29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

AN VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 12 juli 2021

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking1 (BDO) hebben kennisgenomen van de brief inzake aanvullende artikel-100 inzet Resolute Support missie, Afghanistan die op 16 april 2021 naar de Kamer is gestuurd.2 Deze artikel 100-brief geeft de leden van de fracties van GroenLinks en de SP aanleiding tot het stellen van vragen.

De Minister heeft op 9 juli 2021 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, Van Luijk

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 9 juni 2021

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) hebben kennisgenomen van de brief inzake aanvullende artikel-100 inzet Resolute Support missie, Afghanistan die op 16 april 2021 naar de Kamer is gestuurd.3 Deze artikel 100-brief geeft de leden van de fracties van GroenLinks en de SP aanleiding tot het stellen van enkele vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie

De leden van de GroenLinks-fractie zien de noodzaak van de extra inzet van militairen. Zij merken wel op dat deze inzet gepaard gaat met een aangekondigd grootschalig vertrek. Vanwege deze bijzondere situatie hebben deze leden nog enkele vragen.

De groep extra ingezette militairen zou volgens de brief uiterlijk 30 april 2021 hun werkzaamheden aanvangen.4 Hoe is de inzet van deze extra militairen tot nu toe verlopen? En wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen op het aangekondigde vertrek van militairen vóór 11 september 2021?

De leden van de GroenLinks-fractie zijn zeer bezorgd over de ontwikkelingen in Afghanistan. Sinds het akkoord tussen de Verenigde Staten en de Taliban in februari 2020 is er een explosieve stijging van geweld te zien. Er zijn bomaanslagen en militaire acties, niet alleen tegen het Afghaanse leger, de politie en veiligheidstroepen, maar ook vooral tegen onschuldige burgers. Er is sprake van zowel ongerichte terreuracties als gerichte aanslagen. Een schrijnend voorbeeld is de aanslag op de Sayed Al-Shuhada meisjesschool in Kabul op 8 mei 2021, waarbij 85 mensen – voornamelijk scholieren – omkwamen.5 Ook zijn er regelmatig gerichte aanslagen op universiteiten, advocaten, journalisten, en andere groepen die in de negatieve belangstelling van de Taliban staan. Bent u het met deze leden eens dat de veiligheidssituatie in Afghanistan zeer zorgwekkend is en met de dag verslechtert? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom bent u van mening dat het juist nu een geschikt moment is om uit Afghanistan te vertrekken?

Liggen er adviezen van de (militaire) adviseurs van Nederland, dan wel van de NAVO, die een onvoorwaardelijke terugtrekking voor 11 september aanstaande, zoals aangekondigd door de VS, afraden? Zo ja, kunt u die adviezen met de Eerste Kamer delen?

Welke strategie heeft Nederland (zelfstandig of in NAVO- of EU-verband) voor de komende maanden ontwikkeld om parallel aan terugtrekking de veiligheid van specifieke mensen en groepen te waarborgen, die bijzonder veel gevaar lopen door de toename van de macht van de Taliban, bijvoorbeeld minderheden zoals Hazara, vrouwen en meisjes die zichtbaar deelnemen aan maatschappelijk leven (in onderwijs, werk, entertainment, etc.) en beroepsgroepen zoals journalisten en advocaten?

De leden van de GroenLinks-fractie zien Afghaanse tolken en medewerkers die de Nederlandse militairen hebben ondersteund ook als een groep die specifiek gevaar loopt. Bent u op de hoogte van de dreiging vanuit de Taliban richting Afghaanse tolken en medewerkers die buitenlandse militairen hebben ondersteund? Wat is de meest recente stand van zaken met betrekking tot het overbrengen naar Nederland van de Afghaanse tolken en andere mensen die voor de Nederlandse troepen hebben gewerkt en hun gezinnen? Deze leden zijn zich ervan bewust dat de Tweede Kamer hierover vertrouwelijk wordt geïnformeerd, maar zij hebben zelf geen toegang tot deze informatie. Hoeveel mensen zijn ondertussen in Nederland aangekomen, en hoeveel mensen moeten nog in Afghanistan het einde van hun procedure afwachten? Gaat het enkel om personen die als tolk voor de Nederlandse troepen hebben gewerkt, of ook om personen die de Nederlandse troepen op andere manieren hebben ondersteund? In dat laatste geval: hoeveel van de mensen die al in Nederland zijn aangekomen waren werkzaam als tolk, en hoeveel in een andere functie? En van degenen die nog in Afghanistan zijn?

Wat is uw reactie op de oproep van de twee Nederlandse militaire vakbonden, de VBM en de AFMP, van 1 juni 20216 om de Afghaanse tolken zo snel mogelijk te evacueren? Hoe beoogt u de Eerste Kamer goed over de situatie van de Afghaanse tolken en medewerkers te informeren?

Is er, al dan niet in NAVO-verband, een moment van heroverweging van het besluit van onvoorwaardelijke terugtrekking gepland? Zo nee, hoe verhoudt zich dit naar uw mening tot het feit dat de komende zomermaanden altijd een periode met een hogere prevalentie van aanslagen door de Taliban zijn? Zo ja, wat zou voor u een reden zijn om heroverweging aan de orde te stellen?

Is er enige vooruitgang in vredesonderhandelingen tussen Taliban en de Afghaanse overheid? Nieuwszender Voice Of America rapporteert dat de Taliban strenge eisen stelt aan de geplande vredesonderhandelingen in Turkije, waaronder het verkorten van de duur, het afhouden van beslissingen op belangrijke onderwerpen, en het enkel sturen van lager geplaatste leden voor de Taliban-delegatie.7 Kunt u in dit kader een vooruitblik geven van de vredesgesprekken, en een inschatting van de mogelijke uitkomsten? Bent u met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat, als dit bericht klopt en de Taliban deze condities hebben gesteld, eventuele gesprekken in Istanbul flink beperkt zullen worden in hun effectiviteit, en hoogstwaarschijnlijk geen substantiële uitkomsten zullen kunnen leveren? Op welke manier is Nederland, de EU en/of NAVO betrokken in pogingen de partijen bij elkaar te brengen? Of wordt dit voornamelijk aan de Verenigde Staten overgelaten?

De leden van de GroenLinks-fractie hebben verder enkele vragen over IS en Al Qaida. Hoe is de positie van IS en Al Qaida in Afghanistan? Een recent bericht van CNN8 geeft aan dat de banden tussen Taliban en Al Qaida zeer sterk zijn, ondanks de belofte van de Taliban in het akkoord met de VS om deze banden te verbreken. Kunt u hierop reflecteren? Wat betekent dit voor de vredesonderhandelingen met de Taliban, en voor de geplande terugtrekking? Deelt u de vrees van de leden dat Afghanistan weer een staat wordt waarin Al Qaida en andere terroristische organisaties vrij baan hebben c.q. krijgen? Zo nee, waarom niet? Wordt deze vrees binnen de NAVO gedeeld? Wat is de analyse van de NAVO met betrekking tot wat de terugtrekking van troepen kan betekenen voor de ontwikkeling van Islamitische terreurorganisaties? Kunt u de analyse met de Eerste Kamer delen?

Voorts hebben de leden van de GroenLinks-fractie enkele vragen over de betrokkenheid van buurlanden, met name Pakistan, India en Iran. Is de NAVO direct in gesprek met deze landen? Bestaat er een kans van directe interventie door een van de buurlanden bij terugtrekking van westerse troepen? Zo nee, hoe schat de NAVO dan in dat deze buurlanden zullen reageren in het geval van een toenemende macht van Taliban/Al Qaida in Afghanistan?

