Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-A nr. 2

34 300 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2016

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN

2

     
 

Wetsartikel 1

2

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

     

1.

Leeswijzer.

3

     

2.

Infrastructuuragenda

7

     

3.

Productartikelen

14

     

4.

Bijlagen

86

1.

Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingstaat per productartikelonderdeel

86

2.

Verdiepingsbijlage

88

3.

Overzichtsconstructie Kustwacht

123

4.

Instandhouding

126

5.

ProRail

141

6.

DBFM-conversies

143

7.

Lijst van afkortingen

145

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) stelt de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Begroting hoofdstuk XII) op van de Rijksbegroting, de begroting van het Infrastructuurfonds en de begroting van het Deltafonds.

Voor u ligt de begroting van het Infrastructuurfonds.

Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van IenM (artikelonderdeel 26.01). Daarnaast wordt voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

1. LEESWIJZER

Algemeen

De opzet en de structuur van de onderliggende begroting voor het Infrastructuurfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op deze regelgeving voor dit fonds de onderstaande punten verwerkt.

  • In de bijlage zijn de uitgaven per modaliteit weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de Begroting hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.

  • Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2028.

  • Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2028 toegelicht.

  • Bij het toelichten van begrotingsmutaties wordt de volgende normering gehanteerd. Dit houdt in dat (hoofd)producten, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant).

Begrotingsbedrag

Verschil

< € 4,5 mln.

> 50%

€ 4,5 – € 22,5 mln.

> € 2,5 mln.

> € 22,5 mln.

> 10%

> € 50 mln.

> € 5 mln.

  • Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoor (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, die is gelijk getrokken met de specificatie zoals die is opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.

  • Er is een zichtbare aansluiting tussen de uitgaven op het Infrastructuurfonds en de uitgaven van ProRail. Dit is gedaan door de middelen voor ProRail apart zichtbaar te maken bij artikelonderdeel Aanleg (artikel 13.03) en door het opnemen van het grafische schema met financiële stromen spoorinfrastructuur.

Inzicht in budgetflexibiliteit

Naar aanleiding van een toezegging om de budgetflexibiliteit voor de periode tot en met 2028 inzichtelijk te maken, bevat deze begroting informatie over de mate van verplichting van het budget.

  • Een groot deel van uitgavenruimte op het Infrastructuurfonds tot en met 2028 is belegd met doorlopende juridische verplichtingen die voortkomen uit langlopende geïntegreerde contractvormen voor het ontwerpen, aanleggen, financieren en onderhouden van infrastructuur (zgn. DBFM-contracten), complementaire verplichtingen voor beheer, onderhoud en vervanging en budgetten die benodigd zijn voor bekostiging van Rijkswaterstaat en Prorail.

  • Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten op de artikelen voor aanleg als juridisch verplicht beschouwd omdat het hier projecten betreft in de realisatiefase. Bij projecten in de realisatiefase zijn er doorgaans juridisch bindende afspraken met aannemers gemaakt.

  • Voor projecten in de verkennings- en planuitwerkingsfase geldt dat er doorgaans in meer of mindere mate concrete bestuurlijke afspraken zijn gemaakt. De tabellen voor programma’s en projecten die zich bevinden in de fase van verkenning of planuitwerking geven inzicht in de concreetheid van deze afspraken en daarmee over de mate van verplichting van de budgetten. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit voor de periode tot en met 2028 inzichtelijk gemaakt.

  • Het hele programma voor verkenning en planuitwerking is daartoe per modaliteit ingedeeld in drie categorieën, te weten:

A: «Verplicht»

Hieronder vallen alle projecten/programma’s waar met (bestuurlijke) partijen concrete afspraken over zijn gemaakt over scope/tijd/geld/risico’s met het oog op de realisatie. Doorgaans worden deze neergelegd in bestuursovereenkomsten of convenanten. Daarnaast vallen projecten onder deze categorie, die onvermijdelijk zijn om aan wettelijke normen te kunnen voldoen.

B: «Gebonden»

Deze categorie is voor projecten die niet onder (A) vallen, maar waarbij taakstellende projectbudgetten zijn vastgesteld en extern gecommuniceerd (bijvoorbeeld bij Voorkeursbeslissing), moties/amendementen erover zijn aanvaard en/of globale intentie/procesovereenkomsten zijn gesloten.

C: «Bestemd»

De overige projecten, programma’s, planuitwerkingen, verkenningen, niet zijnde (A) of (B), die geacht worden bij te dragen aan de geformuleerde beleidsdoelen vallen onder deze categorie. Ook bekende risico’s, zoals gemeld in correspondentie richting de Tweede Kamer kunnen hier opgenomen worden. Kenmerkend is dat nog geen politiek vastgestelde budgetten per project beschikbaar zijn. Indien beschikbaar wordt een kostenindicatie/bandbreedte opgenomen.

Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 20161. Nieuw vanaf de begroting 2016 is dat voor de projecten in de MIRT-tabellen waar mogelijk een digitale verwijzing is opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht. Hiermee is nog nadrukkelijker de koppeling gelegd tussen begroting en MIRT.

Opbouw

Deze begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd.

  • 1. Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Infrastructuurfonds voor het jaar 2016 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.

  • 2. In de infrastructuuragenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2016 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2016 begint.

  • 3. Het laatste onderdeel van de agenda. «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.

  • 4. In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT projecttabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerking programma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT-tabellen zijn voorzien van toelichtingen indien sprake is van een wijziging in het taakstellend projectbudget (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) en/of als wijzigingen optreden in de oplevering van het project. Dit rekening houdend met de norm zoals eerder met de Tweede Kamer gedeeld.

  • 5. In de bijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Ook hier geldt dat bij het toelichten van de verschillen rekening is gehouden met de norm zoals eerder met uw Kamer gedeeld.

  • 6. De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.

Groeiparagraaf: wat is nieuw in deze begroting

Tabel instandhouding netwerken

Door middel van de motie van de leden Smaling en de Rouwe (34 000 XII, 2014–2015, nr. 50) is ondermeer verzocht jaarlijks bij de begroting in beeld te brengen wat de voortgang, aard en omvang is van het onderhoud van de infrastructuur van Nederland. Hiertoe is in bijlage 4 een overzichtstabel opgenomen, zoals vorig jaar met uw Kamer gedeeld (34 000 A, 2014–2015, nr. 15).

Geïntegreerde contractvormen: DBFM-conversies

In aanloop naar deze begroting zijn er diverse DBFM-contracten afgesloten, omdat is aangetoond dat er bij deze projecten met deze contractvorm efficiencyvoordelen te behalen zijn. Door het afwijkende betaalritme van DBFM-contracten wordt de kasraming van deze projecten bij deze begroting in lijn gebracht met de verplichtingenreeks. In bijlage 6 is een algemene toelichting opgenomen over de budgettaire verwerking van DBFM-contracten.

Raming modaliteiten

Op artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten van het Infrastructuurfonds zijn budgetten beschikbaar voor verschillende modaliteiten. De ambitie is om – op termijn – alle uitgaven per modaliteit te ramen op de desbetreffende artikelen, opdat alle uitgaven die verband houden met een modaliteit op de betreffende artikelen zijn geraamd. Hiertoe is in de begroting 2014 een eerste aanzet gedaan.

In de ontwerpbegroting 2016 zijn aanvullende mutaties doorgevoerd om het eindbeeld te bereiken. Dit betreft onder meer het toedelen van de middelen op artikelonderdeel 18.12 «Nader toe te wijzen Beheer en Onderhoud en vervanging» en artikelonderdeel 18.08 «Netwerkoverstijgende kosten» aan artikel 12 Hoofdwegennet, artikel 15 Hoofdvaarwegennet en het Deltafonds.

Indicatoren

Nieuw op artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet is dat de indicatoren bij Verkeersmanagement en Beheer, Onderhoud en Vervanging in meerjarig perspectief zijn gezet.

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

De infrastructuuragenda beperkt zich tot het presenteren van de agenda op projectniveau, met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2016 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2016 begint.

Mijlpalen en resultaten 2016

Beheer, onderhoud en vervanging

In 2016 wil IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren:

Beheer, onderhoud en vervanging

Mijlpaal

Project

Hoofdwegen

– Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare reis en route-informatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

– Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Spoorwegen

– Verkeersleiding en capaciteitsmanagement.

– Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.

 

– Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.

 

– Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.

Hoofdvaarwegen

– Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

– Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen programma «NoMo AOV».

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, het MIRT Overzicht 2016 en bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.

Aanleg

Hieronder volgen de mijlpalen die IenM in 2016 wil halen per modaliteit.

Hoofdwegennet

Mijlpaal

Project

Openstelling

– A2 Passage Maastricht

– N50 Ens – Emmeloord

– A12 Ede – Grijsoord

Start realisatie

– N18 Varsseveld – Enschede

– A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

Spoorwegen

Mijlpaal

Project

Oplevering

– OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

– OV SAAL korte termijn (Cluster C en A)

– Fietsenstalling Amsterdam CS (deel Noord West)

– Utrecht – Utrecht Lunetten Houten incl viaduct A27 (onderdeel Vleuten-Geldermalsen)

– Traject Oost: Bunnik (snelverkeeronderdoorgang)

 

– NSP Breda OVT

– PHS: Doorstroomstation Utrecht (DSSU) (inclusief voorinvestering)

– Fietsparkeren bij stations (diverse deelprojecten)

– Toegankelijkheid Stations (diverse deelprojecten)

– Eindhoven: nieuwe stationspassage (onderdeel programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten)

– Zwolle Spoort (onderdeel programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten)

– Programma Kleine Functiewijzingen (diverse projecten)

– Maatregelen Beverwijk (onderdeel programma Regionet)

– Station Leeuwarden Werpsterhoek (onderdeel RSP ZZL)

– Robuustheidverhogende maatregelen Valleilijn RVM-1 (onderdeel regionale lijnen Gelderland)

– Zutphen – Winterswijk: Snelheidsverhoging Zutphen (onderdeel regionale lijnen Gelderland)

– Overweg Zwolle-Leeuwarden: Wolvega onderdoorgang Om den Noort (onderdeel Sporendriehoek NN)

– Heerenveen: aanpassing bestaande overweg Rotstergaatseweg (onderdeel Sporendriehoek NN)

– Page: emplacementen Delfzijl

– 2e fase programma Na-NOV

Start realisatie

– Fietsparkeren bij stations (diverse deelprojecten)

– Toegankelijkheid Stations (diverse deelprojecten)

 

– PHS: Delft Zuid – Rijswijk

 

– LVO (diverse deelprojecten)

 

– Zwolle-Herfte

 

– Programma Kleine Functiewijzingen (diverse projecten)

 

– Waalhaven Zuid: herinrichting emplacement

Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Project

Openstelling

– De Zaan (Wilhelminasluis)

– Wilhelminakanaal Tilburg

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn-Scheldeverbinding

 

– Projecten in het kader van Quick-Wins regeling Binnenhavens

Start realisatie

– Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

 

– Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Overzicht 2016.

Regionale/lokale infrastructuur (> € 112,5 miljoen / > € 225 miljoen)

Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. IenM is dus niet zelf verantwoordelijk, maar kan een bijdrage leveren in de aanlegkosten van een dergelijk project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. In artikelonderdeel 14.01 van het Infrastructuurfonds van de Rijksbegroting zijn de grote regionale/lokale projecten nader aangeduid.

Begroting op hoofdlijnen

Belangrijkste wijzigingen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2015. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in bijlage 2: Verdiepingsbijlage.

   

art

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021–2028

Stand ontwerp-begroting 2015

 

6.163.077

5.911.025

6.350.144

5.847.820

6.059.340

6.415.734

45.106.669

Mutaties 1e suppletoire wet 2015

 

52.415

108.496

– 4.401

63.953

128.303

3.729

170.907

Stand Voorjaarsnota 2015

 

6.215.492

6.019.521

6.345.743

5.911.773

6.187.643

6.419.463

45.277.576

Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds

 

– 268.814

– 235.570

– 279.941

50.304

– 125.950

– 193.666

911.764

 

Kaderrelevante mutaties IF

               

1

Raming Infrastructuurfonds

13/14/15

 

– 65.000

15.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

50.000

2

Kasschuif tbv rijksbrede beeld

18

 

– 40.000

40.000

       

3

Loon- en prijsbijstelling 2015

Div.

25.444

23.009

24.908

23.403

24.486

26.074

206.469

4

Afkoop PHS leenfaciliteit

13

           

675.000

5

DBFM conversies:

               
 

– A9 Gaasperdammerweg

12

– 44.587

– 134.735

– 316.328

175.140

44.352

29.455

222.584

 

– A12 Ede – Grijsoord

12

– 59.124

– 14.952

14.321

8.041

6.933

6.411

46.592

 

– Keersluis Limmel

15

– 27.473

– 694

– 36

4.841

1.890

1.857

13.754

6

Topsector Logistiek 2016

Div.

 

– 1.295

– 13.607

– 4.504

– 2.904

– 1.162

 

7

Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

Div.

 

– 4.329

– 3.908

– 3.366

– 2.712

– 2.765

– 22.120

8

Eenvoudig Beter

Div.

 

– 16.037

         

9

Verdeling Netwerkoverstijgende kosten

18

 

– 200.918

– 177.231

– 153.137

– 150.387

– 150.256

– 1.177.052

 

(restant naar DF)

12/15

 

163.895

144.625

123.709

122.029

121.924

946.763

10

Inpassen ontvangstenschuiven

Div.

