Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629911 nr. 120

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

28 684 Naar een veiliger samenleving

28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie

Nr. 120 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 november 2015

Inleiding

Bescherming van onze democratische rechtsorde is van groot belang voor het functioneren van onze samenleving. Gemeentebesturen staan het dichtst bij de samenleving en om die reden weegt het belang van de kwaliteit en integriteit van het gemeentebestuur zwaar. Die geringe afstand is de kracht van de lokale democratie, maar brengt tegelijkertijd kwetsbaarheden met zich.

Burgemeesters, wethouders, raadsleden, ambtenaren: zijn hebben rechtstreeks contact met burgers, waaronder ook kwaadwillende en/of criminele burgers en -organisaties, die proberen de besluitvorming op gemeentelijk niveau op een onrechtmatige wijze in hun voordeel te beïnvloeden of informatie te vergaren om hun eigen handelen daarop af te stemmen. Wanneer zij daarin slagen, kan er sprake zijn van ondermijning van het lokale bestuur. Wanneer zij daarin niet slagen en de betrokken bestuurders c.q. ambtenaren weerstand bieden, kunnen zij overgaan tot diverse vormen van het uitoefenen van druk, die variëren van vormen van «verleiding» tot regelrechte bedreigingen aan het adres van de betrokkene, zijn eigendommen, familie, enz.

Ondermijning van het openbaar bestuur kan daarnaast ook aan de orde zijn wanneer burgers of groepen burgers gegeven regels van maatschappelijke en openbare orde niet meer respecteren en zichzelf – al dan niet structureel – buiten die orde plaatsen.

Burgemeesters, commissarissen van de Koning, wethouders, gedeputeerden, raads- en statenleden en ook ambtenaren, kortom allen die actief zijn in gemeentebesturen en provinciebesturen om de samenleving te dienen en vaak lastige keuzes moeten maken verdienen daarbij respect en waardering. De regering steunt en ondersteunt hen te allen tijde zodat zij hun verantwoordelijkheden inhoud kunnen geven. Om die reden is het bevorderen van de weerbaarheid van het lokale bestuur, het bewaken van integriteit èn het waar nodig de bescherming van de betrokkenen bestuurders en ambtenaren van groot belang, in combinatie met een gerichte, effectieve aanpak van de verantwoordelijke kwaadwillende en/of criminele burgers en organisaties.

Zoals hiervoor aangegeven is de geringe afstand van het lokale bestuur tot de burgers de kracht van de lokale democratie, maar het brengt tegelijkertijd kwetsbaarheden en risico’s met zich. Met het oog daarop zijn de afgelopen jaren diverse maatregelen getroffen ter verbetering van de veiligheid van werknemers met een publieke taak en ter bevordering van de bestuurlijke integriteit.

Daarnaast zijn er maatregelen ingezet om ondermijnende criminaliteit aan te pakken, zowel op bestuurlijk, als ook op fiscaal en strafrechtelijk gebied. Zoals ook geschetst in het Jaarverslag RIEC/LIEC 2014 dat 7 juli jl. naar uw Kamer is verstuurd1, vervult het lokaal bestuur de laatste jaren een steeds nadrukkelijker rol bij de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Een actief lokaal bestuur is alert is, signaleert misstanden en acteert daarop – in nauwe samenwerking met de betrokken partners. Echter, uit de gesprekken die wij met burgemeesters voeren, ontstaat het beeld dat een dergelijke actieve bestuurlijke aanpak leidt tot reacties vanuit met name de onderwereld om het openbaar bestuur te beïnvloeden door middel van intimidatie, bedreiging, geweld, maar ook door infiltratie en omkoping. Mede daarom is het noodzakelijk om in onderlinge afstemming het reeds ingezette beleid geïntensiveerd voort te zetten en waar nodig extra maatregelen te treffen.

