Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634485-XIII nr. 2

34 485 XIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2016 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2016 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

  • 3. de begrotingsstaat inzake het Diergezondheidsfonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Opbouw 1e suppletoire begroting 2016

Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2016. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:

  • 1) Leeswijzer.

  • 2) Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen.

  • 3) De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven.

  • 4) De niet-beleidsartikelen. In de budgettaire tabellen zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten opgenomen.

  • 5) De agentschappen. In deze 1e suppletoire begroting zijn de aanpassingen in de agentschapsparagrafen van het Agentschap Telecom (AT), de Dienst ICT Uitvoering (DICTU), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) opgenomen.

  • 6) Het Diergezondheidsfonds (DGF).

Ondergrenzen toelichtingen

Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze eerste suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € mln

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € mln)

Technische mutaties

(ondergrens in € mln)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 en < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

Introductie nieuw beleidsartikel

In deze 1e suppletoire begroting 2016 is een nieuw beleidsartikel opgenomen. Het betreft beleidsartikel 15 «Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen». Voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen is een meerjarenprogramma opgezet dat tot doel heeft te voorzien in een duurzame versterking van de leefbaarheid en het economisch perspectief in de provincie Groningen. Voor dit doel is totaal € 244,2 mln beschikbaar in de jaren 2016 tot en met 2024. Dit budget wordt begroot en verantwoord op het nieuwe beleidsartikel.

2. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2016 (Eerste suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
 

Art. nr.

Uitgaven 2016

Vastgestelde begroting 2016

 

4.894.512

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

Verduurzamingsopgave Groningen

14

18.500

Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)

14

20.000

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (NCG)

15

98.900

Regeling apurement

16

– 7.300

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

16

13.225

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (Rom’s)

19

42.000

Fund to fund

19

29.400

Innovatiekrediet

19

18.628

Seed

19

15.665

Toegepast onderzoek

19

49.624

Eindejaarsmarge 2015

41

46.639

Loon- en prijsbijstelling

41

61.644

Overige mutaties

Div.

– 1.221

Totaal

 

405.704

     

Stand na 1e suppletoire begroting 2016

 

5.300.216

Verduurzamingsopgave Groningen

Voor de verduurzamingsopgave in Groningen trekt EZ in de periode 2016 tot en met 2020 totaal € 40 mln uit. In 2016 gaat het om € 18,5 mln.

Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)

De beschikbare kasmiddelen voor de rentedragende lening aan ECN worden met € 20 mln verhoogd. Het gaat om een verschuiving in de tijd van de raming. De totale hoofdsom van maximaal € 82 mln blijft ongewijzigd.

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (NCG)

Voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen is een meerjarenprogramma opgezet dat tot doel heeft te voorzien in een duurzame versterking van de leefbaarheid en het economisch perspectief in de provincie Groningen. Voor dit doel wordt in totaal € 244,2 mln uit de gasbaten beschikbaar gesteld voor uitvoering van het meerjarenprogramma in de jaren 2016 tot en met 2024, waarvan € 98,9 mln in 2016. Dit geld zal in aanvulling op de € 1,2 mld uit het bestuurlijk akkoord met de NAM worden ingezet voor Groningen samenhangend met aardbevingen.

Regeling apurement

Dit betreft het aanpassen van de voeding van de interne begrotingsreserve Apurement.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De verhoogde bijdrage aan de NVWA is nodig om het Plan van Aanpak succesvol uit te voeren en tegelijkertijd een toekomstbestendige uitvoering van het toezicht te borgen (€ 12,5 mln). Daarnaast is sprake van een bijdrage vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het programma «afpakken» (€ 0,6 mln).

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (Rom’s)

De verkoopopbrengst van € 32 mln in het kader van de aandelenverkoop LIOF zal in 2016 in plaats van 2015 worden gerealiseerd. Deze opbrengst zal samen met € 10 mln dividendontvangsten NOM (gerealiseerd in 2015) worden geherinvesteerd in andere Regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Fund to fund

De niet bestede middelen in 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

Innovatiekrediet

Er wordt een ramingsbijstelling toegepast, omdat er jaarlijks minder aan innovatiekrediet wordt verstrekt dan geraamd. De niet bestede middelen van 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

Seed

De niet bestede middelen in 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

Toegepast onderzoek

De niet bestede middelen in 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

Eindejaarsmarge 2015

Deze mutatie betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2015 van EZ.

Loon- en prijsbijstelling

Bij Voorjaarsnota 2016 is de technische loon- en prijsbijstellingstranche 2016 uitgedeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgevers. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen.

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2016 (Eerste suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000
 

Art. nr.

Ontvangsten 2016

Vastgestelde begroting 2016

 

6.783.470

     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   

Diverse ontvangsten artikel 11

11

55.100

Bijstelling aardgasbaten

14

– 3.600.000

Verkoop gronden

18

7.800

Diverse ontvangsten artikel 18

18

10.500

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (Rom’s)

19

98.800

Overige mutaties

Div.

– 741

Totaal

 

– 3.428.541

     

Stand na 1e suppletoire begroting 2016

 

3.354.929

Diverse ontvangsten artikel 11

Vanwege de verlenging van UMTS-vergunningen wordt het ontvangstenbudget naar boven bijgesteld met € 70,9 mln. Daarnaast is rekening gehouden met een restitutie aan Veronica door EZ van € 15,8 mln ter uitvoering van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Bijstelling aardgasbaten

De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld vanwege een sterke daling van de verwachte meerjarige gasprijs en een volumebeperking.

Verkoop gronden

Als gevolg van de verkoop van de gronden van Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) komt in 2016 circa € 7,8 mln aan extra inkomsten binnen.

Diverse ontvangsten artikel 18

Op het onderdeel «overige ontvangsten» van beleidsartikel 18 (Natuur en regio) wordt in verband met de afrekening van opdrachten aan RVO voor 2015 in 2016 € 7,0 mln ontvangen. Tevens wordt een ontvangst van € 3,5 mln uit de verkoop van terreinen geraamd.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (Rom’s)

Er wordt in totaal € 98,8 mln ontvangen in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (Rom’s). De geschatte verkoopopbrengst van de verkoop van aandelen NOM aan de noordelijke provincies bedraagt € 46,8 mln. De verkoopopbrengst van € 32 mln in het kader van de aandelenverkoop LIOF zal in 2016 in plaats van 2015 worden gerealiseerd. Tot slot wordt naar verwachting € 20 mln dividend ontvangen van de NOM.

3. De beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 11 Goed functionerende economie en markten (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

182.901

500

183.401

1.354

184.755

651

651

476

226

UITGAVEN

184.122

500

184.622

1.354

185.976

651

651

476

226

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

96%

 

96%

 

96%

       
                   

Subsidies

100

 

100

 

100

       

Digitalisering regionale radio

100

 

100

 

100

       
                   

Opdrachten

7.894

500

8.394

939

9.333

585

585

410

160

Onderzoek en Opdrachten

1.458

 

1.458

219

1.677

– 59

– 59

1

1

PIANOo/TenderNed

     

1.405

1.405

644

644

409

159

Beleidsvoorbereiding en evaluaties Frequenties en Veiligheid

6.436

500

6.936

– 685

6.251

       
                   

Bijdragen aan agentschappen

15.524

 

15.524

4.211

19.735

3.662

3.438

3.438

3.438

Agentschap Telecom

9.539

 

9.539

4.094

13.633

3.662

3.438

3.438

3.438

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

     

629

629

       

DICTU

5.985

 

5.985

– 512

5.473

       
                   

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

156.690

 

156.690

– 3.862

152.828

– 3.662

– 3.438

– 3.438

– 3.438

Metrologie

13.573

 

13.573

– 3.862

9.711

– 3.662

– 3.438

– 3.438

– 3.438

Raad voor Accreditatie

142

 

142

 

142

       

ACM

375

 

375

 

375

       

CBS

142.600

 

142.600

 

142.600

       
                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

3.914

 

3.914

66

3.980

66

66

66

66

Nederlands Normalisatie Instituut (NEN)

1.206

 

1.206

14

1.220

14

14

14

14

Internationale organisaties

2.637

 

2.637

52

2.689

52

52

52

52

Raad van deskundigen voor de nationale meetstandaarden

71

 

71

 

71

       
                   

ONTVANGSTEN

59.934

 

59.934

55.100

115.034

       

Ontvangsten ACM

                 

High Trust

31.300

 

31.300

 

31.300

       

Diverse ontvangsten

28.634

 

28.634

55.100

83.734

       

Toelichting op de uitgaven

Bijdragen aan agentschappen

De structurele verhoging van het budget voor Agentschap Telecom met ingang van het begrotingsjaar 2016 heeft betrekking op de overdracht van het takenpakket van Verispect B.V. aan het Agentschap Telecom samenhangende met het toezicht op de Metrologie- en Waarborgwet.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

De structurele verlaging van het budget Metrologie hangt samen met de overdracht van de toezichtstaken Metrologie – en Waarborgwet aan het Agentschap Telecom.

Toelichting op de ontvangsten

Diverse ontvangsten

Vanwege de verlenging van UMTS-vergunningen van KPN, Vodafone en T-mobile over de periode 31 december 2016 tot en met 31 december 2020 wordt het ontvangstenbudget naar boven bijgesteld met € 70,9 mln. De ontvangsten betreffen de gehele periode en vinden vooraf plaats. Daarnaast is rekening gehouden met een restitutie aan Veronica door het Ministerie van Economische Zaken van € 15,8 mln ter uitvoering van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 8 januari 2015 inzake de FM-vergunning van Veronica voor commerciële radio.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 12 Een sterk innovatievermogen (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

488.218

 

488.218

3.332

491.550

– 3.032

– 2.679

– 3.178

– 3.254

UITGAVEN

528.564

 

528.564

2.579

531.143

– 2.150

– 2.568

– 3.211

– 3.211

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

88%

 

88%

 

92%

       
                   

Subsidies

57.645

 

57.645

– 21

57.624

       

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

34.022

 

34.022

 

34.022

       

Eurostars

13.098

 

13.098

 

13.098

       

Lucht- en Ruimtevaart

4.874

 

4.874

 

4.874

       

Overig

5.651

 

5.651

– 21

5.630

       
                   

Opdrachten

1.493

 

1.493

1.008

2.501

716

716

   

Onderzoek en opdrachten

1.493

 

1.493

1.008

2.501

716

716

   
                   

Bijdragen aan agentschappen

56.727

 

56.727

760

57.487

398

730

237

187

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

56.444

 

56.444

760

57.204

398

730

237

187

Agentschap Telecom

283

 

283

 

283

       
                   

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

134.750

 

134.750

1.235

135.985

– 3.325

– 3.400

– 3.400

– 3.400

TNO

134.750

 

134.750

1.235

135.985

– 3.325

– 3.400

– 3.400

– 3.400

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

277.949

 

277.949

– 403

277.546

61

– 614

– 48

2

Toeslag Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI-toeslag)

75.364

Amendement 1

75.364

5.150

80.514

5.000

     

Internationaal Innoveren

23.679

 

23.679

 

23.679

       

Topsectoren overig

68.613

 

68.613

– 6.098

62.515

– 5.246

– 921

– 355

– 305

Marin, Deltares, NLR

32.344

 

32.344

805

33.149

305

305

305

305

Ruimtevaart (ESA)

76.776

 

76.776

 

76.776

       

Overig

1.173

 

1.173

– 260

913

2

2

2

2

                   

ONTVANGSTEN

45.449

 

45.449

4.175

49.624

4.000

     

Luchtvaartkredietregeling

5.777

 

5.777

 

5.777

       

Technische Ontwikkelingsprojecten (TOP)

2.000

 

2.000

 

2.000

       

Rijksoctrooiwet

32.512

 

32.512

4.000

36.512

4.000

     

Eurostars

3.572

 

3.572

 

3.572

       

Diverse ontvangsten

1.588

 

1.588

175

1.763

       
X Noot
1

Het beschikbaar stellen van middelen conform het amendement Fieldlabs/Smart Industry (TK, 34 300 XIII, nr. 86) wordt vormgegeven via een nieuwe regeling. Tot het moment dat vormgeving van deze regeling duidelijk is, blijft het budget voor dit amendement ad € 5 mln gereserveerd op het budget van de TKI-toeslag.

