Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131374 nr. 38

31 374 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt

Nr. 38 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2011

Met deze brief ga ik graag in op het verzoek van uw Kamer om een reactie op de brief van AnMar Research Laboratories BV te Eindhoven (hierna: AnMar) van 14 december 2010. In laatstgenoemde brief vraagt AnMar naar het vervolg op de eindrapportage van het door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) in samenwerking met Kiwa Gas Technology uitgevoerde onderzoek waarover mijn ambtsvoorganger uw Kamer op 12 september 2008 (Kamerstuk 29 372, nr. 73) heeft bericht. AnMar heb ik inmiddels schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken.

In voornoemde brief aan uw Kamer zijn een administratieve en een technische oplossing voor correctie van meetafwijkingen van de gasmeter aangekondigd.

Ik ben nog steeds van mening dat beide oplossingen noodzakelijk zijn.

Er zijn dan ook twee acties in gang gezet. Als aangekondigd zou de NMa het initiatief bij de gezamenlijke netbeheerders leggen om een voorstel te doen voor aanpassing van de Meetvoorwaarden Gas – RNB (regionaal netbeheer), met daarin een administratieve oplossing voor de korte termijn ter aanpassing van de methode van volumeherleiding. De NMa zou de gezamenlijke netbeheerders tevens vragen om met een voorstel te komen om prikkels te introduceren die (met name de administratieve) lekverliezen beperken. Dit omdat een aanzienlijk deel van het te hoog berekende volume veroorzaakt wordt door het socialiseren van deze administratieve lekverliezen.

Uit mijn contacten met de NMa heb ik begrepen dat de gezamenlijke netbeheerders ervoor hebben gekozen om deze voorstellen op te nemen in het codewijzigingsvoorstel waarmee de Meetvoorwaarden Gas – RNB worden aangepast aan het marktmodel, zoals geregeld in het thans in de Eerste Kamer voorliggende wetsvoorstel tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt (31 374) (hierna: wetsvoorstel marktmodel). De netbeheerders hebben aangegeven dat dit codewijzigingsvoorstel niet conform hun planning bij de NMa is ingediend, omdat de behandeling van dit wetsvoorstel nog niet is afgerond.

In overleg met en op aandringen van de NMa hebben de netbeheerders kenbaar gemaakt dat het wijzigingsvoorstel ter aanpassing van de methode van volumeherleiding in april alsnog wordt afgerond en vervolgens bij de NMa ingediend.

Wat betreft het beperken van de (administratieve) lekverliezen hebben energieleveranciers, handelaren en netbeheerders herhaaldelijk overleg gevoerd. De sector heeft aangegeven dat, na een nog te voeren overleg met de NMa, in juni 2011 tot een gemeenschappelijk voorstel gekomen kan worden dat ter goedkeuring bij de NMa kan worden ingediend.

De tweede actie is besloten in het wetsvoorstel marktmodel, waarin wordt voorgesteld artikel 42a in de Gaswet op te nemen. Op basis van het eerste lid van artikel 42a worden bij algemene maatregel van bestuur eisen gesteld aan de meetinrichting voor gas. Zoals tevens in de brief van 12 september 2008 is aangekondigd wordt in deze algemene maatregel van bestuur de eis opgenomen dat de meetinrichting geschikt moet zijn om een lokale temperatuurcorrectie toe te passen op de geleverde hoeveelheid gas. Hiermee wordt invulling gegeven aan de technische oplossing voor correctie van meetafwijkingen. Op korte termijn zal deze algemene maatregel van bestuur overeenkomstig artikel 42a, vierde lid, van de Gaswet bij uw Kamer worden voorgehangen. Met dit besluit kunnen alle kleinverbruikers in Nederland de komende jaren, in samenhang met de uitrol van de op afstand uitleesbare meter, de beschikking krijgen over een meetinrichting voor gas waarop lokale temperatuurcorrectie plaatsvindt.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen