Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631839 nr. 500

31 839 Jeugdzorg

28 638 Mensenhandel

Nr. 500 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 januari 2016

Loverboys zijn mensenhandelaren en moeten hard worden aangepakt. Voor de meisjes en jongens die door loverboys worden uitgebuit moet kwalitatief goede opvang en hulp beschikbaar zijn. Dat zijn onze prioriteiten bij de bestrijding van mensenhandel door loverboys. In deze brief zetten wij het vervolg van de Rijksbrede aanpak loverboys (Kamerstuk 31 839, nr. 166) uiteen. Daarnaast reageren wij met deze brief op het verzoek van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie om een beleidsreactie op het rapport «De klant erbij» van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen. Hoewel het rapport niet uitsluitend over loverboyzaken gaat, zit er een belangrijke overlap tussen de aanbevelingen uit het rapport en het vervolg op de Rijksbrede aanpak loverboys. Tot slot zal in deze brief ook ingegaan worden op enkele toezeggingen die eerder aan uw Kamer zijn gedaan.

Inleiding

Loverboyproblematiek is nog altijd actueel. Recente zaken zoals die in Valkenburg en Schiedam laten zien dat we onverminderd door moeten gaan met het voorkomen en bestrijden van dit ernstige misdrijf en de bescherming en opvang van slachtoffers. Tijdens het AO Slachtoffers loverboys van 7 oktober jl. (Kamerstuk 31 839, nr. 498)is gesproken over het mogelijk aanpassen van de term «loverboy», naar een term als «pooierboy» of naar de algemene term «mensenhandelaar». Omwille van de continuïteit en de bekendheid van de term «loverboy», zetten we de aanpak in 2016 onder deze noemer door. Dit doet niets af aan de ernst van de problematiek: loverboys zijn mensenhandelaren.

In 2014 registreerde CoMensha 216 mogelijke slachtoffers waarbij sprake was van een loverboy of van loverboytechnieken. Duidelijk is echter dat dit geen volledig beeld is en dat het nodig is te blijven investeren in signalering en registratie. Met deze brief informeren wij u over de wijze waarop het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2016 zullen voortbouwen op de Rijksbrede aanpak loverboyproblematiek, waarbij we concreet inzetten op:

  • Beter zicht op problematiek door blijvende aandacht voor registratie, daderprofielen en onderzoek naar jongensslachtoffers;

  • Quickscan van beschikbaar preventiemateriaal om dit effectiever in te kunnen zetten;

  • Inzet op effectieve internetopsporing en verhoogde aangiftebereidheid en signalering; doorzetten van de aanpak van zowel loverboys als klanten van minderjarige prostitutie;

  • Samen met de VNG invulling geven aan het zorglandschap voor slachtoffers van loverboys;

  • Ondersteuning van gemeenten bij aanpak loverboyproblematiek, onder andere met actualisatie van het barrièremodel en vertaling van producten Commissie Azough naar gemeenten en wijkteams;

  • Verbreding naar de gehandicaptensector;

  • Internationale expertmeeting.

Deze vervolgacties zullen in deze brief nader worden toegelicht.

Waar staan we nu?

In de afgelopen jaren zijn goede resultaten behaald op de drie pijlers van de Rijksbrede aanpak: 1) preventie, 2) bestrijding, en 3) de bescherming van slachtoffers. Er is preventiemateriaal ontwikkeld voor scholen, de opsporing en vervolging van mensenhandel – waaronder loverboys – is sterk geïntensiveerd, en de commissie «Aanpak meisjesslachtoffers loverboys in de zorg voor jeugd» (Commissie Azough) heeft in opdracht van Jeugdzorg Nederland en met financiële steun van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met haar actieplan (Kamerstuk 31 839, nr. 429) en vervolgacties een belangrijke (kwaliteits-) impuls gegeven aan de bescherming van minderjarige (meisjes-)slachtoffers. Ook binnen de Taskforce Mensenhandel en het Nationaal Verwijsmechanisme is specifiek aandacht besteed aan loverboyproblematiek. Op lokaal niveau zetten de partners binnen de integrale aanpak actief in op het bestrijden van loverboys en op preventie op bijvoorbeeld scholen.

Uit signalen uit het veld blijkt dat het wenselijk is om de aanpak beter te borgen, het ontwikkelde materiaal effectiever in te zetten en de producten van onder andere de Commissie Azough breder inzetbaar te maken. De vervolgstappen in 2016 zijn er op gericht om zoveel mogelijk gebruik te maken van hetgeen de afgelopen jaren ontwikkeld is. Daarnaast worden enkele nieuwe stappen gezet om de aanpak op de drie pijlers verder te versterken. Nadrukkelijk zoeken we daarbij in 2016 meer aansluiting bij de lokale initiatieven om goede praktijken te kunnen delen en faciliteren.

