Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201924095 nr. 457

24 095 Frequentiebeleid

Nr. 457 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 15 november 2018

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft op 17 oktober 2018 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 20 maart 2018 inzake Commerciële Radio: rapport validatie meetmethodiek helikoptermetingen (Kamerstuk 24 095, nr. 432);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 18 april 2018 inzake stand van zaken inzake het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken 32 637 en 24 095, nr. 311);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 23 april 2018 inzake Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software (Kamerstuk 26 643, nr. 535);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 23 mei 2018 inzake Jaarplan Toezicht 2018 van Agentschap Telecom (Kamerstuk 24 095, nr. 436);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 11 juni 2018 inzake nieuwe aanwijzing tekst- en beeldbemiddelingsdienst voor doven en slechthorenden (Kamerstuk 26 643, nr. 539);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 4 juni 2018 inzake jaarbericht Agentschap Telecom 2017 (Kamerstuk 24 095, nr. 439);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 20 juni 2018 inzake maatregelen tegen ongewenste overstap zakelijke abonnees («slamming») (Kamerstuk 26 643, nr. 542);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 2 juli 2018 inzake Actieplan digitale connectiviteit (Kamerstuk 26 643, nr. 547);

  • de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 20 juli 2018 inzake fiche: MFK – Verordening Digital Europe programma (2021–2027) (Kamerstuk 22 112, nr. 2664);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 21 augustus 2018 inzake reactie op verzoek commissie over het artikel van Telecompaper, waarin staat dat de multibandveiling (thans gepland voor eind 2019) ook 2021 zou kunnen worden (Kamerstuk 24 095, nr. 447);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 12 september 2018 inzake reactie op verzoek commissie over de brief van het Platform Doven, Slechthorenden en TOS over de nieuwe aanwijzing beeld- en tekstbemiddelingsdienst (Kamerstuk 26 643, nr. 559);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 2 oktober 2018 inzake reactie op verzoek commissie inzake stand van zaken openstelling netwerk Vodafone voor andere aanbieders (Kamerstuk 24 095, nr. 448);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 15 oktober 2018 inzake kosten-batenanalyse bereikbaarheid 1-1-2 bij stroomonderbreking (Kamerstukken 29 517 en 24 095, nr. 145);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat d.d. 16 oktober 2018 inzake reactie op verzoek commissie om informatie over het TNO-onderzoek naar het grondsatellietstation in Burum (Kamerstuk 24 095, nr. 449).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Diks

De griffier van de commissie, Nava

Voorzitter: Diks

Griffier: Kruithof

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Alkaya, Van den Berg, Bromet, Diks, Van Eijs en Weverling,

en mevrouw Keijzer, Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Aanvang 14.01 uur.

De voorzitter:

Hartelijk welkom aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en haar ondersteuning, en uiteraard ook aan de Kamerleden hier aanwezig, mensen op de publieke tribune en eventueel mensen die thuis ook luisteren. Ik kan alvast verklappen dat het waarschijnlijk om 14.15 uur even uit de hand loopt omdat we dan gaan stemmen, dus dan rennen wij hier allemaal even weg. De gedachte is dat we vrij snel weer terug zullen zijn, dus u kunt allen rustig op uw plaats blijven zitten. Ik stel altijd de Kamerleden voor op het moment dat ze aan de beurt zijn en dat geldt nu voor mevrouw Van den Berg van het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb al aangegeven dat ik vanwege de VWS-begroting om een uur of drie weg moet. Dan ben ik dus ook in een keer weg.