De leden van de GroenLinks-fractie hebben de indruk dat de verslechterde veiligheidssituatie heeft geresulteerd in een toename van vluchtelingen uit Afghanistan. Heeft u hier zicht op? Het lijkt deze leden onvermijdelijk dat er bij meer geweld nog meer Afghanen het land zullen verlaten, en pushbacks – waar recent veel nieuwsberichten9 over verschijnen – kunnen hierop niet het antwoord zijn. Europese landen hebben een verantwoordelijkheid bij de opvang van vluchtelingen. Bent u het met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat er rekening moet worden gehouden met de situatie die ontstaat vanwege de terugtrekking? En bent u het met deze leden eens dat, met het oog op deze situatie en het vooruitzicht van een mogelijke toename van vluchtelingen uit Afghanistan, nieuw beleid nodig is dat hier specifiek op gericht is? Is de regering bezig met het ontwikkelen van zulk beleid? En worden hier op Europees niveau stappen in gezet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het reeds geëffectueerde voornemen tot ophoging van het huidige Nederlandse mandaat van ongeveer 160 naar circa 240 militairen in Afghanistan in het kader van de Resolute Support missie. De leden van de SP-fractie constateren dat de 20-jarige oorlog in Afghanistan heel veel gekost heeft – in mensenlevens en in geld – terwijl het de Afghanen weinig positiefs heeft opgeleverd. Ook zijn de leden van de SP-fractie er niet van overtuigd dat met deze oorlog het internationale terrorisme effectief is bestreden, deze is door de oorlog eerder aangewakkerd. De leden van de SP-fractie zien de balans van 20 jaar oorlog dus als zeer negatief en zijn daarom blij dat de NAVO-missie Resolute Support per 11 september dit jaar beëindigd wordt, maar betreuren het dat deze beslissing niet veel eerder genomen is, en dat de Nederlandse regering besloten heeft de militaire aanwezigheid van Nederland in Afghanistan te vergroten voorafgaande aan de voorgenomen terugtrekking. De leden van de SP-fractie hebben over en naar aanleiding van het voornoemde besluit nog de volgende vragen.

Ten eerste hebben de voornoemde leden enkele vragen over de gevolgde procedure op basis van artikel 100 van de Grondwet. Bent u van mening dat de regering in het onderhavige geval volledig voldaan heeft aan haar grondwettelijke plicht tegenover het parlement (ten overvloede: Eerste en Tweede Kamer) ingevolge artikel 100, en zo ja, kunt u dit onderbouwen? Tijdens het debat van de Commissies voor Buitenlandse Zaken en voor Defensie van de Tweede Kamer van 22 april jongsleden stelde de voorzitter, dhr. Sjoerdsma, dat «Artikel 100 de jure geen instemmingsrecht [geeft], maar de facto wel.» Bent u het eens met dhr. Sjoerdsma dat er op basis van artikel 100 en de ontstane praktijk van de afgelopen jaren sprake is van een de facto instemmingsrecht van het parlement? Zo ja, hoe wordt aan dat instemmingsrecht van het parlement volgens u invulling gegeven? Zo nee, waar strookt de interpretatie van het Tweede Kamerlid Sjoerdsma dan precies niet met die van u?

Ten aanzien van het besluit zelf vragen de leden van de SP-fractie of de regering ook alternatieven voor de uitbreiding van het aantal militairen voorafgaand aan volledige terugtrekking op enig moment overwogen heeft. Deze leden missen een afweging van verschillende beleidsopties en vinden mede daarom het besluit zwak onderbouwd. Klopt het dat de regering nooit heeft aangedrongen, noch in coalitieverband noch bij de Amerikanen, op terugtrekking vóór de eerder door de Amerikanen overeengekomen deadline van 1 mei, en zo ja, waarom niet? Heeft de regering op enig moment overwogen de Nederlandse troepen zelf eerder – voor 1 mei 2021 of in ieder geval ruim eerder dan 11 september 2021 – terug te trekken, juist ook in het licht van de eerder door de Amerikanen met de Taliban bereikte overeenkomst? Zo nee, waarom niet? Wat verwacht u nog in Afghanistan te kunnen bereiken in de maanden tot de terugtrekking in september?

Tevens vragen de leden van de SP-fractie of volgens u het besluit om de NAVO-missie Resolute Support te beëindigen onomkeerbaar is, alsook in het algemeen het besluit alle buitenlandse troepen terug te trekken. Is er een scenario denkbaar waarin dit besluit heroverwogen zou worden en buitenlandse troepen, waaronder Nederlandse, nog langer in Afghanistan zouden blijven, en zo ja, hoe zou dit scenario er dan uit kunnen zien? Wordt er met een dergelijk scenario rekening gehouden door de regering? Sluit u uit, zo vragen voornoemde leden, dat Nederland nog op enige andere wijze militair betrokken zal zijn bij de zogeheten bestrijding van internationaal terrorisme in Afghanistan na 11 september 2021 en na beëindiging van de huidige missie, bijvoorbeeld als de Amerikanen daarom zouden vragen?

Volgens onderzoekers van het Cost of War Project heeft de oorlog in Afghanistan over de afgelopen 20 jaar Amerika naar schatting tussen de 171 en 174 duizend mensenlevens gekost en in totaal 2,26 biljoen Amerikaanse dollar.10 Ziet u dit als betrouwbare schattingen (met name met betrekking tot het aantal dodelijke slachtoffers)? Zo nee, beschikt u over betere cijfers en kunt u die dan delen? Erkent u dat – ongeacht of deze cijfers in werkelijkheid lager of hoger zouden uitvallen – hier sprake is van zeer hoge humanitaire en financiële kosten, zowel financieel als in mensenlevens? Welke baten staan er volgens de regering in het algemeen tegenover deze kosten van de oorlog als geheel? Bent u ervan overtuigd dat – de periode van 20 jaar oorlog als geheel overziend – de baten groter zijn dan de kosten, en zo, ja waar is die overtuiging op gebaseerd? Wat heeft de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Afghanistan de afgelopen 20 jaar in totaal gekost (in euro’s)? De leden van de SP-fractie ontvangen graag een overzicht van de totale financiële kosten, waar mogelijk uitgesplitst naar verschillende begrotingsposten. Wat beschouwt u als het belangrijkste resultaat dat de coalitie in het algemeen en in Nederland in het bijzonder in 20 jaar oorlog heeft bereikt?

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat het bijna 20 jaar heeft moeten duren voordat de VS tot een overeenkomst met de Taliban kwam? Bent u van mening dat dit eerder niet mogelijk was? Zo ja, waarom denkt u dat, en zo nee, waarom is deze kans dan niet waargenomen naar uw inschatting? Acht u het mogelijk dat eerder serieuze kansen op vrede, of althans het starten van het vredesproces, gemist zijn? Heeft de Nederlandse regering er, al dan niet achter de schermen, bij de Amerikanen of in NAVO-verband ooit op aangedrongen om tot vredesonderhandelingen met de Taliban te komen? Bent u ervan overtuigd dat de verhouding tussen kosten en baten negatiever uitgevallen zou zijn als (veel) eerder tot een troepenterugtrekking zou zijn besloten?

Volgens de regering-Biden is terugtrekking van de troepen en daarmee beëindiging van de oorlog, mogelijk omdat de doelen bereikt zijn. Bent u, zo vragen de leden van de SP-fractie, het daarmee eens, en zo ja, wanneer zijn deze doelen dan precies bereikt? Bent u van mening dat deze doelen pas nu bereikt zijn en niet eerder, zodat terugtrekking eerst nu en niet reeds eerder aan de orde kon zijn? Zo ja, kunt u dat onderbouwen? In zoverre het primaire doel was om ervoor te zorgen dat Afghanistan geen vrijplaats (meer) is voor terroristen, hoe was dit doel volgens de regering gerelateerd aan de bestrijding van de Taliban? Kunt u uitleggen hoe dit doel dan bereikt is terwijl de Taliban de afgelopen jaren juist aan terrein en kracht gewonnen heeft? Beschouwt u het terrorisme in Afghanistan zoals zich dat na de aanslagen van 11 september de afgelopen twee decennia heeft gemanifesteerd als primair nationaal of internationaal, en kunt u dit toelichten? Erkent u dat de Afghaanse Taliban in zijn activiteiten nooit gericht was op het plegen van aanslagen buiten de landsgrenzen?