– 99.024

84.182

39.681

– 6.458

– 52.953

– 22.800

57.372

11

Overboeking naar PF/GF/BCF: RSP 2015

14

– 67.110

           

12

A1/A6/A9 SAA: diverse regiobijdragen

12

   

4.100

5.201

5.000

– 80.600

 

13

Overboekingen ikv Decentralisatie

13/14

 

– 17.103

– 40.223

– 20.523

– 19.523

– 19.523

– 98.312

 

Diversen

Div.

3.060

– 11.593

– 11.243

– 2.043

–  2.161

– 2.281

– 9.286

                   
 

Mutaties binnen kader IF

               

14

Verdeling reservering Vervanging en renovatie

18

           

– 3.086.349

   

12/15

           

3.086.349

15

Inpassen minregel 2015 en 2017 en verder

Div.

93.938

 

19.703

20.115

22.793

21.307

– 177.856

     

– 93.938

 

– 19.703

– 20.115

– 22.793

– 21.307

177.856

16

Kasschuif B&O Hoofdvaarwegennet

15

   

– 56.748

– 57.002

– 62.187

– 56.109

232.406

         

56.748

57.002

62.187

56.109

– 232.406

17

Basis ICT

Div.

– 12.300

– 14.700

       

27.000

     

12.300

14.700

       

– 27.000

18

Cyber security

12/15

– 25.900

– 35.400

– 16.500

     

77.800

     

25.900

35.400

16.500

     

– 77.800

Stand ontwerp-begroting 2016

 

5.946.678

5.783.951

6.065.802

5.962.077

6.061.693

6.225.797

46.189.340

Ad 1. Sinds enige jaren wordt er op de artikelen bij Wegen en Vaarwegen met een overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat de beschikbare middelen ook jaarlijks worden uitgeput. Bij deze begroting wordt het gebruik van dit instrument verder uitgebreid naar het Spoorartikel en het Deltafonds. Over de periode 2016–2020 wordt zo eenmalig € 100 miljoen per jaar vrijgespeeld. Via een kasschuif worden deze middelen in de periode 2021–2025 weer aan de fondsbegrotingen toegevoegd. Dit was mogelijk zonder consequenties op het lopende programma. Vanaf 2026 zal er een structurele ramingsbijstelling van € 100 miljoen per jaar worden toegepast.

Ad 2. Dit betreft een kasschuif ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Ad 3. Dit betreft de toevoeging van de aan het Infrastructuurfonds uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2015.

Ad 4. Dit betreft de verwerking van een oude afspraak met betrekking tot de PHS Leenfaciliteit. In deze afspraak was geregeld dat er voor de investeringen van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer geleend kon worden. Deze constructie wordt voor de periode 2021–2027 vervangen door een toevoeging van € 675 miljoen aan het Infrastructuurfonds. Dit leidt niet tot extra investeringen.

Ad 5. Van deze projecten is de DBFM-aanbesteding afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Ad 6. Voor de in 2016 op te starten activiteiten Topsector Logistiek wordt in totaal € 23,5 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 23,5 miljoen af.

Ad 7. De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) sterk toegenomen. Hierdoor zijn er tekorten ontstaan in de financiering. Om deze problematiek van een oplossing te voorzien is in 2014 de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO) benoemd. Onder regie van de NCDO is onder andere besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Conform dat besluit heeft IenM bij eerste suppletoire begroting 2015 middelen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit de begroting Hoofdstuk XII. Voor de verrekening binnen IenM wordt in totaal € 39,2 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar artikel 99 Nominaal en Onvoorzien op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 39,2 miljoen af.

Ad 8. Voor de stelselherziening van het omgevingsrecht en de implementatie van de Omgevingswet (uitvoeringsregelgeving) wordt er in 2016 € 16,0 miljoen vanuit de voeding van het Infrastructuurfonds overgeboekt naar diverse (beleids)artikelen op de begroting Hoofdstuk XII. De beschikbare investeringsruimte op het Infrastructuurfonds neemt hierdoor met € 16,0 miljoen af.

Ad 9. Op het artikelonderdeel Netwerkoverstijgende Kosten (18.08) werden de netwerkoverstijgende apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) en overige netwerkoverstijgende kosten van RWS verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van RWS gemoeid zijn als bepaalde onderdelen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Deze kosten hebben zowel betrekking op de activiteiten die worden verricht voor het Infrastructuurfonds, als voor activiteiten op het Deltafonds. Deze middelen worden nu verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Ad 10. Dit betreft het effect op de uitgavenramingen van bijdragen op de fondsbegroting die in de tijd verschuiven.

Ad 11. Dit betreft de verwerking van technische overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds. Zie voor een verdere toelichting het gestelde in het verdiepingsbijlage bij artikel 14.

Ad 12. Het betreft hier de verwerking van diverse bijdragen van derden. Het gaat enerzijds om het opnemen van de bijdragen van de regio aan de aansluiting Ooij – knooppunt Diemen, oostelijke aansluiting IJburg (€ 9,3 miljoen), voor afspraken over de extra onderdoorgang van de A6 in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere (€ 5,1 miljoen) en voor Almere Weerwater (€ 5,3 miljoen). Anderzijds is de scope en bijdrage in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere bijgesteld (– € 86 miljoen).

Ad 13. Het betreft hier diverse overboekingen naar Hoofdstuk XII/Brede Doeluitkering in het kader van decentralisatie van middelen voor Heerlen-Aken, Lenteakkoord, Limburg, Maaslijn en Zwolle-Enschede. Zie voor een meer uitvoerige toelichting het verdiepingsbijlage bij de artikelen 13 en 14.

Ad 14. Op het artikelonderdeel Nader toe te wijzen BenO en Vervanging (18.12) waren de noodzakelijke middelen voor Vervanging en Renovatie opgenomen. Deze middelen konden nog niet worden toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Deze middelen worden nu toegewezen aan artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Dit door onder meer een inventarisatie van RWS van de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten.

Ad 15. De minregels in 2015, als gevolg van de (gedeeltelijk) ingehouden prijsbijstelling 2013 en 2014, worden op het gehele Infrastructuurfonds middels een kasschuif via het aanlegprogramma ingepast. Voor Spoorwegen en Regionaal/lokale infrastructuur wordt dit eveneens gedaan voor de jaren 2017 en verder.

Ad 16. Een deel van de dekking voor de uitvoering van het beheer en onderhoud op het Hoofdvaarwegennet in de periode 2017–2020 staat gereserveerd in de periode na 2020. Het gaat in totaal om € 232 miljoen. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de juiste jaren geschoven.

Ad 17. De beschikbaarheid van het IV-areaal («IV» staat voor Informatievoorziening), waaronder het landelijke IV-netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Het IV-landschap is verouderd, een situatie die zich bij meerdere grote uitvoeringsorganisaties van de Rijksoverheid voordoet. Voor onder meer de vervanging van verouderde netwerkcomponenten wordt budget overgeheveld van artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging naar artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Deze middelen worden via het aanlegprogramma naar de jaren 2015 en 2016 geschoven.

Ad 18. Het in 2014 gestarte Programma «Beveiligd Werken» richt zich op het «in control» brengen en houden van de missiekritieke systemen (MKS) en Industriële Automatisering ter ondersteuning van de maatschappelijk vitale en primaire processen van RWS. MissieKritieke Systemen zijn ICT systemen die een essentiële rol spelen in een informatieketen (mensen, processen en techniek). Onderdeel hiervan is het voldoen aan de eisen ten aanzien van informatiebeveiliging (Cyber Security). De benodigde middelen voor Cyber Security worden gedekt uit de reservering voor Vervanging en Renovatie op artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet en via het aanlegprogramma naar de periode 2015–2017 geschoven.

Overprogrammering

De in de begroting 2014 geïntroduceerde overprogrammering wordt uitsluitend gedurende de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2020) toegepast op de artikelen voor aanleg. In de totale periode tot en met 2028 is het volledige programma altijd gedekt. Hoofdzakelijk is de overprogrammering geplaatst op de artikelen voor verkenning- en planuitwerking. In deze projectfases is de onzekerheid rondom de planningen – en daarmee het risico op vertraging – namelijk het hoogst. In de onderstaande tabel is de omvang van deze overprogrammering weergegeven.

Overprogrammering Infrastructuurfonds (in miljarden euro's)
 

t/m 2020

Vanaf 2021

Totaal

Aanlegprogramma

20,8

17,9

38,7

Aanlegbudget

18,3

20,4

38,7

Overprogrammering (–)

– 2,5

2,5

0,0

Op de artikelen voor realisatie is er in de eerste jaren sprake van een beperktere overprogrammering. Zowel de omvang als het ritme hiervan is inzichtelijk gemaakt in de projecttabellen bij de realisatieartikelen van de modaliteiten. Over de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2020) genomen is het volledige programma gedekt op de artikelen voor realisatie (oftewel de overprogrammering is per saldo nul).

3. DE PRODUCTARTIKELEN

Artikel 12 Hoofdwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Het betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, Geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

Artikel 12 Hoofdwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 12 Hoofdwegennet (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

3.407.686

3.578.129

2.917.637

3.060.272

2.466.705

3.298.560

2.090.335

Uitgaven

2.568.873

2.235.654

2.011.120

2.298.779

2.437.509

2.836.973

3.147.853

Waarvan juridisch verplicht:

   

94%

       

12.01 Verkeersmanagement

21.589

14.510

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

665.071

592.880

678.756

562.327

506.795

520.306

499.928

12.02.01 Beheer en onderhoud

533.514

434.283

498.217

471.699

456.503

463.703

449.736

12.02.04 Vervanging

131.557

158.597

180.539

90.628

50.292

56.603

50.192

12.03 Aanleg

873.067

518.570

443.676

617.169

944.946

1.532.198

1.845.424

12.03.01 Realisatie

863.803

481.441

332.849

479.753

831.220

985.013

1.053.573

12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

9.264

37.129

110.827

137.416

113.726

547.185

791.851

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

601.189

669.479

371.932

644.111

519.647

325.945

343.201

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

407.957

440.215

567.712

531.703

511.708

507.124

505.976

12.06.01 Apparaatskosten RWS

355.573

343.366

446.542

424.387

412.987

405.745

404.581

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

52.384

96.849

121.170

107.316

98.721

101.379

101.395

12.07 Investeringsruimte

0

0

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

975.932

933.232

1.104.906

1.030.231

1.005.118

995.695

967.896

– Restant

1.592.941

1.302.422

906.214

1.268.548

1.432.391

1.841.278

2.179.957

12.09 Ontvangsten

132.430

667.090

55.525

136.870

47.831

49.740

130.685

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenningen en planuitwerking, worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

2.011.120

2.298.779

2.437.509

2.836.973

3.147.853

2.590.884

12.01

Verkeersmanagement

 

9.691

3.631

3.631

3.632

3.631

3.628

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

678.756

562.327

506.795

520.306

499.928

593.446

12.03

Aanleg

 

443.676

617.169

944.946

1.532.198

1.845.424

1.207.847

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

371.932

644.111

519.647

325.945

343.201

337.961

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

 

567.712

531.703

511.708

507.124

505.976

505.257

12.07

Investeringsruimte

 

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

– 57.255

                 

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

55.525

136.870

47.831

49.740

130.685

8.703

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

3.159.223

3.003.951

2.831.303

2.652.453

2.574.156

2.432.040

2.618.528

12.01

Verkeersmanagement

 

3.625

3.624

3.623

3.621

3.621

3.621

3.629

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

791.694

791.650

795.875

796.175

742.298

969.145

704.997

12.03

Aanleg

 

1.617.221

1.483.623

1.313.350

1.108.003

946.225

430.727

272.865

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

295.397

286.994

266.673

271.334

422.427

222.087

220.764

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

 

492.970

499.240

495.259

500.044

501.021

501.159

498.543

12.07

Investeringsruimte

 

– 41.684

– 61.180

– 43.477

– 26.724

– 41.436

305.301

917.730

                   

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

79.722

7.222

1.222

1.222

1.222

500

4.700

12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft IenM naar optimaal gebruik van informatie over de beschikbare infrastructuur en draagt IenM bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Daarmee worden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Nederland, binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, bevorderd.

Verkeersmanagement

Producten

Bij verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatregelcategorieën:

  • Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm.

  • Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement).

  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van bumperkleven en het negeren van rode kruizen.

  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.

Verkeersmanagementmaatregelen betreffen onder andere de inzet van weginspecteurs bij incidenten, toeritdosering, bediening en gebruik van spitsstroken, maar ook verkeersinformatie op panelen boven de weg. De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking. Dit krijgt ook vorm in het programma Beter Benutten. Hierin wordt samen met andere infrabeheerders, vervoersorganisaties en bedrijfsleven gewerkt aan regionale maatregelen om bestaande weg-, vaarweg-, spoor- en OV-verbindingen beter te benutten en daardoor de regionale bereikbaarheid te verbeteren. Hetzelfde geldt ook voor de Praktijkproef Amsterdam, waarbij door gecoördineerd en netwerkbreed inzetten van maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan de beleidsdoelen zoals verbeteren van de reistijd en bereikbaarheid en de leefbaarheid in de regio Amsterdam. In de 2e fase van deze proef worden de wegkantsystemen en dynamische navigatiesystemen (in-car) verder ontwikkeld, met als perspectief een verdere integratie van beide systemen.

Ook wordt in 2016 uitvoering gegeven aan de internationale ITS-corridor (Intelligent Transportation Systems) Rotterdam-Frankfurt-Wenen, met als doel coöperatieve diensten te ontwikkelen en te realiseren. Deze diensten zijn gebaseerd op draadloze communicatie tussen voertuigen en wegkantsystemen. Daarbij gaat het concreet om het waarschuwen bij wegwerkzaamheden en het verzamelen van data uit voertuigen, ten behoeve van meer veiligheid voor weggebruikers en wegwerkers.

In 2016 wordt ook vervolg gegeven aan het in 2013 gestarte actieprogramma «Beter geïnformeerd op weg» om in samenwerking met marktpartijen een gezamenlijke koers en een concrete agenda voor ontwikkeling en innovatie van verkeersmanagement voor de komende jaren te formuleren. Het actieprogramma bestaat uit een publiek-private routekaart over Reisinformatie & Verkeersmanagement, waarin de strategische lijnen voor de beoogde ontwikkelingen worden beschreven. Deze routekaart is in november 2013 naar de Tweede Kamer gestuurd. De routekaart wordt concreet uitgewerkt in een uitvoeringsagenda voor de overheden en het bedrijfsleven onder de naam «Connecting Mobility». Het actieprogramma biedt een meerjarig richtsnoer (2013–2023) dat de basis legt voor publieke en private investeringen in reisinformatie en verkeersmanagement.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in de bijlage instandhouding bij deze begroting.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2014

2015

2016

Verkeerssignalering

km op rijbaan

2.637

2.667

2.674

Verkeerscentrales

aantal

6

6

6

Spits- en plusstroken

km

336

347

347

Toelichting:

De verwachte toename van verkeerssignalering op rijbanen is de resultante van de uitbreiding in 2015 (A4 Delft-Schiedam en N35 Combiplan Nijverdal) en uitbreiding in 2016 (A2 Passage Maastricht).

De verwachte toename van het aantal kilometer spits- en plusstroken eind 2016, is de resultante van enerzijds permanente openstelling van de plusstrook in 2015 op de A12 Woerden – Gouda en anderzijds de realisatie van onder andere extra spitsstroken op A7/A8 Purmerend – Zaandam – Coenplein (Beter Benutten) en op de A15 Maasvlakte-Vaanplein bij Rozenburg.

Indicator verkeersmanagement
 

Eenheid

2013

2014

Streefwaarde 2015

Streefwaarde 2016

Op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en route-informatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders.

% van bemeten rij baanlengte

83%

89%

89%

89%

Toelichting:

De indicator kent twee aspecten, namelijk de mate van beschikbaarheid van de RWS meetlocaties en de mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de Nationale Databank Wegverkeergegevens (NDW). In combinatie met de verkeersgegevens van andere wegbeheerders kan dit aan serviceproviders beschikbaar worden gesteld.

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van vlot en veilig vervoer van personen en goederen. Daarbij gelden randvoorwaarden voor milieu (natuur, lucht, geluid en duurzaamheid).

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement zoals signalering en verkeerscentrales.

Vervanging en renovatie betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en wegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren «60 van de vorige eeuw zijn kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

In bijlage 4 Instandhouding is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot beheer en onderhoud en vervanging van alle netwerken.

12.02.01 Beheer en Onderhoud

Voor het gebruik van het wegennet zet IenM in op een optimale beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid over de levenscyclus van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het beheer en onderhoud.

De uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:

  • Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan.

  • Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken.

  • Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales.

  • Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting.

  • Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhardingen, kunstwerken (bruggen en viaducten), DVM, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu. Deze percentages zijn gebaseerd op een langjarig gemiddelde.

Areaal rijkswegen
   

Eenheid

2014

2015

2016

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.801

5.807

5.805

Rijbaanlengte

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.587

1.597

1.605

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

76

76

76

Areaal asfalt

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

13

13

13

Groen areaal

 

km2

201

201

201

Toelichting:

  • De afname van de rijbaanlengte (hoofdrijbaan) van 5.807 km in 2015 naar 5.805 km in 2016 wordt verklaard door de aanleg van de A2 Passage Maastricht waarbij de aanleg van de tunnel zorgt voor een kleine afname.

  • De toename van de rijbaanlengte (verbindingswegen en op- en afritten) van 1.597 km in 2015 naar 1.605 km in 2016 wordt verklaard door de aanleg van de A2 Passage Maastricht.

Omvang Areaal
 

Areaal

Eenheid

Omvang 2016

Budget

x € 1.000

2016

Beheer, onderhoud en ontwikkeling

Oppervlakte wegdek1

km2

89

497.155

X Noot
1

exclusief verzorgingsbanen

Indicatoren Beheer en Onderhoud
 

2013

2014

streefwaarde 2015

streefwaarde 2016

De verhouding verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud t.o.v. totale verstoringen.

5%

4%

10%

10%

         

Tijdsduur (%) van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rijstroken zijn afgesloten door aanlegwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden, door falen infra of falen verkeersmanagement.

98%

99%

90%

90%

         

Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien).

85%

96%

98%

98%

12.02.04 Vervanging

De veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet moeten in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt.

In deze begroting zijn de gereserveerde middelen voor Vervanging en Renovatie van Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten deels toegewezen aan het Hoofdwegennet. De toewijzing van deze middelen is gedaan op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk. Hiervoor heeft RWS de ouderdom en de te verwachten restlevensduur van de infrastructurele objecten geïnventariseerd.

Op dit artikel staan hiermee alle beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdwegennet. In het MIRT Overzicht2 worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt. Rijkswaterstaat bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma dus in latere jaren concreet.

Wegnr.

Objecten

Gereed

A58

Kreekrakbrug tussen knooppunt Markiezaat en afslag Rilland

2015

A12

Galecopperbrug tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten

2015

A50

Brug tussen de knooppunten Valburg en Ewijk

2016

div.

Tunneltechnische Installatie tunnels in Zuid- en Noord- Holland

2016

A27

Renovatie A27 Stichtse brug-Knooppunt Almere

2016

N3

Wantijbrug tussen Papendrecht en Dordrecht

2017

N15

Suurhoffbrug tussen Europoort en Oostvoorne

2017

A59

Brug Drongelens kanaal en Viaduct Hoogeinde/Drunen

2017

A22

Velsertunnel

2017

N200

Rijnlandse Boezemwaterbruggen

2018

A44

Kunstwerken A44/zuidelijke en noordelijke Kaagbruggen/Hoofdvaart/Lisserweg

2018

N3

Dordrecht Zuid-Papendrecht, vervanging wegfundering

2019

A6

Lelystad Noord-Ketelbrug, vervanging wegfundering

2020

A16

Brienenoordbrug tussen de knooppunten Ridderkerk en Terbregseplein

2020

A76

Zuidelijk viaduct Daelderweg/Nuth

2020

12.03 Aanleg

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt, met als doel om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

12.03.01 Realisatie

Mijlpalen Realisatieprojecten

Producten

In 2016 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

A2 Passage Maastricht

N50 Ens – Emmeloord

A12 Ede – Grijsoord

Start realisatie

N 18 Varsseveld – Enschede

A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

Overige maatregelen

Meer veilig-3

In 2016 wordt gewerkt aan de voorbereiding en de uitvoering van het pakket Meer veilig-3 (uitvoeringsperiode 2015–2018). Het pakket bevat naast kosteneffectieve maatregelen voor het oplossen van verkeersonveilige locaties ook maatregelen voor het oplossen van significante onveilige situaties op routes. De totale omvang van het programma is € 37 miljoen. In 2016 wordt gewerkt aan de realisatie van de eerste tranche van 51 maatregelen. In 2016 wordt ook gewerkt aan de voorbereiding van de maatregelen uit de tweede tranche.

Maatregelpakket Verzorgingsplaatsen

Dit pakket is gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter-)nationale vrachtcorridors. Binnen dit pakket worden landelijk ruim 300 extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens gecreëerd en nog eens ruim 400 parkeerplaatsen meerjarig gehuurd. Daarnaast wordt ingezet op een structurele kwaliteitsverbetering van naar verwachting 35 tot 40 verzorgingsplaatsen. Het totaal hiervoor beschikbare budget bedraagt € 25 miljoen. In 2016 is dit pakket maatregelen grotendeels in uitvoering.

Meer Kwaliteit Leefomgeving

Dit pakket betreft het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO)3. De geplande werkzaamheden binnen het MJPO lopen door tot en met 2018. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel. Hierdoor worden twee gescheiden natuurgebieden met elkaar verbonden. In de periode 2016–2018 wordt gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de laatste tranche maatregelen, inclusief een aantal aanvullende maatregelen ter bescherming van de otter. Informatie over het programma, zoals de maatregelen, zijn ook te vinden op de website.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Het project A12 Ede-Grijsoord is met de DBFM-conversie in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (12.03.01) naar Geïntegreerde contractvormen (12.04).

  • De projecten A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen en A27/A1 Utrecht Noord – knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten zijn van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase. Hierbij wordt aangesloten bij de huidige raming. Het verschil tussen de raming en het budget wordt toegevoegd aan de investeringsruimte (zie ook 12.07).

  • ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding): De meevallers bij de projecten A4 Burgerveen – Leiden (€ 40 miljoen) en A2 Maasbracht – Geleen (€ 16 miljoen) zijn overgeboekt naar ZSM (programma Zichtbaar, Snel en Meetbaar) waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd. Dit leidt tot een ophoging van het ZSM-budget. Beide projecten zijn ruim binnen budget opgeleverd, omdat voorziene risico’s na de aanbesteding niet zijn opgetreden. Daarnaast heeft de renovatie van de Hollandse brug eerder plaatsgevonden. Deze kosten (€ 75 miljoen) zijn destijds voorgefinancierd uit ZSM. Nu worden de middelen terugbetaald vanuit het programma voor Vervanging en Renovatie aan ZSM.

  • A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA):

    • het deeltraject A9 Gaasperdammerweg is met de DBFM-conversie in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (12.03.01) naar Geïntegreerde contractvormen (12.04).

    • De aanbestedingsmeevaller en een deel van de risicoreservering bij het deeltraject A1/A6 (12.04) wordt overgeheveld naar het generale onderdeel van het programma (12.03.01) en blijft hiermee behouden voor SAA.

    • Het deeltraject A6 Almere is van planuitwerking overgegaan naar de realisatiefase.

    • Verwerking van de bijdragen voor een extra onderdoorgang van de A6 in het kader van Stedelijke Bereikbaarheid Almere (€ 7,6 miljoen) en voor Almere Weerwater (€ 5,3 miljoen).

  • A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere: Bij het Tracébesluit (maart 2011) is gemeld dat het project SAA een flinke opgave heeft om het project te realiseren binnen het taakstellend budget. Eén project is inmiddels afgerond (A10-Oost), twee projecten zijn in uitvoering (A1-A6 en A9 Gaasperdammerweg), één project zit in de aanbestedingsfase (A6 Almere) en A9 Amstelveen in de voorbereiding OTB. De budgetspanning bedraagt op dit moment € 0,3 miljard. Het programma SAA heeft te maken met diverse onzekerheden en nog te realiseren complexe onderdelen (aquaduct; tunnel; verdiepte liggingen; wisselstroken). Door strakke sturing op de risico’s behoort het realiseren van SAA binnen het taakstellend budget nog steeds tot de mogelijkheden.

  • A28 Knooppunt Hoevelaken: Het budget is verhoogd door een bijdrage van de provincie Gelderland en de gemeente Nijkerk (€ 2 miljoen) en een bijdrage van de provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort (€ 7 miljoen) conform de bestuursovereenkomst.

  • A4 Burgerveen – Leiden: Bij het project zijn voorziene risico’s niet opgetreden en is een groot deel van de risicoreservering vrij gevallen. Ook is het gelukt de scope stabiel te houden tijdens de relatief lange uitvoeringsduur. De meevaller is overgeboekt naar ZSM waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd.

  • A2 Maasbracht – Geleen: Bij oplevering van het project is een groot deel van de risicoreservering vrij gevallen. Risico’s in relatie tot kabels en leidingen bij een Petrochemische complex hebben door goede beheersing niet tot extra kosten geleid. De meevaller is overgeboekt naar ZSM waar alle mee- en tegenvallers van de Spoedaanpak worden samengevoegd.

  • N31 Haak om Leeuwarden: De ophoging van het budget met € 22 miljoen is hoofdzakelijk ontstaan door een aangepaste uitvoeringsmethode bij het zuidelijke deel van dit project, waardoor het ontwerp moest worden aangepast.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma Hoofdwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Dynamisch Verkeersmanagement

129

129

129

0

           

Kleine projecten / Afronding projecten

61

134

 

17

5

10

15

11

2

 

nvt

nvt

Programma 130 km

56

57

19

19

0

17

0

     

Programma aansluitingen

99

99

27

7

25

23

15

2

   

nvt

nvt

Quick Wins Wegen

37

37

11

0

0

1

   

25

 

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

1.752

1.620

1.449

26

8

7

3

 

141

118

2016

2016

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

A10 Amsterdam praktijkproef FES

51

50

16

9

6

5

14

     

2015–2018

2015–2018

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere

1.673

1.662

556

30

11

60

265

345

173

232

2024

2024

A9 Badhoevedorp

340

339

91

46

39

19

7

138

   

2018

2019

A2 Holendrecht – Oudenrijn

1.219

1.219

1.202

2

5

0

1

0

9

 

2012

2012

A28 Utrecht – Amersfoort

224

223

189

3

3

 

6

22

   

2013

2013

A28 Knooppunt Hoevelaken

741

731

11

9

7

10

36

136

162

370

2022–2024

2022–2024

A1 Bunschoten – Knooppunt Hoevelaken

24

24

2

14

1

7

       

2015

2016

N50 Ens-Emmeloord

16

16

0

13

3

         

2016

2016–2018

A7/A8 Purmerend – Zaandam – Coenplein

21

21

1

10

3

8

       

2015

2015–2017

A27/A1 Utrecht.N. – knp. Eemnes – asl.Bunschoten

261

266

5

4

18

109

111

11

1

 

2018–2020

2018–2020

Projecten Zuidvleugel

                       

A4 Burgerveen – Leiden

548

588

519

14

2

2

2

1

1

8

2015

2015

A4/A44 Rijnlandroute

551

549

   

36

36

100

120

161

98

Regio

Regio

A4 Delft – Schiedam

658

657

446

102

38

10

6

34

3

19

2015

2015

Projecten Zuidwestelijke Delta

                       

N57/N59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

11

10

0

1

2

4

3

2

   

2020

2020

N61 Hoek-Schoondijke

118

118

83

26

2

 

7

     

2015

2015

Projecten Brabant

                       

A4 Dinteloord – Bergen op Zoom

275

275

234

10

8

5

18

     

2014

2014

N2 Meerenakkerweg (A2 zone)

7

7

6

0

 

0

 

0

   

2014

2014

A67 Aanpak toerit Someren

6

6

3

1

1

 

0

1

   

2015

2015

Projecten Limburg

                       

A2 Maasbracht – Geleen, 1e fase

154

171

153

0

 

0

       

2013

2013

A2 Passage Maastricht

678

678

650

1

2

0

26

     

2016

2016

A76 Aansluiting Nuth

64

64

0

50

1

 

13

     

Regio

2018

Projecten Oost-Nederland

                       

A50 Ewijk – Valburg

270

270

265

1

3

2

 

0

   

2017

2017

N35 Combiplan Nijverdal

321

321

294

13

   

14

 

0

 

2015

2015

N18 Varsseveld – Enschede

337

336

98

23

55

120

38

2

   

2019–2021

2019–2021

N35 Wijthmen – Nijverdal

15

15

0

15

           

2018

A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

31

36

1

1

14

15

0

     

2016–2018

2016–2018

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden (De Haak)

217

195

184

29

4

         

2014

2014

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2

666

663

8

18

29

50

47

36

66

412

2019–2021

2019–2021

Overige maatregelen

                       

Meer kwaliteit leefomgeving

109

107

3

20

16

20

20

20

10

     

Meer veilig 3

37

35

 

7

10

10

10

         

Verzorgingsplaatsen

25

25

10

5

10

             

Afrondingen

       

1

2

1

1

 

1

   

Totaal uitvoeringsprogramma

11.802

 

6.665

546

368

552

778

882

754

1.258

   

Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerking

     

85

65

78

53

3

       

Programma Realisatie (IF 12.03.01)

     

631

433

630

831

885

754

1.258

   

Budget Realisatie (IF 12.03.01)

     

481

333

480

831

985

1.054

1.258

   

Overprogrammering (–)

     

– 150

– 100

– 150

 

100

300

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen: zie toelichting bij artikelonderdeel 12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet.

  • De projecten A1 Apeldoorn Zuid-Beekbergen en A27/A1 Utrecht Noord – knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten zijn overgegaan naar de realisatiefase en opgenomen bij artikel 12.03.01 Realisatie.

  • A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere: Het deeltraject A6 Almere is overgegaan naar de realisatiefase en opgenomen bij artikel 12.03.01 Realisatie. Na overleg met de regio is de bijdrage vanuit Stedelijke Bereikbaarheid Almere bijgesteld (– € 86 miljoen). In lijn hiermee is de scope en het taakstellend budget aangepast.

  • A27 Houten – Hooipolder: Conform de Beleidslijn Grote Rivieren (BGR) worden twee bruggen op het traject A27 Houten-Hooipolder aangepast. Hierdoor is het taakstellend budget met € 20 miljoen verhoogd, waarvan € 16 miljoen is toegevoegd vanuit de Investeringsruimte Hoofdwegennet en € 4 miljoen is toegevoegd vanuit het Deltafonds.

  • A58 Aansluiting Goes: In november 2013 is met de gemeente Goes overeengekomen om € 9 miljoen bij te dragen aan de aansluiting Goes op de A58.

  • Reserveringen voor LCC: Voor de projecten Rijnlandroute, A4 Vlietland-N14, N35 Wijthmen-Nijverdal en N35 Nijverdal-Wierden is vanuit deze reservering een specifieke reservering voor Beheer en Onderhoud door areaalgroei opgenomen in de begroting.

  • Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15: De reservering tolopgave DBFM-aanbestedingen Blankenburgverbinding en ViA15 (€ 47 miljoen) en de reservering tegenvallende tolopbrengsten A12/A15 (€ 61 miljoen) zijn in deze begroting samengevoegd. De totale tolreservering blijft hiermee ongewijzigd (€ 108 miljoen).

  • Landzijdige bereikbaarheid Eindhoven Airport: In 2015 is met de gemeente Eindhoven en andere regionale partners de bestuursovereenkomst voor de verbetering van de landzijdige bereikbaarheid Eindhoven getekend (aanpassing van de aansluiting op A2/N2). Het Rijk is bereid om vanuit IenM € 25 miljoen bij te dragen.

  • N33 Zuidbroek-Appingedam: In 2015 zijn met de provincie Groningen afspraken gemaakt over de N33 Zuidbroek-Appingedam. Het Rijk stelt hiervoor € 11 miljoen (aanleg) en € 4 miljoen (beheer en onderhoud) beschikbaar. De provincie Groningen draagt € 89 miljoen bij aan het project.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdwegennet

Bedragen x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Verplicht

       

Realisatieuitgaven op IF12.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 285

– 278

 

nvt

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten

304

306

 

nvt

Geluidsaneringprogramma – weg

260

259

 

nvt

Lucht – weg (NSL hoofdwegennet)

212

212

 

nvt

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

122

217

 

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere, deeltraject A9 Amstelveen (deel 4)

596

992

2018

2024–2026

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel

297

296

2016

2028

A12/A27 Ring Utrecht

1.138

1.134

2017

2024–2026

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

166

165

nvt

Regio

Stedelijke Bereikbaarheid Almere

26

28

nvt

nvt

Projecten Zuidvleugel

       

A13/A16 Rotterdam

979

975

2016

2021–2023

A4 Vlietland – N14

14

12

2014

2020–2022

A24 Blankenburgtunnel (excl. tolopgave)

857

854

2016

2022–2024

Projecten Brabant

       

A27 Houten – Hooipolder

810

787

2017

2023–2025

Projecten Zuidwestelijke Delta

       

A58 Aansluiting Goes

9

 

nvt

nvt

Projecten Oost-Nederland

       

A12/A15 Ressen – Oudbroeken (excl. tolopbrengsten) (ViA15)

555

553

2016

2019–2021

N35 Zwolle – Wijthmen

48

48

2015

2017–2018

N35 Nijverdal – Wierden

122

122

nnb

nnb

A1 Apeldoorn – Azelo

421

420

2017

Fase 1: 2019–2021

Fase 2: 2026–2028

Projecten Limburg

       

A2 't Vonderen – Kerensheide

261

256

2017

2025–2027

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Reserveringen voor LCC

127

148

 

nvt

Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15

108

108

 

nvt

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

A7/A8 Corridor Amsterdam-Hoorn

300

300

   

Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport

51

51

   

Projecten Zuidvleugel

       

A4 Haaglanden (passage en poorten & inprikkers)

447

446

   

Reservering BenO A4 Vlietland-N14

2

   

nvt

Reservering BenO Rijnlandroute

15

   

nvt

Reservering BenO Blankenburgverbinding

79

79

 

nvt

Projecten Brabant

       

A58 Eindhoven – Tilburg

318

317

   

A58 Sint Annabosch – Galder

117

116

   

Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

25

0

   

N65 Vught – Haaren1

46

46

   

Projecten Noord-Nederland

       

N33 Zuidbroek-Appingedam

11

     

Reservering BenO N33 Zuidbroek-Appingedam

4

   

nvt

Projecten Oost-Nederland

       

Reservering BenO N35 Nijverdal-Wierden

1

   

nvt

Reservering BenO N35 Wijthmen-Nijverdal

1

   

nvt

Reservering BenO A1 Apeldoorn – Azelo

19

19

 

nvt

Reservering Terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn – Azelo

29

28

 

nvt

Projecten Limburg

       

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

5

     

Bestemd

355

388

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Nationaal

       

Reservering nalevingskosten SWUNG

       

Studiebudget Verkenningen / MIRT-onderzoeken

       

Projecten Zuidvleugel

       

A20 Nieuwerkerk – Gouwe

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

8.972

     

Begroting IF 12.03.02

8.972

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

X Noot
1

Dit is exclusief de € 10,6 mln. die RWS heeft gereserveerd voor maatregelen op en langs de N65 conform het convenant tussen RWS en Vught van 13 juni 2007.

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Infrastructuur projecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase kan sprake zijn van een gedeeltelijke betaling (de beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project.

De Brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 500 A, nr. 83, bijlage 3) bevat een lijst van in totaal 20 potentiële DBFM-projecten op het hoofdwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op langere termijn (meest recente voortgangsrapportage DBFM(O): Kamerstukken II, 2014–2015, 28 753, nr. 35).

Producten

Onderstaand een overzicht van de projecten waar reeds beschikbaarheidsbetalingen worden verstrekt danwel op korte termijn worden verwacht.

De projecten N31 Leeuwarden Drachten, A59 Rosmalen Geffen, A12 Lunetten Veenendaal, 2e Coentunnel en N33 Assen Zuidbroek zijn opengesteld en verkeren in de exploitatiefase. De projecten A15 Maasvlakte Vaanplein, A12 Veenendaal Ede Grijsoord en twee deelprojecten van SAA (Schiphol-Amsterdam-Almere) verkeren in de bouwfase. De (al dan niet partiële) beschikbaarheidsvergoedingen van al deze projecten zijn te vinden in onderstaand projectoverzicht.

Momenteel lopen DBFM-aanbestedingen van de N18 Varsseveld Enschede, A6 Almere (onderdeel van SAA), de A27/A1 Utrecht Noord-Knooppunt Eemnes-Bunschoten. Overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg (12.03) en onderhoud (12.02) naar dit begrotingsartikel zal plaatsvinden na «financial close» van deze contracten.

Voor 2016 en 2017 is voorzien dat de aanbesteding zal starten van het deelproject A9 Amstelveen van Schiphol-Amsterdam-Almere, de A13/A16 Rotterdam en de A12/15 Ressen-Oudbroeken (Via15).

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De projecten A12 Ede-Grijsoord en A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere deeltraject A9 Gaasperdammerweg zijn in deze begroting overgegaan van het realisatieprogramma (12.03.01) naar Geïntegreerde contractvormen (12.04).

  • A1/A6/A9 Schiphol Amsterdam Almere deeltraject A1/A6: De generale onderdelen van het programma SAA worden begroot op artikel 12.03.01 Realisatie. De wijziging betreft een scope-uitbreiding (aansluiting Ooij) en een overheveling naar het generale onderdeel (o.a. aanbestedingsmeevaller deeltraject A1/A6). Dit budget blijft beschikbaar binnen het programma SAA.

  • N33 Assen – Zuidbroek: Het budget is met € 14 miljoen opgehoogd met de vanuit RSP Zuiderzeelijn voor dit project beschikbare bedragen op artikel 14 Regionaal/Lokale Infrastructuur. Daarnaast is € 5 miljoen overgeheveld naar de N33 Zuidbroek-Appingedam op artikel 12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen.

Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geintegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet
 

Totaal

Budget in € mln

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Aflossing tunnels

1.237

1.234

476

59

54

55

57

58

59

419

A10 Tweede Coentunnel

2.221

2.216

946

52

54

53

51

51

51

961

2013

2013

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A1/A6)

1.731

2.017

75

32

36

325

89

61

75

1.037

2019

2019

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

1.066

   

20

30

35

204

53

45

678

2021

A12 Lunetten – Veenendaal

641

639

247

22

24

24

24

19

24

257

2012

2012

Projecten Zuidvleugel

                       

A15 Maasvlakte – Vaanplein

2.058

2.053

574

428

142

113

54

54

55

639

2015

2015

Projecten Brabant

                       

A59 Rosmalen – Geffen, PPS

288

288

267

0

0

1

1

1

6

12

2005

2005

Projecten Oost-Nederland

                       

A12 Ede – Grijsoord

166

 

10

5

12

18

12

9

9

91

2016

2016

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden – Drachten

166

166

113

6

6

6

6

6

6

17

2007

2007

N33 Assen – Zuidbroek

350

340

50

45

13

13

22

13

13

180

2014

2014

Afrondingen

       

1

1

 

1

       

Totaal

9.924

 

2.758

669

372

644

520

326

343

4.291

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Bij DBFM projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (incl. afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Uit analyse van Rijkswaterstaat is gebleken dat een beperkte bijstelling nodig is in de verdeling van taken die nu door de markt worden uitgevoerd en taken die door RWS met eigen personeel worden uitgevoerd. De complexiteit van aanleg- en onderhoudsprojecten neemt steeds verder toe. Dit komt onder meer door een meer integrale gebiedsontwikkeling, toename van de ICT-toepassingen in de infrastructuur en een groeiende renovatieopgave. De vraag naar specifieke kennis en ervaring op deze terreinen neemt de komende jaren verder toe. Zonder ingrijpen leidt dit tot een groeiende behoefte aan relatief dure inhuurcontracten en een te grote afhankelijkheid van de markt. Om haar rol als deskundig opdrachtgever richting de bouwbedrijven te kunnen blijven spelen, en bovenstaande ontwikkelingen het hoofd te bieden, wil RWS meer deskundig eigen personeel in dienst nemen. Het gaat dan om extra capaciteit ten behoeve van techniek, inkoop, projectbeheersing en inspecties ten behoeve van instandhoudingsadviezen van RWS-objecten. Hiervoor wordt er budget overgeheveld van de artikelonderdelen Beheer, Onderhoud en Vervanging (12.02) en Aanleg (12.03) naar het artikelonderdeel Netwerkgebonden Kosten Hoofdwegennet (12.06). Vanuit Aanleg worden de kosten voor het eigen personeel (voor)gefinancierd uit het planstudiekostenbudget. Uit de verwachte meevallers bij de projecten door lagere benodigde inhuur zal het planstudiekostenbudget de komende jaren weer worden aangevuld, zodat voldoende studiebudget beschikbaar blijft.

12.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord. De investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en de in het najaar van 2013 aangekondigde MIRT-onderzoeken (Kamerstukken II, 2013–2014, 33 750 A, nr. 25).

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 639 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 679 miljoen.

  • Ophoging van de taakstellende projectbudgetten van A27 Houten-Hooipolder (– € 16 miljoen), N33 Zuidbroek – Appingedam (– € 10 miljoen), Verzorgingsplaatsen Afsluitdijk (– € 7 miljoen), A2 ’t Vonderen – Kerensheide (– € 4 miljoen) en A4 Vlietland – N14 (– € 2 miljoen).

  • Eén van de risico’s waarvoor de investeringsruimte beschikbaar is, zijn de hogere uitgaven binnen artikel 12.02 Beheer en Onderhoud als gevolg van areaalgroei. Voor de aanlegprojecten die in deze begroting van planuitwerking zijn overgegaan naar de realisatiefase, zijn de middelen voor Beheer en Onderhoud door areaalgroei aan artikel 12.02 toegevoegd (– € 29 miljoen).

  • Verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma en het aanbestedingsresultaat bij het realisatieproject A12 Ede – Grijsoord (+ € 11 miljoen).

  • Vrijval van budget bij de planuitwerkingen A7/A1 Utrecht Noord knooppunt Eemnes – aansluiting Bunschoten (+ € 8 miljoen) en A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen (+ € 5 miljoen) door aansluiting bij de lagere raming.

  • Verhoging van de investeringsruimte door verwerking ontvangsten vastgoed Rijnlandroute (+ € 10 miljoen), aansluiting budgetbehoefte A10 2e Coentunnel tot de einde van de looptijd van het fonds (+ € 55 miljoen) en vrijval voorlopige reservering Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport vanwege dekking vanuit artikel 14 Regionaal/Lokale Infrastructuur (+ € 25 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (+ € 46 miljoen.)

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 24 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generieke Digitale Infrastructuur (– € 15 miljoen.)

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 8 miljoen).

  • Bijdrage aan het National Data Warehouse (– € 7 miljoen).

12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

1

0

0

0

0

0

– 1

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 41.956

– 39.817

– 32.936

– 31.268

– 24.883

– 29.196

Kaseffect verwerking index 2014

0

– 18.692

– 20.345

– 16.281

– 20.964

– 25.424

– 28.058

Totaal

0

– 60.647

– 60.162

– 49.218

– 52.232

– 50.307

– 57.255

12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

1

1

– 1

– 1

0

0

678.709

678.708

Kaseffect verwerking index 2013

– 31.260

– 30.113

– 19.885

– 15.537

– 16.360

313.211

0

1

Kaseffect verwerking index 2014

– 10.425

– 31.068

– 23.590

– 11.186

– 25.076

– 7.910

239.021

0

Totaal

– 41.684

– 61.180

– 43.477

– 26.724

– 41.436

305.301

917.730

678.709

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII over 2016 bij beleidsartikel 16 Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

1.635.883

1.988.403

2.244.286

1.797.600

3.045.943

2.520.390

1.297.542

Uitgaven

2.241.221

2.261.343

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

Waarvan juridisch verplicht:

   

90%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.304.521

1.228.205

1.291.436

1.165.680

1.142.026

1.186.531

1.163.964

13.03 Aanleg

784.844

793.832

963.385

814.795

724.012

595.351

360.942

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

710.202

578.013

671.883

546.425

404.762

346.178

270.982

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

51.621

60.556

52.643

71.734

70.501

54.207

15.404

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

17.307

146.904

115.134

190.097

244.567

194.966

74.556

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

5.714

8.359

123.725

6.539

4.182

0

0

13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS

135.279

168.123

157.384

155.887

156.395

159.583

166.793

13.07 Rente en aflossing

16.577

48.907

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08 Investeringsruimte

0

22.276

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

– Restant

2.241.221

2.261.343

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

13.09 Ontvangsten

117.966

203.878

299.796

187.562

188.279

202.300

201.071

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
     

2016

2017

2018

2019

2020

2021

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.447.262

2.229.189

2.140.946

2.036.028

1.785.607

2.375.726

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

1.291.436

1.165.680

1.142.026

1.186.531

1.163.964

1.173.157

13.03

Aanleg

 

963.385

814.795

724.012

595.351

360.942

925.847

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

157.384

155.887

156.395

159.583

166.793

167.725

13.07

Rente en aflossing

 

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

                 

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

299.796

187.562

188.279

202.300

201.071

206.235

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

13

Spoorwegen

Uitgaven

1.636.846

1.696.224

1.804.548

1.956.819

1.801.707

1.873.433

1.687.958

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

1.177.809

1.180.831

1.200.742

1.199.633

1.200.601

1.174.834

1.150.486

13.03

Aanleg

 

207.792

271.569

349.068

502.880

354.206

452.250

285.475

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

169.104

170.495

172.348

173.312

173.383

172.571

162.331

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

73.069

                   

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

211.247

214.269

199.237

311.876

185.044

185.044

185.044

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenM heeft aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015–2024. De rijksbijdrage aan ProRail wordt jaarlijks vastgesteld met een beschikking overeenkomstig het bepaalde in de Wet en Besluit Infrastructuurfonds. De subsidie wordt door ProRail aangewend voor de instandhouding van de landelijke spoorweginfrastructuur.

De nieuwe beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener en de positionering van ProRail als publieke dienstverlener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenM te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenM en ProRail over de te bereiken prestaties en te nemen maatregelen. De Minister van IenM geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op. ProRail consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan.

Nadat de Minister van IenM heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail verantwoording af in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze zijn vastgesteld door de aandeelhouder (Minister van IenM) worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met spoorverkeersleiding en activiteiten op het gebied van capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten.

Het Beheerplan 2016 wordt in november 2015 door ProRail ingediend en wordt in december 2015 (na instemming door IenM) aan de Tweede Kamer toegezonden.

Uitgaven

ProRail ontvangt gemiddeld € 1,2 miljard per jaar subsidie, inclusief BTW, van IenM ter dekking van de instandhoudingskosten van de landelijke spoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,4 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief BTW; exclusief BTW is dat € 1,3 miljard per jaar.

Vanuit de LTSa is de Herijking van de spoorbudgetten aangekondigd. In lijn hiermee zijn in 2015 de financiële reeksen van Prorail voor beheer, onderhoud en vervanging onderzocht mede in het licht van de door Prorail gesignaleerde druk op de meerjarige budgetten. In afwachting van de uitkomsten daarvan is ervoor gekozen de besluitvorming over de prijsbijstelling naar prijspeil 2014 en 2015 van de budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging voorlopig aan te houden. Dit impliceert dat het budget ten behoeve van beheer, onderhoud en vervanging in prijspeil 2013 is uitgedrukt.

Het onderzoek naar de meerjarenreeksen van ProRail voor beheer, onderhoud en vervanging van het spoor is inmiddels afgerond. Conform de toezegging in het AO MIRT van 2 juli 2015 wordt in deze begroting inzicht gegeven in de spanning tussen de benodigde en beschikbare middelen.

Uit het onderzoek blijkt dat de reeksen in grote lijnen op orde zijn. Na doorvoering van enkele correcties naar aanleiding van het onderzoek op deze reeksen resteert een spanning tussen de meerjarenreeksen van ProRail en de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds van ca. € 475 miljoen in de periode 2018–2028. Hierbij is rekening gehouden met de nog door te voeren mutaties in de begroting 2017 in verband met de nu nog aangehouden prijsbijstelling 2014 (zie boven) en een herverdeling van de taakstelling apparaat tussen BOV en aanleg. In het onderzoek zijn enkele kostenreducerende maatregelen opgenomen om de spanning in het budget op te lossen. Deze maatregelen zullen nog nader worden geanalyseerd.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 4 Instandhouding en Bijlage 5 ProRail.

13.03 Aanleg Spoor

IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door Prorail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • door IenM uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;

  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • NSP Rotterdam

  • Station Nijmegen Lent

  • Station Maastricht Noord

  • PHS vervanging Diezebrug

  • Geluid: Versnelling aanleg raildempers

  • Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten: Flevolijn

  • Regionet: Hoofddorp Vorkaansluiting en keersporen

  • Regionet: Halte Hemboog / Perronkap

  • Regionet: Station Holdendrecht

  • Regionet: Station Watergraafsmeer

  • Regionet: Station Almere Poort

Nieuw opgenomen projecten

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

Eén van de maatregelen om de railveiligheid te verbeteren is de aanpak van zogenaamde rood-sein-passages (stoptonend sein passages ofwel «STS-passages»). Door de implementatie van het systeem Automatische TreinBeïnvloeding Verbeterde versie (ATB-Vv) bij seinen worden zowel de kans op STS-passages als de daaraan verbonden risico’s, als zo’n STS-passage toch plaatsvindt, gereduceerd. Eind 2014 waren circa 2.500 seinen hiermee uitgerust. Op 25 november 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de Tweede Kamer geïnformeerd over haar voornemen om, in aanvulling hierop, 400 extra seinen hiermee uit te rusten (Kamerstukken II, 2014–2015, 29 893, nr. 177). Deze zullen worden aangelegd op de twee corridors waar in de komende jaren de intensiteit van het treinverkeer het sterkst zal toenemen. De bijdrage aan de railveiligheid zal hier naar verwachting het grootst zijn. Het betreft de volgende corridors:

  • De zogenaamde «A2-corridor» tussen Alkmaar en Maastricht. Op een deel van deze corridor zal naar verwachting al vanaf 2017 een intensievere treindienst plaatsvinden in het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS).

  • De zogenaamde «Brabantroute» tussen Kijfhoek en de Duitse grens bij Venlo. Ook dit is één van de PHS-corridors. Bovendien zal het goederenverkeer op dit traject in de komende jaren toenemen als gevolg van de aanleg van het derde spoor langs de Betuweroute van Zevenaar/Emmerich tot Oberhausen. Hierdoor zal de spoorcapaciteit van de grensovergang bij Zevenaar beperkt worden en, als gevolg daarvan, meer goederenverkeer gebruik gaan maken van de grensovergang bij Venlo en de Brabantroute.

De totale kosten van de aanleg worden geraamd op € 19,4 miljoen. Dekking heeft voor € 12,1 miljoen plaats gevonden vanuit het programma BOV (vanuit de reguliere gereserveerde middelen ten behoeve van de vervanging van beveiligingsinstallaties) en voor € 7,3 miljoen vanuit de bestaande reservering voor ATB-Vv-seinen in PHS omdat de aanleg gedeeltelijk veroorzaakt wordt door intensivering van het treinverkeer als gevolg van PHS.

Cameratoezicht op stations

Om de agressie tegen het treinpersoneel aan te pakken is in overleg met ProRail bekeken op welke stations, waar nu nog geen camera’s zijn, cameratoezicht noodzakelijk is. Op dertig kleine en middelgrote stations gaat cameratoezicht gerealiseerd worden. De realisatie start in het eerste kwartaal van 2016. Voor de aanleg hiervan, alsmede voor de tijdelijke huur van camera’s op twaalf prioritaire stations en een pilot met beeldschermen voor de duur van een jaar op de stations Rotterdam Lombardijen en Den Haag Hollands Spoor, wordt € 13,3 miljoen ter beschikking gesteld aan ProRail. De dekking heeft plaatsgevonden vanuit het programma Kleine Functiewijzigingen. De beheer- en onderhoud kosten en operationele kosten voor de periode 2017–2024 (in 2024 vindt een evaluatie van de genomen maatregelen plaats) ad € 7,9 miljoen zijn eveneens gedekt uit bovengenoemd programma en overgeboekt naar 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Overige wijzigingen

PHS DSSU (incl. voorfinanciering)

Het projectbudget is opgehoogd met € 29,5 miljoen in verband met gevolgkosten van ontwerpaanpassingen voor het waarborgen van de veiligheid en aanpassing van de complexe bouwfasering om de mate van hinder voor reizigerstreinen gedurende de bouw terug te dringen. Dekking heeft plaatsgevonden vanuit de investeringsruimte (13.08).

