Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 830 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2020

Nr. 1 DEPARTEMENTAAL JAARVERSLAG 2020 JUSTITIE EN VEILIGHEID (VI)

Ontvangen 19 mei 2021

Vergaderjaar 2020–2021

1 GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 14.382

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 1.244

A. ALGEMEEN

1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) over het jaar 2020 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Justitie en Veiligheid decharge te verlenen over het in het jaar 2020 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2020;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2020 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2020, alsmede over de saldibalans over 2020 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

In dit departementaal jaarverslag 2020 legt de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2020. In dit departementaal jaarverslag wordt tevens verantwoord over het gevoerde beheer over het jaar 2020.

Het Jaarverslag geeft een overzicht van de uitvoering van het voorgenomen beleid en daaraan gerelateerde financiële middelen en is een spiegel van de vastgestelde begroting 2020. In de loop van het jaar 2020 is twee keer een suppletiore begrotingswet gemaakt. In de maand april de eerste suppletoire begrotingswet en in de maand november de tweede suppletoire begrotingswet. Een aantal van de financiele mutaties in het jaarverslag zijn dus al in een eerder stadium in deze supplotiore begrotingswetten voorgelegd aan de Tweede Kamer. Samen met het departementaal jaarverslag wordt tevens de Slotwet aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin worden de wijzigingen ten opzichte van de tweede suppletoire begrotingswet uiteengezet.

Inhoud van het jaarverslag

Het jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Het Ministerie) bestaat uit vier onderdelen, zijnde Algemeen (A), Beleidsverslag (B), Jaarrekening (C) en Bijlagen (D).

Algemeen

Het onderdeel algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vijf onderdelen. In de paragraaf beleidsprioriteiten staat met name een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten van het gevoerde beleid met het overzicht van de prestatieindicatoren Veiligheidsagenda.

De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van Justitie en Veiligheid zijn behaald. Tevens is hier de financiële toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting. Voor het toelichten van de mutaties op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) wordt gebruik gemaakt van de staffel uit de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2021. Dit is dezelfde staffel die wordt toegepast voor het toelichten van de mutaties in de suppletoire begrotingen. De toelichting op mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen opgenomen. In de beleidsartikelen wordt bij ieder artikel een algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister beschreven.

De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de nog te verdelen posten en een artikel voor geheime uitgaven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering.

Tot slot bevat dit onderdeel in afwijking van de Rijksbegrotingsvoorschriften ook een hoofdstuk over de Raad voor de rechtspraak. Dit is in overeenstemming met de wijze waarop dit in de Vastgestelde begroting 2020 is opgenomen.

Jaarrekening

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat en de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de saldibalans met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting, de jaarverantwoording van de agentschappen en de rapportage over de topinkomens. De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2021 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Bijlagen

Het jaarverslag bevat zeven bijlagen, waarvan er drie bijlagen zijn welke dit jaar nieuw zijn. Het betreft de bijlagen:

  • Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer

  • Overzicht van de coronasteunmaatregelen (maakt onderdeel uit van het beleidsverslag)

  • Focusonderwerp 2020: naleving CW3.1

Specifieke aandachtspunten

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering toegekend aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering. Door JenV is gekozen voor een bijdrageconstructie. Deze bijdrage is op artikel 32 opgenomen. Voor de Raad is in het jaarverslag zoals gebruikelijk een apart hoofdstuk opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten wordt gegeven.

Groeiparagraaf

Verwerking openstaande rechten 2020

In de RBV is opgenomen dat geldelijke zaken met een onherroepelijke beslissing of waar sprake is van een buitengerechtelijke afdoening per jaareinde verantwoord dienen te worden onder de saldibalanspost openstaande rechten.Met het Ministerie van Financiën is in 2020 afgesproken dat JenV geldelijke zaken niet in de saldibalans van 2020 hoeft te verantwoorden. In 2020 wordt inzicht verschaft in het aantal zaken waarbij openstaand recht verband houdend met geldelijke zaken aan de orde is.Onder geldelijke zaken wordt verstaan, bankbeslag Nederland, bankbeslag buitenland, cryptomunten en effecten, waarbij door de rechter of officier van justitie (buitengerechtelijke afdoening) een beslissing tot verbeurdverklaren is genomen en waarbij het beslag in deze zaken, nog niet heeft geleid tot een boeking op de ontvangstenrekening of vorderingenrekening. Hierbij wordt net als in 2019 afgeweken van artikel 3 van de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). Deze afwijking is met goedkeuring van het Ministerie van Financiën. Verwachting is dat in 2021 een structurele oplossing wordt geboden in de Rijksbegrotingsvoorschriften die recht doet aan het karakter en de omvang van de geldelijke zaken.

Focusonderwerp

In de verantwoording over 2020 is artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW3.1) het focusonderwerp. Toepassing en naleving van CW3.1 stimuleert de voorbereiding in termen van onderbouwing en evaluatie van beleidsvoorstellen die aan de Tweede Kamer worden gezonden. Zo wordt bijgedragen aan (grotere) doeltreffendheid en doelmatigheid. Ten behoeve van dit focusonderwerp is Bijlage 7 toegevoegd.

De bijlage JenV-verandert

Vanaf 2016 is de Tweede Kamer twee keer per jaar geïnformeerd over de voortgang van het verbeterprogramma JenV-verandert, in de vorm van een blijage bij de ontwerpbegroting en het jaarverslag.Deze bijlage is komen te vervallen, nu dit programma is afgerond en het Ministerie de volgende stap wil zetten in zijn organisatieontwikkeling met het programma JenV Next Level. Dit is de werktitel van het programma dat voortbouwt op de basis van het programma JenV Verandert en de aanbevelingen en dilemma’s die genoemd zijn in het Auditdienst Rijk (ADR)-rapport en eerdere rapporten.

B. BELEIDSVERSLAG

3. Beleidsprioriteiten

3.1 Beleidsverslag

Sinds maart 2020 houdt de coronapandemie de wereld in haar greep. Dit heeft grote invloed op onze samenleving. Door (nog) verdergaande digitalisering van het dagelijks leven neemt cybercrime een vlucht. De economische, sociaal maatschappelijke en gezondheidsgevolgen van de crisis raken sommige bevolkingsgroepen harder dan andere. Tegelijkertijd is er nieuwe waardering te zien voor het realiseren van collectieve doelen en publieke waarden via overheidssturing.1 Bovendien heeft de samenleving laten zien dat zij inventief en veerkrachtig is. Dit liet zij onder meer zien door het opzetten van talloze initiatieven, zoals kaartenacties voor ouderen, steunacties voor lokale ondernemers en online concerten en theatervoorstellingen. Ook houden de meeste Nederlanders zich aan de geldende gedragsregels.2

Binnen deze ontwikkelingen is in 2020 enorme inzet geleverd door onze medewerkers en onze partners. De medewerkers van de politie, het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak, advocaten, reclasseringswerkers, medewerkers van slachtofferhulp, van justitiële inrichtingen, van het Centraal Justitieel Incassobureau en de Immigratie - en Naturalisatiedienst (IND) en vele anderen die in de strafrecht- en asielketen hun werk doen, hebben dat het afgelopen jaar onder moeilijke omstandigheden gedaan. Zij bleven zich - al dan niet vanuit huis - onvermoeibaar inzetten voor de maatschappelijke opgaven waar dit ministerie voor staat. Daarbij is het innovatief en wendbaar vermogen groot gebleken. Werkbezoeken, gesprekken, bijeenkomsten en klantcontacten konden op een digitale manier doorgang vinden. En ook onze manier van werken pasten we aan. Zo is bijvoorbeeld het telehoren geïntensiveerd en breed toegepast.

Tegen deze achtergrond beschrijven we wat het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) heeft bereikt en – indien van toepassing - waarom deze resultaten anders zijn dan voorzien. Dat doen we voor al onze voornemens zoals geformuleerd in de JenV-Beleidsagenda 2020. Dit verslag volgt de structuur van die agenda.

1 Zorg voor de rechtsstaat

Rechtspraak

De coronacrisis bepaalde het jaar 2020. Dat geldt ook voor de rechtspraak. Vanaf 17 maart gingen de gerechtsgebouwen dicht. De rechtbanken behandelden alleen nog urgente zaken. Voor andere zaken zijn digitale communicatiemiddelen ingezet. Dit vroeg veel van het aanpassingsvermogen van de hele organisatie. Vanaf mei zijn de gerechtsgebouwen weer open. Vanaf dat moment zijn rechtszaken weer zo veel mogelijk fysiek behandeld.

Vanaf maart werkten de meeste medewerkers vanuit huis. De beperkingen door corona hadden gevolgen voor de productie van de rechtspraak. Vooral in het strafrecht konden veel zittingen niet doorgaan. Extra achterstanden zijn daardoor ontstaan (zo’n 35.000 zaken). Om die weg te werken is eind juni voor de hele strafrechtketen een plan opgesteld. In de tweede helft van het jaar is het eerste resultaat hiervan een afname van ± 40% van de extra voorraden bij de rechtspraak. De afspraak is gemaakt dat de corona-achterstanden bij de rechtspraak eind 2021 zijn weggewerkt

Financieel bevond de rechtspraak zich in rustiger vaarwater. In het eerste jaar van de prijsperiode 2020-2022 werkte de rechtspraak verder aan het structureel terugdringen van doorlooptijden. Het programma Tijdige rechtspraak is verder uitgewerkt en kwam eind 2020 in de uitvoeringsfase. Het programma loopt deels gelijk op met maatregelen om extra achterstanden in het strafrecht weg te werken. Voor de digitalisering in het bestuursrecht en het civiele recht is het project Digitale toegankelijkheid door het Bureau ICT-toetsing (BIT) getoetst. Deze toets opende de weg naar het digitaliseren van de eerste zaakstromen. Op het terrein van effectieve rechtspraak zijn experimenten met laagdrempelige en oplossingsgerichte rechtspraak voortgezet, gestart en geëvalueerd.

Toegang tot het recht: rechtsbijstand

Het doel van de herziening van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is het waarborgen van de toegang tot het recht voor iedereen in Nederland die recht zoekt. Het nieuwe stelsel geeft afdoende antwoord op (juridische) vragen of problemen waarvoor mensen zich gesteld zien. Met betrokken partijen werken we aan oplossingen voor rechtzoekenden en betere vergoedingen voor professionals. De stelselherziening beoogt laagdrempelige toegang met een goede probleemdiagnose en oplossingen die bestaan uit rechtshulppakketten voor de tweede lijn. De stelselvernieuwing is inmiddels ruim twee jaar onderweg en de contouren krijgen steeds meer vorm en kleur. Met diverse pilots en experimenten beproeven we in de praktijk wat werkt.Tien extra fysieke loketten in bibliotheken, wijkcentra en bij gemeenten openden hun deuren en de online dienstverlening van het Juridisch Loket kreeg een flinke impuls. Het aantal toevoegingen in het bestuursrecht daalde met 10%. Ook stimuleerden we de jonge aanwas van advocaat-stagiairs van kantoren met een toevoegingspraktijk met een tegemoetkoming in de beroepskosten. De eerste rechtshulppakketten rondom scheiden en arbeidsongeschiktheid zijn in ontwikkeling. Het personen- en familierecht heeft daarbij de hoogste prioriteit. Er is 19 miljoen beschikbaar voor de uitwerking van initiatieven ter versterking van dit rechtsgebied (ouderschapsplannen en viergesprekken). Ook zetten we in op meer informele procedures, betere communicatie en het voorkomen van onnodige juridisering vanuit de overheid.

Aanpak ondermijning

Om verdere uitvoering te geven aan de aanpak van ondermijning is een aantal maatregelen genomen. Het kabinet heeft een breed offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit aangekondigd. Hiermee zet het Kabinet in op het verder versterken van repressieve en preventieve maatregelen tegen ondermijning, onder het motto ‘oprollen, afpakken en voorkomen’. Om dit brede offensief kracht bij te zetten en de aanpak van ondermijnende criminaliteit te versterken, versnellen en te verduurzamen, is in september 2020 het (tijdelijke) programma-directoraat generaal Ondermijning opgericht. DG Ondermijning heeft zich ten doel gesteld de kennispositie m.b.t. georganiseerde ondermijnende criminaliteit te versterken en verbreden, meer slagkracht te creëren door diverse aanpakken én partners samen te brengen, belemmeringen voor samenwerking zoveel mogelijk weg te nemen en succesvolle initiatieven te verbreden. Hiertoe wordt interbestuurlijk samengewerkt met diverse veldpartijen en departementen aan een combinatie van een preventieve aanpak en een repressieve agenda, gericht op het zoveel mogelijk verstoren van het criminele verdienmodel. Onderdeel van deze initiatieven is de oprichting van een multidisciplinair interventieteam (MIT). Doel is om deelnemende organisaties samen te brengen en barrières tussen partners weg te nemen, zodat de innovatieve slagkracht wordt vergroot. De deelnemende organisaties zijn van begin af aan volledig betrokken bij het voorbereiden en uitwerken van de plannen voor het MIT. In 2020 is een vierhoofdig programmateam benoemd dat verantwoordelijk is voor de bouw en dagelijkse aansturing van het MIT. Om de aanpak van ondermijning ook in de basisteams te versterken, is gezocht naar manieren om de informatiepositie van de wijkagent te verbeteren, zodat zij de ogen en oren in de wijk kunnen zijn. Dit is opgenomen in de ontwikkelagenda Gebiedsgebonden Politie (GGP) in de opgave Samenspannen tegen ondermijning. Zie ‘Versterking opsporing en gebiedsgebonden politiewerk’.

Ondermijnende organisaties verbieden

Het initiatiefwetsvoorstel dat een bestuurlijk verbod introduceert voor de aanpak van met name criminele motorbendes (OMGs) is in 2020 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu voor behandeling bij de Eerste Kamer.3 De vervolgstappen bij de behandeling van dit wetsvoorstel zullen in samenhang met of samenlopend in de tijd met het wetsvoorstel Verruiming mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen worden gezet.4

Verder zetten we ons in om (personen vanuit) antidemocratische organisaties aan te pakken wanneer sprake is van problematisch gedragingen van personen of groepen die, ondanks dat het voornamelijk binnen de grenzen van de wet valt, tot aantasting en ondermijning van de democratische rechtsorde kunnen leiden. Het is onacceptabel dat problematisch gedrag via buitenlandse geldstromen aan organisaties wordt gestimuleerd. Om onze open, democratische samenleving te beschermen zijn diverse trajecten opgezet om problematisch gedrag en ongewenste beïnvloeding aan te pakken, zoals toegelicht in de recent aangeboden Beleidsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) d.d. 23 november. Onderdeel van een effectievere aanpak van ongewenste beïnvloeding door buitenlandse geldstromen naar maatschappelijke organisaties is het vergroten van inzicht in financiële stromen. Ter uitvoering van het Regeerakkoord is het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) opgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe maatschappelijke organisaties, waaronder religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, donaties die zij hebben ontvangen van buiten de EU/EER inzichtelijk te maken. Het wetsvoorstel is in november tegelijk met de kabinetsreactie op het eindverslag van de POCOB naar de Tweede Kamer gestuurd. Bovenop deze individuele, organisatiegerichte aanpak onderzoeken we de mogelijkheid om zo nodig geldstromen te kunnen stilleggen of verbeurd te verklaren. Als uiterste middel is, aanpassing van artikel 2:20 BW, mogelijk gemaakt om organisaties te ontbinden bij een doel of bij activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde. Dit wetsvoorstel ligt momenteel bij de Eerste Kamer.

Kinderpornografie en –sekstoerisme

Voor basisschoolkinderen is lesmateriaal ontwikkeld gericht op preventie.5 Hiermee beogen we online seksuele weerbaarheid te versterken en wordt het verspreiden van afbeeldingen tegen gegaan. Hulpverleners, politie, scholen en andere betrokkenen kunnen elkaar beter vinden door de ‘Wegwijzer online seksueel geweld’.6 

Tijdens de eerste corona-lockdown gingen mensen meer online. De extra campagne ‘Stop-It-Now’ 7 heeft mensen met pedoseksuele gevoelens naar hulpverlening geleid. Om het internet op te schonen van kinderpornografisch materiaal, is het technisch instrument ‘HashCheckService’ uitgebouwd en in gebruik genomen. Het instrument heeft in de tweede helft van dit jaar miljarden afbeeldingen gecheckt en daarbinnen miljoenen afbeeldingen van kinderpornografisch materiaal voor verwijdering gedetecteerd.8

De Technische Universiteit Delft heeft een technisch monitorinstrument afgebouwd. Daarmee is inzicht verkregen in hoeveel meldingen van kinderporno welk bedrijf krijgt en hoelang het duurt om kinderporno te verwijderen. In september zijn de monitorresultaten naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarmee zijn de namen en prestaties transparant gemaakt van bedrijven die kinderporno hosten. De internetconsultatie is recent gestart voor het plan om een Autoriteit in te richten die bedrijven bestuursrechtelijk aanpakt die kinderporno hosten.

In internationaal verband heeft Nederland actief ingezet op een brede samenwerking met andere landen om daders van kindermisbruik op te sporen en te vervolgen, alsook om internet beter te schonen. De Europese Commissie heeft op 24 juli haar ‘EU-strategie voor een meer doeltreffende bestrijding van seksueel misbruik van kinderen’ gepresenteerd.9 Nederland steunt dit actief. Om kindersekstoeristen aan te pakken, vond in de zomer de bewustwordingscampagne ‘Don’t look Away’ plaats.10

Experiment gesloten coffeeshopketen

Op 1 juli is de wet- en regelgeving voor het experiment met de gesloten coffeeshopketen in werking getreden. In werkgroepen met rijk, gemeenten, toezichthouders, politie en OM is gewerkt aan voorbereidingen op het experiment. Een onafhankelijk onderzoeks consortium monitort en evalueert het experiment.

Schuldenaanpak

De uitbraak van de coronapandemie heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om mensen te helpen hun (problematische) schulden de baas te worden. Hoewel de gevolgen van de pandemie zich nog niet manifesteren in meer faillissementen of aanvragen voor schuldsanering of schuldhulp, is hiermee al wel rekening gehouden. Zo is erop ingezet om naast overheidssteun ook ruimte te bieden voor betalingsregelingen of uitstel van betaling. Ook zijn maatregelen in gang gezet om toegang tot schuldhulp makkelijker te maken. Belangrijke pijlers hierbij waren een effectieve en maatschappelijk verantwoorde inning en incasso, het voorkomen van schulden en vroegtijdig oplossen van problematische schulden. Het CJIB heeft per 1 april de noodstopprocedure ingevoerd. Daardoor kan de inning van geldelijke sancties tijdelijk worden stopgezet voor mensen die deze niet kunnen betalen. Het CJIB int meer boetes zelf (verhaal zonder dwangbevel). Daardoor gaan minder zaken naar deurwaarders. Daarnaast kan het CJIB vaker instemmen met minnelijke schuldregelingen op het moment dat de betrokkene geldelijke sancties open heeft staan.

Het WODC publiceerde in september een onderzoek naar hoe te bevorderen dat meer schuldeisers een betalingsregeling treffen voordat een zaak voor de rechter wordt gebracht. De experimenten Schuldenrechter zijn dit jaar voortgezet.

Op basis van diverse onderzoeksrapporten is besloten tot een verbeterde aansluiting en doorstroom van de minnelijke schuldhulp naar de wettelijke schuldsanering van natuurlijke personen (WSNP). Een wetsvoorstel tot wijziging van de WSNP is in december in consultatie gegaan.

We pakken misstanden in de incassomarkt ook aan. Daartoe is het wetsvoorstel Wet kwaliteit incassodienstverlening voorbereid en in consultatie gebracht. Dit wetsvoorstel behelst de inrichting van een incassoregister dat de vakbekwaamheid, de professionele omgang met schuldenaren en de bedrijfsvoering waarborgt.

Tegengaan discriminatie

Per 1 januari is de strafmaat verhoogd voor overtreding van artikel 137d Sr (aanzetten tot haat en geweld).

Naar aanleiding van de gewelddadige dood van George Floyd als gevolg van politieoptreden in de Verenigde Staten vonden twee grote Kamerdebatten plaats over racisme en discriminatie (1 juli en 10 december). Op het Catshuis vond een serie van overleggen plaats over deze thematiek. De Minister van JenV speelde hierin een prominente rol. In oktober heeft de Minister besloten een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding aan te stellen.

Voor het uitvoeren van projecten is voor de jaren 2019-2021 een bedrag van €3 miljoen aan de begroting van de Minister van JenV toegevoegd. Uit dit budget zijn inmiddels 13 projecten gefinancierd. Over de resultaten van deze projecten is op dit moment nog niets te zeggen. Door corona hebben de meeste projecten vertraging opgelopen. Met de gesubsidieerde partijen is overeengekomen dat zij hun eindrapportages later mogen opleveren.

Prostitutiebeleid en seksuele misdrijven

Het WODC is een onderzoek gestart naar prostitutie in Nederland. Dit onderzoek brengt de prostitutiebranche in kaart, inclusief de wijze waarop gemeenten hun prostitutiebeleid en toezicht en handhaving inrichten.

Voor het versterken van de maatschappelijke positie van sekswerkers is een ‘voorportaal’ ingericht. Daar kunnen sekswerkers terecht met klachten over instanties. Het voorportaal vervult een intermediaire en bemiddelende rol. Voor het landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s is een structurele financieringssystematiek gerealiseerd.

2 Een veilige samenleving

DNA veroordeelden/verdachten (DNA-V)

In 2020 is gestart met het haalbaarheidsonderzoek naar het vroegtijdig afnemen van celmateriaal van verdachten. Door het celmateriaal af te nemen in de verdenkingsfase, op een moment waarop de verdachte nog in beeld is van de politie, is gewaarborgd dat het celmateriaal beschikbaar is op het moment dat de rechter de verdachte veroordeelt. In het haalbaarheidsonderzoek wordt de haalbaarheid van 2 scenario’s onderzocht. Er wordt gekeken naar de noodzakelijke inrichting van opslag, beheer, transport en vernietiging van het conservatoir afgenomen celmateriaal en de hiervoor noodzakelijke ketenbrede ICT-ondersteuning. Om dit in kaart te brengen, hebben eerst bilaterale gesprekken en vervolgens expertsessies plaatsgevonden. Dit proces is zo ingericht door de beperkingen van de coronamaatregelen. Om deze reden heeft het onderzoek ook meer tijd gekost dan voorzien.

Daarnaast heeft een expertmeeting plaatsgevonden naar de noodzaak van het opnemen van een verplichting in het Wetboek van Strafvordering om van een specifieke groep verdachten standaard het celmateriaal af te nemen en direct daaruit een DNA-profiel op te maken en te vergelijken met DNA-profielen van sporen van onopgeloste misdrijven uit de DNA-databank.

Versterking opsporing en gebied gebonden politiewerk

Langs een aantal sporen heeft de politie gewerkt aan het versterken van de opsporing. De Houtskoolschets Opsporing, die door de korpsleiding in 2020 is vastgesteld, bevat een verander-ambitie die uitgaat van andere principes van organiseren en een andere manier van werken. Het betreft een meerjarig en integraal ontwikkeltraject, dat o.a. ziet op werkprocessen, vakmanschap, HR en bedrijfsvoering. De realisatie ervan zal de komende jaren plaats vinden.

Tevens is verder uitvoering gegeven aan de al langer lopende Ontwikkelagenda Opsporing. Het resultaat hiervan is onder andere een daling van het percentage rework van 30% naar rond de 10%. Ook resulteerde dit in het toepassen van het (door OM en politie ontwikkelde) kwaliteitskader voor zorgvuldig en rechtmatig gebruik van big data in opsporing en intelligence.

Verder hebben politie en OM intern onderzocht hoe zij zich verhouden tot burgeropsporing. Daarvoor hebben zij verschillende hulpmiddelen ontwikkeld, zoals spelregels en communicatiestrategieën. Aanvullend zijn applicaties ontwikkeld waarmee burgers kunnen bijdragen aan opsporing.

Tevens zijn maatregelen genomen om de top tien irritaties aan te pakken in verband met administratieve lasten in de opsporing. Zo zijn in diverse informatievoorzienings- (IV-)systemen aanpassingen gedaan die de kwaliteit verhogen en de lastendruk verlagen. De eerste tussenrapportage van de commissie-Zuurmond is aangeboden aan de Kamer.11 Op verzoek van de commissie en met subsidie van het Ministerie van JenV zijn de Vrije Universiteit, de TU Eindhoven en de Politieacademie in het najaar gestart met het opzetten van een onderzoeksprogramma naar administratieve lasten.

De coronacrisis heeft ook invloed gehad op uitvoering van de Ontwikkelagenda Gebiedsgebonden Politie (GGP). De impact van de coronacrisis is medebepalend geweest voor accenten hierbij, zoals bijvoorbeeld meer inzet op online werken. Om de (blijvende) impact van de coronacrisis op het werk in de GGP in kaart te brengen, zijn verschillende (onderzoeks-)activiteiten gestart.

Eén van de opgaven in de ontwikkelagenda GGP is Samenspannen tegen ondermijning. Om de aanpak in de basisteams te versterken, is gezocht naar manieren om de informatiepositie van de wijkagent in ondermijningszaken te verbeteren. Hiervoor zijn meerdere experimenten gaande. De experimenten lopen uiteen van hergebruik van drugsafval, inzet van techniek tegen criminele inzet van bakens en jammers, tot het vergroten van kennis van ondermijnende criminaliteit. Door voorlichting te geven en samen te werken met partners droeg de politie eraan bij dat kwetsbare doelgroepen, zoals ondernemers en jeugd, zich meer bewust zijn van ondermijning.

Een moderne en adaptieve politieorganisatie

De politie richtte zich dit jaar volop op de grote vervangings- en uitbreidingsopgave. Ze werkt toe naar een nieuw evenwicht tussen de formatie en bezetting in 2024-2025.

De basispolitieopleiding is vernieuwd. Dit is noodzakelijk om de capaciteitsproblemen het hoofd te bieden. De capaciteitsdruk is vooral voelbaar in de basisteams, daar waar veel medewerkers in roosterdienst werken. Afgelopen jaar hebben de politie, de gezagen en de bonden besloten om een pakket van maatregelen samen te stellen om de roosterdruk te verlichten.

Voor flexibilisering en maatwerk binnen het korps heeft de politie de planning- & controle-producten geprofessionaliseerd. Dit door aanpassingen in systemen en werkprocessen. Hierdoor is informatie op eenheids- en teamniveau inzichtelijk en is extra ondersteuning mogelijk in de bedrijfsvoering binnen de eenheden.

Verbetering van de strafrechtketen

De keteninformatievoorziening is verbeterd en op het gebied van digitalisering is voortgang geboekt. Het resultaat hiervan is een eerste versie van het ketenbrede slachtofferportaal. Daarnaast is nagenoeg 99% van de zaken tussen OM en Rechtspraak digitaal afgehandeld en verloopt ongeveer 50% van de cassaties bij de Hoge Raad digitaal. Het digitaal procesdossier is verder ontwikkeld en gereed gemaakt voor de start van de landelijke uitrol.

Voor wat betreft de doorlooptijden heeft de strafrechtketen, mede naar aanleiding van de doorlichting van de strafrechtketen, een actieplan vastgesteld. Dit plan beoogt een impuls te geven aan het versnellen van doorlooptijden - en daarmee aan het terugdringen van voorraden zaken van veel voorkomende criminaliteit (VVC) en high impact crime (HIC). Door onder meer de uniforme inzet van (super-)snelrecht beogen we de vastgestelde doelstellingen voor doorlooptijden te behalen.

Tenuitvoerlegging sancties

Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen

Op 1 januari is de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB) in werking getreden. Met deze wet is de verantwoordelijkheid voor het tenuitvoerleggen van straffen overgegaan van het OM naar de Minister voor Rechtsbescherming. Het eerste jaar is verlopen zonder grote incidenten. Gestart is met het herijken van beleidsregels en samenwerkingsafspraken. Ook is een beleidsagenda opgesteld en zijn gremia ingericht om de uitvoering snel en zeker te laten verlopen. Verder is digitalisering en optimalisering van aangepaste ketenprocessen opgepakt. Tevens is gestart met het overzichtelijk in beeld brengen van alle veranderopgaven in de tenuitvoerlegging, deze op elkaar af te stemmen en waar nodig te prioriteren.

Wet straffen en beschermen

In 2019 respectievelijk 2020 is de Wet straffen en beschermen (hierna: Wet SenB) met ruime meerderheid aangenomen door de Tweede Kamer en Eerste Kamer. De Wet SenB wijzigt de uitvoering van de gevangenisstraf zodanig dat meer recht wordt gedaan aan de aard en het karakter van die straf én gericht kan worden gewerkt aan re-integratie ter vermindering van het risico op recidive. In 2020 heeft de keten inspanningen geleverd voor de invoering van de Wet SenB. Belangrijke elementen daarbij zijn het aantrekken van nieuw personeel en het opleiden van bestaand personeel, maar ook de precieze uitwerking van de Wet SenB in bijvoorbeeld nadere regelgeving, ketenwerkprocessen en samenwerkingsafspraken. De nadere regelgeving, in de vorm van een uitvoeringsbesluit en een minsteriele regeling, is opgesteld en wordt voor advies aangeboden aan de Raad van State respectievelijk de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. De geformuleerde werkprocessen zijn in detail uitgewerkt en in 2021 zullen er nog samenwerkingsafspraken worden opgesteld, als onderdeel van de herijking van het samenwerkingsreglement USB. Ook is nagedacht over de (mate van) digitalisering, waar naartoe wordt gewerkt, en zijn belangrijke financiële afspraken gemaakt. Zo is voor de periode 2020 ‒ 2022 een bedrag van circa 23 miljoen euro beschikbaar gesteld. Bij het in samenhang verrichten van alle werkzaamheden is de keten ondersteund door een ingericht implementatieprogramma en worden – bestuurlijke – gremia benut. Om tot een verantwoorde inwerkingtreding over te gaan, zijn twee Gateway review verricht op de voortgang van de implementatie. Mede op basis hiervan is de start van de invoering van de Wet SenB voorzien op 1 mei 2021. Hier is de inzet van de keten onverminderd op gericht.

Kwetsbare personen, huiselijk geweld en kindermishandeling

Programma’s die zich richten op kwetsbare personen zijn in de praktijk vaak onvoldoende aan elkaar verbonden of werken naast elkaar. Het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT) heeft alle regio’s actief ondersteund bij vraagstukken rond kwetsbare personen, zoals personen met verward gedrag en re-integratie van ex-gedetineerden. Zo zorgde het VLOT voor een betere samenwerking en ondersteunde het de gemeenten en regio’s.

JenV heeft samen met SZW, VWS, BZK en OCW verder gewerkt aan het Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens. Het resultaat daarvan is het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek dat vanuit het Rijk als een centraal aanspreekpunt dient voor alle gemeenten en landelijke uitvoerongsorganisaties landelijke uitvoeringsorganisaties én het Landelijk Escalatie Team. Dit team brengt bestuurders bij elkaar om bij vastgelopen casussen via een onafhankelijk voorzitter naar een oplossing te zoeken. Daarnaast is gewerkt aan een Landelijk Maatwerkregister. Dit register helpt professionals bij gemeenten en landelijke uitvoeringsorganisaties sneller met elkaar in contact te brengen. Zo kan men sneller lokaal of regionaal via maatwerk tot oplossingen komen voordat het Landelijk Maatwerkloket Multiproblematiek om hulp wordt gevraagd.

In het programma Geweld hoort nergens thuis werkt JenV samen met betrokken partijen (waaronder VWS en VNG) aan het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds juni kunnen politie en Halt gestructureerd en geautomatiseerd melden bij Veilig Thuis. In geval van huiselijk geweld en kindermishandeling stemt men vroegtijdig af over de inzet van hulpverlening, strafrechtelijke, civielrechtelijk en bestuursrechtelijke interventies. Tevens zijn een landelijk handelingskader en kwaliteitsstandaarden beschikbaar voor de inzet van forensisch medische expertise voor kinderen.

Versterking rechtspositie van slachtoffers

De Wet Versterking Positie Slachtoffers is op 12 oktober aangenomen door de Tweede Kamer. Een andere mijlpaal is de lancering op 16 november van Mijnslachtofferzaak.nl. Dit is een digitaal loket waar slachtoffers informatie kunnen krijgen over de voortgang van hun zaak. In september startte een pilot voor rechtshulppakketten aan slachtoffers van ernstige delicten. In het kader daarvan kunnen slachtoffers vanaf het moment van aangifte rechtsbijstand krijgen van een slachtofferadvocaat.

Beter benutten risicotaxatie- en screeningsinstrumenten

Onze inzet is dat alle zorg- en veiligheidshuizen zicht hebben op personen met ernstig verward gedrag, dat zij deze groep mensen met een persoonsgerichte aanpak langdurig monitoren en dat zij op alle overgangsmomenten een risicotaxatie uitvoeren. Alle zorg- en veiligheidshuizen hebben een aanpak op deze doelgroep. Het thema risicotaxatie heeft de komende jaren overal prioriteit.

Negentien zorg- en veiligheidshuizen zijn extra ondersteund bij het doorontwikkelen van de top–x-aanpak, dat wil zeggen een aanpak gericht op plegers van delicten met grote impact op slachtoffers zoals woninginbraken, overvallen, straatroven en ernstige geweldpleging. De oplevering van de integrale aanpak liep vanwege een privacytoets enige maanden vertraging op. Er is een convenant gesloten tussen zorgaanbieders en financiers. Dit om te voorkomen dat mensen met ernstig verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico te lang verstoten blijven van hulp en er veel geleurd moet worden om de juiste hulp, zorg en ondersteuning te krijgen.

Jeugdbescherming en kwaliteit justitiële inrichtingen

Jeugdbescherming

In gedeeld opdrachtgeverschap hebben VWS, VNG en JenV een kwartiermaker aangesteld. Deze heeft de opdracht te komen tot een toekomstscenario voor een eenvoudiger en effectiever stelsel van jeugd- en gezinsbescherming. Eind 2020 is het concept beoordelingskader en toekomstscenario opgeleverd.

Doorbraakaanpak

Het vereenvoudigen van de Jeugdbeschermingsketen is erop gericht om op de langere termijn te komen tot een eenvoudiger/ effectiever stelsel van jeugdbescherming. Voor de korte termijn en om wachttijden te verminderen is een ‘doorbraakaanpak’ ontwikkeld, gericht op de aanpak van wachtlijsten en -tijden. Gemeenten en gecertificeerde instellingen hebben begin 2020 verbeterplannen opgesteld. Dit om op tijd te starten met de uitvoering als de rechter een maatregel voor kinderbescherming en jeugdreclassering heeft opgelegd, alsook tijdig de inzet van noodzakelijk jeugdhulp te bevorderen. De aanpak leidde op korte termijn tot onvoldoende verbeteringen. Om deze reden is in het najaar gekomen tot een versnelling van de aanpak (doorbraak) met als doel begin 2021 voor alle kinderen tijdige jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp waar te maken.

Kwaliteit justitiële inrichtingen

De transitie is ingezet naar een stelsel met meer maatwerk en differentiatie in beveiligingsniveau en zorgintensiteit. Om deze transitie mogelijk te maken is de subsidie aan de Justitiële Jeugdinrichting in Veenhuizen opgezegd en zijn twee kleinschalige voorzieningen justitiële jeugd geopend. De opstart van de gecombineerde kleinschalig voorziening (strafrechtelijk en civielrechtelijk) is niet van de grond gekomen. Er was geen draagvlak voor samenplaatsing; in 2021 wordt verkend hoe de synergie gevonden kan worden. Om te voorzien in een regeling van de rechtsposities voor de kleinschalige voorzieningen is gestart met het ontwikkelen van wetgeving. Voor het doorontwikkelen van de Justitiële Jeugdinrichtingen naar forensische centra jeugd hebben we pilots gestart die (o.a.) zien op transforensische zorg en maatwerk in zorg en beveiliging.

Corona heeft enkele pilots vertraagd. Ook heeft corona impact gehad op het verlof en bezoek van justitiabelen. Door besmettingen en quarantaines zorgde het daarnaast voor extra druk op de capaciteit. Tevens zorgde de verhoogde instroom voor extra druk op capaciteit en personeel in de inrichtingen. Dit vertraagde de ontwikkeling naar een forensisch centrum jeugd.

Forensische zorg en gevangeniswezen

Forensische zorg

De implementatie van de maatregelen naar aanleiding van de onderzoeken naar het detentieverloop van Michael P. is zo goed als afgerond. Samen met de sector is een visie op forensische zorg opgesteld. Daarin staat de balans tussen beschermen en behandelen helder verwoord. Dat draagt bij aan een gemeenschappelijk richtinggevend referentiekader voor het denken en handelen van professionals. Ook legt het een basis voor het ontwikkelen van een kwaliteitskader forensische zorg. Met de sector hebben we een bestuurlijke agenda opgesteld voor 2021 en de jaren erna.

Gevangeniswezen

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is samen met reclassering en gemeenten verder gegaan met het implementeren van de visie ‘recht doen, kansen bieden’. Steeds meer regionale samenwerkingsverbanden geven uitvoering aan het bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’. Om gedetineerden voor te bereiden op terugkeer in de samenleving hebben DJI, reclassering en gemeenten in dit akkoord afgesproken om vanaf de eerste dag van detentie samen te werken. Ook lossen we - vaak in samenwerking met andere departementen -knelpunten op bij het uitvoeren van dit akkoord. Bijvoorbeeld bij de aanvraag van een identiteitsbewijs. Ondanks de coronapandemie zijn de maatregelen uit de visie zo goed mogelijk uitgevoerd. Enkele pilots (zoals de pilots 20 à 32 uur arbeid) moesten we tijdelijk stoppen, maar zijn weer hervat. Tot slot is dit jaar besloten om in Vlissingen een justitiecomplex te realiseren dat hoogbeveiligde functionaliteiten huisvest die beschikbaar zijn voor het hele land. In dit complex komen eind 2026 een penitentiaire inrichting, een zittingslocatie en een werk- en overnachtingslocatie.

Aanslagen voorkomen en terrorisme en extremisme bestrijden

Detectie reisbewegingen

Om terrorisme en ernstige criminaliteit te bestrijden is de detectie van reisbewegingen verder versterkt. Zo is een bijdrage geleverd aan een Global Standard voor de uitwisseling van passagiersgegevens. Vanuit het principe ‘no country left behind’ en voor de verdere ontwikkeling van Passenger Information Units bij lidstaten van de Verenigde Naties, is ook dit jaar steun verleend aan het United Nations Office of Couter-Terrorism (UNOCT CT) Travel Program. Hierbij vroegen we specifieke aandacht voor mensenrechten. Ook in Europees verband heeft Nederland actief gepleit voor het uitwisselen van passagiersgegevens binnen de kaders van gegevensbescherming, privacy en fundamentele rechten. Dit mede in het licht van de hierop ziende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ten slotte is de Nederlandse passagiersinformatie-eenheid verder geprofessionaliseerd.

Bestrijding van terroristen en extremisten op het internet

In december is een politiek akkoord bereikt op de Europese Terrorist content online (TCO) -verordening. Deze verordening vult de vrijwillige samenwerking aan met een verplichting voor hosting service providers. Dit om actief te bevorderen dat hun platformen gevrijwaard blijven van terroristische content. De verordening eist dat iedere lidstaat een autoriteit opricht of aanwijst die bevoegd is verwijderverzoeken uit te vaardigen, proactieve maatregelen af te dwingen en te sanctioneren. Nederland heeft ervoor gekozen een zelfstandig bestuursorgaan op te richten.

Terugkeer, home grown terrorisme en veilige re-integratie

Van de ± 305 personen die naar Syrië en Irak zijn uitgereisd, zijn ± 65 personen naar Nederland teruggekeerd. De capaciteit van de terroristenafdelingen is uitgebreid van 48 naar 70 plaatsen. Tevens is verder geïnvesteerd in het in 2019 opgerichte Multidisciplinair Afstemmingsoverleg Resocialisatie (MAR) van DJI. In dit overleg zijn gemeenten en Reclassering betrokken bij het opstellen van een re-integratieplan én interventies. Na detentie wordt de betrokkene gemonitord en krijgt het re-integratieplan verder vorm. Dit gebeurt in het lokale casusoverleg met diverse zorg- en veiligheidspartners onder regie van de gemeente.

Lokale domein

Het kabinet heeft de lokale aanpak ondersteund. Die aanpak is cruciaal voor het tegengaan van radicalisering en het reduceren van de dreiging van extremistische personen in Nederland. De meest betrokken gemeenten ontvangen Versterkingsgelden om de integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme te versterken.

We ondersteunen gemeenten bij preventie van radicalisering en extremisme. In het kader van het ondersteuningsaanbod van de Toolkit Evidence Based Werken (EBW) zijn diverse trajecten gestart. Zo is ingezet op het trainen van professionals vanuit het ondersteuningsaanbod van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan radicalisering (ROR). Het ROR trekt hierin op met experts van het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). Gemeenten kunnen een beroep doen op het aanbod van het LSE voor familieondersteuning. Daarnaast is een door het WODC gecoördineerd onderzoek uitgezet naar intergenerationele overdracht.

Contraterrorisme-strategie (CT)

De evaluatie van de CT-strategie 2016-2020 is opgeknipt in twee fasen. Het eindrapport van fase 1 is recent opgeleverd. De ontwikkeling van de nieuwe CT-strategie heeft wat vertraging opgelopen. Dit komt doordat collega’s bij de corona-organisatie zijn betrokken. Inmiddels is het traject gestart.

Nationale veiligheidsstrategie en coördinatie nationale veiligheid

In 2019 is de Nationale Veiligheid Strategie (NVS) verschenen als startpunt van een driejarige cyclus. De NVS kijkt met een integrale blik naar bedreigingen voor onze nationale veiligheid en voorziet in een strategische agenda voor het verhogen van de weerbaarheid daartegen. Samen met departementen en andere partners is een midterm review opgesteld. Ook is een integraal, Rijksbreed analyse-instrument ontwikkeld voor coherente strategievorming op het gebied van nationale veiligheid.

Nederland digitaal veiliger maken

Door corona is Nederland meer dan ooit afhankelijk van digitale middelen.De Citrix kwestie van begin 2020 liet zien hoe kwetsbaar digitale middelen en systemen kunnen zijn en welke gevolgen dat kan hebben. Onze inzet op het verhogen van digitale weerbaarheid is daardoor onverminderd van belang. Dit doen we door het implementeren van de Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA) en door de kabinetsreactie op het WRR rapport over digitale ontwrichting.

Een belangrijke mijlpaal is het herijken van het Nationaal Crisisplan Digitaal (NCP-Digitaal). Dit plan biedt handvatten voor het bestrijden van digitale crises en incidenten. Ook is het Landelijk Dekkend Stelsel versterkt. Dit o.a. door het Cyberweerbaarheidscentrum Brainport en Cyberveilig Nederland aan te wijzen als organisaties die tot taak hebben om andere organisaties of het publiek te informeren. Daardoor kunnen zij NCSC-dreigingsinformatie ontvangen over hun achterban om deze te helpen zich te weren tegen digitale dreigingen.

In samenspraak met andere ministers zijn de huidige wettelijke taken en bevoegdheden van de overheid in kaart gebracht. Deze maken het mogelijk om informatie te delen met - of in het uiterste geval in te grijpen op - de digitale weerbaarheid bij rijksoverheid, vitale aanbieders en niet-vitale organisaties. En te bezien of aanvullingen hierop nodig zijn.

Verder stelde de Tweede Verzamelspoedwet het NCSC in staat om ondersteuning te bieden aan onderdelen van de zorgsector die een cruciale rol spelen bij het bestrijden van corona.

Daarnaast heeft Nederland zich onverminderd ingezet voor digitale samenwerking binnen de EU. De onderhandelingen over het EU Cybersecurity Competence Centre and Network zijn eind 2020 afgerond.

Nederland weerbaar maken tegen dreigingen door statelijke actoren

Ons inzicht in de dreiging door statelijke actoren is gegroeid en vanuit verschillende domeinen brengen we dreigingsinformatie steeds beter samen.

Weerbaarheid verhogende maatregelen zijn genomen voor economische veiligheid en politieke en sociale stabiliteit. Voorbeelden van het laatste zijn de aanpak van ongewenste vormen van diasporapolitiek vanuit Turkije, de doorlopende aanpak om desinformatie tegen te gaan en de maatregelen om meer zicht te krijgen op de herkomst van buitenlandse geldstromen.

Met betrekking tot economische veiligheid is bijvoorbeeld gewerkt aan aanvullende beschermingsmaatregelen. Om de veiligheid en integriteit van telecomnetwerken te waarborgen, is voor telecom een structureel proces ingericht. Daarnaast is de wettelijke grondslag voor investeringstoetsing in voorbereiding. Ook is voor kennisveiligheid een pakket aan maatregelen aangekondigd en is besloten dat nadere strafbaarstelling van spionage wenselijk is.

Meer maatregelen zijn nodig om weerbaarder te worden tegen de dreiging zoals beschreven in het dreigingsbeeld statelijke actoren (DBSA). Naast bestaande maatregelen zetten we - interdepartementaal, samen met ketenpartners - in op het vergroten van de informatiepositie. Dat doen we door de dreiging in kaart te brengen én te bepalen wat we willen beschermen als het gaat om de vitale infrastructuur en toeleveranciers, sensitieve technologieën, hoogwaardige kennis en ongewenste strategische afhankelijkheid.

Risico- en crisisbeheersing

Het rapport van de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s is op 4 december aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze commissie evalueerde de doeltreffendheid en effecten van de Wet veiligheidsregio’s. In het licht van maatschappelijke ontwikkelingen en crisisbeheersing van toekomstige bedreigingen is onderliggende regelgeving in de praktijk onderzocht.

Veel lessen zijn getrokken uit de corona-crisisaanpak. Vanaf januari was het Nationaal Crisiscentrum al opgeschaald voor repatriëring van Nederlanders uit gebieden waar coronabesmettingen al aan de orde waren. Toen op 16 maart het besluit viel om de Rijkscrisisorganisatie op te schalen, is onder coördinatie van de NCTV de coronacrisis aangepakt. In de periode tot 1 juli zijn bijna 70 interdepartementale afstemminigsoverleggen georganiseerd, alsmede zo’n 30 crisisoverleggen op DG en ministerieel niveau. Het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (NKC) heeft de crisiscommunicatie ondersteund. Voor de ondersteuning van de rijkscrisisstructuur is gedurende enkele maanden een groot deel van de NCTV-capaciteit ingezet.

De gezamenlijke crisisbeheersing tussen het Rijk en de regio kreeg een impuls met betrekking tot de coördinatie van het bovenregionale en landelijke informatiemanagement. Een eerste verkenning door JenV en veiligheidsregio’s heeft geleid tot een advies over de inrichting van een knooppunt dat ondersteuning moet bieden bij coördinatie en informatiemanagement tussen veiligheidsregio’s, Rijk en overige crisispartners.

Bestrijding corona

Op 1 juli is het programmadirectoraat COVID-19 opgericht. Het programmadirectoraat neemt vanaf die datum de taken over van de NCTV voor de besluitvorming ten aanzien van de coronacrisis. In september is duidelijk dat de besluitvorming voor de korte termijn een spanning oplevert met het uitzetten van een middellange termijnstrategie. Daarom is ervoor gekozen de korte termijn van de middellange termijn te scheiden. Ook na de afschaling van de nationale crisisstructuur bleef de uitvoering van de crisiscommunicatie bij de NCTV ondergebracht.

Op 1 oktober ging het programmadirectoraat verder als het programmadirectoraat Samenleving en COVID-19 (DGSC). DGSC legt zich toe op de middellange termijn. Hierbij zijn twee directies opgericht: de Directie Strategie en Kennis en de Directie Evaluatie en Verantwoording. Beide directies zijn samengesteld met personeel uit vrijwel alle departementen. Dat benadrukt het interdepartementale en verbindende karakter van de samenwerking.

De korte termijn corona-aanpak is belegd bij de nieuw opgerichte projectdirectie COVID-19 van de NCTV.

3 Migratie

Robuuste inrichting migratieketen

Ondanks de beperkingen van de coronacrisis heeft de IND een grote stap gezet in het wegwerken van de achterstanden en het tegelijkertijd bijhouden van de nieuwe instroom. Met het instellen van een taskforce om de achterstanden in te lopen was het de bedoeling om de achterstanden op spoor 4 nog in 2020 volledig in te lopen. Ondanks de tegenvallende productie, onder andere door corona en operationele tegenvallers, is ruim de helft van de achterstand ingelopen in 2020.

Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS)

De Europese Commissie heeft in september negen (veelal wetgevende) voorstellen gepresenteerd die leiden tot een hervorming van het Europese asiel- en migratiebeleid. Dit zijn complexe en ingrijpende voorstellen. Kernstukken zijn:

  • voorstellen voor screening aan de buitengrens,

  • voorstellen voor verplichte grensprocedure, en

  • voorstellen voor een structureel (flexibel) solidariteitsmechanisme.

Begin november is de Tweede Kamer geïnformeerd over de appreciatie van het kabinet en de Nederlandse onderhandelingsinzet.

Versterking capaciteit grensbeheer

De coronapandemie heeft enorme gevolgen voor de luchtvaart en andere vormen van internationaal personenvervoer. Passagiersaantallen zijn afgenomen en reisrestricties (incl. uitzonderingssituaties) zijn ingevoerd. Daardoor is het werkaanbod voor de KMar veranderd en is de behoefte aan extra capaciteit voor de uitvoering afgenomen. De KMar heeft met de bestaande capaciteit haar taken goed kunnen uitvoeren.

De nationale uitvoeringswet is in het najaar in concept goedgekeurd door de staatssecretaris en de Minister. De nadruk heeft daarbij niet alleen gelegen op de implementatiewerkzaamheden voor de realisatie van EES (Entry-Exit System) en ETIAS (European Travel Information and Authorization System), maar ook op SIS (Schengen Informatie Systeem) dat eind 2021 als eerste gereed moet zijn. De verordeningen (horende bij deze uitvoeringswet) zien op de introductie van een aantal nieuwe Europese databanken (een in- en uitreissysteem (EES) en een informatie- en reisautorisatiesysteem (ETIAS)) en aanpassing van bestaande databanken (het Schengeninformatiesysteem (SIS)). Met de implementatie beogen we illegale migratie beter te bestrijden, de veiligheid binnen het Schengengebied te vergroten en het grensproces beter te faciliteren - inclusief behoud van mobiliteit en economische aantrekkingskracht.

Flexibiliteit en effectiviteit van de asielketen

Om de effectiviteit van het asielproces te vergroten is een nieuw identificatie- en registratieproces ontwikkeld. Daarmee is op voorhand in te schatten hoe kansrijk een asielaanvraag is. De implementatie hiervan is gestart. Om de asielprocedure te verkorten en de planning van zaken te verbeteren is een AMvB opgesteld voor het samenvoegen van het aanmeldgehoor en het eerste gehoor. Het proces voor herhaalde asielaanvragen is al in 2019 heringericht. Mede hierdoor is de instroom van aanvragen nu gedaald, evenals het aantal «herhaalde» aanvragen. Daarnaast is op twee locaties een gemeenschappelijke vreemdelingenlocatie ontwikkeld(GVL).

Minder overlast en illegaliteit, meer terugkeer

Overlast

Een beperkte groep vreemdelingen veroorzaakt disproportionele overlast. Hiermee tasten zij het draagvlak aan voor de opvang van vluchtelingen van oorlog, geweld of vervolging. In samenwerking met partijen uit de migratieketen, de strafrechtketen en het lokaal bestuur is de aanpak van overlast gecontinueerd en geïntensiveerd.

Zo is in februari de Handhaving- en Toezichtlocatie (htl) geopend in Hoogeveen. Het COA kan asielzoekers die stelselmatig overlast geven hiernaar overplaatsen. Sinds augustus kan het COA overlastgevende bewoners bij wijze van sanctie tijdelijk apart zetten in een sobere time-out-plek. Zo’n plek is op iedere COA-locatie gerealiseerd.