Ten slotte vragen de leden van de SP-fractie u te schetsen hoe u van plan bent met niet-militaire middelen bij te dragen aan het verbeteren van de humanitaire situatie in Afghanistan, nadat de buitenlandse, waaronder de Nederlandse, troepen na 20 jaar oorlog het land verlaten zullen hebben.

De leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Een afschrift van deze brief zal worden verstuurd naar de Minister van Defensie.

Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, E.B. van Apeldoorn

BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juli 2021

Hierbij bieden wij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO). Deze vragen werden ingezonden op 9 juni 2021 met kenmerk 169164.01U

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A.M. Kaag

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie

De groep extra ingezette militairen zou volgens de brief uiterlijk 30 april 2021 hun werkzaamheden aanvangen. Hoe is de inzet van deze extra militairen tot nu toe verlopen? En wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen op het aangekondigde vertrek van militairen vóór 11 september 2021?

Antwoord

De inzet van die militairen die voor aanvullende force protection zorgden, is naar tevredenheid van de commandant TAAC-N (Train, Advise & Assist Command North) verlopen. De militairen zijn vanwege het einde van de missie inmiddels teruggekeerd naar Nederland; dit geldt ook voor de overige Nederlandse militairen. Het parlement is op 12 mei en 17 juni jl. geïnformeerd over de laatste stand van zaken met betrekking tot de terugtrekking uit Afghanistan (Kamerstukken 27 925, nr. 781 en 2021D23849)

De leden van de GroenLinks-fractie zijn zeer bezorgd over de ontwikkelingen in Afghanistan. Sinds het akkoord tussen de Verenigde Staten en de Taliban in februari 2020 is er een explosieve stijging van geweld te zien. Er zijn bomaanslagen en militaire acties, niet alleen tegen het Afghaanse leger, de politie en veiligheidstroepen, maar ook vooral tegen onschuldige burgers. Er is sprake van zowel ongerichte terreuracties als gerichte aanslagen. Een schrijnend voorbeeld is de aanslag op de Sayed Al-Shuhada meisjesschool in Kabul op 8 mei 2021, waarbij 85 mensen – voornamelijk scholieren – omkwamen. Ook zijn er regelmatig gerichte aanslagen op universiteiten, advocaten, journalisten, en andere groepen die in de negatieve belangstelling van de Taliban staan. Bent u het met deze leden eens dat de veiligheidssituatie in Afghanistan zeer zorgwekkend is en met de dag verslechtert? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom bent u van mening dat het juist nu een geschikt moment is om uit Afghanistan te vertrekken?

Antwoord

Zoals op 18 juni jl. aan de Tweede Kamer gemeld, is de situatie in Afghanistan op dit moment onvoorspelbaar en ontwikkelt deze zich momenteel niet in positieve zin. Een verdere verslechtering van de veiligheidssituatie, na het beëindigen van de internationale militaire presentie, is waarschijnlijk (Kamerstuk 2021D24349).

Het NAVO-besluit tot terugtrekking was een rechtstreeks gevolg van het Amerikaanse besluit tot terugtrekking, indachtig het «in together, adjust together, out together» principe. Het Amerikaanse besluit was het resultaat van de herbeoordeling van het VS-Taliban-akkoord door de VS, na het aantreden van president Biden. De VS heeft daaruit geconcludeerd dat het niet mogelijk was tot aanvullende afspraken met de Taliban te komen. Het unilateraal stellen van aanvullende voorwaarden voor terugtrekking zou volgens de VS een terugkeer naar oorlog met de Taliban betekenen en voortzetting van de militaire aanwezigheid voor onbepaalde tijd. Dit scenario achtte president Biden onwenselijk. Het primaire doel van de VS was het voorkomen dat Afghanistan weer een uitvalsbasis zou zijn voor internationaal terrorisme. Dat doel is bereikt. Het is nu aan de Afghanen zelf om hun eigen toekomst verder vorm te geven.

Liggen er adviezen van de (militaire) adviseurs van Nederland, dan wel van de NAVO, die een onvoorwaardelijke terugtrekking voor 11 september aanstaande, zoals aangekondigd door de VS, afraden? Zo ja, kunt u die adviezen met de Eerste Kamer delen?

Antwoord

Na de ondertekening van het akkoord tussen de VS en de Taliban in februari 2020 werd door de NAVO en door Nederland met verschillende scenario’s rekening gehouden, waaronder een algehele terugtrekking. Gezien de onderlinge afhankelijkheid en het in together, adjust together, out together-beginsel was het in geen van die scenario’s een reële optie om bij een algehele terugtrekking van Amerikaanse troepen, de Nederlandse militaire aanwezigheid eenzijdig voort te zetten.

Nederland heeft in NAVO-verband herhaaldelijk het belang benadrukt om bij het besluit tot terugtrekking rekening te houden met de stand van het vredesproces. De VS heeft hier gehoor aan gegeven door in het voorjaar een poging te wagen het vredesproces te katalyseren. Helaas bleek het volgens de VS niet mogelijk om tot aanvullende afspraken met de Taliban te komen.

Militaire NAVO-adviezen zijn gerubriceerd en worden om die reden niet vrijgegeven.

Welke strategie heeft Nederland (zelfstandig of in NAVO- of EU-verband) voor de komende maanden ontwikkeld om parallel aan terugtrekking de veiligheid van specifieke mensen en groepen te waarborgen, die bijzonder veel gevaar lopen door de toename van de macht van de Taliban, bijvoorbeeld minderheden zoals Hazara, vrouwen en meisjes die zichtbaar deelnemen aan maatschappelijk leven (in onderwijs, werk, entertainment, etc.) en beroepsgroepen zoals journalisten en advocaten?

Antwoord

Zoals op 18 juni jl. gemeld aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 2021D24349) ziet het kabinet de rechten van vrouwen, minderheden (zoals de Hazara-gemeenschap), mensenrechtenverdedigers, journalisten en het maatschappelijk middenveld als punt van zorg. Het kabinet vraagt hier zowel in internationale verklaringen als in bilaterale en multilaterale gesprekken met de Afghaanse overheid aandacht voor. Ook in VN-verband staat de veiligheid van kwetsbare groepen in Afghanistan hoog op de agenda. Internationale partners die contacten onderhouden met de onderhandelingsteams in Doha brengen deze zorgen ook stelselmatig op in hun gesprekken met de vertegenwoordigers van de Taliban.

Met de Nederlandse ontwikkelingsinzet wordt samen met onder andere Cordaid, ingezet op het vergroten van de menselijke veiligheid (human security) en toegang tot rechtssystemen voor gemarginaliseerde groepen. Daarbij biedt Nederland ondersteuning ter bevordering van inclusieve politieke besluitvormings- en vredesprocessen, door het versterken van het maatschappelijk middenveld. Met de ondersteuning van vrouwennetwerken door Cordaid wordt ingezet op tegengaan van geweld tegen vrouwen, versterken van hun politieke participatie en aandacht voor gender in de veiligheidssector. Voor het voortzetten van gehele Nederlandse inzet geldt dat voortdurend zal moeten worden afgewogen of deze duurzaam kan worden vormgegeven, verantwoord kan worden uitgevoerd, politiek wenselijk is en in samenwerking met internationale partners tot stand kan blijven komen, zodat resultaten voor Afghanistan gezamenlijk kunnen worden geboekt.

De leden van de GroenLinks-fractie zien Afghaanse tolken en medewerkers die de Nederlandse militairen hebben ondersteund ook als een groep die specifiek gevaar loopt. Bent u op de hoogte van de dreiging vanuit de Taliban richting Afghaanse tolken en medewerkers die buitenlandse militairen hebben ondersteund?

Antwoord

Ja. De Taliban hebben dreigementen geuit in de richting van personen die hebben gewerkt voor of met Amerikaanse of andere NAVO-troepen.