In deze brief worden na enkele inleidende paragrafen, per pijler de belangrijkste resultaten van de Rijksbrede aanpak loverboyproblematiek 2011–2014 (Kamerstuk 31 839, nr. 166) en de (vervolg)acties die we in 2016 inzetten, geschetst.

Afbakening

Onder de term «loverboys» wordt verstaan: mensenhandelaren die met verleidingstactieken, manipulaties, chantage en/of geweld meisjes inpalmen met als oogmerk hen later voor zich te laten werken in de prostitutie of illegale sectoren. Loverboys zijn dus mensenhandelaren en hun slachtoffers zijn slachtoffer van mensenhandel. Loverboyslachtoffers zijn vaak minderjarig maar niet altijd. De aanpak van loverboyproblematiek kent ten opzichte van de aanpak mensenhandel een aantal specifieke elementen die bijzondere aandacht vergen, zoals de methodiek – het element van verleiding en een liefdesrelatie – en de slachtoffers – voornamelijk binnenlandse, vaak minderjarige en kwetsbare meisjes. Deze specifieke elementen vormen het aangrijpingspunt voor de acties in deze brief. Ze hebben gevolgen voor bijvoorbeeld het soort preventiemaatregelen en stellen specifieke eisen aan de hulpverlening en opvang.

Aard van de problematiek en signalering

Bij de vervolgacties houden we rekening met de inzichten over de veranderende aard van loverboyproblematiek. Praktijkexperts geven aan dat de klassieke methode van loverboys, waarbij zij jonge kwetsbare meisjes eerst langdurig inpalmen en verleiden om ze vervolgens seksueel uit te buiten, steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Er wordt vaker en sneller gebruik gemaakt van bedreiging, chantage en geweld en internet speelt een steeds grote rol. Ook komen andere vormen dan seksuele uitbuiting voor, veelal als methode om een slachtoffer onder druk te zetten en vervolgens alsnog seksueel uit te buiten. Een voorbeeld hiervan is het afsluiten van meerdere telefoonabonnementen op naam van het slachtoffer, waarna het slachtoffer gemakkelijker tot seksuele handelingen kan worden gedwongen om de kosten van deze abonnementen te kunnen betalen.

Met oog op de steeds veranderende aard van loverboyproblematiek is het van belang om de ontwikkeling in loverboymethodieken te kunnen volgen. Daarom blijven we ook dit jaar inzetten op beter zicht op de problematiek, om zo meer slachtoffers te signaleren en daders aan te kunnen pakken. Zo worden de producten van de Commissie Azough voor signalering en registratie geïmplementeerd en breder inzetbaar gemaakt, wordt meer inzicht verkregen in daderprofielen en zal onderzoek worden gedaan naar jongensslachtoffers.

Rol van gemeenten

Voor gemeenten is een belangrijke rol weggelegd bij de bestrijding van loverboy- en mensenhandelproblematiek. Zaken als die in Valkenburg en Schiedam bevestigen dat loverboys overal slachtoffers kunnen maken. In het kader van de bestuurlijke aanpak van mensenhandel, zijn er in meerdere gemeenten ketenregisseurs en wordt gewerkt aan de borging van het basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel. Op grond van de Jeugdwet (Kamerstuk 33 684) en de Wmo 2015 (Kamerstuk 33 841) hebben de gemeenten de verantwoordelijkheid voor goede opvang van en ondersteuning aan slachtoffers van loverboys. De decentralisaties in het sociale domein zorgen ervoor dat gemeenten meer instrumenten hebben om te komen tot vroegsignalering van (herhaald) slachtofferschap en goede ondersteuning aan de slachtoffers door opvang of ambulante begeleiding. De in 2014 door de VNG en de Federatie Opvang ingestelde commissie onder voorzitterschap van burgemeester Lenferink van Leiden, heeft de verantwoordelijkheid van gemeenten voor slachtoffers van mensenhandel scherp inzichtelijk gemaakt, inclusief het belang van een goede invulling van de (zorg)coördinatiefunctie door gemeenten. De zorgcoördinator vormt een belangrijke schakel tussen zorgketen en de strafrechtketen. Naast de zorgcoördinator spelen de Veilig Thuis-organisaties is sommige regio’s een rol. In het AO van 7 oktober jl. (Kamerstuk 31 839, nr. 498) over slachtoffers van loverboys heeft de Staatssecretaris van VWS toegezegd in de ronde die de ministeries van VWS en VenJ en de VNG langs Veilig Thuis maken, na te gaan in hoeverre aandacht besteed wordt aan loverboyprobematiek. Uit de ronde blijkt dat de aandacht voor de loverboyproblematiek verschillend is. Een aantal VT-organisaties schenkt er veel aandacht aan, omdat zij van oudsher een rol speelden bij de aanpak van de problematiek. Bij andere VT-regio’s wordt het belang van de aanpak van loverboys wel ingezien, maar is er nog weinig invulling aangegeven door de werkdruk bij de VT-organisatie. Een beperkt aantal VT-organisaties heeft geen aandacht voor deze problematiek.

