat moment worden dus alle investeringen geannuleerd of met een paar maanden uitgesteld tot 1 januari. Wij weten dat van uitstel afstel komt. De motie van de Kamer om de Nationale Hypotheek Garantie te verhogen, wordt niet uitgevoerd. Het kabinet denkt na over infrastructurele projecten, om te kijken of die eerder kunnen uitgevoerd, maar kan niet eens de FES-gelden besteden. Wij zien dit jaar namelijk weer 450 mln. aan onderbesteding.

Het kabinet gooit ook olie op het vuur met maatregelen die de economie juist afremmen in plaats van stimuleren. Zo heeft het rookverbod in de horeca al vele horecazaken de kop gekost. Het terugdringen van de koopzondagen doet de detailhandel en de supermarkten ook zeker geen goed. De PVV-fractie roept het kabinet daarom op, geen proefballonnetjes meer op te laten, geen lastenverzwarende maatregelen meer te nemen en geen maatregelen te nemen die de economie afremmen. Tevens moet het kabinet erop toezien dat dit ook niet gebeurt door lokale overheden en waterschappen. Zoals wij vanmorgen hebben kunnen constateren, zijn zij het die de lasten weer verzwaren. De WW-verlichting die wij van het kabinet hebben gekregen, kunnen wij direct weer inleveren bij de waterschappen en ten behoeve van de gemeentelijke belastingen.

Het kabinet moet met echte voorstellen komen. Verhoog de Nationale Hypotheek Garantie. Investeer in de bouw van huurwoningen. Leg versneld wegen aan. Deblokkeer het spaarloon. Verruim de kredietgarantieregeling. Verzeker debiteurenrisico's. Normaliseer de kredietacceptatie bij banken. Verlaag de kredietrente en beperk de risico-opslag. Versoepel de werktijdverkortingsregeling. Wij kregen een paar minuten geleden een brief van minister Donner, waarin staat dat hij 78 bedrijven heeft afgekeurd. Dat zijn 78 bedrijven in de problemen die werktijdverkorting aanvragen en gewoon nul op rekest krijgen.

Vooral moet de koopkracht van de burgers worden versterkt. Koopkracht is de enige echte remedie tegen de recessie. De begroting moet worden opengebroken en alle overtollige uitgaven moeten worden geschrapt en door middel van belastingverlaging worden teruggeven. Er zit veel stof in de begroting, zo zeg ik tot de heer De Nerée. Schrap de uitgaven voor Vogelaarwijken, inburgering, schuldsanering, de Nederlandse Antillen, ontwikkelingshulp, milieu- en kunstsubsidies en re-integratie. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Geef die miljarden terug door middel van belastingverlaging. Het probleem van het bedrijfsleven is vraaguitval, niets meer en niets minder. De omzet kan alleen worden gestimuleerd door de koopkracht bij burgers te versterken. Niet voor niets roepen OESO, G20 en de Europese Commissie alle landen op om de belastingen te verlagen en de economie te stimuleren. Wanneer gaat het kabinet dit doen?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik wil toch even protest aantekenen. De heer Van Dijck is de zoveelste die vanmorgen spreekt van het begrip "stof in de begroting". Het woord stofkam heeft niets te maken met waarnaar je op zoek bent, maar wel met het instrument dat je gebruikt. Ik wil toch even het idee uit de wereld helpen dat wij allerlei overbodige spulletjes in de begroting hebben zitten. Wij zijn het met elkaar snel eens dat de heer Van Dijck andere keuzen maakt. Dat betekent echter niet dat de keuzen die misschien geen directe invloed hebben op de investeringen, niet zinvol zijn voor onze maatschappij. De heer Van Dijck maakt een andere keuze, maar hij moet er geen spelletje van maken door te zeggen dat het merendeel van wat wij met de stofkam vinden, onzin is.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het begrip "stof" wordt verschillend geïnterpreteerd. Wat voor ons stof is, kan voor de heer Cramer goud zijn. Het is daarom heel moeilijk om stof te definiëren. Ik denk dat het gebruik van het woord "stofkam" een hoop discussie losmaakt over de vraag wat overbodig is en wat niet. Wij weten wat wij allemaal overbodig vinden, wat wij als stof betitelen. Of de heer Cramer ook iets uit de begroting als stof kan betitelen, zal bij de Voorjaarsnota moeten blijken.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Het begrip "stofkam" gaat niet over wat je vindt, maar over het instrument waarmee je dat doet, namelijk dat je precies en zorgvuldig te werk gaat. Dat is heel wat anders dan wat je eruit haalt. Je kunt met een stofkam ook luizen, vlooien en ander ongedierte eruit halen. Het gaat erom met welk instrument je bezig bent om precies en zorgvuldig naar je begroting te kijken.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Kennelijk zitten er luizen in de begroting en ander ongedierte. Ik wil dat graag geloven.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. Het meest opvallende van de Najaarsnota is natuurlijk de kredietcrisis en de invloed daarvan op de Nederlandse overheidsfinanciën. Onze nationale schuld neemt door alle maatregelen plots met ruim 15% toe. De minister van Financiën werd daarmee in één klap de meest populaire Nederlander en politicus van het jaar. Verdiend, wij feliciteren hem daarmee. Wie dit echter drie maanden geleden had voorspeld, zou voor gek zijn verklaard.