Toelichting op de uitgaven

Toeslag Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI-toeslag)

De uitvoeringskosten 2016 en 2017 (ad. € 5 mln per jaar) voor de (fiscale) WBSO regeling zijn in de begroting 2016 tijdelijk ten laste van de TKI-toeslag gebracht, de definitieve dekking wordt nu vanuit het instrument Topsectoren overig geleverd.

Toelichting op de ontvangsten

Vanwege de hoger dan geraamde octrooiontvangsten in de afgelopen jaren is de raming van de octrooiontvangsten, tijdelijk, voor de jaren 2016 en 2017 verhoogd met € 4 mln.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 13 Een excellent ondernemingsklimaat (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

1.836.610

– 500

1.836.110

765.603

2.601.713

26.107

27.039

– 3.433

– 23.083

Waarvan garantieverplichtingen

1.650.000

 

1.650.000

769.350

2.419.350

26.050

26.050

– 3.740

– 23.740

UITGAVEN

265.666

– 500

265.166

– 1.097

264.069

609

1.561

– 934

– 1.975

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

90%

 

90%

 

98%

       
                   

Garanties

67.480

 

67.480

– 700

66.780

– 700

– 700

– 490

– 490

BMKB

42.594

 

42.594

 

42.594

       

Begrotingsreserve BMKB

                 

Groeifaciliteit

9.365

 

9.365

– 515

8.850

– 515

– 515

– 393

– 393

Garantie Ondernemings-financiering (GO)

11.842

 

11.842

– 97

11.745

– 97

– 97

– 97

– 97

Garantiefaciliteit scheepsnieuwbouwfinanciering

3.679

 

3.679

– 88

3.591

– 88

– 88

   

Begrotingsreserve MKB Financiering

                 
                   

Subsidies

21.486

 

21.486

– 2.946

18.540

– 1.871

– 498

– 2.313

– 3.354

Bevorderen ondernemerschap

10.709

 

10.709

– 1.676

9.033

– 1.051

– 248

– 2.313

– 3.354

Interdepartementaal Programma Biobased Economy

2.884

 

2.884

– 1.270

1.614

– 820

– 250

   

Microkrediet

                 

Uitfinanciering subsidies

7.893

 

7.893

 

7.893

       
                   

Opdrachten

21.456

– 500

20.956

– 7.261

13.695

– 4.448

– 2.665

– 663

 

Onderzoek & ontwikkeling

1.019

 

1.019

 

1.019

       

ICT-beleid

18.111

– 500

17.611

– 7.141

10.470

– 2.328

– 545

1.457

2.120

Beleidsvoorbereiding en evaluaties

120

 

120

– 120

0

– 2.120

– 2.120

– 2.120

– 2.120

Regiegroep Regeldruk / ACTAL

2.206

 

2.206

 

2.206

       
                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

12.319

 

12.319

751

13.070

721

721

41

41

NBTC

8.469

 

8.469

 

8.469

       

UNWTO

240

 

240

81

321

81

81

1

1

Bijdragen aan instituten

3.610

 

3.610

670

4.280

640

640

40

40

                   

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

117.606

 

117.606

620

118.226

       

Kamer van Koophandel / Ondernemerspleinen

117.606

 

117.606

620

118.226

       
                   

Bijdragen aan agentschappen

25.319

 

25.319

8.439

33.758

6.907

4.703

2.491

1.828

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

23.109

 

23.109

6.676

29.785

4.482

2.178

1.828

1.828

Agentschap Telecom

     

1.763

1.763

2.425

2.525

663

 

Logius

2.210

 

2.210

 

2.210

       
                   

ONTVANGSTEN

61.952

 

61.952

– 343

61.609

– 323

– 810

– 1.962

– 3.276

BMKB

29.000

 

29.000

 

29.000

       

Begrotingsreserve BMKB

5.000

 

5.000

 

5.000

       

Groeifaciliteit

8.000

 

8.000

 

8.000

       

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

13.000

 

13.000

 

13.000

       

Begrotingsreserve GO

                 

Borgstelling Scheepsnieuwbouw

4.000

 

4.000

 

4.000

       

Joint Strike Fighter

1.843

 

1.843

– 343

1.500

– 323

– 810

– 1.962

– 3.276

Diverse ontvangsten

1.109

 

1.109

 

1.109

       

Toelichting op de verplichtingen

Het verplichtingenbudget is met € 766 mln verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door de volgende mutaties:

  • De niet benutte garantieruimte voor het Aanvullend Actieplan MKB-financiering in 2015 van in totaal € 913 mln wordt toegevoegd aan de begroting 2016.

  • Het achtergestelde leningenfonds van het NLII gaat vanaf 2016 gebruik maken van de Groeifaciliteit. Om dit te accommoderen wordt vanuit de garantieruimte voor achtergestelde leningenfondsen uit het Aanvullend Actieplan MKB-financiering (onderdeel van de hiervoor genoemde € 913 mln) in totaal € 150 mln beschikbaar gesteld voor de Groeifaciliteit, waarvan € 30 mln in 2016 en € 120 mln in de jaren 2017, 2018 en 2019.

  • Daarnaast heeft een overheveling van € 1 mln plaatsgevonden aan het Ministerie van OCW ten behoeve van het doorbraakproject ICT en Onderwijs. De resterende middelen die conform het amendement Van Veen/Vos (TK, 34 000 XIII, nr. 17) voor SBIR beschikbaar zijn gesteld (€ 2,5 mln), worden overgeheveld naar artikel 12 waar de verantwoording over de inzet van de middelen zal plaatsvinden.

  • Daarnaast heeft een overheveling van € 1 mln plaatsgevonden naar beleidsartikel 18 voor de bijdrage aan het Fieldlab Region of Smart Factories in Noord Nederland en een overheveling van € 0,9 mln naar artikel 40 voor de uitvoering door Dictu voor onder andere het programmabureau regelhulpen en het programma Ondernemingsdossier.

  • Ten laste van het garantiebudget voor de Scheepsnieuwbouwregeling is voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor € 23,3 mln per jaar compensatie geboden om de verlenging van de garantieregeling Aardwarmte op artikel 14 mogelijk te maken. Deze dekking is gekozen vanwege het geringe gebruik van de Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfaciliteit.

Toelichting op de uitgaven

ICT-beleid

De mutatie van € 7,1 mln is voor het grootste deel te verklaren uit: een begrotingsoverheveling van € 1 mln naar het Ministerie van OCW voor het doorbraakproject ICT en Onderwijs; een overheveling naar de bijdrage Agentschap Telecom voor opdrachten voor het toezicht op de eIDAS verordening (€ 0,66 mln) en op het ETD-stelsel (€ 1,1 mln) door Agentschap Telecom; een overheveling naar artikel 40 voor opdracht aan DICTU voor programma Regelhulpen en Ondernemingsdossier (samen € 0,87 mln); een overheveling naar de bijdrage RVO voor de uitvoeringskosten van RVO (€ 2,2 mln) en een overheveling van middelen aan Pianoo (beleidsartikel 11) voor programmabureau eFactureren (€ 0,65 mln) Daarnaast is nog een aantal kleinere overboekingen gedaan voor bijvoorbeeld een bijdrage aan onderzoek door TNO (€ 0,15 mln) en voor het Chemieloket (€ 0,18 mln).

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

De mutatie van € 6,7 mln heeft betrekking op de financiering van het opdrachtenpakket van RVO voor 2016 en bestaat uit de volgende onderdelen: € 2,2 mln voor de uitvoering van het ICT-beleid, € 3,6 mln voor de uitvoering van diverse opdrachten waaronder het Nederlands Investeringsagentschap (NIA), de transparantie benchmark, het Aanvullend Actieplan MKB-financiering, de garantieregelingen BMKB, Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit en de Hannover Messe. Daarnaast is ook een bijdrage ontvangen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor het uitvoeren van de Green Deal aanpak.

Toelichting op de interne begrotingsreserves

Interne begrotingsreserve BMKB

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

54.168

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

– 5.000

Stand (raming) per 31/12/2016

49.168

Interne begrotingsreserve Groeifaciliteit

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

5.000

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

5.000

Interne begrotingsreserve Garantie Ondernemersfinanciering

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

53.111

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

53.111

Interne begrotingsreserve Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

10.044

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

10.044

Interne begrotingsreserve Garantie MKB-financiering

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

9.000

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

9.000

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 14 Een doelmatige en duurzame energievoorziening (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

5.442.919

– 10.000

5.432.919

13.140.940

18.573.859

13.046.118

68.417

72.317

70.617

Waarvan garantieverplichtingen

93.050

 

93.050

66.600

159.650

66.600

66.600

66.600

66.600

UITGAVEN

1.830.326

– 10.000

1.820.326

65.540

1.885.866

– 27.834

3.445

10.168

2.459

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

97%

 

97%

 

96%

       
                   

Subsidies

1.604.948

– 10.000

1.594.948

38.805

1.633.753

– 30.655

1.125

7.848

139

Topsectoren Energie

55.840

 

55.840

28.640

84.480

20.000

31.000

40.000

45.000

Energie-innovatie (Innovatie Agenda Energie)

2.377

 

2.377

17.321

19.698

       

Green Deal

16.354

 

16.354

125

16.479

       

Energieakkoord

48.089

 

48.089

– 27.110

20.979

       

MEP

278.022

 

278.022

 

278.022

       

SDE/SDE +

1.119.215

 

1.119.215

– 57.224

1.061.991

– 34.655

– 35.675

– 37.852

– 48.861

ISDE-Regeling

     

60.000

60.000

       

Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS)

61.000

– 10.0001

51.000

235

51.235

– 22.000

     

CCS

8.040

 

8.040

– 7.800

240

       

Hoge Flux Reactor

8.111

 

8.111

– 860

7.251

       

Verduurzamingsopgave Groningen

     

18.500

18.500

6.000

5.800

5.700

4.000

Caribisch Nederland

7.900

 

7.900

 

7.900

       

Regeling Sportaccommodaties

     

6.000

6.000

       

Overige subsidies

     

978

978

       
                   

Garanties

     

1.000

1.000

       

Geothermie

     

1.000

1.000

       
                   

Opdrachten

25.686

 

25.686

– 1.128

24.558

– 3.003

– 3.504

– 3.504

– 3.504

O&O bodembeheer

10.768

 

10.768

– 2.851

7.917

– 3.501

– 3.501

– 3.501

– 3.501

Joint implementation

314

 

314

502

816

501

     

Straling

20

 

20

 

20

       

Pallas

12.034

 

12.034

 

12.034

       

Onderzoek en opdrachten

2.550

 

2.550

1.221

3.771

– 3

– 3

– 3

– 3

                   

Bijdragen aan agentschappen

41.106

 

41.106

3.120

44.226

2.804

2.804

2.804

2.804

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

39.424

 

39.424

3.120

42.544

2.804

2.804

2.804

2.804

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

678

 

678

 

678

       

KNMI

1.004

 

1.004

 

1.004

       
                   

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

113.116

 

113.116

2.300

115.416

3.000

3.000

3.000

3.000

Doorsluis COVA heffing

111.000

 

111.000

 

111.000

       

TNO Bodembeheer

2.116

 

2.116

2.300

4.416

3.000

3.000

3.000

3.000

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

45.470

 

45.470

21.443

66.913

20

20

20

20

ECN/NRG

44.487

 

44.487

21.600

66.087

       

Interne begrotingsreserve risicopremie lening ECN/NRG

                 

Diverse instituten

983

 

983

– 157

826

20

20

20

20

                   

ONTVANGSTEN

6.386.411

 

6.386.411

– 3.597.000

2.789.411

– 3.200.000

– 3.250.000

– 3.350.000

– 3.300.000

COVA

111.000

 

111.000

 

111.000

       

SDE+

494.000

 

494.000

 

494.000

       

Interne begrotingsreserve duurzame energie

77.000

 

77.000

 

77.000

       

Aardgasbaten

5.700.000

 

5.700.000

– 3.600.000

2.100.000

– 3.200.000

– 3.250.000

– 3.350.000

– 3.300.000

Ontvangsten zoutwinning

1.761

 

1.761

 

1.761

       

Diverse ontvangsten

2.650

 

2.650

3.000

5.650

       
X Noot
1

Naar aanleiding van het amendement Van Veen C.S. (TK, 34 300 XIII, nr. 102) is het budget in 2016 verlaagd met € 10 mln.