We vinden het belangrijk dat regio’s de zorg- en strafrechtketens goed verbinden en dat er in elke regio aandacht is voor de loverboyproblematiek. Wij gaan hierover in gesprek met de VNG. Verder zoeken wij bij het vervolg op de Rijksbrede aanpak nadrukkelijk de verbinding met gemeenten. Een belangrijk element van de vervolgacties in 2016 zal zijn om gemeenten actief te betrekken en met hen te bepalen hoe we gemeenten effectief kunnen ondersteunen en faciliteren bij het inrichten van de integrale aanpak van loverboys. We denken dat instrumenten zoals het barrièremodel en de producten van de Commissie Azough ook door gemeenten goed benut kunnen worden.

Pijler 1: Preventie

Met het actieplan Rijksbrede aanpak loverboyproblematiek 2011–2014 (Kamerstuk 31 839, nr. 166) is sterk ingezet op preventie ten aanzien van potentiële slachtoffers. Zo is de voorlichtingsfilm «de mooiste chick van het web» ontwikkeld waarmee ouders en kinderen meer bewust gemaakt worden van de risico’s die het gebruik van sociale media met zich meebrengen. Daarnaast zijn er verschillende campagnes voor jongeren en ouders ontwikkeld, die inzetten op het vergroten van de seksuele weerbaarheid van jongeren. Ook is er is lesmateriaal ontwikkeld over seksueel geweld, weerbaarheid en loverboyproblematiek, en zijn de zogeheten kerndoelen voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs aangepast door hierin aandacht voor seksualiteit en seksuele diversiteit expliciet te noemen.

Naast deze initiatieven vanuit het Rijk, zijn er ook veel lokale en particuliere producten ontwikkeld. Hierdoor is er een groot en divers aanbod aan preventiemateriaal ontstaan wat het voor jongeren, ouders en scholen soms lastig maakt om te bepalen welk materiaal het meest geschikt is. Daarom zullen we dit jaar een quickscan laten uitvoeren naar deze diverse materialen, met oog op beschikbaarheid van verschillende soorten materiaal, het gebruik door de doelgroepen, en de actualiteit. Bij de quickscan zal advies worden ingewonnen over hoe de verschillende doelgroepen het best bereikt kunnen worden, bijvoorbeeld met doelgerichte inzet op jongeren via sociale media.

In de quickscan zal ook bekeken worden of er nog specifiek preventiemateriaal ontbreekt voor relevante doelgroepen. We kijken daarbij onder andere naar opvoeders (ouders en professionals), omdat zij een belangrijke ondersteunende rol vervullen bij de voorlichting aan kinderen, maar ook als signaleerders moeten zij weten wat signalen zijn om op te letten, en hoe te handelen als kinderen (potentieel) slachtoffer zijn.

Pijler 2: Bestrijding

De afgelopen jaren is mensenhandel, inclusief loverboys, steeds intensiever aangepakt. In 2016 wordt ingezet op borging van deze intensivering, naast enkele concrete initiatieven.

Integrale aanpak

In de Rijksbrede aanpak 2011–2014 (Kamerstuk 31 839, nr. 166) is ingezet op een integrale aanpak. Zo heeft het CCV een handreiking loverboys voor ketenregie ontwikkeld, en een barrièremodel voor de aanpak van loverboyproblematiek opgesteld. Een barrièremodel is een manier om te bepalen welke barrières (veiligheids)partners kunnen opwerpen tegen criminele activiteiten. Het gehele criminele proces wordt in kaart gebracht en per onderdeel wordt gekeken wie een mogelijkheid heeft om in te grijpen en op welke manier. Gebleken is echter dat de handreiking en het model nog niet bij alle relevante partijen bekend zijn, en dat het barrièremodel actualisatie nodig heeft. Het huidige barrièremodel is gebaseerd op gegevens uit 2012. Gezien de veranderende aard van de problematiek, zal het barrièremodel in samenspraak met de betrokken partijen worden geactualiseerd en aangevuld, bijvoorbeeld met de rol van beheerders van sekssites waarop advertenties worden geplaatst. Zo kunnen zij verdachte advertenties verwijderen en hiervan melding maken bij de politie. Verder zal dit jaar samen met het CCV meer bekendheid aan de handleiding en het barrièremodel worden gegeven. Bij de verschillende partners, zoals gemeenten, zal worden nagegaan wat zij nodig hebben om het barrièremodel in de praktijk te kunnen gebruiken en om conform de handleiding ketenregie te kunnen voeren.