Wat is de meest recente stand van zaken met betrekking tot het overbrengen naar Nederland van de Afghaanse tolken en andere mensen die voor de Nederlandse troepen hebben gewerkt en hun gezinnen?

Deze leden zijn zich ervan bewust dat de Tweede Kamer hierover vertrouwelijk wordt geïnformeerd, maar zij hebben zelf geen toegang tot deze informatie. Hoeveel mensen zijn ondertussen in Nederland aangekomen, en hoeveel mensen moeten nog in Afghanistan het einde van hun procedure afwachten?

Wat is uw reactie op de oproep van de twee Nederlandse militaire vakbonden, de VBM en de AFMP, van 1 juni 2021 om de Afghaanse tolken zo snel mogelijk te evacueren? Hoe beoogt u de Eerste Kamer goed over de situatie van de Afghaanse tolken en medewerkers te informeren?

Antwoord

Het kabinet deelt de urgentie van uw Kamer en stelt alles in het werk om de tolken die voor Nederland hebben gewerkt zo snel mogelijk met hun gezinnen naar Nederland te halen, met het oog op een hier te doorlopen asielprocedure. In de afgelopen maanden hebben de Ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid (IND) het proces steeds meer gestroomlijnd, zodat aanvragers de procedure sneller kunnen doorlopen. De resultaten hiervan zijn al zichtbaar in het groeiend aantal tolken en hun gezinnen dat naar Nederland overkomt.

Het proces van het overbrengen naar Nederland van Afghaanse tolken die voor de Nederlandse troepen hebben gewerkt is op 27 mei jl. in een vertrouwelijke technische briefing aan de Tweede Kamer nader toegelicht, waarna op 2 juni jl. een debat van de Minister van Defensie met de Vaste Kamercommissie Defensie plaatsvond. Daarna is op 2 en 11 juni jl. additionele informatie aan de Tweede Kamer gestuurd over versnellingen die in de procedure doorgevoerd zijn (Kamerstukken 2021D21304 en 2021D21912). Beide Kamerbrieven zijn in afschrift aan de Voorzitter van de Eerste Kamer verzonden. De personele capaciteit die zich bezighoudt met het overbrengen van tolken is verhoogd door het toevoegen van een veteraan aan het team van Defensie. Daarnaast hoeven de aanvragers geen gelegaliseerde documenten meer te overhandigen aan de ambassade: het verkrijgen van die legalisaties kostte de aanvragers veel tijd. Tevens zal een externe organisatie de controle van identiteitsdocumenten in de provincies Kandahar en Balkh overnemen. Hierdoor hoeven tolken die in die provincies wonen niet meer naar Kaboel te reizen om hun identiteitsdocumenten te laten controleren. De genomen maatregelen hebben reeds effect: als een aanvrager een complete aanvraag indient, kan deze binnen 2 tot 4 weken goedgekeurd worden door Hoofd-IND.

Naast deze in de Kamerbrief omschreven maatregelen wordt een extra consulaire medewerker toegevoegd aan de ambassade van Kaboel om de visumverstrekking aan de tolken te versnellen. Ook wordt er constant gekeken waar het proces vastloopt en hoe dit kan worden opgelost. Zo zijn er recent meerdere zaken waarbij het de aanvrager niet lukt om familie documenten juridisch rond te krijgen. De ambassade onderzoekt daarom nu de mogelijkheid om een familieadvocaat in te huren die deze aanvragers kan helpen.

De urgentie van een snelle behandeling van de aanvragen wordt breed gevoeld. Tegelijkertijd blijft zorgvuldigheid bij de behandeling van belang om vast te stellen dat de personen die naar Nederland komen ook daadwerkelijk de personen zijn die aan de vereisten voldoen, zeker nu er in toenemende mate aanvragen worden ingediend waar twijfel over de echtheid van de bewijsvoering bestaat. Dit kost een extra inspanning van de behandelaars. Daarnaast zijn er aanvragers die niet reageren op correspondentie of nog niet beschikken over een paspoort om het landen te mogen verlaten. Ook zijn er tolken die geen aanvraag hebben ingediend om naar Nederland te mogen komen.

Op 7 juli 2021 hebben in totaal 115 aanvragers goedkeuring gekregen om naar Nederland te komen. Daarvan zijn 90 aanvragers met hun gezinnen in Nederland aangekomen. Nog eens 4 aanvragers waren op 7 juli onderweg naar Nederland. Het totaal aantal mensen dat in Nederland is aangekomen (tolken en gezinnen) bedroeg ca. 400.

Er zijn 113 aanvragen afgewezen. Dat betekent dat na onderzoek is gebleken dat aanvragers niet als tolk voor Nederland hebben gewerkt in het kader van de internationale militaire missie in Afghanistan. In toenemende mate dienen personen een aanvraag in waarin de bewijsvoering vervalst is of waarin blijkt dat verklaringen niet op waarheid berusten. Dit vereist zorgvuldig onderzoek. Een afwijzing is niet definitief: als aanvragers met aanvullend bewijs komen, wordt opnieuw onderzocht of iemand voor Nederland heeft gewerkt in het kader van een internationale militaire missie.

Op 7 juli jl. bevonden zich nog 84 aanvragers actief in de procedure. Dit cijfer zegt echter weinig: zo komen er bijvoorbeeld veel nieuwe aanvragen binnen (tussen 2 juni en 7 juli 58 nieuwe aanvragen). Ook komt het voor dat aanvragers niet reageren op communicatie van de ambassade en de procedure hierdoor niet afgerond kan worden.

Gaat het enkel om personen die als tolk voor de Nederlandse troepen hebben gewerkt, of ook om personen die de Nederlandse troepen op andere manieren hebben ondersteund? In dat laatste geval: hoeveel van de mensen die al in Nederland zijn aangekomen waren werkzaam als tolk, en hoeveel in een andere functie? En van degenen die nog in Afghanistan zijn?

Antwoord

Ook voormalig medewerkers die in een functie met een hoog risicoprofiel hebben gewerkt komen in aanmerking voor de procedure. Dit betrof tot dusver 1 persoon. Veruit de meeste personen die naar Nederland zijn overgebracht om hier de asielprocedure te doorlopen zijn Afghaanse tolken en hun gezinsleden.

Is er, al dan niet in NAVO-verband, een moment van heroverweging van het besluit van onvoorwaardelijke terugtrekking gepland? Zo nee, hoe verhoudt zich dit naar uw mening tot het feit dat de komende zomermaanden altijd een periode met een hogere prevalentie van aanslagen door de Taliban zijn? Zo ja, wat zou voor u een reden zijn om heroverweging aan de orde te stellen?

Antwoord

Nee, er is geen moment van heroverweging van het besluit tot terugtrekking gepland. Het NAVO-besluit tot terugtrekking is een gevolg van het Amerikaanse besluit tot terugtrekking en houdt geen rechtstreeks verband met de prevalentie van aanslagen door de Taliban. Alle Nederlandse militairen zijn inmiddels teruggekeerd en heroverweging van het terugtrekkingsbesluit is niet aan de orde. Nederland blijft zowel bilateraal als in NAVO-verband blijvend betrokken bij Afghanistan. Voor de gehele Nederlandse inzet geldt dat voortdurend zal moeten worden afgewogen of deze duurzaam kan worden vormgegeven, verantwoord kan worden uitgevoerd, politiek wenselijk is en in samenwerking met internationale partners tot stand kan blijven komen, zodat resultaten voor Afghanistan gezamenlijk kunnen worden geboekt (Kamerstuk 2021D24349).