Tijdens het Vragenuur op 31 maart jl. (Handelingen II 2014/15, nr. 69, item 2), het Algemeen Overleg Georganiseerde Criminaliteit van 17 juni jl. (Kamerstuk 29 911, nr. 115) en het Vragenuur op 22 september jl. (Handelingen II 2015/16, nr. 4, item 5) hebben wij met uw Kamer van gedachten gewisseld over ondermijning van het openbaar bestuur door – met name – criminelen. Wij hebben aangekondigd rondetafelbijeenkomsten met onder meer burgemeesters te organiseren en toegezegd u hierover bij brief te informeren. Verder heeft de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken van uw Kamer bij brief van 2 november jl. de aandacht gevraagd voor enkele specifieke onderwerpen. Met deze brief doen wij deze toezegging gestand en gaan wij in op de bedoelde onderwerpen.

Ten aanzien van de problematiek van ondermijning van het lokaal bestuur gaan wij in deze brief in op de volgende thema’s:

  • a. intimidatie en bedreiging van bestuurders en ambtenaren;

  • b. vervlechting van de onderwereld en bovenwereld binnen het lokaal bestuur;

  • c. integriteit en weerbaarheid van het lokaal bestuur;

  • d. integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit.

Daarbij zullen wij bij deze thema’s de inmiddels door het Rijk getroffen maatregelen weergegeven, alsmede ingaan op – indien van toepassing – voorgenomen aanvullende maatregelen.

Bestaande aanpak

1. Intimidatie en bedreiging van bestuurders en ambtenaren

Zoals de afgelopen tijd al meermalen is benadrukt zijn bedreigingen, intimidatie en geweld tegen mensen met een publieke taak volstrekt onacceptabel. Een randvoorwaarde voor een goede vervulling van een functie in het openbaar bestuur is dat men dat kan doen in een veilige omgeving. Wij hebben in dat opzicht de afgelopen jaren al verschillende initiatieven ontwikkeld.

Veilige publieke taak (VPT)

De volgende onderdelen van het programma VPT, waarover jaarlijks aan uw Kamer wordt gerapporteerd, zien specifiek op het lokaal bestuur.

  • De training «Omgaan met intimidatie en bedreiging voor burgemeesters» is sinds juni van dit jaar beschikbaar voor alle burgemeesters. De training, ontwikkeld in samenwerking met het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (hierna: NGB), is gericht op bewustwording, preventie van agressie en geweld en het vergroten van de weerbaarheid.

  • Een maatregel die niet specifiek ziet op het lokaal bestuur, maar zeker van groot belang is, is dat op basis van de strafvorderingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie (OM) sinds enkele jaren door de officier van justitie een hogere straf wordt geëist in zaken waarbij geweld is gebruikt tegen werknemers met een publieke taak.

  • Op 1 oktober jl. presenteerde de Minister van BZK de Toolkit Veilig Bestuur. Deze toolkit, ontwikkeld door de Ministeries van BZK en VenJ, biedt onder meer een stappenplan voor politieke ambtsdragers voor wat te doen tijdens en na een incident en biedt handvatten bij het opstellen van beleid om agressie tegen te gaan.

  • De website www.agressievrijwerk.nl biedt aan werkgevers en werknemers praktische informatie en instrumenten en goede voorbeelden over de aanpak van agressie, waaronder het hiervoor genoemde stappenplan.

De Minister van BZK heeft, mede naar aanleiding van toezeggingen aan uw Kamer, op 9 november 2015 overleg gevoerd met de beroepsverenigingen van burgemeesters, wethouders en raadsleden over de behoefte aan verdere ondersteuning bij politieke ambtsdragers. Daarin is onder meer over trainingen voor politieke ambtsdragers worden gesproken. Over de uitkomst ervan wordt uw Kamer separaat geïnformeerd (Kamerstuk 28 684, nr. 455).

Stelsel bewaken en beveiligen

Naast het beleid gericht op preventie, verhoging van de aangiftebereidheid, verbetering van de registratie, bewustwording en weerbaarheid van betrokkenen kan het nodig zijn voorzieningen te treffen voor bewaking en beveiliging van gebouwen of personen. Dit valt binnen het kader voor de beveiliging van personen zoals dit is vastgesteld in het Stelsel bewaken en beveiligen. Het stelsel, met de relevante wetgeving en verantwoordelijkheidsverdeling, staat beschreven in de circulaire bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.2 In de brief aan uw Kamer daarover wordt het onderscheid toegelicht tussen de verantwoordelijkheid van betrokkene zelf voor de eigen beveiliging, de verantwoordelijkheid van de werkgever (in dit geval de gemeente) en die van de overheid als het gaat om benodigde politie-inzet.3

Er is tevredenheid over de werking van het stelsel. Als dreiging daartoe aanleiding geeft, worden rond lokale bestuurders adequate beveiligingsmaatregelen getroffen. Wel bestaat in de bestuurlijke praktijk soms nog onduidelijkheid over de verdeling van verantwoordelijkheden. Waar nodig zal de voorlichting over het stelsel worden geïntensiveerd.

2. Vervlechting van de onderwereld en bovenwereld binnen het lokaal bestuur

In enkele gevallen is sprake van politieke ambtsdragers of ambtenaren die, vrijwillig dan wel onder druk (chantage), diensten verlenen aan criminelen. Dit is volstrekt ontoelaatbaar en heeft dan ook de volle aandacht van het OM. Omdat in deze gevallen de rechtsstaat in zijn kern wordt aangetast, wordt streng opgetreden. Wanneer melding wordt gemaakt van dreiging of chantage, past hierbij alle steun vanuit het Rijk zoals hierboven is beschreven onder het stelsel bewaken en beveiligen. Voor zover sprake is van (pogingen tot) infiltratie of corrumpering is het van belang dat het bestuurlijk stelsel goed is ingericht om de kwaliteit en integriteit van de besluitvorming te waarborgen. Het vertrekpunt bij de aanpak van corruptie is preventie door een sterk integriteitsbeleid. In onze brief van 10 maart 2015 zijn wij reeds ingegaan op het beleid gericht op goed bestuur en preventie van corruptie en onze initiatieven op dat gebied.4

3. Integriteit en weerbaarheid van het lokaal bestuur

Algemeen

De wetgeving op het terrein van het openbaar bestuur (waaronder de Provinciewet, Gemeentewet, Ambtenarenwet) bevat van oudsher diverse bepalingen die de integriteit van het bestuur borgen en bevorderen en ongewenste belangenverstrengeling bij politieke ambtsdragers en ambtenaren beogen tegen te gaan. Zo zijn er ten aanzien van politieke ambtsdragers bepalingen over verboden handelingen en onverenigbare betrekkingen. Daarnaast is in algemene zin vastgelegd dat de burgemeester een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden bevordert. Voor commissarissen van de Koning bevat de Provinciewet een identieke bepaling. Deze zorgplicht impliceert ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van de bestuurlijke integriteit. Begin 2016 zal een wijziging van de Gemeentewet en Provinciewet in werking treden waarmee de genoemde zorgplicht van burgemeesters en commissarissen van de Koning voor de bestuurlijke integriteit van het gemeentebestuur, respectievelijk het provinciebestuur wordt geëxpliciteerd zodat buiten twijfel is dat beide ambtsdragers hier een verantwoordelijkheid hebben. De commissaris van de Koning krijgt daarnaast de taak te adviseren en te bemiddelen bij verstoorde verhoudingen en wanneer de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is.5

Met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheden van decentrale overheden terzake, wordt vanuit de rijksoverheid aandacht besteed aan de versterking van het integriteitsbeleid van decentrale overheden. Sinds 2006 zijn gemeentebesturen, provinciebesturen en besturen van waterschappen ook wettelijk verplicht een integriteitsbeleid te voeren en gedragscodes vast te stellen. De «Beleidsdoorlichting Integriteit(sbeleid)» heeft laten zien dat de overheid momenteel over een solide basis aan wet- en regelgeving beschikt.6

Handelingsperspectief

Ter ondersteuning van burgemeesters en commissarissen van de Koning bij hun taakuitvoering is op verschillende wijzen voorzien in een handelingsperspectief.

