Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 28, pagina 1842-1857

Aan de orde is het debat met informateur Hoekstra.

De voorzitter:

Er wordt een nieuwe sprekerslijst opgesteld. Dit doet niets af aan het feit dat de heer Vendrik, die het debat heeft aangevraagd, als eerste zal spreken.

Ik heet de informateur, de heer Hoekstra, die bereid is om zijn brief hier toe te lichten, van harte welkom.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Namens de fractie van GroenLinks dank ik de informateur voor zijn bereidheid om hier vandaag in de Kamer aanwezig te zijn bij dit debat. Ik spreek namens mijn fractie ook waardering uit voor het feit dat hij zijn opdracht met een heldere conclusie heeft afgerond, al zal het hem niet verrassen dat de fractie van GroenLinks graag een andere conclusie had gezien.

De uitslag van de landelijke verkiezingen van 22 november heeft diepe sporen achtergelaten. De SP-fractie is de grote winnaar met een sprong van negen naar vijfentwintig zetels. Grote partijen in en rondom het politieke midden hebben verloren. De regeringscoalitie van CDA en VVD heeft fors ingeleverd, evenals D66, de voormalig coalitiepartner. Het beeld overheerst dat de kiezer, moe van ingrijpende hervormingen, vooral gekozen heeft voor partijen die sociale rust en behoudzucht beloven. Voor de fractie van GroenLinks stond en staat vast dat een combinatie van CDA, Partij van de Arbeid en SP de meest optimale vertaling is van de uitslag. Daarmee wordt aan zoveel mogelijk kiezers recht gedaan.

Mijn fractie betreurt het dan ook zeer dat deze combinatie al na twee weken praten van tafel is geveegd met instemming van het CDA en de SP. De heer Hoekstra schrijft in zijn verslag dat zowel het CDA als de SP er geen vertrouwen in hadden dat onderhandelingen tot stabiele samenwerking zouden leiden. In het verslag van de informateur wordt de oorzaak daarvoor gelegd bij de inhoudelijke verschillen die talrijk, zwaar en op onderdelen fundamenteel van aard zijn. Over de inhoud van die verschillen wordt in de brief gezwegen. Kan de heer Hoekstra daarover uitsluitsel geven?

De verschillen van mening zouden talrijk, zwaar en op onderdelen fundamenteel van aard zijn. Wie heeft dat in de gesprekken over welke verschillen dan ook vastgesteld? Ik leg de heer Hoekstra verder de vraag voor of het niet vreemd is dat zonder enige vorm van onderhandeling deze zware conclusie getrokken is. Mag deze conclusie wel getrokken worden door partijen die een dergelijk groot mandaat van de kiezer hebben gekregen? Zijn zij niet tot meer verplicht? Als ik de heer Marijnissen vorige week hoor zeggen "mij is geleerd, niets weg te geven voordat onderhandelingen echt beginnen" – hetgeen mij logisch lijkt – is dan de conclusie gerechtvaardigd dat het CDA en de SP alleen een bestaande kloof hebben bevestigd en geen enkele poging hebben gedaan om deze te overbruggen?

Mijn laatste vraag aan de heer Hoekstra is waarom hij in zijn brief niet het bezwaar van de CDA-fractie meldt tegen de politieke verhoudingen in een kabinet van PvdA, CDA en SP. Hij heeft daar wel wat over gezegd bij zijn persconferentie vorige week maandag. Was dat niet het meest fundamentele bezwaar van het CDA tegen deze coalitie? Ik hoor graag de uitleg van de informateur.

Ik kom op het CDA. Welke conclusie trekt de CDA-fractie uit de uitslag? De coalitie van CDA, VVD en voorheen D66 heeft zwaar verloren. Het CDA is weliswaar de grootste gebleven, maar heeft drie zetels moeten inleveren. Dat kan toch niet worden uitgelegd als steun voor het kabinetsbeleid in de afgelopen jaren? Welke inhoudelijke consequenties trekt de heer Balkenende hieruit? Naar verluid heeft hij in de gesprekken bij wijze van politieke erfenis een lijstje van 24 punten op tafel gelegd. Kan dit lijstje openbaar worden gemaakt? Wij zijn nieuwsgierig. Wij weten immers hoe belangrijk lijstjes van het CDA kunnen zijn. Zou de heer Balkenende ons kunnen uitleggen waarom hij geen vertrouwen had in verdere gesprekken en onderhandelingen met de SP?

Tot slot de Socialistische Partij, een heel grote winnaar. Dat is niet vaak vertoond. Wij begrijpen niet waarom de heer Marijnissen vorige week dan wel eerder niet veel sterker heeft aangedrongen op het daadwerkelijk starten van de onderhandelingen met de PvdA en het CDA. Hij heeft immers zelf onlangs gezegd dat er pas bewogen kan worden als er sprake is van echte onderhandelingen. Heeft hij zich niet te gemakkelijk laten wegsturen door het CDA? Kan hij uitleggen waarom hij zelf geen vertrouwen had in onderhandelingen die nog moesten komen? Waarom heeft de Socialistische Partij het CDA niet samen met de PvdA blijvend onder druk gezet om kleur te bekennen, gelet op het algemene beeld van de uitslag? Het CDA ging voor goud, maar u, mijnheer Marijnissen, had het in handen kunnen krijgen. Het meest linkse kabinet sinds 1977, dat is bijna goud.

Het zou van logica getuigen wanneer CDA, Partij van de Arbeid en SP alsnog daadwerkelijk zouden gaan onderhandelen. Dat was, is en blijft de grootste wens van de GroenLinks-fractie. De formatie is inmiddels echter een stap verder. Nu CDA en SP blijken te volharden in hun weigering is onderzoek naar een coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie second best. Ook de ChristenUnie is immers een winnaar, want de fractie verdubbelde haar zetels. Deelname van deze partij doet recht aan de sociale rust waarnaar veel kiezers lijken te verlangen. Die rust heeft GroenLinks de kiezer niet beloofd. Mijn partij liet de modellen van het CPB kraken, omdat wij met een buitengewoon ambitieus hervormingsprogramma Nederland groener, socialer en toleranter willen maken. Die boodschap is misschien wel gehoord, maar niet voldoende beloond.

De voorzitter:

Wilt u afronden?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Wij vinden het respectloos naar de kiezers om drie weken na de verkiezingen met drie verliezers te gaan onderhandelen. Bovendien staan SP en CDA inhoudelijk dichter bij elkaar dan GroenLinks en het CDA. Het gaat dan niet alleen om de sociale politiek, maar minstens zozeer om milieubeleid en de verschillen in mens- en maatschappijbeeld. Ook speelde de overweging mee dat, waar het CDA inhoudelijk niet wil bewegen voor een linkse partij met 25 zetels, het CDA dit nog veel minder zou willen doen voor een linkse partij met 7 zetels. Vandaar onze positie.

De heer Rutte (VVD):

Het debat is ook bedoeld om in deze fase van de formatie volledige klaarheid te krijgen over de positie van partijen. De heer Vendrik is zelf begonnen over de redenen waarom hij niet meedoet aan de volgende fase van de formatie. Waar hij de SP verwijt weg te lopen voordat de onderhandelingen zijn begonnen, doet GroenLinks eigenlijk hetzelfde. Dit terwijl er een open uitnodiging van de PvdA op tafel lag om vooral aan die onderhandelingen mee te doen. De heer Vendrik zegt op voorhand, terwijl er niet onderhandeld is, dat dit zeker niet gaat werken. Ik vraag de heer Vendrik daarop iets meer in te gaan, want het blijft gek dat hij de heer Marijnissen hierop aanvalt en zelf zegt "wij wisten op voorhand dat het niets zou worden".

De heer Vendrik (GroenLinks):

Volgens mij heb ik net omstandig het cruciale verschil in positie tussen SP en GroenLinks uitgelegd. De SP heeft een zeer riante verkiezingsoverwinning geboekt en dat schept verplichtingen. Ik heb net uitgelegd wat ons programma was en gezegd op welke wijze de kiezer dat heeft beloond, namelijk met een zetel verlies. Dat noopt tot bescheidenheid. Wij zouden het eerlijk gezegd een merkwaardige zaak vinden als er drie weken na de verkiezingen onderhandelingen zouden plaatsvinden met drie verliezers aan tafel. Dat vind ik niet getuigen van veel respect voor de uitslag. Daarnaast heb ik nog een paar andere redenen genoemd waarom wij op dit moment niet in zijn voor dat gesprek.

De heer Rutte (VVD):

Ik vind uw verklaring flinterdun. Ik stel vast dat de linkse lente die met het kopje koffie voor de verkiezingen nog zo poëtisch leek, nu definitief is begraven. Ik stel ook vast dat u een expliciete uitnodiging van een andere partij ter linker zijde, namelijk de Partij van de Arbeid, om mee te doen en het beleid groener te kleuren – waar u toch voor staat – laat liggen. Dat kan ik toch constateren?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dan herhaal ik mijn constatering maar waarom wij het op dit moment niet logisch en niet chic vinden om deel te nemen aan deze gesprekken. Dat sluit verder niets uit voor de toekomst. Ook dat heb ik gezegd. De vanuit ons perspectief second best oplossing is dat er daadwerkelijk onderhandelingen gaan beginnen tussen CDA, PvdA en ChristenUnie.

De heer Bos (PvdA):

De heer Vendrik heeft een aantal keer "op dit moment" gezegd. Kan hij mij uitleggen waarom de argumenten die hij gebruikt heeft en die vandaag reden zijn om niet mee te willen doen aan gesprekken, over x weken geen geldige argumenten meer zouden zijn? Dan zijn het nog steeds drie verliezers. Dan is de SP toch nog steeds groter dan GroenLinks en dan gelden toch nog steeds al die argumenten die hij vandaag naar voren heeft gebracht?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Zeker voorzitter. Ik kan niet in de toekomst kijken en weet dus niet in welke situatie wij over een aantal weken belanden, halverwege januari of begin februari. Het is eerlijk gezegd lastig om daarop vooruit te lopen. Ik constateer alleen op dit moment dat wij het van weinig respect zouden vinden getuigen als wij ons naar voren zouden dringen met een zetel verlies, terwijl een andere winnaar van de verkiezingen in beeld zou kunnen zijn om deel te nemen aan de onderhandelingen over een nieuw kabinet. Die winnaar gaat voor.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. Gisteren zaten de fractievoorzitters van CDA, PvdA en ChristenUnie vijf uur lang bij elkaar, samen met de informateur. De uitkomst van die marathonsessie was dat er voldoende vertrouwen is tussen de partijen om te gaan onderhandelen over een halflinks kabinet. Mijn eerste vraag aan de informateur is op basis waarvan hij tot de overtuiging komt dat zo'n kabinet ook geformeerd kan worden. Er is niet onderhandeld, er is wel vijf uur gesproken. Waar gingen die gesprekken over? Hoe denkt hij dat het mogelijk is om de grote verschillen van mening die deze partijen toch hebben, te overbruggen? In zijn eindverslag noemt de informateur een waslijst aan onderwerpen waarover partijen het oneens zijn. Ik zal die opsomming hier niet herhalen, al ben ik ook geïnteresseerd in het specifieke lijstje waar de heer Vendrik net naar vroeg. Kan hij nader onderbouwen waarom hij denkt dat die onderhandelingen succesvol kunnen zijn ondanks het grote aantal geschilpunten?

De grote winnaar van deze verkiezingen was en is zonder twijfel de SP. Een dergelijke overwinning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich. Een op de zes kiezers stelde zijn of haar vertrouwen in de SP. Jarenlang heeft de SP in felle bewoordingen geroepen wat er mis is in Nederland. Met deze uitslag hadden zij eindelijk de kans om al die woorden om te zetten in daden. Wat gebeurde er? De SP wist – haastje repje – weg te komen van de onderhandelingstafel, en dat terwijl er eigenlijk nog niet eens werd onderhandeld. Ik kan dus maar een conclusie trekken: Jan Marijnissen laat alle kiezers die hun vertrouwen in de SP stelden, in de steek. De oude SP-slogan die begraven leek, is weer springlevend: stem tegen, stem SP.

De grote vraag is dus, mijnheer Marijnissen: wat moet er gebeuren zodat u wel regeringsverantwoordelijkheid gaat dragen? U doet mij in toenemende mate denken aan de volgende situatie. Stel u een marktkoopman voor die iedere morgen met zijn appeltjes naar de markt rijdt, ze daar keurig opstapelt om ze te kunnen verkopen. De hele tijd staat er een man aan de overkant te schreeuwen: die appels deugen niet, de man die ze verkoopt, deugt niet en u moet daar geen appels meer kopen. Op een gegeven moment gaan er mensen naar de overkant en zeggen: goh, verkoopt u dan ook appeltjes? Nee, ik heb geen appeltjes; wij verkopen geen appeltjes; wij leveren alleen kritiek. Aan die situatie doet uw partij mij in toenemende mate denken, mijnheer Marijnissen. Als u wilt, mag u er ook tomaten voor invullen.

