Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2002-2003nr. 22, pagina 1513-1518

Noot 1 (zie blz. 1443)

De commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de eer het volgende te rapporteren.

In handen van de commissie is gesteld, behalve de geloofsbrief van de heer A. Slob te Zwolle, de volgende missive van de voorzitter van het Centraal Stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal:

een afschrift van zijn besluit van 13 november 2002, waarbij in de vacature ontstaan door het ontslag van de heer K. Veling te Delft, wordt benoemd verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal de heer A. Slob te Zwolle.

Uit de bij de geloofsbrief gevoegde stukken blijkt, dat hij de vereiste leeftijd heeft bereikt. Voorts blijkt uit een verklaring van de benoemde, dat hij geen betrekkingen bekleedt welke onverenigbaar zijn met het lidmaatschap der Kamer, terwijl aan de commissie ten aanzien van hem niet is gebleken van enige omstandigheid welke zijn Nederlanderschap in twijfel zou moeten doen trekken, noch van enige omstandigheid, ten gevolge waarvan hij op grond van artikel 54 der Grondwet van het kiesrecht ontzet zou zijn.

De commissie stelt derhalve voor als lid der Kamer toe te laten, nadat hij de bij de wet van 27 februari 1992, Stb. 120, voorgeschreven verklaringen en beloften zal hebben afgelegd, de heer A. Slob te Zwolle.

Noot 2 (zie blz. 1494)

Software open u!

Plan van aanpak ter stimulering van open software

Software, open u !

– samenvatting –

GroenLinks wil dat de minister van economische zaken het voortouw neemt bij het doorbreken van de machtspositie van softwareleveranciers. Door het gebrek aan concurrentie blijven kansen van ICT voor de samenleving ongebruikt. De almacht van een handjevol commerciële aanbieders is bovendien onverenigbaar met democratische waarden als toegankelijkheid en transparantie. De publieke sector kan zich aan de wurggreep van de leveranciers ontworstelen door software te gebruiken die voldoet aan open standaarden. De overheid moet daarnaast actief de ontwikkeling van open source software ondersteunen.

Onderschatting van strategisch belang van software...

Te lang is gedacht dat de keuze van software een strikt technische invuloefening is. Dat is een misvatting. Software is geen beleidsneutraal instrument. Ondoordachte keuzes hebben een zware wissel getrokken op het werk van de overheid en publieke sector. Dit probleem wordt helaas nauwelijks door beleidsmakers onderkend.

...heeft de overheid overgeleverd aan een handjevol leveranciers...

De publieke sector leunt op dit moment zwaar op de programmatuur van enkele leveranciers. Deze verkopen alleen het gebruik van de programma's. Het zelf aanbrengen van verbeteringen is slechts zeer beperkt toegestaan. Vaak is dit niet eens mogelijk omdat niet bekend is hoe de software in elkaar zit. De zogenaamde broncode is geheim.

...met nadelige gevolgen voor kwaliteit, innovatie, toegankelijkheid en kosten.

Deze situatie belemmert de kwaliteit (veiligheid, stabiliteit en betrouwbaarheid) en innovatie.

Het beperkt tevens de toegankelijkheid van de overheid voor haar burgers; sommige overheidsdiensten zijn alleen bereikbaar met software van één bepaalde leverancier.

Bovendien rijzen de kosten van ICT de pan uit doordat leveranciers de prijs dicteren. Zo kan het nieuwe licentiesysteem van Microsoft leiden tot prijsverhogingen van wel 100%1. Zo gaan dit jaar voor sommige scholen de prijzen enkele malen over de kop2 en slaagt de leverancier Microsoft er in dit slechte economische jaar in haar winst te verdubbelen3.

Vandaar ook dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) deze zomer de hulp van het kabinet inriep om zich te ontworstelen aan de «wurggreep van de software-leveranciers»4.

Een oplossing is voor handen...

De maatschappij betaalt dus een hoge prijs voor de bestaande situatie. Gelukkig is er een oplossing voor handen: het «openbreken» van de software. Dat betekent allereerst het verplicht stellen van open standaarden. Een open standaard is een openbare lijst van voorwaarden (technische specificaties) waar software aan moet voldoen. Hierdoor kunnen programma's van verschillende leveranciers elkaar «verstaan», met elkaar samenwerken. Een bekend voorbeeld zijn de internet protocollen. Doordat iedereen zich daaraan hield, kon razendsnel een wereldwijd netwerk ontstaan. Het internet is toegankelijk voor iedereen en gebruikers zijn niet afhankelijk van één leverancier.

Een volgende stap is het openbaar maken van de programmeerregels (de broncode) van de software. Deze zogenaamde «open source» software maakt de werkwijze van de overheid transparant, controleerbaar en daardoor ook stabieler en veiliger. Het gebruik van open licentievoorwaarden («copy-left») vergroot bovendien de mogelijkheden om de software te verbeteren. Zeker op de langere termijn bespaart dat veel geld.