Toelichting op de verplichtingen

  • Ten behoeve van de doelstellingen duurzame energie uit het Energieakkoord (14% in 2020, 16% in 2023) zal naar de huidige inzichten in 2016 voor een bedrag van in totaal € 18 mld aan beschikkingen afgegeven gaan worden op basis van het besluit SDE (zie ook de brief aan de Tweede Kamer van 7 december 2015; TK, 31 239, nr. 208). Dit verplichtingenbedrag is wat maximaal over 20 jaar gespreid tot uitbetaling zal komen. Dit totaal betreft naast de reguliere aanwijzingsregeling SDE+ 2016 (voor een bedrag van € 8 mld) twee tenders voor Wind Op Zee (Borssele I en II en Borssele III en IV), elk voor een bedrag van maximaal € 5 mld. In de ontwerpbegroting is een bedrag opgenomen van € 5 mld, zodat het beschikbare budget dient te worden aangevuld met € 13 mld. Ook voor 2017 wordt vooralsnog uitgegaan van een reguliere openstelling van € 8 mld, alsmede een nieuwe tender Wind op Zee van € 5 mld. Omdat er voor 2017 nog geen verplichtingenbudget beschikbaar was, wordt het budget daarom opgehoogd met € 13 mld. De meerjarig voor duurzame energie geraamde middelen (inclusief de middelen die in de interne begrotingsreserve duurzame energie beschikbaar zijn) zijn toereikend om te voorzien in de financiering van de aan te gane verplichtingen.

  • De Garantieregeling Aardwarmte wordt voor de komende vijf jaar opnieuw opengesteld. Het gemiddelde jaarlijkse garantieplafond bedraagt € 66,6 mln. Ten laste van het garantiebudget voor de Scheepsnieuwbouwregeling (artikel 13) is voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor € 23,3 mln per jaar compensatie geboden om de verlenging van de garantieregeling Aardwarmte mogelijk te maken. Deze dekking is gekozen vanwege het geringe gebruik van de Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfaciliteit.

  • Op 1 januari 2014 is in het kader van het Energieakkoord de subsidieregeling compensatie indirecte emissiekosten ETS in werking getreden. Er is in 2015 een lager beroep gedaan op de regeling dan er beschikbaar was aan middelen. Het lagere beslag is ontstaan doordat minder bedrijven in aanmerking kwamen en bedrijven een lagere aanvraag indienden voor de compensatie dan van tevoren was ingeschat. De in 2015 niet-bestede middelen voor ETS-compensatie worden voor een bedrag van € 24,235 mln doorgeschoven naar 2016.

  • Om de beschikbare kasgelden voor Green Deals in 2016 te kunnen benutten is het nodig het verplichtingenbudget met € 18,4 mln te verhogen.

  • EZ dekt de kosten van de Verduurzamingsopgave van 10.000 te versterken woningen in Groningen van in totaal € 40 mln voor de jaren 2016 tot en met 2020 uit de eigen begroting.

  • Vanwege een bijdrage van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan de subsidieregeling Sportaccommodaties wordt het verplichtingenbudget met € 6 mln verhoogd.

Toelichting op de uitgaven

Subsidies

Topsectoren Energie

  • In 2012 is besloten om voor de jaren 2012 tot en met 2015 een bedrag van (maximaal) € 50 mln per jaar (op verplichtingenbasis) aan SDE-middelen in te zetten voor SDE+-projecten van de Topsectoren ter bevordering van innovatie. Noodzakelijke voorwaarde voor de inzet van deze middelen aan innovatie is, dat de betreffende innovatie moet leiden tot een doelmatiger doelbereik (toentertijd 16% in 2020). Uitgewerkt betekent dit dat de innovatie dient te zijn toegepast in productie die uiterlijk in 2020 plaatsvindt en dat de kosten van de innovatie lager zijn dan de als gevolg van de innovatie vermeden SDE+ exploitatiesubsidies. In verband met de tijd die benodigd is voor het toegepast krijgen van innovatie in daadwerkelijke productie was aangenomen dat de innovatiesubsidie uiterlijk in 2015 diende te worden toegezegd. Met het energieakkoord (EA) is de doelstelling aangepast: 14% in 2020 en 16% in 2023. Op basis daarvan is het toetsjaar van daadwerkelijke productie verschoven naar 2023 en het laatste jaar van toezegging van innovatie verschoven naar 2019. Het verplichtingenbudget is vooralsnog gehandhaafd op (maximaal) € 50 mln per jaar. De voorwaarde dat de innovatie meer op moet brengen dan kosten blijft onverkort van kracht. Tenslotte dient te worden aangetekend dat als er sprake is van kasmatige onderuitputting, de kasmiddelen via de interne begrotingsreserve beschikbaar blijven voor uitgaven in latere jaren (eventueel weer voor SDE+ subsidies bij onvoldoende beslag door innovatie). Voor het jaar 2016 wordt het kasbudget voor dit doel verhoogd met € 4 mln.

  • In 2016 wordt de Tenderregeling Energie-innovatie opengesteld. De kasgevolgen van deze openstelling worden gedekt met een verhoging van het kasbudget van € 15,6 mln.

  • Vanwege een versnelling van de uitfinanciering op de Tenderregeling Energie-innovatie wordt het kasbudget voor 2016 met € 9 mln verhoogd. De in 2017 en 2018 voor dit doel gereserveerde gelden worden voor deze versnelling benut.

Energie-innovatie (Innovatie Agenda Energie)

Ten behoeve van de uitfinanciering van een aantal energie-innovatieregelingen, zoals Smart Grids, Groene grondstoffen, Wind op zee, Nieuw gas, de Unieke Kansen Regeling (UKR) en de Meerjaren Afspraken Energie (MJA-E), wordt het kasbudget verhoogd met in totaal € 17,3 mln.

Energie-akkoord

Op de Demonstratieregeling Energie Innovatie (DEI) wordt naar verwachting in 2016 minder uitgegeven dan beschikbaar is. Het kasbudget wordt om deze reden neerwaarts bijgesteld.

SDE/SDE+

  • Voor het vormen van budget voor de regeling Investerings Subsidie Duurzame Energie (ISDE) in 2016 wordt het kasbudget verlaagd met € 60 mln.

  • Ten behoeve van de SDE+-projecten van de Topsectoren Energie wordt vanuit het SDE+-budget € 4 mln compensatie geleverd (zie aldaar).

Regeling Investerings Subsidie Duurzame Energie (ISDE)

De openstelling van de Investerings Subsidie Duurzame Energie (ISDE) vindt in 2016 plaats. Het kasbudget voor deze regeling is daarom met € 60 mln opgehoogd. Dekking heeft plaatsgevonden vanuit het budget voor de SDE+-regeling.

Compensatie Energie-intensieve bedrijven (ETS)

De niet-bestede middelen voor ETS-compensatie in 2015 worden voor een bedrag van € 24,235 mln doorgeschoven naar 2016. Daarnaast wordt het budget voor 2016 en 2017 neerwaarts bijgesteld met respectievelijk € 24 mln en € 22 mln omdat een lagere CO2- prijs wordt voorzien dan waarmee in de begroting rekening is gehouden.

Carbon Capture and Storage (CCS)

Ten behoeve van het CCS-project ROAD (Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject) dat tot doel heeft om CO2 van een kolencentrale op de Tweede Maasvlakte af te vangen en op te slaan in een leeg gasveld in de Noordzee, stond nog budget gereserveerd op de begroting. Omdat de initiatiefnemers van het project (Uniper en Engie) nog geen definitief investeringsbesluit genomen hebben, komen de voor dit project op de begroting gereserveerde middelen naar verwachting in 2016 nog niet tot betaling.

Verduurzamingsopgave

Voor de verduurzamingsopgave in Groningen trekt EZ in de periode 2016 tot en met 2020 totaal € 40 mln uit. In 2016 gaat het om € 18,5 mln.

Regeling Sportaccommodaties

Ten behoeve van de uitgaven voor de subsidieregeling Energiebesparing en duurzame energie sportaccommodaties, die in 2016 voor het eerst wordt opengesteld, wordt € 6 mln overgeheveld vanuit de VWS-begroting.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Energieonderzoek Centrum Nederland/Nuclear Research and Consultancy Group (ECN/NRG)

In oktober 2014 heeft EZ aan ECN een subsidie in de vorm van een rentedragende lening verstrekt met een hoofdsom van maximaal € 82 mln. De lening wordt in tranches verstrekt, waarvan de eerste in oktober 2014 is betaald (€ 25 mln). De tweede tranche is in juni 2015 betaald (€ 10 mln). In november 2015 zou een derde tranche van € 10 mln worden uitbetaald aan ECN. Deze tranche is echter niet in 2015 opgevraagd door ECN, zoals vermeld in de 2e suppletoire wet 2015, aangezien de liquiditeitsbehoefte van ECN niet zodanig was dat een uitbetaling van de derde tranche gewenst was. Volgens de huidige bijgestelde planning zal van het resterende bedrag van de hoofdsom (€ 47 mln) een bedrag van € 40 mln worden opgevraagd in 2016 en de resterende € 7 mln in 2017. Dit leidt tot een verhoging ten opzichte van de beschikbare kasmiddelen met € 20 mln voor 2016.