Ik heb hierover een aantal vragen aan de informateur. Wat bracht hem ertoe zo snel de conclusie te trekken dat een kabinet met deze absolute winnaar van de verkiezingen niet mogelijk is? Welke toenaderingspogingen zijn er ondernomen? Tegen welke muren is hij daarbij opgelopen?

Het worden zonder meer interessante onderhandelingen. De heer Bos vraagt om een nieuwe koers van het CDA en het eerste cadeautje heeft hij verleden week gekregen: een stevige draai van het CDA in het immigratiebeleid. Wij kunnen ons alleen nog maar afvragen op welke andere onderwerpen het CDA eenzelfde draai naar links gaat maken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de AOW en aan de hypotheekrenteaftrek.

Laten wij de hypotheekrenteaftrek even bij de kop pakken. In de campagne heeft de lijsttrekker van het CDA de hypotheekrenteaftrek een breekpunt genoemd. Niet aan morrelen dus. De lijsttrekker van de PvdA noemde diezelfde hypotheekrenteaftrek juist het eerste punt dat hij wilde regelen bij de formatie. Ik zie werkelijk niet hoe die twee standpunten te verenigen zijn. Dat is nog maar één voorbeeld. De informateur noemt in zijn brief aan de Kamer 25 van dit soort onderwerpen.

En dan de ChristenUnie. De leider van de ChristenUnie heeft gezegd dat een aantal liberale thema's bij de formatie aan de orde zal moeten komen: de euthanasie, de abortus en het homohuwelijk. Hij heeft ook op verschillende momenten aangegeven dat een stand-still, zoals bij de formatie van 2003, niet voldoende is voor de ChristenUnie. Ik ben benieuwd om ook in dit debat scherp te krijgen hoe ver de PvdA wil gaan met concessies op deze liberale thema's.

Vier jaar lang heeft het CDA samen met de VVD het land bestuurd. Dankzij dat succesvolle kabinetsbeleid staat Nederland er beter voor dan vier jaar geleden. Hoe denkt Balkenende de erfenis van het huidige kabinet veilig te stellen, juist met twee partijen die zich op elk moment dat zij de kans hadden in deze Kamer tegen datzelfde kabinetsbeleid hebben gekeerd, de PvdA en de ChristenUnie? Hoe zorgt hij ervoor dat het aantal uitkeringen blijft dalen? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de economie blijft groeien? Hoe zorgt hij ervoor, terwijl twee partijen die zo veel hebben afgewezen uit de afgelopen jaren likkebaardend bij de schatkist staan, dat die schatkist op orde blijft? Ga zo maar door.

De conclusie die mijn fractie hieruit trekt, is heel simpel. Wil deze formatie slagen, dan moet het CDA een buitengewoon stevige draai naar links gaan maken. Mijn fractie zal die draai met grote belangstelling volgen.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Mijn fractie had het liefst na de verkiezingsuitslag een openbaar debat in de Kamer gehouden. Meer transparantie, meer democratie. Helaas mocht het er niet van komen. Daarom staan wij vandaag hier.

Ik ben met belangstelling het verslag van informateur Hoekstra gelezen. Ik betreur het vanuit democratisch oogpunt dat de SP is afgehaakt als mogelijke coalitiepartner. De sprong van de SP naar 25 zetels is niet niks en het is jammer dat er niet eens een poging is gedaan om dit signaal van de kiezers te vertalen in regeringsdeelname. De vraag is bij wie nu eigenlijk de blokkade lag. Als ik afga op de woorden van de heer Marijnissen bij Pauw en Witteman heeft de heer Balkenende aan informateur Hoekstra laten weten niets te zien in onderhandelingen met de SP. Uit de brief van de heer Hoekstra blijkt echter ook dat de SP weinig in onderhandelingen zag, terwijl dit naar het oordeel van de PvdA wel mogelijk had moeten kunnen zijn. Was de heer Marijnissen vergeten zijn mobieltje op te laden? Dit debat dient ertoe om openheid van zaken te krijgen.

Waarom hoefde er naar de mening van de heer Bos geen blokkade te zijn? Ik vraag het aan de informateur, maar ook aan de heer Balkenende. Waarom zag hij geen heil in onderhandelingen? Wat waren op voorhand al de breekpunten? Ik kan mij er van alles bij voorstellen, op het gebied van het sociaal-economisch beleid maar zeker ook de houding ten opzichte van Europa, maar ik hoor het graag uit de mond van de heren. De woorden van de heer Marijnissen roepen de vraag op wat hij heeft gedaan om te voorkomen dat de SP in deze situatie terechtkwam. Hij kan wel op zijn weblog schrijven dat men een paard naar de poel kan brengen maar het nog niet kan dwingen om te drinken. De vraag is dan echter wie hij bedoelt met het paard: de SP of het CDA. Hoe denkt hij dat de kiezers zich voelen aan wie hij heeft beloofd het sociaal minimum met 5% te verhogen, zodat hij bijna een half miljoen kinderen uit een achterstandssituatie zou kunnen halen? Hoe zit het met de verhoging van de lerarensalarissen met 10% die hij samen met D66 in het vooruitzicht had gesteld? Grote verkiezingswinst betekent in Nederland als coalitieland per definitie dat men water bij de wijn moet doen. De mensen begrijpen dat best.

De SP begint steeds meer te lijken op de SDAP van een eeuw geleden, die ook geen regeringsverantwoordelijkheid wilde dragen. Zo blijft de SP een tegenpartij.

Na de snuffelstage van de heer Marijnissen aan tafel bij de informateur leek het de beurt aan GroenLinks. Eindelijk zou die partij eens in de gelegenheid worden gesteld om te tonen wat zij nu werkelijk waard is als het gaat om het milieubeleid, of om de miljarden aan extra onderwijsuitgaven die in het vooruitzicht zijn gesteld, want in de politiek gaat het toch uiteindelijk om het resultaat. Maar neen. Volgens mevrouw Halsema is haar partij niet beschikbaar voor de coalitieonderhandelingen. Dat zij niet beschikbaar was, blijkt ook heel duidelijk uit de brief van de informateur, waarin staat: "om verschillende redenen is GroenLinks niet beschikbaar voor de vorming van het kabinet". Graag krijg ik in tweede termijn meer duidelijkheid van de heer Vendrik, die nu ineens een heel andere taal en toon aanslaat. Door plaats te maken voor de heer Rouvoet verspeelt mevrouw Halsema de mogelijkheid om de door ons beiden zo verfoeide aanrechtsubsidie af te schaffen. Om maar eens wat te noemen.

Ik gun de heer Rouvoet van harte zijn succes, maar ik maak mij wel zorgen. Ik heb de heer Rouvoet tijdens de verkiezingscampagne gevraagd wat hij van plan was met de liberale verworvenheden zoals abortus, euthanasie en homohuwelijk. Hij raakte een beetje geïrriteerd, omdat hij het daarover niet wilde hebben. Dat is heel anders dan in de campagnes van 2002 en 2003 toen de ChristenUnie zichzelf een profiel gaf door zich af te zetten tegen deze door D66 bevochten liberale verworvenheden. Ik ben teleurgesteld dat hij nu te kennen heeft gegeven dat deze onderwerpen in de onderhandelingen zijn eerste prioriteit hebben. Hij voert campagne op de thema's milieu en gezin maar geeft vervolgens aan de onderhandelingstafel de prioriteit aan andere onderwerpen te geven. Ik heb er natuurlijk ook wel begrip voor, want de heer Rouvoet zou geen knip voor zijn neus waard zijn wanneer hij zich op dit punt liet afschepen. Ik ken hem als een standvastig man.

Nu SP en GroenLinks niet thuis hebben gegeven, vestig ik al mijn hoop op de heer Bos. Wat hebben wij in Paars niet allemaal voor prachtige zaken geregeld: een zorgvuldige euthanasieregeling voor mensen die dat willen, eindelijk kunnen homo's trouwen, de winkeltijden zijn aangepast aan het arbeidspatroon van een geëmancipeerde samenleving. Graag ontvang ik van de heer Bos de garantie dat deze verworvenheden geen onderwerp zullen worden van politieke koehandel.

Met de keus voor de heer Wijffels zijn wij zeer gelukkig. Wij wensen hem veel succes.

De heer Vendrik (GroenLinks):

De lofzang die de heer Pechtold nu afsteekt op Paars kan ik mij van de D66-fractie in de afgelopen jaren niet herinneren. Wij kennen D66 als een zeer pragmatische partij. De heer Pechtold heeft drie zetels. Wat doet hij daar eigenlijk mee?

De heer Pechtold (D66):

Ik heb wel geleerd van vorige keren. Ik merk dat de heer Vendrik op zijn beurt weer van ons leert. Ik heb gevraagd, een keer te mogen passen. Mijn partij bestaat veertig jaar. Bijna de helft daarvan hebben wij in de regering gezeten. Onder Paars hebben wij de immateriële zaken geregeld en onder Balkenende de hervormingen. GroenLinks heeft zeven zetels. De heer Vendrik zegt elke keer dat hij een zetel heeft verloren. Neen, hij heeft zeven zetels gekregen. Dat zijn er meer dan zes. Op GroenLinks rustte de verantwoordelijkheid om onderhandelingen aan te gaan, om te laten zien welke agenda men heeft, maar niet om samen met mij de kans te lopen dat wij deze zaken de komende jaren op het spel zetten als de rug van Bos niet recht genoeg blijkt.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Allereerst past een woord van dank aan de informateur dat hij, daartoe door Hare Majesteit gemachtigd, in wenste te gaan op de uitnodiging om met zijn eindverslag naar de Kamer te komen. Het eindverslag geeft een helder inzicht in het verloop van de informatieronde tot nu toe. Bij ons zijn daarover geen vragen gerezen. De duiding van de uitslag van de verkiezingen op 22 november is ook voor ons helder. Er is sprake van een plus voor de gemeenschapszin en de Nederlandse identiteit en een minnetje bij de liberaal-individualistische oriëntatie. In de nacht van 22 op 23 november en op de 23ste zijn natuurlijk in alle fracties diverse rekensommetjes en programmatische vergelijkingen, uiteraard op hoofdpunten, gemaakt. Bij ons leefde van meet af aan de nadrukkelijke behoefte aan stabiliteit in welke coalitie dan ook. Achterom ziende heeft het nogal eens aan stabiliteit ontbroken. Dit leidde ertoe dat de SGP-fractie Hare Majesteit adviseerde om te komen tot een combinatie van CDA, PvdA en ChristenUnie. Dit was volgens ons de meest werkbare, of andersom geredeneerd de minst onwerkbare combinatie. Programmatisch leek ons deze combinatie, van een afstand beoordeeld, een overbrugbare, zij het nog altijd een lastige combinatie. Dit laatste is ook door de drie bij deze nieuwe onderhandelingen betrokken fractieleiders beklemtoond. Onze fractie hoeft geen gelijk te krijgen, maar het gaat nu wel in de richting van onze eerdere taxaties. Laten wij hopen dat het er ook echt van komt en dat het een vruchtbare samenwerking oplevert.

De positie van de Socialistische Partij is inderdaad markant. De SP is de grootste winnaar, maar laten wij eerlijk zijn; de partij heeft grote, soms zelfs dogmatische verschillen met anderen. Dat is geen schande. De heer Marijnissen en ik plagen elkaar wel eens over de ene letter die ons onderscheidt: SP tegenover SGP. Het is zo dat het steeds ongeloofwaardiger wordt een geweldige draai in je opvattingen te maken naarmate je opvattingen fundamenteler zijn. Wat dit betreft, is er in onze fractie wel begrip voor de afweging die de SP-fractie heeft gemaakt. Natuurlijk is er echter ook het landsbelang en de stem van de kiezers. Een grote winnaar moet zich zijn overwinning in positieve termen aantrekken en kan daarvan niet zomaar weglopen. Toch gaat het hierbij ook om geloofwaardigheid.

Tussen de regels door heb ik in het eindverslag de gevolgen van het debat over het generaal pardon gemeend aan te treffen, maar deze werden in het verslag niet geëxpliciteerd. Hoe sfeerbedervend zijn zij geweest? Heeft de informateur daarvan überhaupt iets gemerkt?

De onderwerpen die door de verschillende aanwezigen zijn ingebracht, onderscheiden zich in materiële en immateriële. Ik ga daarin nu geen rangorde aanbrengen, want zij zijn op de politieke agenda uiteraard altijd van groot belang. Niemand zal de SGP-fractie echter euvel duiden als zij vooral zal letten op de wijze waarop de immateriële thema's uit het onderhandelingstraject komen.

Deze onderhandelingen zullen gestart worden op basis van evenwaardigheid, gezamenlijkheid en grondigheid, en zouden op korte termijn tot resultaat moeten leiden. Onze fractie hoopt daarop.