Voorzitter. Het CDA pleit al jaren voor snel internet en mobiele bereikbaarheid in heel Nederland, dus ook in de regio's en de buitengebieden. Het CDA ziet mooie aanknopingspunten hiervoor in het Actieplan Digitale Connectiviteit van de Staatssecretaris. Ten eerste vinden wij het goed om te zien dat «altijd en overal beschikbaar» als een van de vier doelstellingen is opgenomen. Het is mooi dat het kabinet hierbij ook de CDA-motie uitvoert die ertoe opriep dat niet in 2025, maar al in 2023 iedereen in Nederland over 100 MB/s moet kunnen beschikken op het gebied van vast snel internet. Ook is het een goede ontwikkeling dat het kennisplatform Snel Internet wordt doorgezet. Zou de Staatssecretaris kunnen aangeven wat op dit moment de stand van zaken is rond vast snel internet in buitengebieden, en hoe het staat met de koepelregeling staatssteun om steun in de gebieden boven de 30 MB/s mogelijk te maken?

De voorzitter:

Er is een interruptie van mevrouw Bromet van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik heb een vraag aan het CDA. Het ging heel snel, maar als u het heeft over de snelheid die genoemd wordt in het actieplan, heeft u het dan over vast internet of over mobiel en vast internet?

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Wij gaan ervan uit dat internet een combinatie is van vast en mobiel. Uit de provincie Zeeland weten we dat de buitengebieden op die manier juist bereikt kunnen worden.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Oké. Dus niet iedereen krijgt kabel in uw ogen? Het is soms ook gewoon een 4G-verbinding?

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Wij hebben begrepen dat sommigen zo ver in hun eentje in een buitengebied zitten, dat je niet overal altijd die kabels kunt krijgen. Maar we willen dat wel zo veel mogelijk. Met die combinatie van vast en mobiel kan je dus wel zorgen dat hetzelfde bereik en dezelfde snelheid gerealiseerd gaan worden.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter. Ik had al gevraagd hoe het staat met de koepeldekking. Qua mobiele dekking vindt het CDA het goed dat het kabinet kiest voor een dekkingseis aan de 700MHz-vergunningen. Op deze manier moet op plekken waar mobiele dekking vandaag de dag nog ontbreekt of slecht is, straks ook mobiele communicatie worden gerealiseerd. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat slecht mobiel bereik daarna echt tot het verleden gaat behoren?

Voorzitter. Dan het Actieplan Digitale Connectiviteit. In de agenda wordt ook ingegaan op het beschikbaar stellen van verschillende frequentiebanden. Het CDA is benieuwd hoe de Kamer bij de precieze totstandkoming van het veilingproces van de verschillende frequenties zal worden betrokken. Ook is het CDA benieuwd of bij de veilingen van de frequenties rekening wordt gehouden met de voorwaarden die in het actieplan worden aangekondigd, zodat er eindelijk een redelijke prijs ontstaat in plaats van een te hoge prijs. We begrijpen dat wanneer de veilingen precies gaan plaatsvinden mede afhangt van de tijdigheid van het besluit en het besluit zelf van de Europese Commissie over de voorgenomen fusie van T-Mobile Nederland en Tele2 Nederland. Verwacht de Staatssecretaris dat hierdoor knelpunten kunnen ontstaan?

Het CDA heeft ook een vraag over het ontwerpbesluit van de 450MHz-band, die naar wij begrepen mede wordt gebruikt voor de slimme meter. In het ontwerpbesluit wordt deze frequentie met vier jaar verlengd en daarna geveild. Wij krijgen het signaal dat hierdoor de uitrol van slimme meters mogelijk kan worden vertraagd, waardoor de consument de dupe kan worden omdat de kosten moeten worden terugverdiend, en dat het ertoe kan leiden dat kritische energie-infrastructuur afhankelijk wordt van commerciële telecomproviders. Wij willen graag aan de Staatssecretaris vragen: klopt dit? En is het een idee om de Kamer eventueel via een brief nader te informeren over hoe dit nu precies zit?