...als we willen.

Om deze voordelen te grijpen, moet de overheid actie ondernemen. Snelheid is geboden. Er is veel te winnen. Hoe langer we wachten met ingrijpen, des te kostbaarder dit zal zijn. De afhankelijkheid van bestaande leveranciers neemt steeds verder toe.

De publieke sector als kritische klant,...

Ten eerste moet de publieke sector zich als een kritisch consument opstellen. De publieke sector is goed voor 12,5% van de software markt en kan daardoor veel invloed uitoefenen als «launching-customer» van open software. Hiervoor is een duidelijke en ambitieuze doelstelling nodig waar alle leveranciers zich op kunnen richten. Vanaf 2006 moet de overheid alleen nog maar software gebruiken die voldoet aan open standaarden. Dit geeft de sector de mogelijkheid zich aan te passen. Maar wie zich niet aanpast en aan deze wensen tegemoet komt, verliest de overheid als klant. Per direct maakt de overheid duidelijk aan welke criteria open standaarden moeten voldoen. Deze criteria worden gebruikt als een belangrijk selectiecriterium bij het inkoopbeleid. Software met een openbare broncode (open source software) heeft daarbij de voorkeur. Voor software waarvan transparantie noodzakelijk is (stemmachines, belastingaangifte), is dit verplicht.

... ontwikkelaar...

De publieke sector moet ook zelf werken aan het ontwikkelen van open source software. Een stimuleringsfonds voor de publieke sector (zorg, onderwijs, overheden) moet dat mogelijk maken. In 2003 maakt GroenLinks hiervoor 1 miljoen euro vrij. Op termijn kan dit fonds worden gevoed uit de besparingen die het gebruik van open software oplevert. De eindproducten daarvan worden met open broncode en onder open licentievoorwaarden in het publieke domein geplaatst.

...en raadgever.

Tot slot komt er een kenniscentrum dat de toepassing van open software stimuleert. Dit kenniscentrum zal in eerste instantie onderzoek doen naar de bestaande mogelijkheden en daar voorlichting over geven. Een keurmerk is hierbij behulpzaam. Samen met de beheerders van het stimuleringsfonds speurt het kenniscentrum naar hiaten in het aanbod van open software.

1. Software: de olie van de kenniseconomie

ICT onmisbaar voor de publieke sector

Computers zijn niet meer weg te denken uit onze informatiesamenleving. Ook de publieke sector maakt in toenemende mate gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Bijna alle scholen zijn aangesloten op het Kennisnet. In de zorg loopt men zich warm om de achterstand in te halen. De overheid zelf is een kenniswerker «pur sang»; altijd druk met het uitwisselen en verwerken van gegevens. Het gaat inmiddels dan ook om een hoop geld. De Europese overheidsmarkt voor ICT had in 2000 een omvang van 62 miljard dollar, de kosten van software bedroegen bijna 8 miljard dollar5. Naar verwachting omvat de Nederlandse softwaremarkt in 2002 bijna 3 miljard euro6. De uitgaven aan software en IT-consultancy bedroegen in 1999 voor overheidsbestuur en sociale verzekering gezamenlijk 996 miljoen euro, voor de gezondheids- en welzijnszorg 177 miljoen euro en voor het gesubsidieerde onderwijs 87 miljoen euro7. De publieke sector is daarmee goed voor 12,5% van de Nederlandse markt.

Software: brein van de kenniseconomie

Software vormt een onmisbare schakel tussen mens en machine in de toepassing van ICT.

Het is daarmee meer dan zomaar een middel als het potlood en de gum. Software vervult een belangrijke denkfunctie: het structureert en verwerkt gegevens. Het is een formalisering van de werkwijze. Het bepaalt zo mede de mogelijkheden en daarmee het beleid van de organisatie. Software is onderdeel van het «brein van de organisatie». Zonder software zou de kenniseconomie dan ook volledig vast lopen. Wat olie was voor de industriële samenleving, is software voor de kenniseconomie. Professor internetrecht Lessig (Stanford) stelt zelfs dat software in de kenniseconomie deels de rol van wetgeving overneemt: «Life on the Net is regulated; its regulation, however, is not primarily through law. Its primary regulation is the code of cyberspace itself – the software and hardware that together set the terms, or the rules, or the law, of how behavior will be».

2. In de wurggreep van een handjevol leveranciers

Een handjevol leveranciers beheerst de markt

Op dit moment beheerst een klein aantal leveranciers de software markt. Zij hebben hun klanten in een wurggreep. Dit is de zogenaamde «vendor lock..in», het wisselen van leverancier brengt hoge kosten met zich mee. Dit komt doordat de software van verschillende leveranciers elkaar vaak niet goed verstaan.