De heer Pechtold (D66):

Ook onze fractie gaat met name letten op de immateriële thema's. De afgelopen dagen zijn deze thema's erg gebagatelliseerd. De wetten rond deze thema's zouden wij nu eenmaal hebben en zouden niet zomaar kunnen worden teruggedraaid. Wat ziet de SGP-fractie voor de ChristenUnie op dit vlak voor mogelijkheden? Waar zet u op in?

De heer Van der Vlies (SGP):

Zou de fractie van de ChristenUnie daarin geïnteresseerd zijn? Hebben zij mij daarbij nodig? Ik denk het niet. Dat kan de fractie heel goed zelf.

De heer Pechtold (D66):

U zegt dat u zeer scherp zal letten op de immateriële thema's. Ik op mijn beurt zal er zeer scherp op letten dat de wetten niet worden teruggedraaid en dat de praktijk niet wordt verscherpt. Waar liggen voor ú de grenzen van geslaagde onderhandelingen voor de ChristenUnie?

De heer Van der Vlies (SGP):

Zo geformuleerd is uw vraag niet moeilijk te beantwoorden. U wilt het allemaal bij het oude laten en ik ben zo toekomstgericht en vernieuwingsgezind dat ik wel van de erfenis van Paars op deze punten af wil. Alsjeblieft; zo snel mogelijk. Laten wij deze weg eens inslaan, dan zien wij wel waar wij uitkomen. Aan het einddoel heeft de SGP-fractie daarbij nooit getwijfeld.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Ik denk dat ik in een halve minuut klaar ben, want ik zie niet zo heel veel in dit debat. U zult zich dan afvragen waarom ik meedoe en eerlijk gezegd vraag ik mij dat ook af.

De informatiepoging die er is geweest tussen het CDA, de Partij van de Arbeid en de Socialistische Partij is mislukt. Laten we eerlijk zijn: dat is fantastisch goed nieuws, want zo'n kabinet – ik ben daar echt van overtuigd – zou een ramp zijn geweest voor Nederland. Jan Marijnissen en zijn Socialistische Partij mag dan wel fors hebben gewonnen, waarvoor hij terecht ook van mijn partij felicitaties verdient, maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat wij ook vinden dat hij de macht in Nederland moet krijgen. Ik zou daar eerlijk gezegd niet aan moeten denken.

Ik heb ook eigenlijk geen enkele vraag aan de informateur over het mislukken van de combinatie CDA, Partij van de Arbeid en SP, hooguit een compliment aan de heer Hoekstra dat het niet is gelukt. Goed werk, mijnheer de informateur, echt goed werk dat dit niet is gelukt!

Niemand kan in de toekomst kijken. Ik kan dat ook niet. Daarover speculeren of elkaar bevragen over welke partij welk maximum wel of niet in de onderhandelingen doet, heeft niet zoveel zin. Daar gaan wij niet over. Dat moet ook vooral in beslotenheid gebeuren. Daarom houd ik het hierbij.

De voorzitter:

Wilt u weten hoeveel tijd u hebt gesproken? Dat was anderhalve minuut.

De heer Marijnissen (SP):

Mevrouw de voorzitter. Dank, mijnheer Wilders. 22 november was voor de SP een historische dag. Het was een enorme verkiezingsoverwinning waarbij wij maar liefst van 9 naar 25 zetels gingen. Dat ging zelfs mijn verwachtingen, mijnheer Rutte, te boven. Meer dan verdubbeld, bijna verdriedubbeld! Het was nogal een votum. Van dat votum ben ik mij op de avond van de verkiezingen ook onmiddellijk bewust geweest. Ik heb zelfs in mijn verkiezingsspeech in de Melkweg in Amsterdam mijn gehoor voorgehouden, dat het ook een enorme verantwoordelijkheid meebrengt wanneer je zo'n enorme verkiezingsoverwinning boekt.

Op de avond van de verkiezingen, toen wij hier in de hal bijeen waren voor het slotdebat, kwam natuurlijk de vraag van de formatie aan de orde. Daarbij kwam natuurlijk aan de orde de getalsmatig meest voor de hand liggende coalitie, namelijk die tussen CDA, Partij van de Arbeid en SP. Ik heb onmiddellijk op die avond gezegd dat uit getalsmatige overwegingen het meest voor de hand lag dat gekeken zou worden of het mogelijk was om met deze drie partijen tot een coalitie te komen. Ik heb dat later ook de Koningin en de informateur geadviseerd. Immers, 99 van de 150 zetels is nogal wat. Dan mag je spreken van een solide kabinet, hoe de heer Wilders daarover inhoudelijk ook moge denken.

De PvdA heeft zich vrijwel op dezelfde avond en ook in de weken erna in dezelfde zin uitgelaten, namelijk het onderzoeken van deze coalitie met zoveel draagvlak in de Kamer.

Dat geldt echter niet voor het CDA. Het CDA heeft zich pas in een veel later stadium uitgesproken over de voorkeur voor een coalitie. Dat was op het moment dat de besprekingen met de SP en de PvdA, maar in het bijzonder met de SP, waren mislukt en de voorkeur niet uitging naar GroenLinks, maar naar de ChristenUnie.

Laat ik voor alle helderheid hier het volgende vooropstellen. De informateur zit erbij om het te bevestigen; het staat trouwens ook in zijn verslag. Toen de besprekingen begonnen heeft mijn fractie noch breekpunten geformuleerd noch pijnpunten genoemd, of in elk geval punten waarvan zij zei dat die niet onderhandelbaar waren. Anticiperend op een onderhandelingsronde met het CDA en de Partij van de Arbeid heeft mijn fractie een onderhandelingsteam geformeerd en zijn in de fractie alle te bespreken onderwerpen geïnventariseerd. In een eerste gesprek met de informateur heb ik aangegeven aan welke zaken de SP het meest hechtte bij de vorming van een nieuwe regering. Men moet dan denken aan zaken – u zult het verwachten – als de onrechtvaardige keuring in het kader van de WAO, de stopzetting van de huurliberalisatie, de marktwerking in de zorg, de toekomst van de verpleeghuiszorg, investeringen in het onderwijs en de verhoging van het sociaal minimum. Verder heb ik benadrukt dat de strijd tegen de bureaucratie en de managerscultuur, vooral in de publieke sector, nu echt moet worden gestart en dat het proces van schaalvergroting gekeerd moet worden. Op internationaal gebied hebben ik onze wensen met betrekking tot Irak, Afghanistan en de relatie met de Verenigde Staten aan de orde gesteld. Daarna heb ik drie gesprekken gevoerd, een met de heer Balkenende van twee uur, een met de heer Bos van ongeveer dezelfde tijdsduur en een met beide heren tegelijk. Vanzelfsprekend vonden alle gesprekken plaats onder het toeziend oog van de informateur. In het eerste gesprek, dat met de heer Balkenende, hebben wij lang stilgestaan bij de erfenis van het zittende kabinet en bij ons beider wensen voor een nieuw kabinet. De overeenkomsten en alle hete hangijzers zijn besproken. Het bleek dat bij het CDA nog steeds de tevredenheid over de resultaten van de kabinetten-Balkenende overheersten. Daarom wil die partij – daar is begrip voor op te brengen – door met dat beleid.

Eenzelfde gesprek heb ik gevoerd met de heer Bos. Op grond van deze gespreken is de informateur tot de conclusie gekomen dat de verschillen tussen met name het CDA en de SP te groot zijn en dat een onderhandelingsronde weinig zinvol was. Naar aanleiding van zijn conclusie heb ik gezegd dat ik onderhandelen wel zinvol vind, maar op één voorwaarde: het CDA moet het wel zien zitten. Anders zouden volgende gesprekken geen zin hebben en zouden wij elkaar een paar weken bezighouden zonder dat daar iets uit kon komen. Om dat te voorkomen worden immers verkennende gesprekken gevoerd.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik begrijp dat ook de SP in de persoon van de heer Marijnissen heeft geconstateerd dat een onderhandelingsfase over de vorming van een nieuw kabinet geen zin zou hebben. Niet alleen de woordvoerder van het CDA of de informateur, maar ook de SP heeft zelfstandig vastgesteld: die gesprekken hebben geen zin.

De heer Marijnissen (SP):

Ik heb net proberen aan te geven dat wij voor de onderhandelingsronde klaar waren. In het gesprek tussen de drie partijen heb ik op een expliciete vraag van de heer Bos geantwoord dat wij bereid zijn om te onderhandelen. Daarbij gold echter één voorwaarde: het CDA moest het ook zien zitten. De heer Rouvoet heeft leergeld betaald bij de vorige formatie. De heer Van der Vlies heeft mij dat deze week nog eens ingefluisterd. Of je nu met z'n tweeën of met z'n drieën een gesprek begint, je mag van de ander verlangen dat hij gelooft in het doel dat je beiden of alledrie zegt na te streven. De heer Rouvoet heeft op weg naar de Eerste Kamer tegenover de pers meerdere malen herhaald dat hij wil dat de Partij van de Arbeid en het CDA zeggen dat zij met hem verder willen. Zoiets is echter van de kant van het CDA nooit gezegd. Van die kant is dat pas gezegd nadat de gesprekken met de SP waren mislukt en toen ging de voorkeur uit naar de ChristenUnie.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Geeft u daarmee het CDA niet heel erg veel macht, terwijl u de winnaar bent? Het CDA is weliswaar de grootste partij, maar die partij is de verliezer. Kennelijk gaf de heer Balkenende tegenover u aan dat hij met het kabinetsbeleid door wilde gaan. De meerderheid van de Kamer, in welke samenstelling dan ook, steunt dat beleid niet meer. Mijn zakelijke vraag is: hoe kon u dat CDA bij de onderhandelingen een zodanige positie geven dat het van de heer Balkenende zou afhangen of u bleef zitten? Daarvoor hebt u toch geen 25 zetels gekregen?

De heer Marijnissen (SP):

U focust iets te veel op winnen en verliezen. Ik denk in dit verband aan de opmerking die de heer Pechtold in dit verband terecht maakte. Wilt u zeggen dat iemand die op het CDA stemt minder macht heeft dan iemand die op de SP stemt, omdat wij de winnaars zijn en zij de verliezers? Ik meen dat dat niet zo is. De fractie van het CDA is in deze Kamer de grootste fractie. De heer Hoekstra, de informateur, heeft geconcludeerd dat verdere gesprekken tussen CDA en SP in een volgende onderhandelingsfase niet zinvol zouden zijn. Vervolgens is de situatie ontstaan waarin de Partij van de Arbeid en het CDA samen zijn verder gegaan. U moet mij ook niet te veel macht toedichten. Het mag zo zijn dat een op de zes Nederlanders op de SP heeft gestemd, maar ik vertegenwoordig hier niet de grootste partij. Het is niet zo dat ik aan de touwtjes trek en bepaal wie in het gebouw van de Eerste Kamer aan de onderhandelingstafel zit.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Daar kun je verschillend over oordelen. U was en blijft de grootste winnaar. Daarmee hebt u een vorstelijk mandaat in handen. In dit debat is de vraag aan de orde hoe u dat heeft benut. Vanuit ons perspectief is dat op een vreemde manier gebeurd. De vraag is waarom u slechts wilde onderhandelen als ook het CDA zich daartoe bereid toonde. Ik neem aan dat de Partij van de Arbeid evenmin van het CDA te horen kreeg dat het bereid was om te onderhandelen, maar die partij trok een andere conclusie. Waarom hebt u de heer Balkenende de vrijheid gegeven om deze fase af te ronden en u eruit te gooien en waarom hebt u zich niet opgesteld als de bondgenoot van de heer Bos? Hij heeft gezegd: er moet onderhandeld worden. U zei zelf dat je tijdens de onderhandelingen pas merkt wat er in het vat zit en hoe ver je kunt komen bij het al dan niet overbruggen van meningsverschillen.

De heer Marijnissen (SP):

Het antwoord is heel simpel: het CDA ziet het wél zitten met de PvdA.

De heer Vendrik (GroenLinks):

De heer Bos heeft aangegeven dat hij die onderhandelingen wel degelijk wenselijk vindt. Waarom hebt u zich daar niet bij aangesloten?

De heer Marijnissen (SP):

Er zit verschil tussen de partijen. Dat verschil was er ook vóór de verkiezingen, toen wij pleitten voor nadere samenwerking en voor een lijstverbinding. Dat kwam er niet. De PvdA heeft een andere historie, de PvdA heeft een ander programma. Dat zal waarschijnlijk maken – u moet dat straks maar vragen aan de heer Balkenende – waarom zijn voorkeur uitging naar de PvdA en niet naar de SP. Ik heb te maken met de feiten. De heer Hoekstra kan bevestigen hoe een en ander is gegaan. Dan kan men geobjectiveerd, bij monde van de informateur, horen dat het precies zo is als ik het hier vertel.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik had het niet over de voorkeur van het CDA voor u dan wel de heer Bos. Ik had het over de kwalificatie die de heer Bos in de onderhandelingsfase heeft gegeven: "Naar het oordeel van de PvdA was een dergelijke onderhandelingsfase wel denkbaar." Waarom hebt u het oordeel van de heer Bos niet tot het uwe gemaakt?