Aki plan en veiligheidsknelpunten

Het projectbudget is verlaagd met € 2,4 miljoen in verband met een gerealiseerde aanbestedingsmeevaller op het deelproject spoorkruising Didam. Daarnaast bleek het mogelijk om het programmabudget, gelet op de geraamde kosten voor het nog laatste binnen dit programma te beschikken deelproject Dolderseweg, te verlagen met € 1,3 miljoen. De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Nazorg gereed gekomen lijnen/halten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s bleek het verantwoord het projectbudget te verlagen met € 4,3 miljoen. De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Programma Kleine functiewijzigingen

De binnen dit programma gereserveerde middelen voor opstelcapaciteit Uitgeest ad € 14,6 miljoen zijn overgeboekt naar PHS. Bij PHS is aanvullende opstelcapaciteit bij Uitgeest nodig en om die reden wordt de totaal benodigde opstelcapaciteit gerealiseerd onder PHS.

Daarnaast is het projectbudget verlaagd met € 21,2 miljoen. Zie voor de toelichting de tekst bij Cameratoezicht op stations (opgenomen onder «nieuw opgenomen projecten»).

Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten

De aanleg van de vrije kruising Transformatorweg is niet meer aan de orde, omdat in de plaats daarvan in het kader van PHS Amsterdam Centraal een vrije kruising bij Dijksgracht wordt aangelegd. Om die reden zijn de gemaakte planstudiekosten ad € 1,4 miljoen conform afspraak met de Regio weer aan het projectbudget Regionet toegevoegd en is het resterende budget ad € 53,1 miljoen toegevoegd aan PHS ter dekking van de kosten van de integrale aanpak van Amsterdam Centraal.

Regionet

Zie toelichting onder Punctualiteits- en capaciteitsknelpunten.

Vleuten- Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

Binnen het totale projectbudget was € 20,9 miljoen gereserveerd voor risico’s en onvoorziene uitgaven op de lopende deelprojecten. Aangezien de meeste aanbestedingen hebben plaatsgevonden en het de verwachting is dat de resterende risico’s, indien deze zich voordoen, opgevangen kunnen worden binnen het huidige projectbudget onvoorzien is het niet noodzakelijk deze € 20,9 miljoen binnen het projectbudget Vleugel gereserveerd te houden. De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

OV Terminal stationsgebied Utrecht

In 2007 is voor dit project een subsidiebeschikking verstrekt. De subsidieaanvraag was als gevolg van eerder ontstane indexeringsverschillen hoger dan de uiteindelijk verstrekte subsidiebeschikking. Bij het verstrekken van de subsidiebeschikking is toentertijd een garantstelling afgegeven dat, indien de hogere kosten als gevolg van deze indexeringsverschillen gedurende de uitvoering niet inpasbaar bleken binnen het projectbudget, deze middelen alsnog zouden worden toegevoegd. Inpassing is niet mogelijk gebleken. De binnen de begroting gereserveerde middelen ad € 12,4 miljoen (post reservering BC NSP 13.03.04) zijn daarom toegevoegd aan het projectbudget. Daarnaast is het projectbudget opgehoogd met € 53,2 miljoen als gevolg van een langere doorlooptijd van twee jaar waardoor de kosten voor toezicht, administratie en projectbegeleiding zijn toegenomen als ook de kosten van de aannemer door opgelopen vertragingen en omzetderving.

Traject Oost

Als gevolg van een gerealiseerde aanbestedingsmeevaller is het budget van het deelproject Bunnik verlaagd met € 6,8 miljoen. Deze gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Spoorwegovergang Soestdijkseweg Bilthoven

Als gevolg van onbenodigd onvoorzien is het projectbudget verlaagd met € 1,8 miljoen. Deze gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (IF 13.08).

Afdekking Risico’s Spoorprogramma

De middelen ter grote van € 29 miljoen zijn overgeboekt naar IF 17.03 en toegevoegd aan het projectbudget HSL ter dekking van de te maken kosten voor geluidsanering en zettingsproblematiek.

Intensivering Spoor in Steden

Het projectbudget is verlaagd met € 1,6 miljoen naar aanleiding van een scopeaanpassing bij het deelproject Goes. De vrijvallende middelen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Regionale lijnen Gelderland

Vanwege het afgeven van de realisatiebeschikking Valleilijn is € 4 miljoen overgeboekt vanuit het planuitwerkingsbudget (artikel 13.03.04) en toegevoegd aan het realisatiebudget. Via deze subsidiebeschikking wordt de realisatie van de eerste tranche aan maatregelen voor de Valleilijn gefinancierd naar aanleiding van de de Quick Scan Regionale Markt- en Capaciteitsanalyse (RMCA). In deze 1e tranche worden Robuustheids Verhogende Maatregelen (RVM; dit zijn snelheidsverhogende maatregelen) gerealiseerd ten behoeve van het op niveau houden van de punctualiteit van de Valleilijn tussen Barneveld-aansluiting en Lunteren, nu ook de nieuwe stations Hoevelaken en Barneveld-Zuid worden aangedaan.

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.01 Spoorwegen personenvervoer; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Benutten

                       

ERTMS-pilot Amsterdam-Utrecht en ERTMS expertisecentrum1

9

9

4

2

1

1

       

2012– 2015

2012– 2015

Geluidsanering Spoorwegen

628

626

22

3

12

28

35

62

85

382

divers

divers

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

29

29

12

1

8

5

0

3

0

0

divers

divers

Cameratoezicht op stations

13

   

1

9

3

       

2017

 

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

                       

PHS DSSU (inclusief voorinvestering)

316

285

111

55

90

55

5

     

2016

2016

Kleine stations

78

78

33

3

4

10

7

10

11

 

divers

divers

Overige projecten/programma's/lijndelen etc.

                       

AKI-plan en veiligheidsknelpunten

392

395

332

10

16

19

5

6

4

0

divers

divers

Fietsparkeren bij stations

222

221

27

14

14

14

14

14

14

111

divers

divers

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

38

46

 

15

6

6

6

5

0

0

divers

divers

Ontsnippering

82

81

25

5

12

15

10

3

5

6

divers

divers

Programma Kleine Functiewijzigingen

506

540

84

35

46

53

54

53

55

125

divers

divers

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

252

306

128

27

28

18

15

15

15

6

divers

divers

Reistijdverbetering

15

15

14

1

0

0

0

0

0

0

2015

2014

Toegankelijkheid stations

504

503

88

43

35

37

42

44

40

176

divers

divers

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

19

0

 

1

6

11

2

     

2017

 

Kleine projecten personenvervoer

18

18

0

1

4

7

4

1

0

0

divers

divers

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                       

Amsterdam-Almere-Lelystad

                       

OV SAAL korte termijn

777

775

313

164

145

59

49

48

0

 

2016

2016

Stations en stationsaanpassingen

                       

Amsterdam CS, Cuypershal

26

26

14

0

6

3

2

0

0

0

2014– 2016

2014– 2016

Amsterdam CS, Fietsenstalling

35

35

4

1

29

1

0

0

0

0

2016– 2019

2016– 2019

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)

189

187

158

5

8

5

5

4

3

0

divers

divers

Vleuten – Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

933

953

728

32

66

46

41

15

4

0

2005 e.v.

2005 e.v.

Stations en stationsaanpassingen

                       

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

412

346

272

45

65

30

0

0

0

0

2016

2016

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven

31

32

24

5

1

0

0

0

0

0

2013– 2015

2013– 2015

Projecten Zuidvleugel

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

38

38

7

1

1

0

8

11

7

3

2020– 2021

2018

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Rijswijk – Schiedam incl. spoorcorridor Delft

553

553

528

25

0

0

0

0

0

0

2015– 2017

2015– 2017

Projecten Brabant

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Breda Centraal (t.b.v. NSP)

75

75

58

17

0

0

0

0

0

0

2016– 2017

2016– 2017

Projecten Oost Nederland

                       

Utrecht-Arnhem-Zevenaar

                       

Arnhem Centraal (t.b.v. NSP)

108

108

94

10

4

0

0

0

0

0

2011– 2015

2011– 2015

Traject Oost uitv. convenant DMB2

233

247

28

27

26

41

48

27

19

17

divers

divers

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Regionale lijnen Gelderland

18

14

4

6

6

2

 

0

0

0

divers

divers

Projecten Noord Nederland

                       

Partiële spooruitbreiding Groningen-Leeuwarden

11

11

10

1

0

0

0

0

0

0

divers

divers

Sporendriehoek Noord-Nederland

135

134

35

10

17

20

27

11

10

4

divers

divers

Afrondingen

     

1

1

 

3

1

– 1

1

   

Totaal ProRail projecten

6.695

 

3.157

567

666

489

382

333

271

831

   

Overige (niet ProRail) projecten

                       

Afdekking risico's spoorprogramma's

0

29

0

0

0

0

0

0

0

0

   

Intensivering Spoor in steden (I)

244

246

199

7

15

15

9

0

0

0

   

Spoorzone Ede

42

42

11

0

24

7

0

0

0

0

   

Totaal overige (niet ProRail) Projecten

286

 

210

7

39

22

9

0

0

0

   

Totaal uitvoeringsprogramma

6.981

 

3.367

574

705

511

391

333

271

831

   

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerking

     

4

3

23

2

1

       

Programma Realisatie (IF 13.03.01)

     

578

708

534

393

334

271

831

   

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

     

578

672

546

405

346

271

831

   

Overprogrammering (–)

       

– 36

12

12

12

       
X Noot
1

Van het totale budget is € 6 mln aan Prorail beschikt. De overige kosten zijn voornamelijk bestemd voor ombouw materieel, opleidingskosten en de ontwikkeling van een referentiesysteem.

X Noot
2

Inclusief uitgaven mbt planuitwerking verantwoord op 13.05.01

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua

Een deel van de over de Betuweroute rijdende goederenlocomotieven functioneerde niet correct op de nieuw aangelegde ERMTS level-1 waardoor een tijdelijke aanpassing van de ERTMS in de infra nodig was. Daarnaast zijn zowel de emplacementen in het havengebied als de havenspoorlijn onder ERTMS gebracht waarmee ze op het gewenste veiligheidsniveau zijn gebracht. Deze twee scopeaanpassingen hebben geleid tot een ophoging van het projectbudget met € 2 miljoen.

Uitvoeringsprogramma Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)

In het budget van het programma NaNOV was onder andere een reservering opgenomen voor het bouwen van een extra spoor bij Deventer-Oost om keren en kopmaken van goederentreinen uit Zutphen naar Oldenzaal/grens en andersom mogelijk te maken. Bij de start van het PHS-project Goederenroute Oost-Nederland is de reservering in het NaNOV-budget «bevroren» omdat het kopmaken te Deventer een van de varianten was die in het kader van PHS-GON werd onderzocht. Bij de besluitvorming over PHS-onderdelen in juni 2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 32 404, nr. 74 dd 17 juni 2014) is besloten dat de Goederenroute Oost-Nederland (inclusief kopmaken te Deventer) in ieder geval tot rond 2030 niet nodig is. De reservering in het NaNOV-budget is daardoor niet meer nodig; de vrijvallende gelden ad € 16 miljoen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (13.08).

Nazorg gereed gekomen projecten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s bleek het verantwoord het projectbudget te verlagen met € 2,2 miljoen.

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.02 Spoorwegen goederenvervoer; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

ProRail Projecten

                       

Projecten nationaal

                       

PAGE risico reductie

18

18

8

0

3

2

2

2

0

0

divers

divers

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua1

173

171

55

51

34

21

7

0

0

6

2014 e.v.

2013 e.v.

Aslasten Cluster III realisatie

1

1

1

                 

Projecten Oost Nederland

                       

Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)1

138

154

54

8

11

30

23

12

0

0

divers

divers

Projecten Zuidwestelijke delta

                       

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

27

27

10

1

7

7

1

0

 

0

2014– 2017

2014– 2017

Projecten Zuidvleugel

                       

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding1

217

217

67

4

6

12

36

39

15

39

2014 e.v.

2014 e.v.

Overige projecten

                       

Nazorg gereedgekomen projecten

2

4

 

0

0

1

1

0

0

0

divers

divers

Afrondingen

           

1

1

 

– 1

   

Totaal ProRail Projecten

576

 

195

64

61

73

71

54

15

44

   

Overige (niet ProRail) Projecten

     

0

0

0

0

0

0

0

   

Totaal uitvoeringsprogramma

576

 

195

64

61

73

71

54

15

44

   

Uitgaven mbt planuitwerking op IF 13.03.05

     

– 3

– 8

– 1

           

Programma Realisatie (IF 13.03.02)

     

61

53

72

71

54

15

44

   

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

     

61

53

72

71

54

15

44

   

Overprogrammering (–)

                       
X Noot
1

Inclusief uitgaven mbt planuitwerking verantwoord op 13.05.02/13.03.05

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Wijzigingen

Lenteakkoord impuls voor 4 spoorlijnen

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken met de provincie Gelderland en Overijssel zijn de gereserveerde gelden ad € 17,5 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en worden in de periode 2016–2017 uitgekeerd via het Provinciefonds.