Aanpak overlastgevende asielzoekers

Ook zijn vier zogenoemde ketenmariniers aangesteld. Zij sturen aan op integrale samenwerking in de aanpak van overlastgevende en criminele asielzoekers en hanteren hierbij een zero-tolerance beleid. Ook hebben zij een toolbox met ruim 70 maatregelen ontwikkeld. Deze is in november gepubliceerd. Sinds mei werken de ketenmariniers landelijk met de top-x-aanpak. De zwaarste overlastgevers worden daarbij goed in beeld gehouden en individueel aangepakt. Omdat dit maatwerk is, konden gemeenten met overlast aanspraak maken op een financiële regeling van in totaal €1 miljoen om lokale maatregelen te financieren.

Versoberde opvang

Sinds september vangen we asielzoekers uit een veilig land van herkomst geclusterd en versoberd op. Zo zijn deze veiligelanders – die een kansarme asielaanvraag hebben en relatief vaak voorkomen in de groep overlastgevers – beter beschikbaar voor de versnelde asiel- en vertrekprocedure. Bovendien moeten strengere regels en verscherpt toezicht ervoor zorgen dat we deze groep beter beheersbaar opvangen en er meer grip is op eventuele overlast.

Terugkeer

Terugkeer van vreemdelingen die verplicht zijn te vertrekken heeft hinder ondervonden van beperkingen in het luchtverkeer door corona. In maart is de bewaring van Dublinclaimanten opgeheven. Dit omdat de overdracht niet binnen de termijn mogelijk was. Voor alle andere vreemdelingen is per persoon bepaald of de bewaring kon voortduren en of vertrek mogelijk was - al dan niet later dan gepland.

In de eerste periode van de reisbeperkingen zagen de DT&V en IOM een lichte stijging van mensen die Nederland zelfstandig verlieten. Daarbij waren mensen die eerder niet in het zicht van de overheid waren. Sommige andere projecten, zoals het Terugkeerspoor, liepen tijdelijk vertraging op maar zijn waar mogelijk weer hervat. Daarnaast is de subsidieregeling Ondersteuning Zelfstandig Vertrek geëvalueerd. De resultaten van de evaluatie waren aanleiding de subsidieregeling voort te zetten en zijn met de Tweede Kamer gedeeld.

Daarnaast is gekeken naar mogelijkheden om terugkeer, in het bijzonder gedwongen vertrek, te intensiveren. Ook daarover is de Kamer geïnformeerd.

De beperkingen door corona hebben ook weerslag gehad op de inzet van JenV (o.a. met BZ) om de migratiesamenwerking te versterken met prioritaire landen van herkomst en transit. De Kamer is geïnformeerd over de inzet van het kabinet bij het tot stand komen van migratieovereenkomsten met derde landen. Aan het einde van het jaar zijn de eerste voorstellen van de Europese Commissie ontvangen. Nederland heeft actief om deze voorstellen gevraagd en zal de voorstellen van input blijven voorzien.

Omdat landen van herkomst niet altijd willen meewerken, heeft JenV zich samen met BZ ervoor ingezet dat de Europese Commissie art. 25 bis van de Visumcode, op grond waarvan positieve of negatieve visummaatregelen kunnen worden toegepast, spoedig toepast. Dit om landen te bewegen beter mee te werken aan het terugnemen van onderdanen.

Kennismigratie

Het aantrekken en behoud van internationaal talent voor Nederland blijft een prioriteit van dit kabinet. De voorwaarden voor het verlaagd salariscriterium zijn dit jaar versoepeld. Tot nu toe kwam iemand die direct na afstuderen of (promotie)onderzoek een «zoekjaar» had gedaan daarna niet meer in aanmerking voor het verlaagd salariscriterium. Dit is nu veranderd. Dat maakt het makkelijker voor starters om vanuit het buitenland alsnog een baan als kennismigrant in Nederland te vinden.

3.2 Veiligheidsagenda

Tabel 1 Veiligheidsagenda
 

Norm 2020

Realisatie 2020

Verschil

Ondermijnende criminaliteit

   

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

1.370

1.529

159

Mensenhandel

   

Aantal gemelde slachtoffers bij Comensha1

 

481

 

Aantal OM-verdachten mensenhandel

190

187

‒ 3

Aantal complexe onderzoeken

 

7

7

Cybercrime

   

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

310

468

158

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

77

38

‒ 39

Aantal fenomeen onderzoeken naar cybercrime

41

39

‒ 2

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

20

0

‒ 20

Aantal high tech crime onderzoeken

20

12

‒ 8

Online seksueel kindermisbruik

   

Inzet gericht op misbruikers / vervaardigers (in aantal zaken)

100

113

13

Inzet gericht op keyplayers (/netwerken) (in aantal zaken)

15

14

‒ 1

Inzet gericht op bezitters / verspreiders (in aantal zaken)

400

351

‒ 49

Executie

   

Positief afgedane dossiers

40%

26%

‒ 14%

X Noot
1

De door Politie gemelde slachtoffers in 2020 betreft een voorlopig aantal. De definitieve jaargegevens over 2020 worden eind april door Comensha vastgesteld

Op 29 juni heeft het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) gesproken over de herijking van de Veiligheidsagenda. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft, gehoord de gezagen, besloten om de beleidsdoelstellingen uit 2019 dit jaar te handhaven. Dit onder andere in verband met de effecten van de cononacrisis op de politiecapaciteit.

In 2020 is de doelstelling voor het aantal criminele samenwerkingsverbanden (csv)-onderzoeken in kader van de aanpak van ondermijning gerealiseerd. Door de verdere groei van het aantal aangepakte csv’s in 2019 zagen we dat met name de regionale eenheden het jaar 2020 met een groter aantal nog lopende onderzoeken zijn gestart. In 2020 stabiliseerde het aantal lopende csv-onderzoeken zich op dit niveau. De dalende tendens in het aantal OM-verdachten van mensenhandel is in 2020 omgebogen naar een voorzichtig steeds verder stijgende lijn. De doelstelling is uiteindelijk dicht genaderd. In 2020 wederom een goed resultaat voor het aantal reguliere onderzoeken cybercrime (onderzoeken op regionaal niveau). Daarnaast zijn er 36 fenomeenonderzoeken in de tactische fase afgerond, waarmee we progressie zien in de aanpak van fenomeenonderzoeken. Voor high tech crime ligt het aantal onderzoeken dat in de tactische fase is afgerond onder de norm, onder meer vanwege de toegenomen complexiteit van de onderzoeken. De resultaten voor het thema online seksueel kindermisbruik vallen in 2020 lager uit dan het voorgaande jaar. Voor een deel speelt de beperkte inzet van medewerkers als gevolg van de coronamaatregelen hierbij een rol. De doelstelling voor executie is vorig jaar behaald en daarom zijn er begin 2020 nieuwe afspraken gemaakt om invulling te geven aan dit thema van de veiligheidsagenda12. In 2020 zien we ook bij executie de gevolgen van de coronamaatregelen terug in de realisatie. Er zijn dit jaar nog veel zaken in onderzoek. Als gevolg van de coronacrisis hebben selectieve afwegingen moeten plaatsvinden bij aanhoudingen over de ernst van delicten in relatie tot het besmettingsgevaar van Covid-19. Die afweging speelde ook een rol na eventuele aanhoudingen, om de veiligheid en gezondheid binnen de penitentiair inrichtingen te waarborgen.

3.3 Beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Overzicht gerealiseerde beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel (onderdeel)

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Geheel artikel (ja/nee)

31

Politie

       

N

 

Bekostiging Politie (31.2)

        
 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT Politie (31.3)

        
 

Beheer multisystemen

      

X

 
 

Internationale samenwerkingsoperaties

      

X

 

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

       

N

 

Apparaatskosten Hoge Raad (32.1)

  

X

     
 

Adequate toegang tot het rechtsbestel(32.2)

  

X

     
 

Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (32.3)

  

X

     

33

Rechtshandhaving en vervolging

       

J

 

Apparaatskosten OM (33.1)

X

       
 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

X

       
 

Opsporing en vervolging (33.3)

X

       

34

Straffen en beschermen

       

N

 

Raad voor de Kinderbescherming (34.1)

        
 

Preventieve maatregelen (34.2)

        
 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties (34.3)

    

X

   
 

Slachtofferzorg (34.4)

X

       
 

Uitvoering jeugdbescherming (34.5)

        
 

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd (34.5)

     

X

  

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

       

N

 

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding (36.2)

    

X

   
 

Onderzoeksraad voor de Veiligheid (36.3)

        

37

Migratie

       

N

 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

    

X

   
 

Terugkeer (37.3)

     

X

  

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link. Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie «Bijlage 2. Afgerond evaluatie- en overig onderzoek».

Onderstaand treft u een toelichting aan van de beleidsdoorlichtingen welke in het in de meerjarenprogrammering van de begroting 2020 stonden opgenomen, maar die nog niet in 2020 aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.

Raad voor de Kinderbescherming

In zijn brief van 12 september 2019 heeft de Minister voor Rechtsbescherming de Kamer geïnformeerd over de voor 2020 geplande beleidsdoorlichting van de Raad voor de Kinderbescherming. Deze beleidsdoorlichting van artikel 34.1 zou tezamen met de beleidsdoorlichting van artikel 34.5 (Jeugdbescherming, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen en de BES Voogdijraad) in het vierde kwartaal van 2020 worden aangeboden. Mede als gevolg van het Corona-virus hebben deze beleidsdoorlichtingen vertraging opgelopen. De beleidsdoorlichtingen zijn inmiddels in een vergevorderd stadium en zullen in het tweede kwartaal van 2021 alsnog aan de Kamer worden toegezonden.

Preventieve Maatregelen

De voor 2020 geplande beleidsdoorlichting van artikel 34.2 (Preventieve Maatregelen) heeft eveneens enige vertraging opgelopen als gevolg van het coronavirus. Deze beleidsdoorlichting is in concept afgerond en zal naar verwachting ook in het tweede kwartaal van 2021 aan de Kamer worden toegezonden.

3.4 Risicoregelingen

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleend

Vervallen

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

  

2019

2020

2020

2020

2020

2020

2020

31

Inkoop Max

402.670

 

‒ 115.076

287.594

nvt

nvt

nvt

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

15.954

3.495

‒ 3.745

15.704

nvt

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

19.956

 

‒ 731

19.225

nvt

nvt

nvt

 

Totaal

438.580

3.495

‒ 119.552

322.523

ntv

ntv

ntv

31. Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen aan de Politie, in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan de bedragen welke als vordering in de jaarrekeningen van de politie worden opgenomen (Kamerstukken II, 2013-2014, 29 628, nr. 407).

33. Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen.

34. Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiency-overwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

Tabel 4 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)1

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening

  

2019

2019

2019

2020

2020

2020

2020

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.953

0

1.953

1.546

0

1.546

nvt

X Noot
1

Tabel 5 Overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Saldo uitstaande leningen

Correctie beginstand 20201

Aangegane Leningen

Aflossing uitstaande leningen

Saldo uitstaande leningen

Rekening courant limiet

  

2019

 

2020

2020

2020

2020

 

externe partijen

      

31

Nationale Politie

1.208.323

 

376.664

236.892

1.348.095

250.000

31

Meldkamer Noord Nederland

8.800

 

0

400

8.400

0

31

Politie Academie

0

 

0

0

0

250

32

Autoriteit Persoonsgegevens

0

 

0

0

0

1.000

34

Kansspelautoriteit

2.220

 

0

370

1.850

3.000

34

Particuliere JJI's

36.475

1.267

8.451

2.631

43.562

0

37

COA

212.320

 

0

25.920

186.400

70.000

37

NIDOS

0

 

0

0

0

35.000

 

Subtotaal externe partijen

1.468.138

1.267

385.115

266.213

1.588.307

359.250

        
 

interne partijen

      

37

Agentschap CJIB

9.187

 

2.590

3.813

7.964

0

34

Agentschap IND

25.593

 

1.202

10.813

15.982

0

33

Agentschap NFI

10.540

 

3.116

2.542

11.114

0

32

Gemeenschappelijke Hof

55

 

325

12

368

0

32

Raad voor de rechtspraak

53.952

 

23.899

19.904

57.947

0

 

Subtotaal interne partijen

99.327

 

31.132

37.084

93.375

0

        
 

Totaal

1.567.465

1.267

416.247

303.297

1.681.682

359.250

X Noot
1

Het betreft van openstaande stand van de lening voor de stichting Intermetzo die ten onrechte niet was opgenomen in de eindstand van 2019

Leenfaciliteit

Deze organisaties hebben toegang tot het geïntegreerd middelenbeheer van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van JenV. Met ingang van de verantwoording 2019 worden ook de uitstaande leningen van de interne partijen die ressorteren onder het Ministerie opgenomen in dit overzicht.

Rekening-courant limiet

De betreffende organisaties hebben bij MvF een rekening-courant faciliteit, waarbij JenV garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties daarbij in gebreke blijven.

Bijlage: Overzicht coronasteunmaatregelen

Tabel 6 Overzicht coronasteunmaatregelen (bedragen * € 1 mln.)

Maatregel

Verplichtingen 2020

Uitgaven 2020

Relevante Kamerstukken

Verlopen rijbewijzen en APK's

 

31

Kamerstukken II 2020/21, 35650-VI, nr. 2

Corona gerelateerde kosten

60

60

Kamerstukken II 2020/21, 35650-VI, nr. 2

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen

69

69

Kamerstukken II 2020/21, 35650-VI, nr. 2

DGCovid-19

5

52

Kamerstukken II 2020/21, 35650-VI, nr. 2

X Noot
1

Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten

X Noot
2

Een deel van de taken zijn belegd bij NCTV. Een bedrag van € 7,2 mln. is via een kasschuif doorgeschoven naar 2021.

toelichting op de maatregelen

Verlopen rijbewijzen en APK’s

Het kabinet biedt coulance voor rijbewijzen en APK-keuringen die verlopen in de periode van 16 maart tot 1 juli 2020. De handhaving op APK-keuringen is op 1 juli hervat. De maatregel voor rijbewijzen is verlengd tot 1 juni 2021. Dit leidt tot een derving van naar verwachting ongeveer € 2,5 mln. op de generale ontvangsten uit Boeten en Transacties op de begroting van Justitie en Veiligheid.

Corona-gerelateerde kosten

Als gevolg van de coronacrisis zijn er in 2020 extra uitgaven gedaan door Justitie en Veiligheid, onder andere voor personele bescherming, om primaire processen coronaproof te maken en om achterstanden binnen de strafrechtketen in te halen. Ook zijn lagere ontvangsten voor de griffierechten en de administratiekostenvergoeding voor het CJIB gerecht. Voor het opvangen van deze tegenvallers is in de tweede suppletiore begroting een bedrag van € 60 mln. toegevoegd aan de JenV-begroting. Per saldo is de tegenvaller in 2020 uitgekomen op een bedrag van € 70,3 mln. In de bovenstaande tabel staat een bedrag van € 60 mln, als maximum bedrag waarvoor het reguliere uitgavenplafond niet geldt.

Noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen

Het kabinet heeft besloten tot de aanleg van een noodvoorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor 45 dagen ten bedrage van € 69,3 mln. Vitale sectoren en essentiële beroepen kunnen een beroep doen op deze noodvoorraad wanneer er (structurele) problemen op de markt zijn bij de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gaat om een eenmalige uitgave voor PBM inclusief de projectkosten om deze PBM eenmalig aan te schaffen. Inmiddels is gebleken dat van het ingeschatte bedrag van € 69,3 mln. slechts € 43,3 mln. nodig is. Het verschil van € 26 mln. wordt in 2021 teruggestort. Op balansdatum 2020 heeft IFV € 24 mln. van de benodigde € 43,3 mln. verplicht. Het resterende deel van € 19,3 mln. is in 2021 door IFV verplicht.

DG COVID-19

In juli 2020 is een interdepartementaal programma DG opgericht, welke wordt gehuisvest bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit DG zal interdepartementaal alle nodige actie verrichten om regie en samenhang te bereiken met betrekking tot beleid en uitvoering.

4. Beleidsartikelen

4.1 Artikel 31: Politie

A. Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie en de Politieacademie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel en van het opleidingsstelsel voor de politie;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister13 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt en legt verantwoording af aan de Minister. Die verantwoording betreft tevens de mensen en middelen die de korpschef om niet ter beschikking stelt aan de Politieacademie. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.14

C. Beleidsconclusies

In 2020 is zichtbaar geworden dat de forse vervangingsopgave en de structurele uitbreiding van de politie tijdelijk tot een onderbezetting in de beschikbare politiecapaciteit leidt, met name voelbaar in de (roosterdiensten in de) GGP (gebiedsgebonden Politiewerk). Om de politie sneller weer op zijn (uit te breiden) capaciteit te brengen is in overleg met politie en vakbonden besloten tot een vernieuwing van het basispolitieonderwijs die de opleidingsduur zal terugbrengen van drie naar twee jaar en het onderwijs meer toekomstbestendig zal maken.

Met de realisatie van deze maatregelen is de politieorganisatie op weg naar een nieuw evenwicht tussen formatie- en bezetting in 2024 ‒ 2025, ook binnen het GGP. Vanaf dat moment is de vervangingsopgave achter de rug en zal de landelijke uitbreiding van de operationele capaciteit met 2.400 fte gerealiseerd zijn15.

In 2020 heeft de politie stappen gezet richting meer flexibiliteit en maatwerk door onder meer de politiechef of lijnchef (meer) inzicht te geven in (de kosten van) de mensen en middelen die hij ter beschikking heeft voor de uitvoering van de politietaak en door extra ondersteuning van eenheden op het gebied van de bedrijfsvoering.

Het ontwerpbesluit waarmee de bandbreedte op de operationele sterkte wordt geïntroduceerd, is conform Politiewet 2012 voorgehangen bij de Tweede en Eerste Kamer. Naar verwachting wordt het ontwerpbesluit begin 2021 voor advies aan de Raad van State aangeboden.

Net als in 2019 blijven de resultaten op de afspraken over mensenhandel en cybercrime een aandachtspunt. Voor de mensenhandel-afspraak16 geldt echter dat er in 2020 ten opzichte van 2019 weer een stijgende lijn te zien is. De resultaten voor de Veiligheidsagenda 2019-2022 moeten worden bezien tegen de achtergrond van de COVID-19 crisis en het bredere capaciteitsvraagstuk bij de politie. Die omstandigheden speelden ook een rol bij de herijking van de Veiligheidsagenda17 die in 2020 heeft plaats gevonden: gehoord de gezagen heeft de Minister van Justitie en Veiligheid besloten om de beleidsdoelstellingen uit 2019 te handhaven in 2020.

Met het kabinetsstandpunt evaluatie Politiewet 2012 is gekozen voor doorontwikkeling en verbetering van de politie en het politiebestel. Dit is een proces van meerdere jaren. In 2020 heeft de politie binnen de vigerende wet- en regelgeving onder meer werk gemaakt van het verbeteren van de informatiepositie van het gezag en via doorontwikkeling in de wijze van intern budgetteren in het creëren van meer regionale en lokale ruimte. De Raad van State heeft eind 2020 geadviseerd over het wetsvoorstel waarmee de doorontwikkeling van het LOVP (Landelijk Overleg Veiligheid en Politie) de grotere ruimte van de korpschef op het terrein van het beheer en de modernisering van de bijstand wordt vormgegeven. Dit wetsvoorstel wordt begin 2021 aan de Kamer aangeboden.

2020 was het laatste uitvoeringsjaar van het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2018-2020 Politie. Als nadere invulling van dat akkoord is in 2020 een overeenkomst bereikt over de vernieuwing van het basispolitieonderwijs, een regeling voor vervroegd uittreden en enkele aanvullende maatregelen gericht op versterking van de capaciteit van de politie. In de looptijd van het Arbeidsvoor-waardenakkoord 2018-2020 is veel bereikt: bijna alle afspraken uit dit akkoord zijn gerealiseerd. Daarbij gaat het om afspraken op het gebied van de loonontwikkeling, capaciteit en inzetbaarheid, loopbaan en ontwikkeling, veilig en gezond werken en duurzame inzetbaarheid. Dit is bevestigd in het periodieke monitoringsoverleg tussen de Minister, de korpschef en de vakbonden. De nog openstaande afspraken zijn geborgd in werkgroepen of worden meegenomen in het (nog vast te stellen) arbeidsvoorwaardenakkoord 2021 e.v. Dit akkoord is in 2020 inhoudelijk voorbereid, maar dat heeft nog niet tot een resultaat geleid.

Vanaf 1 juli 2020 is de Wijzigingswet meldkamers (stb-2020-140) van kracht: een historische mijlpaal voor alle meldkamers, de hulpdiensten van politie, ambulance, brandweer en de KMar en de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). In 2010 stond het verbeteren van de meldkamer al opgenomen in het Regeerakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’. In 2013 werden hiervoor de gezamenlijke doelen vastgesteld, met de ondertekening van het Transitieakkoord Meldkamer van de toekomst door 54 partners in het meldkamerdomein. Bijna 10 jaar na het Regeerakkoord is nu de Wijzigingswet meldkamers in werking.

De Wijzigingswet meldkamers en de in 2020 tot stand gekomen nadere regelgeving geven kaders voor de nieuwe inrichting van het meldkamerdomein en voor het verder optimaliseren van de werking van de meldkamers. De regeling Hoofdlijnen van beleid en beheer meldkamers bevat kaders voor het beleid en beheer in het meldkamerdomein18, de inrichting van de multidisciplinaire sturing en van de beleids- en beheercyclus waarbinnen het jaarlijkse beleids- en bestedingsplan van de meldkamers tot stand komt. In het Besluit aanwijzing meldkamers19 zijn de in totaal 10 meldkamerlocaties aangewezen.

Het beleid en beheer is gebaseerd op tien operationeel en technisch met elkaar verbonden meldkamers waarop de hulpverleningsdisciplines hun meldkamerfuncties (gezamenlijk) kunnen uitoefenen. De partijen zijn daarbij verantwoordelijk voor de eigen meldkamerfunctie en hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren en de kwaliteit van de meldkamers. Het beheer van de meldkamers is in januari 2020 overgedragen aan de politie. Er is een opbouwfase van 3 jaar afgesproken voor de LMS om het beheer volledig in te richten. Het stelsel van tien operationeel en beheersmatig met elkaar verbonden meldkamers moet uiterlijk in 2025 zijn gerealiseerd. Hiertoe moeten nog twee nieuwe meldkamers worden gerealiseerd namelijk Midden-Nederland (Hilversum) en Oost-Nederland (Apeldoorn). In juni 2020 is de nieuwe meldkamer Zeeland-West-Brabant (Bergen op Zoom) operationeel geworden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

5.577.340

6.038.522

5.894.753

6.294.120

6.655.038

6.270.549

384.489

         
 

Programma-uitgaven

5.595.908

6.020.985

5.901.324

6.306.609

6.494.298

6.271.396

222.902

31.2

Bekostiging politie

       
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Politie

5.312.824

5.861.219

5.735.326

6.115.466

6.232.513

6.003.844

228.669

 

Politieacademie

109.458

2.797

2.856

2.926

3.009

2.929

80

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

BES brandweer- en politiekorps

22.733

23.075

23.085

24.519

22.996

23.660

‒ 664

 

Opdrachten

       
 

Taptolken

10.202

9.136

10.067

10.011

8.577

10.878

‒ 2.301

         

31.3

Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

       
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Internationale samenwerkingsoperaties

10.729

10.476

10.181

10.513

9.764

11.172

‒ 1.408

 

Beheer multisystemen

110.269

100.164

105.344

126.324

198.948

201.058

‒ 2.110

 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

1.019

837

849

860

858

828

30

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

770

750

838

2.234

808

923

‒ 115

 

Subsidies

       
 

Opsporing

500

700

1.225

175

2.300

716

1.584

 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.528

1.473

1.473

3.473

3.473

3.714

‒ 241

 

Overige subsidies

878

337

250

220

714

527

187

 

Opdrachten

       
 

Providers

9.752

8.895

8.741

8.723

8.367

9.367

‒ 1.000

 

Overige opdrachten

2.246

1.126

1.089

1.165

1.971

1.780

191

         

Ontvangsten

 

17.848

16.199

20.878

14.145

14.858

12.658

2.200

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het verschil van € 161 mln. tussen de gerealiseerde verplichtingen en programmauitgaven heeft voornamelijk betrekking op de verwerking van de vroegpensioenregeling politie; de verplichtingen zijn in 2020 incidenteel met € 134 mln. opgehoogd. Dit zorgt in de latere jaren voor een daling van het verplichtingenbudget.

31.2. Bekostiging Politie

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

Politie

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe bijdragen van de Minister. De algemene bijdrage wordt als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie voor adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht dat de politie zoveel mogelijk flexibiliteit wordt gegeven om afgesproken doelen te realiseren. De algemene bijdrage bedroeg in 2020 € 5,8 mld.

Naast de algemene bijdrage zijn bijzondere bijdragen gegeven voor een bepaald doel zoals de Dienst Speciale Interventies (€ 72 mln.), de verkeershandhavingsteams (€ 51 mln.) digitalisering en cybercrime (€ 24 mln.), versterking gebiedsgerichte inzet (€ 10 mln.), liaisons (€ 13 mln.) en cybersecurity (€ 6 mln.).

Het verschil van € 228 mln. tussen begroting en realisatie betreft voornamelijk de volgende posten:

€ 172 mln. voor loonbijstelling tranche 2020-2025, € 10 mln. voor digitalisering in de strafrechtketen, € 29 mln. voor ondermijning, € 3 mln. voor corona-effecten, € 3 mln. voor grenzen en veiligheid, € 2 mln. aan capaciteit Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum (LIRC) en € 9 mln. aan diverse overige (bijzondere) bijdragen (onder andere aan recherche samenwerkings team, innovatiewet, illegaal vuurwerkverbod).

Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Zo voert de landelijke meldkamerorganisatie (LMS) van de politie het beheer over C2000, het communicatienetwerk van de hulpdiensten. Tevens verzorgt de politie de uitzending van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

De politie voert een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de politie bedroegen in 2020 ongeveer € 5 mld. Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. De materiële kosten bedroegen ongeveer € 1,4 mld. Hiervan zijn de grootste posten huisvesting, vervoer, operationele kosten, beheer en verbindingen en automatisering.

Tabel 8 Kengetal operationele sterkte politie
 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

begroting 2020

Operationele sterkte in fte (incl. aspiranten)

50.747

50.316

50.389

50.402

50.628

51.267

Bron: concept jaarverslag politie 2020

De volledige jaarverantwoording van de politie wordt als separate bijlage met het JenV-jaarverslag meegezonden.

De operationele bezetting bedroeg eind 2020 50.628 fte, waarvan 4.454 fte aspiranten. De bezetting was eind 2020 639 fte lager dan begroot. De lagere bezetting is primair het gevolg van onderrealisatie in voorgaande jaren, die ertoe leidde dat de werkelijke bezetting aan het begin van 2020 lager was dan voorzien in de begroting. In 2020 slaagde de politie erin de operationele bezetting met 226 fte uit te breiden, naast de vervanging van grote aantallen vertrekkende medewerkers. Deze stijging was iets lager dan de 275 fte die was voorzien in de begroting 2020. Deze uitbreiding is gerealiseerd ondanks dat is besloten om het instroommoment voor aspiranten te laten vervallen om de transitie naar de vernieuwde basispolitieopleiding mogelijk te maken en de onderwijsachterstanden die waren ontstaan als gevolg van de coronacrisis in te lopen.

Politieacademie

De Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en de invulling van de kennisfunctie. Het budget van de Politieacademie betreft de personele kosten van de leiding en de kosten voor extern onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en van de middelen die door de korpschef ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, is opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken betaald die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage aan ZBO's/WRWT's

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. De politie en de KMar maken waar mogelijk gebruik van elkaars faciliteiten. Politie en KMar hebben een gezamenlijk liaisonnetwerk. De KMar levert een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking en draagt vanuit Defensie bij aan uitzendingen.

Beheer multisystemen

De politie voert het beheer voor de verschillende multisystemen van de meldkamerorganisatie, waaronder C2000 en het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS). Gebruikers van deze systemen zijn met name politie, brandweer, ambulance, Koninklijke Mareschaussee en de douane. De politie voert dit beheer uit binnen de governance van het multi-domein. Dit brengt met zich mee dat er steeds meer vanuit een multidisciplinaire invalshoek integrale afwegingen plaatsvinden over het beschikbare budget. Om de systemen te laten voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op de systemen continue doorontwikkeling plaats.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters in hun rol als overleg- en adviesorgaan voor de Minister in het kader van de Politiewet 2012 en voor de bijdrage aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in de exploitatie van de Search and Rescue Helikopter.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting NL Confidential voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Opdrachten

Providers

De Staat heeft, op grond van de regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd. Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

4.2 Artikel 32: Rechtspleging en rechtsbijstand

A. Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister voor Rechtsbescherming optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.20 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.21

C. Beleidsconclusies

Ontwikkelingen Rechtspraak

Voor de digitalisering van het bestuursrecht en het civiele recht is het project digitale toegankelijkheid opgezet en door het BIT getoetst. Het rapport is met een kabinetsreactie aangeboden aan de Tweede Kamer22. Het wetsvoorstel waarmee griffierechten voor lagere vorderingen worden aangepast is door de Tweede Kamer aangenomen en in 2020 bij de Eerste Kamer aanhangig gebracht.23 Het wetsvoorstel flexibilisering, dat het voor gerechten makkelijker maakt om onderlinge bijstand te verlenen, is door de beide Kamers aangenomen en zal per 1 januari 2021 in werking treden.24 Op het terrein van maatschappelijk effectieve rechtspraak zijn experimenten met laagdrempelige en oplossingsgerichte rechtspraak voortgezet, gestart en geëvalueerd.

Implementatie invoering intensivering rechtsbijstand bij ZSM

De intensivering houdt in dat in alle zaken die via Zorgvuldig Snel en op Maat aanpak (ZSM) worden gerouteerd, naast de reeds bestaande wettelijk verankerde vormen van rechtsbijstand (Salduz, rechtsbijstand bij politieverhoor en bij inverzekeringstelling), een vorm van consultatiebijstand en rechtsbijstand in geval het OM een strafbeschikking wil opleggen, zal worden verleend. Dit kan ook bij verdachten die in eerste instantie aangeven geen rechtsbijstand te willen. Voor aangehouden verdachten binnen het ZSM-proces is al geregeld dat zij kosteloos rechtsbijstand van een advocaat krijgen bij het opleggen van een strafbeschikking door het OM.

Stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand

In lijn met de gefaseerde aanpak van de vernieuwing van het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand zijn in 2020 concrete stappen gezet om de contouren van het nieuwe stelsel verder vorm te geven. Het uitgangspunt hierbij is de Kamerbrief contouren herziening stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand, met als stip op de horizon een vernieuwd stelsel vanaf 2025.25 De midterm review, die eind juni 2020 samen met de derde voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer is gezonden, wees uit dat de stelselvernieuwing over de volle breedte op stoom is gekomen en dat - op basis van geactualiseerde en gevalideerde doorrekeningen - met de stelselvernieuwing ingeslagen weg kan worden voortgezet.26 De impact van de coronamaatregelen waren ook voor de stelselvernieuwing voelbaar en zorgden voor nu met name voor vertraging bij het opstarten en de uitvoering van diverse pilots.

Toekomstvisie juridische beroepen

In 2019 zijn met diverse spelers in de markt de ontwikkelingen nader geduid én is samen met hen nagedacht over de vraag wat deze ontwikkelingen betekenen voor regulering van de markt voor juridische dienstverlening. In 2020 is dit traject afgerond. In 2021 worden de EK en TK hierover nader geïnformeerd.

ConclusieHet gevoerde beleid is conform de uitgangspunten en doelen van de begroting 2020 gerealiseerd. Er zijn wel vertragingen opgelopen in de uitvoering van beleid door de impact van het COVID-19 virus. Zo moesten de rechtzaken zich aanpassen aan nieuwe structuren en achterstallig werk gaan inhalen. Voor stelselvernieuwing trad er vertraging op in de uitvoering van pilots enzovoort. Al met al zijn er geen grote afwijkingen ten opzichte van de verwachtingen vanuit de begroting. Het gevoerde beleid is qua productie en output doelmatig en doeltreffend gebleken ondanks de impact van COVID-19 op vertraging, achterstallig werk en vernieuwingstrajecten in 2020.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

1.610.487

1.452.199

1.876.317

1.597.033

1.679.085

1.552.858

126.227

         
 

Apparaatsuitgaven

28.420

28.071

30.566

32.489

32.957

28.861

4.096

32.1

Apparaatsuitgaven Hoge Raad

       
 

Personeel

24.471

24.354

26.676

27.668

28.575

25.648

2.927

 

waarvan eigen personeel

22.201

23.489

25.696

26.074

26.130

24.880

1.250

 

waarvan externe inhuur

2.270

865

980

1.594

2.445

768

1.677

 

waarvan overig personeel

0

0

0

0

0

0

0

 

Materieel

3.949

3.717

3.890

4.821

4.382

3.213

1.169

 

waarvan ICT

1.937

1.725

2.077

3.199

2.382

1.390

992

 

waarvan SSO's

61

60

17

37

188

63

125

 

waarvan overig materieel

1.951

1.932

1.796

1.585

1.812

1.760

52

         
 

Programma-uitgaven

1.582.884

1.423.351

1.405.484

1.542.243

1.597.397

1.523.997

73.400

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

       
 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

Raad voor de Rechtsbijstand

49.836

49.471

50.528

51.743

30.888

26.420

4.468

 

Bureau Financieel Toezicht

6.146

5.907

5.884

6.956

7.883

7.467

416

 

Bijdragen medeoverheden

       
 

Overige bijdragen

0

0

0

610

0

0

0

 

Subsidies

       
 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

1.266

1.156

843

508

638

511

127

 

Juridisch Loket

0

0

0

0

26.490

25.729

761

 

Overige subsidies

268

117

115

183

157

133

24

 

Opdrachten

       
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

11.618

10.386

10.200

6.176

5.064

11.724

‒ 6.660

 

Toevoegingen rechtsbijstand

423.026

387.949

366.936

366.177

405.488

390.363

15.125

 

Mediation in strafrecht

0

360

755

778

1.260

1.029

231

 

Overige opdrachten

510

1.160

1.159

772

456

418

38

         

32.3

Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

       
 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

Autoriteit Persoonsgegevens

8.245

10.894

16.121

20.492

23.826

18.535

5.291

 

College voor de Rechten van de Mens

7.086

7.120

7.327

7.627

8.215

7.248

967

 

Centraal Administratie Kantoor

364

0

0

0

0

0

0

 

College Gerechtelijk Deskundigen

0

0

1.681

1.884

1.925

1.746

179

 

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

0

0

0

0

5.127

5.287

‒ 160

 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

572

738

951

923

1.041

765

276

 

Bijdragen medeoverheden

       
 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

1.071.739

946.306

940.979

1.075.352

1.077.097

1.023.527

53.570

 

Bijdrage rechtspleging

0

0

37

0

0

0

0

 

Overige bijdragen

0

0

0

331

0

1.000

‒ 1.000

 

Subsidies

       
 

Rechtspleging

867

574

716

473

646

468

178

 

Wetgeving

1.298

1.160

1.196

1.193

1.175

1.561

‒ 386

 

Opdrachten

       
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

43

53

56

65

21

15

6

 

Overige opdrachten

0

0

0

0

0

51

‒ 51

         
  

197.941

205.181

164.688

196.364

162.187

168.850

‒ 6.663

 

waarvan griffie

194.248

171.787

160.462

165.259

151.548

159.753

‒ 8.205

 

waarvan overig

3.693

33.394

4.226

31.105

10.639

9.097

1.542

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het verschil tussen realisatie verplichtingen en vastgestelde begroting is € 126 mln. Naast de hogere uitgaven van € 77 mln. is het verschil in de aangegane verplichtingen met name een gevolg van het feit dat in 2020 ook de verplichting voor 2020 is vastgelegd met betrekking tot de bijdrage aan de stichting Het Juridisch Loket.

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken. Er is circa € 4 mln. meer uitgegeven dan voorzien in de begroting van de Hoge Raad. Dat is onder meer het gevolg van toegekende middelen voor digitalisering strafrechtketen en loonbijstelling voor de periode 2020-2025. Ook valt de Hoge Raad sinds 2020 onder een nieuwe financieringssystematiek waarbij een kleine interne kasschuif heeft plaatsgevonden.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het BFT houdt integraal toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders. Ook is het Bureau belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). De kosten van het toezicht op gerechtsdeurwaarders en notarissen worden conform de wet doorbelast aan deze beroepsgroepen.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. Onder de SGC vallen meer dan 70 geschillencommissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen.

Stichting Het Juridisch Loket (hJL)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van het Juridisch loket. Het Juridisch Loket is een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering natuurlijke personen en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de nieuwe schuldsaneringen. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt afgerond € 900 over een periode van gemiddeld 3 jaar. Het totaal aantal schuldsaneringstrajecten was lager dan in de begroting voorzien, met als gevolg circa € 6,6 mln. lagere uitgaven WSNP. Met de brief d.d. 16 november 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd over maatregelen die zorgen dat mensen met schulden beter en sneller hulp krijgen.27

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt subsidie door middel van een toevoeging aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De door de cliënt te betalen eigen bijdrage wordt verrekend met de kosten van de rechtsbijstand. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus. Naast de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand worden ook de uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken ten laste van dit budget gebracht.

In tabel 10 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand (bronnen: Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens 2021).

Tabel 10 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 20201

Prognose 2020

Verschil

Strafzaken (ambtshalve)

     

Aantal afgegeven toevoegingen

39.393

38.189

37.070

36.046

1.024

Uitgaven (mln.)

€ 63,3

€ 63,4

€ 68,0

€ 59,8

€ 8,2

Strafzaken (regulier)

     

Aantal afgegeven toevoegingen

75.820

75.672

68.467

76.312

‒ 7.845

Uitgaven (mln.)

€ 49,4

€ 49,8

€ 49,6

€ 50,2

‒ € 0,6

Civiele zaken

     

Aantal afgegeven toevoegingen

184.949

179.054

175.531

202.228

‒ 26.697

Uitgaven (mln.)

€ 123,5

€ 119,3

€ 136,3

€ 134,8

€ 1,5

Bestuur

     

Aantal afgegeven toevoegingen

68.356

63.807

61.352

57.296

4.056

Uitgaven (mln.)

€ 45,3

€ 42,2

€ 45,4

€ 37,9

€ 7,5

Piketten

     

Aantal piketdeclaraties

109.661

112.659

108.920

114.407

‒ 5.487

Uitgaven (mln.)

€ 37,0

€ 38,9

€ 44,0

€ 39,5

€ 4,5

Lichte adviestoevoeging

     

Aantal afgegeven toevoegingen

8.327

8.079

8.275

7.834

441

Uitgaven (mln.)

€ 1,7

€ 1,7

€ 1,9

€ 1,6

€ 0,3

Asiel

     

Aantal afgegeven toevoegingen

32.036

34.234

30.370

30.097

273

Uitgaven (mln.)

€ 44,4

€ 45,7

€ 44,5

€ 42,3

€ 2,2

Het Juridisch Loket

     

Aantal klantencontacten

739.842

723.706

743.0002

761.910

‒ 18.910

Uitgaven (mln.)

€ 25,0

€ 25,7

€ 26,5

€ 25,7

€ 0,8

Overige3

     

Uitgaven (mln.)

‒ € 0,4

€ 5,8

€ 13,2

€ 21,3

‒ € 8,1

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

     

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 24,8

€ 25,2

€ 25,9

€ 25,1

€ 0,8

      

Totaal uitgaven (x € 1 mln.)4

€ 413,9

€ 417,8

€ 455,45

€ 438,26

€ 17,2

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

Aantal klantcontacten 2020 betreft een inschatting o.b.v. het jaarplan 2021 van het Juridisch Loket

X Noot
3

Overige: Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen / implementatiekosten maatregelen

X Noot
4

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

X Noot
5

Vanwege afrondingen bij de afzonderlijke posten op 1 cijfer achter de komma, wijken het totaal realisatie en het totaal verschil beide met € 0,1 mln. af.

X Noot
6

De totaal uitgaven is hier gecorrigeerd ten opzichte van de begroting 2020 met minus € 0,2 mln., dit vanwege een foutieve optelling in de begroting 2020

Toelichting

Het totaal aantal afgegeven toevoegingen ambsthalve strafzaken was in 2020 lager dan in 2019 en was hoger dan in de begroting was geraamd. Het totaal aantal afgegeven toevoegingen reguliere strafzaken was in 2020 lager dan in 2019 en waren lager dan in de begroting was geraamd.

Bij het aantal afgegeven toevoegingen in civiele zaken was sprake van een daling. Dit aantal was ook lager dan in de begroting geraamd. Dit hangt samen met een lagere instroom van civiele zaken bij de rechtsbanken en gerechtshoven.

Het aantal afgegeven toevoegingen in bestuursrechtelijke zaken lag lager dan in 2019, maar was wel hoger dan de raming in de begroting.

Het aantal piketten was lager dan in 2019. Bij de raming in de begroting van het aantal piketten was uitgegaan van een toename in volume door de voorgenomen intensivering van rechtsbijstand in de ZSM-werkwijze (bovenop het reeds geldende wettelijke recht op bijstand van een raadsman voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor). De intensivering van rechtsbijstand in de ZSM-werkwijze is voorzien in 2021.

Bij de lichte adviestoevoegingen was sprake van een stijging ten opzichte van 2019, tevens was het aantal lichte adviestoevoegingen hoger dan in de begroting 2020 was geraamd.

Het aantal afgegeven toevoegingen in asielzaken is in 2020 gedaald ten opzichte van 2019; dit hangt samen met een lagere instroom asielzaken.

In totaal was het beroep op de rechtsbijstand (de totaal uitgaven in bovenstaande tabel) circa € 17,2 mln. hoger dan in de begroting was voorzien.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Tabel 11 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie  2020

Prognose 2020

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.518

1.536

1.394

1.449

Jaarlijkse mutatie

‒ 4%

1%

‒ 9%

 
Tabel 12 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Prognose 2020

Bijdrage ( x € 1.000)1

941.519

1.075.352

1.077.097

1.023.674

X Noot
1

Dit is inclusief een bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak voor onder andere kosten van tuchtrechtspraak

Er is € 53,4 mln. meer uitgegeven aan de rechtspraak dan in de begroting 2020 was geraamd. Dit wordt onder andere verklaard door compensatie voor loonontwikkeling (loonbijstelling) en aanvullingen van de bijdrage op het terrein van vreemdelingenzaken, versterking strafrechtketen en versterking van de aanpak van ondermijning.

Ook heeft in 2020 een vermogensstorting plaatsgevonden ter dekking van de extra kosten bij de rechtspraak vanwege COVID-19.

Tabel 13 Productieafspraak rechtspraak
 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Prognose 2020

Productie totaal aantal (x € 1.000)

1.475

1.536

1.365

1.539

Jaarlijkse mutatie

‒ 3%

4%

‒ 11%

 

Toelichting

De instroom van het aantal zaken is in 2020 achtergebleven. In 2020 stroomden er ruim 1,39 mln. zaken in bij de gerechten. Het aantal afgehandelde zaken was ongeveer 1,37 mln. Zowel de instroom als het aantal afgehandelde zaken waren lager dan aanvankelijk bij de begroting was geraamd.

Met de Raad voor de rechtspraak is afgesproken dat voor 2020 als gevolg van COVID-19 de zogenoemde hardheidsclausule van toepassing wordt verklaard. Dit houdt in dat er geen afrekening zal plaatsvinden van het gerealiseerde minderwerk als gevolg van COVID-19.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Kamer wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2020.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

De AP houdt toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens, onderzoekt de inhoud van klachten in de mate waarin dat gepast is, adviseert over nieuwe wet- en regelgeving die gaat over de verwerking van persoonsgegevens, verschaft helderheid over de uitleg van wettelijke normen, geeft voorlichting, verstrekt informatie en werkt samen met toezichthoudende autoriteiten uit andere lidstaten.

De AP is de Nederlandse gegevensbeschermingsautoriteit en houdt als onafhankelijke toezichthouder het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens. In 2020 bedroeg het budget van de AP in eerste instantie € 18,5 mln. en na loonbijstelling € 19,1 mln. Dit budget is eind 2020 verhoogd met incidentele bijdragen van € 3,5 mln. en € 1,2 mln. (totaal € 4,7 mln.), voor het oplossen van incidentele problematiek en een investering in haar bedrijfsvoering.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijk toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensenrechten in Europees en Caribisch Nederland. Daartoe voert het College de taken uit die door de Wet College voor de Rechten van de Mens zijn opgedragen. In 2020 is het budget van het College verhoogd naar € 7,9 mln. als gevolg van IKB-problematiek, loon- en prijsbijstelling en een verhoging van het budget voor het VN-verdrag handicap. Het budget van het College is als gevolg van een afspraak met betrekking tot de bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor (oud) collegeleden met € 0,3 mln. overschreden.

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft voornamelijk een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR) en daarnaast een subsidie aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI).

Subsidie Wetgeving (DWJZ)

De subsidie wetgeving betreft een bijdrage aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlands Juristencomité. Deze subsidie is bedoeld voor de bescherming van de mensenrechten.

Ontvangsten

Griffie

Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. In 2020 heeft JenV circa € 8 mln. minder ontvangen dan geraamd. Dit komt omdat de instroom aan zaken waarbij sprake is van een te betalen griffierecht lager was dan geraamd bij het opstellen van de begroting 2020.

Ontvangsten overig

De ontvangstenmeevaller van circa € 1,5 mln. bestaat uit diverse posten. Bij de vaststelling in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) over jaar 2019 is € 1,3 mln. meer ontvangen dan begroot. Hetgeen resulteert in deze eenmalige hogere ontvangsten. Het verschil wordt veroorzaakt door grotere positieve en negatieve mutaties die voor een groot deel tegen elkaar wegvallen.

4.3 Artikel 33: Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

A. Algemene doelstelling

Een veiligere samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Opsporing en vervolging

De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid, ondermijning en criminaliteit.

Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur en het bedrijfsleven zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de veiligheid te vergroten en weerbaar te maken tegen onveiligheid en criminaliteit. Door de (wettelijke) toerusting van de burgemeester ten aanzien van zijn openbare orde taak en het aanpakken van criminaliteit tegen en gefaciliteerd door het bedrijfsleven, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s). JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG en gemeenten.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 zal in Nederland plaatsvinden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

C. Beleidsconclusies

Computercriminaliteit

Het wetsvoorstel Aanpassing bewaarplicht telecommunicatiegegevens wordt gewijzigd en zal enkel een verplichting tot het bewaren van abonneegegevens bevatten. Om te komen tot een voorstel tot wijziging van het wetsvoorstel Aanpassing bewaarplicht telecommunicatiegegevens was het kabinet in afwachting van nieuwe uitspraken van het Europese Hof van Justitie in navolging van diens Tele2 Sverige arrest. De gevolgen van deze uitspraken, van oktober 2020, voor een wettelijke bewaarplicht van telecommunicatiegegevens worden op dit moment nationaal en in Europees verband bestudeerd.

Verkeer

In 2020 heeft JenV door middel van de verkeershandhaving bijgedragen aan de verkeersveiligheid in Nederland. Ter versterking van die verkeershandhaving zijn verschillende maatregelen genomen. Zo kunnen ernstige verkeersovertredingen met de op 1 januari 2020 in werking getreden wet aanscherping aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten strenger worden bestraft. Verder zijn er op 20 N-wegen trajectcontroles ingesteld en is het aantal staandehoudingen door de politie voor verkeersovertredingen ook in 2020 verder gestegen van 530.698 in 2019 naar 556.304 in 2020.

Ondermijning

In 2020 zijn er belangrijke stappen gezet om de aanpak van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit naar een steeds hoger niveau te tillen. In 2020 is het breed offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit uitgewerkt. Het devies daarbij is ¨oprollen¨, ¨afpakken¨ en ¨voorkomen¨. De uitvoering van de regionale versterkingsprogramma’s is in volle gang. Onder het brede offensief valt onder meer het Multidisciplinair Interventieteam (MIT). Het MIT is een nieuw en uniek samenwerkingsverband binnen de Nederlandse rechtshandhaving en richt zich op de bestrijding van de georganiseerd ondermijnende criminaliteit. Daarnaast hebben acht gemeenten in 2020 incidentele middelen gekregen om hun preventieve aanpak van ondermijning te versterken in kwetsbare wijken. Om de aanpak van ondermijnende criminaliteit kracht bij te zetten ligt er ook een stevig wetgevingsprogramma. De strafmaat voor illegaal bezit van automatische vuurwapens is sinds 1 januari 2020 verdubbeld en de strafmaat voor daders die zware delicten plegen in georganiseerd verband is verhoogd. Tot slot, is het effect van deze trajecten niet meteen zichtbaar. Wel is de uitvoering conform de begroting 2020 en worden er steeds meer stappen gezet in de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit om tot een veiligere samenleving te komen.

Mensenhandel

Het interdepartementale programma Samen tegen mensenhandel is eind 2018 gepresenteerd. Sindsdien is door alle betrokken partijen hard gewerkt aan de uitvoering van dit programma, met concrete resultaten.28 Zo is samen met ketenpartners en praktijkdeskundigen gewerkt aan een handreiking die inzicht geeft in de mogelijkheden voor informatiedeling binnen het bredere mensenhandeldomein. Daarnaast is met vele partners gewerkt aan Het kompas mensenhandel, handvatten die gemeenten moeten ondersteunen bij het vormgeven van de mensenhandelbeleid. Ook is de landelijke dekkingsgraad van het aantal zorgcoördinatoren verhoogd naar 94% en is in iedere regio nu één burgemeester die portefeuillehouder is voor de regionale aanpak van mensenhandel. En de 36 nieuwe opvangplaatsen voor slachtoffers van mensenhandel met complexe problematiek zijn operationeel. Met het programma Samen tegen mensenhandel werkt het kabinet ook aan een versteviging van de internationale inzet. Zo zijn er drie politieliaisons met taakgebied mensenhandel geplaatst in Polen, Kroatië en Italië.

Prostitutie

Het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) is na verwerking van de reacties uit de consultatie voor de zomer bij de Raad van State ingediend voor advies. Dit advies is begin december 2020 ontvangen. In het najaar van 2020 is het WODC gestart met een onderzoek naar prostitutie in Nederland: aard, omvang en beleid. Dit onderzoek brengt de huidige stand van zaken in kaart van de prostitutiebranche en de wijze waarop gemeenten prostitutiebeleid en het toezicht en handhaving op de branche inrichten. Daarnaast is het WODC gevraagd een internationaal vergelijkend onderzoek te (laten) doen naar effecten en neveneffecten van verschillende prostitutiemodellen. De introductie van Ugly Mugs, een alerteringssysteem voor het melden van gewelddadige klanten, heeft vertraging opgelopen door onvoorziene AVG knelpunten. Er wordt gezocht naar oplossingen. Tot die tijd kan het systeem, dat voorzien was om in september 2020 te starten, niet in werking treden. Voor het landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s is een structurele financieringssystematiek gerealiseerd.

Forensisch onderzoek

Het werkveld voor forensisch onderzoek was ook in 2020 volop in ontwikkeling. Dit geldt ook voor de samenwerking tussen de ketenpartners, waarbij onder andere geïnvesteerd is in de ketensamenwerking tussen het NFI, het OM en de politie middels een ketenwerkplan. Daarnaast is de optimalisatie van de werkverdeling tussen het NFI, private- en politielabs verder uitgewerkt en daarvan worden de eerste resultaten medio 2021 verwacht.