Opsporing, aangifte en anoniem melden

De verborgen aard van mensenhandel in het algemeen en de specifieke aandachtspunten met betrekking tot aangiftebereidheid bij loverboyslachtoffers in het bijzonder, maken dat ook in 2016 moet worden ingezet op versterking van de opsporing en verhoogde aangiftebereidheid. Hierbij wordt voortgebouwd op de maatregelen die in de afgelopen jaren reeds zijn getroffen.

De politie heeft een webcrawler ontwikkeld waarmee verdachte advertenties op internet op basis van zoektermen automatisch kunnen worden doorzocht. Hierbij is het mogelijk om na te gaan wie die advertenties geplaatst heeft en welke personen er op de advertentie gereageerd hebben. Dit stelt de politie in staat gerichter te zoeken naar minderjarige slachtoffers van mensenhandel, de loverboys die hen aanbieden, en de klanten die hen bezoeken. De webcrawler wordt ingezet ten behoeve van het verrichten van controleacties in de prostitutiebranche. Momenteel wordt de webcrawler ontwikkeld om de van het internet gehaalde resultaten nog effectiever te kunnen benutten voor de handhaving en opsporing. Met het wetsvoorstel Computercriminaliteit III (Kamerstuk 34 372, nr. 2) wordt daarnaast de mogelijkheid gecreëerd om een lokpuber in te zetten om misbruik tegen te gaan. Voorts brengt het wetsvoorstel Computercriminaliteit III een wetswijzing van de delictsomschrijving van grooming (art. 248e Sr) met zich mee. Door deze wetswijziging wordt het mogelijk dat het bewijsmateriaal dat vergaard wordt door middel van de inzet van een lokpuber als wettig bewijs gebruikt kan worden in de aanpak en vervolging van grooming. Bovendien draagt deze wetswijziging er aan bij dat grooming voortaan preventief opgespoord kan worden, hetgeen de effectiviteit van de strafbaarstelling van grooming bevordert. De webcrawler en straks ook de lokpuber vormen belangrijke instrumenten om mensenhandelaren – inclusief loverboys – op te sporen, ook wanneer er nog geen aangifte is gedaan.

Aangiften blijven echter van groot belang, er worden daarom verschillende maatregelen genomen om de aangiftebereidheid bij de groep binnenlandse slachtoffers te vergroten. De handreiking voor de samenwerking tussen de jeugdhulp en politie van de Commissie Azough, biedt jeugdhulpinstellingen handvatten om de aangiftebereidheid van minderjarige slachtoffers te vergroten, door goede samenwerkingsafspraken tussen zorginstellingen en politie. Het is nu zaak deze handreiking, die is ontwikkeld met input van politie en OM, in de praktijk te brengen. In samenspraak met het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie zal worden bezien hoe de handreiking aan beide zijden – Jeugdhulp en politie en OM – naar concrete werkafspraken kan worden vertaald. Het Nationaal Verwijsmechanisme zal deze implementatie faciliteren, door te bezien of op landelijk niveau uniforme afspraken kunnen worden gemaakt over de implementatie.

In het kader van het Verwijsmechanisme is verder besloten de pilot verhoorstudio’s tot 1 juli 2016 te verlengen. Voor deze pilot zijn er op drie verschillende opvanglocaties verhoorstudio’s ingericht, met als doel het voor slachtoffers makkelijker te maken aangifte te doen doordat dit op de eigen opvanglocatie kan.

Ook de maatregelen die de politie treft om de drempel die het informatief gesprek kan vormen, te verlagen, dragen bij aan het wegnemen van obstakels voor aangiftebereidheid bij slachtoffers van loverboys. Hetzelfde geldt voor de maatregelen ten aanzien van het horen van slachtoffers: de politie besteedt specifiek aandacht aan het meegeven van de juiste (basis)kennis van gesprekstechnieken aan politiefunctionarissen voor het horen van onder andere kwetsbare personen, zoals minderjarigen of verstandelijk beperkten, waarover uw Kamer recent is geïnformeerd.1

Om meer slachtoffers en daders op het spoor te komen, wordt dit jaar verder een vervolgcampagne gestart na de succesvolle campagne «Gedwongen prostitutie» van Meld Misdaad Anoniem (M.), gericht op het melden van misstanden in de prostitutie. De ervaringen met deze campagne in de afgelopen jaren zijn positief: het aantal meldingen stijgt, en meldingen dragen substantieel bij aan de opsporing. De nieuwe vervolgcampagne heeft onder andere tot doel om het aantal meldingen over daders van minderjarige slachtoffers te verhogen. Meld Misdaad Anoniem zal de activiteiten daarom onder andere richten op professionals in de Jeugdhulp, inclusief professionals die werken met jongeren met een verstandelijke beperking, om hen te stimuleren signalen van uitbuiting desgewenst anoniem te melden.

