34 300 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2016

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN

2

     
 

Wetsartikel 1

2

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

     

1.

Leeswijzer.

3

     

2.

Infrastructuuragenda

7

     

3.

Productartikelen

14

     

4.

Bijlagen

86

1.

Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingstaat per productartikelonderdeel

86

2.

Verdiepingsbijlage

88

3.

Overzichtsconstructie Kustwacht

123

4.

Instandhouding

126

5.

ProRail

141

6.

DBFM-conversies

143

7.

Lijst van afkortingen

145

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) stelt de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Begroting hoofdstuk XII) op van de Rijksbegroting, de begroting van het Infrastructuurfonds en de begroting van het Deltafonds.

Voor u ligt de begroting van het Infrastructuurfonds.

Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van IenM (artikelonderdeel 26.01). Daarnaast wordt voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

1. LEESWIJZER

Algemeen

De opzet en de structuur van de onderliggende begroting voor het Infrastructuurfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op deze regelgeving voor dit fonds de onderstaande punten verwerkt.

  • In de bijlage zijn de uitgaven per modaliteit weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de Begroting hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.

  • Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2028.

  • Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2028 toegelicht.

  • Bij het toelichten van begrotingsmutaties wordt de volgende normering gehanteerd. Dit houdt in dat (hoofd)producten, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant).

Begrotingsbedrag

Verschil

< € 4,5 mln.

> 50%

€ 4,5 – € 22,5 mln.

> € 2,5 mln.

> € 22,5 mln.

> 10%

> € 50 mln.

> € 5 mln.

  • Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoor (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, die is gelijk getrokken met de specificatie zoals die is opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.

  • Er is een zichtbare aansluiting tussen de uitgaven op het Infrastructuurfonds en de uitgaven van ProRail. Dit is gedaan door de middelen voor ProRail apart zichtbaar te maken bij artikelonderdeel Aanleg (artikel 13.03) en door het opnemen van het grafische schema met financiële stromen spoorinfrastructuur.

Inzicht in budgetflexibiliteit

Naar aanleiding van een toezegging om de budgetflexibiliteit voor de periode tot en met 2028 inzichtelijk te maken, bevat deze begroting informatie over de mate van verplichting van het budget.

  • Een groot deel van uitgavenruimte op het Infrastructuurfonds tot en met 2028 is belegd met doorlopende juridische verplichtingen die voortkomen uit langlopende geïntegreerde contractvormen voor het ontwerpen, aanleggen, financieren en onderhouden van infrastructuur (zgn. DBFM-contracten), complementaire verplichtingen voor beheer, onderhoud en vervanging en budgetten die benodigd zijn voor bekostiging van Rijkswaterstaat en Prorail.

  • Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten op de artikelen voor aanleg als juridisch verplicht beschouwd omdat het hier projecten betreft in de realisatiefase. Bij projecten in de realisatiefase zijn er doorgaans juridisch bindende afspraken met aannemers gemaakt.

  • Voor projecten in de verkennings- en planuitwerkingsfase geldt dat er doorgaans in meer of mindere mate concrete bestuurlijke afspraken zijn gemaakt. De tabellen voor programma’s en projecten die zich bevinden in de fase van verkenning of planuitwerking geven inzicht in de concreetheid van deze afspraken en daarmee over de mate van verplichting van de budgetten. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit voor de periode tot en met 2028 inzichtelijk gemaakt.

  • Het hele programma voor verkenning en planuitwerking is daartoe per modaliteit ingedeeld in drie categorieën, te weten:

A: «Verplicht»

Hieronder vallen alle projecten/programma’s waar met (bestuurlijke) partijen concrete afspraken over zijn gemaakt over scope/tijd/geld/risico’s met het oog op de realisatie. Doorgaans worden deze neergelegd in bestuursovereenkomsten of convenanten. Daarnaast vallen projecten onder deze categorie, die onvermijdelijk zijn om aan wettelijke normen te kunnen voldoen.

B: «Gebonden»

Deze categorie is voor projecten die niet onder (A) vallen, maar waarbij taakstellende projectbudgetten zijn vastgesteld en extern gecommuniceerd (bijvoorbeeld bij Voorkeursbeslissing), moties/amendementen erover zijn aanvaard en/of globale intentie/procesovereenkomsten zijn gesloten.

C: «Bestemd»

De overige projecten, programma’s, planuitwerkingen, verkenningen, niet zijnde (A) of (B), die geacht worden bij te dragen aan de geformuleerde beleidsdoelen vallen onder deze categorie. Ook bekende risico’s, zoals gemeld in correspondentie richting de Tweede Kamer kunnen hier opgenomen worden. Kenmerkend is dat nog geen politiek vastgestelde budgetten per project beschikbaar zijn. Indien beschikbaar wordt een kostenindicatie/bandbreedte opgenomen.

Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 20161. Nieuw vanaf de begroting 2016 is dat voor de projecten in de MIRT-tabellen waar mogelijk een digitale verwijzing is opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht. Hiermee is nog nadrukkelijker de koppeling gelegd tussen begroting en MIRT.

Opbouw

Deze begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd.

  • 1. Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Infrastructuurfonds voor het jaar 2016 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.

  • 2. In de infrastructuuragenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2016 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2016 begint.

  • 3. Het laatste onderdeel van de agenda. «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.

  • 4. In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT projecttabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerking programma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT-tabellen zijn voorzien van toelichtingen indien sprake is van een wijziging in het taakstellend projectbudget (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) en/of als wijzigingen optreden in de oplevering van het project. Dit rekening houdend met de norm zoals eerder met de Tweede Kamer gedeeld.

  • 5. In de bijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Ook hier geldt dat bij het toelichten van de verschillen rekening is gehouden met de norm zoals eerder met uw Kamer gedeeld.

  • 6. De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.

Groeiparagraaf: wat is nieuw in deze begroting

Tabel instandhouding netwerken

Door middel van de motie van de leden Smaling en de Rouwe (34 000 XII, 2014–2015, nr. 50) is ondermeer verzocht jaarlijks bij de begroting in beeld te brengen wat de voortgang, aard en omvang is van het onderhoud van de infrastructuur van Nederland. Hiertoe is in bijlage 4 een overzichtstabel opgenomen, zoals vorig jaar met uw Kamer gedeeld (34 000 A, 2014–2015, nr. 15).

Geïntegreerde contractvormen: DBFM-conversies

In aanloop naar deze begroting zijn er diverse DBFM-contracten afgesloten, omdat is aangetoond dat er bij deze projecten met deze contractvorm efficiencyvoordelen te behalen zijn. Door het afwijkende betaalritme van DBFM-contracten wordt de kasraming van deze projecten bij deze begroting in lijn gebracht met de verplichtingenreeks. In bijlage 6 is een algemene toelichting opgenomen over de budgettaire verwerking van DBFM-contracten.

Raming modaliteiten

Op artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten van het Infrastructuurfonds zijn budgetten beschikbaar voor verschillende modaliteiten. De ambitie is om – op termijn – alle uitgaven per modaliteit te ramen op de desbetreffende artikelen, opdat alle uitgaven die verband houden met een modaliteit op de betreffende artikelen zijn geraamd. Hiertoe is in de begroting 2014 een eerste aanzet gedaan.

In de ontwerpbegroting 2016 zijn aanvullende mutaties doorgevoerd om het eindbeeld te bereiken. Dit betreft onder meer het toedelen van de middelen op artikelonderdeel 18.12 «Nader toe te wijzen Beheer en Onderhoud en vervanging» en artikelonderdeel 18.08 «Netwerkoverstijgende kosten» aan artikel 12 Hoofdwegennet, artikel 15 Hoofdvaarwegennet en het Deltafonds.

Indicatoren

Nieuw op artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet is dat de indicatoren bij Verkeersmanagement en Beheer, Onderhoud en Vervanging in meerjarig perspectief zijn gezet.

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

De infrastructuuragenda beperkt zich tot het presenteren van de agenda op projectniveau, met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2016 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2016 begint.

Mijlpalen en resultaten 2016

Beheer, onderhoud en vervanging

In 2016 wil IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren:

Beheer, onderhoud en vervanging

Mijlpaal

Project

Hoofdwegen

– Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare reis en route-informatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

– Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Spoorwegen

– Verkeersleiding en capaciteitsmanagement.

– Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.

 

– Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.

 

– Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.

Hoofdvaarwegen

– Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

– Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen programma «NoMo AOV».

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, het MIRT Overzicht 2016 en bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.

Aanleg

Hieronder volgen de mijlpalen die IenM in 2016 wil halen per modaliteit.

Hoofdwegennet

Mijlpaal

Project

Openstelling

– A2 Passage Maastricht

– N50 Ens – Emmeloord

– A12 Ede – Grijsoord

Start realisatie

– N18 Varsseveld – Enschede

– A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

Spoorwegen

Mijlpaal

Project

Oplevering

– OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

– OV SAAL korte termijn (Cluster C en A)

– Fietsenstalling Amsterdam CS (deel Noord West)

– Utrecht – Utrecht Lunetten Houten incl viaduct A27 (onderdeel Vleuten-Geldermalsen)

– Traject Oost: Bunnik (snelverkeeronderdoorgang)

 

– NSP Breda OVT

– PHS: Doorstroomstation Utrecht (DSSU) (inclusief voorinvestering)

– Fietsparkeren bij stations (diverse deelprojecten)

– Toegankelijkheid Stations (diverse deelprojecten)

– Eindhoven: nieuwe stationspassage (onderdeel programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten)

– Zwolle Spoort (onderdeel programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten)

– Programma Kleine Functiewijzingen (diverse projecten)

– Maatregelen Beverwijk (onderdeel programma Regionet)

– Station Leeuwarden Werpsterhoek (onderdeel RSP ZZL)

– Robuustheidverhogende maatregelen Valleilijn RVM-1 (onderdeel regionale lijnen Gelderland)

– Zutphen – Winterswijk: Snelheidsverhoging Zutphen (onderdeel regionale lijnen Gelderland)

– Overweg Zwolle-Leeuwarden: Wolvega onderdoorgang Om den Noort (onderdeel Sporendriehoek NN)

– Heerenveen: aanpassing bestaande overweg Rotstergaatseweg (onderdeel Sporendriehoek NN)

– Page: emplacementen Delfzijl

– 2e fase programma Na-NOV

Start realisatie

– Fietsparkeren bij stations (diverse deelprojecten)

– Toegankelijkheid Stations (diverse deelprojecten)

 

– PHS: Delft Zuid – Rijswijk

 

– LVO (diverse deelprojecten)

 

– Zwolle-Herfte

 

– Programma Kleine Functiewijzingen (diverse projecten)

 

– Waalhaven Zuid: herinrichting emplacement

Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Project

Openstelling

– De Zaan (Wilhelminasluis)

– Wilhelminakanaal Tilburg

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn-Scheldeverbinding

 

– Projecten in het kader van Quick-Wins regeling Binnenhavens

Start realisatie

– Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

 

– Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Overzicht 2016.

Regionale/lokale infrastructuur (> € 112,5 miljoen / > € 225 miljoen)

Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. IenM is dus niet zelf verantwoordelijk, maar kan een bijdrage leveren in de aanlegkosten van een dergelijk project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. In artikelonderdeel 14.01 van het Infrastructuurfonds van de Rijksbegroting zijn de grote regionale/lokale projecten nader aangeduid.

Begroting op hoofdlijnen

Belangrijkste wijzigingen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2015. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in bijlage 2: Verdiepingsbijlage.

   

art

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021–2028

Stand ontwerp-begroting 2015

 

6.163.077

5.911.025

6.350.144

5.847.820

6.059.340

6.415.734

45.106.669

Mutaties 1e suppletoire wet 2015

 

52.415

108.496

– 4.401

63.953

128.303

3.729

170.907

Stand Voorjaarsnota 2015

 

6.215.492

6.019.521

6.345.743

5.911.773

6.187.643

6.419.463

45.277.576

Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds

 

– 268.814

– 235.570

– 279.941

50.304

– 125.950

– 193.666

911.764

 

Kaderrelevante mutaties IF

               

1

Raming Infrastructuurfonds

13/14/15

 

– 65.000

15.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

50.000

2

Kasschuif tbv rijksbrede beeld

18

 

– 40.000

40.000

       

3

Loon- en prijsbijstelling 2015

Div.

25.444

23.009

24.908

23.403

24.486

26.074

206.469

4

Afkoop PHS leenfaciliteit

13

           

675.000

5

DBFM conversies:

               
 

– A9 Gaasperdammerweg

12

– 44.587

– 134.735

– 316.328

175.140

44.352

29.455

222.584

 

– A12 Ede – Grijsoord

12

– 59.124

– 14.952

14.321

8.041

6.933

6.411

46.592

 

– Keersluis Limmel

15

– 27.473

– 694

– 36

4.841

1.890

1.857

13.754

6

Topsector Logistiek 2016

Div.

 

– 1.295

– 13.607

– 4.504

– 2.904

– 1.162

 

7

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

Div.

 

– 4.329

– 3.908

– 3.366

– 2.712

– 2.765

– 22.120

8

Eenvoudig Beter

Div.

 

– 16.037

         

9

Verdeling Netwerkoverstijgende kosten

18

 

– 200.918

– 177.231

– 153.137

– 150.387

– 150.256

– 1.177.052

 

(restant naar DF)

12/15

 

163.895

144.625

123.709

122.029

121.924

946.763

10

Inpassen ontvangstenschuiven

Div.

– 99.024

84.182

39.681

– 6.458

– 52.953

– 22.800

57.372

11

Overboeking naar PF/GF/BCF: RSP 2015

14

– 67.110

           

12

A1/A6/A9 SAA: diverse regiobijdragen

12

   

4.100

5.201

5.000

– 80.600

 

13

Overboekingen ikv Decentralisatie

13/14

 

– 17.103

– 40.223

– 20.523

– 19.523

– 19.523

– 98.312

 

Diversen

Div.

3.060

– 11.593

– 11.243

– 2.043

–  2.161

– 2.281

– 9.286

                   
 

Mutaties binnen kader IF

               

14

Verdeling reservering Vervanging en renovatie

18

           

– 3.086.349

   

12/15

           

3.086.349

15

Inpassen minregel 2015 en 2017 en verder

Div.

93.938

 

19.703

20.115

22.793

21.307

– 177.856

     

– 93.938

 

– 19.703

– 20.115

– 22.793

– 21.307

177.856

16

Kasschuif B&O Hoofdvaarwegennet

15

   

– 56.748

– 57.002

– 62.187

– 56.109

232.406

         

56.748

57.002

62.187

56.109

– 232.406

17

Basis ICT

Div.

– 12.300

– 14.700

       

27.000

     

12.300

14.700

       

– 27.000

18

Cyber security

12/15

– 25.900

– 35.400

– 16.500

     

77.800

     

25.900

35.400

16.500

     

– 77.800

Stand ontwerp-begroting 2016

 

5.946.678

5.783.951

6.065.802

5.962.077

6.061.693

6.225.797

46.189.340

Ad 1. Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Ad 2. Dit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Ad 3. Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2015.

Ad 4. Dit betreft de verwerking van een oude afspraak met betrekking tot de PHS Leenfaciliteit. In deze afspraak was geregeld dat er voor de investeringen van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer geleend kon worden. Deze constructie wordt voor de periode 2021–2027 vervangen door een toevoeging van € 675 miljoen aan het Infrastructuurfonds. Dit leidt niet tot extra investeringen.

Ad 5. Van deze projecten is de DBFM-aanbesteding afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Ad 6. Voor de in 2016 op te starten activiteiten Topsector Logistiek wordt in totaal € 23,5 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 23,5 miljoen af.

Ad 7. De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 39,2 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 39,2 miljoen af.

Ad 8. Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 16,0 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 16,0 miljoen af.

Ad 9. Op het artikelonderdeel Netwerkoverstijgende Kosten (18.08) werden de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben zowel betrekking op de activiteiten die worden verricht voor het Infrastructuurfonds, als voor activiteiten op het Deltafonds. Deze middelen worden nu verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Ad 10. Dit betreft het effect op de uitgavenramingen van bijdragen op de fondsbegroting die in de tijd verschuiven.

Ad 11. Dit betreft de verwerking van technische overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds. Zie voor een verdere toelichting het gestelde in het verdiepingsbijlage bij artikel 14.

Ad 12. Het betreft hier de verwerking van diverse bijdragen van derden. Het gaat enerzijds om het opnemen van de bijdragen van de regio aan de aansluiting Ooij – knooppunt Diemen, oostelijke aansluiting IJburg (€ 9,3 miljoen), voor afspraken over de extra onderdoorgang van de A6 in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere (€ 5,1 miljoen) en voor Almere Weerwater (€ 5,3 miljoen). Anderzijds is de scope en bijdrage in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere bijgesteld (– € 86 miljoen).

Ad 13. Het betreft hier diverse overboekingen naar Hoofdstuk XII/Brede Doeluitkering in het kader van decentralisatie van middelen voor Heerlen-Aken, Lenteakkoord, Limburg, Maaslijn en Zwolle-Enschede. Zie voor een meer uitvoerige toelichting het verdiepingsbijlage bij de artikelen 13 en 14.

Ad 14. Op het artikelonderdeel Nader toe te wijzen BenO en Vervanging (18.12) waren de noodzakelijke middelen voor Vervanging en Renovatie opgenomen. Deze middelen konden nog niet worden toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Dit door onder meer een inventarisatie van RWS van de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten.

Ad 15. De minregels in 2015, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden op het gehele Infrastructuurfonds middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast. Voor Spoorwegen en Regionaal/lokale infrastructuur wordt dit eveneens gedaan voor de jaren 2017 en verder.

Ad 16. Een deel van de dekking voor de uitvoering van het beheer en onderhoud op het Hoofdvaarwegennet in de periode 2017–2020 staat gereserveerd in de periode na 2020. Het gaat in totaal om € 232 miljoen. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de juiste jaren geschoven.

Ad 17. De beschikbaarheid van het IV-areaal («IV» staat voor Informatievoorziening), waaronder het landelijke IV-netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Het IV-landschap is verouderd, een situatie die zich bij meerdere grote uitvoeringsorganisaties van de Rijksoverheid voordoet. Voor onder meer de vervanging van verouderde netwerkcomponenten wordt budget overgeheveld van artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging naar artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de jaren 2015 en 2016 geschoven.

Ad 18. Het in 2014 gestarte Programma «Beveiligd Werken» richt zich op het «in control» brengen en houden van de missiekritieke systemen (MKS) en Industriële Automatisering ter ondersteuning van de maatschappelijk vitale en primaire processen van RWS. MissieKritieke Systemen zijn ICT systemen die een essentiële rol spelen in een informatieketen (mensen, processen en techniek). Onderdeel hiervan is het voldoen aan de eisen ten aanzien van informatiebeveiliging (Cyber Security). De benodigde middelen voor Cyber Security worden gedekt uit de reservering voor Vervanging en Renovatie op artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet en via het aanlegprogramma naar de periode 2015–2017 geschoven.

Overprogrammering

De in de begroting 2014 geïntroduceerde overprogrammering wordt uitsluitend gedurende de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2020) toegepast op de artikelen voor aanleg. In de totale periode tot en met 2028 is het volledige programma altijd gedekt. Hoofdzakelijk is de overprogrammering geplaatst op de artikelen voor verkenning- en planuitwerking. In deze projectfases is de onzekerheid rondom de planningen – en daarmee het risico op vertraging – namelijk het hoogst. In de onderstaande tabel is de omvang van deze overprogrammering weergegeven.

Overprogrammering Infrastructuurfonds (in miljarden euro's)
 

t/m 2020

Vanaf 2021

Totaal

Aanlegprogramma

20,8

17,9

38,7

Aanlegbudget

18,3

20,4

38,7

Overprogrammering (–)

– 2,5

2,5

0,0

Op de artikelen voor realisatie is er in de eerste jaren sprake van een beperktere overprogrammering. Zowel de omvang als het ritme hiervan is inzichtelijk gemaakt in de projecttabellen bij de realisatieartikelen van de modaliteiten. Over de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2020) genomen is het volledige programma gedekt op de artikelen voor realisatie (oftewel de overprogrammering is per saldo nul).

3. DE PRODUCTARTIKELEN

Artikel 12 Hoofdwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Het betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, Geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

Artikel 12 Hoofdwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 12 Hoofdwegennet (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

3.407.686

3.578.129

2.917.637

3.060.272

2.466.705

3.298.560

2.090.335

Uitgaven

2.568.873

2.235.654

2.011.120

2.298.779

2.437.509

2.836.973

3.147.853

Waarvan juridisch verplicht:

   

94%

       

12.01 Verkeersmanagement

21.589

14.510

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

665.071

592.880

678.756

562.327

506.795

520.306

499.928

12.02.01 Beheer en onderhoud

533.514

434.283

498.217

471.699

456.503

463.703

449.736

12.02.04 Vervanging

131.557

158.597

180.539

90.628

50.292

56.603

50.192

12.03 Aanleg

873.067

518.570

443.676

617.169

944.946

1.532.198

1.845.424

12.03.01 Realisatie

863.803

481.441

332.849

479.753

831.220

985.013

1.053.573

12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

9.264

37.129

110.827

137.416

113.726

547.185

791.851

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

601.189

669.479

371.932

644.111

519.647

325.945

343.201

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

407.957

440.215

567.712

531.703

511.708

507.124

505.976

12.06.01 Apparaatskosten RWS

355.573

343.366

446.542

424.387

412.987

405.745

404.581

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

52.384

96.849

121.170

107.316

98.721

101.379

101.395

12.07 Investeringsruimte

0

0

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

975.932

933.232

1.104.906

1.030.231

1.005.118

995.695

967.896

– Restant

1.592.941

1.302.422

906.214

1.268.548

1.432.391

1.841.278

2.179.957

12.09 Ontvangsten

132.430

667.090

55.525

136.870

47.831

49.740

130.685

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenningen en planuitwerking, worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

2.011.120

2.298.779

2.437.509

2.836.973

3.147.853

2.590.884

12.01

Verkeersmanagement

 

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

3.628

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

678.756

562.327

506.795

520.306

499.928

593.446

12.03

Aanleg

 

443.676

617.169

944.946

1.532.198

1.845.424

1.207.847

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

371.932

644.111

519.647

325.945

343.201

337.961

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

 

567.712

531.703

511.708

507.124

505.976

505.257

12.07

Investeringsruimte

 

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

– 57.255

                 

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

55.525

136.870

47.831

49.740

130.685

8.703

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

3.159.223

3.003.951

2.831.303

2.652.453

2.574.156

2.432.040

2.618.528

12.01

Verkeersmanagement

 

3.625

3.624

3.623

3.621

3.621

3.621

3.629

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

791.694

791.650

795.875

796.175

742.298

969.145

704.997

12.03

Aanleg

 

1.617.221

1.483.623

1.313.350

1.108.003

946.225

430.727

272.865

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

295.397

286.994

266.673

271.334

422.427

222.087

220.764

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

 

492.970

499.240

495.259

500.044

501.021

501.159

498.543

12.07

Investeringsruimte

 

– 41.684

– 61.180

– 43.477

– 26.724

– 41.436

305.301

917.730

                   

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

79.722

7.222

1.222

1.222

1.222

500

4.700

12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft IenM naar optimaal gebruik van informatie over de beschikbare infrastructuur en draagt IenM bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Daarmee worden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Nederland, binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, bevorderd.

Verkeersmanagement

Producten

Bij verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatregelcategorieën:

  • Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm.

  • Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement).

  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van bumperkleven en het negeren van rode kruizen.

  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.

Verkeersmanagementmaatregelen betreffen onder andere de inzet van weginspecteurs bij incidenten, toeritdosering, bediening en gebruik van spitsstroken, maar ook verkeersinformatie op panelen boven de weg. De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking. Dit krijgt ook vorm in het programma Beter Benutten. Hierin wordt samen met andere infrabeheerders, vervoersorganisaties en bedrijfsleven gewerkt aan regionale maatregelen om bestaande weg-, vaarweg-, spoor- en OV-verbindingen beter te benutten en daardoor de regionale bereikbaarheid te verbeteren. Hetzelfde geldt ook voor de Praktijkproef Amsterdam, waarbij door gecoördineerd en netwerkbreed inzetten van maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan de beleidsdoelen zoals verbeteren van de reistijd en bereikbaarheid en de leefbaarheid in de regio Amsterdam. In de 2e fase van deze proef worden de wegkantsystemen en dynamische navigatiesystemen (in-car) verder ontwikkeld, met als perspectief een verdere integratie van beide systemen.

Ook wordt in 2016 uitvoering gegeven aan de internationale ITS-corridor (Intelligent Transportation Systems) Rotterdam-Frankfurt-Wenen, met als doel coöperatieve diensten te ontwikkelen en te realiseren. Deze diensten zijn gebaseerd op draadloze communicatie tussen voertuigen en wegkantsystemen. Daarbij gaat het concreet om het waarschuwen bij wegwerkzaamheden en het verzamelen van data uit voertuigen, ten behoeve van meer veiligheid voor weggebruikers en wegwerkers.

In 2016 wordt ook vervolg gegeven aan het in 2013 gestarte actieprogramma «Beter geïnformeerd op weg» om in samenwerking met marktpartijen een gezamenlijke koers en een concrete agenda voor ontwikkeling en innovatie van verkeersmanagement voor de komende jaren te formuleren. Het actieprogramma bestaat uit een publiek-private routekaart over Reisinformatie & Verkeersmanagement, waarin de strategische lijnen voor de beoogde ontwikkelingen worden beschreven. Deze routekaart is in november 2013 naar de Tweede Kamer gestuurd. De routekaart wordt concreet uitgewerkt in een uitvoeringsagenda voor de overheden en het bedrijfsleven onder de naam «Connecting Mobility». Het actieprogramma biedt een meerjarig richtsnoer (2013–2023) dat de basis legt voor publieke en private investeringen in reisinformatie en verkeersmanagement.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in de bijlage instandhouding bij deze begroting.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2014

2015

2016

Verkeerssignalering

km op rijbaan

2.637

2.667

2.674

Verkeerscentrales

aantal

6

6

6

Spits- en plusstroken

km

336

347

347

Toelichting:

De verwachte toename van verkeerssignalering op rijbanen is de resultante van de uitbreiding in 2015 (A4 Delft-Schiedam en N35 Combiplan Nijverdal) en uitbreiding in 2016 (A2 Passage Maastricht).

De verwachte toename van het aantal kilometer spits- en plusstroken eind 2016, is de resultante van enerzijds permanente openstelling van de plusstrook in 2015 op de A12 Woerden – Gouda en anderzijds de realisatie van onder andere extra spitsstroken op A7/A8 Purmerend – Zaandam – Coenplein (Beter Benutten) en op de A15 Maasvlakte-Vaanplein bij Rozenburg.

Indicator verkeersmanagement
 

Eenheid

2013

2014

Streefwaarde 2015

Streefwaarde 2016

Op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en route-informatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders.

% van bemeten rij baanlengte

83%

89%

89%

89%

Toelichting:

De indicator kent twee aspecten, namelijk de mate van beschikbaarheid van de RWS meetlocaties en de mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de Nationale Databank Wegverkeergegevens (NDW). In combinatie met de verkeersgegevens van andere wegbeheerders kan dit aan serviceproviders beschikbaar worden gesteld.

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van vlot en veilig vervoer van personen en goederen. Daarbij gelden randvoorwaarden voor milieu (natuur, lucht, geluid en duurzaamheid).

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement zoals signalering en verkeerscentrales.

Vervanging en renovatie betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en wegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren «60 van de vorige eeuw zijn kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

In bijlage 4 Instandhouding is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot beheer en onderhoud en vervanging van alle netwerken.

12.02.01 Beheer en Onderhoud

Voor het gebruik van het wegennet zet IenM in op een optimale beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid over de levenscyclus van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het beheer en onderhoud.

De uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:

  • Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan.

  • Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken.

  • Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales.

  • Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting.

  • Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhardingen, kunstwerken (bruggen en viaducten), DVM, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu. Deze percentages zijn gebaseerd op een langjarig gemiddelde.

Areaal rijkswegen
   

Eenheid

2014

2015

2016

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.801

5.807

5.805

Rijbaanlengte

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.587

1.597

1.605

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

76

76

76

Areaal asfalt

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

13

13

13

Groen areaal

 

km2

201

201

201

Toelichting:

  • De afname van de rijbaanlengte (hoofdrijbaan) van 5.807 km in 2015 naar 5.805 km in 2016 wordt verklaard door de aanleg van de A2 Passage Maastricht waarbij de aanleg van de tunnel zorgt voor een kleine afname.

  • De toename van de rijbaanlengte (verbindingswegen en op- en afritten) van 1.597 km in 2015 naar 1.605 km in 2016 wordt verklaard door de aanleg van de A2 Passage Maastricht.

Omvang Areaal
 

Areaal

Eenheid

Omvang 2016

Budget

x € 1.000

2016

Beheer, onderhoud en ontwikkeling

Oppervlakte wegdek1

km2

89

497.155

X Noot
1

exclusief verzorgingsbanen

Indicatoren Beheer en Onderhoud
 

2013

2014

streefwaarde 2015

streefwaarde 2016

De verhouding verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud t.o.v. totale verstoringen.

5%

4%

10%

10%

         

Tijdsduur (%) van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rijstroken zijn afgesloten door aanlegwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden, door falen infra of falen verkeersmanagement.

98%

99%

90%

90%

         

Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien).

85%

96%

98%

98%

12.02.04 Vervanging

De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt.

In deze begroting zijn de gereserveerde middelen voor Vervanging en Renovatie van Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten deels toegewezen aan het Hoofdwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Hiervoor heeft RWS de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten geïnventariseerd.

Op dit artikel staan hiermee alle beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdwegennet. In het MIRT Overzicht2 worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt. Rijkswaterstaat bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma dus in latere jaren concreet.

Wegnr.

Objecten

Gereed

A58

Kreekrakbrug tussen knooppunt Markiezaat en afslag Rilland

2015

A12

Galecopperbrug tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten

2015

A50

Brug tussen de knooppunten Valburg en Ewijk

2016

div.

Tunneltechnische Installatie tunnels in Zuid- en Noord- Holland

2016

A27

Renovatie A27 Stichtse brug-Knooppunt Almere

2016

N3

Wantijbrug tussen Papendrecht en Dordrecht

2017

N15

Suurhoffbrug tussen Europoort en Oostvoorne

2017

A59

Brug Drongelens kanaal en Viaduct Hoogeinde/Drunen

2017

A22

Velsertunnel

2017

N200

Rijnlandse Boezemwaterbruggen

2018

A44

Kunstwerken A44/zuidelijke en noordelijke Kaagbruggen/Hoofdvaart/Lisserweg

2018

N3

Dordrecht Zuid-Papendrecht, vervanging wegfundering

2019

A6

Lelystad Noord-Ketelbrug, vervanging wegfundering

2020

A16

Brienenoordbrug tussen de knooppunten Ridderkerk en Terbregseplein

2020

A76

Zuidelijk viaduct Daelderweg/Nuth

2020

12.03 Aanleg

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt, met als doel om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

12.03.01 Realisatie

Mijlpalen Realisatieprojecten

Producten

In 2016 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

A2 Passage Maastricht

N50 Ens – Emmeloord

A12 Ede – Grijsoord

Start realisatie

N 18 Varsseveld – Enschede

A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

Overige maatregelen

Meer veilig-3

In 2016 wordt gewerkt aan de voorbereiding en de uitvoering van het pakket Meer veilig-3 (uitvoeringsperiode 2015–2018). Het pakket bevat naast kosteneffectieve maatregelen voor het oplossen van verkeersonveilige locaties ook maatregelen voor het oplossen van significante onveilige situaties op routes. De totale omvang van het programma is € 37 miljoen. In 2016 wordt gewerkt aan de realisatie van de eerste tranche van 51 maatregelen. In 2016 wordt ook gewerkt aan de voorbereiding van de maatregelen uit de tweede tranche.

Maatregelpakket Verzorgingsplaatsen

Dit pakket is gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter-)nationale vrachtcorridors. Binnen dit pakket worden landelijk ruim 300 extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens gecreëerd en nog eens ruim 400 parkeerplaatsen meerjarig gehuurd. Daarnaast wordt ingezet op een structurele kwaliteitsverbetering van naar verwachting 35 tot 40 verzorgingsplaatsen. Het totaal hiervoor beschikbare budget bedraagt € 25 miljoen. In 2016 is dit pakket maatregelen grotendeels in uitvoering.

Meer Kwaliteit Leefomgeving

Dit pakket betreft het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO)3. De geplande werkzaamheden binnen het MJPO lopen door tot en met 2018. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel. Hierdoor worden twee gescheiden natuurgebieden met elkaar verbonden. In de periode 2016–2018 wordt gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de laatste tranche maatregelen, inclusief een aantal aanvullende maatregelen ter bescherming van de otter. Informatie over het programma, zoals de maatregelen, zijn ook te vinden op de website.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Het project A12 Ede-Grijsoord is met de DBFM-conversie in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (12.03.01) naar Geïntegreerde contractvormen (12.04).

  • De projecten A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen en A27/A1 Utrecht Noord – knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten zijn van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase. Hierbij wordt aangesloten bij de huidige raming. Het verschil tussen de raming en het budget wordt toegevoegd aan de investeringsruimte (zie ook 12.07).

  • ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding): De meevallers bij de projecten A4 Burgerveen – Leiden (€ 40 miljoen) en A2 Maasbracht – Geleen (€ 16 miljoen) zijn overgeboekt naar ZSM (programma Zichtbaar, Snel en Meetbaar) waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd. Dit leidt tot een ophoging van het ZSM-budget. Beide projecten zijn ruim binnen budget opgeleverd, omdat voorziene risico’s na de aanbesteding niet zijn opgetreden. Daarnaast heeft de renovatie van de Hollandse brug eerder plaatsgevonden. Deze kosten (€ 75 miljoen) zijn destijds voorgefinancierd uit ZSM. Nu worden de middelen terugbetaald vanuit het programma voor Vervanging en Renovatie aan ZSM.

  • A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA):

    • het deeltraject A9 Gaasperdammerweg is met de DBFM-conversie in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (12.03.01) naar Geïntegreerde contractvormen (12.04).

    • De aanbestedingsmeevaller en een deel van de risicoreservering bij het deeltraject A1/A6 (12.04) wordt overgeheveld naar het generale onderdeel van het programma (12.03.01) en blijft hiermee behouden voor SAA.

    • Het deeltraject A6 Almere is van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase.

    • Verwerking van de bijdragen voor een extra onderdoorgang van de A6 in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere (€ 7,6 miljoen) en voor Almere Weerwater (€ 5,3 miljoen).

  • A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere: Bij het Tracébesluit (maart 2011) is gemeld dat het project SAA een flinke opgave heeft om het project te realiseren binnen het taakstellend budget. Eén project is inmiddels afgerond (A10-Oost), twee projecten zijn in uitvoering (A1-A6 en A9 Gaasperdammerweg), één project zit in de aanbestedingsfase (A6 Almere) en A9 Amstelveen in de voorbereiding OTB. De budgetspanning bedraagt op dit moment € 0,3 miljard. Het programma SAA heeft te maken met diverse onzekerheden en nog te realiseren complexe onderdelen (aquaduct; tunnel; verdiepte liggingen; wisselstroken). Door strakke sturing op de risico’s behoort het realiseren van SAA binnen het taakstellend budget nog steeds tot de mogelijkheden.

  • A28 Knooppunt Hoevelaken: Het budget is verhoogd door een bijdrage van de provincie Gelderland en de gemeente Nijkerk (€ 2 miljoen) en een bijdrage van de provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort (€ 7 miljoen) conform de bestuursovereenkomst.

  • A4 Burgerveen – Leiden: Bij het project zijn voorziene risico’s niet opgetreden en is een groot deel van de risicoreservering vrij gevallen. Ook is het gelukt de scope stabiel te houden tijdens de relatief lange uitvoeringsduur. De meevaller is overgeboekt naar ZSM waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd.

  • A2 Maasbracht – Geleen: Bij oplevering van het project is een groot deel van de risicoreservering vrij gevallen. Risico’s in relatie tot kabels en leidingen bij een Petrochemische complex hebben door goede beheersing niet tot extra kosten geleid. De meevaller is overgeboekt naar ZSM waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd.

  • N31 Haak om Leeuwarden: De ophoging van het budget met € 22 miljoen is hoofdzakelijk ontstaan door een aangepaste uitvoeringsmethode bij het zuidelijke deel van dit project, waardoor het ontwerp moest worden aangepast.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma Hoofdwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Dynamisch Verkeersmanagement

129

129

129

0

           

Kleine projecten / Afronding projecten

61

134

 

17

5

10

15

11

2

 

nvt

nvt

Programma 130 km

56

57

19

19

0

17

0

     

Programma aansluitingen

99

99

27

7

25

23

15

2

   

nvt

nvt

Quick Wins Wegen

37

37

11

0

0

1

   

25

 

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

1.752

1.620

1.449

26

8

7

3

 

141

118

2016

2016

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

A10 Amsterdam praktijkproef FES

51

50

16

9

6

5

14

     

2015–2018

2015–2018

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere

1.673

1.662

556

30

11

60

265

345

173

232

2024

2024

A9 Badhoevedorp

340

339

91

46

39

19

7

138

   

2018

2019

A2 Holendrecht – Oudenrijn

1.219

1.219

1.202

2

5

0

1

0

9

 

2012

2012

A28 Utrecht – Amersfoort

224

223

189

3

3

 

6

22

   

2013

2013

A28 Knooppunt Hoevelaken

741

731

11

9

7

10

36

136

162

370

2022–2024

2022–2024

A1 Bunschoten – Knooppunt Hoevelaken

24

24

2

14

1

7

       

2015

2016

N50 Ens-Emmeloord

16

16

0

13

3

         

2016

2016–2018

A7/A8 Purmerend – Zaandam – Coenplein

21

21

1

10

3

8

       

2015

2015–2017

A27/A1 Utrecht.N. – knp. Eemnes – asl.Bunschoten

261

266

5

4

18

109

111

11

1

 

2018–2020

2018–2020

Projecten Zuidvleugel

                       

A4 Burgerveen – Leiden

548

588

519

14

2

2

2

1

1

8

2015

2015

A4/A44 Rijnlandroute

551

549

   

36

36

100

120

161

98

Regio

Regio

A4 Delft – Schiedam

658

657

446

102

38

10

6

34

3

19

2015

2015

Projecten Zuidwestelijke Delta

                       

N57/N59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

11

10

0

1

2

4

3

2

   

2020

2020

N61 Hoek-Schoondijke

118

118

83

26

2

 

7

     

2015

2015

Projecten Brabant

                       

A4 Dinteloord – Bergen op Zoom

275

275

234

10

8

5

18

     

2014

2014

N2 Meerenakkerweg (A2 zone)

7

7

6

0

 

0

 

0

   

2014

2014

A67 Aanpak toerit Someren

6

6

3

1

1

 

0

1

   

2015

2015

Projecten Limburg

                       

A2 Maasbracht – Geleen, 1e fase

154

171

153

0

 

0

       

2013

2013

A2 Passage Maastricht

678

678

650

1

2

0

26

     

2016

2016

A76 Aansluiting Nuth

64

64

0

50

1

 

13

     

Regio

2018

Projecten Oost-Nederland

                       

A50 Ewijk – Valburg

270

270

265

1

3

2

 

0

   

2017

2017

N35 Combiplan Nijverdal

321

321

294

13

   

14

 

0

 

2015

2015

N18 Varsseveld – Enschede

337

336

98

23

55

120

38

2

   

2019–2021

2019–2021

N35 Wijthmen – Nijverdal

15

15

0

15

           

2018

A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

31

36

1

1

14

15

0

     

2016–2018

2016–2018

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden (De Haak)

217

195

184

29

4

         

2014

2014

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2

666

663

8

18

29

50

47

36

66

412

2019–2021

2019–2021

Overige maatregelen

                       

Meer kwaliteit leefomgeving

109

107

3

20

16

20

20

20

10

     

Meer veilig 3

37

35

 

7

10

10

10

         

Verzorgingsplaatsen

25

25

10

5

10

             

Afrondingen

       

1

2

1

1

 

1

   

Totaal uitvoeringsprogramma

11.802

 

6.665

546

368

552

778

882

754

1.258

   

Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerking

     

85

65

78

53

3

       

Programma Realisatie (IF 12.03.01)

     

631

433

630

831

885

754

1.258

   

Budget Realisatie (IF 12.03.01)

     

481

333

480

831

985

1.054

1.258

   

Overprogrammering (–)

     

– 150

– 100

– 150

 

100

300

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen: zie toelichting bij artikelonderdeel 12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet.

  • De projecten A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen en A27/A1 Utrecht Noord – knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten zijn overgegaan naar de realisatiefase en opgenomen bij artikel 12.03.01 Realisatie.

  • A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere: Het deeltraject A6 Almere is overgegaan naar de realisatiefase en opgenomen bij artikel 12.03.01 Realisatie. Na overleg met de regio is de bijdrage vanuit Stedelijke Bereikbaarheid Almere bijgesteld (– € 86 miljoen). In lijn hiermee is de scope en het taakstellend budget aangepast.

  • A27 Houten – Hooipolder: Conform de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR) worden twee bruggen op het traject A27 Houten-Hooipolder aangepast. Hierdoor is het taakstellend budget met € 20 miljoen verhoogd, waarvan € 16 miljoen is toegevoegd vanuit de Investeringsruimte Hoofdwegennet en € 4 miljoen is toegevoegd vanuit het Deltafonds.

  • A58 Aansluiting Goes: In november 2013 is met de gemeente Goes overeengekomen om € 9 miljoen bij te dragen aan de aansluiting Goes op de A58.

  • Reserveringen voor LCC: Voor de projecten Rijnlandroute, A4 Vlietland-N14, N35 Wijthmen-Nijverdal en N35 Nijverdal-Wierden is vanuit deze reservering een specifieke reservering voor Beheer en Onderhoud door areaalgroei opgenomen in de begroting.

  • Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15: De reservering tolopgave DBFM-aanbestedingen Blankenburgverbinding en ViA15 (€ 47 miljoen) en de reservering tegenvallende tolopbrengsten A12/A15 (€ 61 miljoen) zijn in deze begroting samengevoegd. De totale tolreservering blijft hiermee ongewijzigd (€ 108 miljoen).

  • Landzijdige bereikbaarheid Eindhoven Airport: In 2015 is met de gemeente Eindhoven en andere regionale partners de bestuursovereenkomst voor de verbetering van de landzijdige bereikbaarheid Eindhoven getekend (aanpassing van de aansluiting op A2/N2). Het Rijk is bereid om vanuit IenM € 25 miljoen bij te dragen.

  • N33 Zuidbroek-Appingedam: In 2015 zijn met de provincie Groningen afspraken gemaakt over de N33 Zuidbroek-Appingedam. Het Rijk stelt hiervoor € 11 miljoen (aanleg) en € 4 miljoen (beheer en onderhoud) beschikbaar. De provincie Groningen draagt € 89 miljoen bij aan het project.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdwegennet

Bedragen x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Verplicht

       

Realisatieuitgaven op IF12.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 285

– 278

 

nvt

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten

304

306

 

nvt

Geluidsaneringprogramma – weg

260

259

 

nvt

Lucht – weg (NSL hoofdwegennet)

212

212

 

nvt

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

122

217

 

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere, deeltraject A9 Amstelveen (deel 4)

596

992

2018

2024–2026

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel

297

296

2016

2028

A12/A27 Ring Utrecht

1.138

1.134

2017

2024–2026

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

166

165

nvt

Regio

Stedelijke Bereikbaarheid Almere

26

28

nvt

nvt

Projecten Zuidvleugel

       

A13/A16 Rotterdam

979

975

2016

2021–2023

A4 Vlietland – N14

14

12

2014

2020–2022

A24 Blankenburgtunnel (excl. tolopgave)

857

854

2016

2022–2024

Projecten Brabant

       

A27 Houten – Hooipolder

810

787

2017

2023–2025

Projecten Zuidwestelijke Delta

       

A58 Aansluiting Goes

9

 

nvt

nvt

Projecten Oost-Nederland

       

A12/A15 Ressen – Oudbroeken (excl. tolopbrengsten) (ViA15)

555

553

2016

2019–2021

N35 Zwolle – Wijthmen

48

48

2015

2017–2018

N35 Nijverdal – Wierden

122

122

nnb

nnb

A1 Apeldoorn – Azelo

421

420

2017

Fase 1: 2019–2021

Fase 2: 2026–2028

Projecten Limburg

       

A2 't Vonderen – Kerensheide

261

256

2017

2025–2027

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Reserveringen voor LCC

127

148

 

nvt

Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15

108

108

 

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn

300

300

   

Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport

51

51

   

Projecten Zuidvleugel

       

A4 Haaglanden (passage en poorten & inprikkers)

447

446

   

Reservering BenO A4 Vlietland-N14

2

   

nvt

Reservering BenO Rijnlandroute

15

   

nvt

Reservering BenO Blankenburgverbinding

79

79

 

nvt

Projecten Brabant

       

A58 Eindhoven – Tilburg

318

317

   

A58 Sint Annabosch – Galder

117

116

   

Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

25

0

   

N65 Vught – Haaren1

46

46

   

Projecten Noord-Nederland

       

N33 Zuidbroek-Appingedam

11

     

Reservering BenO N33 Zuidbroek-Appingedam

4

   

nvt

Projecten Oost-Nederland

       

Reservering BenO N35 Nijverdal-Wierden

1

   

nvt

Reservering BenO N35 Wijthmen-Nijverdal

1

   

nvt

Reservering BenO A1 Apeldoorn – Azelo

19

19

 

nvt

Reservering Terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn – Azelo

29

28

 

nvt

Projecten Limburg

       

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

5

     

Bestemd

355

388

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Nationaal

       

Reservering nalevingskosten SWUNG

       

Studiebudget Verkenningen / MIRT-onderzoeken

       

Projecten Zuidvleugel

       

A20 Nieuwerkerk – Gouwe

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

8.972

     

Begroting IF 12.03.02

8.972

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

X Noot
1

Dit is exclusief de € 10,6 mln. die RWS heeft gereserveerd voor maatregelen op en langs de N65 conform het convenant tussen RWS en Vught van 13 juni 2007.

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Infrastructuur projecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase kan sprake zijn van een gedeeltelijke betaling (de beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project.

De Brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 A, nr. 83, bijlage 3) bevat een lijst van in totaal 20 potentiële DBFM-projecten op het hoofdwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op langere termijn (meest recente voortgangsrapportage DBFM(O): Kamerstukken II, 2014–2015, 28 753, nr. 35).

Producten

Onderstaand een overzicht van de projecten waar reeds beschikbaarheidsbetalingen worden verstrekt danwel op korte termijn worden verwacht.

De projecten N31 Leeuwarden Drachten, A59 Rosmalen Geffen, A12 Lunetten Veenendaal, 2e Coentunnel en N33 Assen Zuidbroek zijn opengesteld en verkeren in de exploitatiefase. De projecten A15 Maasvlakte Vaanplein, A12 Veenendaal Ede Grijsoord en twee deelprojecten van SAA (Schiphol-Amsterdam-Almere) verkeren in de bouwfase. De (al dan niet partiële) beschikbaarheidsvergoedingen van al deze projecten zijn te vinden in onderstaand projectoverzicht.

Momenteel lopen DBFM-aanbestedingen van de N18 Varsseveld Enschede, A6 Almere (onderdeel van SAA), de A27/A1 Utrecht Noord-Knooppunt Eemnes-Bunschoten. Overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg (12.03) en onderhoud (12.02) naar dit begrotingsartikel zal plaatsvinden na «financial close» van deze contracten.

Voor 2016 en 2017 is voorzien dat de aanbesteding zal starten van het deelproject A9 Amstelveen van Schiphol-Amsterdam-Almere, de A13/A16 Rotterdam en de A12/15 Ressen-Oudbroeken (Via15).

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De projecten A12 Ede-Grijsoord en A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere deeltraject A9 Gaasperdammerweg zijn in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (12.03.01) naar Geïntegreerde contractvormen (12.04).

  • A1/A6/A9 Schiphol Amsterdam Almere deeltraject A1/A6: De generale onderdelen van het programma SAA worden begroot op artikel 12.03.01 Realisatie. De wijziging betreft een scope-uitbreiding (aansluiting Ooij) en een overheveling naar het generale onderdeel (o.a. aanbestedingsmeevaller deeltraject A1/A6). Dit budget blijft beschikbaar binnen het programma SAA.

  • N33 Assen – Zuidbroek: Het budget is met € 14 miljoen opgehoogd met de vanuit RSP Zuiderzeelijn voor dit project beschikbare bedragen op artikel 14 Regionaal/Lokale Infrastructuur. Daarnaast is € 5 miljoen overgeheveld naar de N33 Zuidbroek-Appingedam op artikel 12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen.

Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geintegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Aflossing tunnels

1.237

1.234

476

59

54

55

57

58

59

419

A10 Tweede Coentunnel

2.221

2.216

946

52

54

53

51

51

51

961

2013

2013

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A1/A6)

1.731

2.017

75

32

36

325

89

61

75

1.037

2019

2019

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

1.066

   

20

30

35

204

53

45

678

2021

A12 Lunetten – Veenendaal

641

639

247

22

24

24

24

19

24

257

2012

2012

Projecten Zuidvleugel

                       

A15 Maasvlakte – Vaanplein

2.058

2.053

574

428

142

113

54

54

55

639

2015

2015

Projecten Brabant

                       

A59 Rosmalen – Geffen, PPS

288

288

267

0

0

1

1

1

6

12

2005

2005

Projecten Oost-Nederland

                       

A12 Ede – Grijsoord

166

 

10

5

12

18

12

9

9

91

2016

2016

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden – Drachten

166

166

113

6

6

6

6

6

6

17

2007

2007

N33 Assen – Zuidbroek

350

340

50

45

13

13

22

13

13

180

2014

2014

Afrondingen

       

1

1

 

1

       

Totaal

9.924

 

2.758

669

372

644

520

326

343

4.291

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Bij DBFM projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (incl. afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Uit analyse van Rijkswaterstaat is gebleken dat een beperkte bijstelling nodig is in de verdeling van taken die nu door de markt worden uitgevoerd en taken die door RWS met eigen personeel worden uitgevoerd. De complexiteit van aanleg- en onderhoudsprojecten neemt steeds verder toe. Dit komt onder meer door een meer integrale gebiedsontwikkeling, toename van de ICT-toepassingen in de infrastructuur en een groeiende renovatieopgave. De vraag naar specifieke kennis en ervaring op deze terreinen neemt de komende jaren verder toe. Zonder ingrijpen leidt dit tot een groeiende behoefte aan relatief dure inhuurcontracten en een te grote afhankelijkheid van de markt. Om haar rol als deskundig opdrachtgever richting de bouwbedrijven te kunnen blijven spelen, en bovenstaande ontwikkelingen het hoofd te bieden, wil RWS meer deskundig eigen personeel in dienst nemen. Het gaat dan om extra capaciteit ten behoeve van techniek, inkoop, projectbeheersing en inspecties ten behoeve van instandhoudingsadviezen van RWS-objecten. Hiervoor wordt er budget overgeheveld van de artikelonderdelen Beheer, Onderhoud en Vervanging (12.02) en Aanleg (12.03) naar het artikelonderdeel Netwerkgebonden Kosten Hoofdwegennet (12.06). Vanuit Aanleg worden de kosten voor het eigen personeel (voor)gefinancierd uit het planstudiekostenbudget. Uit de verwachte meevallers bij de projecten door lagere benodigde inhuur zal het planstudiekostenbudget de komende jaren weer worden aangevuld, zodat voldoende studiebudget beschikbaar blijft.

12.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord. De investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en de in het najaar van 2013 aangekondigde MIRT-onderzoeken (Kamerstukken II, 2013–2014, 33 750 A, nr. 25).

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 639 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 679 miljoen.

  • Ophoging van de taakstellende projectbudgetten van A27 Houten-Hooipolder (– € 16 miljoen), N33 Zuidbroek – Appingedam (– € 10 miljoen), Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk (– € 7 miljoen), A2 ’t Vonderen – Kerensheide (– € 4 miljoen) en A4 Vlietland – N14 (– € 2 miljoen).

  • Eén van de risico’s waarvoor de investeringsruimte beschikbaar is, zijn de hogere uitgaven binnen artikel 12.02 Beheer en Onderhoud als gevolg van areaalgroei. Voor de aanlegprojecten die in deze begroting van planuitwerking zijn overgegaan naar de realisatiefase, zijn de middelen voor Beheer en Onderhoud door areaalgroei aan artikel 12.02 toegevoegd (– € 29 miljoen).

  • Verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma en het aanbestedingsresultaat bij het realisatieproject A12 Ede – Grijsoord (+ € 11 miljoen).

  • Vrijval van budget bij de planuitwerkingen A7/A1 Utrecht Noord knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten (+ € 8 miljoen) en A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen (+ € 5 miljoen) door aansluiting bij de lagere raming.

  • Verhoging van de investeringsruimte door verwerking ontvangsten vastgoed Rijnlandroute (+ € 10 miljoen), aansluiting budgetbehoefte A10 2e Coentunnel tot de einde van de looptijd van het fonds (+ € 55 miljoen) en vrijval voorlopige reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport vanwege dekking vanuit artikel 14 Regionaal/Lokale Infrastructuur (+ € 25 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (+ € 46 miljoen.)

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 24 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generieke Digitale Infrastructuur (– € 15 miljoen.)

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 8 miljoen).

  • Bijdrage aan het National Data Warehouse (– € 7 miljoen).

12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

1

0

0

0

0

0

– 1

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 41.956

– 39.817

– 32.936

– 31.268

– 24.883

– 29.196

Kaseffect verwerking index 2014

0

– 18.692

– 20.345

– 16.281

– 20.964

– 25.424

– 28.058

Totaal

0

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

– 57.255

12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

1

1

– 1

– 1

0

0

678.709

678.708

Kaseffect verwerking index 2013

– 31.260

– 30.113

– 19.885

– 15.537

– 16.360

313.211

0

1

Kaseffect verwerking index 2014

– 10.425

– 31.068

– 23.590

– 11.186

– 25.076

– 7.910

239.021

0

Totaal

– 41.684

– 61.180

– 43.477

– 26.724

– 41.436

305.301

917.730

678.709

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII over 2016 bij beleidsartikel 16 Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

1.635.883

1.988.403

2.244.286

1.797.600

3.045.943

2.520.390

1.297.542

Uitgaven

2.241.221

2.261.343

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

Waarvan juridisch verplicht:

   

90%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.304.521

1.228.205

1.291.436

1.165.680

1.142.026

1.186.531

1.163.964

13.03 Aanleg

784.844

793.832

963.385

814.795

724.012

595.351

360.942

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

710.202

578.013

671.883

546.425

404.762

346.178

270.982

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

51.621

60.556

52.643

71.734

70.501

54.207

15.404

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

17.307

146.904

115.134

190.097

244.567

194.966

74.556

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

5.714

8.359

123.725

6.539

4.182

0

0

13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS

135.279

168.123

157.384

155.887

156.395

159.583

166.793

13.07 Rente en aflossing

16.577

48.907

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08 Investeringsruimte

0

22.276

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

– Restant

2.241.221

2.261.343

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

13.09 Ontvangsten

117.966

203.878

299.796

187.562

188.279

202.300

201.071

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
     

2016

2017

2018

2019

2020

2021

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

2.375.726

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

1.291.436

1.165.680

1.142.026

1.186.531

1.163.964

1.173.157

13.03

Aanleg

 

963.385

814.795

724.012

595.351

360.942

925.847

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

157.384

155.887

156.395

159.583

166.793

167.725

13.07

Rente en aflossing

 

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

                 

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

299.796

187.562

188.279

202.300

201.071

206.235

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

13

Spoorwegen

Uitgaven

1.636.846

1.696.224

1.804.548

1.956.819

1.801.707

1.873.433

1.687.958

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

1.177.809

1.180.831

1.200.742

1.199.633

1.200.601

1.174.834

1.150.486

13.03

Aanleg

 

207.792

271.569

349.068

502.880

354.206

452.250

285.475

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

169.104

170.495

172.348

173.312

173.383

172.571

162.331

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

73.069

                   

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

211.247

214.269

199.237

311.876

185.044

185.044

185.044

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenM heeft aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015–2024. De rijksbijdrage aan ProRail wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet en Besluit Infrastructuurfonds. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor de instandhouding van de landelijke spoorweginfrastructuur.

De nieuwe beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener en de positionering van ProRail als publieke dienstverlener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenM te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenM en ProRail over de te bereiken prestaties en te nemen maatregelen. De Minister van IenM geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op. ProRail consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan.

Nadat de Minister van IenM heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail verantwoording af in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze zijn vastgesteld door de aandeelhouder (Minister van IenM) worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met spoorverkeersleiding en activiteiten op het gebied van capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten.

Het Beheerplan 2016 wordt in november 2015 door ProRail ingediend en wordt in december 2015 (na instemming door IenM) aan de Tweede Kamer toegezonden.

Uitgaven

ProRail ontvangt gemiddeld € 1,2 miljard per jaar subsidie, inclusief BTW, van IenM ter dekking van de instandhoudingskosten van de landelijke spoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,4 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief BTW; exclusief BTW is dat € 1,3 miljard per jaar.

Vanuit de LTSa is de Herijking van de spoorbudgetten aangekondigd. In lijn hiermee zijn in 2015 de financiële reeksen van Prorail voor beheer, onderhoud en vervanging onderzocht mede in het licht van de door Prorail gesignaleerde druk op de meerjarige budgetten. In afwachting van de uitkomsten daarvan is ervoor gekozen de besluitvorming over de prijsbijstelling naar prijspeil 2014 en 2015 van de budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging voorlopig aan te houden. Dit impliceert dat het budget ten behoeve van beheer, onderhoud en vervanging in prijspeil 2013 is uitgedrukt.

Het onderzoek naar de meerjarenreeksen van ProRail voor beheer, onderhoud en vervanging van het spoor is inmiddels afgerond. Conform de toezegging in het AO MIRT van 2 juli 2015 wordt in deze begroting inzicht gegeven in de spanning tussen de benodigde en beschikbare middelen.

Uit het onderzoek blijkt dat de reeksen in grote lijnen op orde zijn. Na doorvoering van enkele correcties naar aanleiding van het onderzoek op deze reeksen resteert een spanning tussen de meerjarenreeksen van ProRail en de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds van ca. € 475 miljoen in de periode 2018–2028. Hierbij is rekening gehouden met de nog door te voeren mutaties in de begroting 2017 in verband met de nu nog aangehouden prijsbijstelling 2014 (zie boven) en een herverdeling van de taakstelling apparaat tussen BOV en aanleg. In het onderzoek zijn enkele kostenreducerende maatregelen opgenomen om de spanning in het budget op te lossen. Deze maatregelen zullen nog nader worden geanalyseerd.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 4 Instandhouding en Bijlage 5 ProRail.

13.03 Aanleg Spoor

IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door Prorail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • door IenM uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;

  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • NSP Rotterdam

  • Station Nijmegen Lent

  • Station Maastricht Noord

  • PHS vervanging Diezebrug

  • Geluid: Versnelling aanleg raildempers

  • Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten: Flevolijn

  • Regionet: Hoofddorp Vorkaansluiting en keersporen

  • Regionet: Halte Hemboog / Perronkap

  • Regionet: Station Holdendrecht

  • Regionet: Station Watergraafsmeer

  • Regionet: Station Almere Poort

Nieuw opgenomen projecten

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

Eén van de maatregelen om de railveiligheid te verbeteren is de aanpak van zogenaamde rood-sein-passages (stoptonend sein passages ofwel «STS-passages»). Door de implementatie van het systeem Automatische TreinBeïnvloeding Verbeterde versie (ATB-Vv) bij seinen worden zowel de kans op STS-passages als de daaraan verbonden risico’s, als zo’n STS-passage toch plaatsvindt, gereduceerd. Eind 2014 waren circa 2.500 seinen hiermee uitgerust. Op 25 november 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de Tweede Kamer geïnformeerd over haar voornemen om, in aanvulling hierop, 400 extra seinen hiermee uit te rusten (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 893, nr. 177). Deze zullen worden aangelegd op de twee corridors waar in de komende jaren de intensiteit van het treinverkeer het sterkst zal toenemen. De bijdrage aan de railveiligheid zal hier naar verwachting het grootst zijn. Het betreft de volgende corridors:

  • De zogenaamde «A2-corridor» tussen Alkmaar en Maastricht. Op een deel van deze corridor zal naar verwachting al vanaf 2017 een intensievere treindienst plaatsvinden in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS).

  • De zogenaamde «Brabantroute» tussen Kijfhoek en de Duitse grens bij Venlo. Ook dit is één van de PHS-corridors. Bovendien zal het goederenverkeer op dit traject in de komende jaren toenemen als gevolg van de aanleg van het derde spoor langs de Betuweroute van Zevenaar/Emmerich tot Oberhausen. Hierdoor zal de spoorcapaciteit van de grensovergang bij Zevenaar beperkt worden en, als gevolg daarvan, meer goederenverkeer gebruik gaan maken van de grensovergang bij Venlo en de Brabantroute.

De totale kosten van de aanleg worden geraamd op € 19,4 miljoen. Dekking heeft voor € 12,1 miljoen plaats gevonden vanuit het programma BOV (vanuit de reguliere gereserveerde middelen ten behoeve van de vervanging van beveiligingsinstallaties) en voor € 7,3 miljoen vanuit de bestaande reservering voor ATB-Vv-seinen in PHS omdat de aanleg gedeeltelijk veroorzaakt wordt door intensivering van het treinverkeer als gevolg van PHS.

Cameratoezicht op stations

Om de agressie tegen het treinpersoneel aan te pakken is in overleg met ProRail bekeken op welke stations, waar nu nog geen camera’s zijn, cameratoezicht noodzakelijk is. Op dertig kleine en middelgrote stations gaat cameratoezicht gerealiseerd worden. De realisatie start in het eerste kwartaal van 2016. Voor de aanleg hiervan, alsmede voor de tijdelijke huur van camera’s op twaalf prioritaire stations en een pilot met beeldschermen voor de duur van een jaar op de stations Rotterdam Lombardijen en Den Haag Hollands Spoor, wordt € 13,3 miljoen ter beschikking gesteld aan ProRail. De dekking heeft plaatsgevonden vanuit het programma Kleine Functiewijzigingen. De beheer- en onderhoud kosten en operationele kosten voor de periode 2017–2024 (in 2024 vindt een evaluatie van de genomen maatregelen plaats) ad € 7,9 miljoen zijn eveneens gedekt uit bovengenoemd programma en overgeboekt naar 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Overige wijzigingen

PHS DSSU (incl. voorfinanciering)

Het projectbudget is opgehoogd met € 29,5 miljoen in verband met gevolgkosten van ontwerpaanpassingen voor het waarborgen van de veiligheid en aanpassing van de complexe bouwfasering om de mate van hinder voor reizigerstreinen gedurende de bouw terug te dringen. Dekking heeft plaatsgevonden vanuit de investeringsruimte (13.08).

Aki plan en veiligheidsknelpunten

Het projectbudget is verlaagd met € 2,4 miljoen in verband met een gerealiseerde aanbestedingsmeevaller op het deelproject spoorkruising Didam. Daarnaast bleek het mogelijk om het programmabudget, gelet op de geraamde kosten voor het nog laatste binnen dit programma te beschikken deelproject Dolderseweg, te verlagen met € 1,3 miljoen. De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Nazorg gereed gekomen lijnen/halten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s bleek het verantwoord het projectbudget te verlagen met € 4,3 miljoen. De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Programma Kleine functiewijzigingen

De binnen dit programma gereserveerde middelen voor opstelcapaciteit Uitgeest ad € 14,6 miljoen zijn overgeboekt naar PHS. Bij PHS is aanvullende opstelcapaciteit bij Uitgeest nodig en om die reden wordt de totaal benodigde opstelcapaciteit gerealiseerd onder PHS.

Daarnaast is het projectbudget verlaagd met € 21,2 miljoen. Zie voor de toelichting de tekst bij Cameratoezicht op stations (opgenomen onder «nieuw opgenomen projecten»).

Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten

De aanleg van de vrije kruising Transformatorweg is niet meer aan de orde, omdat in de plaats daarvan in het kader van PHS Amsterdam Centraal een vrije kruising bij Dijksgracht wordt aangelegd. Om die reden zijn de gemaakte planstudiekosten ad € 1,4 miljoen conform afspraak met de Regio weer aan het projectbudget Regionet toegevoegd en is het resterende budget ad € 53,1 miljoen toegevoegd aan PHS ter dekking van de kosten van de integrale aanpak van Amsterdam Centraal.

Regionet

Zie toelichting onder Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten.

Vleuten- Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

Binnen het totale projectbudget was € 20,9 miljoen gereserveerd voor risico’s en onvoorziene uitgaven op de lopende deelprojecten. Aangezien de meeste aanbestedingen hebben plaatsgevonden en het de verwachting is dat de resterende risico’s, indien deze zich voordoen, opgevangen kunnen worden binnen het huidige projectbudget onvoorzien is het niet noodzakelijk deze € 20,9 miljoen binnen het projectbudget Vleugel gereserveerd te houden. De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

OV Terminal stationsgebied Utrecht

In 2007 is voor dit project een subsidiebeschikking verstrekt. De subsidieaanvraag was als gevolg van eerder ontstane indexeringsverschillen hoger dan de uiteindelijk verstrekte subsidiebeschikking. Bij het verstrekken van de subsidiebeschikking is toentertijd een garantstelling afgegeven dat, indien de hogere kosten als gevolg van deze indexeringsverschillen gedurende de uitvoering niet inpasbaar bleken binnen het projectbudget, deze middelen alsnog zouden worden toegevoegd. Inpassing is niet mogelijk gebleken. De binnen de begroting gereserveerde middelen ad € 12,4 miljoen (post reservering BC NSP 13.03.04) zijn daarom toegevoegd aan het projectbudget. Daarnaast is het projectbudget opgehoogd met € 53,2 miljoen als gevolg van een langere doorlooptijd van twee jaar waardoor de kosten voor toezicht, administratie en projectbegeleiding zijn toegenomen als ook de kosten van de aannemer door opgelopen vertragingen en omzetderving.

Traject Oost

Als gevolg van een gerealiseerde aanbestedingsmeevaller is het budget van het deelproject Bunnik verlaagd met € 6,8 miljoen. Deze gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Spoorwegovergang Soestdijkseweg Bilthoven

Als gevolg van onbenodigd onvoorzien is het projectbudget verlaagd met € 1,8 miljoen. Deze gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (IF 13.08).

Afdekking Risico’s Spoorprogramma

De middelen ter grote van € 29 miljoen zijn overgeboekt naar IF 17.03 en toegevoegd aan het projectbudget HSL ter dekking van de te maken kosten voor geluidsanering en zettingsproblematiek.

Intensivering Spoor in Steden

Het projectbudget is verlaagd met € 1,6 miljoen naar aanleiding van een scopeaanpassing bij het deelproject Goes. De vrijvallende middelen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Regionale lijnen Gelderland

Vanwege het afgeven van de realisatiebeschikking Valleilijn is € 4 miljoen overgeboekt vanuit het planuitwerkingsbudget (artikel 13.03.04) en toegevoegd aan het realisatiebudget. Via deze subsidiebeschikking wordt de realisatie van de eerste tranche aan maatregelen voor de Valleilijn gefinancierd naar aanleiding van de de Quick Scan Regionale Markt- en Capaciteitsanalyse (RMCA). In deze 1e tranche worden Robuustheids Verhogende Maatregelen (RVM; dit zijn snelheidsverhogende maatregelen) gerealiseerd ten behoeve van het op niveau houden van de punctualiteit van de Valleilijn tussen Barneveld-aansluiting en Lunteren, nu ook de nieuwe stations Hoevelaken en Barneveld-Zuid worden aangedaan.

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.01 Spoorwegen personenvervoer; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Benutten

                       

ERTMS-pilot Amsterdam-Utrecht en ERTMS expertisecentrum1

9

9

4

2

1

1

       

2012– 2015

2012– 2015

Geluidsanering Spoorwegen

628

626

22

3

12

28

35

62

85

382

divers

divers

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

29

29

12

1

8

5

0

3

0

0

divers

divers

Cameratoezicht op stations

13

   

1

9

3

       

2017

 

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

                       

PHS DSSU (inclusief voorinvestering)

316

285

111

55

90

55

5

     

2016

2016

Kleine stations

78

78

33

3

4

10

7

10

11

 

divers

divers

Overige projecten/programma's/lijndelen etc.

                       

AKI-plan en veiligheidsknelpunten

392

395

332

10

16

19

5

6

4

0

divers

divers

Fietsparkeren bij stations

222

221

27

14

14

14

14

14

14

111

divers

divers

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

38

46

 

15

6

6

6

5

0

0

divers

divers

Ontsnippering

82

81

25

5

12

15

10

3

5

6

divers

divers

Programma Kleine Functiewijzigingen

506

540

84

35

46

53

54

53

55

125

divers

divers

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

252

306

128

27

28

18

15

15

15

6

divers

divers

Reistijdverbetering

15

15

14

1

0

0

0

0

0

0

2015

2014

Toegankelijkheid stations

504

503

88

43

35

37

42

44

40

176

divers

divers

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

19

0

 

1

6

11

2

     

2017

 

Kleine projecten personenvervoer

18

18

0

1

4

7

4

1

0

0

divers

divers

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Amsterdam-Almere-Lelystad

                       

OV SAAL korte termijn

777

775

313

164

145

59

49

48

0

 

2016

2016

Stations en stationsaanpassingen

                       

Amsterdam CS, Cuypershal

26

26

14

0

6

3

2

0

0

0

2014– 2016

2014– 2016

Amsterdam CS, Fietsenstalling

35

35

4

1

29

1

0

0

0

0

2016– 2019

2016– 2019

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)

189

187

158

5

8

5

5

4

3

0

divers

divers

Vleuten – Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

933

953

728

32

66

46

41

15

4

0

2005 e.v.

2005 e.v.

Stations en stationsaanpassingen

                       

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

412

346

272

45

65

30

0

0

0

0

2016

2016

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven

31

32

24

5

1

0

0

0

0

0

2013– 2015

2013– 2015

Projecten Zuidvleugel

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

38

38

7

1

1

0

8

11

7

3

2020– 2021

2018

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Rijswijk – Schiedam incl. spoorcorridor Delft

553

553

528

25

0

0

0

0

0

0

2015– 2017

2015– 2017

Projecten Brabant

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Breda Centraal (t.b.v. NSP)

75

75

58

17

0

0

0

0

0

0

2016– 2017

2016– 2017

Projecten Oost Nederland

                       

Utrecht-Arnhem-Zevenaar

                       

Arnhem Centraal (t.b.v. NSP)

108

108

94

10

4

0

0

0

0

0

2011– 2015

2011– 2015

Traject Oost uitv. convenant DMB2

233

247

28

27

26

41

48

27

19

17

divers

divers

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Regionale lijnen Gelderland

18

14

4

6

6

2

 

0

0

0

divers

divers

Projecten Noord Nederland

                       

Partiële spooruitbreiding Groningen-Leeuwarden

11

11

10

1

0

0

0

0

0

0

divers

divers

Sporendriehoek Noord-Nederland

135

134

35

10

17

20

27

11

10

4

divers

divers

Afrondingen

     

1

1

 

3

1

– 1

1

   

Totaal ProRail projecten

6.695

 

3.157

567

666

489

382

333

271

831

   

Overige (niet ProRail) projecten

                       

Afdekking risico's spoorprogramma's

0

29

0

0

0

0

0

0

0

0

   

Intensivering Spoor in steden (I)

244

246

199

7

15

15

9

0

0

0

   

Spoorzone Ede

42

42

11

0

24

7

0

0

0

0

   

Totaal overige (niet ProRail) Projecten

286

 

210

7

39

22

9

0

0

0

   

Totaal uitvoeringsprogramma

6.981

 

3.367

574

705

511

391

333

271

831

   

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerking

     

4

3

23

2

1

       

Programma Realisatie (IF 13.03.01)

     

578

708

534

393

334

271

831

   

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

     

578

672

546

405

346

271

831

   

Overprogrammering (–)

       

– 36

12

12

12

       
X Noot
1

Van het totale budget is € 6 mln aan Prorail beschikt. De overige kosten zijn voornamelijk bestemd voor ombouw materieel, opleidingskosten en de ontwikkeling van een referentiesysteem.

X Noot
2

Inclusief uitgaven mbt planuitwerking verantwoord op 13.05.01

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua

Een deel van de over de Betuweroute rijdende goederenlocomotieven functioneerde niet correct op de nieuw aangelegde ERMTS level-1 waardoor een tijdelijke aanpassing van de ERTMS in de infra nodig was. Daarnaast zijn zowel de emplacementen in het havengebied als de havenspoorlijn onder ERTMS gebracht waarmee ze op het gewenste veiligheidsniveau zijn gebracht. Deze twee scopeaanpassingen hebben geleid tot een ophoging van het projectbudget met € 2 miljoen.

Uitvoeringsprogramma Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)

In het budget van het programma NaNOV was onder andere een reservering opgenomen voor het bouwen van een extra spoor bij Deventer-Oost om keren en kopmaken van goederentreinen uit Zutphen naar Oldenzaal/grens en andersom mogelijk te maken. Bij de start van het PHS-project Goederenroute Oost-Nederland is de reservering in het NaNOV-budget «bevroren» omdat het kopmaken te Deventer een van de varianten was die in het kader van PHS-GON werd onderzocht. Bij de besluitvorming over PHS-onderdelen in juni 2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 32 404, nr. 74 dd 17 juni 2014) is besloten dat de Goederenroute Oost-Nederland (inclusief kopmaken te Deventer) in ieder geval tot rond 2030 niet nodig is. De reservering in het NaNOV-budget is daardoor niet meer nodig; de vrijvallende gelden ad € 16 miljoen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Nazorg gereed gekomen projecten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s bleek het verantwoord het projectbudget te verlagen met € 2,2 miljoen.

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.02 Spoorwegen goederenvervoer; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

ProRail Projecten

                       

Projecten nationaal

                       

PAGE risico reductie

18

18

8

0

3

2

2

2

0

0

divers

divers

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua1

173

171

55

51

34

21

7

0

0

6

2014 e.v.

2013 e.v.

Aslasten Cluster III realisatie

1

1

1

                 

Projecten Oost Nederland

                       

Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)1

138

154

54

8

11

30

23

12

0

0

divers

divers

Projecten Zuidwestelijke delta

                       

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

27

27

10

1

7

7

1

0

 

0

2014– 2017

2014– 2017

Projecten Zuidvleugel

                       

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding1

217

217

67

4

6

12

36

39

15

39

2014 e.v.

2014 e.v.

Overige projecten

                       

Nazorg gereedgekomen projecten

2

4

 

0

0

1

1

0

0

0

divers

divers

Afrondingen

           

1

1

 

– 1

   

Totaal ProRail Projecten

576

 

195

64

61

73

71

54

15

44

   

Overige (niet ProRail) Projecten

     

0

0

0

0

0

0

0

   

Totaal uitvoeringsprogramma

576

 

195

64

61

73

71

54

15

44

   

Uitgaven mbt planuitwerking op IF 13.03.05

     

– 3

– 8

– 1

           

Programma Realisatie (IF 13.03.02)

     

61

53

72

71

54

15

44

   

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

     

61

53

72

71

54

15

44

   

Overprogrammering (–)

                       
X Noot
1

Inclusief uitgaven mbt planuitwerking verantwoord op 13.05.02/13.03.05

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Wijzigingen

Lenteakkoord impuls voor 4 spoorlijnen

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken met de provincie Gelderland en Overijssel zijn de gereserveerde gelden ad € 17,5 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en worden in de periode 2016–2017 uitgekeerd via het Provinciefonds.

Quick scan decentraal spoor Oost-Nederland

Vanwege het afgeven van de realisatiebeschikking Valleilijn is € 4 miljoen overgeboekt vanuit het planuitwerkingsbudget (artikel 13.03.04) en toegevoegd aan het realisatiebudget (artikel 13.03.01). Via deze subsidiebeschikking wordt de realisatie van de eerste tranche aan maatregelen voor de Valleilijn gefinancierd naar aanleiding van de Quick Scan Regionale Markt- en Capaciteitsanalyse (RMCA). In deze 1e tranche worden Robuustheids Verhogende Maatregelen (RVM; dit zijn snelheidsverhogende maatregelen) gerealiseerd ten behoeve van het op niveau houden van de punctualiteit van de Valleilijn tussen Barneveld-aansluiting en Lunteren, nu ook de nieuwe stations Hoevelaken en Barneveld-Zuid worden aangedaan.

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken met de provincie Limburg zijn de gereserveerde gelden ad € 6,5 miljoen voor het project Heerlen-Aken elektrificatie overgeboekt naar Ministerie van Binnenlandse Zaken en worden uitgekeerd in de periode 2016–2018 via het Provinciefonds.

PHS

Vanuit het projectbudget is € 7,3 miljoen overgeboekt naar het realisatieproject Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute omdat de aanleg hiervan gedeeltelijk veroorzaakt wordt door intensivering van het treinverkeer als gevolg van PHS. Daarnaast is het projectbudget opgehoogd met € 53,1 miljoen vanuit het project punctualiteits- en capaciteitsknelpunten, met € 45,4 miljoen vanuit het projectbudget OV SAAL MLT en met € 14,5 miljoen vanuit het programma Kleine functiewijzigingen. Zie de betreffende projecten voor een nadere toelichting op deze overboekingen. Tevens is € 85,9 miljoen toegevoegd vanuit de investeringsruimte ter dekking van de meerkosten Rijswijk – Delft Zuid. Het oorspronkelijke budget was gebaseerd op een globalere indicatie ten behoeve van de Voorkeursbeslissing voor het gehele programma PHS uit 2010. Ten behoeve van het Ontwerp Tracébesluit (OTB) is een nieuwe kostenraming opgesteld. Deze bleek € 85,9 miljoen duurder uit te vallen.

Financiering van PHS zou deels plaatsvinden via een leenfaciliteit van € 875 miljoen (Kamerstukken II, 2009–2010, 28 165, nr. 105). De rente en aflossing van de eerste € 675 miljoen zou door het Ministerie van Financiën worden gedragen en de resterende € 200 miljoen door IenM. Bij nadere uitwerking van de vormgeving van de leningen bleek sprake van een substantieel BTW en prijsindexatie risico. In overleg met de Minister van Financiën is hierop besloten geen leningen aan te gaan voor PHS maar om artikel 13 van het Infrastructuurfonds (en hiermee het PHS budget) te verhogen met de € 675 miljoen waarvoor het Ministerie van Financiën de aflossing zou dragen. IenM had voor de periode tot en met 2028 € 116 miljoen aan rente en aflossing gereserveerd voor de lening van € 200 miljoen. Na het besluit tot kaderverhoging in plaats van lenen is deze € 116 miljoen eveneens toegevoegd aan het PHS budget. Het vervallen van de leenfaciliteit voor PHS levert hierdoor in de periode tot en met 2028 een kasspanning op van € 84 miljoen. Deze spanning wordt opgevangen binnen PHS.

OV SAAL

Vanuit het OV SAAL MLT budget is € 45,4 miljoen overgeboekt naar het budget van het programma PHS, waar OV SAAL onderdeel van is, omdat de binnen het projectbudget OV SAAL MLT gereserveerde middelen voor de uitbreiding op de Flevolijn in Almere, met uitzondering van € 1,5 miljoen voor de aanpak van het fietsparkeren in Almere Centrum en Almere Poort, niet nodig blijken. Dit gezien het in augustus 2013 genomen besluit over het middellange termijn pakket OV SAAL waarin op de Flevolijn geen extra sporen in Almere zijn opgenomen.

Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planuitwerkingsprogramma personenvervoer

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Verplicht

       

Realisatieuitgaven op IF13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 33

0

   

Projecten Nationaal

       

Kleine projecten Personenvervoer

5

5

 

divers

Reservering opbouw compensatie NS

158

157

 

divers

Projecten Oost-Nederland

       

Quick scan decentraal spoor Oost-Nederland

15

19

 

2011–2017

Lenteakkoordimpuls voor 4 spoorlijnen Oost-Nederland

0

25

 

2015–2018

Zwolle – Herfte1

190

189

 

2017–2021

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Grensoverschr. Spoorvervoer

18

20

 

divers

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

85

85

 

divers

Grensoverschr. Spoorvervoer, fase 2

43

43

 

2014–2018

Progr.Hoogfreq.Spoor (PHS)

2.437

1.447

 

divers

Reservering Businesscase NSP

0

12

   

Programma overwegen

203

202

 

divers

Projecten Noordwest-Nederland

       

OV Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad MLT

404

448

   

Bestemd

10

129

   

Projecten in voorbereding

       

Projecten Nationaal

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

3.535

     

Begroting (IF 13.03.04)

3.535

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

PB = Projectbesluit

X Noot
1

Bedrag is exclusief bijdrage regio van € 36 mln.

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer
Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Verplicht

       

Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma IF 13.03.02

13

13

   

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Aslastencluster III

     

divers

Projecten Zuidvleugel

       

Kleine project Goed

17

17

 

divers

Calandbrug

158

157

 

2020

Bestemd

       

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

188

     

Begroting (IF 13.03.05)

188

     

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw), volgens de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.

Producten

Het kabinet heeft in januari 1999 ingestemd met het model voor privatisering van de HSL-Zuid. De PPS (Publiek Private Samenwerking) is bij de onderdelen infraprovider, vervoer en stations elk op afzonderlijke wijze tot stand gekomen. Eind 2001 zijn de contracten met de infraprovider en de vervoerder getekend. Vanaf augustus 2004 is de infraprovider begonnen met het werk aan de bovenbouw. Voor de onderbouw gold dat de HSL-Zuid onderdelen gefaseerd werden opgeleverd voor de start van de werkzaamheden van de infraprovider. Op het zuidelijke deel was de eerste oplevering augustus 2004. De laatste oplevering op het noordelijke deel was in december 2005. De bovenbouw van het zuidelijke deel is opgeleverd in juli 2006 en het noordelijke deel in december 2006.

Projectoverzicht behorende bij 13.04: Geintegreerde contractvormen/PPS Spoorwegen

Bedrag x € 1 mln.

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

Beschikbaarheidsvergoeding

3.626

3.626

1.190

148

150

152

152

156

163

1.515

Rente- en belastingaanpassingen

– 37

– 90

– 89

13

3

3

3

3

3

24

Werkzaamheden ex artikel 17.03 (pilot geluid)

13

16

9

2

2

         

Diverse afrekeningen

36

27

10

5

2

1

1

1

1

15

Totaal

3.638

 

1.120

168

157

156

156

160

167

1.554

Begroting (IF 13.04)

     

168

157

156

156

160

167

1.554

De totale uitgaven stijgen per saldo met € 61 miljoen. Dit bestaat uit een verhoging van € 63 miljoen voor belastingaanpassingen en een verlaging van € 2 miljoen in verband met de overheveling naar het aanlegbudget HSL-Zuid inzake de resterende middelen van de pilot geluid Lansingerland (zie artikel 17.03).

Belastingaanpassing:

In overleg met het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst zijn de uitgaven met € 63 miljoen verhoogd in verband met belastingaanpassingen («tax adjustments») op het contract tussen IenM en Infraspeed. Voor de Staat als geheel betreft het een budgetneutrale wijziging omdat Infraspeed dit bedrag vervolgens volledig aan de Belastingdienst betaalt.

Renteaanpassingen:

Door de lage rentestand vindt ook een renteaanpassing («hedging adjustments») plaats van € 9 miljoen (lagere uitgaven). Dit bedrag blijft vooralsnog gereserveerd binnen dit artikel op de post diverse afrekeningen.

13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is en in de toekomst gefinancierd wordt.

Bestaande leningen

Producten

In de periode 2005–2013 is voor € 1,8 miljard aan leningen bij ProRail afgelost. Het grootste deel hiervan is gefinancierd met het in 2009/2010 uitgekeerde Superdividend van de NS. Deze schuldreducties hebben geleid tot een verlaging van de rentelasten van € 130 miljoen in 2005 tot € 17 miljoen in 2014. Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2014 bedroeg nog € 313 miljoen. Hiervan moet ProRail in 2017 € 166 miljoen aflossen, in 2020 € 75 miljoen en in 2027 € 72 miljoen. Er is nog niet besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan. Om deze reden zijn voor deze leningen de rentekosten structureel in de begroting opgenomen (en geen aflossingen).

Nieuwe leningen

In 2009 is besloten om een deel van PHS te financieren met een leenfaciliteit (Kamerstukken II, 2009–2010, 28 165, nr. 105) van € 875 miljoen, waarvan de rente en aflossing van de eerste € 675 miljoen door het Ministerie van Financiën zou worden gedragen en de resterende € 200 miljoen door IenM. In overleg met de Minister van Financiën is besloten om geen nieuwe leningen aan te gaan voor PHS maar om artikel 13 van het Infrastructuurfonds te verhogen met de € 675 miljoen waarvoor het Ministerie van Financiën de aflossing zou dragen.

Uitgaven

Bedragen x € 1 miljoen
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Rente leningen

17

17

17

17

17

17

Nog te verreken aflossing 2012

32

         

Aflossing leningen

   

166

   

75

Herfinanciering leningen

   

– 166

   

– 75

Totaal

49

17

17

17

17

17

13.08 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord. De investeringsruimte is grotendeels benodigd voor risico’s. Nadere besluiten worden – mede gezien de uitkomsten van de audit naar de BOV-kosten – betrokken bij de herijking en de gesprekken over de herijking met betrokkenen4.

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 992 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 906 miljoen.

  • Vrijval van middelen: reservering akkoord treinverbinding Nederland – België (+ € 4 miljoen), Spodo scopeaanpassing Goes (+ € 2 miljoen), Nazorg Personen/Goederen (+ € 7 miljoen), AKI/PVVO (+ € 4 miljoen), programma NaNov (+ € 16 miljoen), Vleuten-Geldermalsen (+ € 21 miljoen), BOV subsidievaststelling 2013 en vrijval Actieplan (+ € 39 miljoen), Traject Oost Bunnik; aanbestedingsmeevaller (+ € 7 miljoen), spoorwegovergang Soestdijkseweg onbenodigd onvoorzien (+ € 2 miljoen), herberekening rente en aflossing leenfaciliteit (+ € 3 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (voornamelijk gereserveerd voor de prijsbijstelling BOV 2015) (+ € 73 miljoen) en hogere concessievergoeding NS als gevolg van indexatie naar prijspeil 2015 (+ € 17 miljoen).

  • Een verlaging met € 29,5 miljoen ten behoeve van het project PHS DSSU in verband met gevolgkosten van ontwerpaanpassingen voor het waarborgen van de veiligheid en aanpassing van de complexe bouwfasering om de mate van hinder voor reizigerstreinen gedurende de bouw terug te dringen.

  • Ontvangen boetes NS 2013/2014 en boete ProRail 2014 (+ € 6 miljoen).

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 17 miljoen).

  • Meerkosten Rotterdam-Genua (– € 2 miljoen), kosten geluidproblematiek HSL (– € 49 miljoen), kosten GSMR interferentie (– € 15 miljoen), meerkosten Rijswijk – Delft Zuid (– € 86 miljoen), meerkosten OV Terminal stationsgebouw Utrecht (NSP) (– € 53 miljoen), kosten NSP Zuidasdok (– € 9 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generale Digitale Infrastructuur (– € 20 miljoen),

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 5 miljoen).

De genoemde mee- en tegenvallers op de specifieke projecten zijn eveneens toegelicht bij het betreffende artikelonderdeel van waaruit het project gefinancierd wordt.

13.08 Investeringsruimte Spoorwegen
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

22.276

35.409

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 18.455

0

0

0

0

0

Kaseffect verwerking index 2014

0

1.083

0

0

0

0

0

Totaal

22.276

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

13.08 Investeringsruimte Spoorwegen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

55.698

905.772

Kaseffect verwerking index 2013

0

0

0

0

0

0

18.455

0

Kaseffect verwerking index 2014

0

0

0

0

0

0

– 1.084

0

Totaal

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

73.069

905.772

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenM voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikel 13.02. Verrekeningen (subsidievaststellingen) met ProRail die betrekking hebben op afgesloten jaren zijn niet gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar zijn gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Concessievergoedingen

Producten

Deze zijn de Concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofdrailnet en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur, alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009–2014.

Projectbijdragen decentrale overheden

Deze betreffen de bijdragen van decentrale overheden aan (MIRT-) projecten.

Afrekeningen ProRail/Havenbedrijf

Deze betreffen de afrekeningen van subsidies voor aanlegprojecten en beheer, onderhoud en vervanging over afgesloten begrotingsjaren en de aan het Havenbedrijf doorbelaste onderhoudskosten Tweede Maasvlakte.

Ontvangsten

Bedragen x € 1 miljoen
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Concessieprijs HRN 2015–2024

80

80

86

86

86

86

Verrekening beheervergoeding reisinformatie

– 8

– 8

– 8

– 8

– 8

– 8

Verrekening compensatie treindiensten België

– 6

– 3

– 3

– 3

– 3

– 3

Uitgestelde betalingen HSA 2009–2014

46

45

44

42

42

41

HSL-heffing 2015–2024

0

59

61

71

79

85

Correctieregeling energie

56

0

0

0

0

0

Boetes prestaties NS

6

0

0

0

0

0

Concessievergoedingen

174

173

180

188

196

201

PHS/Vught

0

127

0

0

0

0

Decentrale lijnen

3

0

3

0

6

0

Schiedam-Rijswijk

0

0

5

0

0

0

Bijdragen decentrale overheden

3

127

8

0

6

0

Afrekening subsidies en boetes prestaties ProRail

27

0

0

0

0

0

Afrekeningen ProRail

27

0

0

0

0

0

Totaal

204

300

188

188

202

201

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII 2016 bij beleidsartikel 15 OV-keten.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

240.876

404.561

182.873

140.335

150.195

77.903

75.832

Uitgaven

163.374

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

Waarvan juridisch verplicht:

   

92%

       

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

149.178

127.145

133.159

197.040

169.301

95.156

125.408

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

11.159

957

22.868

41.655

6.592

1.889

47.563

14.01.03 Realisatieprogr reg/lok

138.019

125.055

113.210

150.923

153.084

83.689

64.959

14.01.04 Investeringsruimte

0

1.133

– 2.919

4.462

9.626

9.579

12.886

14.02 Regionale Mob. Fondsen

9.334

0

0

0

0

0

9.111

14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid

4.862

12.837

145.555

168.971

158.348

71.735

50.898

14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten

4.862

12.374

93.298

119.065

109.107

12.984

18.378

14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen

0

0

36.050

33.700

33.034

42.544

16.000

14.03.03 RSP – ZZL: REP

0

463

16.207

16.206

16.207

16.207

16.520

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

– Restant

163.374

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

14.09 Ontvangsten

1.210

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

99.636

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

133.159

197.040

169.301

95.156

125.408

77.442

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

9.111

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

145.555

168.971

158.348

71.735

50.898

22.194

                 

14.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

0

0

0

0

0

0

0

                   

14.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden in de BDU voor de ontvangers buiten de G3 (de drie grote steden) en voor de G3 (respectievelijk € 112,5 miljoen en € 225 miljoen) en moet het project passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid zoals verwoord in de Begroting hoofdstuk XII 2016 en beleidsartikel 15 OV-keten en de Lange Termijn Spooragenda (LTSa).

Algemeen

Producten

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de regionale overheid. IenM levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenM al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen).

Nieuw opgenomen projecten

Exploitatiebijdrage stoptreindiensten Limburg

De stoptreindiensten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen maken per 11 december 2016 geen onderdeel meer uit van het hoofdrailnet, maar van de regionale (multimodale) vervoerconcessie in Limburg. De decentralisatie van deze twee diensten verloopt voor IenM budgetneutraal. De concessieprijs voor het hoofdrailnet is verhoogd aangezien het om onrendabele diensten gaat. Het bedrag waar de concessieprijs voor het hoofdrailnet mee wordt verhoogd wordt via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie Limburg ten behoeve van de exploitatie van de twee diensten.

Wijzigingen

HOV-Net Zuid-Holland Noord

Het project is overgegaan van de planstudiefase naar de realisatiefase.

HOV-Knoop Amstelveen

Het gereserveerde budget voor de HOV-knoop Amstelveen ad € 25 miljoen is vrijgevallen nu voor de A9 in overleg met alle partijen (waaronder Amstelveen) is besloten tot een andere scope. Het was de verwachting dat de A9 in Amstelveen in een tunnelbak gelegd zou worden maar omdat dit niet meer aan de orde is kunnen de bussen de huidige afslag benutten (Kamerstukken II, 2013–2014, 32 668, nr. 10). De vrijvallende gelden ad € 25 miljoen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (14.01.04).

Maaslijn

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken met de provincie Limburg zijn de gereserveerde middelen voor de elektrificatie van de Maaslijn overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze middelen worden uitgekeerd in de periode 2016–2018 via het Provinciefonds.

Verkeersruit Eindhoven

Het project Verkeersruit Eindhoven wordt niet voortgezet. De subsidie van het Rijk aan de Verkeersruit Eindhoven zal worden toegevoegd aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet. Dit geld is nog niet gebonden aan specifieke projecten. Over de besteding van dit budget is het Rijk onder andere in gesprek met de regio.

Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokale infrastructuur

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Verplicht

       

Projecten Brabant

       

Verkeersruit Eindhoven (Noordoostcorridor)

272

271

   

Gebonden

       

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Ombouw Amstelveenlijn

77

76

 

2020

Bestemd

51

71

   

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

400

     

Begroting 14.01.02

400

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

PB = Projectbesluit

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg, planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Wijzigingen

De projectbudgetten van de Rotterdamsebaan, A12/A20 Parallelstructuur Gouweknoop, RandstadRail en Noord/Zuidlijn zijn bijgesteld als gevolg van de indexatie naar prijspeil 2015. De planning van de projecten in het programma Regionaal/lokaal is de verantwoordelijkheid van de medeoverheden. Het Rijk stelt haar bijdrage beschikbaar op basis van gerealiseerde mijlpalen, zoals vastgelegd in de subsidiebeschikking.

Projectoverzicht behorende bij 14.01.03 Regionaal/lokale infrastructuur; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Zuidvleugel

                       

Rotterdamsebaan

305

304

     

7

63

51

51

134

regio

2020– 2022

A12/A20 Parallelstructuur Gouwe

112

112

19

27

27

27

14

     

regio

2019– 2021

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)

203

202

21

12

29

47

47

33

14

 

2018

2018

Randstadrail (incl. voorbereidingskosten en aanlanding RR op Den Haag HSE)

894

894

873

12

9

         

2006– 2016

2006– 2016

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                   

Utrecht, Tram naar de Uithof

110

110

37

0

4

40

29

     

2018

2018

Noord/Zuidlijn Noord-WTC

1.186

1.185

1.036

75

44

30

1

     

2017

2017

Afrondingen

     

– 1

   

– 1

         

Programma Realisatie (IF 14.01.03)

2.810

 

1.986

125

113

151

153

84

65

134

   

Budget Realisatie (IF 14.01.03)

     

125

113

151

153

84

65

134

   

Overprogrammering (–)

                       
14.01.04 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de totale voor artikel 14 beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord. De middelen zijn bestemd voor grote regionale/lokale projecten die op initiatief van de decentrale overheden worden voorbereid en uitgevoerd. De projecten moeten een bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de LTSa die voor regionale bereikbaarheid zijn geformuleerd. Het betreft zowel wegenprojecten op het niveau van het Onderliggend Wegennet als Openbaar Vervoer projecten.

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 369 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 201 miljoen.

  • Vrijval HOV knoop Amstelveen (+ € 25 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (+ € 6 miljoen).

  • Dekking exploitatie/decentralisatie Zwolle-Enschede (– € 102 miljoen).

  • Dekking exploitatiebijdrage 2 stoptreindiensten Limburg (– € 31 miljoen).

  • Dekking landzijdige bereikbaarheid Eindhoven Airport (naar artikel 12 Hoofdwegennet) (– € 25 miljoen).

  • Dekking onderhoudskosten Maaslijn (– € 19 miljoen).

  • Dekking onderhoudskosten HOV-net Zuid Holland Noord (– € 16 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generieke Digitale Infrastructuur (– € 2 miljoen).

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 4 miljoen).

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 1 miljoen).

14.01.04 Investeringsruimte regionaal, lokale infrastructuur
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

1.133

– 302

4.463

9.625

9.579

12.886

14.735

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 1.826

– 1

0

0

0

0

Kaseffect verwerking index 2014

0

– 790

0

0

0

0

1

Totaal

1.133

– 2.919

4.462

9.626

9.579

12.886

14.736

14.01.04 Investeringsruimte regionaal, lokale infrastructuur
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

15.639

29.053

15.623

15.505

13.384

17.848

41.822

200.992

Kaseffect verwerking index 2013

0

0

0

0

0

0

1.827

1

Kaseffect verwerking index 2014

1

0

0

0

0

0

789

– 1

Totaal

15.640

29.054

15.623

15.505

13.384

17.848

44.438

200.993

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • Bereikbaarheidsoffensief Randstad.

  • Amendement Dijsselbloem.

  • Amendement Van der Staaij.

  • Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok).

  • Amendement Van Hijum.

  • Quick Wins NWA eerste en tweede tranche.

  • Sluiskiltunnel.

Producten

De rijksmiddelen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad, de amendementen Dijsselbloem, Van der Staaij en Van Hijum, Regionale bereikbaarheid en Quick Wins NWA zijn volledig uitgekeerd. Alleen voor de Sluiskiltunnel, die inmiddels is opgeleverd, resteert een gereserveerd bedrag voor onvoorziene omstandigheden.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Betreft het RSP-convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol-Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.

In 2009 is het RMf RSP opgericht voor Noord-Nederland. De instelling van het RMf RSP volgt uit het Convenant RSP Zuiderzeelijn d.d. 23 juni 2008. Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten (zie 14.03.02). Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020.

Binnen het REP wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel en een regionaal deel. Zowel voor het rijksdeel als voor het regionaal deel is € 150 miljoen rijksbudget beschikbaar gesteld. Het rijksdeel valt onder regie van het Ministerie van Economische zaken (EZ). Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, nadat in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds is gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, wordt verantwoord op de begroting Infrastructuurfonds (zie 14.03.03). Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar voor het regionale deel van het REP.

De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II, 2008–2009, 21 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd. De meest recente voortgangsrapportage RSP is als bijlage 4 toegevoegd aan de Kamerbrief over de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen MIRT 2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 A, nr. 15).

Conform afspraak in het Convenant Verdubbeling N33 Assen-Zuidbroek is € 14 miljoen overgeboekt naar artikel 12 Hoofdwegen. Daarnaast is, om de regio Noord Nederland de rol van contracterende partij voor een aantal concrete projecten binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn te kunnen laten vervullen, € 65 miljoen in het Provinciefonds en Gemeentefonds gestort.

Projectoverzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (14.03)
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Noord-Nederland

                       

Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

                       

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten2 3

417

480

29

12

93

119

109

13

18

22

   

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsfonds

534

534

373

0

36

34

33

43

16

     

14.03.03 Ruimtelijk economisch programma

82

98

0

0

16

16

16

16

17

     

Afrondingen

     

1

1

             

Begroting (IF 14.03)

1.033

1.112

402

13

146

169

158

72

51

22

   

Overige afspraken

                       

LMCA Spoor: spoordriehoek4

135

134

35

10

17

20

27

11

10

4

   

Totaal rijksbijdrage Noord-Nederland

1.168

1.246

437

23

163

189

185

83

61

26

   

1) Bijdrage regio zijn pp2007.

X Noot
2

Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol-Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 mln. uit het MIRT t.b.v de A7 ZRG fase 2

X Noot
3

Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 mln. (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.

X Noot
4

Betreft Pakket Noorden, hetgeen op artikel 13 is opgenomen.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII over 2015 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II, 2004–2005, 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art.15 Hoofdvaarwegennet (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

468.336

1.110.986

1.131.208

708.225

690.955

613.705

601.208

Uitgaven

894.465

921.995

854.411

836.807

854.059

721.783

700.091

Waarvan juridisch verplicht:

   

98%

       

15.01 Verkeersmanagement

13.986

7.545

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

363.939

411.846

411.347

356.103

328.006

274.708

283.144

15.02.01 Beheer en onderhoud

202.742

210.385

288.426

281.187

274.755

271.510

265.773

15.02.04 Vervanging

161.197

201.461

122.921

74.916

53.251

3.198

17.371

15.03 Aanleg

269.264

248.292

141.226

188.940

234.166

166.912

133.617

15.03.01 Realisatie

264.018

221.344

122.646

127.976

99.885

110.525

98.539

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

5.246

26.948

18.580

60.964

134.281

56.387

35.078

15.04 Geintegreerde contractvormen/PPS

0

4.233

6.184

3.619

7.844

2.262

2.229

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

247.276

250.079

301.578

289.741

283.916

280.932

280.488

15.06.01 Apparaatskosten RWS

233.811

224.067

271.463

262.648

256.865

253.847

253.402

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

13.465

26.013

30.115

27.093

27.051

27.085

27.086

15.07 Investeringsruimte

0

0

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.443

– 7.799

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

558.613

556.206

623.156

593.608

565.183

554.277

553.266

– Restant

335.852

365.789

231.255

243.199

288.876

167.506

146.825

15.09 Ontvangsten

48.344

194.451

32.620

16.890

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

854.411

836.807

854.059

721.783

700.091

703.292

15.01

Verkeersmanagement

 

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

411.347

356.103

328.006

274.708

283.144

194.361

15.03

Aanleg

 

141.226

188.940

234.166

166.912

133.617

231.713

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

6.184

3.619

7.844

2.262

2.229

2.196

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

301.578

289.741

283.916

280.932

280.488

282.165

15.07

Investeringsruimte

 

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.443

– 7.799

– 15.555

                 

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

32.620

16.890

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

657.608

662.922

768.527

917.511

986.650

1.025.532

697.020

15.01

Verkeersmanagement

 

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

241.630

267.748

286.750

257.231

257.216

248.643

230.911

15.03

Aanleg

 

136.194

112.775

141.364

332.332

424.170

452.719

98.065

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

2.164

2.132

2.107

2.077

2.047

2.018

1.989

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

277.024

279.654

282.053

283.981

284.468

284.530

283.119

15.07

Investeringsruimte

 

– 7.816

– 7.799

47.841

33.478

10.337

29.210

74.524

                   

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

15.01 Verkeersmanagement

Motivering

De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren.

15.01.01 Verkeersmanagement

Producten

Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;

  • Monitoring en informatieverstrekking;

  • Vergunningverlening en handhaving;

  • Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien, die deels met verkeersmanagement wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet de betrouwbaarheid en reistijd op orde worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn;

  • Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;

  • Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.

Na overleg met de verschillende regio’s is vanaf 2014 de versobering voor de bediening van sluizen en beweegbare bruggen doorgevoerd. De belangrijkste verbindingen op het internationaal kernnet goederenvervoer en de hoofdvaarwegen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarover de grootste volumes worden vervoerd, zijn hierbij ontzien. Het Rijk is tevens in 2014 samen met de verschillende regio’s gestart met de uitwerking van een vergezicht voor een «robuust bediend» vaarwegennet in Nederland. De versobering wordt in 2015 gemonitord en waar nodig en mogelijk bijgestuurd. De afspraken uit het vergezicht zijn in 2015 opgestart. Ook is vanaf 2014 een begin gemaakt met de versobering op de verkeersbegeleiding.

Waar mogelijk en zinvol wordt samen met de andere overheden naar centrale bediening op vaarroutes overgeschakeld. Vanzelfsprekend wordt getracht om de bediening zodanig in te richten, dat wachttijden en stremmingen zo veel mogelijk worden beperkt. Een goede informatievoorziening hierover aan gebruikers is daarbij van groot belang, waarbij rekening gehouden wordt met de sterk toegenomen beschikbaarheid van AIS (Automatic Identification System). Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenM (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2014

2015

2016

Begeleide vaarweg

km

594

594

594

Bediende objecten

aantal

251

249

248

Toelichting:

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn niet meegerekend. Het aantal bediende objecten zal eind 2016 iets zijn afgenomen. In 2015 zullen een beweegbare brug en een schutsluis worden overgedragen bij de Gekanaliseerde Dieze en in 2016 zal de schutssluis bij het Wilhelminakanaal Tilburg worden overgedragen. De overdrachten die gepland stonden voor 2015 bij de Keersluis Limmel zijn uitgesteld tot na 2016.

De indicator passeertijden sluizen is opgenomen in beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de Begroting hoofdstuk XII.

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het hoofdvaarwegennet in een staat te houden, die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement, zoals verkeerscentrales.

Vervanging en renovatie betreffen het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en vaarwegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende zijn. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw zijn er kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

Voor zover de activiteiten centraal vanuit RWS worden ingezet, worden de kosten centraal gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar ondermeer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in de bijlage instandhouding bij deze begroting.

In bijlage 4 Instandhouding is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot Beheer en Onderhoud en Vervanging.

15.02.01 Beheer en Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen. Deze kan alleen worden gegarandeerd, als de infrastructuur preventief wordt beheerd en onderhouden. Daarnaast vindt correctief onderhoud plaats, waarbij de beheerder geconfronteerd kan worden met onverwacht functieverlies, waardoor aan de gebruiker ongewild minder service kan worden geboden (stremmingen, beperkingen). Zowel het preventief als het correctief onderhoud valt onder Beheer en Onderhoud.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatievaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden de werkzaamheden goed afgestemd; zowel onderling als met de werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma en/of het hoofdwatersysteem.

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de Raad voor de Kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast.

De directeur Kustwacht heeft onvoorwaardelijke zeggenschap over vier schepen, die (vrijwel) full time kustwachttaken uitvoeren. Daarnaast heeft de directeur trekkingsrechten voor een aantal dagen per jaar op schepen van de Rijksrederij en helikopters. Tevens stelt het Ministerie van Defensie twee vliegtuigen ter beschikking.

De Minister van IenM is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid en het APB voor de Noordzee. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II, 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Nog slechts enkele kleinschalige verplichtingen resteren, die op dit artikel worden geboekt.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Areaal Beheer en Onderhoud
 

Eenheid

Omvang 2016

Budget x € 1.000

2016

Vaarwegen

km

6.972

289.239

Toelichting:

Het areaal bestaat enerzijds uit de hoofdtransportassen (HTA), hoofdvaarwegen (HVW) en overige vaarwegen (OVW), die voor de binnenvaart in beheer zijn bij RWS en die in totaal 3.459 kilometer meten en anderzijds het aantal kilometer zeevaartweg van in totaal 3.513 kilometer. Hierin is meegenomen dat dit areaal is gewijzigd door het in gebruik nemen in 2013 van het nieuwe verkeersscheidingsstelsel op de Noordzee. De werkelijke lengte in 2014 is 6.975 km. In 2014 zijn een aantal projecten versneld opengesteld in plaats van 2015, zoals Verruiming van de bocht bij Steijl en het Maximakanaal.

Deze lengte zal tot eind 2016 wijzigen als gevolg van de overdracht van de Gekanaliseerde Dieze.

Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

2013

2014

streefwaarde 2015

streefwaarde 2016

uren gestremd

Technische Beschikbaarheid (gehele areaal)

100%

99,3%

99,0%

99,0%

n.v.t.

Geplande stremmingen (gehele areaal)

0,23%

0,2%

0,8%

0,8%

3.365

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

0,15%

0,5%

0,2%

0,2%

711

Toelichting:

De technische beschikbaarheid geeft aan in welke mate het vaarwegennet beschikbaar is voor veilig gebruik. De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op deze vaarwegen. De percentages zijn berekend door de stremmingen af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden voor 2016 zijn gelijk aan 2015.

15.02.04 Vervanging

De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt. De projecten zijn opgenomen in het MIRT Overzicht5.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het hoofdwegennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Het resterende deel van het Plan van Aanpak Beheer en Onderhoud (Impuls) en het programma NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen (NoMo AOV) is in het programma Vervanging en Renovatie opgenomen en onderdeel van onderstaande tabel met een overzicht van objecten die worden aangepakt.

Overzicht objectenprogramma Vervangingen en renovaties

Vaarweg

Objecten/maatregel

gereed

Rotterdam-België/ Zeeland

Modernisering Object Bediening Zeeland (MOBZ): renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren (impuls)

2019

Utrecht

NoMo AOV: Renovatie stalen boogbruggen Amsterdam-Rijnkanaal (KARGO)

2016

Zeeland

NoMo AOV: Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland

2017

Amsterdam-Rijnkanaal

NoMo AOV: Oevers Amsterdam-Rijnkanaal (damwanden en meerplaatsen)

2016

Diverse

NoMo AOV: Achterstallig basisonderhoud diverse regio’s

2016

Brabantse kanalen

NoMo AOV: Onderhoud oevers en bodems Brabantse kanalen

2016

Zuid-Holland

NoMo AOV: Onderhoud Oevers en bodems vaarwegen Zuid Holland

2016

Limburg en IJsselmeergebied

NoMo AOV: Renovatie kunstwerken Limburg en IJsselmeergebied

2015

Maasroute

NoMo AOV: Onderhoud Oevers en bodems Maasroute

2016

Noord-Holland

NoMo AOV: Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunstwerken i.v.m. hogere belasting Noord-Holland

2016

Oost-Nederland

NoMo AOV: Onderhoud vaargeulen NederRijn, IJssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water

2018/ 2020

IJsselmeergebied

Nijkerkerbrug

2017

IJsselmeergebied

RINK-maatregelen IJsselmeergebied

2018

Noord-Brabant

Wilhelminakanaal/Dr. Deelenbrug

2015

Utrecht

RINK-maatregelen Utrecht

2016

Limburg

RINK-maatregelen Limburg

2018 (1)

Noordzee

Berging Baltic Ace

2015

Zeeland

RINK-maatregelen Zeeland

2016

Toelichting:

  • (1) Onderdeel van de RINK-maatregelen Limburg (Risico Inventarisatie Natte Kunstwerken) is uitgebreid levensduur verlengend onderhoud aan een aantal stuwen in de Maas. Leerpunten bij de eerst aanbestede stuw Belfeld zorgen voor optimalisaties bij aanbesteding van de stuwen bij Linne en Roermond. Een van deze lessen is het beter benutten van beperkte kennis en kunde door de stuwen gefaseerd aan te pakken. Hierdoor schuiven enkele maatregelen door tot 2018.

15.03 Aanleg

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk.

15.03.01 Realisatie

Producten

In 2016 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

– De Zaan (Wilhelminasluis)

– Wilhelminakanaal Tilburg

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn-Scheldeverbinding

 

– Projecten in het kader van Quick-Wins regeling Binnenhavens

Start realisatie

– Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

 

– Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De projecten Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis, Quick Wins Volkeraksluizen, Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee en Maasroute, modernisering fase 2, verbreding Julianakanaal zijn van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase.

  • Het project Lekkkanaal/3e kolk Beatrixsluis is samengevoegd met het project Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen. Daarnaast is het project Maasroute, modernisering fase 2 samengevoegd met het project Maasroute, modernisering fase 2, verbreding Julianakanaal.

  • Quick Wins Binnenhavens: Voor dit programma heeft een vrijval plaatsgevonden vanwege het feit dat projecten zijn ingetrokken of afgewezen. Daarnaast komen bij eindafrekeningen aanbestedingsmeevallers naar voren.

  • De Zaan/Wilhelminasluis: Dit betreft een bijdrage aan een regionaal project, waar een vertraging heeft plaatsgevonden.

  • Maasroute fase 2: Verlaging van het budget betreft de overheveling van de aanlegbudgetten voor de Sluis Limmel naar Geïntegreerde contractvormen (15.04). Daarnaast wordt de aanbestedingsmeevaller op de Sluis Limmel aan de investeringsruimte toegevoegd.

  • Vaarweg Meppel – Ramspol: Bij de start van de uitvoeringswerkzaamheden van dit project is asbest aangetroffen. Door de asbestvondst zijn er aanvullende werkzaamheden noodzakelijk, waardoor de kosten van dit project toenemen.

Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Quick Wins Binnenhavens

63

80

55

5

2

1

       

2009–2016

2009–2015

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

99

99

65

29

6

         

2015

2014

Subsidieprogramma Zeehaveninnovatieproject voor Duurzaamheid (ZIP)

5

5

4

2

           

2015

2015

Walradarsystemen

24

24

17

4

 

3

       

divers

divers

Beter Benutten

20

20

9

10

1

             

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Amsterdam-Rijnkanaal, verwijderen keersluis Zeeburg

14

14

9

2

0

3

       

2015

2015

De Zaan (Wilhelminasluis)

13

13

10

0

     

3

   

2016–2017

2015

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

234

233

14

7

15

39

45

60

56

 

2020

2020

Projecten Brabant

                       

Wilhelminakanaal Tilburg

81

81

35

23

5

1

12

 

6

 

2016

2016

Zuid-Willemsvaart: aanleg Maximakanaal en opwaarderen tot Veghel

454

454

384

21

3

21

 

25

   

2015

2015

Projecten Zuidwestelijke Delta

                       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn Scheldeverbinding

2

2

 

2

           

2016

2015

Quick Wins Volkeraksluizen

3

   

3

           

2016–2017

 

Projecten Limburg

                       

Bouw 4e sluiskolk Ternaaien

10

10

10

             

2015

2015

Maasroute, modernisering fase 2

636

700

470

42

34

27

13

16

27

7

2018

2018

Projecten Oost Nederland

                       

Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis)

64

53

25

9

10

10

3

7

   

2017

2017

Projecten Noord-Nederland

                       

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 1: verbetering tot klasse Va

284

283

218

34

 

15

16

0

0

 

2017

2017

Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

30

42

6

3

21

         

2017

2017

Overige projecten

                       

Amendement ligplaatsen (Lemmer-Delfzijl en ARK)

6

6

4

2

           

divers

divers

Kleine projecten / Afronding projecten

3

172

 

2

1

0

1

0

       

Afrondingen

         

– 1

           

Totaal uitvoeringsprogramma

2.045

 

1.335

200

98

119

90

111

89

7

   

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking

     

41

25

9

0

         

Programma Realisatie (IF 15.03.01)

     

241

123

128

90

111

89

7

   

Budget Realisatie (IF 15.03.01)

     

221

123

128

100

111

99

7

   

Overprogrammering (–)

     

– 20

   

10

 

10

     
15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De projecten Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis en Maasroute, modernisering fase 2, verbreding Julianakanaal zijn van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase.

  • Voor project Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee is het tracébesluit in augustus 2015 onherroepelijk geworden en is het project overgegaan naar de realisatiefase.

  • Het project Quick Wins Volkeraksluizen is naar realisatie gegaan vanuit het project Capaciteit Volkeraksluizen.

  • Eind 2014 is het bestemmingsplan voor sluis Eefde goedgekeurd door de gemeente. De projectbeslissing wordt voorbereid en wordt nu in 2015 verwacht.

  • Bijdrage aan agentschap t.b.v. planuitwerkingen: zie toelichting bij artikelonderdeel 15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet.

Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Verplicht

       

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 75

– 39

 

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Zeetoegang IJmond1

660

658

2015

2019

Projecten Zuidwestelijke Delta

       

Grote zeesluis in het kanaal Gent-Terneuzen

294

296

2016

2021

Max. bijdr. aan Vlaanderen kanaalaanp. tbv zeesluis

165

157

nvt

nnb

Projecten Noord-Nederland

       

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2

102

102

2015

2023

Gebonden

       

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer

6

6

 

2025–2027

Lichteren buitenhaven IJmuiden

65

65

2016

2018

Vaarweg IJsselmeer-Meppel

36

36

 

2023

Projecten Zuidvleugel

       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

12

12

2015

2017

Capaciteitsuitbreiding overnachtingplaatsen Merwedes

20

20

2016

na 2017

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep-Dordtsche Kil

10

10

2010

2025–2027

Projecten Zuidwestelijke Delta

       

Capaciteit Volkeraksluizen

152

157

 

2024–2026

Projecten Oost-Nederland

       

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

36

36

 

2026–2028

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

28

28

2018

2019–2020

Toekomstvisie Waal

131

131

2016

2019–2021

Verruiming Twentekanalen fase 2

27

27

2015

2018–2020

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

75

75

2015

2019–2020

Projecten Nationaal

       

Bijdrage aan agentschap tbv externe kosten planuitwerkingen

19

56

   

Bestemd

499

509

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Nationaal

       

Reservering consequenties areaaluitbreiding op beheer en onderhoud

       

Projecten Zuidwestelijke Delta

       

Kreekraksluizen

     

2026–2028

Projecten Noordwest-Nederland

       

Reservering BTW Zeetoegang IJmond

     

2025–2028 (Rijksd.)

Projecten Oost-Nederland

       

Verkenning IJssel fase 2

     

2028

Reservering garantstelling Twentekanalen

     

2018–2020

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

2.262

     

Begroting 15.03.02

2.262

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

PB = Projectbesluit

X Noot
1

Het realisatiebesluit wordt dit najaar verwacht. De budgettaire verwerking vindt plaats bij Voorjaarsnota 2016/Ontwerpbegroting 2017

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten waar sprake is van PPS hanteert RWS de contractvorm DBFM (Design, Build, Finance en Maintain), waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. DBFM garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten van veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar netwerk te realiseren. De brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 A, nr. 83, bijlage 3) bevat een lijst van in totaal 10 potentiële DBFM-projecten op het Hoofdvaarwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op de langere termijn. Onderstaand een overzicht van de projecten waar beschikbaarheidsvergoedingen worden betaald binnen het tijdsbestek van de meerjarencijfers (meest recente voortgangsrapportage DBFM(O): Kamerstukken II, 2014–2015, 28 753, nr. 35).

Producten

Op dit moment zijn er nog geen DBFM projecten op het hoofdvaarwegennet gerealiseerd. In 2013 is het DBFM Sluizenprogramma in werking gesteld waar de volgende projecten in ondergebracht zijn: sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis, Sluis bij Eefde en Zeetoegang IJmond. Daarna is besloten om voor het project Kanaalzone Gent Terneuzen een DB-aanbesteding voor te bereiden zodat maximaal kan worden geprofiteerd van TEN-T-subsidies vanuit de EU vanwege een eerdere start van de bouw.

Het contract voor de Sluis Limmel is het eerste project uit het DBFM Sluizenprogramma en is in 2014 afgesloten. In het 3e kwartaal van 2015 is het project gestart. De verwachting is dat de aanleg van de nieuwe sluis Limmel in 2018 wordt opengesteld. Het contract kent een onderhoudsperiode van 30 jaar waardoor ook na deze begrotingsperiode, de beschikbaarheidsvergoedingen zijn vastgelegd.

De aanbesteding van de Zeetoegang IJmond is in april 2014 gestart. Verwacht wordt dat het contract eind 2015 zal worden getekend. De aanbesteding van de 3e Kolk Beatrixsluis is gestart in de tweede helft van 2014 en zal vermoedelijk begin 2016 worden afgerond. Bij beide projecten zal er sprake zijn van partiële beschikbaarheidsvergoedingen tijdens de bouwfase. Overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg en onderhoud naar dit begrotingsartikel zal plaatsvinden na financial close van de contracten.

Projectoverzicht behorende bij 15.04.01: Geintegreerde contractvormen Hoofdvaarwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Sluis Limmel

80

 

4

4

6

4

8

2

2

50

2018

 

Totaal

80

 

4

4

6

4

8

2

2

50

   
15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen,het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Uit analyse van Rijkswaterstaat is gebleken dat een beperkte bijstelling nodig is in de verdeling van taken die nu door de markt worden uitgevoerd en taken die door RWS met eigen personeel worden uitgevoerd. De complexiteit van aanleg- en onderhoudsprojecten neemt steeds verder toe. Dit komt onder meer door een meer integrale gebiedsontwikkeling, toename van de ICT-toepassingen in de infrastructuur en een groeiende renovatieopgave. De vraag naar specifieke kennis en ervaring op deze terreinen neemt de komende jaren verder toe. Zonder ingrijpen leidt dit tot een groeiende behoefte aan relatief dure inhuurcontracten en een te grote afhankelijkheid van de markt. Om haar rol als deskundig opdrachtgever richting de bouwbedrijven te kunnen blijven spelen, en bovenstaande ontwikkelingen het hoofd te bieden, wil RWS meer deskundig eigen personeel in dienst nemen. Het gaat dan om extra capaciteit ten behoeve van techniek, inkoop, projectbeheersing en inspecties ten behoeve van instandhoudingsadviezen van RWS objecten. Hiervoor wordt er budget overgeheveld van de artikelonderdelen Beheer, Onderhoud en Vervanging (15.02) en Aanleg (15.03) naar het artikelonderdeel Netwerkgebonden Kosten Hoofdwegennet (15.06). Vanuit Aanleg worden de kosten voor het eigen personeel (voor)gefinancierd uit het planstudiekostenbudget. Uit de verwachte meevallers bij de projecten door lagere benodigde inhuur zal het planstudiekostenbudget de komende jaren weer worden aangevuld, zodat voldoende studiebudget beschikbaar blijft.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals EZ, Financiën (Douane), IenM en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;

  • Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;

  • Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord.

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 128 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 112 miljoen.

  • Vrijval bij de planuitwerkingen Verruiming Eemshaven-Noordzee (+ € 12 miljoen) en Capaciteit Volkeraksluizen (+ € 2 miljoen) en bij de realisatieprojecten Quick Wins Binnenhavens (+ € 15 miljoen) en Maasroute Modernisering fase 2 (+ 14 miljoen).

  • Extra uitgaven voor de inzet van Search and Rescue (SAR) helicopters (– € 27 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (– € 15 miljoen).

  • Verwerking van het saldo van mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma (– € 11 miljoen).

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 4 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generieke Digitale Infrastructuur (€ -3 miljoen).

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 1 miljoen).

15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 8.784

– 5.888

– 5.062

– 5.297

– 4.853

– 8.611

Kaseffect verwerking index 2014

0

– 5.552

– 4.120

– 3.223

– 6.146

– 2.946

– 6.944

Totaal

0

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.443

– 7.799

– 15.555

15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

0

0

55.886

44.089

20.913

59.103

– 67.643

112.349

Kaseffect verwerking index 2013

– 4.743

– 4.735

– 4.734

– 7.718

– 7.703

– 19.865

87.994

1

Kaseffect verwerking index 2014

– 3.073

– 3.064

– 3.312

– 2.893

– 2.874

– 10.027

54.173

0

Totaal

– 7.816

– 7.799

47.841

33.478

10.337

29.210

74.524

112.349

Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister zich ten minste halfjaarlijks tegenover de Tweede Kamer verantwoordt over de voortgang via een Voortgangsrapportage.

Wanneer de grootprojectstatus is beëindigd, maar er nog wel grote uitgaven worden gedaan (bijvoorbeeld in het geval van de Betuweroute), blijft het project nog wel op artikel 17 staan.

Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:

  • Westerscheldetunnel

  • Betuweroute

  • Hogesnelheidslijn-Zuid

  • Project Mainportontwikkeling Rotterdam

  • ERTMS

  • ZuidasDok

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 16 Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

5.505

190.518

185.987

1.317.721

363.649

262.895

300.057

Uitgaven

8.473

153.189

98.963

165.399

200.914

280.902

387.815

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

17.01 Westerscheldetunnel

182

0

0

0

0

0

0

17.02 Betuweroute

1.709

3.639

4.555

2.083

2.083

2.083

0

17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

751

20.905

20.183

25.700

23.000

0

0

17.03.01 Realisatie HSL – Zuid

751

20.905

20.183

25.700

23.000

0

0

17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

2.993

5.748

4.604

4.620

4.216

2.669

486

17.07 ERTMS

2.838

35.628

41.338

44.669

57.588

112.588

196.588

17.08 ZuidasDok

0

87.269

28.283

88.327

114.027

163.562

190.741

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

– Restant

8.473

153.189

98.963

165.399

200.914

280.902

387.815

17.09 Ontvangsten

9.719

33.389

40.441

22.119

28.553

60.681

67.487

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Uitgaven

98.963

165.399

200.914

280.902

387.815

396.902

17.02

Betuweroute

 

4.555

2.083

2.083

2.083

0

0

17.03

Hogesnelheidslijn-Zuid

 

20.183

25.700

23.000

0

0

0

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

 

4.604

4.620

4.216

2.669

486

2.879

17.07

ERTMS

 

41.338

44.669

57.588

112.588

196.588

216.000

17.08

ZuidasDok

 

28.283

88.327

114.027

163.562

190.741

178.023

                 

17.09

Ontvangsten

Ontvangsten

40.441

22.119

28.553

60.681

67.487

64.303

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Uitgaven

475.222

458.596

377.258

306.475

256.209

248.426

499.365

17.02

Betuweroute

 

0

0

0

0

0

0

0

17.03

Hogesnelheidslijn-Zuid

 

0

0

0

0

0

0

0

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

 

2.879

2.879

2.884

2.884

2.884

2.884

69.374

17.07

ERTMS

 

316.000

319.864

249.000

220.000

189.301

159.301

405.437

17.08

ZuidasDok

 

156.343

135.853

125.374

83.591

64.024

86.241

24.554

                   

17.09

Ontvangsten

Ontvangsten

39.151

32.617

30.176

20.933

61.048

23.774

6.228

17.02 Betuweroute

Motivering

De Betuweroute is een 160 kilometer lange, tweesporige spoorlijn die exclusief bestemd is voor het goederenvervoer. De spoorlijn is aangelegd tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar-Emmerich en is in gebruik sinds juni 2007. De status van Groot Project is formeel beëindigd op 28 april 2011.

Producten

De Betuweroute kan ruwweg opgedeeld worden in twee delen, te weten het nieuw aangelegde A15-tracé en de bestaande Havenspoorlijn. Het A15-tracé is per 16 juni 2007 officieel in gebruik genomen. Hier zijn ERTMS en 25 kV in bedrijf. Op de Havenspoorlijn zijn ERTMS en 25 kV in bedrijf sinds 13 december 2009. Hiermee is de Betuweroute als groot bouwproject klaar. De restpunten worden sinds 2010 afgehandeld in het Project Nazorg Betuweroute waarin onder meer de gevelisolatie te Rozenburg, grondtransacties en een bodemsaneringsproject worden afgerond. De geschatte einddatum is 2017.

Projectoverzicht 17.02 Betuweroute
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Betuweroute

                   

2007

2007

Reguliere SVV-middelen

933

933

919

4

5

2

2

2

       

FES-middelen

2.826

2.826

2.826

                 

Privaat

843

843

843

                 

Financiering ProRail

97

97

97

                 

Bijdrage Gelderland

8

8

8

                 

Bijdrage VROM

14

14

14

                 

EU-ontvangsten

175

175

175

                 

Totaal

4.896

 

4.882

4

5

2

2

2

       

Begroting (IF 17.02)

     

4

5

2

2

2

       
17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

Motivering

De HSL-Zuid is een 125 kilometer lange, tweesporige hogesnelheidsspoorlijn die exclusief bestemd is voor het personenvervoer. De HSL-Zuid bewerkstelligt een snelle en milieuvriendelijke verbinding tussen de Europese mainports en vormt daarmee een schakel in het internationale en nationale lange afstandsverkeer. De spoorlijn is aangelegd tussen Amsterdam en de Belgische grens bij Breda en is in gebruik sinds september 2009. De status van Groot Project is in 2015 nog van kracht. In de halfjaarlijkse Voortgangsrapportage HSL-Zuid wordt de Tweede Kamer separaat en uitgebreid geïnformeerd over het gehele HSL-Zuid vervoersysteem. In het voorjaar van 2015 is de 36e Voortgangsrapportage (Kamerstukken II, 2014–2015, 22 026, nr. 477) aan de Tweede Kamer verstuurd.

Producten

De HSL-Zuid kan ruwweg opgedeeld worden in de nieuw aangelegde hogesnelheidsinfrastructuur tussen Hoofddorp en Rotterdam, tussen Barendrecht en de Belgische grens en de aftakking naar Breda en het bestaande spoor tussen Amsterdam en Hoofddorp en tussen Rotterdam en Barendrecht. Op de HSL-Zuid zijn ERTMS en 25kV in bedrijf. Het traject tussen Amsterdam en Rotterdam is per 7 september 2009 officieel in gebruik genomen, het traject tussen Rotterdam en Antwerpen per 13 december 2009 en de aftakking naar Breda per 3 april 2011. De bouwwerkzaamheden aan het tracé zijn inmiddels gereed, er resteren nog enkele werkzaamheden. De belangrijkste hiervan zijn het oplossen van geluidsproblematiek (maximaal € 70 miljoen) en zettingsproblematiek (€ 10 miljoen). Ter dekking van deze werkzaamheden is € 29 miljoen uit de risicoreservering HSL-Zuid overgeheveld, € 49 miljoen uit de investeringsruimte spoorwegen en € 2 miljoen (restant pilot geluid) uit het budget voor geïntegreerde contractvormen. De overige resterende werkzaamheden (€ 10 miljoen) hebben betrekking op de afhandeling van grondzaken, schadezaken en nog uit te voeren evaluaties.

Projectoverzicht 17.03 HSL-Zuid
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

HSL-Zuid (IF 17.03.01)

6.226

6.147

6.136

21

20

26

           

– Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR)

2.680

2.630

2.620

6

13

18

23

         

– Fes regulier

1.710

1.710

1.710

                 

– Privaat

940

940

940

                 

– EU-ontvangsten

193

193

193

                 

– Ontvangsten derden

145

145

144

 

1

             

– Risicoreservering

558

529

529

15

6

8

           

HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02)

115

115

115

                 

HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03)

1.012

1.012

1.012

                 

Totaal (excl. reeks Infraprovider)

7.353

 

7.263

21

20

26

23

         

Begroting (IF 17.03)

     

21

20

26

23

         
17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Motivering

Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:

  • het versterken van de positie van de mainport Rotterdam en

  • het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.

In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn «Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)» (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd.

IenM beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoordelijkheid en risico’s voor de uitvoering bij andere partijen zijn belegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarvan RWS is belast met de uitvoering. EZ is het aan te spreken ministerie voor de 750 hectare en IenM is het ministerie voor de landaanwinning en het BRG.

IenM is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamerstukken II, 2006–2007, 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend projectministerie. Als zodanig is de Minister van IenM verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt. De Tweede Kamer ontvangt één keer per jaar een Voortgangsrapportage. Voor 1 oktober 2015 betreft dit de veertiende Voortgangsrapportage (dertiende voortgangsrapportage: Kamerstukken II, 2014–2015, 24 691 nr. 121/122).

Producten

In 2006 heeft het parlement de herstelde PKB PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsovereenkomsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlementaire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De deelprojecten landaanwinning, natuurcompensatie en BRG zijn in uitvoering. Voor het deelproject 750 hectare zijn de bestemmingsplannen inmiddels onherroepelijk.

De volgende producten worden onderscheiden:

  • Uitvoeringsorganisatie: betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing;

  • 750 hectare Natuur- en recreatiegebied: betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuurwaarden. De deelbijdrage van IenM is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds;

  • Groene Verbinding: betrof de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een gemaximeerde IenM-bijdrage;

  • BRG: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren;

  • Natuurcompensatie: betreft de instelling van een Bodembeschermingsgebied, de aanleg van de Duincompensatie Delfland en het Monitorings- en Evaluatieprogramma. Voorts zijn uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie en toerisme en visserij en wordt de planschade/ nadeelcompensatie gefinancierd;

  • Landaanwinning: betreft de vaste bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour;

  • BTW Buitencontour: betreft de niet-compensabele BTW over de buitencontour naar rato van de overheidsbijdrage;

  • Onvoorzien: dient onder voorwaarden ter bekostiging van onvoorziene uitgaven aan PMR. Als gevolg van de verbreding van het Breeddiep is een aanvulling op de uitwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam afgesloten. Dit was reeds als scopewijziging aangekondigd in de 13e Voortgangsrapportage PMR (Kamerstukken II, 2014–2015, 24 691 nr. 121/122). De dekking van de bijdrage van IenM wordt gevonden in de Post Onvoorzien.

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Meetbare gegevens

  • 2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompensatie afgerond;

  • 2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed;

  • 2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II;

  • 2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 hectare;

  • 2012 Bestemmingsplannen 750 hectareonherroepelijk;

  • 2013 Landaanwinning eerste fase gereed;

  • 2014 Groene Verbinding opgeleverd en in gebruik genomen;

  • 2014 Laatste infrastructurele projecten voor aansluiting Maasvlakte II op Maasvlakte I gereed;

  • 2015 Officiële opening eerste terminal Maasvlakte II

  • 2021 Deelprojecten 750 hectarenatuur- en recreatieterrein en BRG afgerond;

  • Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven.

Projectoverzicht bij 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

                       

Uitvoeringsorganisatie1

25

24

17

1

1

1

1

0

0

4

pm

pm

750 ha

30

30

30

             

pm

pm

Groene verbinding

31

31

31

             

2011

2011

Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)

                   

2021

2021

Landaanwinning

                       

Voorfinanciering FES monitoringsprogramma

2

2

2

             

2007

2007

Voorfinanciering FES natuurcompensatie

114

114

81

4

3

3

3

2

0

18

pm

pm

Landaanwinning

742

742

742

             

2013

2013

BTW Buitencontour

138

138

138

             

2013

2013

Onvoorzien

73

73

3

1

1

1

1

0

0

67

pm

pm

Afrondingsverschillen

   

– 1

     

– 1

1

 

1

   

Totaal

1.155

 

1.043

6

5

5

4

3

0

90

   

Begroting (IF 17.06)

     

6

5

5

4

3

0

90

   
X Noot
1

Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ heeft in 2005 en 2006 een hersteltraject gelopen. De kosten hiervan zijn opgenomen onder de uitvoeringsorganisatie.

17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Motivering

Het hoofddoel van het Rijk in de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) voor het spoorsysteem is de kwaliteit van het spoor als vervoersproduct te verbeteren zodat de reizigers en verladers de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie zien en gaan/blijven gebruiken. Om in Nederland een stap voorwaarts te kunnen zetten in de prestaties van het spoorsysteem, zal ERTMS ingezet worden als (onderdeel van) het verkeersmanagement systeem. ERTMS is in de eerste plaats bedoeld ter vervanging van het beveiligingssysteem, de verhoging van de spoorwegveiligheid en de interoperabiliteit. In de tweede plaats moet voldaan worden aan de Europese eisen ten aanzien van de invoering van ERTMS voor de EU-TEN corridors.

De doelstellingen van (de invoering van) ERTMS zijn:

  • Verhogen van de veiligheid van het spoorsysteem;

  • Verhogen van de interoperabiliteit van het spoorsysteem;

  • Vergroten van de capaciteit van het spoorsysteem;

  • Verhogen van de snelheid van de treinen;

  • Verhogen van de betrouwbaarheid van het spoorsysteem.

Producten

Op 11 april 2014 heeft de Kamer ingestemd met de Voorkeursbeslissing ERTMS (Kamerstukken II, 2013–2014, 33 652, nr. 14). Deze Voorkeursbeslissing vormt de start voor de drie jaar durende Planuitwerkingsfase. In deze fase zal in 2016 toegewerkt worden naar de definitieve projectbeslissingen voor zowel materieel als infrastructuur en de daarop volgende aanbesteding voor de invoering van ERTMS zoals is vastgelegd in de Voorkeursbeslissing. De Kamer wordt twee keer per jaar door middel van een rapportage over de voortgang geïnformeerd. De tweede Voortgangsrapportage (Kamerstukken II, 2014–2015, 33 652, nr. 31) is in het voorjaar 2015 aan de Tweede Kamer verstuurd. De derde voortgangsrapportage zal voor 1 oktober 2015 worden verstuurd, de vierde uiterlijk 1 april 2016.

Het voorkeursscenario houdt in dat ERTMS met beproefde technologie van Level 2 in de periode tot en met 2028 wordt ingevoerd op het spoor in grote delen van de brede Randstad. In 2022 is ERTMS bovendien ingebouwd in al het bestaande materieel dat rijdt op het Nederlandse spoor. Bij de uitrol van ERTMS staat de klant voorop. Reizigers en verladers moeten vooral profiteren van de voordelen en idealiter niets van de overgang merken. Meer in detail betekent dit dat bij de nadere uitwerking in de komende Planuitwerkingsfase de volgende punten leidend zijn:

  • a) Ten minste voldoen aan de EU-verplichting om ERTMS in 2020 te hebben ingevoerd op de aangewezen lijnen (Amsterdam-Betuweroute en Kijfhoek-België).

  • b) Ten minste voldoen aan de EU-verplichtingen om ERTMS in 2030 te hebben ingevoerd op de aangewezen lijnen.

  • c) Voldoen aan de reeds genomen Voorkeursbeslissing over aanleg van ERTMS op de SAAL-corridor (Schiphol/Amsterdam/Almere/Lelystad; 2023).

  • d) Voorzien van ERTMS op zoveel mogelijk lijnen uit het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS).

  • e) Verbinden met de nu reeds met ERTMS uitgeruste lijnen.

  • f) De vervangingsopgave van de huidige treinbeveiliging, de met het oog op een aansluitend netwerk zoveel mogelijk corridorsgewijze uitrol en het tegengaan van transities tussen het huidige ATB en ERTMS om zodoende een tijdelijke lappendeken van beveiligingssystemen te voorkomen.

Hiertoe dient het in Nederland toegelaten materieel in 2022 van ERTMS te zijn voorzien.

De exacte omvang van de uitrol op de PHS-corridors bovenop de EU-TEN-corridors is afhankelijk van de uitkomsten van de Planuitwerkingsfase en de resultaten van de aanbestedings- en contracteringsstrategie. In een brief bent u geïnformeerd over de wijze waarop de aanbesteding- en contracteringstrategie tot stand komt (Kamersrtukken II, v2014/15, 33 652, nr. 32). Streven is om via een goede aanbestedings- en contracteringsstrategie zoveel mogelijk kilometers spoor van ERTMS te voorzien met het beschikbare budget. Hierbij wordt ingezet op een optimale uitrolplanning waarbij via een optimale aanbestedings- en contracteringstrategie nadrukkelijk op de naadloze aansluiting tussen materieel en de baan wordt gestuurd. Door bovendien te streven naar een zoveel mogelijk aansluitend netwerk wordt het aantal interfaces tussen verschillende beveiligingssystemen beperkt.

Voor de invoering van ERTMS is in het Infrastructuurfonds een budget beschikbaar van € 2,56 miljard. Voor de Planuitwerkingsfase (t/m 2017) is ca. € 91 miljoen aan studiekosten geraamd. Nadat (deel)projectbeslissingen genomen zijn zal het resterende budget overgeboekt worden naar artikelonderdeel 17.07.01 Realisatiefase (t/m 2028).

Projectoverzicht 17.07 ERTMS
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

European Rail Traffic Management System

                       

Realisatiefase (17.07.01)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

   

Planuitwerkingsfase (17.07.02)

2.566

2.556

3

36

41

45

58

113

197

2.075

   

Studiekosten

91

91

3

36

41

12

           

Pilotkosten

0

                     

Overige planuitwerking OV-SAAL

226

225

       

10

10

50

156

   

Overige planuitwerking (excl. OV-SAAL)

2.249

2.240

     

33

48

103

147

1.919

   

Totaal

2.566

 

3

36

41

45

58

113

197

2.075

   

Begroting (IF 17.07)

     

36

41

45

58

113

197

2.075

   
17.08 Zuidasdok

Motivering

De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam Zuid toe. De vergroting en kwalitatieve opwaardering van de stationscapaciteit is nodig om de groeiende reizigerstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP kwaliteitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de OV-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. De investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie.

Producten

Het integrale project Zuidasdok is te onderscheiden in verschillende projectonderdelen. In de begroting zijn de volgende onderdelen onderscheiden:

  • Projectorganisatie en voorbereiding (incl. Knopen);

  • Uitbreiding van de OV-terminal (incl. keersporen, regionaal OV en ketenmobiliteit);

  • Tunnel en uitbreiding van A10;

  • Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.

In de verdere uitwerking van de scope richting het vaststellen van (O)TB en (O)BP is het aannemelijk dat binnen de kaders van het taakstellend budget de raming van de verschillende onderdelen nog wijzigt.

Overzicht van de bijdragen:

In bijgaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het project. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).

Overzicht van de bijdragen
   

Budget in mln.

Projectomschrijving

Totaal

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

ZuidasDok

                 

– Bijdrage IenM1

1.039

41

55

– 11

66

85

103

123

576

– Bijdrage provincie Noord-Holland2

79

         

26

26

26

– Bijdrage stadsregio Amsterdam2

147

 

13

3

9

12

14

17

79

– Bijdrage Amsterdam

211

 

19

4

13

17

20

24

113

– Bijdrage Derden

91

   

32

       

59

– EU-ontvangsten1

3

1

 

1

         

Afrondingsverschillen

– 1

   

– 1

   

1

1

1

Totaal

1.569

42

87

28

88

114

164

191

854

X Noot
1

De bijdragen die vanuit het TEN-T programma in 2013 is ontvangen en wordt uitgegeven, is apart inzichtelijk gemaakt bij EU-ontvangsten.

X Noot
2

De bijdragen van provincie en Stadsregio zijn uitsluitend bestemd voor OVT en ruimtelijke inrichting en zullen als zodaning worden verantwoord bij de eindafrekening

Overzicht van de uitgaven:

Om in de begroting de totale uitgaven van het project weer te geven, zijn de uitgekeerde bedragen via de BDU en de betalingen van Amsterdam voor het project Zuidasdok in het verleden weer in de begroting en het integrale overzicht opgenomen.

Projectoverzicht 17.08 ZuidasDok
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

ZuidasDok

                   

2028

2028

Projectorganisatie en voorbereiding

250

231

28

40

16

29

17

16

16

87

   

OV-terminal incl. keersporen

330

324

0

8

10

14

17

52

43

185

   

Tunnel en A10

772

773

0

0

0

20

48

89

126

489

   

Generieke en ruimtelijke inrichting

215

232

14

39

2

25

31

7

6

92

   

Afrondingsverschillen

           

1

   

1

   

Totaal

1.569

 

42

87

28

88

114

164

191

854

   

Begroting (IF 17.08)

     

87

28

88

114

164

191

854

   
17.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derde-partijen voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenM worden betaald, verantwoord.

HSL-Zuid

Producten

Dit betreft voornamelijk de opbrengsten uit de verkoop van restgronden HSL-Zuid en uitkeringen van verzekeringen of schadevergoedingen van aannemers. Wanneer verrekeningen (Betuweroute) met ProRail plaatsvinden die betrekking hebben op afgesloten jaren mogen deze niet worden gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar worden gesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Zuidasdok

Zie hiervoor de verstrekte onderbouwing bij het uitgavenartikel 17.08 (Overzicht van de bijdragen).

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 18 Scheepvaart en havens (Intermodaal vervoer) en 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) van de Begroting hoofdstuk XII.

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 18 Overige uitgaven en ontvangsten (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

219.465

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

231.754

234.515

93.481

169.617

1.000

19.116

19.014

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

18.02 Beter Benutten

0

434

128.431

127.621

0

0

0

18.03 Intermodaal vervoer

1.437

3.854

3.045

0

0

0

0

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

118

1.909

0

0

0

0

0

18.06 Externe veiligheid

186

5.244

2.005

1.996

1.000

865

763

18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov. uitgaven.

0

0

0

0

0

0

0

18.07.02 Subsidies algemeen

0

0

0

0

0

0

0

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

230.013

223.074

– 0

0

0

-0

0

18.08.01 Apparaatskosten RWS

205.329

202.459

0

0

0

0

0

18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten

24.684

20.615

– 0

0

0

-0

0

18.11 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.11.01 Programmaruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.11.02 Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.12.01 Beheer en onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

18.12.02 Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.13 Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

18.251

18.251

18.14 Minregel: rentevrijval

0

0

0

0

0

0

0

18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif

0

0

– 40.000

40.000

0

0

0

18.15.01 Ramingbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

18.15.02 Kasschuif

0

0

– 40.000

40.000

0

0

0

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

221.313

215.774

– 0

0

0

0

0

– Restant

10.441

18.741

93.481

169.617

1.000

19.116

19.014

18.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

18.251

18.251

18.09.01 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

18.09.02 Tolopgave

0

0

0

0

0

18.251

18.251

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

– 12.260

24.165

0

0

0

0

0

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

93.481

169.617

1.000

19.116

19.014

-45.748

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

 

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

128.431

127.621

0

0

0

0

18.03

Intermodaal vervoer

 

3.045

0

0

0

0

0

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

 

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

2.005

1.996

1.000

865

763

0

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

 

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

 

– 0

0

0

– 0

0

-0

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

 

0

0

0

0

0

-0

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

 

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

– 64.000

18.15

Ramingsbijstelling en kasschuif

 

– 40.000

40.000

0

0

0

0

                 

18.09

Tolopgave

Ontvangsten

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

 

0

0

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

– 45.748

– 25.541

– 25.541

– 25.541

– 125.541

– 125.541

– 125.541

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

 

0

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

0

0

0

0

0

0

0

18.03

Intermodaal vervoer

 

0

0

0

0

0

0

0

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

 

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

0

0

0

0

0

0

0

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

 

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

 

0

0

– 0

– 0

– 0

– 0

0

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

 

– 0

– 0

– 0

– 0

0

0

0

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

 

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

18.14

Minregel: rentevrijval

 

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

18.15

Ramingsbijstelling en kasschuif

 

0

0

0

0

– 100.000

– 100.000

– 100.000

                   

18.09

Tolopgave

Ontvangsten

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

 

0

0

0

0

0

0

0

18.02 Beter Benutten

Motivering

In het nieuwe regeerakkoord is afgesproken dat het programma Beter Benutten wordt voortgezet. In de brief bezuinigingen Infrastructuurfonds van 13 februari 2013 (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 400 A, nr. 48) wordt vermeld dat Bereikbaarheidsknelpunten niet alleen met grootschalige infrastructuurprojecten worden aangepakt maar dat breed en creatief gezocht wordt naar mogelijke oplossingen. Gedacht wordt aan de slimme aanpak gericht op gedragsverandering in het kader van het programma Beter Benutten.

Tussen Rijk en regio’s is op 6 maart 2014 bestuurlijk afgesproken om gezamenlijk in de jaren 2015 tot en met 2017 hiervoor € 600 miljoen beschikbaar te stellen. De invulling van dit pakket zal in ieder geval onder dezelfde voorwaarden als het eerste regiopakket vorm krijgen, waarbij de eerste ervaringen van het huidige programma mee worden genomen.

De focus van het vervolgprogramma Beter Benutten ligt op de 12 regio’s die de meeste spitsdrukte kennen. Voor het vervolg van beter Benutten is landelijk de volgende programma ambitie afgesproken: tenminste 10% vermindering van de reistijd van deur tot deur op de belangrijkste gesignaleerde knelpunten in de spits op de weg in de periode 2015 tot en met 2017. Dit ten opzichte van een situatie zonder het vervolgprogramma Beter Benutten. Over het vervolgprogramma is de Kamer per brief van 26 maart 2014 geïnformeerd (Kamerstukken II, 2013–2014, 33 750 A, nr. 67).

Op basis van Plannen van Aanpak die de regio’s opstellen en waarin afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio zijn en worden de financiële middelen aan de regio’s ter beschikking gesteld. In 2015 is gestart met het uitvoeren van de door alle partijen getekende Plannen van Aanpak, de uitvoering zal in 2016 worden voortgezet.

De werkwijze van Beter Benutten kenmerkt zich door:

  • Het uitvoeren vooraf van een verkeerskundige analyse op resterende knelpunten in de Beter Benutten regio’s;

  • Duidelijke doelstelling (zowel qua effect als betrokkenheid werkgever/werknemers);

  • Samenwerking met de regio’s;

  • Eisen cofinanciering als wel eisen aan de regionale uitvoeringsorganisatie;

  • Zicht op doelgroepen en motieven voor gedragsverandering.

18.03 Intermodaal vervoer

Motivering

Realisatie van de doelen is in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren, zoals het gedrag van verladers, vervoerders en consumenten en bestuurlijke afspraken over het ruimtelijk beleid. Het effect van deze beleidsdoelstelling is dat de bereikbaarheid van economisch belangrijke gebieden verbetert.

RSC Maasvlakte

Producten

Uit het BCI-onderzoek Goederenvervoer per spoor, marktontwikkelingen en beleid (2009) komt naar voren dat spoorgoederenknooppunten in het achterland een belangrijke rol kunnen spelen voor het havennetwerk en voor binnenlandse verladers in het achterland. Als vervolg hierop is in 2010 een beleidskader spoorgoederenknooppunten ontwikkeld met een beleidsvisie op de ontwikkeling van spooraansluitingen, railterminals, openbare laad- en losplaatsen, greenports en dergelijke. In 2012–2013 is een stimuleringsprogramma voor railterminals tot uitvoering gekomen.

Container Transferium Alblasserdam

Het Container Transferium Alblasserdam is gelegen aan de belangrijkste Europese binnenvaartcorridor Rijn/Maas-Main-Donau. Om de veiligheid en de betrouwbaarheid van deze corridor te garanderen en de private investeringsbereidheid voor de totale projectkosten te behouden, heeft IenM zich bereid verklaard om (een deel van) de hieruit voortvloeiende extra investeringen te financieren.

Projectoverzicht 18.03 Intermodaal vervoer
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Multi- en modaalvervoer

                       

Container Transferium Alblasserdam

3

3

2

1

           

2015

2014

RSC Maasvlakte

8

8

2

3

3

         

2014

2014

Totaal

11

 

4

4

3

             

Begroting (IF 18.03)

     

4

3

             
18.06 Externe veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS, Kamerstukken II, 2005–2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma «aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet».

Producten

Saneringsopgave voor Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen tot en met 2035.

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

Motivering

Op dit artikelonderdeel waren de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben niet alleen betrekking op de activiteiten die verricht worden voor het Infrastructuurfonds, maar hebben tevens betrekking op de activiteiten voor het Deltafonds. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en aan artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het Deltafonds.

18.11 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor het Infrastructuurfonds beschikbare investeringsruimte voor zover deze nog niet concreet toebedeeld is verantwoord. In de brief bezuinigingen Infrastructuurfonds van 13 februari 2013 (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 400 A, nr. 48) is per modaliteit de ruimte afgeleid voor nieuwe investeringen en risico’s. Bij Voorjaarsnota 2013 zijn hiertoe vervolgens per modaliteit aparte artikelonderdelen «Investeringsruimte» geïntroduceerd.

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

Motivering

Op dit artikelonderdeel waren de noodzakelijke middelen voor Vervanging en Renovatie opgenomen. Deze middelen konden nog niet worden toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Inmiddels zijn deze middelen via de huidige begroting toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Dit door onder meer een inventarisatie van RWS van de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten.

18.13 Tol gefinancierde uitgaven

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn de uitgaven opgenomen die uit tol gefinancierd worden bij de projecten ViA15 en NWO. Bij een volgende begroting wordt deze uitgavenruimte als dekking ingezet op artikel 12 Hoofdwegennet. Dit artikelonderdeel is gekoppeld aan het ontvangstenartikel 18.09.02 Tolopgave.

18.14 Minregel rentevrijval

Motivering

Met het in 2009 uitgekeerde superdividend van NS (€ 1,4 miljard) is een eeuwig lopende schuld van ProRail afgelost. De rentevrijval die door deze aflossing ontstond binnen het Infrastructuurfonds tot en met 2020 werd daarbij ingezet voor de financiering van spoorambities (Kamerstukken II, 2009–2010, 28 165, nr. 105). In de begroting van 2015 heeft een correctie plaatsgevonden op het Infrastructuurfonds voor de rentevrijval in de periode 2021–2028 (€ 64 miljoen per jaar). De verlaging is technisch verwerkt via een minregel op artikel 18. Bij verlenging van het Infrastructuurfonds zal de minregel ingepast worden binnen de begroting van het Infrastructuurfonds.

18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

Motivering

Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast. Bij verlenging van het Infrastructuurfonds zal de minregel op dit artikel ingepast worden binnen de begroting van het Infrastructuurfonds. Daarnaast is er sprake van een kasschuif in 2016 ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de Begroting hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investeringsfondsen op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 19 Bijdrage andere begrotingen Rijk (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Ontvangsten

5.834.916

4.823.705

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

19.09 Ten laste van begroting IenM

5.834.916

4.823.705

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2028 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

             

19.09

Ontvangsten

Ontvangsten

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

5.823.199

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

               

19.09

Ontvangsten

Ontvangsten

5.645.720

5.589.567

5.489.397

5.471.307

5.274.062

5.283.318

5.264.772

19.09 Bijdragen ten laste van Begroting hoofdstuk XII

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

4. BIJLAGEN

BIJLAGE 1 VOEDING VAN HET INFRASTRUCTUURFONDS EN BEGROTINGSSTAAT PER PRODUCTARTIKELONDERDEEL

INFRAFONDS
Bedragen x € 1.000
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

2.235.654

2.011.120

2.298.779

2.437.509

2.836.973

3.147.853

2.590.884

3.159.223

3.003.951

2.831.303

2.652.453

2.574.156

2.432.040

2.618.528

12.01

Verkeersmanagement

 

14.510

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

3.628

3.625

3.624

3.623

3.621

3.621

3.621

3.629

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

592.880

678.756

562.327

506.795

520.306

499.928

593.446

791.694

791.650

795.875

796.175

742.298

969.145

704.997

12.03

Aanleg

 

518.570

443.676

617.169

944.946

1.532.198

1.845.424

1.207.847

1.617.221

1.483.623

1.313.350

1.108.003

946.225

430.727

272.865

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

669.479

371.932

644.111

519.647

325.945

343.201

337.961

295.397

286.994

266.673

271.334

422.427

222.087

220.764

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

 

440.215

567.712

531.703

511.708

507.124

505.976

505.257

492.970

499.240

495.259

500.044

501.021

501.159

498.543

12.07

Investeringsruimte

 

0

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

– 57.255

– 41.684

– 61.180

– 43.477

– 26.724

– 41.436

305.301

917.730

                                 

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

667.090

55.525

136.870

47.831

49.740

130.685

8.703

79.722

7.222

1.222

1.222

1.222

500

4.700

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

1.568.564

1.955.595

2.161.909

2.389.678

2.787.233

3.017.168

2.582.181

3.079.501

2.996.729

2.830.081

2.651.231

2.572.934

2.431.540

2.613.828

                                 

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.261.343

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

2.375.726

1.636.846

1.696.224

1.804.548

1.956.819

1.801.707

1.873.433

1.687.958

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

1.228.205

1.291.436

1.165.680

1.142.026

1.186.531

1.163.964

1.173.157

1.177.809

1.180.831

1.200.742

1.199.633

1.200.601

1.174.834

1.150.486

13.03

Aanleg

 

793.832

963.385

814.795

724.012

595.351

360.942

925.847

207.792

271.569

349.068

502.880

354.206

452.250

285.475

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

168.123

157.384

155.887

156.395

159.583

166.793

167.725

169.104

170.495

172.348

173.312

173.383

172.571

162.331

13.07

Rente en aflossing

 

48.907

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

22.276

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

73.069

                                 

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

203.878

299.796

187.562

188.279

202.300

201.071

206.235

211.247

214.269

199.237

311.876

185.044

185.044

185.044

 

Concessie HSL

 

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

160.051

 

Overige ontv.

 

43.827

139.745

27.511

28.228

42.249

41.020

46.184

51.196

54.218

39.186

151.825

24.993

24.993

24.993

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

2.057.465

2.147.466

2.041.627

1.952.667

1.833.728

1.584.536

2.169.491

1.425.599

1.481.955

1.605.311

1.644.943

1.616.663

1.688.389

1.502.914

                                 

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

99.636

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

127.145

133.159

197.040

169.301

95.156

125.408

77.442

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

0

9.111

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

12.837

145.555

168.971

158.348

71.735

50.898

22.194

0

0

0

0

0

0

0

                                 

14.09

Ontvangsten

 

0

                         
 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

99.636

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

                                 

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

921.995

854.411

836.807

854.059

721.783

700.091

703.292

657.608

662.922

768.527

917.511

986.650

1.025.532

697.020

15.01

Verkeersmanagement

 

7.545

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

411.846

411.347

356.103

328.006

274.708

283.144

194.361

241.630

267.748

286.750

257.231

257.216

248.643

230.911

15.03

Aanleg

 

248.292

141.226

188.940

234.166

166.912

133.617

231.713

136.194

112.775

141.364

332.332

424.170

452.719

98.065

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

4.233

6.184

3.619

7.844

2.262

2.229

2.196

2.164

2.132

2.107

2.077

2.047

2.018

1.989

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

250.079

301.578

289.741

283.916

280.932

280.488

282.165

277.024

279.654

282.053

283.981

284.468

284.530

283.119

15.07

Investeringsruimte

 

0

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.443

– 7.799

– 15.555

– 7.816

– 7.799

47.841

33.478

10.337

29.210

74.524

                                 

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

194.451

32.620

16.890

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

727.543

821.791

819.917

854.059

721.783

700.091

703.292

657.608

662.922

768.527

917.511

986.650

1.025.532

697.020

                                 

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Uitgaven

153.189

98.963

165.399

200.914

280.902

387.815

396.902

475.222

458.596

377.258

306.475

256.209

248.426

499.365

17.02

Betuweroute

 

3.639

4.555

2.083

2.083

2.083

0

0

0

0

0

0

0

0

0

17.03

Hogesnelheidslijn-Zuid

 

20.905

20.183

25.700

23.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

 

5.748

4.604

4.620

4.216

2.669

486

2.879

2.879

2.879

2.884

2.884

2.884

2.884

69.374

17.07

ERTMS

 

35.628

41.338

44.669

57.588

112.588

196.588

216.000

316.000

319.864

249.000

220.000

189.301

159.301

405.437

17.08

ZuidasDok

 

87.269

28.283

88.327

114.027

163.562

190.741

178.023

156.343

135.853

125.374

83.591

64.024

86.241

24.554

                                 

17.09

Ontvangsten

 

33.389

40.441

22.119

28.553

60.681

67.487

64.303

39.151

32.617

30.176

20.933

61.048

23.774

6.228

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

119.800

58.522

143.280

172.361

220.221

320.328

332.599

436.071

425.979

347.082

285.542

195.161

224.652

493.137

                                 

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

234.515

133.481

129.617

1.000

19.116

19.014

– 45.748

– 45.748

– 25.541

– 25.541

– 25.541

– 125.541

– 125.541

– 125.541

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

                             

18.02

Beter Benutten

 

434

128.431

127.621

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.03

Intermodaal vervoer

 

3.854

3.045

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

 

1.909

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

5.244

2.005

1.996

1.000

865

763

0

0

0

0

0

0

0

0

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

 

223.074

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

 

0

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

18.15

Ramingsbijstelling en kasschuif

 

0

– 40.000

40.000

0

0

0

0

0

0

0

0

– 100.000

– 100.000

– 100.000

                                 

18.09

Tolopgave

Ontvangsten

0

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

 

24.165

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

210.350

133.481

129.617

1.000

865

763

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 164.000

– 164.000

– 164.000

                                 

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

                             

19.09

Ontvangsten

Ontvangsten

4.823.705

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

5.823.199

5.645.720

5.589.567

5.489.397

5.471.307

5.274.062

5.283.318

5.264.772

                                 
 

Totaal uitgaven

 

5.946.678

5.783.951

6.065.802

5.962.077

6.061.693

6.225.797

6.120.692

5.994.092

5.882.134

5.758.491

5.843.797

5.559.835

5.531.095

5.499.203

 

Totaal ontvangsten

 

1.098.808

428.382

363.441

264.663

330.972

417.494

297.493

348.372

292.567

269.094

372.490

285.773

247.777

234.431

 

Totaal Bijdrage van hfdst XII (art 26)

 

4.823.705

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

5.823.199

5.645.720

5.589.567

5.489.397

5.471.307

5.274.062

5.283.318

5.264.772

BIJLAGE 2 VERDIEPINGSBIJLAGE

In de verdiepingsbijlage is per productartikel een meerjarige begrotingsmutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.

 

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt.

 

4.038

3.617

3.617

3.617

3.618

3.617

3.614

3.611

3.610

3.609

3.607

3.607

3.607

3.615

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

5.100

2.550

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt.

 

9.138

6.167

3.617

3.617

3.618

3.617

3.614

3.611

3.610

3.609

3.607

3.607

3.607

3.615

Beter Benutten: bijdrage aan RWS

1.837

1.837

                         

Nationale Datawarehouse (NDW)

7.000

3.500

3.500

                       

Prijsbijstelling 2015

227

35

24

14

14

14

14

14

14

14

14

14

14

14

14

Mutaties Miljoenennota 2016

 

5.372

3.524

14

14

14

14

14

14

14

14

14

14

14

14

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt.

 

14.510

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

3.628

3.625

3.624

3.623

3.621

3.621

3.621

3.629

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv.

 

658.195

605.451

543.436

528.116

501.659

483.547

454.157

454.074

454.031

454.152

454.451

427.976

682.668

430.267

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

7.263

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv.

 

665.458

605.451

543.436

528.116

501.659

483.547

454.157

454.074

454.031

454.152

454.451

427.976

682.668

430.267

Beheer en onderhoud: uitvoeringsbesluiten

30.529

 

126

126

177

910

910

910

910

910

5.110

5.110

5.110

5.110

5.110

Beter Benutten: bijdrage aan RWS

376

145

231

                       

Cyber Security

0

9.300

14.400

8.200

                   

– 31.900

DBFM conversie A12 Ede-Grijsoord

– 30.856

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

– 2.204

DBFM conversie A9 Gaasperdammerweg

– 127.395

         

– 14.155

– 14.155

– 14.155

– 14.155

– 14.155

– 14.155

– 14.155

– 14.155

– 14.155

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

– 81.484

58.999

12.097

– 19.299

19.887

31.800

– 69.700

10.000

10.000

10.000

10.000

7.700

   

Omzetting kerntaken

– 24.320

 

– 807

– 1.513

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

– 2.000

Prijsbijstelling 2015

27.731

2.249

2.560

2.185

2.005

2.054

2.030

1.756

1.744

1.743

1.744

1.745

1.643

2.621

1.652

Saldo mee- en tegenvallers

– 4

– 4

                         

Verdeling reservering Vervanging en Renovatie

2.606.348

           

224.682

343.325

343.325

343.228

343.228

343.228

322.105

343.227

Verrekening kosten

– 580

– 580

                         

ZSM: Hollandse brug

– 75.000

                     

– 25.000

– 25.000

– 25.000

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 72.578

73.305

18.891

– 21.321

18.647

16.381

139.289

337.620

337.619

341.723

341.724

314.322

286.477

274.730

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv.

 

592.880

678.756

562.327

506.795

520.306

499.928

593.446

791.694

791.650

795.875

796.175

742.298

969.145

704.997

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

 

723.322

440.657

935.060

862.100

1.548.085

2.163.221

1.082.928

1.512.989

1.362.607

1.290.724

1.095.693

931.751

395.032

350.524

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

– 152.840

47.921

– 8.074

– 13.230

3.923

6.619

7.000

20.100

14.000

5.000

1.000

0

42.732

38.492

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

 

570.482

488.578

926.986

848.870

1.552.008

2.169.840

1.089.928

1.533.089

1.376.607

1.295.724

1.096.693

931.751

437.764

389.016

A1/A6/A9 SAA: aanbestedingsmeevaller/risicoreservering

300.974

– 7.479

20.674

56.913

101.816

64.536

– 12.860

             

77.374

A1/A6/A9 SAA: bijdragen derden

– 75.600

       

5.000

– 80.600

             

0

A12 Ede-Grijsoord: aanbestedingsmeevaller

– 20.021

                         

– 20.021

A2 't Vonderen-Kerensheide: indexatie 2012

4.192

                   

4.192

     

A27 Houten-Hooipolder: Beleidslijn Grote Rivieren

20.000

           

16.000

         

4.000

 

A28/A1 Knooppunt Hoevelaken: diverse regiobijdragen

9.100

             

9.100

       

0

 

A4 Vlietland – N14: budgetspanning

1.600

                         

1.600

A4-A44 Rijnlandroute: bijdrage RVOB

0

                           

Basis ICT

0

– 10.200

– 11.800

                   

2.952

19.048

Beheer en onderhoud: uitvoeringsbesluiten

– 30.529

 

– 126

– 126

– 177

– 910

– 910

– 910

– 910

– 910

– 5.110

– 5.110

– 5.110

– 5.110

– 5.110

Beter Benutten MinFin/BCF

– 116

– 116

                         

Beter Benutten: bijdrage aan ProRail

– 58

 

– 58

                       

Beter Benutten: bijdrage aan RWS

– 2.213

– 1.982

– 231

                       

Cyber security

0

– 9.300

– 14.400

– 8.200

                   

31.900

DBFM conversie A12 Ede-Grijsoord

– 89.827

– 62.300

– 24.619

– 1.615

– 1.293

                   

DBFM conversie A9 Gaasperdammerweg

– 619.586

– 64.648

– 164.519

– 351.427

– 27.809

– 8.738

– 1.356

– 1.089

             

Eenvoudig Beter

0

 

– 8.259

                     

8.259

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

0

 

– 1.098

– 1.285

– 1.010

– 1.137

– 1.411

– 1.198

– 1.396

– 1.258

– 1.253

– 1.137

– 1.059

– 880

14.122

Inpassen minregel 2015

0

– 61.681

                     

38.043

23.638

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

1.325

185.551

8.318

9.522

– 75.481

– 77.307

194.234

59.304

643

24.941

12.194

– 5.282

– 71.524

– 266.438

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

140.000

– 22.000

 

22.000

 

– 150.000

– 90.000

 

100.000

         

Leegboeken artikel 18.07

0

179

22

22

22

18

18

             

– 281

N33 Zuidbroek-Appingedam: bestuursovereenkomst

15.000

5.000

       

0

           

0

10.000

Planstudiekosten ZuidasDok

– 3.334

   

– 3.334

                     

Prijsbijstelling 2015

50.015

4.357

2.625

3.556

2.914

5.897

8.102

8.319

8.473

8.580

8.685

8.771

8.525

8.082

– 36.871

Reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

0

             

17.000

8.000

       

– 25.000

Reservering areaalgroei

28.891

                         

28.891

Saldo mee- en tegenvallers

10.726

14.130

– 3.235

– 169

                     

Topsector Logistiek 2016

– 721

 

– 666

– 7.008

– 2.320

– 1.496

– 599

             

11.368

Uitvoeringsbesluit A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen

– 5.030

                         

– 5.030

Uitvoeringsbesluit A27/A1 Utrecht Noord-knooppunt Eemnes-aansluiting Bunschoten

– 8.000

                         

– 8.000

Verkenningskosten ZuidasDok

– 1.230

               

– 600

– 630

       

Verrekening kosten

580

580

                         

Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk

7.000

                         

7.000

Vordering moederdepartement

0

223

265

215

11

101

107

163

161

161

– 1.407

       

Omzetting kerntaken

– 92.305

 

– 3.028

– 5.677

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

– 7.600

ZSM: Hollandse brug

                       

25.000

25.000

25.000

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 51.912

– 44.902

– 309.817

96.076

– 19.810

– 324.416

117.919

84.132

107.016

17.626

11.310

14.474

– 7.037

– 116.151

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

 

518.570

443.676

617.169

944.946

1.532.198

1.845.424

1.207.847

1.617.221

1.483.623

1.313.350

1.108.003

946.225

430.727

272.865

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS

 

545.431

527.315

585.329

395.843

333.259

280.398

276.481

246.065

239.753

220.928

245.892

327.917

176.833

253.595

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

7.252

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS

 

552.683

527.315

585.329

395.843

333.259

280.398

276.481

246.065

239.753

220.928

245.892

327.917

176.833

253.595

A1/A6/A9 SAA: aanbestedingsmeevaller/risicoreservering

– 300.974

7.479

– 20.674

– 56.913

– 101.816

– 64.536

12.860

             

– 77.374

A1/A6/A9 SAA: diverse regiobijdragen

9.301

   

4.100

5.201

                   

A10 2e Coentunnel: budgetbehoefte

– 54.676

                         

– 54.676

DBFM conversie A12 Ede-Grijsoord

128.905

5.380

11.871

18.140

11.538

9.137

8.615

8.520

8.270

8.162

8.056

7.952

7.850

7.756

7.658

DBFM conversie A9 Gaasperdammerweg

722.862

20.061

29.784

35.099

202.949

53.090

44.966

54.736

42.171

41.472

40.977

40.328

39.693

39.072

38.464

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

72.131

– 177.787

55.892

3.943

– 6.252

– 4.952

– 3.068

– 2.239

– 3.492

– 4.308

– 23.878

45.351

– 2.424

51.083

N33 Assen-Zuidbroek: RSP budget

13.990

13.990

                         

N33 Assen-Zuidbroek: budgetbehoefte

1.169

                         

1.169

N33 Zuidbroek-Appingedam: bestuursovereenkomst

– 5.000

– 5.000

                         

Prijsbijstelling 2015

19.908

2.579

1.423

2.464

1.989

1.247

1.314

1.292

1.130

1.099

1.020

1.040

1.616

850

845

Saldo mee- en tegenvallers

176

176

                         

Mutaties Miljoenennota 2016

 

116.796

– 155.383

58.782

123.804

– 7.314

62.803

61.480

49.332

47.241

45.745

25.442

94.510

45.254

– 32.831

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS

 

669.479

371.932

644.111

519.647

325.945

343.201

337.961

295.397

286.994

266.673

271.334

422.427

222.087

220.764

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN

 

424.674

419.242

414.248

411.795

411.554

411.479

411.342

411.863

412.072

412.768

413.173

413.163

413.199

411.927

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

3.645

15.429

8.000

5.000

1.000

0

– 800

– 14.000

– 8.000

– 5.000

– 1.000

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN

 

428.319

434.671

422.248

416.795

412.554

411.479

410.542

397.863

404.072

407.768

412.173

413.163

413.199

411.927

Basis ICT

22.000

10.200

11.800

                       

Loonbijstelling 2015

14.824

1.096

1.077

1.064

1.055

1.055

1.054

1.052

1.053

1.053

1.053

1.052

1.052

1.054

1.054

Omzetting kerntaken

116.625

 

3.835

7.190

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

9.600

P-direkt Optimaal Verbinden

– 6.591

 

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

– 507

Prijsbijstelling 2015

8.276

600

595

591

590

590

590

590

590

590

590

590

590

590

590

SAP centralisatiebeheer

– 34.375

 

– 1.375

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

– 2.750

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

1.140.399

 

117.616

103.867

86.925

86.582

86.510

86.730

87.121

87.182

79.505

79.886

79.873

79.973

78.629

Mutaties Miljoenennota 2016

 

11.896

133.041

109.455

94.913

94.570

94.497

94.715

95.107

95.168

87.491

87.871

87.858

87.960

86.616

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN

 

440.215

567.712

531.703

511.708

507.124

505.976

505.257

492.970

499.240

495.259

500.044

501.021

501.159

498.543

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte

 

– 61.681

– 60.648

– 60.163

– 49.215

– 52.233

– 50.308

87.898

5.000

– 50.703

5

– 6.967

– 19.330

353.524

672.328

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

101

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 42.732

– 38.492

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte

 

– 61.580

– 60.648

– 60.163

– 49.215

– 52.233

– 50.308

87.898

5.000

– 50.703

5

– 6.967

– 19.330

310.792

633.836

A10 2e Coentunnel: budgetbehoefte

54.676

                         

54.676

A12 Ede-Grijsoord: aanbestedingsmeevaller

20.021

                         

20.021

A2 't Vonderen-Kerensheide: indexatie 2012

– 4.192

                   

– 4.192

     

A27 Houten-Hooipolder: Beleidslijn Grote Rivieren

– 16.000

           

– 16.000

             

A4 Vlietland – N14: budgetspanning

– 1.600

                         

– 1.600

A4-A44 Rijnlandroute: bijdrage RVOB

10.200

   

500

500

500

500

500

500

500

500

500

500

500

4.700

Correctie afrondingsverschillen

– 2

           

– 1

1

1

– 1

– 1

   

– 1

Eenvoudig Beter

– 8.259

                         

– 8.259

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

– 15.215

                         

– 15.215

Inpassen minregel 2015

0

61.681

                     

– 38.043

– 23.638

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

15.973

266

– 668

– 503

– 499

– 499

– 129.652

– 47.185

– 10.978

– 45.388

– 16.064

– 22.606

32.052

225.751

Leegboeken artikel 18.07

281

                         

281

Leegboeken restant artikel 18.12

1.479

                         

1.479

N33 Assen-Zuidbroek: budgetbehoefte

– 1.169

                         

– 1.169

N33 Zuidbroek-Appingedam: bestuursovereenkomst

– 10.000

                         

– 10.000

Nationale Datawarehouse (NDW)

– 7.000

– 3.500

– 3.500

                       

Prijsbijstelling 2015

46.097

                         

46.097

Reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

25.000

                         

25.000

Reservering areaalgroei

– 28.891

                         

– 28.891

Saldo mee- en tegenvallers

– 8.992

– 12.396

3.235

169

                     

Topsector Logistiek 2016

– 11.368

                         

– 11.368

Uitvoeringsbesluit A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen

5.030

                         

5.030

Uitvoeringsbesluit A27/A1 Utrecht Noord

8.000

                         

8.000

Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk

– 7.000

                         

– 7.000

Vordering moederdepartement

1.229

– 178

               

1.407

       

Mutaties Miljoenennota 2016

 

61.580

1

1

– 3

1

1

– 145.153

– 46.684

– 10.477

– 43.482

– 19.757

– 22.106

– 5.491

283.894

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte

 

0

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

– 57.255

– 41.684

– 61.180

– 43.477

– 26.724

– 41.436

305.301

917.730

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2015 HWN

 

2.293.979

1.935.634

2.421.527

2.152.256

2.745.942

3.291.954

2.316.420

2.633.602

2.421.370

2.382.186

2.205.849

2.085.084

2.024.863

2.122.256

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire wet 2015 HWN

 

2.164.500

2.001.534

2.421.453

2.144.026

2.750.865

3.298.573

2.322.620

2.639.702

2.427.370

2.382.186

2.205.849

2.085.084

2.024.863

2.122.256

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2016 HWN

 

2.235.654

2.011.120

2.298.779

2.437.509

2.836.973

3.147.853

2.590.884

3.159.223

3.003.951

2.831.303

2.652.453

2.574.156

2.432.040

2.618.528

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN

 

533.670

87.200

66.346

28.414

38.276

226.716

719

64.019

719

719

719

719

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

130.229

10.314

6.200

7.704

6.200

7.896

6.200

6.100

6.000

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN

 

663.899

97.514

72.546

36.118

44.476

234.612

6.919

70.119

6.719

719

719

719

0

0

A1/A6/A9 SAA: bijdragen derden

– 66.299

   

4.100

5.201

5.000

– 80.600

               

A28/A1 Knooppunt Hoevelaken: diverse regiobijdrage

9.100

             

9.100

           

A4-A44 Rijnlandroute: bijdrage RVOB

10.200

   

500

500

500

500

500

500

500

500

500

500

500

4.700

Prijsbijstelling 2015

2.268

1.736

131

41

91

123

123

8

3

3

3

3

3

   

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

– 451

– 42.120

59.683

5.921

– 359

– 23.950

1.276

             

Saldo mee- en tegenvallers

1.906

1.906

                         

Mutaties Miljoenennota 2016

 

3.191

– 41.989

64.324

11.713

5.264

– 103.927

1.784

9.603

503

503

503

503

500

4.700

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN

 

667.090

55.525

136.870

47.831

49.740

130.685

8.703

79.722

7.222

1.222

1.222

1.222

500

4.700

A1/A6/A9 SAA: aanbestedingsmeevaller/risicoreservering

De aanbestedingsmeevaller en een deel van de risicoreservering bij het deeltraject A1/A6 (12.04) wordt overgeheveld naar het generale onderdeel van het programma (12.03.01) en blijft hiermee behouden voor SAA.

A1/A6/A9 SAA: bijdragen derden

Het betreft hier de verwerking van diverse bijdragen van derden. Het gaat enerzijds om het opnemen van de bijdragen van de regio aan de aansluiting Ooij – knooppunt Diemen, oostelijke aansluiting IJburg (€ 9,3 miljoen), voor afspraken over de extra onderdoorgang van de A6 in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere (€ 5,1 miljoen) en voor Almere Weerwater (€ 5,3 miljoen). Anderzijds is de scope en bijdrage in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere bijgesteld (- € 86 miljoen).

A10 2e Coentunnel: budgetbehoefte

Met deze mutatie wordt aangesloten bij de budgetbehoefte van het project tot het einde van de looptijd van het fonds (2028).

A12 Ede-Grijsoord: aanbestedingsmeevaller

De aanbestedingsmeevaller bij het project A12 Ede-Grijsoord van € 20 miljoen wordt toegevoegd aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet.

A27 Houten-Hooipolder: Beleidslijn Grote Rivieren

Conform de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR) worden twee bruggen op het traject A27 Houten-Hooipolder aangepast. Hierdoor wordt het taakstellend budget met € 20 miljoen verhoogd, waarvan € 16,0 miljoen wordt toegevoegd vanuit de Investeringsruimte Hoofdwegennet en € 4,0 miljoen wordt toegevoegd vanuit het Deltafonds.

A28/A1 Knooppunt Hoevelaken: diverse regiobijdrage

Dit betreft een bijdrage van de provincie Gelderland en de gemeente Nijkerk (€ 2,0 miljoen) en een bijdrage van de provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort (€ 7,1 miljoen) conform de bestuursovereenkomst.

A4-A44 Rijnlandroute: bijdrage RVOB

Het Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf stelt € 10,2 miljoen beschikbaar voor de Rijnlandroute. De teveel begrote uitgaven vallen vrij aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet.

Basis ICT

De beschikbaarheid van het IV-areaal («IV» staat voor Informatievoorziening), waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Het IV-landschap is verouderd, een situatie die zich bij meerdere grote uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid voordoet. Voor onder meer de vervanging van verouderde netwerkcomponenten wordt budget overgeheveld van artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging naar artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de jaren 2015 en 2016 geschoven.

Cyber security

Het in 2014 gestarte Programma «Beveiligd Werken» richt zich op het «in control» brengen en houden van de missiekritieke systemen (MKS) en Industriële Automatisering ter ondersteuning van de maatschappelijk vitale en primaire processen van RWS. Missie Kritieke Systemen zijn ICT systemen die een essentiële rol spelen in een informatieketen (mensen, processen en techniek). Onderdeel hiervan is het voldoen aan de eisen ten aanzien van informatiebeveiliging (Cyber Security). De benodigde middelen voor Cyber Security worden gedekt uit de reservering voor Vervanging en Renovatie op artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet en via het aanlegprogramma naar de periode 2015–2017 geschoven.

DBFM-conversie A12 Ede-Grijsoord

In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project A12 Ede-Grijsoord afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

DBFM-conversie A9 Gaasperdammerweg

In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project A9 Gaasperdammerweg, onderdeel van het programma A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere, afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Eenvoudig Beter

Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 16,0 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 16,0 miljoen af.

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 39,2 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 39,2 miljoen af.

Inpassen minregel 2015

De minregels in 2015 op de Investeringsruimte Hoofdwegennet, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast.

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.

Kasschuiven tussen modaliteiten

Om voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

Loonbijstelling 2015

Dit betreft de verwerking van de loonbijstelling 2015.

N33 Assen-Zuidbroek: RSP Zuiderzeelijn budget

Conform de afspraak in het Convenant Verdubbeling N33 Assen- Zuidbroek wordt € 14 miljoen overgeheveld van artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar artikel 12 Hoofdwegennet.

N33 Zuidbroek-Appingendam: bestuursovereenkomst

In de bestuursovereenkomst N33 Zuidbroek-Appingendam is een rijksbijdrage van € 15 miljoen afgesproken. Deze rijksbijdrage wordt gedekt vanuit de N33 Assen-Zuidbroek (€ 5 miljoen) en de investeringsruimte Hoofdwegennet (€ 10 miljoen). Van de rijksbijdrage van € 15 miljoen is € 4 miljoen voor Beheer en Onderhoud bestemd.

Nationale Datawarehouse (NDW)

Voor het National Datawarehouse (NDW) wordt € 7 miljoen overgeheveld vanuit de Investeringsruimte Hoofdwegennet naar het artikelonderdeel Verkeersmanagement (12.01). NDW is benodigd voor verkeersmanagement en daarnaast levert de NDW een bijdrage aan producten zoals verkeersonderzoeken.

Omzetting kerntaken

Uit analyse van Rijkswaterstaat is gebleken dat een beperkte bijstelling nodig is in de verdeling van taken die nu door de markt worden uitgevoerd en taken die door RWS met eigen personeel worden uitgevoerd. De complexiteit van aanleg- en onderhoudsprojecten neemt steeds verder toe. Dit komt onder meer door een meer integrale gebiedsontwikkeling, toename van de ICT-toepassingen in de infrastructuur en een groeiende renovatieopgave. De vraag naar specifieke kennis en ervaring op deze terreinen neemt de komende jaren verder toe. Zonder ingrijpen leidt dit tot een groeiende behoefte aan relatief dure inhuurcontracten en een te grote afhankelijkheid van de markt. Om haar rol als deskundig opdrachtgever richting de bouwbedrijven te kunnen blijven spelen, en bovenstaande ontwikkelingen het hoofd te bieden, wil RWS meer deskundig eigen personeel in dienst nemen. Het gaat dan om extra capaciteit ten behoeve van techniek, inkoop, projectbeheersing en inspecties ten behoeve van instandhoudingsadviezen van RWS objecten. Hiervoor wordt er budget overgeheveld van de artikelonderdelen Beheer, Onderhoud en Vervanging (12.02) en Aanleg (12.03) naar het artikelonderdeel Netwerkgebonden Kosten Hoofdwegennet (12.06). Vanuit Aanleg worden de kosten voor het eigen personeel (voor)gefinancierd uit het planstudiekostenbudget. Uit de verwachte meevallers bij de projecten door lagere benodigde inhuur zal het planstudiekostenbudget de komende jaren weer worden aangevuld, zodat voldoende studiebudget beschikbaar blijft.

P-direkt Optimaal Verbinden

Voor de dienstverlening van P-direkt op het gebied van optimaal verbinden heeft IenM formatie overgedragen aan P-direkt. RWS draagt ook een deel bij.

Prijsbijstelling 2015

Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015 en het op prijspeil 2015 brengen van de projecten en programma's.

Reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

De reservering voor de landzijdige bereikbaarheid Airport Eindhoven (€ 25 miljoen) wordt gedekt uit de Investeringsruimte Regionaal/lokale infrastructuur. Dit betekent dat de reeds gereserveerde middelen weer aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet worden toegevoegd.

Reservering areaalgroei

Voor de aanlegprojecten die in deze begroting zijn overgegaan van planuitwerking naar realisatie, zijn de middelen voor Beheer en Onderhoud door areaalgroei vanuit de Investeringsruimte Hoofdwegennet aan het artikelonderdeel Beheer, Onderhoud en Vervanging (12.02) toegevoegd.

Saldo mee- en tegenvallers

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma.

SAP centralisatiebeheer

Dit betreft het aandeel van RWS voor het SAP Beheer dat centraal wordt gefinancierd op de begroting Hoofdstuk XII.

Topsector Logistiek 2016

Voor de in 2016 op te starten activiteiten Topsector Logistiek wordt in totaal € 23,5 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 23,5 miljoen af.

Uitvoeringsbesluit A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen

Het project A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen is van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase. Hierbij wordt aangesloten bij de huidige raming. Het verschil tussen de raming en het budget wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Hoofdwegennet.

Uitvoeringsbesluit A27/A1 Utrecht Noord- knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten

Het project A27/A1 Utrecht Noord – knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten is van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase. Hierbij wordt aangesloten bij de huidige raming. Het verschil tussen de raming en het budget wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Hoofdwegennet.

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

Op het artikelonderdeel Netwerkoverstijgende Kosten (18.08) werden de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben zowel betrekking op de activiteiten die worden verricht voor het Infrastructuurfonds, als voor activiteiten op het Deltafonds. Deze middelen worden nu verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Verdeling reservering Vervanging en Renovatie

Op het artikelonderdeel Nader toe te wijzen BenO en Vervanging (18.12) waren de noodzakelijke middelen voor Vervanging en Renovatie opgenomen. Deze middelen konden nog niet worden toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Dit door onder meer een inventarisatie van RWS van de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten.

ZSM: Hollandse brug

De renovatie van de Hollandse brug heeft reeds plaatsgevonden. Deze kosten (€ 75 miljoen) zijn destijds voorgefinancierd uit het ZSM-programma. Nu worden de middelen terugbetaald vanuit het programma voor Vervanging en Renovatie aan het ZSM-programma.

Artikel 13 Spoorwegen

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv.

 

1.240.257

1.319.800

1.167.051

1.110.815

1.185.320

1.162.653

1.169.571

1.174.223

1.177.245

1.197.156

1.196.858

1.197.926

1.165.259

1.147.811

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

23.543

– 8.776

300

300

300

400

300

300

300

300

400

300

300

300

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv.

 

1.263.800

1.311.024

1.167.351

1.111.115

1.185.620

1.163.053

1.169.871

1.174.523

1.177.545

1.197.456

1.197.258

1.198.226

1.165.559

1.148.111

A2 Corridor-Brabantroute

– 12.100

– 6.050

– 6.050

                       

Beter Benutten: bijdrage aan ProRail

58

 

58

                       

Cameratoezicht op stations

7.851

91

472

911

911

911

911

911

911

911

911

       

Kapitaallasten beheerplan 2015

– 932

– 509

– 423

                       

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 18.100

– 11.900

 

30.000

                   

Onderhoudskosten Maaslijn en Zwolle-Enschede

25.900

           

2.375

2.375

2.375

2.375

2.375

2.375

9.275

2.375

Van HSL naar ProRail: diverse werkzaamheden

1.110

273

837

                       

Vrijval Actieplan Groei op het Spoor

– 16.464

– 11.300

– 2.582

– 2.582

                     

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 35.595

– 19.588

– 1.671

30.911

911

911

3.286

3.286

3.286

3.286

2.375

2.375

9.275

2.375

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv.

