Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-XIII nr. 91

34 300 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2016

Nr. 91 AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRASHOFF EN LEENDERS

Ontvangen 1 december 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 18 Natuur en regio worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 500 (x € 1.000).

II

In artikel 18 Natuur en regio worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 500 (x € 1.000).

Toelichting

Het gaat slecht met veel weidevogelsoorten in Nederland. Grote verliezers zijn bijvoorbeeld de grutto, scholekster, slobeend, graspieper en de veldleeuwerik. De veldleeuwerik is sinds 1990 met ruim zestig procent afgenomen en de grutto is sinds die tijd gehalveerd. Schattingen die vijftig jaar teruggaan laten een nog bedroevender beeld zien. Zo wordt geschat dat we nu zo’n vier procent over hebben van het oorspronkelijke aantal veldleeuweriken in ons land.

De oorzaken van deze daling zijn grotendeels de intensivering van de landbouw. Hierdoor wordt onder andere vroeger en vaker gemaaid, verdwijnen steeds meer kruidenrijke graslanden en daalt in veel gebieden de grondwaterstand. De weidevogels krijgen hierdoor steeds minder ruimte om zich voort te planten.

Nederland heeft een speciale verantwoordelijkheid bij het beschermen van diverse soorten weidevogels. Van de grutto’s in West-Europa broedt zo’n negentig procent in Nederland. Het niet beschermen van deze soorten heeft dan ook grote en desastreuze gevolgen voor de totale populatie in Europa.

De indieners zijn van mening dat het beschermen van weidevogels extra prioriteit moet krijgen de komende jaren. Zij stellen voor om naast de bestaande maatregelen, de komende drie jaar 500.000 euro per jaar vrij te maken ter bescherming van de weidevogels. Met dit geld kunnen er extra gerichte maatregelen komen in de kerngebieden voor weidevogelbescherming, waarbij het geld zoveel mogelijk «in de wei» moet landen, bijvoorbeeld door het inrichten van een pilot, living lab of experiment wat een directe bijdrage levert aan de bescherming van de weidevogel. De indieners wensen dat bij deze pilot, living lab of experimenten naast de provincies en collectieven ook andere verantwoordelijke partijen in de keten en NGO’s zoals Vogelbescherming worden betrokken.

De gelden worden beheerd door het rijk. De dekking van het voorstel wordt gevonden in het niet-juridisch verplichte deel van artikel 18, onder de post Natuurvisie.

Grashoff Leenders