Wij hebben inmiddels tientallen miljarden gespendeerd, wereldwijd zelfs honderden miljarden, om de crisis te bezweren. Het einde is echter nog niet in zicht en niemand weet hoe lang het nog gaat duren. Over de oorzaken zijn wij het redelijk met elkaar eens, maar over de oplossingen lopen de meningen uiteen. Daarom is het ook zo belangrijk dat het parlementaire onderzoek naar de kredietcrisis er komt. Wij zijn blij dat daar inmiddels een meerderheid voor is en wij hopen dat de bezinning rond de kerst tot een snelle start leidt.

Het kabinet wil eerst de crisis bestrijden en dan pas werk maken van hervormingen. GroenLinks wil niet dweilen met de kraan open, maar wil allebei tegelijk. Daarom hebben wij vorige week bij het debat over de economische effecten van de kredietcrisis een tienpuntenplan voor hervorming van de financiële sector gepresenteerd. Wij willen dat banken weer dienstbaar worden aan de samenleving en bijdragen aan een groene en sociale economie. De cao, die een paar dagen geleden bij het genationaliseerde Fortis Nederland is afgesloten, helpt daar niet bij. Wij lezen daarin niets over diversiteit en meer vrouwen aan de top van het bankbedrijf. Wij lezen wel dat de oude ontslagregeling van kracht blijft. Wat betekent de moeizame deal rondom het ontslag nu in de praktijk? Dat vraag ik de minister, maar ook de coalitiepartijen. Er komt een loonstijging van 3,5%. Dat vind ik vrij fors, in het licht van de moeizame situatie bij Fortis. Kan de minister aangeven of de leiding van Fortis bij hem te rade is gegaan over de cao-besprekingen? Kan hij ons aangeven of hij aan deze loonstijging zijn fiat heeft gegeven? Kan hij aangeven, want voor mij is dat niet zichtbaar, hoe hij zich inzet voor meer topvrouwen in de financiële wereld?

GroenLinks heeft vorige week "The Green Deal" gepresenteerd, een plan voor de gezamenlijke aanpak van de kredietcrisis en de klimaatcrisis. Wij kiezen voor gerichte ondersteuning van een groene economie, in plaats van ongerichte ondersteuning van het bedrijfsleven. Wij zijn blij dat de Kamer gisteren de motie die wij samen met de PvdA hebben ingediend, heeft gesteund, zodat er in het voorjaar alsnog nadere maatregelen komen voor een gezamenlijke aanpak van de krediet- en de klimaatcrisis.

Het herstelplan van 200 mld. voor de Europese economie dat de regeringsleiders vorige week op de Europese top hebben aangenomen, vraagt terecht om een stevige inzet op duurzaamheid. Het Nederlandse antwoord op de kredietcrisis schiet daarin tot nu toe zwaar tekort. Terwijl er zoveel mooie kansen liggen! Kansen op duurzame werkgelegenheid, door de schop zo snel mogelijk in zee te zetten en windparken tot stand te brengen. Kansen om duurzame woningen te bouwen en zo de bouwsector uit de stagnatie te trekken. Kansen om het binnenklimaat op scholen te verbeteren en zo een bijdrage te leveren aan energiebesparing. Volgens berekeningen van gemeenten is een cofinanciering door het Rijk van 10 mln. in 2009 voldoende om een goede start te maken. Ik vraag niet om extra geld, maar ik vraag wel om commitment. Commitment van deze minister en van de coalitiepartijen, om eventuele meevallers die zich tussen de Najaarsnota en oud en nieuw voordoen, in te zetten voor duurzame investeringen.

Uit de decemberraming van het CPB blijkt dat de werkloosheid gaat oplopen en dat de koopkracht nog een stuk denivellerender uitpakt dan op Prinsjesdag voorspeld. Terecht heeft collega Tang een vurig pleidooi gehouden voor het voorkomen van langdurige werkloosheid, maar ten onrechte was hij helemaal stil over de koopkracht. Het is goed nieuws dat door de lagere olieprijs nu alle groepen er gemiddeld op vooruitgaan. De inkomensverschillen worden echter steeds groter. Ik ben blij dat de PvdA-fractie het heeft aangedurfd om tegen het kabinetsadvies in, met mijn amendement op het Belastingplan mee te stemmen om het voor de zwaar getroffen groep alleenstaande ouders met oudere kinderen wat beter te maken. Mijn vraag aan de PvdA-fractie en deze minister is of zij het acceptabel vinden dat het algemene inkomensbeeld steeds schever wordt. Is inkomensgelijkheid nog van waarde voor de PvdA?

In het debat over de kredietcrisis ging de partijpolitieke discussie vooral over de betekenis van de signaalwaarde van -2%. Dit speelt pas in 2010 en is niet de kern van het begrotingsbeleid. Ik ben blij dat ook collega Tang daarvoor aandacht heeft gevraagd. Van veel grotere betekenis voor het volgende jaar is het punt dat GroenLinks al jaren maakt, dat de conjunctuurgevoelige werkloosheidsuitkeringen buiten het uitgavenkader worden gehouden. Mijn fractie werd aangenaam verrast doordat de directeur van het Centraal Planbureau nu ook hiervoor pleit.