Taskforce Lijkschouw

De aanbevelingen van de Taskforce Lijkschouw zijn verder vormgegeven. Zo is in samenwerking met BZK en VWS en in afstemming met de sector een wetenschappelijke onderzoeksagenda opgezet, van waaruit vanaf 2021 diverse onderzoeken zullen worden gefinancierd op het gebied van de forensische geneeskunde. Het onderzoeksrapport van professor Sijmons heeft richting gegeven aan het vraagstuk over de uitbreiding van bevoegdheden van de gemeentelijk lijkschouwer met het mogen uitvoeren van invasieve handelingen. De uitkomsten hiervan zullen door het Ministerie van BZK worden meegenomen in het traject van de herziening van de Wet op de lijkbezorging. Het onderzoek naar de inzet van radiologie ten opzichte van de gerechtelijke sectie heeft enige vertraging opgelopen maar liep ook in 2020 door.

Indicatoren Unit Landelijke Interceptie

Zoals toegezegd bij brief van 13 november 2007 en daaropvolgend bij brief van 27 mei 2008 worden de jaarlijkse tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van Justitie en Veiligheid.29

Tabel 14 Indicatoren Unit Landelijke Interceptie
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Aantal nummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

24.063

24.850

24.900

23.458

26.111

29.015

Aantal aanvragen op historische gegevens1

56.100

58.985

59.434

56.882

57.212

69.388

X Noot
1

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens. Het gaat bij deze nummers niet alleen over telefoonnummers, maar ook over IP-adressen en emailadressen.

Binnendringen in geautomatiseerd werk

De bevoegdheid tot het binnendringen in een geautomatiseerd werk is ingezet in 13 opsporingsonderzoeken in 2020. Hierbij is 10 keer gebruik gemaakt van commerciële binnendringsoftware.

Tabel 15 binnendringen in geautomatiseerd werk
 

2019

2020

Opsporingsonderzoeken

8

13

Aantal keren gebruik commerciële binnendringsoftware

3

10

Aantal softwarelicenties

7

11

Met de bevoegdheid zijn enkele goede successen geboekt. Het aantal inzetten is beperkt gebleven. Vorig jaar is ten aanzien van 2019, naast het aantal opsporingsonderzoeken waarin van de bevoegdheid gebruik is gemaakt, tevens het aantal binnengedrongen geautomatiseerde werken gemeld. In 2020 betrof het 21 geautomatiseerde werken. Het is echter niet altijd eenduidig te bepalen welke apparaten tot een geautomatiseerd werk behoren en welke een ander geautomatiseerd werk betreffen. Gezien de wettelijke omschrijving in art. 80sexies Sr kan een enkel geautomatiseerd werk meerdere, soms zeer veel, apparaten betreffen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het binnendringen van een (command & controlserver van) een groot botnet, waarbij het geautomatiseerd werk zeer veel apparaten bevat. Het aantal aangesloten apparaten kan in een dergelijk geval zelfs zeer lastig exact te bepalen zijn. In de meeste aangesloten apparaten vindt dan overigens geen opsporingshandeling plaats. Het aantal binnengedrongen geautomatiseerde werken en/of het aantal apparaten dat daar deel van uit maakt kan daarom een vertekend beeld geven van de inzet van de bevoegdheid. Dat blijkt in 2020 het geval. Het aantal geautomatiseerde werken dat is binnengedrongen wijkt sterk af van het aantal apparaten dat er deel van uit maakt en niet van alle geautomatiseerde werken kan eenduidig worden bepaald of zij naar de wettelijke omschrijving een enkel of meerdere werken zijn. Ook in de toekomst zal dit naar verwachting aan de orde zijn. Dergelijke onduidelijkheden in de verantwoording zijn onwenselijk. Daarom ben ik voornemens vanaf volgend jaar de kwantitatieve verantwoording aan de Kamer te beperken tot de in bovengenoemde tabel opgenomen gegevens. De Inspectie JenV blijft overigens zelf bepalen welke kwantitatieve gegevens in haar verslag worden vermeld.

In reactie op het verslag van de Inspectie JenV over 2019 heeft de Minister toegezegd in dit jaarverslag te rapporteren over de technische hulpmiddelen die al dan niet ter keuring zijn aangeboden in 2020. Twee van de technische hulpmiddelen die in 2019 zijn ingezet zijn in 2020 ter keuring aangeboden, beide zijn afgekeurd en worden na aanpassingen opnieuw ter keuring aangeboden. In 2020 zijn twee technische hulpmiddelen ingezet, hiervan is er één vooraf ter keuring aangeboden en bij één is geheel van keuring afgezien op grond van art. 15 (2) jo. 21 (4) Besluit Onderzoek in Geautomatiseerd Werk. Dit betekent dat op alle technische hulpmiddelen die in 2019 of 2020 zijn ingezet een beslissing is genomen om deze al dan niet voor keuring aan te bieden aan de keuringsdienst.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

861.289

645.995

773.191

902.541

855.920

862.716

‒ 6.796

         
 

Apparaatsuitgaven

508.104

507.040

548.138

572.831

603.660

535.469

68.191

33.1

Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

       
 

Personeel

373.530

396.900

445.821

458.424

471.931

445.090

26.841

 

waarvan eigen personeel

344.274

358.160

388.143

408.791

426.377

403.479

22.898

 

waarvan externe inhuur

27.299

36.979

55.897

47.892

43.944

40.176

3.768

 

waarvan overig personeel

1.957

1.761

1.781

1.741

1.610

1.435

175

 

Materieel

134.574

110.140

102.317

114.407

131.729

90.379

41.350

 

waarvan ICT

13.437

15.216

11.182

15.493

29.520

8.609

20.911

 

waarvan SSO's

54.765

32.584

34.870

38.082

39.790

32.569

7.221

 

waarvan overig materieel

66.372

62.340

56.265

60.832

62.419

49.201

13.218

         
 

Programma-uitgaven

231.535

224.557

228.216

276.426

291.532

326.747

‒ 35.215

33.2

Bestuur, informatie en technologie

       
 

Bijdragen medeoverheden

       
 

Regionale Informatie en Expertise Centra

7.370

8.067

8.298

8.640

8.640

7.534

1.106

 

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.731

1.987

1.198

1.517

1.240

2.538

‒ 1.298

 

Overige bijdragen medeoverheden

1.111

692

422

150

80

934

‒ 854

 

Subsidies

       
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

5.379

4.582

4.601

4.600

4.401

3.642

759

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.600

1.325

1.325

730

1.791

394

1.397

 

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.099

1.185

1.860

2.422

2.924

1.535

1.389

 

Veiligheid Kleine Bedrijven

0

439

85

191

0

166

‒ 166

 

Overige subsidies

2.429

1.591

3.476

1.424

2.626

1.051

1.575

 

Opdrachten

       
 

Overige opdrachten

584

374

0

0

0

53

‒ 53

         

33.3

Opsporing en vervolging

       
 

Bijdragen Agentschappen

       
 

Nederlands Forensisch Instituut

88.661

67.924

69.813

77.595

75.767

72.537

3.230

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

College Gerechtelijk Deskundigen

1.656

1.707

0

0

0

0

0

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

       
 

FIU-Nederland

0

4.755

4.755

5.305

7.395

6.674

721

 

Bijdragen medeoverheden

       
 

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

4.879

4.324

6.523

7.002

7.451

4.721

2.730

 

aanpak ondermijning

0

0

4.986

41.919

48.701

53.738

‒ 5.037

 

Overige bijdragen medeoverheden

8.871

3.590

14.679

5.556

4.921

12.428

‒ 7.507

 

Subsidies

       
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

0

0

0

0

651

‒ 651

 

Overige subsidies

3.073

2.874

3.918

5.168

4.969

2.580

2.389

 

Opdrachten

       
 

Schadeloosstellingen

19.262

22.132

21.707

20.879

26.837

19.512

7.325

 

Keten Informatie Management

0

1.400

1.733

5.240

3.064

5.422

‒ 2.358

 

Onrechtmatige Detentie

8.791

7.492

6.133

6.419

5.907

7.040

‒ 1.133

 

Gerechtskosten

32.975

33.613

33.626

31.863

28.539

33.580

‒ 5.041

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

386

1.068

344

4.300

183

0

183

 

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

29.212

36.895

14.757

13.864

17.380

20.281

‒ 2.901

 

Afpakken

0

0

0

0

0

2.272

‒ 2.272

 

Bewaring, verkoop en vernietiging beslaggenomen voorwerpen

12.099

13.743

14.050

14.105

13.733

13.037

696

 

Overige opdrachten

367

159

405

2.295

5.797

45.958

‒ 40.161

 

Garanties

       
 

Faillissementscuratoren

0

2.639

4.265

1.894

1.514

761

753

         

33.4

Vervolging en berechting MH17-verdachten

0

0

5.257

13.348

17.672

7.708

9.964

         
 

Ontvangsten

1.383.500

1.174.629

1.690.542

1.074.176

857.398

1.252.175

‒ 394.777

 

waarvan Boeten en Transacties

955.393

936.080

1.508.879

799.433

747.224

854.815

‒ 107.591

 

waarvan Afpakken

416.478

225.213

174.090

262.050

93.733

384.360

‒ 290.627

 

waarvan overig

11.629

13.336

7.573

12.693

16.441

13.000

3.441

E. Toelichting op de instrumenten

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de Rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM.

Er is sprake van een realisatie die ruim € 68 mln. hoger is dan bij de begroting was geraamd.

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Toekenning van € 15,3 mln. aan loonbijstelling;

  • Een bijdrage van € 12,9 mln. voor diverse digitaliseringstrajecten bij het OM vanuit het budget Digitalisering werkprocessen strafrechtketen dat bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld;

  • Compensatie van het incidentele effect (€ 10,7 mln.) als gevolg van de invoering van het Individueel Keuzebudget;

  • Diverse bijdragen, opgeteld tot € 10,0 mln., ten behoeve van implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Hoekstra;

  • Voor het brede offensief tegen georganiseerde, ondermijnende criminaliteit (Botoc) is voor het jaar 2020 € 7,2 mln. beschikbaar gesteld aan het OM;

  • OM de effecten als gevolg van de coronacrisis op te vangen is voor het jaar 2020 € 5,5 mln. beschikbaar gesteld aan het OM;

  • Een bijdrage van € 2,9 mln. ten behoeve van de implementatie van de wet herziening tenuitvoeringlegging strafrechtelijke sancties (wet usb);

  • € 2,5 mln. voor de (jaarlijkse) compensatie van uitgaven met betrekking tot gerechtelijke brieven;

  • € 2,2 mln. ten behoeve van de versterking van het slachtofferbeleid.

Het restant betreft het saldo van diverse kleinere mutaties van bij elkaar € 4,9 mln. en een onderuitputting van per saldo € 5,8 mln. op het totale beschikbaar gestelde bedrag.

Het OM heeft de hieronder genoemde productie gerealiseerd.

Tabel 17 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Uitstroom WAHV beroep- en appèlzaken

481.477

413.577

373.747

489.566

‒ 115.819

      

Uitstroom overtredingszaken

134.221

122.244

115.148

125.667

‒ 10.519

- waarvan na herinstroom

12.729

9.555

6.969

15.894

‒ 8.925

      

Uitstroom misdrijfzaken

221.682

206.150

178.376

238.121

‒ 59.745

Eenvoudige misdrijfzaken

27.843

26.225

23.096

28.961

‒ 5.865

- waarvan na herinstroom

1.467

1.057

1.107

1.510

‒ 403

Interventie/ZSM zaken

159.243

144.922

123.009

176.056

‒ 53.047

- waarvan na herinstroom

8.766

9.222

7.828

8.506

‒ 678

Onderzoekszaken

20.993

25.233

22.535

24.256

‒ 1.721

Ondermijningszaken

9.192

9.770

9.736

8.848

888

      

Uitstroom appèlzaken

24.845

23.792

21.380

28.784

‒ 7.404

In het jaarbericht van het OM zal meer gedetailleerd worden ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen het OM in 2020.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Voor de ondersteuning bij het terugdringen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn er 9 RIEC’s en een LIEC. De RIEC’s ondersteunen regionale interventies die door de partners zoals de politie en de belastingdienst worden uitgevoerd. De RIEC’s ondersteunen een integrale samenwerking tussen gemeenten, provincies, politie, Openbaar Ministerie, belastingdienst en andere partners. Het LIEC ondersteunt de RIEC’s door het organiseren van landelijke bijeenkomsten en het beheer van een RIEC-informatiesysteem. In 2020 ontvingen de RIEC’s een structurele bijdrage van € 7,4 mln.

Uitstapprogramma prostituees

Prostituees die de prostitutie willen verlaten kunnen ondersteuning krijgen van een uitstapprogramma dat zorgt voor begeleiding naar ander werk of andere dagbesteding. In het Regeerakkoord Rutte III is besloten dat de regeling uitstapprogramma’s prostituees een structureel karakter krijgt. De laatste tijdelijke regeling uitstapprogramma´s prostituees liep tot eind 2020. In 2020 is gewerkt aan een nieuwe, structurele financieringssystematiek die 1 januari 2021 in werking zal treden. Het betreft de decentralisatie uitkering uitstapprogramma´s (DUUP) aan 18 aangewezen DUUP-gemeenten voor het (laten) ontwikkelen en (laten) uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontving in 2020 een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

In 2020 is in samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer gewerkt aan de veiligheid van bedrijventerreinen, winkelgebieden en het agrarisch buitengebied. Indien er in samenwerking tussen voorgenoemde partijen structurele maatregelen worden genomen resulteert dat in een KVO certificaat

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het cultuurveranderingstraject dat medio 2017 is gestart bij het NFI , is ook in 2020 gecontinueerd. De visitatiecommissie NFI heeft vlak voor het eind van 2020 haar tweede visitatierapport op het cultuurveranderingstraject opgeleverd. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde toets op de voortgang, komt de commisie tot de conclusie dat er een redelijke voortgang is op de verbeteracties. De commissie heeft een aantal aanbevelingen gedaan aan het NFI gericht op het doorpakken op de resterende ongezonde arbeidsverhoudingen en op het beter structureel borgen van de veranderingen. Daarnaast heeft de commissie een aantal aanbevelingen gedaan die betrekkening hebben op het departement in relatie tot de forensische onderzoeksketen. De commissie stelt dat het NFI alleen optimaal kan presteren in de keten als de strafrechtketen als geheel samen en ketenbreed stuurt op de gewenste veranderingen. De visitatiecommissie zal in 2021 haar derde, tevens laatste, visitatierapport opleveren.

Per saldo is er sprake van een realisatie die circa € 3,2 mln. hoger is dan bij de begroting was geraamd voor het NFI. De grootste mutaties betreffen een bijdrage van € 1,7 mln. voor loonbijstelling, een bijdrage van € 0,3 mln. voor forensisch onderzoek in het kader van ondermijning en een bijdrage van € 0,9 mln. voor kosten samenhangend met corona.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Nationaal register gerechtelijk deskundigen (NRGD)

Zie toelichting artikel 32.

Bijdragen aan medeoverheden

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

De periode na de staatkundige hervorming heeft zich gekenmerkt door het steeds verder vormgeven aan de inrichting van de BES-eilanden. Een goede inrichting van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie blijft onverminderd van belang om de huidige inrichting te behouden en te blijven ontwikkelen. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken. Ten aanzien van de kosteloze rechtsbijstand voor onvermogenden zijn op de BES-eilanden laagdrempelige voorzieningen voor juridische bijstand gecreëerd in de vorm van Juridische Loketten.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van het voorkomen en opsporen van witwassen, de onderliggende basisdelicten en terrorismefinanciering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) meldingen over ongebruikelijke transacties van meldingsplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren en notarissen. FIU-Nederland analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten deze verdacht te verklaren en alsdan te verstrekken aan diverse (bijzondere) opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Tabel 18 Kengetallen FIU-Nederland1
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 20202

Begroting 2020

Verschil

Aantal LOvJ-verzoeken3

1.218

1.277

1.246

1.261

1.298

1.213

1.200

13

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.462

1.566

1.522

1.470

1611

7477

1500

5.977

X Noot
1

De jaaroverzichten van de FIU-Nederland zijn beschikbaar via de website van

X Noot
2

Dit betreffen voorlopige cijfers. De definitieve cijfers worden gepubliceerd in het Jaaroverzicht 2020 van FIU-Nederland

X Noot
3

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten.

Aanpak ondermijning

Uit de aanvullende middelen die vanuit het Regeerakkoord beschikbaar zijn gesteld voor de aanpak van ondermijning, ontvangen de RIEC’s jaarlijks € 2,5 mln. ten behoeve van de versterking van de intelligence. De investering ziet op het verbeteren van de informatie- en kennis gestuurde inzet van de overheidscapaciteit bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC Oost-Nederland ontvangt daarnaast een extra bijdrage ter hoogte van € 0,4 mln. voor structurele versterking. In de eerste sup is het budget verhoogd met € 87,4 mln. De gelden voor BOTOC zijn met de eerste suppletoire toegevoegd. In het kader van ondermijning is veel budget overgeboekt naar diverse mede overheden zoals defensie, politie en OM. Met de tweede suppletoire is € 89,2 mln. overgeboekt. Hiermee komt het totale beschikbare budget op € 51,5 mln. Van dit budget is € 48,7 gerealiseerd, er is een kleine onderbesteding geweest van € 2,9 mln.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen onder andere bijdragen voor vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor, de implementatie van de EU Wapenrichtlijn en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Er is sprake van een onderbesteding van € 5,5 mln. Dit komt omdat er € 2 mln. is overgeboekt naar andere ministeries. Een deel van het budget is niet besteed als bijdrage maar als subsidie en er is € 1,6 mln. onderbesteding geweest voor drugsdumpingen en ECRIS.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

De subsidie aan het CCV wordt in zijn geheel verantwoord op het artikelonderdeel

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand. In 2020 was de realisatie € 7,3 mln. hoger dan geraamd.

Keten Informatie Voorziening (KIV)

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden bijv. ketenvoorzieningen in opdracht van DGRR beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justitiele Informatiedienst en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de architectuur voor de IV in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie-uitwisseling en de uitvoerbaarheid daarvan, bijv. d.m.v. de herziening van de Wet politiegegevens en de Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens, en in het programma Identiteitsvaststelling op orde.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken. In 2020 was er sprake van een onderuitputting van € 5 mln. op dit budget door een capaciteitsprobleem bij het Nederlandse Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en door de coronacrisis. Beide zorgden ervoor dat er minder kosten werden gemaakt die gerelateerd zijn aan de behandeling van strafzaken.

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen en digitale flitspalen. De uitgaven zijn ruim € 2,9 mln. lager uitgevallen. Dit is grotendeels door een herschikking van de beschikbare middelen over de jaren heen (kasschuif).

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. De beschikbare gestelde middelen in de oorspronkelijke begroting zijn in de loop van het jaar via budgetoverheveling uitgezet naar organisaties die actief zijn op het terrein van afpakken zoals het FIOD en het Openbaar Ministerie.

Bewaring, verkoop en vernietiging in beslag genomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige Rijksgoederen.

Overige opdrachten

Het verschil tussen de ontwerpbegroting en de uitputting is € 40 mln. Dit betreffen voornamelijk de middelen voor de digitalisering strafrechtketen. Deze zijn overgeboekt naar bijv. de politie, het OM etc. waar ze tot besteding zijn gekomen.

Garanties

Faillissementscuratoren

Deze regeling voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel van De Minister een voorschot kunnen verkrijgen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon bij onbehoorlijk bestuur of een voorafgaand (verhaals)onderzoek naar de mogelijkheden daartoe. Tevens stelt het de curatoren in faillissementen in staat om een procedure te kunnen beginnen om activa terug te halen voor de boedel om zo benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken.

33.4 Opsporing en berechting MH17-verdachten

In juni 2019 hebben de landen wiens opsporingsautoriteiten samenwerken in het Joint Investigation Team (JIT) – Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland – meegedeeld dat het Nederlands OM vier verdachten gaat vervolgen voor hun rol in het neerhalen van vlucht MH17. Het strafproces tegen deze vier verdachten is op 9 maart 2020 gestart. De rechtbank Den Haag behandelt de strafzaak en houdt zitting op de extra beveiligde rechtbank van het Justitieel Complex Schiphol. Alle noodzakelijke voorbereidingen zijn getroffen om een proces van deze omvang plaats te laten vinden. De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en begin 2019 hebben vertegenwoordigers van de JIT-landen een financieel MOU ondertekend. Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en het Openbaar Ministerie. De overige kosten en dan met name de kosten die gerelateerd zijn aan het internationale karakter van deze zaak worden door de JIT-landen gezamenlijk gedeeld. Door de corona omstandigheden zijn de declaraties van de Raad voor de rechtspraak en OM met betrekking tot het MH 17 proces lager uitgevallen dan verwacht. Conform afspraak zullen de niet bestede middelen beschikbaar blijven voor vervolging en berechting MH17.

Ontvangsten

Boeten en Transacties (B&T)

Ten opzichte van de ontwerpbegroting doet er zich een minderopbrengst voor van € 107,6 mln. De minderopbrengst wordt vooral veroorzaakt doordat het aantal WAHV-boetes sterk gedaald zijn als gevolg van de maatregelen van de coronacrisis. De mee- en tegenvallers bij de Boeten en Transacties vloeien naar de algemene middelen van de Rijksbegroting.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. In 2020 is in totaal een afpakbedrag ontvangen van € 93,7 mln. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is de realisatie € 290,6 mln. lager uitgevallen, vanwege het uitblijven van een grote afpakopbrengst/schikking.

4.4 Artikel 34: Straffen en Beschermen

A. Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Rechtsbescherming heeft verantwoordelijkheden ten aanzien van preventie, tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties30 , slachtofferzorg en jeugdbescherming en jeugdsancties.

Met betrekking tot preventie:

  • draagt de Minister voor Rechtsbescherming stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid, met als doel dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen;

  • stimuleert de Minister voor Rechtsbescherming preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten.

Per 1 januari 2020 is de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) in werking getreden en is de Minister voor Rechtsbescherming verantwoordelijk voor tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. Daarbij heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI;

  • een regisserende rol bij de forensische zorg. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;

  • een regisserende rol bij toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen. De uitvoering is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Met betrekking tot slachtofferbeleid draagt de Minister voor Rechtsbescherming beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit, is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid. Ook heeft hij een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg.

Ten aanzien van Jeugdbescherming en -sancties31heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • een regisserende rol en daarmee stelselverantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en –reclassering. De uitvoering en financiering zijn per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten;

  • een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI;

  • een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling;

  • verantwoordelijkheid voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

C. Beleidsconclusies

In het beleidsverslag is ingegaan op de belangrijkste beleidsontwikkelingen rondom het thema straffen en beschermen die gefinancierd worden vanuit artikel 34. Voor de volledigheid nogmaals de belangrijkste thema’s: de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, een effectievere aanpak van multiprobleemhuishoudens, de rol in de kabinetsbrede schuldenaanpak, de start van lerende pilots om de jeugdbescherming efficiënter te organiseren, de Taskforce Kwaliteit en Veiligheid in de Forensische Zorg, de versterking van de rechtspositie van slachtoffers, de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) en implementatie van het wetsvoorstel Straffen en Beschermen.

De Wet Kansspelen op afstand zal, als gevolg van een vertraging, in de loop van 2021 in werking treden. Via deze wet wordt de vraag naar online kansspelen gekanaliseerd naar legaal, veilig en verantwoord aanbod en moeten ook casino’s en speelhallen aanvullende maatregelen tegen kansspelverslaving treffen. Hiermee wordt de consument beter beschermd en wordt verslaving tegengegaan, in het bijzonder bij kwetsbare groepen, zoals minderjarigen.

In 2020 zijn ter voorkoming van (herhaald) daderschap diverse interventies voor jongeren tussen 12-27 jaar doorontwikkeld en uitgebreid. Het gaat om de justitiele gedragsinterventie Alleen jij bepaalt wie je bent, de interventie Integrale Persoonsgerichte toeleiding naar Arbeid en de pilot Re-Integratie Officier. Alle drie de instrumenten zijn op grotere schaal ingezet bij gemeenten en doorontwikkeld. Tevens zijn deze instrumenten ondersteund met onderzoek, monitoring en/of evaluaties om duurzame effecten te waarborgen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

2.843.386

2.668.603

2.661.514

2.916.406

2.811.367

2.755.868

55.499

         
 

Apparaatsuitgaven

173.114

175.525

183.557

188.072

199.439

170.744

28.695

34.1

Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

       
 

Personeel

137.413

137.165

143.232

148.748

157.866

133.332

24.534

 

waarvan eigen personeel

130.905

132.114

138.032

144.458

153.365

127.503

25.862

 

waarvan externe inhuur

5.119

3.523

3.827

3.191

3.757

4.545

‒ 788

 

waarvan overig personeel

1.389

1.528

1.373

1.099

744

1.284

‒ 540

 

Materieel

35.701

38.360

40.325

39.324

41.573

37.412

4.161

 

waarvan ICT

13.269

14.737

16.093

15.869

18.098

13.999

4.099

 

waarvan SSO's

16.909

16.571

16.905

17.153

17.076

14.864

2.212

 

waarvan overig materieel

5.523

7.052

7.327

6.302

6.399

8.549

‒ 2.150

         
 

Programma-uitgaven

2.688.057

2.463.785

2.459.790

2.716.481

2.850.998

2.585.124

265.874

34.2

Preventieve maatregelen

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

Dienst Justis

6.770

3.855

3.561

3.451

3.897

3.481

416

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Integriteit en kansspelen

0

0

0

1.200

3.130

491

2.639

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Integriteit en kansspelen

0

0

0

0

0

398

‒ 398

 

Overige bijdragen medeoverheden

3.542

5.975

5.930

4.251

2.912

1.939

973

 

Subsidies

       
 

Integriteit

1.443

1.174

699

949

918

1.462

‒ 544

 

Overige subsidies

3.077

4.477

4.213

3.254

2.869

4.044

‒ 1.175

 

Opdrachten

       
 

Integriteit en kansspelen

350

426

227

322

340

996

‒ 656

 

Overige opdrachten

2.510

3.162

4.325

1.949

1.476

2.577

‒ 1.101

 

Garanties

       
 

Faillissementscuratoren

2.015

0

0

0

0

0

0

         

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.178.760

960.288

990.470

1.100.964

1.158.636

1.044.031

114.605

 

DJI-Forensische zorg

804.454

805.297

821.957

892.469

971.055

864.027

107.028

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

87.585

83.076

0

0

0

0

0

 

CJIB

116.137

114.109

118.646

132.170

130.955

120.437

10.518

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Reclassering Nederland

141.187

139.597

145.032

152.139

158.156

148.276

9.880

 

Leger des Heils

20.903

20.861

21.348

22.372

22.892

23.573

‒ 681

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

69.375

69.414

72.878

75.634

77.032

73.183

3.849

 

Centraal Administratie Kantoor

364

0

0

0

0

0

0

 

Overige bijdragen ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

1.125

‒ 1.125

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Terugdringen recidive

0

0

0

0

2.292

0

2.292

 

Overige bijdragen medeoverheden

2.363

2.698

3.235

5.441

3.302

2.478

824

 

Subsidies

       
 

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

2.869

3.009

3.951

3.967

4.129

4.279

‒ 150

 

Terugdringen recidive

0

0

0

0

268

0

268

 

Toezicht en behandeling

0

0

0

0

1.319

591

728

 

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)

0

0

0

0

1.726

1.400

326

 

Overige subsidies

2.335

3.155

11.669

4.583

2.586

2.023

563

 

Opdrachten

       
 

Forensische zorg

0

279

1.185

1.900

3.510

3.138

372

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

653

673

485

457

1.508

10.304

‒ 8.796

 

Terugdringen recidive

0

0

1.089

526

473

12.952

‒ 12.479

 

Overige opdrachten

2.382

3.767

3.075

2.867

3.193

3.124

69

         

34.4

Slachtofferzorg

       
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

6.253

6.689

6.696

7.509

8.890

6.877

2.013

 

Slachtofferhulpbeleid (SHN)

33.893

34.330

32.904

33.938

40.248

34.009

6.239

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Overige bijdragen medeoverheden

4.218

303

106

1.241

0

0

0

 

Subsidies

       
 

Perspectief Herstelbemiddeling

1.337

1.649

1.720

1.651

1.692

1.696

‒ 4

 

Overige subsidies

60

74

1.202

1.064

148

0

148

 

Opdrachten

       
 

Slachtofferzorg

2.208

1.883

2.938

4.138

1.618

11.014

‒ 9.396

 

Uitkeringen Schadefonds Geweldsmisdrijven

18.972

21.244

20.253

21.323

28.363

22.380

5.983

 

Voorschotregeling Schadevergoedingsmaatregelen

1.236

1.875

1.523

1.904

436

3.876

‒ 3.440

         

34.5

Jeugdbescherming en jeugdsancties

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI - jeugd

148.943

146.780

152.451

207.644

181.131

141.641

39.490

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

1.436

1.828

1.717

1.775

3.066

1.821

1.245

 

Halt

10.590

12.065

11.913

12.303

12.644

11.975

669

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

BES Voogdijraad

1.070

1.050

963

1.090

989

1.092

‒ 103

 

Overige bijdragen medeoverheden

309

586

725

1.283

2.211

1.212

999

 

Subsidies

       
 

Jeugdbescherming

1.234

1.263

2.192

2.185

1.393

2.044

‒ 651

 

jeugdaangelegenheden

0

0

0

0

868

0

868

 

Overige subsidies

1.947

2.509

3.788

2.573

4.049

3.403

646

 

Opdrachten

       
 

Risicojeugd en jeugdgroepen

1.138

735

854

380

630

1.901

‒ 1.271

 

Projecten jeugd straf

0

61

78

21

19

0

19

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

3.079

2.533

2.651

2.207

2.165

3.892

‒ 1.727

 

Toezicht en behandeling

0

0

0

0

269

2.104

‒ 1.835

 

Overige opdrachten

1.060

1.036

1.141

1.387

1.595

3.858

‒ 2.263

         
 

Ontvangsten

98.642

219.877

127.847

97.351

105.896

87.635

18.261

E. Toelichting op de instrumenten

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 20 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Raming 2020

Verschil

Coördinatie taakstraffen

6.948

5.955

4.127

6.699

‒ 2.572

Strafonderzoek LIJ

6.361

6.242

5.942

6.174

‒ 232

Strafonderzoek + aanvulling

2.668

2.995

2.907

2.510

397

Actualisatie Straf

1.078

1.010

1.012

1.154

‒ 142

Onderzoeken schoolverzuim

2.193

2.095

1.190

2.559

‒ 1.369

Strafonderzoek GBM

46

40

57

42

15

Beschermingszaken

16.790

17.811

18.266

16.940

1.326

Adoptiegerelateerde zaken

1.813

1.512

1.810

1.750

60

Gezag en omgangszaken

4.989

5.194

4.524

5.130

‒ 606

Toetsende taak

7.168

6.260

4.693

7.134

‒ 2.441

Bron: Datawarehouse RvdK

De productiegegevens van de RvdK zijn logischerwijs volgend aan de instroom zoals die op de RvdK afkomt. Bij de meeste producten is sprake van een dalende trend, behalve bij de Beschermingszaken, daar heeft de geprognosticeerde daling van de instroom beschermingszaken (tijdsintensief product) heeft zich niet voorgedaan en is juist meer geproduceerd. Met name bij de strafproducten is de daling te relateren aan de impact van de lock down in de keten: minder jeugdrechtzaken, schoolverzuimzaken en taakstraffen.

De RvdK heeft ca. € 29 mln. meer uitgegeven dan begroot. De hogere uitgaven aan eigen personeel zijn grotendeels veroorzaakt door een hogere personeelsbezetting ten gevolge van de aanpak van wachtlijsten en wachttijden, de CAO-ophoging van de lonen, uitgaven aan VWNW-trajecten ten gevolge van de transitie naar zelforganiserende teams, uitbetaling vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering i.v.m. invoering IKB, bijstelling PMJ, Corona-gerelateerde uitgaven (o.a. ICT) en uitgaven voor de programmadirectie. Daarnaast heeft er een verschuiving plaats gevonden van externe inhuur naar inzet van eigen personeel.

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis ontvangt voor een aantal producten jaarlijks een bijdrage van het Ministerie. Dit gebeurt onder andere voor de behandeling van gratieverzoeken en verzoeken om naamswijziging, de garantstellingsregeling curatoren (GSR), de screening van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) en de behandeling van beroepszaken bij het verlenen van wapenvergunningen op grond van de Wet wapens en munitie (WWM).

Bijdrage ZBO's/RWT's

Integriteit en kansspelen

Aan de Kansspelautoriteit is in 2020 een bijdrage verstrekt van € 3,1 mln. om de financiële gevolgen van de coronapandemie te compenseren.

Overige bijdragen medeoverheden

Het Ministerie werkt nauw samen met andere departementen, gemeenten en private partijen aan de integrale aanpak van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling en expressief geweld .De aanpak van deze delicten is integraal ingericht, waarbij evidence based maatregelen worden getroffen ten behoeve van het voorkomen van slachtofferschap en daderschap, opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg. Daarnaast zet het Ministerie in op het verbeteren van de aanpak van de groep personen met ernstig verward gedrag en een hoog maatschappelijk veiligheidsrisico, die in verschillende mate ernstig agressief, overlastgevend en gevaarlijk gedrag vertonen.

Inzet van de middelen is gericht op het bieden van handelingsperspectief aan burgers, het ontwikkelen van innovatieve maatregelen en het inzetten van effectief bewezen interventies. Continue aandacht vanuit deze partijen blijft noodzakelijk om de geboekte resultaten te verduurzamen en tijdig in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

In 2020 waren de bijdragen aan medeoverheden hoger dan aanvankelijk begroot. Dit vanwege een herverdeling binnen het kader om meer preventieve maatregelen in te zetten in grote gemeenten (hotspots) met als doel de veiligheid te vergroten. Tweede oorzaak is de coronacrisis, waardoor de uitvoering van de gesubsidieerde maatregelen vertraagd werd en er minder nieuwe subsidies werden aangevraagd dan begroot. Daarnaast is er door corona rekening gehouden met eventuele bezuinigingen. Hetzelfde geldt voor de opdrachten/campagnes bij High Impact Crimes. Door de coronacrisis zijn de campagnes veelal online geweest en waren de uitgaven lager dan begroot.

Subsidies

Integriteit (en filantropie)

Overheid, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving.

Het Ministerie stimuleert de samenwerking met de sector filantropie om als professionele en volwaardige partner bij te dragen aan het oplossen van sociaal maatschappelijke vraagstukken.

Zij verstrekte in 2020 onder andere subsidies aan de stichting Centraal Bureau Fondsenwerving, de Vrije Universiteit Amsterdam, de stichting Number 5 Foundation en de stichting Maatschappelijke Alliantie. Bij Voorjaarsnota heeft er een herschikking plaatsgevonden en is een deel van het subsidiebudget overgeheveld naar het instrument Opdrachten Integriteit en kansspelen.

Overige subsidies

Voorbeelden van subsidieontvangers zijn: het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en Laureus Foundation Nederland. In 2020 is er vanwege de coronacrisis minder aan subsidies besteed dan oorspronkelijk begroot.

Opdrachten

Integriteit en Kansspelen

Er is in 2020 in totaal een bedrag van ca. € 0,5 mln. onbesteed gebleven. De geplande onderzoeken op het verbreden van de kennis van de VOG bij risicojongeren en de justitieketen hebben vanwege de coronapandemie niet plaatsgevonden. Bij het Kansspelbeleid was er een bedrag gereserveerd voor een grote campagne richting de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand. Vanwege vertraging van de inwerkingtreding en gewijzigde inzichten over de effecten heeft deze campagne niet plaatsgevonden.

Overige opdrachten

Middelen onder «overige opdrachten» zet het Ministerie onder meer in voor de High Impact Crimes (HIC), publiciteitscampagnes woninginbraken en cybersecurityseniorencampagne. Vanwege de coronacrisis is er minder budget besteed aan opdrachten HIC dan oorspronkelijk begroot.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdragen agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Het Ministerie geeft een bijdrage voor:

  • gevangeniswezen regulier;

  • forensische zorg.

Tabel 21 Productiegegevens DJI volwassenen
 

Realisatie

Raming

Productie 2020

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

9.377

315

8.866

284

FPC-capaciteit

1.403

615

1.258

613

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage van ca. € 114,6 mln. bij het gevangeniswezen is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op capacitaire ontwikkelingen (PMJ, € 64 mln.), compensatie voor kosten samenhangend met corona (ca. € 32 mln.) en loonbijstelling (ca. € 26 mln.). Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage van ca. € 107 mln. bij forensische zorg is eveneens het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op capacitaire ontwikkelingen (PMJ, € 42 mln.), loonbijstelling (ca. € 28 mln.) en een (technische) verschuiving over de artikelonderdelen om de verdeling bijdrage in overeenstemming te brengen met de DJI-begroting op de diverse artikelonderdelen (per saldo ca. € 35 mln.) In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, opgenomen.

De bijdrage aan CJIB is ten opzichte van de begroting bij suppletoire begrotingswetten verhoogd met € 10,5 mln. Dit betreft voornamelijk een verhoging vanwege loonbijstellingen (€ 4 mln.), digitalisering van de strafrechtketen (€ 3,3 mln.), compensatie corona-effecten (€ 2 mln.) en diverse kleinere posten.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties (3RO): Reclassering Nederland (RN), waarbinnen de Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN) valt, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (LJR). De drie organisaties werken nauw met elkaar samen, waarbij ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • LJR heeft als doelgroep de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • RN kent geen specifieke doelgroep.

Met ingang van 2020 is sprake van een directe subsidierelatie van het Ministerie met de Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN).

De 3RO kennen drie hoofdproducten: adviezen, toezichten en werkstraffen. Het Ministerie financiert de 3RO voor adviezen op basis van lumpsum en voor de overige producten op basis van P*Q. De geraamde en gerealiseerde productie over 2020 is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 22 Productiegegevens Reclasseringsorganisaties
 

Realisatie aantal

realisatie prijs (€)

Raming aantal

Raming prijs (€)

Toezichten

9.501

7.974

11.055

7.172

Werkstraffen

24.376

1.156

37.610

1.100

Bron: IRIS-informatiesysteem van de 3RO

De meeruitgaven op de artikelen voor de 3RO ad € 13,1 mln. bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor de uitgekeerde loonbijstelling (€ 6,7 mln.), extra middelen ten behoeve van het wegwerken van achterstanden in de uitvoering van werkstraffen als gevolg van de coronacrisis (€ 4,8 mln.), een verlaging van de beschikbare middelen voor de samenwerking met DJI (-/- € 0,5 mln). Daarnaast zijn er extra middelen toegevoegd ten behoeve van elektronisch toezicht op jeugdigen, pilots huiselijk geweld, digitalisering strafrechtketen, USB, vrijwilligers (totaal € 1,9 mln.) en een nabetaling als gevolg van de definitieve vaststelling van de subsidie 2018 ad € 0,2 mln.

De hogere prijs per eenheid product is het gevolg van de toegepaste compensatie voor de loonbijstelling van de uurvergoeding van de 3RO. De prijs van een reclasseringsproduct is gebaseerd op de uurvergoeding. De gemiddelde productprijzen zijn op basis van het bekostigingsmodel, dat ten grondslag ligt aan de subsidiebeschikking aan de 3RO.

In 2020 is het traject voortgezet en heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden om te komen tot een aanpassing van de bekostigingssystematiek. Met ingang van 2021 wordt de nieuwe bekostigingssystematiek ingevoerd, waarbij de maatschappelijke opgave en de taken van de 3RO meer centraal komen te staan. Zo is o.a. de manier van bekostiging per product beter afgestemd op het type product en is de systematiek vereenvoudigd op basis van de samenhang van activiteiten.

Overige bijdragen ZBO's/RWT's

Dit artikel betreft middelen voor deradicalisering. Bij eerste suppletoire begroting is € 0,6 mln. structureel overgeboekt naar DJI. De resterende onderuitputting op dit artikel komt doordat bijdragen voor deradicalisering zijn afgeboekt van het artikel overige opdrachten.

Bijdragen aan medeoverheden

Overige bijdrage overheden

De bijdragen van het Ministerie aan gemeenten in het kader van nazorg ex-gedetineerden was begroot op € 2,5 mln.; gerealiseerd is € 2,4 mln. Daarnaast is voor een bedrag van € 0,8 mln. aan bijdragen medeoverheden verstrekt in het kader van terugdringen recidive.

Subsidies

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Het Ministerie financiert vrijwilligerswerk gedetineerden middels het instrument subsidie, waarbij de administratieve afhandeling bij DJI plaatsvindt.

Overige subsidies

Middelen zijn ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid.

Opdrachten

Forensische Zorg

De gerealiseerde uitgaven op dit onderdeel hebben voornamelijk te maken met het programma voor de invoering van de Wet verplichte GGZ en met het programma gericht op de duurzame versterking van de forensische zorg.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Op dit instrument zijn middelen gereserveerd voor de verbetering van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en het optimaliseren van de ketenregie in de executieketen. In dit kader stelt het Ministerie budget aan ketenpartners ter beschikking voor de inrichting van kernprocessen die bijdragen aan een snelle en zekere tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de uitvoering van het programma Verbetering Tenuitvoerlegging Strafrechtketen (voorheen programma Uitvoering Strafrechtelijke Beslissingen). Gedurende het jaar is er naast de kasuitgaven (realisatie € 1,3 mln.) een bedrag van ca. € 9 mln. overgeheveld naar het CJIB, OM, DJI, Justid, Raad voor de Kinderbescherming, Raad voor de rechtspraak en de Reclassering. Van deze ca. € 9 mln. is € 2,7 mln. besteed aan de gemeenschappelijke beheerkosten voor de jeugdketensystemen: Generiek Casusoverleg Ondersteunend Systeem (GCOS), Collectieve Opdracht Router Voorziening/ Justitiële Jeugd Informatie Knooppunt (CORV/JJIK), Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) en Intelligente Formulieren Module (IFM).

Terugdringen recidive

Op dit artikel zijn regeerakkoordmiddelen gereserveerd voor het terugdringen van recidive. Het programma Koers en Kansen voor de sanctie-uitvoering geeft invulling aan de doelstelling uit het regeerakkoord door samen met de zorg, het lokale domein en de justitieketen te werken aan vernieuwing van de sanctie-uitvoering. Het programma bestaat uit bestuurlijke samenwerking en een Projectenlab. Het programma ontwikkelt en deelt inzichten uit de praktijk die op grotere schaal toegepast kunnen worden en levert verschillende tools op om opgavegericht te kunnen werken. Ook maatregelen naar aanleiding van de uitkomsten naar het detentieverloop van Michael P. worden uit deze middelen gefinancierd (structureel € 5 mln.)32.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de uitvoering van het programma «Koers en Kansen» en de "Visie gevangeniswezen". Gedurende het jaar is bij het programma «Koers en Kansen» aan bijdragen, subsidies en onderzoek een bedrag verstrekt van € 4,5 mln. Ten behoeve van versterking Reclassering binnen het gevangeniswezen en ontwikkeling «Visie gevangeniswezen» (arbeidsplaatsen, risicotaxatie, casemanagers en maatregel arrestanten) is € 3,2 mln. beschikbaar gesteld. Daarnaast is aan de implementatie van de wet Straffen en Beschermen bijgedragen € 4,9 mln. en circa € 0,3 mln. is ingezet om algemene problematiek op te lossen bij JenV.

Overige opdrachten

Middelen zijn ingezet voor diverse (incidentele) projecten en opdrachten op het terrein van sanctiebeleid.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit het Ministerie voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie wordt grotendeels verklaard door een PMJ-bijstelling (€ 1,8 mln.).

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

Het verschil tussen de vastgesteld begroting en de realisatie wordt verklaard door o.a. aanvullende verstrekking voor programmatische ontwikkelingen Mens als Maat, Namens de Familie en Ketenbreed Slachtofferportaal (€ 3 mln.), prijsbijstelling (€ 0,9 mln.) en extra middelen ten behoeve van een inhaalslag van het wegwerken van de achterstanden in de strafrechtketen als gevolg van de coronapandemie (€ 1,7 mln.).

Opdrachten

Slachtofferzorg

Er zijn opdrachten verstrekt aan (inter)nationale organisaties en medeoverheden ten behoeve van slachtofferzorg. Het gaat hierbij om: 1) praktische uitvoering slachtofferrechten, 2) bescherming van slachtoffers, 3) informeren van slachtoffers en 4) herstel door erkenning van leed.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op middelen die beschikbaar zijn gesteld aan SHN en ten behoeve van de ontwikkeling van het Ketenbreed Slachtofferportaal.

Uitkeringen Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post zijn de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel verantwoord, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering zijn verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Voorschotregelingen schadevergoedingsregeling

Slachtoffers en nabestaanden van een geweld- of zedenmisdrijf kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald. De voorschotten worden als vordering verhaald op de veroordeelde. Als blijkt dat de vordering op de veroordeelde oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdragen Agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage (€ 39,5 mln.) wordt voornamelijk verklaard door de frictiekosten ten behoeve van de capaciteitsmaatregelen bij de justitiële jeugdinrichtingen (JJI) (€ 23 mln.), capacitaire ontwikkelingen (PMJ, € 9,4 mln.) en een terugontvangen bijdrage van het Ministerie van OCW (ca. € 7,6 mln.). Dit laatste in verband met de sluiting van aan JJI’s verbonden scholen, als gevolg van de reductie van de direct inzetbare capaciteit. In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Tabel 23 Productiegegevens DJI jeugd
 

Realisatie

Raming

Productie 2020

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)

520

689

485

695

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van het Ministerie van JenV en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Tabel 24 Productiegegevens LBIO
 

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Aantallen producten

    

Alimentatie

34.281

30.037

28.578

25.511

Internationale alimentatie

3.941

3.410

4.073

3.935

Kosten per geïnde euro (€)

    

Alimentatie

0,02

0,03

0,04

0,08

Internationale alimentatie

0,16

0,17

0,19

0,2

Bron: concept jaarverslag LBIO

De productiegegevens van het LBIO zijn volgend aan de instroom zoals die op het LBIO afkomt. Er is sprake van een licht dalende trend, mede veroorzaakt door een andere manier van het tellen van de producten. Desondanks heeft het LBIO meer uitgegeven dan het kader van de ontwerpbegroting, met name door extra incidentele kosten voor de invoering van het wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de beslagvrije voet.

Halt

Halt voert in opdracht van het Ministerie de landelijke coördinatie en uitvoering van Halt-afdoeningen uit. Haltstraffen hebben tot doel grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan slachtoffers en maatschappij. In 2020 heeft een evaluatie plaatsgevonden van bekostigingssystematiek en een kostprijsonderzoek. Dit heeft geleid tot aanpassingen van de opgavegerichte bekostigingssystematiek die met ingang van 2021 worden ingevoerd.

Bijdrage medeoverheden

BES Voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in Caribisch Nederland, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Overige bijdragen medeoverheden

Een bedrag van €1 mln. is ingezet voor verbeterplannen van de accounthoudende regio’s en Gecertificeerde Instellingen (GI’s). In deze verbeterplannen zijn doelstellingen en activiteiten opgenomen om invulling te geven aan de aanbevelingen van de inspecties, waaronder: complexiteit doelgroep, arbeidsmarkt, beschikbaarheid en tijdige inzet van passende hulp en financiële zekerheid.

Subsidies

Jeugdbescherming

Deze middelen zet JenV in voor subsidiëring van Fiom. In opdracht van JenV voert Fiom administratieve taken en voorlichting uit op het gebied van adoptie.

Jeugdaangelegenheden

Deze middelen zet JenV in voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO). In opdracht van JenV verricht het IKO advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering.

Overige subsidies

Op het onderwerp Risicojeugd & Jeugdgroepen zijn middelen met name besteed aan subsidies en bijdragen aan medeoverheden. Minder dan oorspronkelijk geraamd is budget besteed aan opdrachten. Door de coronacrisis zijn er minder opdrachten aangegaan in het kader van Innovatie.

De onderwerpen waar budget aan besteed is zijn bijvoorbeeld het interbestuurlijke programma «Geweld hoort nergens thuis» (waarin wordt gewerkt aan het goed in beeld brengen van en verminderen van huiselijk geweld en kindermishandeling), LVB problematiek, criminaliteit en slachtofferschap, privacy aangelegenheden & -wetgeving, Zorg- en Veiligheidshuizen en onderzoeken & experimenten op het terrein van multiproblematiek.

Opdrachten

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de RvdK opdrachten erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies voor de betrokken jeugdigen.

Overige opdrachten

Een bedrag van € 1,5 mln. is ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid en voor het programma «Scheiden zonder Schade». Daarnaast is een gedeelte van het kader ingezet als bijdrage voor de uitvoering van de pilots in de Jeugdbeschermingsketen. Ook is € 1,6 mln. overgeboekt naar de Raad voor de Kinderbescherming voor de programmadirectie. 

Ontvangsten

De belangrijkste structurele ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangen administratiekostenvergoedingen (voornamelijk op verkeersboetes). Het verschil tussen begroting en realisatie op het ontvangstenartikel komt door incidentele effecten: lagere ontvangsten aan administratiekosten als gevolg van de lockdown wegens corona (ruim € 15 mln.), een terugontvangen kasbijdrage vanwege het open blijven van Teylingereind (€ 23,0 mln.), het financieringsresultaat 2019 van dienst Justis (€ 4,4 mln.) en diverse kleinere ontvangsten.

4.6 Artikel 36: Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

A. Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.33Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister van Justitie en Veiligheid doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven. 34

De Minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Minister verstrekt aan de veiligheidsregio’s een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de Minister een bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen.

Op basis van onder andere de Politiewet heeft de Minister de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden35.

C. Beleidsconclusies

De Evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio´s constateert dat de Wet Veiligheidsregio´s (Wvr) in de afgelopen tien jaar heeft bijgedragen aan professionasering van crisisbeheersing en brandweerzorg. Voor incidenten en crises met een lokaal of regionaal effect – zo stelt de Commissie – functioneert het huidige stelsel goed. Risico’s en crises zijn volgens de Commissie steeds meer onvoorspelbaar geworden en moeilijker af te bakenen, bijvoorbeeld geografisch, beleidsmatig of qua tijdsduur. De Commissie wijst er op dat actuele dreigingen veelzijdig zijn (zoals een digitale hack, een terroristische aanval en de klimaattransitie) en dat COVID-19 laat zien dat een crisis van ogenschijnlijk onvoorstelbare proporties mogelijk is. De Commissie constateert in het licht van dit type risico’s en crises dat de Wvr vooral gericht is op individuele veiligheidsregio’s, regiogrenzen als uitgangspunt neemt en onvoldoende stimulans biedt voor interregionale en grensoverschrijdende crisisbeheersing. De Commissie doet de aanbeveling om te komen tot wetgeving voor crisisbeheersing en brandweerzorg, waarin de verbinding met de nationale crisisbeheersing nadrukkelijker wordt geborgd en die de realisatie van grenzeloze samenwerking tot doel heeft. De commissie adviseert om de regie over crisisbeheersing decentraal te beleggen bij de burgemeesters en de voorzitters van de veiligheidsregio’s en centraal bij de Minister van JenV.

Het jaar 2020 stond grotendeels in het teken van de crisisaanpak van de COVID-19 crisis, waarbij wederzijds goede ervaringen in de praktijk zijn opgedaan met de versterking van de bovenregionale en landelijke samenwerking (Rijk-regio). Op 20 februari 2020 is de Voortgangsbrief Agenda Risico- en Crisisbeheersing naar de Tweede Kamer gezonden36. Met deze brief is ook het Nationaal Crisisplan Digitaal als opvolger van het Nationaal Crisisplan ICT aangeboden. De afspraken over harmonisering en afstemming van de voorbereiding op crisisbeheersing zijn geïmplementeerd bij de actualisering van de crisisplannen voor de dominante risico’s voor de nationale veiligheid, zoals hoogwater en overstroming en straling. Het belang van stevige aandacht voor de vraagstukken in het kader van de Agenda is daarmee onderstreept. De inzetstrategie op het gebied van toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie is het afgelopen jaar ook in de praktijk toegepast door intensieve samenwerking rond onder meer cyber incidenten (CITRIX begin 2020), de protesten van boeren en bouwers en natuurlijk in het kader van COVID-19 crisis.

