31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 112 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 21 april 2011

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie1 heeft op 30 maart 2011 overleg gevoerd met minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over:

(De volledige agenda is opgenomen aan het einde van het verslag).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Van der Ham

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Franke

Voorzitter: Van der Ham

Griffier: Franke

Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Van der Ham, Paulus Jansen, Koppejan, Leegte, Ouwehand, Samsom, Van Tongeren, Van Veldhoven, Van Vliet, Wiegman-van Meppelen Scheppink,

en minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik open de vergadering en heet alle aanwezigen welkom bij dit verzameloverleg over energie. Het onderwerp kernenergie wordt conform de afspraken uit de procedurevergadering in een apart overleg besproken.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. Zoals het stenen tijdperk niet eindigde door een gebrek aan stenen, zo zal ook het olietijdperk niet eindigen vanwege een gebrek aan olie. Deze uitspraak van Jeroen van der Veer geeft de uitdaging die voor ons ligt uitstekend weer. Die is het vinden van alternatieven voor fossiele brandstoffen, want de vraag naar energie neemt enorm toe. Deze verdubbelt naar 550 exajoules in de niet OECD-landen. Dat zijn cijfers van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en de Energy Information Administration (EIA). De grote uitdaging waar wij voor staan is het vinden van een oplossing tussen vraag en aanbod in de «business as usual»-scenario’s rond 2050. Die kloof tussen vraag en aanbod wordt geschat op 400 exajoules. Dat is evenveel als de consumptie in het gehele jaar 2000. We moeten dus een enorme inspanning leveren om deze Grand Canyon tussen vraag en aanbod te overbruggen. Dit is de urgentie van het debat van vandaag. Zeker als we ons de decadentie van deze discussie realiseren, waarbij iedere mogelijkheid van een probleem wordt voorzien en waarbij iedere oplossing door nieuwe bezwaren wordt tegengehouden. Wind als gehaktmolen voor vogels en landschappelijke lelijkheid, biomassa vanwege ontbossing en de hoge prijs van tortilla’s, kolen vanwege de CO2 en de problemen bij de winning en zo kan ik nog wel even doorgaan. Er is niets makkelijker voor een politicus dan nee zeggen tegen veranderingen. Dat ontslaat je bovendien van de plicht tot nadenken en meedenken. We kunnen geen enkel alternatief uitsluiten en geen enkel alternatief is zonder nadelen.

De CO2-uitstoot op de productie in Nederland is met 3% is gedaald. Dat is goed nieuws. Tegelijkertijd zien we dat de CO2-uitstoot op de consumptie met 47% is gestegen. De verklaring is dat wij de productie verschuiven naar China en economische activiteiten wegdrukken uit Nederland, zonder de winst voor de CO2 en zonder besparing van de energie. Dit is een verantwoordelijkheid die wij allemaal moeten dragen. We vegen ons eigen stoepje schoon, we verspelen onze concurrentiepositie en wakkeren de wereldwijde klimaat- en energieproblemen verder aan. In het licht van deze conclusie stel ik mijn vragen aan de minister.

We hebben het rapport over de gaskwaliteit gekregen. Dat zullen we binnenkort uitgebreid bespreken. Hoe pakt de minister de regierol op ten aanzien van de gaskwaliteit? Kan hij toezeggen dat hij voor het te plannen algemeen overleg komt met een visie op de rol van gas in de energiemix, met name bij het opwekken van elektriciteit? De minister schrijft in zijn brief dat er in 2020 niets aan de hand is met de gaskwaliteit. Dat mag voor de politiek een eeuwigheid zijn, maar als een consument vandaag een ketel wil kopen, gaat die mee tot 2040. Hij wil weten waar hij aan toe is. Ook voor de industrie is een termijn tot 2014 een soort minimum om te kunnen voldoen aan de investeringen die nodig zijn voor het aanpassen op de nieuw te verwachten gaskwaliteit. Deze zal schommelen vanwege al het nieuwe gas dat komt.

Minister Cramer heeft destijds expliciet een uitnodiging gedaan kolencentrales te laten bouwen. Hoe schat de minister de schade in, zowel financieel als in termen van betrouwbaarheid als vestigingsland, als die bouw niet door zou gaan? Ook wil ik een reactie van de minister op de stelling dat je vanwege de hoge kosten zonder subsidie geen bijstook van biomassa krijgt. Als er een verplichting zou komen, zullen de kolencentrales worden afgeschakeld. We zullen dan waarschijnlijk meer gas krijgen voor de elektriciteitsopwekking. Daardoor halen we wel de CO2-doelstelling, maar bij lange na niet de duurzaamheidsdoelstelling van 14%. Graag hoor ik van de minister wat in zijn ogen het zwaarst moet wegen, het aandeel duurzaam of het aandeel CO2.

Het windmolenpark in de Noordoostpolder steekt de VVD als een graat in de keel. Ik begrijp dat er geen andere inpassing mogelijk is. Wel hoor ik graag van de minister wat zijn visie is op windenergie. Hoe kijkt hij aan tegen de rol van wind binnen de robuuste energiemix die schoon, betaalbaar en betrouwbaar is? Waar zouden nieuwe molens moeten komen? Welk percentage wind is optimaal in de energiemix? Hoe moet het met de landschappelijke inpassing? Ik vraag een toezegging van de minister om hier later in een brief op terug te komen.

Bovendien hoor ik graag wat de gevolgen zijn van het park op zee, dat gebouwd zou moeten worden door de BARD-groep die in een penibele situatie zit. Hoe gaat de minister om met het restbudget, dat nog vrij is na de vergunning aan BARD? Komen er bij de verdeling van dat restbudget criteria voor Nederlandse bedrijven en hoe zit het daarin met de innovatie en de Nederlandse werkgelegenheid?

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik vind dat de heer Leegte zich wel erg gemakkelijk neerlegt bij de zaken rondom het windmolenpark in de Noordoostpolder. Is hij bereid mee te denken over een alternatief waarbij je 90% van het park snel aanlegt volgens de procedure zoals nu afgesproken? Daarin ontstaat geen enkele vertraging. Er zijn zeven alternatieve locaties voor de resterende molens. Daarvoor nemen we meer tijd, maar dan komen we wel tegemoet aan de bezwaren die lokaal leven.

De heer Leegte (VVD): De VVD is bereid om over alles mee te denken, maar op een gegeven ogenblik moet je reëel zijn. Ik kan de consequenties hiervan onvoldoende overzien. Als de heer Dijkgraaf deze vraag aan de minister stelt en het antwoord is dat dit een goed plan is, dan zijn we het daarmee eens. Als de minister zegt dat deze variant niet mogelijk is, moeten we reëel zijn en duidelijkheid over dat park geven.

De heer Dijkgraaf (SGP): Wij hebben als Kamerleden onze eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van dit soort plannen. We kunnen zelf in meerderheid zeggen wat we vinden dat zou moeten gebeuren. Als ik naar de beschikbare rapporten en inschattingen kijk, zijn die nogal verschillend. Er zijn minstens zeven alternatieven. Als je het loskoppelt en voor die 10% wat meer tijd neemt, zijn er alternatieven genoeg.

De heer Leegte (VVD): Wat de SGP zegt klinkt alleszins redelijk. In die zin steun ik de vraag aan de minister en wacht ik in positieve anticipatie het antwoord daarop af.

De heer Paulus Jansen (SP): De SP-fractie is net als de VVD heel kritisch over een goede inpassing van de windparken. Er is een advies van de Rijksadviseur voor het Landschap, waarin hij een voorzet doet voor een mooie inpassing. De Rijksadviseur zegt dat je moet concentreren en moet proberen op een aantal plekken die al grootschalig zijn, windparken in te passen. Zegt de VVD-fractie, net als de SP-fractie overigens, dat wind op land ten principale wel acceptabel is wanneer die richting wordt gekozen en voldaan wordt aan de geluids- en veiligheidseisen? Of ziet de VVD het ook dan niet zitten?

De heer Leegte (VVD): Als je kijkt naar de enorme uitdaging van het grote verschil tussen vraag en aanbod van energie, kun je geen enkel alternatief uitsluiten. Tegelijkertijd betekent het dat je alternatieven zult moeten faciliteren. We zien nu bedrijven die iets willen doen in een vorm van alternatieve energie, vergunningen aanvragen en vervolgens kijken waar die vergunning neer kan slaan. De VVD vindt dat je het bedrijfsleven meer zekerheid mag geven op de vergunningaanvraagtrajecten. Het past om vanuit de overheid na te denken over wat we waar willen hebben. Dat is ook mijn vraag aan de minister.

De heer Paulus Jansen (SP): Dat park in Urk past in de visie van de Rijksadviseur voor het Landschap, op de staart aan de zuidkant van het dorp na. Zegt de VVD dat als de minister overstag gaat, het moment gekomen is om te zeggen dat deze locatie wel goed is?

De heer Leegte (VVD): Over Urk heb ik gezegd wat ik gezegd heb. Het gaat ook om andere locaties en andere provincies. Als wind een substantieel onderdeel moet worden van de energiemix, moet de overheid aangeven waar dit opgewekt kan worden. Dan kun je een goede discussie voeren.

De heer Paulus Jansen (SP): Ik vind het spijtig dat de VVD zo’n omfloerst geluid laat horen, terwijl juist de VVD en PVV altijd enorme ketelmuziek hebben gemaakt op dit punt. Ik zou het chic vinden van de heer Leegte als hij op dit punt ofwel ronduit zegt dat hij wegens coalitiebelangen overstag is gegaan maar het eigenlijk helemaal niet ziet zitten, ofwel zegt dat hij is overtuigd.

De heer Leegte (VVD): De VVD wil geen keuze maken in technieken. Wij vinden dat de markt moeten kiezen wat de beste manier is van duurzame opwekking. We vinden dat alle technieken een gelijke kans moeten krijgen. Verleden is verleden, voor de toekomst moeten we alle mogelijkheden faciliteren.

De heer Van Vliet (PVV): Voorzitter. Ik haal mijn vragen over blok twee naar voren, omdat ik eerder weg moet. Ik wacht de antwoorden op mijn vragen niet af, maar lees deze in de Handelingen terug.

Ook mijn fractie is behoorlijk kritisch over windmolens, windenergie, de subsidie ervoor en de plaatsing van windparken. Inspraak van de burgers is voor ons in het geval van Urk erg belangrijk. De uitkomst daarvan was niet voor iedereen even bevredigend, laten we ons daar van bewust zijn. Als de windmolen bij onszelf in de achtertuin komt, moeten we ook even slikken. Dit vind ik belangrijk voor de beeldvorming. Ik heb begrepen dat het gaat om 68 molens. Met name de plaatsing van elf daarvan is voor de bewoners van Urk een probleem. Het voorstel van de heer Dijkgraaf vind ik interessant. Ik wil deze vraag ook aan de minister stellen. Vindt hij dit een interessant alternatief, 90% versneld plaatsen en dan nadenken over de laatste 10%?

Over de kolencentrales kan ik kort zijn. De PVV heeft altijd gezegd dat de partij voor een nieuwe generatie kolencentrales mogelijkheden ziet in Nederland en daartegen geen principiële bezwaren heeft. Dat betekent ook dat wij op de lijn van de minister zitten, waarbij hij de uitspraken van het Hof afwacht en er vertrouwen in heeft dat het goed komt, ook met de emissie en de normen die daarvoor gelden. Op dat punt is mijn fractie positief.

Wij zijn verheugd over de brief van de minister waaruit blijkt dat de CO2-opslag in Noord-Nederland niet onder land gaat plaatsvinden, om redenen die bekend zijn. Over het feit dat men uitwijkt naar de zeebodem hebben wij goed nagedacht. Wij hebben principiële bezwaren tegen CO2-opslag onder de zeebodem, maar de minister kan ons vast uitleggen of er van deze soort opslag impact te verwachten valt op de energierekening van Henk en Ingrid? Zo ja, kan de minister schetsen welke impact dat is? Gaat de energierekening omhoog?

Bij energietransitie zetten wij vooral in op energiebesparing voor de lange termijn.

De discussie over de gasopslag Bergermeer is moeilijk. Enerzijds staan de belangen van de burgers op het spel, wat het draagvlak beperkt, en anderzijds staan er grote economische belangen op het spel en is dit een voorbeeld van een investering door private partijen waarvoor geen subsidie nodig is. Het is een heet hangijzer. Terugkijkend naar een eerder algemeen overleg over de gasrotonde, vraag ik de minister te schetsen wat de relatie is tussen de gasrotonde en de gasopslag Bergermeer. Of om de vraag te specificeren: stel dat de bezwaren tegen de gasopslag Bergermeer onoverkomelijk zijn en we kunnen er niet mee akkoord gaan, wat heeft dat dan voor impact op de gasrotondestrategie voor de rest van Nederland? Op deze relatie hoor ik graag een toelichting. De argumenten kunnen wellicht nog een rol spelen in onze overwegingen op dit punt.

De heer Paulus Jansen (SP): Bij het overleg van 19 november 2009 waar de heer Van Vliet naar verwijst, was zijn collega De Mos namens de PVV-fractie aanwezig. Dat was het moment waarop alle fracties zich konden uitspreken over hun houding ten principale over dit project en eventueel kritische kanttekeningen plaatsen. Een aantal fracties heeft dat gedaan, maar de PVV heeft bij die gelegenheid geen tijd aan dit onderwerp besteed. Waarom heeft de PVV toen zijn beurt voorbij laten gaan? Is de heer Van Vliet nu wakker geworden?

De heer Van Vliet (PVV): Gaat die vraag over gasopslag Bergermeer?

De heer Paulus Jansen (SP): Ja.

De heer Van Vliet (PVV): De minister zegt in zijn brief over dit onderwerp dat voor 8 april geen sprake is van onomkeerbare stappen. Aangezien tot die datum besluiten geen rechtsgevolg hebben, kunnen we er dus nog over spreken. Of de PVV er wel of niet aandacht aan besteedt, is des PVV’s.

De heer Paulus Jansen (SP): De nut- en noodzaakdiscussie hebben we op 19 november 2009 gevoerd. Op dat moment heeft de PVV zich niet uitgesproken. Wie zwijgt stemt toe. Dat betekent dat we het nu hebben over de inpassing, maar niet over de vraag ten principale.

De heer Van Vliet (PVV): Zolang er geen onomkeerbare besluiten liggen kan ik als politicus over alles het debat openen.

De heer Samsom (PvdA): Op een gegeven moment moet een partij het debat ook weer sluiten en iets vinden van een onderwerp. De vraag is wat de PVV vindt van de gasopslag Bergermeer. Vindt de heer Van Vliet dat die in principe wel of in principe niet zou moeten doorgaan?

De heer Van Vliet (PVV): Veiligheid gaat voor alles. Dat betekent dat zolang er rapporten zijn die tegenstrijdige berichten geven over de veiligheid, de PVV grote bezwaren heeft tegen dit project.

De heer Samsom (PvdA): Die rapporten zullen er blijven. Wat dat betreft is de wetenschap oneindig. Uiteindelijk is er een politicus die een keuze moet maken. Maakt de PVV op basis van blijvend tegenstrijdige rapporten de keuze dat de gasopslag er niet komt?

De heer Van Vliet (PVV): Politiek is altijd een kwestie van keuzes maken. Dit is een groot vat met gemixte ingrediënten. Als die ingrediënten goed door elkaar zijn geroerd, zullen we zien wat het eindresultaat is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ook ik heb eerder met de heer Van Vliet van gedachten gewisseld over dit onderwerp. Dat was bij de begrotingsbehandeling voor Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) eind vorig jaar. Toen heb ik hem naar de veiligheid gevraagd en een relatie gelegd met hetgeen in het regeerakkoord over CO2-opslag staat. De voorwaarden in het regeerakkoord zijn dat de veiligheid gewaarborgd moet zijn en dat er draagvlak is. Gelden deze voorwaarden voor de PVV ook voor gasopslag? Het antwoord erop was toen bevestigend. Ik hoor graag van de heer Van Vliet of dat nog steeds geldt. Is naast veiligheid het draagvlak nog steeds een harde voorwaarde?

De heer Van Vliet (PVV): Dat is een heel belangrijk element in de discussie. Het is voor de PVV inderdaad een voorwaarde.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan zou ik de heer Van Vliet nog even in herinnering willen geven dat hij in dat debat heeft gezegd dat de PVV geen voorstander is van deze gasopslag. Ze is ertegen. Ik hoop dat de PVV op dat standpunt blijft.

De heer Van Vliet (PVV): Wij beoordelen dat op onze eigen wijze.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De PVV wil blijkbaar tot 8 april haar kruit droog houden. Er is nog alle ruimte voor debat. Wanneer wil de heer Van Vliet dat dan voeren? Hij stelde een vraag aan de minister, met de bedoeling consequenties te verbinden aan het antwoord. Als het antwoord is dat het niet doorgaan van dit project een ernstige tegenslag zou zijn voor de gasrotonde, gaat hij dan akkoord? Of als het antwoord nee is, gaat hij dan niet akkoord? Wat is de consequentie van de vraag aan de minister?