Daarnaast speelt voor komend jaar dat in de Miljoenennota 2009 nog rekening werd gehouden met een extra ruimte van 2 mld. doordat de inflatie sneller leek te stijgen dan de lonen. Dat is de zogenoemde ruilvoetwinst. Uit de decembercijfers van het Centraal Planbureau blijkt echter dat deze ruilvoetwinst door de lagere inflatie grotendeels is verdampt. De oplopende werkloosheid en het verdampen van de ruilvoetwinst kunnen niet anders betekenen dan dat er vanaf 2009 een forse bezuiniging nodig is om binnen de uitgavenkaders te blijven. De economische crisis en daarmee de werkloosheid zouden door die bezuiniging worden versterkt. Dat vindt GroenLinks uiterst ongewenst. Mijn fractie vraagt de minister op basis van de nieuwste CPB-cijfers een analyse te geven van de ontwikkeling van de werkloosheidsuitgaven en de ruilvoetwinst met het effect daarvan op het uitgavenkader. Zij vraagt hem ook om daarbij de begrotingsregels nog eens goed te overdenken, zodat procyclische bezuinigingen zo veel mogelijk worden vermeden. Het liefste ziet mijn fractie deze exercitie nog vandaag, maar zij wenst haar in ieder geval in januari te ontvangen.

Ik maak nog een slotopmerking. De coalitie heeft terecht de begrotingsregels gewijzigd naar aanleiding van de interventies in de financiële markten. Bij de Najaarsnota vinden wij een bijlage 1 waarin deze wijziging is toegelicht. Ook het CDA bij monde van de heer De Nerée was bereid om het adagium "afspraak is afspraak" terzijde te schuiven. Mijn fractie vond dat moedig. Zij wenst de coalitie diezelfde wijsheid en moed toe voor de periode rond de kerstdagen, om door te pakken en voor volgend jaar ook de benodigde aanpassingen te treffen.

De heer Tang (PvdA):

Mevrouw Sap vraagt om de projecties van de werkloosheidsuitgaven voor 2009 in kaart te brengen. Wat is het effect van de economische ontwikkelingen op die uitgaven? Ik denk dat ik een vergelijkbare vraag heb gesteld, maar ik heb het iets breder getrokken. Het gaat mij niet alleen om de uitgaven aan bijvoorbeeld de WW-uitkering, maar ook om andere die direct zijn gerelateerd aan werkloosheid. Ik denk bijvoorbeeld aan de inspanningen die worden verricht voor re-integratie. Wij verwachten op dat punt natuurlijk ook meer uitgaven. Ik ondersteun graag het verzoek van mevrouw Sap. Ik neem aan dat wij haar verzoek wat breder mogen opvatten dan alleen de WW-uitkeringen.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Dat is een terecht punt van de heer Tang. Het is zonder meer bedoeld als de bredere uitgaven die zich in het kader van de werkloosheid voordoen voor de overheid. Ik bedoel dus niet alleen de WW-uitgaven, maar ook de uitgaven voor re-integratie en de ruilvoetwinst die verdampt is. Dat willen wij graag integraal in beeld hebben.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik hoorde mevrouw Sap zeggen dat "afspraak is afspraak" niet heilig is voor het CDA. De wens is daarbij misschien de moeder van de gedachte, maar ik heb dat niet gezegd. Afspraak is afspraak.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Dat is ook het frappante. Ik heb het de heer De Nerée inderdaad niet horen zeggen, maar toch kan ik niet anders dan concluderen dat het CDA kennelijk daarmee heeft ingestemd. De CDA-fractie is immers wel akkoord gegaan met een wijziging van de begrotingsregels naar aanleiding van de interventies in de financiële markten. Ik vind dat moedig van de heer De Nerée. Het is ook terecht. De begrotingsregels zijn gewijzigd om te voorkomen dat wij door de interventies enorm zouden moeten gaan bezuinigen, waardoor de economische crisis zou kunnen verscherpen. Ik roep de heer De Nerée op om ook voor volgend jaar nog eens goed te kijken of er verdere aanpassingen nodig zijn.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ook dat berust op een misverstand. De CDA-fractie wil de opbrengsten uit de financiële injecties in de bankwereld niet gebruiken voor extra uitgaven, maar terugsluizen naar de staatsschuld, omdat de situatie zo moeilijk is. Wij willen daar geen leuke dingen mee doen. Wij laten de staatsschuld oplopen vanwege de moeilijke situatie, maar als een regeling iets oplevert, gaat de opbrengst weer terug naar de staatsschuld. Ik ben blij dat het kabinet op dat punt met een aanpassing van de begrotingsregels is gekomen.

De voorzitter:

Dit is een aanvullende constatering.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik ben ook blij met het aanvullende voorstel van het kabinet. Ik constateer wel dat de CDA-fractie bereid is om het adagium "afspraak is afspraak" terzijde te schuiven. Ik vraag de fractie daar opnieuw naar te kijken. Goede afspraken zijn het waard om te behouden, maar afspraken die knellen en onze economie volgend jaar verder in een dip doen belanden, moeten wij niet handhaven. Wij moeten ons daarop bezinnen en met wijsheid onderzoeken wat kan worden veranderd.