 

1.228.205

1.291.436

1.165.680

1.142.026

1.186.531

1.163.964

1.173.157

1.177.809

1.180.831

1.200.742

1.199.633

1.200.601

1.174.834

1.150.486

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 13.03 Aanleg

 

952.335

972.202

910.500

940.776

569.774

439.964

81.391

– 33.954

211.020

293.257

316.907

382.762

418.967

209.947

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

57.549

– 7.925

– 5.016

– 4.354

46.720

– 4.080

– 3.250

– 3.250

47.550

– 3.250

0

19.050

0

32.141

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 13.03 Aanleg

 

1.009.884

964.277

905.484

936.422

616.494

435.884

78.141

– 37.204

258.570

290.007

316.907

401.812

418.967

242.088

A2 Corridor-Brabantroute

12.100

6.050

6.050

                       

Afkoop PHS leenfaciliteit

675.000

           

475.000

200.000

           

Cameratoezicht op stations

– 7.851

– 91

– 472

– 911

– 911

– 911

– 911

– 911

– 911

– 911

– 911

       

Decentralisatie BDU: Heerlen-Aken

– 6.500

 

– 2.000

– 3.500

– 1.000

                   

Decentralisatie BDU: Lenteakkoord

– 17.500

 

– 7.500

– 10.000

                     

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

0

 

– 2.612

5.124

9.056

137

– 1.199

– 1.280

– 1.112

– 1.234

– 1.338

– 1.328

– 1.341

– 1.448

– 1.425

HSL-Zuid: geluidsproblematiek

– 28.600

– 14.470

– 6.460

– 7.670

                     

Inpassen minregel 2015 en 2017 ev

0

– 15.603

 

– 19.703

– 20.115

– 22.793

– 21.307

– 20.079

– 19.930

– 18.672

– 18.926

– 17.872

– 18.774

– 7.780

221.554

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

29.811

62.156

47.550

27.176

27.335

26.491

62.377

– 34.126

– 145.185

– 31.553

103.030

– 27.757

35.306

– 182.611

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

– 247.660

– 29.083

– 79.784

– 119.054

24.381

 

260.000

130.000

54.000

     

7.200

 

Leegboeken artikel 18.07

0

117

14

14

14

12

12

             

– 183

NSP Utrecht: kostenstijging

53.200

21.200

32.000

                       

PHS DSSU: gevolgkosten

29.500

   

24.459

5.041

                   

PHS Rijswijk-Delft Zuid

85.900

           

10.900

40.000

25.000

10.000

       

Prijsbijstelling 2015

27.201

201

767

1.981

2.217

1.998

3.292

2.807

859

1

1.789

2.143

266

5

8.875

Raming infrastructuurfonds

0

 

– 50.000

– 45.000

– 100.000

– 35.000

– 80.000

60.000

– 50.000

100.000

100.000

100.000

     

Saldo mee- en tegenvallers

– 7.363

– 1.107

362

 

– 6.618

                   

Vrijval aanlegprojecten Spoorwegen

– 51.416

5.500

– 4.114

– 3.249

– 8.216

– 16.302

– 1.320

– 1.108

– 19.784

         

– 2.823

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 216.052

– 892

– 90.689

– 212.410

– 21.143

– 74.942

847.706

244.996

12.999

59.061

185.973

– 47.606

33.283

43.387

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.03 Aanleg

 

793.832

963.385

814.795

724.012

595.351

360.942

925.847

207.792

271.569

349.068

502.880

354.206

452.250

285.475

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS

 

147.026

146.980

146.983

153.491

156.679

163.889

164.821

166.200

167.591

169.444

170.408

170.479

169.667

159.427

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

37.097

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

2.904

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS

 

184.123

149.884

149.887

156.395

159.583

166.793

167.725

169.104

170.495

172.348

173.312

173.383

172.571

162.331

HSL-Zuid: geluidsproblematiek

– 2.500

– 2.500

                         

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 13.500

7.500

6.000

                     

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 16.000

7.500

6.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS

 

168.123

157.384

155.887

156.395

159.583

166.793

167.725

169.104

170.495

172.348

173.312

173.383

172.571

162.331

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl.

 

48.397

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl.

 

48.398

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

Kapitaallasten beheerplan 2015

932

509

423

                       

Mutaties Miljoenennota 2016

 

509

423

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl.

 

48.907

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte

 

– 134

8.912

– 2.526

– 14.626

5.331

7.035

37.257

36.337

41.025

107.476

86.539

85.679

135.686

474.720

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

35.776

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 29.729

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte

 

35.642

8.912

– 2.526

– 14.626

5.331

7.035

37.257

36.337

41.025

107.476

86.539

85.679

135.686

444.991

Correctie afrondingsverschillen

1

1

                         

Eenvoudig Beter

– 5.372

 

– 5.372

                       

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

– 19.624

   

– 7.173

– 11.000

– 1.451

                 

GSM-R interferentie

– 15.000

 

– 5.800

– 9.200

                     

HSL-Zuid: geluidsproblematiek

– 48.500

   

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.500

Inpassen minregel 2015 en 2017 ev

0

15.603

 

19.703

20.115

22.793

21.307

20.079

19.930

18.672

18.926

17.872

18.774

7.780

– 221.554

Kasschuiven binnen Spoorwegen

– 1

– 23.595

37.396

95.060

95.434

32.936

46.498

42.616

25.109

22.463

– 49.742

– 42.251

– 47.293

– 86.306

– 148.326

Leegboeken artikel 18.07

183

                         

183

NSP Utrecht: kostenstijging

– 53.200

– 21.200

– 32.000

                       

PHS DSSU: gevolgkosten

– 29.500

   

– 24.459

– 5.041

                   

PHS Rijswijk-Delft Zuid

– 85.900

           

– 10.900

– 40.000

– 25.000

– 10.000

       

Prijsbijstelling 2015

89.781

8.918

9.001

7.552

7.709

7.028

5.540

6.240

8.384

8.572

7.367

6.237

3.760

4.021

– 548

Saldo mee- en tegenvallers

7.363

1.107

– 362

 

6.618

                   

Topsector Logistiek 2016

– 7.863

 

– 434

– 4.558

– 1.509

– 973

– 389

               

Verkenningskosten ZuidasDok

– 9.234

               

– 5.000

– 4.234

       

Vrijval aanlegprojecten Spoorwegen

51.416

– 5.500

4.114

3.249

8.216

16.302

1.320

1.108

19.784

         

2.823

Vrijval Actieplan Groei op het Spoor

16.464

11.300

2.582

2.582

                     

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 13.366

9.125

78.756

116.542

72.635

70.276

55.143

29.207

15.707

– 41.683

– 22.142

– 28.759

– 78.505

– 371.922

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte

 

22.276

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

73.069

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2015 Spoorwegen

 

2.387.881

2.464.491

2.238.605

2.207.053

1.933.701

1.790.138

1.469.637

1.359.403

1.613.478

1.783.930

1.787.309

1.853.443

1.906.176

2.008.502

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire wet 2015 Spoorwegen

 

2.541.847

2.450.694

2.236.793

2.205.903

1.983.625

1.789.362

1.469.591

1.359.357

1.664.232

1.783.884

1.790.613

1.875.697

1.909.380

2.014.118

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2016 Spoorwegen

 

2.261.343

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

2.375.726

1.636.846

1.696.224

1.804.548

1.956.819

1.801.707

1.873.433

1.687.958

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw.

 

232.720

177.161

193.583

192.830

204.490

202.884

207.681

210.507

213.240

215.862

177.953

177.953

177.953

177.953

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

36.170

– 3.250

– 3.250

– 3.250

47.550

– 3.250

– 3.250

– 3.250

47.550

– 3.250

0

19.050

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw.

 

268.890

173.911

190.333

189.580

252.040

199.634

204.431

207.257

260.790

212.612

177.953

197.003

177.953

177.953

Decentralisatie Limburg

72.000

   

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

Prijsbijstelling 2015

18.542

466

668

918

1.159

1.379

1.596

1.811

2.007

2.201

1.920

1.144

1.091

1.091

1.091

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 65.478

125.217

– 9.689

– 8.460

– 57.119

– 6.159

– 6.007

– 4.017

– 54.722

– 21.295

126.779

– 19.050

   

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 65.012

125.885

– 2.771

– 1.301

– 49.740

1.437

1.804

3.990

– 46.521

– 13.375

133.923

– 11.959

7.091

7.091

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw.

 

203.878

299.796

187.562

188.279

202.300

201.071

206.235

211.247

214.269

199.237

311.876

185.044

185.044

185.044

A2 Corridor-Brabantroute

De A2 Corridor-Brabantroute is een nieuw project. De totale kosten van de aanleg worden geraamd op € 19,4 miljoen. Dekking heeft voor € 12,1 miljoen plaatsgevonden vanuit het programma Beheer, Onderhoud en Vervanging (vanuit de reguliere gereserveerde middelen ten behoeve van de vervanging van beveiligingsinstallaties) en voor € 7,3 miljoen vanuit de bestaande reservering voor ATB-Vv-seinen in PHS omdat de aanleg gedeeltelijk veroorzaakt wordt door intensivering van het treinverkeer als gevolg van PHS. Dit betreft de mutatie vanuit het programma Beheer, Onderhoud en Vervanging.

Afkoop PHS leenfaciliteit

Dit betreft de verwerking van een oude afspraak met betrekking tot de PHS Leenfaciliteit. In deze afspraak was geregeld dat er voor de investeringen van het Programma Hoogfrequent Spoor geleend kon worden. Deze constructie wordt voor de periode 2021–2027 vervangen door een toevoeging van € 675 miljoen aan het Infrastructuurfonds. Dit leidt dus niet tot extra investeringen.

Cameratoezicht op stations

Om de agressie tegen het treinpersoneel aan te pakken is in overleg met ProRail bekeken op welke stations, waar nu nog geen camera's zijn, cameratoezicht noodzakelijk is. Op 30 kleine en middelgrote stations gaat cameratoezicht gerealiseerd worden. De realisatie start in het eerste kwartaal van 2016. Voor de aanleg hiervan, alsmede voor de tijdelijke huur van camera's op 12 prioritaire stations en een pilot met beeldschermen voor de duur van een jaar op de stations Rotterdam Lombardijen en Den Haag Hollands Spoor, wordt € 13,3 miljoen ter beschikking gesteld aan ProRail. De dekking heeft plaatsgevonden vanuit het programma Kleine Functiewijzigingen. De beheer- en onderhoud kosten en operationele kosten voor de periode 2017–2024 (in 2024 vindt een evaluatie van de genomen maatregelen plaats) van € 7,9 miljoen zijn eveneens gedekt uit bovengenoemd programma en overgeboekt naar 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Decentralisatie BDU: Heerlen-Aken

De middelen voor de BDU worden overgeheveld naar het Provinciefonds met uitzondering van de middelen voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Stadsregio Amsterdam. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet afschaffing plusregio's in werking getreden, waarin tevens de decentralisatie van de BDU wettelijk is geregeld die per 1 januari 2016 plaats zal vinden. Bij ontwerpbegroting 2016 worden de reeksen met voor de provincies bestemde BDU-middelen overgeheveld naar het Provinciefonds. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 25 BDU voor het project Heerlen-Aken.

Decentralisatie BDU: Lenteakkoord

Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 25 BDU voor het project lenteakkoordimpuls voor vier spoorlijnen in Oost-Nederland.

Decentralisatie Limburg

De stoptreindiensten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen maken per 11 december 2016 geen onderdeel meer uit van het hoofdrailnet, maar van de regionale (multimodale) vervoerconcessie in Limburg. De decentralisatie van deze twee diensten verloopt voor IenM budgetneutraal. De concessieprijs voor het hoofdrailnet is verhoogd aangezien het om onrendabele diensten gaat. Het bedrag waar de concessieprijs voor het hoofdrailnet mee wordt verhoogd wordt via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie Limburg ten behoeve van de exploitatie van de twee diensten. Hiervoor wordt budget overgeboekt van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 25 BDU.

Eenvoudig Beter

Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 16,0 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 16,0 miljoen af.

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 39,2 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 39,2 miljoen af.

GSM-R interferentie

Dit betreft een overboeking van middelen van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 16 Spoor voor de subsidieregeling GSM-R. De uitvoering van de subsidieregeling GSM-R is reeds gestart en dient te worden verantwoord op HXII. Hiervoor is in totaal € 30,0 miljoen beschikbaar gesteld. Het gereserveerde IenM aandeel staat nog op IF artikel 13 Spoorwegen. Om de reeds gedane toezeggingen in de Staatscourant en richting RVO te kunnen verantwoorden op HXII dient het IenM aandeel naar HXII te worden overgeboekt.

HSL-Zuid: geluidsproblematiek

Voor de geluidsproblematiek HSL-Zuid wordt een budget van € 70 miljoen gereserveerd. Hiervoor wordt € 49 miljoen overgeheveld vanuit de Investeringsruimte Spoorwegen naar de HSL-Zuid. Daarnaast worden ook de resterende middelen uit de post «afdekking risico’s spoorprogramma» (€ 28,6 miljoen) en het restant van de pilot geluid (€ 2,5 miljoen) overgeheveld naar de HSL-Zuid, zodat al de resterende middelen voor de HSL-Zuid (exclusief het Infraspeed contract) op artikelonderdeel 17.03 worden verantwoord.

Inpassen minregel 2015 en 2017 en verder

De minregels in 2015 en 2017 en verder op de Investeringsruimtes Spoorwegen en Regionaal/lokale infrastructuur, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast

Kasschuiven binnen Spoorwegen

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Kasschuiven tussen modaliteiten

Om voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

NSP Utrecht: kostenstijging

Het projectbudget van de OV Terminal stationsgebied Utrecht wordt met € 53,2 miljoen opgehoogd vanuit de Investeringsruimte Spoorwegen. Dit is noodzakelijk als gevolg van een langere doorlooptijd van 2 jaar waardoor de kosten voor toezicht, administratie en projectbegeleiding zijn toegenomen, als ook de kosten van de aannemer door de opgelopen vertragingen en omzetderving.

Onderhoudskosten Maaslijn en Zwolle-Enschede

Voor het onderhoud van de projecten Maaslijn (€ 19 miljoen) en Zwolle-Enschede (€ 6,9 miljoen) wordt budget van artikel 14 Regionale/lokale infrastructuur naar artikel 13 Spoorwegen overgeheveld.

PHS DSSU: gevolgkosten

Het projectbudget van PHS DSSU is met € 29,5 miljoen opgehoogd in verband met gevolgkosten van ontwerpaanpassingen voor het waarborgen van de veiligheid en aanpassing van de complexe bouwfasering om de mate van hinder voor reizigerstreinen gedurende de bouw terug te dringen. Dekking heeft plaatsgevonden vanuit de investeringsruimte Spoorwegen.

PHS Rijswijk-Delft Zuid

Er wordt € 85,9 miljoen toegevoegd aan het projectbudget PHS vanuit de Investeringsruimte Spoorwegen ter dekking van de meerkosten Rijswijk – Delft Zuid. Het oorspronkelijke budget was gebaseerd op een globalere indicatie ten behoeve van de voorkeursbeslissing voor het gehele programma PHS uit 2010. Ten behoeve van het Ontwerp Tracébesluit (OTB) is een nieuwe kostenraming opgesteld.

Prijsbijstelling 2015

Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015 en het op prijspeil 2015 brengen van de projecten en programma's.

Raming Infrastructuurfonds

Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Saldo mee-en tegenvallers

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma.

Topsector Logistiek 2016

Voor de in 2016 op te starten activiteiten Topsector Logistiek wordt in totaal € 23,5 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 23,5 miljoen af.

Verkenningskosten ZuidasDok

Vanuit het budget voor planuitwerking en aanleg zijn ook een deel van de kosten voor de verkenning ZuidasDok betaald. Dit is niet in lijn met de bestuurlijke afspraken uit de Bestuursovereenkomst van 2012. Middels deze begrotingsmutatie wordt het budget in lijn gebracht met de bestuurlijke afspraken. Hiervoor wordt er budget overgeheveld vanuit de Investeringsruimte Spoorwegen naar het artikelonderdeel ZuidasDok (17.08)

Vrijval aanlegprojecten Spoorwegen

De vrijval op de projecten AKI/PVVO (€ 1,4 miljoen), Intensivering Spoor in Steden (€ 1,6 miljoen), PHS Rente en aflossing (€ 2,8 miljoen), Spoorwegovergang Soestdijkseweg (€ 1,8 miljoen), Traject Oost Bunnik (€ 6,8 miljoen), programma NANOV (€ 16,0 miljoen) en Vleuten-Geldermalsen (€ 20,9 miljoen) wordt overgeheveld naar de Investeringsruimte Spoorwegen.

Vrijval Actieplan Groei op het Spoor

Het Actieplan Groei op het Spoor is beëindigd. De vrijval wordt overgeheveld naar de Investeringsruimte Spoorwegen (€ 16,5 miljoen).

Artikel 14 Regionaal/lokale infra.

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj.

 

118.082

107.330

198.914

211.842

113.400

168.629

73.269

135.853

120.885

10.228

43.935

74.529

99.201

132.200

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

– 14.001

– 1.116

– 422

– 264

– 198

– 198

0

0

0

0

0

0

0

– 2.412

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj.

 

104.081

106.214

198.492

211.578

113.202

168.431

73.269

135.853

120.885

10.228

43.935

74.529

99.201

129.788

BDU Zwolle-Enschede

– 238

– 238

                         

Decentralisatie BDU: Maaslijn

– 30.250

 

– 1.314

– 7.234

– 7.234

– 7.234

– 7.234

               

Decentralisatie BDU: Zwolle-Enschede

– 88.957

 

– 6.289

– 13.489

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

Eenvoudig Beter

– 1.283

 

– 1.283

                       

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

– 1.576

 

– 281

– 286

– 267

– 149

– 123

– 57

– 87

– 78

– 7

– 30

– 50

– 71

– 90

Kasschuiven binnen Regionale/lokale infrastructuur

1

– 15.698

21.050

– 19.451

– 28.424

63.900

– 9.376

– 12.000

             

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

37.660

14.083

– 216

– 946

– 24.381

     

– 19.000

     

– 7.200

 

Leegboeken artikel 18.07

43

28

3

3

3

3

3

               

Onderhoudskosten Maaslijn en Zwolle-Enschede

– 25.900

           

– 2.375

– 2.375

– 2.375

– 2.375

– 2.375

– 2.375

– 9.275

– 2.375

Opheffen negatieve ontvangst

610

610

                         

Prijsbijstelling 2015

10.523

702

1.080

1.309

1.240

336

89

– 106

839

839

839

839

839

839

839

Raming infrastructuurfonds

0

   

39.000

 

– 44.000

– 20.000

25.000

             

Reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

– 25.000

             

– 17.000

– 8.000

         

Topsector Logistiek 2016

– 1.877

 

– 104

– 1.088

– 360

– 232

– 93

               

Mutaties Miljoenennota 2016

 

23.064

26.945

– 1.452

– 42.277

– 18.046

– 43.023

4.173

– 24.912

– 34.903

– 7.832

– 7.855

– 7.875

– 21.996

– 7.915

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj.

 

127.145

133.159

197.040

169.301

95.156

125.408

77.442

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds.

 

0

0

0

0

0

9.076

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds.

 

0

0

0

0

0

9.076

0

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling 2015

35

         

35

               

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

35

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds.

 

0

0

0

0

0

9.111

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL

 

63.365

166.605

149.462

129.852

135.018

40.807

9.249

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

14.868

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL

 

78.233

166.605

149.462

129.852

135.018

40.807

9.249

0

0

0

0

0

0

0

Kasschuiven binnen Regionale/lokale infrastructuur

– 1

15.698

– 21.050

19.451

28.424

– 63.900

9.376

12.000

             

N33 Assen-Zuidbroek: RSP budget

– 13.990

– 13.990

                         

Prijsbijstelling 2015

2.413

6

 

58

72

617

715

945

             

RSP 2015 Provinciefonds en Gemeentefonds

– 64.560

– 64.560

                         

RSP 2015 BTW compensatiefonds

– 2.550

– 2.550

                         

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 65.396

– 21.050

19.509

28.496

– 63.283

10.091

12.945

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL

 

12.837

145.555

168.971

158.348

71.735

50.898

22.194

0

0

0

0

0

0

0

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2015 Reg./Lok.infra.

 

181.447

273.935

348.376

341.694

248.418

218.512

82.518

135.853

120.885

10.228

43.935

74.529

99.201

132.200

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire wet 2015 Reg./Lok.infra.

 

182.314

272.819

347.954

341.430

248.220

218.314

82.518

135.853

120.885

10.228

43.935

74.529

99.201

129.788

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2016 Reg./Lok.infra.

 

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

99.636

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

– 610

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten Reg./lok.infra

 

– 610

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Opheffen negatieve ontvangst

610

610

                         

Mutaties Miljoenennota 2016

 

610

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten Reg./lok.infra

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Decentralisatie BDU: Maaslijn

De middelen voor de BDU worden overgeheveld naar het Provinciefonds met uitzondering van de middelen voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Stadsregio Amsterdam. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet afschaffing plusregio's in werking getreden, waarin tevens de decentralisatie van de BDU wettelijk is geregeld die per 1 januari 2016 plaats zal vinden. Bij ontwerpbegroting 2016 worden de reeksen met voor de provincies bestemde BDU-middelen overgeheveld naar het Provinciefonds. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar HXII artikel 25 BDU voor het project Maaslijn.

Decentralisatie BDU: Zwolle-Enschede

Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar HXII artikel 25 BDU voor het project Zwolle-Enschede.

Inpassen minregel 2015 en 2017 en verder

De minregels in 2015 en 2017 en verder op de Investeringsruimtes Spoorwegen en Regionaal/lokale infrastructuur, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast

Kasschuiven binnen Regionale/lokale infrastructuur

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Kasschuiven tussen modaliteiten

Om voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

N33 Assen-Zuidbroek: RSP budget

Conform de afspraak in het Convenant Verdubbeling N33 Assen- Zuidbroek is € 14 miljoen overgeheveld van artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar artikel 12 Hoofdwegennet.

Onderhoudskosten Maaslijn en Zwolle-Enschede

Voor het onderhoud van de projecten Maaslijn (€ 19 miljoen) en Zwolle-Enschede (€ 6,9 miljoen) wordt budget overgeheveld van artikel 14 Regionale/lokale infrastructuur naar artikel 13 Spoorwegen.

Prijsbijstelling 2015

Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015 en het op prijspeil 2015 brengen van de projecten en programma's.

Raming Infrastructuurfonds

Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

De reservering voor de landzijdige bereikbaarheid Airport Eindhoven (€ 25 miljoen) wordt gedekt uit de Investeringsruimte Regionaal/lokale infrastructuur. Dit betekent dat de reeds gereserveerde middelen weer aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet worden toegevoegd.

RSP 2015 BZK/Provinciefonds en Gemeentefonds

Dit betreft de verwerking van een drietal overboekingen naar het Provinciefonds en het Gemeentefonds van in totaal € 64,6 miljoen:

  • 1. Het regiodeel van het Ruimtelijk Economisch Programma, onderdeel binnen het RSP, is indertijd geparkeerd op de begroting van IenM. IenM stort, in lijn met 2010, 2011, 2012 en 2014 delen van dit budget in het Provinciefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP (Regio Specifiek Pakket) hoe hoog over 2015 de uitkering aan de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland zal zijn (€ 16,1 miljoen).

  • 2. Voor een aantal Concrete projecten binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult Noord Nederland de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM, in lijn met 2010, 2011 en 2012 delen van het taakstellende budget in het Provinciefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog de uitkering over 2015 zal zijn (€ 27,1 miljoen)

  • 3. Voor het project FlorijnAs, Concreet project binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult de gemeente Assen de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM, in lijn met 2010, 2011, 2012 en 2014 delen van het taakstellende budget in het Gemeentefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog de uitkering over 2015 zal zijn (€ 21,4 miljoen).

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt.

 

7.516

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt.

 

7.516

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

8.380

Prijsbijstelling 2015

445

29

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

Mutaties Miljoenennota 2016

 

29

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

32

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt.

 

7.545

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv.

 

394.852

347.047

254.581

233.719

199.971

214.772

233.454

233.156

217.459

254.775

225.369

225.354

220.221

250.499

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

20.539

1.140

1.140

1.140

1.140

570

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv.

 

415.391

348.187

255.721

234.859

201.111

215.342

233.454

233.156

217.459

254.775

225.369

225.354

220.221

250.499

Cyber Security

0

16.600

21.000

8.300

                   

– 45.900

DBFM conversie Keersluis Limmel

– 4.582

– 60

– 162

– 268

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

– 372

Kasschuif Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegennet

0

   

56.748

57.002

62.187

56.109

– 37.608

– 37.308

– 12.869

– 31.308

– 31.308

– 31.308

– 28.623

– 21.714

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

– 25.586

40.264

24.822

24.800

2.000

10.000

– 41.690

– 17.410

0

0

0

0

– 2.200

– 15.000

Omzetting kerntaken

– 12.250

 

– 435

– 815

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

Prijsbijstelling 2015

14.550

1.501

1.493

1.079

1.016

781

864

– 3

1.135

1.101

1.243

1.130

1.130

1.095

985

SAR

26.800

4.000

1.000

7.500

7.500

6.800

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Uitvoeringsbesluit Eemshaven-Noordzee

12.016

   

3.016

4.000

3.000

2.000

               

UItvoeringsbesluit Maasroute fase 2 (verbreding Julianakanaal)

2.211

     

201

201

201

201

201

201

201

201

201

201

201

Verdeling reservering Vervanging en Renovatie

480.001

           

41.379

63.228

63.228

63.211

63.211

63.211

59.321

63.212

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 3.545

63.160

100.382

93.147

73.597

67.802

– 39.093

8.474

50.289

31.975

31.862

31.862

28.422

– 19.588

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv.

 

411.846

411.347

356.103

328.006

274.708

283.144

194.361

241.630

267.748

286.750

257.231

257.216

248.643

230.911

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.03 Aanleg

 

251.126

156.212

197.165

163.631

193.027

55.501

309.918

209.457

235.378

99.489

306.882

399.141

391.494

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

– 7.725

21.023

– 3.869

72.769

74.326

– 174

400

6.000

3.500

2.000

500

0

0

21.038

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.03 Aanleg

 

243.401

177.235

193.296

236.400

267.353

55.327

310.318

215.457

238.878

101.489

307.382

399.141

391.494

21.038

ACCseas (e-navigation)

157

157

                         

Basis ICT

0

– 2.100

– 2.900

                   

671

4.329

Capaciteit Volkeraksluizen: vrijval

– 2.000

– 2.000

                         

Cyber security

0

– 16.600

– 21.000

– 8.300

                   

45.900

DBFM conversie Keersluis Limmel

– 44.380

– 31.646

– 6.716

– 3.387

– 2.631

                   

Eemshaven-Noordzee: vrijval areaalgroei

– 12.000

                   

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

Eenvoudig Beter

0

 

– 1.123

                     

1.123

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

0

 

– 211

– 186

– 145

– 112

– 32

– 230

– 170

– 195

– 167

– 270

– 315

– 366

2.399

Inpassen minregel 2015

0

– 16.654

                       

16.654

Kasschuif B&O Hoofdvaarwegennet

0

   

– 56.748

– 57.002

– 62.187

– 56.109

37.608

37.308

12.869

31.308

31.308

31.308

28.623

21.714

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

– 1.433

– 29.269

– 28.802

– 32.515

– 15.864

– 10.000

41.690

17.410

0

1.727

0

0

38.100

18.956

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

70.000

37.000

80.000

98.000

 

150.000

– 170.000

– 130.000

– 135.000

         

Leegboeken artikel 18.07

0

24

3

3

3

3

3

             

– 39

Maasroute: aanbestedingsmeevaller Keersluis Limmel

– 13.750

                         

– 13.750

Prijsbijstelling 2015

17.121

887

402

629

467

707

210

1.028

– 110

– 76

10.708

613

737

898

21

Quick Wins Binnenhavens: meevallers

– 15.000

                         

– 15.000

Raming infrastructuurfonds

0

 

– 15.000

21.000

 

– 21.000

 

15.000

             

Saldo mee- en tegenvallers

10.827

4.256

4.200

– 2.150

– 395

4.916

                 

Topsector Logistiek 2016

0

 

– 91

– 953

– 315

– 203

– 81

             

1.643

Uitvoeringsbesluit Eemshaven-Noordzee

– 12.016

   

– 3.016

– 4.000

– 3.000

– 2.000

               

UItvoeringsbesluit Maasroute fase 2 (verbreding Julianakanaal)

– 2.433

     

– 201

– 201

– 201

– 201

– 201

– 201

– 201

– 201

– 201

– 201

– 423

Omzetting kerntaken

– 42.250

 

– 1.304

– 2.446

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

Mutaties Miljoenennota 2016

 

4.891

– 36.009

– 4.356

– 2.234

– 100.441

78.290

– 78.605

– 79.263

– 126.103

39.875

24.950

25.029

61.225

77.027

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.03 Aanleg

 

248.292

141.226

188.940

234.166

166.912

133.617

231.713

136.194

112.775

141.364

332.332

424.170

452.719

98.065

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

DBFM conversie Keersluis Limmel

43.101

4.233

6.184

3.619

7.844

2.262

2.229

2.196

2.164

2.132

2.107

2.077

2.047

2.018

1.989

Mutaties Miljoenennota 2016

 

4.233

6.184

3.619

7.844

2.262

2.229

2.196

2.164

2.132

2.107

2.077

2.047

2.018

1.989

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS

 

4.233

6.184

3.619

7.844

2.262

2.229

2.196

2.164

2.132

2.107

2.077

2.047

2.018

1.989

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN

 

246.589

244.533

242.728

241.145

240.999

241.087

243.061

243.298

243.400

243.925

244.179

244.172

244.192

243.390

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

400

6.000

3.500

2.000

500

0

– 400

– 6.000

– 3.500

– 2.000

– 500

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN

 

246.989

250.533

246.228

243.145

241.499

241.087

242.661

237.298

239.900

241.925

243.679

244.172

244.192

243.390

Basis ICT

5.000

2.100

2.900

                       

Loonbijstelling 2015

9.891

722

716

709

704

703

704

705

704

704

704

705

705

703

703

Omzetting kerntaken

54.500

 

1.739

3.261

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

P-direkt Optimaal Verbinden

– 2.990

 

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

– 230

Prijsbijstelling 2015

3.708

268

266

265

263

263

263

265

265

265

265

265

265

265

265

SAP centralisatiebeheer

– 15.625

 

– 625

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

– 1.250

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

482.546

 

46.279

40.758

36.784

35.447

35.414

35.514

35.737

35.765

36.139

36.312

36.306

36.350

35.741

Mutaties Miljoenennota 2016

 

3.090

51.045

43.513

40.771

39.433

39.401

39.504

39.726

39.754

40.128

40.302

40.296

40.338

39.729

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN

 

250.079

301.578

289.741

283.916

280.932

280.488

282.165

277.024

279.654

282.053

283.981

284.468

284.530

283.119

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN

 

– 16.655

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.442

– 7.799

– 15.555

– 7.816

– 7.799

60.494

31.196

8.179

63.078

84.296

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 21.038

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN

 

– 16.655

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.442

– 7.799

– 15.555

– 7.816

– 7.799

60.494

31.196

8.179

63.078

63.258

ACCseas (e-navigation)

– 157

– 157

                         

Capaciteit Volkeraksluizen: vrijval

2.000

2.000

                         

Eemshaven-Noordzee: vrijval areaalgroei

12.000

                   

3.000

3.000

3.000

3.000

Eenvoudig Beter

– 1.123

                         

– 1.123

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

– 2.556

                         

– 2.556

Inpassen minregel 2015

0

16.654

                       

– 16.654

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

6.414

5.200

5.350

7.105

11.715

       

– 1.727

   

– 35.900

1.843

Leegboeken artikel 18.07

39

                         

39

Leegboeken restant artikel 18.12

673

                         

673

Maasroute: aanbestedingsmeevaller Keersluis Limmel

13.750

                         

13.750

Prijsbijstelling 2015

– 14.739

                 

– 10.926

– 718

– 842

– 968

– 1.285

Quick Wins Binnenhavens: meevallers

15.000

                         

15.000

Saldo mee- en tegenvallers

– 10.827

– 4.256

– 4.200

2.150

395

– 4.916

                 

SAR

– 26.800

– 4.000

– 1.000

– 7.500

– 7.500

– 6.800

                 

Topsector Logistiek 2016

– 1.643

 

0

0

0

0

0

             

– 1.643

UItvoeringsbesluit Maasroute fase 2 (verbreding Julianakanaal)

222

                         

222

Mutaties Miljoenennota 2016

 

16.655

0

0

0

– 1

0

0

0

0

– 12.653

2.282

2.158

– 33.868

11.266

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN

 

0

– 14.336

– 10.008

– 8.285

– 11.443

– 7.799

– 15.555

– 7.816

– 7.799

47.841

33.478

10.337

29.210

74.524

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2015 HVWN

 

883.428

741.836

692.846

638.590

630.935

511.941

779.258

686.475

696.818

667.063

816.006

885.226

927.365

586.565

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire wet 2015 HVWN

 

896.642

769.999

693.617

714.499

706.901

512.337

779.258

686.475

696.818

667.063

816.006

885.226

927.365

586.565

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2016 HVWN

 

921.995

854.411

836.807

854.059

721.783

700.091

703.292

657.608

662.922

768.527

917.511

986.650

1.025.532

697.020

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN

 

26.980

15.415

14.510

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

187.056

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN

 

214.036

15.415

14.510

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

– 19.585

17.205

2.380

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 19.585

17.205

2.380

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN

 

194.451

32.620

16.890

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Basis ICT

De beschikbaarheid van het IV-areaal («IV» staat voor Informatievoorziening), waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Het IV-landschap is verouderd, een situatie die zich bij meerdere grote uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid voordoet. Voor onder meer de vervanging van verouderde netwerkcomponenten wordt budget overgeheveld van artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging naar artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de jaren 2015 en 2016 geschoven.

Cyber security

Het in 2014 gestarte Programma «Beveiligd Werken» richt zich op het «in control» brengen en houden van de missiekritieke systemen (MKS) en Industriële Automatisering ter ondersteuning van de maatschappelijk vitale en primaire processen van RWS. Missie Kritieke Systemen zijn ICT systemen die een essentiële rol spelen in een informatieketen (mensen, processen en techniek). Onderdeel hiervan is het voldoen aan de eisen ten aanzien van informatiebeveiliging (Cyber Security). De benodigde middelen voor Cyber Security worden gedekt uit de reservering voor Vervanging en Renovatie op artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet en via het aanlegprogramma naar de periode 2015–2017 geschoven.

DBFM conversie Keersluis Limmel

In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project Keersluis Limmel afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Eemshaven-Noordzee: vrijval areaalgroei

De budgetten voor areaalgroei zijn voor de periode 2017–2020 voorzien binnen het MIRT-budget, maar ook al gefinancierd binnen de generieke reservering voor areaalgroei. Dit bedrag van € 12,0 miljoen valt daarmee vrij en wordt overgeheveld van de generieke reservering areaalgroei naar de Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.

Inpassen minregel 2015

De minregels in 2015 op de Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast.

Kasschuif Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegennet

Een deel van de dekking voor de uitvoering van het beheer en onderhoud op het Hoofdvaarwegennet in de periode 2017–2020 staat gereserveerd in de periode na 2020. Het gaat in totaal om € 232 miljoen. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de juiste jaren geschoven.

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.

Kasschuiven tussen modaliteiten

Om voor alle modaliteiten tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

Loonbijstelling 2015

Dit betreft de verwerking van de loonbijstelling 2015.

Maasroute: aanbestedingsmeevaller Keersluis Limmel

De aanbestedingsmeevaller op het project Keersluis Limmel, onderdeel van de Maasroute, van € 13,8 miljoen wordt toegevoegd aan de Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.

Omzetting kerntaken

Uit analyse van Rijkswaterstaat is gebleken dat een beperkte bijstelling nodig is in de verdeling van taken die nu door de markt worden uitgevoerd en taken die door RWS met eigen personeel worden uitgevoerd. De complexiteit van aanleg- en onderhoudsprojecten neemt steeds verder toe. Dit komt onder meer door een meer integrale gebiedsontwikkeling, toename van de ICT-toepassingen in de infrastructuur en een groeiende renovatieopgave. De vraag naar specifieke kennis en ervaring op deze terreinen neemt de komende jaren verder toe. Zonder ingrijpen leidt dit tot een groeiende behoefte aan relatief dure inhuurcontracten en een te grote afhankelijkheid van de markt. Om haar rol als deskundig opdrachtgever richting de bouwbedrijven te kunnen blijven spelen, en bovenstaande ontwikkelingen het hoofd te bieden, wil RWS meer deskundig eigen personeel in dienst nemen. Het gaat dan om extra capaciteit ten behoeve van techniek, inkoop, projectbeheersing en inspecties ten behoeve van instandhoudingsadviezen van RWS objecten. Hiervoor wordt er budget overgeheveld van de artikelonderdelen Beheer, Onderhoud en Vervanging (15.02) en Aanleg (15.03) naar het artikelonderdeel Netwerkgebonden Kosten Hoofdwegennet (15.06). Vanuit Aanleg worden de kosten voor het eigen personeel (voor)gefinancierd uit het planstudiekostenbudget. Uit de verwachte meevallers bij de projecten door lagere benodigde inhuur zal het planstudiekostenbudget de komende jaren weer worden aangevuld, zodat voldoende studiebudget beschikbaar blijft.

Prijsbijstelling 2015

Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015 en het op prijspeil 2015 brengen van de projecten en programma's.

Quick Wins Binnenhavens: meevallers

De meevallers binnen de Quick Wins Binnenhavens van € 15 miljoen worden overgeheveld naar de Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.

Raming Infrastructuurfonds

Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Saldo mee- en tegenvallers

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma.

SAP centralisatiebeheer

Dit betreft het aandeel van RWS voor het SAP Beheer dat centraal wordt gefinancierd op de begroting Hoofdstuk XII.

SAR

Voor het Search and Rescue (SAR)-contract wordt € 26,8 miljoen overgeheveld vanuit de Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet

Uitvoeringsbesluit Eemshaven-Noordzee

Als gevolg van het uitvoeringsbesluit Eemshaven-Noordzee wordt € 12,0 miljoen overgeheveld naar het artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging. Deze middelen waren voorzien binnen het MIRT-budget.

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

Op het artikelonderdeel Netwerkoverstijgende Kosten (18.08) werden de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben zowel betrekking op de activiteiten die worden verricht voor het Infrastructuurfonds, als voor activiteiten op het Deltafonds. Deze middelen worden nu verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Verdeling reservering Vervanging en Renovatie

Op het artikelonderdeel Nader toe te wijzen BenO en Vervanging (18.12) waren de noodzakelijke middelen voor Vervanging en Renovatie opgenomen. Deze middelen konden nog niet worden toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Dit door onder meer een inventarisatie van RWS van de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten.