In de eerste plaats is sinds 1 januari 2015 voorzien in het landelijk Steunpunt integriteitsonderzoek politieke ambtsdragers bij het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS). Burgemeesters en commissarissen van de Koning kunnen hier voor advies en begeleiding terecht bij vragen over een goede aanpak bij integriteitskwesties waarbij politieke ambtsdragers zijn betrokken. In de tweede plaats heeft het BIOS in de loop van de tijd een groot aantal praktische instrumenten (in de vorm van modellen, methoden, producten, handreikingen, opleidingen en trainingen, congressen, website) ontwikkeld ter ondersteuning van het voeren van integriteitsbeleid door bestuursorganen. Oorspronkelijk lag de focus op ondersteuning van het beleid met betrekking tot de integriteit van ambtenaren. Aanvullend hierop zijn ook instrumenten ontwikkeld die specifiek zijn gericht op bestuurlijke integriteit, waaronder de «Integriteitswijzer voor politiek ambtsdragers» en de Handreiking onderzoek integriteitsschendingen politieke ambtsdragers uit 2014. Verder geeft de «Monitor Integriteit Openbaar bestuur 2012» (Kamerstuk 28 844, nr. 68) een handelingsperspectief met een overzicht van integriteitsbevorderende maatregelen en initiatieven die een organisatie kan nemen om de integriteit te bevorderen van bestuur en volksvertegenwoordiging. De Monitor wordt in 2016 opnieuw uitgevoerd.

Recent is door BIOS de «bestuurlijke integriteitsinfrastructuur» uitgebracht, met een samenhangend overzicht van de beschikbare instrumenten, ter ondersteuning van bestuurders en volksvertegenwoordigers bij het bevorderen van de integriteit binnen het bestuurlijke domein.

Begin 2015 zijn nieuwe model-gedragscodes integriteit voor bestuurders en voor volksvertegenwoordigers bij de decentrale overheden tot stand gekomen. In het verlengde daarvan wordt momenteel gewerkt aan het vernieuwen van de Handreiking Integriteit.

Tenslotte is in opdracht van het NGB en met subsidie van het Ministerie van BZK een nieuwe versie van het burgemeestersgame ontwikkeld, waarmee burgemeesters (evenals andere relevante functionarissen) in een digitale setting kunnen oefenen met verschillende scenario’s en dilemma’s op integriteitsgebied. Het NGB stelt dit instrument beschikbaar aan alle burgemeesters.

4. Integrale aanpak georganiseerde criminaliteit

RIEC/LIEC, informatie-uitwisseling

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ondersteunt het lokaal bestuur bij de aanpak van de georganiseerde criminaliteit via de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) en in Zuid-Nederland tevens via de Taskforce Brabant-Zeeland. De RIEC’s blijven werken aan het versterken van het bewustzijn van burgemeesters, wethouders, raadsleden en gemeenteambtenaren op kwetsbaarheden ten aanzien van ondermijning. Zo is van alle gemeenten in Zeeland/Brabant door het RIEC een quickscan integriteitsbeleid opgesteld. Het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) onderzoekt samen met het NGB de mogelijkheid om nieuw aangetreden burgemeesters te informeren over de aanpak van ondermijning in RIEC-verband.

Tevens werken politie, OM, Belastingdienst en lokaal bestuur via het RIEC samen aan concrete casussen van geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit. Zoals in het Jaarverslag RIEC/LIEC 2014 (Kamerstuk 29 911, nr. 114) is vermeld, is het aantal geïntegreerde casussen toegenomen van 930 in 2013 naar 1.445 in 2014.

Bij de aanpak van ondermijning is een efficiënte en effectieve uitwisseling van gegevens zeer belangrijk. Een goede eigen gemeentelijke informatiepositie is daarbij essentieel om een volwaardige partner te zijn in de aanpak van de criminaliteit. Met de VNG en de Nationale Politie wordt besproken hoe de gemeentelijke informatiepositie versterkt kan worden. Het RIEC/LIEC-bestel kan ook in dit kader bijdragen aan het oplossen van bestaande knelpunten, waar het informatie-uitwisseling over de georganiseerde criminaliteit betreft. Hierbij kan worden gedacht aan informatiesystemen die niet op elkaar zijn aangesloten, gebrek aan kennis over welke informatie gedeeld mag worden en gebrek aan vertrouwen om informatie met elkaar uit te wisselen.