De voorzitter:

Dit is constatering op constatering.

De heer Weekers (VVD):

Ik vraag mevrouw Sap naar een consequentie van haar betoog. Zij zegt dat het budgettair kader sociale zekerheid apart moet worden bekeken. Stel dat de werkloosheid en de uitgaven voor de WW de komende jaren enorm oplopen, dan schrijven de huidige begrotingsregels voor dat er compensatie moet worden gevonden in de rijksbegroting in enge zin of in de zorg. Dat wil mevrouw Sap niet en daarom wil zij het buiten de kaders plaatsen. Wij zien nu in de Najaarsnota dat er een bedrag van 300 mln. overblijft bij de sociale zekerheid. Dan moet zij niet akkoord gaan met compensatie, maar strikt blijven redeneren.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

De heer Weekers probeert nu een van zijn punten tot de mijne te maken. Wij pleiten al jaren voor een trendmatig begrotingsbeleid, dat de economie ondersteunt en rust brengt. In tijden van crisis moet dat beleid ervoor zorgen dat zowel aan de inkomstenkant als aan de uitgavenkant de automatische stabilisatoren kunnen werken. Nu hebben wij die aan de uitgavenkant voor een groot deel buiten werking gesteld, omdat wij de conjunctuurgevoelige uitgaven gewoon onder het kader houden, waardoor er knelpunten ontstaan. Wij zijn van mening dat dat beter kan, zodat er meer rust in de economie komt. De uitgaven moeten meelopen met de stand van de economie. Wij bepleiten dat punt al jaren en voelen ons nu zeer gesteund door de directeur van het CPB.

De heer Weekers (VVD):

In goede tijden wil mevrouw Sap het gehele beschikbare bedrag uitgeven. In slechte tijden wil zij nog meer uitgeven. Als zij haar redenering consequent volgt, moet zij nu zeggen dat de rijksbegroting in enge zin een bepaald plafond heeft, dat bij de Najaarsnota met 300 mln. wordt overschreden. Zij moet dat bedrag terugbrengen tot aan het plafond. Dat is consequent. Volgend jaar zou zij de tegenvallende werkloosheidsuitgaven ook niet moeten compenseren. Ik heb de idee dat GroenLinks alleen maar meer wil uitgeven, maar bij tegenspoed niet wil compenseren. Dat is geen deugdelijke vorm van begroten.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik ben van mening dat trendmatig begroten de meest stabiele en deugdelijke vorm van begroten is. Het gaat ons zeker niet om nog meer uitgaven. Een begrotingsbeleid moet de economie zo optimaal mogelijk ondersteunen en niet in de weg zitten. Dat laatste doet de VVD-fractie door strikt vast te houden aan de uitgavenkaders en te pleiten voor bezuinigingen, terwijl wij de economie juist moeten stimuleren.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Traditiegetrouw sluiten wij het jaar af met de behandeling van de Najaarsnota. Normaal is dat een debat waarbij wij tussentijds de financiële balans opmaken en nog eens terugkijken naar hoe het allemaal is gegaan.

Vandaag lijkt alles anders. De kredietcrisis heerst, ook over de Najaarsnota. Afgelopen week hebben wij al uitgebreid stilgestaan bij de maatregelen van het kabinet en de daarmee samenhangende kosten. Als ik alles op papier zie, raak ik toch weer onder de indruk van de bedragen. Een toename van de staatsschuld van 90 mld.; een duizelingwekkend bedrag. Ontstellender is echter het besef dat achter deze cijfers oorzaken schuilgaan die veel mensen in de ellende hebben gestort. De Bijbel stelt dat hebzucht de wortel is van alle kwaad. Hoe pijnlijk duidelijk is dat geworden in de afgelopen maanden.

Gisteren werd de puinhoop nog groter, toen bleek dat Fortis waarschijnlijk veel kwijt is in de Madoff-fraudezaak. Als je zo'n bericht hoort, denk je weer: waar houdt dit op? Welke risico's zijn er nog meer genomen? De onzekerheid is groot en dat is funest. Een economie kan alleen bloeien als er vertrouwen is. Vernietiging van het onderlinge vertrouwen betekent automatisch na verloop van tijd de vernietiging van de economie. De overheid moet proberen het vertrouwen te herstellen en zelf ook de risico's te beheersen.

In de Najaarsnota valt mij een aantal zaken op. Dat is ten eerste de in=uittaakstelling. Deze is gedeeltelijk in de Najaarsnota rechtgetrokken, maar er resteert nog een taakstelling van 300 mln. De minister stelt dat de voorlopige rekening meestal wel onderuitputting oplevert. Hoe reëel is dat echter op dit moment? Waar verwacht de minister nog onderuitputting? Naar mijn mening is de in=uittaakstelling geen portie die je voor je uit kunt blijven schuiven. Ik krijg graag de toezegging dat wij hierdoor in de loop van volgend jaar niet opeens met allerlei tegenvallers worden geconfronteerd.