De heer Van Vliet (PVV): Het is een mix van standpunten die uiteindelijk het oordeel van een politicus bepaalt. Ik wacht het antwoord van de minister af.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De vraag is wat de heer Van Vliet met dat antwoord doet. De minister zegt straks ja of nee. De vraag was helder: heeft dit een belangrijk effect? Ik wil weten welke consequenties de PVV verbindt aan het antwoord van de minister.

De heer Van Vliet (PVV): Dat hangt af van de inhoud van het antwoord van de minister. Verder ga ik niet.

De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter. Er staat vandaag een aantal stokoude brieven en notities op de agenda, omdat er nog steeds geen uitgewerkte kabinetsvisie is. De Green Deal waarover het kabinet in het regeerakkoord zo trots sprak, is nog niet uitgewerkt. Inmiddels heeft de Kamer een aantal doorkijkjes gekregen, maar het kabinet kan daadkracht tonen door te laten zien hoe het de Green Deal denkt te realiseren. Het is een nogal vaag concept. De 100 dagen zijn voorbij. Wij willen op korte termijn op dit punt zaken doen. Voor ons is onbegrijpelijk dat in het regeerakkoord een aparte efficiencydoelstelling is vervallen. Dat is een van de kernonderwerpen waar je op korte termijn stappen in de goede richting zou kunnen zetten. De SP-fractie wil op dit punt graag de degens kruisen met de minister, maar dan hebben we een voorstel nodig. Dat is er nog niet.

Over de gaskwaliteit heb ik de minister in een vorig debat een vraag gesteld over een kleinverbruiker die van plan is morgen een hr-ketel te kopen. Welke risico’s loopt zo iemand? De minister heeft gezegd dat niemand zich zorgen hoeft te maken. De antwoorden, ook in de feitelijke vragenronde, geven echter aan dat er nog geen duidelijkheid is over de specificaties waar de cv-ketel die nu verkocht is over twintig jaar aan moet voldoen. De Wobbe-index blijft volgens de minister voorlopig hetzelfde, maar er zijn meer specificaties. Waar het uiteindelijk om gaat is de vraag of consumenten na 1 januari 2020 de huidige ketels moeten afschrijven. Dan gaat de consument nu geen cv-ketel meer kopen. Dit voorbeeld voor kleinverbruikers is nog niet goed uitgewerkt. Hetzelfde geldt voor de grootverbruikers, waarvoor het probleem nog veel urgenter is. We komen er uitgebreid op terug, maar ik wil van de minister vandaag duidelijkheid over wat de opening van de Liquefied Natural Gas-terminal (LNG-terminal) per 1 juli betekent voor de gaskwaliteit voor de grootverbruikers in de regio Rijnmond. Voor zover ik het kan beoordelen betekent het dat de gaskwaliteit in de regio Rijnmond veel meer gaat fluctueren. Er komt veel gas ineens binnen. Voor zover ons bekend zijn er geen wettelijke specificaties voor het LNG-gas. Als deze sterk afwijken van de specificaties van het huidige hoogcalorisch gas (H-gas) hebben we een probleem. Dan kan er meer zwavel in zitten, om maar eens een milieuaspect te noemen. Wordt het op locatie van de LNG-terminal op kwaliteit gebracht? Wordt daar het probleem opgelost, of wordt het probleem doorgeschoven naar de afnemers? Dat betekent uiteindelijk dat er effecten zijn voor de emissies, het energetisch rendement, het milieu- en klimaatdoel van het kabinet en de veiligheid. De minister moet niet willen dat deze punten slecht geregeld zijn. Het is een specialistisch onderwerp, maar we willen vandaag zeker weten dat de opening van de LNG-terminal niet op korte termijn voor grote ellende zal zorgen. Ik ga ervan uit dat ook de grote bedrijven een redelijke overgangsperiode krijgen van netto vijf jaar om hun spullen aan te passen, vanaf het moment dat de nieuwe specificatie bekend is.

De SP-fractie is kritisch over een goede inpassing van de windmolens in Urk. Wij vinden de richting van de Rijksadviseur voor het Landschap goed, namelijk het concentreren van wind op land op een beperkt aantal locaties. Wij denken overigens dat er minder ruimte is voor wind op land dan het vorige kabinet van plan was, dus moet er meer wind op zee. Ik vind het jammer dat de minister van Economische Zaken bij een eerdere gelegenheid heeft gesuggereerd dat hij enige flexibiliteit wilde betrachten bij Urk.

Minister Verhagen: Er is een open gesprek geweest met het college van B en W van Urk. Dat is in de Kamer gemeld, er is geen sprake van suggestie. Ik ga daar straks op in, maar ik stel het op prijs dat als er een appreciatie van mijn gedrag is, dit niet op deze manier plaatsvindt. Dat is feitelijk onjuist.

De heer Paulus Jansen (SP): Dat bestrijd ik. Ik denk dat de minister het niet heeft gespeeld zoals het hoort. Als hij erin zat zoals uit zijn laatste brief en de beantwoording van de feitelijke vragen blijkt, had hij direct moeten zeggen dat praten geen zin heeft. Iedere verandering, hoe klein ook, leidt ertoe dat alle procedures moeten worden overgedaan, hetgeen tot jaren vertraging leidt. Dat wil de minister niet. Hij wil geen cent extra subsidie geven. Hij zegt dat een kleine verschuiving al leidt tot geluidsproblemen met de Ketelbrug. Als dat drie maanden geleden zijn standpunt was, had hij moeten zeggen dat het voorliggende voorstel vast stond. Slikken of stikken dus. Volgens de SP-fractie heeft de minister Urk blij gemaakt met een dode mus. Wij zijn nog steeds voor het alternatief van de Rijksadviseur voor het Landschap om een aantal molens te verplaatsen naar een andere locatie. Vier rijen aan de noordkant is wat ons betreft ook een optie. Het is jammer hoe dit is gelopen.

Wind op zee wordt een belangrijke activiteit voor Nederland, waar we bovendien geld mee kunnen verdienen. We hebben er verstand van. Wat ons betreft is er vooruitlopend op de Green Deal één acute vraag: wat doen we met het restbudget van de tender? Er ligt nog ongeveer 1 mld. op de plank. Dat geld moet zo snel mogelijk actief worden ingezet. Daar moet een derde project voor worden gezocht, liefst een project dat ook in Nederland innovatie op gang kan brengen. De minister zit nu al een halfjaar te wachten, maar ik wil actie zien.

Het is mooi dat Carbon Capture and Storage (CCS) onder land is afgeblazen. Dat is in lijn met hetgeen de SP heeft bepleit. Ik constateer dat ons fundamentele bezwaar dat CCS ongeveer 30% extra energie kost, onder zee ook speelt. We proberen zo het klimaatprobleem op te lossen door nog meer fossiele energiebronnen te verbranden. Klopt het dat Noorwegen, dat ervaring heeft met CCS, op dit moment een terugtrekkende beweging maakt? Hoe verstandig is het om onze kaarten op opslag onder zee te zetten?

Ik wil de toezegging van de minister dat voor de evaluatie van de dagbalancering in 2013 het onderzoek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is afgerond, zodat we dat kunnen meenemen. Wij zijn daarvan nog steeds geporteerd.

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. Met deze enorme agenda wil ik de minister vragen om aan het begin van zijn betoog orde te scheppen in de chaos. We wachten nog op een energierapport, een uitwerking van de SDE-plusregeling, op de brieven over de toekomst van biomassa, over de Green Deal, over de uitvoering van diverse moties waaronder die van geothermie, actieplannen en dergelijke. Alles wacht op elkaar. Ik heb behoefte aan stroomlijning. We willen alle onderwerpen in één keer in de vorm van een prachtig energierapport zo snel mogelijk in de Kamer hebben. Is dat mogelijk? Anders brengen we een versnipperd energiebeleid tot stand. Dat is de essentie van een mislukt energiebeleid. Ik betoogde dat al op 6 december 2010 in deze zaal. We moeten proberen het samen te voegen en onderwerpen minder op elkaar laten wachten. De enige energievorm die zich aan die malaise leek te onttrekken was kernenergie. Daar ging het kabinet voortvarend mee verder. Door tragische omstandigheden komt daar nu ook de klad in. Alle reden voor de minister om zich te herpakken en te kijken of hij de Kamer één energierapport kan aanbieden rond 2 mei, inclusief de vragen over biomassa en de Green Deal. Daarop wachten we al langer dan een halfjaar.

Ik heb nog wat input voor dat verzameldocument. Nu de minister en de Kamer als olifanten door de CCS-porseleinkast zijn gewandeld en daarmee CO2-opslag op land voor altijd onmogelijk hebben gemaakt, houden we voor de kolencentrales maar een optie over: biomassa bijstoken. Ik gun de heer Leegte zijn eigen versie van de historie, maar de uitnodiging voor kolencentrales werd gedaan in 2003. Op de golven van de veel te hoge Nederlandse stroomprijs moesten er vooral veel kolencentrales worden gebouwd. In 2007, op het punt dat er echt voortgang mee gemaakt zou worden, hebben wij in deze Kamer met twee ministers de afspraak gemaakt dat als ze dan zouden komen, het niet van die klassieke CO2-kanonnen zouden zijn, maar een alternatief daarvoor. Dat werd toegezegd. Het zou linksom of rechtsom niet de ouderwetse technologie worden. Er zou ofwel CO2-opslag worden toegepast, ofwel biomassa worden bijgestookt. Die beloftes zijn toen gedaan en wij hebben dat geaccepteerd. CO2-opslag leek een begaanbare route en ook biomassa was volop in zwang. Inmiddels is dit allemaal veranderd en heeft de minister niet veel opties over. Hij moet de laatste optie die hij heeft met biomassabijstook met beide handen aangrijpen. Volgens ons is dit overigens wel de beste optie. Daar komt bij dat inmiddels de uitspraak van het Europees Hof over de CO2- en NOx-uitstoot streng lijkt te worden. Laten we daarop anticiperen, want een advies van de advocaat-generaal wordt meestal overgenomen. Op welke manier wil de minister hierop anticiperen en verwacht hij daar problemen bij?

De tender Windenergie op zee is in oktober 2010 gesloten. Dan moet inmiddels een overzicht van de kosten beschikbaar zijn en bekend zijn wie het beste bod heeft gedaan. Ik weet dat je niets hebt aan complottheorieën, maar ik begin te denken dat de minister iets anders wil met dit geld. Ik roep de minister op dit vermoeden met de grootst mogelijke duidelijkheid te ontkrachten. Geef dit budget aan de beste bieder. Ik heb de indruk dat de Nederlandse bedrijven, die de boot misten bij de eerste tender, daarvan hebben geleerd en graag het restbudget willen gebruiken voor milieu, innovatie en werkgelegenheid in Nederland.

Over de warmtekrachtkoppeling (wkk) voor tuinders spreken we al jaren. Tuinders zijn slimme mensen. Zij zijn al met geothermie bezig, de volgende doorbraak. Ze boren dikke gaten in het Westland, op zoek naar warm water in de grond. Dan is de wkk-misère, die overigens wel voordelen had, ten einde en ingeruild voor een echt schone energiebron. Waar blijft het actieplan geothermie waar mijn fractie in een succesvolle motie om vroeg? Als de minister toezegt dat hij de Kamer op 2 mei een prachtig rapport aanbiedt over alle onderwerpen, mag het actieplan daarop wachten. Anders betracht ik minder geduld en moet de minister de komende weken over de brug komen. De tuinders wachten niet. Zij willen door met duurzame energie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben het met de heer Samsom eens dat de essentie van slecht energiebeleid is het verbrokkeld bespreken van onderwerpen. Ik wil daar een ander kenmerk aan toevoegen: het feit dat je vooral denkt vanuit de huidige status quo en alleen aan wat ietsje beter zou kunnen. We staan voor de grote opgave te durven inzetten op een echte transitie. Dat betekent het loslaten van wat we gewend zijn, als dat slechte keuzes blijken. Het lijkt alsof Nederland een van de laatste landen wil worden die de transitie van fossiel naar hernieuwbaar voltooit. Op een aantal punten heeft de Partij voor de Dieren grote zorgen, waarbij de partij meer na- dan voordelen ziet, terwijl het wordt gepresenteerd als dé weg naar de toekomst. Biomassabijstook en groen gas lijken de manieren waarop deze minister de doelstellingen voor hernieuwbaar wil halen. Daarmee zal hij de verplichte doelstellingen niet halen, maar ons wel diep in een koppelverkoop storten waar we nooit meer uitkomen. Groen gas is niet groen. Als we werkelijk de bio-industrie gaan gebruiken om warm te blijven in de winter, kunnen we de bio-industrie niet meer afschaffen. Sterker nog, de inzet op het subsidiëren van mestvergisting is een grote aanjager van de schaalvergroting in de vee-industrie. Zowel de inzet op mestvergisting als de inzet op biomassa zijn in feite cadeautjes van deze minister aan de agro-industrie, en hebben met het bestendig maken van onze energievoorziening in de toekomst niet veel te maken. De inzet op bijstook van biomassa en een eventuele leveranciersverplichting is bovendien koren op de molen van de kolencentrales, waar we maar geen afscheid van willen nemen. Als er inderdaad een leveranciersverplichting komt, zoals de grote energiebedrijven vragen, gaat het geld voor groene stroom rechtstreeks naar de kolenboeren. De enige oplossing daarvoor is nu te stellen dat biomassa geen groene stroom oplevert. Dan zijn we af van die koddige bijstook die gewoon geen milieuwinst oplevert, en is er een sterkere prikkel om eindelijk serieus te investeren in echt hernieuwbare energie uit zon en wind. Ik hoor op dit punt graag een reactie van de minister.

We zetten nog steeds kassen neer die geen energie leveren, maar energie kosten. Ze hebben wel wkk, met iets meer rendement dan vroeger, maar zijn nog steeds afhankelijk van fossiele brandstof. Er zijn inmiddels technieken om woonwijken te verwarmen met de kas, zonder gas maar met zon. Ik vraag daarom opnieuw aandacht van de minister voor de Zonneterp.

Het onzalige plan om in Nederland naar schaliegas te boren is het zoveelste plan van deze minister om zo lang mogelijk fossiele brandstof te gebruiken. Er ligt een kritisch rapport van het Tyndall Centre for Climate Change Research. Dit heeft het boren naar schaliegas ten strengste afgeraden. Het ligt niet voor de hand daar dan in Nederland mee te gaan experimenteren. Wat zijn de concrete plannen daarvoor? Ik ben hier zeer kritisch over en vraag de minister naar de stand van zaken op dit punt.

De Partij voor de Dieren zegt duidelijk nee tegen CO2-opslag onder zee. Het verbaast me dat daartegen tot nu toe zo weinig weerstand is geweest in deze Kamer. De bezwaren tegen CO2-opslag onder zee zijn vergelijkbaar met de bezwaren tegen opslag onder land. Er is in dit geval geen mondige burgerij die het kan tegenhouden. Het is een onbewezen techniek, die erg duur is en waarvoor een flinke subsidie is aangevraagd bij de Europese Unie. De belastingbetaler houdt op die manier de kolencentrales brandend. Er zijn veel vragen te stellen over de risico’s. We weten wat de gevolgen zijn van CO2 in de oceanen. Ik hoop dat de minister zich daarvan bewust is. Als er gas ontsnapt heeft dat grote gevolgen voor het leven in zee en voor de vissers.

Gisteravond was een uitzending van Labyrint. Ik heb begrepen dat het weer een signaal was over de impact van onderwatergeluid op het leven in zee. Ik vraag de minister nogmaals hoe het staat met het onderzoek daarnaar. We zouden graag wind op zee zien, maar voor ons geldt wel de voorwaarde dat het geen grootschalige negatieve effecten mag hebben op het leven in de zeeën en oceanen. Graag krijg ik daarover duidelijkheid van de minister.

Ook wil ik van de minister een reactie op de barre financiële toestand waarin de BARD-groep momenteel schijnt te verkeren. Wat kan de minister daarover zeggen? Verwacht hij dat er doorgewerkt kan worden aan de plannen voor wind op zee? Heeft hij een plan B voor als dat niet lukt?