De RIEC’s adviseren het lokaal bestuur ook in het kader van integriteit door ondersteuning op het terrein van BIBOB en het maken van integriteitsscans van gemeenten.

Bestuurlijke Criminaliteitsbeeld Analyse (B-CBA)

De B-CBA brengt in kaart op welke manieren georganiseerde criminaliteit een risico vormt voor de ondermijning van het bestuur en de lokale veiligheid. De RIEC's verzamelen o.a. systeemkennis en (straat)informatie van wijkagenten, bijzondere opsporingsambtenaren, bewoners en ondernemers. Door al die informatie te bundelen en te analyseren worden samenwerkingsverbanden, criminele activiteiten en onderliggende structuren zichtbaar. De RIEC's delen deze informatie niet alleen met hun partners binnen het integrale veiligheidsbeleid, ze doen ook voorstellen voor een effectieve aanpak. Dit stimuleert de verdere ontwikkeling van de samenwerking en de bestuurlijke weerbaarheid.

Training Signaleren Ondermijnende Criminaliteit

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ondersteunt de – ontwikkeling van – de Training Signaleren Ondermijnende Criminaliteit die tot doel heeft het bewustzijn van uitvoerende gemeenteambtenaren te vergroten voor signalen die kunnen wijzen op (ondermijnende effecten van) georganiseerde misdaad. Met betrokkenheid van het RIEC Zeeland West-Brabant is de training ontwikkeld, waarna er elf oefentrainingen zijn gehouden. Het ontwikkelde trainingsmateriaal bestaat uit: een script, een reader / handreiking, een digitaal (met filmmateriaal) ondersteunde power point presentatie, een flyer met informatie voor geïnteresseerde gemeenten, veiligheidspartners en RIEC’s en er is een website gemaakt over de trainingen (www.liec.nl/instrumenten/training-soc). Gemeenten kunnen via het RIEC de Training Signaleren Ondermijnende Criminaliteit aanvragen.

Wet Bibob

De Wet Bibob is een door het lokaal bestuur veel ingezet instrument om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Op 2 november jl. is uw Kamer nader geïnformeerd over een aantal gedane toezeggingen inzake Bibob en de daarop gebaseerde beleidsvoornemens (Kamerstuk 31 109, nr. 18). Hiervan maken onderdeel uit een reactie op de door de Inspectie Veiligheid en Justitie gedane monitor van de Wet Bibob, een onderzoek naar de mogelijkheden om stromanconstructies te onderkennen en een verkenning naar betere mogelijkheden voor bestuursorganen om dergelijke constructies te onderkennen.

Woningwet, Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Voor de aanpak van overlast en ondermijnende criminaliteit in buurten en wijken worden verschillende instrumenten ingezet, waaronder wetgeving, kennis- en ervaringsuitwisseling, monitoring, en onderzoek naar innovatieve werkwijzen. Op 8 oktober jl. heeft de Minister voor Wonen en Rijksdienst een voorstel ingediend tot aanpassing van de «Rotterdamwet», waarbij het voor gemeenten mogelijk wordt gemaakt om woningzoekende huurders te screenen ter beperking van overlast en criminaliteit (incl. radicalisering) in met name die gebieden waar de veiligheid en leefbaarheid ernstig onder druk staan.7 Ook is de Woningwet aangepast ter versterking van het handhavingsinstrumentarium, zodat malafide pandeigenaren harder door gemeenten kunnen worden aangepakt via bestuurlijke boetes, beheerovername en sluiting.8

Via kennis- en leerkringen voor gemeenten worden de toepassingsmogelijkheden van bovengenoemde wet- en regelgeving nader verkend en ervaringen gedeeld. Gemeenten hebben een sterke behoefte aan ondersteuning bij een plan van aanpak, het opbouwen van netwerken, het delen van informatie en het trainen van professionals. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de leerkring «preventieve aanpak radicalisering», die gezamenlijk door de Ministeries van VenJ, SZW en BZK voor gemeenten is opgezet. Daarnaast wordt, naar aanleiding van het onderzoeksrapport «Wijkenaanpak en Veiligheid»9, via de leerkring «ondermijnende criminele structuren in wijken» het bewustzijn en de kennis vergroot over de risico’s van ondermijnende criminaliteit en over de aanpak ervan op een gebiedsgerichte integrale wijze.

