Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2026, 32991 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Buitenlandse Zaken | Staatscourant 2026, 32991 | advies Raad van State |
Afdeling Verdragen
BZ2629478
’s-Gravenhage, 22 juni 2026
Aan de Koning
Nader rapport inzake de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Kirgizische Republiek betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende (Terug- en Overnameovereenkomst), met Uitvoeringsprotocol met Bijlagen; Brussel, 18 juni 2025 (Trb. 2025, 83)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 22 januari 2026, no.2026000102, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk haar advies inzake de bovenvermelde overeenkomst rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 4 maart, nr. W02.26.00037/II/K, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft U hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 22 januari 2026, no.2026000102, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Kirgizische Republiek betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen (Terug- en Overnameovereenkomst), met Uitvoeringsprotocol met Bijlagen; Brussel, 18 juni 2025 (Trb. 2025, 83), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten over te leggen.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk,
Th.C. de Graaf
De overeenkomst geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in de toelichtende nota enkele verduidelijkingen aan te brengen met betrekking tot de toelichting op artikel 3 omtrent de overname van onderdanen van een derde Staat en staatloze personen.
Ik verzoek U, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen de overeenkomst vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten.
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen.
No. W02.26.00037/II/K
's-Gravenhage, 4 maart 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 22 januari 2026, no.2026000102, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Kirgizische Republiek betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen (Terug- en Overnameovereenkomst), met Uitvoeringsprotocol met Bijlagen; Brussel, 18 juni 2025 (Trb. 2025, 83), met toelichtende nota.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen opmerkingen over het verdrag.
De Afdeling adviseert het verdrag aan de beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten over te leggen.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk, Th.C. de Graaf.
Migranten die niet in Nederland mogen verblijven en dus vertrekplichtig zijn, dienen terug te keren naar hun land van herkomst. Om dit te bereiken wordt ingezet op het realiseren en onderhouden van een goede samenwerking op het gebied van migratie met herkomstlanden. Binnen het terugkeerbeleid wordt er naar gestreefd terug- en overnameverdragen te sluiten met herkomstlanden van immigranten. Hierbij gaat het in de eerste plaats, maar niet uitsluitend, om de landen van herkomst die in het kader van dat beleid als prioritaire migratielanden zijn aangemerkt. In terug- en overnameverdragen worden afspraken gemaakt over de overname van eigen vertrekplichtige onderdanen. De praktijk leert dat dergelijke afspraken onder andere leiden tot kortere terugkeerprocedures en bijdragen aan het realiseren van meer terugkeer.
Op 18 juni 2025 is de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende personen tot stand gekomen.
Het Verdrag, met Uitvoeringsprotocol met Bijlagen, regelt de verplichtingen over en weer tussen de Benelux-staten enerzijds en Kirgizië anderzijds in het kader van de terugname van eigen onderdanen dan wel de overname van onderdanen van andere staten die niet of niet langer rechtmatig verblijven op het grondgebied van één van de verdragsluitende partijen. Het gaat daarbij om de procedures, bewijsregels en termijnen voor het vaststellen van de nationaliteit van betrokkene, het aanvragen van eventueel benodigde vervangende reisdocumenten en regels betreffende daadwerkelijke terugkeer. Hoewel de terugkeersamenwerking met Kirgizië thans redelijk goed verloopt, was er nog geen sprake van een juridisch bindend instrument. De verwachting is dat dit Verdrag het terugkeerproces tussen Kirgizië en Nederland verder verbetert. België heeft namens de Benelux-staten de onderhandelingen over de terug- en overnameovereenkomst met Kirgizië geleid.
Terug- en overnameverdragen waarbij het Koninkrijk der Nederlanden partij is of waaraan Nederland als lid van de Europese Unie is gebonden, worden gesloten op verschillende niveaus.