Voorzitter. We hebben vaak gesproken over 5G. Het is een techniek met een extreem hoge snelheid, waardoor echt innovatieve stappen mogelijk worden. Het CDA vindt het een goede ontwikkeling dat het kabinet zoekt naar een oplossing voor de 3,5GHz-band die recht doet aan de kansen van de uitrol van 5G enerzijds en het beschermen van onze nationale veiligheid anderzijds. Het CDA ziet uit naar de resultaten van het onderzoek en het besluit hierover uiterlijk eind dit jaar. Daarnaast vinden we het goed om te zien dat er diverse initiatieven en experimenten met 5G-connectiviteit lopen of worden overwogen. Vorig jaar hebben wij een D66-motie medeondertekend om alle geïnteresseerde potentiële 5G-steden te stimuleren en te ondersteunen, zodat er een of meerdere Nederlandse 5G-steden zijn in 2020. Het CDA is blij met de aankondiging dat het 5G-innovatienetwerk wordt opgericht en dat het ministerie in gesprek blijft met lokale overheden om waar mogelijk initiatieven te faciliteren. Kan de Staatssecretaris aangeven wat op dit moment de pilotregio's zijn voor 5G-toepassingen, hoe het faciliteren er in de praktijk uit gaat zien, en of ook het bedrijfsleven en kennisinstellingen hierbij worden betrokken?

Voorzitter. We hebben begrepen dat mobiele operators in sommige gemeenten geregeld problemen ondervinden bij de vergunningverlening om masten te plaatsen of extra mobiele capaciteit via masten in te zetten. Eerder dit jaar heeft het CDA daar ook naar gevraagd in het februarioverleg. Nu de uitrol van 5G voor de deur staat, is de vraag of dit tot problemen kan leiden. Wij hebben begrepen dat er op het gebied van het uitrollen van vaste telecomnetwerken grote onderlinge verschillen bestaan in lokale regels en beleid. Zo kunnen leges voor het aanleggen van een gemiddelde klantaansluiting variëren van € 137,85 in Heemstede tot € 1.843,25 in Tilburg. Ziet de Staatssecretaris mogelijkheden om echt meer regie en randvoorwaarden te creëren op deze vlakken, zodat er meer uniformiteit gaat ontstaan? Want als iedereen 5G wil hebben, dan zullen we er met elkaar ook wat voor over moeten hebben.

Een jaar geleden is de taskforce digitale radio opgericht, omdat alle radiopartijen een andere frequentie-indeling van DAB wilden onderzoeken. Het CDA heeft daar toen een rondetafelgesprek over georganiseerd. We hebben signalen ontvangen dat de uitkomsten voor de regionale omroepen, zowel publiek als commercieel, niet zo gunstig lijken te zijn in verband met de kostenverdeling van de commerciële regionale omroepen onderling en de kostentoename door de ingebruiknameverplichting van de huidige netwerken. Is de Staatssecretaris bereid om ook een gunstige uitkomst van de taskforce te zoeken voor de regionale omroepen, publiek en commercieel, bijvoorbeeld door het tempo van de uitrolverplichting aan te passen, zodat het ook allemaal betaalbaar blijft voor de regionale omroepen en we een divers regionaal radiolandschap kunnen behouden?

Voorzitter. Ik zie dat ik bijna aan mijn tijd ben. Ik heb nog een laatste zin. We hebben signalen ontvangen dat de radiosector problemen ondervindt van de wijze waarop het Agentschap Telecom omgaat met de radioondernemers. Het agentschap zou zich te veel richten op nieuw beleid en juridificering. Klopt het dat de relatie tussen het agentschap en de radiosector niet optimaal is? Zo ja, hoe zou die weer verder genormaliseerd kunnen worden?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van den Berg. Dan is het woord aan de heer Weverling van de VVD.