Strafrechtelijke aanpak

De intensivering van de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel, inclusief loverboys, heeft de afgelopen jaren geleid tot een toename van het aantal onderzoeken en veroordelingen, waaronder in loverboyzaken. Zo is het totaal aantal bij het OM aangedragen mensenhandelzaken in de periode 2010–2014 gestegen van 216 naar 278 per jaar. Sinds 2015 zet het OM ook actiever in op de opsporing en vervolging van de klanten die tegen betaling seks hebben met een minderjarige. Dit blijkt ook uit onderzoek van de Nationaal Rapporteur, waarover u verderop in deze brief nader geïnformeerd wordt. Klanten zijn strafbaar op grond van artikel 248b, Wetboek van strafrecht. Op 1 juni 2015 is een strafvorderingsrichtlijn voor klanten van jeugdprostitutie in werking getreden. Voor seks met een zestien- of zeventienjarige tegen betaling geldt een strafmaatrichtlijn die begint bij 6 maanden onvoorwaardelijke celstraf. Voor seks met een minderjarige onder de zestien, ongeacht of dit tegen betaling is gebeurd, hanteert het OM een strafmaatrichtlijn van minimaal vijftien maanden. Mensenhandel is conform de Veiligheidsagenda 2015–2018 (Kamerstuk 28 684, nr. 412) ook in 2016 een prioriteit bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Daarbij blijft het OM inzetten op de opsporing en vervolging van klanten die tegen betaling seks hebben met een minderjarige, zonder daarbij de mensenhandelaren uit het oog te verliezen. Klanten die tegen betaling seks hebben met een minderjarige kunnen bijvoorbeeld in beeld komen bij een mensenhandel onderzoek.

Daderprofielen

Tot slot zal er in het kader van de daderaanpak gekeken worden naar de kernmerken van loverboys. Bij verschillende meldpunten – onder ander in Rotterdam en Limburg – zijn op basis van de registreerde meldingen veel gegevens over daders bekend, inclusief gegevens die niet in de politiesystemen staan. Dit jaar zal een expertmeeting met vertegenwoordigers van de verschillende meldpunten en de politie georganiseerd worden om een duidelijker beeld te krijgen van daders. Hierbij zal onder andere aandacht zijn voor het verleden van de daders, bijvoorbeeld in relatie tot seksueel grensoverschrijdend gedrag op jongere leeftijd. Een dergelijk daderprofiel kan door verschillende partijen gebruikt worden om in een vroegtijdig stadium in te grijpen bij loverboys en mogelijk ook ter voorkoming van recidive. Te denken valt daarbij onder andere aan de politie, de raad voor de kinderbescherming, jeugdreclassering en scholen.

Pijler 3: Bescherming van slachtoffers

In de Rijksbrede aanpak 2011–2014 (Kamerstuk 31 839, nr. 166) zijn acties ingezet ter verbetering van de zorg voor en bescherming van slachtoffers van loverboys. Deze slachtoffers kunnen ernstig getraumatiseerd zijn en hebben baat bij hulp en opvang op maat die toegespitst is op de specifieke problematiek van deze meisjes.

De Commissie Azough heeft gewerkt aan het verbeteren van de opvang voor slachtoffers van loverboys in de jeugdhulp.

Samen met de sector, heeft de Commissie Azough onder andere een signaleringsinstrument, handreikingen voor registratie en samenwerking met de politie en een kwaliteitskader gespecialiseerde opvang en hulp opgeleverd waar de jeugdhulpinstellingen mee aan de slag kunnen. Voor meisjes met zware, langdurige problematiek waarvoor intensieve zorg of opvang buiten de eigen regio nodig is, zijn nu landelijk werkende instellingen. De financiering hiervoor is geregeld via het landelijk transitiearrangement Jeugd. Fier en Kompaan en De Bocht zijn als expertise- en behandelcentra op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties voor zover het minderjarigen betreft, partij bij deze afspraken. Daarnaast zijn er landelijke afspraken gemaakt met centrumgemeenten en de VNG om een passend financieringsarrangement te treffen voor de gezamenlijke inkoop van deze opvang.

Naast de landelijke instellingen kunnen andere jeugdhulpinstellingen zich specialiseren als het gaat om de behandeling en opvang voor slachtoffers van loverboys. Het kwaliteitskader van de Commissie Azough biedt de instellingen hiervoor het kader. Vanaf 2017 zal de Inspectie Jeugdzorg toezicht houden naar de hierin gespecialiseerde jeugdhulpinstellingen. Dit toezicht is gebaseerd op het Toetsingskader voorkomen seksueel grensoverschrijdend gedrag (bijlage bij Kamerstuk 31 839, nr. 426) en het door de Commissie Azough ontwikkelde kwaliteitskader. Dit jaar besteedt de Inspectie inventariserend aandacht aan de problematiek van jeugdigen die slachtoffer dreigen te worden of zijn geworden van loverboys in haar toezicht op seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Het is van belang in te blijven zetten op passende hulp voor slachtoffers van loverboys. We gaan hiertoe dit jaar een aantal acties inzetten.

