Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 15, pagina 735-736

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetvoorstel Wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (30452).

(Zie vergadering van 9 december 2008.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Vliegenthart (SP):

Voorzitter. Vorige week hebben wij uitgebreid met de minister van gedachten gewisseld over de RBML. Mijn fractie kijkt terug op een boeiend debat. De komende tijd zullen wij meerdere malen met de minister van gedachten wisselen, naar aanleiding van zowel het besluit burgerluchtvaart als de Luchthavennota.

De minister heeft ons gevraagd om onze afweging niet licht te maken. Dat heeft mijn fractie ook niet gedaan. De minister heeft een belangrijke toezegging gedaan over de motie-Haverkamp. Die blijft tot de bespreking van de Luchtvaartnota buiten werking. Daarnaast heeft hij toegezegd, nader te bezien in hoeverre de rechtsbescherming in een toekomstig luchthavensysteem in overeenstemming is met het Verdrag van Aarhus. Daarbij zal hij de Raad van State om advies vragen. Ook dat is winst.

Er blijft echter veel mist hangen rond dit wetsvoorstel. De RBML is in veel opzichten een lege huls. Er mist een beleidsinhoudelijke component. Tijdens de parlementaire werdegang is het wetsvoorstel 180 graden gedraaid: van een wet die decentralisatie regelde naar een wet die centralisatie regelt. Ook blijft onduidelijk wat op langere termijn precies de rechtsbescherming voor omwonenden is. De motie-Haverkamp blijft als een zwaard van Damocles boven de wet hangen. Het is mijn fractie daarnaast niet duidelijk geworden wat precies de bezwaren zijn tegen het verlengen van de SBL, om een logischere volgorde van behandeling mogelijk te maken.

Dit alles afwegende, ben ik van mening dat het voorliggende wetsvoorstel niet voldoet aan de criteria van een goede wet. Er is te veel onduidelijk gebleven. De gehanteerde volgorde van vorm voor inhoud maakt het niet mogelijk om de consequenties van dit wetsvoorstel te doorgronden. Mijn fractie zal daarom tegen het wetsvoorstel stemmen.

De heer Hofstra (VVD):

Voorzitter. Er is bij dit wetsvoorstel in het "voren" gepraat, namelijk over de Luchtvaartnota die nog niet is verschenen. Desondanks zal de VVD-fractie voor het wetsvoorstel stemmen. Ten eerste leidt het wetsvoorstel tot een versimpeling van de regelgeving, zoals de minister duidelijk heeft gemaakt. Wij zijn voor minder stroop. Ten tweede willen wij een gezonde ontwikkeling van de luchtvaart in Nederland bevorderen. In dat kader zijn een rijksstatus en rijksbeleid voor Schiphol, maar ook voor de luchthavens in Groningen, Twente, Lelystad, Rotterdam, Eindhoven en Maastricht, ten zeerste gewenst. Daarom stemmen wij voor. Wij zien met veel belangstelling uit naar de luchtvaartnota.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. De fractie van D66 en de OSF vinden dat deze wet iedereen op het verkeerde been zet. Het gaat niet om decentralisatie, maar om centralisatie. Uiteindelijk opent deze wet de mogelijkheid om te komen tot één luchtvaartsysteem. Wat je daar ook van moge denken, dat debat hoort niet exclusief in deze Kamer thuis. Het is een debat dat de samenleving moet gaan voeren, naar aanleiding van de Luchtvaartnota die in het voorjaar 2009 gaat verschijnen. Deze gang van zaken is een omkering van de goede volgorde, en dat heeft ertoe geleid dat de fractie van D66 en de OSF tegen deze wetswijzigingen zijn.

De heer Koffeman (PvdD):

Voorzitter. De Luchthavennota is keer op keer uitgesteld, nu al negen maanden lang. Het duurt nog drie maanden voordat die nota verschijnt. Het lijkt mij niet verstandig om een wet in te voeren vooruitlopend op de Luchthavennota, ook niet wanneer je de motie-Haverkamp een aantal maanden buiten werking stelt. Op het moment dat de Luchthavennota bediscussieerd is en daar regelgeving uit voortvloeit, kan deze wet niet meer worden teruggedraaid. Een wet moet je pas aannemen op het moment dat je de consequenties kent. Die consequenties kennen wij nu nog niet. Daarom zal ik tegen de wet stemmen.

De heer Laurier (GroenLinks):

Voorzitter. Aanvankelijk ging het in dit wetsvoorstel om decentralisatie, het op provinciaal niveau brengen van de verantwoordelijkheden voor regionale vliegvelden. Uiteindelijk ging het bij de behandeling van de wet over een luchtvaartsysteem waarvan de contouren allesbehalve duidelijk zijn. Klaarblijkelijk vindt de behandeling van deze wet in dat kader plaats. Wij zijn van mening dat eerst over het luchtvaartsysteem als zodanig zou moeten worden gepraat, voordat je daarvoor wettelijke kaders schept. Wij zullen dan ook tegen stemmen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, D66, de OSF, de PvdD en de Fractie-Yildirim tegen dit wetvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.