De inzet is om in 2016 met genoemde kennis- en leerkringen door te gaan, zoals in de begroting 2016 voor Wonen en Rijksdienst (Kamerstuk 34 300 XVIII, nr. 2) is aangekondigd. Door het ondersteunen van kennisuitwisseling wordt zo ook bijgedragen aan het beheersen van opkomende sociale spanningen en polarisatie tussen bevolkingsgroepen.

Verder wordt aan de hand van monitorgegevens de vinger aan de pols gehouden hoe de leefbaarheid en veiligheid zich in Nederland ontwikkelt.

Ten slotte ondersteunt de Minister voor Wonen en Rijksdienst onderzoek en pilots naar (vernieuwende) integrale werkwijzen voor de aanpak van overlast en ondermijnende criminaliteit in buurten en wijken, waarbij ook de verbinding wordt gezocht met betrokken vakdepartementen en maatschappelijke organisaties.

Geïntegreerde aanpak van de georganiseerde criminaliteit

De aanpak van de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit is één van de prioriteiten van de Veiligheidsagenda 2015–2018, zoals die is vastgesteld in afstemming met de regioburgemeesters, politie en het Openbaar Ministerie. Er wordt ingezet op een kwalitatieve versterking van de aanpak van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit door middel van een integrale aanpak die meer wordt gericht op kopstukken en sleutelfiguren uit het criminele proces en de vermogens van criminelen (zie de afpakdoelstellingen in de Veiligheidsagenda). Criminele samenwerkingsverbanden worden daardoor verder teruggedrongen.10

Voor 2016 is in de Ontwerpbegroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bovendien structureel € 3 miljoen vrijgemaakt voor een verdere intensivering van de aanpak van ondermijnende criminaliteit door middel van het afpakken van crimineel vermogen.

Extra maatregelen

Op 9 september jl. hebben wij met burgemeesters gesproken – nadat eerder dit jaar ter zake ook al andere bijeenkomsten met burgemeesters, commissarissen van de Koning, politie, openbaar ministerie, belastingdienst en anderen hadden plaatsgevonden – over de ondermijning van het lokaal bestuur volgens de hierboven genoemde thema’s. De aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit is op het niveau van het lokaal bestuur niet altijd zichtbaar. De aanpak daarvan is er een van lange adem. Het vergt een hoge inzet van zowel het lokaal bestuur, als de betrokken ketenpartners. Om het lokaal bestuur daarin te ondersteunen, alsmede weerbaar te maken tegen beïnvloeding van onder meer de georganiseerde criminaliteit, zijn maatregelen nodig. Op enkele onderdelen zijn naar ons oordeel extra maatregelen noodzakelijk.

1. Intimidatie en bedreiging

  • a. Aanvullende financiële voorziening

    Gezien de zorg voor, en betrokkenheid bij het lokaal bestuur, zullen door het Ministerie van BZK, in overleg met VNG en de beroepsverenigingen, een aanvullende financiële voorziening worden getroffen ten behoeve van de veiligheid van onze bestuurders en volksvertegenwoordigers. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan (vangnet)voorzieningen voor bijzondere situaties, waar de reguliere voorzieningen niet of onvoldoende in voorzien.

  • b. Ambtenaren

    Niet alleen bestuurders worden bedreigd en geïntimideerd, ook ambtenaren zijn hiervan het slachtoffer. In overleg met de samenwerkende partners zal bij de geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit ook invulling worden gegeven aan de veiligheid van ambtelijke medewerkers.