COVID-19 laat zien dat een crisis van ogenschijnlijk onvoorstelbare proporties mogelijk is. Bij crises is er in toenemende mate sprake van grensoverschrijdende, moderne risico’s en crises, de dreigingen van morgen en ‘ongekende’ crises. Bij de aanpak van deze crises zijn vaak meerdere veiligheidsregio’s betrokken, samen met de nationale crisisorganisatie. Mede op basis van eerder evaluaties dient het huidige stelsel dat een decentraal en een centraal deel kent te worden aangepast naar één stel van crisisbeheersing in Nederland. Hiervoor is nieuwe wetgeving noodzakelijk. Kern van deze wetgeving is het realiseren van grenzeloze samenwerking. Doel van het wettelijk kader is een samenhangend stelsel waarbinnen overheden slagvaardig onderling en met (private) crisispartners, maatschappelijke organisaties en burgers samenwerken om een grote verscheidenheid aan typen van incidenten en crises te kunnen beheersen. Binnen het stelsel is de regie op centraal niveau belegd bij de Minister van JenV en op decentraal niveau bij de besturen en voorzitters van de veiligheidsregio’s en de burgemeesters.

Daarnaast is sprake van een versterking van de gezamenlijke crisisbeheersing (Rijk-regio) door een impuls vanuit bovenregionale en landelijke informatiemanagement en coördinatie. Naar aanleiding van een verkenning door JenV en veiligheidsregio’s is het advies Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk (KRC2) opgesteld en vastgesteld. De uitwerking is een concrete stap in de versterking van de samenwerking tussen Rijk en veiligheidsregio’s en veiligheidsregio’s onderling bij de aanpak van bovenregionale c.q. landelijke crises. De doelstelling en meerwaarde van het Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk is maximale verbinding, versterking en signalering richting de landelijke en regionale (crisis)structuur.

Het NCSC heeft in 2020 doorgewerkt aan versterking van zijn dienstverlening en operationele kennis en expertise. Het fusion center is inmiddels operationeel. Tevens is er samen met andere operationele partijen een Cyber Intel/Info Cel gestart om gezamenlijk operationele informatie te delen en verwerken, ten behoeve van informeren van en bieden van handelingsperspectief aan doelgroepen. Het landelijk dekkend stelsel is verder uitgebouwd. In dat kader zijn er vijf partijen aangewezen als schakelorganisatie die daarmee meer informatie van het NCSC kunnen ontvangen ten behoeve van hun achterban.

Het Handboek crisisbeheersing voor de Caribische delen van het Koninkrijk is vastgesteld. Er is een start gemaakt met de voorbereidingen voor de in 2021 te starten evaluatie van de Veiligheidswet BES.

In 2020 is met het oog op behoud van vrijwilligheid bij de brandweer intensief gewerkt aan de taakdifferentiatie tussen beroeps en vrijwilligers. De consequenties zijn per veiligheidsregio in beeld gebracht als basis voor nadere besluitvorming. In samenspraak met het Programma Vrijwilligheid zijn ervaringen rond het werven en behouden van vrijwilligers uitgewisseld. Ook wordt gewerkt aan een landelijke wervingscampagne voor brandweervrijwilligers.

Een nieuwe uniforme systematiek voor dekkingsplannen is ontwikkeld. Het is een belangrijke component van het werken aan de methode van gebiedsgerichte opkomsttijden bij de brandweer die nu in een zestal pilot-regio’s wordt getest. Uitruk op Maat bij de brandweer is in 2020 geëvalueerd, wordt nu geactualiseerd en aansluitend ingevoerd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

247.478

258.157

274.794

246.699

349.738

266.427

83.311

         
 

Programma-uitgaven

249.507

255.711

273.373

256.921

337.348

266.427

70.921

36.2

Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

Overige bijdragen agentschappen

0

0

39

110

149

319

‒ 170

 

Bijdrage ZBO/RWT's

       
 

Instituut Fysieke Veiligheid

29.925

29.374

32.311

30.361

102.764

28.847

73.917

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

177.432

179.323

196.042

184.037

172.469

169.693

2.776

 

Overige bijdragen medeoverheden

6.501

5.874

3.466

5.549

10.816

26.951

‒ 16.135

 

Subsidies

       
 

Nederlands Rode Kruis

1.440

1.400

1.240

1.200

1.200

1.257

‒ 57

 

Nationaal Veiligheids Instituut

1.290

1.265

1.021

981

1.561

1.266

295

 

Overige subsidies

3.338

4.908

5.149

3.657

4.640

2.426

2.214

 

Opdrachten

       
 

Project NL-Alert

4.904

5.243

4.336

4.254

3.630

5.465

‒ 1.835

 

NCSC

3.167

4.121

6.534

5.724

10.504

8.730

1.774

 

COVID-19

0

0

0

0

4.920

0

4.920

 

Overige opdrachten

10.271

11.854

10.600

7.302

8.650

8.593

57

         

36.3

Onderzoeksraad voor Veiligheid

       
 

Bijdrage ZBO/RWT's

       
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.239

12.349

12.635

13.746

16.045

12.880

3.165

         
 

Ontvangsten

1.473

565

589

568

640

2.000

‒ 1.360

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het verschil tussen de begroting en de realisatie wordt voor € 70,9 mln. toegelicht bij de uitgaven-instumenten. Het overige verschil van € 12,4 mln. wordt grotendeels veroorzaakt doordat op een aantal instrumenten het bedrag van de aangegane verplichtingen hoger is dat de in dit jaar verantwoorde uitgaven. Het betreft hier met name de bijdrage aan de OVV (€ 2,4 mln.), overlopende verplichtingen in relatie tot COVID19 (€ 2,2 mln.) en de bijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (€ 3,0 mln.). Daarnaast is er voor € 5,5 mln. verplichtingen aangegaan voor Versterkingsgelden lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme voor 2021.

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdrage Agentschappen

Overige bijdragen agentschappen

Dit betreft de kosten van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO), die de uitvoeringsorganisatie is van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen en de bijstands- en bestrijdingskosten op grond van de Wet veiligheidsregio’s. De realisatie heeft betrekking op het paraat houden van de uitvoeringsorganisatie. Het verschil tussen begroting en realisatie is het gevolg van het feit dat geen beroep is gedaan op een bijdrage.

Bijdragen ZBO/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweer en GHOR. De wettelijke taken betreffen onder meer het ontwikkelen, beheren en beschikbaarstellen van kennis op dit terrein, het opleiden van brandweerofficieren, de uitvoering en organisatie van brandweerexamens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Het IFV ontvangt voor wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een bijdrage.

Los van de bijdrage van JenV voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Het verschil van € 73,9 mln. tussen begroting en realisatie betreft (incidentele) bijdragen aan het IFV voor onder andere de opdracht die is verkregen om een voorraad persoonlijke beschermingsmiddelen aan te schaffen en te beheren voor rijksoverheidspartijen en diverse onderzoeken/projecten van het IFV.

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):• de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;• het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.Het verschil van € 2,8 mln. tussen begroting en realisatie betreft de uitgekeerde loonbijstelling 2020.

Overige Bijdragen

De realisatie in 2020 is € 5,3 mln. lager dan begroot. Een bedrag van € 3 mln. is overgeboekt naar andere ministeries voor de uitvoering van beleid. Een deel van deze middelen (€ 6,5 mln.) is ten behoeve van de lokale aanpak jihadisme via het Gemeentefonds aan de gemeenten uitgekeerd. Daarnaast is voor een bedrag van € 6 mln. herschikt naar andere artikelonderdelen binnen JenV. Een bedrag van € 6,1 mln. is niet uitgegeven doordat de ontwikkeling van de Passagiersinformatie-eenheid Nederland is vertraagd.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing (het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is). Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.37

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het alarmmiddel van de overheid dat de bevolking waarschuwt en informeert over een noodsituatie. Een NL-Alert wordt uitgezonden bij levens- en gezondheidsbedreigende situaties. In ieder NL-Alert bericht staat wat er aan de hand is, wat mensen moeten doen, en waar informatie en updates kunnen worden gevonden. NL-Alert wordt ontvangen op de mobiele telefoon en daarnaast getoond op digitale reclameborden en vertrekborden in het openbaar vervoer. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor het NL-Alert systeem, de doorontwikkeling ervan en andere activiteiten zoals publieksvoorlichting en opleiding.

De uitgaven op dit instrument zijn met name lager doordat de NL-Alert app niet kon worden gepromoot. Hierdoor konden ook andere projecten geen doorgang vinden .

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

De uitgaven op dit instrument zijn € 1,7 mln. hoger. Dit betreft het inzetten van externe inhuur en uitbesteding bij SSO's voor het uitvoeren van het programma. Het budget voor inhuur is opgenomen bij artikel 91. Voor het juiste totaalbeeld zijn de kosten verantwoord bij artikel 36, zodat daar alle met het programma samenhangende kosten zichtbaar zijn.

COVID-19Bij de tweede suppletoire begroting is een budget van € 14,2 mln. toegekend voor de bestrijding van COVID-19. Hiervan is in 2020 een bedrag van € 7,0 mln besteed aan met name uitgaven op het gebied van voorlichting. De belangrijkste oorzaak van de onderuitputting hangt nauw samen met het in de tijd verschuiven van de uit te voeren onderzoeksactiviteiten.

36.3 Onderzoekszaak voor de Veiligheid

Bijdragen ZBO/RWT’s

Onderzoekszaak voor de Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe.

De onderzoeken die zijn gedaan in 2020 zijn te vinden op www.onder-zoeksraad.nl.

4.7 Artikel 37: Migratie

A. Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee (Kmar) en de politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

C. Beleidsconclusies

Het kabinet werkte de beleidsvoornemens uit de integrale migratieagenda verder uit.

Ondanks de beperkingen van de coronacrisis heeft de IND een grote stap gezet in het wegwerken van de achterstanden en het tegelijkertijd bijhouden van de nieuwe instroom. Met het instellen van een taskforce om de achterstanden in te lopen was het de bedoeling om de achterstanden op spoor 4 nog in 2020 volledig in te lopen. Ondanks de tegenvallende productie, onder andere door corona en operationele tegenvallers, is ruim de helft van de achterstand ingelopen in 2020.

Terugkeer van vreemdelingen die verplicht zijn te vertrekken heeft hinder ondervonden van beperkingen in het luchtverkeer door corona. Inzet was om terugkeer te realiseren waar dat kon. In maart is de bewaring van Dublinclaimanten opgeheven. Dit omdat de overdracht niet binnen de termijn mogelijk was. Voor alle andere vreemdelingen in bewaring is per persoon bepaald of de bewaring kon voortduren en of vertrek mogelijk was - al dan niet later dan gepland.

In de eerste periode van de reisbeperkingen zagen de DT&V en IOM een lichte stijging van mensen die Nederland zelfstandig verlieten. Daarbij waren mensen die eerder niet in het zicht van de overheid waren.

De beperkingen door corona hebben ook weerslag gehad op de inzet van JenV (o.a. met BZ) om de migratiesamenwerking te versterken met prioritaire landen van herkomst en transit. Internationale werkbezoeken waren sterk beperkt.

Er zijn verschillende stappen gezet om de effectiviteit van het asielproces te vergroten. Er is een vernieuwd identificatie- en registratieproces ontwikkeld, waarmee een inschatting kan worden gemaakt van de kansrijkheid van de asielaanvraag. De implementatie van onderdelen van dit proces is inmiddels gestart. Op twee locaties wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke vreemdelingenlocatie (GVL), in aanvulling op de locatie Ter Apel, die reeds als GVL functioneert. In Budel is de ontwikkeling in 2019 al in gang gezet, in 2020 is besloten ook de locatie Gilze tot GVL te ontwikkelen en is ook daar de ontwikkeling in gang gezet.

Een beperkte groep vreemdelingen veroorzaakt disproportionele overlast. Hiermee tasten zij het draagvlak aan voor de opvang van vluchtelingen van oorlog, geweld of vervolging. In samenwerking met partijen uit de migratieketen, de strafrechtketen en het lokaal bestuur hebben we de aanpak van overlast geïntensiveerd. Zo is in februari de Handhaving- en Toezichtlocatie (htl) geopend in Hoogeveen. Het COA kan asielzoekers die stelselmatig overlast veroorzaken hiernaar overplaatsen. Sinds augustus kan het COA overlastgevende bewoners bij wijze van sanctie tijdelijk apart zetten in een sobere time-out-plek. Zulke plekken zijn op iedere COA-locatie gerealiseerd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

1.664.931

1.513.581

1.332.603

1.256.020

1.459.838

1.236.560

223.278

         
         
 

Programma-uitgaven

1.686.919

1.526.383

1.335.918

1.277.149

1.455.848

1.236.560

219.288

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

371.020

365.759

359.775

404.969

507.188

414.386

92.802

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

0

0

84.577

81.559

73.459

81.720

‒ 8.261

 

Bijdrage ZBO/RWT's

       
 

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

1.124.049

964.901

702.162

637.789

758.808

606.348

152.460

 

Nidos-opvang

134.561

135.649

130.139

91.033

71.361

88.452

‒ 17.091

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Overige bijdragen medeoverheden

7

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

       
 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) ea

11.577

10.017

9.236

9.552

9.383

9.884

‒ 501

 

Overige subsidies

1.595

938

1.157

4.820

3.825

1.696

2.129

 

Opdrachten

       
 

Keteninformatisering

13.814

6.041

4.801

3.786

4.875

5.332

‒ 457

 

Versterking vreemdelingenketen

4.052

6.356

10.244

5.443

8.867

3.105

5.762

         

37.3

Terugkeer

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI (Dienst Vervoer en Ondersteuning)

7.880

9.921

9.836

10.377

6.851

7.983

‒ 1.132

 

Subsidies

       
 

REAN-regeling

10.346

4.843

5.547

5.547

5.547

5.743

‒ 196

 

Overige subsidies

0

2.221

2.432

2.614

1.820

3.055

‒ 1.235

 

Opdrachten

       
 

Vreemdelingen vertrek

8.018

19.737

16.012

19.660

3.864

8.856

‒ 4.992

         
 

Ontvangsten

485.135

308.945

239.644

229.027

67.295

3.000

64.295

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Zie voor de toelichting op het verschil tussen begroting en realisatie bij de verplichtingen de toelichting bij de verschillende instrumenten onder de programmauitgaven.

Asielreserve

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de begroting 2011. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Tabel 27 Asielreserve

Beginstand 2019

Toevoegingen 2019

Onttrekkingen 2019

Beginstand 2020

Toevoegingen 2020

Onttrekkingen 2020

Eindstand 2020

102,8

12,1

102,7

12,2

53,7

12,2

53,7

De stand van de asielreserve op 31 december 2020 is € 53,7 mln. Ten behoeve van de dekking van de kosten van dwangsommen bij de IND is € 12,2 mln onttrokken aan de asielreserve. Zoals bij 2e suppletoire begroting vermeld, is er bij COA als gevolg van de lagere bezetting ten opzichte van verwachting bij 1e suppletoire begroting, een meevaller van € 53,7 mln. Deze is in de asielreserve gestort.

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen.

Tabel 28 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Prognose 2020

Asiel

        

Asielinstroom1

29.890

58.800

33.670

35.030

32.230

31.270

19.130

20.440

Overige instroom2

18.050

23.200

15.700

2.580

3.310

3.670

3.690

 

Opvang COA

        

Instroom in de opvang

29.820

60.430

35.920

39.190

36.600

36.300

24.030

28.230

Uitstroom uit de opvang

20.280

36.930

55.580

46.090

35.100

31.380

23.260

22.960

Gemiddelde bezetting in de opvang

19.590

30.280

37.160

23.150

21.200

24.670

27.370

28.240

Toegang en Toelating IND

        

Instroom MVV nareis

14.040

24.100

31.680

7.590

6.580

6.130

9.300

10.400

Instroom VVR

22.260

31.340

35.700

40.460

46.750

53.378

68.630

64.690

Instroom TEV

35.840

41.870

49.740

51.410

57.100

61.954

42.780

45.600

Instoom VISA

1.190

1.010

3.830

3.000

2.210

453

330

1.800

Instroom naturalisatieverzoeken

24.820

25.540

23.190

23.360

26.080

44.400

43.660

40.000

Streefwaarden Terugkeer (ketenbreed)

        

Zelfstandig vertrek (%)

26%

28%

26%

14%

15%

20%

27%

20%

Gedwongen vertrek (%)

28%

27%

27%

29%

28%

26%

21%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht (%)

47%

45%

47%

58%

57%

54%

52%

50%

Bronnen: INDIS/INDiGO, Maandrapportage COA, Meerjarenraming Vreemdelingenketen en JenV/KMI+.

X Noot
1

Tot de asielinstroom behoren de eerste asielaanvragen, relocatie en hervestiging, 2e en opvolgende asielaanvragen en inreis van nareizigers.

X Noot
2

Dit betreft zij-instroom

Asiel

De gemiddelde bezetting was gedurende 2020 substantieel hoger dan de gemiddelde bezetting in 2019. De hogere bezetting in de opvang is voornamelijk veroorzaakt door de opgelopen achterstanden bij het afhandelen van asielaanvragen bij de IND. Daarnaast bleef het huisvesten van vergunninghouders bij gemeenten achter op de taakstelling, waardoor ook de uitstroom stagneerde. Bij de start van de COVID-19 pandemie is de bezetting gestabiliseerd als gevolg van een significant lagere asielinstroom en het sluiten van COA-locaties voor nieuwe asielzoekers. Vanaf mei is het asielproces weer van start gegaan en liep de bezetting bij het COA geleidelijk op. Aangezien het voor het COA moeilijk is gebleken om in 2020 nieuwe locaties te openen of om bestaande locaties uit te breiden, was de gemiddelde bezettingsgraad bij het COA hoog.

Reguliere vreemdelingen

Het aantal aanvragen op MVV nareis is lager dan eerder werd geprognosticeerd. De Taskforce die is aangesteld in het eerste kwartaal van 2020 met als opdracht de achterstanden bij de IND in 2020 weg te werken is slechts deels geslaagd in de opdracht. De Taskforce heeft in 2020 ruim 8.000 aanvragen afgehandeld, het restant aan zaken zal in 2021 afgehandeld worden. De aantallen van VVR zijn gestegen met name door de aanvragen van burgers uit het verenigd koninkrijk als gevolg van de Brexit. Door de invloed van COVID-19 zijn de aanvragen op TEV en Visa lager dan eerder werd aangenomen.

Naturalisatie

Het aantal aanvragen voor naturalisatie is in lijn met de eerdere prognoses. Hier zijn geen bijzonderheden te melden.

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Bijdragen agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Het kan gaan om vluchtelingen die niet veilig zijn in eigen land, maar ook om mensen die in Nederland willen werken en wonen of zich willen laten naturaliseren tot Nederlander.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten derden. De bijdrage van het moederdepartement is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de instroomaantallen (Q) en een lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (ICT, huisvesting, staf e.d.). De opbrengsten derden bestaan onder andere uit leges die vreemdelingen betalen voor de diensten van de IND en voor een kleiner gedeelte uit opbrengsten van Europese subsidies. Tabel 27 maakt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen.

In 2020 is een Taskforce aangesteld om de oude voorraad van voor 1 april 2020 weg te werken. De opdracht van de Taskforce bestond uit 15.350 zaken. In 2020 is in ruim de helft van deze zaken beslist. De overgebleven zaken dienen medio 2021 afgerond te zijn. De IND heeft de opdracht gekregen om de ingediende aanvragen vanaf 1 april 2020 binnen de wettelijke termijn te beslissen. Op een klein aantal van deze zaken (20) is buiten de wettelijke termijn beslist, met een korte en uitlegbare overschrijding. Het betreft hier zaken die samenhangen met aanvragen die in de voorraad van de Taskforce zitten. Dit zijn bijvoorbeeld aanvragen van kinderen die geboren zijn bij ouders die met hun aanvraag in de voorraad van de Taskforce zitten, de aanvraag van het kind loopt direct mee in de procedure van de ouders. Het kan ook gaan om zogenoemde zij-instroomzaken die al tegen of over de termijn zijn bij het (weer) instromen in het asielproces. De IND heeft verschillende processen (sporen) ingericht voor verschillende typen asielaanvragen. De doorlooptijd van de verschillende sporen kent een grote variatie. De doorlooptijd op spoor 1 (Dublin) is gemiddeld 14 weken, spoor 2 (mensen uit veilige landen) had een gemiddelde doorlooptijd van 7 weken. Spoor 4 valt uiteen in de Algemene Asielprocedure (gemiddelde doorlooptijd van 39 weken) en de Verlengde Asielprocedure (gemiddelde doorlooptijd van 60 weken). Het is de verwachting dat de IND eind 2021 in staat is om 90% van de asielaanvragen binnen de wettelijke termijn te beslissen.

Onderstaande tabel maakt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen.

Tabel 29 productgroepen IND
 

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Productgroep

   

Asiel

120.268

81.713

38.555

Regulier

138.685

122.185

16.500

Naturalisatie

21.888

8.955

12.933

Ketenondersteuning

3.670

5.701

‒ 2.031

Lumpsum

175.253

151.476

23.777

Bekostiging

   

Totale bekostiging

459.764

370.029

89.735

Diversen

‒ 8.415

  

Bijdragen derden

‒ 51.629

‒ 46.400

‒ 5.229

Bijdrage JenV

399.720

323.629

76.091

Voor verdere onderbouwing van de uitgaven wordt verwezen naar de agentschapsparagraaf.

In verband met een hogere instroomverwachting, een kasschuif om de kosten van de Taskforce af te dekken, het wegwerken van voorraden door de Taskforce en verwachte hoge dwangsomuitgaven is het budget voor toelating € 92,8 mln. hoger dan in de begroting.

In onderstaande tabel staan kengetallen met betrekking tot de doorlooptijd van de vreemdelingenzaken waarop binnen de termijn is besloten.

Tabel 30 kengetallen IND doorlooptijden
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroting 2020

         

Asiel

93%

96%

91%

86%

87%

81%

79%

90%

Regulier

91%

91%

89%

82%

83%

86%

88%

95%

Naturalisatie

86%

96%

95%

93%

68%

54%

53%

95%

Bronnen: begroting JenV en realisatiecijfers IND.

Toelichting

Bij een groot deel van de zaken is door de IND binnen de termijn besloten. Voor een deel van de asielaanvragen is dat niet het geval, als gevolg van de opgelopen achterstanden in de afgelopen jaren, het grillige instroompatroon en de toegenomen complexiteit van die aanvragen. De IND heeft verschillende processen (sporen) ingericht voor verschillende typen asielaanvragen. De doorlooptijd van de verschillende sporen kent een grote variatie. De doorlooptijd op spoor 1 (Dublin) is gemiddeld 14 weken, spoor 2 (mensen uit veilige landen) had een gemiddelde doorlooptijd van 3 weken. Spoor 4 valt uiteen in de Algemene Asielprocedure (gemiddelde doorlooptijd van 32 weken) en de Verlengde Asielprocedure (gemiddelde doorlooptijd van 46 weken). In 2019 is door de IND extra personeel aangetrokken zodat in de loop van 2020 de ontstane achterstand geleidelijk kan worden ingelopen en de nieuwe instroom zo goed mogelijk binnen de termijnen kan worden afgehandeld.

De gemiddelde doorlooptijd van de reguliere producten is lager dan de norm van 95%. Dit wordt vooral veroorzaakt door het wegwerken van de opgelopen werkvoorraad MVV nareis, zowel 1e aanleg als bezwaar. Het wegwerken van deze voorraden heeft prioriteit.

Een deel van de besliscapaciteit voor naturalisatiezaken is ingezet op andere werksoorten. Dit is ten koste gegaan van het tijdig afhandelen van naturalisatiezaken, waardoor de streefwaarde met betrekking tot de doorlooptijd niet is gehaald.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

Het COA wordt voornamelijk op PxQ-basis (prijs maal de gemiddelde bezetting) gefinancierd.

Bij de ontwerpbegroting van 2020 is uitgegaan van een bijdrage aan het COA (en aan opvang gelieerde activiteiten) van c.a. € 606,3 mln. 2020 was voornamelijk een jaar met grote onzekerheden op het gebied van instroom en uitstroom, wat zich ook heeft geuit in de mutaties in de begroting gedurende het jaar. Tijdens de 1e suppletoire begroting is de begroting verhoogd naar c.a. € 808,5 mln. als gevolg van een toename in de verwachte asielinstroom en oplopende verblijfsduur in de opvang, waarna dit na de 2e suppletoire bijgesteld is tot € 760,4 mln. als gevolg van een lagere bezetting bij het COA als gevolg van een lagere asielinstroom door de COVID-19 pandemie en de hiermee samenhangende maatregelen.

Uiteindelijk is in 2020 ca. € 701,1 mln verstrekt middels een subsidie aan het COA om te voorzien in een gemiddelde bezetting van ca. 28.010 bewoners, naast dat er € 53,7 mln. is toegevoegd aan de asielreserve om te voorzien in de lagere toerekening van asieluitgaven aan Official Development Assistance (ODA). Vanwege de langere opvangduur kunnen steeds minder asielzoekers aan ODA worden toegerekend. De overige kosten betreffen kleine mutaties met opvangdoeleinden als basis, hieronder valt bijvoorbeeld een bijdrage van ca. € 1,9 mln. aan de International Organisation Migration (IOM) voor de bijdragen die zij leveren in het kader van hervestiging die sinds 2020 niet meer via het COA zelf verlopen.

Dit maakt dat in 2020 de uitgaven voor het COA (en aan opvang gelieerde activiteiten) van ca. € 758,8 mln. nagenoeg overeenkomen met de na de 2e suppletoire begroting bijgestelde begroting van ca. € 760,4 mln.

Tabel 31 Kengetal verblijfduur in COAopvang
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

9Realisatie 2018

Realisatie 2020

Prognose 2020

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,6

4,7

4,1

5,6

4,4

5,3

4,0

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

8,1

8,1

7,4

7,9

7,9

14

13,0

Toelichting

Bewoners in de COA-opvang verbleven in 2020 gemiddeld c.a. 14 maanden in de opvang. Dit betreffen asielzoekers in afwachting van een besluit op hun asielaanvraag door de IND en asielzoekers die reeds een afwijzend of inwilligend besluit van de IND hebben ontvangen en in de respectievelijke terugkeerprocessen of huisvestingsprocessen bevinden.

De stijging in de gemiddelde verblijfsduur valt grotendeels te verklaren door de daling van de asielinstroom en -uitstroom gedurende 2020 als gevolg van de COVID-19 pandemie. Door deze lagere instroom zijn er relatief weinig asielzoekers ingestroomd die nu nog relatief kort in de opvang verblijven. Hierdoor is de gemiddelde verblijfsduur gedurende 2020 significant toegenomen.

De gemiddelde opvangduur van vergunninghouders na vergunningverlening is toegenomen naar c.a. 5,3 maanden. Eén oorzaak hiervan is de beperkte woningvoorraad van gemeenten voor deze doelgroep gecombineerd met en algehele krapte op de woningmarkt. Daarnaast was het gedurende de eerste intelligente lockdown door de COVID-19 pandemie significant moeilijker voor gemeenten (en ondersteunende organisaties zoals VluchtelingenWerk Nederland) om vergunninghouders te huisvesten. Ook is het in 2020 niet gelukt om de achterstand op de huisvestingstaakstelling uit 2019 in te lopen. Hierdoor is de doorlooptijd van de fase tussen het koppelen van een bewoner aan een gemeente en de datum van ingang van het huurcontract significant toegenomen na 1 april 2020. Sinds oktober en november laat de doorlooptijd van deze fase een dalende tendens zien, maar heeft deze niet het niveau van voor de pandemie bereikt.

Stichting Nidos

Stichting Nidos is bij ministeriële regeling aangewezen voor de tijdelijke voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen vanaf het moment dat zij zich in Nederland melden. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling wanneer het om kinderen uit vluchtelingengezinnen gaat.

Op basis van het Subsidiebesluit rechtspersonen voor voogdij en gezinsvoogdij vreemdelingen 2015 zorgt Nidos voor opvang in pleeggezinnen. Ook zorgt Nidos voor kleinschalige opvang voor vergunninghouders. De bijdrage aan Nidos bestaat uit verzorgingskosten en uit begeleidingskosten. Deze bijdrage wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor wat betreft de begeleidingskosten direct gerelateerd aan het aantal pupillen onder Nidos' begeleiding. De jaarlijkse instroom van AMV’s en de uitstroom naar gemeenten is van invloed op het aantal pupillen onder Nidos' begeleiding.

De totale bijdrage aan Stichting Nidos bedraagt over 2020 € 71,3 mln. Dit bedrag is € 17,1 mln. lager dan begroot (Rijksbegroting 2020 € 88,5 mln.) door lager uitvallende kosten voor onder meer de verzorging voor alleenstaande minderjarige vreemde­lingen en door de lagere amv's bezetting in de Nidos-opvang mede door de coronamaatregelen.

Dienst Justitiële Inrichtingen

De vreemdelingenbewaring van DJI is verantwoordelijk voor aan de grens geweigerde vreemdelingen, illegale vreemdelingen en drugskoeriers. De vreemdelingen verblijven op grond van een bestuursrechtelijke maatregel in een detentiecentrum.

DJI draagt zorg voor de vreemdeling vanaf het moment dat een vreemdeling vanuit de politie, de DT&V of de Koninklijke Marechaussee is overgebracht naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring dan wel grensdetentie van DJI.

Het is de taak van DJI om vreemdelingen in de detentiecentra zo goed mogelijk te verzorgen, te ondersteunen bij voorbereiding van de terugkeer en hen beschikbaar te houden voor vertrek uit Nederland.

Ten behoeve van gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) is de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) te Zeist beschikbaar.

In de agentschapsparagraaf van DJI vindt u nadere informatie over vreemdelingenbewaring.

Daarnaast werkt DJI steeds vaker samen met het COA, bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van asielzoekers in de extra begeleiding en toezichtlocatie (HTL).

Het verschil van € 8,3 mln. wordt veroorzaakt door o.a. een (technische) verschuiving over de artikelonderdelen om de verdeling van de bijdrage in overeenstemming te brengen met de DJI-begroting op de diverse artikelonderdelen (ca. € 7,8 mln.) Daarnaast is in de opdracht 2020 besloten 42 operationele plekken minder af te nemen. Dit is inmiddels in de ontwerpbegroting 2021 verwerkt (ca. € 4 mln.)

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) zet zich op basis van Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. VWN heeft een bij wet vastgelegde taak ten aanzien van voorlichting aan asielzoekers direct na aankomst in Nederland. VWN geeft voorafgaand aan de asielprocedure voorlichting over de procedure, de rol van alle actoren in de keten en de eigen rol van de asielzoeker. Zowel de inhoud van de voorlichting als het moment van de voorlichting (kort voor de start van de algemene asielprocedure) en de locaties (POL) zijn afgestemd met COA, IND en rechtsbijstand.

Ook geeft VWN in alle COA-locaties begeleiding in de asielprocedure, geeft met behulp van tolken uitleg over brieven van IND en advocaten, helpt met het verkrijgen van documenten (ID-bewijzen of documenten die relevant zijn voor de beoordeling van de beschermingsvraag door IND) en vangt vragen over voortgang in de procedure af voor advocaat en IND.

Tevens gaat VWN na afwijzing gesprekken aan over de juridische situatie en de mogelijkheden van beroep en terugkeer en geeft ook eigen ondersteuning bij terugkeer.

Daarnaast ondersteunt VWN vergunninghouders in alle COA-locaties bij gezinshereniging.

De totale toegekende subsidie aan VWN bedroeg over 2020 € 9,4 mln.

Opdrachten

Keteninformatisering

Ook in 2019 zijn vanuit dit budget de beheerkosten, inclusief de (beperkte) doorontwikkeling en vernieuwing van de centrale voorzieningen gefinancierd, die gebruikt worden voor digitale informatie-uitwisseling binnen de Vreemdelingenketen.

Het verschil van € 10,7 mln. wordt veroorzaakt doordat de interne verrekeningen voor desaldering derdenrekeningen nog niet waren verwerkt door de CFA.

Versterking vreemdelingenketen

In 2020 zijn vanuit dit budget diverse (kleinere) opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstelligen.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

DJI/Dienst Vervoer en Ondersteuning

De DT&V schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) in voor het vervoer van vreemdelingen.

Subsidies

REAN-regeling

REAN staat voor Return and Emigration Assistance from the Netherlands en betreft een programma waarmee vrijwillige terugkeer en herintegratie wordt ondersteund.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland voert op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid het REAN-programma uit. Op basis van dit programma biedt IOM praktische terugkeerondersteuning aan vreemdelingen die naar Nederland zijn gekomen met het oog op langdurig verblijf en zelfstandig uit Nederland willen vertrekken, maar niet over voldoende middelen beschikken om hun eigen vertrek te organiseren. Daarnaast wordt via het REAN-programma aan een specifieke groep vreemdelingen herintegratieondersteuning aangeboden in het land van herkomst. De IOM levert daarmee een bijdrage aan de uitvoering van het Nederlandse terugkeerbeleid.

Overige subsidies

Niet-gouvernementele organisaties in Nederland voeren op grond van de Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019 projecten uit met als doel om onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland te voorkomen of te beëindigen door hun zelfstandig vertrek uit Nederland te ondersteunen. De nadruk ligt op activiteiten die erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland. Daarnaast beoogt de subsidieregeling gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die voor overlast (kunnen) zorgen en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie, te ondersteunen bij terugkeer. Daarnaast worden incidentele pilot projecten gericht op het vertrek van vreemdelingen gesubsidieerd.

Opdrachten

Vertrek Vreemdelingen

Als professionele terugkeerorganisatie voert de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) het terugkeerbeleid uit. De DT&V regisseert met behulp van casemanagement het vertrek van vreemdelingen die geen recht hebben op verblijf in Nederland. Uitgangspunt is dat de vreemdeling de kans heeft om zelfstandig te vertrekken, met of zonder hulp van de DT&V en maatschappelijke organisaties zoals IOM. Zo levert de DT&V een bijdrage aan de veiligheid, het maatschappelijk evenwicht en aan het draagvlak voor het Nederlandse toelatingsbeleid. COVID-19 heeft gedurende 2020 impact gehad op de werkzaamheden van de DT&V, deze zijn middels kamerbrieven separaat toegelicht3839,.

In de eerste fase van de uitbraak is gekozen om de contacten in de hele vreemdelingenketen tot een minimum te beperken. Daarnaast golden en gelden voor veel landen zowel binnen als buiten de EU stringente reisbeperkingen. Gelijktijdig met het hervatten van de asielprocedure heeft DT&V haar vertrekhandelingen conform de richtlijnen van het RIVM weer kunnen opschalen, zij het op een lager niveau dan gebruikelijk.

Apparaatsuitgaven van de DT&V zijn opgenomen in artikel 91 omdat de DT&V een dienstonderdeel is van het kerndepartement van Justitie en Veiligheid.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2020 komen deels voort uit de afrekening van teveel betaalde bedragen in 2019 van € 10,7 mln. voor Nidos en een afroming van het Eigen Vermogen van € 22,8 mln. bij het COA. Verder is in 2020 € 12,2 mln. onttrokken aan de asielreserve ten behoeve van de dekking van de kosten van dwangsommen bij de IND.

5. Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 91: Apparaat kerndepartement

Tabel 32 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 91 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

443.981

417.494

452.315

475.446

564.152

446.713

117.439

         
 

Apparaatsuitgaven

445.189

424.387

445.144

489.477

515.502

448.044

67.458

91.1

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

       
 

Personeel

282.341

286.437

302.444

328.867

356.753

303.175

53.578

 

waarvan eigen personeel

246.065

251.663

261.246

283.746

313.140

267.905

45.235

 

waarvan externe inhuur

34.529

33.124

40.029

43.027

43.613

33.442

10.171

 

waarvan overig personeel

1.747

1.650

1.169

2.094

0

1.828

‒ 1.828

 

Materieel

162.848

137.950

142.700

160.610

158.749

144.869

13.880

 

waarvan ICT

18.418

20.011

21.307

23.492

28.547

21.650

6.897

 

waarvan SSO's

116.801

89.440

93.082

103.551

89.935

88.097

1.838

 

waarvan overig materieel

27.629

28.499

28.311

33.567

40.267

35.122

5.145

         
 

Ontvangsten

190.785

28.048

33.309

33.871

35.182

20.125

15.057

Toelichting uitgaven

Op de apparaatsuitgaven is € 67,5 mln. meer uitgegeven ten opzichte van de vastgestelde begroting. Hiervan was € 76,3 mln. opgenomen in de eerste en tweede suppletoire begroting. De slotwet bevat een mutatie van € -8,8 mln. Dit artikel bestaat uit ruim 30 grotere en kleinere diensten/budgethouders. In de loop van het uitvoeringsjaar vinden er vele kleine mutaties en enkele grotere mutaties plaats. De belangrijkste mutaties worden hieronder toegelicht.

  • € 11,4 mln. toekenning van loonbijstelling 2020

  • € 10,9 mln. ten behoeve van de eenmalige kosten samenhangende met het invoeren van een individueel keuzebudget (IKB);

  • € 10,3 mln. extra kosten in verband met COVID-19;

  • € 7,9 mln. interne overheveling vanuit het beleidsartikel in het kader van Digitalisering strafrechtketen;

  • € 5,4 mln. interne overheveling vanuit het beleidsartikel in het kader van Botoc (breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit) middelen ten behoeve van het LIEC.

  • € 12,8 mln. verhoging van het Justid-uitgavenbudget. Het budget van Justid wordt in de loop van het jaar opgehoogd omdat een groot deel van de projecten van Justid niet via het budget wordt gefinancierd maar via facturen, waardoor zowel de kosten als ontvangsten hoger uitkomen.

  • € 6,4 mln. verlaging van het HGIS –uitgavenbudget in verband met de afrekening 2020 met Rijksvastgoedbedrijf gebruiksvergoeding Europol en Eurojust.

Toelichting ontvangsten

Op de apparaatsontvangsten is € 15 mln. meer gerealiseerd dan begroot. Deze verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere ontvangsten bij Justid van € 7,5 mln. die samenhangen met extra opdrachten en een ontvangst van € 5,2 mln. van FM-Haaglanden met betrekking tot in 2019 gebruikte werkplekken. Het restant saldo betreft diverse kleine mutaties.

Tabel 33 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en 1Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

        

Apparaatsuitgaven kerndepartement

445.189

424.387

445.144

489.477

515.502

448.044

67.458

        

Grote uitvoeringsorganisaties

       

Openbaar Ministerie

508.104

507.040

548.138

572.831

603.660

535.469

68.191

Raad voor de rechtspraak

906.466

876.579

856.419

986.657

984.607

990.102

‒ 5.495

Raad voor de Kinderbescherming

173.114

175.525

183.557

188.072

199.439

170.744

28.695

Hoge Raad

28.420

28.071

30.566

32.489

32.957

28.861

4.096

Agentschappen

       

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.071.181

1.104.371

1.200.269

1.259.337

1.376.825

1.221.446

155.379

Immigratie en Naturalisatiedienst

356.571

316.528

317.352

367.387

446.192

383.693

62.499

Centraal Justitieel Incasso Bureau

112.485

114.112

112.773

130.523

140.332

138.133

2.199

Nederlands Forensisch Instituut

52.813

57.709

58.075

57.318

64.374

55.600

8.774

Dienst Justis

29.795

33.714

34.941

41.302

45.288

43.425

1.863

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

       

Nationale Politie

5.312.824

5.861.219

5.735.326

6.115.466

6.232.513

6.003.844

228.669

Politieacademie (PA)

109.458

2.797

2.856

2.926

3.009

2.929

80

Raad voor rechtsbijstand (RvR)

49.836

49.471

50.528

51.743

30.888

26.420

4.468

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

6.146

5.907

5.884

6.956

7.883

7.467

416

Autoriteit Persoonsgegevens

8.245

10.894

16.121

20.492

23.826

18.535

5.291

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

7.086

7.120

7.327

7.627

8.215

7.248

967

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

608

694

915

915

915

720

195

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.656

1.707

1.681

1.884

1.925

1.746

179

Raad voor de rechtshandhaving

377

217

118

277

277

226

51

Reclasseringsorganisaties (cluster):

       

– Stichting Reclassering Nederland (SRN)

141.187

139.597

145.032

152.139

158.156

148.276

9.880

– Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering

20.903

20.861

21.348

22.372

22.892

23.573

‒ 681

– Stichting Verslavingsreclassering GGZ

69.375

69.414

72.878

75.634

77.032

73.183

3.849

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

6.253

6.689

6.696

7.509

8.890

6.877

2.013

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

33.893

34.330

32.904

33.938

40.248

34.009

6.239

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

1.436

1.828

1.717

1.775

3.066

1.821

1.245

Stichting HALT

10.590

12.065

11.913

12.303

12.644

11.975

669

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

29.925

29.374

32.311

30.361

102.764

28.847

73.917

Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

11.239

12.349

12.635

13.746

16.045

12.880

3.165

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

201.612

332.102

214.711

159.447

159.447

222.055

‒ 62.608

Stichting Nidos

43.302

42.250

33.484

25.070

25.070

32.500

‒ 7.430

Particuliere Jeugdinrichtingen (cluster)2

0

0

0

0

0

0

0

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Notarissen (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X Noot
1

Voor ZBO's/RWT's is een onderscheid tussen apparaat en programma lastig te maken omdat het onderscheid niet naar voren komt niet altijd in de jaarrekening.

X Noot
2

Bij DJI geldt dat het volledige subsidiebedrag aan particuliere JJI's als programmakosten worden begroot en verantwoord, dus apparaat is 0%.

5.2 Artikel 92: Nog onverdeeld

Tabel 34 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 92 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

art.nr.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

32.402

‒ 32.402

         

92.1

Nog onverdeeld

       
 

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

32.402

‒ 32.402

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Artikel 92 is een doorverdeelartikel en alle relevante mutaties zijn bij de betreffende beleidsartikelen toegelicht.

5.3 Artikel 93: Geheim

Tabel 35 Budgettaire gevolgen van nie-beleid artikel 93 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Vastgestelde Begroting 2020

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

2.433

3.318

2.536

3.574

3.249

3.048

201

         

93.1

Geheime uitgaven

       
 

Geheime uitgaven

2.433

3.318

2.536

3.574

3.249

3.048

201

         
 

Ontvangsten

88

145

1.043

10

397

0

397

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Inleiding

Deze paragraaf bevat een rapportage over de bedrijfsvoering van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Hierbij is met name de vraag van belang in hoeverre sprake is geweest van beheerste bedrijfsprocessen. Vanuit dat perspectief richt de aandacht zich op bijzonderheden, onvolkomenheden en onrechtmatigheden die zich in de bedrijfsvoering in 2020 hebben voorgedaan.

In 2020 heeft het accent gelegen op de aanpak van de onvolkomenheden en bevindingen die de Algemene Rekenkamer respectievelijk de ADR eerder hebben geconstateerd. Voortgang is geboekt bij de financiële administratie, het autorisatiebeheer, het personeelsbeheer en het subsidie- en bijdragenbeheer. Voor de bedrijfsvoeringsmatige aspecten van de afpakketen zijn verder inspanningen noodzakelijk om te komen tot een volledig beheerst proces.

In deze paragraaf komen zowel de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering aan de orde die de Algemene Rekenkamer (AR) in het Verantwoordingsonderzoek 2019 heeft geconstateerd als de bevindingen van de Auditdienst Rijk (ADR). Onderstaande tabel geeft de onvolkomenheden en de bevindingen schematisch weer.

Tabel 36 onvolkomenheden en bevindingen

onvolkomenheden AR over 2019

 

1. Afpakketen

 

2. Financiële administratie en verantwoording

 

3. Prestatieverklaring

 

4. Subsidies en bijdragebeheer

 
  

Bevindingen ADR over 2019

 

1. Afpakketen

Ernstig

2. Financiële administratie en verantwoording en Prestatieverklaring

Gemiddeld

3. Subsidies en bijdragebeheer

Licht

4. Autorisatiebeheer Leonardo

Licht

5. Personeelsbeheer

Licht

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

De belangrijkste tekortkomingen en risico’s in de bedrijfsvoering in 2020 inclusief de genomen maatregelen om deze risico's te beheersen staan hierna beschreven. De elementen van de bedrijfsvoering die op orde zijn, worden niet opgenomen.

1a. Rechtmatigheid

Voor de bepaling van fouten en onzekerheden is de rijksbrede normering toegepast.

Tabel 37 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden

Rapporteringstolerantie

Verantwoord bedrag (omvangs- basis)

Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzeker- heden

Bedrag aan fouten

Bedrag aan onzeker- heden

Bedrag aan fouten en onzeker- heden

Waarvan bedrag aan fouten en onzekerheden gerelateerd aan nood- maatregelen

Percentage aan fouten en onzeker- heden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

Waarvan percentage aan fouten en onzekerheden gerelateerd aan noodmaat- regelen t.o.v. verantwoord bedrag = (6a)/(2)*100%

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(6a)

(7)

(7a)

Art. 36 Contraterrorisme en Nat. Veiligheidsbeleid (u/o)

337.988.000

25.000.000

46.710.500

19.605

46.730.105

46.623.500

13,8%

13,8%

Samenvattende staat baten-lastenagentschappen

3.251.485.000

65.029.700

68.151.158

19.384.117

87.535.275

 

2,7%

0,0%

Toelichting:

Overschrijding op artikelniveauDe geconstateerde fouten en onzekerheden bij artikel 36 worden in belangrijke mate verklaard door:Een betaling aan het Instituut voor Fysieke Veiligheid die in verband met de coronapandemie is verstrekt en niet is uitgegeven in 2020 voor een bedrag van ruim € 45 miljoen, wordt door ADR aangemerkt als een onrechtmatige bevoorschotting.

Overschrijding op agentschapsniveauDe overschrijding van de tolerantiegrens bij agentschappen wordt voornamelijk veroorzaakt door DJI. Alleen de belangrijkste fouten en onzekerheden zijn onderstaand toegelicht:

  • 1. Algemeen: De onvermijdbare rijksbrede DAS- en overbruggingsproblematiek bedraagt ongeveer € 19 mln.;

  • 2. Bij het agentschap DJI komen onder andere de volgende posten voor:

    • Er is zorgpersoneel buiten de mantel ingehuurd om de continuïteit van de zorg te kunnen garanderen (ongeveer € 12 mln);

    • De ADR merkt op dat met het ontbreken van prestatieverklaringen en het niet aan kunnen sluiten van facturen op de contracten circa € 25 mln. is gemoeid;

    • De inkooponrechtmatigheden van bijna € 9 mln. bestaan uit contracten aangegaan in voorgaande jaren die onder het verkeerde regime zijn aanbesteed;

    • De onzekerheid in de forensische zorg van ongeveer € 7 mln. betreft gedeclareerde en goedgekeurde zorg op basis van plaatsingsbrieven zonder einddatum van de zorgtitel.

1b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Voor dit onderdeel zijn geen bijzonderheden te melden.

1c. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Gebruik financiële informatiesystemen

De ADR heeft in haar rapport over 2019 de financiële administratie en verantwoording alsmede de prestatieverklaring als een gemiddelde bevinding opgenomen. De AR merkt dit aan als een onvolkomenheid.

Gebruik derdenrekeningen

In 2020 zijn verschillende activiteiten ontplooid om het beheer van de derdenrekeningen te verbeteren. Dienst Terugkeer en Vertrek heeft onder andere conform het vastgestelde verbeterplan per project een projectmanager en projectcontroller aangesteld, een beschrijving van het project opgesteld en integraal de controles uitgevoerd op de aansluitingen tussen de EU-verantwoording en financiële administratie en de mutaties 2020. Ook zijn conform afspraken de onderbouwingen van mutaties en standen opgeleverd door de verschillende rekeningbeheerders. Het beheer van derdenrekeningen blijft aandacht vragen.

Verplichtingenbeheer

In 2020 zijn er aanvullende beheersmaatregelen getroffen om een correcte verplichtingenstand te rapporteren. Zo zijn alle bijdragebrieven die in december zijn uitgegaan integraal gecontroleerd op juiste en tijdige vastlegging van de verplichting. Tevens is een voortgezette/afloopcontrole uitgevoerd op de verplichtingen per jaareinde. Naar aanleiding van deze aanvullende beheersmaatregelen is het beeld dat het verplichtingenbeheer verder is verbeterd. Vastgesteld is ook dat de administratieve discipline in de 1e lijn een blijvend aandachtspunt is. Er zal in 2021 op worden toegezien dat de taken en verantwoordelijkheden in de 1e lijn worden nageleefd om correcties achteraf naar aanleiding van interne controle te voorkomen.

Voorschotten

JenV heeft in 2020 gerichte maatregelen getroffen om de juistheid- en volledigheid van voorschotten te borgen. In 2020 zijn maandelijks controles uitgevoerd en per tertaal wordt integraal gecontroleerd of voorschotten met een verlopen einddatum terecht nog openstaan. Ondanks alle maatregelen zijn er enkele materiële voorschotten niet tijdig verwerkt in de financiële administratie. Met de desbetreffende beleidsdirecties zijn nadere afspraken gemaakt om een juiste en volledige verwerking van de voorschotten veilig te stellen

Memo- en herstelboekingen

Het Centrum Financiële Administratie (CFA) beoordeelt de memo- en herstelboekingen aan de voorkant van het proces of de kwaliteit van de boekingen in het financieel systeem is gewaarborgd. Het CFA voert een 100% controle uit en ziet toe op de naleving van de interne voorschriften van JenV. Verder is een wijziging in het financiële systeem Leonardo doorgevoerd die het afdwingt een bijlage toe te voegen bij memo en herstelboekingen.  

Prestatieverklaringen 

In de praktijk worstelen de uitvoeringsorganisaties met de vastleggingen ter onderbouwing van de prestatieverklaring (al dan niet in de financiële administratie). Dit komt mede doordat er in de regelgeving géén verankerde norm is voor de diepgang van de vastlegging en bewijsvoering van prestatieverklaringen. Omdat duidelijke normen ontbreken is het moeilijk concreet aan te geven wanneer een onderbouwing van een prestatielevering voldoende is.In 2020 zijn gerichte stappen gezet om het beheer van prestatieverklaringen te verbeteren. Ten eerste is het interne JenV beleid aangescherpt, waardoor het voor de gebruiker concreter wordt of de onderbouwing in de financiële administratie opgenomen moet worden. In 2020 is een data-analyse ontwikkeld en geïmplementeerd om te monitoren dat de onderbouwing van de prestatie aanwezig is in het financiële systeem. Tevens wordt een data-analyse ontwikkeld die kan voorspellen of de onderbouwing van het prestatie-akkoord voldoende kwalitatief is. Naar verwachting wordt deze laatste data-analyse in de eerste helft van 2021 opgeleverd. Tot slot is bij de verschillende uitvoeringsorganisaties de bewustwording vergroot enerzijds door het bespreken van bevindingen die naar aanleiding van de verschillende interne controles zijn geconstateerd en anderzijds door aanscherping van processen als gevolg van getroffen verbetermaatregelen. Zo voeren enkele JenV onderdelen een 100% controle uit op de prestatie-akkoord en onderbouwing voordat de betaling wordt verricht.