Loverboyproblematiek in het zorglandschap

Gemeenten spelen een rol bij de ontwikkeling van het zorglandschap als het gaat om slachtoffers van loverboys. De VNG en jeugdhulpinstellingen hebben een visie neergelegd in Ruimte voor Jeugdhulp (bijlage bij Kamerstuk 31 839, nr. 465) over de wijze waarop het zorglandschap van de jeugdhulpsector zich zou moeten ontwikkelen. Samen met de VNG gaat de Staatssecretaris van VWS met gebruikmaking van de producten van de Commissie Azough kijken hoe we invulling kunnen geven aan het zorglandschap voor deze specifieke groep slachtoffers van loverboys. Hierbij is het van belang aandacht te besteden aan drie verschillende lagen in het zorglandschap: alle professionals die met kwetsbare jeugdigen werken, de regionale behandeling van slachtoffers en een hoog gespecialiseerd aanbod van hulp wanneer een slachtoffer dit nodig heeft. Als eerste stap zal de Staatssecretaris van VWS samen met de VNG een beschrijving laten maken van het zorglandschap gericht op hulp en opvang van slachtoffers van loverboys over de volle breedte van de jeugdhulp.

Verbreding naar lokale wijkteams

Tijdens het algemeen overleg over slachtoffers loverboys van 7 oktober 2015 (Kamerstuk 31 839, nr. 498) is gesproken over de wenselijkheid om de kennis over loverboyproblematiek te verbreden naar lokale wijk- of gebiedsteams. Wijkteams kunnen een rol spelen in de preventie en signalering en het monitoren van de slachtoffers die na een behandeling weer zelf de draad op moeten pakken. Hiervoor is specifieke kennis nodig. Zeker omdat het gaat om problematiek die zich niet vanzelf aandient. Slachtoffers zijn doorgaans in de greep van de loverboy en zijn losgeweekt van hun sociale omgeving. Bekend is ook dat bij meisjes na een behandeling vaak sprake is van herhaald slachtofferschap.

De Staatssecretaris van VWS zal daarom samen met gemeenten een vertaling laten maken van de producten van de Commissie Azough naar gemeenten en wijkteams.

Verbreding naar de gehandicaptensector

De EO uitzending «Dit is de dag» over het ronselen van verstandelijk beperkte meisjes door loverboys, heeft nog eens pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar licht verstandelijk beperkte meisjes (lvb) zijn voor loverboys. Ook de Nationaal Rapporteur heeft – onder andere in deze uitzending – de kwetsbaarheid van deze doelgroep op de agenda gezet. Deze meisjes hebben recht op een normaal leven. Tegelijkertijd moeten we inzien dat zij extra kwetsbaar zijn en soms beschermd moeten worden. Dit vergt een goede signalering, duidelijke regels in de instellingen, goede begeleiding en toezicht, heldere afspraken met de politie en specialistische zorg mocht dat nodig zijn. De producten van de Commissie Azough bieden hier duidelijk handvatten voor. Het is goed te beseffen dat de producten niet één-op-één vertaald kunnen worden naar gebruik in de gehandicapteninstellingen, maar dat deze aangepast dienen te worden aan de praktijk en aan de doelgroep.

De Staatssecretaris van VWS zal in de Voortgangsrapportage GIA van december 2015 ingaan op de inzet van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) als het gaat om de aanpak van seksueel misbruik in den brede en de bescherming tegen loverboys in het bijzonder. Er is al veel materiaal ontwikkeld om onder andere de weerbaarheid van meisjes te vergroten. Komende tijd zal de aandacht uitgaan naar de veiligheid van lvb-meisjes en vrouwen. De Staatssecretaris van VWS heeft met de VGN afgesproken dat zij dit jaar samen met lidinstellingen en mevrouw Azough gaan onderzoeken hoe de producten van de Commissie Azough vertaald kunnen worden naar de gehandicaptensector. Hierbij kunnen dan ook de maatregelen worden betrokken die door gehandicapteninstellingen zelf al zijn genomen. De Staatssecretaris van VWS zal hierbij een ondersteunende rol vervullen.