...en houdt zijn recept geheim

Ontwikkelaars weten vaak niet hoe de software van de concurrent in elkaar zit. Dat belemmert het op elkaar afstemmen van software van verschillende leveranciers. De code van het programma, de programmeerregels waar de software uit is opgebouwd, is onleesbaar. De zogenaamde broncode is geheim. Alleen de onleesbare naar machinetaal omgezette (gecompileerde) broncode wordt verkocht. Het is te vergelijken met een autobezitter die wel in zijn auto mag rijden, maar niet onder de motorkap mag kijken. De softwareleveranciers verkopen alleen de gebruiksrechten van hun programma's. Klanten mogen de software gebruiken maar over het algemeen niet aanpassen of uitbouwen. Deze geheimzinnigheid heeft gevolgen voor de concurrentieverhoudingen in de sector. Elke wijziging van een programma dwingt de concurrerende en samenwerkende programma's tot aanpassing. Zonder kennis van de feitelijke veranderingen is dat een heidens karwei. De concurrent staat zo op grote achterstand.

Geheim recept biedt ondernemer strategische voorsprong

In softwareland houden ondernemingen hun broncode vaak angstvallig geheim. Naast de vrees voor «jatwerk» zit hier een meer strategische reden achter. Kennis van de broncode geeft namelijk een belangrijke voorsprong op de concurrentie. Zo heeft Microsoft een zeer dominante positie op de markt voor besturingssystemen (Windows). Vanuit die positie heeft Microsoft aanpalende markten veroverd, zoals die voor tekstverwerking (Word) en internet browsers (Internet Explorer). Tegelijkertijd eiste Microsoft van America Online (toen de dominante aanbieder) dat zij de code van haar «instant messaging»-dienst vrij zou geven.

Microsoft kon zo haar eigen service daarop aan laten sluiten. Eén van de uitkomsten van de rechtszaak in de VS tegen Microsoft is dat het bedrijf inzage moet geven in die delen van haar software die de communicatie regelt tussen verschillende pakketten.

De klant is de dupe

De beperkte bewegingsvrijheid van de klant belemmert de concurrentie. Daardoor worden de voordelen van software voor de samenleving slechts ten dele worden benut. Innovatie, kwaliteit, transparantie, toegankelijkheid en prijs; het kan allemaal beter. Maar daarover meer in paragraaf 4.

Het kan nog erger

Een aantal ontwikkelingen versterkt de greep van de gevestigde partijen in de ICT wereld nog verder. Met name de ontwikkelingen rond Trusted Computing en Palladium8 baren zorgen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van computers die voorkomen dat de gebruiker «rommelt» met de software die erop draait. Bovendien laten deze computers de software communiceren met de makers ervan. Dit vergroot de greep van gevestigde ICT-ondernemingen op de computer. Dat vormt een serieuze bedreiging voor de onafhankelijkheid en privacy van de gebruiker en voor het gebruik- en de ontwikkeling van open software. Op de computer draaien immers enkel nog «goedgekeurde» programma's.

3. Open software maakt de markt weer vrij

Gelukkig kan de publieke sector ontkomen aan de wurggreep van haar leveranciers.

Daarvoor moet ze wel eerst de software «openbreken». Open software betekent twee dingen.

Open standaarden als eerste stap...

De eerste stap is de eis stellen aan de leveranciers dat ze voldoen aan «open standaarden».

Dat is een voor iedereen toegankelijke lijst van eisen. Hierdoor kunnen programma's van verschillende ontwikkelaars/ leveranciers elkaar verstaan en (daardoor) op elkaar voortbouwen. Voorbeelden van open standaarden zijn de internetprotocollen en webstandaarden. Open standaarden verschillen fundamenteel van gesloten standaarden.

Gesloten of commerciële standaarden zijn eigendom van het bedrijf dat er in geslaagd is de standaard te zetten. Zo'n bedrijf heeft hierdoor een enorm sterke machtspositie.

...en een open broncode...

Een verdergaande stap is het als ook de programmeerregels van de software zelf openbaar zijn. Met een open broncode, de zogenaamde «open source» software, kan iedereen precies zien hoe het programma in elkaar zit. Om de vruchten van openheid volledig te kunnen plukken, is het van belang dat de software onder een licentievoorwaarde valt die maximale innovatie en verspreiding mogelijk maakt.

...met bijpassende licentie als ideaal.

Er bestaat een groot aantal verschillende licentievoorwaarden waaronder software kan vallen9. De gekozen licentievorm heeft gevolgen voor de prijs van de software (al dan niet gratis), voor eventuele restricties voor gebruik en distributie, en voor de openheid en aanpasbaarheid van de broncode. De licentievorm bepaalt wat er met eventuele aanpassingen moet gebeuren en of de code verwerkt mag worden in software met een gesloten broncode. Dat bepaalt mede de prikkels voor ontwikkelaars om te innoveren en de snelheid waarmee de software zich verspreidt.