Autorisatiebeheer

De ADR heeft in haar rapport over 2019 het autorisatiebeheer als een lichte bevinding aangemerkt. DFEZ heeft in haar rol van systeemeigenaar het stelsel van de kwaliteitsborging van de toegang tot het financiële systeem geactualiseerd. De taakverdeling van de huidige stakeholders (met name de twee recent ingerichte SSO’s voor financiële dienstverlening JenV) als ook de controlelijnen zijn beschreven en de kwaliteit van het gebruikersbeheer voor het financiele systeem Leonardo als basis voor de uitvoering van de financiële administratie JenV is in opzet geborgd. De operationalisering van de decentrale kwaliteitsborging binnen het stelsel (werking) wordt verder afgestemd en geactualiseerd met de dienstverlenende SSO’s om ook het proces in de werking te garanderen. Daarnaast heeft DFEZ het concern toezicht naar de toegang tot Leonardo uitgebreid met een aantal geautomatiseerde toetsen op het gebruikersbeheer Leonardo en is er voor het gebruikersbeheer centraal een 2e lijns controle ingericht. De controles door middel van geautomatiseerde toetsen met betrekking tot functiescheiding zijn in 2020 vervolgd als onderdeel van het kwaliteitsstelsel.

Afpakketen van het Openbaar Ministerie (en ketenpartners)

De AR en ADR beoordeelden de beheersing van de afpakketen over 2019 als onvolkomenheid/ernstige bevinding. De problematiek betreft het (financieel) beheer van het OM, het ontbreken van een ketenverantwoordelijke en het ontbreken van uniformiteit in werkwijze en gebruik van IT-systemen in de keten. Het OM heeft in 2020 een vooronderzoek naar vervanging van het Beslagportaal opgeleverd. Dit geeft inzicht in wat nodig is voor het realiseren van een centraal Beslagregister met koppelingen naar bronsystemen van ketenpartners en bijbehorende keten brede werkprocessen. Een belangrijk onderdeel van het verbeterproces is de oplevering van het procesboek uniforme registratievoorschriften beslag eind september 2020. De OM-onderdelen gaan in 2021 aan de slag met de implementatie van dit procesboek. In het derde kwartaal van 2021 wordt er een audit uitgevoerd op de naleving van de nieuwe werkwijze van het procesboek.

In 2020 heeft het OM de werkwijze voor het opstellen van het openstaand recht vastgelegd en afgestemd met de ADR en heeft het initiatief genomen tot het opstellen van een evaluatiememo. De belangrijkste punten hiervan worden uitgewerkt in een plan van aanpak ‘verantwoording geldelijke zaken’. Gedurende 2020 is geconstateerd dat mede door het niet uniform registeren van geldelijke zaken het openstaande recht in verband met geldelijke zaken nog niet in de saldibalans kon worden verwerkt. Daarbij speelt ook dat de Rijksbegrotingsvoorschriften niet voor alle situaties voldoende concreet zijn als het gaat om de waardering van geldelijke zaken. Op grond van deze feiten heeft Financiën aan JenV één jaar uitstel verleend inzake de verantwoording van openstaand recht geldelijke zaken in de saldibalans. Op 31 december 2020 is er bij het OM geen volledig beeld van het aantal geldelijke zaken waar een verbeurdverklaring over is uitgesproken en die nog niet te gelde zijn gemaakt.

In september 2020 is de programma-DG Ondermijning van start gegaan. Ter voorbereiding is een knelpuntenanalyse van de afpakketen opgesteld. In oktober heeft het eerste Coördinerend Beraad Afpakketen (CBA) onder voorzitterschap van de DGO plaatsgevonden. Dit CBA heeft tot doel om vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid en ambitie de aanpak van de criminele geldstromen en het afpakken van crimineel vermogen verder te versterken.

Subsidie- en bijdragenbeheer

Het subsidie- en bijdragenbeheer beoordeelde de ADR als een lichte bevinding en de AR als een onvolkomenheid.

In 2020 is een totaalbedrag van ruim € 7,3 miljard aan bijdragen verstrekt. In 2020 is intensief gewerkt aan verbeterde toezichtsinstrumenten. Ten aanzien van alle bijdragen ontvangende instellingen (ZBO’s met rechtspersoonlijkheid en RWT‘s) zijn deze toezichtinstrumenten geactualiseerd. In 2020 heeft deze inspanning geresulteerd in volledige risicoanalyses inclusief bijbehorende maatregelen. Om de rechtmatigheid van de financiën te blijven garanderen, dient er ten aanzien van de toezichtsinstrumenten een control cyclus ingericht te zijn. Onderdeel hiervan zijn periodieke risicoanalyses. Tevens dient in deze cyclus continue monitoring, evaluatie en het verbeteren van het informatieprotocol en van het accountantsprotocol plaats te vinden, op de aspecten kwaliteit, inhoud, tijdigheid, betrouwbaarheid, juistheid en rechtmatigheid. De risicoanalyses vormen hiervoor belangrijke input.

Subsidiebeheer

Met ingang van 2020 is het Subsidieportaal voor de uitvoering van alle subsidieverstrekkingen voor het bestuursdepartement van start gegaan. Hiermee is meer uniformiteit en een kwaliteitsverbetering beoogd. De uitvoering door het Subsidieportaal voldoet in opzet en bestaan aan het USK. De ADR stelt vast dat het Subsidieportaal voor duidelijke kwaliteitsverbeteringen zorgt. Een aantal punten (bijvoorbeeld risicoanalyses en staatssteuntoets) kan verder worden aangescherpt. Naar verwachting vindt in 2021 een afronding van de parlementaire behandeling van de nieuwe Kaderwet overige JenV-subsidies plaats. Samen met het nieuwe Kaderbesluit overige JenV-subsidies is dan de basiswet- en regelgeving voor het subsidiebeheer geactualiseerd.

Inkoopbeheer

In 2020 heeft, na jaren van afnemende onrechtmatige inkopen, een toename plaatsgevonden. Deze toename van de onrechtmatige inkopen is bij diverse diensten en agentschappen binnen JenV zichtbaar. Een deel betreft echter een zogenoemde «geïmporteerde» onrechtmatigheid. Dit speelt bij de overbruggingsovereenkomst van verschillende inhuurdiensten onder categoriemanagement van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). IenW heeft dit toegelicht in de bedrijfsvoerings-paragraaf van haar jaarverslag en verwacht in het derde kwartaal van 2021 te kunnen voorzien in rechtmatige rijksbrede raamovereenkomsten.

Een andere grote post betreft inhuur van zorgpersoneel bij DJI. De door DJI gecontracteerde leveranciers kunnen onvoldoende zorgpersoneel leveren. DJI heeft een zorgplicht en is genoodzaakt om dienstverlening in te kopen bij leveranciers buiten de raamovereenkomst

Bijzondere Casuïstiek:

Bedrijfsapplicaties en IT infrastructuur Openbaar Ministerie

Bij het Openbaar Ministerie zijn twee contracten op het gebied van beheer van de bedrijfsapplicaties en de IT-infrastructuur als onrechtmatig beoordeeld. De intentie was om deze werkzaamheden met een aanbesteding opnieuw in de markt te zetten. Uit onderzoeken is echter gebleken dat deze werkzaamheden niet kunnen worden overgedragen op andere leveranciers zonder onaanvaardbare stabiliteits- en continuïteitsrisico’s te lopen (voor het primaire proces van het Openbaar Ministerie). Deze contracten zijn daarom verlengd. Een herstelplan wordt opgesteld.

Dynamisch aankoopsysteem (DAS)

In 2017 heeft de AR geoordeeld dat het DAS, zoals ingericht binnen JenV, niet voldoet aan de aanbestedingswet. JenV heeft dit oordeel bestreden waarna in juni 2019 een onafhankelijke commissie haar advies uitgebracht over het hierboven benoemde geschil. De commissie stelt dat enkel digitale correspondentie mag plaatsvinden bij toepassing van het DAS. Dit betekent dat JenV bij toepassing van het DAS geen selectiegesprekken mag voeren bij de inhuur van externen. Daarmee is het DAS voor JenV niet meer praktisch toepasbaar. In de tweede helft van 2020 is het DAS dan ook beëindigd en is de inhuur van personeel aanbesteed.

Tolken

Als gevolg van wijzigingen in de Europese regelgeving ten aanzien van aanbestedingen heeft de ADR in 2016 de (‘zelfstandige’) inkoop van tolkdiensten als onrechtmatig aangemerkt. Het programma ‘Tolken in de Toekomst’ is in 2017 gestart en werkte aan een reeks verbeteringen rond de inzet van tolken, waarbij zorgvuldige afwegingen worden gemaakt ten aanzien van organisatieprocessen en marktpartijen. Het programma ‘Tolken in de Toekomst‘ is in 2020 afgerond en een vernieuwde systematiek rondom tolk- en vertaaldiensten is ontwikkeld. De aanbestedingen zijn in 2020 gestart

1d. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Personeelsbeheer

Ondanks de grote impact van COVID-19 is in 2020 gebleken dat JenV wendbaar is. Medewerkers hebben flexibiliteit getoond en hebben op een zo goed mogelijke manier langdurig thuis gewerkt. Het werk is -soms met enige vertraging- doorgegaan. Tegen de verwachting in is het verzuim ondanks COVID-19 niet gestegen; er is zelfs sprake van een lichte daling. In 2020 is extra nadruk gelegd op het welbevinden en de betrokkenheid van de medewerker, het verzuim, maar ook op de relatie tussen manager en medewerker. In 2020 is de JenV academie officieel gestart. Hier worden allerlei opleidingen centraal aangeboden of op maat gemaakt. Onderdeel van de JenV academie is onder andere de Beleidsacademie, het Huis van Begeleiding en Columbus (het leiderschapsprogramma). Verder is er afgelopen jaar veel aandacht geweest voor diversiteit en inclusie met als hoogtepunt de «maand van diversiteit en inclusie« die voor heel JenV is georganiseerd.

Personeelsbeheer is als lichte bevinding aangemerkt door de ADR in het Auditrapport 2019. In 2020 zijn een aantal acties ingezet om het personeelsbeheer verder te verbeteren. Zo is er een nieuw controleplan uitgerold binnen JenV. De onderdelen hebben de eerstelijns-controles uitgevoerd en de concerndirectie P&O stond aan de lat voor de tweedelijns-controles.

Uit de verschillende controles blijkt dat het personeelsbeheer licht is verbeterd. Dit is mede toe te schrijven aan de extra aandacht hiervoor. De volgende acties zijn uitgezet:

  • Er zijn verschillende trainingen voor alle JenV managers georganiseerd met als doel het personeelsbeheer verder te verbeteren, met name die processen die moeilijk zijn voor managers;

  • Er zijn instructievideo’s gemaakt om het gebruikersgemak voor managers te verhogen;

  • De belangrijkste personeelsprocessen zijn beschreven en worden deze ook in het personeels- en salarissysteem uitgebreider toegelicht.

Het programma «JenV Verandert» is in 2020 afgerond waarover de Kamer in november 2020 is geïnformeerd. Daarbij is een doorkijk gegeven naar de doorontwikkeling van JenV. De organisatieontwikkeling wordt nu voortgezet in een vervolgstap «JenV Next Level» . Ditmaal wordt niet gekozen voor een programmatische aanpak maar voor het verder verbeteren ‘in het werk’. Daarbij wordt voortgebouwd op de lessen uit «JenV Verandert«. Deze verdere ‘beweging’ wordt mogelijk gemaakt door JenV-medewerkers zelf.

Informatiebeveiliging

De Algemene Rekenkamer heeft in het Verantwoordingsonderzoek 2019 de informatiebeveiliging niet langer als onvolkomenheid aangemerkt.

In 2020 zijn verdere verbeteringen op het gebied van informatiebeveiliging gerealiseerd mede door middel van het uitvoeren van het Plan van Aanpak dat eind 2018 aan de Tweede Kamer is gestuurd.40 De Bestuursraad besteedt regelmatig aandacht aan informatiebeveiliging. De verbetering heeft drie sporen.

Het eerste spoor is het door ontwikkelen van beleid en kaders op strategisch, tactisch en operationeel niveau. In 2020 zijn het beleid en de kaders op het gebied van informatiebeveiliging geëvalueerd en verder ontwikkeld, onder andere op het terrein van risico- en incidentmanagement.

Het tweede spoor is het uitbreiden van centraal inzicht in de informatiebeveiliging met behulp van de planning- en control cyclus. Deze uitbreiding omvat extra informatie over de kritieke systemen, hoge risico’s, ernstige incidenten en implementatie van de BIO. Het doel van het plan van aanpak is het verhogen van de volwassenheid van de governance, organisatie, risicomanagement en incidentmanagement op het gebied van informatiebeveiliging van 2,7 in 2017 naar niveau 4 in 2021. Zowel op centraal als decentraal niveau is een planning opgesteld voor het bereiken van dit doel en wordt de voortgang gerapporteerd.

Het derde spoor is het vergroten van de feitelijke veiligheid door het professionaliseren van het Security Operations Centre, het uitbreiden van logging en monitoring, en het analyseren van kwetsbaarheden van de technische infrastructuur.

Tenslotte is de ICV-IB (In Control Verklaring Informatiebeveiliging) op een hoger niveau gebracht. In de ICV-IB 2020 die is opgesteld op basis van de ICV-IB van de JenV-organisaties met kritieke systemen, worden vier risico’s gemeld. De uitvoering van de mitigerende maatregelen wordt in 2020 voortgezet.

Weerbaar JenV

Weerbaar JenV heeft in het afgelopen jaar diverse activiteiten uitgevoerd om medewerkers te helpen met het risicobewust en alert handelen met waardevolle informatie en voorzieningen. Weerbaar JenV ondersteunt medewerkers daarin met instrumenten die de kennis en vaardigheden vergroten en met informatie over risico’s en concrete handelingsperspectieven. Voorbeelden hiervan zijn een weerbaarheidsmeting, een online cursus, phishing campagnes en verschillende initiatieven zoals de Alert Online weken en het portaal ‘Hoe alert ben jij’. De vergroting van het centrale inzicht in de weerbaarheid vindt plaats met behulp van de planning- en controlcyclus. Weerbaar JenV is structureel in de lijn belegd binnen DI&I - ICS, wat de integrale aanpak en periodieke evaluatie en bijstelling bevordert.

Risicomanagement

Risicomanagement binnen JenV is verder doorontwikkeld door het evalueren en bijstellen van het beleidskader risicomanagement. Daarbij is het beleidskader uitgebreid met een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden voor risicomanagement in de vorm van een RASCI-matrix. Tevens is aan het beleidskader een beschrijving toegevoegd over de risicobereidheid van JenV en een nadere uitwerking van de standaard risicomatrix in relatie tot de risicobereidheid.

Grote lopende ICT-projecten

De control van de naleving van de afspraken over ICT-projecten groter dan vijf miljoen euro, zoals het opstellen van CIO-oordelen en BIT-toetsen en de beheersing van de risico’s blijft aandacht vragen. De control van de naleving van de afspraken over de projecten die tussen de één en vijf miljoen euro, vooral het actualiseren van de business case, is versterkt. Alle ICT-projecten groter dan één miljoen euro zijn vastgelegd in een database om de monitoring en verantwoording te vergemakkelijken.

Privacy

In 2019 is de JenV organisatie overgegaan van de implementatiefase naar de privacy managementfase. In deze fase ligt de focus op het beheeraspect en de kwaliteit van het privacy management. Organisaties willen inzicht in het niveau van de naleving van privacy wet- en regelgeving en willen dat niveau kunnen aantonen. Om aan die behoefte tegemoet te komen is een nieuw instrumentarium ontwikkeld;

  • Handreiking naleving AVG, een normenkader dat kan worden gebruikt als kennisdocument en als bron van sturingsinformatie.

  • Een set kritieke prestatie indicatoren (KPI’s) aan de hand waarvan de organisaties het volwassenheidsniveau van de aantoonbare naleving in beeld brengen.

De KPI’s, die door een werkgroep van de privacyboard zijn opgesteld, zien op de belangrijkste eisen van de AVG: «privacy administratie», «transparantie», «privacy by design», «overeenkomsten» en «betrokken partijen». Eén KPI bestaat uit enkele aandachtsgebieden. Elk aandachtsgebied is in een aantal kwaliteits- of volwassenheidsniveau ’s beschreven. Organisaties geven voor elk van die aandachtsgebieden onderbouwd aan op welk niveau de organisatie zich op dit moment bevindt en wat het ambitieniveau is. De KPI’s zijn ingezet voor de uitvraag 2020 waar alle 20 aangeschreven organisaties aan hebben deelgenomen. Deze aanpak is in de privacyboard positief ontvangen omdat het een handvat biedt voor intern overleg over privacy management. De KPI’s zijn in de privacyboard geëvalueerd en in gesprekken met de afzonderlijke organisaties zijn de bevindingen van de organisatie aan de orde geweest. Met behulp van dit instrument gaat i-control in 2021 door middel van de P&C-cyclus het niveau van de naleving in kaart brengen

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

MenO-beleid en MenO-risico’s

Risico’s financiële integriteitsschendingen

Met ontvangsten uit boeten, transacties, leges en uitgaven aan subsidies, bijdragen en inkopen en interne betalingen (personeel, declaraties, e.d.) kent JenV diverse terreinen die gevoelig zijn voor vormen van misbruik of oneigenlijk gebruik (waaronder fraude) door interne en externe partijen. De voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) gevoelige terreinen zijn systematisch voorzien van personele maatregelen zoals kaders, richtlijnen, protocollen, controle en toezicht om misbruik tegen te gaan of zo snel mogelijk te kunnen ontdekken en aanpakken. Ook in de betreffende informatie verwerkende (financiële) systemen zijn technische maatregelen ingebouwd die misbruik moeten voorkomen. Wanneer er fraude in een systeem wordt ontdekt, wordt onderzoek gedaan en worden zo snel mogelijk, indien van toepassing, systeemtechnische maatregelen doorgevoerd in het betreffende (financiële) systeem. Het restrisico wordt door JenV als laag ingeschat, maar is lastig kwantificeerbaar gezien de diversiteit aan onderwerpen.

Grote lopende ICT-projecten

Bij het onderdeel informatiebeveiliging zijn de ICT-projecten reeds aan de orde gekomen.

Betaalgedrag

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een betaaltermijn van 95% net niet gehaald (94,91%). De oorzaak hiervan is mede gelegen in de overgang van de administratie naar het Centrum voor Financiële Administratie waarbij nieuwe medewerkers in coronatijd moesten worden aangetrokken en opgeleid. Vanaf het najaar 2020 werd wel voldaan aan de voorgeschreven betalingstermijn.

Audit Committee

In 2020 is de samenstelling van het Audit Committee sterk veranderd door het vertrek en de komst van (nieuwe) leden. Het Audit Committee heeft in 2020 vijf keer vergaderd. Door de coronamaatregelen is vier keer gebruik gemaakt van videoconferencing en is het werkbezoek aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) verzet naar het najaar van 2021. Het Audit Committee adviseert over het borgen van de kwaliteit van de bedrijfsvoering en financiële verslaggeving, de regie op het auditbeleid en het risicomanagementbeleid. Voor de zomer zijn in navolging hierop het departementaal jaarverslag JenV 2019, het auditrapport 2019 van de Auditdienst Rijk (ADR), het rapport Verantwoordingsonderzoek 2019 JenV van de Algemene Rekenkamer (AR), de voortgang van de auditprogrammering, wettelijk taak en de risicoanalyse van de ADR besproken. In de reguliere vergaderingen oktober en december zijn het interim-rapport 2020 van de ADR, het rapport over de tweede tertaalafsluiting 2020 van de ADR, het projectplan VO 2020 JenV van de AR, het evaluatieonderzoek van de ADR naar de ambitielijnen van JenV, de aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2021 en het risicomanagement aan de orde geweest. Naast de actuele onderwerpen op het JenV-terrein is de impact van het coronavirus op de continuïteit van Justitie en Veiligheid sinds april 2020 een terugkerend onderwerp op de agenda. Het laatste heeft ertoe geleid dat de externe leden goed zijn geïnformeerd over onder andere de aanpak van JenV na de corona-uitbraak, het welzijn en verzuim van het personeel en de duurzame implementatie van videohoren en videoconferencing. In 2020 heeft het Audit Committee besloten om themasessies in te plannen en de ketens een prominente rol te geven op de agenda. De bespreking over de strafrechtketen en afpakketen die in 2020 heeft plaatsgevonden, wordt in 2021 voortgezet en is de jaarplanning van het Audit Committee hierop aangepast. Conform artikel 12 van de regeling Audit Committees van het Rijk moet het functioneren van het Audit Committee tweejaarlijks geëvalueerd worden. Door de omstandigheden en herziene samenstelling van het Audit Committee is besloten de zelf-evaluatie te verzetten naar 2021. Dit besluit zorgt er voor dat de ervaring en opinies van de nieuwe leden worden meegenomen in de toekomstige evaluatie.

Coronacrisis

Alle onderdelen van JenV maar met name de uitvoeringsorganisaties hebben aanpassingen moeten doen in de primaire processen als gevolg van de COVID-19 pandemie. Hierbij valt te denken aan onder andere de voorzorgsmaatregelen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, het op afstand horen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en het telehoren bij de rechtspraak. Dit heeft een groot beroep gedaan op het aanpassingsvermogen van medewerkers.In de loop van 2020 is bij JenV een tijdelijk programmadirectoraat-generaal Samenleving en COVID-19 ingesteld. Dit programma-DG monitort ontwikkelingen in de samenleving als gevolg van de crisis en zorgt voor handelingsperspectief op de middellange termijn aanpak van de COVID-19 crisis. Daarnaast is dit programma-DG belast met de interdepartementale coordinatie en regie van evaluatie en verantwoording van het overheidshandelen gedurende deze crisis.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Risicomanagement

Om het belang van risicomanagement binnen de organisatie te stimuleren, is besloten in de Brede Bestuursraad (BBR) om een sponsorgroep te vormen. De sponsorgroep stimuleert niet alleen het belang van risicomanagement, maar vervult ook een actieve rol in de voorbereidingen van de risicosessies in de BBR.

Door een nagenoeg nieuwe samenstelling van de BBR en de aangewezen risicothema’s uit 2018, is aan de leden gevraagd om een besluit te nemen op welke wijze risicomanagement vorm moet krijgen. Nieuwe risico’s definiëren of de bestaande risico’s te herijken. In het najaar heeft een risicosessie met de BBR plaatsgevonden dat diende als een nieuwe, frisse start. De doelstelling was om meer waarde toe te voegen aan de dialoog en de leden te stimuleren om vaker de dialoog in de BBR aan te gaan. De sessie bestond uit een theoretisch deel over risicobereidheid, risicoregelreflex en strategie. Het tweede deel was een dialoog over risicomanagement op strategisch niveau en welke toekomstige crisis JenV ziet aankomen. De sessie is input voor het vervolg en de sponsorgroep zal zich over de vorm van de risicosessies in 2021 gaan buigen.

Upgrade Financieel systeem (Leonardo)

In 2020 is de upgrade van het financiële- en inkoopsysteem Leonardo in eigen beheer uitgevoerd en is de implementatie van een nieuwe versie voltooid in samenwerking met de beheerorganisatie SSC-ICT en de functioneel beheerorganisatie. Tevens is het beheer Leonardo door de ADR getoetst aan de ISAE 3402 assurance standaard en is het beheerverslag ISAE 3402 voor de periode 2020 beschikbaar voor externe accountants van JenV onderdelen die gebruik maken van Leonardo.

Afwikkeling grote schikking OM

In 2018 heeft een schikking plaatsgevonden met de ING NV van € 775 mln. Hierover is een artikel 12 procedure gestart en de rechtbank heeft in 2019 een of meerdere belanghebbende(n) ontvankelijk verklaard. Het hof heeft in 2020 uitspraak gedaan en geoordeeld dat geen sprake is van een terugbetalingsverplichting voor het Rijk. Het vorig jaar gesignaleerde financieel risico voor JenV is hiermee komen te vervallen.

7. Raad voor de rechtspraak

Naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Justitie en Veiligheid ten aanzien van het rechtsbestel wordt toegelicht, is in de begroting van Justitie en Veiligheid een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het betreffende jaar wordt gegeven.

Bijdrage

Hieronder is de realisatie van deze ter beschikking gestelde bijdrage weergegeven.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, separaat uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt gedetailleerd ingegaan op de ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2020. Tevens bevat het jaarverslag van de Raad informatie over de instroom en productie en de Financiën, inclusief de managementparagraaf, de jaarrekening en de controleverklaring.

Tabel 38 Bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak (x € 1.000)
 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Prognose 2020

       

Productiegerelateerde bijdrage

962.006

906.968

895.923

939.774

593.052

880.706

Bijdrage vaste kosten

    

418.404

 

Prijsakkoord 2020-2022

     

94.586

       

Bijdrage voor gerechtskosten

3.733

2.504

3.052

2.864

4.440

2.768

       

Bijdrage voor overige uitgaven

      

Bijzondere kamers rechtspraak

8.039

10.421

11.059

11.566

12.070

11.566

College van Beroep v/h bedrijfsleven

6.450

6.448

7.300

8.542

9.542

9.542

Megazaken

17.285

16.651

14.752

15.300

17.869

15.300

       

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

      

Tuchtrecht

2.803

2.804

3.707

3.470

3.470

3.470

Cie. van toezicht

6.141

5.676

5.676

5.686

5.686

5.686

Overige

65281

50

50

50

50

50

Totaal

1.071.738

951.522

941.519

987.252

1.064.583

1.023.674

Aanzuivering negatief vermogen 2019

   

38.100

  

Vermogensstorting 2019

   

50.000

  

Vermogensstorting 2020 (a.g.v. Covid-19)

    

12.514

 

Totaal via rekening-courant JenV

   

1.075.352

1.077.097

 

De bekostiging van de Rechtspraak wordt sinds 2020 gebaseerd op een productiegerelateerde bijdrage, naast een lumpsum bijdrage voor de vaste kosten.

Er is in 2020 voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van het Netherlands Commercial Court (NCC) een vordering op het Ministerie opgenomen op de balans door de Rechtspraak. Het Ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Productie

In totaal werden in 2020 ruim 1,39 miljoen zaken aangebracht bij de gerechten, ongeveer 143.000 zaken minder dan in 2019. De COVID-19 crisis en maatregelen rondom COVID-19 hebben een rol gespeeld in de afname van het aantal nieuw aangebrachte zaken. Vanwege de verminderde instroom van zaken en de verstoorde verwerking ten gevolge van COVID-19 en maatregelen daaromtrent, lag de productie sterk lager dan in 2019. Alleen belastingzaken bij de hoven en het CBb zagen groei.

In 2020 lag de productie in aantal zaken ongeveer 11 procent lager dan de prognose. In alle rechtsgebieden was de productie lager dan de prognose, maar vooral bij vreemdelingenzaken en bij strafzaken bij de gerechtshoven waren de verschillen het grootst.

Naast gevolgen voor de aantallen afgehandelde zaken heeft COVID-19 er ook toe geleid dat de Rechtspraak in 2020 met hogere kosten per zaak is geconfronteerd evenals met extra kosten in de bedrijfsvoering. Voor 2020 wordt hier compensatie voor geboden in de vorm van een afspraak om het gerealiseerde minderwerk als gevolg van COVID-19 niet af te rekenen. Hiervoor is met de Raad voor de rechtspraak afgesproken dat de zogenoemde hardheidsclausule (artikel 21 van het Besluit financiering rechtspraak 2005) van toepassing wordt verklaard. Ook heeft in 2020 een extra vermogensstorting plaatsgevonden ter dekking van de extra kosten die gemaakt zijn vanwege COVID-19.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de Rechtspraak in 2020.

Tabel 39 Productie
 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Prognose 2020

       

Totaal

1.599.026

1.519.612

1.475.237

1.535.628

1.365.208

1.538.524

       

Gerechtshoven

      

Civiel

13.914

14.104

13.399

12.876

11.546

13.268

- Civiel - handel

    

6.574

 

- Civiel - familie

    

4.972

 

Straf

35.671

33.972

31.878

30.858

25.482

33.987

Belasting

7.433

4.675

3.771

3.717

4.177

4.679

       

Rechtbanken

      

Civiel

279.489

269.596

256.899

257.371

240.849

274.820

- Civiel - handel

    

60.654

 

- Civiel - familie

    

180.195

 

Straf

174.646

169.880

164.658

167.328

158.822

161.488

Bestuur (excl. VK)

49.926

44.532

37.878

35.212

30.692

34.668

Bestuur (VK)

29.731

30.774

33.231

38.346

31.312

38.540

Kanton1

973.254

916.649

903.841

959.317

835.078

939.623

Belasting

27.046

27.973

21.860

23.690

21.741

30.996

       

Bijzondere colleges

      

Centrale Raad van beroep

7.916

7.457

7.822

6.913

5.509

6.457

X Noot
1

Dit is exclusief de evaluatie CBM-zaken in 2017 (52.400), 2018 (56.466) en 2019 (24.698).

Doorlooptijden

Hieronder is de realisatie van de doorlooptijden van de door de Rechtspraak afgedane zaken.

Tabel 40 Doorlooptijden
 

Norm

 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

        

Civiel- handelszaken rechtbanken

       

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 1

90%

≤ 2 jaar

89%

91%

90%

90%

90%

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 2

70%

≤ 1 jaar

65%

64%

62%

65%

60%

Handels- dagvaardingszaken zonder verweer (verstek)

90%

≤ 6 wkn.

78%

81%

79%

80%

75%

Beëindigde faillissementen

90%

≤ 3 jaar

72%

69%

65%

63%

68%

Handelszaken rekesten (vooral insolventie)

90%

≤ 3 mnd.

76%

79%

81%

81%

77%

Kort gedingen / vovo's (inclusief familierecht)

95%

≤ 3 mnd.

92%

93%

93%

93%

88%

        

Civiel- familiezaken rechtbanken

       

Scheidingszaken totaal (exclusief vovo's)

95%

≤ 1 jaar

94%

94%

94%

94%

94%

- waarvan op gemeenschappelijk verzoek

95%

≤ 2 mnd.

94%

96%

96%

96%

95%

Alimentatiezaken, bijstandsverhaal

90%

≤ 1 jaar

93%

93%

91%

91%

87%

Omgang- en gezagzaken

85%

≤ 1 jaar

85%

83%

82%

81%

79%

Jeugdbeschermingszaken kinderrechter

90%

≤ 3 mnd.

89%

89%

88%

88%

87%

- waarvan verzoeken tot OTS

80%

≤ 3 wkn.

66%

59%

59%

59%

57%

        

Bestuursrechtelijke zaken rechtbanken

       

Reguliere bestuurszaken, bodemzaken - norm 1

90%

≤ 1 jaar

83%

82%

81%

80%

67%

Reguliere bestuurszaken, bodemzaken - norm 2

70%

≤ 9 mnd.

68%

65%

65%

60%

44%

Voorlopige voorzieningen bestuur regulier

90%

≤ 3 mnd.

97%

97%

97%

97%

93%

Vreemdelingenzaken, bodemzaken

90%

≤ 9 mnd.

90%

91%

82%

88%

84%

Belastingzaken lokaal, bodemzaken

90%

≤ 9 mnd.

30%

31%

59%

56%

40%

Rijksbelastingzaken, bodemzaken - norm 1

90%

≤ 18 mnd.

79%

83%

80%

74%

75%

Rijksbelastingzaken, bodemzaken - norm 2

70%

≤ 1 jaar

56%

61%

59%

46%

45%

        

Kantonzaken

       

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 1

90%

≤ 1 jaar

94%

93%

93%

93%

90%

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 2

75%

≤ 6 mnd.

77%

73%

72%

72%

61%

Rekesten arbeidsontbindingen op tegenspraak

95%

≤ 3 mnd.

86%

79%

76%

75%

63%

Handelsrekesten, niet arbeidszaken

95%

≤ 6 mnd.

87%

87%

88%

86%

81%

Handels- dagvaardingszaken zonder verweer (verstek)

90%

≤ 6 wkn.

98%

98%

97%

96%

85%

Kort gedingen / vovo's

95%

≤ 3 mnd.

95%

95%

96%

96%

92%

Overtredingszaken

85%

≤ 1 mnd.

90%

92%

91%

91%

92%

Mulderzaken

80%

≤ 3 mnd.

35%

55%

48%

50%

45%

        

Strafzaken rechtbanken

       

Strafzaken MK (= meervoudig behandeld)

90%

≤ 6 mnd.

83%

81%

82%

80%

76%

Politierechterzaken (incl. economische)

90%

≤ 5 wkn.

86%

88%

87%

89%

90%

Strafzaken bij kinderrrechter (EK)

85%

≤ 5 wkn.

80%

80%

81%

85%

86%

Raadkamerzaken m.b.t. voorlopige hechtenis

100%

≤ 2 wkn.

99%

99%

99%

99%

100%

Raadkamerzaken niet voorlopige hechtenis

85%

≤ 4 mnd.

74%

73%

78%

79%

72%

        

Civiel - handelszaken hoven

       

Dagvaardingszaken handel + verdeling gemeenschap - norm 1

90%

≤ 2 jaar

81%

80%

78%

78%

81%

Dagvaardingszaken handel + verdeling gemeenschap - norm 2

70%

≤ 1 jaar

46%

42%

39%

40%

38%

Insolventierekesten

90%

≤ 2 mnd.

46%

45%

68%

70%

61%

Handelsrekesten, niet insolventie

90%

≤ 6 mnd.

60%

52%

51%

45%

38%

        

Civiel - familiezaken hoven

       

Familierekesten

90%

≤ 1 jaar

91%

87%

87%

88%

86%

- waarvan Jeugdbeschermingszaken

90%

≤ 4 mnd.

77%

69%

76%

72%

70%

        

Belastingzaken hoven

       

Belastingzaken - norm 1

90%

≤ 18 mnd.

85%

69%

79%

81%

76%

Belastingzaken - norm 2

70%

≤ 1 jaar

67%

40%

50%

51%

43%

        

Strafzaken hoven

       

Meervoudige Kamer-zaken

85%

≤ 9 mnd.

64%

65%

62%

51%

38%

EK-strafzaken, niet kantonappellen

85%

≤ 6 mnd.

49%

50%

36%

35%

16%

EK-strafzaken, kantonappellen

85%

≤ 6 mnd.

61%

57%

38%

37%

14%

Raadkamer m.b.t. Voorlopige Hechtenis

90%

≤ 2 wkn.

71%

80%

72%

72%

52%

Raadkamer niet m.b.t. Voorlopige Hechtenis

80%

≤ 4 mnd.

51%

50%

44%

40%

31%

        

Klachten niet vervolgen (12 Sv)

85%

≤ 6 mnd.

32%

30%

34%

30%

28%

Uitwerken (MK) strafzaak i.v.m. cassatie

100%

≤ 6 mnd.

66%

68%

65%

65%

72%

C. JAARREKENING

8. Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 41 Departementale verantwoordingstaat 2020 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) (bedragen * € 1.000)
  

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Artikel

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen1

Uitgaven

Ontvangsten

 

TOTAAL

13.427.141

13.428.819

1.546.443

14.378.387

14.382.228

1.243.853

951.246

953.409

‒ 302.590

           
 

Beleidsartikelen

12.944.978

12.945.325

1.526.318

13.810.986

13.863.477

1.208.274

866.008

918.152

‒ 318.044

           

31

Politie

6.270.549

6.271.396

12.658

6.655.038

6.494.298

14.858

384.489

222.902

2.200

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

1.552.858

1.552.858

168.850

1.679.085

1.630.354

162.187

126.227

77.496

‒ 6.663

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

862.716

862.216

1.252.175

855.920

895.192

857.398

‒ 6.796

32.976

‒ 394.777

34

Straffen en beschermen

2.755.868

2.755.868

87.635

2.811.367

3.050.437

105.896

55.499

294.569

18.261

36

Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

266.427

266.427

2.000

349.738

337.348

640

83.311

70.921

‒ 1.360

37

Migratie

1.236.560

1.236.560

3.000

1.459.838

1.455.848

67.295

223.278

219.288

64.295

           
 

Niet-beleidsartikelen

482.163

483.494

20.125

567.401

518.751

35.579

85.238

35.257

15.454

           

91

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

446.713

448.044

20.125

564.152

515.502

35.182

117.439

67.458

15.057

92

Nog onverdeeld

32.402

32.402

0

0

0

0

‒ 32.402

‒ 32.402

0

93

Geheim

3.048

3.048

0

3.249

3.249

397

201

201

397

X Noot
1

per saldo aangegane verplichtingen

9. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Tabel 42 Samenvattende verantwoordingsstaat 2020 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van JenV (VI) ( x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2019

     

Dienst Justitiële Instellingen

    
     

Totale baten

2.248.652

2.479.793

231.141

2.343.710

Totale lasten

2.248.652

2.565.272

316.620

2.385.545

Saldo van baten en lasten

0

‒ 85.479

‒ 85.479

‒ 41.835

     

Totale kapitaalontvangsten

10.000

33.329

23.329

3.159

Totale kapitaaluitgaven

55.535

30.884

‒ 24.651

23.125

     

Immigratie- en Naturalisatiedienst

    
     

Totale baten

471.126

495.922

24.796

459.066

Totale lasten

471.126

543.838

72.712

481.548

Saldo van baten en lasten

0

‒ 47.916

‒ 47.916

‒ 22.482

     

Totale kapitaalontvangsten

2.890

49.094

46.204

7.126

Totale kapitaaluitgaven

12.890

12.974

84

43.355

     

Centraal Justitieel Incasso Bureau

    
     

Totale baten

150.119

145.947

‒ 4.172

141.883

Totale lasten

150.119

149.356

‒ 763

140.861

Saldo van baten en lasten

0

‒ 3.409

‒ 3.409

1.022

     

Totale kapitaalontvangsten

2.585

4.601

2.016

1.790

Totale kapitaaluitgaven

6.662

8.006

1.344

15.030

     

Nederlands Forensisch Instituut

    
     

Totale baten

81.037

87.391

6.354

84.368

Totale lasten

81.037

90.256

9.219

82.431

Saldo van baten en lasten

0

‒ 2.865

‒ 2.865

1.937

     

Totale kapitaalontvangsten

6.400

4.122

‒ 2.278

7.099

Totale kapitaaluitgaven

11.200

6.450

‒ 4.750

6.663

     

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening

    
     

Totale baten

50.680

42.432

‒ 8.248

43.549

Totale lasten

43.426

45.288

1.862

41.351

Saldo van baten en lasten

7.254

‒ 2.856

‒ 10.110

2.198

     

Totale kapitaalontvangsten

0

495

495

0

Totale kapitaaluitgaven

7.254

2.058

‒ 5.196

2.007

10. Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2020

10.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

Inleiding

De Dienst Justitiële Inrichtingen levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 43 Staat van baten en lasten per 2020 (x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3 = 2 - 1)

Realisatie 2019

     

Baten

    

Omzet

2.248.652

2.458.781

210.129

2.324.940

- Omzet moederdepartement

2.191.252

2.386.794

195.542

2.248.066

- Omzet overige departementen

0

9.455

9.455

15.979

- Omzet derden

57.400

62.532

5.132

60.895

Vrijval voorzieningen

0

6.686

6.686

15.725

Bijzondere baten

0

14.326

14.326

3.045

Rentebaten

0

0

0

0

Totaal baten

2.248.652

2.479.793

231.141

2.343.710

     

Lasten

    

Apparaatkosten

1.221.446

1.376.825

155.379

1.259.337

-Personele kosten

1.097.045

1.232.023

134.978

1.123.287

Waarvan eigen personeel

936.298

1.008.716

72.418

931.587

Waarvan inhuur externen

130.000

160.882

30.882

140.702

Waarvan overige personele kosten

30.747

62.425

31.678

50.998

-Materiële kosten

124.401

144.802

20.401

136.050

Waarvan apparaat ICT

54.396

57.708

3.312

50.600

Waarvan bijdrage aan SSO's

29.057

33.476

4.419

29.087

Waarvan overige materiële kosten

40.948

53.618

12.670

56.363

Materiële programma kosten

963.358

1.129.172

165.814

1.055.606

Afschrijvingskosten

21.001

19.413

‒ 1.588

20.143

-Immaterieel

4.958

2.907

‒ 2.051

4.135

-Materieel

16.043

16.506

463

16.008

Dotaties voorzieningen

42.847

39.862

‒ 2.985

50.459

Overige kosten

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

Totaal lasten

2.248.652

2.565.272

316.620

2.385.545

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 85.479

‒ 85.479

‒ 41.835

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

‒ 85.479

‒ 85.479

‒ 41.835

Het negatieve exploitatieresultaat ad € 85,5 mln. wordt met name veroorzaakt door coronakosten (via E.V. vergoed en niet in bijdrage), vakmanschap, onderproductie GW, extra lasten vanwege huisvesting en nog een aantal andere posten.

Jaarlijks wordt door DJI beoordeeld of bepaalde activiteiten onder de Vpb-plicht vallen. Er vindt momenteel een inventarisatie plaats naar mogelijk Vpb-belaste activiteiten in 2020 binnen DJI.

Baten

Omzet moederdepartement

Tabel 44 Omzet moederdepartement (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Bijdrage

2.330.854

2.197.364

Diverse dienstverlening Overig JenV

34.847

37.618

Diverse dienstverlening Agentschappen JenV

21.093

13.084

Totaal

2.386.794

2.248.066

De stand van de departementale verantwoording bedraagt in 2020 € 2.385,7 mln. Op deze stand is een aantal mutaties verantwoord om tot de omzet moederdepartement te komen zoals deze in de Staat van baten en lasten is verantwoord. De voornaamste mutaties betreffen het niet in de omzet moederdepartement mogen opnemen van de bijdrage in de coronakosten (€ 32,4 mln.) de vooruitontvangen bijdrage Teylingereind (€ 23 mln.) en de vooruitontvangen bijdrage wet SenB (€ 4,6 mln.)

Omzet overige departementen

Tabel 45 Omzet overige departementen (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Dienstverlening overige ministeries

9.455

15.979

Totaal

9.455

15.979

Tabel 46 Overzicht omzet moederdepartement (x € 1 mln.)

Omschrijving

2020

Omzet moederdepartement

2.386,8

  

waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

2.296,5

Intramurale sanctiecapaciteit (inclusief reserve- en in stand te houden capaciteit)

1.120,3

Extramurale sanctiecapaciteit

10,6

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GW (PPC)

136,3

FPC’s / forensische zorg (Rijks FPC's en tbs-capaciteit bij part. instellingen)

315,0

Intramurale inkoopplaasten forensische zorg in GGZ-instellingen

388,7

Inkoop ambulante forensische zorg

114,2

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra (inclusief reserve- en in stand te houden capaciteit)

72,1

Justitiële Jeugdplaatsen (inclusief reserve en aan te houden capaciteit)

139,3

  

waarvan overige bijdragen van het moederdepartement

34,4

Vreemdelingencapaciteit Veldzicht (COA en bestuursrechtelijk)

6,7

Capaciteit Caribisch Nederland (BES)

10,6

Inkoop gedragsinterventies

4,2

Voorziening Substantieel Bezwarende Functie (SBF)

28,4

Kosten personeelsconvenant

19,6

Frictiekosten

9,0

Coronakosten

38,9

Frictie JJI/Afbouw Juvaid

2,4

Overige kosten niet bij p*q inbegrepen

0,0

Exploitatieresultaat

‒ 85,5

  

waarvan overige ontvangsten van het moederdepartement

55,9

Overige ontvangsten uit dienstverlening aan JenV

55,9

De overige ontvangsten/bijdragen zijn in de bovenstaande tabel naar aard en omvang gespecificeerd.

Omzet derden

Tabel 47 Omzet derden (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Opbrengst arbeid

21.547

20.386

Opbrengst verhuur overig

1.100

915

Opbrengst afrekeningen inkoop forensische zorg 2011-2015

741

762

Opbrengst exploitatie VN en ICC plaatsen

5.809

3.899

Opbrengst verhuur celcapaciteit (incl cellen politie)

5.729

4.743

Opbrengst IT-dienstverlening

741

463

Opbrengsten bewakings- en beveiligingsdiensten

12.551

11.601

Opbrengsten vervoer

584

605

Opbrengst inning eigen bijdrage

39

376

Opbrengst C.O.A. / C.A.K.

7.412

7.302

Afrekening Jeugdinstellingen

955

1.545

Overige omzet derden

5.324

8.298

Totaal

62.532

60.895

Opbrengsten arbeidHet betreft hier de bruto externe opbrengst van de arbeid en de winkels ten behoeve van de gedetineerden € 21,5 mln. (2019: € 20,4 mln). De kosten van de arbeid zijn verdisconteerd in de programmakosten (inzet, grond- en hulpstoffen, kosten machines, onderhoudskosten etc.) en apparaatskosten voor wat betreft de personele inzet.

Overige opbrengstenDe overige opbrengsten zijn ongeveer gelijk gebleven in vergelijking met 2019. De hogere opbrengsten dienstverlening aan tribunalen VN en ICC en verhuur celcapaciteit en bewakings- en beveiligingsdiensten compenseren de lagere overige omzet derden.

Vrijval uit voorzieningenDe vrijval uit voorzieningen komt voort uit het actualiseren van voorzieningen, betrekking hebbend op personele regelingen, en waaruit blijkt dat eerder in de voorziening opgenomen bedragen in 2020 e.v. niet meer tot uitbetaling leiden (€ 6,1 mln) en de vrijval als gevolg van lager te betalen bedrag afwikkeling belastingcontrole 2013-2017 (0,6 mln.)

Bijzondere batenDe bijzondere baten bestaan voornamelijk uit een extra opbrengsten van € 13,6 mln. uit verkoop/verhuur van voormalige DJI-panden. Daarnaast uit de ontvangst van de egalisatiereserve van het Keerpunt ad € 0,7 mln. in verband met de afwikkeling van de subsidierelatie.

Lasten

Apparaatskosten

a. Personele kosten

Tabel 48 Personele kosten (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Waarvan eigen personeel

1.008.716

931.587

Waarvan externe inhuur

160.882

140.702

Waarvan overige personele kosten

62.425

50.998

Totaal

1.232.023

1.123.287

De personeelskosten zijn in 2020 verantwoord voor een bedrag van € 1.008,7 mln. (2019: € 931,6 mln.) en zijn ten opzichte van 2019 gestegen met € 77,1 mln. hetgeen 8,3 % is. De CAO-verhogingen zijn daar debet aan, nl. 2% per 1 januari en 0.7 % per 1 juli 2020 en doorwerking op o.a. kosten IKB, sociale lasten en diverse premies bracht een stijging op de gemiddelde loonsom met zich mee. Daarnaast is de DJI bezig met een forse wervingscampagne. Hierdoor is er sprake van een stijging van het aantal personeelsleden met 1207 FTE. Aan de andere kant waren er ook veel vacatures met name op moeilijk in te vullen functies zoals psychiaters, ICT-ers en beveiligingspersoneel. De kosten van externe inhuur zijn ten opzichte van 2019 gestegen met € 20,2 mln. De stijging van de kosten externe inhuur wordt vooral veroorzaakt door de inhuur van automatiseringspersoneel in verband met enkele omvangrijke ICT-projecten. Verder wordt personeel tijdelijk ingehuurd op de momenten dat er in de inrichtingen onvoldoende eigen personeel beschikbaar is, bijvoorbeeld in het kader van zorgpersoneel.

b. Materiële apparaatskosten

Tabel 49 Materiële kosten (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Waarvan apparaat ICT

57.708

50.600

Waarvan bijdrage aan SSO's

33.476

29.087

Waarvan overige materiële kosten

53.618

56.363

Totaal

144.802

136.050

c. Materiële programmakosten

Tabel 50 Materiële programmakosten (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Financiering particuliere instellingen Jeugd

62.443

72.694

Inkoop forensische zorg

744.632

678.151

Subsidies overig

2.760

3.595

Gebruikersvergoeding RVB programma

98.421

101.106

Overige huisvestingskosten programma

90.248

78.845

Kosten justitieel ingeslotenen

93.530

89.972

Materiële kosten arbeid justitiabelen

16.436

13.535

Kosten arrestanten politiebureaus

1.185

1.437

Overige exploitatiekosten programma

19.517

16.271

Totaal

1.129.172

1.055.606

De daling van de kosten bij de particuliere JJI inrichtingen wordt veroorzaakt door de sluiting van het Keerpunt per 1 januari 2020 en afbouw van activiteiten bij Juvaid. De stijging van kosten bij de Forensische Zorg wordt deels veroorzaakt door de meerkosten COVID ad € 6,3 mln. en de compensatie van de instellingen vanwege de lagere productie in verband met COVID ad € 28,9 mln. Daarnaast doet zich bij zelfstandig wonen en TBS een productiestijging voor. De stijging van overige huisvestingskosten wordt veroorzaakt door de verrekening van kleine gebouwelijke aanpassingen ad € 13 mln. De overige kosten zijn grotendeels in lijn met 2019.

Tabel 51 Afschrijvingskosten (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Immaterieel vaste activa

2.907

4.135

Materieel vaste activa

16.506

16.008

Totaal

19.413

20.143

Dotaties aan voorzieningen

Tabel 52 Dotaties voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving

2020

2019

Dotaties aan voorzieningen

39.862

50.459

Totaal

39.862

50.459

De dotaties aan de voorzieningen zijn hebben vooral betrekking op nieuwe instroom van medewerkers in de SBF-regeling (€ 27 mln.). Daarnaast is er als gevolg van actualisering van de overige voorzieningen die betrekking hebben op personele regelingen gedoteerd (€ 7,1 mln.).Daarnaast is er nieuwe voorziening gevormd inzake afwikkeling zorgkosten in detentie (€ 5,8 mln.)

Saldo van baten en lastenOver 2020 is een negatief exploitatieresultaat ad € 85,5 mln. gerealiseerd. Dit komt overeen met circa 3,5 % van de totale omzet in 2020.

Balans
Tabel 53 Balans per 31 december 2020 (x € 1.000)
 

31-12-2020

31-12-2019

Activa

  

Immateriële activa

5.895

6.757

Materiële vaste activa

53.162

43.587

- Grond en gebouwen

365

447

- Installaties en inventarissen

52.026

42.421

- Projecten in uitvoering

0

0

- Overige materiële vaste activa

771

719

Vlottende Activa

383.684

454.828

- Voorraden en onderhanden projecten

8.342

7.893

- Debiteuren

19.110

22.971

- Overige vorderingen en overlopende activa

82.258

90.502

- Liquide middelen

273.974

333.462

Totaal Activa

442.741

505.172

   

Passiva

  

Eigen vermogen

‒ 28.725

24.389

- Exploitatiereserve

56.754

66.224

- Onverdeeld resultaat

‒ 85.479

‒ 41.835

Voorzieningen

67.363

79.248

Langlopende schulden

0

0

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

404.103

401.535

- Crediteuren

29.173

30.364

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

- Overige schulden en overlopende passiva

374.930

371.171

Totaal Passiva

442.741

505.172

Toelichting op de debetzijde van de balans
Tabel 54 Debiteuren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Debiteuren

26.532

30.330

-/- Voorziening dubieuze debiteuren

‒ 7.422

‒ 7.359

Totaal

19.110

22.971

   

Nadere specificatie

31-12-2020

31-12-2019

Debiteuren moederdepartement

8.472

4.682

Debiteuren andere ministeries

1.694

4.710

Debiteuren derden

16.366

20.938

Totaal

26.532

30.330

Tabel 55 Overige vorderingen en overlopende activa (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Vooruitbetaalde bedragen

41.111

32.923

Personele (salaris)voorschotten

61

144

Overige vorderingen en overlopende activa

41.086

57.435

Te vorderen BTW

0

0

Totaal

82.258

90.502

   

Nadere specificatie

31-12-2020

31-12-2019

Overige vorderingen en overlopende activa van moederdepartement

11.700

5.628

Overige vorderingen en overlopende activa van andere ministeries

24.813

19.887

Overige vorderingen en overlopende activa van derden (buiten het Rijk)

45.745

64.987

Totaal

82.258

90.502

Tabel 56 Specificatie overige vorderingen en overlopende activa(x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Nog te ontvangen afrekeningen inzake Forensische zorg

11.555

38.281

Nog te ontvangen eigen bijdrage

0

327

Nog te ontvangen ESF Subsidies particuliere + rijksinstellingen

7.153

5.924

Nog te ontvangen RVB inzake huisvestingskosten

3.067

0

Nog te ontvangen ihkv verhuur celcapaciteit VN/ICC

1.488

966

Overige voorschotten

61

144

Vooruitbetaalde bedragen

41.111

32.923

Overige vorderingen diverse inrichtingen

17.823

11.937

Totaal

82.258

90.502

De afname van de post afrekeningen forensische zorg wordt veroorzaakt doordat in 2020 een groot aantal posten uit oude jaren is vastgesteld en teruggevorderd. De stijging in vooruitbetaalde kosten is te verklaren door grote ICT onderhoudscontracten die voor toekomstige jaren in 2020 zijn betaald.