Onderzoek ZonMw

Binnen het ZonMw programma «Effectief werken in de jeugdsector» is november 2014 gestart met de doorontwikkeling, theoretische onderbouwing en beschrijving van behandelmethoden voor slachtoffers van loverboys en mensenhandel. Over het bereik en de effectiviteit van de interventies en methodieken in de zorg en bescherming voor slachtoffers van loverboys/mensenhandel is nog onvoldoende bekend. Tussen de bestaande zorgprogramma’s bestaan belangrijke verschillen in behandelvisie en doelstelling, het behandelaanbod, de keuze voor de opvangvariant (de groepssamenstelling, open, besloten of gesloten) en behandeling, de aan te bieden interventies en de overdracht/nazorg. Zes instellingen zijn gestart met de beschrijving en theoretische onderbouwing van hun behandelaanbod. Dit project loopt tot eind 2017 en heeft in eerste instantie tot doel te komen tot goed beschreven en goed onderbouwde interventies in de databank van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Het uiteindelijke doel is om te komen tot een aantal effectieve interventies. Tot op heden is alleen het zorgprogramma Asja van Fier opgenomen in de databank van het NJi als goed beschreven en goed onderbouwd.

Internationale expertmeeting

Met de Commissie Azough streeft de jeugdhulpsector naar een kwaliteitsverbetering in de opvang van de slachtoffers van loverboys. Om deze verbeterslag nog een extra impuls te geven willen wij in de tweede helft van 2016 een internationale expertmeeting organiseren. Het doel hiervan is om te leren van elkaar en van verschillende ervaringen en aanpakken. Allereerst zal een inventarisatie worden gemaakt van de landen waarvan wij iets kunnen leren. Bij de organisatie wil de Staatssecretaris van VWS onder andere het NJi, Movisie, Jeugdzorg Nederland, Verenging gehandicaptenzorg Nederland, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen en de VNG nauw betrekken.

Reactie rapport «de klant erbij»

Op 19 november jl. heeft de Nationaal Rapporteur haar rapport «De klant erbij» gepubliceerd. Dit rapport behandelt de toepassing van artikel 248b Sr, seks tegen betaling met 16- en 17-jarigen. Het is een belangrijk rapport dat inzicht geeft in de ernst en omvang van deze misdrijven en de wijze waarop er in de vervolging en rechtspraak mee is omgegaan. Het is goed om te zien dat er na jaren waarin er nauwelijks verdachten opgespoord en vervolgd werden voor betaalde seks met een minderjarige, een duidelijke kentering in het beleid van het OM heeft plaats gevonden. Klanten die tegen betaling seks hebben met een minderjarige, plegen een zedendelict en maken een ernstige inbreuk op hun seksuele integriteit; daar horen passende straffen bij. Het geïntensiveerde beleid van het OM doet daar recht aan: het OM zet sinds vorig jaar actiever in op de opsporing en vervolging van deze klanten. Uit het rapport blijkt dat nog lang niet in alle zaken waar minderjarige slachtoffers bij betrokken zijn, ook de klanten worden vervolgd. De Nationaal Rapporteur pleit er daarom voor dat het OM in alle regio’s standaard in elke mensenhandel zaak met minderjarige slachtoffers ook inzet op het opsporen van klanten. Zoals eerder in deze brief aangegeven, blijft het OM hier komende jaren verder op inzetten, zonder daarbij de aanpak van de mensenhandelaren uit het oog te verliezen.

De Nationaal Rapporteur constateert daarnaast in haar onderzoek dat er momenteel grote verschillen bestaan in de strafmodaliteiten en opgelegde straffen. De Nationaal Rapporteur beveelt de rechtspraak dan ook aan te streven naar meer uniformiteit in de strafmotivering. Hierbij is van belang dat de aanpak van specifiek klanten van minderjarigen nog volop in ontwikkeling is; het aantal 248b-zaken dat voor de rechter komt, heeft pas sinds vorig jaar een vlucht genomen. Het is dus van belang om te bezien hoe de strafopleggingen zich in de komende jaren ontwikkelen, als het aantal zaken tegen klanten die tegen betaling seks hebben met minderjarigen, dat jaarlijks voor de rechter komt, op een hoger niveau blijft. De Minister van VenJ geleidt het rapport van de Nationaal Rapporteur door naar de Raad voor de Rechtspraak, met het verzoek het onder de aandacht te brengen van de gerechten. De inzichten van de Rapporteur met betrekking tot de strafoplegging bij 248b Wetboek van strafrecht, kunnen input vormen voor duidelijk gemotiveerde vonnissen.

Toezeggingen

Jongensslachtoffers

Niet alleen meisjes kunnen slachtoffer worden van een loverboy. Van verschillende kanten krijgen we signalen dat het ook jongens kan overkomen. Op dit moment hebben we nog te weinig zicht op jongensslachtoffers. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of de problematiek hetzelfde is als bij meisjes en of hetzelfde signaleringsinstrument en dezelfde hulp voor hen ingezet kan worden. De Staatssecretaris van VWS heeft daarom in het AO slachtoffers loverboys van 7 oktober 2015 (Kamerstuk 31 839, nr. 498) toegezegd een kwalitatief onderzoek uit te laten voeren naar jongensslachtoffers. De centrale vraag hierbij zal zijn: welke verschillen zijn er tussen jongens- en meisjesslachtoffers van loverboys?