De heer Marijnissen (SP):

Dat heb ik u net uitgelegd. In eerste aanleg was dat ook mijn mening. Mijn mening was dat de onderhandelingen moesten beginnen. Mij werd echter gewaar dat het CDA niet met de SP in een kabinet wilde zitten. Het is niet zo expliciet gezegd, maar wel zo duidelijk dat de informateur het heeft opgepikt. Het ging met name om de inhoud, maar er was nog een bijkomend argument, namelijk dat SP en PvdA een te grote meerderheid in het kabinet zouden vormen. Ik heb daaruit geconcludeerd dat het geen zin heeft om onderhandelingen van vier, vijf weken te beginnen als je op voorhand weet dat een van de drie partijen daar totaal geen brood in ziet. Dat is tijdverspilling, dat is mensen voor de gek houden en daar doe ik niet aan mee.

Voorzitter. Reeds vóór de verkiezingen heb ik meer dan eens aangegeven dat een formatie van een kabinet met het CDA, de partij waar mijn partij jarenlang fel oppositie tegen heeft gevoerd, uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk zou zijn. Laat al degenen die net doen alsof ik nu iets anders zeg dan vóór de verkiezingen, wel even op hun woorden letten! Ik heb er in de campagne steeds op gewezen dat er zeer veel bijna onoverbrugbare punten zijn met het CDA en dat regeren met het CDA zeer onwaarschijnlijk zou zijn. De inhoudelijke verschillen zijn groot in aantal en vaak principieel van aard. Ook de informateur heeft dat zo opgeschreven. Daarom heeft mijn partij zich ook steeds ingezet voor een samenwerking over links: een sociale alliantie van progressieve partijen die op alle terreinen een andere koers zouden kunnen inzetten. Een kabinet met het CDA en de SP zou slechts mogelijk zijn wanneer wij na de verkiezingen met een ander CDA te maken zouden hebben gekregen, een CDA dat afstand neemt van de neoliberale aanpak die zo kenmerkend is geweest voor het beleid van de vorige kabinetten-Balkenende. Van die koerswijziging heb ik tot op heden niets gemerkt.

Mijn fractie en mijn partij betreuren het dat er nu geen formatie loopt waar mijn fractie deel van uitmaakt. Mocht het nu beoogde kabinet niet doorgaan, weet dan dat mijn onderhandelingsteam niet is opgeheven.

De heer Pechtold (D66):

Dat laatste is prachtig nieuws. Ook mooi nieuws was dat mijnheer Marijnissen politicus van het jaar is geworden. Ik vind dat hij die titel na zijn eerste termijn volledig verdient. Het is een politicus, het is niet een journalist die een beetje op afstand staat, het is echt iemand die weinig vertelt over wat er precies gebeurd is, het is iemand die wel zaken noemt, maar die niet laat zien hoe hij twee keer twee uur en vervolgens nog drie uur gesproken heeft. Ik zou graag wat meer duidelijkheid hebben van de politicus Marijnissen. Noemt u nou eens een paar inhoudelijke zaken waarop het verschil zat en waarop het niet lukte. Voordat u ging onderhandelen, vlak na de uitslag hebt u in allerlei programma's gezegd dat u niet direct het internationale aspect hoefde te realiseren, dat u niet dit en dat, enz. Wat is er nu precies in die besprekingen gebeurd?

De heer Marijnissen (SP):

Er wordt steeds gezegd dat er niet onderhandeld is. Kijk, je kunt als politieke partij in zo'n formatieproces niet twee uur bij elkaar zitten zonder meningen uit te wisselen, hetgeen in de buurt komt van onderhandelen, van verkennen waar de ruimte zit om het uiteindelijk met elkaar eens te worden. Met het CDA hebben wij uitdrukkelijk ook eerst de overeenkomsten besproken als het gaat om de interpretatie van de verkiezingsuitslag. Ik noem het bevorderen van het kleinschalige, het verlaten van de schaalvergroting. Wat zijn de splitspunten geweest? Heel zwaar op de maag van het CDA lag onze 4,5 mld. stijging van de lasten voor het bedrijfsleven. Het CDA staat voor meer marktwerking in de zorg. U weet hoe wij daarover denken. U kent het probleem van de hypotheekrenteaftrek, dat ik absoluut niet het allerbelangrijkste vind. U weet hoe wij staan tegenover openbaar vervoer: investeren en moderniseren en juist niet meer asfalt in Nederland. Wij willen 1 mld. extra in de zorg investeren, terwijl het CDA juist wil bezuinigen op de zorg. De SP wil 2 mld. in het onderwijs investeren – dat zal u aanspreken – terwijl het CDA daar geheel anders over denkt. Ik kan het hebben over de JSF, de 40-urige werkweek en de identificatieplicht. Al die punten zijn aan de orde gekomen. Als het CDA dan zegt dat het er geen brood in ziet om hier een coalitie mee te bakken, vindt u het dan gek dat ik dan mijn conclusies trek?

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, geen vraag meer die weer zo'n lang antwoord uitlokt, alstublieft.

De heer Pechtold (D66):

Dat kan ik niet helpen; ik zal het proberen. Mijnheer Marijnissen, dat wist u toch allemaal al? Die dingen konden wij programmatisch een halfjaar geleden al zien. Ik zal straks aan de heer Balkenende vragen waarom hij geen geld voor onderwijs wil uittrekken en u geeft vandaag aan dat de hypotheekrenteaftrek wat u betreft geen prioriteit is. Zo zou ik er van een open, democratische en transparante partij graag nog een paar willen horen.

De heer Marijnissen (SP):

Op zich is uw opmerking terecht: natuurlijk wist ik dat vooraf. Mijn advies aan de koningin en aan de informateur was echter gebaseerd op de vraag hoe de verkiezingsuitslag geïnterpreteerd wordt. Wij hebben het CDA nooit ten principale en voor altijd uitgesloten; dat zou politiek gesproken zeer onverstandig zijn. Dat doe ik hier vanavond dus ook niet. Ik heb alleen gezegd: als het CDA de verkiezingsuitslag niet interpreteert als een signaal dat het in Nederland menselijker en socialer moet en dat de steven in onze richting gewend moet worden, hebben onderhandelingen geen zin. In dat stadium zijn wij uit elkaar gegaan, maar aanvankelijk is het voor een winnaar zoals de SP toch heel normaal om te bekijken of een formatie kan slagen met deze drie grote partijen?

De heer Rutte (VVD):

U kwam tot de conclusie dat het CDA de steven niet wil wenden. Hoe beoordeelt u tegen die achtergrond het feit dat de heer Bos wel bereid is om met het CDA te gaan regeren?

De heer Marijnissen (SP):

Dat is een interessante vraag, maar die kunt u echt beter aan de heer Bos stellen. Hij is hier in de zaal aanwezig. Ik weet dat niet. Hij is waarschijnlijk optimistischer dan ik was op het moment dat het CDA zei dat het onderhandelingen met de SP niet zag zitten.

De heer Rutte (VVD):

Ik ga straks natuurlijk aan de heer Bos vragen waarom hij daar blijkbaar anders over denkt dan u, maar u hebt geconstateerd dat het CDA de steven niet wil wenden en niet bereid is tot concessies om een nieuw beleid in te zetten en om naar links af te buigen. De PvdA gaat straks met datzelfde CDA regeren.

De heer Marijnissen (SP):

Ja, ik vraag mij af hoe die formatie afloopt. Dat is ook de reden waarom ik eindigde met de opmerking dat de SP nog steeds bereid is om de onderhandelingen morgen te starten.

De heer Balkenende (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Ik ben tevreden over het feit dat wij hier voor het kerstreces kunnen staan omdat wij conclusies kunnen trekken aan de hand van een verkenning. Na de verkiezingen heb ik al de wens geuit dat wij snel zouden kunnen zijn met de formatie, gewoon op basis van het landsbelang. Ik ben de collega's van alle fracties erkentelijk voor hun bijdrage en medewerking aan die verkenning. Ik zeg vooral veel dank aan de informateur, de heer Hoekstra, en aan de mensen die hem hebben ondersteund bij de verkenning in de afgelopen weken.

Het verslag geeft een goede weergave van de gang van zaken. Het proces van verkenning heeft aan zijn doel voldaan. Er is duidelijkheid gekomen en er is duidelijk zicht gekomen op de bereidheid van partijen om te komen tot een werkbare coalitie. Ik heb aangegeven dat deze coalitie ook de voorkeur heeft van de CDA-fractie. Het is een coalitie die stabiel en slagvaardig kan zijn, maar het is bovenal een coalitie die in staat moet zijn om antwoorden te formuleren op de uitdagingen van ons land. Er zijn in de afgelopen jaren nieuwe kansen gecreëerd die wij moeten benutten. Economisch staan wij er beter voor en meer mensen kunnen meedoen. Het is nu tijd voor een nieuwe fase. Als CDA hebben wij dat "van hervormingsagenda naar investeringsagenda" genoemd. Aan die investeringsagenda voor de kwaliteit van Nederland willen wij graag vormgeven met de PvdA en de ChristenUnie. Natuurlijk zijn er verschillen en de formatie moet nog beginnen, maar bij alle partijen is er de inzet om eruit te komen en bovenal om dat voortvarend te doen.

Mijn fractie had en heeft inderdaad het gevoel dat dat niet goed met de SP zou kunnen. Hoe goed en plezierig mijn gesprekken met collega Marijnissen ook waren, inhoudelijk bleken er grote verschillen te bestaan. Daar moeten wij ook niet omheen gaan. Het waren open en eerlijke gesprekken. De informateur heeft dat in zijn verslag dan ook duidelijk genoteerd. Hij heeft daarin opgenomen dat er sprake is van fundamentele en talrijke verschillen. Met de PvdA was dat anders. Het was ook anders dan het beeld dat in de campagne werd opgeroepen. Er was en is sprake van bereidheid om over en weer tot samenwerking te komen en tevens van een groeiend vertrouwen. De keuze voor de ChristenUnie is ingegeven door twee zaken, namelijk de inhoud en de verkiezingsuitslag. Duidelijk is dat het CDA, de PvdA en de ChristenUnie inhoudelijk de meeste overeenkomsten hebben. Ik doel dan niet alleen op standpunten. Wat mij betreft gaat het dan ook om zaken als de visie op de mens en de maatschappij, de visie op de samenleving, het belang van waarden en normen en de rol van het gezin. Daarbij komt dat de ChristenUnie behoort tot de winnaars van de verkiezingen.

Met mijn bijdrage in eerste termijn spreek ik een woord van dank uit naar de informateur, de heer Hoekstra, en aan de fractievoorzitters voor het feit dat zij een snel proces mogelijk hebben gemaakt. Ik heb ook getracht om iets te zeggen over de overwegingen die aan deze keuze ten grondslag liggen.

Ook spreek ik dankbaarheid uit naar de heer Wijffels, omdat hij zich beschikbaar heeft gesteld voor de functie van informateur. Tot slot richt ik een dankwoord tot de fracties van de PvdA en de ChristenUnie voor het feit dat zij achter de heer Wijffels als informateur staan. Met hun steun hebben de heren Rouvoet en Bos het mogelijk gemaakt om met één informateur aan de slag te gaan. Op die manier kan met voortvarendheid worden gewerkt. De nadrukkelijke wens en inzet is om vóór de Statenverkiezingen van 7 maart 2007 met een nieuw kabinet te komen. Dat zou goed zijn voor het aanzien van de politiek, voor Nederland en voor de mensen voor wie wij dit alles doen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Hoe interpreteert het CDA de verkiezingsuitslag?

De heer Balkenende (CDA):

Het is een complexe verkiezingsuitslag.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Past in die complexiteit de eenvoudige constatering dat het kabinetsbeleid van de afgelopen jaren – de heer Balkenende heeft als minister-president leiding gegeven aan dat kabinet – volledig is afgestraft? Alle coalitiepartijen hebben immers zetels verloren.