Het verdragsrechtelijke kader inzake terug- en overname wordt vormgegeven door de Europese Unie en door het gezamenlijke optreden van de Benelux-staten. De Benelux-staten sluiten gezamenlijk terug- en overnameverdragen op grond van de op 11 april 1960 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied.1 De Benelux-staten bepalen in overleg met elkaar met welke herkomstlanden onderhandelingen worden geopend en welke van de Benelux-staten daarin het voortouw neemt. Daarbij is de omvang van de terugkeerproblematiek in de drie landen mede bepalend. De terug- en overnameverdragen die in Benelux-verband worden gesloten, gaan in de regel vergezeld met een uitvoeringsprotocol waarin specifieke uitvoeringsbepalingen zijn opgenomen. Het uitvoeringsprotocol wordt eveneens door de Benelux-staten gezamenlijk met de verdragspartner overeengekomen. De Benelux heeft tot nu toe terug- en overnameovereenkomsten gesloten met Albanië, Armenië, Belize, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Duitsland, Estland, Frankrijk, Hongarije, Kazachstan, Kosovo, Kroatië, Letland, Litouwen, Mongolië, Noord-Macedonië, Oostenrijk, Roemenië, Servië, Slovenië, Slowakije, Suriname en Zwitserland.2
Daarnaast is het Europese deel van Nederland gehouden aan overnameovereenkomsten die de Europese Unie sluit. De Europese Unie is bevoegd tot het sluiten van dergelijke verdragen op grond van artikel 79, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), volgens de procedure zoals bepaald in artikel 218 VWEU.3 Op grond van artikel 218 VWEU verleent de Raad van de Europese Unie de Europese Commissie op haar voorstel een mandaat om onderhandelingen te openen met bepaalde landen. Bij de keuze van deze landen baseert de Raad zich onder meer op criteria als migratiedruk uit het desbetreffende land en de geografische ligging ten opzichte van het grondgebied van de Europese Unie. De Europese Unie heeft tot nu toe EU-overnameovereenkomsten gesloten met Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Bosnië-Herzegovina, Georgië, Hongkong, Kaapverdië, Macau, Noord-Macedonië, Moldavië, Montenegro, Oekraïne, Pakistan, de Rusland, Servië, Sri Lanka en Turkije.4 In 2020 is een EU-overnameovereenkomst gesloten met Belarus,5 maar deze overeenkomst heeft Belarus in oktober 2021 opgeschort. Zolang de Europese Unie geen gebruik maakt van haar bevoegdheid een EU-overnameovereenkomst te sluiten, blijven de lidstaten bevoegd dat zelf, op bilateraal, of zoals in het geval door de Benelux-staten op multilateraal niveau, te doen.
Nederland sluit de uitvoeringsprotocollen in Benelux-verband, ingevolge de eerdergenoemde Overeenkomst inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux gebied. Het uitvoeringsprotocol biedt de partijen de mogelijkheid nadere afspraken te maken over de praktische uitvoering van de in de terug- en overnameovereenkomst overeengekomen bepalingen en over de concrete samenwerking tussen de uitvoerende diensten die hiervoor verantwoordelijk zijn. Er zijn tot nu toe uitvoeringsprotocollen gesloten met Albanië, Armenië, Bosnië-Herzegovina, Georgië, Moldavië, Montenegro, Noord-Macedonië, Oekraïne, Rusland6 en Servië.7
De terug- en overnameovereenkomsten beogen de feitelijke uitzetting van vreemdelingen, ten aanzien van wie op basis van het nationale recht de verplichting bestaat om een lidstaat te verlaten, te vergemakkelijken. Voor Nederland wordt de uitoefening van de bevoegdheid om vreemdelingen op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uit te zetten aanzienlijk vergemakkelijkt, wanneer de aangezochte Staat erkent onder bepaalde omstandigheden tot terug- of overname verplicht te zijn. Het Verdrag met Kirgizië bevat de voorwaarden waaronder de partijen gehouden zijn eigen onderdanen terug te nemen. Ook bevat het Verdrag procedurele bepalingen met betrekking tot het indienen en beantwoorden van een verzoek voor terug- of overname. Het Verdrag regelt naast de terugname van eigen onderdanen ook de overname van onderdanen van derde landen. Het Verdrag regelt voorts de voorwaarden waaronder en de wijze waarop partijen gehouden zijn de doorgeleiding over elkaars grondgebied toe te staan van naar derde landen te verwijderen personen.