Quick scan decentraal spoor Oost-Nederland

Vanwege het afgeven van de realisatiebeschikking Valleilijn is € 4 miljoen overgeboekt vanuit het planuitwerkingsbudget (artikel 13.03.04) en toegevoegd aan het realisatiebudget (artikel 13.03.01). Via deze subsidiebeschikking wordt de realisatie van de eerste tranche aan maatregelen voor de Valleilijn gefinancierd naar aanleiding van de Quick Scan Regionale Markt- en Capaciteitsanalyse (RMCA). In deze 1e tranche worden Robuustheids Verhogende Maatregelen (RVM; dit zijn snelheidsverhogende maatregelen) gerealiseerd ten behoeve van het op niveau houden van de punctualiteit van de Valleilijn tussen Barneveld-aansluiting en Lunteren, nu ook de nieuwe stations Hoevelaken en Barneveld-Zuid worden aangedaan.

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken met de provincie Limburg zijn de gereserveerde gelden ad € 6,5 miljoen voor het project Heerlen-Aken elektrificatie overgeboekt naar Ministerie van Binnenlandse Zaken en worden uitgekeerd in de periode 2016–2018 via het Provinciefonds.

PHS

Vanuit het projectbudget is € 7,3 miljoen overgeboekt naar het realisatieproject Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute omdat de aanleg hiervan gedeeltelijk veroorzaakt wordt door intensivering van het treinverkeer als gevolg van PHS. Daarnaast is het projectbudget opgehoogd met € 53,1 miljoen vanuit het project punctualiteits- en capaciteitsknelpunten, met € 45,4 miljoen vanuit het projectbudget OV SAAL MLT en met € 14,5 miljoen vanuit het programma Kleine functiewijzigingen. Zie de betreffende projecten voor een nadere toelichting op deze overboekingen. Tevens is € 85,9 miljoen toegevoegd vanuit de investeringsruimte ter dekking van de meerkosten Rijswijk – Delft Zuid. Het oorspronkelijke budget was gebaseerd op een globalere indicatie ten behoeve van de Voorkeursbeslissing voor het gehele programma PHS uit 2010. Ten behoeve van het Ontwerp Tracébesluit (OTB) is een nieuwe kostenraming opgesteld. Deze bleek € 85,9 miljoen duurder uit te vallen.

Financiering van PHS zou deels plaatsvinden via een leenfaciliteit van € 875 miljoen (Kamerstukken II, 2009–2010, 28 165, nr. 105). De rente en aflossing van de eerste € 675 miljoen zou door het Ministerie van Financiën worden gedragen en de resterende € 200 miljoen door IenM. Bij nadere uitwerking van de vormgeving van de leningen bleek sprake van een substantieel BTW en prijsindexatie risico. In overleg met de Minister van Financiën is hierop besloten geen leningen aan te gaan voor PHS maar om artikel 13 van het Infrastructuurfonds (en hiermee het PHS budget) te verhogen met de € 675 miljoen waarvoor het Ministerie van Financiën de aflossing zou dragen. IenM had voor de periode tot en met 2028 € 116 miljoen aan rente en aflossing gereserveerd voor de lening van € 200 miljoen. Na het besluit tot kaderverhoging in plaats van lenen is deze € 116 miljoen eveneens toegevoegd aan het PHS budget. Het vervallen van de leenfaciliteit voor PHS levert hierdoor in de periode tot en met 2028 een kasspanning op van € 84 miljoen. Deze spanning wordt opgevangen binnen PHS.

OV SAAL

Vanuit het OV SAAL MLT budget is € 45,4 miljoen overgeboekt naar het budget van het programma PHS, waar OV SAAL onderdeel van is, omdat de binnen het projectbudget OV SAAL MLT gereserveerde middelen voor de uitbreiding op de Flevolijn in Almere, met uitzondering van € 1,5 miljoen voor de aanpak van het fietsparkeren in Almere Centrum en Almere Poort, niet nodig blijken. Dit gezien het in augustus 2013 genomen besluit over het middellange termijn pakket OV SAAL waarin op de Flevolijn geen extra sporen in Almere zijn opgenomen.

Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planuitwerkingsprogramma personenvervoer

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Verplicht

       

Realisatieuitgaven op IF13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 33

0

   

Projecten Nationaal

       

Kleine projecten Personenvervoer

5

5

 

divers

Reservering opbouw compensatie NS

158

157

 

divers

Projecten Oost-Nederland

       

Quick scan decentraal spoor Oost-Nederland

15

19

 

2011–2017

Lenteakkoordimpuls voor 4 spoorlijnen Oost-Nederland

0

25

 

2015–2018

Zwolle – Herfte1

190

189

 

2017–2021

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Grensoverschr. Spoorvervoer

18

20

 

divers

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

85

85

 

divers

Grensoverschr. Spoorvervoer, fase 2

43

43

 

2014–2018

Progr.Hoogfreq.Spoor (PHS)

2.437

1.447

 

divers

Reservering Businesscase NSP

0

12

   

Programma overwegen

203

202

 

divers

Projecten Noordwest-Nederland

       

OV Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad MLT

404

448

   

Bestemd

10

129

   

Projecten in voorbereding

       

Projecten Nationaal

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

3.535

     

Begroting (IF 13.03.04)

3.535

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

PB = Projectbesluit

X Noot
1

Bedrag is exclusief bijdrage regio van € 36 mln.

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer
Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Verplicht

       

Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma IF 13.03.02

13

13

   

Gebonden

       

Projecten Nationaal

       

Aslastencluster III

     

divers

Projecten Zuidvleugel

       

Kleine project Goed

17

17

 

divers

Calandbrug

158

157

 

2020

Bestemd

       

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

188

     

Begroting (IF 13.03.05)

188

     

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw), volgens de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.

Producten

Het kabinet heeft in januari 1999 ingestemd met het model voor privatisering van de HSL-Zuid. De PPS (Publiek Private Samenwerking) is bij de onderdelen infraprovider, vervoer en stations elk op afzonderlijke wijze tot stand gekomen. Eind 2001 zijn de contracten met de infraprovider en de vervoerder getekend. Vanaf augustus 2004 is de infraprovider begonnen met het werk aan de bovenbouw. Voor de onderbouw gold dat de HSL-Zuid onderdelen gefaseerd werden opgeleverd voor de start van de werkzaamheden van de infraprovider. Op het zuidelijke deel was de eerste oplevering augustus 2004. De laatste oplevering op het noordelijke deel was in december 2005. De bovenbouw van het zuidelijke deel is opgeleverd in juli 2006 en het noordelijke deel in december 2006.

Projectoverzicht behorende bij 13.04: Geintegreerde contractvormen/PPS Spoorwegen

Bedrag x € 1 mln.

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

Beschikbaarheidsvergoeding

3.626

3.626

1.190

148

150

152

152

156

163

1.515

Rente- en belastingaanpassingen

– 37

– 90

– 89

13

3

3

3

3

3

24

Werkzaamheden ex artikel 17.03 (pilot geluid)

13

16

9

2

2

         

Diverse afrekeningen

36

27

10

5

2

1

1

1

1

15

Totaal

3.638

 

1.120

168

157

156

156

160

167

1.554

Begroting (IF 13.04)

     

168

157

156

156

160

167

1.554

De totale uitgaven stijgen per saldo met € 61 miljoen. Dit bestaat uit een verhoging van € 63 miljoen voor belastingaanpassingen en een verlaging van € 2 miljoen in verband met de overheveling naar het aanlegbudget HSL-Zuid inzake de resterende middelen van de pilot geluid Lansingerland (zie artikel 17.03).

Belastingaanpassing:

In overleg met het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst zijn de uitgaven met € 63 miljoen verhoogd in verband met belastingaanpassingen («tax adjustments») op het contract tussen IenM en Infraspeed. Voor de Staat als geheel betreft het een budgetneutrale wijziging omdat Infraspeed dit bedrag vervolgens volledig aan de Belastingdienst betaalt.

Renteaanpassingen:

Door de lage rentestand vindt ook een renteaanpassing («hedging adjustments») plaats van € 9 miljoen (lagere uitgaven). Dit bedrag blijft vooralsnog gereserveerd binnen dit artikel op de post diverse afrekeningen.

13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is en in de toekomst gefinancierd wordt.

Bestaande leningen

Producten

In de periode 2005–2013 is voor € 1,8 miljard aan leningen bij ProRail afgelost. Het grootste deel hiervan is gefinancierd met het in 2009/2010 uitgekeerde Superdividend van de NS. Deze schuldreducties hebben geleid tot een verlaging van de rentelasten van € 130 miljoen in 2005 tot € 17 miljoen in 2014. Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2014 bedroeg nog € 313 miljoen. Hiervan moet ProRail in 2017 € 166 miljoen aflossen, in 2020 € 75 miljoen en in 2027 € 72 miljoen. Er is nog niet besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan. Om deze reden zijn voor deze leningen de rentekosten structureel in de begroting opgenomen (en geen aflossingen).

Nieuwe leningen

In 2009 is besloten om een deel van PHS te financieren met een leenfaciliteit (Kamerstukken II, 2009–2010, 28 165, nr. 105) van € 875 miljoen, waarvan de rente en aflossing van de eerste € 675 miljoen door het Ministerie van Financiën zou worden gedragen en de resterende € 200 miljoen door IenM. In overleg met de Minister van Financiën is besloten om geen nieuwe leningen aan te gaan voor PHS maar om artikel 13 van het Infrastructuurfonds te verhogen met de € 675 miljoen waarvoor het Ministerie van Financiën de aflossing zou dragen.

Uitgaven

Bedragen x € 1 miljoen
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Rente leningen

17

17

17

17

17

17

Nog te verreken aflossing 2012

32

         

Aflossing leningen

   

166

   

75

Herfinanciering leningen

   

– 166

   

– 75

Totaal

49

17

17

17

17

17

13.08 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord. De investeringsruimte is grotendeels benodigd voor risico’s. Nadere besluiten worden – mede gezien de uitkomsten van de audit naar de BOV-kosten – betrokken bij de herijking en de gesprekken over de herijking met betrokkenen4.

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 992 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 906 miljoen.

  • Vrijval van middelen: reservering akkoord treinverbinding Nederland – België (+ € 4 miljoen), Spodo scopeaanpassing Goes (+ € 2 miljoen), Nazorg Personen/Goederen (+ € 7 miljoen), AKI/PVVO (+ € 4 miljoen), programma NaNov (+ € 16 miljoen), Vleuten-Geldermalsen (+ € 21 miljoen), BOV subsidievaststelling 2013 en vrijval Actieplan (+ € 39 miljoen), Traject Oost Bunnik; aanbestedingsmeevaller (+ € 7 miljoen), spoorwegovergang Soestdijkseweg onbenodigd onvoorzien (+ € 2 miljoen), herberekening rente en aflossing leenfaciliteit (+ € 3 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (voornamelijk gereserveerd voor de prijsbijstelling BOV 2015) (+ € 73 miljoen) en hogere concessievergoeding NS als gevolg van indexatie naar prijspeil 2015 (+ € 17 miljoen).

  • Een verlaging met € 29,5 miljoen ten behoeve van het project PHS DSSU in verband met gevolgkosten van ontwerpaanpassingen voor het waarborgen van de veiligheid en aanpassing van de complexe bouwfasering om de mate van hinder voor reizigerstreinen gedurende de bouw terug te dringen.

  • Ontvangen boetes NS 2013/2014 en boete ProRail 2014 (+ € 6 miljoen).

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 17 miljoen).

  • Meerkosten Rotterdam-Genua (– € 2 miljoen), kosten geluidproblematiek HSL (– € 49 miljoen), kosten GSMR interferentie (– € 15 miljoen), meerkosten Rijswijk – Delft Zuid (– € 86 miljoen), meerkosten OV Terminal stationsgebouw Utrecht (NSP) (– € 53 miljoen), kosten NSP Zuidasdok (– € 9 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generale Digitale Infrastructuur (– € 20 miljoen),

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 5 miljoen).

De genoemde mee- en tegenvallers op de specifieke projecten zijn eveneens toegelicht bij het betreffende artikelonderdeel van waaruit het project gefinancierd wordt.

13.08 Investeringsruimte Spoorwegen
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

22.276

35.409

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 18.455

0

0

0

0

0

Kaseffect verwerking index 2014

0

1.083

0

0

0

0

0

Totaal

22.276

18.037

76.230

101.916

77.966

77.311

92.400

13.08 Investeringsruimte Spoorwegen
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

55.698

905.772

Kaseffect verwerking index 2013

0

0

0

0

0

0

18.455

0

Kaseffect verwerking index 2014

0

0

0

0

0

0

– 1.084

0

Totaal

65.544

56.732

65.793

64.397

56.920

57.181

73.069

905.772

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenM voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikel 13.02. Verrekeningen (subsidievaststellingen) met ProRail die betrekking hebben op afgesloten jaren zijn niet gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar zijn gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Concessievergoedingen

Producten

Deze zijn de Concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofdrailnet en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur, alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009–2014.

Projectbijdragen decentrale overheden

Deze betreffen de bijdragen van decentrale overheden aan (MIRT-) projecten.

