3 (2011) Nr. 1

A. TITEL

Uitvoeringsprotocol tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake de uitvoering van de Overnameovereenkomst tussen de Russische Federatie en de Europese Gemeenschap van 25 mei 2006;

Moskou, 9 maart 2011

B. TEKST1)


Uitvoeringsprotocol tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake de uitvoering van de Overnameovereenkomst tussen de Russische Federatie en de Europese Gemeenschap van 25 mei 2006

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Russische Federatie,

hierna genoemd „de Partijen”,

de wens de noodzakelijke voorwaarden vast te leggen voor de uitvoering van de Overnameovereenkomst tussen de Russische Federatie en de Europese Gemeenschap van 25 mei 2006, hierna genoemd „de Overeenkomst”, in overeenstemming met artikel 20 van de Overeenkomst,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Bevoegde autoriteiten

  • 1. De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de bepalingen van de Overeenkomst zijn:

    aan Russische zijde:

    centrale bevoegde autoriteit – Federale Migratiedienst;

    bevoegde autoriteiten – Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie en Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie.

    aan Nederlandse zijde:

    centrale bevoegde autoriteit – Dienst Terugkeer en Vertrek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    bevoegde autoriteiten – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland en Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

  • 2. De Partijen brengen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte van iedere wijziging in de in lid 1 van dit artikel vastgestelde lijst van bevoegde autoriteiten.

  • 3. Voor de uitvoering van dit Uitvoeringsprotocol delen de centrale bevoegde autoriteiten elkaar onverwijld, binnen dertig (30) kalenderdagen na de inwerkingtreding van dit Uitvoeringsprotocol, hun contactgegevens schriftelijk mede.

Artikel 2 Indiening en beantwoording van het overnameverzoek

  • 1. Het overnameverzoek, opgesteld in overeenstemming met artikel 7 van de Overeenkomst, wordt per post of koerier door de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij ingediend bij de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

  • 2. Het antwoord op het overnameverzoek wordt per post of koerier en in de regel eveneens met behulp van de technische middelen voor teksttransmissie binnen de in artikel 11, tweede lid, van de Overeenkomst bedoelde termijnen door de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij gezonden naar de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij.

Artikel 3 Andere documenten

Indien de verzoekende Partij van oordeel is dat andere, niet in de bijlagen 2 tot en met 5 bij de Overeenkomst genoemde documenten noodzakelijk kunnen zijn om de nationaliteit van de over te nemen persoon dan wel de gronden voor overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen vast te stellen, kunnen dergelijke documenten worden gevoegd bij het bij de aangezochte Partij ingediende overnameverzoek.

Artikel 4 Interview

  • 1. Indien de verzoekende Partij geen van de in de bijlagen 2 en 3 bij de Overeenkomst genoemde documenten kan overleggen, wordt de over te nemen persoon op het onder punt „D” van het overnameverzoek aangegeven verzoek van de verzoekende Partij door de aangezochte Partij geïnterviewd.

  • 2. De vertegenwoordigers van de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij bij de diplomatieke missie of consulaire post van de Staat van de aangezochte Partij in de Staat van de verzoekende Partij zijn in eerste instantie met het interview belast.

  • 3. Indien er geen vertegenwoordigers zijn van de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij, genoemd in het tweede lid van dit artikel, wordt het interview gehouden door de ambtenaren van de diplomatieke missie of consulaire post van de Staat van de aangezochte Partij in de Staat van de verzoekende Partij.

  • 4. De centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij stelt de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij zo spoedig mogelijk maar uiterlijk tien (10) kalenderdagen na ontvangst van het overnameverzoek waarin het interviewverzoek is opgenomen in kennis van de resultaten van het interview.

  • 5. De in artikel 11, tweede lid, van de Overeenkomst vervatte termijnen voor de beantwoording van het overnameverzoek gaan in op de datum van indiening van de informatie omtrent de resultaten van het interview door de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij aan de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij.

  • 6. Indien het bewijs van de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Partij van de over te nemen persoon niet werd geleverd met de resultaten van het interview of indien een over te nemen persoon niet is voorgedragen voor het interview, wordt het in lid 1 van dit artikel omschreven overnameverzoek tegelijk met de kennisgeving van het resultaat van het interview zonder verdere overwegingen onder vermelding van de gronden teruggezonden naar de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij.

Artikel 5 Indiening en beantwoording van het doorgeleidingsverzoek

  • 1. Het doorgeleidingsverzoek, opgesteld in overeenstemming met artikel 15 van de Overeenkomst, wordt per post of koerier door de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij ingediend bij de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

  • 2. Het antwoord op het doorgeleidingsverzoek wordt per post en in de regel eveneens met behulp van de technische middelen voor teksttransmissie zo spoedig mogelijk maar uiterlijk vijf (5) werkdagen na ontvangst van het doorgeleidingsverzoek door de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij gezonden naar de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij.