De heer Van Vliet (PVV): Mevrouw Ouwehand vraagt naar de schade van wind op zee voor het dierenleven in en op de zee. Stel dat de uitkomst erg negatief is, wat is dan de conclusie van de Partij voor de Dieren over wind op zee?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan doen we het niet. Het is voor ons een harde voorwaarde. We denken niet dat de ene stap richting duurzaamheid, die we zeker nastreven, moet worden ingevuld door een andere belangrijke stap, namelijk het beschermen van het leven in de oceanen, weg te strepen. Dat kan niet tegen elkaar worden uitgeruild. Dan zullen we een andere kant op moeten denken.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Voorzitter. Zoals bekend wil GroenLinks zo snel mogelijk naar een schone, groene toekomst. Ik heb deze minister van tijd tot tijd horen zeggen dat hij eigenlijk de weg op wil naar die schone toekomst. Ik zie echter een minister die voornamelijk in de achteruitkijkspiegel kijkt naar ouderwetse energiesoorten uit het verleden en dan toch wil proberen 130 km/u te rijden. Dat gaat niet lukken. Wij willen meer dan mooie woorden over een Green Deal en een mogelijke toekomstvisie. Wij willen een concreet, uitgewerkt plan waarin alle aspecten worden behandeld. De minister moet eens lezen in het rapport van SEO Economisch Onderzoek, omdat dat laat zien dat de schone toekomst niet meer hoeft te kosten en zelfs meer banen oplevert. De kosten-batenanalyse uit dit rapport prikt het fabeltje van rechts door, dat duurzaam zoveel duurder zou zijn. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

Als de minister niet voldoende inspiratie heeft om een Green Deal te vullen, is hij welkom bij GroenLinks. Wij hebben een kant-en-klaar plan liggen, doorgerekend en al.

De conclusies van het Europees Hof over de kolencentrales liegen er niet om. De minister weet dat. Een advies van de advocaat-generaal wordt over het algemeen overgenomen. Ik ben benieuwd naar plan B op dit vlak. Ik heb het staatssecretaris Atsma in december ook gevraagd. Een verstandige regering heeft een plan A, waar wij niet blij mee zijn, en voor als het niet doorgaat ook een alternatief. De uitspraak komt er. In 2012 of 2013 is er geen ruimte meer voor kolencentrales. Hoe gaat de minister dit oplossen?

Hoe gaat de minister bewerkstelligen dat als er bijgestookt moet worden in de kolencentrales die we nu hebben, dat met duurzame biomassa gebeurt? Een oplossing zou de initiatiefwet voor kolenbelasting van GroenLinks kunnen zijn. De minister is ook welkom die over te nemen.

Vindt de minister het, net als GroenLinks, een goed idee om in navolging van het Verenigd Koninkrijk een minimumprijs in de emissiehandel in te voeren? Als we dit via de markt willen regelen, moeten we zorgen dat de emissierechten niet voor dumpprijzen worden verkocht. Het Emissie Trading Systeem (ETS) wordt effectiever en kan een werkbaar marktmechanisme zijn. Dat moet deze minister als muziek in de oren klinken.

Het Nationaal Actieplan Hernieuwbare Energie is opgesteld door het kabinet-Balkenende. Dat had enige ambitie om de weg naar de groene toekomst op te gaan. Wat is dit plan nu nog waard? Gaat deze minister een update naar Brussel sturen? De regering komt conform de motie-Halsema op Prinsjesdag met een uitgewerkt en doorgerekend milieuplan. Dat is een ideale gelegenheid om er een actueel Actieplan Hernieuwbare Energie bij te doen. Graag een reactie van de minister. Ook wil ik graag een reactie op het rapport Taskforce Windenergie op Zee. Het lijkt erop dat het hele rapport afgescheept wordt met een voetnoot in het Energierapport. Het is niet meer dan normaal om daar een volwaardige kabinetsreactie op te geven. Ik krijg het idee dat het rapport de minister onwelgevallig is. Je kunt niet selectief shoppen uit zo’n rapport en een klein stukje overnemen.

GroenLinks vindt het belangrijk dat particuliere initiatieven op groen gebied gesteund worden. Ik weet dat de minister dit ook vind. Het is daarom belangrijk dat de salderingsgrens omhooggaat. Mijn toelichting hierop heb ik wegens tijdgebrek geschrapt. Er is een vergunning gegeven voor een proefboring naar schaliegas. Een milieueffectrapportage daarbij is niet nodig bevonden. Er gaat van alles aan chemicaliën ver de bodem in. Men zou zeker weten dat die niet in het grondwater komen en dat ze geen problemen opleveren. Hoe weet men dat zo zeker? Het woord proef zegt het al: het is een experiment. Als je zeker weet wat de uitkomsten zijn, hoef je het experiment ook niet te doen. Blijkbaar zijn er onzekerheden.

De zonnewarmtebranch verkeert in grote onzekerheid. De regering heeft voor 20 mln. aan financiering beloofd, maar de subsidieregeling is niet gepubliceerd. Waarom duurt dit zo lang? Wanneer gaat die regeling van start? Nu dreigt de verkoop van zonneboilers stil te vallen. Groene ondernemers dreigen kopje onder te gaan. Dat moet dit kabinet toch pijn doen? Mijn verzoek is om de blik niet in de achteruitkijkspiegel, maar op de toekomst te richten. Sla geen doodlopende zijwegen in, zoals die van kolen en kernenergie. Ik had de PVV beloofd dat ik niets over kernenergie zou zeggen, maar één keer dat woord moet kunnen. Graag krijgen wij een integraal plan met alle aspecten, zodat wij het in balans kunnen afwegen.

De heer Leegte (VVD): De PvdA steunt de VVD in de vraag naar een brede visie op energie. GroenLinks verhoogt de kosten en zoomt in op kleine plannetjes. Realiseert de GroenLinks-fractie zich dat wij economische activiteiten aan het wegduwen zijn, terwijl wij niets doen aan CO2-reductie?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik weet niet of de heer Leegte de tijd genomen heeft om het rapport van Ecofys en het Wereld Natuur Fonds door te akkeren. Ik kan hem dat van harte aanbevelen. Daarin staat dat een snelle overgang naar schone en duurzame energie erg goed is voor de economie. Het bespaart kosten en betekent dat onze groene ondernemers een goed belegde boterham kunnen verdienen. Onze jongens en meisjes van de technische universiteiten kunnen aan de slag. Er zijn meer dan voldoende plannen die mogelijk zijn. De VVD hang nog steeds het subsidiëren van de fossiele energie van het verleden aan. In Nederland gaat er 7,5 mld. aan gemeenschapsgeld naar fossiele energie. GroenLinks zegt: begin minimaal met een gelijk speelveld en richt je op hetgeen waar wij in de toekomst ons geld mee kunnen verdienen.

De heer Leegte (VVD): Die 7,5 mld. is onzin. Dat hebben wij al een keer gewisseld. Het gaat erom dat wij economische activiteiten wegpushen. Daar stel ik GroenLinks voor verantwoordelijk. Natuurlijk zijn er rapporten die u gelijk geven, maar u moet uw verantwoordelijkheid nemen en geen alternatieven uitsluiten. Blijf nou eens bij de feiten.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Je moet voor de toekomst juist keuzes maken. Alles een beetje half doen en nergens echt goed in worden, is geen toekomstvisie. Kijk naar de landen om ons heen. Het Verenigd Koninkrijk heeft ook een conservatieve regering, maar «they put their money where their mouth is».

De heer Koppejan (CDA): Voorzitter. Nederland moet voor de voorziening van energie minder afhankelijk worden van andere landen, van hoge prijzen en van vervuilende brandstoffen. Zo staat het in het regeerakkoord. De gebeurtenissen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten laten zien dat het vergroten van de energiezekerheid een zeer actueel vraagstuk is. Daarom pleit het CDA voor een brede aanpak. De langetermijndoelstelling is gericht op een duurzame energiehuishouding zonder afhankelijkheid van eindige en vervuilende fossiele brandstoffen. Op weg naar dat einddoel, zullen wij in de huidige overgangsfase, naast hernieuwbare energiebronnen als zonnepaneel, windmolen, getijdecentrale en aardwarmte, gebruik moeten maken van kolencentrales en kernenergie. Deze aanpak vraagt van de overheid het ontwikkelen van een visie. Hoe en volgens welk tijdpad komen wij bij dat einddoel van volledig duurzame energieopwekking? Naast een visie vraagt dat ook om innovatie door middel van samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen. Om innovatie te stimuleren, moet de industrie weten hoe dat energielandschap er in Noordwest-Europa uit komt te zien. Dat vraagt om regionale samenwerking, import en export van energie, het soepel laten werken van gasrotondes en een visie op welke vormen van duurzame energie passen bij welke regio in Noordwest-Europa. Dit zijn randvoorwaardelijke zaken voor een goed en stabiel investeringsklimaat, waarin Nederland binnen Noordwest-Europa het voortouw kan nemen. Graag een reactie van de minister op deze visie.

Begin deze maand verscheen de Europese routekaart naar een koolstofarme economie in 2050. Dat leidde tot een stevige discussie over de doelstellingen. Het CDA houdt onverkort vast aan de bestaande doelstellingen en wil zich concentreren op het behalen daarvan. Dat is een grote opgave. Duurzame energie moet concurrerend worden. Dat vraagt in de huidige overgangsfase om stimulering. Binnenkort spreken wij met de minister over de SDE-plusregeling, die moet borgen dat investeringen in duurzame energie ook in de aanloopfase gaan lonen. Daarbij is het belangrijk om mee te nemen hoe de flexibele energiemarkt functioneert en blijft functioneren om de pieken en dalen van de duurzame energie op te vangen. Het is cruciaal om een SDE-plussysteem te ontwikkelen waarmee de initiatiefnemers voor bio-energiecentrales duidelijkheid krijgen over subsidies en vergunningen. Graag een reactie van de minister.

Wij moeten er alles aan doen om de omslag naar duurzame energie te versnellen. Regelgeving mag daarbij nooit de belemmering vormen. Toch zien wij dat Nederland in vergelijking met omliggende landen zeer restrictieve regels heeft voor de toevoeging van restproducten aan vergisters, terwijl deze nationale regels zijn gebaseerd op EU-regelgeving. Ik vraag de minister om hierin meer ruimte te scheppen.

De heer Paulus Jansen (SP): De trend is juist vergisters die gebruikmaken van pure mest. Is dat ecologisch gezien geen betere route?

De heer Koppejan (CDA): Ik zou zeggen en-en. Uiteindelijk zal de markt laten zien wat het meest kansrijk is.

Voorzitter. Salderen, het onderling leveren van kleine hoeveelheden elektra tegen eenzelfde prijs voor in- en verkoop zonder heffing van btw en belasting op levering van duurzame energie, betekent dat zonnepanelen rendabel worden zonder subsidie. Kent de minister het particuliere initiatief om zonnepanelen aan consumenten te verstrekken zonder eigen investering? De kosten zijn verdisconteerd in de energieprijs. Wat denkt de minister van dergelijke projecten, zoals ZonVast?

CO2-opslag is onontkoombaar voor het realiseren van CO2-doelstellingen. De minister geeft in zijn brief aan dat op basis van de huidige inzichten voor de middellange termijn kan worden volstaan met CO2-opslag onder zee. Mijn fractie steunt deze beslissing. Hoe kan voorkomen worden dat onze CO2-doelstellingen vertraging oplopen door de keuze voor onderzeese opslag?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Als je de doorrekening van de plannen van dit kabinet door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bekijkt, kom je maar op 9% hernieuwbare energie. Is het CDA daardoor gerustgesteld? Vindt het dat voldoende?

De heer Koppejan (CDA): Wij moeten een visie met een tijdpad en tussenstappen ontwikkelen hoe wij tot die volledig duurzame energie kunnen komen. Op dit moment is 9% nog veel te weinig. Gelukkig staat de techniek niet stil en worden voortdurend nieuwe innovaties gepleegd. Ik ben optimistisch dat de tijd ons gaat helpen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): U zegt dat wij door moeten blijven gaan. Daarbij spelen uiteraard de kosten een belangrijke rol. Vindt u niet dat wij goed moeten bekijken wat het meest kostenefficiënte plan is voor Nederland om naar die duurzame energievoorziening te komen? Wij moeten dan niet alleen naar dit kabinet kijken, maar een langere horizon nemen om de kosten niet door te schuiven naar volgende generaties.

De heer Koppejan (CDA): Ik ben het daarmee eens.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): In het CDA-programma staat een passage over het feed-insysteem. Dat spreekt GroenLinks aan. Hoe staat u daarin? Steunt u een motie hierover?

De heer Koppejan (CDA): U vraagt of ik ongezien moties wil steunen. Dat doen het CDA en ik nooit. Wij staan voor 100% achter het feed-insysteem zoals wij dat bepleit hebben in ons verkiezingsprogramma.

Voorzitter. Meerdere fracties hebben gesproken over de gaskwaliteit. Ook wij hebben eerder aandacht gevraagd voor de mogelijke gevaren en gevolgen hiervan. Het is belangrijk dat een partij aanspreekbaar is op de kwaliteit van het gas. Zeker omdat met de exitwaarde gasinvesteringen voor gascentrales en consumenten gemoeid zijn. Het kan niet zo zijn dat de kosten voor de aanschaf van een nieuwe ketel eenzijdig op de consument worden afgewenteld. Wij pleiten voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gasleverancier, overheid en consument. Ik sluit mij aan bij de vraag van de VVD over de regierol van de minister. Is hij bereid om met alle betrokken partijen om de tafel te gaan zitten en te bekijken hoe de huidige onrust weggenomen kan worden?

Ten aanzien van de verkenning dagbalancering voor kleinverbruikers vraag ik de minister om deze uitdrukkelijk mee te nemen in zijn gesprekken over de Green Deal. Wat betreft de wkk in de glastuinbouw vraagt mijn fractie zich af hoe de minister dit gaat meenemen in de nieuwe SDE-plusregeling. Hoe actueel is de stand van zaken rond het Actieplan Hernieuwbare Energie? Ik sluit mij op dit punt aan bij de vragen en opmerkingen van mevrouw Van Tongeren.

De heer Dijkgraaf (SGP): Betekent wat de heer Koppejan eerder zei over het windmolenpark op Urk, dat hij de vragen van de heren Van Vliet en Leegte steunt?

De heer Koppejan (CDA): Vragen van collegae steun ik altijd.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat is een prettige bijkomstigheid. Als de minister antwoordt dat het mogelijk is, neem ik aan dat er binnen de CDA-fractie ruimte bestaat.

De heer Koppejan (CDA): Ik ben vooral geïnteresseerd in het antwoord van de minister.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Wij trekken 1 mld. uit voor het windmolenpark Urk met 86 windmolens in de Noordoostpolder. Meedenken over locatiekeuze en plaatsing is volkomen op zijn plaats, zeker als het gaat over de historische skyline van Urk. Een 18 meter hoge vuurtoren van Urk is ons meer waard dan een 200 meter hoge windmolen. Er komt steeds meer informatie dat er compensatie plaatsvindt met gebruik van subsidiemiddelen voor omwonenden die last hebben van het windmolenpark. Hoe kijkt de minister daartegen aan? Het gebied tussen Urk en de Ketelbrug is door zowel Urk als de Noordoostpolder aangewezen als belangrijkste economische ontwikkelingszone. Het bedrijfsleven vreest beperkingen vanwege het windmolenpark. De minister zegt dat het wel meevalt. Kan hij daadwerkelijk garanderen dat deze beperkingen zich niet zullen voordoen? Het lokale bedrijfsleven ziet die bui wel degelijk hangen.

Welke windmolencapaciteit heeft Vattenfall/Nuon op de IJsselmeerdijk voor ogen? Wij hebben de indruk dat daarmee niet alle ruimte in Zuidelijk Flevoland is benut. Dat zou ruimte bieden voor een alternatieve inpassing. Ik vraag de minister om die ruimte te benutten voor de verplaatsing van een tiental windmolens en dit deel los te koppelen van het inpassingsplan. Ik roep mijn collega’s op om dit verzoek te steunen en hom of kuit te geven om deze impasse te doorbreken. Ik kan me niet voorstellen dat de Kamer zegt dat 1 mld. een te klein bedrag is om voorwaarden te stellen aan de inpassing. Er ligt hierover een motie van Flevoland en zeven alternatieven, en een plan van de rijksadviseur om hier goed naar te kijken. De SGP blijft zich verzetten tegen de discriminatie van de vuurtoren van Urk. Hij is klein, maar zijn daden zijn groot. Om er dan tien keer zo hoge windmolens omheen te zetten, gaat ons echt te ver. Zijn wij tegen verduurzaming van onze energievoorziening? Nee. Ook Urk en de omliggende gemeenten zijn daar niet tegen; het gaat om de inpassing. Wij nemen graag de wind uit de zeilen van ayatollahs en oliesjeiks, maar dan wel op een manier die past bij het landschap. Ik ken deze minister als een nuchter en constructief man. Ik vraag hem om in dit dossier te laten zien dat hij de wind eronder heeft.