De werkwijze van de open software gemeenschap is zo dat iedereen bijdraagt en iedereen de producten kan gebruiken. Deze werkwijze heeft licentievoorwaarden doen ontstaan waarbij maximale verspreiding en innovatie voorop staan. Er bestaan verschillende van deze «copy-left» licentievormen. De eerste en meest vergaande is de zogenaamde GNU Public Licensing (GPL). Snel aan populariteit winnen echter «mildere» vormen (zoals de LGPI- en MPL). Hierbij zijn aanpassingen van de software toegestaan, evenals het leggen van verbindingen met gesloten software. Deze vormen hebben wel net als de GPL de verplichting om het afgeleide werk weer vrij beschikbaar te maken.

Het succesverhaal van Linux

Het bekendste open source software project is het besturingssysteem Linux. Aan de ontwikkeling van Linux hebben tienduizend vrijwilligers vele jaren eendrachtig samengewerkt.

Via het internet stuurden zij hun bijdragen naar de Finse student Linus Thorvald. Linus en zijn team selecteerden de bijdragen en smeedden deze tezamen tot een besturingssysteem dat zich kan meten met de marktleider, Windows van Microsoft. Het is bovendien voor een ieder gratis te downloaden, of inclusief handboek te koop voor 25 euro in de boekwinkel.

Open software is vaak gratis, maar hoeft dat niet te zijn

Open software (open source software) is in de praktijk vaak gratis. Dat heeft te maken met de ontstaansgeschiedenis ervan. Er is echter geen directe relatie tussen de openbaarheid van de broncode en de vraag of het programma al dan niet kosteloos te verkrijgen is. Of zoals de open software pionier Richard Stallman het uitdrukt: «The essence of Free Software is in Free as in Free Speech, not as in Free Beer». Zo bestaat er software die gesloten is en waarvoor betaald moet worden (MS Office, Windows); software die gesloten is maar gratis (MS Internet Explorer, Netscape Navigator); open software waarvoor betaald moet worden (RedHat, SuSE, GNU/Linux distributies); en open software die gratis is (Apache, Openoffice, Mozilla). Feit is wel dat veel ondernemingen die zich met open software bezighouden een relatief groot deel van hun inkomsten halen uit dienstverlening. Bijvoorbeeld een gedrukt handboek of telefonische ondersteuning.

4. de voordelen van open software

Open is stabiel en veilig

De huidige softwaremarkt kun je een verkopersmarkt noemen. Niet de klanten maar de verkopers bepalen de voorwaarden. De machtige leveranciers hoeven niet op hun tenen te lopen om de klant te behagen. Het gevolg hiervan is dat de kwaliteit regelmatig te wensen overlaat. Veel commerciële software is relatief instabiel met veel beveiligingslekken. Het duurt vaak lang voordat deze worden gedicht. Dit brengt risico,s met zich mee in de omgang met privacy gevoelige gegevens. In een grootschalig onderzoek10 gaven gebruikers van open source software aan dat de belangrijkste redenen om hiervoor te kiezen de stabiliteit en de veiligheid zijn. Deze zijn het resultaat van de constante toetsing van open systemen.

Eventuele fouten («bugs») kunnen snel opgespoord en verholpen worden. Openheid is de beste garantie voor veiligheid. Daarnaast maakt de monocultuur die ontstaat als er maar één leverancier is een systeem kwetsbaar.

In de praktijk treden er bij open software veel minder problemen op dan bij de gesloten software. Op een gegeven moment waren de beveiligingsproblemen met Microsoft servers zelfs zo groot dat onderzoeksbureau Gartner haar klanten adviseerde om deze technologie zo snel mogelijk uit te faseren11. De open software van Apache heeft inmiddels meer dan de helft van de markt in handen.

Amerikaanse defensie kiest voor open software

Vorige maand verscheen een onderzoek12 in opdracht van het ministerie van defensie van de VS. In dat onderzoek werd bekeken wat er zou gebeuren als het ministerie af zou zien van het gebruik van vrije en open source software (FOSS). Een niet geheel denkbeeldige vraag omdat de licentievormen van commerciële leveranciers soms dicht bij een verbod op de meeste vormen van FOSS komen. De conclusie was dat dit voorkomen moet worden en dat het gebruik van open software juist moet worden gepromoot: «...banning FOSS would have immediate, broad, and strongly negative impacts on the ability of many sensitive and security-focused Department of Defence groups to defend against cyberattacs.» Naast veiligheid en kwaliteit wijst het onderzoek ook op de lagere kosten, en het belang van FOSS voor onderzoek en de infrastructuur.