2. Vervlechting van de onderwereld met de bovenwereld

  • c. Fenomeenanalyse

    Omdat uit gesprekken met bestuurders blijkt dat er geen zicht is op mogelijke infiltratie van het openbaar bestuur door criminelen, wordt het WODC gevraagd onderzoek naar dit fenomeen te laten verrichten. Dit onderzoek zal in 2016 plaatsvinden. Over de uitkomsten zult u worden geïnformeerd.

  • d. Rekrutering politieke ambtsdragers en politieke partijen

    Op korte termijn zal met de bestuurdersverenigingen van politieke partijen worden gesproken over rekrutering van politieke ambtsdragers en de risico’s van ondermijning. Verdere bewustwording van de risico’s is immers niet alleen nodig binnen de overheidsorganisaties, maar ook bij besturen van landelijke politieke partijen en bij besturen van lokale (afdelingen van) partijen. Behalve dat deze partijen een rol spelen bij de rekrutering en kandidaatstelling van politieke ambtsdragers, kunnen zij dit thema aan bod laten komen in hun professionaliseringsactiviteiten.

  • e. Internationale samenwerking

    De inzet op het thema van de bestuurlijke aanpak tijdens het EU-voorzitterschap is ingegeven vanuit de behoefte om de positie van bestuurlijke autoriteiten bij het voorkomen en bestrijden van criminaliteit verder te versterken in EU verband. Het bestuur moet de komende jaren beter in staat worden gesteld om haar (lokale) infrastructuur te beschermen tegen infiltratie van criminele organisaties die veelal internationaal opereren. Op dit moment zijn hiervoor de grensoverschrijdende mogelijkheden nog te beperkt bijvoorbeeld bij het verkrijgen van informatie uit het buitenland voor bestuurlijke doeleinden.

De conferentie tijdens het EU-voorzitterschap op dit thema dient om de actieve lobby die vanuit Nederland de afgelopen jaren op het thema van de bestuurlijke aanpak in EU verband is ingezet kracht bij te zetten. Tijdens de conferentie zullen allereerst goede voorbeelden uit de EU lidstaten met het toepassen van bestuurlijk instrumentarium bij het voorkomen en bestrijden van criminaliteit, in aanvulling op strafrechtelijke mogelijkheden, worden gedeeld. Daarnaast zullen ook de verbeterpunten met betrekking tot het delen van informatie in grensoverschrijdende zaken aan bod komen. De conclusies van de conferentie worden benut om voorstellen ter verbetering van de positie van bestuurlijke autoriteiten in EU-verband te ontwikkelen.

3. Integriteit en weerbaarheid van het lokaal bestuur

  • f. Waarborgen integriteit bestuurders en leden van vertegenwoordigende organen.

    De Gemeentewet regelt dat de gemeenteraad de wethouders benoemt, maar laat in het midden op welke wijze de raad tot deze benoemingen komt. Wel noemt de Gemeentewet een aantal vereisten waaraan wethouders dienen te voldoen. Het betreft voorschriften over onverenigbare betrekkingen, het vervullen van nevenfuncties en verboden handelingen. Voorts kunnen bijvoorbeeld uit de gedragscode die een gemeente zelf hanteert ten aanzien van de wethouders, toetsingscriteria voortvloeien die relevant zijn voor de benoeming van nieuwe wethouders.

    De afgelopen jaren zijn gemeenten vanuit het Ministerie van BZK geïnformeerd over de mogelijkheid om kandidaat-wethouders te vragen een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) over te leggen. Hoewel het ontbreken van een VOG formeel gezien geen belemmering vormt voor een benoeming tot wethouder, zal dat in de praktijk aan een benoeming in de weg staan. De eis tot het doen overleggen van een VOG is al een veelvoorkomende praktijk gebleken. Dit geldt ook voor het doen uitvoeren van risico-analyses voorafgaand aan de benoeming van bestuurders. Vanuit het Ministerie van BZK zal nader worden gesproken met VNG, IPO, NGB en de bestuurdersverenigingen over het wettelijk verankeren van een plicht tot het overleggen van een VOG door kandidaat-wethouders. Tevens zal onderzoek worden gedaan naar de vraag, of en in hoeverre de bestaande regelingen omtrent belangenverstrengeling in de Provincie- en Gemeentewet aansluiten op de ervaringen in de praktijk. Over de uitkomst van dit onderzoek zult in 2016 nader worden geïnformeerd. Datzelfde geldt voor de uitkomsten van een onderzoek naar de effectiviteit van het huidige interventie-instrumentarium voor met name burgemeesters en commissarissen van de Koning, ingeval er onregelmatigheden worden gesignaleerd die verband houden met ondermijning van het lokale bestuur.