Toelichting op de creditzijde van de balans
Tabel 57 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2020

2.458.781

‒ 28.725

‒ 1%

2019

2.324.940

24.389

1%

2018

2.210.008

66.224

3%

Tabel 58 Eigen vermogen (x € 1.000)
 

Exploitatiereserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2020

66.224

‒ 41.835

24.389

Onverdeeld resultaat 2019 (+/-)

‒ 41.835

41.835

0

Toevoeging door moederdepartement (+)

32.365

0

32.365

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Onverdeeld resultaat 2020 (+/-)

0

‒ 85.479

‒ 85.479

Stand 31-12-2020

56.754

‒ 85.479

‒ 28.725

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar.Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2018, 2019 en 2020 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 116,6 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen).

Het negatieve exploitatieresultaat 2020 bedraagt € 85,5 mln. en is verantwoord als onverdeeld resultaat 2020 en zal in 2021 ten laste van de exploitatiereserve worden gebracht. De exploitatiereserve wordt hiermee negatief en zal in de loop van het jaar 2021 door het departement aangevuld worden tot nihil.

Voorzieningen

Tabel 59 Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2020

in 2020

in 2020

in 2020

31-12-2020

Voorziening SBF

41.986

‒ 279

26.991

‒ 28.027

40.671

Reorganisatievoorziening

8.993

‒ 972

3.653

‒ 2.366

9.308

Voorziening van Werk naar Werk

11.834

‒ 1.589

996

‒ 5.980

5.261

Voorziening doorlopende salariskosten

8.078

‒ 3.206

2.375

‒ 2.180

5.067

Voorziening verzelfstandiging Mesdagkliniek

1.412

0

26

‒ 202

1.236

Voorziening zorgkosten in detentie

0

0

5.820

0

5.820

Voorziening Afwikkeling Belasting-controle 2013-2017

6.945

‒ 640

‒ 6.305

0

Totaal

79.248

‒ 6.686

39.861

‒ 45.060

67.363

De voorzieningen zijn in 2020 met een bedrag van circa € 12 mln. gedaald. Belangrijkste oorzaak is de verlaagde instroom van medewerkers die gebruik maken van de VWNW regeling uit de CAO. En ook de uitstroom van medewerkers die opgenomen waren in de voorziening doorlopende salariskosten in verband met reorganisaties inzake het Masterplan in 2013 t/m 2015. De belangrijkste posten binnen de voorzieningen betreffen de (substantieel bezwarende functies) SBF regeling vanuit de CAO Rijk. Omdat deze regeling bij volledige beëindiging van het dienstverband fiscaal als «pre-pensioen» is aangemerkt, geldt hier de fiscale eindheffing RVU (regeling voor vervroegde uittreding) van 52% naast de reguliere loonheffing. Voor deeltijd SBF geldt deze heffing niet. Deze regeling wordt sinds 1-10-2014 met de invoering van een nieuwe SBF-regeling uitgevoerd door APG/Loyalis. Onder de reorganisatievoorzieningen vallen met name medewerkers die uit dienst zijn gegaan met een vaststellingsovereenkomst alsmede is hieronder een voorziening verantwoord inzake te betalen suppletie voor medewerkers waarvoor een garantie geldt op het behoud van het salarisniveau vòòr de reorganisatie.De voorziening zorgkosten betreft de claim van zorgverzekeraars voor ten onrechte betaalde zorg voor gedetineerden. Tenslotte is de voorziening inzake de belastingclaim in 2020 afgewikkeld.

Crediteuren

Tabel 60 Crediteuren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Crediteuren

23.060

28.088

Betalingen onderweg

6.113

2.276

Totaal

29.173

30.364

   
   

Openstaande crediteuren per jaar

31-12-2020

31-12-2019

t/m 2016

0

537

2017

0

‒ 220

2018

‒ 95

26

2019

141

27.745

2020

23.014

0

Totaal

23.060

28.088

Overige schulden en overlopende passiva

Tabel 61 Overige schulden en overlopende passiva (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Overige schulden: nog te ontvangen facturen/declaraties

271.457

251.647

Vooruitontvangen projectbijdragen

29.523

3.794

Terug te betalen bijdragen

11.957

39.181

Vooruitontvangen bedragen

8.469

6.996

Vakantiegeld / IKB

0

28.214

Eindejaarsuitkering

0

3.893

Niet opgenomen vakantiedagen

53.524

37.447

Totaal

374.930

371.171

   

Nadere specificatie

31-12-2020

31-12-2019

Overige schulden en overlopende passiva aan moederdepartement

50.338

49.051

Overige schulden en overlopende passiva aan andere ministeries

36.757

29.668

Overige schulden en overlopende passiva aan derden (buiten het Rijk)

287.835

292.452

Totaal

374.930

371.171

Tabel 62 Specificatie overige schulden en overlopende passiva (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Inkoop forensische zorg

176.224

153.061

Nog te betalen afkoop subsidierelatie 't Keerpunt

0

6.254

Nog te betalen aan RVB (servicekosten/gebruikerszaken en kosten PPS)

32.811

21.861

Nog te betalen kosten zorgkosten

559

2.640

Nog te betalen regeling SBF 2e carriere

3.118

5.025

ESF-bijdrage particuliere inrichtingen

5.461

5.580

Nog te betalen TOD en overwerk

7.547

7.131

Nog te betalen kosten ARBO dienstverlening EC-OP

0

1.218

Overige passiva

2.880

2.388

Diverse overige nog te betalen (incl. ntb JenV)

42.857

46.489

Totaal

271.457

251.647

Het aantal openstaande verlofuren binnen DJI is vanwege niet opgenomen uren door Covid en IKB sparen met ruim € 16,1 mln. toegenomen. Daarnaast is de stijging in RVB kosten veroorzaakt door de afrekening van opgeleverde kleine bouwkundige werken voor ruim 13 mln. De stijging in de kosten forensische zorg heeft als oorzaak de meerkosten inzake Covid en de productietoename bij vooral zelfstandig wonen.

Kasstroomoverzicht
Tabel 63 Kasstroomoverzicht per 31 december 2020 (x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

 

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

Rekening Courant RHB 1 januari 2020 +/+ stand depositorekeningen

269.352

333.462

64.110

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

2.248.652

2.800.089

551.437

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 2.246.824

‒ 2.862.022

‒ 615.198

Totaal operationele kasstroom

1.828

‒ 61.933

‒ 63.761

Totaal investeringen (-/-)

‒ 30.535

‒ 30.884

‒ 349

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

10.000

964

‒ 9.036

Totaal investeringskasstroom

‒ 20.535

‒ 29.920

‒ 9.385

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

‒ 25.000

0

25.000

Eenmalige storting door moederdepartement (+/+)

0

32.365

32.365

Aflossing op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

‒ 25.000

32.365

57.365

Rekening-courant RHB 31 december 2020 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

225.645

273.974

48.329

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 64 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2020
  

Realisatie

Begroting

Omschrijving

2019

2020

2020

Saldo baten en lasten als % totale baten

‒ 1,8%

‒ 3,5%

0,0%

    

Direct inzetbare intramurale sanctiecapaciteit

   

– strafrechtelijke sanctiecapaciteit

8.988

9.377

8.866

– inbewaringgestelden op politiebureaus

20

20

20

– capaciteit ten behoeve van internationale tribunalen

96

96

96

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1,-)

290

315

284

Omzet (x € 1 mln.)

964

1.091

930,3

    

Reservecapaciteit intramurale sanctiecapaciteit

554

483

554

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1,-)

71

72

69

Omzet (x € 1 mln.)

14,3

12,7

13,9

    

In stand te houden intramurale sanctiecapaciteit

1.185

871

1.321

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1,-)

58

52

49

Omzet (x € 1 mln.)

24,9

16,7

23,6

    

Extramurale sanctiecapaciteit (penitentiair programma met of zonder elektronisch toezicht)

396

450

450

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

63

65

56

Omzet (x € 1 mln.)

9,1

10,6

9,2

    

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC’s)

668

677

666

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

534

552

537

Omzet (x € 1 mln.)

130,3

136,3

130,6

    

Forensische zorg

   

– Rijksinrichtingen forensisch psychiatrische zorg

169

179

175

– Tbs-capaciteit bij particuliere instellingen

1.160

1.224

1.083

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

600

615

613

Omzet (x € 1 mln.)

291,0

315,0

288,9

    

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ instellingen

   

- Inkoop forensische zorg in strafrechtelijk kader

2.911

3.075

2.714

- Inkoop forensische zorg voor gedetineerden

47

8

150

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

333

345

341

Omzet (x € 1 mln.)

359,5

388,7

356,4

    

- Inkoop ambulante forensische zorg

107

114

93

    

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

   

Direct inzetbare capaciteit:

   

– vrijheidsbeneming (art. 6 Vw)

63

32

64

– vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

584

536

546

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

296

326

298

Omzet (x € 1 mln.)

69,9

67,7

66,3

    

Reservecapaciteit vreemdelingen

70

35

35

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

38

76

75

Omzet (x € 1 mln.)

1,0

1,0

1,0

    

In stand te houden capaciteit vreemdelingen

216

330

288

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

46

29

34

Omzet (x € 1 mln.)

3,6

3,4

3,5

    

Direct inzetbare jeugdcapaciteit

   

– Rijksjeugdinrichtingen

255

276

255

– particuliere jeugdinrichtingen

250

244

230

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

675

689

695

Omzet (x € 1 mln.)

124,4

130,9

123,1

    

Reservecapaciteit jeugd

104

49

84

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

51

60

50

Omzet (x € 1 mln.)

1,9

1,1

1,5

    

In stand te houden jeugdplaatsen

144

144

144

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

112

140

136

Omzet (x € 1 mln.)

5,9

7,4

7,1

Toelichting

In algemene zin stijgen de kosten als gevolg van loon- en prijsindexatie ten opzichte van de begroting 2020.

Als gevolg van COVID-19 kon er in zijn algemeenheid een minder efficiënte uitvoering plaatsvinden. Dit heeft een prijsverhogend effect op de gerealiseerde kostprijzen.

Daarnaast stijgen over het algemeen de kostprijzen als gevolg van met name gestegen ICT- en huisvestingskosten ten opzichte van de bedragen waar in de begroting rekening mee werd gehouden.

Samenhangend met de veranderende doelgroep zijn er daarnaast in de onderliggende productmix naar verhouding meer zwaardere regimes, wat ook leidt tot een gemiddeld hogere prijs.

10.2 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Inleiding

De Immigratie- en Naturalisatiedienst is dé toelatingsorganisatie van Nederland die, als uitvoeringsorganisatie, het vreemdelingenbeleid effectief en efficiënt uitvoert in samenwerking met de partners in de keten. Dit houdt in dat de IND de aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden.

Op 3 maart 2020 is de Taskforce dwangsommen ingesteld met als opdracht ervoor te zorgen dat de opgelopen voorraden bij de IND zo snel als mogelijk worden weggewerkt. Daarnaast met als doel het bedrag aan dwangsommen in te dammen. Deze verkorte jaarrekening bevat de financiele cijfers van de IND en de Taskforce samen.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 65 Staat van baten en lasten IND (x € 1.000)
   

Verschil

 
   

realisatie en

 
   

vastgestelde

 
 

Vastgestelde

 

begroting

 

Omschrijving

begroting (1)

Realisatie (2)

(3 = 2 - 1)

Realisatie 2019

     

Baten

    

Omzet moederdepartement

415.176

399.720

‒ 15.456

389.393

Omzet overige departementen

0

0

0

0

Omzet derden

55.950

67.952

12.002

68.678

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

28.250

28.250

995

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

471.126

495.922

24.796

459.066

     

Lasten

    

Apparaatskosten

385.693

446.193

60.500

385.803

-Personele kosten

320.000

365.552

45.552

312.184

Waarvan eigen personeel

264.000

284.620

20.620

242.956

Waarvan inhuur externen

49.000

78.403

29.403

65.193

Waarvan overige personele kosten

7.000

2.528

‒ 4.472

4.035

-Materiële kosten

65.693

80.641

14.948

73.620

Waarvan apparaat ICT

2.500

1.030

‒ 1.470

1.192

Waarvan bijdrage aan SSO's

55.193

49.481

‒ 5.712

50.162

Waarvan overige materiële kosten

8.000

30.130

22.130

22.266

Materiële programma kosten

65.000

45.782

‒ 19.218

50.805

Rentelasten

50

1

‒ 49

5

Afschrijvingskosten

20.383

14.925

‒ 5.458

16.688

-Materieel

4.000

2.080

‒ 1.919

2.154

waarvan apparaat ICT

1.500

0

‒ 1.500

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

2.080

2.081

2.154

-Immaterieel

16.383

12.845

‒ 3.538

14.534

Overige lasten

0

36.937

36.937

28.246

waarvan dotaties voorzieningen

0

36.936

36.936

28.119

waarvan bijzondere lasten

0

1

1

127

Totaal lasten

471.126

543.838

72.712

481.548

     

Saldo van baten en lasten reguliere bedrijfsuitoefening

0

‒ 47.916

‒ 47.916

‒ 22.482

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

‒ 47.916

‒ 47.916

‒ 22.482

Toelichting

De staat van baten en lasten is inclusief de baten en lasten van de in maart 2020 opgerichte Taskforce.

In vergelijking met de oorspronkelijke begroting zijn de baten en lasten hoger dan begroot. Dit wordt onder meer veroorzaakt door:

  • De vrijval van en de dotatie aan de voorzieningen, deze posten zijn niet begroot;

  • Bij Voorjaarsnota 2020 zijn door het Kabinet extra middelen aan het opdrachtgeversbudget toegevoegd, waaronder de oprichting van de Taskforce. De baten en lasten van deze Taskforce waren niet begroot;

  • In de praktijk zijn de instroom en de productie, ondanks de Corona crisis, toegenomen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. De aanvullende middelen zijn ingezet voor de bekostiging van de hogere productie;

  • Naar aanleiding van een analyse op de kostencodering voor SSO’s heeft er een verschuiving in de presentatiewijze plaatsgevonden inzake de posten ‘materiële kosten’ en de post ‘programmakosten’. Deze verschuiving wordt vanaf 2020 juist verwerkt en is in de vergelijkende cijfers van 2019 aangepast. Deze aanpassing heeft geen impact op het resultaat van 2019.

Baten

Omzet moederdepartement

Uitgangspunt voor het berekenen van de totaal gerealiseerde baten zijn de vastgestelde bekostigingsafspraken en de IND kostprijzen 2020. Daarnaast is de IND nog separaat gefinancierd. Dit is vastgesteld in de opdrachtbrief 2020.

In 2020 is een omzet moederdepartement gerealiseerd van € 399,7 mln. en is als volgt opgebouwd.

Tabel 66 Omzet moederdepartement (x € 1.000)
 

2020

2019

- Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten

284.511

345.879

- Waarvan productgroep Asiel

120.268

156.656

- Waarvan productgroep Naturalisatie

21.888

19.042

- Waarvan productgroep Ketenondersteuning

3.670

7.038

- Waarvan productgroep Regulier

138.685

163.143

- Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

175.253

101.116

   

Subtotaal:

459.764

446.995

- Waarvan omzet gecorrigeerd voor leges

‒ 51.629

‒ 53.814

- Waarvan omzet gecorrigeerd voor diversen

‒ 8.415

‒ 3.788

Totaal omzet moederdepartement

399.720

389.393

Totaal omzet direct gerelateerd aan geleverde producten

De totaal gerealiseerde pxq omzet bedraagt € 284,5 miljoen. Deze is bepaald op basis van de bekostigingsafspraken, de vastgestelde IND kostprijzen 2020 en de gerealiseerde productie aantallen in 2020. In 2020 is de productie en daarmee de pxq omzet, lager dan 2019. Dit wordt veroorzaakt door de coronacrisis. Dit heeft ertoe geleid dat de instroom van verzoeken is gedaald wat heeft geleid tot een daling van het aantal afgehandelde verzoeken. Anderzijds heeft de impact van het coronavirus geleid tot een lagere productie.

Totaal omzet overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

Deze omzet bestaat uit een lumpsumbijdrage van het moederdepartement en de bijdrage voor een aantal specifieke activiteiten. Naast de lumpsumbijdrage is hier ook de bijdrage voor de Brexit, de dwangsommen en een aanvullende lumpsumbijdrage voor de huisvesting JCS. Daarnaast is een bijdrage van € 42,4 miljoen ontvangen voor de uitvoering van de Taskforce, hiervan is € 39,9 miljoen als omzet verantwoord.

Omzet gecorrigeerd

De omzet moederdepartement is volgens de bekostigingsafspraken gecorrigeerd voor de omzet ontvangen leges en de AMIF subsidiebijdrage 2019.

Omzet derden

In de omzet derden worden onder andere de leges voor het aanvragen van vergunningen, de bijdrage uit internationale projecten en doorbelastingen voor huisvesting verantwoord. De omzet derden bedraagt tot en met december 2020 € 67,9 miljoen. De begrote omzet derden wijkt af van de realisatie, omdat er meer leges en incidentele EU subsidies zijn ontvangen. De EU subsidies hebben geen structureel karakter en zijn om die reden niet meegenomen in de begrote omzet derden.

Rentebaten

In 2020 zijn geen rentebaten ontvangen.

Vrijval voorzieningen

In 2020 heeft er een vrijval plaatsgevonden inzake de reorganisatie voorzieningen VWNW, dwangsommen en BW/WW voor een bedrag ter grootte van € 28,2 miljoen.

Bijzondere baten

In 2020 zijn geen bijzondere baten verantwoord.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten zijn onderverdeeld in 2 categorieën.

- personele kosten,

- materiële kosten.

Personele kosten

De ambtelijke bezetting van de IND bedraagt ultimo 2020 3.914 fte, in vergelijking met ultimo 2019 een stijging van 243 fte.

De stijging van de personele kosten wordt verklaard door de stijging van de IND capaciteit, zowel ambtelijk als externe inhuur. De stijging van externe inhuur heeft vooral betrekking op de inhuur van uitzendkrachten als gevolg van het instellen van de Taskforce. Deze zijn ingezet in het primaire proces voor het wegwerken van achterstanden en de toenemende instroom. In de begroting van 2020 was rekening gehouden met een forse krimp in de kosten voor externe inhuur. Gedurende het jaar is de krimpopdracht omgebogen naar een groeimodel als gevolg van bovengenoemde oorzaak.

Het gemiddelde aantal fte’s ambtelijk personeel over 2020 bedraagt 3.821. De bijbehorende gemiddelde loonsom per fte bedraagt € 75.377. De stijging van de gemiddelde loonsom wordt onder meer verklaard door de cao-stijging.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit huisvestingskosten, de kosten voor in- en uitbesteding en de materiële programmakosten. De laatste hebben een directe relatie met de uitvoering van de IND taken, zoals tolkenkosten, proceskosten, verzorging, laboratoriumonderzoek, documenten en de kosten van automatisering voor het primair proces.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn in 2020 lager dan de afschrijvingskosten van 2019. Dit als gevolg van afnemende investeringen in de afgelopen jaren.

Overige lasten

In 2020 is een bedrag van ca. € 0,6 mln. gedoteerd aan de diverse reorganisatievoorzieningen die betrekking hebben op de inrichting van de IND conform het goedgekeurd O&F rapport van 2015 en een voorziening voor de wachtgeldverplichtingen van voormalige medewerkers.

In 2019 is het financieel risico van de ingediende ingebrekestelling (IGS) en beroep niet tijdig beslissen (BNTB) gewaardeerd. Als dekking van dit financieel risico heeft de IND destijds een voorziening gevormd voor een bedrag van € 26,5 miljoen. In 2020 is de voorziening herijkt en dit heeft geleid tot een dotatie van € 36,3 miljoen.

Balans
Tabel 67 Balans per 31 december 2020 (x € 1.000)
 

31-12-2020

31-12-2019

Activa

  

Immateriële activa

13.808

26.277

Materiële vaste activa

3.923

4.221

waarvan grond en gebouwen

2

8

waarvan installaties en inventarissen

88

52

waarvan projecten in uitvoering

0

0

waarvan overige materiële vaste activa

3.834

4.161

Vlottende Activa

165.714

114.166

- Voorraden en onderhanden projecten

1.254

1.691

- Debiteuren

3.837

3.629

- Overige vorderingen en overlopende activa

10.583

6.804

- Liquide middelen

150.040

102.042

Totaal Activa

183.446

144.664

   

Passiva

  

Eigen vermogen

‒ 1.016

‒ 992

Exploitatiereserve

46.900

21.490

- Onverdeeld resultaat

‒ 47.916

‒ 22.482

Voorzieningen

24.468

30.826

Langlopende schulden

  

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

13.083

22.044

Kortlopende schulden

146.911

92.786

- Crediteuren

9.599

12.425

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

2.900

3.550

- Overige schulden en overlopende passiva

134.412

76.811

Totaal Passiva

183.446

144.664

Toelichting op de debetzijde van de balans

Debiteuren

Tabel 68 Debiteuren, Nog te ontvangen (x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 
 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Debiteuren

66

212

4.770

5.048

Nog te ontvangen

482

179

9.922

10.583

     

Totaal

548

391

14.692

15.631

Toelichting op de creditzijde van de balans

Eigen vermogen

Tabel 69 Overzicht Eigen Vermogen (x € 1.000)
 

Exploitatiereserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2020

21.490

0

21.490

Onverdeeld resultaat 2019 (+/-)

‒ 22.482

0

‒ 22.482

Toevoeging door moederdepartement 2020 (+)

47.892

0

47.892

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Onverdeeld resultaat 2020 (+/-)

0

‒ 47.916

‒ 47.916

Stand 31-12-2020

46.900

‒ 47.916

‒ 1.016

Storting doormoederdepartement

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar. De Regeling Agentschappen (artikel 27 lid 4c) schrijft voor dat het eigen vermogen van een agentschap niet groter mag zijn dan 5% van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen drie jaar.

In 2020 is via de aanvullende opdrachtbrief een bedrag van € 992K gestort om het negatieve eigen vermogen van 31 december 2019 aan te vullen.

Ook is in 2020 vanuit DFEZ een storting gedaan van € 46,9 mln. in verband met de geleden verliezen door COVID-19. Beide stortingen zijn rechtstreeks in het eigen vermogen geboekt.

Onverdeeld resultaat

Het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2020 bedraagt € 47,9 miljoen negatief. De belangrijkste oorzaak voor dit resultaat is de sterk lagere productie (als gevolg van de Corona crisis) en waar bij de kosten minder sterk zijn afgenomen.

Ontwikkeling eigen vermogen in relatie tot gemiddelde omzet afgelopen 3 jaar

Het eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet van de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen). In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen 3 jaar opgenomen.

Tabel 70 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2020

495.922

‒ 1.016

0%

2019

459.066

‒ 992

0%

2018

418.675

45.326

11%

Voorzieningen

Tabel 71 Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2020

in 2020

in 2020

in 2020

31-12-2020

Voorziening Reorganisatie 2015 - Verplicht

0

0

0

0

0

Voorziening Reorganisatie 2016 FM - Vrijwillig

0

0

0

0

0

Voorziening Reorganisatie 2016 FM - Verplicht

245

0

0

41

204

Voorziening Maatwerk

592

191

335

294

442

Voorziening Remplacenten

968

116

73

611

314

Voorziening Wachtgeldverplichtingen (BW/W)

2.483

0

196

1.070

1.609

Voorziening Dwangsommen

26.536

27.943

36.332

13.026

21.899

Totaal

30.825

28.250

36.936

15.043

24.468

De voorzieningen zijn als volgt opgebouwd:

Reorganisatievoorzieningen (VWNW)

Vanaf 2014 zijn er diverse voorzieningen gevormd welke verband hielden met de nieuwe inrichting van de IND per 1 september 2015. Deze voorzieningen hebben betrekking op de medewerkers van de afdeling Facilitaire Bedrijfsvoering, de nog niet geplaatste medewerkers uit de verplichte fase van 2015 en remplaçanten. In januari 2021 is de stand van de voorziening opnieuw bepaald. De voorziening bedraagt in totaal € 960K per 31-12-2020.

Voorziening Wachtgeldverplichtingen (WW/BW)

De IND is eigenrisicodrager voor de WW en bovenwettelijke WW aanspraken van voormalige medewerkers. Alle lopende wachtgeldverplichtingen zijn opgenomen in een voorziening. De hoogte en looptijden van de uitkeringen zijn gebaseerd op opgaven van het UWV en APG. Voor alle medewerkers die in de berekening van de voorziening wachtgeldverplichtingen zijn meegenomen, is voorzichtigheidshalve de maximale uitkeringsduur gehanteerd aangezien geen betrouwbare inschatting is te maken over een eventuele tussentijdse uitstroom. Voor voormalige medewerkers die een nieuwe dienstbetrekking hebben gevonden, worden na verloop van tijd geen verplichtingen meer opgenomen. In januari 2021 is de stand van de voorziening opnieuw bepaald. De voorziening bedraagt in totaal € 1,6 mln. per 31-12-2020.

Voorziening Dwangsommen

Het betreft hier de voorziening met betrekking tot bestuurlijke en gerechtelijke dwangsommen die betrekking hebben op (asiel) zaken waar de IND in gebreke is gesteld omdat er niet tijdig is beslist. De voorziening betreft een inschatting van de verwachte dwangsom die moet worden betaald als de asielzaak is afgewikkeld. Gedurende 2020 is als gevolg van de corona crisis, en de daarbijhorende lockdown, een opschortende werking toegepast op de berekening van de dwangsommen als gevolg van overmacht. In de waardering van de voorziening dwangsommen is geen rekening gehouden met deze opschortende werking. Zie tevens de toelichting in de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

De voorziening per 31 december 2020 bedraagt in totaal € 21,9 miljoen.

Niet opgenomen vakantie uren.

Tabel 72 Kortlopende schuld niet opgenomen vakantie uren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2020

31-12-2019

Vakantiedagen

14.537

12.813

Totaal

14.537

12.813

De stand van de niet opgenomen vakantie uren, de nog te betalen (resterende) verlofdagen, zijn als kortlopende schuld opgenomen op de balans. Naast vakantieverlof, zijn er binnen de overheid ook een aantal bijzondere verlofsoorten, zoals ouderschapsverlof en pasverlof, deze zijn buiten de berekening gelaten.

Crediteuren

Het saldo crediteuren bedraag per 31-12-2020 € 9,6 miljoen. Van dit saldo heeft € 766K betrekking op Crediteuren Taskforce. De post crediteuren betreft verplichtingen aan leveranciers, die door middel van een factuur in rekening worden gebracht. Het saldo van deze post heeft betrekking op de (per balansdatum) nog te betalen facturen.

Tabel 73 Crediteuren en kortlopende schulden (x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 
 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Crediteuren

1.480

4.830

3.289

9.599

Overige schulden en overlopende passiva

76.413

25.860

32.139

134.412

Totaal

77.893

30.690

35.428

144.011

Kasstroomoverzicht
Tabel 74 Kasstroomoverzicht per 31 december 2020 (x € 1.000)
    

Verschil

    

realisatie en

  

Vastgestelde

 

vastgestelde

  

begroting

Realisatie

begroting

  

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2020 +/+ stand depositorekeningen

77.225

101.990

24.765

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

471.126

584.646

113.520

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 450.743

‒ 572.737

‒ 121.994

2

Totaal operationele kasstroom

20.383

11.909

‒ 8.474

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 2.890

‒ 2.161

729

 

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

 

0

3

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.890

‒ 2.161

729

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

47.892

47.892

 

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 10.000

‒ 10.813

‒ 813

 

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

2.890

1.202

‒ 1.688

4

Totaal financieringskasstroom

‒ 7.110

38.281

45.391

5

Rekening-courant RHB 31 december 2020 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

87.608

150.019

62.411

Algemeen

De realisatiecijfers van het kasstroomoverzicht zijn opgesteld volgens de directe methode.

Investeringen

De investeringen hebben voor het grootste gedeelte betrekking op software/licenties, inventaris, installaties en hardware. Het bedrag aan gerealiseerde investeringen is minder dan hetgeen voor 2020 is begroot. Dit als gevolg van afnemende investeringen door onder andere het gebruik maken van diensten bij SSO’s.

Eenmalige storting door moederdepartement

Het totaal van het eigen vermogen mag volgens artikel 27 lid 4 e en f, niet minder bedragen dan nul. Per 31 december 2019 bedroeg het eigen vermogen van de IND bijna € 1 miljoen negatief. Gelet op artikel 25 lid 2 van de regeling, is bij de eerste suppletoire wet (Voorjaarsnota) dit negatieve eigen vermogen aangevuld.

Ook is er een eenmalige uitkering van € 46,9 miljoen ontvangen inzake het te verwachten verlies als gevolg van de corona-pandemie. Deze storting is rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt.

Aflossing op lening

De aflossing op de leningen is nagenoeg gelijk aan de begroting.

Beroep op leenfaciliteit

In 2020 is het beroep op de leenfaciliteit lager dan begroot. Dit als gevolg van afnemende investeringen door onder andere het gebruik maken van diensten bij SSO’s.

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 75 Doelmatigheidsindicatoren
     

oorspronkelijke

 

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

begroting

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2020

IND totaal

     

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

3.054

2.937

3.258

3.821

3.585

Saldo van baten en lasten (%)

7

5.8

‒ 5,1

‒ 9,7

0

Aantal klachten in %

0.1

0,1

0,1

0,15

 
      

Asiel:

     

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

86

87

81

79

90

Standhouden van beslissingen in %

90

90

92

90

85

Gemiddelde kostprijs (x €1 )

2.620

2.406

2.410

2.700

2.298

Omzet (x € mln.)

169

157

199

224

254

      

Regulier:

     

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

82

83

86

88

95

Standhouden van beslissingen in %

86

84

82

84

80

Gemiddelde kostprijs (x €1 )

797

811

689

743

650

Omzet (x € mln.)

219

235

225

203

220

      

Naturalisatie:

     

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

93

68

54

53

95

Gemiddelde kostprijs (x €1 )

714

616

638

625

583

Omzet (x € mln.)

15

15

23

32

33

Toelichting

Doorlooptijden

De gemiddelde doorlooptijd asiel producten is 79% binnen termijn. De norm wordt niet gerealiseerd door de werkvoorraden die in voorgaande jaren zijn ontstaan. In 2020 is een Taskforce ingericht voor het wegwerken van de asielvoorraden. Dit heeft een negatief effect op de gemiddelde doorlooptijden. De gemiddelde doorlooptijd is gebaseerd op de totale uitstroom Asiel inclusief de zaken van de Taskforce.

In 2020 is de gemiddelde doorlooptijd regulier gestegen naar 88%. Met name de doorlooptijd op VVR Onbep en VVR 1a is verbeterd doordat de instroom beter kon worden bijgehouden.

Bij Naturalisatie is de ketentijdigheid (incl. aandeel gemeente en Kabinet van de Koning) gedaald tot 53%. Dit komt mede door de aanhoudend hoge instroom en door de invloed van het sluiten gemeenteloketten vanwege Corona. Voor de interne tijdigheid van de behandeling door de IND geldt dat inzake 85% van de ingediende naturalisatieverzoeken voor het einde van de wettelijke termijn bericht is ontvangen dat de Koning het besluit heeft getekend.

Gemiddelde kostprijs

De gemiddelde kostprijs Asiel stijgt door de effecten van de covid crisis op asiel instroom, de oprichting van de Taskforce en de kosten van uitbetaalde dwangsommen.

De gemiddelde kostprijs Regulier stijgt door een daling van de uitstroomaantallen op een aantal producten, waaronder TEV, VVR, omwisseling verv. en verm., bezwaar regulier en handhaving. Dit is met name het gevolg van de lagere instroom (en daarmee realisatie) als gevolg van Corona.

De gemiddelde kostprijs naturalisatie is gedaald vanwege een sterke stijging van de uitstroomaantallen, dit is het gevolg van genomen efficiëntie verhogende maatregelen om de hoge instroom het hoofd te kunnen bieden.

Standhouding van beslissingen

Het normpercentage voor instandhouding van beslissingen is gerealiseerd.

10.3 Centraal Jusitieel Incassobureau (CJIB)

Inleiding

Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde (Europese) financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 76 Staat van baten en lasten van baten-lastenagentschap CJIB (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2019

 

(1)

(2)

(3 = 2 - 1)

 

Baten

    

Omzet

150.119

145.947

‒ 4.172

141.883

Omzet moederdepartement

138.584

136.564

‒ 2.020

132.403

Omzet overige departementen

3.227

1.969

‒ 1.258

1.924

Omzet derden

8.308

7.414

‒ 894

7.556

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

150.119

145.947

‒ 4.172

141.883

     

Lasten

    

Apparaatkosten

138.133

140.332

2.199

130.523

-Personele kosten

104.571

112.352

7.781

104.283

Waarvan eigen personeel

66.154

71.714

5.560

64.536

Waarvan inhuur externen

35.569

36.348

779

35.883

Waarvan overige personele kosten

2.848

4.290

1.442

3.864

-Materiële kosten

33.562

27.980

‒ 5.582

26.240

Waarvan apparaat ICT

7.080

8.794

1.714

7.188

Waarvan bijdrage aan SSO's

8.460

8.548

88

7.936

Waarvan overige materiële kosten

18.022

10.638

‒ 7.384

11.116

Gerechtskosten

7.996

4.434

‒ 3.562

5.428

Rentelasten

57

31

‒ 26

44

Afschrijvingskosten

3.932

4.355

423

3.866

-Materieel

3.314

3.737

423

3.217

Waarvan apparaat ICT

2.416

2.996

580

2.377

Waarvan overige materiële afschrijvingskosten

898

741

‒ 157

840

-Immaterieel

618

618

0

649

-Overige lasten

0

204

204

1.000

Waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

1.000

Waarvan bijzondere lasten

0

204

204

0

Totaal lasten

150.119

149.356

‒ 763

140.861

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsvoering

0

‒ 3.409

‒ 3.409

1.022

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

‒ 3.409

‒ 3.409

1.022

Het negatieve exploitatieresultaat 2020 wordt voornamelijk veroorzaakt door de effecten van COVID-19. Samen met de vermogensstorting in 2020 is er voldoende eigen vermogen om dit resultaat te compenseren.

Baten

Omzet moederdepartement

Tabel 77 Onderbouwing omzet moederdepartement

Product

Vaste kosten

Variabel deel

Uitstroom

Omzet

 

(x € 1.000)

kostprijs

 

(x € 1.000)

Vrijheidsstraffen

3.296

€ 11,32

16.472

3.482

Taakstraffen

3.999

€ 23,95

17.019

4.407

Schadevergoedingsmaatregelen

5.808

€ 169,95

10.037

7.514

Ontnemingsmaatregelen

6.061

€ 1.397,79

1.298

7.875

Jeugdreclassering

2.354

€ 39,28

4.811

2.543

Voorwaardelijke Invrijheidstelling

2.801

€ 145,34

908

2.933

Toezicht

3.340

€ 52,56

13.414

4.045

Geldboetes

69.736

€ 1,30

7.967.460

80.124

Transacties

2.748

€ 16,16

2.250

2.784

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

   

115.707

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

   

20.857

Omzet moederdepartement

   

136.564

De overige bijdragen betreft inputfinanciering (€ 3,6 mln.), diverse overige financiering (€ 1,7 mln.) en projectfinanciering (€ 15,5 mln.). Van de projectfinanciering is onder meer € 3,5 mln. verstrekt voor feitgecodeerde projecten, € 4,1 mln. voor vAICE projecten en € 3,1 mln. voor USB projecten.

Omzet overige departementen

Tabel 78 Onderbouwing omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)

Opdrachtgever

Departement

Q (stuks)

Omzet

Bestuurlijke boetes:

   

-nVWA

EZK

5.869

247

-Inspectie Leefomgeving en Transport

IenW

3.876

172

-Inspectie SZW

SZW

1.388

54

-Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

EZK

1.104

39

-DUO

OCW

406

13

-IGJ

VWS

231

13

-Agentschap Telecom

EZK

160

8

-Belastingdienst

Fin

13

4

Clustering rijksincasso:

   

-DUO

OCW

42.737

1.035

-Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

EZK

81

10

Overig:

   

-Diplomaten

BZK

n.v.t.

270

-Dienst Huurcommissie

BZK

3.886

104

Totaal

  

1.969

Omzet derden

De omzet derden betreft met name de vergoeding die het CJIB namens het Ministerie van VWS ontvangt inzake wanbetalers en onverzekerden.

Lasten

Personele kosten

Tabel 79 Onderbouwing Personele kosten (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Begroting

 

2018

2019

2020

2020

Formatie

1.128

1.177

1.238

1.164

- ambtelijk

927

983

1.024

980

- niet ambtelijk

201

194

214

184

Eigen personeel

    

Kosten

58.541

64.536

71.714

66.154

Externe inhuur

    

Kosten

26.756

35.883

36.348

35.569

Overige personeelskosten

    

Overige personeelskosten

3.505

3.864

4.290

2.848

Totale personeelskosten

88.802

104.283

112.352

104.571

De overige personeelskosten zijn hoger dan begroot door de toename van de schuld niet opgenomen vakantiedagen.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn lager dan begroot, doordat in de oorspronkelijk vastgestelde begroting de kosten van programma’s zijn opgenomen onder de materiële kosten. De gerealiseerd kosten hebben echter voor het grootste deel betrekking op personele kosten.

Gerechtskosten

Als gevolg van lager dan begrote productieaantallen inzake bestuurlijke boetes en clustering rijksincasso, zijn de gerechtskosten lager dan begroot. Daarnaast zijn er als gevolg van COVID-19 minder voertuigen buiten gebruik gesteld.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn hoger dan begroot als gevolg van hogere investeringen in hardware.

Bijzondere lasten

De bijzondere last betreft het deel dat voor rekening van het CJIB komt betreffende de naheffingsaanslag van de belastingdienst inzake het boekenonderzoek 2015.

Balans
Tabel 80 Balans per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2020

31-12-2019

Activa

  

Vaste Activa

8.430

9.794

Immateriële activa

825

1.443

Materiële vaste activa

7.605

8.351

- grond en gebouwen

287

443

- installaties en inventarissen

1.674

1.932

- overige materiële vaste activa

5.644

5.976

Vlottende Activa

34.039

40.509

- Voorraden en onderhanden projecten

0

0

- Debiteuren

285

545

- Overige vorderingen en overlopende activa

5.358

4.382

- Liquide middelen

28.396

35.582

Totaal activa

42.469

50.303

   

Passiva

  

Eigen vermogen

5.397

7.674

- exploitatiereserve

8.806

6.652

- onverdeeld resultaat

‒ 3.409

1.022

Voorzieningen

345

959

Langlopende schulden

4.357

5.374

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

4.357

5.374

Kortlopende schulden

32.370

36.296

- Crediteuren

787

673

- Belastingen en premies sociale lasten

16

141

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

3.607

3.813

- Overige schulden en overlopende passiva

27.960

31.669

Totaal Passiva

42.469

50.303

Toelichting op de debetzijde van de balans

Activa

In onderstaand overzicht is voor de posten Debiteuren, Overige vorderingen en overlopende activa en Liquide Middelen aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2020 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere Ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 81 Vlottende activa (bedragen * € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

Totaal

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

 

Debiteuren

98

113

74

285

Overige vorderingen en overlopende activa

726

1.097

3.535

5.358

Liquide middelen

28.396

0

0

28.396

Totaal

29.220

1.210

3.609

34.039

Toelichting op de creditzijde van de balans

Passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten Crediteuren, Overige verplichtingen en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2020 schulden betreft tussen: het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere Ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 82 Kortlopende schulden (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

Totaal

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

 

Crediteuren

32

479

276

787

Belastingen en premies sociale lasten

0

16

0

16

Kortlopend deel leningen Ministerie van Financiën

0

3.607

0

3.607

Overige schulden en overlopende passiva

13.715

2.468

11.777

27.960

Totaal

13.747

6.570

12.053

32.370

In onderstaand overzicht is het verloop van de voorziening nader toegelicht.

Tabel 83 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2020

2020

2020

2020

31-12-2020

Reorganisatievoorziening

959

0

0

‒ 614

345

Totaal

959

0

0

‒ 614

345

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen.

Tabel 84 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

Omzet

134.894

141.883

145.947

Plafond eigen vermogen

6.614

6.798

7.045

Eigen vermogen

15.152

7.674

5.397

Eigen vermogen als percentage van de omzet

11,46%

5,64%

3,83%

Kasstroomoverzicht
Tabel 85 Kasstroomoverzicht over 2020 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

 

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Rekening Courant RHB 1 januari 2020 +/+ stand depositorekeningen

34.303

35.580

1.277

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

150.119

145.287

‒ 4.832

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 146.187

‒ 149.069

‒ 2.882

Totaal operationele kasstroom

3.932

‒ 3.782

‒ 7.714

Totaal investeringen (-/-)

‒ 2.585

‒ 3.317

‒ 732

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

3

3

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.585

‒ 3.314

‒ 729

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 876

‒ 876

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

2.008

2.008

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 4.077

‒ 3.813

264

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

2.585

2.590

5

Totaal financieringskasstroom

‒ 1.492

‒ 91

1.401

Rekening-courant RHB 31 december 2020 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

34.158

28.393

‒ 5.765

Tabel 86 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Activum

Afschrijvingstermijn

Bedrag

Verbouwingen

5-10 jaar

0

Installaties en inventaris

5-10 jaar

327

Hard- en software

3-5 jaar

2.990

Immateriële vaste activa

5 jaar

0

Totaal

 

3.317

Operationele kasstroom

Het verschil wordt verklaard doordat het exploitatieresultaat € 3,4 lager is dan begroot en de afschrijvingskosten € 0,4 miljoen hoger zijn dan begroot. De overige € 3,9 miljoen wordt veroorzaakt door veranderingen in het werkkapitaal.

Investeringskastroom

De investeringen hebben voor € 3,0 miljoen betrekking op hard- en software. De overige € 0,3 miljoen betreft voornamelijk installaties en inventaris.

Ultimo 2019 stond inzake investeringen een factuurbedrag open van € 0,5 miljoen en bedraagt het openstaande factuurbedrag ultimo 2020 € 0,2 miljoen. Hierdoor is het bedrag aan investering op de balans € 0,3 miljoen lager dan de investeringskasstroom.

Financieringskasstroom

Het verschil wordt verklaard door de eenmalige uitkering aan het moederdepartement ad € 0,9 miljoen, de kapitaalstorting door het moederdepartement ad € 2,0 miljoen en doordat de aflossingen op leningen € 0,3 miljoen lager zijn dan begroot.

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 87 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2020
    

Realisatie

Begroting

Verschil 

 

2017

2018

2019

2020

2020

 

CJIB-totaal:

      

FTE-totaal (ambtelijk)

877

927

983

1.024

980

44

Saldo van baten en lasten in %

      
 

3,7

6,5

0,0

‒ 3,4

0,0

‒ 3,4

Geldboetes

      

Aantal

9.726.365

9.503.625

9.035.990

7.967.460

9.726.910

‒ 1.759.450

Kostprijs

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

0,00

Omzet (p*q)

87.537.285

85.532.625

81.323.910

71.707.140

87.542.188

‒ 15.835.048

% geïnde zaken binnen 1 jaar

93,2

93,0

92,7

91,5

91,3

0,2

       

Transacties

      

Aantal

6.098

4.574

3.380

2.250

3.943

‒ 1.693

Kostprijs

31,47

31,47

1.019,10

1.568,27

713,10

855,17

Omzet (p*q)

191.904

143.944

3.444.562

3.528.600

2.811.674

716.925

% geïnde zaken binnen 1 jaar

60,9

61,7

64,6

73,1

55,0

18,1

       

Vrijheidsstraffen

      

Aantal

21.516

22.157

23.170

16.472

21.149

‒ 4.677

Kostprijs

108,81

221,25

184,45

248,17

167,15

81,03

Omzet (p*q)

2.341.168

4.902.143

4.273.643

4.087.919

3.534.947

552.972

       

Taakstraffen

      

Aantal

36.347

35.676

36.740

17.019

36.691

‒ 19.672

Kostprijs

76,21

133,34

108,08

255,76

132,93

122,83

Omzet (p*q)

2.769.923

4.756.941

3.971.032

4.352.834

4.877.414

‒ 524.580

       

Schadevergoedingsmaatregelen

      

Aantal

13.332

12.468

11.824

10.037

14.865

‒ 4.828

Kostprijs

415,74

643,17

657,08

860,57

560,69

299,88

Omzet (p*q)

5.542.670

8.018.748

7.769.023

8.637.510

8.334.491

303.019

% afgedane zaken binnen 10 jaar

   

80,7

80,0

0,7

       

Ontnemingsmaatregelen

      

Aantal

1.483

1.471

1.395

1.298

1.770

‒ 473

Kostprijs

3.889,33

5.952,68

6.436,35

7.053,99

4.821,19

2232,80

Omzet (p*q)

5.767.869

8.753.418

8.975.489

9.152.548

8.535.561

616.987

% afgedane B-zaken binnen 10 jaar

65,9

61,2

60,9

70,3

67,0

3,3

       

voorwaardelijke invrijheidstelling

      

Aantal

881

729

1.606

908

1.032

‒ 124

Kostprijs

421,90

511,24

224,46

3.998,63

2.859,78

1138,85

Omzet

371.690

372.692

360.475

3.630.758

2.951.469

679.289

       

Routeren Toezicht

      

Aantal

17.149

14.275

14.299

13.414

12.472

942

Kostprijs

44,14

37,87

50,79

347,41

320,35

27,05

Omzet

756.915

540.617

726.179

4.660.122

3.995.324

664.798

       

Jeugdreclassering

      

Aantal

5.258

4.432

4.757

4.811

5.000

‒ 189

Kostprijs

82,09

81,03

62,00

717,88

510,15

207,73

Omzet

431.609

359.133

294.928

3.453.719

2.550.740

902.978

       

Bestuurlijke boetes

      

Aantal

15.872

13.138

12.996

13.074

14.790

‒ 1.716

Tarief

33,75

32,37

35,01

41,29

28,58

12,71

Omzet (p*q)

535.641

425.236

455.018

539.766

422.681

117.086

       

Overheidsincasso

      

Omzet

10.674.656

11.736.508

10.921.233

8.811.629

11.119.715

‒ 2.308.086

       

Omzet-diversen/input

      

Omzet

15.583.670

9.479.000

19.367.510

23.384.456

13.443.000

9.941.456

       

Totaal

132.505.000

135.021.000

141.883.000

145.947.000

150.119.000

‒ 4.172.000

Door de Corona-pandemie is de in- en uitstroom van alle producten lager uitgekomen dan begroot. Als gevolg van de Corona-pandemie zijn de kosten van het CJIB hoger uitgekomen dan begroot. Door enerzijds de lagere uitstroom en anderzijds de hogere kosten, zijn de kostprijzen van alle producten hoger uitgekomen dan begroot.

10.4 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Inleiding

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.2 «Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 88 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap NFI (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting (3 = 2 - 1)

Realisatie 2019

     

Baten

    

Omzet

81.037

86.340

5.303

83.233

Omzet moederdepartement

76.037

76.563

526

76.578

Omzet overige departementen

0

2.199

2.199

1.203

Omzet derden

5.000

7.578

2.578

5.452

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

1.047

1.047

917

Bijzondere baten

0

4

4

218

Totaal baten

81.037

87.391

6.354

84.368

     

Lasten

    

Apparaatkosten

55.600

64.374

8.774

57.318

-Personele kosten

51.000

58.541

7.541

52.477

Waarvan eigen personeel

46.200

50.317

4.117

46.950

Waarvan inhuur externen

4.800

6.789

1.989

4.962

Waarvan overige personele kosten

0

1.435

1.435

565

-Materiële kosten

4.600

5.833

1.233

4.841

Waarvan apparaat ICT

0

2.629

2.629

1.628

Waarvan bijdrage aan SSO's

1.800

407

‒ 1.393

408

Waarvan overige materiële kosten

2.800

2.797

‒ 3

2.805

Materiële programma kosten

21.562

22.117

555

21.029

Rentelasten

25

16

‒ 9

29

Afschrijvingskosten

3.850

3.202

‒ 648

2.926

-Materieel

3.850

3.202

‒ 648

2.926

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

-Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

547

547

1.129

Dotaties voorzieningen

0

306

306

794

Bijzondere lasten

0

241

241

335

     

Totaal lasten

81.037

90.256

9.219

82.431

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 2.865

‒ 2.865

1.937

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 2.865

‒ 2.865

1.937

Het saldo van baten en lasten bedraagt € 2,9 mln negatief.

Baten

De baten zijn € 6,4 mln. meer dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door omzet OK Hansken, een looncompensatie en een vrijval op de personele voorzieningen.

Tabel 89 Toelichting bij de omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

Toelichting bij de omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

 

omschrijving

bedrag

Omzet moederdepartement

76.563

Waarvan Direct gerelateerd aan geleverde producten / diensten

 

producten en diensten

50.003

research & development

17.243

kennisdeling / opleiding

3.274

OneStopShop

4.130

Wegenverkeerswet (WVW/WMG)

1.913

Lasten

De lasten zijn € 9,2 mln. hoger dan begroot.

Dit wordt met name veroorzaakt door hogere personeelskosten van € 7,5 mln. door onder andere een CAO-stijging/Coronakosten van € 2,2 mln, hogere externe inhuur met betrekking tot werkzaamheden voor de informatievoorziening (€ 2,0 mln) en Hansken (€ 0,6 mln.) en hogere kosten/lagere opbrengsten detachering van€ 0,6 mln. Daarnaast zijn er € 2,1 mln. hogere kosten door meer FTE’s eigen personeel.

Tevens zijn de materiele kosten en laboratoriumkosten € 1,2 mln. hoger, door extra kosten ivm COVID-19 voor extra inlogvoorzieningen, laptops etc. en extra kosten verbetering informatievoorziening.

Balans
Tabel 90 Balans per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2020

31-12-2019

Activa

  

Immateriële activa

0

0

Materiële vaste activagg

11.728

11.050

- Grond en gebouwen

475

481

- Installaties en inventarissen

10.005

9.222

- Overige materiële vaste activa

1.248

1.347

Vlottende Activa

14.249

17.163

- Voorraden en onderhanden projecten

0

0

- Debiteuren

1.154

1.070

- Overige vorderingen en overlopende activa

3.701

3.009

- Liquide middelen

9.394

13.084

Totaal Activa

25.977

28.213

   

Passiva

  

Eigen vermogen

35

1.937

- Exploitatiereserve

2.900

0

- Onverdeeld resultaat

‒ 2.865

1.937

Voorzieningen

847

2.160

Langlopende schulden

8.227

7.998

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

8.227

7.998

Kortlopende schulden

16.868

16.118

- Crediteuren

3.849

2.227

- Belastingen en premies sociale lasten

131

102

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

2.887

2.542

- Overige schulden en overlopende passiva

10.001

11.247

Totaal Passiva

25.977

28.213

Activa

In onderstaand overzicht is voor de posten Debiteuren, Overige vorderingen en overlopende activa aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2020 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement, het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen) en het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 91 Debiteuren, overige vorderingen, overige activa (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Debiteuren

68

457

629

1.154

Overige vorderingen en overlopende activa

26

60

3.615

3.701

Liquide middelen

0

9.394

0

9.394

Totaal

94

9.911

4.244

14.249

Passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten Crediteuren, Overige schulden en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2020 schulden betreft tussen: het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 92 Crediteuren en kortlopende schulden (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Crediteuren

10

136

3.703

3.849

Overige schulden en overlopende passiva

1.937

235

7.829

10.001

Totaal

1.947

371

11.532

13.850

Tabel 93 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

1-1-2020

in 2020

in 2020

in 2020

31-12-2020

Voorziening personele verplichtingen reorganisatie

249

10

9

154

94

Voorziening vaststellingsovereenkomst en wachtgelden

1.911

1.037

233

354

753

Totaal

2.160

1.047

242

508

847

Tabel 94 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

2018

Omzet

86.340

83.233

78.534

Plafond eigen vermogen

4.135

4.196

‒ 2.262

Eigen vermogen

35

1.937

‒ 520

Eigen vermogen als percentage van omzet

0%

2%

‒ 1%

De toevoeging door moederdepartement bestaat volledig uit de bijdrage voor de door NFI gemaakte coronakosten 2020. Dit bedrag zal dus niet verantwoord worden onder de noemer omzet moederdepartement in de Staat van baten en lasten.