Open is controleerbaar

Door de gesloten broncode is het bovendien onduidelijk wat een programma eigenlijk met de gegevens doet. Zeker in de publieke sector kan dit onacceptabel zijn, bijvoorbeeld bij stemmachines of bij de belastingdienst. Bij een open broncode kan iedereen met verstand van zaken controleren hoe het programma in elkaar zit en wat het precies doet. Het is niet langer een black box waar aan de ene kant gegevens ingaan en aan de andere kant weer gegevens uitkomen. Deze transparantie is voor de publieke sector en de openbaarheid van het bestuur van groot belang.

Open is toegankelijk

Wanneer de publieke sector zich uitlevert aan monopolisten heeft dat gevolgen voor haar toegankelijkheid. De website's van de NS, Gemeente Utrecht of VNG zijn bijvoorbeeld alleen maar goed toegankelijk met de Internet Explorer van het bedrijf Microsoft. Om de belastingdiskette in te vullen, moetje computer draaien op het besturingssysteem Windows.

Een Nederlandse burger die digitaal wil communiceren met zijn overheid moet dus voor vele honderden euro's inkopen doen bij een commercieel bedrijf. Microsoft is een digitale hofleverancier geworden, waar alle burgers hun inkopen moeten doen.

Het niet voldoen aan de open standaarden heeft ook nadelige gevolgen voor bijvoorbeeld visueel gehandicapten. Er bestaat software die de letters vergroot of omzet in spraak. Deze software moet dan natuurlijk wel kunnen lezen wat er op de website staat. Omdat websites, ook van de overheid, vaak niet voldoen aan open standaarden lukt dit niet.

Open standaarden en een open broncode maken de samenwerking van verschillende programma's veel eenvoudiger. Hierdoor zijn websites toegankelijk voor alle browsers. Zo kan ook de gebruiker van het gratis besturingssysteem linux zijn belastingformulier in de toekomst elektronisch invullen. Alle websites die aan open standaarden voldoen, zijn bovendien toegankelijk voor visueel gehandicapten.

Open is flexibel en innovatief

Gesloten standaarden beperken de innovatie en de flexibiliteit van de organisatie. Voor aanpassingen kan de klant maar bij één leverancier terecht: die kan vervolgens zijn prijs vragen en het tempo bepalen. Nee, als voorbeeld de omschakeling van de gulden naar de euro. Voor scholen die rekenprogramma's gebruikten, zou het bij open software hebben volstaan als één leraar één kleine ingreep maakte en die het op het net zette. Nu was men afhankelijk van de goede wil van de leverancier. Een leverancier die heel goed weet dat het voor scholen lastig en duur is om over te schakelen op een concurrent, als er al een alternatief voor handen is.

De gevestigde partijen bepalen ook welke ontwikkelaars wanneer inzicht krijgen in de voor samenwerking onmisbare onderdelen van hun broncode. Dit geeft de leveranciers een groot concurrentievoordeel als zij andere (aanpalende) markten willen betreden. Openheid maakt het veel eenvoudiger om software aan te passen en te vernieuwen. Juist software moet nauw aansluiten bij de wensen en werkwijze van een organisatie. Daarom zijn dergelijke gebruikersinnovaties van groot belang. Het mogelijk maken en toestaan daarvan maakt een snellere verspreiding en innovatie van software mogelijk. Het is opvallend dat innovaties de afgelopen jaren niet ontstonden op plekken waar grote machtsconcentraties zijn (besturingssystemen, webbrowsers, tekstverwerkers). Innovatie ontstond juist waar geen machtsconcentraties waren (mobiele telefonie, internet en palmtops)13.

Open is toekomstvast

De gesloten broncode is ook een gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en de toekomstvastheid van de gegevens. Denk hierbij aan «bit-rot», documenten die er in latere versies van hetzelfde programma niet meer uitzien en zo de gebruiker «verleiden» tot het kopen van een nieuwe versie. Een open standaard voorkomt dit. Een nieuwe versie waarin oude documenten onleesbaar worden, voldoet per definitie niet aan de standaard. Open standaarden garanderen dat programma's met elkaar kunnen blijven praten. Open source software voorkomt bovendien dat bij een faillissement van de leverancier de broncode onvindbaar blijkt.

Open is goedkoop

Verkopers weten dat overstappen heel wat inspanningen van een organisatie vraagt.