Rondom Fortis is heel veel gaande: een mogelijke afschrijving van 1 mld. door een fraudezaak; schikking in de woekerpolissenaffaire, wat goed nieuws is; een schadeclaim tegen de Staat van 11 mld. wegens de koop van Fortis, wat weer wat minder leuk is. En dit alles in een week. Je zult er maar werken! Of: je zult de eigenaar maar zijn!

Gisteren heeft de minister ook nog een brief gestuurd over de verwerving van een staatsbelang in RFS Holding. Het gaat mij toch allemaal wel wat snel. Morgen moet het belang al geëffectueerd worden. De Staat neemt een directe deelneming in RFS Holding en krijgt daarmee direct zeggenschap over ABN AMRO. Wordt zo niet de schijn gewekt dat wij Fortis en ABN AMRO als aparte entiteiten blijven benaderen? Hoe verhoudt dit zich met de zo gewenste integratie van de twee banken? Voorts sluit ik mij aan bij de opmerking van de heer De Nerée over de risico's die kleven aan het omzetten van een schuld naar een belang.

Met de interventies bij de bank en de gecreëerde garantiemaatregelen neemt de Staat sowieso welbewust een financieel risico. Dat weten wij en dat calculeren wij in. Tegelijkertijd moet er wel aan risicobeheersing worden gedaan. Ik vraag mij af hoe sommige veronderstellingen van de minister zich hiertoe verhouden. Zo veronderstelt de minister dat Fortis de kortlopende schulden, 34 mld., in 2009 geleidelijk aflost, waardoor eind 2009 geen financiering meer nodig is. De rente op de kortlopende schuld is variabel, maar de rente op het overbruggingskrediet staat vast. Met andere woorden: weten wij zeker dat wij niet met de rentelast blijven zitten, als Fortis de kortlopende schuld niet helemaal in 2009 aflost? Nu Fortis waarschijnlijk 1 mld. moet afschrijven, lijkt mij dat geen onwaarschijnlijk scenario. Ik krijg graag een reactie, met daarbij een bredere toelichting hoe de minister aan de meer globaal benaderde discussie over de risicobeheersing doet.

Bij het FES is er – ik zou bijna zeggen: traditiegetrouw – sprake van een onderbesteding. Ik sprak er zojuist al over met de heer De Nerée. De vorige week is ook benadrukt dat wij snel een overzicht moeten krijgen van de mogelijkheden om projecten snel ten uitvoer te brengen. Mijn fractievoorzitter heeft daarover ook een motie ingediend, die is aangenomen. Wanneer stuurt de minister het in de motie-Slob c.s. gevraagde overzicht naar de Kamer? Wat ons betreft ligt er na het reces een lijst. Ik krijg graag een toezegging. En voorzitter, in deze alinea staat drie keer het woord "snel". Dat is volgens mij wel heel urgent.

In de Voorjaarsnota van het afgelopen jaar is tot onze grote vreugde geld vrijgespeeld voor de opvang van tienermoeders en voor uittreedprogramma's voor prostituees. Dit geld is maar voor een klein deel uitgegeven in 2008. Daarom hebben de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink c.s. en Anker c.s. moties ingediend bij de behandeling van de begrotingen van respectievelijk VWS en Justitie om dit geld door te schuiven naar 2009. Wij hebben geconstateerd dat dit daadwerkelijk is gebeurd. Daarvoor dank ik de minister.

Bij de behandeling van deze Najaarsnota hebben wij voorts een amendement ondertekend van het lid Gill'ard, waarin de ontwikkeling en inzet van hittebestendige oxytocine een financiële impuls krijgt. Mijn fractie heeft daarover al eerder vragen gesteld bij de begrotingsbehandeling VWS. Het is een relatief klein bedrag, maar het kan een enorme bijdrage leveren aan het tegengaan van moedersterfte in ontwikkelingslanden. Daarmee wordt ook invulling gegeven aan het Akkoord van Schokland.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Kan de heer Cramer uitleggen wat hij bedoelt met deze laatste zin over hittebestendige oxytocine?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Leden van sommige fracties hebben natuurlijk maar een kleine portefeuille. Bij kleinere fracties is het voordeel dat de portefeuilles wat breder zijn. Ik zal even voordragen uit Wikipedia: Oxytocine is een cyclisch nonapeptide geproduceerd in de neurohypofyse en heeft als functies: contractie van glad spierweefsel en het regelt de toeschietreflex bij borstvoeding. Het is misschien wat oubollig om dit bij de Najaarsnota te bepreken, maar het is binnen de begroting van VWS een onderdeel dat heel geregeld terugkomt. Het is juist in ontwikkelingslanden heel belangrijk als het gaat om moedersterfte. Daar was tot nu toe geen geld voor. Dat hebben regering en Kamer met elkaar geconstateerd. Met dit amendement wordt het mogelijk gemaakt om daar daadwerkelijk invulling aan te geven. Het is ook een onderdeel van het Schokland-akkoord.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik geef mij gewonnen! Maar kan dit, als het zo nuttig is om het te doen, niet bekostigd worden uit de ontwikkelingsgelden? Waarom moet het binnen de begroting van VWS worden gezocht?

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer De Nerée weet natuurlijk ook dat dit het kabinet is van de integrale gedachten. Binnen de begroting van VWS wordt op een aantal onderdelen ook verder gekeken dan de landsgrens. Dit punt is daar al vaker ter discussie geweest.