De heer Balkenende (CDA):

Het is maar hoe je het bekijkt. De heer Vendrik heeft gezegd dat het CDA een verliezer is. Wij hebben inderdaad drie zetels verloren. Ik wijs echter op de situatie waarvan de afgelopen jaren sprake was. Nog maar zes maanden geleden stond mijn partij er heel anders voor. Wie had toen gedacht dat mijn partij op 22 november 2006 als grootste uit de bus zou komen? In het verslag van de informateur staat ook dat de fractie van het CDA onmiskenbaar de grootste is. Naar mijn idee is dat ook een feit dat mag worden meegeteld. Omdat het CDA de grootste fractie heeft, draagt het een bijzondere verantwoordelijkheid. In de verkiezingscampagne heb ik gezegd dat het de afgelopen jaren nodig is geweest om dat beleid te voeren. Uiteraard zie ik ook dat andere partijen hebben gewonnen. De formatie zal duidelijkheid brengen. In de verkennende fase was de vraag aan de orde hoe de verkiezingsuitslag moest worden geduid. Dat staat ook in het verslag van de informateur. Vervolgens was de vraag aan de orde met welke fracties het best in zee kan worden gegaan om te komen tot een werkbare coalitie. Inmiddels zijn de conclusies getrokken.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik hoop dat zowel de heer Balkenende als de anderen in deze zaal het erover eens kunnen worden dat de deelnemende partijen aan het kabinet-Balkenende II, namelijk het CDA, de VVD en D66, hebben verloren. De heer Balkenende kan dat onmogelijk uitleggen als een steunverklaring aan het beleid dat hij de afgelopen jaren wilde voeren en waarvoor hij de eerstverantwoordelijke was. Als dat de conclusie is, wat betekent dat dan voor de formatie? Zou er niet in ieder geval sprake moeten zijn van democratisch respect voor de kiezers die voorstander zijn van een ruk naar links? Ik doel onder andere op de verkiezingsoverwinning van de SP.

De heer Balkenende (CDA):

Ik heb zojuist gezegd dat het een complexe uitslag is. De heer Wilders vertegenwoordigt een ander spectrum en heeft negen zetels behaald. Ook de heer Marijnissen heeft inderdaad een groot aantal zetels gekregen. De grootste oppositiepartij heeft duidelijk minder zetels behaald. Uit die voorbeelden blijkt dat de uitslag complex is. Wij kunnen spreken over de vraag hoe wij de uitslag duiden, maar belangrijker is hoe wij kunnen komen tot een werkbare coalitie met elan die de vragen van de toekomst aankan. Dit stel je dan vast in deze verkenning. Natuurlijk heb ik met de heer Marijnissen gesproken. Hij heeft zelf ook gezegd dat de verschillen groot waren en fundamenteel van aard. Op een gegeven moment moet je dan de vraag stellen, en dat heeft de informateur gedaan, of je het vertrouwen hebt dat verdere onderhandelingen zouden kunnen leiden tot resultaat. Wij hebben met elkaar vastgesteld dat dit niet aan de orde was. De heer Marijnissen heeft op een gegeven moment gezegd dat wij ook moeten denken aan de geloofwaardigheid van zijn partij en van het CDA. Als de verschillen zo groot zijn, moet je daar de conclusies uit trekken en dat hebben wij gedaan.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik wil nog een vraag stellen over die verondersteld fundamentele verschillen. Ik zal er een uitnemen. De heer Balkenende heeft tijdens de verkiezingen namens het CDA gezegd dat een aanpak van de hypotheekrenteaftrek onbespreekbaar is en een breekpunt zal zijn voor het CDA. Ik begreep net van de heer Marijnissen dat dit onderwerp voor hem niet de allerhoogste prioriteit heeft. Is er dan nog sprake van een fundamenteel verschil? Blijft dit voor het CDA een breekpunt of is dit fundamentele verschil bij dezen van tafel?

De heer Balkenende (CDA):

Als je nog niet eens toe bent aan onderhandelingen, praat je toch niet over breekpunten? Je hebt het dan over het feit dat de visie op de samenleving, het beleid en de rol van de overheid zo fundamenteel verschillend is dat het geen zin heeft om besprekingen te beginnen. Ik zal mij nu niet in de casuïstiek over dit of dat onderwerp laten leiden. De onderhandelingen worden gevoerd aan de formatietafel en niet hier.

De heer Rutte (VVD):

Mag ik dan vaststellen dat de fractievoorzitter van het CDA die in de campagne keer op keer zei dat de hypotheekrenteaftrek een breekpunt zou zijn in de formatie, nu weigert dit hier in de arena van de democratie te herhalen?

De heer Balkenende (CDA):

Ik heb tijdens de verkiezingscampagne precies en glashelder gezegd wat onze positie is. In dit debat wordt nu een onderwerp genoemd. Ik heb daarop geantwoord dat dit hier niet aan de orde is. Dit onderwerp hoort bij de formatie aan de orde te komen. Als ik op deze vraag in ga, volgt er straks weer een ander onderwerp en dan weer een en dan weer een. Ik praat niet over onderwerpen. Wij zijn hier om verantwoording af te leggen over het proces. Centraal staat het verslag van de informateur en de vraag of wij ons in de conclusies kunnen vinden. Ik praat niet over afzonderlijke onderwerpen, welk onderwerp dan ook.

De heer Rutte (VVD):

Ik maak het makkelijk voor de heer Balkenende, want dit was het enige thema waarvan hij in de campagne heeft gezegd dat het een breekpunt zou zijn. Hij hoeft dus niet bang te zijn dat ik nu met meer thema's kom. Ik heb hem destijds wel proberen te verleiden om ook meer over andere thema's te zeggen, bijvoorbeeld over het asielbeleid, maar wij weten inmiddels dat dit geen breekpunt was. Hij heeft een breekpunt met name genoemd en wel de hypotheekrenteaftrek. Klopt mijn constatering dat hij weigert om hier te herhalen dat dit een breekpunt in de formatie zal zijn?

De heer Balkenende (CDA):

Laat ik het de heer Rutte makkelijk maken, want het is al complex genoeg. Hij spreekt over de onderhandelingen aan de formatietafel en die zijn hier niet aan de orde. Ik weiger in te gaan op welk onderwerp dan ook omdat wij eerst de onderhandelingen moeten voeren. Ik ga er niet op in. Wij zijn hier niet bij elkaar om te praten over bijvoorbeeld de resultaten van een regeerakkoord of de resultaten van een formatiebespreking, wij spreken nu over de verkenning.

De heer Rutte (VVD):

Kan de heer Balkenende zich voorstellen dat ik zo langzamerhand begrip krijg voor de heer Bos als die zegt: ik heb vertrouwen in de onderhandelingen, want ik merk zichtbaar en voelbaar dat het CDA de steven naar links wendt? Uit het feit dat de heer Balkenende weigert te antwoorden op een simpele vraag waarover hij nog zo stoer sprak in de campagne en zo stoer zei: dat is een breekpunt, leid ik af dat de heer Bos gelijk heeft als hij zegt dat het CDA de steven naar links wendt en zelfs op een zeer aangelegen punt voor de Partij van de Arbeid, namelijk de hypotheekrenteaftrek, bereid is om concessies te doen.

De heer Balkenende (CDA):

Ik onderhandel niet met de heer Rutte, maar met anderen. Ik heb begrip voor zijn interesse in deze thematiek, maar die is nu niet aan de orde.

De heer Bos (PvdA):

Mevrouw de voorzitter. Ik leg graag verantwoording af over de opstelling van de Partij van de Arbeid tijdens de informatiewerkzaamheden van informateur Hoekstra van de afgelopen weken. Onze opstelling is inhoudelijk steeds dezelfde geweest als tijdens onze verkiezingscampagne. Voorop staat dan dat het niet gaat om persoon of partij, maar om de inhoud, om grote keuzes voor de toekomst van Nederland. Een gesprek daarover gaan wij nooit uit de weg. Verantwoordelijkheid nemen voor die toekomst is iets wat altijd bij ons heeft gehoord en altijd bij ons zal horen. Om die reden hebben wij ons in de afgelopen weken steeds bereidwillig getoond om aan de gesprekken met het CDA en de SP of GroenLinks deel te nemen. Om diezelfde reden zijn wij bereid om straks in januari aan de gesprekken met het CDA en de ChristenUnie deel te nemen. Niet de partij of de persoon bepaalt of die gesprekken kans van slagen hebben, maar enkel en alleen de vraag of andere partijen onze ambitie delen om Nederland sterker en socialer te maken. Er is maar één manier om dat uit te vinden: daar serieus over praten en onderhandelen.

Over de onderwerpen die dan aan de orde moeten komen, heeft de informateur in zijn verslag het nodige gezegd. Ook hier heeft de PvdA tijdens campagne en informatie dezelfde lijn gehanteerd. Zo hebben wij duidelijk gemaakt dat de geloofwaardigheid van deelname van de PvdA aan een kabinet zwaar samenhangt met antwoorden op de volgende vragen. Hoe maken we de verschillen tussen arm en rijk in Nederland kleiner? Hoe bestrijden we de armoede? Wat vragen we van de hoogste inkomens? Hoe hervormen we de onderkant van de arbeidsmarkt, zodat mensen die niet op eigen kracht aan een baan komen, aan het werk komen en blijven? Hoe brengen we Nederland aan de top op het gebied van milieu en duurzaamheid, bijvoorbeeld met een gedurfde ambitie op het gebied van schone energievoorziening? Hoe maken we van 140 probleemwijken 140 prachtwijken, gaan we de verloedering tegen en bevorderen we de leefbaarheid? Hoe voeren we een zero-tolerancebeleid ten aanzien van fraude en misbruik van sociale voorzieningen, maar ook ten aanzien van discriminatie en asociaal gedrag? Hoe zorgen we ervoor dat ons vreemdelingenbeleid niet alleen streng is, maar ook menselijk, te beginnen met de invoering van een generaal pardon? En hoe waarborgen we kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, investeren we in met name jeugdzorg, ouderenzorg en verpleeghuiszorg, maken we een eind aan de stopwatchcultuur en gaan we eindelijk recht doen aan de positie van personeel en patiënten?

Die punten zijn voor ons steeds kenmerkend geweest voor de vragen die de komende tijd centraal moeten staan. Zal een nieuw kabinet een wezenlijk andere koers inslaan dan vorige kabinetten? Er zijn nu dingen mogelijk die onder vorige kabinetten niet mogelijk waren. Wordt het signaal van de kiezer begrepen? Is er niet alleen sprake van een nieuw elan, maar ook van een nieuwe koers?

Is dat het hele wensenlijstje van de PvdA? Nee, natuurlijk niet. Tijdens de campagne en tijdens de gesprekken van de afgelopen weken ging het over veel meer; denk aan de hypotheekrenteaftrek, AOW, ziektekostenpremies, onderwijs, kinderopvang, de internationale positie van Nederland, de noodzaak van een onafhankelijk onderzoek naar de redenen waarom Nederland destijds politieke steun gaf aan de oorlog in Irak. Het ging en gaat voor ons ook over hoe we omgaan met verworvenheden van de Nederlandse samenleving, zoals onze abortus- en euthanasiewetgeving en het homohuwelijk. Enfin, het gros van de onderwerpen vindt u terug in het verslag van de informateur.

Waarom ga ik nu zo uitgebreid in op deze punten? Allereerst om nogmaals te onderstrepen dat de PvdA constructief de volgende fase van de gesprekken met de ChristenUnie en het CDA zal ingaan. De vraag of die gesprekken tot de vorming van een stabiel kabinet zullen leiden, zal enkel en alleen kunnen worden beantwoord aan de hand van de mate waarin we het op al deze punten met elkaar eens kunnen worden en de mate waarin de PvdA zich daarin kan herkennen.

Ik zeg dit echter ook om een andere reden. Ik ben namelijk zeer teleurgesteld in de houding van een aantal fracties, met name de SP en GroenLinks. Zij hebben nu al besloten om niet verder te willen onderhandelen. Ik vind het jammer en eigenlijk ook onbegrijpelijk dat zowel de SP als GroenLinks de kans hebben laten lopen om samen met ons in kabinetsonderhandelingen een vuist te maken voor al die onderwerpen waarop we samen in de afgelopen jaren oppositie hebben gevoerd. Net als de SP en GroenLinks vind ik dat het CDA bereid moet zijn om de koers te verleggen ten opzichte van die van de laatste jaren. Net als de SP en GroenLinks vind ik dat Nederland socialer en groener moet. Ik maak me sterk dat de zeven punten die ik net opnoemde ook door die partijen zouden kunnen worden onderschreven en dat ook die partijen daarvoor zouden willen vechten.

Ik hoop dat de verklaring voor het feit dat zij niet willen meedoen, niet is dat zij niet willen regeren, niet willen onderhandelen, hun achterban niet willen confronteren met compromissen. Zeker een grote partij zou zo'n houding niet passen. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat deze partijen er niet van overtuigd zijn dat de ook door mij bepleite veranderingen bij met name het CDA kunnen worden gerealiseerd. Welnu, de zekerheid dat dit kan, heb ook ik niet. Maar of het er wel of niet in zit, kan alleen maar blijken in serieuze onderhandelingen, waarin alle partijen bereid zijn om water bij de wijn te doen. Voordat we dat stadium hebben bereikt, haakten de SP en GroenLinks echter al af. Vanuit de overtuiging dat we op tal van punten samen sterker zouden staan, vind ik dat een gemiste kans voor links Nederland.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. De heer Bos straalt een beetje uit dat hij nu de mannelijke variant van het gedwongen huwelijk is, terwijl we de premier c.q. de lijsttrekker van het CDA zojuist hoorden vertellen dat hij in dat huwelijk voor 7 maart zit en dat hij alle normen en waarden daarmee zal uitdragen. Alle mantra's hebben we alweer gehoord. Ik stel graag een heel concrete vraag. De heer Bos noemt een aantal punten die vooral met de centjes te maken hebben. Hij spreekt daarbij zijn teleurstelling uit in de richting van GroenLinks en de SP. Mist hij op het punt van het medisch-ethische en het immateriële de steun van het alternatief van GroenLinks – de SP-fractie stemde ooit tegen de euthanasiewetgeving – om de rug recht te houden? Mist hij dat alternatief op dit moment? Hoe kijkt hij aan tegen de prominente PvdA'er mevrouw Ter Veld die gisteravond in Nova begon over de keuze die mogelijk moet zijn op het punt van abortus? Het krijgen van een gehandicapt kind relateerde zij aan vergoeding van sondevoeding en dubbele kinderbijslag. Hoe kijkt hij tegen die uitlatingen aan in het licht van deze discussies en de positie van GroenLinks in de onderhandelingsmogelijkheden?

