Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor, aan de orde te stellen in de vergaderingen van 10, 11 en
12 maart:
Ik stel voor, aan de orde te stellen in de vergaderingen van 17, 18 en
19 maart:
- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie
en enige andere wetten (25695);
- het wetsvoorstel Wijziging van de
Huursubsidiewet in verband met het aan burgemeester en wethouders toedelen
van de bevoegdheid een bijzondere bijdrage in de huurlasten toe te kennen
(vangnetregeling huursubsidie) (25817);
- het wetsvoorstel Wijziging
van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
en de Coördinatiewet Sociale Verzekering (aanpassing heffing terzake
van aandelenoptierechten) (25721);
- het wetsvoorstel Aanpassing van
de Wet vervoer binnenvaart aan richtlijn nr. 96/75/EG (liberalisering van
de binnenvaart) (25412);
- de brief van de ministers van Justitie
en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport inzake aanpassing meldingsprocedure
euthanasie (23877, nr. 16);
- het wetsvoorstel Invoeringswet Boek
4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, eerste gedeelte
(wijziging van Boek 4) (17141) (plenaire afronding).
Ik stel voor, aan de orde te stellen in de vergaderingen van 24, 25 en
26 maart:
- het wetsvoorstel Aanpassing van het fiscale procesrecht
aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere
wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (25175);
- het wetsvoorstel
Privatisering Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Wet privatisering FVP)
(25745);
- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting
1969 en van enige andere belastingwetten in verband met de fiscale begeleiding
van de overgang van vermogen onder algemene titel bij rechtspersonen op de
voet van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (25709).
Ik stel voor, aan de orde te stellen in de vergaderingen van 31 maart
en 1 en 2 april:
- het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 17 mei
1994 te Parijs tot stand gekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden
en de Franse Republiek inzake personencontrole op de luchthavens op Sint Maarten
(Trb. 1994, 144) (24074, R1531).
Ik stel voor, de stukken 23619, nr. 12, 24243, nr. 7, 24244, nr. 7, 24587,
nr. 24, 24787, nr. 30, 25600-VIII, nr. 64, en 25600-XVI, nr. 54 voor kennisgeving
aan te nemen.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Lilipaly.
De heer Lilipaly (PvdA):
Voorzitter! Om 15.00 uur begint de vergadering van de vaste commissie
voor Verkeer en Waterstaat over het natuurherstelplan Westerschelde. Ik sluit
niet uit dat een verlenging zal moeten plaatsvinden in deze zaal. Ik verzoek
u dan ook om daarvoor tijd in te ruimen.
De voorzitter:
Ik stel voor, zo de agenda dit vandaag toelaat, om dit debat, zo de behoefte
eraan ontstaat, toe te voegen aan de agenda van vandaag. Het hangt van de
collega's af of de ruimte daarvoor beschikbaar komt.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van Nieuwenhoven.
Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA):
Voorzitter! Vanochtend heeft collega Middel namens de PvdA-fractie in
het algemeen overleg over de geestelijke gezondheidszorg het woord gevoerd.
Namens hem in het bijzonder en natuurlijk namens de gehele PvdA-fractie verzoek
ik u om het verslag van dit algemeen overleg op de agenda
te zetten. Enig nadenken heeft bij ons tot de overweging geleid dat dit na
10 maart kan, maar dan wel graag zo snel mogelijk.
Intussen wil ik via u de minister in kennis stellen van het feit dat zij
niet kan doorgaan met voorbereidende handelingen voor een mogelijk besluit,
voordat dit debat met de Kamer heeft plaatsgevonden.
De voorzitter:
Wat het verzoek betreft, er was al ruimte gereserveerd op de agenda voor
vandaag, maar wij schuiven dat dus door.
Wat de laatste opmerking betreft stel ik voor, het stenografisch verslag
van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Verhagen.
De heer Verhagen (CDA):
Mijnheer de voorzitter! Gisteren hebben een aantal collega's van andere
partijen schriftelijke vragen gesteld over TV West. Gelet op de urgentie van
de zaak wil ik u vragen om aan te dringen op een spoedig antwoord. Gelet op
het feit dat er geen publiek alternatief is in Zuid-Holland, vraag ik u of
staatssecretaris Nuis meteen kan ingaan op de vraag of hij in overleg wil
treden met de provincie Zuid-Holland om de mogelijkheden voor een publieke
regionale televisie in Zuid-Holland te bezien. Dus in aanvulling op de vragen
die gesteld zijn, vraag ik hem om een snelle beantwoording en verzoek ik hem
in overleg te treden met de provincie Zuid-Holland.
De voorzitter:
Ik stel voor, het stenografisch verslag van dit deel van de vergadering
door te geleiden naar het kabinet.