Daardoor hebben zij een ruime mate van vrijheid om prijzen en voorwaarden te stellen. Waar dit toe kan leiden, toont de invoering van haar nieuwe licentiebeleid door Microsoft. Hierbij worden afnemers verplicht nieuwe updates te kopen (een abonnementsysteem). Dit is een verkapte manier om de prijzen flink op te schroeven. Begin dit jaar luidden scholen hierover al de noodklok. Volgens sommigen leidt het nieuwe licentiebeleid tot prijsstijgingen van wel 100%14. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) beklaagde15 zich de afgelopen zomer over softwareleveranciers die hun marktmacht gebruiken om «substantieel hogere licentie-inkomsten te genereren.» Er zijn veel aanwijzingen dat open ook goedkoper is. Een recente studie concludeert dat de kosten over een periode van drie jaar voor Linux gebruikers 40% bedragen van Windows en slechts 14% van Sun Microsystem's Solaris16. Het technologisch onderzoeksbureau Forrester schat dat ondernemingen in de VS in 2004 door de toepassing van open software 20% zullen besparen17. De internetboekhandel Amazon.com bespaarde 25% op de ICT-kosten toen het overstapte op Linux. De website voor federale statistieken van het Census Bureau in de VS viel zelfs zevenmaal goedkoper uit door het gebruik van open software18.

Vermoedelijk blijven de koster van open software aanzienlijk lager, zeker op de middellange termijn. Veel is reeds gratis beschikbaar. En dit is een structureel voordeel; éénmaal ontwikkelde software wordt gedeeld en hergebruikt. Niet elke ontwikkelaar hoeft zelf het wiel uit te vinden. Bovendien zal van de open concurrentie verhoudingen19 een prijsverlagend effect uitgaan.

Ook hier gaan echter bepaalde kosten voor de baat uit; omschakelen naar andere software (migratie) kost geld. Dit is echter zeker geen reden om maar niets te doen. Als we nu niks doen, nemen de nadelen en de omschakelkosten alleen maar verder toe. Zeker gezien de grote voordeler die te behalen zijn, is het onverstandig nog langer te dralen.

Open is leerzaam en lokaal

Een bijkomend voordeel van open source software is dat het de nationale ICT-markt versterkt. Bij open software speelt de gebruiker een belangrijke rol in de ontwikkeling.

Hierdoor blijft veel kennis (en geld) voor de eigen economie behouden. Het biedt ook een goede mogelijkheid voor ontwikkelaars om ervaring op te doen en zich te profileren. De openheid en laagdrempeligheid biedt volop kansen voor plaatselijk talent.

En dat alles niet alleen voor de overheid

Uiteindelijk heeft een omslag naar open software ook voordeel voor de private sector. De publieke sector kan zorgen voor voldoende kritische massa om de ontwikkeling en noodzakelijke ondersteuning van open software commercieel interessant te maken. De betere en goedkopere software stimuleert vervolgens direct de economische ontwikkeling in het land.

5. Open is dan ook in opkomst

Bedrijven ontdekken open software...

Een aantal ontwikkelingen heeft er voor gezorgd dat open software wereldwijd behoorlijk in de lift zit. De afgelopen jaren zijn tal van open softwareproducten (Linux, Openoffice, Apache) volwassen geworden. Daarnaast hebben gefrustreerde gebruikers en concurrerende leveranciers open software ontdekt als een breekijzer om een einde te maken aan bestaande machtsposities.

Voorheen fervente tegenstanders als SUN behoren nu tot de grootste supporters. IBM geldt inmiddels als de grootste investeerder. Ook steeds meer ondernemingen gaan over op open software. Recentelijk is bijvoorbeeld de zakenbank Credit Suisse First Boston (CSFB) deels overgestapt op Linux. Het betreft bedrijfskritische programmatuur waarvan het falen het einde van de bank kan betekenen. De technologische topman van de bank zei hierover: «Het belangrijkste is dat we nog geen seconde storing hebben gehad. Daarbij verwerkt de computer de aandelentransacties tweemaal zo snel. De overstap kostte slechts een kwart van een reguliere opknapbeurt.»20

...en buitenlandse overheden

Steeds meer overheden zien het belang van open software en erkennen de rol die ze moeten spelen in de verspreiding daarvan. Bijvoorbeeld Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie hebben initiatieven op dit gebied genomen. Onze Oosterburen zijn zelfs koploper. De Duitse federale overheid financiert de ontwikkeling van open software en onlangs sloot zij een groot contract met IBM voor de inzet van Linux. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken zei daarover: «We verhogen computer veiligheid door een monocultuur te vermijden en we verlagen onze afhankelijkheid van een enkele leverancier». Bij de laatste Bondsdagverkiezingen draaiden de stemmachines op open software. In ontwikkelingslanden is open software al langer gangbaar, simpelweg omdat het geld voor iets anders ontbreekt.

Al met al zijn er op dit moment meer dan 20 landen die de overheid stimuleren of verplichten om open software te gebruiken.

Linux in Extremadura: Linex

De landelijke zuid Spaanse regio Extremadura heeft een positie in de Europese top ingenomen wat betreft open software. De regionale overheid heeft de Spaanse ontwikkelaar Andago de opdracht gegeven voor 180 duizend euro een CD vol open software samen te stellen. Op de CD staat naast een besturingssysteem ook toepassingen als tekstverwerking en een spreadsheet-programma. De overheid investeerde ook in een ontwikkelingscentrum dat maatwerk software ontwikkelde voor boekhouden, de zorgsector en landbouw. De CD is voor alle inwonders gratis verkrijgbaar. Tot op heden zijn er 150 duizend verspreid via scholen, electronicazaken en kranten. Linex wordt door de grote computerdistributeurs nu ook standaard geïnstalleerd op nieuwe computers. Van de website www. linex.org is het programma al meer dan 50 duizend keer gedownload.

De late landen

Verschillende partijen hebben de afgelopen jaren gewezen op de zorgelijke situatie op de markt voor software en het belang van open software21. Recentelijk heeft GroenLinks gevraagd waar de beloofde kabinetsnotitie op dit gebied bleef22. De antwoorden op deze vraag zijn weinig vertrouwenwekkend. Er is weliswaar «brede steun,» voor open standaarden en open software, maar het onderwerp is nog in studie23. Een rapport van de aangestelde kwartiermaker wordt eind dit jaar verwacht. Het gevoel van urgentie lijkt te ontbreken, ambitieuze concrete maatregelen zijn nog niet in zicht. Nederland raakt achterop, de lage landen worden op het gebied van open software de «late landen».

6. Actieplan «Software, open u!»

GroenLinks wil dat de minister van EZ het voortouw neemt bij het doorbreken van de machtspositie die de softwareleveranciers nu innemen. Hij moet dat doen als verantwoordelijk minister voor marktwerking, technologie, innovatie en overheidsaanbestedingen. De publieke sector kan zich aan de wurggreep van de leveranciers ontworstelen door over te schakelen op het gebruik van open software.

De overstap naar een situatie van gesloten naar open software gaat niet van vandaag op morgen. Wel is het zaak niet nodeloos tijd te verspillen. Daarom moet het kabinet per direct de volgende maatregelen in gang zetten.

Koop open

• Vanaf 2006 gebruikt de publieke sector alleen nog maar software die aan open standaarden voldoet.

• Waar mogelijk hebben alternatieven die voldoen aan open standaarden en met een open broncode nu al de voorkeur.

• Waar maximale transparantie noodzakelijk is, moet ook de broncode open zijn.

Ten eerste moet de publieke sector zich opstellen als een kritisch consument, de overheid als launching-customer van open software. Hiervoor is een duidelijke en ambitieuze doelstelling nodig waar alle leveranciers zich op kunnen richten. Vervolgens is het aan de markt om hierop in te spelen. Wie niet meedoet, niet aan de wensen van de klant tegemoet komt, verliest de overheid als klant. Om de industrie de mogelijkheid te geven zich aan te passen en de ondersteuning uit te breiden, geldt 2006 als uiterste datum. Vanaf dan maakt de overheid alleen nog maar gebruik van software die voldoet aan open standaarden. Deze standaarden mogen uitdrukkelijk niet het eigendom van een bedrijf zijn. Ook moet de overheid ten allen tijde de volledige zeggenschap hebben over de controle- en veiligheidsmaatregelen voor haar eigen datastromen. Per direct stelt de overheid open standaarden vast. Deze standaarden worden gebruikt als een belangrijk selectiecriterium bij het inkoopbeleid. Daarnaast heeft software met een openbare broncode, open source software, de voorkeur. Voor software waarvan transparantie vanuit democratisch oogpunt noodzakelijk is (stemmachines, belastingaangifte) is dit verplicht.

Maak open

• Er komt een stimuleringsfonds open source software voor de publieke sector van 1 miljoen euro.

• Eindproducten worden met open broncode onder «copy-left» licentievoorwaarden in het publieke domein geplaatst.

De publieke sector moet ook zelf actief de ontwikkeling van «open source» software stimuleren. GroenLinks wil dat er een stimuleringsfonds komt voor de publieke sector (zorg, onderwijs, overheid). Deze fondsen kunnen (op termijn) budgetneutraal gevoed worden door ze in mindering te brengen op de ICT-budgetten van instellingen. Omdat de kosten voor de baat uitgaan, wil GroenLinks hiervoor in 2003 een bedrag van 1 miljoen euro vrijmaken. Uit deze fondsen kunnen softwareprojecten gefinancierd worden. Voor projecten met een hoge urgentie wordt met ontwikkelaars het eindproduct en tijdspad afgesproken tegen een afgesproken prijs. Het eindproduct komt als open source onder «copy-left» licentievoorwaarden in het publieke domein terecht.