De heer Bos (PvdA):

Ik kan eigenlijk niets zinnigs zeggen over de wijze waarop gesprekken over dergelijke onderwerpen straks verlopen omdat de heer Rouvoet noch de heer Balkenende in de afgelopen weken daarover inhoudelijk het gesprek gezocht heeft. In die fase waren wij ook niet; die fase gaan wij straks in. Ik kan wel zeggen waar ik zelf voor sta. Ik beschouw de Nederlandse wetgeving op het gebied van abortus, euthanasie en homohuwelijk als een verworvenheid van onze samenleving. Die verworvenheid zal ik uiteraard verdedigen.

De heer Pechtold (D66):

De laatste dagen is er een beetje hoon gehoord in de zin van: Pechtold heeft veel te veel kritiek op dit punt want zo'n vaart loopt het niet. Het gaat echter niet alleen om de wetgeving, maar ook om de uitvoering in de praktijk. Gisteren stelde mevrouw Ter Veld als alternatief het vergoeden van sondevoeding en het verstrekken van dubbele kinderbijslag voor. De mogelijkheid van abortus zal niet teruggedraaid worden, maar staat u er ook voor dat de vrouw een eigen keus heeft en wij niet teruggaan naar de situatie dat de vrouw gedwongen wordt om af te zien van een abortus omdat de overheid aan de hand van financiële middelen een keuze maakt. Staat u daarvoor? Ik vind het antwoord op die vraag van eminent belang. Ik vraag u om bij uw antwoord een relatie te leggen met GroenLinks.

De heer Bos (PvdA):

Natuurlijk sta ik daarvoor. Dat staat in ons verkiezingsprogramma en het behoort tot de traditie van onze partij. U kent ongetwijfeld ons verkiezingsprogramma op dit punt. Ik heb het net ook benoemd als verworvenheid van de Nederlandse samenleving. Over de mate waarin dat al dan niet onder druk komt door wat andere partijen van ons vragen, kan en wil ik niet speculeren omdat daarover nog geen gesprekken zijn gevoerd. Zo ver zijn wij niet gekomen. Dat komt allemaal nog. Ik heb geen zin in als-dan-redeneringen omdat ik dan mee moet gaan in veronderstellingen over wat de heer Rouvoet of de heer Balkenende van mij vragen terwijl zij geen van beiden tot op heden iets op dit punt van mij hebben gevraagd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het doet de Partij voor de Dieren deugd dat u zo nadrukkelijk duurzaamheid noemt als een van de belangrijkste onderwerpen in de onderhandelingen. Ik realiseer mij heel goed dat u geen toezegging kunt doen over de uitkomsten van de onderhandelingen. Ik vraag u echter toch, omdat u met het CDA aan tafel zit, in hoeverre u het welzijn van dieren en die enorme veedichtheid in Nederland laat meewegen in de onderhandelingen? Dat is een van de belangrijkste kernpunten van die duurzaamheid.

De heer Bos (PvdA):

Dat onderwerp zal wat ons betreft zeker in de onderhandelingen terugkomen. In ons verkiezingsprogramma is daarover een uitgebreide paragraaf opgenomen. Naar onze mening valt onder het begrip "duurzaamheid" niet alleen de relatie tussen de mens en zijn plantaardige omgeving maar ook die tussen mens en dier.

De heer Rutte (VVD):

U hebt een aantal keren gezegd dat het voor een succesvolle formatie tussen het CDA en de PvdA noodzakelijk is dat het CDA bereid is om een draai te maken. Wat bedoelt hij met "een draai maken"? Ik neem aan dat hij daarmee bedoelt "de steven naar links wenden", maar ik vraag u graag of mijn interpretatie klopt. Op basis waarvan – ik neem aan de gesprekken met de informateur – vermoedt hij dat dat ook gaat gebeuren?

De heer Bos (PvdA):

Ik heb net heel uitgebreid stil gestaan bij zeven voorbeelden van vragen die staan voor het type koersverandering ten opzichte van de afgelopen jaren: de verschillen tussen arm en rijk, de onderkant van de arbeidsmarkt, milieu en duurzaamheid, de probleemwijken in relatie tot verloedering en leefbaarheid, zero tolerance ten aanzien van fraude en misbruik, het vreemdelingenbeleid en de zorg. Op die punten zullen wij in de komende gesprekken werken aan keuzes die anders zijn dan de keuzes die in de afgelopen jaren zijn gemaakt. U vraagt naar mijn redenen om te vermoeden dat het CDA die richting op wil. Ik herhaal dat ik die zekerheid niet heb. Geen van de drie partijen die de komende maanden met elkaar gaan praten, heeft de zekerheid dat dat zal slagen. Er is wel de oprechte bereidwilligheid daarvoor ons best te doen. Die bereidwilligheid is er ook bij mij, maar zekerheid hierover heb ik niet. Het feit dat wij die zekerheid niet hebben, is ook de belangrijkste reden voor mijn kritiek op de Socialistische Partij en GroenLinks. Omdat je de zekerheid niet hebt dat het CDA niet bereid zou zijn andere keuzes te maken dan de afgelopen jaren, vind ik dat je dan ook niet zo vroeg moet afhaken. Ik constateer wel – en hierover heeft de informateur gisteren in zijn persconferentie al het nodige gezegd – dat geen van de partijen die de afgelopen weken bij de gesprekken betrokken is geweest, in deze gesprekken het woord "breekpunt" heeft gebruikt of geformuleerd. Hiermee ontstond, zo heb ik het althans ervaren, een open sfeer om met elkaar te praten over de agenda die een volgend kabinet erop na zou moeten houden.

De heer Rutte (VVD):

Ik doe nog een tweede poging. Ik zag u aan het begin van de informatie nogal zurig het gebouw van de Eerste Kamer verlaten, maar de laatste dagen leek u wat optimistischer. Hieruit heb ik afgeleid dat er blijkbaar, bijvoorbeeld in dat slotgesprek van vijf uur met de informateur en de drie partijen, toch tenminste het begin van een gevoel was ontstaan dat de formatie succesvol kan zijn. Klopt dit beeld? Klopt ook mijn aanname dat u, als u dat gevoel niet zou hebben, het land niet zou opzadelen met een eindeloos durende formatie waarvan u op voorhand vermoedt dat deze tot mislukken gedoemd is omdat het CDA niet bereid is de steven te wenden?

De heer Bos (PvdA):

De reden dat ik in de ogen van de heer Rutte aan het begin van de formatie wat zurig kijkend uit de Eerste Kamer kwam, maar dat inmiddels met een brede glimlach doe, heeft vooral te maken met het feit dat ik inmiddels wat meer geslapen heb.

Het behoort tot mijn verantwoordelijkheid als politiek leider van een grote partij om verantwoordelijkheid te nemen voor het besturen van dit land, indien dat enigszins op een geloofwaardige wijze mogelijk is. Ik vind dat het bij deze verantwoordelijkheid hoort dat je niet te vroeg afhaakt. Ik vind dat je te vroeg afhaakt als je, voordat er serieus is gepraat over de inhoud, al allerlei conclusies trekt over elkaars bereidwilligheid om op allerlei punten al dan niet water bij de wijn te doen. Ik heb bij zowel de heer Rouvoet als de heer Balkenende geen houding waargenomen die vol zit met breekpunten en allerlei dingen en blokkades waarover niet gepraat kan worden. Daarentegen heb ik wel de bereidwilligheid ervaren, zonder daaraan enige zekerheid te kunnen ontlenen dat deze poging zal slagen, om in ieder geval serieus en inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen over alle zaken die ter tafel moeten komen.

Ik maak nog een afsluitende opmerking over de volgende ronde van gesprekken. De PvdA zal die gesprekken, zoals gezegd, constructief voeren. Dat er grote verschillen van mening zijn met zowel CDA als ChristenUnie steken wij niet onder stoelen of banken. Wij weten niet of wij eruit komen, maar wij zullen het wel proberen. Wij vinden dat wij dat ook verplicht zijn tegenover onze kiezers. Wij vinden het ook hoopgevend dat het CDA vorige week een duidelijk signaal afgaf door een wijziging van het vreemdelingenbeleid te aanvaarden en de opschorting van de uitzetting van onder de oude wet uitgeprocedeerde asielzoekers te steunen. Ook de instemming van het CDA met ons voorstel om de heer Wijffels informateur te laten zijn in de volgende fase, is een hoopvol signaal dat wij op waarde schatten. Ik zeg dat omdat precies die zaken die de heer Wijffels ziet als dé grote uitdagingen voor de Nederlandse samenleving ook precies die zaken zijn waarvoor wij de komende jaren een koersverandering bepleiten. Het moet socialer, het moet groener en het moet ook duurzamer. Om met de woorden van de heer Wijffels te eindigen: de grote uitdaging is op alle niveaus te komen tot een kwalitatief betere verhouding tussen mensen onderling en mensen en hun omgeving. Zo is het maar net.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Het is geen geheim dat de ChristenUnie geen warm voorstander is van dit type debat, gelet op wat daar over het algemeen uit voortvloeit. Evenmin als voorgaande keren zullen wij ons nu aan het debat onttrekken. Ik zal zeker dit keer het debat gebruiken om verantwoording af te leggen over het optreden van de ChristenUnie-fractie in de afgelopen fase. Dat zou ik kunnen doen op de manier waarop collega Bos in februari 2003 het debat begon door het volgende te zeggen. "Het zal u niet verbazen dat wij in het verslag van de informateur een correcte weergave vinden van onze eigen opvattingen en dat wij het advies waartoe hij concludeert, delen. Ik had het mij voorgenomen om mijn bijdrage daartoe te beperken." Vervolgens werd de heer Bos een paar vragen gesteld en heeft hij toch iets meer gezegd dan dat.

Laat ik mijn bijdrage beginnen met te zeggen dat ik mij aansluit bij degenen die de informateur, de heer Hoekstra, hebben bedankt voor zijn bereidwilligheid om de uitnodiging te aanvaarden en hier aanwezig te zijn. Het zogenaamde "debat met de informateur" blijkt vaak toch een wat verhullende aanduiding te zijn van een fors onderling debat. Des te meer ben ik de informateur erkentelijk dat hij hier vandaag bij wil zijn.

Reeds bij het bekend worden van de uitslag van 22 november – ik zal niet het hele proces stap voor stap langslopen – hebben wij uitgesproken dat wij, zoals wij dat gewend zijn als fractie van de ChristenUnie, vanzelfsprekend in principe bereid zijn om te spreken over het dragen van verantwoordelijkheid. Wij zeiden ook dat naar onze mening niet wij aan de beurt waren, maar dat wij daarvoor in eerste instantie keken naar de grote winnaar van de verkiezingen, de SP, ook om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. U vindt onze opvattingen op dat punt keurig weergegeven in het eindverslag van de informateur.

Wij vonden dat de SP snel afhaakte. Dat heb ik ook gezegd. Wij vonden het ook te snel. Als fractie hadden wij echter niet alleen te maken met het feit dat de heren Marijnissen, Balkenende of Bos onderling hadden geconcludeerd dat dit geen perspectief bood. Nee, de informateur had die conclusie ook getrokken. U vindt die conclusie terug in zijn eindverslag. Vanwege het bestaan van talrijke zware en soms fundamentele bezwaren – ik citeer hem letterlijk – is er onvoldoende reden voor dat perspectief en vertrouwen aanwezig. Dat was voor ons een feit waarmee wij rekening te houden hadden.

Ik heb toen tegenover de informateur herhaald dat wij bereid zijn tot gesprekken met het CDA en de PvdA, op voorwaarde dat dan ook de andere twee partijen duidelijk zouden maken dat dit de combinatie is, waarmee de gesprekken om te komen tot een werkbare en stabiele coalitie gevoerd zouden worden. Uit het verslag van de informateur blijkt dat er bij deze drie partijen voldoende bereidheid is om serieus te proberen, via programmatische onderhandelingen tot de vorming van een kabinet te komen. Graag spreek ik hier namens de fractie van de ChristenUnie die bereidheid opnieuw uit, wat ons betreft met de toevoeging dat dit zo mogelijk op korte termijn zou moeten. Ook die aanduiding vindt u in het eindverslag van de informateur.