De heer Weekers (VVD):

Ik wil toch de heer De Nerée bijvallen. Wij zien dat er bij Ontwikkelingssamenwerking 220 mln. overblijft. Ik vind het bezwaarlijk om daarnaast ook nog eens departementale begrotingen te belasten met onderdelen van Ontwikkelingssamenwerking. Het is ongetwijfeld een goed doel, maar er is geld over bij OS. Laten wij dat dan besteden voor dat goede doel. Dan kunnen wij met elkaar tot zaken komen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Het heeft als doel om in die ontwikkelingslanden iets te kunnen betekenen, maar vooralsnog gaat het om de ontwikkeling van deze middelen in Nederland. Daarom is het een discussie die binnen VWS wordt gevoerd.

Voorzitter. Het is een heftige periode geweest. Wij hebben veel op ons af zien komen. Dat zal de komende tijd waarschijnlijk niet veranderen. De verantwoordelijkheid is groot, evenals de onzekerheid. In deze situatie is de minister telkens naar bevind van zaken blijven handelen. Ik wil hem daarvoor danken. Al is de situatie er niet naar dat wij achterover kunnen leunen. Wij zullen scherp moeten blijven. De Kamer zal de minister ook zeker blijven aanscherpen. Toch wens ik hem en zijn gezin een gezegende kerst toe, opdat hij in 2009 de titel "gezinsman van het jaar" mag ontvangen. Dat is volgens mij namelijk nog een iets grotere titel dan politicus van het jaar. Ik zie de minister nu echter wat vermoeid kijken. Dat geeft te denken!

Mijn laatste vraag stel ik namens een trouwe Jeugdjournaalkijker. Kan de minister aangeven met welke pen hij schrijft?

De heer Van der Ham (D66):

Ik hoor net uit betrouwbare bron dat zijn Jeugdjournaalpen op zijn werk ligt. Dat kan de minister in zijn termijn wellicht verduidelijken.

Voorzitter. Anderen hebben er al over gesproken dat wij hier te maken hebben met een politicus van het jaar. Dat is hij echter wel heel vaak geworden de afgelopen week. Wij spreken hier dan dus ook eigenlijk met de "politici van het jaar", een meervoudige persoonlijkheid. Maar de vraag is natuurlijk of minister Bos, de minister van Financiën, dat predicaat volgend jaar ook zal krijgen. Wat staat ons de komende jaren te wachten? Vandaag hebben wij het over het budgettaire beleid voor 2008, maar de huidige stand van zaken baart D66 zorgen. Daarmee hebben wij ook zorgen voor de toekomst. Ons verwijt aan het kabinet is dat nauwelijks verder dan 2008 wordt gekeken. Het kabinet stelt zichzelf een opgave van een derde van het totale houdbaarheidsprobleem. Wat blijft er nog overeind van die doelstelling? Wat blijft er nog overeind van het doel om in 2011 een begrotingsoverschot van 1% te behalen? Ik krijg op dat punt graag een reactie.

"Pluk de dag" vind ik een mooi motto, maar dat is wel iets anders dan: na ons de zondvloed. De problemen van het hier en heden zijn groot, maar laten wij er niet in blijven hangen. Laten wij generatieneutraal budgetteren en onze economie het liefst in een iets betere toestand doorgeven aan de volgende generatie. De Najaarsnota ademt wat ons betreft te veel het hier en nu. Dat vind ik bezwaarlijk. Wij moeten rekening houden met de volgende generatie. Dat gebeurt in deze Najaarsnota te weinig. Wat dat betreft, is er echt een algemeen ziektebeeld te ontwaren in dit kabinet: een pathologische kortzichtigheid. Er wordt niet echt verder gekeken dan naar deze kabinetsperiode. De verwekker van die aandoening is het regeerakkoord tussen ChristenUnie, CDA en PvdA, waarmee heel veel discussies worden gesmoord. Er mag niet gesproken worden over de hypotheekrente, niet over de AOW. Allerlei zaken zitten in de klem. Dat is een slechte zaak.

Dan kom ik bij de begrotingsregels. Het buiten de begroting houden van de kosten en baten van de interventies steunen wij op zichzelf. Er is echter wel een aantal vragen over te stellen. Bij de -2% wordt niet langer ingegrepen. Mijn vraag is: wanneer dan wel? Hoe wordt onderscheiden wanneer de 2% wordt bereikt? Graag op dat punt een reactie.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik hoor dat niet over de AOW of over de hypotheekrente mag worden gesproken. Vindt D66 dat de hypotheekrenteaftrek moet worden beperkt? Vindt D66 dat ieder mens verplicht tot 67 jaar moet blijven doorwerken? Als de heer Van der Ham deze vragen duidelijk beantwoordt, is het voor de mensen duidelijk waarvoor D66 staat. Wij hebben aangegeven waarvoor wij staan. Graag een duidelijk antwoord op deze vragen.