Daarnaast moet de bestaande open source software verder worden ontwikkeld. Bijdragen hieraan komen onregelmatig en onvoorspelbaar binnen. Dit neemt niet weg dat ook hier een financiële stimulans de ontwikkelingen kan versnellen. De verschillende fondsbeheerders bepalen of een bijdrage wordt opgenomen in de software en of daar een vergoeding tegenover staat. De Nederlandse open source gemeenschap moet actief betrokken worden bij deze fondsen. Zij moeten ook vertegenwoordigd zijn bij de fondsbeheerders.

Stimuleer open

• Een kenniscentrum Open Software verzamelt en verspreidt kennis over het gebruik van open software in de publieke sector.

• Indien nodig verleent dit Kenniscentrum ook ondersteuning bij de aankoop en het gebruik van open software.

• Het kenniscentrum ontwikkelt een keurmerk voor open software om het vertrouwen te vergroten.

Om door de negatieve spiraal van «onbekend maakt onbemind» heen te breken, gaat de rijksoverheid actief kennis verzamelen en uitdragen over het gebruik van open software in de publieke sector. Een kenniscentrum annex helpdesk Open Software vervult deze rol totdat de private sector onderdelen hiervan, zoals de ondersteuning, over kan nemen. Het kenniscentrum zal in eerste instantie in kaart brengen wat er allemaal al bestaat. Bovendien zal het kenniscentrum experimenten stimuleren en ondersteuning bieden bij de toepassing hiervan. Samen met de beheerders van de «ontwikkelingspotten» kunnen hiaten in het open softwareaanbod worden opgespoord. Bovendien ontwikkelt het kenniscentrum een, mogelijk in samenwerking met andere Europese landen. Een keurmerk kan helpen om het vertrouwen in open software te versterken. Dat kan weer bijdragen aan een verdere verspreiding daarvan.

Europees waar het Europees kan

Bij al deze maatregelen moet telkens goed gekeken worden wat er al in Europees verband gebeurt24 en/of kan gebeuren. Europa mag echter geen excuus zijn om de zaken maar weer op hun beloop te laten. Een Europese aanpak is handig, maar niet noodzakelijk.

1 Voorzitter Everts van de Netwerk Gebruikersgroep Nederland, in: persbericht «Nieuw Microsoftlicentie programma: 75% van de NGN leden doet niet mee», 13 augustus 2002.

2 NRC Handelsblad, «Software scholen duurder», 18 januari 2000.

3 Volkskrant, «Microsoft ziet zijn winst ruimschoots verdubbelen», 18 oktober 2002.

4 Binnenlands Bestuur, «Gemeenten willen zich ontworstelen aan wurggreep software-leveranciers», 2 augustus 2002.

5 CNET News.com, «Governments push open-source software», 29 augustus 2001.

6 Nederland-ICT, ICT Marktmonitor 2001–2002.

7 «De digitale economie 2002» van het CBS.

8 voor een kritische beschouwing zie: http://home.wanadoo.nl/squell/tcpa-faq.html

9 zie voor een overzicht www.infonomics.nl/FLOSS/report Part III: Basics of open Source Software Markets and Business Models.

10 Zie: www.infonomics.nl/FLOSS/report: Part I: Use of Open Source Software in Firms and Public Institutions.

11 zie: www3.gartner.com/DisplayDocument?doc_cd=101034.

12 The MITRE Corporation Use of Free and Open Source Software (FOSS) in the U>S> Department of Defense, October 28 2002.

13 «Giving the invisible hand a helping hand», in: the Economist, 9 november 2002.

14 persbericht NGN «Nieuw Microsoft licentie programma: 75% van de NGN-leden doet niet mee», 13 augustus 2002.

15 Persbericht VNG «Leveranciers software jagen gemeenten op kosten», 29 juli 2002.

16 http://linuxtoday.com/news_ story.php3?ltsn=2002-10-08-019-26-NW-BZ-MR

17 in: «Out in the open», Economist Software Survey, 12 april 2001.

18 «Open source fight flares at Pentagon», Washington Post, 23 mei 2002.

19 OCFEB, Marktwerking en nieuwe ICT-markten, november 2000.

20 «Linux laat obscuur imago achter zich», Financieel Dagblad, 20 augustus 2002.

21 Kamervragen van de leden Lambrechts en Bakker (D66), 4 september 2001, Pitstra (GroenLinks), 25 september 2001, Voûte-Droste (VVD ) en Bakker (D66), 3 oktober 2001, van Bommel (SP), 23 januari 2002.

22 Kamervraag Vendrik (GroenLinks) 25 juni 2002.

23 antwoord op de schriftelijke vraag van Vendrik (GroenLinks) 25 juni 2002.

24 http://www.cordis.lu/ist/ka4/tesss/impl_free. htm