Daarmee zijn wij er niet. Wij staan aan het begin van programmatische onderhandelingen op basis van evenwaardigheid, gezamenlijkheid en grondigheid. In alle nuchterheid: ook tussen deze drie partijen bestaan de nodige, ook stevige en soms zeer stevige verschillen. Het verschil met de combinatie CDA, PvdA en SP is dat de drie nu bij het proces betrokken partijen en de informateur hebben vastgesteld dat er voldoende vertrouwen en voldoende bereidheid is om daarover met elkaar serieuze gesprekken aan te gaan, met het doel om zo mogelijk op korte termijn te komen tot een stabiel meerderheidskabinet.

Ik wil nog een opmerking maken over de onderwerpen die in het eindverslag van de informateur zijn opgesomd. In tegenstelling tot de interpretatie van de heer Rutte zie ik het niet als een lijstje waarin de informateur heeft opgesomd – zo zei de heer Rutte het geloof ik – over welke onderwerpen CDA, PvdA en ChristenUnie het oneens zijn. Nee, dit lijstje – en ik citeer uit het eindverslag van de informateur – is het lijstje onderwerpen die volgens alle fractievoorzitters van belang zijn voor een coalitieprogramma voor de nieuwe kabinetsperiode, of hun fractie zou deelnemen aan de vorming van een kabinet of niet. Einde citaat. Dat betekent dat de heer Rutte, die vanaf het begin te kennen heeft gegeven geen rol voor zijn partij te zien in deze kabinetsformatie, op deze wijze toch nog invloed heeft gehad op de coalitiebesprekingen die aanstaande zijn.

Tot slot wil ik mij graag aansluiten bij wat de heer Balkenende zei tegen de heer Hoekstra, met in het vooruitzicht de besprekingen met de heer Wijffels. Ook dienaangaande sluit ik mij graag aan bij de gesproken woorden.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. Ik wil de ChristenUnie niet tekort doen. De CU is een partij met standpunten over een scala van onderwerpen. Echter, zeer centrale punten in de profilering zijn altijd de medisch-ethische kwesties, zaken zoals euthanasie, abortus, het homohuwelijk. Die zaken zijn op een gegeven moment georganiseerd in Paars II. Toen was er een meerderheid in de Kamer voor, die zaken in een bepaalde richting te organiseren. Bij de formatie van 2003 ging de ChristenUnie, zo leek het, akkoord met een soort stilstand op deze onderwerpen. Is dat opnieuw de inzet in deze onderhandelingen?

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

De heer Rutte geeft al aan dat de agenda breder is, maar hij heeft gelijk als hij zegt dat dit onderwerpen zijn die hoog op onze agenda staan. Misschien moet ik hem dan toch even bijpraten, want dan heeft hij uit de fase 2003 toch iets gemist, of is hij verkeerd geïnformeerd als hij stelt dat de fractie van de ChristenUnie toen akkoord is gegaan met een standstill. Ik kan dat in alle openbaarheid hier zeggen omdat ik het hier eerder heb gezegd. Ik heb toen aangegeven dat wij met de fractie van de ChristenUnie niet aan onderhandelingen waren toegekomen met de fracties van het CDA, de VVD en de SGP omdat voordat die onderhandelingen konden beginnen werd gekozen voor de fractie van D66 als partner waarmee werd doorgesproken. Met andere woorden, wat er toen op tafel lag was een soort eerste bod. Daarvan heb ik vastgesteld dat het interessant was, omdat dat betekende dat er ook voor de VVD ruimte was om over deze, voor ons belangrijke thema's met elkaar in gesprek te gaan. Wij zouden ons erop beraden wat ons antwoord daarop zou zijn. Ik wil hier wel verklappen – al is dat niet helemaal nieuw – dat ik niet op voorhand akkoord zou zijn gegaan met het eerste bod.

De heer Rutte (VVD):

Mag ik hieruit afleiden dat de heer Rouvoet zegt dat voor hem in de onderhandelingen over een nieuw kabinet deze thema's hoog op de agenda zullen staan...

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ja.

De heer Rutte (VVD):

...en dat de kans groot is dat in een regeerakkoord wel degelijk ingrepen worden gedaan op het terrein van de euthanasie en/of de abortus en/of het homohuwelijk, teneinde ook de steun van zijn partij voor de coalitie te verkrijgen?

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ik begrijp dat de heer Rutte geïnteresseerd is in het deelnemen aan onderhandelingen, maar om dat te bereiken had hij eerder een andere positie moeten innemen. Dit zijn nu precies de onderwerpen waarover de komende weken zal worden gesproken vanaf begin januari 2007. De inzet van de ChristenUnie is ook de heer Rutte bekend. Ik neem aan dat hij ons verkiezingsprogramma tot zich heeft genomen voordat hij zijn opvattingen daarover heeft gegeven. Hij weet dus wat onze inzet is bij die besprekingen. Voor de uitkomsten zal hij nog even geduld moeten hebben, zoals wij allen overigens.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb dezelfde vraag te stellen aan de heer Rouvoet als aan de heer Bos, juist omdat wij het ons als samenleving niet kunnen veroorloven om nog vier jaar lang duurzaamheid en een andere toekomst voor Nederland op de lange baan te schuiven. In hoeverre zal een duurzame samenleving, met in het bijzonder een respectvolle omgang met dieren en dus een afbouw van de bio-industrie, inzet zijn van de onderhandelingen?

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Dit staat niet voor niets op het lijstje dat door de informateur is opgesteld als onderwerp waarover in ieder geval duidelijkheid zal moeten worden verschaft bij de vorming van een nieuwe coalitie. Daar staat met zo veel woorden "een reeks van onderwerpen, samenhangend met duurzaamheid". Ik heb dit zelf geëxpliciteerd bij het onderwerp landbouw, waar al die aspecten wat ons betreft zonder meer bij horen. Zij zijn echter niet helemaal opgesomd, want anders zou dit het begin van een regeerakkoord zijn geweest. Het zal evident zijn dat over deze thema's zal moeten worden doorgesproken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zou toch graag nog een iets helderder uitspraak krijgen, omdat wij, alle alarmerende berichten van de afgelopen jaren bij elkaar optellend, moeten concluderen dat de situatie in de bio-industrie onhoudbaar is en dat dit een van de belangrijkste aspecten van het duurzaamheidsbeleid zal moeten zijn.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Toch krijgt u hetzelfde antwoord als anderen. Ook voor u was er een mogelijkheid om deel te nemen aan gesprekken over inhoudelijke programmapunten. Voor zover wij naast elkaar staan, kent u die punten ook. Zij zijn onlangs bij de begroting van Landbouw uitvoerig bediscussieerd. U kunt er zeker van zijn dat al die punten, die wij ook in ons verkiezingsprogramma hebben genoemd, zeker ook als het gaat om het onderwerp duurzaamheid, ook in diezelfde herkenbare vorm zullen terugkeren bij de besprekingen. Anders hadden wij ze niet in ons verkiezingsprogramma opgenomen.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben al bij voorbaat blij met deze avond omdat wij al enige duidelijkheid hebben. Ik wil toch dat de heer Rouvoet die duidelijkheid met mij vaststelt. Ik dank de heer Rutte voor de samenwerking op dat gebied. De heer Bos heeft zojuist verklaard dat hij staat voor de zaak op het medisch-ethische vlak en dat daaraan niet wordt getornd. Hij heeft daarbij een rechte rug getoond, wat ik fantastisch vind. De heer Rouvoet heeft zojuist aangegeven dat hij op diezelfde punten het openingsbod van 2003 indertijd niet heeft geaccepteerd en dat hij dat nu ook niet zal doen. Ik vind dat een interessante stellingname, die begrijpelijk is vanwege de respectievelijke achtergrond van de heer Bos en de heer Rouvoet, maar naar mijn mening onoverbrugbaar. Klopt mijn analyse dat de heer Rouvoet niet akkoord zal gaan met alleen een stand-still, terwijl de heer Bos zegt een rechte rug te houden op deze thema's?

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ik neem met belangstelling kennis van de analyse van de heer Pechtold. Misschien mag ik één stapje terug gaan, omdat hij spreekt namens een van de partijen aan wie vandaag terecht werd gevraagd: als het allemaal zo tegen uw zin is wat er dreigt te gebeuren, dan had u dat kunnen voorkomen door zich bereid te verklaren om gesprekken aan te gaan. Ik zou het iets anders kunnen zeggen. Hij zou een voorbeeld kunnen nemen aan de ChristenUnie, die in 2003 met omgekeerde zetelaantallen zei aan tafel te gaan zitten met CDA en VVD. Dat was niet onze eerste keus. Een van onze redenen hiervoor was, dat wij tegen elke prijs wilden voorkomen dat D66 aan de onderhandelingstafel zou komen te zitten. Wij hebben vastgesteld dat wij maar met zijn drieën waren en D66 met zijn zessen, maar dat wij moesten gaan onderhandelen om te voorkomen dat D66 aan tafel kwam. Het is anders gelopen. Dat zij zo. De heer Pechtold zou hieraan een voorbeeld hebben kunnen nemen. Hij had kunnen besluiten aan tafel te gaan zitten omdat hij niet wil dat de punten van de ChristenUnie, die voor hem kennelijk heel erg belangrijk zijn, worden uitonderhandeld. Nadat hij zijn mening over onderdelen van ons programma uiteen had gezet, heb ik de heer Pechtold zaterdag bij Nova op de beslissende vraag voor de geloofwaardigheid van politieke partijen, namelijk "wat is het u waard om uw eigen standpunten recht te doen?", horen zeggen dat hij nu even niet aan de beurt is. Hij gebruikte de woorden die hij ook net sprak: "sta mij toe om even te passen". Ieder zijn keuze als het gaat om het zoeken naar de verantwoordelijkheid om je eigen programma door te zetten. De analyse die de heer Pechtold geeft, beperkt zich tot de inzet van de ChristenUnie – die is hem bekend en ik heb hem net nog eens verwoord – en die van de PvdA en het CDA. Daarover zal de komende weken het gesprek gaan. De heer Pechtold had een andere keuze kunnen maken. Hij zal geduld moeten hebben om te weten te komen wat de uitkomsten zullen zijn, zoals ook wij geduld moeten hebben.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb geduld. De heer Rouvoet heeft een aantal jaar moeten wachten. Ik weet dus voor 7 maart waar wij aan toe zijn?

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ja.

De heer Pechtold (D66):

Tot de woorden die ik bij Nova heb gezegd, behoorden de volgende: "Ik pas en het zou toch niet mogelijk moeten zijn dat D66 zich in deze fase moet opwerpen om dergelijke medisch-ethische zaken te redden. Daar hebben wij GroenLinks voor." Mevrouw Halsema is er niet, maar het meest interessante van dit debat is voor mij het antwoord op de vraag wat GroenLinks verder gaat doen. Ik kondig alvast aan dat ik, op het moment dat de onderhandelingen vastlopen, duidelijkheid wil verkrijgen van de heer Rouvoet of hij water in de wijn doet of de heer Bos. Ik zal daarop zeer scherp letten.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik beschouw dat als een harde toezegging van de heer Pechtold. Hij is niet gerust op de uitkomsten van de onderhandelingen, maar uit de indringendheid waarmee hij zijn vragen stelt, leid ik af dat hij er ernstig rekening mee houdt dat de ChristenUnie wel in staat zal zijn om te bereiken wat D66 minder is gelukt, namelijk om onderscheidende punten in het regeerakkoord te krijgen.

De heer Hoekstra:

Voorzitter. Ik dank u voor de uitnodiging op vanavond te pogen een antwoord te geven op de aan mij gestelde vragen. Ik voldoe graag aan deze uitnodiging. Ik zal mij niet begeven in staatsrechtelijke beschouwingen over de achtergronden van de totstandkoming van de mooie bepaling in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. Dat kan ik misschien in een ander gremium nog wel eens kwijt. Ik hecht eraan om te zeggen dat ik hier niet sta als formateur die in een eindfase van een formatie verkeert en moet komen tot de samenstelling van een kabinet waarvan de contouren qua beleidslijnen al grotendeels vaststaan. Ik sta hier evenmin als een informateur met een gerichte opdracht om procesbegeleider te zijn bij de onderhandelingen voor een bepaalde coalitie. Ik sta hier als een informateur die een verkennende opdracht heeft waarvan de context is om de verkenning te richten op een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal. Dat betekent dus een parlementair meerderheidskabinet. In deze verkenning zal ik mij vervolgens moeten richten op drie vragen: de bereidheid om aan een dergelijk parlementair meerderheidskabinet deel te nemen, de onderwerpen te verkennen waarover tevoren duidelijkheid zou moeten bestaan en de wijze waarop deze duidelijkheid in een volgende fase zal kunnen worden verkregen. De achtergrond van deze opdracht was de uiteenlopendheid van de inmiddels openbaargemaakte adviezen van de fractievoorzitters aan de koningin. Ik heb in het licht daarvan mijn eerste verkennende activiteiten vanzelfsprekend moeten richten op een nadere consultatie van alle fractievoorzitters. De grootste gemeenschappelijke noemer die naar voren kwam uit deze gesprekken, was een advies om mijn verkennende besprekingen primair te richten op de vorming van een kabinet waarin in ieder geval ook de SP, als grootste winnaar van de verkiezingen, zou deelnemen. Vanuit dit startpunt heb ik mijn gesprekken gevoerd. Ik zal niet herhalen wat ik daarover in mijn eindverslag aan de Koningin heb geschreven.