  • g. Screening ambtenaren

    Voor een aantal functies met specifieke verantwoordelijkheden binnen gemeentelijke of provinciale organisaties en samenwerkingsverbanden, zoals bepaalde leidinggevende functies, kan het raadzaam zijn deze functies als vertrouwensfunctie aan te merken of anderszins te voorzien in screeningsmogelijkheden. Mede in overleg met de VNG zullen de noodzaak en mogelijkheden daartoe nader worden besproken.

    In 2016 zal het Ministerie van BZK met de hiervoor al genoemde Monitor Integriteit opnieuw inventariseren in welke mate overheidsorganisaties aandacht hebben voor kwetsbare functies, handelingen en processen.

  • h. Profielschets burgemeesters

    Mede tegen deze achtergrond zal ook in de handreiking benoemingsproces burgemeesters bij de opstelling van de profielschets van burgemeesters aandacht worden gevraagd voor de alertheid van de (kandidaat-)burgemeester op signalen van ondermijning van het bestuur door (de georganiseerde) criminaliteit.

4. Aanpak georganiseerde criminaliteit

  • i. Onderzoek Kaderwet informatie-uitwisseling

    Bij de aanpak van ondermijning is een efficiënte en effectieve uitwisseling van gegevens zeer belangrijk. Daartoe is door de RIEC’s reeds een protocol informatieuitwisseling opgesteld. De gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden stuit desondanks nog op knelpunten omdat de huidige wetgeving onvoldoende rekening houdt met het bestaan van dergelijke samenwerkingsvormen. Het kabinet bereidt een Kaderwet gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden voor die dergelijke knelpunten zal moeten wegnemen.

  • j. Maatwerk in lokale regelgeving tegen ondermijning.

    Vanuit het Ministerie van BZK zal samen met de VNG en gemeenten een project worden opgezet om te bezien op welke wijze de mogelijkheden, die het stellen van specifieke regels op gemeentelijk niveau bieden (met name in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening) nog beter kunnen worden benut om ondermijning van het lokale bestuur – in al zijn facetten – tegen te gaan. Daarbij is te denken aan de introductie van nieuwe verboden, plichten of protocollen, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de ervaringen die bepaalde gemeenten in dit opzicht reeds hebben. Medio 2016 zal in het kader van dit project een landelijk congres worden georganiseerd, waarbij best practices kunnen worden uitgewisseld. In de tweede helft van 2016 zal uw Kamer over de uitkomsten van dit project worden geïnformeerd.

Slot

Wij zijn ervan overtuigd dat met bovenstaande pakket aan nieuwe maatregelen, in combinatie met een geïntensiveerde voortzetting van reeds bestaande maatregelen en reeds ingezet beleid, de ondermijning van het lokaal bestuur op een zo stevig mogelijke wijze kan worden tegengegaan. Zodra daartoe aanleiding is zullen wij u nader informeren over relevante ontwikkelingen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


X Noot
1

Kamerstuk 29 911, nr. 114.

X Noot
3

Kamerstuk 28 684, nr. 297.

X Noot
4

Kamerstuk 34 000 VII, nr. 40

X Noot
5

Kamerstuk 33691.

X Noot
6

Kamerstuk 30 985, nr. 9.

X Noot
7

Kamerstuk 34 314.

X Noot
9

Kamerstuk 30 995, nr. 96.

X Noot
10

Kamerstuk 28 684, nr. 412.