Toelichting op de interne begrotingsreserves

Interne begrotingsreserve Geothermie

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

21.959

+ Geraamde storting

1.000

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

22.959

Interne begrotingsreserve Duurzame energie

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

1.077.786

+ Geraamde storting

460.000

– Geraamde onttrekking

– 77.000

Stand (raming) per 31/12/2016

1.460.786

Interne begrotingsreserve risicopremie lening ECN/NRG

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

6.600

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

6.600

Toelichting op de ontvangsten

Aardgasbaten

De aardgasbaten zullen in de komende jaren lager uitvallen dan eerder verwacht. Dit kent twee oorzaken: de verlaging van het productieplafond voor het Groningenveld en een prijseffect. Het kabinet heeft, zoals toegelicht in de Kamerbrief van 18 december 2015 (TK, 33 529, nr. 212), de voorlopige voorziening van de Raad van State uit haar uitspraak van 18 november 2015 in stand gelaten. Hierdoor geldt er in het gasjaar 2015–2016 voor het Groningenveld een productieplafond van 27 mld Nm3. De raming in de Miljoenennota 2016 was gebaseerd op een niveau van 33 mld Nm3 per jaar. Daarnaast is in de Miljoenennota 2016 gerekend met een TTF-gasprijs van circa € 0,20/m3. Op basis van de huidige prijsontwikkeling moet echter vanaf 2016 rekening gehouden worden met een daling van de gemiddelde gasprijs naar circa € 0,14/m3. De verlaging van de productie leidt tot € 0,85 mld minder inkomsten, de lagere gasprijs tot € 2,75 mld minder inkomsten.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 15 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

     

98.900

98.900

68.600

13.600

12.900

12.900

Waarvan garantieverplichtingen

                 

UITGAVEN

     

98.900

98.900

68.600

13.600

12.900

12.900

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

       

0%

       
                   

Subsidies

     

84.000

84.000

55.000

     

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

     

84.000

84.000

55.000

     
                   

Opdrachten

     

14.900

14.900

13.600

13.600

12.900

12.900

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

     

14.900

14.900

13.600

13.600

12.900

12.900

Toelichting op de uitgaven

Subsidies/Opdrachten

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

Voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen is een meerjarenprogramma opgezet dat tot doel heeft te voorzien in een duurzame versterking van de leefbaarheid en het economisch perspectief in de provincie Groningen. Voor dit doel wordt in totaal € 244,2 mln uit de gasbaten beschikbaar gesteld voor uitvoering van het meerjarenprogramma in de jaren 2016 tot en met 2024, waarvan € 98,9 mln in 2016. Dit geld zal in aanvulling op de € 1,2 mld uit het bestuurlijk akkoord met de NAM worden ingezet voor Groningen samenhangend met aardbevingen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 16 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

636.548

 

636.548

13.199

649.747

27.632

15.718

8.069

11.874

Waarvan garantieverplichtingen

131.610

 

131.610

– 11.610

120.000

       

UITGAVEN

544.121

 

544.121

5.111

549.232

20.197

10.538

8.069

11.874

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

88%

 

88%

 

88%

       
                   

Subsidies

40.817

 

40.817

– 2.308

38.509

– 7.308

– 14.308

– 13.308

– 9.308

Duurzame veehouderij

10.320

 

10.320

 

10.320

       

Investeringsregeling duurzame stallen

4.458

 

4.458

 

4.458

       

Regeling fijnstofmaatregelen

4.720

 

4.720

 

4.720

       

Overig

1.142

 

1.142

 

1.142

       

Plantaardige productie

9.063

 

9.063

7.006

16.069

2.006

– 4.994

– 3.994

6

Investeringsregeling Milieuvriendelijke Maatregelen (IMM)

5.100

 

5.100

7.000

12.100

2.000

– 5.000

– 4.000

 

Marktintroductie energie innovaties (MEI)

3.689

 

3.689

 

3.689

       

Overig

274

 

274

6

280

6

6

6

6

Visserij

6.518

 

6.518

 

6.518

       

Regelingen onder het nieuwe EFMZV

5.779

 

5.779

 

5.779

       

Overige (uitfinanciering regelingen onder EVF)

739

 

739

 

739

       

Agrarisch ondernemerschap

6.535

 

6.535

– 2.014

4.521

– 2.014

– 2.014

– 2.014

– 2.014

Brede weersverzekering

6.518

 

6.518

 

6.518

       

Investeringsregeling Jonge Agrariërs

17

 

17

 

17

       

Overig

     

– 2014

– 2.014

– 2014

– 2014

– 2014

– 2014

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

1.092

 

1.092

 

1.092

       

Overig

1.092

 

1.092

 

1.092

       

Apurement

7.289

 

7.289

– 7.300

– 11

– 7.300

– 7.300

– 7.300

– 7.300

Regeling apurement

7.289

 

7.289

– 7.300

– 11

– 7.300

– 7.300

– 7.300

– 7.300

Interne begrotingsreserves

                 

Interne begrotingsreserve landbouw

                 

Interne begrotingsreserve apurement

                 
                   

Garanties

21.560

 

21.560

– 11.045

10.515

– 10.537

– 8.028

– 1.811

– 2.006

Bijdrage begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

5.014

 

5.014

– 2006

3.008

– 2006

– 2006

– 2006

– 2006

Verliesdeclaraties Borgstellingsfaciliteit

14.039

 

14.039

– 9.039

5.000

– 8.531

– 6.022

195

 

Garantstelling Marktintroductie Innovaties (GMI)

2.507

 

2.507

 

2.507

       
                   

Opdrachten

121.899

 

121.899

– 9.846

112.053

– 14.817

– 13.967

– 9.290

– 8.667

Duurzame veehouderij

4.691

 

4.691

– 254

4.437

– 54

– 50

   

Mestbeleid

9.318

 

9.318

– 7.820

1.498

– 7.299

– 5.141

– 824

– 201

Plantaardige productie

1.877

 

1.877

– 1.187

690

– 23

     

Plantgezondheid

2.023

 

2.023

 

2.023

       

Diergezondheid en dierenwelzijn

11.967

 

11.967

– 3.454

8.513

– 2.780

– 2.055

– 1.699

– 1.699

Voedselveiligheid- en kwaliteit

4.572

 

4.572

91

4.663

91

91

91

91

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

3.587

 

3.587

 

3.587

       

Visserij

1.202

 

1.202

– 120

1.082

       

Agrarisch ondernemerschap

2.409

 

2.409

 

2.409

       

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

80.253

 

80.253

2.898

83.151

– 4.752

– 6.812

– 6.858

– 6.858

                   

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

83.206

 

83.206

– 1.195

82.011

4.451

6.763

6.763

6.763

Medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken

5.631

 

5.631

– 144

5.487

– 144

– 144

– 144

– 144

Dienst Landbouwkundig Onderzoek

75.646

 

75.646

49

75.695

4.595

6.907

6.907

6.907

Zon-MW (dierproeven)

                 

College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden

1.007

 

1.007

100

1.107

       

Centrale Commissie Dierproeven

922

 

922

– 1200

– 278

       
                   

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

4.040

 

4.040

3.713

7.753

3.713

3.713

3.713

3.713

Diergezondheidsfonds

4.040

 

4.040

3.713

7.753

3.713

3.713

3.713

3.713

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

8.861

 

8.861

974

9.835

277

277

57

57

FAO en overige contributies

8.861

 

8.861

974

9.835

277

277

57

57

                   

Bijdragen aan agentschappen

263.738

 

263.738

24.818

288.556

44.418

36.088

21.945

21.322

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

124.786

 

124.786

13.225

138.011

34.200

28.191

19.391

19.391

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

131.887

 

131.887

1.554

133.441

323

318

318

318

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

     

9.876

9.876

9.895

7.579

2.236

1.613

Rijksrederij

7.065

 

7.065

163

7.228

       
                   

ONTVANGSTEN

64.078

 

64.078

– 9.023

55.055

– 8.678

– 6.022

195

 

Mestbeleid

7.209

 

7.209

 

7.209

       

Diergezondheid en dierenwelzijn

500

 

500

 

500

       

Voedselveiligheid en kwaliteit

                 

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

15.926

 

15.926

 

15.926

       

Visserij

4.993

 

4.993

163

5.156

       

Agrarisch ondernemerschap

245

 

245

 

245

       

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

12.380

 

12.380

– 147

12.233

– 147

     

Garanties (provisies)

1.800

 

1.800

 

1.800

       

Agentschappen

                 

Begrotingsreserves

21.025

 

21.025

– 9.039

11.986

– 8.531

– 6.022

195

 

Toelichting op de verplichtingen

De mutatie van de verplichtingen met € 13,1 mln hangt voor € 7,9 mln samen met de correctie op het verplichting voor het nitraatrichtlijnprogramma. De overige verplichtingen voor € 5,1 mln worden bij de uitgaven toegelicht.

Garantieverplichtingen

De stand van de garantieverplichtingen is neerwaarts bijgesteld naar de openstaande stand van de garantieverplichtingen.

Toelichting op de uitgaven

Subsidies

Op het onderdeel plantaardige productie wordt over de jaren heen geschoven met de beschikbare financiële middelen voor Investeringsregeling Milieuvriendelijke Maatregelen (IMM), in de toekomst Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie glastuinbouw (EHG) geheten. De middelen worden naar voren gehaald om een grote openstelling van de regeling mogelijk te maken. Per saldo betreft het een budgettair neutrale schuif.

Op het onderdeel Agrarisch ondernemerschap kan de voeding voor de reserve flankerend beleid pelsdierhouderij met ingang van 2016 stopgezet worden. Er is dan voor het beoogde doel namelijk voldoende geld beschikbaar omdat de bestaande reserve landbouw ingezet kan worden voor de reserve flankerend beleid pelsdierhouderij.

De op de begroting gereserveerde middelen voor de regeling apurement (voor eventuele correcties en boetes die worden opgelegd door de Europese Commissie) worden naar beneden bijgesteld, omdat de reserve naar huidige inzichten toereikend is.

Garanties

De geraamde uitgaven op het onderdeel garanties worden verlaagd, omdat in 2016 en verder naar verwachting minder verliesdeclaraties zullen worden ingediend die een beroep doen op de Garantstelling Landbouw.

Om deze reden worden ook de ontvangsten bijgesteld (vanuit borgstellingsreserve hoeft minder gestort te worden om verliesdeclaraties te kunnen betalen).

Opdrachten

Op het onderdeel mestbeleid wordt de opdracht die aan het RIVM is verleend voor het actieprogramma Nitraatrichtlijn overgeheveld naar een nieuw ingericht RIVM begrotingsinstrument dat hangt onder «Bijdragen aan agentschappen». Dit heeft te maken met het apart zichtbaar maken van de opdracht aan het RIVM.

Bij diergezondheid en dierenwelzijn wordt de opdracht voor de basismonitoring door de Gezondheidsdienst voor Dieren voortaan via het Diergezondheidsfonds verstrekt. Daarom wordt circa € 3,7 mln structureel overgeheveld naar aan het onderdeel Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken/Diergezondheidsfonds.

Daarnaast wordt voor de jaren 2016, 2017 en 2018 de laatste bijdrage inzake Q-koorts overgeboekt naar VWS. Voor 2016 gaat het om een bedrag van € 1,4 mln, voor 2017 om € 1 mln en voor 2018 om € 0,3 mln.

Bij kennisontwikkeling en agrarische innovatie wordt budget voor Dienst Landbouwkundig Onderzoek overgeheveld van categorie opdrachten naar categorie bijdrage aan ZBO’s en RWT’s wettelijke onderzoekstaken (WOT) en Kennisbasis (KB). In 2016 circa € 4,5 mln, 2017 en verder circa € 7 mln. Dit naar aanleiding van de uitkomsten van een evaluatie (TK, 34 000 XIII, nr. 151)

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Op dit onderdeel is een interne overheveling van € 3,7 mln verwerkt. Het betreft een louter administratieve mutatie, de toelichting hiervoor staat bij opdrachten, diergezondheid en dierenwelzijn.

Bijdrage aan agentschappen

Bij de NVWA wordt geld bijgeboekt, omdat sprake is van financiële knelpunten. Dit extra budget is nodig om eerdere, niet realiseerbare efficiencytaakstellingen op te kunnen vangen en het in 2014 ingezette Plan van Aanpak te realiseren (€ 12,5 mln). Daarnaast is sprake van een bijdrage vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het programma «afpakken» (€ 0,6 mln).

Bij het RIVM betreft het de overgehevelde middelen van actieprogramma Nitraatrichtlijn (zie toelichting bij Opdrachten) en Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) (zie toelichting op artikel 18).

Toelichting op de interne begrotingsreserves

Interne begrotingsreserve Visserij

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

17.231

+ Geraamde storting

0

– Geraamde onttrekking

– 2.200

Stand (raming) per 31/12/2016

15.031

De geraamde onttrekking is voor de laatste betalingen van het Europees Visserijfonds voor de programmaperiode 2007–2013.