De heer Van der Ham (D66):

Het antwoord is tweemaal ja. D66 is voor het heel voorzichtig beperken van de hypotheekrenteaftrek, niet voor het afschaffen. Ook in het CDA wordt daarover terecht gesproken, maar het is jammer dat het CDA niet wil doorpakken. D66 vindt dat de komende twintig jaar de AOW-leeftijd heel langzaam moet worden verhoogd, zodat mensen niet onmiddellijk veel langer moeten werken. Het zou onze overheidsfinanciën veel bestendiger maken. Er zijn heel veel rapporten van instanties, van de REA tot de Raad van State, waaruit blijkt dat dit de manier is om de komende decennia de overheidsuitgaven op dat punt enigszins in de hand te kunnen houden. Ik vind dat die discussie ook door het CDA moet worden gevoerd en ik begrijp dat die achter de schermen heel hard wordt gevoerd, evenals een discussie over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De coalitiepartijen hebben echter in het regeerakkoord vastgelegd om er niets over te zeggen. Ik vind dat jammer, zeker voor wat het CDA betreft, omdat wij met die partij in de vorige periode zo goed hebben samengewerkt om structurele zaken in de sociale zekerheid aan te pakken.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Wij verschillen van mening. D66 wil een beperking van de hypotheekrenteaftrek en het verplicht langer doorwerken tot 67 jaar. Dat is volstrekt duidelijk.

De heer Van der Ham (D66):

Daar staan wij voor en wij worden door steeds meer mensen, ook binnen het CDA, bijgevallen.

De financiële interventies vallen buiten de begrotingsregels. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat de controle op deze grote uitgaven goed blijft? Bij iedere budgettaire nota zal worden gerapporteerd over de ingrepen in het kader van de financiële crisis. Kan hierbij ook worden ingegaan op de andere aan de kredietcrisis gerelateerde maatregelen?

Het FES is bedoeld voor structuurversterkende investeringen en wordt gevoed met eindige aardgasbaten. De grote trukendoos is echter opengegaan wat het FES betreft. Sinds dit kabinet hebben wij een vaste voeding, die in 2008 met 200 mln. wordt verhoogd. Kan de minister mij de definitie van een vaste voeding geven? 200 mln. uit de aardgasbaten gaat extra naar het FES. Dat betekent 200 mln. minder voor het aflossen van de staatsschuld. De 200 mln. wordt besteed in 2008 via het Infrafonds, waardoor in 2009 200 mln. vrijvalt en er in 2009 opeens 200 mln. ruimte is onder de kaders. In 2009 vallen grotendeels de kosten van de werktijdverkorting, een regeling die precies 200 mln. kost. Klopt het dat zonder deze extra ruimte de werktijdverkorting niet had kunnen worden gefinancierd?

Dan kom ik bij de garantiestellingen. De Nederlandse Staat staat garant voor banken, bedrijven en hypotheken. Het betreft een garantstelling, waarbij, als het onverhoopt niet goed gaat, de Staat de kosten op zich neemt. Tegenover deze garantstellingen staat wel een premie, maar die is lang niet altijd kostendekkend. Als banken risico's aangaan, moeten zij deze beprijzen en dekken in een fonds of reservering. Hoe beprijst de overheid haar risico? Waar worden de risico's gedekt? Garant staan is immers niet gratis, zo is gebleken bij de spaartegoeden uit IJsland. De overheid neemt de kosten op zich en de spaartegoeden uit IJsland worden gedekt door de Staat en uiteindelijk betaald door de volgende generatie. Kan de minister inzichtelijk maken welke risico's wij lopen en hoe hierop wordt geanticipeerd?

De Staat heeft veel garantiestellingen en gaat er nog meer aan. Het verhogen van de mkb-regeling en een eventuele verhoging van de Nationale Hypotheek Garantie zijn voorstellen waarvan wij geen voorstander zijn. Tevens is er sprake van verruiming van de groeiregeling. Ook daar zijn garanties niet gratis. Ik hoop dat de minister daarmee rekening houdt als de regelingen worden verruimd. Op dat punt hoor ik graag een reactie.

Voorzitter. De minister gaat met de stofkam door de begroting. Wat ons betreft zou dat vooral moeten neerkomen op lastenverlichting, het wegnemen van hinderen van bedrijvigheid. Wij hopen dat de minister vooral op die manier de begroting zal doorspitten in het voorjaar.

Dan ten slotte de toekomst. Ik zie vandaag een staatsschuld van 57,3% bbp, 340 mld., en we zijn er nog lang niet. De minister sluit een tweede ronde staatssteun niet uit. Ook andere ingrepen voor de reële economie kunnen nog komen. Er staat een hele rij voorstellen klaar. Hoe gaat de regering waarborgen dat deze maatregelen tijdelijk zijn? Hoe gaat de regering ervoor zorgen dat de rekening niet bij de volgende generaties terechtkomt? Hoe gaat de regering de risico's in het hier en heden neerleggen? De houdbaarheidsopgave van het kabinet staat sterk onder druk. Gaat het kabinet in de toekomst minder uitgeven? Waar kan ik de minnen in 2011 vinden? Of gaat het kabinet maatregelen nemen die bijdragen aan houdbaarheid, zoals maatregelen voor het moderniseren van de woningmarkt en met betrekking tot de AOW-leeftijd; maatregelen die de economie structureel versterken en die de overheid ook in de toekomst betaalbaar houdt? Mijn fractie maakt zich zorgen. CDA, PvdA en ChristenUnie houden elkaar in een verlammende najaarsslaap. Wij hopen dat de politicus van het jaar ervoor zorgt dat zij uit die najaarsslaap ontwaken, en dat hij zijn leiderschap toont in het kabinet. Het zal zijn zelfvertrouwen een goede "boost" geven als hij op al die grote dossiers in deze kabinetsperiode tot resultaten komt: "politi-kus hen wakker"!