Het lijkt erop dat in de wijziging van de Crisis- en herstelwet de coöperatieve zelflevering een probleem gaat vormen. Wij zouden dat betreuren. Juist dit kabinet zou eigen initiatief moeten stimuleren. Dat betekent minder energiebelasting, maar meer btw-inkomsten. Zijn er mogelijkheden om dit overeind te houden? Aardwarmte krijgt steeds betere papieren. Uit recent onderzoek van onder meer TNO blijkt opnieuw dat de potentie groot is. In het beleid is geothermie echter nog een ondergeschoven kindje. Gaat de minister dit veranderen?

De SGP maakt zich zorgen over de invoer van nieuw gas. De minister legt de bal vooral bij de eindgebruiker. Dat vind ik niet terecht. Vooral het hoogcalorisch gas is een probleem. De hoogcalorischgasgebruikers zijn volstrekt niet voorbereid op de invoer van nieuw gas in juli 2011. Dat kan ook niet omdat niet eens bekend is wat de samenstelling en bandbreedte is. Moet de invoer van dit gas niet uitgesteld worden? Is de minister daartoe bereid? Onderzoekers adviseren in de zogenaamde route 3 het hanteren van een constante gaskwaliteit op het hoogcalorisch gasnet tot 2016. Ik hoor graag dat dit gegarandeerd wordt.

Ik kijk met een schuin oog naar de sectoren energie en chemie. Kunnen wij die niet gebruiken om kansen te benutten? Als wij op deze topsectoren inzetten, zou het mooi zijn als wij beter kunnen garanderen dat er een constante kwaliteit van gas is en het gaan gebruiken als exportproduct.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Ons ideale plaatje is dat wij in 2050 op een milieuvriendelijke manier aan energie komen. Er rijden weinig auto’s meer op benzine en huiskamerverlichting wordt verzorgd door windmolens op zee en niet door kolencentrales. Wat moeten wij de komende tien jaar doen om van dit stipje op de horizon een werkelijk baken te maken? Wij zetten in op meer groene energie, meer invloed voor de consument en een betere samenwerking met onze buurlanden. Het kabinet heeft de ambitie om in 2050 80% minder CO2 uit te stoten. Die ambitie moeten wij goed met elkaar invullen. Uiteraard graag tegen zo laag mogelijke kosten en niet alleen zolang minister De Jager de portemonnee in handen heeft. Is de minister dat met D66 eens? Het Europese plan om te komen tot een koolstofarme economie, berekent hoe de EU-doelstelling zo goedkoop mogelijk kan worden gerealiseerd. Hernieuwbare energie en energie-efficiency spelen daarin een belangrijke rol. Is de minister bereid om samen met de staatssecretaris van Milieu te onderzoeken hoe de kabinetsambities voor 2050 in Nederland zo goedkoop mogelijk gerealiseerd kunnen worden?

Alweer bijna een jaar geleden stuurde Nederland zijn huiswerk naar Brussel in de vorm van de zogenoemde Hernieuwbare Energierapportage. Daar staan dingen in die niet meer rijmen met de ambities van deze minister. Zo gaan wij er in de rapportage vanuit dat bijna de helft van onze groene stroom in 2020 van wind op zee komt. Dat lijkt mij bij de huidige plannen een luchtballon. Daarom een aantal vragen aan de minister als input voor zijn energierapport. Kan de minister daarin een update geven van de energiemix die hij voor ogen heeft? Gaat hij een aangepaste rapportage naar Brussel sturen? Zo ja, wanneer? Wanneer reageert hij op het advies van de Taskforce Windenergie op Zee waar mijn fractie al een aantal keer naar heeft gevraagd? Hoe reageert hij op de situatie bij BARD? Hoe staat het met het restbudget? Wat D66 betreft, blijft dat niet op de plank. Kortheidshalve sluit ik voor de vragen over gaskwaliteit, de kolencentrales, tuinders, geothermie en zonnewarmte aan bij de collega’s van PvdA, GroenLinks en SP.

De minister denkt na over een verplichting voor elektriciteitsbedrijven om een bepaald aandeel van hun stroom groen te leveren. Daar zitten haken en ogen aan om windfall profits te voorkomen. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft laatst onderzocht wat wordt bespaard als je dit samen met andere landen doet. Het blijkt miljarden euro’s goedkoper. De Europese richtlijn staat veel verschillende vormen van samenwerking toe. Het kan ons potentieel veel geld besparen. Kijk hier nog eens naar. Is de minister bereid om die regionale verplichting ook op de agenda te zetten voor het reguliere overleg met onze buurlanden?

Iedereen in Nederland gebruikt energie, maar voor de meeste mensen blijft het een anoniem product dat ervoor zorgt dat de televisie werkt. D66 wil consumenten helpen om meer invloed te krijgen op de energie die wij in Nederland gebruiken. Dat kan door zelf energie te produceren of door bewust te kiezen voor groene stroom. Wij willen onderzoeken of het makkelijker gemaakt kan worden om deel te nemen aan grote energieprojecten, bijvoorbeeld als onder jouw land gas wordt gevonden of naast jouw dorp een windmolen wordt gebouwd. Het afgelopen halfjaar zijn er meer ideeën geopperd om decentrale energieopwekking te stimuleren. Daarom vraag ik de minister om in het komende energierapport in een apart hoofdstuk aan te geven wat de overheid allemaal gaat doen of onderzoeken om het mensen makkelijker te maken om zelf of gezamenlijk die energie op te wekken. Daarbij heb ik dezelfde vraag als de SGP over de coöperatieve zelflevering en de Crisis- en herstelwet.

«Jij betaalt, dus jij bepaalt» geldt ook voor schone energie. Maar dat gaat alleen op als je ook makkelijk met de voeten kunt stemmen. De jaarlijkse NMa-studie over de Nederlandse energiemarkten laat zien dat er veel verbeterd is bij het overstappen. Toch stapt maar een op de tien mensen over, terwijl het toch al gauw € 100 tot € 150 per gezin scheelt. Waarom? Wellicht omdat 60% van de mensen niet weet wat zijn gebruik is en 75% de leveranciers moeilijk te vergelijken vindt. Niet in de laatste plaats omdat vergelijkingswebsites allemaal andere uitkomsten geven. Daar moeten wij toch iets aan kunnen doen? Wellicht kunnen wij leren van de telecomsector. Websites die prijzen van telefoonabonnementen vergelijken, geven de optie om je rekening als pdf’je in te voeren, waardoor de juiste cijfers op de juiste plek komen en je geen appels met peren vergelijkt. Begin dit jaar heeft de NMa met energiebedrijven afgesproken hoe de energierekening eruit moet zien. De eerste stap is gezet. Kan de minister in overleg met de NMa en de sector ervoor zorgen dat ook de kritische elektriciteitsconsument tussen de bomen het bos weer ontdekt?

Energie gaat meer dan ooit over onze landsgrenzen heen. Wij willen naar een milieuvriendelijke energievoorziening die waar voor je geld levert. D66 heeft voor ogen wat wij vandaag moeten doen om in de toekomst een goede en groene energievoorziening te hebben. De consument moet meer kansen krijgen om zelf initiatief te nemen, hij moet geholpen worden bij de keuze welke energiemaatschappij het best bij hem past en de overheid moet bereid zijn om een flinke steen bij te dragen aan een groene energievoorziening. Alleen dan wordt het stipje van een maatschappij met volledig milieuvriendelijke energie, een baken aan de horizon.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Ik val meteen met de deur in huis: waar blijft de Green Deal? Gisteren heeft de minister via de procedurevergadering al het verzoek gekregen om die snel naar de Kamer te zenden. Vorig jaar februari was dat al toegezegd en nu lezen wij dat het deze zomer wordt. De ChristenUnie wil de Green Deal ruim voor de zomer ontvangen om er voor het zomerreces over te kunnen spreken. 1 mei werd gesuggereerd, maar de ChristenUnie heeft liever een nationale feestdag. Het kan dus 30 april of 5 mei worden.

De minister laat de stilstand in het energiebeleid in stand. Dat is schadelijk voor de economie en de samenleving. De energiesector heeft geen flauw benul wat de zogenaamde Green Deal gaat inhouden. De onzekerheid in de energiemarkt betekent niet alleen vertraging in het behalen van de Europese energiedoelen voor 2020, maar ook verlies aan investeringen en banen voor Nederland. Ik stel voor de vierde keer de vraag: waar blijft de reactie op de Taskforce Windenergie op Zee? Neemt de minister dit rapport nog wel serieus?

SEO maakte een berekening van scenario’s met hernieuwbare en fossiele energie. De conclusie van het onderzoek is dat met de maatschappelijke kosten inbegrepen er nauwelijks verschillen zijn. Ik ben benieuwd naar de inzet van de minister voor hernieuwbare energie. Wil hij kijken naar de aanbevelingen van de Groene Zaak om een eerlijk speelveld te krijgen voor hernieuwbare energie tegenover grijze stroom? Het gaat met name om het wegnemen van stimulering van fossiele brandstoffen, langjarige zekerheid voor ondernemers, betere vergunningverlening, oplossen van problemen van zelflevering en lokale netwerken. Dit moet in de Green Deal komen.

De Europese zonne-energieassociaties pleiten voor het verwijderen van administratieve barrières en voor het vereenvoudigen van de koppeling van photo-voltaïsche systemen op het elektriciteitsnet in Europa. Hoe pakt de minister dat aan? Een ruime Kamermeerderheid heeft op 17 december 2009 een motie van onder andere de ChristenUnie aangenomen met het verzoek aan de regering om nog voor de zomer van 2010 met Nederlandse banken en pensioenfondsen tot een gemeenschappelijke agenda te komen over de rol van de financiële sector bij het realiseren van een duurzame energievoorziening en maatschappelijk verantwoord ondernemen in bredere zin. Volgens mij is deze motie nooit echt uitgevoerd. Ik heb begrepen dat er een dialoog plaatsvindt, maar tot resultaten heeft het tot nu toe niet geleid. Graag een reactie.

Wij constateren dat de discussie over de leveranciersverplichting van biomassa weer oplaait. Het gevaar is dat er een levendige handel gaat ontstaan in groencertificaten, maar vooral voor biomassa in kolencentrales. Hoe voorkomen wij woekerwinsten en een subsidieinfuus voor kolencentrales? Dat verwijt geldt natuurlijk vaak voor wind en zon, maar wij moeten voorkomen dat kolencentrales gaan draaien op subsidies in plaats van op kolen. Hoe kan de lokale markt, bijvoorbeeld de boeren, uiteindelijk meeprofiteren van bijstook van biomassa? Hebben wij straks genoeg biomassa op een verantwoorde manier? De discussies daarover zijn bekend. Wij zouden beter kunnen toewerken naar een oplopende verplichting voor bijstook van biomassa in de loop der jaren.

De opkomst van nieuw gas met andere samenstellingen roept vragen op. Het lijvige rapport is erg laat gekomen, maar ondertussen wacht de sector op de ingrijpende besluiten. Kan dat op basis van dit rapport? Er moet voor de transitie ingaat duidelijkheid komen over de beoogde gaskwaliteit. Kan de minister dat toezeggen? Onderzoekers noemen een gewenste termijn van vijf jaar. Met Gate terminal en GTS zijn afspraken gemaakt tot eind 2012. Waarom niet voor vijf jaar? Moet niet nu al een langetermijnbeslissing worden genomen aangezien bedrijven hierop moeten anticiperen?

Het is ontzettend belangrijk dat er een logische ketenbenadering plaatsvindt bij stadsvernieuwing- en uitbreiding. Het moet aan het begin van de plannen duidelijk zijn op welke manier energie opgewerkt en verspreid gaat worden. De energiebron moet onderdeel van de plannen worden. Wat er nu gebeurt, is vaak te laat in het proces. Projectontwikkelaars zadelen de maatschappij dan op met hoge kosten. Graag een reactie op dit punt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik merk dat de afwijzing van de PvdD van mestvergisting bij veel collega’s op onbegrip stuit. Ik weet dat de ChristenUnie het niet met ons eens is. Vindt de ChristenUnie niet dat je voor biomassa, in dit geval mestvergisting, de elementen moet meewegen die voorafgaan aan het hebben van het product? Voor er mest is, is er veel energie verspild.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Wat nu gebeurt met mest, is een mooie ontwikkeling. Bij de verwerking van mest, kunnen uiteindelijk fosfaten en andere mineralen worden teruggewonnen en verwerkt tot een nieuw product. Je maakt van een afvalproduct een grondstof. Dat zal u ook aanspreken. Ik ben het met u eens dat je goed moet bekijken wat een evenwichtige manier is om dit te stimuleren.

Minister Verhagen: Voorzitter. Er zijn tal van vragen gesteld over de gaskwaliteit en de zorgen die daarover leven. Wij weten één ding zeker: de gassamenstelling gaat de komende periode veranderen door de afnemende productie. Ofwel omdat ons gas op is en wij gas moeten gaan importeren dat een andere aard heeft dan het Groningse gas, ofwel omdat wij lopende het proces een mengvorm krijgen. Om zeker te zijn van de gasvoorziening gaat de import van gas toenemen. Omschakelen naar rijkere gassen is onvermijdelijk. Ik wil van die nood een deugd maken door Nederland van gasexporteur tot gasrotonde van Noordwest-Europa te maken. Dan blijven wij als land werkgelegenheid en inkomsten genereren door gas. Het rapport beschrijft dat de technische aanpassing aan een andere gassamenstelling bij de eindgebruikers strategisch de beste keuze is. Dat is logisch omdat een andere gassamenstelling bij de bron onvermijdbaar is. Dat betekent niet, zoals in sommige media is gesuggereerd, dat alle kosten bij de eindgebruiker moeten komen te liggen. Het is zaak dat je ervoor kiest om de technische aanpassing bij de eindgebruiker te doen, maar dat is iets anders dan het toerekenen van de kosten. Ik hanteer drie uitgangspunten om de totale maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden: een transitietermijn inbouwen, verdeling van de inspanningen over de hele keten, upstream partijen, netbeheerder en gebruikers, en het dragen van de kosten voor ieders eigen inspanningen.

Het is evident dat veiligheid en gemak voor de consument vooropstaan. De consument mag geen nadelige gevolgen ondervinden wanneer de samenstelling van het aardgas verandert. Ik wil dat de consumenten zolang mogelijk gas van dezelfde gassamenstelling kunnen krijgen. Ik heb daarom de periode waarin dat wordt gegarandeerd verlengd van 2011 tot 2021. In overleg met de leveranciers hebben wij die zekerheid kunnen inbouwen. Ik ben nu in overleg met Gasunie en GasTerra om ook daarna een zolang mogelijke periode te hebben van een ongewijzigde gassamenstelling. Daarnaast ga ik ervoor zorgen dat gedurende deze lange transitieperiode consumenten slechts nieuwe toestellen kunnen kopen die met zekerheid het nieuwe gas aankunnen. Hoewel de meeste van de huidige toestellen bruikbaar zullen blijven, is dat niet voor alle toestellen zeker. Ik vind het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, de toestellenbranche, de gasleveranciers en de netbedrijven om de consumenten niet met ongemakken op te zadelen. Ik zal het maximale doen om met een integraal pakket aan maatregelen te komen waardoor de consument geen nadelige gevolgen ondervindt. Ik werk op dit moment aan de volgende stappen: ten eerste heb ik overleg met diverse partijen om te kunnen garanderen dat de termijn van tien jaar verlengd wordt. Ten tweede heb ik GTS verzocht de gassamenstelling in de toekomst vast te leggen. Dan weten wij waar wij ons op moeten voorbereiden. De transitietermijn van tien jaar begint pas zodra de gassamenstelling naar afloop ervan bekend is. Ik ben bereid een ministeriële regeling te maken om de gassamenstelling op het G-gasnet, waarop alle consumenten zijn aangesloten, vast te leggen. Hierdoor wordt ook de veiligheid in wet- en regelgeving verankerd. Ik neem op die manier niet alleen de regie, maar probeer ook te zorgen voor verantwoorde transitie op het punt van de gassamenstelling. De heer Jansen vraagt of hij na 2020 zijn cv-ketel moet afschrijven. Ik ben overigens benieuwd naar die ketels die tot 2040 beschikbaar zijn.

De heer Paulus Jansen (SP): Dat is een misverstand. Ik ben uitgegaan van een uiterste termijn van 20 jaar.

Minister Verhagen: Ik ben hard bezig het beleid uit te stippelen dat voorkomt dat consumenten nadelen ondervinden. Dat geldt ook voor de consumenten die nu een ketel kopen en die over vijftien jaar nog willen gebruiken. Ik zou gerust een cv-ketel kopen, juist door de stappen die wij zetten. Ik wil dat dit met nog meer onderzoek wordt aangetoond, maar de cv-ketels die nu in de winkel staan, hoeven niet vervangen te worden als het nieuwe gas komt. Bij sommige zal wel een aanpassing zoals het vervangen van de brander of het aanpassen van de instellingen nodig zijn. Het persbericht dat werd genoemd, ging over cv-ketels, maar mijn beleid is gericht op alle toestellen. Ik wil niet dat de veiligheid van de consument in het geding komt met risicovolle toestellen als kachels en geisers zonder afvoer.