Interne begrotingsreserve Landbouw

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

24.872

+ Geraamde storting

0

+ overheveling reservering pelsdierhouderij van borgstellingsfaciliteit naar begrotingsreserve Landbouw

10.000

– Geraamde onttrekking

– 6.500

Stand (raming) per 31/12/2016

28.372

De opgebouwde reservering voor flankerend beleid pelsdierhouderij (€ 10 mln) wordt overgeheveld van de begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit naar de begrotingsreserve Landbouw. De geraamde onttrekking is voor de uitfinanciering van diverse regelingen en projecten op het agro-terrein waaronder de fijnstofregeling en de Vamil-compensatieregeling. Het per saldo eind 2016 resterende bedrag van € 28,4 mln is bij de huidige inzichten voldoende als dekking voor de interne reserve pelsdierhouderij.

Interne begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

22.162

+ Geraamde storting

5.500

– Geraamde onttrekking

– 5.000

– Overheveling reservering pelsdierhouderij van borgstellingsfaciliteit naar begrotingsreserve Landbouw

– 10.000

Stand (raming) per 31/12/2016

12.662

Er wordt jaarlijks een storting gedaan van € 5,5 mln, waarvan € 2,5 mln voor Garantstelling Marktintroducties Innovaties en € 3 mln als reguliere jaarlijkse storting voor de Borgstellingsfaciliteit. De geraamde onttrekking is voor verliesdeclaraties van de Borgstellingsfaciliteit.

Interne begrotingsreserve apurement

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

174.524

+ Geraamde storting

0

– Geraamde onttrekking

– 59.724

Stand (raming) per 31/12/2016

114.800

De geraamde onttrekking vindt plaats voor de van de Europese Commissie ontvangen definitieve correctiebesluiten voor operationele programma’s groenten en fruit (TK, 21 501–32, nr. 884), agromilieumaatregelen, schoolfruit en certificering 2011.

Toelichting op de ontvangsten

Zie toelichting op de uitgaven bij garanties.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 17 Groen onderwijs van hoge kwaliteit (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

842.665

 

842.665

– 2.665

840.000

– 218

– 61

– 56

– 83

UITGAVEN

796.001

 

796.001

– 2.665

793.336

– 218

– 61

– 56

– 83

Waarvan juridisch verplicht

100%

 

100%

 

100%

       
                   

Leningen

   

0

 

0

       

Schatkistbankieren

                 

Bekostiging

761.219

 

761.219

– 2.032

759.187

– 207

– 207

– 207

– 207

WO-groen

176.986

 

176.986

31

177.017

31

31

31

31

HBO-groen

80.912

 

80.912

 

80.912

       

MBO-groen

165.447

 

165.447

 

165.447

       

Voorbereidende en Ondersteunende Activiteiten (VOA)

                 

Wachtgelden

13.977

 

13.977

 

13.977

       

VMBO-groen

321.163

 

321.163

– 238

320.925

– 238

– 238

– 238

– 238

Aequor

2.734

 

2.734

– 1.825

909

       
                   

Subsidies

33.540

 

33.540

– 871

32.669

– 249

– 92

– 87

– 114

Aansturing collectieve ondersteuning

                 

School als Kenniscentrum

1.554

 

1.554

 

1.554

       

Kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs

98

 

98

 

98

       

Aanvullende onderwijssubsidies

27.200

 

27.200

– 971

26.229

– 349

– 92

– 87

– 114

Ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit

1.201

 

1.201

100

1.301

100

     

Educatie

3.487

 

3.487

 

3.487

       
                   

Opdrachten

   

0

 

0

       

Kennisverspreidingsprojecten

                 
                   

Bijdragen aan agentschappen

1.242

 

1.242

238

1.480

238

238

238

238

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

1.242

 

1.242

238

1.480

238

238

238

238

                   

ONTVANGSTEN

75

 

75

 

75

       

Toelichting op de uitgaven

Bekostiging

Vanuit het onderdeel bekostiging wordt de bijdrage van € 1,8 mln aan SBB (Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) overgeheveld via de begroting van OC&W.

Subsidies

Vanuit het onderdeel subsidies worden diverse bijdragen ad. € 0,9 mln overgeheveld naar het Ministerie van OC&W voor onder meer: praktijkgericht onderzoek, doorontwikkeling «Basis register Onderwijs Nederland» en commissie voor toezicht examens.

Toelichting op de interne begrotingsreserve schatkistbankieren

Bedragen x € 1.000

Stand 1/1/2016

138

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2016

138

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 18 Natuur en regio (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

151.579

 

151.579

– 6.181

145.398

– 1.091

– 990

4.369

4.394

                   

UITGAVEN

210.728

 

210.728

– 9.602

201.126

– 2.114

– 2.012

– 1.175

– 1.150

Waarvan juridisch verplicht

86%

 

86%

 

86%

       
                   

Subsidies

49.987

 

49.987

– 2.470

47.517

– 284

– 284

– 284

– 284

Zuiderzeelijn

3.835

 

3.835

 

3.835

       

Cofinanciering EFRO, incl. ETS

29.590

 

29.590

– 170

29.420

– 284

– 284

– 284

– 284

Bijdrage aan ROM’s

6.337

 

6.337

200

6.537

       

Pieken in de Delta

6.226

 

6.226

– 2500

3.726

       

Programma Natuurlijk Ondernemen en Green Deals

1.098

 

1.098

 

1.098

       

Beheer Kroondomein

772

 

772

 

772

       

Regelingen Natuur (Burgereducatie, RDN, SBL, VNBL)

2.129

 

2.129

 

2.129

       
                   

Leningen

29.175

 

29.175

– 1.000

28.175

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

Rente en aflossingen voor bestaande leningen (EHS & PNB)

29.175

 

29.175

– 1.000

28.175

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

                   

Opdrachten

33.520

 

33.520

70

33.590

1.130

1.111

1.139

1.044

Onderzoeksmiddelen

460

 

460

 

460

       

NURG/Maaswerken

3.815

 

3.815

1.440

5.255

1.440

1.320

1.320

1.200

Mainport Rotterdam

7.410

 

7.410

 

7.410

       

Nationale parken

     

1.000

1.000

1.000

     

Programma Rijke Waddenzee

623

 

623

– 43

580

– 29

– 28

   

Programma Natuurlijk Ondernemen en Green Deals

4.035

 

4.035

– 100

3.935

– 25

– 25

– 25

 

Natuurvisie

7.220

Amendement1

7.220

– 1.863

5.357

– 1.100

     

Regiekosten regionale functie

886

 

886

– 86

800

       

Kaderrichtlijn Marine Strategie/Noordzee

569

 

569

– 140

429

– 140

– 140

– 140

– 140

Natura 2000

2.149

 

2.149

 

2.149

       

Monitoring

1.672

 

1.672

 

1.672

       

Internationale biodiversiteit

362

 

362

100

462

       

Caribisch Nederland

1.137

 

1.137

– 16

1.121

– 16

– 16

– 16

– 16

Overig

3.182

 

3.182

– 222

2.960

       
                   

Bijdragen aan medeoverheden

22.355

 

22.355

– 5.739

16.616

– 810

– 809

   

Uitfinanciering Sterke Regio's en Nota Ruimte

10.664

 

10.664

– 4.750

5.914

       

Programmatische Aanpak Stikstof

2.507

 

2.507

– 989

1.518

– 810

– 809

   

Westerschelde

7.028

 

7.028

 

7.028

       

Caribisch Nederland

2.006

 

2.006

 

2.006

       

Decentralisatiemiddelen natuur

150

 

150

 

150

       
                   

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

25.947

 

25.947

200

26.147

       

Staatsbosbeheer

25.947

 

25.947

200

26.147

       
                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.115

 

1.115

607

1.722

6

6

6

6

Diverse contributies

1.115

 

1.115

607

1.722

6

6

6

6

                   

Bijdragen aan agentschappen

48.629

 

48.629

– 1.270

47.359

– 1.156

– 1.036

– 1.036

– 916

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

39.284

 

39.284

– 1.258

38.026

– 1.440

– 1.320

– 1.320

– 1.200

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

9.345

 

9.345

– 12

9.333

284

284

284

284

                   

ONTVANGSTEN

100.957

 

100.957

18.300

119.257

5.000

5.000

   

Landinrichtingsrente

42.161

 

42.161

 

42.161

       

Jachtakten

1.031

 

1.031

 

1.031

       

Verkoop gronden

50.000

 

50.000

7.800

57.800

5.000

5.000

   

Overige

7.765

 

7.765

10.500

18.265

       
X Noot
1

Binnen het onderdeel Natuurvisie zijn reserveringen opgenomen voor de aangenomen amendementen bijdrage poolprogramma van de leden Veldhoven en Vos (TK, 34 300 XIII, nr. 161) en weidevogels van de leden Grashoff en Leenders (TK, 34 300 XIII, nr. 91).

Toelichting op de verplichtingen

Bij het onderdeel subsidies heeft een verplichtingenschuif van € 3,2 mln vanuit 2015 naar 2016 plaatsgevonden voor het INTERREG-programma «Euregio Maas Rijn (EMR)».

Toelichting op de uitgaven

Subsidies

Vanuit het onderdeel subsidies (Pieken in de delta) wordt € 2 mln aan kasbudget overgeheveld naar het provinciefonds voor het Fieldlab Region of Smart Factories in Noord Nederland.

Leningen

De raming van het onderdeel leningen kan structureel met € 1 mln verlaagd worden, omdat minder rente betaald hoeft te worden.

Opdrachten

Binnen het onderdeel opdrachten wordt € 1 mln aan budget overgeheveld van Natuurvisie naar Nationale parken voor uitvoering van het programma dat loopt van 2015 ten en met 2017 (TK, 33 576, nr.57). Dit is in lijn met het amendement Van Veldhoven/Jacobi (TK, 34 000 XIII, nr. 128) dat is ingediend bij de begroting van 2015.

De uitvoering van de Nadere Uitwerking RivierenGebied (NURG) € 1,4 mln wordt na de opheffing van agentschap DLG en de tijdelijke uitvoering door RVO vanaf 2016 door SBB gedaan. De bijdrage voor de uitvoering is van de categorie «Bijdragen aan agentschappen» overgeheveld naar de categorie «Opdrachten».

Bijdrage medeoverheden

Vanuit het onderdeel medeoverheden wordt kas en verplichtingen budget van € 4,75 mln overgeheveld naar het gemeentefonds voor werkzaamheden in het kader van Brainport Eindhoven. Het project Brainport Eindhoven wordt gefinancierd uit het «Nota Ruimtebudget». Het betreft hier de herstructurering en ontsluiting van het bedrijventerrein De Run Oost door gemeente Veldhoven.

Tevens is uit het budget voor Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) een bedrag van € 1 mln overgeheveld naar het onderdeel RIVM onder Bijdrage aan agentschappen op artikel 16. Het betreft hier de bijdrage voor de jaren 2016 tot en met 2018 voor het onderhouden en ontwikkelen van het instrument dat dient om de doelstellingen van PAS te ondersteunen en te monitoren.

Toelichting op de ontvangsten

Verkoop gronden

Als gevolg van de verkoop van de gronden van Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) die niet meer nodig zijn voor de afronding van projecten, komt in 2016 circa € 7,8 mln aan extra inkomsten binnen. Voor de jaren 2017 en 2018 wordt eveneens € 5 mln per jaar aan extra inkomsten geraamd.