Afrekeningen ProRail/Havenbedrijf

Deze betreffen de afrekeningen van subsidies voor aanlegprojecten en beheer, onderhoud en vervanging over afgesloten begrotingsjaren en de aan het Havenbedrijf doorbelaste onderhoudskosten Tweede Maasvlakte.

Ontvangsten

Bedragen x € 1 miljoen
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Concessieprijs HRN 2015–2024

80

80

86

86

86

86

Verrekening beheervergoeding reisinformatie

– 8

– 8

– 8

– 8

– 8

– 8

Verrekening compensatie treindiensten België

– 6

– 3

– 3

– 3

– 3

– 3

Uitgestelde betalingen HSA 2009–2014

46

45

44

42

42

41

HSL-heffing 2015–2024

0

59

61

71

79

85

Correctieregeling energie

56

0

0

0

0

0

Boetes prestaties NS

6

0

0

0

0

0

Concessievergoedingen

174

173

180

188

196

201

PHS/Vught

0

127

0

0

0

0

Decentrale lijnen

3

0

3

0

6

0

Schiedam-Rijswijk

0

0

5

0

0

0

Bijdragen decentrale overheden

3

127

8

0

6

0

Afrekening subsidies en boetes prestaties ProRail

27

0

0

0

0

0

Afrekeningen ProRail

27

0

0

0

0

0

Totaal

204

300

188

188

202

201

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting hoofdstuk XII 2016 bij beleidsartikel 15 OV-keten.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

240.876

404.561

182.873

140.335

150.195

77.903

75.832

Uitgaven

163.374

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

Waarvan juridisch verplicht:

   

92%

       

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

149.178

127.145

133.159

197.040

169.301

95.156

125.408

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

11.159

957

22.868

41.655

6.592

1.889

47.563

14.01.03 Realisatieprogr reg/lok

138.019

125.055

113.210

150.923

153.084

83.689

64.959

14.01.04 Investeringsruimte

0

1.133

– 2.919

4.462

9.626

9.579

12.886

14.02 Regionale Mob. Fondsen

9.334

0

0

0

0

0

9.111

14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid

4.862

12.837

145.555

168.971

158.348

71.735

50.898

14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten

4.862

12.374

93.298

119.065

109.107

12.984

18.378

14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen

0

0

36.050

33.700

33.034

42.544

16.000

14.03.03 RSP – ZZL: REP

0

463

16.207

16.206

16.207

16.207

16.520

Van totale uitgaven

             

– Bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

– Restant

163.374

139.982

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

14.09 Ontvangsten

1.210

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking worden de budgetten in 2016 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2016. Voor de mate van verplichting van het verkenningen en planuitwerkingsprogramma tot en met 2028 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2028 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2028.

Bedragen x € 1.000
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

278.714

366.011

327.649

166.891

185.417

99.636

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

133.159

197.040

169.301

95.156

125.408

77.442

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

9.111

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

145.555

168.971

158.348

71.735

50.898

22.194

                 

14.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
   

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

110.941

85.982

2.396

36.080

66.654

77.205

121.873

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

0

0

0

0

0

0

0

                   

14.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden in de BDU voor de ontvangers buiten de G3 (de drie grote steden) en voor de G3 (respectievelijk € 112,5 miljoen en € 225 miljoen) en moet het project passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid zoals verwoord in de Begroting hoofdstuk XII 2016 en beleidsartikel 15 OV-keten en de Lange Termijn Spooragenda (LTSa).

Algemeen

Producten

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de regionale overheid. IenM levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenM al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen).

Nieuw opgenomen projecten

Exploitatiebijdrage stoptreindiensten Limburg

De stoptreindiensten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen maken per 11 december 2016 geen onderdeel meer uit van het hoofdrailnet, maar van de regionale (multimodale) vervoerconcessie in Limburg. De decentralisatie van deze twee diensten verloopt voor IenM budgetneutraal. De concessieprijs voor het hoofdrailnet is verhoogd aangezien het om onrendabele diensten gaat. Het bedrag waar de concessieprijs voor het hoofdrailnet mee wordt verhoogd wordt via het Provinciefonds beschikbaar gesteld aan de provincie Limburg ten behoeve van de exploitatie van de twee diensten.

Wijzigingen

HOV-Net Zuid-Holland Noord

Het project is overgegaan van de planstudiefase naar de realisatiefase.

HOV-Knoop Amstelveen

Het gereserveerde budget voor de HOV-knoop Amstelveen ad € 25 miljoen is vrijgevallen nu voor de A9 in overleg met alle partijen (waaronder Amstelveen) is besloten tot een andere scope. Het was de verwachting dat de A9 in Amstelveen in een tunnelbak gelegd zou worden maar omdat dit niet meer aan de orde is kunnen de bussen de huidige afslag benutten (Kamerstukken II, 2013–2014, 32 668, nr. 10). De vrijvallende gelden ad € 25 miljoen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (14.01.04).

Maaslijn

Naar aanleiding van de gemaakte afspraken met de provincie Limburg zijn de gereserveerde middelen voor de elektrificatie van de Maaslijn overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze middelen worden uitgekeerd in de periode 2016–2018 via het Provinciefonds.

Verkeersruit Eindhoven

Het project Verkeersruit Eindhoven wordt niet voortgezet. De subsidie van het Rijk aan de Verkeersruit Eindhoven zal worden toegevoegd aan de Investeringsruimte Hoofdwegennet. Dit geld is nog niet gebonden aan specifieke projecten. Over de besteding van dit budget is het Rijk onder andere in gesprek met de regio.

Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokale infrastructuur

Bedrag x € 1 mln.

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Verplicht

       

Projecten Brabant

       

Verkeersruit Eindhoven (Noordoostcorridor)

272

271

   

Gebonden

       

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

       

Ombouw Amstelveenlijn

77

76

 

2020

Bestemd

51

71

   

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

400

     

Begroting 14.01.02

400

     

Legenda:

TB = Tracébesluit

PB = Projectbesluit

Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2015–2028 weergegeven voor aanleg, planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2028.

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Wijzigingen

De projectbudgetten van de Rotterdamsebaan, A12/A20 Parallelstructuur Gouweknoop, RandstadRail en Noord/Zuidlijn zijn bijgesteld als gevolg van de indexatie naar prijspeil 2015. De planning van de projecten in het programma Regionaal/lokaal is de verantwoordelijkheid van de medeoverheden. Het Rijk stelt haar bijdrage beschikbaar op basis van gerealiseerde mijlpalen, zoals vastgelegd in de subsidiebeschikking.

Projectoverzicht behorende bij 14.01.03 Regionaal/lokale infrastructuur; realisatie
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Zuidvleugel

                       

Rotterdamsebaan

305

304

     

7

63

51

51

134

regio

2020– 2022

A12/A20 Parallelstructuur Gouwe

112

112

19

27

27

27

14

     

regio

2019– 2021

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)

203

202

21

12

29

47

47

33

14

 

2018

2018

Randstadrail (incl. voorbereidingskosten en aanlanding RR op Den Haag HSE)

894

894

873

12

9

         

2006– 2016

2006– 2016

Projecten Noord-Holland, Utrecht en Flevoland

                   

Utrecht, Tram naar de Uithof

110

110

37

0

4

40

29

     

2018

2018

Noord/Zuidlijn Noord-WTC

1.186

1.185

1.036

75

44

30

1

     

2017

2017

Afrondingen

     

– 1

   

– 1

         

Programma Realisatie (IF 14.01.03)

2.810

 

1.986

125

113

151

153

84

65

134

   

Budget Realisatie (IF 14.01.03)

     

125

113

151

153

84

65

134

   

Overprogrammering (–)

                       
14.01.04 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de totale voor artikel 14 beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 verantwoord. De middelen zijn bestemd voor grote regionale/lokale projecten die op initiatief van de decentrale overheden worden voorbereid en uitgevoerd. De projecten moeten een bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de LTSa die voor regionale bereikbaarheid zijn geformuleerd. Het betreft zowel wegenprojecten op het niveau van het Onderliggend Wegennet als Openbaar Vervoer projecten.

De in de begroting 2015 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 369 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de ontwerpbegroting 2016 nu € 201 miljoen.

  • Vrijval HOV knoop Amstelveen (+ € 25 miljoen).

  • Saldo prijsbijstelling 2015 (+ € 6 miljoen).

  • Dekking exploitatie/decentralisatie Zwolle-Enschede (– € 102 miljoen).

  • Dekking exploitatiebijdrage 2 stoptreindiensten Limburg (– € 31 miljoen).

  • Dekking landzijdige bereikbaarheid Eindhoven Airport (naar artikel 12 Hoofdwegennet) (– € 25 miljoen).

  • Dekking onderhoudskosten Maaslijn (– € 19 miljoen).

  • Dekking onderhoudskosten HOV-net Zuid Holland Noord (– € 16 miljoen).

  • Bijdrage aan de rijksbrede taakstelling Generieke Digitale Infrastructuur (– € 2 miljoen).

  • Bijdrage aan de Topsector Logistiek (– € 4 miljoen).

  • Bijdrage aan Eenvoudig Beter (– € 1 miljoen).

14.01.04 Investeringsruimte regionaal, lokale infrastructuur
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Investeringsruimte

1.133

– 302

4.463

9.625

9.579

12.886

14.735

Kaseffect verwerking index 2013

0

– 1.826

– 1

0

0

0

0

Kaseffect verwerking index 2014

0

– 790

0

0

0

0

1

Totaal

1.133

– 2.919

4.462

9.626

9.579

12.886

14.736

14.01.04 Investeringsruimte regionaal, lokale infrastructuur
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal

Investeringsruimte

15.639

29.053

15.623

15.505

13.384

17.848

41.822

200.992

Kaseffect verwerking index 2013

0

0

0

0

0

0

1.827

1

Kaseffect verwerking index 2014

1

0

0

0

0

0

789

– 1

Totaal

15.640

29.054

15.623

15.505

13.384

17.848

44.438

200.993

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • Bereikbaarheidsoffensief Randstad.

  • Amendement Dijsselbloem.

  • Amendement Van der Staaij.

  • Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok).

  • Amendement Van Hijum.

  • Quick Wins NWA eerste en tweede tranche.

  • Sluiskiltunnel.

Producten

De rijksmiddelen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad, de amendementen Dijsselbloem, Van der Staaij en Van Hijum, Regionale bereikbaarheid en Quick Wins NWA zijn volledig uitgekeerd. Alleen voor de Sluiskiltunnel, die inmiddels is opgeleverd, resteert een gereserveerd bedrag voor onvoorziene omstandigheden.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Betreft het RSP-convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol-Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.

In 2009 is het RMf RSP opgericht voor Noord-Nederland. De instelling van het RMf RSP volgt uit het Convenant RSP Zuiderzeelijn d.d. 23 juni 2008. Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten (zie 14.03.02). Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020.

Binnen het REP wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel en een regionaal deel. Zowel voor het rijksdeel als voor het regionaal deel is € 150 miljoen rijksbudget beschikbaar gesteld. Het rijksdeel valt onder regie van het Ministerie van Economische zaken (EZ). Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, nadat in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds is gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, wordt verantwoord op de begroting Infrastructuurfonds (zie 14.03.03). Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar voor het regionale deel van het REP.

De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II, 2008–2009, 21 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd. De meest recente voortgangsrapportage RSP is als bijlage 4 toegevoegd aan de Kamerbrief over de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen MIRT 2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 A, nr. 15).

Conform afspraak in het Convenant Verdubbeling N33 Assen-Zuidbroek is € 14 miljoen overgeboekt naar artikel 12 Hoofdwegen. Daarnaast is, om de regio Noord Nederland de rol van contracterende partij voor een aantal concrete projecten binnen het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn te kunnen laten vervullen, € 65 miljoen in het Provinciefonds en Gemeentefonds gestort.

Projectoverzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (14.03)
 

Totaal

Budget in € mln

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

later

huidig

vorig

Projecten Noord-Nederland

                       

Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

                       

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten2 3

417

480

29

12

93

119

109

13

18

22

   

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsfonds

534

534

373

0

36

34

33

43

16

     

14.03.03 Ruimtelijk economisch programma

82

98

0

0

16

16

16

16

17

     

Afrondingen

     

1

1

             

Begroting (IF 14.03)

1.033

1.112

402

13

146

169

158

72

51

22

   

Overige afspraken

                       

LMCA Spoor: spoordriehoek4

135

134

35

10

17

20

27

11

10

4

   

Totaal rijksbijdrage Noord-Nederland

1.168

1.246

437

23

163

189

185

83

61

26

   

1) Bijdrage regio zijn pp2007.

X Noot
2

Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol-Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 mln. uit het MIRT t.b.v de A7 ZRG fase 2

X Noot
3

Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 mln. (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.

X Noot
4

Betreft Pakket Noorden, hetgeen op artikel 13 is opgenomen.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII over 2015 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II, 2004–2005, 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art.15 Hoofdvaarwegennet (x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

468.336

1.110.986

1.131.208

708.225

690.955

613.705

601.208

Uitgaven

894.465

921.995

854.411

836.807

854.059

721.783

700.091

Waarvan juridisch verplicht:

   

98%

       

15.01 Verkeersmanagement

13.986

7.545

8.412

8.412

8.412

8.412

8.412

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

363.939

411.846

411.347

356.103

328.006

274.708

283.144

15.02.01 Beheer en onderhoud

202.742

210.385

288.426

281.187

274.755

271.510

265.773

15.02.04 Vervanging