Na de transitietermijn van minstens tien maar eerder twintig jaar, komt er waarschijnlijk een regeling om onveilige toestellen te vervangen. In dit traject zal de vraag spelen of de overheid huis-aan-huis kan controleren of toestellen gereed zijn voor het nieuwe gas. Deskundigen vermoeden dat de meeste cv-ketels geen problemen hebben met rijker gas. De belangrijkste parameter van gas is de Wobbe-index. GTS heeft die gegarandeerd. Deskundigen voorzien eventuele problemen bij oude cv-ketels van voor 1996. Die zijn in 2021 echt afgeschreven. Sinds 1996 zijn er veel veiliger toestellen op de markt.

Er zijn ongeveer 80 industriële grootverbruikers van hoogcalorisch gas. Die moeten zich sneller voorbereiden op de komst van nieuw gas. De situatie bij grootverbruikers verschilt namelijk sterk. Maatwerk is cruciaal omdat je het niet in een keer voor alle grootverbruikers kunt regelen. Elk bedrijf dient binnen het proces naar eigen oplossingen te zoeken. Het Projectbureau Nieuw Aardgas zal eind mei rapporteren over deze situatie. Ik wil dan een gedetailleerd beeld krijgen van de problemen en de oplossingen. Ook daar heb ik een aantal afspraken gemaakt. Degenen die het invoerbeleid doen, zullen de rijkste LNG-soorten niet importeren. GTS houdt de variaties van de Wobbe-index beperkt en maakt een signaleringssysteem om de industrie vooraf te waarschuwen voor variaties in de gassamenstelling. Het projectbureau zal deze maatregelen monitoren. In 2012 besluit ik of ik die transitieperiode verleng tot oktober 2014. Ook dit pakket komt tegemoet aan de door de markt gevraagde regierol. De overgang naar rijkere gassen is een gezamenlijk probleem dat wij gezamenlijk moeten oplossen. Ik spreek iedereen aan op zijn eigen verantwoordelijkheid.

De heer Jansen vroeg naar de betekenis van de opening van de LNG-terminal. Ik heb afspraken gemaakt met Gate terminal en GTS om ervoor te zorgen dat de aanlanding van LNG soepel en veilig verloopt. Vanaf het eerste moment van LNG-levering zijn er geen gevolgen voor de veiligheid. Daarover zijn afspraken gemaakt met industrie en leveranciers. Binnenkort komt er een technische bijeenkomst met Gate terminal, LNG-terminal, GTS en de gebruikers om die afspraken verder uit te werken.

Met betrekking tot de kwesties van de emissies zijn wij in overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu om dit goed te onderzoeken. Wij hebben zelf onderzoek laten doen naar de emissies voor onder andere CO2. LNG lijkt niet automatisch te leiden tot een hogere emissie op dit punt. De overgangsperiode voor de industrie heb ik zojuist toegelicht. Wij gaan uit van maatwerk en een mix van maatregelen. Wij evalueren die in 2012 en verlengen eventueel tot 2014. Ik heb van GTS de verzekering gekregen dat LNG nauwelijks zwavel bevat. Ik stel alles in het werk om geen stijging van het zwavelgehalte te laten plaatsvinden. Ook hier geldt dat veiligheid het absolute uitgangspunt is.

De regie wordt serieus opgepakt. Onder andere door de onderzoeken naar de aard van de problematiek, het formuleren van beleidslijnen en het maken van langetermijnafspraken met cruciale spelers, de industrie, de invoerders, Gate terminal en GTS. Verder houden we via het projectbureau Nieuw Aardgas zeer nauwlettend de vinger aan de pols om de technische problemen te inventariseren en te bezien op welke manier deze opgelost kunnen worden. Als het hele plaatje helder is, komen we tot een uitgemeten pakket. Als we moeten komen tot nadere afspraken, ga ik er vooralsnog vanuit dat we die vastleggen in een convenant. Het projectbureau zal met name de uitvoering van het pakket en de maatregelen monitoren.

In de Gaswet staat nergens expliciet genoemd wie er verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het gas. Er kunnen natuurlijk wel eisen gesteld worden aan de gaskwaliteit. Die zijn deels al opgenomen in bijvoorbeeld technische codes die het NMa vaststelt. Ik kan ook invloed uitoefenen op de inhoud van die codes door bijvoorbeeld een ministeriële regeling. GTS en de invoerders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de naleving van de eisen in de codes. De NMa ziet hierop toe.

Ik start zelf een wetstraject waarin expliciet bepaald wordt dat de gaskwaliteit een taak van GTS is. Daarbij moet ook worden nagedacht op welke manier de kosten die GTS daarvoor moet maken, worden verdeeld. Deze kosten moeten niet allemaal zonder meer gesocialiseerd worden. In een ministeriële regeling ga ik vastleggen aan welke eisen het gas moet voldoen op de G-markt, de markt voor kleinverbruikers. Dit zijn dus alle verbruikers in Nederland op die 80 grootverbruikers na. Ik stuur de Kamer in ieder geval voor de zomer deze ministeriële regeling toe. De stand van zaken en afspraken met betrekking tot de gaskwaliteit heb ik hiermee toegelicht.

De heer Leegte (VVD): Ik dank de minister voor zijn toezegging om de regierol over de kwaliteit op te pakken en dus perspectief te bieden aan de consumenten en de industrie. Als ik het goed begrijp, kunnen bedrijven als Tata Steel zich tot 2014 in alle rust voorbereiden op die nieuwe gaskwaliteit. De intentie is dat de boten die LNG komen aanleggen, een bepaalde kwaliteit hebben. Welke zwaardere middelen dan een intentie heeft de minister achter de hand als ze hieraan niet voldoen?

De heer Paulus Jansen (SP): Waarom komt de minister niet meteen met een ministeriële regeling voor de specificaties van H-gas, voor zover er hiervoor gebruik gemaakt wordt van het GTS-netwerk en niet rechtstreeks geleverd wordt? Dat lijkt me de enige zekerheid die hij kan geven aan bedrijven.

Waarom komt de minister niet met een formele ingreep in bijvoorbeeld de bandbreedte van het gas dat aangeleverd mag worden? Hij zegt dat men de meest rijke mengsels niet meer zal aanvoeren maar ik begrijp dat dit op basis van vrijwilligheid is. Moet er niet een mogelijkheid zijn dat het tempo van invoeden vanaf de terminal wordt beperkt om daarmee de kwaliteit te verzekeren?

De minister zegt dat de G-gastoestellen van de consumenten bruikbaar moeten blijven, maar bruikbaar is iets anders dan efficiënt. Een hr-ketel moet een hr-ketel blijven. Hoe zit dit precies?

Minister Verhagen: Restricties ten aanzien van LNG kun je altijd doorvoeren. Op zich is het natuurlijk slecht voor de gasrotonde als er al bij voorbaat gezegd wordt dat er niets mag binnenkomen. Dat is de grootste restrictie die je kunt inbouwen. De zwaarste varianten worden nu al niet toegelaten. Die restrictie zit er wel op. Voor het overige is het met de huidige aanpak niet nodig om op dit moment verdere stappen te nemen.

Nu zitten we nog in een transitie. Als de technische problemen en specificaties van het H-gas in kaart zijn gebracht, komen we met een ministeriële regeling op dit punt.

Het gaat er niet alleen om dat de toestellen voor G-gas nog bruikbaar zijn. Ik heb al onderstreept dat de veiligheid essentieel is. De Kamer mag ervan uitgaan dat een hr-ketel een hr-ketel blijft. Ook op dit punt streven we naar ondersteuning van maatregelen die een energiebesparing mogelijk maken. Een ketel moet voldoen aan bepaalde specificaties om het hr-predicaat te krijgen. Het is niet debedoeling dat je je voordeel via een omwegverliestdoordat er een andere brander voor de nieuwe gassamenstelling is. Dat zou natuurlijk buitengewoon vreemd zijn. De duurdere hr-ketel die je destijds gekocht hebt, is dan niets meer waard. Daarmee doe je geen recht aan de algehele doelstelling die ik ook hierbij hanteer: de consument moet gevrijwaard blijven van schade.

Ik wil een algemene opmerking maken over de Green Deal en de terechte wens van de commissieleden om meer zicht te krijgen op het hoe, wanneer en wat hiervan. Ik heb eerder toegezegd dat ik voor de zomer het Energierapport aan de Kamer zal toesturen. Dat is het integrale plan waarnaar mevrouw Van Tongeren vroeg. Ik houd me aan die toezegging. Hetzelfde geldt voor de Green Deal. Ik maak hierbij wel een kanttekening. Ik voer op dit moment gesprekken met de sector in den brede over bijvoorbeeld bij- en meestook. Dat zou ik gisteravond ook gedaan hebben, ware het niet dat de voorzitter van de Kamer mij vroeg ergens anders aanwezig te zijn. Het was een heel interessant debat waaraan ik voor de verandering een heel korte bijdrage had. Gisteravond kon ik die gesprekken met de sector dus niet voeren. Dat wil ik zo snel mogelijk alsnog doen. Uit de eerste verkennende gesprekken blijkt dat bij- en meestook wellicht ook onder de Green Deal wordt geschaard. Ik wil de brief die ik voor april had toegezegd koppelen aan de Green Deal. Dat betekent weliswaar een kleine vertraging, maar de Kamer kan ook deze brief voor de zomer verwachten.

De uitwerking van de SDE-plusregeling zal ik medio april sturen. Dat is overigens de uitwerking van de feed-inregeling zoals die in het verkiezingsprogramma van de heer Koppejan stond. Deze kan dan ook in ieder geval voor 1 juli opengesteld worden. We hebben de gesprekken over het actieplan geothermie met de sector afgerond. Een verslag hiervan kan de Kamer ook verwachten.

Hoewel de motie-Dijkgraaf verworpen was, heb ik de Kamer desalniettemin geïnformeerd over Urk in relatie met het windmolenpark in de Noordoostpolder. Dat heb ik gedaan naar aanleiding van een heel constructief gesprek dat ik met het college van B en W hierover heb gehad. De situatie in Urk werd hierbij met allerlei schaalmodellen gevisualiseerd. De emoties hierbij begrijp ik. Dat heb ik ook tijdens dat gesprek gezegd. Ik heb gezegd navraag te doen bij de initiatiefnemers van het windmolenpark, de provincie en de betrokken gemeenten om te kijken of de door Urk aangedragen varianten toch inpasbaar zijn. Dat komt eigenlijk neer op het uitvoeren van de motie-Dijkgraaf ondanks het feit dat de Kamer daartegen gestemd heeft. In dat gesprek heb ik het college niets voorgehouden en niets beloofd. Ik heb gezegd bereid te om deze varianten nog een keer serieus in te brengen. Ik heb heel duidelijk gesteld dat de procedure zich op dit moment in de afsluitende fase bevindt. De afgelopen jaren zijn er over en weer verplichtingen aangegaan en verwachtingen gewekt. En dan hebben we het ook over een betrouwbare overheid in relatie tot initiatiefnemers, provincie en de betrokken gemeenten.

In dit gesprek in de eerste helft van februari is door Urk alleen de 2 x 4-opstelling aan de Zuidermeerdijk ter sprake gebracht. De andere varianten zijn niet meer besproken omdat die niet pasten binnen de afgesproken criteria. Ik heb deze criteria ook heel helder in het gesprek met het college van B en W naar voren gebracht. Het ging om de volgende drie criteria. De realisatie van het windpark als totaliteit zal niet verder worden vertraagd. Vanuit het Rijk worden geen extra middelen beschikbaar gesteld buiten het bedrag dat eerder is verleend om de doodeenvoudige reden dat we het geld niet hebben. Een eventueel alternatief moet binnen de ruimte van het beoogde park passen. Deze randvoorwaarden heb ik in alle openheid vooraf gesteld. Op basis hiervan was ik bereid er nog eens naar te kijken. Dat heeft geleid tot een weging waarbij bleek dat het niet mogelijk was binnen deze voorwaarden. Toen heb ik dus het besluit genomen.

De gemeente Urk heeft inmiddels haar bezwaren kenbaar gemaakt. Dit heeft ze niet alleen in een lijvig document aan de Kamer kenbaar gemaakt, maar ze heeft ook een beroepsprocedure bij de Raad van State aangespannen. Ik kan op dit moment verder geen inhoudelijke uitspraken doen omdat we bij de Raad van State in een juridische procedure zitten. Het is nu aan de rechter om te spreken.

Het is absoluut niet zo dat ik verwachtingen gewekt heb die ik niet nagekomen ben. Integendeel, ik heb een constructief gesprek gehad ondanks het feit dat de Kamer er niet meer om vroeg. Ook heb ik van tevoren heel helder gezegd dat ik bereid was om ernaar te kijken, maar alleen als het past binnen de gestelde voorwaarden. Dat bleek niet tot een andere conclusie te kunnen leiden dan een windpark.

In zijn algemeenheid kunnen we niets doen als er bezwaren zijn, ongeacht of het over wind, kernenergie, kolencentrale of CO2-opslag gaat. Er zijn altijd tegenstrijdige belangen. In alle eerlijkheid en oprechtheid, maar ook in alle transparantie, moet je een besluit nemen. Gewekte verwachtingen moet je ook als overheid nakomen om de doodeenvoudige reden dat er anders überhaupt geen enkele investering meer plaatsvindt. Ik ben hierin buitengewoon straight geweest. Daarom interrumpeerde ik de heer Jansen ook ten aanzien van zijn suggestie dat ik dat niet geweest zou zijn. Direct na afloop heb ik laten weten dat we goed naar elkaar hebben geluisterd. Ik heb ook gezegd dat ik geen verwachtingen wilde wekken. Ik heb wel gezegd dat ik navraag zou doen bij de betrokkenen en dat ik bereid was om een ander besluit te nemen als het binnen de gestelde voorwaarden mogelijk was. Zo is de gang van zaken geweest.

Door de heer Dijkgraaf wordt nu een idee geopperd dat een soort variant is op eerdere suggesties. Zijn idee is om 90% van die molens versneld te plaatsen en voor die laatste 10% wat meer tijd te nemen. Dit aangedragen alternatief valt niet binnen de criteria die ik net vermeldde. De 2 x 4-variant, waarover in die laatste fase gesproken werd, was niet eerder in de discussies van de afgelopen jaren ter sprake geweest. Het was een reële mogelijkheid. Daarom heb ik gezegd dat het interessant was om naar deze optie te kijken. Dat leek me zinvol. De uitkomst is zoals beschreven in de brief. De gemeente Urk heeft ook zelf met RWE Essent niets kunnen realiseren. Maar nogmaals, op dit punt wil ik de procedure bij de Raad van State afwachten.

Participatiemogelijkheden, het meedelen in de winst, worden door de initiatiefnemers geboden, ook aan de inwoners van Urk. Of elektriciteitsopbrengsten of subsidies voor de financiering hiervan worden gebruikt is overigens aan de initiatiefnemers zelf. Het gaat vooral om participatiemogelijkheden in het windmolenpark. Die mogelijkheid bestaat dus. Voorts heb ik in mijn brief gesteld dat de provincie Flevoland en RWE Essent jaarlijks een gebiedsgebonden bijdrage ter beschikking moeten stellen voor economische ontwikkeling inclusief toerisme. Hierover vinden ook gesprekken plaats.

Wat betreft garanties voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen blijkt in de praktijk dat windmolens en bedrijventerreinen of havens heel goed samengaan. Het is niet zo dat er geen haven kan zijn omdat er een windmolen staat. Integendeel, als je naar Eemshaven of Rotterdam kijkt, zie je dat het juist een heel goede combinatie is. De windmolens staan ruim 400 meter uit elkaar aan de Zuidermeerdijk. In de inpassingsplannen zijn alleen die gronden bestemd die nodig zijn voor de windmolens zelf en de bijbehorende voorzieningen. De bestemming van de overige gronden is aan de gemeente zelf. Die staat niet in de inpassingsplannen.

Mijn visie op windenergie binnen de robuuste energiemix is dat ik in mijn beleid niet voor een specifieke techniek kies. We moeten de goedkoopste opties hebben en een mix, ook om andere redenen bijvoorbeeld energiezekerheid en -veiligheid. De kern van de SDE-plusregeling is dat ik kies voor de goedkoopste opties om zo snel mogelijk zo veel mogelijk meters te maken met betrekking tot duurzame energie. De projecten moeten onderling dus concurreren voor het beschikbare budget. De goedkoopste projecten krijgen voorrang. Met de kennis van nu denk ik dat windenergie tot 2020 een relatief bescheiden aandeel zal krijgen in die totale energiemix. Dat verandert naarmate ook de prijzen van fossiele energie veranderen etc. Als we inzoomen op het specifiek duurzame energiedeel, het totaal aan duurzame energie, zal wind op land waarschijnlijk een flink aandeel krijgen omdat het voorlopig een van de goedkopere duurzame energieopties is. Ik kan daarvan geen exact percentage geven. Als ik het heb over kosten en effectiviteit, kan ik niet van te voren zeggen dat er daar en daar zoveel windmolens moeten komen. De aantallen hangen af van de ontwikkeling van de kosten van de energieproductie en van allerlei verschillende technieken.