In het onderhavige uitvoeringsprotocol worden vooral de procedurele bepalingen uit de het Verdrag, die door de uitvoerende diensten van de verdragsluitende partijen dienen te worden gevolgd, nader uitgewerkt. Zo worden in het uitvoeringsprotocol nadere afspraken gemaakt over de termijnen die in acht dienen te worden genomen in het kader van een terug- en overnameverzoek, de wijze van transport, de vergoeding van gemaakte kosten en de handelwijze bij doorgeleiding over elkaars grondgebied. Met de nadere uitwerking van de door de Benelux-Staten en Kirgizië gemaakte afspraken wordt beoogd de concrete afhandeling van een terug- en overnameverzoek verder te bespoedigen.
Naar het oordeel van de regering kunnen artikel 13 van het Verdrag inzake gegevensbescherming, alsmede artikel 12, derde lid, van het Uitvoeringsprotocol inzake het beperken van de bevoegdheden van de begeleider tot zelfverdediging en het in voorkomend geval op kunnen treden op het grondgebied van de aangezochte Staat worden aangemerkt als een ieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Deze bepalingen kunnen rechtstreeks de rechtspositie van particulieren beïnvloeden.
Het verdrag is van toepassing op het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. Het wordt eveneens wenselijk geacht het Verdrag uit te breiden tot het Caribische deel van Nederland. Overeenkomstig artikel 19 van het Verdrag kan het toepassingsgebied van het Verdrag worden uitgebreid tot Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) van Nederland. De regering van Aruba, de regering van Sint Maarten en de regering van Curaçao achten medegelding wenselijk. De goedkeuring van het verdrag wordt dan ook voor het gehele Koninkrijk gevraagd.
Hieronder worden de artikelen uit de terug- en overnameovereenkomst toegelicht.
Artikel 1 definieert de belangrijkste begrippen van het verdrag. Zo wordt onder andere het grondgebied van de Benelux-Staten, waarbij wordt aangegeven dat het gaat om de grondgebieden in Europa van de Benelux-Staten, alsmede Kirgizië omschreven. Op basis van artikel 19 kan de werking van het Verdrag worden uitgebreid tot het Caribische deel van Nederland en de andere landen van het Koninkrijk.
Dit artikel bepaalt wanneer er een verplichting bestaat tot terugname van eigen onderdanen. Er is sprake van een dergelijke verplichting indien betrokkene niet of niet langer aan de voorwaarden voor toegang tot of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij voldoet en indien kan worden bewezen dan wel aannemelijk kan worden gemaakt dat betrokkene de nationaliteit heeft van de aangezochte Partij. Deze verplichting geldt in de regel ook indien betrokkene de nationaliteit of het staatburgerschap is kwijtgeraakt. Op grond van het vierde lid van dit artikel zal de aangezochte partij de noodzakelijke reisdocumenten verstrekken voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon.
Dit artikel bepaalt wanneer er een verplichting bestaat tot overname van onderdanen van een derde staat (een staat die geen Benelux-staat en niet Kirgizië is) en staatlozen. Deze verplichting bestaat wanneer een onderdaan van een derde Staat of staatloze niet of niet langer aan de voorwaarden voor toegang tot of verblijf op het grondgebied van de verzoekende partij voldoet en aangetoond kan worden dat onderdaan van een derde Staat of staatloze in het bezit is van een geldige verblijfstitel afgegeven door de aangezochte Staat of bij inreis op het grondgebied van de verzoekende Staat in het bezit was van een geldige verblijfstitel afgegeven door de aangezochte Staat.
Artikel 4 legt vast welke gegevens bij een indiening van verzoek tot terugname dienen te worden overgelegd. Indien betrokkene beschikt over een geldig reisdocument en, indien van toepassing, een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning van de aangezochte Partij, hoeft er geen verzoek voor de overdracht te worden gedaan.
In artikel 5 wordt verwezen naar het Uitvoeringsprotocol voor een opsomming van de bewijsmiddelen waarmee de nationaliteit van een eigen onderdaan kan worden bewezen, dan wel aannemelijk kan worden gemaakt. Indien geen van de bewijsmiddelen kan worden overgelegd, kan de aangezochte Partij worden gevraagd om de nodige maatregelen te nemen om de nationaliteit van de betrokkene vast te stellen. Tevens kan de aangezochte Partij worden verzocht een interview af te nemen met betrokkene om te bepalen of betrokkene een eigen onderdaan is.
In artikel 6 wordt verwezen naar het Uitvoeringsprotocol voor een opsomming van de bewijsmiddelen waarmee kan worden aangetoond dat is voldaan aan in artikel 3 genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat en staatlozen.
In dit artikel worden de termijnen vastgelegd voor de verschillende procedurestappen. Een verzoek tot terugname kan te allen tijde worden ingediend. Een verzoek tot overname van een derdelander dan wel staatloze moet worden ingediend binnen één jaar nadat duidelijk is geworden dat betrokkene niet (langer) aan de voorwaarden voor toegang tot of verblijf op het grondgebied van de andere partij voldoet. Een aangezochte Partij dient onverwijld en uiterlijk binnen 30 dagen op het verzoek te antwoorden. Indien binnen deze termijn geen antwoord wordt ontvangen, wordt aangenomen dat met het verzoek wordt ingestemd. Nadat de instemming met het verzoek om terugname is gegeven, kan de overdracht naar de aangezochte partij, binnen 6 maanden, plaatsvinden. Als de aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen 5 werkdagen na de datum van instemming met de terugname verstrekt, dan kan de overdracht naar de aangezochte Partij plaatsvinden met gebruikmaking van een door de verzoekende Staat af te geven reisdocument.
Artikel 8 legt de werkwijze bij de feitelijke overdracht vast. De aangezochte Partij wordt over een ophanden zijnde overdracht geïnformeerd. In principe wordt gebruik gemaakt van het vliegtuig, evenwel worden overdrachten via het land of de zee niet uitgesloten.
Artikel 9 legt de afspraken vast voor het geval dat achteraf blijkt dat ten onrechte met een terug- of overnameverzoek is ingestemd. In het artikel is opgenomen dat de verzoekende partij een persoon terugneemt indien na overdracht van deze persoon alsnog blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden die opgenomen zijn in artikelen 2 en 3.
Artikel 10 ziet op doorgeleiding. Doorgeleiding van derdelanders over elkaars grondgebied is mogelijk indien directe overdracht aan het land van bestemming niet mogelijk is. Voorts zijn enkele situaties vastgelegd waarin de doorgeleiding kan worden geweigerd.
Artikel 11 legt vast welke gegevens bij indiening van een doorgeleidingsverzoek dienen te worden overgelegd. Ook dient de aangezochte Partij op verzoek ondersteuning te verlenen aan de doorgeleiding, met name door het houden van toezicht.
De kosten die voortvloeien uit de terug- en overname of doorgeleiding, evenals uit onterechte terug- of overname, komen ten laste van de verzoekende Partij.
Dit artikel ziet op het rechtmatig omgaan met persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten van de aangesloten staten conform de bepalingen van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en van de nationale wetgeving van de respectieve staten van de Benelux-staten aangenomen op grond van deze verordening.
De terug- en overnameovereenkomst doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de verdragspartijen die voortvloeien uit andere internationale overeenkomsten.
In dit artikel wordt uitgelegd waarom een Comité van deskundigen, met leden van elk van de aangesloten Staten, is opgezet en er wordt uitgelegd wat diens taken zijn. Dit Comité van deskundigen zal zorg dragen voor het verlenen van bijstand bij de toepassing van dit Verdrag. Daartoe zal het toezicht houden op de toepassing van dit Verdrag door de Partijen, voorstellen doen om problemen met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag op te lossen, wijzigingen en aanvullingen op dit Verdrag voorstellen en passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerken en aanbevelen. De Partijen behouden zich het recht om de door het Comité van Deskundigen voorgestelde maatregelen goed te keuren of af te wijzen.
In dit artikel wordt bepaald dat geschillen over de interpretatie of uitvoering van het Verdrag in onderlinge overeenstemming door middel van overleg worden beslecht.
In dit artikel wordt bepaald dat dit Verdrag in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen kan worden gewijzigd en aangevuld. Wijzigingen en aanvullingen, die een integrerend deel van het Verdrag vormen, worden opgesteld in de vorm van afzonderlijke protocollen, die in Nederland parlementair goedgekeurd dienen te worden, voordat ze in werking kunnen treden.