Is er enige vooruitgang in vredesonderhandelingen tussen Taliban en de Afghaanse overheid? Nieuwszender Voice Of America rapporteert dat de Taliban strenge eisen stelt aan de geplande vredesonderhandelingen in Turkije, waaronder het verkorten van de duur, het afhouden van beslissingen op belangrijke onderwerpen, en het enkel sturen van lager geplaatste leden voor de Taliban-delegatie. Kunt u in dit kader een vooruitblik geven van de vredesgesprekken, en een inschatting van de mogelijke uitkomsten? Bent u met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat, als dit bericht klopt en de Taliban deze condities hebben gesteld, eventuele gesprekken in Istanbul flink beperkt zullen worden in hun effectiviteit, en hoogstwaarschijnlijk geen substantiële uitkomsten zullen kunnen leveren? Op welke manier is Nederland, de EU en/of NAVO betrokken in pogingen de partijen bij elkaar te brengen? Of wordt dit voornamelijk aan de Verenigde Staten overgelaten?

Antwoord

De vredesonderhandelingen blijven de beste kans bieden op een stabiel, veilig en vreedzaam Afghanistan, maar maken nog weinig voortgang. Het is op dit moment niet te zeggen tot welke uitkomst deze onderhandelingen zullen leiden. Het kabinet heeft vernomen dat de onderhandelingsteams weer in Doha aanwezig zijn, en dat er weer overlegd wordt tussen de beide partijen.

Het kabinet deelt de visie van GroenLinks dat de eisen uit het genoemde bericht niet bijdragen aan resultaten in het vredesproces, maar benadrukt daarbij wel dat de posities van de betrokken partijen voortdurend veranderen. Onder andere Duitsland en Noorwegen zijn aanwezig in Doha en spelen op de achtergrond een rol om de partijen bij elkaar te brengen. Nederland heeft de EU opgeroepen eveneens een actievere rol te spelen. De nieuwe EU gezant voor Afghanistan heeft de regio in korte tijd inmiddels twee keer bezocht.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben verder enkele vragen over IS en Al Qaida. Hoe is de positie van IS en Al Qaida in Afghanistan? Een recent bericht van CNN geeft aan dat de banden tussen Taliban en Al Qaida zeer sterk zijn, ondanks de belofte van de Taliban in het akkoord met de VS om deze banden te verbreken. Kunt u hierop reflecteren? Wat betekent dit voor de vredesonderhandelingen met de Taliban, en voor de geplande terugtrekking? Deelt u de vrees van de leden dat Afghanistan weer een staat wordt waarin Al Qaida en andere terroristische organisaties vrij baan hebben c.q. krijgen? Zo nee, waarom niet? Wordt deze vrees binnen de NAVO gedeeld? Wat is de analyse van de NAVO met betrekking tot wat de terugtrekking van troepen kan betekenen voor de ontwikkeling van Islamitische terreurorganisaties? Kunt u de analyse met de Eerste Kamer delen?

Antwoord

Ondanks het akkoord tussen de VS en de Taliban bestaan er volgens verschillende bronnen nog altijd banden tussen de Taliban en Al Qa’ida in Afghanistan. Het is onwaarschijnlijk dat deze banden op de korte termijn geheel worden verbroken. De banden zijn er al lange tijd en lopen deels via stamverbanden en familierelaties.

De kans is reëel dat de Afghaanse overheid de komende jaren aan invloed zal verliezen. Dit kan Al Qa’ida en andere terroristische organisaties meer ruimte bieden om in en vanuit Afghanistan te opereren. Het is onwaarschijnlijk dat dergelijke organisaties in de nabije toekomst in Afghanistan vrij baan zullen hebben, zoals dat voor 2002 het geval was. Het voorkomen dat Afghanistan opnieuw een vrijhaven wordt voor internationaal terrorisme blijft een van prioriteiten van de toekomstige Nederlandse inzet (Kamerstuk 2021D24349). Ook voor NAVO-bondgenoten, waaronder de VS, blijft dit een belangrijke prioriteit. NAVO-analyses over deze onderwerpen zijn gerubriceerd en worden daarom niet gedeeld.

Zoals aan uw Tweede Kamer gemeld, heeft Islamic State in Khorasan Province (ISKP) de afgelopen maand meerdere aanslagen uitgevoerd, na een paar maanden van relatief weinig activiteit. De aanslagen waren net als voorheen vooral gericht op sjiitische doelwitten en overheidsfunctionarissen (Kamerstuk 27 925, nr. 782).

Voorts hebben de leden van de GroenLinks-fractie enkele vragen over de betrokkenheid van buurlanden, met name Pakistan, India en Iran. Is de NAVO direct in gesprek met deze landen? Bestaat er een kans van directe interventie door een van de buurlanden bij terugtrekking van westerse troepen? Zo nee, hoe schat de NAVO dan in dat deze buurlanden zullen reageren in het geval van een toenemende macht van Taliban/Al Qaida in Afghanistan?

Antwoord

Via de Hoge Civiele Vertegenwoordiger van de NAVO in Afghanistan, Stefano Pontocorvo, wordt waar mogelijk en relevant contact onderhouden met vertegenwoordigers van buurlanden. Er is geen indicatie dat buurlanden een directe interventie overwegen na afloop van de terugtrekking van NAVO-troepen. Een stabiel Afghanistan is in het belang van al zijn buurlanden en het is dan ook aannemelijk dat zij zich hiervoor zullen inzetten.

De leden van de GroenLinks-fractie hebben de indruk dat de verslechterde veiligheidssituatie heeft geresulteerd in een toename van vluchtelingen uit Afghanistan. Heeft u hier zicht op? Het lijkt deze leden onvermijdelijk dat er bij meer geweld nog meer Afghanen het land zullen verlaten, en pushbacks – waar recent veel nieuwsberichten over verschijnen – kunnen hierop niet het antwoord zijn. Europese landen hebben een verantwoordelijkheid bij de opvang van vluchtelingen. Bent u het met de leden van de GroenLinks-fractie eens dat er rekening moet worden gehouden met de situatie die ontstaat vanwege de terugtrekking? En bent u het met deze leden eens dat, met het oog op deze situatie en het vooruitzicht van een mogelijke toename van vluchtelingen uit Afghanistan, nieuw beleid nodig is dat hier specifiek op gericht is? Is de regering bezig met het ontwikkelen van zulk beleid? En worden hier op Europees niveau stappen in gezet?

Antwoord

De keuze die mensen maken om hun land te verlaten is afhankelijk van een veelvoud van individuele omstandigheden. Een verslechtering van de veiligheidssituatie in Afghanistan zou daaraan kunnen bijdragen. Omdat het aantal asielaanvragen in algemene zin, maar ook specifiek in het geval van Afghanen, aan fluctuatie onderhevig is, is een oorzakelijk verband niet direct te leggen. Dat doet niet af aan het feit dat het belangrijk is om rekening te houden met meerdere scenario’s. Daartoe worden, ook in Europees verband, de migratiestromen en asielaanvragen nauw gemonitord. In 2021 zijn er tot 20 juni 180.537 Afghanen binnenlands ontheemd geraakt vanwege conflict, een stijging in vergelijking met 86.420 in dezelfde periode vorig jaar. Ook is het aantal Afghaanse asielaanvragen in de EU sinds begin 2021 met vijftien procent toegenomen ten opzichte van dezelfde periode in 2020.

Verder is bekend dat de meeste Afghaanse vluchtelingen bescherming zoeken in de regio. Daartoe ondersteunt de EU de regionale dialoog tussen Afghanistan, Pakistan en Iran voor duurzame oplossingen voor vluchtelingen in de regio en intern ontheemden in Afghanistan, via de kerngroep van the Support Platform for the Solutions Strategy for Afghan Refugees (SSAR). Nederland is daar via de EU op aangesloten. Ook financiert Nederland programma’s van de VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) die teruggekeerde Afghaanse migranten uit Iran en Pakistan, en binnenlands ontheemden in Afghanistan, ondersteunen met re-integratie en bescherming. Voor deze bestaande inspanningen is geen nieuw beleid nodig, deze zijn onderdeel van de integrale migratieagenda.

In het najaar zal een nieuw ambtsbericht voor Afghanistan worden gepubliceerd. Op basis daarvan zal het asielbeleid opnieuw worden beoordeeld, afgezet tegen de actuele veiligheidssituatie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

Ten eerste hebben de voornoemde leden enkele vragen over de gevolgde procedure op basis van artikel 100 van de Grondwet. Bent u van mening dat de regering in het onderhavige geval volledig voldaan heeft aan haar grondwettelijke plicht tegenover het parlement (ten overvloede: Eerste en Tweede Kamer) ingevolge artikel 100, en zo ja, kunt u dit onderbouwen? Tijdens het debat van de Commissies voor Buitenlandse Zaken en voor Defensie van de Tweede Kamer van 22 april jongsleden stelde de voorzitter, dhr. Sjoerdsma, dat «Artikel 100 de jure geen instemmingsrecht [geeft], maar de facto wel.» Bent u het eens met dhr. Sjoerdsma dat er op basis van artikel 100 en de ontstane praktijk van de afgelopen jaren sprake is van een de facto instemmingsrecht van het parlement? Zo ja, hoe wordt aan dat instemmingsrecht van het parlement volgens u invulling gegeven? Zo nee, waar strookt de interpretatie van het Tweede Kamerlid Sjoerdsma dan precies niet met die van u?

Antwoord

Het kabinet hecht zeer aan de procedure ten aanzien van het vooraf informeren van de Kamer over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde op grond van artikel 100 van de Grondwet. Zoals gesteld in artikel 100 en het bijbehorende toetsingskader, heeft het kabinet een informatieplicht voorafgaand aan de inzet.

Wanneer de regering het parlement informeert over een besluit tot inzet, volgt hierover een debat. Uit deze gedachtewisseling blijkt in hoeverre er in de Kamer steun bestaat voor het besluit. Het uitgangspunt van het kabinet is dat de inzet pas aanvangt nadat hierover een debat met de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden. Indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van informatie verhinderen, bestaat echterop grond van artikel 100 lid 2 de mogelijkheid om hiervan af te wijken. In het geval van noodsituaties waarbij op zeer korte termijn tot de daadwerkelijke inzet moet worden overgegaan, bijvoorbeeld als de veiligheid van Nederlandse militairen in het geding is, wordt de informatie zo spoedig mogelijk verstrekt.

Het kabinet heeft de Tweede Kamer over de verschillende tussenstappen van de inzet van de tachtig militairen geïnformeerd. Zo is de Tweede Kamer op 4 februari jl. geïnformeerd over de gereedstelling van een extra eenheid force protection (Kamerstuk 28 676, nr. 353). Op 13 april jl. is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de ontvangst, op diezelfde dag, van het formele verzoek van de Commandant van Train, Advise & Assist Command North (TAAC-N) om de extra militaire capaciteiten uiterlijk 30 april 2021 operationeel te hebben (Kamerstuk 27 925, nr.779). Hierop volgde op 16 april jl. conform het Toetsingskader een aanvullende artikel 100-brief waarmee het parlement werd geïnformeerd over het besluit van het kabinet om ca. tachtig militairen uit te zenden ten behoeve van force protection en daarmee te voldoen aan het verzoek van de Commandant van TAAC-North (Kamerstuk 27 925, nr. 769). Vervolgens heeft het kabinet een technische briefing voor de Tweede Kamerleden gehouden en zijn de gestelde feitelijke vragen voorafgaand aan het debat beantwoord (Kamerstuk 27 925, nr. 770). Op de avond voorafgaand aan het Commissiedebat is de Kamer geïnformeerd over het noodzakelijke vroegtijdige vertrek van de tachtig militairen (Kamerstuk 27 925, nr. 771).

Zoals gesteld in de Kamerbrief over het onvoorzien eerdere vertrek van extra militairen naar Afghanistan van 21 april jl. (Kamerstuk 2021D24349), betreurt het kabinet ten zeerste dat er geen andere mogelijkheid was dan de militairen al naar Afghanistan te laten afreizen voordat het debat over de aanvullende artikel 100-brief was afgerond. Op het laatste moment bleek namelijk dat een van de noodzakelijke overvliegvergunningen niet was verleend, waardoor de oorspronkelijk geplande vlucht niet kon doorgaan. De veiligheidssituatie vereiste dat de militaire capaciteiten uiterlijk 30 april 2021 operationeel zouden zijn. Daarom werd besloten de militairen eerder te laten vertrekken, onder het voorbehoud dat inzet pas na het debat met de Tweede Kamer zou aanvangen.

Ten aanzien van het besluit zelf vragen de leden van de SP-fractie of de regering ook alternatieven voor de uitbreiding van het aantal militairen voorafgaand aan volledige terugtrekking op enig moment overwogen heeft. Deze leden missen een afweging van verschillende beleidsopties en vinden mede daarom het besluit zwak onderbouwd. Klopt het dat de regering nooit heeft aangedrongen, noch in coalitieverband noch bij de Amerikanen, op terugtrekking vóór de eerder door de Amerikanen overeengekomen deadline van 1 mei, en zo ja, waarom niet? Heeft de regering op enig moment overwogen de Nederlandse troepen zelf eerder – voor 1 mei 2021 of in ieder geval ruim eerder dan 11 september 2021 – terug te trekken, juist ook in het licht van de eerder door de Amerikanen met de Taliban bereikte overeenkomst? Zo nee, waarom niet? Wat verwacht u nog in Afghanistan te kunnen bereiken in de maanden tot de terugtrekking in september?

Antwoord

In de aanloop naar de gereedstelling van de extra militairen verslechterde de veiligheidssituatie in Afghanistan en was het geweldsniveau van de Taliban zorgelijk hoog. In deze context moest de NAVO anticiperen op diverse scenario’s waarin de dreiging van Taliban-aanvallen op coalitietroepen toenam. Een van deze scenario’s was dat de veiligheidssituatie zodanig zou verslechteren dat de aanwezige force protection de veiligheid van de eigen troepen en de NAVO-bondgenoten in TAAC-N niet meer kon garanderen. Met het oog hierop stelde Nederland op verzoek van Duitsland, militaire capaciteit gereed voor een gezamenlijke inspanning op het gebied van force protection in TAAC-N.

Het NAVO-besluit tot terugtrekking was een rechtstreeks gevolg van het Amerikaanse besluit tot terugtrekking, indachtig het in together, adjust together, out together principe. In hun akkoord van februari 2020 kwamen de Taliban en de VS een voorwaardelijke volledige troepenterugtrekking uit Afghanistan per 1 mei 2021 overeen. Een werkelijke terugtrekking per die datum stond echter nog niet vast, aangezien de VS daarover nog geen besluit had genomen. Het NAVO-besluit voor het beëindigen van Resolute Support werd genomen toen de VS als gevolg van een herbeoordeling van het VS-Taliban-akkoord concreet besloot zijn militairen terug te trekken.

Het is de insteek van de NAVO-partners om de terugtrekking niet langer te laten duren dan nodig is. In de loop van 2020 is de NAVO begonnen met het uitvoeren van een optimalisatie. Hierbij is het personeel en het materieel dat niet essentieel was voor de hoofdtaak van de missie vanuit Afghanistan teruggehaald. Onder meer door deze optimalisatieslag kon de terugtrekking snel verlopen.

Tevens vragen de leden van de SP-fractie of volgens u het besluit om de NAVO-missie Resolute Support te beëindigen onomkeerbaar is, alsook in het algemeen het besluit alle buitenlandse troepen terug te trekken. Is er een scenario denkbaar waarin dit besluit heroverwogen zou worden en buitenlandse troepen, waaronder Nederlandse, nog langer in Afghanistan zouden blijven, en zo ja, hoe zou dit scenario er dan uit kunnen zien? Wordt er met een dergelijk scenario rekening gehouden door de regering? Sluit u uit, zo vragen voornoemde leden, dat Nederland nog op enige andere wijze militair betrokken zal zijn bij de zogeheten bestrijding van internationaal terrorisme in Afghanistan na 11 september 2021 en na beëindiging van de huidige missie, bijvoorbeeld als de Amerikanen daarom zouden vragen?