Artikel 6 Overname- en doorgeleidingsprocedure

  • 1. Voor de overname en doorgeleiding wijzen de Partijen de volgende grensdoorlaatposten aan:

    aan Russische zijde – op alle internationale luchthavens binnen het grondgebied van de Russische Federatie.

    aan Nederlandse zijde – op alle internationale luchthavens binnen het Europese deel van het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

  • 2. De Partijen brengen elkaar onverwijld langs diplomatieke weg op de hoogte van iedere wijziging in de lid 1 van dit artikel vastgestelde lijst van grensdoorlaatposten.

  • 3. De centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij uiterlijk vijf (5) werkdagen voor de voorgenomen overdracht van de over te nemen persoon in kennis van de datum, het tijdstip, de grensdoorlaatpost en andere aspecten van de overdracht.

    De centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij stelt de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij zo spoedig mogelijk maar uiterlijk vier (4) werkdagen na ontvangst van de informatie over de overdracht van de over te nemen persoon ervan in kennis of met de wijze van overdracht wordt ingestemd.

    Indien de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij niet kan instemmen met de door de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij voorgestelde wijze van overdracht van de over te nemen persoon, worden op de kortst mogelijke termijn andere regelingen voor de overdracht van deze persoon getroffen.

  • 4. De bevoegde autoriteiten van de Partijen komen per individueel geval de wijze van organiseren van de doorgeleiding overeen.

Artikel 7 Begeleiding van over te nemen of over te dragen personen

  • 1. Indien voor de overdracht van de persoon begeleiding nodig is, vermeldt de verzoekende Partij onder punt „D” van het overnameverzoek alsmede onder punt „D” van het doorgeleidingsverzoek overeenkomstig de bijlagen 1 en 6 bij de Overeenkomst de voornaam, familienaam, rang, functie, ondergeschiktheid van de begeleiders, het type, nummer en de datum van afgifte van hun paspoort en een beschrijving van hun reisvergunning.

  • 2. Indien er enige wijzigingen zijn in de gegevens van de begeleiders, genoemd in het eerste lid van dit artikel, brengt de centrale bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij van deze wijzigingen de centrale bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij onverwijld op de hoogte.

  • 3. De begeleiders moeten tijdens hun verblijf op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Partij de wetgeving van de Staat van de aangezochte Partij naleven.

  • 4. De begeleiders mogen geen wapens of andere voorwerpen bij zich dragen die op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Partij niet of slechts onder bepaalde wettelijke beperkingen zijn toegestaan.

  • 5. De begeleiders dragen burgerkleding vooropgesteld dat zij in het bezit zijn van een geldig paspoort en een individuele of collectieve reisvergunning afgegeven door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij.

  • 6. De bevoegde autoriteiten van de Partijen werken met elkaar samen wat alle problemen betreft die in verband met het verblijf van de begeleiders op het grondgebied van de Staat van de aangezochte Partij rijzen. De bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders, zo nodig, eventueel bijstand.

Artikel 8 Kosten

Door de aangezochte Partij gemaakte kosten in verband met de overname of doorgeleiding welke op grond van artikel 16 van de Overeenkomst ten laste van de verzoekende Partij komen, worden binnen zestig (60) werkdagen na overlegging van de desbetreffende documenten door de verzoekende Partij in euro vergoed.

Artikel 9 Taal

  • 1. Voor de uitvoering van de bepalingen van dit Uitvoeringsprotocol worden de in artikel 3 van dit Uitvoeringsprotocol en de afdelingen III en IV van de Overeenkomst genoemde documenten als volgt opgesteld:

    aan Russische zijde – in de Russische taal met, als bijlage, de vertaling in de Engelse taal;

    aan Nederlandse zijde – in de Nederlandse of de Engelse taal met, als bijlage, de vertaling in de Russische taal.

  • 2. Overleg tussen de bevoegde autoriteiten over de uitvoering van dit Uitvoeringsprotocol vindt in de Engelse taal plaats, tenzij de Partijen van geval tot geval anders overeenkomen.

Artikel 10 Wijziging

Dit Uitvoeringsprotocol kan met wederzijdse instemming van de Partijen worden gewijzigd.

Artikel 11 Inwerkingtreding en opzegging

  • 1. De Partijen stellen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun respectieve interne procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Uitvoeringsprotocol.

  • 2. Dit Uitvoeringsprotocol treedt overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van de Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan het Gemengd Comité Overname inzake dit Uitvoeringsprotocol dat beide Partijen hun hiertoe vereiste respectieve interne procedures hebben voltooid.