Op de dag van ondertekening van het Verdrag is tevens een Uitvoeringsprotocol tot stand gekomen. Op basis van artikel 18 bevat het Uitvoeringsprotocolprotocol praktische bepalingen voor de uitvoering van het Verdrag, zoals de benoeming van de bevoegde autoriteiten, de te benutten grensposten, vaststelling van de bewijsmiddelen en de voorwaarden waaronder en de wijze waarop begeleiding plaatsvindt van terug of over te nemen of door te geleiden personen. Het Uitvoeringsprotocol, dat hierbij eveneens ter goedkeuring wordt voorgelegd, betreft uitsluitend de uitvoering van het Verdrag, zodat eventuele wijzigingen ervan op grond van artikel 7, aanhef en onderdeel b, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen geen parlementaire goedkeuring behoeven, behoudens het bepaalde in artikel 8, tweede lid, van die Rijkswet.
Bij het Uitvoeringsprotocol is een zestal bijlagen gevoegd: formulieren die ten behoeve van de terug- en overnameprocedure door de bevoegde instanties gebruikt worden. Wijziging van deze bijlagen, waarvan de inhoud van uitvoerende aard is ten opzichte van de bepalingen van het Uitvoeringsprotocol waar de bijlagen onderdeel van vormen, behoeft op grond van artikel 7, aanhef en onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, geen parlementaire goedkeuring, tenzij de Staten-Generaal zich thans het recht tot goedkeuring ter zake voorbehouden.
Volgens artikel 19 kan de werking van het verdrag worden uitgebreid naar Aruba, Curaçao, Sint Maarten en naar Caribisch Nederland.
In artikel 20 is bepaald dat het Benelux-secretariaat de depositaris van de overeenkomst is.
In artikel 21, eerste lid, is neergelegd dat het Verdrag in werking treedt op de eerste dag van de tweede maand nadat alle ondertekenende staten aan de depositaris hebben laten weten dat zij de nationale goedkeuringsprocedures hebben afgerond. Artikel 21, tweede lid, bepaalt dat dit Verdrag pas in werking kan treden na de datum van inwerkingtreding van de op 18 juni 2025 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke paspoorten en officiële/dienstpaspoorten (Trb. 2025, 82 heruitgave).
De letterlijke bewoording van artikel 21, derde lid, lijkt in tegenspraak te zijn met artikel 21, eerste lid. Artikel 21, eerste lid, gaat uit van gelijktijdige inwerkingtreding na ratificatie door alle vier de ondertekende staten, terwijl artikel 21, derde lid, uitgaat van een trapsgewijze inwerkingtreding tussen Kirgizië en één Benelux-staat, en vervolgens ook voor de andere Benelux-staat als en wanneer zij ratificeren.
Om verwarring over de datum van inwerkingtreding te voorkomen is in een gezamenlijke verklaring, ondertekend door de vier betrokken Staten ten tijde van de ondertekening, afgesproken dat zij de depositaris gelijktijdig in kennis zullen stellen van de voltooiing van hun interne procedure voor dit Verdrag en voor de visumvrijsstellingsovereenkomst. Dat leidt ertoe dat beide Overeenkomsten voor alle partijen tegelijk in werking zullen treden, namelijk op de eerste dag van de tweede maand na ontvangst door de depositaris van de laatste kennisgeving.
Op grond van artikel 22 wordt het Verdrag gesloten voor onbepaalde tijd en kan deze opgeschort of opgezegd worden door een van de verdragspartijen.
Hieronder worden de artikelen uit het Uitvoeringsprotocol toegelicht.
Artikel 1 bevat een omschrijving van de procedure van het aanwijzen van de bevoegde autoriteiten bij de uitvoering van het Verdrag.
In artikel 2 is bepaald dat in bijlage 1 bij het Uitvoeringsprotocol een lijst is opgenomen van grensovergangen waarvan gebruik moet worden gemaakt voor de uitvoering van het Verdrag. Verder wordt gesteld dat elke partij de ander onmiddellijk zal informeren over een verandering van deze plaatsen van grensoverschrijding en dat er op ad hoc basis hiervan afgeweken kan worden.
De procedure van een verzoek om terug- of overname is beschreven in artikel 3. Het bevat nadere aanwijzingen voor het indienen van een dergelijk verzoek bij de aangezochte partij. Bijlage 2 van het Uitvoeringsprotocol bevat het model voor het verzoekformulier.