Antwoord

Er is geen sprake van heroverweging van het besluit tot terugtrekking van de Nederlandse en overige buitenlandse militairen. Aangezien de terugtrekking van de Nederlandse militairen inmiddels is voltooid, wordt met dat scenario ook geen rekening gehouden.

Zoals op 18 juni jl. aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstuk 2021D24349), blijft de Nederlandse veiligheidsinzet in Afghanistan ook na het einde van de Resolute Support (RS) missie van de NAVO gericht op het steunen van de Afghaanse strijdkrachten en politie, onder andere met financiële bijdragen. Ook wordt de mogelijkheid om buiten Afghanistan training aan Afghaanse militairen te geven momenteel door de NAVO onderzocht. Mochten uit oriënterende gesprekken concrete voorstellen volgen met betrekking tot eventuele Nederlandse inzet, dan wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd.

Er is op dit moment geen sprake van een formeel verzoek van de VS of een andere bondgenoot. Indien in de toekomst een verzoek aan Nederland wordt gericht, dan zal dit worden beoordeeld en wordt het parlement hierover volgens de gebruikelijke procedure geïnformeerd.

Volgens onderzoekers van het Cost of War Project heeft de oorlog in Afghanistan over de afgelopen 20 jaar Amerika naar schatting tussen de 171 en 174 duizend mensenlevens gekost en in totaal 2,26 biljoen Amerikaanse dollar. Ziet u dit als betrouwbare schattingen (met name met betrekking tot het aantal dodelijke slachtoffers)? Zo nee, beschikt u over betere cijfers en kunt u die dan delen? Erkent u dat – ongeacht of deze cijfers in werkelijkheid lager of hoger zouden uitvallen – hier sprake is van zeer hoge humanitaire en financiële kosten, zowel financieel als in mensenlevens? Welke baten staan er volgens de regering in het algemeen tegenover deze kosten van de oorlog als geheel? Bent u ervan overtuigd dat – de periode van 20 jaar oorlog als geheel overziend – de baten groter zijn dan de kosten, en zo, ja waar is die overtuiging op gebaseerd? Wat heeft de Nederlandse militaire betrokkenheid bij Afghanistan de afgelopen 20 jaar in totaal gekost (in euro’s)? De leden van de SP-fractie ontvangen graag een overzicht van de totale financiële kosten, waar mogelijk uitgesplitst naar verschillende begrotingsposten. Wat beschouwt u als het belangrijkste resultaat dat de coalitie in het algemeen en in Nederland in het bijzonder in 20 jaar oorlog heeft bereikt?

Antwoord

Er zijn gedurende het conflict in Afghanistan veel slachtoffers te betreuren. De VN-missie UNAMA houdt sinds 2007 een registratie bij van het aantal burgerslachtoffers. In totaal vielen er volgens de VN sinds 2007 42.773 burgerslachtoffers als gevolg van conflict in Afghanistan. Nederland heeft geen eigenstandig beeld van het totaal aantal burgerslachtoffers dat het gevolg is van het conflict in Afghanistan.

Het primaire doel van de inzet was het voorkomen dat Afghanistan weer een vrijhaven zou worden voor terroristen. Dat doel is bereikt. Het doel van de VN-gemandateerde NAVO-missie «International Security Assistance Force» (ISAF, 2001–2014) was om de Afghaanse autoriteiten in staat te stellen het Afghaanse leger en politie op te bouwen. Eind 2014 werd de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het land door ISAF overgedragen aan de Afghan Security and Defense Forces (ANDSF). Begin 2015 ontplooide de NAVO op verzoek van de Afghaanse autoriteiten de training en adviseringsmissie Resolute Support, om de verdere verzelfstandiging van de ANDSF te ondersteunen. In de eindevaluatie die conform de verplichting uit het Toetsingskader na beëindiging van de missie wordt uitgevoerd, zullen de Nederlandse bijdrage aan RS en de effecten daarvan worden beoordeeld. Tevens heeft het kabinet op 22 april tijdens het Commissiedebat over de aanvullende artikel 100-brief aan de Tweede Kamer toegezegd om na het einde van de Resolute Support-missie met een voorstel te komen voor een breder evaluatieonderzoek naar twintig jaar Nederlandse inzet in Afghanistan (Kamerstuk 27 925, nr. 780).

Als onderdeel van de geïntegreerde benadering heeft Nederland ook een ontwikkelingsinzet ontplooid. Hiermee zijn belangrijke resultaten geboekt. Zo steeg het aantal schoolgaande kinderen van 1 naar ruim 9 miljoen sinds 2006, 40% hiervan zijn meisjes. De gemiddelde Afghaanse levensverwachting is de afgelopen jaren gestegen van 44 naar 60 jaar en de kindersterfte tot 5 jaar is in de afgelopen 16 jaar met 60% teruggedrongen. De Afghaanse economie is gegroeid, overheidsinkomsten namen toe en het gemiddelde Afghaanse inkomen steeg zelfs met 75% tussen 2002–2018. Met Nederlandse financiering werd in de periode 2016 tot 2020 ongeveer 6,7 miljoen vierkante meter land vrijgemaakt van mijnen en andere explosieve oorlogsresten. Hierdoor kan grond weer gebruikt worden voor landbouw en kunnen kinderen veilig naar school. Afghanistan heeft een democratisch verkozen regering en 27% van het parlement bestaat uit vrouwen. Ook is er mediavrijheid in grote delen van Afghanistan en bestaat er een actief maatschappelijk middenveld. Dat zijn resultaten die tien, twintig jaar geleden ondenkbaar waren. Met deze resultaten kan er een nieuwe generatie Afghanen opgroeien in een opener en vrijer Afghanistan.

Deze resultaten zijn echter niet onomkeerbaar en de Afghaanse noden blijven hoog. De situatie in Afghanistan is onvoorspelbaar en er zijn op dit moment veel onzekerheden over de ontwikkelingen in het land, zoals binnenlandspolitiek, het verloop van het vredesproces, de veiligheidssituatie, en de aanwezigheid van relevante partners.

Jaarlijks zijn de kosten van de strijd in Afghanistan door Defensie in het jaarverslag opgenomen. In de Defensie-jaarverslagen van 2002 tot en met 2020 is een totaalbedrag opgenomen van ongeveer 2,1 miljard euro aan kosten die voor de verschillende missies in Afghanistan zijn gemaakt. Sinds 2002 heeft Nederland, via de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met een bijdrage van ca. 1,3 miljard euro bijgedragen aan de ontwikkeling en veiligheid van Afghanistan. Een algehele uitsplitsing naar verschillende begrotingsposten is daarbij niet te maken.

Hoe kijkt u aan tegen het feit dat het bijna 20 jaar heeft moeten duren voordat de VS tot een overeenkomst met de Taliban kwam? Bent u van mening dat dit eerder niet mogelijk was? Zo ja, waarom denkt u dat, en zo nee, waarom is deze kans dan niet waargenomen naar uw inschatting? Acht u het mogelijk dat eerder serieuze kansen op vrede, of althans het starten van het vredesproces, gemist zijn? Heeft de Nederlandse regering er, al dan niet achter de schermen, bij de Amerikanen of in NAVO-verband ooit op aangedrongen om tot vredesonderhandelingen met de Taliban te komen? Bent u ervan overtuigd dat de verhouding tussen kosten en baten negatiever uitgevallen zou zijn als (veel) eerder tot een troepenterugtrekking zou zijn besloten?

Antwoord

De overeenkomst tussen de VS en de Taliban was het gevolg van een onderhandelingstraject tussen beide partijen, dat uiteindelijk ook heeft geleid tot de start van intra-Afghaanse vredesbesprekingen. Voorafgaand aan het VS-Taliban akkoord was de Taliban niet bereid tot directe onderhandelingen met de Afghaanse regering. Het kabinet is van mening dat niet valt te zeggen of een dergelijk akkoord eerder afgesloten had kunnen worden, of hoe de geschiedenis en hieruit volgende kosten of baten waren verlopen als de VS en de Taliban eerder een akkoord zouden hebben gesloten.