  • 3. Dit Uitvoeringsprotocol wordt gelijktijdig met de Overeenkomst opgezegd.

GEDAAN te Moskou, op 9 maart 2011, in twee exemplaren, in de Nederlandse, Russische en Engelse taal, waarbij al deze teksten gelijkelijk authentiek zijn. Voor de interpretatie van dit Uitvoeringsprotocol zal de Engelse versie worden gebruikt.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

R. MAAS

Voor de Regering van de Russische Federatie,

K. ROMODANOVSKY



Implementing protocol between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Russian Federation on the implementation of the Agreement between the Russian Federation and the European Community on readmission of 25 May 2006

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Russian Federation, hereinafter referred to as “the Parties”,

wishing to establish the necessary conditions for the implementation of the Agreement between the Russian Federation and the European Community on Readmission of 25 May 2006, hereinafter referred to as “the Agreement”, in accordance with Article 20 of the Agreement,

have agreed as follows:

Article 1 Competent Authorities

  • 1. The competent authorities responsible for the implementation of the provisions of the Agreement are:

    for the Russian Party:

    central competent authority – Federal Migration Service;

    competent authorities – Ministry of Foreign Affairs of the Russian Federation and Federal Security Service of the Russian Federation.

    for the Dutch Party:

    central competent authority – Repatriation and Departure Service of the Ministry of the Interior and Kingdom Relations;

    competent authorities – Ministry of the Interior and Kingdom Relations of the Netherlands and Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands.

  • 2. The Parties shall immediately inform each other through diplomatic channels of any change in the list of the competent authorities, provided in paragraph 1 of this Article.

  • 3. For the implementation of this Implementing Protocol the central competent authorities shall inform each other directly in written form on their contact data within thirty (30) calendar days from the date of entry into force of this Implementing Protocol.

Article 2 Submission of the readmission application and reply thereto

  • 1. The readmission application, settled in accordance with Article 7 of the Agreement, shall be submitted by the central competent authority of the Requesting Party to the central competent authority of the Requested Party by post or courier.

  • 2. The reply to the readmission application shall be submitted to the central competent authority of the Requesting Party by the central competent authority of the Requested Party by post or courier and also, as a rule, by technical means of information transmission in the time limits foreseen in Article 11 (2) of the Agreement.

Article 3 Other documents

If the Requesting Party considers that other documents not listed in Annexes 2 to 5 to the Agreement may be essential for establishing the nationality of the person to be readmitted or for establishing proof of grounds for readmission of the third country nationals and stateless persons, such documents may be attached to the readmission application submitted to the Requested Party.

Article 4 Interview

  • 1. If the Requesting Party is unable to present any of the documents listed in Annexes 2 and 3 to the Agreement, the Requested Party shall interview the person to be readmitted upon the request of the requesting Party indicated in paragraph “D” of the readmission application.

  • 2. The primary duty for interview implementation is laid on the representatives of the central competent authority of the Requested Party at the diplomatic mission or consular post of the State of the Requested Party at the State of the Requesting Party.

  • 3. In case there are no representatives of the central competent authority of the Requested Party referred to in paragraph 2 of this Article, the interview shall be carried out by the employees of the diplomatic mission or consular post of the State of the Requested Party in the State of the Requesting Party.

  • 4. The central competent authority of the Requested Party shall inform the central competent authority of the Requesting Party of the results of the interview within the shortest possible time period, but not later than within ten (10) calendar days from the date of the receipt of the readmission application which includes the interview request.

  • 5. The time limits set out in Article 11 (2) of the Agreement for the reply to the readmission application begin to run on the date of the submission of the information of the interview results to the central competent authority of the Requesting Party by the central competent authority of the Requested Party.

  • 6. If the nationality of the State of the Requested Party of the person to be readmitted was not proved by the results of the interview or if a person to be readmitted has not been presented for the interview, the readmission application, specified in paragraph 1 of this Article, is recommitted to the central competent authority of the Requesting Party with reasons, without further consideration.

Article 5 Submission of the transit application and reply thereto

  • 1. The transit application, compiled in accordance with Article 15 of the Agreement, shall be submitted by the central competent authority of the Requesting Party to the central competent authority of the Requested Party by post or courier.

  • 2. The reply to the transit application shall be submitted to the central competent authority of the Requesting Party by the central competent authority of the Requested Party by post and also, as a rule, by technical means of information transmission, within the shortest possible time period but not later than five (5) working days from the date of receiving the transit application.

Article 6 Readmission and Transit Procedure

  • 1. For readmission and transit the Parties identify the following border crossing points:

    for the Russian Party – at all International Airports within the territory of the Russian Federation;

    for the Dutch Party – at all International Airports within the territory of the European part of the Kingdom of the Netherlands.