Artikel 4 bevat de opsomming van de bewijsmiddelen en documenten die gebruikt kunnen worden voor de vaststelling van de nationaliteit van eigen onderdanen.
In artikel 5 staan de bewijsmiddelen en documenten opgesomd die gebruikt kunnen worden voor de vaststelling voor overname van derdelanders en staatloze personen.
Artikel 6 bevat nadere aanwijzingen voor het beantwoorden van een verzoek om terug- of overname. Bijlage 2 van het Uitvoeringsprotocol bevat het model voor het antwoordformulier.
De procedure voor het verstrekken van reisdocumenten is beschreven in artikel 7. Het bevat nadere informatie voor het verstrekken van deze reisdocumenten.
Artikel 8 bevat nadere afspraken over het afnemen van interviews om de nationaliteit van betrokkene te bepalen.
De afgesproken overdrachtsprocedure en wijze van vervoer is beschreven in artikel 9. Bijlage 5 van het Uitvoeringsprotocol bevat het model voor het verzoek van de overdracht.
Artikel 10 beschrijft de procedure voor indiening en beantwoording van verzoeken om de doorgeleiding van derdelanders en staatlozen, inclusief de daarvoor geldende termijnen. Bijlage 6 van het Uitvoeringsprotocol bevat het model voor het verzoek tot doorgeleiding.
De procedure voor het verzoeken van assistentie bij de aangezochte partij voor doorgeleiding staat beschreven in artikel 11. Onder punt 4 van het formulier van bijlage 6 van het Uitvoeringsprotocol moet dit worden aangegeven.
In het onderhavige artikel zijn enkele algemene bepalingen opgenomen over begeleiding bij terugname en doorgeleiding. Ook worden de rechten en plichten van begeleiders nader uitgewerkt.
Het onderhavige artikel behelst een nadere uitwerking van artikel 12 van het Verdrag, dat ziet op de verrekening van de kosten verbonden aan terug- en overname.
Dit artikel stelt dat de partijen met elkaar zullen communiceren in het Engels.
Dit artikel bepaalt dat bijlagen 1 tot en met 6 een integrerend onderdeel van het uitvoeringsprotocol vormen. Het gaat daarbij om formulieren die ten behoeve van de terug- en overnameprocedure door de bevoegde instanties gebruikt worden. Het formulier in bijlage 4 ontbreekt. Deze zal worden toegevoegd wanneer het door Kirgizië gebruikte reisdocument voor de terugkeer wordt ontvangen. Zoals bij de bespreking van artikel 18 van het Verdrag is toegelicht, behoeft een dergelijke wijziging van een bijlage geen parlementaire goedkeuring, tenzij de Staten-Generaal zich thans het recht tot goedkeuring ter zake voorbehouden.
De Minister van Asiel en Migratie,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Trb. 2005, 242, Trb. 2009, 124, Trb. 2006, 255, Trb. 1998, 250, Trb. 1966, 166, Trb. 1999, 78, Trb. 1964, 90, Trb. 2002, 59, Trb. 2015, 57, Trb. 2011, 127, Trb. 1999, 140, Trb. 1999, 117, Trb. 1999, 119, Trb. 2024, 23, Trb. 2006, 135, Trb. 1965, 60, Trb. 1995, 155, Trb. 2002, 152, Trb. 1992, 197, Trb. 2002, 128, Trb. 2025, 16, Trb. 2004, 38.
PbEU 2005, L 124, PbEU 2013, L 289/13, PbEU 2014, L 128/17, PbEU 2007, L 334, PbEU 2011, L 052, PbEU 2004, L 017, PbEU 2013, L 282/15, PbEU 2004, L 143, PbEU 2007, L 334, PbEU 2007, L 334), PbEU 2007, L 334, PbEU 2007, L 332, PbEU 2010, L 287, PbEU 2007, L 129/40, PbEU 2007, L 334, PbEU 2005, L 124, en PbEU 2014, L 134/3.
Op verzoek van Rusland is dit uitvoeringsprotocol gesloten tussen de afzonderlijke Benelux-Staten en Rusland.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-32991.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.