De voorzitter:

De laatste paar zinnen zijn uitgesproken buiten de spreektijd die de heer Van der Ham had. Ik begrijp dat de heer Tang nog een vraag wil stellen.

De heer Tang (PvdA):

Voorzitter. Ik vraag mij af in hoeverre D66 nog in slaap verkeert. In de wereld buiten dit gebouw wordt gesproken over stimuleringsmaatregelen. Ik heb het eerder over Obama gehad, maar ik kan ook wat dichter bij huis blijven: CPB-directeur Coen Teulings heeft gezegd dat het misschien verstandig is om niet te gaan bezuinigen. D66 daarentegen laat dat verstand niet werken, want er wordt gewoon 2,5 mld. bezuinigd, misschien wel op het verkeerde moment. Is de heer Van der Ham bereid zijn verstand te laten werken en die bezuiniging in heroverweging te nemen, te meer omdat die neerslaat op de mensen die het al niet breed hebben?

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Als wij het hebben over het versterken van de economie, moeten wij wel iets verder kijken dan alleen maar de begroting van volgend jaar. Wij hebben het over een aantal hervormingen in de sociale zekerheid gehad en over de AOW. Op het moment dat je stevige veranderingen wil doorvoeren, versterk je de economie echt. Het mkb heeft het hartstikke lastig op dit moment, maar is die garantiestelling de oplossing om het mkb te versterken? Je zou het ook in flexibilisering van het ontslagrecht kunnen zoeken, waardoor er meer flexibiliteit komt, juist voor de kleinere ondernemers. Daarin zien wij veel meer dan het neerzetten van allerlei potjes geld, die de pijn misschien incidenteel een heel klein beetje kunnen verlichten, maar die op de lange termijn helemaal niets bijdragen. Daar zie ik voordelen in. Vorige week hebben wij gedebatteerd over de liberalisering van de postmarkt, een sector met veel banen voor moeilijk te plaatsen arbeidskrachten aan de onderkant. De PvdA-staatssecretaris van Economische Zaken houdt dat nu tegen. Ik geloof in dat soort zaken. De potjes geld die de PvdA steeds op tafel zet, kunnen soms helpen de pijn een beetje te verzachten, maar heel kort en niet structureel.

De voorzitter:

Nu grijp ik even in. Ik zit hier niet altijd, maar de opmerkingen die nu gewisseld worden, zijn zelfs al een aantal keren gewisseld bij andere debatten die ik heb voorgezeten. Dus ik denk dat de sprekers zich moeten beperken.

De heer Van der Ham (D66):

U kunt ons testen op ons consequent zijn.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik wil de heer ...

De heer Van der Ham (D66):

... Van der Ham. Wij hebben niet zo vaak debatten samen, maar het is Van der Ham.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik dacht even Van Dam ...

De heer Van der Ham (D66):

U was toch Tony Eijk? O, nee dat is ...

De heer Tony van Dijck (PVV):

... de pianist.

Voorzitter. Ik wil de heer Van der Ham bijvallen. Hij zegt dat het mkb het ontzettend moeilijk heeft. Dat is inderdaad zo. Die garantiestellingen helpen misschien iets voor de liquiditeit, dat het geld blijft rollen. Dat geloof ik wel. Het mkb heeft het echter zo ontzettend moeilijk omdat het zijn omzet ziet teruglopen.

De voorzitter:

Maar dat is niet uw vraag, mijnheer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik heb de heer Van der Ham net even tussendoor iets over lastenverlichting horen zeggen. Hoe staat de fractie van D66 tegenover het verbeteren van de koopkracht, belastingverlaging en lastenverlichting?

De heer Van der Ham (D66):

In onze tegenbegroting staat dat wij voor de hoogste inkomens een belastingverlaging willen van 1% en voor de middeninkomens en lage inkomens een belastingverlaging van 2%. Dat is de lastenverlichting. Uit de doorberekening van het CPB van onze tegenbegroting blijkt dat wij het wat koopkrachtverbetering betreft hartstikke goed doen.

De voorzitter:

En ook de tegenbegroting is al besproken. Nog nieuwe inzichten, mijnheer De Nerée?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. Ik wil maar even constateren dat wij elkaar niet in een verlammende omhelzing houden. De heer Van der Ham had bijna uitgesproken dat wij wakker moesten worden gekust door hetzij hem, hetzij de minister van Financiën. Ik moet u zeggen dat ik daar geen behoefte aan heb.

De heer Van der Ham (D66):

Dat vreesde ik al, maar u zou het toch eens moeten proberen!

De beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 12.20 uur tot 13.15 uur geschorst.

Voorzitter: Verbeet

De voorzitter:

Op de tafel van de griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.