  • 2. The Parties shall immediately inform each other through diplomatic channels of any change in the list of the border crossing points provided in paragraph 1 of this Article.

  • 3. The central competent authority of the Requesting Party shall not later than five (5) working days before the supposed transfer of the person to be readmitted inform the central competent authority of the Requested Party on date, time, border crossing point and others modalities of the transfer.

    The central competent authority of the Requested Party shall within the shortest possible time period but not later than four (4) working days from the date of receiving the information on the transfer of the person to be readmitted, notify the central competent authority of the Requesting Party on an acceptability of the transfer modalities.

    If the transfer modalities of the person to be readmitted proposed by the central competent authority of the Requesting Party are not acceptable for the central competent authority of the Requested Party, other modalities for the transfer of this person shall be arranged within the shortest possible time period.

  • 4. The modalities for the organization of the transit shall be agreed by the competent authorities of the Parties in each particular case.

Article 7 Escorting of persons to be readmitted or transferred

  • 1. If the escorting is needed to transfer the person the Requesting Party shall indicate in paragraph “D” of the readmission application and in paragraph “D” of the transit application in accordance with Annex 1 and 6 to the Agreement given names, family names, ranks, positions, subordination of escorts, type, number and date of issue of passports and the description of their travel authorization.

  • 2. In case there are any changes in the data concerning the escorts referred to in paragraph 1 of this Article, the central competent authority of the Requesting Party shall immediately inform the central competent authority of the Requested Party of these changes.

  • 3. The escorts shall be obliged to obey the legislation of the State of the Requested Party during their stay in the territory of the State of the Requested Party.

  • 4. The escorts shall not bear weapons and any other items which are not allowed or which are allowed with some legal restrictions in the territory of the State of the Requested Party.

  • 5. The escorts shall be in civilian clothes provided they carry valid passports as well as individual or group travel authorization issued by the competent authority of the Requesting Party.

  • 6. The competent authorities of the Parties shall cooperate with each other on all the issues related to the stay of escorts in the territory of the State of the Requested Party. The competent authorities of the Requested Party shall provide the escorts with possible assistance if necessary.

Article 8 Costs

Costs incurred by the Requested Party in connection with readmission or transit which are to be borne by the Requesting Party in accordance with Article 16 of the Agreement shall be reimbursed in euro by the Requesting Party within sixty (60) working days upon submission of the documents proving the costs.

Article 9 Language

  • 1. For the implementation of the provisions of this Implementing Protocol, the documents listed in Article 3 of this Implementing Protocol, and Sections III and IV of the Agreement shall be drawn up:

    by the Russian Party – in the Russian language with translation into the English language appended;

    by the Dutch Party – in the Dutch or English language with translation into the Russian language appended.

  • 2. Consultations between the competent authorities of the Parties concerning the implementation of this Implementing Protocol shall be held in the English language, unless the Parties agree otherwise on a case by case basis.

Article 10 Amendment

This Implementing Protocol may be subject to amendment by mutual consent between the Parties.

Article 11 Entry into force and termination

  • 1. The Parties shall notify each other in written form through diplomatic channels that their internal procedures required for the entry into force of this Implementing Protocol have been completed.

  • 2. This Implementing Protocol shall, in accordance with the Article 20 (2) of the Agreement enter into force on the first day of the second month after the date of the notification by the Government of the Kingdom of the Netherlands to the Joint Readmission Committee about this Implementing Protocol and that both Parties have completed their respective internal procedures necessary therefore.

  • 3. This Implementing Protocol shall be terminated at the same time as the Agreement.

DONE in Moscow on 9 March 2011 in duplicate each in the Dutch, Russian and English languages, all the texts being equally authentic.

For the interpretation of this Implementing Protocol the English version shall be used.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

R. MAAS

For the Government of the Russian Federation

K. ROMODANOVSKY


D. PARLEMENT

Het Uitvoeringsprotocol behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Uitvoeringsprotocol kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het Uitvoeringsprotocol zullen ingevolge artikel 11, tweede lid, van het Uitvoeringsprotocol overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van de Overnameovereenkomst tussen de Russische Federatie en de Europese Gemeenschap van 25 mei 2006 in werking treden op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan het Gemengd Comité Overname inzake het Uitvoeringsprotocol dat beide Partijen hun hiertoe vereiste respectieve interne procedures hebben voltooid.

J. VERWIJZINGEN

Verbanden

Het Protocol dient ter uitvoering van:

Titel

:

Overnameovereenkomst tussen de Russische Federatie en de Europese Gemeenschap;

Sotsji, 25 mei 2006

Tekst

:

Pb. EU L 129 van 17 mei 2007, blz. 40–60

Uitgegeven de achtentwintigste april 2011.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

U. ROSENTHAL


X Noot
1)

De Russische tekst is niet opgenomen.

Naar boven