Het doel van het onderzoek is om meer zicht te krijgen op het hele fenomeen van jongens die slachtoffer worden van een mensenhandelaar. Zaken die in ieder geval aan de orde zullen komen in het onderzoek, zijn:

  • Vormen van uitbuiting: zijn jongens slachtoffer van dezelfde vormen van uitbuiting als meisjes?

  • Ronselen: worden jongens op een andere manier geronseld dan meisjes? Onderzoek naar mannenprostitutie wijst bijvoorbeeld uit dat jongens soms gechanteerd worden in de prostitutie te blijven werken omdat zij voor hun thuisfront niet «uit de kast» zijn gekomen.

  • Rol van sociale media: is de rol van sociale media bij jongens anders dan bij meisjes?

  • Beleving: beleven jongens het slachtofferschap anders dan meisjes? Onderzoek onder seksueel geweld tegen kinderen wijst bijvoorbeeld uit dat meisjes zich vaker slachtoffer voelen dan jongens.

  • Signaleren: geven jongens andere signalen af dan meisjes?

  • Risicotaxatie: welke jongens maken meer kans om slachtoffer te worden en is deze groep vergelijkbaar met de groep meisjesslachtoffers?

  • Zorg: bij wat voor zorg hebben de jongens het meeste baat en hoe verschilt dit van meisjesslachtoffers?

  • Terugval: in hoeverre is sprake van herhaaldelijk slachtofferschap en verschil dit van meisjes?

Begin dit jaar zal de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (NRM) met een verkennend rapport komen over kwetsbare groepen kinderen die worden bekeken vanuit het mensenhandelperspectief. In dit rapport wordt ook specifiek aandacht besteed aan LHBT-jongeren. Hieruit komen mogelijk vragen die in het onderzoek naar jongensslachtoffers meegenomen kunnen worden. Daarnaast bouwen we voort op verschillende onderzoeken die zijn gedaan naar onder andere jongensprostitutie. In januari en februari worden oriënterende gesprekken gevoerd met partijen ter toetsing van de opdracht zodat het onderzoek in maart kan starten.

Stoploverboys.nu

Het Kamerlid Kooiman (SP) heeft op 31 augustus jongstleden schriftelijke Kamervragen gesteld over de hulporganisatie stichting Stoploverboys.nu. Zij vroeg onder meer hoeveel kinderen met een ondertoezichtstelling of voogdijmaatregel in het verleden en op dit moment geplaatst zijn bij deze stichting. In antwoord op deze vraag hebben wij laten weten dat Jeugdzorg Nederland een uitvraag zou doen onder de gecertificeerde instellingen (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 175). Graag willen wij uw Kamer informeren over de uitkomsten daarvan. Alle vijftien gecertificeerde instellingen zijn benaderd met de vraag of er thans of in het verleden kinderen met een ondertoezichtstelling of voogdij geplaatst zijn bij deze stichting. Er hebben vijf gecertificeerde instellingen gereageerd. Geen van deze gecertificeerde instellingen heeft een relatie met deze stichting. Bij de overige instellingen zal nogmaals navraag worden gedaan. Stoploverboys.nu is een particuliere organisatie die op basis van giften werkt, er is daarom geen natuurlijke samenwerkingsrelatie met de gecertificeerde instellingen.

Tot slot

De resultaten die zijn geboekt met de Rijksbrede aanpak loverboys 2011–2014 (Kamerstuk 31 839, nr. 166) en de producten van de Commissie Azough, vormen de basis voor de verdere intensivering van de aanpak van loverboys en de ondersteuning van de binnenlandse slachtoffers van mensenhandel die worden gemaakt door loverboys. Met de in deze brief voor het jaar 2016 geformuleerde acties zetten we in op versterking van de ketenaanpak van deze schrijnende problematiek. Daarbij sluiten wij aan bij de andere lopende initiatieven op het terrein van mensenhandel, zoals de Taskforce mensenhandel en het Nationaal verwijsmechanisme voor slachtoffers mensenhandel. De Staatssecretaris van VWS zal u op de hoogte houden van de voortgang van de acties die betrekking hebben op pijler 3. Begin 2017 zullen wij uw Kamer informeren over het totale pakket resultaten dat in 2016 is geboekt, en de wijze waarop de aanpak in de volgende jaren geborgd zal blijven.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Kamerstuk 29 279, nr. 266 en Kamerstuk 29 279, nr. 279.