Op deze basis heb ik gesprekken gevoerd met de fractievoorzitter van successievelijk de SP, de PvdA en het CDA. Daarna heb ik bilaterale gesprekken gehad met de fractievoorzitters van het CDA en de SP, de SP en de PvdA, en het CDA en de PvdA. Dit waren uitvoerige gesprekken, waarin de geïnventariseerde onderwerpen en onderwerpen die daarna werden aangevoerd, werden besproken.

Op een bepaald moment heb ik daarna, ook op verzoek van de betrokken partijen, een balans opgemaakt. De weergave daarvan is te vinden op pagina 5 van mijn eindverslag. Daar staat wat er staat. Na de genoemde bilaterale gesprekken had ik de vraag onder ogen te zien, of voortzetting van het gesprek over de vorming van een kabinet met deelname van elk der drie partijen perspectief zou bieden op de totstandkoming van een kabinet op korte termijn. Daarop is ten slotte geconstateerd dat een onderhandelingsfase over de totstandkoming op korte termijn van een kabinet van CDA, SP en PvdA naar het oordeel van het CDA en de SP niet zou leiden tot het uitgangspunt, namelijk een kabinet met een stabiele samenwerking over een periode van nu tot aan de volgende verkiezingen. De inhoudelijke verschillen van mening over onderwerpen waarover tevoren duidelijkheid zou moeten bestaan, bleken talrijk, zwaar en op onderdelen fundamenteel van aard, en gaven onvoldoende reden voor dit perspectief en vertrouwen. In het verslag wordt een aantal van deze onderwerpen genoemd, in het bijzonder inkomensbeleid, zorg, de woningmarkt, ondernemersklimaat, internationaal beleid, Europees beleid en overheidsfinanciën. Deze constatering is door de drie partijen in gezamenlijkheid en in mijn aanwezigheid gedaan. De PvdA heeft hierbij echter duidelijk gezegd dat naar haar oordeel een onderhandelingsfase wél denkbaar was.

Deze conclusie was het resultaat van mijn verkennende fase op basis van de eerste ronde van consultaties. Toen deze conclusie eenmaal was getrokken, heb ik vanaf dat moment mijn verkennende inspanningen en werkzaamheden gericht op andere mogelijkheden voor de vorming van een kabinet.

De heer Vendrik (GroenLinks):

De signalering in deze fase van de gesprekken dat de verschillen van mening tussen de drie partijen talrijk, zwaar en op onderdelen fundamenteel van aard waren, is een conclusie die de drie partijen hebben getrokken of is dat het beeld dat zich uit de gesprekken heeft opgedrongen aan de heer Hoekstra zelf?

De heer Hoekstra:

Dat is een constatering geweest die voor de fracties van CDA en SP ertoe heeft geleid dat een onderhandelingsfase van de drie partijen gezamenlijk geen verandering zou brengen in dat wat ik al eerder heb gezegd. Ik heb geconstateerd in dat gesprek, dat voortzetting van de gesprekken stabiele samenwerking op korte termijn van een kabinet niet naderbij zou brengen. Ik heb ook gezegd dat de weging die in dat gesprek heeft plaatsgevonden over voortzetting van de onderhandelingen bij SP en CDA anders is uitgevallen. Hun antwoord daarop was "nee". Het antwoord erop van de Partij van de Arbeid was anders.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Even terug naar het kernprobleem, zoals de informateur schrijft, de inhoudelijke verschillen die talrijk waren en op onderdelen fundamenteel zijn. Dat is door de informateur vastgesteld? Het is zijn conclusie die wij lezen in zijn verslag of is het door de partijen vastgesteld?

De heer Hoekstra:

Bovenaan bladzijde 5 staat: "Op 11 december heb ik de fractievoorzitters van CDA, PvdA en SP gezamenlijk ontvangen en, in het licht van de gesprekken die ik met hen afzonderlijk en met hen paarsgewijs heb gehad, het volgende met hen vastgesteld." Zo is het gegaan.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Men was het erover eens dat die fundamentele verschillen er soms waren. Over de conclusie die eraan verbonden moest worden, namelijk of het zin had om te gaan onderhandelen, waren partijen het niet eens. Mag ik zo onbescheiden zijn om te vragen wat uw mening daarin was of hebt u het slechts vastgesteld en beschouwt u uw rol ook als ertoe beperkt om vast te stellen of partijen er bepaalde consequenties aan verbinden en of dat met elkaar verenigbaar is?

De heer Hoekstra:

Op een bepaald moment heb ik met partijen geconcludeerd dat het tijd was om een balans op te maken van de gevoerde gesprekken met het oog voortzetting van de gesprekken en het starten van onderhandelingen. Ik heb de vraag gesteld of het mogelijk was dat ik aan de Koningin zou adviseren om te komen tot benoeming van een informateur die het onderzoek naar de totstandkoming van een zodanig kabinet zou starten. Daarvan heb ik gezegd wat in het verslag staat. Twee partijen hebben op dat punt geconcludeerd dat voortzetting van de gesprekken met het oog op het starten van onderhandelingen niet zinvol was.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Achtte u het in die fase zinvol, toen verschillende conclusies werden getrokken uit de constatering uwerzijds over de talrijke, zware en soms fundamentele meningsverschillen, om de heren van de drie partijen bij elkaar te roepen om onderling te bespreken waarom de conclusies zo verschillend uitvielen?

De heer Hoekstra:

Natuurlijk zijn de onderwerpen die intensief en uitvoerig aan de orde zijn geweest in de bilaterale gesprekken en in de tweegesprekken, geïnventariseerd. Daaraan is deze conclusie verbonden. Natuurlijk is ook wederzijds tussen de onderhandelaars geprobeerd op een behoorlijke en zorgvuldige manier vast te stellen, aan de hand van de wegingen die de onderhandelaars maakten, of het inderdaad zinvol was om verder te gaan met deze gesprekken. Ik ben daarin meer een procesbegeleider geweest dan een intensief deelnemer aan de gesprekken. Ik heb moeten constateren dat het een conclusie was van althans twee van de partijen aan tafel bij mij.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Er ontstond de situatie waarin de drie met elkaar sprekende partijen een verschillende conclusie trokken. De PvdA trok namelijk een andere conclusie dan het CDA en de SP. Vrijwel alle partijen van deze Kamer hebben geadviseerd dat deze drie partijen met elkaar zouden moeten spreken c.q. zouden moeten onderhandelen. Had het dan niet voor de hand gelegen dat een start was gemaakt met die onderhandelingen? Daarmee zou vastgesteld kunnen worden hoe fundamenteel van aard de verschillen waren.

De heer Hoekstra:

Dat is natuurlijk de inzet geweest bij de consultaties met alle fractievoorzitters. Uiteindelijke resulteerde dat in de verkenning met de drie partijen. De schakeringen van hun opvattingen en hun deelneming aan de gesprekken heb ik weergegeven. Daarbij zijn onderwerpen besproken en uiteindelijk is een afweging gemaakt. Die is weergegeven op bladzijde 5.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Stel nu dat het CDA of de SP of het CDA en de SP een andere conclusie had of hadden getrokken. Stel dat een van die partijen hetzelfde tegen de informateur had gezegd als wat de PvdA heeft gezegd. Dan zouden in die situatie minimaal twee partijen hebben gezegd dat ondanks de fundamentele, talrijke en zware verschillen er toch onderhandeld moest worden. Dan waren dus twee partijen voor onderhandelen geweest en één partij zou daartegen zijn geweest. Had u dan tegen Hare Majesteit gezegd: er moet onderhandeld worden?

De heer Hoekstra:

Daar ga ik niet op in. Dan zou ik speculeren en dat lijkt mij niet goed. Ik heb aangegeven welke situatie ik aantrof. Ik heb vast te stellen wat het oordeel van partijen is.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik begrijp dat het een lastige kwestie is. Ik moet evenwel constateren dat bij een meningsverschil tussen de drie deelnemende partijen over de conclusie van de verkennende gesprekken u voor een andere optie dan onderhandelen koos. Met andere woorden, dat een van de partijen koos voor onderhandelen, woog niet zwaar genoeg. Dan lijkt het mij prettig om te weten wat er gebeurd zou zijn als twee partijen hadden gezegd: de meningsverschillen zijn fundamenteel en zwaar, maar wij gaan het toch proberen. De conclusie is dat in dat geval de onderhandelingen tegen de wil van een van de deelnemende partijen waren gestart. Of hadden alle drie de partijen moeten zeggen: ik heb er zin in?

De heer Hoekstra:

Die vraag had zich voor kunnen doen, bijvoorbeeld als twee partijen hadden gezegd: wij willen doorgaan. In zo'n geval wordt aan de partij die "nee" zegt gevraagd: gaat u dat motiveren? Dat zou mogelijk geweest zijn, maar aan die vraag ben ik niet toegekomen. Die situatie kan wel worden verondersteld, maar die deed zich niet voor. Als drie partijen een vervolgfase in willen, zullen die drie partijen het met elkaar eens moeten zijn. Zo eenvoudig is dat. Zo heb ik mijn taak verstaan. Zo heb ik die ook verstaan bij de volgende fase. Daarbij heb ik zorgvuldig gehandeld en mijn conclusie naar aanleiding van de eerst fase in aanmerking genomen. Ik heb weer alle fractievoorzitters geconsulteerd. Dat heeft geleid tot een bepaalde conclusie. Er destilleerde zich een combinatie van partijen en dat duidde op de samenstelling van een kabinet dat zou worden gesteund door de fracties van de ChristenUnie, de Partij van de Arbeid en het CDA. Die conclusie heb ik gisteren in het langdurig beraad, zoals de heer Rutte dat heeft gekwalificeerd, voorgelegd aan de drie betrokken partijen en zij hebben met deze bevinding en het daaraan gekoppelde advies ingestemd. Dat advies wordt dus door deze drie partijen onderschreven. Dat is voor mij de grondslag geweest om tot het genoemde advies te komen. Over de wijze waarop de drie partijen de vervolgfase ingaan, heb ik geconstateerd dat er bereidheid is. Dat was ook onderdeel van mijn opdracht. De onderwerpen die in ieder geval in de vervolgfase aan de orde moeten komen, zijn niet op voorhand geschilpunten. Het gaat om geïnventariseerde punten. Vervolgens heb ik genoteerd hoe partijen aankijken tegen de wijze waarop die duidelijkheid in de volgende fase kan worden verkregen.

Het is niet aan mij om een weging te maken van de vervolgfase en het resultaat dat deze kan opleveren. Belangrijk is dat de drie partijen de conclusie en het advies onderschrijven. De Kamer heeft gehoord op welke wijze, constructief of verdergaand dan dat, de drie partijen de vervolgfase ingaan. Daarmee is overigens nog geen resultaat gegarandeerd. In de informatierondes in dit land blijkt dat meestal ook wel. Er zijn nog de nodige intensieve onderhandelingen nodig en gewenst.

De heer Van der Vlies heeft mij gevraagd of het debat vorige week in deze Kamer over de pardonregeling en het moratorium sfeerverslechterend heeft gewerkt of anderszins invloed heeft gehad. Ik heb geconstateerd dat op een bepaald moment fractievoorzitters en onderhandelaars die ik wellicht zou willen uitnodigen aan de onderhandelingstafel, niet bereikbaar of verhinderd waren vanwege hun deelname aan dit debat. Laat ik daarmee volstaan.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik had de heer Hoekstra gevraagd waarom hij in zijn brief, anders dan in de persconferentie die hij vorige week maandag gaf, niets heeft opgenomen over het bezwaar dat er bij het CDA zou leven tegen de machtspolitieke balans in een kabinet dat op dat moment verkend werd.

De heer Hoekstra:

Op de persconferentie heb ik daar iets over gezegd toen mij daar een vraag over werd gesteld. Ik heb gezegd dat het punt aan de orde is geweest, maar niet zodanig ernstig is gekwalificeerd, dat het een echt essentieel punt was voor de betrokken partij om "nee" te zeggen tegen voortzetting van de onderhandelingen. Het ging, zo zei ik op mijn persconferentie, om de inhoudelijke punten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

Voorzitter: Ten Hoopen