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.01 W'scheldetunnel

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.01 W'scheldetunnel

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.01 W'scheldetunnel

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute

 

5.055

5.055

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

3.910

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute

 

8.965

5.055

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Betuweroute: afrekening Prorail 2014

423

423

                         

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 5.749

– 500

2.083

2.083

2.083

                 

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 5.326

– 500

2.083

2.083

2.083

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute

 

3.639

4.555

2.083

2.083

2.083

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.03 HSL

 

614

765

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

9.819

25

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.03 HSL

 

10.433

790

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

HSL-Zuid: diverse ontvangsten

75

75

                         

HSL-Zuid: geluidsproblematiek

79.600

16.970

6.460

11.670

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.500

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 6.300

13.770

14.030

19.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.500

Van HSL naar Prorail: diverse werkzaamheden

– 1.110

– 273

– 837

                       

Mutaties Miljoenennota 2016

 

10.472

19.393

25.700

23.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.03 HSL

 

20.905

20.183

25.700

23.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.06 PMR

 

3.482

3.513

3.529

3.533

476

485

2.831

2.831

2.831

2.836

2.836

2.836

2.836

73.821

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

1.145

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.06 PMR

 

4.627

3.513

3.529

3.533

476

485

2.831

2.831

2.831

2.836

2.836

2.836

2.836

73.821

Prijsbijstelling 2015

2.069

101

81

81

73

44

1

48

48

48

48

48

48

48

1.352

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

1.020

1.010

1.010

610

2.149

               

– 5.799

Mutaties Miljoenennota 2016

 

1.121

1.091

1.091

683

2.193

1

48

48

48

48

48

48

48

– 4.447

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.06 PMR

 

5.748

4.604

4.620

4.216

2.669

486

2.879

2.879

2.879

2.884

2.884

2.884

2.884

69.374

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.07 ERTMS Landelijke invoer

 

40.000

30.000

221.162

242.153

230.473

274.148

323.000

307.000

247.000

185.000

150.000

125.000

100.000

70.000

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

20.628

– 2.412

– 2.412

– 2.412

– 2.412

– 2.412

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.07 ERTMS Landelijke invoer

 

60.628

27.588

218.750

239.741

228.061

271.736

323.000

307.000

247.000

185.000

150.000

125.000

100.000

70.000

Prijsbijstelling 2015

9.797

   

331

         

864

   

4.301

4.301

 

Kasschuiven binnen Spoorwegen

1

– 25.000

13.750

– 174.412

– 182.153

– 115.473

– 75.148

– 107.000

9.000

72.000

64.000

70.000

60.000

55.000

335.437

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 25.000

13.750

– 174.081

– 182.153

– 115.473

– 75.148

– 107.000

9.000

72.864

64.000

70.000

64.301

59.301

335.437

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.07 ERTMS Landelijke invoer

 

35.628

41.338

44.669

57.588

112.588

196.588

216.000

316.000

319.864

249.000

220.000

189.301

159.301

405.437

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

 

94.589

125.645

116.856

105.251

96.426

155.694

179.710

181.324

119.310

87.634

53.312

34.358

20.332

28.652

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

7.417

31.633

– 552

0

0

0

0

0

2.548

7.277

0

59.400

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

 

102.006

157.278

116.304

105.251

96.426

155.694

179.710

181.324

121.858

94.911

53.312

93.758

20.332

28.652

Prijsbijstelling 2015

5.598

334

109

338

437

625

730

681

598

498

461

319

44

330

94

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

– 15.071

– 129.104

– 31.649

8.339

66.511

34.317

– 2.368

– 25.579

7.897

25.138

29.960

– 29.778

65.579

– 4.192

Planstudiekosten ZuidasDok

3.334

   

3.334

                     

Verkenningskosten ZuidasDok

10.464

               

5.600

4.864

       

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 14.737

– 128.995

– 27.977

8.776

67.136

35.047

– 1.687

– 24.981

13.995

30.463

30.279

– 29.734

65.909

– 4.098

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

 

87.269

28.283

88.327

114.027

163.562

190.741

178.023

156.343

135.853

125.374

83.591

64.024

86.241

24.554

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2015 Mega VenV

 

143.740

164.978

341.547

350.937

327.375

430.327

505.541

491.155

369.141

275.470

206.148

162.194

123.168

172.473

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire wet 2015 Mega VenV

 

186.659

194.224

338.583

348.525

324.963

427.915

505.541

491.155

371.689

282.747

206.148

221.594

123.168

172.473

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2016 Mega VenV

 

153.189

98.963

165.399

200.914

280.902

387.815

396.902

475.222

458.596

377.258

306.475

256.209

248.426

499.365

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV

 

40.347

24.877

35.279

32.363

55.924

59.919

75.886

44.700

25.875

12.401

8.641

6.230

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

5.932

31.658

– 552

0

0

0

0

0

2.548

7.277

0

59.400

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV

 

46.279

56.535

34.727

32.363

55.924

59.919

75.886

44.700

28.423

19.678

8.641

65.630

0

0

Betuweroute: afrekening Prorail 2014

423

423

                         

HSL-Zuid: diverse ontvangsten

75

75

                         

Prijsbijstelling 2015

1.697

122

26

85

109

232

259

247

150

124

115

80

33

91

24

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

– 13.510

– 16.120

– 12.693

– 3.919

4.525

7.309

– 11.830

– 5.699

4.070

10.383

12.212

– 4.615

23.683

6.204

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 12.890

– 16.094

– 12.608

– 3.810

4.757

7.568

– 11.583

– 5.549

4.194

10.498

12.292

– 4.582

23.774

6.228

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV

 

33.389

40.441

22.119

28.553

60.681

67.487

64.303

39.151

32.617

30.176

20.933

61.048

23.774

6.228

HSL-Zuid: geluidsproblematiek

Voor de geluidsproblematiek HSL-Zuid wordt een budget van € 70 miljoen gereserveerd. Hiervoor wordt € 49 miljoen overgeheveld vanuit de Investeringsruimte Spoorwegen naar de HSL-Zuid. Daarnaast worden ook de resterende middelen uit de post «afdekking risico’s spoorprogramma» (€ 28,6 miljoen) en het restant van de pilot geluid (€ 2,5 miljoen) overgeheveld naar de HSL-Zuid, zodat al de resterende middelen voor de HSL-Zuid (exclusief het Infraspeed contract) op artikelonderdeel 17.03 worden verantwoord.

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Kasschuiven binnen Spoorwegen

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Prijsbijstelling 2015

Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015 en het op prijspeil 2015 brengen van de projecten en programma's

Verkenningskosten ZuidasDok

Vanuit het budget voor planuitwerking en aanleg zijn ook een deel van de kosten voor de verkenning ZuidasDok betaald. Dit is niet in lijn met de bestuurlijke afspraken uit de Bestuursovereenkomst van 2012. Middels deze begrotingsmutatie wordt het budget in lijn gebracht met de bestuurlijke afspraken. De dekking komt uit de investeringsruimte Spoorwegen (artikel 13) en het aanlegprogramma Hoofdwegennet (artikel 12).

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.01 Saldo afgesl.rekg.

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.01 Saldo afgesl.rekg.

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.01 Saldo afgesl.rekg.

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten

 

49.872

124.723

124.723

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

– 42.450

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten

 

7.422

124.723

124.723

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Beter Benutten MinFin/BCF

– 153

– 153

                         

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

– 229

 

– 127

– 102

                     

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

– 6.835

3.835

3.000

                     

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 6.988

3.708

2.898

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.02 Beter Benutten

 

434

128.431

127.621

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv.

 

852

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

6.047

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv.

 

6.899

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 3.045

3.045

                       

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 3.045

3.045

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv.

 

3.854

3.045

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.04 Geb. aanpak

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

1.909

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.04 Geb. aanpak

 

1.909

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.04 Geb. aanpak

 

1.909

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.05 Railinfrabeh.

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.05 Railinfrabeh.

 

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Correctie afrondingsverschillen

– 1

– 1

                         

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.05 Railinfrabeh.

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid

 

1.995

2.005

1.996

1.000

865

763

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

3.249

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid

 

5.244

2.005

1.996

1.000

865

763

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid

 

5.244

2.005

1.996

1.000

865

763

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.07 Mob.onafh. Kennis/Exp.

 

42

42

42

42

36

36

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

306

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.07 Mob.onafh. Kennis/Exp.

 

348

42

42

42

36

36

0

0

0

0

0

0

0

0

Leegboeken restant artikel 18.07

– 546

– 348

– 42

– 42

– 42

– 36

– 36

               

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 348

– 42

– 42

– 42

– 36

– 36

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.07 Mob.onafh. Kennis/Exp.

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten

 

219.841

203.381

180.482

156.248

153.727

153.722

154.174

154.964

155.077

147.911

148.604

148.579

148.758

146.320

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

1.866

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten

 

221.707

203.481

180.582

156.348

153.827

153.822

154.274

155.064

155.177

148.011

148.704

148.679

148.858

146.420

Herverdeling eenheidsprijzen kantoren

– 51.739

 

– 3.807

– 3.806

– 3.806

– 3.924

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

Klimaat- en energiedoelen

2.001

1.250

751

                       

Loonbijstelling 2015

6.408

650

566

492

442

425

425

426

426

426

426

426

426

426

426

P-direkt Optimaal Verbinden

– 921

– 921

                         

Prijsbijstelling 2015

2.357

209

192

178

164

160

160

161

162

161

162

162

162

163

161

Van EZ: MER kavels III en IV in Borssele

224

224

                         

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

– 2.008.981

 

– 200.918

– 177.231

– 153.137

– 150.387

– 150.256

– 150.654

– 151.447

– 151.559

– 144.555

– 145.248

– 145.223

– 145.403

– 142.963

Vordering moederdepartement

– 1.229

– 45

– 265

– 215

– 11

– 101

– 107

– 163

– 161

– 161

         

Mutaties Miljoenennota 2016

 

1.367

– 203.481

– 180.582

– 156.348

– 153.827

– 153.822

– 154.274

– 155.064

– 155.177

– 148.011

– 148.704

– 148.679

– 148.858

– 146.420

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten

 

223.074

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

– 1

0

0

– 1

– 1

0

0

– 1

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.11 Investeringruimte

 

0

0

0

0

0

0

– 1

0

0

– 1

– 1

0

0

– 1

Correctie afrondingsverschillen

4

           

1

   

1

1

   

1

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

1

0

0

1

1

0

0

1

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.11 Invest.ruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V

 

0

0

0

0

0

0

266.061

406.554

406.554

406.439

406.439

406.439

386.096

439.259

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V

 

0

0

0

0

0

0

266.061

406.554

406.554

406.439

406.439

406.439

386.096

439.259

Basis ICT

– 34.800

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 4.670

– 30.130

Correctie afrondingsverschillen

– 2

             

– 1

– 1

         

Leegboeken restant artikel 18.12

– 2.690

                         

– 2.690

Verdeling reservering Vervanging en Renovatie

– 3.086.349

           

– 266.061

– 406.553

– 406.553

– 406.439

– 406.439

– 406.439

– 381.426

– 406.439

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

– 266.061

– 406.554

– 406.554

– 406.439

– 406.439

– 406.439

– 386.096

– 439.259

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.13 Tol gefinanc.uitgaven

 

0

0

0

0

18.341

18.341

18.342

18.342

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.13 Tol gefinanc.uitgaven

 

0

0

0

0

18.341

18.341

18.342

18.342

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

Prijsbijstelling 2015

– 443

0

0

0

0

– 90

– 90

– 90

– 90

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

– 90

– 90

– 90

– 90

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.13 Tol gefinanc.uitgaven

 

0

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.14 Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.14 Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.14 Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

– 64.000

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Raming Infrastructuurfonds

– 300.000

                     

– 100.000

– 100.000

– 100.000

Kasschuif tbv rijksbrede beeld

   

– 40.000

40.000

                     

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 100.000

– 100.000

– 100.000

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

 

0

– 40.000

40.000

0

0

0

0

0

0

0

0

– 100.000

– 100.000

– 100.000

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2015 Overige uitg.en ontv.

 

272.602

330.151

307.243

157.290

172.969

172.862

374.576

515.860

536.104

528.822

529.515

529.491

509.327

560.051

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire wet 2015 Overige uitg.en ontv.

 

243.530

330.251

307.343

157.390

173.069

172.962

374.676

515.960

536.204

528.922

529.615

529.591

509.427

560.151

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2016 Overige uitg.en ontv.

 

234.515

93.481

169.617

1.000

19.116

19.014

– 45.748

– 45.748

– 25.541

– 25.541

– 25.541

– 125.541

– 125.541

– 125.541

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten

 

0

0

0

0

18.341

18.341

18.342

18.342

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten Overige uitg.en ontv.

 

0

0

0

0

18.341

18.341

18.342

18.342

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

Prijsbijstelling 2015

– 443

0

0

0

0

– 90

– 90

– 90

– 90

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

– 90

– 90

– 90

– 90

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

– 14

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten Overige uitg.en ontv.

 

0

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

                               

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

24.165

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo

 

24.165

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2016

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo

 

24.165

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal ontvangsten stand ontwerpbegroting 2015 Overige uitg.en ontv.

 

0

0

0

0

18.341

18.341

18.342

18.342

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2015 Overige uitg.en ontv.

 

24.165

0

0

0

18.341

18.341

18.342

18.342

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

38.473

Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2016 Overige uitg.en ontv.

 

24.165

0

0

0

18.251

18.251

18.252

18.252

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

38.459

Basis ICT

De beschikbaarheid van het IV-areaal («IV» staat voor Informatievoorziening), waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Het IV-landschap is verouderd, een situatie die zich bij meerdere grote uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid voordoet. Voor onder meer de vervanging van verouderde netwerkcomponenten wordt budget overgeheveld van artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging naar artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de jaren 2015 en 2016 geschoven.

Herverdeling eenheidsprijzen kantoren

Dit betreft de verrekening van huisvestingsbudgetten in verband met de financiële gevolgen van de masterplannen en stelselherziening van de rijkshuisvesting door het RVB.

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Kasschuiven binnen Spoorwegen

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk

Kasschuif ten behoeve van het rijksbrede beeld

Dit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Loonbijstelling 2015

Dit betreft de verwerking van de loonbijstelling 2015.

Raming Infrastructuurfonds

Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

Op het artikelonderdeel Netwerkoverstijgende Kosten (18.08) werden de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben zowel betrekking op de activiteiten die worden verricht voor het Infrastructuurfonds, als voor activiteiten op het Deltafonds. Deze middelen worden nu verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Verdeling reservering Vervanging en Renovatie

Op het artikelonderdeel Nader toe te wijzen BenO en Vervanging (18.12) waren de noodzakelijke middelen voor Vervanging en Renovatie opgenomen. Deze middelen konden nog niet worden toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Dit door onder meer een inventarisatie van RWS van de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Totaal mutatie

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ontwerpbegroting 2015 artikelonderdeel 19.09

 

5.329.360

5.606.372

6.040.426

5.594.213

5.742.309

5.907.874

5.225.322

5.484.780

5.479.489

5.380.244

5.362.976

5.366.592

5.373.674

5.365.621

Mutaties voorjaarsnota 2015

 

– 330.527

69.774

– 6.799

59.499

74.553

– 917

3.304

3.304

3.304

3.304

3.404

3.304

3.304

3.304

Stand eerste suppletoire wet 2015 artikelonderdeel 19.09

 

4.998.833

5.676.146

6.033.627

5.653.712

5.816.862

5.906.957

5.228.626

5.488.084

5.482.793

5.383.548

5.366.380

5.369.896

5.376.978

5.368.925

A27 Houten-Hooipolder: Beleidslijn Grote Rivieren

4.000

                       

4.000

 

Afkoop PHS leenfaciliteit

675.000

           

475.000

200.000

           

Basis ICT

– 7.800

                       

– 1.047

– 6.753

BDU Zwolle-Enschede

– 238

– 238

                         

Beter Benutten MinFin/BCF

– 269

– 269

                         

DBFM conversie A12 Ede-Grijsoord

8.222

– 59.124

– 14.952

14.321

8.041

6.933

6.411

6.316

6.066

5.958

5.852

5.748

5.646

5.552

5.454

DBFM conversie A9 Gaasperdammerweg

– 24.119

– 44.587

– 134.735

– 316.328

175.140

44.352

29.455

39.492

28.016

27.317

26.822

26.173

25.538

24.917

24.309

DBFM conversie Keersluis Limmel

– 5.861

– 27.473

– 694

– 36

4.841

1.890

1.857

1.824

1.792

1.760

1.735

1.705

1.675

1.646

1.617

Decentralisatie BDU: Heerlen-Aken

– 6.500

 

– 2.000

– 3.500

– 1.000

                   

Decentralisatie BDU: Lenteakkoord

– 17.500

 

– 7.500

– 10.000

                     

Decentralisatie BDU: Maaslijn

– 30.250

 

– 1.314

– 7.234

– 7.234

– 7.234

– 7.234

               

Decentralisatie BDU: Zwolle-Enschede

– 88.957

 

– 6.289

– 13.489

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

– 6.289

Decentralisatie Limburg

– 72.000

   

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

Eenvoudig Beter

– 16.037

 

– 16.037

                       

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

– 39.200

 

– 4.329

– 3.908

– 3.366

– 2.712

– 2.765

– 2.765

– 2.765

– 2.765

– 2.765

– 2.765

– 2.765

– 2.765

– 2.765

GSM-R interferentie

– 15.000

 

– 5.800

– 9.200

                     

Herverdeling eenheidsprijzen kantoren

– 51.739

 

– 3.807

– 3.806

– 3.806

– 3.924

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

– 4.044

Kasschuif tbv rijksbrede beeld

   

– 40.000

40.000

                     

Klimaat- en energiedoelen

2.001

1.250

751

                       

Leegboeken restant artikel 18.12

– 538

                         

– 538

Loonbijstelling 2015

31.123

2.468

2.359

2.265

2.201

2.183

2.183

2.183

2.183

2.183

2.183

2.183

2.183

2.183

2.183

P-direkt Optimaal Verbinden

– 10.502

– 921

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

– 737

Prijsbijstelling 2015

300.606

20.652

19.825

21.599

19.843

20.659

22.003

22.003

22.003

22.003

22.003

22.003

22.003

22.004

22.003

Raming infrastructuurfonds

– 300.000

 

– 65.000

15.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

100.000

– 50.000

100.000

100.000

100.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

RSP 2015 Provinciefonds en Gemeentefonds

– 64.560

– 64.560

                         

RSP 2015 BTW compensatiefonds

– 2.550

– 2.550

                         

SAP centralisatiebeheer

– 50.000

 

– 2.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

Topsector Logistiek 2016

– 23.472

 

– 1.295

– 13.607

– 4.504

– 2.904

– 1.162

               

Van EZ: MER kavels III en IV in Borssele

224

224

                         

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

– 386.036

 

– 37.023

– 32.606

– 29.428

– 28.358

– 28.332

– 28.410

– 28.589

– 28.612

– 28.911

– 29.050

– 29.044

– 29.080

– 28.593

Mutaties Miljoenennota 2016

 

– 175.128

– 320.577

– 331.266

43.702

– 86.141

– 98.654

594.573

157.636

106.774

105.849

104.927

– 95.834

– 93.660

– 104.153

Stand ontwerpbegroting 2016 artikelonderdeel 19.09

 

4.823.705

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

5.823.199

5.645.720

5.589.567

5.489.397

5.471.307

5.274.062

5.283.318

5.264.772

Totaal ontvangsten stand ontwerpbegroting 2015

 

5.329.360

5.606.372

6.040.426

5.594.213

5.742.309

5.907.874

5.225.322

5.484.780

5.479.489

5.380.244

5.362.976

5.366.592

5.373.674

5.365.621

Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2015

 

4.998.833

5.676.146

6.033.627

5.653.712

5.816.862

5.906.957

5.228.626

5.488.084

5.482.793

5.383.548

5.366.380

5.369.896

5.376.978

5.368.925

Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2016

 

4.823.705

5.355.569

5.702.361

5.697.414

5.730.721

5.808.303

5.823.199

5.645.720

5.589.567

5.489.397

5.471.307

5.274.062

5.283.318

5.264.772

Afkoop PHS leenfaciliteit

Dit betreft de verwerking van een oude afspraak met betrekking tot de PHS Leenfaciliteit. In deze afspraak was geregeld dat er voor de investeringen van het Programma Hoogfrequent Spoor geleend kon worden. Deze constructie wordt voor de periode 2021–2027 vervangen door een toevoeging van € 675 miljoen aan het Infrastructuurfonds. Dit leidt dus niet tot extra investeringen.

Basis ICT

De beschikbaarheid van het IV-areaal («IV» staat voor Informatievoorziening), waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Het IV-landschap is verouderd, een situatie die zich bij meerdere grote uitvoeringsorganisaties van de rijksoverheid voordoet. Voor onder meer de vervanging van verouderde netwerkcomponenten wordt budget overgeheveld van artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging naar artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de jaren 2015 en 2016 geschoven.

DBFM-conversie A12 Ede-Grijsoord

In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project A12 Ede-Grijsoord afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

DBFM-conversie A9 Gaasperdammerweg

In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project A9 Gaasperdammerweg, onderdeel van het programma A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere, afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

DBFM conversie Keersluis Limmel

In 2014 is de DBFM-aanbesteding van het project Keersluis Limmel afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Decentralisatie BDU: Heerlen-Aken

De middelen voor de BDU worden overgeheveld naar het Provinciefonds met uitzondering van de middelen voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Stadsregio Amsterdam. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet afschaffing plusregio's in werking getreden, waarin tevens de decentralisatie van de BDU wettelijk is geregeld die per 1 januari 2016 plaats zal vinden. Bij ontwerpbegroting 2016 worden de reeksen met voor de provincies bestemde BDU-middelen overgeheveld naar het Provinciefonds. Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 25 BDU voor het project Heerlen-Aken.

Decentralisatie BDU: Lenteakkoord

Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 25 BDU voor het project lenteakkoordimpuls voor vier spoorlijnen in Oost-Nederland.

Decentralisatie BDU: Maaslijn

Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar HXII artikel 25 BDU voor het project Maaslijn.

Decentralisatie BDU: Zwolle-Enschede

Ten behoeve van de decentralisatie van de BDU wordt budget overgeboekt van IF artikel 14 Regionaal/lokale infrastructuur naar HXII artikel 25 BDU voor het project Zwolle-Enschede.

Decentralisatie Limburg

De stoptreindiensten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen maken per 11 december 2016 geen onderdeel meer uit van het hoofdrailnet, maar van de regionale (multimodale) vervoerconcessie in Limburg. De decentralisatie van deze twee diensten verloopt voor IenM budgetneutraal. De concessieprijs voor het hoofdrailnet is verhoogd aangezien het om onrendabele diensten gaat. Het bedrag waar de concessieprijs voor het hoofdrailnet mee wordt verhoogd wordt via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie Limburg ten behoeve van de exploitatie van de twee diensten. Hiervoor wordt budget overgeboekt van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 25 BDU.

Eenvoudig Beter

Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 16,0 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 16,0 miljoen af.

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 39,2 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 39,2 miljoen af.

GSM-R interferentie

Dit betreft een overboeking van middelen van IF artikel 13 Spoorwegen naar HXII artikel 16 Spoor voor de subsidieregeling GSM-R. De uitvoering van de subsidieregeling GSM-R is reeds gestart en dient te worden verantwoord op HXII. Hiervoor is in totaal € 30,0 miljoen beschikbaar gesteld. Het gereserveerde IenM aandeel staat nog op IF artikel 13 Spoorwegen. Om de reeds gedane toezeggingen in de Staatscourant en richting RVO te kunnen verantwoorden op HXII dient het IenM aandeel naar HXII te worden overgeboekt.

Herverdeling eenheidsprijzen kantoren

Dit betreft de verrekening van huisvestingsbudgetten in verband met de financiële gevolgen van de masterplannen en stelselherziening van de rijkshuisvesting door het RVB.

Kasschuif ten behoeve van het rijksbrede beeld

Dit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Loonbijstelling 2015

Dit betreft de verwerking van de loonbijstelling 2015.

P-direkt Optimaal Verbinden

Voor de dienstverlening van P-direkt op het gebied van optimaal verbinden heeft IenM formatie overgedragen aan P-direkt. RWS draagt ook een deel bij.

Prijsbijstelling 2015

Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde prijsbijstelling 2015 en het op prijspeil 2015 brengen van de projecten en programma's.

Raming Infrastructuurfonds

Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

RSP 2015 Provinciefonds en Gemeentefonds

Dit betreft de verwerking van een drietal overboekingen naar het Provinciefonds en het Gemeentefonds van in totaal € 64,6 miljoen:

  • 1. Het regiodeel van het Ruimtelijk Economisch Programma, onderdeel binnen het RSP, is indertijd geparkeerd op de begroting van IenM. IenM stort, in lijn met 2010, 2011, 2012 en 2014 delen van dit budget in het Provinciefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog over 2015 de uitkering aan de provincies Groningen, Fryslân, Drenthe en Flevoland zal zijn (€ 16,1 miljoen).

  • 2. Voor een aantal Concrete projecten binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult Noord Nederland de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM, in lijn met 2010, 2011 en 2012 delen van het taakstellende budget in het Provinciefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog de uitkering over 2015 zal zijn (€ 27,1 miljoen)

  • 3. Voor het project FlorijnAs, Concreet project binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn, vervult de gemeente Assen de rol van contracterende partij. Om deze rol te kunnen vervullen stort IenM, in lijn met 2010, 2011, 2012 en 2014 delen van het taakstellende budget in het Gemeentefonds. BZK publiceert in haar circulaire vervolgens onder het kopje Decentralisatie-uitkering RSP hoe hoog de uitkering over 2015 zal zijn (€ 21,4 miljoen).

SAP centralisatiebeheer

Dit betreft het aandeel van RWS voor het SAP Beheer dat centraal wordt gefinancierd op de begroting Hoofdstuk XII.

Topsector Logistiek 2016

Voor de in 2016 op te starten activiteiten Topsector Logistiek wordt in totaal € 23,5 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 23,5 miljoen af.

Verdeling Netwerkoverstijgende Kosten

Op het artikelonderdeel Netwerkoverstijgende Kosten (18.08) werden de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben zowel betrekking op de activiteiten die worden verricht voor het Infrastructuurfonds, als voor activiteiten op het Deltafonds. Deze middelen worden nu verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

BIJLAGE 3 OVERZICHTSCONSTRUCTIE KUSTWACHT

De Kustwacht Nederland nieuwe stijl is sinds 1 januari 2007 actief. De Minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid en het activiteitenplan en begroting voor de Noordzee. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht, wat betekent dat deze verantwoordelijk is voor het opstellen van het activiteitenplan en begroting Kustwacht NL alsmede de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en daarvan afgeleide activiteitenplan en begroting waarover de ministerraad beslist worden zodanig concreet dat elke Minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht NL.

De overzichtsconstructie is gebaseerd op het door het Ministerie van Defensie opgestelde activiteitenplan en begroting 2016 (APB-2016) en wordt door IenM gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht zelf en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht verrichten.

Defensie / Kustwacht:

  • Betreft de uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht NL.

  • Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC), nagenoeg de gehele personele bezetting is Defensiepersoneel. Het KWC is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.

Bijdragen departementen:

Veiligheid en Justitie:

  • De inzet van Politie helikopters geschiedt op planning of afroep voor luchtwaarneming of spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van de Nationale Politie.

  • De inzet van de Politie (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

Financiën:

  • De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

Defensie:

  • De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

  • De inzet van de Koninklijke Marine (personeel) bestaande uit; Maritiem Informatie Knooppunt.

  • De salariskosten van de vliegers ten behoeve van de Kustwachtvliegtuigen.

  • De beheerskosten van Defensie.

Infrastructuur en Milieu:

  • De inzet van in standhouden vaarwegmarkering, betonningsvaartuigen, inhuur loodsen en onderhoud systemen. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van Rijkswaterstaat.

  • De inzet van Rijkswaterstaat (personeel) bestaande uit; luchtwaarnemers en liaison.

Economische Zaken:

  • De inzet van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit / AID (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

  • De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; opstappers en liaison.

Overzichtsconstructie Kustwacht Nieuwe Stijl

Departement

Begroting

Activiteit

Doel

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Defensie / Kustwacht (Uitgaven):

                 

Defensie / kustwacht

X

Uitvoering Kustwachttaken

Centrale coördinatie Kustwachttaken

25.825

26.247

21.721

21.718

17.070

17.065

17.060

Defensie / kustwacht

X

Salarissen (MP en BP)

 

3.219

3.785

3.785

3.785

3.785

3.785

3.785

Subtotaal eigen uitgaven kustwacht

 

29.044

30.032

25.506

25.503

20.855

20.850

20.845

BIJDRAGEN ANDERE DEPARTEMENTEN (Kosten):

               

Veiligheid en Justitie

VI

Inzet Politie-personeel & helikopter

Algemene handhaving / wetgeving scheepvaartverkeer / bemanningcontrole

1.097

1.176

1.176

1.176

1.176

1.176

1.176

Financiën

IX

Inzet Douane personeel

Fraudecontrole

1.406

2.003

2.003

2.003

2.003

2.003

2.003

Defensie

X

Inzet KMar-personeel voor luchtwaarneming, inzet vliegers Dornier en beheerskosten

Uitvoering grensbewaking / luchtsurveillances / beheerskosten Defensie

5.688

5.518

5.518

5.518

5.518

5.518

5.518

Infrastructuur en Milieu

XII

Inzet vaarwegmarkering, loodsen en SAR helikopter. Inzet RWS personeel voor luchtwaarneming

Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance, SAR helikopter vanaf 2015 tot en met 2019

4.140

13.553

13.553

13.553

13.553

13.553

3.413

Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

XIII

Inzet NVWA- en SodM-personeel

Visserijcontrole en Staatstoezicht op de Mijnen

969

1.008

1.008

1.008

1.008

1.008

1.008

Subtotaal uitgaven andere departementen

 

13.300

23.258

23.258

23.258

23.258

23.258

13.118

Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht

 

42.344

53.290

48.764

48.761

44.113

44.108

33.963

Realisatie 2014 conform jaarverslag 2014

               

Begroting 2015–2020 conform APB 2015 KWNL

               

BIJLAGE 4 INSTANDHOUDING

In deze bijlage wordt, in aanvulling op eerdere bijlagen met betrekking tot het beheer en onderhoud en vervanging, een toelichting gegeven over de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vallen. In deze bijlage betreft dit – in tegenstelling tot de eerdere bijlagen in de begrotingen 2012/2015 – naast het Hoofdwatersysteem, het Hoofdwegennet en het Hoofdvaarwegennet, ook het Hoofdspoorwegnet. Allereerst wordt de instandhoudingsfilosofie geschetst. Vervolgens is een budgettair overzicht opgenomen waarna een aantal onderwerpen verder wordt uitgediept:

  • De implementatie van de versobering- en efficiency maatregelen bij RWS.

  • De budgettaire druk bij BOV spoor.

  • De toekomstige vervangingsopgave voor de netwerken.

1. In stand houden Rijksinfrastructuur door goed beheer en onderhoud

De Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Een goede instandhouding van deze netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid en de bereikbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden borgen IenM en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus.

Instandhouding

Onder instandhouding vallen alle activiteiten op het vlak van beheer en onderhoud en vervanging en renovatie van de bestaande infrastructuur. Bij Spoor wordt hiervoor de afkorting BOV gehanteerd. Bij de RWS netwerken wordt onderscheiden gemaakt tussen respectievelijk BenO en VenR. Tot het domein van het beheer behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaciteitsmanagement, verkeersmanagement en watermanagement. Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren. Vervanging is het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object, terwijl renovatie zich erop richt de levensduur van het bestaande object te verlengen. Dit speelt vooral bij grotere kunstwerken (tunnels, sluizen). Het gaat expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur.

Prestatiesturing

Bij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren centraal. IenM stuurt voor alle modaliteiten op de prestaties van het netwerk. Het zijn immers deze prestaties die de gebruikers direct raken. Over de te leveren prestaties zoals ten aanzien van beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur worden afspraken gemaakt met RWS en ProRail. Met RWS wordt een Service Level Agreement met een looptijd van 4 jaar afgesproken. De prestatieafspraken met ProRail zijn opgenomen in de 10-jarige beheerconcessie en de jaarlijkse beheerplannen. De prestaties zijn vastgelegd in prestatie-indicatoren. Deze leggen de verbinding tussen de sturing van en verantwoording over de gewenste prestaties. De besluitvorming over vervanging en renovatie bij RWS gebeurt per project (projectsturing), uiteraard met meewegen van de effecten op de netwerkprestaties en met het oog op de daaruit voortvloeiende beheer- en onderhoudslasten.

Met de uitvoeringsorganisaties worden afspraken gemaakt over de gewenste prestaties en hiervoor worden de benodigde middelen beschikbaar gesteld. De uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail zijn verantwoordelijk voor de daarbij horende onderhoudsstrategie en het moment en de wijze van vervanging en renovatie. Hiertoe wordt door RWS en ProRail de programmering geoptimaliseerd in een afweging tussen prestatie en doelmatigheid. Dit is een afweging tussen de directe kosten van de verschillende manieren en momenten van onderhoud en de (maatschappelijke gevolgen door) invloed op de netwerkprestatie.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de afspraken die met RWS en ProRail gemaakt zijn over de te realiseren prestaties.

Prestatiegebied

Prestatie-indicator

Streefwaarde

Hoofdwegennet

Beschikbaarheid

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

Beschikbaarheid

Files a.g.v. werken aan de weg

10%

Veiligheid

Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en gladheidbestrijding

98%

Informatievoorziening

Beschikbaarheid data voor derden

89%

Actualiteit dat voor derden

95%

Hoofdvaarwegennet

Beschikbaarheid

Geplande stremmingen

0,8%

Beschikbaarheid

Technische beschikbaarheid van de vaarweg

99%

Betrouwbaarheid

Ongeplande stremmingen van de vaarweg

0,2%

Veiligheid

Vaarwegmarkering op orde

95%

Informatievoorziening

Melding stremmingen

97%

Hoofdwatersysteem

Beschikbaarheid

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

Beschikbaarheid

Beschikbaarheid: streefpeilen

90%

Betrouwbaarheid

Handhaving kustlijn

90%

Betrouwbaarheid

Betrouwbaarheid: informatievoorziening

95%

Prestatiegebied

Prestatie-indicator

Bodemwaarde 2015

Streefwaarde 2019

Hoofdspoorwegnet

Algemeen

Klantoordeel reizigers-vervoerders

6

7

Algemeen

Klantoordeel goederen-vervoerders

6

6

Betrouwbaarheid

Punctualiteit < 3 min reizigers verkeer totaal

87,0%

90,0%

Betrouwbaarheid

Reizigers-punctualiteit < 5 min HRN (gezamenlijke KPI met NS)

90,0%

92,3%

Betrouwbaarheid

Punctualiteit regionale series (< 3 min)

93,0%

94,0%

Betrouwbaarheid

Punctualiteit < 3 min HSL-producten en ICE

79,5%

82,0%

Betrouwbaarheid

Punctualiteit goederenverkeer

80,0%

82,0%

Betrouwbaarheid

Geleverde treinpaden

97,5%

98,2%

Betrouwbaarheid

Aandachts-trajecten (gezamenlijke KPI met NS)

93,7%

95,6%

Betrouwbaarheid

Aantal beïnvloedbare TAO’s (techniek en processen)

5.900

5.200

Betrouwbaarheid

Klanthinder door storingen infra

PM1

PM1

X Noot
1

sommige indicatoren worden nog doorontwikkeld om blijvend aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de sector

Vanuit de gedachte van prestatiesturing is het in eerste instantie aan de uitvoeringsorganisaties te bezien of financiële afwijkingen kunnen worden opgevangen zonder negatieve consequenties voor de afgesproken prestatieniveaus, ook op de lange termijn. Mocht de uitvoeringsorganisatie tegenvallers niet binnen de prestatieafspraken op kunnen vangen, dan wordt dit gemeld en -indien noodzakelijk- betrokken bij de begrotingsvoorbereiding.

De instandhouding krijgt reeds bij de besluitvorming voor nieuwe aanleg aandacht door de onderhoudskosten over de hele levenscyclus in beeld te brengen (Life Cycle Costing, LCC) en derhalve niet alleen de kosten voor aanleg, maar ook de kosten voor onderhoud in de besluitvorming mee te wegen. Bij het projectbesluit wordt, naast het bedrag voor aanleg, ook een bedrag voor onderhoud op de begroting gereserveerd. IenM hanteert voor instandhouding een systeem van risico- en prestatiegestuurd beheer van het areaal (assetmanagement). De keuze van het juiste moment van ingrijpen bij het verrichten van onderhoud aan of het vervangen of renoveren van infrastructuur wordt bepaald met het oog op een doelmatige prestatie van het netwerk en met informatie uit een programma van risicogestuurde inspecties. Het moment van onderhoud of de renovatie kent een zekere marge, zodat het mogelijk is verschillende typen werkzaamheden te combineren. Daardoor kan de hinder beperkt blijven en worden kosten voor bijvoorbeeld afsluitingen beperkt.

Deze filosofie sluit aan bij het bredere kader, waarin keuzes tussen instandhouding en aanleg binnen de beschikbare budgettaire ruimte aan de orde zijn. Op deze manier blijft er ruimte om te prioriteren tussen onderdelen van instandhouding en nieuwe aanleg om maximaal doorstroming, veiligheid en duurzaamheid te bevorderen. Daarbij wordt rekening gehouden met de beschikbare capaciteit van de uitvoerders en de markt voor respectievelijk instandhouding en aanleg. Ook dat is een vorm van doelmatigheid, zij het in bredere zin.

Informatievoorziening

Het verbeteren van de informatie over en organisatie van de instandhouding is een continu proces. De komende jaren wordt verder gewerkt aan de versterking van de sturing en het bewerkstelligen van een sober, doelmatig en effectief beheer van de netwerken. Over de aard en de omvang van te verrichten en verrichte werkzaamheden wordt de Kamer apart geïnformeerd. Voor Hoofdwegennet wordt elk trimester de Publieksrapportage Rijkswegennet aangeboden (laatste rapportage: Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 A, nr. 646). Voor Hoofdwatersystemen wordt jaarlijks de rapportage Water in Beeld gezonden (laatste rapportage Kamerstukken II, 2014–2015, 27 625, nr. 3387). Het beheerplan en het jaarverslag van ProRail wordt jaarlijks aan de Tweede Kamer aangeboden. Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij RWS en ProRail per verantwoording 2014.