Kasstroomoverzicht
Tabel 95 Kasstroomoverzicht over 2020 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

  

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2020 +/+ stand depositorekeningen

9.665

13.082

‒ 3.417

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

81.037

85.568

‒ 4.531

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

77.187

86.929

‒ 9.742

2

Totaal operationele kasstroom

3.850

‒ 1.361

5.211

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 6.400

‒ 3.908

‒ 2.492

 

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

42

‒ 42

3

Totaal investeringskasstroom

‒ 6.400

‒ 3.867

‒ 2.533

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

963

‒ 963

 

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 4.800

‒ 2.542

‒ 2.258

 

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

6.400

3.117

3.283

4

Totaal financieringskasstroom

1.600

1.538

62

5

Rekening-courant RHB 31 december 2020 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

8.715

9.392

‒ 677

Investeringskasstroom

De investeringen in 2020 zijn lager dan begroot. De investeringen betreffen met name laboratoriumapparatuur.

Tabel 96 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Activum

Afschrijvingstermijn

Bedrag

Installaties en inventaris

5-10 jaar

3.180

Overige materiële vaste activa

2-5 jaar

668

Grond en gebouwen

30 à 50 jaar

60

Totaal

 

3.908

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2020

Tabel 97 Doelmatigheidsindicatoren NFI
 

Realisatie

Realisatie

Begroting

 

2019

2020

2020

Kerntaak 1 zaaksonderzoek – per productgroep

   

Medisch onderzoek - productie (st.)

1.555

1.216

1.430

- productie (uur)

773

 

1.300

- productieve uren

26.278

28.633

29.700

    

Toxicologie - productie (st.)

1.719

1.488

1.470

- productieve uren

17.678

18.407

19.700

    

Verdovende middelen - productie (st.)

13.707

13.550

16.470

- productie (uur)

646

6.916

3.300

- productieve uren

18.809

21.105

17.200

    

DNA-typering - productie (st.)

53.783

42.199

57.420

- productie (uur)

1.328

 

4.000

- productieve uren

88.283

85.979

92.800

    

Explosieven - productie (st.)

52

39

50

- productie (uur)

4.264

5.598

4.400

- productieve uren

5.824

5.851

6.900

    

Schotrestenonderzoek - productie (st.)

167

233

230

- productie (uur)

 

100

- productieve uren

10.692

9.239

10.000

    

Wapens en werktuigen - productie (st.)

674

737

720

- productieve uren

13.587

12.659

14.900

    

Digitale technologie - productieve uren

23.620

27.613

22.500

    

Big Data Analyse - productieve uren

7.213

1.518

10.300

    

Biometrie - productie (st.)

703

809

750

- productie (uur)

3.726

3.040

4.200

- productieve uren

17.754

13.415

20.300

    

Hansken - productieve uren

34.899

53.629

44.200

    

DNA Databank - productieve uren

7.515

7.555

7.300

    

Overige producten - productie (st.)

1.037

3.472

1.030

- productie (uur)

3.024

 

5.400

- productieve uren

89.940

81.220

79.200

    

Totaal aantal productieve uren K1

362.092

366.820

374.900

    
 

2019

2020

2020

Aantal productieve uren NFI

   

Kerntaak 1 zaaksonderzoek

362.092

366.820

374.900

Kerntaak 2 research

115.618

126.494

134.200

Kerntaak 3 onderwijs en kennis

32.952

24.017

32.000

    

Uren, omzet en uurtarief NFI

   

Productieve uren

510.662

517.331

541.100

Totale omzet (x € 1.000) *

84.368

87.391

82.637

Indicatief uurtarief (€)

161

169

166

    

Generieke indicatoren

   

Saldo van baten en lasten (% van baten)

2,30%

‒ 3,38%

0,00%

Aantal fte (inclulsief extern personeel)

579

614

584

% op tijd

93%

92%

95%

De productiecijfers van 2017 en 2018 zijn niet vergelijkbaar, en derhalve niet opgenomen.De tabel is ten opzichte van de begroting 2020 aangepast, omdat de realisatie van deze gegevens niet uit de systemen van het NFI te halen zijn. Daarom is voor deze tabel aansluiting gezocht bij de tabel zoals opgenomen in de begroting 2021. Het aantal DNA typering is minder dan begroot en dit wordt o.a. veroorzaakt door het niet aanleveren DNA-veroordeelden i.v.m. COVID-19.

Productie-uren: In verband met de COVID-19 pandemie zijn een aantal productieve uren verloren gegaan omdat er niet door iedereen tegelijk op het NFI gewerkt mocht worden of omdat medewerkers tijd nodig hadden voor zorgtaken.

Omzet: de hogere omzet wordt o.a. veroorzaakt door de ontvangen looncompensatie en door een hogere omzet derden (o.a. Hansken)

10.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Inleiding

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.

Justis screent op terreinen waarvan politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is. Justis maakt hierbij gebruik van unieke informatie die alleen voor de overheid beschikbaar is. Daar waar het bedrijfsleven screent, wil Justis dat dit betrouwbaar gebeurt en daarom screent ze deze organisaties ook. Justis draagt bij aan de veiligheid in en van de samenleving en doet recht aan de beginselen van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat alleen goed kan functioneren als de betrouwbaarheid en veiligheid zijn gewaarborgd.

Bij het screenen van personen en organisaties stelt Justis de principes van de rechtsstaat centraal. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis, vanuit een wettelijke basis, individuele belangen van personen en organisaties af tegen het collectieve belang, met als doel kwetsbare belangen te beschermen en risico’s te verminderen.

Justis is opgave gerichte organisatie met de behoefde van de samenleving aan betrouwbaarheid en veiligheid als uitgangspunt. Samen met opdrachtgevers en partners bekijkt Justis of en op welke manier screening kan bijdragen aan de maatschappelijke veiligheid en vermindering van risico’s in het maatschappelijk verkeer.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 98 Staat van baten en lasten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3 = 2 - 1)

Realisatie 2019

     

Baten

    

Omzet

50.680

42.432

‒ 8.248

43.274

- Omzet moederdepartement

3.544

‒ 1.046

‒ 4.590

‒ 1.872

- Omzet overige departementen

4.433

3.089

‒ 1.344

3.704

- Omzet derden

42.703

40.389

‒ 2.314

41.442

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

275

Totaal baten

50.680

42.432

‒ 8.248

43.549

     

Lasten

    

Apparaatkosten

43.425

45.288

1.863

41.302

-Personele kosten

26.099

26.768

669

24.339

Waarvan eigen personeel

22.223

21.998

‒ 225

19.217

Waarvan inhuur externen

3.552

4.770

1.218

5.122

Waarvan overige personele kosten

324

0

‒ 324

0

-Materiële kosten

17.326

18.520

1.194

16.963

Waarvan apparaat ICT

7.857

894

‒ 6.963

1.274

Waarvan bijdrage aan SSO's

8.330

8.447

117

8.018

Waarvan overige materiële kosten

1.139

9.179

8.040

7.671

Materiële programma kosten

0

0

0

‒ 40

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

-Materieel

0

0

0

0

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

Waarvan overige materiële afschrijvingskosten

    

-Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

Waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

Waarvan Bijzondere lasten

0

0

0

89

Totaal lasten

43.426

45.288

1.862

41.351

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

7.254

‒ 2.856

‒ 10.110

2.198

Agentschapsdeel Vpb-lasten

 

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

7.254

‒ 2.856

‒ 10.110

2.198

Baten
Tabel 99 Omzet moederdepartement (bedragen x €1.000)

Omzet moederdepartement

2020

2019

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

  

- VOG NP

‒ 19.915

‒ 21.269

- VOG RP

‒ 612

‒ 428

- Gratie

823

963

- Naamswijziging

340

384

Totaal DGSenB

‒ 19.364

‒ 20.350

- BIBOB

8.080

8.312

- Risicomeldingen

5.153

5.153

- TIV

1.076

1.103

- GSR

1.068

1.034

- WPBR Ondernemingen

261

316

- WPBR leidingevenden

344

354

- WWM Ontheffingen

522

560

- WWM Administratieve Beroepen

902

793

- BOA

676

744

- BOD

135

109

- Incassobureau´s

101

0

Totaal DGRR

18.318

18.478

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

0

0

Totaal

‒ 1.046

‒ 1.872

Tabel 100 Omzet overige departementen (bedragen x €1.000)

Omzet overige departement

2020

2019

Verdeeld naar productgroep:

  

- Ministerie van I&W

216

182

- Ministerie van SZW

296

263

- Ministerie van EZ

‒ 297

‒ 298

- Ministerie van VWS

2.874

3.557

   

Totaal

3.089

3.704

Tabel 101 Omzet derden (bedragen x €1.000)

Omzet derden

2020

2019

Verdeeld naar productgroep:

  

- VOG(VOG NP, VOG RP en GVA)

38.113

39.176

- Naamswijziging

1.562

1.552

- WPBR

449

484

- BIBOB

181

188

- WWM

18

21

- Sancties

66

21

   

Totaal

40.389

41.442

Tabel 102 Vrijval voorzieningen (bedragen x €1.000)

Vrijval voorzieningen

2020

2019

Voorziening 2019

0

0

Voorziening 2020

0

0

Totaal

0

0

Tabel 103 Bijzondere baten (bedragen x €1.000)

Bijzondere baten

2020

2019

Eindafrekening VOG-vrijwilligers jaar 2018

 

275

   

Totaal baten

0

275

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement bestaat uit het IBOS-kader (van € 3,4 mln.), bijdrage voor het project incassobureau´s (van € 0,1 mln.) en het financieringsresultaat ( van € 4,5 mln.). Het IBOS-kader bestaat uit bijdragen vanuit opdrachtgevers binnen het Ministerie van JenV voor producten waarvoor geen (kostendekkende) tarieven worden geheven aan de eindgebruiker. Het IBOS-kader is vrijwel onveranderd ten opzichte van de begroting. Het financieringsresultaat is lager dan in 2019. Dit wordt overwegend veroorzaakt door lagere productie VOG ’s ten opzichte van 2019. Het financieringsresultaat is in mindering gebracht op de omzet moederdepartement. Dit verklaart het verschil ten opzichte van de begroting.

Moederdepartement heeft geen overige bijdrage aan het agentschap Justis verstrekt.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen is in 2020 lager dan de begroting. Bij het opstellen van de begroting 2020 was rekening gehouden met de productie van VOG-vrijwilligers van 300.000 stuks. De gerealiseerde productie komt lager uit op 134.146 stuk. Daarnaast is het uitgangspunt voor het afrekenen met het Ministerie van VWS veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke afspraken (afrekening op basis van 200.000 stuk in plaats van 300.000). Dit verklaart ook het verschil ten opzichte van het jaar 2019.

Omzet derden

De realisatie van omzet derden is in de lijn met de begroting en de realisatie 2019.

Bijzondere baten

In 2020 zijn er geen bijzondere baten. In 2019 betroffen deze de eindafrekening VOG-vrijwilligers van het jaar 2018 met het Ministerie van VWS.

Lasten
Tabel 104 Personele kosten (bedragen x €1000)

Personele kosten

2020

2019

Waarvan eigen personeel

21.998

19.217

Waarvan externe inhuur

4.770

5.122

Waarvan overige personele kosten

  

Totaal

26.768

24.339

Tabel 105 Materiële kosten (bedragen x €1000)

Materiële kosten

2020

2019

Waarvan apparaat ICT

894

1.274

Waarvan bijdrage aan SSO's

8.447

8.018

Waarvan overige materiele kosten

9.179

7.671

Totaal

18.520

16.963

Tabel 106 Materiële programma kosten (bedragen x €1000)

Materiële programma kosten

2020

2019

Subsidies tbv toelating VOG vrijwilligers

 

‒ 40

Totaal

0

‒ 40

Tabel 107 Bijzondere lasten (bedragen x €1000)

Bijzondere lasten

2020

2019

Financieringsresultaat 2018 EZ i.v.m. eindafrekening

0

89

Totaal

0

89

Personele kosten

De realisatie van de eigen personeelskosten is in lijn met de begroting. De hogere realisatie van eigen personeel ten opzichte van het jaar 2019 heeft te maken met de invulling van het Organisatie en Formatie rapport. Inhuur externen is hoger dan begroot door enezijds lastig invullen van vacatures voor diverse specialismen en anderzijds behoefde aan tijdelijke ondersteuning bij projecten.

Materiële kosten

De hoger dan begrote realisatie op ‘apparaat ICT’ en ‘overige materiële kosten’ wordt vooral veroorzaakt door de kosten van de A&P-transitie, die niet waren voorzien in de begroting. Overigens is sprake van een (administratief-technische) verschuiving tussen ICT-kosten en overige kosten, veroorzaakt door wijziging in de verplichte codering. De kosten van de A&P-transitie zijn ook de verklaring voor het verschil tussen 2019 en 2020.

Saldo van baten en lasten

Het exploitatieresultaat ad € 2,8 mln. negatief wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere omzet overige departement in verband met lagere aantallen gratis VOG als uitgangspunt bij afrekeningen en hogere materiële kosten door kosten van de A&P transitie. Het verlies wordt gedekt uit de exploitatiereserve. De exploitatiereserve wordt vanuit centraal aangevuld op basis van de voorschriften van de Agentschapsregeling. De Justis-begroting voor de jaren na 2021 en verder is kwantitatief aangepast, zodat dergelijke tekorten ceteris paribus niet meer zullen voorkomen

Justis is niet VPB-plichtig, derhalve is er geen VPB opgenomen.

Balans
Tabel 108 Balans per 31 december 2019 (bedragen x €1000)
 

31-12-2020

31-12-2019

Activa

  

Vaste Activa

0

0

Immateriële activa

0

0

Materiële vaste activa

0

0

- Grond en gebouwen

0

0

- Installaties en inventarissen

0

0

- Projecten in uitvoering

0

0

- Overige materiële vaste activa

0

0

Vlottende Activa

28.479

18.914

- Voorraden en onderhanden projecten

0

0

- Debiteuren

982

880

- Overige vorderingen en overlopende activa

15.554

1.030

- Liquide middelen

11.943

17.004

Totaal Activa

28.479

18.914

   

Passiva

  

Eigen vermogen

‒ 427

3.992

- Exploitatiereserve

2.429

1.794

- Onverdeeld resultaat

‒ 2.856

2.198

Voorzieningen

0

75

Langlopende schulden

0

0

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

28.906

14.847

- Crediteuren

2.793

709

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

- Overige schulden en overlopende passiva

26.113

14.138

Totaal Passiva

28.479

18.914

Toelichting op de debetzijde van de balans

Activa

Van de post ‘Debiteuren‘ heeft € 117.000 betrekking op het moederdepartement, € 244.000 betrekking op andere ministeries en € 0,62 mln. op derden. Van de post ‘Overige vorderingen en overlopende activa‘ heeft € 15,3 mln. betrekking op het moederdepartement, € 68.000 betrekking op overige departementen en € 235.000 op derden.

Toelichting op de creditzijde van de balans

Passiva

Tabel 109 Voorziening (bedragen x €1000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2020

in 2020

in 2020

in 2020

31-12-2020

Voorziening outplacement

75

0

0

‒ 75

0

      

Totaal

75

0

0

‒ 75

0

In verband met een van outplacementregeling is op 31-12-2018 een voorziening gevormd. Onttrekking in 2020 bedraagt € 75.000.

De niet opgenomen verlofdagen van € 1,4 mln. zijn onderdeel van de post ‘Overige schulden en overlopende passiva’ op de balans.

Van de post ‘Overige schulden en overlopende passiva‘ heeft € 19,9 mln. betrekking op het moederdepartement, € 3,7 mln. betrekking op overige departementen en € 2,4 mln. betrekking op derden.

Eigen vermogen

Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2018, 2019 en 2020 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 2,1 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen).

Het onverdeelde resultaat 2020 bedraagt € 2,8 mln. negatief. De stand van het eigen vermogen ultimo 2020 komt daarmee op een bedrag van € 427.000 negatief. Op grond van de regeling Agentschappen zal de eigenaar het eigen vermogen in 2021 aanvullen.

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen.

Tabel 110 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x €1000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2020

42.431

‒ 427

‒ 1%

2019

43.274

3.992

9%

2018

37.808

3.802

10%

Tabel 111 eigen vermogen (bedragen x €1000)
 

Exploitatie-reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2020

1.794

2.198

3.992

Onverdeeld resultaat 2019 (+/-)

 

‒ 140

‒ 140

Toevoeging door moederdepartement (+)

635

0

635

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 2.058

‒ 2.058

Onverdeeld resultaat 2020 (+/-)

0

‒ 2.856

‒ 2.856

Stand 31-12-2020

2.429

‒ 2.856

‒ 427

Kasstroomoverzicht
Tabel 112 Kasstroom overzicht per 31 december 2020
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

 

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1.Rekening Courant RHB 1 januari 2020 +/+ stand depositorekeningen

8.271

17.003

8.732

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

50.680

47.481

‒ 3.199

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 43.426

‒ 50.978

‒ 7.552

2.Totaal operationele kasstroom

7.254

‒ 3.497

‒ 10.751

Totaal investeringen (-/-)

0

0

0

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

0

0

3.Totaal investeringskasstroom

0

0

0

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

‒ 7.254

‒ 2.058

5.196

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

495

495

Aflossing op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

0

0

0

4.Totaal financieringskasstroom

‒ 7.254

‒ 1.563

5.691

5.Rekening-courant RHB 31 december 2020 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

8.271

11.943

3.672

De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft de terugstorting van het deel van het exploitatieresultaat 2019 dat boven de maximum-omvang van het eigen vermogen uitkwam. Eenmalige storting door het moederdepartement betreft corona bijdrage.

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 113 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2017

2018

2019

2020

2020

 

Risicomeldingen

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

1.241

1.888

1.100

1.100

1.100

0

Omzet (x €1.000)1

 

Doorlooptijd

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

 
       

TIV

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

 

Volume

886

947

939

869

800

69

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen

48%

89%

86%

77%

75%

 

Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken

71%

99%

97%

91%

75%

 

Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 4 maanden

100%

100%

100%

99%

95%

 
       

GSR

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

 

Volume

731

543

654

713

700

13

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 weken

99%

96%

89%

93%

95%

 

Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 8 weken

83%

100%

100%

96%

95%

 
       

BIBOB

      

Tarief

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

 

Volume

247

352

343

324

305

19

Omzet* (x €1.000)

€ 130

€ 189

€ 188

€ 181

€ 193

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

31%

24%

55%

61%

60%

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

74%

53%

85%

90%

90%

 
       

Gratie

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

 

Volume

1.264

1.120

1.154

678

1.200

‒ 522

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

87%

84%

85%

90%

90%

 
       

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)

      

Tarief (via gemeenten)

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

 

Tarief (elektronisch)

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

 

Volume

1.055.184

1.205.026

1.100.0342

1.059.7332

1.150.000

‒ 90.267

Omzet* (x €1.000)

€ 32.838

€ 38.070

€ 37.236

€ 35.872

€ 38.928

 

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

100%

99%

99%

100%

90%

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTW

44%

16%

35%

85%

90%

 

Gegrond verklaarde klachten(%)

      
       

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

      

Tarief

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

 

Volume

6.022

5.013

5.536

6.520

5.100

1.420

Omzet* (x €1.000)

€ 1.247

€ 1.018

€ 1.146

€ 1.350

€ 1.056

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

100%

99%

100%

98%

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTW

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

95%

 
       

Gratis VOG

      

Volume

n.v.t.

17.284

143.189

134.146

300.000

 

Omzet overige departementen (x €1.000)

n.v.t.

€ 263

€ 3.557

€ 2.164

€ 4.240

 
       

GVA

      

Tarief

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

 

Volume

9.489

8.904

10.028

11.204

8.000

3.204

Omzet* (x €1.000)

€ 773

€ 668

€ 494

€ 890

€ 640

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

100%

100%

100%

95%

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTW

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

95%

 
       

Naamswijziging

      

Tarief

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

 

Volume

2.180

2.519

2.635

2.514

2.400

114

Omzet* (x €1.000)

€ 1.341

€ 1.522

€ 1.552

€ 1.562

€ 1.403

 

Doorlooptijd: % binnen 20 weken

99%

99%

99%

99%

95%

 
       

WWM beroepen

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

127

89

158

139

120

19

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % binnen 26 weken

96%

99%

86%

94%

95%

 
       

WWM ontheffingen

      

Tarief

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

 

Volume

323

366

289

232

360

‒ 128

Omzet* (x €1.000)

€ 22

€ 28

€ 21

€ 18

€ 25

 

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

96%

93%

97%

98%

95%

 
       

BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren)

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

7.931

7.849

9.110

6.797

8.070

‒ 1.273

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 w.

100%

100%

99%

100%

95%

 
       

BOD (Bijzondere opsporingsdienst)

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

304

343

422

661

350

311

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken

100%

100%

99%

100%

95%

 
       

WPBR ondernemingen

      

Tarief

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

 

Volume

767

859

1.027

915

850

65

Omzet* (x €1.000)

€ 355

€ 436

€ 389

€ 431

€ 354

 

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

98%

98%

86%

91%

95%

 
       

WPBR leidinggevenden

      

Tarief

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

 

Volume

964

1.101

1.180

1.052

1.025

27

Omzet* (x €1.000)

€ 70

€ 95

€ 95

€ 84

€ 75

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

96%

94%

78%

89%

95%

 
       

Continue screening

      

Volume3

195.316

225.659

256.816

281.233

235.000

46.233

Omzet overige departementen (x €1.000)

€ 321

€ 391

€ 445

€ 512

€ 328

 
       

Dienst Justis - totaal

      

FTE- totaal (intern personeel)

242

252

284

299

309

 

Saldo baten en lasten in % van totale baten

20%

8%

5%

‒ 7%

0%

 
X Noot
1

omzet is tariefinkomsten van het aantaal betaalde producten

X Noot
2

aantal betaalde aanvragen

X Noot
3

betreft het aantal deelnemers gemeenten

11. Saldibalans

De saldibalans per 31 december 2020 geeft de financiële posten weer die bij de afsluiting van de begrotingsboekhouding aan het einde van 2020 bestonden en meegenomen worden naar volgende begrotingsjaren.

Tabel 114 Saldibalans per 31 december 2020 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (bedragen x € 1.000)

Activa

 

31-12-2020

31-12-2019

 

Passiva

 

31-12-2020

31-12-2019

Intra-comptabele posten

  

Intra-comptabele posten

  

01

Uitgaven ten laste van de begroting

14.382.225

13.662.268

02

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1.243.851

1.645.509

03

Liquide middelen

73

52

    

04

Rekening Courant RHB

  

04a

Rekening Courant RHB

12.278.287

11.297.779

05

Rekening Courant RHB Begrotingsreserve

53.725

12.225

05a

Begrotingsreserves

53.725

12.225

06

Vorderingen buiten begrotingsverband

52.013

42.973

07

Schulden buiten begrotingsverband

912.173

762.004

        

Subtotaal intra-comptabel

14.488.036

13.717.518

Subtotaal intra-comptabel

14.488.036

13.717.518

        

Extra-comptabele posten

  

Extra-comptabele posten

  

09

Openstaande Rechten

11.864

12.789

09a

Tegenrekening openstaande rechten

11.864

12.789

10

Vorderingen

1.450.924

1.422.074

10a

Tegenrekening vorderingen

1.450.924

1.422.074

11a

Tegenrekening schulden

  

11

Schulden

  

12

Voorschotten

2.867.477

2.397.004

12a

Tegenrekening voorschotten

2.867.477

2.397.004

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

2.363.455

2.368.295

13

Garantieverplichtingen

2.363.455

2.368.295

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

1.370.798

1.370.844

14

Andere verplichtingen

1.370.798

1.370.844

        

Subtotaal extra-comptabel

8.064.518

7.571.006

Subtotaal extra-comptabel

8.064.518

7.571.006

        

Overall Totaal

22.552.554

21.288.524

  

22.552.554

21.288.524

Hieronder worden de onderdelen van de saldibalans nader toegelicht. De cijfers die tussen haken achter de tabeltitels staan, verwijzen naar de desbetreffende post op de saldibalans.

Tabel 115 Begrotingsuitgaven (1) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Uitgaven ten laste van de begroting 2020

14.382.225

 

Uitgaven ten laste van de begroting 2019

 

13.662.268

Totaal

14.382.225

13.662.268

Tabel 116 Begrotingsontvangsten (2) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2020

1.243.851

 

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2019

 

1.645.509

Totaal

1.243.851

1.645.509

Onder de post uitgaven en ontvangsten ten laste van de begroting zijn de gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten van het jaar 2020 opgenomen waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Staten-Generaal is goedgekeurd. De toelichtingen op de uitgaven en ontvangen vinden plaats in het Jaarverslag onder de beleidsartikelen en niet beleidsartikelen.

Tabel 117 Liquide middelen (3) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Kas

73

52

Saldo liquide middelen

73

52

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden die aanwezig zijn in de kluizen van de kasbeheerders. De saldi per 31/12/2020 bestaan uit voornamelijk uit de kassen bij de Griffie (€ 53.747) en Dienst Terugkeer & Vertrek (€ 18.090). De kas bij Griffie wordt vooral gebruikt voor de contante betalingen van cliënten voor rechtszaken.

Tabel 118 Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (4 en 4a) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Rekening-courant RHB

12.278.287

11.297.779

Totaal

12.278.287

11.297.779

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met de schatkist van het Rijk geadministreerd weer. Dit saldo sluit aan met het laatst verstuurde saldobiljet van de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het Ministerie van Financiën (MvF).

Tabel 119 Begrotingsreserve (5 en 5a) (bedragen x € 1.000)

Naam begrotingsreserve

Saldo 31-12-2019

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2020

Artikel

Asielreserve

12.225

53.700

12.200

53.725

37

Voor onderbouwing en nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel 37, paragraaf asielreserve.

Tabel 120 Vorderingen buiten begrotingsverband (6) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Terwee

46.611

37.668

Door te belasten uitgaven

1.816

1.907

Salaris- en studievoorschotten

3.586

3.398

Totaal

52.013

42.973

Terwee

Wet Terwee maakt het voor slachtoffers van een misdrijf mogelijk om zich met een vordering tot schadevergoeding te voegen in het strafproces om op die manier een schadevergoeding te krijgen tegen de dader in plaats van een civiele vordering te starten. De stijging ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door de invoering van de USB wetgeving. Hierbij wordt het voorschot niet meer afgedaan nadat vervangende hechtenis/gijzeling is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen. Gevolg is dat het voorschot niet ten laste van de begroting wordt geboekt, maar dat het voorschot open blijft staan totdat de dader is overleden of nadat de nieuwe expiratietermijn is verstreken.

Door te belasten uitgaven

De saldi van de vergelijkende jaren zijn nagenoeg gelijk.

Salaris- en studievoorschotten

Op deze rekeningen worden naast de centrale studievoorschotten JenV breed ook de salarisvoorschotten verantwoord die door de decentrale diensten zijn verstrekt. Het verstrekte voorschot wordt vervolgens op het salaris van de medewerker ingehouden. De lichte stijging wordt veroorzaakt doordat er minder voorschotten worden afgerekend en er anderzijds ook meer voorschotten worden verstrekt.

Tabel 121 Schulden buiten begrotingsverband (7) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Afdracht sociale lasten

135.317

57.434

EU subsidies

50.925

21.920

Door te belasten agentschappen en RvdR via RHB MvF

51.234

36.654

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

203.215

212.227

Af te wikkelen proceskosten

199

195

Strafrechtelijk beslag OM

168.073

132.591

Conservatoir beslag OM

261.332

266.642

Diversen OM

33.415

25.738

Gedeponeerde geldsommen

6.139

6.665

Overig

2.324

1.938

Totaal

912.173

762.004

Af te dragen sociale lasten

Dit betreft de afdrachten aan de belastingdienst, UWV en Loyalis over de maand december 2020. Deze zijn voldaan in januari 2021. De stijging bij de afdracht loonheffing is grotendeels veroorzaakt door de uitbetaling van IKB wat dit jaar voor het eerst geïntroduceerd is.

EU subsidies

De stijging van de EU subsidies ( totaal € 29 mln.) betreffen meerdere DG’s. Ten eerste een stijging bij DG Migratie van € 26,0 mln. Deze stijging betreft toevoegingen vanuit de EU op bestaande fondsen (€ 22,6 mln.) en het starten van nieuwe projecten (€ 3,4 mln.). Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) heeft aanvullende voorschotten voor bestaande projecten (+€ 5.3 mln.). Daarnaast zijn er diverse afrekeningen bij overige EU subsidies.

Door te belasten agentschappen/Raad voor de rechtspraak (via RHB MvF)

Deze financiële rekeningen worden gebruikt om maandelijks de diverse uitgaven met de agentschappen en de Raad voor de rechtspraak af te rekenen met een rijksbetaalstuk door tussenkomst van de RHB.

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

Het saldo betreft voornamelijk ontvangen betalingen op vorderingen die het CJIB voor bestuursorganen onder andere Centraal AdministratieKantoor (CAK) en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid incasseert en nog moet worden doorgestort. De CAK zaken betreffen ongeveer 95% van de inningen voor bestuursorganen. Er is in 2020 een dalende instroom aan CAK zaken.

Af te wikkelen proceskosten Griffie

Deze rekening geeft het saldo weer van de proceskosten die nog met partijen moet worden afgerekend.

Strafrechtelijk- en Conservatoir beslag

Het creditsaldo op deze rekeningen wordt gevormd door de gelden waarop beslag is gelegd. Het verschil tussen boekjaar 2019 en 2020 ontstaat door de variabiliteit van de in beslaggenomen gelden. De beslaglegging op gelden is in 2020 wederom gestegen.

Diversen OM

Bedragen die in het kader van het «vrijlaten op borg-tocht» van een verdachte zijn ontvangen, worden op deze rekening verantwoord. Daarnaast wordt op deze rekening onder meer het saldo beheerd van de van het Ministerie van Financiën ontvangen profijt-rente. Het betreft de rente over de in beslaggenomen gelden waarover door de rechter in de desbetreffende zaak of door het Openbaar Ministerie nog geen beslissing is genomen. De toename is te verklaren doordat de profijtrente over 2019 in 2020 is toegekend.

Gedeponeerde geldsommen

Betreft ontvangsten van partijen in rechtszaken waarvan de rechter een deskundigenonderzoek heeft gelast. De kosten van het deskundigenonderzoek worden hiermee gefinancierd.

Tabel 122 Openstaande Rechten (9 en 9a) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Ontnemingsmaatregelen

9.591

10.653

Schikkingen en transacties

93

98

Profijtrente

2.180

2.038

Totaal

11.864

12.789

De openstaande rechten binnen het Openbaar Ministerie bestaan uit drie categorieën. Namelijk openstaand recht inzake ontnemingsmaatregelen, schikkingen & transacties en profijtrente. Voor 2020 is het aantal zaken waarbij openstaand recht verbandhoudend met geldelijke zaken bestaat opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Van 2021 zal het openstaand recht voor deze zaken in de saldibalans worden opgenomen.

Tabel 123 Vorderingen (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Vorderingen binnen begrotingsverband

1.450.924

1.422.074

Totaal

1.450.924

1.422.074

Tabel 124 Vorderingen onderscheiden naar organisatieonderdeel (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Bestuursdepartement

15.704

10.826

Raad voor de Kinderbescherming

69

178

Openbaar Ministerie

7.643

6.418

JustID

543

813

Griffie

18.253

18.887

CJIB

1.408.527

1.384.952

Schadefonds Geweldsmisdrijven

185

0

Totaal

1.450.924

1.422.074

De vorderingen bij het Bestuursdepartement (BD), Openbaar Ministerie (OM) en CJIB vertonen een stijgende lijn ten opzichte van 2019. Bij BD betreft het een vordering aan Nationale Politie van € 4,5 mln. die per 31.12.2020 nog open staat. De stijging bij OM wordt veroorzaakt door twee geregistreerde posten eind december 2020 van € 5,7 mln. De toename bij het CJIB is voor 4 categorieën te benoemen:

  • WAHV: +4%, instroom is afgenomen als gevolg van de maatregelen inzake de coronacrisis. Daarnaast worden meer betalingsregelingen toegekend, waardoor verhogingen achterwege blijven.

  • Boetevonnissen: ‒ 25%, in 2020 is een correctie toegepast van € 10 mln. i.v.m. het niet meer opnemen van de niet executeerbare vonnissen. Daarnaast is de instroom aanzienlijk afgenomen door de coronamaatregelen.

  • OM–afdoeningen: +15%, de instroom van vorderingen is nagenoeg gelijk gebleven, maar het opgelegde bedrag is toegenomen.

  • Ontnemingsmaatregelen: +1%, Instroom/voorraad is afgenomen in 2020, maar het gemiddeld opgelegde bedrag is toegenomen.

Tabel 125 Vorderingen ingedeeld naar aard (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

Salarisvorderingen op ex-personeel

776

1.066

Sancties in het kader van Wahv

614.249

588.812

Strafrechtelijke boetes

55.699

74.633

OM-afdoeningen

62.824

54.803

Ontnemingsmaatregelen

675.755

666.704

Overige debiteuren

41.621

36.056

Totaal

1.450.924

1.422.074

In de tabel hierboven zijn de vorderingen naar aard verder uitgesplitst. Het grootste bedrag betreft de vorderingen uit wettelijke rechten. De andere vorderingen bestaan uit de salarisvorderingen op ex-personeel en overige debiteuren. Alle vorderingen zijn direct opeisbaar.

Tabel 126 Vorderingen ingedeeld naar categorie (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2020

2019

1. Vorderingen uit wettelijke rechten

1.409.303

1.386.018

2. Vorderingen uit eerder gedane voorwaardelijk uitgaven

0

0

3. Vorderingen uit verkoop of uit dienstverlening

0

0

4. Andere vorderingen

41.621

36.056

Totaal

1.450.924

1.422.074

Tabel 127 Vorderingen ingedeeld naar ouderdom (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

2020

2019

<2017

473.399

576.787

2017

228.004

255.732

2018

147.438

185.646

2019

248.434

403.909

2020

353.649

0

Totaal

1.450.924

1.422.074

Tabel 128 Voorschotten (12 en 12a) (bedragen x €1.000)
 

2020

2019

Voorschotten

2.867.477

2.397.004

Totaal voorschotten

2.867.477

2.397.004

De financiële verhouding met de agentschappen is in 2019 voor de eerste keer als voorschot opgenomen door gewijzigde RBV 2020. Het gaat om de volgende bedragen (met tussenhaakjes het overeenkomstige cijfer van 2019). DJI € 30,2 mln. (2019: € 43,6 mln.), IND € 77,3 mln. (2019: € 18,1 mln.), CJIB € 12,9 mln. (2019: € 13,7 mln.), NFI € 1,8 mln. (2019: € 1,0 mln) en Justis € 4,6 mln (2019: € 5,3 mln.).

Tabel 129 Voorschotten ingedeeld naar ouderdom (12 en 12a) (bedragen x €1.000)

Ontstaansjaar

Eindstand 2019

Verstrekt 2020

Afgerekend 2020

Eindstand 2020

2011

1.140

1.140

2012

374

374

2013

553

553

2014

8.273

8.158

115

2015

3.094

2.004

1.090

2016

8.322

6.299

2.023

2017

38.695

33.646

5.049

2018

224.360

188.202

36.158

2019

2.099.705

1.769.852

329.853

2020

2.490.588

1.207

2.489.381

Subtotaal

2.384.516

2.490.588

2.009.368

2.865.736

     

Voorschotten buiten begrotingsverband 2016

5.837

5.837

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2017

6.651

6.651

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2018

Voorschotten buiten begrotingsverband 2019

Voorschotten buiten begrotingsverband 2020

1.741

1.741

Subtotaal

12.488

1.741

12.488

1.741

     

Eindtotaal

2.397.004

2.492.329

2.021.856

2.867.477

Tabel 130 Voorschotten ingedeeld naar artikel (12 en 12a) (bedragen x €1.000)
 

2020

2019

31 Politie

746.648

616.696

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

545.440

457.653

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

140.885

94.094

34 Straffen en beschermen

365.853

346.394

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

115.280

20.315

37 Migratie

822.161

764.374

91 Apparaat kerndepartement

96

114

93 Geheim

2.505

3.005

Subtotaal

2.738.868

2.302.645

   

Voorschotten buiten begrotingsverband 2016

0

5.837

Voorschotten buiten begrotingsverband 2017

0

6.651

Voorschotten buiten begrotingsverband 2018

0

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2019

0

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2020

1.741

0

Voorschotten agentschappen

126.868

81.871

Subtotaal

128.609

94.359

   

Totaal openstaande voorschotten per artikel

2.867.477

2.397.004

De verschillen van de openstaande voorschotten per artikel tussen de twee vergelijkende jaren worden hieronder toegelicht:

  • Artikel 31: De stijging van de openstaande voorschotten op artikel 31 (€ 130 mln.) wordt veroorzaakt door een stijging van verstrekte voorschotten aan de Nationale Politie van € 135 mln. en daling van € 7 mln. bij de telecomproviders.

  • Artikel 32: Op dit artikel is er een stijging van € 88 mln.: veroorzaakt door stijgingen bij Raad voor Rechtsbijstand (€ 15 mln.), bij Bureau Financieel toezicht van € 2 mln., bij Autoriteit Persoonsgegevens (€ 3 mln.) en bij het Juridisch Loket (€ 30 mln.) Daarnaast was er de overdracht van het Stab Dossier van € 36 mln.

  • Artikel 33: De toename van de voorschotten op artikel 33 (€ 46 mln.) is gerelateerd aan een aantal subsidieprojecten, te weten Versterkingsplan RIEC / ondermijning (€ 40,0 mln.)., Rups II (€ 3 mln.) versterking cybergelden (€ 6 mln.).

  • Artikel 34: De toename van de voorschotten op artikel 34 (€ 19 mln.) heeft meerdere factoren. Stijgingen bij Reclassering Nederland (€ 6 mln.), Stg. Verslavingsreclassering GGZ, (€ 2 mln.) , Slachtofferhulp Nederland (€ 5 mln.) GGZ Nederland (€ 1 mln.), Rijksdienst Caribisch Nederland (€ 2 mln.), LBIO (€ 1 mln.) en Kansspelautoriteit (€ 1 mln.).

  • Artikel 36: De stijging op artikel (€ 95 mln.) heeft meerdere oorzaken. Grotendeels is dat het verstrekte voorschot aan Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) voor noodvoorraad beschermingsmiddelen van € 69 mln. Verdere stijgingen bij IFV (€ 4 mln.), Onderzoekraad voor Veiligheid (€ 16 mln.), Gemeente Den Haag (€ 1 mln.) en Stichting Prins Bernhardfonds (€ 1 mln.),

  • Artikel 37: De stijging van de voorschotten op artikel 37 (€ 58 mln.) is veroorzaakt door een stijging van verstrekte voorschotten aan het COA van € 64 mln., Schiphol Nederland (€ 2 mln.), IOM (€ 6 mln.), en een daling bij Stg. Nidos van € 20 mln. Tevens een bijdrage voor optimalisering vreemdelingenketen in Curacao (+ € 2 mln.) en operations bullseye (€ 2,5 mln.).

  • De voorschotten buiten begrotingsverband zijn met € 10 mln afgenomen door afrekeningen op EU subsidies, die hiermee parallel lopen.

Tabel 131 Garantieverplichtingen (13 en 13a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2020

2019

Garantieverplichtingen

2.363.455

2.368.295

Totaal

2.363.455

2.368.295

Tabel 132 Andere verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2020

2019

Andere verplichtingen

1.370.798

1.370.844

Totaal

1.370.798

1.370.844

Tabel 133 Verloopstaat verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Andere verplichtingen per artikel

Stand per 31-12-2019

Aangegaan in 2020

Negatieve bijstelling 2020

Tot betaling gekomen in 2020

Stand per 31-12-2020

31 Politie

10.914

6.656.094

1.056

6.494.297

171.655

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

466.786

1.687.783

8.699

1.630.354

515.516

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

128.124

862.044

6.128

895.192

88.848

34 Straffen en Beschermen

338.153

2.820.681

9.313

3.050.436

99.085

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

225.113

351.595

1.858

337.347

237.503

37 Migratie

114.068

1.462.840

3.001

1.455.848

118.059

91 Apparaat kerndepartement

84.313

584.928

20.776

515.502

132.964

93 Geheim

0

3.249

 

3.249

0

      

Subtotaal

1.367.471

14.429.214

50.831

14.382.225

1.363.629

      

Verplichtingen buiten begrotingsverband

3.373

7.129

0

3.333

7.169

      

Eindtotaal

1.370.844

14.436.343

50.831

14.385.558

1.370.798

De stand van het subtotaal van de openstaande verplichting is gedaald met € 4 mln. ten opzichte van 2019. Hieronder volgen de toelichtingen van de belangrijkste verschillen:

  • Artikel 31: Stijging met € 161 mln. Dit is veroorzaakt door de uitkering van de vroegpensioenregeling bij politie 2021 van € 134 mln. Tevens stijgingen bij Stichting Misdaad anoniem (€ 9 mln.), Vodafone (€ 5 mln.) en KPN (€6 mln.) en T Mobile ( € 4 mln.)

  • Artikel 32: De stijging van € 49 mln. heeft meerdere oorzaken: bij Autoriteit Persoonsgegevens (€ 4 mln.), de Raad voor de Rechtsbijstand voor 2021 (€ 44 mln.) en bij Bureau Financieel Toezicht (€ 1 mln.)

  • Artikel 33: Daling met € 40 mln. Dit is gerelateerd aan twee trajecten, t.w. ondermijning (€ 22 mln.) en Rups II (€ 4 mln.) Eveneens dalingen bij Capgemini (€ 11 mln.), DUO (€ 1 mln.).

  • Artikel 34: Daling met € 239 mln.: Reclassering Nederland (- € 152 mln.), Stichting Verslavingsreclassering GGZ (- €75 mln.), Leger des Heils (- € 22 mln.), Brink’s Solutions (- € 2 mln.) Slachtofferhulp Nederland (+ € 1 mln.), Ordina (+ € 12 mln.)

  • Artikel 36: Stijging met € 12 mln.: er zijn stijgingen door kwartaalbetalingen aan de Veiligheidsregio’s (€ 2 mln.), IFV (€ 2 mln.) en de Onderzoeksraad voor veiligheid (€ 2 mln.). Tevens stijging voor versterkingsgelden met € 5 mln.

  • Artikel 37: Stijging met € 4 mln. op dit artikel: een daling bij Stg. Nidos (€ 10 mln.) en een stijging bij DV&O (€ 10 mln.) en VKC van ( € 5 mln.)

Artikel 91: Stijging met € 48 mln. De verplichtingen voor Software One (€ 29 mln.), Cendris (€ 2 mln.), Ministerie van Buitenlandse Zaken (€ 4 mln.), Ceasar Accounts (€ 3 mln.), Uitvoeringsorganisatie bedrijfsvoering Rijk (€ 3 mln.), Comparex (€ 1 mln.) zijn de grootste veroorzakers van de stijging op dit artikel.

Tabel 134 Niet Uit De Balans Blijkende Verplichtingen (x € 1 mln.)

Omschrijving

(Inschatting)Bedrag

Raad voor de Rechtsbijstand

189,6

Raad voor de rechtspraak vakantiegelden

21,1

Rijkshuisvesting voor specialties

nnb

De Raad voor Rechtsbijstand had ultimo 2019 een vordering van € 189.634.831 op het Ministerie van JenV die samenhangt met de verplichting in haar balans voor het deel van de afgegeven toevoegingen dat nog niet is vastgesteld. (Bron: Raad voor Rechtsbijstand Jaarrekening 2019). Het cijfer per ultimo 2020 is nog niet beschikbaar.

Raad voor de rechtspraak vakantiegelden

De Raad voor de rechtspraak heeft sinds het boekjaar 2005 een vordering op het Ministerie inzake de financiering van de te betalen vakantiegelden en sociale lasten. Bij het inwerking treden van het baten-lastenstelsel per 1 januari 2005 is overeengekomen dat ter financiering van deze verplichting op de openingsbalans van de RvdR een separate vordering wordt opgenomen en er door het Ministerie van JenV geen aflossing op deze vordering zal plaatsvinden. Het betreft hier louter een boekhoudkundige vordering. De vordering bedraagt € 21,1 mln.

Rijkshuisvestingsstelsel voor specialties

In het kader van het rijkshuisvestingsstelsel worden alle kantoorlocaties en specialties (locaties specifiek voor bepaald proces) in de balans van het Rijksvastgoedbedrijf opgenomen. Voor de specialties geldt echter dat wanneer een actief wordt afgestoten of wanneer er schade wordt geleden een eventueel verlies voor rekening komt van het Ministerie dat op een eerder moment gevraagd heeft om het actief te realiseren. Ingeval van een voordeel is het ook het Ministerie dat het pand in gebruik heeft dat hiervan geniet en niet het Rijksvastgoedbedrijf.

In geval van DJI gaat het bij de specialties om de justitiële inrichtingen. Er bestaan naast de situaties die in de balans zijn verwerkt geen voornemens tot afstoten.

Ingeval van het NFI gaat het om het pand aan de Laan van Ypenburg in Den Haag. Er bestaan echter geen voornemens om dit pand af te stoten.

Ingeval van het OM gaat het om een aantal locaties die een specifieke rol vervullen in het primair proces en daarom een zwaardere afscherming vereisen. Er bestaan geen voornemens om het aantal locaties terug te brengen.

Juridische claim KBvG en diverse gerechtsdeurwaarders(kantoren)

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en diverse gerechtsdeurwaarders(kantoren) hebben een procedure aangespannen jegens de Staat in verband met door hen vermeend geleden schade als gevolg van de indexering van de tarieven voor ambtshandelingen («schuldenaarstarieven») gedurende 2013 tot 2016.

Gebeurtenis na balansdatum

Op 18 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane de kamer geïnformeerd over de gewenste aanpak van het schuldenproblematiek voor gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslag affaire.

Een van de maatregelen die wordt getroffen is het kwijtschelden van openstaande schulden die gedupeerde ouders hebben bij publieke schuldeisers. Dit besluit heeft een effect op de stand van de vorderingen van JenV per 31/12/2020. Wat de omvang is van het effect is vooralsnog niet in te bepalen.

12. WNT-Verantwoording 2020 Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)

Op www.topinkomens.nl vindt u het geldend normenkader voor 2020: de Wet normering topinkomens (WNT), het Uitvoeringsbesluit WNT, de Uitvoeringsregeling WNT, QenA’s en een overzicht van de geldende bezoldigingsmaxima. Tevens is een verantwoordingsmodel opgenomen, waarin gedetailleerd is uitgewerkt op welke wijze de WNT-verantwoording kan worden opgesteld en ingevuld.

De geldende wet- en regelgeving is leidend.

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Echter, niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2020 € 201.000.

Tabel 135 Bezoldiging topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris1

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2019)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd;> 12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Totale bezoldiging in 2019 (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

Motivering (indien overschrijding)2

Nationaal Rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen

Dhr. H.J. Bolhaar

Directeur

  

1 (1)

Nee

175.276 (172.670)

22.184 (21.055)

197.461 (193.725)

201.000

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Mevr. M.F.M. de Groot

Directeur

  

1 (1)

Nee

122.818 (113.775)

20.239 (19.749)

143.058 (133.524)

201.000

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. mr. L.C.P. Goossens

Voorzitter

  

0,17 (0,13)

Nee

22.274 (13.373)

0 (0)

22.274 (13.373)

34.354

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. mr. F.J. Beerling

commissielid

  

0,06 (0,06)

Nee

5.951 (5.368)

0 (0)

5.951 (5.368)

11.139

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Mevr. mr. J.R. Dierx

commissielid

  

0,04 (0,08)

Nee

4.721 (6.583)

0 (0)

4.721 (6.583)

8.710

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. mr. R.R. Knobbout

commissielid

  

0,05 (0.07)

Nee

5.045 (5.484)

0 (0)

5.045 (5.484)

9.631

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. prof. mr. S.D. Lindenbergh

commissielid

 

14-6-2020

0,05 (0.11)

> 12 maanden

3.488 (13.392)

0 (0)

3.488 (13.392)

10.184

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. prof. mr. S.D. Lindenbergh

commissielid

  

0.11

> 12 maanden

13.392

0

13.392

20.467

Correctie 2019

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. prof. dr. C.H.C.J. van Nijnatten

commissielid

  

0,07 (0.06)

Nee

6.987 (4.741)

0 (0)

6.987 (4.741)

13.149

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Mevr. prof. dr. M. Olff

commissielid

  

0,06 (0,06)

Nee

6.138 (5.158)

0 (0)

6.138 (5.158)

11.646

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Mevr. mr. A.I. van Strien

commissielid

  

0,08 (0,08)

Nee

9.657 (6.061)

0 (0)

9.657 (6.061)

16.800

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Dhr. mr. O.P.G. Vos

commissielid

  

0,05 (0,06)

Nee

5.704 (4.798)

0 (0)

5.704 (4.798)

10.804

 

Schadefonds gewelds- misdrijven

Mevr. mr. drs. E.A.M. Govers

commissielid

  

0,05 (0,05)

Nee

5.221 (4.077)

0 (0)

5.221 (4.077)

9.966

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. L.H. Dekker

Directeur

  

1 (1)

Nee

116.170 (107.802)

19.528 (18.468)

135.698 (126.270)

201.000

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. A.C.J. van Dooijeweert

Voorzitter

  

1 (1)

Nee

144.764 (140.215)

20.918 (20.135)

165.682 (160.350)

201.000

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. dr. J.P. Loof

Ondervoor-zitter

  

0,8 (0,8)

Nee

97.315 (97.216)

16.190 (16.017)

113.505 (113.233)

160.800

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. dr. mr. Q.A.M. Eijkman

Ondervoor-zitter

  

0,69 (0,69)

Nee

84.930 (82.373)

14.053 (13.558)

98.984 (95.932)

139.583

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. G.M. Lieuw

Collegelid

  

0,65 (0,65)

Nee

71.720 (69.596)

12.684 (12.004)

84.404 (81.600)

130.650

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. M. Chebti LLM

Collegelid

  

0,65 (0,65)

Nee

71.720 (69.596)

12.684 (12.004)

84.404 (81.600)

130.650

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. dr. mr. drs. N.M.C.P. Jägers

Collegelid

  

0,4 (0,4)

Nee

45.408 (42.638)

7.806 (7.387)

53.214 (50.025)

80.400

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. prof. dr. B. Böhler

Collegelid

  

0,4 (0,4)

Nee

44.799 (30.659)

7.769 (5.540)

52.568 (36.199)

80.400

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. dr. H.J.T.M. Swaanenburg - van Roosmalen

Collegelid

  

0,65 (0,65)

Nee

71.998 (43.310)

12.624 (8.003)

84.623 (51.313)

130.650

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. prof. dr. Y.M. Donders

Collegelid

  

0,4 (0,4)

Nee

44.562 (20.169)

7.769 (3.777)

52.331 (23.946)

80.400

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. dr. J. Morijn

Collegelid

  

0,65 (0,65)

Nee

71.720 (39.739)

12.624 (7.002)

84.344 (46.742)

130.650

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. drs. M.M.A. Smithuis

Directeur

  

1(1)

Nee

115.259 (104.440)

19.528 (18.468)

134.786 (122.907)

201.000

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

mr. drs. F.A.M. Bakker

Voorzitter

  

0,2 (0,2)

> 12 maanden

31.223 (30.955)

0 (0)

31.223 (30.955)

40.200

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. C.J. Heijsman

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

11.062 (10.631)

0 (0)

11.062 (10.631)

20.100

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. dr. ir. J. Henseler

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

11.062 (10.631)

0 (0)

11.062 (10.631)

20.100

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. prof. dr. J.W. Hummelen

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

11.062 (10.631)

0 (0)

11.062 (10.631)

20.100

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. J.A.W. Knoester

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

11.062 (10.631)

0 (0)

11.062 (10.631)

20.100

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. J. de Keijser

Collegelid

  

0,1 (0,1)

> 12 maanden

3.687 (10.631)

0 (0)

3.687 (10.631)

20.100

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. drs. R.L.H. van Tooren **

Collegelid

         

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. B.W.J. Steensma MPA **

Collegelid

         

College van Toezicht Auteurs- rechten

Dhr. dr. V.L. Eiff

Directeur

 

01-03-2020

1 (1)

Nee

33.207 (142.208)

0 (0)

33.207 (142.208)

32.402

Overschrijding in verband met eindafrekening van het ontslag, waarbij de componenten toe te rekenen zijn aan vorig jaar

College van Toezicht Auteurs- rechten

Mw. A.G.J. van Ouwerkerk

Wnd. Directeur

01-01-2020

 

1

Nee

122.439

0

122.439

201.000

 

College van Toezicht Auteurs- rechten

Dhr. A.J. Koppejan

Voorzitter

  

0,4 (0,4)

Nee

55.845 (54.117)

0 (0)

55.845 (54.117)

80.400

 

College van Toezicht Auteurs- rechten

Mw. N.C.G. Loonen - van Es

Collegelid

  

0,2 (0,2)

Nee

27.977 (27.059)

0 (0)

27.977 (27.059)

40.200

 

College van Toezicht Auteurs- rechten

Dhr. M.R. de Zwaan

Collegelid

  

0,3 (0,3)

Nee

41.883 (40.588)

0 (0)

41.883 (40.588)

60.300

 
X Noot
1

Voor topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder wordt met ingang van de WNT-verantwoording over 2017 volstaan met de naam en functie van de topfunctionaris. Deze topfunctionarissen worden gemarkeerd met **) achter de naam. De overige kolommen van de tabel blijven leeg en worden uitgevlakt.)

