Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 15, pagina 735

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetvoorstel Wijziging van de Monumentenwet 1988 in verband met onder meer beperking van de ministeriële adviesplicht bij aanvragen om een monumentenvergunning (31345), en over:

- de motie-Asscher c.s. over de verhoging van de subsidies aan de stadsherstellichamen met de vennootschapsbelastingheffing over die lichamen (31345, letter H).

(Zie vergadering van 9 december 2008.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf over het wetsvoorstel.

De heer Slager (SP):

Voorzitter. Vorige week hebben wij duidelijk gemaakt dat wij grote twijfels hebben over dit wetsvoorstel. Twijfels omdat in feite de mogelijkheid wordt geblokkeerd om een monumentaal pand van voor 1940 voor te dragen als rijksmonument. En twijfels vanwege de slordige manier waarop de advisering van de monumentenzorg wordt ingevoerd, nu blijkt dat veel gemeenten er nog niet voor zijn toegerust.

De minister heeft op heel korte termijn, binnen een week, op allerlei terreinen waarop hij vorige week toezeggingen had gedaan, de zaken op een rijtje gezet en aan ons doen toekomen. Daarvoor heel hartelijk dank. Dit is een voorbeeld voor zijn collega-ministers. Misschien moet hij het een keer aankaarten. Het heeft mijn fractie in elk geval in een goede stemming gebracht. Met al deze toezeggingen zijn er te veel twijfels om tegen te stemmen: het is wel geen half ei maar het is ook geen lege dop. Wij geven het wetsvoorstel daarom het voordeel van de twijfel, en daarmee ook de minister op het gebied van de monumentenzorg.

De heer De Boer (ChristenUnie):

Voorzitter. Tijdens de plenaire behandeling van dit wetsvoorstel van vorige week hebben onze fracties hun zorg uitgesproken over de wijze waarop aan de bescherming van rijksmonumenten wordt geknabbeld. De antwoorden van de minister hebben ons niet geheel gerustgesteld. Met name de relatie met de ruimtelijke ordening blijft een belangrijk aandachtspunt. Wel heeft de minister nadrukkelijk uitgesproken dat hij wil opkomen voor de bescherming van ons erfgoed; dat waarderen wij. Naar het zich laat aanzien, zal in 2009 de discussie worden gevoerd over de modernisering van de Monumentenwet, waarbij een breed debat over het beleid kan plaatsvinden. In zijn brief van vrijdag jongstleden heeft de minister de gedane toezeggingen nadrukkelijk verwoord. Onze fracties zullen daarom voor deze eenvoudige wijziging van de Monumentenwet stemmen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Ik geef de heer Asscher het woord over zijn motie.

De heer Asscher (VVD):

Voorzitter. Aangezien in de behandeling van het Belastingplan enkele vragen over dit onderwerp zijn gesteld aan de staatssecretaris van Financiën, wil ik de motie graag een week aanhouden.

De voorzitter:

De motie wordt aangehouden tot volgende week.