Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor, donderdag na de middagpauze te beslissen over het voorstel
van de fractie van de VVD, de wens te kennen te geven dat de voorgenomen oprichting
van het waarborgfonds zorgsector een voorafgaande machtiging bij wet behoeft.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Rosenmöller.
De heer Rosenmöller (GroenLinks):
Voorzitter! Eind vorige week meldde een aantal kranten dat er een rapport
van het Centraal planbureau in de pijplijn zit dat nogal kritisch zou zijn
over de loonkostensubsidies die minister Melkert beschikbaar heeft gesteld
om langdurig werklozen aan de slag te helpen. Die loonkostensubsidies zouden
onvoldoende terechtkomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn.
Voorzitter! Wij zouden graag via u de regering – ik kijk haar zo
ongeveer in de ogen – willen vragen te bevorderen dat dit rapport van
het Centraal planbureau, inclusief een reactie van het kabinet, vóór
de behandeling van de begroting bij de Kamer zou kunnen zijn. Ik stel die
vraag mede tegen de achtergrond van het feit dat wij schriftelijke vragen
hebben kunnen stellen, maar dat de regering daar stelt dat dit in december
komt. Vandaar dat ik nog eens met de nodige urgentie via u dat verzoek in
de richting van de regering zou willen doen.
De voorzitter:
Ik zie alleen maar collega's ja knikken, ter bevestiging van het verzoek.
Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden
naar het kabinet.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Reitsma.
De heer Reitsma (CDA):
Voorzitter! De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft een
brief naar de Kamer gestuurd over een motie die hier, in de Tweede Kamer,
is aanvaard, ertoe strekkende een onderzoekslocatie te Haren open te houden.
De minister heeft in de brief geschreven dat hij de motie niet wenst uit te
voeren. Mijn fractie heeft daarom behoefte om deze brief plenair op de agenda
te plaatsen.
De heer Ter Veer (D66):
Mijnheer de voorzitter! Ik dacht begrepen te hebben dat er een korte heropening
van de begrotingsbehandeling zou komen en dat wij in die zin in de procedurevergadering
van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erover hadden
besloten, ook in aanwezigheid van iemand van de fractie van het CDA, maar
die zie ik nu nee schudden. In ieder geval was dat wel onze bedoeling en is
dit dus ook mijn voorstel bij dezen.
De heer Woltjer (PvdA):
Mijnheer de voorzitter! Ik zou mij graag willen aansluiten bij wat collega
Ter Veer al heeft gezegd. Het is inderdaad de bedoeling – ik had er
nog even Voorzitteroverleg met u over willen voeren – om het debat over
de landbouwbegroting nog even kort te herope nen. Dan zou ook
deze brief aan de orde kunnen komen.
Mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven (CDA):
Voorzitter! Er is bij nader inzien binnen de vaste commissie voor Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij besloten om die twee thema's los te koppelen. We
kunnen ze na elkaar behandelen, maar wij hebben toch gemeend om het onderwerp
AB-DLO naar voren te halen en niet te wachten op de heropening.
De heer Reitsma (CDA):
Voorzitter! Het lijkt mij correct weergegeven wat mevrouw Van Ardenne
zegt. Dat is ook een nader besluit in de vaste commissie geweest. Bovendien
betreft dit een verslag van een algemeen overleg dat losstond van de begroting.
Het lijkt me ook redelijk dat het onderwerp los behandeld wordt van de begroting,
omdat een aantal fracties in de situatie zit dat zij bij de behandeling van
de begroting van Landbouw geen spreektijd meer hebben en dan zouden zij überhaupt
hier niet over kunnen spreken. Maar het hoort ook niet bij de begroting.
De voorzitter:
De vraag is nu even, wat te doen. Er is blijkbaar een verschillende interpretatie
van datgene wat in de procedurevergadering LNV besproken is. Zou het onder
de huidige omstandigheden niet het beste zijn het even terug te verwijzen
naar de vaste commissie, om dan morgen bij de regeling de zaken af te concluderen?
Mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven (CDA):
Voorzitter! Nader beraad aan deze kant levert op dat we het inderdaad
kunnen aanpakken zoals de heer Reitsma dit voorstelt. Deze zaak is in de laatste
procedurevergadering afgeconcludeerd.
De voorzitter:
Als dat het geval is – de besluitvorming in dit huis gaat soms zeer
snel – rest mij niet anders dan te concluderen dat ik een gaatje moet
zoeken in de agenda om dit erop te plaatsen. Het aantal gaatjes is echter
gering en de omvang van de gaatjes is ook gering, maar ik zal mijn best doen.