Ik zeg de Kamer toe dat ik in het Energierapport met een visie op wind en gas als onderdeel van de energiemix kom. Dat rapport stuur ik voor de zomer naar de Kamer. Daarin neem ik ook de reactie op de Taskforce Windenergie op Zee mee.

We zijn al een tijdje bezig met het restbudget van de regeling Windenergie op Zee. Het was niet zo eenduidig als de heer Samsom suggereerde. Misschien dat hij nadere informatie had. Ik heb heel recent een brief ontvangen van de drie partijen, BARD, Nuon en Eneco, die nog meedoen in de tenderregeling Windenergie op Zee. Hierin wordt voorgesteld dat twee van deze drie partijen hun subsidieaanvraag in die tender intrekken zodat het restbudget toevalt aan een partij die, naast de aangevraagde productie, ook belooft de nodige innovatie toe te passen. Dat is interessant omdat er dan een grotere klap gemaakt wordt met betrekking tot de innovatie. Het rendement van je ingezette euro wordt daarmee ook weer groter. Ik ga nu beoordelen of dat voorstel interessant genoeg is om in mee te gaan. Het is een beetje vreemd als je halverwege een tenderprocedure er op deze manier naar gaat kijken. Er zijn natuurlijk een aantal randvoorwaarden aan verbonden. De randvoorwaarden zijn dat de belastingbetaler minimaal net zo veel productie krijgen als bij een ongewijzigde uitvoering van deze regeling. Noch de SDE-regels, noch de regels van de NMa mogen overtreden worden. Tegelijkertijd moet de innovatie voldoende substantieel zijn om aantrekkelijk te zijn. Ik zal de Kamer hierover op korte termijn informeren. Juist omdat er verschillende kanttekeningen bij te plaatsen zijn, wil ik de drie genoemde elementen zeer zorgvuldig toetsen. Ik heb zelf ook geen zin om als overheid uiteindelijk weer voor de rechter komen te staan.

De heer Samsom (PvdA): Wat bedoelt u met korte termijn?

Minister Verhagen: Binnen een maand moet het kunnen. Als u wilt, kan ik u ook een afschrift van het voorstel doen toekomen. In principe willen Nuon en Eneco samenwerken in de realisatie van het windmolenpark met een innovatieve aanpak. BARD is dan bereid om af te zien van de subsidie-aanspraken in ruil voor het stopzetten overigens van alle juridische procedures tegen de subsidieverlening aan BARD die Nuon en Eneco in een eerdere fase hadden aangespannen. Dan is daarmee de weg vrij en krijgt BARD meer lucht om allerlei financiële contracten rond te krijgen voor het realiseren van de windparken in de eerste tender. Dus er zit voor iedereen wat in.

Mevrouw Ouwehand en de heer Leegte waren opgeschrikt door de berichtgeving rond BARD deze ochtend in de kranten. Mijn verwachting is niet dat de situatie rond BARD in Duitsland negatieve gevolgen heeft voor het realiseren van Nederlandse windparken van BARD. Bij windenergie op zee hebben partijen eerst een subsidiebeschikking nodig voor men een contracterings- en financieringsgrond kan krijgen. Er is dus altijd onzekerheid. In het geval van BARD is Typhoon Capital aan de slag gegaan om de financiering rond te krijgen. Ik krijg ook berichten dat het bereiken van de financiering voor de Nederlandse windparken nog steeds op schema ligt en hierdoor niet is vertraagd.

Voor de afgifte van vergunningen voor windenergie op zee zijn milieueffectrapportagestudies uitgevoerd. Daarin is ook aandacht gegeven aan het onderwatergeluid. Dat is specifiek meegenomen in die MER. Ik heb ook in de schriftelijke beantwoording van de vragen vermeld dat er in den brede onderzoek wordt uitgevoerd naar de ecologische effecten van windenergie op zee. Dat onderzoek zal komend najaar openbaar worden.

De voorzitter: Ik stel voor nu snel door te gaan met de kolencentrales en CO2 en de overige vragen schriftelijk te beantwoorden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik heb alleen maar waardering voor de inzet van de minister, want eigenlijk zit hij een motie uit te voeren die niet eens aangenomen is. Dat moeten we ruiterlijk erkennen. Tegelijkertijd heb ik een probleem met de hele gang van zaken, niet zozeer wat betreft de inzet van de minister maar meer wat betreft het volgende. Tot nu toe is het plan als geheel beoordeeld. De minister constateert vervolgens dat er een probleem is. Mijn suggestie is die 90%-10% los te koppelen. Dan kunnen we in volle vaart vooruit met die 90%. Ik vraag dat met enige klem. Een meerderheid in de Provinciale Staten wil eigenlijk ook een andere inpassing. Hetzelfde geldt voor deze Kamer, ook al komt dat misschien niet altijd tot uiting in het stemgedrag. Is er toch geen ruimte om nog eens goed te kijken naar die 90%-10%?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik ontvang graag het voorstel van de minister over wind op zee en innovatie. Ik heb een vraag over de Hernieuwbare Energie Rapportage. Windenergie speelt daarin een heel belangrijke rol. Stuurt de minister op dat punt een correctie naar Brussel? Wanneer is hij van plan dat te doen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): De contour van de SDE-plusregeling is dat de goedkoopste opties voorrang krijgen. Draagt dat niet een risico met zich mee? Als we op die manier kijken, kijken we dan niet onvoldoende naar wat voor de langere termijn de beste keuzes zijn die nu gemaakt moeten worden met het oog op de SDE-plus? Daar was ook mijn vraag rondom het subsidie-infuus voor de kolencentrales voor bedoeld.

Minister Verhagen: Ik begrijp wat mevrouw Wiegman zegt maar als we zo gaan praten krijgen we hier niets. Dit zeg ik even voor de goede orde. We mogen geen CO2-opslag doen op land. We mogen dit niet, we mogen dat niet. Laten we even reëel zijn, iedereen heeft wel ergens een bezwaar tegen. Tegelijkertijd hebben we doelstellingen afgesproken. Ik moet in 2020 die 20% CO2-reductie en die 14% duurzame energie realiseren. Daaraan heb ik me gecommitteerd. Dan kun je nu wel zeggen dat het me met die SDE-plus alleen over de korte termijn gaat, om met de goedkoopste opties zo snel mogelijk meters te maken, en dat ik de langere termijn in de gaten moet houden, maar dan kom ik in 2020 in de problemen. Ik kan een fantastische techniek organiseren en daarin al het beschikbare subsidiegeld stoppen. Dan heb ik misschien iets innovatiefs dat in 2050 geweldige kansen biedt. Misschien, dat weten we niet zeker. Maar dan word ik naar de Kamer gehaald omdat ik mijn doelstellingen met betrekking tot CO2 niet gehaald heb. Ik wil binnen de beperkingen die we hebben, zo snel mogelijk een CO2-reductie realiseren. Daarbij speelt ook wind mee. Het aandeel wind op land zal groter zijn dan wind op zee, want wind op zee is op dit moment nog afgrijselijk duur. Stel dat ik een euro heb. Dat heeft men thuis ook. Als je een euro uitgeeft en je kunt daarvoor een kilo vlees kopen, kun je vanuit ethische bezwaren zeggen dat je die kiloknaller niet wilt hebben en koop je die niet. Maar je probeert dan toch wel zo goedkoop mogelijk een goed stukje vlees of groente te krijgen. Anders hebben de kinderen niet te eten. Ik wil voorkomen dat ik door mij op de lange termijn te concentreren, op de korte termijn mijn doelstellingen niet realiseer. En 2020 is vrij snel.

Het voorstel over windenergie op zee zal ik deze week naar de Kamer sturen. In het kader van de Richtlijn Hernieuwbare Energie heeft mijn ambtsvoorganger een actieplan ingediend bij de Europese Commissie. Gezien het feit dat mijn ambtsvoorganger demissionair was, is toen benadrukt dat het een tentatieve invulling was voor de wijze waarop Nederland zou voldoen aan die doelstelling uit de Richtlijn Hernieuwbare Energie. Ik heb op 6 december jl. met de Kamer van gedachten gewisseld over het Nationaal Actieplan Hernieuwbare Energie. De Europese Commissie heeft recentelijk enkele verklarende vragen gesteld over dat actieplan, onder andere over technische specificaties. Ze heeft bovendien gevraagd in hoeverre er nog aanpassingen nodig zijn gezien het feit dat er nu een kabinet is met een ander regeerakkoord. We dienen eind december 2011 een eerste voortgangsrapportage in te dienen. Dat moet iedere lidstaat. Op dat moment moet ook worden aangegeven op welke wijze dit kabinet invulling gaat geven aan de Europese verplichting van 14% hernieuwbare energie.

Betreffende de 90%-10%-suggestie heb ik twee punten. Er ligt een procedure bij de Raad van State. De gemeente Urk heeft deze aangespannen. Dat gaat over de hele 100%. Daar kan ik niet in knippen. Die procedure ligt onder de rechter. Ik wil daar ook niet doorheen fietsen. Het zou een heel moeizame situatie zijn als ik, lopende een juridische procedure die aangespannen is tegen een besluit dat ik genomen heb, daar zelf tussendoor een onderdeel uithaal. Als ik eerlijk ben, vind ik dat toch een beetje vreemde gang van zaken.

Er zijn natuurlijk gesprekken met de initiatiefnemers geweest in een eerdere fase. Gelet op de besluitvorming en op de afspraken die eerder gemaakt zijn, kun je weinig stappen zetten zonder instemming van de initiatiefnemers. Die hebben in eerdere gesprekken aangegeven hiertoe niet bereid te zijn omdat het tot een heel ander financieel plaatje leidt en de hele businesscase in elkaar valt.

De heer Dijkgraaf (SGP): Er zijn twee punten waarop ik moet reageren. Nu komen we wel ergens. Ten eerste denk ik dat Urk die procedure wel stopzet, als de minister bereid is te bewegen. Dan zijn we van dat probleem af.

Minister Verhagen: Tenzij ze de week daarop weer de procedure starten. Dan levert het alleen maar vertraging op.

De heer Dijkgraaf (SGP): Daar zou een deal over gesloten moeten worden dat dit het voor eens en altijd is. Ten tweede wil ik die berekeningen van die initiatiefnemers wel eens zien. Als je 90% kunt realiseren en 10% op een andere plek zonder meerkosten, moet je die businesscase rond kunnen krijgen. Als dit de twee bezwaren zijn, moeten we er uit kunnen komen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik had een beetje het gevoel dat een karikatuur van mijn verhaal werd gemaakt en er niet helemaal recht aan werd gedaan. Deze minister is zelf de minister die niet al te veel van subsidies wil laten afhangen. Er is altijd de keus wat je wettelijk wilt verplichten en wat je via subsidies wilt doen. Ik heb misschien een ouderwetse opvoeding gehad, maar ik heb altijd geleerd dat je moet oppassen dat goedkoop niet uiteindelijk duurkoop blijkt te zijn. Dus ook al heb je maar één euro, kun je die ene euro toch op heel veel verschillende manieren besteden.

Minister Verhagen: Die ene euro kun je inderdaad op veel verschillende manieren besteden. Dat klopt. Ik heb op 6 december 2010 de Kamer geïnformeerd dat ik ervoor gekozen heb om die euro zo te besteden dat ik de meeste slagen maak en de meeste meters maak met betrekking tot duurzame energie. Met andere woorden: als ik twee kilowattuur duurzame energie realiseer voor vijftien eurocent, heb ik meer van mijn doelstellingen bereikt dan wanneer ik de helft daarvan zou realiseren omdat ik een duurdere optie kies. Dat hebben we open gewisseld in die brief. De Kamer kan hierover ook natuurlijk met mij van gedachten wisselen als het wetsvoorstel komt om ervoor te zorgen dat de SDE-plus in juli wordt opengesteld. Ik heb het de vorige keer heel bewust gezegd. Waarop is de SDE stukgelopen? Op 1 april werd de regeling opengesteld en op vijf over twaalf was er overtekend. Soms moeten dan heel dure voorstellen daaruit gefinancierd worden waardoor er geen geld meer beschikbaar is. Dan heb je qua hoeveelheid duurzame energie heel weinig bereikt.

Dan het punt van de heer Dijkgraaf. De creativiteit kent geen grenzen ware het niet dat er 38 beroepsprocedures lopen. Het is niet alleen de gemeente Urk. Er zijn nog 38 beroepen tegen de Noordoostpolder. Dat is geen onwil. Het is jammer. Als er jaren geleden niet alleen maar nee gezegd was, maar er toen gekeken was naar alternatieven, hadden we veel meer kans van slagen gehad.

De heer Dijkgraaf (SGP): Daar zit wel mijn probleem. Juist de gemeenschap van Urk is van mening is dat ze nooit serieus aan tafel hebben gezeten om dat mogelijk te maken.

Minister Verhagen: Dat is dus niet waar.

De voorzitter: Dat is de conclusie van de minister en dat is voor zijn rekening. We gaan het nu alleen nog hebben over kolencentrales en CO2-opslag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als de minister toch schriftelijk zal antwoorden, stel ik voor dat ook de vragen over de kolencentrales en CO2-opslag schriftelijk beantwoord worden.

De voorzitter: Ik neem dat voorstel graag over, zeker met het oog op de mensen uit Bergen die op de publieke tribune zitten. We willen de schriftelijke antwoorden graag a.s. dinsdag binnen hebben. Dan kunnen we bezien of de beantwoording naar tevredenheid is en of er nog een vervolg op moet komen.

We beginnen met het deel van het AO over de Bergense gasopslag. We gaan over naar de eerste termijn van de Kamer.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. In 1968 zat de publieke tribune in de oude zaal ook vol met mensen uit Bergen omdat Amoco (American Oil Company) het afwijkende hoogcalorische gas uit het veld bij Bergen wilde gaan winnen. Bergen maakte zich toen zorgen over de winning van dat gas. Ook het gegeven dat toen niet de NAM maar een buitenlands bedrijf de winning ter hand wilde nemen, voedde de zorgen. Vandaag, 43 jaar later, zien we hetzelfde patroon maar nu van een ander bedrijf dat het veld op een andere manier wil gebruiken. In Nederland zijn we in staat om voor iedere oplossing een nieuw probleem te vinden. Er is geen enkel alternatief bij de vraag naar de oplossing voor dat gat tussen vraag en aanbod in energie, dat niet ook nadelen heeft. Daarmee zullen we met zijn allen moeten leven. Binnen tien jaar heeft het Groninger veld zijn maximale capaciteit gebruikt en kan het zijn flexibele rol niet meer vervullen waardoor er snel gas aan het systeem toegevoegd kon worden in tijden van plotselinge koude. Om die rol op te vangen zijn er locaties gezocht voor tijdelijke opslag. Tegelijkertijd heeft Nederland een ruimere ambitie, namelijk die van de gasrotonde. Hierover hebben we het net ook al gehad. De Nederlandse koopmansgeest doet gas inkopen als het goedkoop is en verkopen als het duur is. Niet alleen vanwege de Nederlandse vraag maar ook omdat het past binnen de strategie, heeft TAQA een locatie gezocht en daarin stevig geïnvesteerd. Deze Kamer heeft er destijds mee ingestemd. Althans, niemand heeft er bezwaren over laten horen. Ik begrijp de Bergense bezorgdheid, zeker in het licht van de aardbeving in het verleden. Tegelijkertijd zeggen de experts dat juist die geschiedenis maakt dat de inschatting tot schade laag is. Kan de minister toezeggen dat hij geen loopje neemt met de veiligheid in Bergen? Wat zou het gevolg voor het investeringsklimaat in Nederland zijn als we dit project zouden stopzetten? Hoeveel schade betekent dat voor ons land?

De heer Paulus Jansen (SP): Voorzitter. Op 19 november 2009 heeft de Kamer een debat gevoerd over het nut en de noodzaak van het project. Destijds hebben alle fracties impliciet of expliciet gezegd dat dit project nodig is. De kachel moet blijven branden. We hebben gasopslag gewoon nodig. De SP-fractie heeft toen aangegeven dat er meer regie vanuit de overheid moest zijn op de beste plekken voor gasopslag, geothermie enz. Kortom, meer regie op de ruimtelijke ordening onder de grond. Het doet mij genoegen dat de minister ermee bezig is en eind 2011 met een eerste voorzet komt. Ik constateer wel dat het lang geduurd heeft.