Overige

Bij het onderdeel overige ontvangsten wordt in verband met de afrekening van opdrachten aan RVO voor 2015 € 7 mln ontvangen. Tevens wordt een ontvangst van € 3,5 mln uit de verkoop van terreinen geraamd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 19 Toekomstfonds (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

158.184

 

158.184

146.146

304.330

– 4.000

     

UITGAVEN

164.741

 

164.741

159.359

324.100

       

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

59%

 

59%

 

42%

       
                   

Leningen

159.418

 

159.418

158.064

317.482

– 1.125

– 1.125

– 798

– 798

I MKB-FINANCIERING

                 

Volledig revolverend

                 

Dutch Venture Initiative/Fund of Funds

36.700

 

36.700

29.400

66.100

       

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

     

42.000

42.000

       
                   

Gedeeltelijk revolverend

                 

Innovatiekrediet

41.025

 

41.025

18.628

59.653

– 666

– 666

– 567

– 567

Risicokapitaal (seed capital)

20.079

 

20.079

15.665

35.744

– 154

– 154

– 131

– 131

Vroege fasefinanciering

11.614

 

11.614

2.747

14.361

– 305

– 305

– 100

– 100

                   

II INVESTERINGEN IN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEK

Met vermogensbehoud

50.000

Amendement1

50.000

49.624

99.624

       
                   

III Staatsobligaties Toekomstfonds

                 
                   

Subsidies

                 

IV Reëel rendement voor onderzoek

                 
                   

Bijdragen Agentschappen

5.323

 

5.323

1.295

6.618

1.125

1.125

798

798

Bijdrage Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

5.323

 

5.323

1.295

6.618

1.125

1.125

798

798

                   

ONTVANGSTEN

32.088

 

32.088

98.800

130.888

       

MKB-FINANCIERING BESTAND INSTRUMENTARIUM

                 

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

     

98.800

98.800

       

Fund of Funds (DVI I/Business Angels)

                 

Innovatiekredieten

25.388

 

25.388

 

25.388

       

Seed

6.700

 

6.700

 

6.700

       
                   

MKB-FINANCIERING INCIDENTELE MIDDELEN

                 

Ontvangsten DVI II

                 
                   

Ontvangsten fundamenteel en toegepast onderzoek

                 
                   

Renteontvangsten Toekomstfonds

                 
X Noot
1

De € 8 mln voor de uitvoering van het amendement Surf (TK, 34 300 XIII, nr. 163) is gereserveerd als onderdeel van het budget voor Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek.

Toelichting op de verplichtingen

De mutatie van de verplichting met € 146 mln wordt vooral veroorzaakt doordat de niet benutte ruimte in het Toekomstfonds in 2015 en de ontvangstenmeevaller op het Innovatiekrediet en de Seedregeling in 2015 aan de begroting van 2016 worden toegevoegd, conform de afspraken die in het kader van het Toekomstfonds zijn gemaakt. Het betreft de instrumenten Innovatiekrediet (€ 50,7 mln), Vroegefasefinanciering (5,5 mln), Seedregeling (€ 12,1 mln), Onderzoek voor fundamenteel en toegepast onderzoek (€ 49,8 mln) en de Regionale Ontwikkelingsmatschappijen (€ 42 mln). Daarnaast vindt voor het uitvoeren van de regeling Vroegefasefinanciering door de Stichting Technische wetenschappen een verplichtingenschuif plaats van 2017 naar 2016 (€ 4 mln). Hiernaast is het budget voor Innovatiekredieten met € 18 mln verlaagd.

Toelichting op de uitgaven

De verhoging van de uitgaven van de leningen met € 159 mln wordt grotendeels veroorzaakt doordat de niet benutte middelen van het Toekomstfonds in 2015 en de ontvangstenmeevaller op de Seedregeling en het Innovatiekrediet in 2015 conform de fondsconstructie worden toegevoegd aan het budget voor 2016. Het betreft de regelingen Dutch Venture Initiative, Seedregeling, Innovatiekrediet, Vroegefasefinanciering, Fundamenteel en toegepast onderzoek en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen. Daarnaast wordt € 1,3 mln overgeheveld naar de bijdrage Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de uitvoeringskosten die samenhangen met de regelingen in het Toekomstfonds. Hiernaast is het budget voor Innovatiekredieten met € 18 mln verlaagd.

Toelichting op de ontvangsten

Er wordt in totaal € 98,8 mln ontvangen in het kader van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen. Er wordt € 32 mln ontvangen van de provincie Limburg in het kader van de verkoop van een deel van het aandelenpakket LIOF. De ontvangst was aanvankelijk geraamd voor 2015. Nadat in het najaar van 2015 bleek dat de afronding van het besluitvormingsproces niet in 2015 kon plaatsvinden, werd de raming van de ontvangst doorgeschoven naar 2016. Inmiddels hebben de provinciale staten van de provincie Limburg ingestemd met de aandelentransactie. Daarnaast wordt naar verwachting € 46,8 mln ontvangen van de noordelijke provincies in het kader van de voorgenomen verkoop van een deel van de aandelen in de NOM. Tot slot wordt naar verwachting € 20 mln dividend ontvangen van de NOM.

Toelichting ijklijn gasbaten

Het Toekomstfonds wordt mede gevoed met eventuele meevallers uit de aardgasbaten. Er is sprake van meevallers wanneer de gerealiseerde aardgasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de aardgasbaten zoals die voor dat betreffende jaar geraamd zijn in de Miljoenennota 2015. Deze raming wordt herijkt als er beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie plaatsvinden (TK II, 2014/15, 34 000 XIII, nr.5).

In het jaar 2015 is de oorspronkelijke raming herijkt als gevolg van diverse beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie. De relevante ijklijn die van invloed is voor de bepaling van de voeding van het Toekomstfonds is vastgelegd en toegelicht in de EZ-begroting 2016 (pagina 133).

Bij Voorjaarsnota 2016 heeft het kabinet, zoals toegelicht in de Kamerbrief van 18 december 2015 (TK, 33 529, nr. 212), besloten om de voorlopige voorziening van de Raad van State uit haar uitspraak van 18 november 2015 te volgen. Hierdoor geldt er in het gasjaar 2015–2016 voor het Groningenveld een productieplafond van 27 mld Nm3. De raming in de Miljoenennota 2016 was gebaseerd op een niveau van 33 mld Nm3 per jaar. Deze beleidsmatige aanpassing van de gasproductie heeft effect op de ijklijn die van invloed is voor de bepaling van de voeding van het Toekomstfonds.

Naar aanleiding van de bovengenoemde wijziging bij Voorjaarsnota 2016 is er sprake van meevallers voor het Toekomstfonds wanneer de gerealiseerde gasbaten in een bepaald jaar hoger zijn dan de gasbaten zoals in onderstaande tabel is opgenomen (stand actuele ijklijn aardgasbaten Voorjaarsnota 2016).

Bedragen x € 1 mln
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Ijklijn aardgasbaten Miljoenennota 2016

7.750

7.250

7.400

7.300

7.550

6.500

Bijstelling n.a.v. beleidsmatige aanpassingen (volume-effect) bij Voorjaarsnota 2016

 

– 850

– 950

– 950

– 950

– 950

Actuele ijklijn aardgasbaten Voorjaarsnota 2016

 

6.400

6.450

6.350

6.600

5.550

Deze actuele ijklijn wijkt af van de raming van de aardgasbaten op beleidsartikel 14 omdat voor het Toekomstfonds alleen de beleidsmatige aanpassingen van de gasproductie van toepassing zijn. Bij het vaststellen van de gasbatenraming op beleidsartikel 14 spelen onder andere de euro/dollar koers en de olieprijs een rol. Deze blijven bij de berekening van de ijklijn voor het Toekomstfonds buiten beschouwing.

4. De niet-beleidsartikelen

Artikel 40 Apparaat (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

380.243

 

380.243

– 11.758

368.485

– 16.777

– 12.063

– 11.060

– 13.545

UITGAVEN

380.243

 

380.243

– 11.758

368.485

– 16.777

– 12.063

– 11.060

– 13.545

                   

Personele uitgaven

252.733

 

252.733

1.582

254.315

– 3.448

152

1.487

– 413

– waarvan eigen personeel

206.892

 

206.892

1.360

208.252

3.154

5.402

4.987

2.887

– waarvan externe inhuur

6.090

 

6.090

0

6.090

       

– Waarvan overige personele uitgaven

39.751

 

39.751

222

39.973

– 6.602

– 5.250

– 3.500

– 3.300

Materiële uitgaven

127.510

 

127.510

– 13.340

114.170

– 13.329

– 12.215

– 12.547

– 13.132

– waarvan ICT1

7.065

 

7.065

0

7.065

       

– waarvan bijdrage aan SSO’s (exclusief DICTU)

40.722

 

40.722

– 8.436

32.286

– 8.020

– 6.858

– 7.415

– 7.600

– waarvan SSO DICTU

35.251

 

35.251

872

36.123

       

– waarvan overige materiële uitgaven

44.472

 

44.472

– 5.776

38.696

– 5.309

– 5.357

– 5.132

– 5.532

                   

ONTVANGSTEN

32.526

 

32.526

1.450

33.976

2.500

4.550

4.550

4.550

X Noot
1

Het totaal van de ICT-uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaan uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan de SSO DICTU.

Toelichting op de verplichtingen en de uitgaven

Personele uitgaven

De mutaties bij het onderdeel «personele uitgaven» worden met name veroorzaakt door:

  • De overheveling van enkele marktoezichttaken van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar de Autoriteit Consument & Markt (ACM) (€ 1,6 mln in 2016 en € 2,1 mln per jaar voor de jaren 2017 tot en met 2019).

  • De verwerking van een desaldering voor ACM. Binnen het ACM-domein is het mogelijk meer kosten door te berekenen aan derden. Deze hogere inkomsten dienen (deels) ter dekking van de taakstelling ACM die reeds in 2014 verwerkt was (€ 1,5 mln in 2016, € 2,5 mln in 2017 en vanaf 2018 structureel € 4,6 mln).

  • De verdeling van het positieve resultaat van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor EZ is in 2016 naar beneden bijgesteld ten opzichte van de toekenning in 2015 (-€ 2,7 mln in 2016, -€ 3,1 mln in 2017, -€ 4,1 mln in 2018, -€ 3,5 mln in 2019 en -€ 3,3 mln structureel vanaf 2020).

  • Teruggave aandeel Ministerie van Economische Zaken in surplus eigen vermogen van voormalig Rijksgebouwendienst en FM-Haaglanden (€ 6,4 mln in 2016).

  • Een bijdrage van EZ voor Rijksbrede financiële problematiek (-€ 3,5 mln per jaar voor de jaren 2016 en 2017 en -€ 1,1 mln voor 2018).

  • De overheveling van het onderzoeksbudget (€ 2 mln meerjarig) naar artikel 15 voor het meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (NCG).

Materiële uitgaven

De mutaties bij het onderdeel «materiele uitgaven» worden met name veroorzaakt door:

  • De overheveling van het budget voor de generieke dienstverlening naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken in verband met de centrale bekostiging van FM-Haaglanden (– € 11,1 in 2016, – € 11,1 mln in 2017, – € 11,0 in 2018 en – € 10,9 structureel vanaf 2019).

  • Correctie in verband met een lagere ontvangst van het resultaat van het Rijksvastgoedbedrijf dan in 2015 was toegekend (€ 2,7 mln in 2016, € 3,1 mln in 2017, € 4,1 mln in 2018, € 3,5 mln in 2019 en € 3,3 mln structureel vanaf 2020). Deze bedragen waren in 2015 in mindering gebracht op het materiële budget maar zijn door de correctie van het BVM weer nodig voor de financiering van de huren.

  • De overheveling van het onderzoeksbudget (€ 5 mln meerjarig) naar artikel 15 voor het meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (NCG).

Toelichting op de ontvangsten

De mutaties bij het onderdeel «ontvangsten» wordt veroorzaakt door:

  • Hogere inkomsten bij ACM doordat meer kosten worden doorberekend aan de markt. Zie mutatie bij personele uitgaven (€ 1,5 mln in 2016, € 2,5 mln in 2017 en vanaf 2018 structureel € 4,6 mln).