Areaal Hoofdwatersysteem

Eenheid

 

Kustlijn

km

293

Stormvloedkeringen

aantal

5

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

   

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

201

– Niet primaire waterkeringen/duinen

km

596

– Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

3.816

Binnenwateren

km2

3.047

Spui-, uitwateringssluiskolken

stuks

91

Gemaal

stuks

18

Kunstwerken t.b.v. natuur

stuks

30

Stuwcomplex

stuks

10

Hoogwaterkering

stuks

2

Waterreguleringswerken

stuks

70

Sifons / duikers / hevel

stuks

231

Areaal Hoofdwegen

Eenheid

 

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.801

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.587

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

76

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

13

Groen areaal

 

km2

201

Verkeerssignalering op rijbanen

 

km

2.637

Verkeerscentrales

 

stuks

6

Spits- en plusstroken

 

km

336

Viaduct over RW

 

stuks

1.004

Viaduct in RW

 

stuks

1.798

Brug vast

 

stuks

699

Brug Beweegbaar

 

stuks

55

Tunnel

 

stuks

23

Aquaduct

 

stuks

12

Areaal Hoofdvaarwegen

Eenheid

 

Vaarwegen:

km

6.975

waarvan binnenvaart

km

3.462

waarvan zeevaart

km

3.513

Schutsluiskolken

stuks

131

Bruggen beweegbaar

stuks

119

Bruggen vast

stuks

197

Afmeervoorziening

stuks

9.057

Areaal Spoorwegen

Eenheid

 

Netlengte in exploitatie

Totaal

km

3.057

Waarvan enkelsporig

km

950

Waarvan meersporig

km

2.107

Netlengte geëlektrificeerd

km

2.167

Totale spoorlengte

 

km

7.030

Wissels

 

stuks

7.151

Overwegen

Totaal

stuks

2.612

Waarvan beveiligd

stuks

1.595

Seinen

 

stuks

11.944

Stations

 

stuks

403

Bruggen (beweegbaar)

 

stuks

56

Tunnels

 

stuks

15

2. Budgettaire aspecten

Onderstaand zijn integraal en per netwerk de budgetten tot en met 2028 gepresenteerd. Hiermee zijn de beschikbare budgetten voor Instandhouding in een overzicht samengebracht. In de tabel is te zien dat tot en met 2028 circa € 31 miljard beschikbaar is voor de Instandhouding van de netwerken. De tabel is uitgesplitst naar de budgetten voor het verkeers- en watermanagement, het beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Tot slot zijn ook de nog niet aan de uitvoeringsorganisaties toegewezen gereserveerde middelen voor BOV opgenomen. Dit zijn onder andere middelen voor nieuwe aanlegprojecten waarbij gelijktijdig bij de investeringsbeslissing een reservering voor BenO (RWS) tot en met 2028 (einde looptijd IF/DF) is getroffen. Voor spoorwegen is deze reservering nog binnen de aanlegprojecten PHS en OV SAAL opgenomen.

Ten aanzien van de noodzakelijke maatregelen voor instandhouding en de daaruit voortvloeiende budgetbehoefte geldt het volgende. Voor de maatregelen waarvan is afgewogen dat deze noodzakelijk zijn voor het te leveren prestatieniveau wordt meerjarig een budget gereserveerd dat adequaat is om het beoogde niveau van veiligheid, doorstroming en duurzaamheid te realiseren. Ten aanzien van de risico’s die zich kunnen voordoen wordt de volgende lijn gehanteerd.

Indien er sprake is van een grote waarschijnlijkheid van optreden, of van een ernstig gevolg voor het gewenste prestatieniveau veiligheid en doorstroming bij optreden, worden deze risico’s in besluitvorming gebracht en bij noodzaak afgedekt met een budgetreservering, zoals dit onder meer is gedaan voor vervangingen en renovaties. Op het moment dat een dergelijk risico voldoende uitgehard is, wordt de reservering toegevoegd aan het instandhoudingsbudget, een voorbeeld hiervan is hoe is omgegaan met de areaalgroei, die is ontstaan als gevolg van de projecten die de afgelopen jaren zijn opgeleverd. Dit betekent dat niet alle risico’s die worden onderkend op voorhand volledig financieel worden afgedekt. Dit wordt mede gedaan om ervoor te zorgen dat er prikkels blijven om slimme, vernieuwende maatregelen toe te passen in het beheer en onderhoud die de doelmatigheid ten goede komen.

Totaaloverzicht beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water (in € * 1.000)

1. Budgetten verkeers-/watermanagement en Beheer en Onderhoud8
Artikelonderdeel
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2015–2028

Hoofdwegen

IF 12.01

Verkeersmanagement

14.510

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

3.628

3.625

3.624

3.623

3.621

3.621

3.621

3.629

67.718

IF 12.06.02

Verkeersmanagement Landelijke Taken

16.951

16.951

16.950

16.950

16.951

16.950

16.998

16.974

16.961

16.948

16.923

16.924

16.921

16.999

237.350

IF 12.02.01

Beheer en Onderhoud

434.283

498.217

471.699

456.503

463.703

449.736

448.452

448.369

448.325

452.477

452.392

423.515

671.485

418.062

6.537.218

IF 12.06.02

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken

16.953

16.330

15.784

15.437

15.444

15.442

15.552

15.548

15.545

15.542

15.537

15.537

15.537

15.552

219.737

Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdwegen

482.697

541.189

508.063

492.520

499.729

485.759

484.630

484.516

484.455

488.590

488.472

459.596

707.563

454.242

7.062.022

Spoorwegen

                             

IF 13.02

Beheer en onderhoud (incl. verkeersmanagement)1

483.192

462.677

432.979

397.894

401.507

403.826

412.624

406.228

407.554

408.386

408.535

405.462

412.280

405.476

5.848.621

Totaal Beheer en Onderhoud Spoorwegen

483.192

462.677

432.979

397.894

401.507

403.826

412.624

406.228

407.554

408.386

408.535

405.462

412.280

405.476

5.848.621

Hoofdvaarwegen

                             

IF 15.01

Verkeersmanagement

7.545

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

116.901

IF 15.06.02

Verkeersmanagement Landelijke Taken

4.914

4.920

4.920

4.920

4.920

4.920

4.931

4.931

4.931

4.931

4.931

4.931

4.931

4.931

68.958

IF 15.02.01

Beheer en Onderhoud

210.385

288.426

281.187

274.755

271.510

265.773

194.361

195.234

194.623

193.305

193.250

193.252

190.937

230.911

3.177.909

IF 15.06.02

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken

5.258

4.983

4.746

4.726

4.737

4.729

4.950

4.945

4.914

4.935

4.931

4.931

4.927

4.932

68.644

Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegen

228.101

306.741

299.265

292.813

289.579

283.834

212.654

213.522

212.881

211.583

211.523

211.526

209.206

249.185

3.432.411

Watersystemen

                             

DF 3.01.01

Watermanagement

7.764

6.991

6.989

6.989

6.989

6.989

6.989

6.989

6.989

7.014

7.014

7.014

7.211

6.816

98.745

DF 5.02.01

Watermanagement Landelijke Taken

3.897

3.893

3.895

3.895

3.895

3.895

3.906

3.906

3.906

3.881

3.881

3.881

3.989

3.772

54.494

DF 3.02.01

Beheer en Onderhoud Waterveiligheid

118.938

144.667

101.778

103.121

96.398

69.707

100.408

99.962

136.702

112.624

149.778

106.564

99.201

100.534

1.540.379

DF 3.02.02

Beheer en Onderhoud Zoetwatervoorziening

17.446

17.416

11.614

17.409

17.416

17.409

17.410

17.299

17.521

17.410

17.410

17.410

17.900

16.921

237.995

DF 5.02.01

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Waterveiligheid

6.821

6.820

6.820

6.820

6.820

6.820

6.832

6.832

6.832

6.832

6.832

6.832

7.027

6.641

95.584

DF 5.02.01

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Zoetwatervoorziening

1.975

2.136

2.310

2.310

2.310

2.310

2.317

2.317

2.317

2.317

2.317

2.317

2.382

2.251

31.882

Totaal Watermanagement en Beheer en Onderhoud Watersystemen

156.841

181.923

133.406

140.544

133.828

107.130

137.862

137.305

174.267

150.078

187.232

144.018

137.710

136.935

2.059.079

                                 

Totaal verkeers-/watermanagement, beheer en onderhoud

1.350.831

1.492.530

1.373.714

1.323.771

1.324.644

1.280.548

1.247.770

1.241.571

1.279.156

1.258.636

1.295.763

1.220.602

1.466.759

1.245.839

18.402.133

X Noot
1

De aanleg en operationele activiteiten van verkeersmanagement is bij Spoorwegen opgenomen onder «Beheer en Onderhoud» vanwege het feit dat ProRail dit niet apart inzichtelijk maakt.

2. Vervangingen en renovaties

Vervanging1

Artikel

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2015–2028

IF 12.02.04

Wegen

158.597

180.539

90.628

50.292

56.603

50.192

144.994

343.325

343.325

343.398

343.783

318.783

297.660

286.935

3.009.054

IF 13.02

Spoorwegen

425.190

517.934

427.302

439.688

480.580

455.695

453.149

464.197

465.893

484.972

483.713

484.814

452.229

434.682

6.470.038

IF 15.02.04

Vaarwegen

201.461

122.921

74.916

53.251

3.198

17.371

0

46.396

73.125

93.445

63.981

63.964

57.706

0

871.735

DF 3.02.03

Watersysteem

21.364

37.263

20.704

20.704

20.682

3.807

16.317

116.920

71.090

109.250

125.639

107.347

109.111

106.299

886.497

Totaal vervangingen en renovaties

806.612

858.657

613.549

563.935

561.063

527.065

614.460

970.838

953.433

1.031.065

1.017.117

974.908

916.706

827.917

11.237.325

                                 

Totaal Beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water

2.157.443

2.351.187

1.987.263

1.887.706

1.885.706

1.807.613

1.862.230

2.212.408

2.232.589

2.289.701

2.312.879

2.195.510

2.383.466

2.073.756

29.639.458

X Noot
1

De definitie van vervanging en renovatie verschilt per beheerder (RWS en ProRail). De budgetten zijn om die reden per modaliteit niet één-op-één te vergelijken.

3. Gereserveerde budgetten BenO
Artikelonderdeel

Hoofdwegen

IF 12.03.02

Reserveringen binnen verkenningen en planuitwerkingen (m.n.LCC)

73

73

13.919

13.919

14.055

14.055

2.461

2.461

18.180

34.840

42.170

47.188

50.260

61.999

315.652

IF 12.07.01

Reservering consequenties areaalgroei op BenO

                         

293.143

293.143

 

Totaal reserveringen hoofdwegen

73

73

13.919

13.919

14.055

14.055

2.461

2.461

18.180

34.840

42.170

47.188

50.260

355.142

608.795

Spoorwegen

                             

IF 13.08

Reservering prijscompensatie 2014

0

0

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.830

18.870

226.000

IF 13.08

Reservering prijscompensatie 2015

0

4.612

4.612

4.612

4.612

4.612

5.188

5.188

5.188

5.188

5.188

5.188

5.188

5.189

64.565

 

Totaal reserveringen spoorwegen

0

4.612

23.442

23.442

23.442

23.442

24.018

24.018

24.018

24.018

24.018

24.018

24.018

24.059

290.565

Hoofdvaarwegen

                             

IF 15.03.02

Reservering consequenties areaalgroei op BenO

           

14.000

14.000

14.000

14.000

11.000

38.815

40.982

11.539

158.335

 

Totaal reserveringen hoofdvaarwegen

0

0

0

0

0

0

14.000

14.000

14.000

14.000

11.000

38.815

40.982

11.539

158.335

Watersystemen

                             

DF 1.02.01

Reservering areaalgroei

                       

5.095

8.834

13.929

 

Totaal reserveringen watersystemen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.095

8.834

13.929

                                 

Totaal reserveringen

73

4.685

37.361

37.361

37.497

37.497

40.479

40.479

56.198

72.858

77.188

110.021

120.354

399.574

1.071.624

                                 

Totaal Beheer, onderhoud, vervanging wegen, spoor, vaarwegen en water, incl. reserveringen

2.157.516

2.355.872

2.024.624

1.925.067

1.923.203

1.845.109

1.902.709

2.252.888

2.288.787

2.362.559

2.390.067

2.305.531

2.503.820

2.473.329

30.711.081

Door verschillen in aansturing en organisatie tussen ProRail en Rijkswaterstaat is een vergelijking tussen de budgetten voor BOV van Spoor met de RWS-netwerken (Wegen, Vaarwegen en Water) niet altijd te maken:

  • De budgetten Verkeersmanagement zijn bij ProRail onderdeel van de reguliere BOV-budgetten.

  • De apparaatskosten van ProRail (exclusief de apparaatskosten van aanlegprojecten) maken onderdeel uit van de BOV reeksen. Voor een goede vergelijking met de cijfers van Rijkswaterstaat zijn ze in de tabel niet meegenomen. Hierdoor wijken de bedragen af van die in artikel 13 van de begroting van het Infrastructuurfonds.

  • De budgetten voor Ven R bij Proail en bij RWS zijn niet geheel te vergelijken. Doordat ProRail een BV is worden vervangingen en renovaties op de balans geactiveerd. Daardoor vallen er een aantal zaken onder Vervanging en Renovatie, waar bij RWS als agentschap binnen de overheid vergelijkbare zaken daar niet onder vallen.

Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2015 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden bij ontwerpbegroting 2016. Deze worden nader toegelicht in de verdiepingsbijlage van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

2a. Versobering en efficiency Hoofdwegen, Hoofdvaarwegen en Hoofdwatersysteem.

In bijlage 4.2 van de Infrastructuurbegroting 2012 heb ik u geïnformeerd over de niet gedekte onderhoudsproblematiek tot en met 2020 en over de mix van maatregelen om deze problematiek te beheersen.

Een van de maatregelen betreft een pakket aan efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. De afspraken over deze te realiseren maatregelen zijn opgenomen in het Programma Versobering en Efficiency. De versoberingen en efficiencymaatregelen worden stapsgewijs geïmplementeerd, omdat dit de mogelijkheid biedt om binnen het afgesproken budgettaire kader door een verstandige mix van maatregelen passend bij de lokale situatie optimalisaties aan te brengen. Hierdoor kunnen eventuele negatieve gevolgen voor doorstroming en veiligheid worden beperkt.

In bijlage 5 van de Infrastructuurbegroting 2013 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingmaatregelen van € 1,64 miljard naar netwerk gepresenteerd. Hiervan is tot en met 2014 reeds € 510 miljoen gerealiseerd. In die bijlage is tevens een eerste inschatting opgenomen van effecten op veiligheid en doorstroming.

In bijlage 4 van de Infrastructuurbegroting 2015 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingsmaatregelen a € 1,64 miljard naar netwerk uitgesplitst en de prognose bijgesteld. In deze bijlage is de verwachte bandbreedte op basis van de verdere uitwerking en implementatie van de maatregelen in beeld gebracht. Verder wordt ingegaan op de meest actuele opgetreden effecten met betrekking tot veiligheid en doorstroming en de verwerking van de gewijzigde invulling van de post bijzondere baten. Wanneer het totaalpakket aan maatregelen bij de onderkant van de bandbreedte dreigt uit te komen, zal worden bijgestuurd door nieuwe maatregelen te treffen. Op basis van het huidige beeld is de inschatting dat het realiseren van het totale pakket van € 1,64 miljard aan versobering- en efficiencymaatregelen mogelijk is.

Netwerk

Maatregel

Initiële

Bedrag in miljoen t/m 2020

Prognose realisatie bedragen in miljoen t/m 2020

HWN

Verminderen communicatie bij onderhoud

30

30

HWN

Versoberen bermbeheer

40

35

HWN

Onderhoud kunstwerken uiterste jaar

50

45–50

HWN

Versoberen verlichting

35

30–35

HWN

Verruimen werkvensters en op delen van het netwerk overdag werken met minder flankerende maatregelen

75

75–80

HWN

Versoberen DVM

165

150

HVWN

Minder maaien taluds

10

10

HVWN

Minder baggeren hoeken zeetoegangen

35

40

HVWN

Verminderen (wal)voorzieningen schippers

10

10

HVWN

Minder baggeren vaarwegen

45

55

 

Subtotaal versoberingen

495

480–490

Alle

Efficiencymaatregelen

800

815–820

 

Subtotaal efficiencymaatregelen

 

815–820

Alle

Besparing Landelijke Taken

200

200

Alle

Bijzondere baten tbv B&O

100

30

HVWN

Opbrengsten HVWN

30

HWS

Heffen Leges

20

HWN

Verhoging BenO budget

45

45

 

Subtotaal overige maatregelen

345

325

 

Totaal

1.640

1.620–1.640

Effecten

De negatieve effecten van de maatregelen op de doorstroming, de verkeersveiligheid en de publiekswaardering zijn klein tot nihil.

Bijzondere baten

In het overzicht is de in de begroting 2015 aangekondigde maatregelenmix opgenomen om de achterlopende realisatie op de bijzonder baten op te vangen.

2b. De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging ProRail

In de begroting 2015 is gemeld dat de financiële reeksen van ProRail voor beheer, onderhoud en vervanging onderzocht zullen worden in het licht van de door ProRail gesignaleerde druk op de meerjarige budgetten. Oorzaken van deze budgetspanning waren indexatieverschillen (tussen de indexatie waarmee ProRail werkt en de door IenM uitgekeerde prijsbijstelling) en een lagere opbrengst van de gebruiksvergoeding. Het laatste is een gevolg van de bijstelling van de vervoersprognoses en van het feit dat een deel van de door ProRail gerealiseerde kostenbesparingen «weglekt» via de gebruiksvergoeding, omdat daarin minder kosten kunnen worden doorberekend.

Het onderzoek naar de meerjarenreeksen van ProRail voor beheer, onderhoud en vervanging van het spoor is door een onafhankelijke partij uitgevoerd en wijst uit dat de reeksen van ProRail in grote lijnen op orde zijn, passend zijn bij de geplande productie en rekening houden met goedgekeurde areaaluitbreidingen en de opgelegde taakstellingen. Wel dient een, beperkte, neerwaartse correctie van de meerjarenreeksen van ProRail plaats te vinden ten gevolge van dubbeltellingen, reserveringen en foutmarges. Ook blijkt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud aan het spoor op basis van de in het onderzoek gehanteerde definitie, dat wil zeggen dat de assets voldoen aan de minimum veiligheidsnorm, gegeven het gevraagde gebruik.

De spanning tussen de middelen voor BOV op het Infrastructuurfonds en de meerjarenreeksen van ProRail volgens de subsidieaanvraag 2015 van november 2014 bedraagt, na doorvoering van de correcties ad € 317 miljoen uit het onderzoek, € 475 miljoen voor de periode 2018–2028. Hierbij is rekening gehouden met de nog door te voeren mutaties in de begroting 2017 in verband met de nu nog aangehouden prijsbijstelling 2014 ad € 226 miljoen en een herverdeling van de taakstelling apparaat tussen BOV en aanleg ad € 276 miljoen.9). Er is in de € 475 miljoen nog geen rekening gehouden met eventuele mutaties in de meerjarenreeksen bij de subsidieaanvraag 2016 van ProRail welke in november 2015 wordt ingediend (zoals prijsbijstelling 2015 en scopewijzigingen). In de investeringsruimte op het Infrastructuurfonds is voor de prijsbijstelling 2015 BOV een bedrag van € 65 miljoen gereserveerd.

Gezien de zeer beperkte budgettaire ruimte zullen voor het oplossen van deze spanning kostenbesparende maatregelen worden ingezet. In het onderzoek zijn hiertoe elf maatregelen geïdentificeerd. Deze maatregelen kunnen flinke kostenbesparingen opleveren, maar ook gevolgen hebben voor de prestaties op het spoor. Er zijn namelijk slechts in beperkte mate quick wins beschikbaar, gezien het feit dat ProRail inmiddels verschillende taakstellingen heeft verwerkt en de kosten al met zo’n 15– 20% heeft teruggebracht. De geïdentificeerde maatregelen betreffen:

  • Het terugbrengen van de kosten voor onderhoud (verkennen van de mogelijkheid tot meer werkzaamheden overdag, langere treinvrije periodes en het verder reduceren van netwerkcomplexiteit).

  • Het beperken van slijtage van de infrastructuur door het materieel (verkennen van de mogelijkheid tot het beperken van de maximale aslast, stimuleren van spoorvriendelijk materieel, en hiertoe ook een prikkel inbouwen in de gebruiksvergoeding).

  • Het anders gebruiken van de infrastructuur (verkennen van de mogelijkheid om lijnen uit de hoofdspoorweginfrastructuur te halen, goederen- en personenvervoer te splitsen en eisen te versoberen (bijvoorbeeld aan stations)).

  • Het verder verhogen van de effectiviteit bij ProRail (meer lifecycle optimaal werken, stimuleren nieuwe leveranciers van materialen).

De mogelijke invulling van de maatregelen en hun effecten worden de komende tijd nader geanalyseerd en met de diverse belanghebbenden besproken. Het definitieve besluit tot het inzetten van de maatregelen volgt in de begroting 2017.

3. Opgave Vervanging en renovatie

Bij einde van de (technische) levensduur van infrastructurele objecten wordt overgegaan tot vervanging of renovatie van deze objecten. De keuze voor vervanging dan wel renovatie is mede gebaseerd op de kosten over de resterende dan wel nieuwe levenscyclus. Zo is voor grote bruggen, tunnels en sluizen renovatie vaak een goedkoper alternatief rekening houdend met de levenscyclus, dan het geheel nieuw bouwen van eenzelfde object.

Toekomstige vervangingen hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersysteem

Zoals in de Kamerbrief 12 juni 2014 en in de bijlage bij de begroting 2015 is toegezegd, is door RWS de vervangingsbehoefte voor de periode tot 2050 in kaart gebracht. Daarbij wordt in 3 stappen van grof naar fijn gewerkt.

Stap 1 Beginpunt van de inventarisatie is het stichtingsjaar van de infrastructurele objecten die bij aanleg werd gehanteerd. Dit leidt tot een kaartbeeld zoals in onderstaande figuren:

Deze inventarisatie geeft rekening houdend met de ontwerplevensduur van de objecten een eerste beeld van in wel decennium vervanging naar verwachting aan de orde zal zijn. Voor een globale budgetreservering is dit voldoende.

In de tabel hiervoor is in deze begroting de eerdere budgetreservering voor vervanging en renovatie op het hoofdvaarwegennet en het hoofdwegennet over beide netten verdeeld. verdelen. Van deze reservering van € 3,1 miljard wordt € 2,6 miljard toebedeeld aan het hoofdwegennet en € 0,5 miljard aan het hoofdvaarwegennet.

Met de huidige inzichten is de verwachting voor de periode tot en met 2028 dat de tot nu toe gereserveerde middelen voor de RWS-netwerken toereikend zullen zijn. Daarbij dient in ogenschouw genomen te worden dat de levensduur en de daarmee samenhangende vervangings- of renovatiekosten van industriële automatisering en een aantal objectcategorieën (DVM, damwandoevers, delen van de stormvloedkeringen) nog onvoldoende in beeld zijn. Deze zijn dus nog onvolledig in de berekeningen verwerkt. Aan de verbetering daarvan wordt de komende periode gewerkt. Bij de volgende actualisatie van de vervangingsopgave voor de begroting 2018 zal dit worden verwerkt.

Op basis van de huidige inzichten is in de periode 2031– 2050 een gemiddeld bedrag benodigd van ruim een half miljard Euro per jaar. Onderstaand is de verwachting voor de gemiddelde kosten per jaar voor vervanging en renovatie per netwerk weergegeven, gebaseerd op de stichtingsjaren van de objecten:

Netwerk

Verwachte gemiddelde kosten per jaar

in € miljoen

2031– 2040

2041– 2050

Hoofdwegennet

260

330

Hoofdvaarwegennet

280

200

Hoofdwatersysteem

10

10

Totaal

550 +/– pm

540 +/– pm

Hierbij dient overigens opgemerkt te worden dat er een grote mate van verwevenheid bestaat tussen objecten op het hoofdvaarwegennet en in het hoofdwatersysteem. Wanneer in de komende decennia nader wordt ingezoomd op de functies van deze objecten voor deze twee netwerken kan de verdeling tussen de beide netten nog wijzingen. Voor het hoofdwatersysteem zijn daarnaast, zoals gemeld, de vijf (grote) stormvloedkeringen niet meegenomen. Deze zijn nog niet meegenomen omdat de ontwerplevensduur in deze periode nog niet wordt bereikt. Waarschijnlijk zal op onderdelen wel sprake zijn van einde levensduur, waardoor renovatie/gedeeltelijk vervanging nodig is. De hiermee gemoeide kosten en termijn zijn op dit moment echter nog onvoldoende uitgehard.

Stap 2 De ontwerplevensduur is echter een verwachting en geen exacte maatstaf voor het moment waarop vervanging of renovatie aan de orde zal zijn. Daarvoor is meer gedetailleerd inzicht in de toestand van de objecten noodzakelijk. Dit inzicht wordt verkregen door het verrichten van inspecties. Deze instandhoudingsinspecties, waarbij inspectie aan de kunstwerken gecombineerd wordt met deskresearch van het ontwerp en eventuele aanpassingen daarin geven een verfijnder beeld van de te verwachten restlevensduur. Deze instandhoudingsinspecties worden door RWS in een zesjaarlijkse cyclus uitgevoerd. Daarbij worden eventueel aanvullende (sterkte)berekeningen en nadere onderzoeken gedaan die gebaseerd zijn op de meest recente richtlijnen voor bestaande Infrastructuur. Voor de meeste objecten is de verwachte einde levensduur vanaf een jaar of 10 tot 15 vooraf nauwkeuriger te voorspellen.

Vanaf het moment dat einde levensduur zich aankondigt worden er aanvullende inspecties en intensievere monitoring op deze objecten uitgevoerd om tijdig in te kunnen grijpen indien de verslechtering sneller gaat dan mocht worden verwacht. Hetzelfde geldt voor objecten met afwijken schade- of risicopatronen, zoals bruggen met stalen rijdekken.

Stap 3 Als de verwachte restlevensduur nog 5 tot 8 jaar bedraagt wordt de daadwerkelijke vervanging of renovatie voorbereid. Een dergelijke periode is mede nodig om de werkzaamheden af te stemmen op andere aanleg- en onderhoudswerkzaamheden teneinde de verkeersafwikkeling zo min mogelijk te belemmeren. Daarbij wordt dan ook overwogen of het instellen van een gebruiksbeperking een optie is om daadwerkelijke vervanging of renovatie uit te stellen.

In de meerjarige budgetreeksen zoals die in deze bijlage zijn opgenomen in paragraaf 2 is de budgetbehoefte die resulteert uit deze werkwijze verwerkt. De Vervangingen Renovatie projecten die in uitvoering zijn genomen, zijn in het MIRT vermeld. Op grond van de ervaringen met Vervangingen en Renovatie (VenR) tot nu toe constateert Rijkswaterstaat dat met VenR op deze schaal, wat een relatief nieuw fenomeen is, nog meer ervaring moet worden opgedaan. Het komende jaar zal meer aandacht worden gegeven aan de kwaliteit van voorbereiding (techniek, omgeving, kwaliteitsborging) en de organisatie.

Dat betekent dat er tussen het identificeren van aan te pakken objecten en de opdrachtverlening een meer gedetailleerde scope zal worden bepaald, waarbij ook de risico’s in kaart worden gebracht en meegenomen worden inde kostenraming. Door deze tussenstap zal de kwaliteit van scope en raming verbeteren. Zodra de uitvoeringsscope van projecten voldoende is uitgekristalliseerd, zullen zij met het bijbehorende budgettaire beslag in het MIRT worden opgenomen.

Het project VervangingsOpgave Natte Kunstwerken (VONK) levert daarbij een werkwijze die helpt om ook de gebiedsopgaven die hierbij een rol spelen in kaart te brengen.

Toekomstige vervangingen spoor

De vervangingsinvesteringen in de periode tot en met 2028 maken onderdeel uit van de BOV-reeksen in de begroting, gemiddeld € 465 miljoen per jaar, inclusief ca. € 120 miljoen per jaar voor vervangen treinbeveiliging vanaf 2019 (niet zijnde de ERTMS-corridors). Voor de periode na 2028 is een forse verhoging van de vervangingskosten te verwachten omdat het einde van de levensduur van een groot aantal kunstwerken zal zijn bereikt. Daarnaast zullen vanaf die periode de bovenleidingportalen (in totaal 100.000 stuks) worden vervangen. In de komende jaren zal de financieringsbehoefte voor de periode na 2028 in kaart worden gebracht.

BIJLAGE 5: PRORAIL

In de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie spoor (Kamerstukken II, 2011/12, 32 707, nr. 16) is een pakket maatregelen aangekondigd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken (aanbevelingen 14 en 15). Een deel van deze maatregelen is verwerkt in Bijlage 4 (BOV alle netwerken) en de verdiepingsbijlagen. In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de aansluiting tussen de middelen op het Infrastructuurfonds en de bestedingen door ProRail betreft. In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • A. Specificatie inkomsten en uitgaven ProRail: Aansluiting tussen de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode 2015–2020.

  • B. Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail: Een schematische weergave van de financiële stromen van de spoorinfrastructuur in 2016.

Onderdeel A – Specificatie inkomsten en uitgaven ProRail

Naast de rijksbijdragen voor beheer, onderhoud en vervanging, aanlegprojecten (MIRT) en rente en aflossing ontvangt ProRail ook gebruiksvergoeding van vervoerders en bijdragen van derden voor omgevingswerken (zowel aanleg als onderhoud). In onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven van ProRail voor de periode 2016–2020.

Bedragen x € miljoen
 

2016

2017

2018

2019

2020

Rijksbijdrage voor aanlegprojecten

990

840

777

740

579

Bijdragen van derden voor aanlegprojecten

210

180

180

180

180

Rijksbijdragen voor BOV

1.291

1.166

1.142

1.187

1.164

Bijdragen van derden voor onderhoud

35

35

35

33

33

Gebruiksvergoeding vervoerders

335

321

314

317

319

Rijksbijdrage voor rente en aflossing

17

17

17

17

17

Totaal inkomsten ProRail

2.878

2.559

2.465

2.474

2.292

           

Uitbesteed werk nieuwbouw

912

761

710

678

546

Uitbesteed werk BOV

1.125

1.015

990

1.028

1.011

Apparaatskosten

373

366

365

365

365

Rente en aflossing leningen

14

14

14

14

14

Totaal uitgaven ProRail, excl. BTW

2.424

2.156

2.079

2.085

1.936

Afdracht BTW aan Belastingdienst

454

403

386

389

356

Totaal uitgaven ProRail, incl. BTW

2.878

2.559

2.465

2.474

2.292

Onderdeel B – Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail

BIJLAGE 6. DBFM CONVERSIES

Budgettaire verwerking van DBFM-contracten

Kenmerken DBFM-contracten

Een DBFM-contract is een geïntegreerde contractvorm, waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp (design), de bouw (build), financiering (finance) en het onderhoud (maintain). De opdrachtgever gaat binnen een DBFM-contract een langlopende verplichting aan met een consortium van private partijen. Gedurende een periode van 20– 25 jaar betaalt het Rijk een vergoeding aan het consortium voor de beschikbaarheid van de infrastructuur (beschikbaarheidsvergoeding). Voorts is een kenmerk van DBFM-contract een langjarig en vlak betalingsritme.

Verwerking potentiële DBFM-projecten in de verkenning- en planuitwerking

Bij de DBFM-projecten in voorbereiding wordt in de begroting op voorhand geen rekening gehouden met dit afwijkende betalingsritme dat kenmerkend is voor DBFM-contracten10. Net als voor andere MIRT-projecten wordt bij de betreffende modaliteit het volledige bedrag voor aanleg geraamd op het artikel voor verkenning- en planuitwerking en wordt een reservering voor het onderhoud gemaakt binnen de reguliere onderhoudsbudgetten en/of de investeringsruimte. Mocht in een later stadium een aanbesteding in DBFM-vorm toch niet mogelijk of opportuun blijken, dan blijft een meer klassieke aanbesteding via deze werkwijze altijd mogelijk.

Verwerking DBFM-contracten na overgang in de realisatie- en exploitatiefase

Bij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is de exacte omvang van de langjarige verplichting bekend. In de eerstvolgende begroting worden in samenspraak met het Ministerie van Financiën de klassieke reserveringen op de IenM-begroting gecorrigeerd voor het afwijkende kasritme van het DBFM-contract11. Een betaling aan een DBFM-consortium is een gecombineerde vergoeding voor onder meer de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur, daarom wordt het volledige budget vervolgens geplaatst op het artikel voor geïntegreerde contractvormen bij de betreffende modaliteit.

BIJLAGE 7. LIJST VAN AFKORTINGEN

AIS

Automatic Identification System

AKI

Automatische Knipperlichtinstallaties

AOV

Achterstallig Onderhoud Vaarwegen

APB

Activiteitenplan en Begroting

ATB-Vv

Automatische Treinbeïnvloeding – Verbeterde versie

BDU

Brede Doeluitkering

BenO

Beheer en Onderhoud

BOV

Beheer, Onderhoud en Vervanging

BR

Betuweroute

BRG

Bestaand Rotterdams Gebied

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

DBFM

Design, build, finance and maintain

DF

Deltafonds

DSSU

Doorstroommaatregelen station Utrecht

DVM

Dynamisch Verkeersmanagement

ERMTS

European Rail Traffic Management System

EU

Europese Unie

EVT

Eigen Veerdienst Terschelling

EZ

Ministerie van Economische Zaken

G3

de drie stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden

GIV

Geïntegreerde contractvormen

GSM-R

GSM-Rail

HRN

Hoofdrailnet

HSA

High Speed Alliance

HSL

Hogesnelheidslijn

HVWN

Hoofdvaarwegennet

HWN

Hoofdwegennet

IenM

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

IBOI

Index voor de Bruto Overheidsinvesteringen

IF

Infrastructuurfonds

IMPULS

Plan van aanpak Beheer en Onderhoud

KPI

Kernprestatie indicatoren

LTSa

Lange Termijn Spooragenda

LVO

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

MJPO

Meerjarenprogramma Ontsnippering

MKS

Missiekritieke Systemen

MOBZ

Modernisering Object Bediening Zeeland

NDW

Nationale Databank Wegverkeergegevens

NoMo

Nota Mobiliteit

NS

Nederlandse Spoorwegen

NSP

Nieuwe Sleutelprojecten

OTB

Ontwerp Tracébesluit

OV

Openbaar Vervoer

OVS

Openbaar Vervoer en Spoor

OV SAAL

Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad

OVT

Openbaar Vervoer Terminal

PHS

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

PB

Projectbesluit

PKB

Planologische Kernbeslissing

PMR

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

PPS

Publiek-Private Samenwerking

PVVO

Programma Verbeteren Veiligheid Overwegen

REP

Ruimtelijk Economisch Programma

RINK

Risico inventarisatie natte kunstwerken

RMf

Regionale Mobiliteitsfondsen

RSP

Regiospecifiek Pakket

RWS

Rijkswaterstaat

SVIR

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

SWUNG

Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid

TB

Tracébesluit

TEN-T

Trans Europese Transport Netwerken

V&R

Vervanging en Renovatie

ZSM

Zichtbaar, Snel en Meetbaar

ZZL

Zuiderzeelijn


X Noot
2

Zie voor het programma Vervanging en Renovatie Hoofdwegen: http://mirt2016.mirtoverzicht.nl/mirtgebieden/project_en_programmabladen/611.aspx

X Noot
3

www.mjpo.nl

X Noot
4

Vanuit de LTSa is de Herijking van de spoorbudgetten aangekondigd. In lijn hiermee worden in 2015 de financiële reeksen van Prorail voor beheer, onderhoud en vervanging onderzocht mede in het licht van de door Prorail gesignaleerde druk op de meerjarige budgetten. Uiterlijk in de begroting 2016 worden de uitkomsten van het onderzoek opgenomen. In afwachting van de uitkomsten daarvan is ervoor gekozen de besluitvorming over de prijsbijstelling naar prijspeil 2014/2015 van de budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging aan te houden tot de begroting 2017. Dit impliceert dat het budget ten behoeve van beheer, onderhoud en vervanging in prijspeil 2013 is uitgedrukt.

X Noot
5

Zie voor het programma Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegen: http://mirt2016.mirtoverzicht.nl/mirtgebieden/project_en_programmabladen/612.aspx

X Noot
6

d.d. 16 juni 2015.

X Noot
7

d.d 19 mei 2015.

X Noot
8

Exclusief apparaatkosten en bijdragen derden.

X Noot
9

Een deel van de apparaattaakstelling van ProRail (€ 276 miljoen) moet nog worden ingeboekt op aanleg. Deze was geheel verwerkt op de reeksen voor beheer, onderhoud en vervanging, maar hoort ook neer te slaan op de personele kosten voor aanlegprojecten. Door de overheveling ontstaat geen spanning op aanleg, omdat dit wordt gecorrigeerd door een lagere doorbelasting van apparaatskosten bij aanlegprojecten door ProRail.

X Noot
10

Deze werkwijze vloeit voort uit begrotingsregel 28 van het Kabinet Rutte II.

X Noot
11

Technisch gezien betekent dit een verlaging van het uitgavenkader (van het begrotingstotaal van het Infrastructuurfonds) in de jaren waarin het kasbudget geraamd stond en een verhoging van het uitgavenkader (van het begrotingstotaal van het Infrastructuurfonds) in de jaren waarin er een beschikbaarheidvergoeding nodig is.

Naar boven