Veiligheid staat ook voor de SP-fractie buiten kijf. Wij zijn er door alle rapporten, alle gesprekken met deskundigen en de hoorzitting van overtuigd dat dit project veilig is. Het is voor de bewoners heel belangrijk dat zij zekerheid hebben dat, als er door aardschokken schade optreedt, die schade vergoed wordt en dat daar geen discussie over zal ontstaan. Dat is voor de SP een belangrijk punt.

De heer Samsom (PvdA): Voorzitter. De PvdA-fractie onderschrijft de noodzaak van gasopslag en kijkt daarom welwillend naar de zoektocht naar een geschikte locatie. Toen Bergen in beeld kwam is de discussie gestart over de geschiktheid van het veld, met name gericht op de aardbevingsrisico’s die daar heersen. Er is veel onderzoek gedaan en er zijn veel gesprekken gevoerd. We staan vlak voor het eindpunt. Mijn fractie heeft na de hoorzitting en het aanvullende onderzoek één belangrijke vraag gesteld in de schriftelijke vragenronde, maar die is negatief beantwoord. Ik zal de vraag hier nogmaals mondeling stellen. Waar de mensen in Bergen behoefte aan hebben is een onafhankelijke schaderisicoanalyse. We weten dat de trilling van de grond 3.9 kan zijn. We weten welke standaardtabellen daarbij horen met beschrijvingen van scheuren in muren, omvallende huizen e.d. Maar we weten niet hoe dat in Bergen zal uitpakken. Ik vraag om een specifiek onderzoek naar de gevolgen voor Bergen en niet een standaardtabelletje uit een Japans of Amerikaans onderzoek. Dat kan snel gebeuren. TAQA kan dat en heeft in de hoorzitting aangegeven daaraan te willen meewerken, misschien zelfs wel financieel. Dit is voor ons een noodzakelijke voorwaarde, voordat wij de definitieve stap naar instemming met deze gasopslag zetten. Wij willen de mensen in Bergen en omgeving serieus nemen als wij hen daadwerkelijk opzadelen met deze gasopslag, die voor iedereen nuttig is, maar voor hen nadelig zou kunnen zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst wil ik de suggestie van de SP-fractie weerspreken dat, als de Kamer in 2009 in grote lijnen spreekt over gasopslag, er daarna geen afwijzing meer mogelijk zou zijn, zeker als je ziet wat er sinds 2009 allemaal boven tafel is gekomen. De PvdD is allerminst te spreken over de houding van deze minister en zijn voorganger ten aanzien van de gemeente Bergen. Er loopt zelfs een procedure bij de rechter. Het moet mij van het hart dat ik het zeer bezwaarlijk vind dat de minister de suggestie wekt dat de gemeente Bergen de procedures heeft getraineerd. Daar is geen sprake van. Ik ben zeer benieuwd naar de uitspraak van de rechter daarover.

Andere pijnpunten voor de PvdD liggen uiteraard in het natuurgebied dat wordt opgeofferd. Dit kabinet, en ook het vorige, heeft geen goede reputatie als het gaat om beloftes over compensatie van aangetaste natuur, dus daar hebben we geen vertrouwen in. Daarnaast krijgen we steeds meer signalen dat het erop lijkt dat de deal al jaren geleden gesloten is. In 2009 is er al een gasstorage agreement overeengekomen. Wij zijn benieuwd of de gasopslag daarmee de facto al geregeld was. Ik vraag de minister of wij het agreement mogen inzien.

Ik ben blij met de suggestie van de PvdA over de veiligheid. Die ondersteunen wij van harte. Ook wij hebben hier grote vraagtekens bij. De tabellen van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) zouden de minister moeten nopen tot grotere voorzichtigheid. Wij zijn zeer teleurgesteld dat de minister niet bereid is om welke voorwaarde dan ook, gesteld vanuit de fractie, aan de vergunning te koppelen. Ik kondig alvast moties daarover aan.

De heer Paulus Jansen (SP): Wat mij verbaast, is de hoge toon van mevrouw Ouwehand, omdat de PvdD op het moment dat het er echt om ging, toen de discussie ten principale plaatsvond, haar mond gehouden heeft. Het MIT is daarna gekomen, maar op 19 november 2009 waren twee van de drie deskundigenrapporten al bekend. De critici hadden zich ook al laten horen, dus wat heeft haar toen belet om deze discussie aan te gaan?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het zal de heer Jansen bekend zijn dat de PvdD slechts twee zetels heeft en 70 debatten tegelijk in de gaten moet houden. Dus ik vind het verwijt onzinnig. Ik weerleg de suggestie dat, als een kleine fractie niet heeft meegedaan aan een debat, er automatisch zou zijn ingestemd met de kabinetsvoorstellen die toen besproken zijn. Zo werkt dat niet. Los daarvan moet je als Kamer de vrijheid hebben de uiteindelijke beslissing te nemen als je beter zicht hebt op de materie.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Voorzitter. Ook in de energievisie van GroenLinks speelt gas een belangrijke rol. Wij hebben enkele vragen over de absolute noodzaak van zo’n grote gasopslag op die locatie, omdat wij op de hoorzitting hoorden dat het voornamelijk voor de export is. Er wordt dus een grote parkeergarage gebouwd voor buitenlandse auto’s.

Ik sluit graag aan bij het voorstel van de heer Samsom om schaderisico-onderzoek te doen, compleet onafhankelijk en specifiek voor die locatie. Geen algemene tabellen en algemene vragen. Moet het op die plek met veel passen en meten en gedoe of zijn er veel geschiktere locaties? De experts hebben gezegd dat het veel beter zou zijn in een veld zonder aardbevingsrisico. Er moet inderdaad een ruimtelijkeordeningvisie komen voor de bodem, want men wil van alles en nog wat in de bodem opslaan en op andere plekken dat schaliegas weer opboren. Als het noodzaak is om zo’n gasopslag te hebben in Nederland wil GroenLinks weten wat de meest geschikte locatie is. Bij voorkeur dus niet een plek met aardbevingsrisico. Is er voldoende mogelijkheid voor compensatie als het tot een ongeluk komt? Zijn daar voldoende plannen voor?

Samenvattend, wij zijn voor gas als overgangsbrandstof naar een wereld waarin we op schone energie draaien. Als Bergen in Nederland toch de meest geschikte locatie blijkt te zijn, wat wij betwijfelen, zouden wij het project pas kunnen steunen als er garanties komen op de veiligheid en het niet ontstaan van onherstelbare natuurschade.

De heer Koppejan (CDA): Voorzitter. Bij de gasopslag Bergermeer speelt de noodzaak van een buffervoorraad om ervoor te zorgen dat in de toekomst bij pieken in de winter de levering van energie gegarandeerd kan worden. Ook zijn er voordelen voor de economie en werkgelegenheid in de Kop van Noord-Holland en belangen van een gasrotonde voor Nederland. Het is ook van belang dat de zorgen van de inwoners uit Bergen en omgeving zo veel mogelijk worden weggenomen. Daarom de volgende vragen. Kan de minister nog eens bevestigen dat uit de verrichte onderzoeken blijkt dat de kans op kleine aardbevingen door de opslag van aardgas niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie waarin niets wordt opgeslagen? Kan de minister bevestigen dat er misschien zelfs wel een gunstig effect verwacht mag worden op de stabiliteit van de ondergrond? Mocht er onverhoopt door werkzaamheden of bewegingen in de bodem schade ontstaan aan de huizen van omwonenden, mogen wij er dan op rekenen dat dat daar een ruimhartige vergoeding van de geleden schade tegenover staat? Hoe wordt de veiligheid van gasopslag bewaakt en gemonitord en welke verantwoordelijkheid neemt de overheid hierin?

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Wij willen graag voorkomen dat onze minister elke winterse dag bij premier Poetin moet bedelen om extra gas. Wij erkennen de noodzaak van gasopslag om aan de piekvraag te kunnen voldoen. Onze fractie heeft gesproken met TAQA. We zijn op bezoek geweest bij de gemeente Bergen en hebben gesproken met inwoners. De bezwaren vanuit Bergen zijn niet mis. Wij moeten hen uiteindelijk recht in de ogen kunnen kijken na alle afwegingen.

TAQA, deskundigen en de minister geven aan dat een aardbeving tot 3.9 op de schaal van Richter mogelijk is, maar dat de kans op 3.9 heel klein is. Ze verwijzen naar Groningen. Maar bij die gaswinning heeft maar een viertal aardbevingen plaatsgevonden, die wel allemaal richting een kracht van 3.5 gingen. Het MIT noemde dit een anormale verdeling. Dat maakt mij voorzichtig. Ik hoor graag van de minister hoe hij deze abnormale verdeling weegt.

De SGP bemerkt een zweem van geslotenheid over het inschatten van het schaderisico bij mogelijke bevingen hoger dan 3.5. Deze geslotenheid moet weg voordat mijn fractie kan instemmen met de gasopslag. Het beste ijkpunt voor het inschatten van het schaderisico is de intensiteit en veroorzaakte schade van bijvoorbeeld de bevingen in 2001. Het MIT heeft aangegeven dat extrapolatie mogelijk is. Vanuit Bergen wordt met goede papieren aangegeven dat in 2001 de daadwerkelijke schade groter was dan de voorspelde schade. Is de minister bereid op korte termijn werk te maken van de gevraagde schaderisicoanalyse?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Er zullen weinig mensen staan te juichen in de wetenschap dat er onder de grond van hun woning gewerkt wordt en helemaal niet als daar zorgen bijkomen over eventuele aardschokken, hoe klein dat risico ook mag zijn. De grote hoeveelheid zienswijzen die is ingediend, laat zien hoe groot die zorgen zijn. Mijn fractie vindt het belangrijk dat deze mensen echt gehoord worden, dat vragen sluitend worden beantwoord en dat er een goed verhaal ligt over zowel de veiligheid van het voorstel als de manier waarop je omgaat met eventuele consequenties. We hebben rondetafelsessies gehad, een videoconferentie en bilaterale gesprekken met belanghebbenden. Toch hebben de bewoners van Bergen de indruk dat er niet echt naar hen geluisterd is en dat ze geen echte antwoorden krijgen. Ze spreken zelfs van manipulatie. Welke verklaring heeft de minister daarvoor?

Verder geldt voor mijn fractie dat, als je als je zo’n project doet, je stevige afspraken moet maken over de randvoorwaarden. Ik vraag de minister om een toezegging voor een onafhankelijke risicoanalyse en een toezegging dat er geen gedoe zal zijn over een eventuele schadevaststelling. Wellicht kan dat door een soort nulmeting. Geef de bewoners de geruststelling dat ze snel geholpen zullen worden als er iets gebeurt. Tot slot vraag ik een toezegging dat de eventuele schade niet door mensen uit eigen zak hoeft te worden voorgeschoten. Zorg voor een bufferbudget waaruit eventuele schade snel kan worden gefinancierd.

Welke garanties zijn er tegen het verwijderen van de buffervoorraad van Gazprom, die immers economisch eigendom blijft van de Russen? Wat is het plan voor de toekomst als deze installatie nog veel langer in gebruik zal zijn? Zijn er mogelijkheden om tussentijds de veiligheidseisen en exploitatievoorwaarden aan te scherpen?

De minister spreekt over de gasopslag als een belangrijk element in de voorzieningszekerheid van de Nederlandse gasvoorziening, maar er kunnen ook buitenlandse gasvoorraden gestationeerd worden. Kan de minister nogmaals aangeven hoe hij, zelfs als het om buitenlandse gasvoorraden gaat, zorgt dat dit voor de Nederlandse piekbelasting een oplossing is?

Minister Verhagen: Voorzitter. Dank aan de leden van de Kamer voor hun inbreng en de ondersteuning voor de lijn van de regering om te zorgen voor een betrouwbare gasvoorziening in winter en zomer, dus met de benodigde flexibiliteit. Tegelijkertijd wil Nederland een knooppunt zijn voor de internationale gashandel om gaskennis voor de toekomst veilig te stellen. Het is evident dat op vrij korte termijn, namelijk in 2018, een tekort in de capaciteit in Nederland ontstaat om flexibel gas te produceren. Dat betekent dat nieuwe opslagen naast de bestaande in Norg, Grijpskerk en Alkmaar broodnodig zijn. Gezien de omvang van de Nederlandse gasmarkt, de toenemende behoefte aan flexibiliteit en de geschiktheid van de Nederlandse ondergrond ligt het voor de hand om opslagen die zich op de Nederlandse markt richten in Nederland te vestigen. Uiteraard zijn er emoties en zorgen en die horen we serieus te nemen. Tegelijkertijd kan de gasopslag van Bergermeer een substantiële bijdrage leveren aan de flexibiliteit die we nodig hebben. Dat wordt door een meerderheid van de aanwezige leden onderschreven. Bergermeer is na verschillende studies zeer geschikt gebleken voor gasopslag. Er zijn ook andere plannen voor gasopslag in Europa, maar die zijn niet zo ver gevorderd. Het gaat om een grote investering die ook economisch van belang is. Er zijn verschillende belangen en zaken die een rol spelen bij de uiteindelijke besluitvorming. Ik ben blij dat de regio in den brede positief denkt over dit initiatief. Naast de belangenweging is ook gelet op de mogelijke consequenties die een en ander heeft. Daar staat de commissie terecht bij stil. We gaan niet over één nacht ijs. Bij iedere stap hebben we opnieuw de afweging gemaakt van «go» of «no-go». Er is een aantal malen in het proces nader onderzoek gedaan. Na het TNO-onderzoek is door het MIT en het RIVM in de persoon van veiligheidsexpert professor Helsloot specifiek naar aardbevingen en externe veiligheid gekeken. Die nadere onderzoeken zijn in overleg met de regio tot stand gekomen. Verschillende malen is bestuurlijk overleg gevoerd door mijn voorganger. De uitkomsten van die nadere onderzoeken en bestuurlijke overleggen gaven iedere keer aanleiding om een «go» te geven. Nog meer aanvullend onderzoek zal niet direct leiden tot nieuwe inzichten, omdat TNO, MIT en RIVM dit zorgvuldig in kaart gebracht hebben. De vraag die het meest leeft, namelijk of we zeker kunnen zijn dat we met de veiligheid geen loopje nemen, is cruciaal. Wij nemen geen loopje met de veiligheid in Bergen. Het is duidelijk dat het project gasopslag Bergermeer moet voldoen aan alle wettelijke veiligheidseisen. We gaan niet tot vergunningverlening over indien niet aan alle eisen is voldaan. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de veiligheid en zekerheid van het Bergermeer. Er zijn vragen gesteld over extra onderzoek, schadevergoedingen, een bufferfonds etc. Op dit moment hebben wij niet alleen de wettelijke schadevergoedingsregelingen, maar heeft TAQA ook convenanten met de gemeente afgesloten over de exacte uitvoering van schaderegelingen. Wanneer een burger schade denkt te hebben aan onroerend goed wordt normaal gesproken de mijnbouwonderneming daarop aangesproken, conform de procedure die in de schriftelijke antwoorden al nader is toegelicht. De Technische commissie bodembeweging (Tcbb) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de burger. Er is dus extra aandacht en een goede procedure, doordat TAQA bovenop de wettelijke schaderegeling convenanten met de betreffende gemeente heeft afgesloten over de feitelijke afhandeling van de schadevergoedingen.

Er is gevraagd welke schade de bevingen mogelijk zouden opleveren. De eerdere ervaringen met bevingen in Bergen dateren uit 1994 en 2001. De laatste was een beving van 3.5 en dat is voor Nederlandse begrippen behoorlijk. Maar zelfs bij die forse beving betrof de totale schade in Bergen enkele honderdduizenden euro’s. Dat is op zich heel vervelend, maar staat niet in verhouding tot het totale verzekerde bedrag van TAQA van 250 mln. Zelfs als TAQA failliet gaat is er een algemeen fonds waar dergelijke bedragen uit gefinancierd kunnen worden. Er is gevraagd hoe de bewoners zeker weten dat ze niet in de situatie komen van «dat scheurtje zat er al», mocht er onverhoopt schade komen. Er is specifiek om onafhankelijk onderzoek hiernaar gevraagd. Er zijn eerder in zijn algemeenheid onderzoeken gedaan door KNMI en TNO. Contact met KNMI leert dat alle beschikbare gegevens meegenomen zijn en dat een update van het onderzoek pas zinvol is als er nieuwe data beschikbaar komen, dus anders dan de twee data waarop bevingen hebben plaatsgevonden. Ik hoop dat ik daarmee tegemoet kan komen aan de zorgen van de Kamer en met name van de inwoners van Bergen. Als TAQA in samenwerking met de gemeente een nulmeting uitvoert, waarbij ook de staat van onderhoud van kwetsbare objecten zoals schoorstenen in kaart wordt gebracht, dan heb je een vrij objectief uitgangspunt indien er nadien schade ontstaat. Daarmee leg je het risico van de schadeafhandeling niet bij de burger en geef je hem een sterkere positie ten opzichte van het bedrijf. Ik zal TNO en KNMI vragen om alle beschikbare onderzoeksgegevens te bundelen en met de bevolking te delen, zodat men weet hoe de situatie in kaart is gebracht en waarop de risicoanalyse in relatie tot aardbevingen is gebaseerd.