Artikel 41 Nominaal en Onvoorzien (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

VERPLICHTINGEN

0

 

0

97.983

97.983

55.403

54.070

53.732

53.610

UITGAVEN

0

 

0

97.983

97.983

55.403

54.070

53.732

53.610

                   

41.10 Prijsbijstelling

0

 

0

8.108

8.108

7.338

7.097

6.935

7.049

41.20 Loonbijstelling

0

 

0

53.536

53.536

48.065

46.973

46.797

46.561

41.30 Onvoorzien

0

 

0

36.339

36.339

0

0

0

0

41.40 Nog te verdelen

0

 

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Loon- en prijsbijstelling

Bij Voorjaarsnota 2016 is de technische loon- en prijsbijstellingstranche 2016 uitgedeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgevers. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen. De loon- en prijsbijstellingtranche 2016 zal bij de eerst volgende begrotingsronde uitgedeeld worden aan de relevante loon- en prijsgevoelige onderdelen.

Onvoorzien

De verhoging bij de post onvoorzien heeft betrekking op de uitkering van de eindejaarsmarge (€ 46,6 mln in 2016). Hiervan wordt € 10 mln ingezet voor het verduurzamen van 10.000 te versterken woningen in Groningen (overheveling naar artikel 14).

5. De agentschappen

Agentschap Telecom (AT)

Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap AT

Suppletoire begroting 2016 (Eerste suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties (+of-) 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Totaal geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

11.294

5.223

16.517

Omzet overige departementen

0

344

344

Omzet derden

21.352

0

21.352

Rentebaten

50

0

50

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

300

0

300

Totaal baten

32.996

5.567

38.563

       

Lasten

     

Apparaatskosten

33.993

5.567

39.560

– Personele kosten

21.293

3.318

24.611

– Waarvan eigen personeel

18.681

2.937

21.618

– Waarvan externe inhuur

778

122

900

– Waarvan overige personele kosten

1.833

259

2.092

– Materiële kosten

12.700

2.249

14.949

– Waarvan apparaat ICT

0

0

0

– Waarvan Bijdrage aan SSO's

5.197

625

5.822

– Waarvan overige materiële kosten

7.503

1.624

9.127

Rentelasten

50

0

50

Afschrijvingskosten

1.600

0

1.600

– Materieel

1.500

0

1.500

– Waarvan apparaat ICT

   

0

– Immaterieel

100

0

100

Overige lasten

75

0

75

– Dotaties voorzieningen

75

0

75

– Bijzondere lasten

0

0

0

Correctie kosten GAMMA

– 2.000

0

– 2.000

Totaal lasten

33.718

5.567

39.345

       

Saldo van baten en lasten

– 722

0

– 722

Toelichting op de baten

De raming omzet moederdepartement wordt met € 5,2 mln verhoogd. Deze stijging wordt verklaard doordat het agentschap in 2016 uitvoering gaat geven aan de (nieuwe) taken voor Waarborg en Metrologie (de overgang van voormalig Verispect naar AT), het Toezicht op de eIDAS1 (Elektronische Certificering) verordening en de secretariaatsfunctie voor de Commissie van Deskundigen ten behoeve van toezicht op het ETD (Elektronische Toegangsdiensten)-stelsel2.

De omzet overige departementen is naar boven bijgesteld met € 0,34 mln. AT gaat voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie meerjarig uitvoering geven aan de opdrachten voor de naleving leeftijdsgrenzen Kijkwijzer en gaat de controles organiseren voor de naleving van de registratie- en legitimatieplicht van opkopers van metalen.

Toelichting op de lasten

Voor de uitvoering van de genoemde taken worden de lasten van het agentschap hoger. De verwachting is dat dit ten opzichte van de baten budgetneutraal verloopt. Het resultaat blijft daarmee ongewijzigd.

De personele kosten zijn in 2016 € 3,3 mln hoger door de instroom van 43 Fte voor de uitvoering van de nieuwe taken. Dit betreft de loonkosten en de gerelateerde personele kosten voor onder andere de reiskosten en opleidingen. De bijdrage aan de SSO’s is voor het DICTU verhoogd met een bedrag van € 0,6 mln voor de toename van de kosten van de werkplekken en het gebruik van ICT middelen.

De overige materiële kosten nemen toe door onder andere de kosten voor uitbesteding werkzaamheden aan NMI Certin3 en de kosten voor leaseauto’s.

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties (+of-)

1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Stand

1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

7.368

0

7.368

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

     
 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

     

2.

Totaal operationele kasstroom

878

0

878

 

Totaal investeringen (-/-)

– 5.000

0

– 5.000

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 5.000

0

– 5.000

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 572

0

– 572

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

5.000

0

5.000

4.

Totaal financieringskasstroom

4.428

0

4.428

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

7.674

0

7.674

Agentschap Telecom gaat er vanuit dat de nieuwe taken geen invloed hebben op het kasstroomoverzicht. De verwachting is dat de aanvraag leenfaciliteit voldoende is.

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap DICTU

Suppletoire begroting 2016 (Eerste suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties (+of-) 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Totaal geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

173.400

31.100

204.500

Omzet overige departementen

30.000

9.900

39.900

Omzet derden

800

0

800

Rentebaten

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

204.200

41.000

245.200

       

Lasten

     

Apparaatskosten

188.200

40.700

228.900

– Personele kosten

101.400

30.700

132.100

– Waarvan eigen personeel

52.300

6.600

58.900

– Waarvan externe inhuur

2.600

2.400

5.000

– Waarvan overige personele kosten

46.500

21.700

68.200

– Materiële kosten

86.800

10.000

96.800

– Waarvan apparaat ICT

33.000

9.000

42.000

– Waarvan Bijdrage aan SSO's

13.800

100

13.900

– Waarvan overige materiële kosten

40.000

900

40.900

Rentelasten

200

0

200

Afschrijvingskosten

14.800

300

15.100

– Materieel

7.400

600

8.000

– Immaterieel

7.400

– 300

7.100

Overige lasten

500

0

500

– Dotaties voorzieningen

500

0

500

– Bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

203.700

41.000

244.700

       

Saldo van baten en lasten

500

0

500

Toelichting op de baten

De stijging omzet moederdepartement en de omzet overige departementen wordt onder andere veroorzaakt door een stijging van applicatie beheer (€ 5,6 mln). De vraag naar beheer van applicaties is hoger dan ingeschat bij het opstellen van de ontwerpbegroting.

Met de ontwikkeling van een nieuwe infrastructuur (Cloud) wordt verwacht dat het beheer van de infrastructuur goedkoper wordt. In de ontwerpbegroting is uitgegaan van een omzetdaling voor het product Infrabeheer. De introductie van de nieuwe infrastructuur (Cloud) heeft vertraging opgelopen, waardoor er nog langer gebruik gemaakt wordt van de klassieke infrastructuur dan begroot (€ 21,5 mln). Tenslotte is de omzet op de werkplekservices gestegen. Dit is het gevolg van een niet begrote migratie naar de Rijkswerkomgeving (RWO) (€ 13,9 mln).

Toelichting op de lasten

De apparaatskosten, zowel de personele als de materiële kosten, stijgen mee met de omzet. Aan de extra vraag kan alleen met extra middelen worden voldaan.

DICTU hecht veel waarde aan het borgen van ICT-kennis in de eigen organisatie. Dit leidt vanaf 2016 tot een stijging van de kosten van eigen personeel (€ 6,6 mln).

Om aan de extra vraag naar ICT-verlening te kunnen voldoen is het ook nodig om een deel van de werkzaamheden uit te besteden (€ 30,7 mln) en waar nodig een beroep te doen op externe inhuur (€ 2,4 mln). Dit doet DICTU met name bij eenmalige grote projecten zoals de ontwikkeling van DICTU Cloud en migratie naar de RWO, waarbij tijdelijk extra capaciteit wordt gevraagd. De materiële kosten (werkplekken, licenties, inkoop ICT-apparatuur) nemen toe (€ 1 mln). In de afgelopen periode is er meer geïnvesteerd in de Cloud en de RWO dan oorspronkelijk was begroot. Als gevolg hiervan stijgen de afschrijvingskosten (€ 0,3 mln).

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties (+of-)

1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Stand

1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

0

0

0

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

     
 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

     

2.

Totaal operationele kasstroom

15.300

300

15.600

 

Totaal investeringen (-/-)

– 25.000

 

– 25.000

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

     

3.

Totaal investeringskasstroom

– 25.000

 

– 25.000

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

– 500

 

– 500

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

     
 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 14.800

– 300

– 15.100

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

25.000

 

25.000

4.

Totaal financieringskasstroom

9.700

– 300

9.400

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

0

0

0

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap NVWA

Suppletoire begroting 2016 (Eerste suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

(2)

(3)=(1)+(2)

Vastgestelde begroting

Mutaties (+of-)1e suppletoire begroting

Totaal geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

125.425

16.003

141.428

Omzet overige departementen

78.813

3.528

82.341

Omzet derden

90.740

1.897

92.637

Rentebaten

50

0

50

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

5.200

4.120

9.320

Totaal baten

300.228

25.548

325.776

       

Lasten

     

Apparaatskosten

285.347

34.267

319.614

– Personele kosten

187.421

18.593

206.014

– Waarvan eigen personeel

174.353

10.282

184.635

– Waarvan externe inhuur

13.068

8.311

21.379

– Waarvan overige personele kosten

0

0

0

– Materiële kosten

97.926

10.374

108.300

– Waarvan apparaat ICT

0

0

0

– Waarvan Bijdrage aan SSO's

31.218

6.989

38.207

– Waarvan overige materiële kosten

66.708

3.384

70.092

Rentelasten

320

– 32

288

Afschrijvingskosten

14.230

– 3.902

10.328

– Materieel

8.029

– 1.424

6.605

– Waarvan apparaat ICT

0

0

0

– Immaterieel

6.201

– 2.478

3.723

Overige lasten

500

0

500

– Dotaties voorzieningen

500

0

500

– Bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

300.397

25.033

325.430

       

Saldo van baten en lasten

– 169

515

346

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 16 mln hoger dan begroot. Dit is het gevolg van extra budget voor het opvangen van eerdere, niet realiseerbare efficiencytaakstellingen, het realiseren van het in 2014 gestarte Verbeterplan en het toekomstbestendig maken van de toekzichtstaak (€ 14,4 mln). Er wordt voor € 7,6 mln aan werkzaamheden 2015 doorgeschoven naar 2016 en van het ICT-budget «Blik op 2017» binnen het Plan van Aanpak (PvA) 2016 is € 6 mln doorgeschoven: € 3 mln naar 2017 en € 3 mln naar 2018.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen is € 3,5 mln hoger dan begroot. Door werkzaamheden voor zoönotische Salmonella is de omzet Diergezondheidsfonds (DGF) bijna € 0,5 mln hoger. De overige stijging ad € 3 mln heeft betrekking op bijdrage VWS: extra budget voor bestrijding exotische muggen (€ 0,6 mln), loonbijstelling 2016 (€ 0,6 mln), een aanvullende opdracht e-sigaret voor (€ 0,7 mln) en het doorschuiven van uitbesteed onderzoek en werkzaamheden van 2015 naar 2016 (€ 1,1 mln).

Omzet derden

De omzet derden is € 1,9 mln hoger dan begroot. Dit is het gevolg van € 2,5 mln hogere retributieopbrengsten en € 0,6 mln lager uitvallende overige baten derden (EU projecten).

Bijzondere baten

Door een aanvullende bijdrage van EZ voor compensatie van hogere ICT-kosten zijn de bijzondere baten € 4,1 mln hoger dan begroot.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn € 18,6 mln hoger dan begroot. Door het extra budget vanuit het moederdepartement en het doorschuiven van werkzaamheden van 2015 naar 2016 (zie ook toelichting onder «omzet moederdepartement») is het budget voor eigen personeel € 10,3 mln hoger. Ook is € 8,3 mln externe inhuur noodzakelijk voor tijdelijke specialistische ondersteuning bij verbetering van de bedrijfsvoering en uitvoering van het PvA (Blik op 2017).