Volgens de regering-Biden is terugtrekking van de troepen en daarmee beëindiging van de oorlog, mogelijk omdat de doelen bereikt zijn. Bent u, zo vragen de leden van de SP-fractie, het daarmee eens, en zo ja, wanneer zijn deze doelen dan precies bereikt? Bent u van mening dat deze doelen pas nu bereikt zijn en niet eerder, zodat terugtrekking eerst nu en niet reeds eerder aan de orde kon zijn? Zo ja, kunt u dat onderbouwen? In zoverre het primaire doel was om ervoor te zorgen dat Afghanistan geen vrijplaats (meer) is voor terroristen, hoe was dit doel volgens de regering gerelateerd aan de bestrijding van de Taliban? Kunt u uitleggen hoe dit doel dan bereikt is terwijl de Taliban de afgelopen jaren juist aan terrein en kracht gewonnen heeft?

Antwoord

Het primaire doel van de inzet was het voorkomen dat Afghanistan weer een vrijhaven zou worden voor terroristen. Dat doel is bereikt. De aanslagen op het World Trade Center en Pentagon op 11 september 2001 waren vanuit Afghanistan voorbereid, maar ook vóór 9/11 werden vanuit het land terroristische aanslagen beraamd zoals die op de VS-ambassades in Kenia en Tanzania en op de USS Cole. Dat is sinds 2002 niet langer het geval geweest.

Een van de manieren om vooruitgang te boeken ten aanzien van het primaire doel was door bij te dragen aan de opbouw van een stabiel Afghanistan. Er zijn gedurende bijna twintig jaar militaire inzet daarom ook andere doelen geformuleerd. Het doel van de VN gemandateerde NAVO-missie «International Security Assistance Force» (ISAF, 2001–2014) was om de Afghaanse autoriteiten in staat te stellen Afghaanse leger en politie op te bouwen en uiteindelijk voor de veiligheid in het land te zorgen, zodat Afghanistan niet opnieuw een vrijhaven voor terroristen zou worden. Eind 2014 werd de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het land door ISAF overgedragen aan de Afghan Security and Defense Forces (ANDSF).

Begin 2015 ontplooide de NAVO op verzoek van de Afghaanse autoriteiten de training en adviseringsmissie Resolute Support om de verdere verzelfstandiging van de ANDSF te ondersteunen. Deze missie had geen offensieve gevechtstaken en was niet gericht op bestrijding van de Taliban. De effecten van de Nederlandse bijdrage aan RS zullen worden beoordeeld in de eindevaluatie die conform de verplichting uit het Toetsingskader na beëindiging van de missie wordt uitgevoerd. Wel kan op basis van voortgangsrapportages die uw Kamer de afgelopen jaren zijn toegekomen (Kamerstuk 27 925, nr. 407, nr 383) in algemene zin worden gesteld dat de ANDSF mede dankzij de steun van RS belangrijke stappen hebben gezet, bijvoorbeeld middels vorming van speciale politie-eenheden zoals het door Nederland en Duitsland getrainde Afghan Territorial Force 888 (ATF-888). Desondanks blijft de veiligheidssituatie in het land zorgelijk.

Beschouwt u het terrorisme in Afghanistan zoals zich dat na de aanslagen van 11 september de afgelopen twee decennia heeft gemanifesteerd als primair nationaal of internationaal, en kunt u dit toelichten? Erkent u dat de Afghaanse Taliban in zijn activiteiten nooit gericht was op het plegen van aanslagen buiten de landsgrenzen?

Antwoord

De aanslagen op het World Trade Center en Pentagon op 11 september 2001 waren vanuit Afghanistan voorbereid, maar ook vóór 9/11 werden vanuit het land terroristische aanslagen beraamd zoals die op de VS-ambassades in Kenia en Tanzania en op de USS Cole. Dat is sinds 2002 niet langer het geval geweest. Hoewel de activiteiten van de Taliban ten tijde van 9/11 niet direct gericht waren op het plegen van aanslagen buiten Afghanistan, bood het regime destijds onderdak en vrij spel aan organisaties die dat doel wel nastreefden.

De terroristische activiteiten die op dit moment in Afghanistan worden waargenomen zijn primair gericht op interne doelwitten, zoals bijvoorbeeld recente aanslagen van ISKP tegen de Hazara-gemeenschap.

Ten slotte vragen de leden van de SP-fractie u te schetsen hoe u van plan bent met niet-militaire middelen bij te dragen aan het verbeteren van de humanitaire situatie in Afghanistan, nadat de buitenlandse, waaronder de Nederlandse, troepen na 20 jaar oorlog het land verlaten zullen hebben.

Antwoord

Tijdens de donorconferentie over Afghanistan in november 2019 heeft Minister Kaag een maximum ontwikkelingsbijdrage van 200 miljoen euro toegezegd, voor de periode 2021–2024. Deze toezegging betrof een reservering en de Nederlandse ontwikkelingshulp is destijds al verbonden aan de voortgang op hervormingen, bestendiging van verworvenheden van de afgelopen twintig jaar en beschikbare middelen (Kamerstuk 2021D18382).

Nu Afghanistan op een nieuw kruispunt staat, is de continuering van de OS-inzet afhankelijk van verschillende factoren. Voor de gehele Nederlandse inzet geldt dat voortdurend zal moeten worden afgewogen of deze duurzaam kan worden vormgegeven, verantwoord kan worden uitgevoerd, politiek wenselijk is en in samenwerking met internationale partners tot stand kan blijven komen, zodat resultaten voor Afghanistan gezamenlijk kunnen worden geboekt (Kamerstuk 2021D24349). De militaire terugtrekking verandert niets aan het humanitair imperatief en de noodzaak om, waar en wanneer nodig, humanitaire hulp te bieden langs de lijnen van de humanitaire principes.


X Noot
1

Samenstelling:

Faber-van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Jorritsma-Lebbink (VVD), Knapen (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), vac. (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Prast (PvdD)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2020–2021, 29 521, AL.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2020–2021, 29 521, AL.

X Noot
4

Idem, blz. 3.

X Noot
5

CNN, «Death toll rises to 85 in Afghanistan girls» school bomb attack», 10 mei 2021, https://edition.cnn.com/2021/05/09/asia/afghanistan-girls-school-attack-intl-hnk/index.html.

X Noot
6

NU.nl, «Nederlandse vakbonden vragen NAVO om Afghaanse tolken snel te evacueren» 1 juni 2021, https://www.nu.nl/buitenland/6136739/nederlandse-vakbonden-vragen-navo-om-afghaanse-tolken-snel-te-evacueren.html

X Noot
7

Tahir Khan, «VOA Exclusive: Taliban Attach Conditions to Istanbul Conference Participation», 25 mei 2021, https://www.voanews.com/south-central-asia/voa-exclusive-taliban-attach-conditions-istanbul-conference-participation.

X Noot
8

CNN «How a deadly raid shows al Qaeda retains global reach under Taliban «protection'» 28 mei 2021, https://edition.cnn.com/2021/05/28/middleeast/afghanistan-taliban-al-qaeda-ties-intl/index.html.

X Noot
9

NOS, «Griekenland lijkt infrastructuur voor pushbacks te hebben opgezet», 30 mei 2021, https://nos.nl/artikel/2382945-griekenland-lijkt-infrastructuur-voor-pushbacks-te-hebben-opgezet

X Noot
10

Human and Budgetary Costs to Date of the U.S. War in Afghanistan, 2001–2021 | Figures | Costs of War (brown.edu), april 2021, https://watson.brown.edu/costsofwar/figures/2021/human-and-budgetary-costs-date-us-war-afghanistan-2001–2021.

Naar boven