De heer Samsom (PvdA): Ik denk dat we langs elkaar heen praten. Het gaat niet over een verzekeringskwestie, hoewel ik het een mooi aanbod vind om het op deze manier in goede banen te leiden, maar over een aardbeving met een kracht van 3.9. Daarnaast heb je een EMS-schaal die loopt van I tot X. De gemeente Bergen en inwoners kijken in het tabelletje bij EMS-intensiteit VII en zien dat muren kunnen omvallen en schoorstenen van daken kunnen vallen. De minister en andere experts pakken intensiteit VI en daar staat dat niet. Het zijn heel grove indelingen. De mensen in Bergen willen weten wat er omvalt. De minister deed het aardige aanbod om iemand naar Bergen te sturen die verstand heeft van bouwen, bouwkundige constructies en de stevigheid daarvan. Ik vraag hem daaraan te koppelen de vraag wat er omvalt bij 3.9. Dan kunnen we een tabel maken die specifiek voor Bergen is. We weten dat de kans op een aardbeving klein is, maar ik wil de toezegging gestand doen dat ik laat uitzoeken wat er precies gebeurt bij zo´n aardbeving in dit dorp en de omgeving.

Minister Verhagen: Daarom had ik het idee om TNO en KNMI te vragen alle beschikbare onderzoeksgegevens te bundelen en te koppelen aan de nulmeting die uitgevoerd zal worden in de gemeente Bergen. Daarom bracht ik die twee elementen in één antwoord samen. Ik wil dat snel doen, want bij een vertraging van maanden komt het project in de problemen. Dan praten we namelijk over de vraag of we nog wel een gasopslag willen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik bedank de minister dat hij laat zien dat hij de bezwaren en zorgen die in en buiten deze Kamer leven serieus neemt en bereid is om met ons na te denken over dingen die we nog kunnen verbeteren in de loop van dit traject. Ik ben blij dat hij die nulmeting heeft toegezegd.

Het punt van de schadebuffer staat nog open. Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen blijkt dat het niet de Tcbb maar de mijnonderneming zelf is, die laat onderzoeken of er verband bestaat tussen haar werkzaamheden en de schade. Als de gedupeerde het niet eens is met de afhandeling kan hij naar de Tcbb. Als ze er daar niet uitkomen, kan hij nog naar de rechter. Mijn zorg zit hierin dat dat heel lang kan duren. Als er een schade ligt, wil ik niet dat die mensen nog een halfjaar bezig zijn met het vinden van het geld voor het repareren van die scheur in de muur. De minister heeft gezegd dat het bij eerdere schades om enkele tonnen ging. Kan er een schadebuffer worden ingesteld van bijvoorbeeld 5 mln., waaruit dat soort schades voorgefinancierd kunnen worden tijdens de duur van het onderzoek, totdat bekend is wie uiteindelijk de lasten moet dragen?

Minister Verhagen: Op het moment dat je het niet toegekend krijgt, moet je die voorfinanciering wel terugbetalen. Ik zal het met TAQA bespreken. Ik kan me voorstellen dat het tot ernstige problemen kan leiden als die schoorsteen op straat ligt en je een halfjaar moet wachten en procederen bij zo’n dispuut om dat gefinancierd te krijgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij met de toezegging dat er snel een schaderisicoanalyse komt. Ik ga ervan uit dat eerst de analyse er komt en dan pas de definitieve besluitvorming of vergunningverlening. Kan de minister dat expliciet toezeggen?

Minister Verhagen: Wij willen op korte termijn de vergunningverlening definitief laten plaatsvinden en dit moet daarvoor gebeuren.

Het is inderdaad mogelijk dat in de tussentijd de eisen worden aangepast. De Mijnbouwwet biedt ook de mogelijkheid om naderhand aanvullende voorwaarden te stellen ten aanzien van het opslagplan e.d.

Dan de vraag hoe de veiligheid wordt gewaarborgd. Dat gebeurt door de stringente regelgeving en de extra voorwaarden die aan de instemming met het opslagplan zijn verbonden. Die voorwaarden zijn o.a. het nauwkeurig monitoren van de druk in het veld en van trillingen met gevoelige detectoren op 2 kilometer diepte, en daarnaast productietempo, injectietempo e.d. Als er bij die metingen grotere trillingen worden gevoeld dan verwacht, dan wordt het productie- of injectietempo bijgesteld. Het Staatstoezicht op de Mijnen houdt toezicht op de naleving van die veiligheidsregels en de uitvoering van die monitoring.

Er is gevraagd hoe het zit met de druk. Als je gas injecteert, neemt de druk toe. Hoe dichter je bij de oorspronkelijke druk komt, hoe lager de kans op aardbevingen. Daar zijn de meeste deskundigen het over eens.

Over de inzage in de gemaakte contracten, met name het gasstorage agreement, heb ik in de schriftelijke beantwoording al aangegeven dat die overeenkomsten bedrijfseconomisch vertrouwelijk zijn en dat ik daarover geen mededelingen kan doen. Dat geldt ook voor de verplichtingen die contractpartners ten opzichte van elkaar zijn aangegaan. Ik kan u daarin dus helaas niet tegemoetkomen met de huidige regelgeving.

Er is gevraagd hoe het zit met de relatie tussen Bergermeer, gasrotonde, investeringen etc. en wat het betekent als het niet zou doorgaan. We hebben het belang van de flexibiliteit en we hebben de gasrotonde-ambities. De flexibiliteit is op korte termijn van essentieel belang omdat je anders in de winter niet voldoende gas hebt om de huishoudens in Nederland te voorzien. Je hebt voldoende seizoensopslag dicht bij de markt nodig, omdat de huidige flexibiliteitsbron Slochteren terugloopt. Het Brattle Report geeft aan dat we Bergermeer nodig hebben voor de gasrotonde en voorzieningszekerheid in de toekomst. België en Duitsland willen ook graag gasrotonde zijn, dus er zijn in de ons omringende landen wel alternatieven. De exacte financiële schade kan ik niet geven, maar die zal aanzienlijk zijn omdat er heel forse investeringen zijn gedaan. Nu stoppen betekent naast weggegooid geld – honderden miljoenen – ook een internationaal imagoprobleem in relatie tot investeringen en vergunningverlening in zijn algemeenheid. Dus je hebt financiële schade, gekoppeld aan de investeringen die gepleegd zijn, en je hebt schade aan het investeringsklimaat en de bereidheid van buitenlandse investeerders om in Nederland te investeren. Er is een vrij grote kans dat men Nederland de rug toekeert, wat enorme economische consequenties zal hebben. Daarnaast heb je nog die leveringszekerheid van energie in de winter.

Ik vind dat wij een zorgvuldige afweging van iedere vervolgstap moeten blijven maken, de «go/no go»-beslissing. Mevrouw Ouwehand zegt terecht dat voor iedereen de vrijheid bestaat om op een gegeven moment te stoppen of bezwaren kenbaar te maken. Gelet op de totale afweging van alle belangen die we hier geschetst hebben, is er voor mij geen aanleiding om dit project te stoppen. We moeten wel al het mogelijke doen om tegemoet te komen aan de zorgen van de inwoners van Bergen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): De minister probeert de bewoners van Bergen tegemoet te komen en dat waardeer ik. Ik vraag de minister de toezeggingen over natuurcompensatie en het blijvend karakter daarvan te concretiseren. Er zit wel een intentie in de schriftelijke beantwoording, maar het voelt nog wat zacht. Dat is een van de zorgen van de inwoners van Bergen.

Minister Verhagen: Mag ik die vraag schriftelijk beantwoorden? Ik wil daarover praten met collega Bleker.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Bij het gasstorage agreement wringt toch wel iets, hoewel de minister al heeft aangegeven dat hij daar geen inzage in kan geven. Het gaat ook om EBN. Dat is toch in overheidshanden? Is er een mogelijkheid dat de Kamer het vertrouwelijk inziet?

Minister Verhagen: Omdat er zoveel vertrouwelijke informatie in staat die bedrijfsbelangen kan schaden, vind ik het niet verantwoord om dat te delen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): En als de minister van tevoren de schadelijke informatie er uithaalt?

Minister Verhagen: Ik zal een poging doen om zo veel mogelijk informatie aan mevrouw Ouwehand te geven. Ik neem het mee in de schriftelijke beantwoording volgende week.

De heer Dijkgraaf (SGP): Over de beperking van twaalf jaar voor de schadevergoeding maakt men zich in Bergen zorgen. Valt men automatisch in het schadefonds als die periode verstreken is of verwacht de minister dat alle schade zich binnen die twaalf jaar voordoet?

Minister Verhagen: De schaderegeling die we hebben blijft ook nadien gelden onder de normale voorwaarden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik dacht dat afgesproken was dat TAQA verantwoordelijk was voor de eerste twaalf jaar en daarna niet meer.

Minister Verhagen: Ik kom daar volgende week schriftelijk op terug.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik had nog een vraag gesteld over de buffergasvoorraad die eigendom blijft van de Russen. Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de stabiliteit als die buffervoorraad er wordt uitgehaald en wat betekent dat voor eventuele schade die ontstaat, nadat de exploitatie van het veld als gasopslag officieel is gestopt?

Minister Verhagen: Doen we schriftelijk.

De voorzitter: Ik noteer de volgende toezeggingen:

  • De minister zal op korte termijn TNO en KNMI verzoeken alle beschikbare onderzoeksgegevens te bundelen, gekoppeld aan een uit te voeren nulmeting in de gemeente Bergen naar kwetsbare objecten ingeval van een beving met een kracht 3.9.

  • De minister zal met TAQA spreken over de mogelijkheden van voorfinanciering ingeval van schade en de Kamer daarover informeren.

  • De minister zal de Kamer uiterlijk dinsdag 5 april a.s. over de mogelijkheid tot toezending van het gasstorage agreement informeren.

  • De minister zal de Kamer voor de zomer de ministeriële regeling over de kwaliteitseisen voor aardgas sturen.

  • De minister stuurt de Green Deal en het Energierapport voor de zomer naar de Kamer. Bij de Green Deal zal de brief over bij- en meestook van biomassa worden meegezonden.

  • De SDE-plusregeling komt medio april naar de Kamer, evenals het Actieplan Geothermie.

  • De minister zal binnen een maand de Kamer informeren over de inzet van het restbudget met betrekking tot de tenderWindenergie op Zee. Het voorstel innovatie volgt deze week.

  • De minister zal uiterlijk dinsdag 5 april a.s. schriftelijk terugkomen op de vragen van de Kamerleden over kolencentrales en CO2-opslag en alle andere zaken die hier aan de orde zijn geweest, inclusief natuurcompensatie.

  • De minister zegt ten slotte toe zo veel mogelijk zaken te bundelen in het Energierapport, zodat er een overzichtelijk debat gevoerd kan worden.

Volledige agenda

1. Stand van zaken over de studie naar gaskwaliteit

29023-83 – Brief regering d.d. 23 februari 2011

minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Stand van zaken over de studie naar gaskwaliteit

Besluit: Behandeld

2. Reactie op verzoek commissie over de uitkomsten van het gesprek met partijen die betrokken zijn bij het windpark Noordoostpolder

31239-104 – Brief regering d.d. 21 februari 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Reactie op verzoek van de commissie over de uitkomsten van het gesprek met partijen die betrokken zijn bij het windpark Noordoostpolder

Besluit: Behandeld

3. Reactie op de brief van AnMar Research Laboratories over eindrapportage van het door NMa/KIWAGastec verrichte onderzoek

31374-38 – Brief regering d.d. 17 februari 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Reactie op de brief van AnMar Research Laboratories over eindrapportage van het door NMa/KIWAGastec verrichte onderzoek

Besluit: Behandeld

4. Conclusie advocaat-generaal EU-Hof van Justitie over richtlijn 2001/81/EG in relatie tot milieuvergunningen voor drie nieuwe kolencentrales

28240-111 – Brief regering d.d. 3 februari 2011

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J.J. Atsma – Conclusie advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie over de richtlijn 2001/81/EG in relatie tot milieuvergunningen van drie nieuwe kolencentrales

Besluit: Behandeld

5. Mogelijkheden en hergebruik van CO2-opslag in Noord-Nederland

31510-44 – Brief regering d.d. 15 februari 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Mogelijkheden en hergebruik van CO2-opslag in Noord-Nederland

Besluit: Behandeld

6. Beantwoording van vragen commissie LNV inzake SDE op warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw

31239-89 – Brief regering d.d. 28 december 2009

Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven – Beantwoording vragen van de commissie LNV inzake SDE op warmtekrachtkoppeling in de glastuinbouw

Besluit: Behandeld

7. Toezegging verkenning dagbalancering voor kleinverbruikers

31904-63 – Brief regering d.d. 6 september 2010

Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven – Toezegging verkenning dagbalancering voor kleinverbruikers

Besluit: Behandeld

8. Reactie motie Windmolenpark Noordoostpolder

31239-99 – Brief regering d.d. 15 juni 2010

Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven – Reactie motie Windmolenpark Noordoostpolder

Besluit: Behandeld

9. Kabinetsreactie op het SEO-onderzoek Energietransitie

30196-112 – Brief regering d.d. 3 september 2010

Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven – Kabinetsreactie op het SEO-onderzoek Energietransitie

Besluit: Behandeld

10. Beantwoording vragen commissie over restbudget wind op zee tenderronde twee

31239-101 – Brief regering d.d. 6 oktober 2010

Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven – Beantwoording vragen commissie over het restbudget wind op zee tenderronde twee

Besluit: Behandeld

11. Aanbieding Nationaal Actieplan Hernieuwbare Energie

31209-119 – Brief regering d.d. 21 juni 2010

Minister van Economische Zaken, M.J.A. van der Hoeven – Aanbieding Nationaal Actieplan Hernieuwbare Energie

Besluit: Behandeld

12. Brief van mevrouw V. met betrekking tot windmolenpark Urk en essay de heer L. over windmolenpark Noordoostpolder

2011Z05496 – Brief regering d.d. 17 maart 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Brief van Mevrouw V. met betrekking tot Windmolenpark Urk en een essay van de Heer L. over Windmolenpark Noordoostpolder

Besluit: Behandeld

13. Beantwoording van een schriftelijk overleg inzake Energie

32645-2 – Brief regering d.d. 25 maart 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Antwoorden op vragen van de commissie inzake Energie

Besluit: Behandeld

14. Aanbieding afschrift reactie brief VNO-NCW over gassamenstelling en reactie artikel Volkskrant d.d. 9 februari 2011

32500-XIII-178 – Brief regering d.d. 25 maart 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Aanbieding afschrift reactie brief VNO-NCW over gassamenstelling en reactie artikel Volkskrant d.d. 9 februari 2011

Besluit: Behandeld

15. Antwoorden op vragen van de commissie ELI inzake het stijgende niveau van de olieprijs

2011Z06310 – Brief regering d.d. 28 maart 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Antwoorden op vragen van de commissie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake het stijgende niveau van de olieprijs

Besluit: Behandeld

16. Rapport over gassamenstelling

29023-84 – Brief regering d.d. 28 maart 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Rapport over de gassamenstelling

Besluit: Behandeld

17. Kabinetsstandpunt inzake gasopslag Bergermeer

28982-16 – Brief regering d.d. 18 februari 2011

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen – Kabinetsstandpunt inzake gasopslag Bergermeer

Besluit: Behandeld


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dijksma (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Verburg (CDA), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), voorzitter, Smeets (PvdA), Samsom (PvdA), Paulus Jansen (SP), ondervoorzitter, Jacobi (PvdA), Koppejan (CDA), Graus (PVV), Thieme (PvdD), Gesthuizen (SP), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Van Tongeren (GroenLinks), Ziengs (VVD), Braakhuis (GroenLinks), Gerbrands (PVV), Lodders (VVD), Van Vliet (PVV), Dijkgraaf (SGP), Schaart (VVD) en Verhoeven (D66).

Plv. leden: Jadnanansing (PvdA), Elias (VVD), Ormel (CDA), Blanksma-van der Heuvel (PvdA), Koolmees (D66), Dikkers (PvdA), Klijnsma (PvdA), Irrgang (SP), Groot (PvdA), Van der Werf (CDA), Tony van Dijck (PVV), Ouwehand (PvdD), Van Gerven (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Van Gent (GroenLinks), Leegte (VVD), Grashoff (GroenLinks), De Mos (PVV), Taverne (VVD), Van Bemmel (PVV), Van der Staaij (SGP), Houwers (VVD) en Van Veldhoven (D66).

Naar boven