Materiële kosten

De materiële kosten zijn € 10,4 mln hoger dan begroot. De bijdrage aan SSO’s is in totaal € 7 mln hoger door hogere ICT-kosten (€ 7,5 mln) en een daling van de kosten van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB; € 0,5 mln). De overige materiële kosten zijn € 3,4 mln hoger dan begroot door hogere huisvestingskosten (€ 1,1 mln), hogere overige algemene kosten (€ 1,4 mln), een hogere inzet van practitioners (€ 3,9), lagere specifieke kosten (€ 2 mln) en lagere bureaukosten (€ 1 mln).

Afschrijvingskosten

De materiële afschrijvingskosten zijn € 1,4 mln lager dan begroot. Deze daling wordt veroorzaakt door € 1 mln lagere afschrijvingslasten dienstauto’s door uitgestelde uitbreiding en vervanging. Verder dalen de afschrijvingskosten met totaal € 0,4 mln voor de activa inventaris, laboratoria-apparatuur en hardware.

Als gevolg van vertraging in de ontwikkeling van het ICT-systeem «Blik op 2017» binnen het PvA dalen de immateriële afschrijvingskosten met € 2,5 mln.

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

– 1

– 2

(3)=(1)+(2)

Vastgestelde begroting

Mutaties (+of-)

Stand

 

1e suppletoire begroting

1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

35.346

33.799

69.145

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

   

330

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

   

4.959

2.

Totaal operationele kasstroom

2.509

2.780

5.289

 

Totaal investeringen (-/-)

– 29.305

3.411

– 25.894

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

1.360

0

1.360

3.

Totaal investeringskasstroom

– 27.945

3.411

– 24.534

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

     
 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

     
 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 12.447

1.061

– 11.386

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

16.355

9.539

25.894

4.

Totaal financieringskasstroom

3.908

10.599

14.507

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

13.818

50.590

64.408

Toelichting

Rekening-courant RHB

Het saldo op de rekening-courant RHB per 1 januari is € 33,8 mln hoger dan begroot. Dit is onder andere het gevolg van gewijzigde inzichten in 2014 omtrent de afkoop van het laboratorium te Groningen en Zwijndrecht. Het is voordeliger de huurcontracten uit te dienen. Daarnaast heeft in 2015 een dotatie van € 12,1 mln aan het eigen vermogen plaatsgevonden. Verder zijn de investeringen in 2015 beduidend lager uitgevallen dan begroot.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is € 2,8 mln hoger dan begroot. Deze stijging komt door een lagere onttrekking op de voorzieningen van circa € 5,9 mln als gevolg van de afkoop van de huurverplichting van het laboratorium Eindhoven in 2015. Daarnaast dalen de afschrijvingslasten (€ 3,1 mln) als gevolg van vertragingen bij zowel de vernieuwing van het ICT-landschap «Blik op 2017» als de uitbreiding van dienstauto’s.

Investeringskasstroom

De investeringen zijn € 3,4 mln lager dan begroot. Deze daling komt door vertraging bij de vernieuwing van het ICT-landschap (€ 6,6 mln) en lagere investeringen in laboratoriumapparatuur en inventaris (€ 0,3 mln). Daartegenover staat een stijging door een uitgestelde uitbreiding van dienstauto’s (€ 2,3 mln) en verbouwingen (€ 1,2 mln).

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom valt € 10,6 mln hoger uit dan begroot. Dit is met name het gevolg van de gebruikmaking van de leenfaciliteit via het Ministerie van Financiën in plaats van financiering uit eigen middelen voor financiering van ICT-investeringen (€ 9,5 mln). Doordat de investeringen in 2015 lager zijn uitgevallen dan begroot, vallen de aflossing op de leningen in 2016 eveneens lager uit (€ 1,1 mln).

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap RVO.nl

Suppletoire begroting 2016 (Eerste suppletoire begroting)

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties (+of-)1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Totaal geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

293.045

21.008

314.053

Omzet overige departementen

110.126

6.889

117.015

Omzet derden

42.269

 

42.269

Rentebaten

10

 

10

Vrijval voorzieningen

     

Bijzondere baten

     

Totaal baten

445.450

27.897

473.347

       

Lasten

     

Apparaatskosten

432.347

27.897

460.244

– Personele kosten

244.988

15.725

260.713

– Waarvan eigen personeel

204.247

13.155

217.402

– Waarvan externe inhuur

35.545

2.570

38.115

– Waarvan overige personele kosten

5.196

 

5.196

– Materiële kosten

187.359

12.172

199.531

– Waarvan apparaat ICT

     

– Waarvan Bijdrage aan SSO's

83.111

6.212

89.323

– Waarvan overige materiële kosten

104.248

5.960

110.208

Rentelasten

66

 

66

Afschrijvingskosten

13.037

 

13.037

– Materieel

2.461

 

2.461

– Waarvan apparaat ICT

     

– Immaterieel

10.576

 

10.576

Overige lasten

     

– Dotaties voorzieningen

     

– Bijzondere lasten

     

Totaal lasten

445.450

27.897

473.347

       

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De begrote omzet bij de ontwerpbegroting is gebaseerd op de eerste prognoses van het opdrachtenpakket voor 2016. Het offertetraject was op dat moment nog niet gestart. De begroting wordt nu aangepast aan de definitieve opdrachtverlening 2016 van december 2015.

De belangrijkste mutaties betreffen:

  • De bijdrage voor de overdracht van natuurtaken van de voormalige Dienst Landelijk Gebied (DLG) (€ 8,3 mln), die reeds was aangekondigd in de ontwerpbegroting 2016;

  • Uitvoeringskosten regeling kleine warmteopties (€ 2,0 mln). Dit als onderdeel van de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE);

  • De bijdrage voor uitvoering van het secretariaat van de Centrale Commissie Dierproeven (€ 1,2 mln) en de Mijnraad en de Technische Commissie Bodem Beweging (TCBB) (€ 0,5 mln).

  • Daarnaast is budget (€ 8,3 mln) toegevoegd voor de uitvoering van diverse subsidieregelingen, programma’s en taken, zoals de regeling Wind op Zee, de regeling Energiebesparing en duurzame energie voor sportaccommodaties (EDS), de garantieregeling Ondernemingsfinanciering, de Groeifaciliteit, het Netherlands Investment Agency, de doorontwikkeling Berichtenbox voor bedrijven, het programma Boeren aan de box en Tendernet.

  • Aan loon- en prijsbijstelling is een bedrag van € 0,7 mln toegevoegd.

Omzet overige departementen

Ook de omzet overige departementen is in lijn gebracht met de definitieve opdrachtverlening 2016 aan RVO. Zo is de opdracht van BZK voor de uitvoering van de Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders toegevoegd (€ 1 mln).

Aan de opdracht van BuZa is € 4 mln toegevoegd voor onder meer Modernisering Economische Diplomatie, Implementatie van Extractives Industries Transparency Initiative in Nederland (NL EITI), en Achilles (het ICT systeem voor buitenlandse posten).

De overige € 1,9 mln. heeft betrekking op diverse opdrachten van de departementen zoals BZK, OC&W en VenJ.

Toelichting op de lasten

De hogere lasten van € 28 mln betreffen de uitvoeringskosten van de hierboven genoemde (toegevoegde) taken. De uitvoeringskosten bestaan uit zowel personele en materiële kosten. Met de overdracht van taken vanuit DLG naar RVO.nl is ook ambtelijk personeel overgegaan. Hiermee stijgen de ambtelijke loonkosten van RVO.nl. Overige uitbreidingen van werkzaamheden worden door RVO.nl uitgevoerd met tijdelijk personeel, voornamelijk uitzendkrachten. Met de uitbreiding van de ambtelijke en tijdelijke bezetting stijgen de materiële kosten voor huisvesting en ICT (o.a. werkplekken, ICT-maatwerk en communicatiemiddelen).

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1.000
 

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties (+of-)

1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2)

Stand

1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

78.400

– 30.094

48.306

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

     
 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

     

2.

Totaal operationele kasstroom

3.037

 

3.037

 

Totaal investeringen (-/-)

– 9.950

 

– 9.950

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

     

3.

Totaal investeringskasstroom

– 9.950

 

– 9.950

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

     
 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

     
 

Aflossingen op leningen (-/-)

– 2.000

 

– 2.000

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

 

8.553

8.553

4.

Totaal financieringskasstroom

– 2.000

8.553

6.553

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

69.487

– 21.541

47.946

Toelichting

Door de veel lager dan geprognosticeerde operationele kasstroom in 2015 is het rekening-courant saldo per 1 januari 2016 € 30 mln lager dan begroot. De kasstroom is beïnvloed door onder andere investeringen in projecten in het kader van het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid en de uitvoering van nationale subsidieregelingen. Daarnaast is het verloop van de transitorische posten nog te betalen/ontvangen en het negatief resultaat 2015 van invloed geweest.

RVO verwacht in 2016 € 8,5 mln te lenen voor reeds begrote investeringen in immateriële vaste activa. Het betreft de systemen Uitvoeringsplatform (UP), elektronische Dienstverlening Uitvoering (EDU), en Harmonisering Beleidsadministratie (HBA).

6. Het Diergezondheidsfonds (DGF)

Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel Diergezondheidsfonds (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Stand ontwerpbegroting 2016 (1)

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen (2)

Stand vastgestelde begroting 2016 (3=1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5=3+4)

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

                 
                   

Verplichtingen

30.620

 

30.620

13.360

43.980

       

Uitgaven

30.620

 

30.620

13.360

43.980

       

waarvan juridisch verplicht

63%

 

63%

 

63%

       

Beginsaldo

   

0

0

0

       

Programma-uitgaven

30.620

 

30.620

13.360

43.980

       
                   

Opdrachten

30.620

 

30.620

13.360

43.980

       

1. Bewaking van dierziekten

17.707

 

17.707

0

17.707

       

2. Bestrijding van dierziekten

12.553

 

12.553

13.360

25.913

       

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

– 

 

0

0

0

       

4.Overig

360

 

360

0

360

       
                   

Ontvangsten

30.620

 

30.620

13.360

43.980

       

Ontvangsten van EZ

10.486

 

10.486

 

10.486

       

Ontvangsten van EU m.b.t. salmonella bewaking en bestrijding

2.750

 

2.750

 

2.750

       

Ontvangsten van sector

(bewaking)

9.799

 

9.799

 

9.799

       

Ontvangsten van sector

(bestrijding)

7.585

 

7.585

 

7.585

       

Ontvangsten bestrijding

     

13.360

13.360

       

Toelichting

In 2015 is op de DGF-begroting een positief eindsaldo ontstaan van € 13,36 mln. Dit bedrag wordt in 2016 conform de gebruikelijke systematiek toegevoegd aan het instrument «Bestrijding van dierziekten».


X Noot
1

Het doel van de eIDAS verordening is het vertrouwen in elektronische transacties in de interne markt te vergroten door te voorzien in een gemeenschappelijke grondslag voor veilige elektronische interactie tussen burgers, bedrijven en overheden. Bijgevolg wordt ook de doeltreffendheid van publieke en private onlinediensten, e-business en elektronische handel in de Unie verhoogd.

X Noot
2

AT geeft uitvoering aan de secretariaatsfunctie van de Commissie van Deskundigen die de Minister van Economische Zaken ondersteunt bij de uitoefening van zijn taak als toezichthouder op het ETD-stelsel. Het ETD-stelsel bestaat uit Idensys (voor burgers) en eHerkenning (voor bedrijven).

X Noot
3

NMI Certin is een leverancier van metrologische vakexperts ten bate van de uitvoering van werkzaamheden voor de Organisation Internationale de Métrologie Légale (OIML) en European Cooperation in Legal Metrology (WELMEC).