X Noot
2

Als er sprake is van een overschrijding die niet beschermd wordt door het overgangsrecht moet een vordering ingesteld worden op de topfunctionaris vanwege onverschuldigde betaling. Dit is in deze kolom gemarkeerd met een *

Tabel 136 Bezoldiging topfunctionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd, maar die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar worden aangemerkt als topfunctionaris

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Laatste functie

Datum beëindiging dienstverband

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 mnd; > 12 mnd)

Betaalde uitkeringen in 2020

Individueel toepasselijke maximale ontslaguitkering

Motivering (indien overschrijding)

College van Toezicht Auteurs- rechten

Dhr. dr. V.L. Eiff

directeur

01-03-2020

Nee

65.491

75.000

 

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Overzichtstabel inzake RWT's en ZBO's

Tabel 137 Bijlage toezichtrelaties Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (bedragen x € 1.000)1
 

Naam organisatie

Begrote bijdrage moeder- departement

Gerealiseerde bijdrage moeder- departement

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonder- heden

1

Nationale politie

6.003.844

6.232.513

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

2

Politieacademie (PA)

2.929

3.009

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

3

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

26.420

30.888

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

4

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

7.467

7.883

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

5

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

18.535

23.826

363

363

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

6

College voor de Rechten van de mens (CRM)

7.248

8.215

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

7

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

720

1.011

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

8

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.746

1.925

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

9

Raad voor de rechtshandhaving

300

287

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

10

Reclasseringsorganisaties (cluster):

     
 

- Stichting Reclassering Nederland (SRN);

148.276

158.156

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 
 

- Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering;

23.573

22.892

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 
 

- Stichting Verslavingszorg GGZ

73.183

77.032

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

11

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

6.877

8.890

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

12

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

34.009

40.248

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

13

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

1.821

3.066

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

14

Stichting HALT

11.975

12.644

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

15

Particuliere Jeugdinrichtingen

56.805

58.998

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

16

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

28.847

102.764

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

17

Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

12.880

16.045

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

18

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

606.348

758.808

14.217

14.215

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

19

Stichting Nidos

88.452

71.361

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

20

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

21

Notarissen (cluster)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

22

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

23

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

24

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 
X Noot
1

De bijdragen van de overige departementen is opgesteld aan de hand van de door de overige ministeries geplaatste gegevens d.d.08 maart 2021 in de samenwerkingsruimte

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Tabel 138 Artikel 31 - Politie

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Evaluatie inrichting van politiekorps en brandweerkorps BES-eilanden

2015

 

Evaluatie Fysieke Vaardighedentoets

2017

3. Overig onderzoek

 

Evaluatie invoering Nationale Politie; onderdeel Oost-Nederland

2015

 

Commissie Evaluatie Politiewet 2012; Evaluatie invoering nationale politie, vijf deelonderzoeken:

 
 

A. Rechtspersoonlijkheid, de aanwijzingsbevoegdheid en de positionering korpschef

2017

 

B. Prestaties van de politie

2017

 

C. HRM, cultuur, organisatie en bedrijfsvoering

2017

 

D. Samenwerking & bestuurlijke governance

2017

 

E. Quick scan onderzoeksliteratuur sinds reorganisatie 1993

2017

 

Vervolgevaluatie maatregelenpakket sociale veiligheid op en rond spoor

2017

 

Politie en verwarde personen

niet doorgegaan

 

Pilot Real Time Monitor Onveiligheidsgevoel / Maatschappelijk Onbehagen

2019

 

Onderzoek letsel en doodsoorzaak bij dieren t.b.v. de publiekrechtelijke handhaving

2019

 

Onderzoek naar de gevolgen voor het politiewerk van de toegenomen mobiliteit en de veranderende criminaliteit

2019

 

Verkenning versnippering politiefunctie

2019

 

Gebruik van speekseltester door de politie

20191

 

Evaluatie kwaliteitsimpuls politieonderwijs Cariben

2020

 

Monitor vertrouwen in de politie

2020

X Noot
1

Dit onderzoek is uitgelopen door veranderingen in procedures bij de politie (gestart in 2017)

Tabel 139 Artikel 32 - Rechtspleging en rechtsbijstand

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Beleidsmonitor anti-witwassen

2015

 

Evaluatie Awb bevoegdheid om gebreken te passeren en relativiteitsvereiste

2015

 

Evaluatie doelmatigheid consensusrijkswetgeving van JenV t.b.v. koninkrijksdelen

2015

 

Evaluatie griffierechten

2016

 

Evaluatie transgenderwet

2016

 

Evaluatie toepassing van het supersnelrecht

2016

 

Evaluatie afroming koerswinst bij overnamesituaties

2016

 

Evaluatie van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties

2016

 

Evaluatie Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap

2018

 

Effectmeting Garantstellingsregeling curatoren 2012 (GSR)

2019

 

Evaluatie Wet tegengaan huwelijksdwang

2019

 

Evaluatie Advocatenwet

2020

 

Evaluatieonderzoek Wet auteurscontractenrecht

2020

3. Overig onderzoek

 

Gebruik, waardering en effect van internetconsultatie

2016

 

Werking van de nieuwe bepalingen uit de Wet bestuur en toezicht

2017

 

Evaluatie instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen

2017

 

Evaluatie Herziening Gerechtelijke Kaart, twee deelonderzoeken:

 
 

A. Schaalgrootte rechtspraak in eerste aanleg

2017

 

B. De rechter op afstand

2017

 

Puntentoekenning rechtsbijstand

2017

 

Evaluatie Bureau Financieel Toezicht

2018

 

Lange termijn monitor raadsman bij politieverhoor

2018

 

Tweede evaluatie Wet afgeschermde getuigen

2018

 

Evaluatie Wet hervorming herziening ten voordele

2018

 

De doeltreffendheid en de effecten van de Wet aanpassing enquêterecht in de praktijk

2018

 

Evaluatie geschillencommissie SGC

2018

 

Evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens BES

2019

 

Effecten van verkeershandhaving op kosten

2019

 

Discriminatie als strafverzwarende omstandigheid bij strafbare feiten:

 
 

A. Rechtsvergelijking

2020

 

B. Cijfers en praktijkervaringen

2020

 

Evaluatie Wet uitbreiding gronden voor voorlopige hechtenis

2020

 

Videoconferentie in internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

2020

 

Positie minderjarige civielrecht

2020

 

Contact-, omgangs- en informatierecht van grootouders en het belang van hun kleinkinderen

2020

 

Rechtswaarborgen in het bestuursrecht

2020

 

Evaluatie doelmatigheid en doeltreffendheid College gerechtelijk deskundigen

2020

 

Onderlinge privacy bescherming in het buitenland

2020

 

Waarborgen tegen privacyrisico’s hobbydrones & spionageproducten

2020

 

Geschilbeslechtingsdelta burgers 2019

2020

 

Bevorderen van betalingsregelingen tussen schuldeiser en schuldenaar

2020

Tabel 140 Artikel 33 - Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Evaluatie Vervolgpilot samenwerking POB, OM en Politie 2015

2015

 

Evaluatieonderzoek structurele regeling gratis VOG voor vrijwilligers

2016

 

Effectmeting ZSM

2016

 

Monitor coffeeshops: aantallen en gemeentelijk beleid

2017

 

Evaluatie wetsvoorstel verwantschapsonderzoek

2018

 

Monitoring van het coffeeshopbeleid

2018

 

Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

2020

 

Evaluatie toezicht bij overvallers

2020

3. Overig onderzoek

 

Landelijke rapportage over effecten coffeeshopbeleid

2015

 

Monitor coffeeshops: aantallen en gemeentelijk beleid

2015

 

Monitor coffeeshops: aantallen en gemeentelijk beleid 2013–2014

2015

 

Evaluatie aangifte onder nummer

2015

 

Systematiek en doorwerking professionalisering van BOA’s in domein 2

2015

 

Het houden van dieren als bijzondere voorwaarde

2015

 

Nulmeting/Evaluatie Modernisering Kansspelbeleid (deel 1)

2015

 

Procesevaluatie recidiveregeling ernstige verkeersdelicten

2015

 

Maatregelen Programma Opsporing en Vervolging nader onderzocht

2015

 

Doorontwikkeling Veiligheidshuizen

2016

 

Gedragsaanwijzing huurrecht en woonoverlast

2016

 

Evaluatie pilot Bestuurlijke Informatie Overvallen en Straat-roven (BIOS)

2016

 

Beleidsexperiment gedragswetenschappen lokale veiligheid

2016

 

Evaluatie convenant samenwerking dierenhandhaving en dierenhulpverlening

2016

 

Evaluatie kansspelautoriteit

2017

 

Monitor coffeeshopbeleid 2016 (Deel A); landelijk representatief beeld

2017

 

Verbetering aanpak rijden onder invloed van drugs

2017

 

Beleidsmonitor anti-witwasbeleid 2; deelproject 2 NRA 2013 t/m 2016

2018

 

Beleidsmonitor bestrijden TF; deelproject 3 NRA

2018

 

Evaluatie Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V)

2019

 

Monitoring van het coffeeshopbeleid 2017

2018

 

Evaluatie Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA)

2019

 

Monitor liquidaties in Nederland 2018

20191

 

Coffeeshops in Nederland 2018

2019

 

Evaluatie van Evaluatie- en uitbreidingswet Bibob

2020

 

Aard en omvang cybercrime

2020

 

Monitor liquidaties in Nederland 2019

2020

 

Monitor Wet ANPR

2020

 

Monitor ontwikkelingen coffeeshopbeleid Meting 2018

2020

X Noot
1

Eerste afgeronde deelproject in de monitor liquidaties in Nederland. Alle deelprojecten staan in het overzicht in Bijlage 5. Overzicht evaluaties en overige onderzoeken in Begroting J&V 2020.

Tabel 141 Artikel 34 - Straffen en Beschermen

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Actualisering recidivemeting sancties 2014

2015

 

Voorbereiding effectevaluatie invoering gewijzigde kinderbeschermingswetgeving

2015

 

Recidive-ontwikkeling van tijdelijk uithuisgeplaatste daders van huiselijk geweld in 2011

2015

 

Actualisering recidivemeting Justitiële Jeugdinrichting (JJI)

2015

 

Actualisering recidivemeting Gevangeniswezen

2015

 

Actualisering recidivemeting reclassering

2015

 

Actualisering recidivemeting TBS

2015

 

Actualisering Recidive huiselijk geweld

2015

 

Actualisering recidivemeting TBS 2013

2015

 

Evaluatie één-op-één bezoeksgesprekken van vrijwilligers organisaties

2015

 

Vergelijkend recidiveonderzoek CoVa

2015

 

Pilots Zelfredzaamheid bij gedetineerden

2015

 

Maatschappelijk herstel

2016

 

Actualisering recidivemeting sancties

2016

 

Actualisering recidivemeting Justitiële Jeugdinrichting (JJI)

2016

 

Actualisering recidivemeting Gevangeniswezen

2016

 

Actualisering recidivemeting reclassering

2016

 

Evaluatie Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden

2016

 

Evaluatie toezicht en handhaving van de vergunde en illegale prostitutiebranche

2016

 

Actualisering recidivemeting educatieve maatregelen voor verkeersovertreders

2017

 

Evaluatie financiële regelingen slachtoffers seksueel misbruik in de jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen

2017

 

Actualisering recidivemeting, twee deelonderzoeken:

 
 

A. Reclassering

2017

 

B. Gevangeniswezen 2016

2017

 

Evaluatie Wet Justitiële Voorwaarden

2018

 

Evaluatie WETS

2018

 

Evaluatie pilots leefklimaat

20191

 

Procesevaluatie pilots ISD voor jovo-zavp

2018

 

Evaluatiewet conservatoir beslag

2018

 

Evaluatie Wet wijziging taakstraffen

2018

 

Evaluatie Wet Langdurig Toezicht; plan van aanpak:

2020

 

A Analyse van de beleidstheorie

2020

 

B Onderzoeksprogramma

2020

 

Het innen van verkeersboetes - kosten, effectiviteit en neveneffecten

2020

3. Overig onderzoek

 

De effecten, kosten en baten van herstelbemiddeling (1e rapport resultaten)

2015

 

De effecten, kosten en baten van herstelbemiddeling (2e rapport lange termijnresultaten)

2015

 

Haalbaarheidsonderzoek effectmeting VOG voor natuurlijke personen

2016

 

Procesevaluatie «kies voor verandering»-training

2016

 

Nulmeting Evaluatie Modernisering Kansspelbeleid (deel 2)

2016

 

Schadeverhaal door civiele voeging in het strafproces

2016

 

Procesevaluatie Gedragsbeïnvloedende Maatregel (GBM)

2016

 

Procesevaluatie SoCool

2016

 

Procesevaluatie Respect Limits

2016

 

Procesevaluatie kwaliteitsverbetering werkstraffen

 
 

Evaluatie van de inzet van (familie)netwerkberaad / Eigen Kracht conferenties (EKc) in jeugdbescherming

2017

 

Tweede slachtoffermonitor

2017

 

Evaluatie Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) recidivedeel

2017

 

Haalbaarheidsstudie jongvolwassen zeer actieve veelplegers en de ISD-maatregel

2017

 

Evaluatie pilot SCIL LVB (licht verstandelijke beperking)

2017

 

Evaluatie invoering wet Middelentesten bij geweldplegers in startgebieden

2017

 

Training Mindfulness Based Stress Reduction (MBSR) in detentie

2017

 

Procesevaluatie voor training agressiecontrole regulier

2018

 

Procesevaluatie voor training agressiecontrole plus

2018

 

Evaluatie voorschotregeling schadevergoedingsmaatregelen

2018

 

Evaluatie beginnersregeling

2018

 

Verscherpt toezicht minderjarige HIC plegers

2018

 

Effectmeting Educatief programma Jongeren (EPJO)

2018

 

Evaluatie pilot alcoholmeter

2018

 

Evaluatie weigerafdeling PBC

2018

 

Evaluatie Regeling Uitstapprogramma Prostituees II

2018

 

Positie van de slachtofferadvocatuur

2018

 

Procesevaluatie pilot Halt

2018

 

Procesevaluatie Wet adolescentenstrafrecht

2018

 

Tussenevaluatie herziening kinderbeschermingsmaatregelen; 1-meting)

2018

 

Internationale vergelijking Adolescentenstrafrecht

2019

 

Haalbaarheidstudie recidivemetingen adolescenten

2019

 

Evaluatie Regeling Uitstapprogramma Prostituees II

2019

 

Evaluatie vragenset slachtoffermonitor

2019

 

Evaluatie pilot oordeel mogelijke slachtoffers van mensenhandel

2019

 

Proces- en effectevaluatie weigerafdeling PBC

2019

 

Effectonderzoek naar de maatregel Inrichting Stelselmatige Daders; ISD maatregel

2019

 

Evaluatie pilots leefklimaat

2019

 

Onvoltooide ontwikkeling binnen de toepassing van het adolescentenstrafrecht

2020

 

Bescherming van minderjarige slachtoffers

2020

 

Aanpak openstaande vrijheidsstraffen in de EU

2020

 

Monitor jeugdstrafrecht Caribisch Nederland

2020

 

Recidivemeting forensische zorg uitstroom 2015

2020

 

Module stressmeting bij onderzoek pilot-maatregelen leefklimaat

2020

 

Bestuurlijke boetes en de VOG

2020

 

Omgangsregeling tussen ouders na scheiding

2020

 

Monitor huiselijk geweld en seksueel geweld (1e meting)

2020

 

Toepassing draagkrachtbeginsel bij (cumulatief) op te leggen geldboetes

2020

 

Onderzoek Taakstrafverbod; praktijk en jurisprudentie bij openlijke geweldpleging tegen functionarissen met een publieke taak

2020

 

Onderzoek voorziening voor verzoeken tot snelle verwijdering van onrechtmatige online content

2020

X Noot
1

De einddatum van het onderzoek is herzien. Het zal in het voorjaar 2019 worden afgerond met deelonderzoek Module stressmeting bij onderzoek pilot-maatregelen leefklimaat

Tabel 142 Artikel 35 - Jeugd

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

3. Overig onderzoek

 

Evaluatie van de inzet van (familie)netwerkberaad / Eigen Kracht conferenties (Ekc) in jeugdbescherming

2015

 

Implementatie nieuwe methode Voogdij

2015

 

Effectevaluatie van de gedragsinterventie Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC)

2015

 

Procesevaluatie Handleiding Strafrechtelijke aanpak Schoolverzuim

2015

 

Procesevaluatie Stay-a-way ; t.b.v. criterium 10 erkennings-commissie gedragsinterventies

2015

 

Researchsyntheses van internationale literatuur ; onderdeel PIJ onderzoeksprogrammering

2015

Tabel 143 Artikel 36 - Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Evaluatie crisisbeheersingsorganisatie vlucht MH17

2015

3. Overig onderzoek

 

Evaluatie Nationale Contraterrorisme Strategie 2011–2015

2016

 

National Risk Assessment (NRA): Witwassen 1

2017

 

National Risk Assessment (NRA): Terrorismefinanciering 1

2017

 

National Risk Assessment BES eilanden; deelproject 7 NRA

2018

 

Inventarisatie van evaluatie contraterrorismebeleid in Europa

2018

 

Evaluatie van (het gebruik van) de provinciale risicokaart

2019

 

State of the art cybersecurity

2019

 

State of the art crisisbeheersing

2019

 

State of the art contraterrorisme en extremisme

2019

 

Monitor gebruik Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

2019

 

National Risk Assessment (NRA) witwassen 2; Deelproject 8 NRA

2020

 

National Risk Assessment Terrorismefinanciering 2; Deelproject 9 NRA

2020

 

Versterking en inbedding van het contraterrorismenetwerk

2020

 

Evaluatie Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding

2020

 

Buitenlandse financiering van religieuze organisaties

2020

 

Monitor onvrede en angst migratiestromen

2020

 

Verkenning brede evaluatie Nederlandse Cybersecurity Agenda (NSCA)

2020

 

Evaluatie wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid

2020

Tabel 144 Artikel 37 - Migratie

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Evaluatie Wet Toelating en Uitzetting BES

2018

 

Evaluatie Wet modern migratiebeleid

2019

3. Overig onderzoek

 

Invloed van activering op de gezondheid en terugkeerbe-reidheid van bewoners van terugkeer-locaties, in het bijzonder gezinnen met minderjarige kinderen

2015

 

Effectiviteit gedragsinterventies bij terugkeerbejegening

2015

 

Evaluatie van de Wet Biometrie

2017

 

Advance Passenger Information (API)

2018

 

Evaluatie (beleids)maatregelen ingesteld om de hoge instroom van asielzoekers uit veilige landen van herkomst af te remmen

2018

 

Evaluatie pilot logeerregeling

2019

 

Multimodale van biometrie in de vreemdelingenketen

20201

 

Evaluatie (beleids)maatregelen ingesteld om de hoge instroom van asielzoekers uit veilige landen van herkomst af te remmen

2018

 

Evaluatie Wet Biometrie; vervolgevaluatie

2019

 

Evaluatie werking extra begeleiding en toezichtlocaties (ebtl)

2019

 

Ontwikkeling Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV)

2020

 

Evaluatie pilot Tynaarlo

2020

 

Illegalenschatting 2017

2020

X Noot
1

Door persoonlijke omstandigheden en uitval van één van de onderzoekers is het onderzoek vertraagd en de einddatum herzien.

Bijlage 3: Inhuur externen

Tabel 145 Exente inhuur (bedragen x € 1.000)

omschrijving

Bedrag

Beleidsgevoelig

31.743

1. Interim management

9.522

2. Organisatie- en formatieadvies

13.323

3. Beleidsadvies

2.240

4. Communicatieadvisering

6.658

  

Beleidsondersteunend

182.258

5. Juridisch advies

6.990

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

166.861

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

8.407

  

Ondersteuning bedrijfsvoering

169.374

8. Uitzendkrachten

169.374

  

Totaal externe inhuur

383.375

  

Totaal Uitgaven Personeel Ambtelijk + externe inhuur

2.830.647

  

percentage externe inhuur

13,5%

Het overzicht betreft de inkoop van tijdelijk personeel bij het bestuursde-partement, het OM, de Raad voor de Kinderbescherming en de Hoge Raad (uitgaven), alsmede de agentschappen (kosten) van dit Ministerie. Tevens zijn dit jaar voor het eerst de betreffende kosten van de ZBO's zonder rechtspersoonlijkheid meegenomen (NRGD, SGM en CRM). In het jaar 2020 gaf het Ministerie € 383,3 mln. uit aan externe inhuur. De uitgaven voor ambtelijk personeel inclusief externe inhuur bedroegen € 2,830 mrd.

De belangrijkste oorzaak voor de overschrijding van de norm:

  • Het percentage externen bij DT&V is hoger dan de norm, omdat er wordt gewerkt met een flexibele schil. Die flexibele schil wordt ingezet om de huidige hoge instroom bij DT&V van afgewezen asielzoekers af te handelen. De flexibele schil is noodzakelijk om snel te kunnen reageren op fluctuaties in de instroom. Daarnaast is rekening gehouden met een tijdelijk hogere instroom als gevolg van de IND-taskforce. 

  • Justid heeft in 2019 een groei doorgemaakt door een grotere vraag naar de producten van Justid. Voor de uitvoering daarvan was een groei van de formatie beoogd. Deze is echter maar ten dele gerealiseerd. Als gevolg daarvan is het aantal externen – die meest voor de projecten worden ingezet – verder gegroeid, om de capaciteitstekorten aan te vullen. Hierbij speelt vooral dat het type vacatures bij Justid moeilijk is te vervullen – de concurrentie is groot bij het zoeken naar diverse soorten ICT-expertise. Daardoor is ook het opvangen van de uitstroom van medewerkers al een stevige opgave. Overigens speelt hierbij ook, dat een deel van de groei van het projectenwerk zeer specialistische niche-kennis vergt, waarvan het niet goed mogelijk is om die duurzaam ambtelijk te organiseren en te onderhouden.

  • Voor de IND geldt dat het hoge percentage inzet externen voort komt uit zowel de inzet van een flexibele schil om de fluctuaties in de instroom op te kunnen vangen. Daarnaast worden er externen ingezet ten behoeve van activiteiten in het kader van het omvangrijke ICT portfolio.

  • Het National Cyber Security Center heeft vanwege haar wettelijke taken specialistisch en technisch hoogopgeleid personeel nodig. De arbeidsmarkt van deze groep kent echter een grote krapte, waardoor openstaande vacatures moeilijk in zijn te vullen. Daar komt bij dat het externe personeel, als gevolg van deze krapte, hoge uurtarieven vraagt.

  • Het CJIB heeft een omvangrijke extern gefinancierde ICT-portfolio. Hiervoor wordt voor een aanzienlijk deel externe expertise/capaciteit ingehuurd (gezien kortcyclische karakter van deze portfolio projecten en wisselend benodigde expertise).

  • Bij de dienst Justis betreft de Inhuur externen zowel de inhuur van uitzendkrachten als de benodigde inhuur automatiseringsdeskundigen en interim management. De hoge realisatie heeft te maken met de behoefte aan een flexibele invulling van de personele capaciteit, formatieherziening in verband met nieuwe organisatie inrichting en uitvoering van IV-projecten.

  • Naast externe inhuur voor ICT, leidt de toename van de capaciteitsplaatsen en het hoge ziekteverzuim tot een verhoogde inzet van extern ingehuurd executief personeel (PIW'ers, (complex)beveiligers en medewerkers arbeid) en zorgpersoneel.

  • De overschrijding inhuur externen bijj het NFI is met name een gevolg van de inhuur op informatievoorziening en door een aantal projecten dat in opdracht wordt uitgevoerd zoals het prjecgt Hansken. Dit is een forensische zoekmachine waarmee de politie snel en efficiënt kan zoeken in grote hoeveelheden in beslaggenomen gegevensdragers als computers en mobiele telefoons.

In 2020 is vijf keer van het maximumuurtarief (€ 225 ex. BTW) overschreden, waarbij het in alle gevallen juridische ondersteuning betrof.

Bijlage 4: Focusonderwerp 2020, naleving CW3.1

Tabel 146 Overzichtstabel voorstellen naleving CW3.1

Onderwerp

Vindplaats

Voortgang Taskforce dwangsommenproblematiek IND

vindplaats

Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit

vindplaats

Contouren aanpak achterstanden strafrechtketen

vindplaats

Nadere informatie over Justitieel Complex Vlissingen

vindplaats

Doorlichting Strafrechtketen

vindplaats

Reclassering

vindplaats

Vervolg aanpak corona achterstanden strafrechtketen

vindplaats

In de tabel zijn de brieven weergegeven die in 2020 naar de TK zijn verzonden, waarin voorstellen worden toegelicht met (kans op) significante financiële gevolgen (> € 20 mln.). Artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (hierna CW3.1) bepaalt dat alle voorstellen, die ter tafel komen in de ministerraad of in de Kamers der Staten Generaal, een toelichting op onder andere doeltreffendheid en doelmatigheid bevat. Voorstellen die tot een substantiële beleidswijziging leiden dienen ook een evaluatieparagraaf te bevatten conform de motie Van Weyenberg en Dijkgraaf. Door in de beleidsvoorbereiding heldere doelen te formuleren en inzichtelijk te maken hoe beleidsinstrumenten zullen bijdragen aan het realiseren van deze doelen, kunnen er betere uitspraken worden gedaan over de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Dit vergroot het inzicht in de wijze waarop de overheid haar middelen inzet en bevordert kwalitatief hoogwaardig en evalueerbaar beleid.

In het kader van de Operatie Inzicht in Kwaliteit heeft in de periode 1 juni tot eind december 2020 een pilot plaatsgevonden waarbij Kamerbrieven met significante financiële gevolgen dienden te worden voorzien van een afzonderlijke bijlage waarin wordt ingegaan op de verplichte aspecten van CW3.1. Aanleiding voor deze pilot vormde onder meer een onderzoek van de rapporteurs voor de Operatie Inzicht in Kwaliteit, Sneller en Snels, waarin zij aanbevolen om de vindbaarheid van toelichtingen te vergroten zodat de dialoog hierover met de Kamer kan worden verbeterd.

Van de brieven die in de tabel zijn weergegeven zijn de laatste drie in de pilotperiode aan de Kamer verzonden en voorzien van een bijlage CW3.1.

Bij de Kamerbrieven die buiten de pilot vallen is CW3.1 toegepast door de toelichting op aspecten van dit artikel in de brieven zelf te verwerken. Hoewel niet expliciet aangeduid is in al deze brieven op de meeste CW3.1 aspecten wel een toelichting te vinden. Ook aan de evaluatieparagraaf wordt in drie van de vier brieven aandacht besteed. De toepassing op het aspect nagestreefde doelmatigheid blijft in dat opzicht enigszins achter; in twee brieven ontbreekt een toelichting hierop.

Wat de kwaliteit van de toelichtingen betreft komt hetzelfde beeld naar voren als bij de naleving; met name op het aspect nagestreefde doelmatigheid is verbetering mogelijk.

Een voorbeeld van een brief waarin CW3.1 aspecten goed tot uiting komen is het voorstel Uitwerking breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

Bij de voorstellen die voor de pilot zijn geselecteerd is de toelichting in een afzonderlijke bijlage bij de TK-brieven opgenomen. Dit heeft geresulteerd in bijlagen bij de betreffende brieven waarin alle CW3.1 aspecten en de evaluatieparagraaf (kwalitatief goed) zijn toegelicht.

Bijlage 5: Verantwoording EU-middelen in gedeeld beheer

Asiel, Migratie en Integratie Fonds (AMIF) en het Fonds voor Interne Veiligheid (ISF)

Op basis van de ter beschikking staande informatie uit de verklaringen en rapporten van de verantwoordelijke autoriteit en auditautoriteit en alle overige informatie en met inachtneming van hetgeen na punt 3 vermeld wordt, wordt geconstateerd dat inzake het programma Asiel, Migratie en Integratie Fonds over de periode 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020 en het Fonds voor Interne Veiligheid over de periode 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020:

  • de door Nederland opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden naar behoren hebben gefunctioneerd;

  • de jaarrekening van de Verantwoordelijke autoriteit, in de context van bovengenoemde informatie volledig, nauwkeurig en waarachtig is;

  • de totale subsidiabele kosten tot een bedrag van: € 26.926.582,39 (aandeel AMIF € 26.926.582,39) en € 189.656,37 (aandeel ISF € 189.656,37) op de bij de Europese Commissie ingediende rekeningen (ontvangsten en uitgaven), in alle materiële opzichten wettig en regelmatig zijn.

Bovenstaande constateringen en eventuele punten van voorbehoud in deze verklaring zijn beperkt tot zaken van materieel belang en vloeien direct voort uit audits en laten onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving. De bekende onderzoeken en/of correctievoorstellen in verband met de goedkeuring van de ingediende rekeningen door de Europese Commissie zijn opgenomen in de toelichting.

Toelichting

Rapportages Auditautoriteit

De Auditdienst Rijk heeft, in de functie van Auditautoriteit (AA), geoordeeld dat de toegepaste beheers- en controlesystemen naar behoren functioneren, de jaarrekeningen een getrouw beeld geven en de uitgaven waarvoor bij de Europese Commissie om vergoeding is gevraagd wettig en regelmatig zijn. Tevens worden de beweringen in de beheersverklaringen van de Verantwoordelijke Autoriteit door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel getrokken.

Beheersverklaringen Verantwoordelijke Autoriteit

AMIF

De directeur Directie Regie Migratieketen heeft verklaard dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat is, de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen begrotingsjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Naast de in de hoofdtekst genoemde subsidiabele kosten heeft de Verantwoordelijke Autoriteit conform de regelgeving in het betreffende begrotingsjaar ook voorschotten gedeclareerd bij de Europese Commissie voor een bedrag van € 21.263.563.

ISF

De directeur Directie Regie Migratieketen heeft verklaard dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat is, de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen begrotingsjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Naast de in de hoofdtekst genoemde subsidiabele kosten heeft de Verantwoordelijke Autoriteit conform de regelgeving in het betreffende begrotingsjaar ook voorschotten gedeclareerd bij de Europese Commissie voor een bedrag van € 7.032.454,83.

Bekende lopende onderzoeken of correctievoorstellen door de Europese Commissie, Europese Rekenkamer en OLAF

De Europese Commissie bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. De bevestigingen in deze verklaring laten daarom onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving door de Europese Commissie. Het antifraude-DG van de Europese Commissie (OLAF) kan onderzoeken starten naar vermoedens van onregelmatigheden, waaronder vermoeden van fraude met EU-subsidies. Er is geen sprake van lopende onderzoeken of correctievoorstellen.

Tabel 147 Declaratiestaat AMIF en ISF boekjaar 2020 (bedragen * € 1)
 

AMIF

ISF

Totaal

Totale declaratie (1)

48.190.145,39

7.222.111,20

55.412.256,59

    

Gerealiseerde kosten:

   

Projecten (finaal)

2.960.570,00

‒ 121.336,00

2.839.234,00

Technische bijstand

556.012,39

310.992,37

867.004,76

Bijzondere gevallen1

23.410.000,00

0,00

23.410.000,00

Totaal gerealiseerd (2)

26.926.582,39

189.656,37

27.116.238,76

    

Uitbetaalde voorschotten (1) -/- (2)

21.263.563,00

7.032.454,83

28.296.017,83

X Noot
1

Hervestiging en relocatie

Bijlage 6: Overzicht van in 2020 tot stand gekomen wetten

Tabel 148 Overzicht van in 2020 tot stand gekomen wetten

Titel

Type

Staatsblad

Datum publicatie

Wet van/ Besluit van

Inwerkingtreding

Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten, de Databankenwet en de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van de Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG (Implementatiewet richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt)

Wet

2020, 558

29-12-2020

16-12-2020

volledige inwerkingtreding 07-06-2022

Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

Wet

2020, 560

29-12-2020

16-12-2020

1-7-2021

Besluit van 22 december 2020 tot wijziging van het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte in verband met actualisering van feitomschrijvingen en indexering van boetebedragen 2021

AMvB

2020, 562

29-12-2020

22-12-2020

1-1-2021

Besluit van 15 december 2020 tot wijziging van onder meer het Besluit algemene rechtspositie politie in verband met de formalisering van onder meer de afspraken uit de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018-2020 inzake een regeling voor vervroegde uittreding, het politie-onderwijs en capaciteit, de introductie van het sociaal plannen en de WIA-compensatie

AMvB

2020, 534

22-12-2020

15-12-2020

1-1-2021

Besluit van 15 december 2020 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, het Besluit OM-afdoening en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven

AMvB

2020, 535

22-12-2020

15-12-2020

1-1-2021

Besluit van 8 december 2020 tot wijziging van het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht en het Besluit toezicht luchtvaart BES ter uitvoering van het op 4 april 2014 te Montreal tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Trb. 2019, 140 en Trb. 2020, 3)

AMvB

2020, 530

18-12-2020

8-12-2020

1-1-2021

Besluit van 8 december 2020 tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de jaarlijkse indexering van de vergoedingen voor psychiaters en psychologen

AMvB

2020, 526

16-12-2020

8-12-2020

1-1-2021

Besluit van 8 december 2020 tot wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met een verhoging van het tarief voor de vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep

AMvB

2020, 524

16-12-2020

8-12-2020

1-7-2021

Besluit van 8 december 2020 tot wijziging van het Besluit vergoedingen Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming in verband met de aanpassing van de vergoedingen van de voorzitter en de overige leden van de Raad

AMvB

2020, 525

16-12-2020

8-12-2020

17-12-2020

Besluit van 1 december 2020 tot wijziging van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart in verband met de uitvoering van Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (Pb EU 2008, L 97/72) en een andere verordening op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (Uitvoeringsbesluit EG-verordening 300/2008)

AMvB

2020, 514

14-12-2020

1-12-2020

31-12-2021

Wet van 11 november 2020 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek in verband met de uniformering en de verduidelijking van enkele bepalingen omtrent het bestuur en de raad van commissarissen van rechtspersonen (Wet bestuur en toezicht rechtspersonen)

Wet

2020, 507

11-12-2020

11-11-2020

1-7-2021

Wet van 18 november 2020 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht naar aanleiding van de evaluatie van de regeling over bestuursrechtelijke geldschulden (Evaluatiewet bestuursrechtelijke geldschuldenregeling Awb)

Wet

2020, 500

9-12-2020

18-11-2020

1-4-2021

Rijkswet van 4 november 2020 tot goedkeuring van het op 22 oktober 2015 te Riga tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180)

Rijkswet

2020, 486

1-12-2020

4-11-2020

2-12-2020

Besluit van 30 oktober 2020 tot wijziging van de Penitentiaire maatregel, het Reglement verpleging ter beschikking gestelden en het Reglement justitiële jeugdinrichtingen in verband met de geestelijke verzorging en de instelling van een commissie van toezicht en een beklagcommissie voor het vervoer

AMvB

2020, 457

18-11-2020

30-10-2020

1-1-2021

Rijkswet van 28 oktober 2020 tot wijziging van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid in verband met enkele aanpassingen

Rijkswet

2020, 442

13-11-2020

28-11-2020

gedeeltelijk per 1-1-2021

Wet van 14 oktober 2020 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met enkele wijzigingen in het belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling bij de hoogste rechtscolleges (amicus curiae en kruisbenoemingen)

Wet

2020, 416

4-11-2020

14-10-2020

1-1-2022

Wet van 14 oktober 2020 tot wijziging van de Politiewet 2012 en de Wet op de medische keuringen in verband met het screenen van personen die ambtenaar van politie willen worden of zijn en personen die krachtens overeenkomst werkzaamheden voor de politie, de rijksrecherche of de Politieacademie gaan verrichten of verrichten (screening ambtenaren van politie en politie-externen)

Wet

2020, 412

3-11-2020

14-11-2020

1-7-2021

Wet van 14 oktober 2020 tot wijziging van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid in verband met het verlengen van de geldingsduur van de voorzieningen in de artikelen 33 en 34 van die wet

Wet

2020, 413

3-11-2020

14-10-2020

1-2-2021

Wet van 7 oktober 2020 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid tot homologatie van een onderhands akkoord (Wet homologatie onderhands akkoord)

Wet

2020, 414

3-11-2020

7-10-2020

1-1-2021

Besluit van 26 oktober 2020 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet homologatie onderhands akkoord

AMvB

2020, 415

3-11-2020

26-11-2020

1-1-2021

Besluit van 15 oktober 2020, houdende regels voor het langs elektronische weg procederen in het civiele recht en in het bestuursrecht (Besluit elektronisch procederen)

AMvB

2020, 410

30-10-2020

15-10-2020

1-1-2021

Besluit van 13 oktober 2020 tot wijziging van het Besluit Verklaring derdenbeslag en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders

AMvB

2020, 405

30-10-2020

13-10-2020

1-1-2021

Besluit van 8 oktober 2020, houdende wijziging van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken

AMvB

2020, 394

23-10-2020

8-10-2020

1-11-2020

Wet van 7 oktober 2020 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht BES ter uitvoering van het op 4 april 2014 te Montreal tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Trb. 2019, 140 en Trb. 2020, 3)

Wet

2020, 395

23-10-2020

7-10-2020

1-1-2021

Wet van 7 oktober 2020 tot wijziging van de Uitleveringswet, het Wetboek van Strafrecht BES en het Wetboek van Strafvordering ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme

Wet

2020, 396

23-10-2020

7-10-2020

1-3-2021

Wet van 30 september 2020, houdende wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Wet

2020, 397

23-10-2020

30-9-2020

24-10-2020 en werkt terug t/m 1-5-2020

Wet van 23 september 2020 tot wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019 (Slotwet)

Wet

2020, 398

23-10-2020

23-9-2020

24-10-2020 en werkt terug t/m 31-12-2019

Wet van 7 oktober 2020 tot wijziging van de Wet op rechterlijke organisatie in verband met het wegnemen van belemmeringen voor gerechten bij het verlenen van onderlinge bijstand in geval van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit

Wet

2020, 388

21-10-2020

7-10-2020

1-1-2021

Wet van 30 september 2020 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek teneinde te voorzien in een adviesrecht voor gemeenten bij de procedure rond beschermingsbewind wegens problematische schulden

Wet

2020, 389

21-10-2020

30-9-2020

1-1-2021

Besluit van 29 september 2020 tot wijziging van het Besluit ex artikel 85 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, het Besluit ex artikel 110 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en het Besluit ex artikel 983 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

AMvB

2020, 386

21-10-2020

29-9-2020

1-1-2021

Rijkswet van 11 september 2020, houdende regels inzake het creëren van tijdelijke uitzonderingen op de Rijkswet op het Nederlanderschap (Rijkswet inperking gevolgen Brexit)

Rijkswet

2020, 369

5-10-2020

11-9-2020

1-1-2022

Besluit van 2 september 2020, houdende enkele wijzigingen van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2015

AMvB

2020, 357

30-9-2020

2-9-2020

1-10-2020

Besluit van 2 september 2020, houdende regels inzake de behandeling van klachten over de raad voor de kinderbescherming door een klachtadviescommissie (Besluit klachtadviescommissie raad voor de kinderbescherming)

AMvB

2020, 358

30-9-2020

2-9-2020

1-10-2020

Besluit van 25 september 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018 ‒ 2020

AMvB

2020, 361

30-9-2020

25-9-2020

1-10-2020

Besluit van 31 augustus 2020, houdende tijdelijk besluit COVID-19 aanspraak bovenwettelijke vakantie-uren van raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers in verband met de tijdelijke verhoging van de leeftijdsgrens tot drieënzeventig jaar

AMvB

2020, 326

11-9-2020

31-8-2020

1-9-2020

Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie in verband met de uitvoering van Verordening (EU) nr. 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1)

Wet

2020, 291

27-7-2020

1-7-2020

19-12-2020

Besluit van 16 juli 2020 tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoeging van rechtspositionele bepalingen omtrent politievrijwilligers en de intrekking van het Besluit rechtspositie vrijwillige ambtenaren van politie alsmede in verband met de regeling van een financiële vergoeding voor het niet-genoten, wettelijk verloftegoed bij ontslag

AMvB

2020, 287

24-7-2020

16-7-2020

volledige inwerkingtreding 01-01-2021

Besluit van 16 juli 2020, houdende vaststelling van regels voor de tenuitvoerlegging van het jeugdstrafrecht op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht BES)

AMvB

2020, 288

24-7-2020

16-7-2020

1-8-2020

Besluit van 16 juli 2020, houdende aanwijzing van de locaties en de werkgebieden van de meldkamers, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de Politiewet 2012 (Besluit aanwijzing meldkamers)

AMvB

2020, 285

24-7-2020

16-7-2020

25-7-2020

Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in verband met diverse uitbreidingen van de toepassingsmogelijkheden daarvan alsmede enkele overige wijzigingen

Wet

2020, 278

22-7-2020

1-7-2020

1-8-2020

Besluit van 15 juli 2020, houdende wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met de verstrekking van justitiële gegevens over de zakelijke omgeving van betrokkene ten behoeve van het eigen onderzoek door bestuursorganen op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, tot wijziging van het Besluit Bibob en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in verband met diverse uitbreidingen van de toepassingsmogelijkheden daarvan alsmede enkele overige wijzigingen (Stb. 2020, 278)

AMvB

2020, 279

22-7-2020

15-7-2020

1-8-2020

Wet van 8 juli 2020, houdende een tijdelijke wet tot opschorting van regels omtrent dwangsommen en het instellen van beroep bij niet tijdig beslissen op een asielaanvraag (Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND)

Wet

2020, 242

10-7-2020

8-7-2020

10-7-2020

Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de regeling inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (Wet straffen en beschermen)

Wet

2020, 224

3-7-2020

24-6-2020

1-5-2021

Wet van 24 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten in verband met het doorvoeren van enkele noodzakelijke reparaties en andere kleine wijzigingen (Spoedreparatiewet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen)

Wet

2020, 225

3-7-2020

24-6-2020

volledige inwerkingtreding 01-01-2022

Wet van 24 juni 2020, houdende regels inzake invoering van een tijdelijke mogelijkheid voor experimenten in de rechtspleging (Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging)

Wet

2020, 223

2-7-2020

24-6-2020

1-7-2021

Wet van 10 juni 2020 tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Wet

2020, 219

30-6-2020

10-6-2020

01-07-2020 en werkt terug t/m 1-6-2019

Besluit van 24 juni 2020 tot wijzing van het Besluit tarieven in strafzaken 2003, het Besluit beëdigde tolken en vertalers en het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met het instellen van minimumtarieven en het borgen van de kwaliteit en integriteit van beëdigde tolken en vertalers

AMvB

2020, 220

30-6-2020

24-6-2020

1-7-2020

Besluit van 10 juni 2020, houdende regels over de onderzoeken die kunnen worden ingezet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba ter vaststelling van het gebruik van alcohol of andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden (Besluit rijden onder invloed BES)

AMvB

2020, 190

23-6-2020

10-6-2020

1-7-2020

Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht

Wet

2020, 177

18-6-2020

3-6-2020

volledige inwerkingtreding 01-04-2021

Besluit van 8 juni 2020 tot wijziging van het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht in verband met de implementatie van de richtlijn (EU) 2018/1673 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld (PbEU 2018, L 284)

AMvB

2020, 163

12-6-2020

8-6-2020

1-12-2020

Besluit van 11 mei 2020, houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en het Besluit politiegegevens in verband met de herziening van de geweldsmelding

AMvB

2020, 144

18-5-2020

11-5-2020

1-7-2020

Besluit van 11 mei 2020 tot vaststelling van het Besluit vestigingsplaatsen kamers voor het notariaat

AMvB

2020, 145

18-5-2020

11-5-2020

1-7-2020

Wet van 6 maart 2020 tot wijziging van de Politiewet 2012, de Wet veiligheidsregio’s en de Tijdelijke wet ambulancezorg in verband met de wettelijke regeling van meldkamers (Wijzigingswet meldkamers)

Wet

2020, 140

15-5-2020

6-3-2020

1-7-2023

Wet van 22 april 2020 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 tot aanpassing van de wettelijke grondslag voor vrijheidsontneming van asielzoekers na afwijzing of niet in behandeling nemen van een aan de grens ingediend asielverzoek

Wet

2020, 136

13-5-2020

22-4-2020

1-7-2020

Wet van 22 april 2020, houdende tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in verband met de uitbraak van COVID-19 (Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid)

Wet

2020, 124

24-4-2020

22-4-2020

24-4-2020

Besluit van 22 april 2020, houdende wijziging van het Besluit bloedtest in strafzaken in geval van een ernstige besmettelijke ziekte

AMvB

2020, 125

24-4-2020

22-4-2020

24-4-2020

Besluit van 16 maart 2020 tot wijziging van het Besluit geslachtsnaamswijziging en de Regelen betreffende verzoeken tot naamswijziging en tot naamsvaststelling

AMvB

2020, 110

2-4-2020

16-3-2020

1-7-2020

Besluit van 20 maart 2020 tot wijziging van het Besluit videoconferentie in verband met het schrappen van de categorale uitzonderingssituaties

AMvB

2020, 101

24-3-2020

20-3-2020

25-3-2020

Besluit van 4 februari 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere besluiten ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2017 en enige andere aanpassingen

AMvB

2020, 58

14-2-2020

4-2-2020

15-2-2020

Wet van 29 januari 2020 tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Wet

2020, 45

13-2-2020

29-1-2020

14-02-2020 en werkt terug t/m 1-12-2019

Besluit van 31 januari 2020 tot wijziging van het Besluit opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

AMvB

2020, 41

12-2-2020

31-1-2020

1-7-2020

Wet van 18 december 2019 tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020

wet

2020, 9

22-1-2020

18-12-2019

23-01-2020 en werkt terug t/m 1-1-2020

Rijkswet van 18 december 2019 tot wijziging van enkele rijkswetten op het gebied van Justitie en Veiligheid in verband met gewijzigde regelgeving en enige andere aanpassingen van overwegend technische aard (Reparatierijkswet Justitie en Veiligheid 2019)

Rijkswet

2020, 1

13-1-2020

18-12-2019

1-1-2021

Wet van 18 december 2019 tot wijziging van de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt en de Wet positie en toezicht advocatuur in verband met het opnemen van een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen en diverse aanpassingen van overwegend wetstechnische aard

Wet

2020, 2

13-1-2020

18-12-2019

1-7-2020


X Noot
11

Kamerstukken II 2019/20, 29628, nr. 964

X Noot
12

Kamerstukken II 2020/21, 29279, nr. 599

X Noot
13

Vastgelegd in de Politiewet 2012

X Noot
14

Veiligheidswet BES (Stb. 2010, 362)

X Noot
15

Kamerstukken II 2020/21, 29628, nr. 985

X Noot
16

Kamerstukken II 2020/21, 28638, nr. 184

X Noot
17

Kamerstukken II 2019/20, 29628, nr. 939

X Noot
18

Staatscourant 2020 nr. 33877

X Noot
19

Staatsblad 2020, 285

X Noot
20

Zie: Wet op de rechtsbijstand, Wet op het notarisambt, Wet beëdigde tolken en vertalers

X Noot
21

Zie: Wet op de schuldsanering natuurlijke personen

X Noot
22

Kamerstukken II 2020/21, 29279, nr. 623

X Noot
23

Kamerstukken II 2019/20, 35439, nr. 2

X Noot
24

Kamerstukken II 2019/20, 35375, nr. 2

X Noot
25

Kamerstukken II 2018/19, 31753, nr. 155

X Noot
26

Kamerstukken II 2019/20, 31753, nr. 216

X Noot
27

Kamerstukken II 2020/21, 24515, nr. 572

X Noot
28

Kamerstukken II 2020/21, 28638, nr. 185

X Noot
29

Kamerstukken II 2007/08, 30517, nr. 6

X Noot
30

De wettelijke grondslag wordt onder meer gegeven door het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering, de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de Vreemdelingenwet.

X Noot
31

De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de Minister voor Rechtsbescherming op het terrein van jeugdbescherming en jeugdsancties zijn de jeugdwet, artikel 77 Wetboek van Strafrecht en artikel 553 Wetboek van Strafvordering. De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de Minister voor Rechtsbescherming op het terrein van adoptie is opgenomen in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka).

X Noot
32

Kamerstukken II 2018–2019, 33 628, nr. 60.

X Noot
33

De verantwoordelijkheid van de Minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het Koninklijk Besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding).

X Noot
34

Besluit van 14 december 2005, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter, Stb. 2005, nr. 662.

X Noot
35

Voor de meest recente versies wordt verwezen naar respectievelijk: brief integrale aanpak Jihadisme (2014/2015, 29 754, nr. 307); Brief dreigingsbeeld cyber security (2017/2018, 26 643, nr. 32), Voortgangsbrief Nationale Veiligheid (2014/2015, 30 821, nr. 23).

X Noot
36

Kamerstukken II 2020/21, 30821, nr. 201

X Noot
38

Kamerstukken II 2020/21, 19637, nr. 2666,

X Noot
39

Kamerstukken II 2020/21, 19637, nr. 2690

X Noot
40

Kamerstukken II 2018/19, 35000 VI, nr. 6

Naar boven