De heer Weverling (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Nederland wordt wereldwijd geroemd om zijn grote connectiviteit en goede prestaties op het gebied van telecommunicatie. Maar we kennen grote uitdagingen, dus achteroverleunen is er zeker niet bij. Het kabinet laat zien dat het ambitieus is. In het recent verschenen Actieplan Digitale Connectiviteit staan mooie voornemens. Dan is het nu zaak dat we deze voornemens handen en voeten gaan geven en gaan zorgen dat Nederland voorop blijft lopen. In het Actieplan Digitale Connectiviteit is een stevige ambitie neergelegd. In 2023 moet iedereen in Nederland een internetsnelheid hebben van 100 MB/s. Nu is de vraag: hoe gaan we dat doen? Zeker in het buitengebied, maar ook in stedelijke gebieden worden vaak problemen geconstateerd als snelle verbindingen als glasvezel moeten worden aangelegd. Tegelijkertijd zien we mooie initiatieven opkomen om glasvezel in het buitengebied aan te leggen, onder andere van de provincie Drenthe. Hier werkt de provincie samen met haar inwoners om te regelen dat er glasvezel wordt aangelegd, ook in de kleinere dorpen. Zuid-Holland heeft plannen om een soortgelijk initiatief op te zetten. Bij de aanleg van glasvezel gaat het er wat de VVD betreft om dat we het samen doen. Grote steden, provincies, netbeheerders, marktpartijen en inwoners moeten de krachten bundelen om zo snel mogelijk snel internet in heel Nederland mogelijk te maken. Graag hoor ik of de Staatssecretaris bereid is om met provincies, gemeenten, netbeheerders, marktpartijen en deskundigen om tafel te gaan om best practices uit te wisselen en samen een plan van aanpak te maken om dat snelle internet door het hele land uit te rollen.

Mevrouw Bromet heeft een vraag, geloof ik.

De voorzitter:

Sorry, ik wilde net even mijn telefoon opladen. Mevrouw Bromet heeft een inderdaad een interruptie voor u.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik heb een vraag aan de VVD. De VVD zegt: wij willen snel internet, ook in de buitengebieden. Heeft de VVD enig idee hoeveel dat gaat kosten en wie dat dan gaan betalen?

De heer Weverling (VVD):

De bel gaat. Zullen we gaan stemmen? Als u uw telefoon oplaadt, voorzitter, dan gaan wij stemmen.

De voorzitter:

Dit klinkt als een lange bel, hè? Nou, dit is dan de cliffhanger. Tot zo.

De vergadering wordt van 14.12 uur tot 14.22 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen deze vergadering. De lengte van de schorsing viel nog wel mee, dacht ik; we zijn als commissie nog wel eens langer weggeweest. Onze gelederen zijn een heel klein beetje uitgedund, omdat mevrouw Bromet bij de regeling iets zal aanvragen. Dat vereist enige nadere beschouwing, want zij had net geïnterrumpeerd op de heer Weverling, maar dat gaan we dan zo dadelijk als zij terug is wel opnieuw doen. Dus ik stel voor dat de heer Weverling zijn betoog vervolgt.

De heer Weverling (VVD):

Voorzitter. Het zal u niet verbazen dat ik begin over 5G. Voor de VVD is dit een grote prioriteit. We horen graag van de Staatssecretaris of de eerder aangegeven verwachting voor het veilingmoment van de belangrijkste banden nog steeds ongewijzigd is. Daarnaast zijn we erg benieuwd naar de uiteindelijke inrichting van de veiling. Kan de Staatssecretaris toelichten of er reeds gekozen is voor een veilingmodel? Wanneer verwacht ze dit met de Kamer en andere relevante partijen te kunnen delen?

In het kader hiervan heb ik ook nog een aantal vragen over de brief die de Staatssecretaris eerder deze week naar de Kamer stuurde over het satellietgrondstation Burum en het bijbehorende onderzoek. Is Duitsland ook meegenomen in dat onderzoek? Als dit land eerder gaat werken met de 5G-techniek op de 3,5GHz-band, dan heeft dit effect op Nederland en wellicht dus ook op Burum. Is hierover contact geweest met ons buurland en zo ja, wat is hier besproken? Kan de Staatssecretaris ook ingaan op de vraag waarom gesproken wordt over beperkende maatregelen voor telecomaanbieders met betrekking tot Burum, aangezien Duitsland ook effect kan hebben hierop?

Ik zag een aantal weken geleden het bericht dat op Schiphol geëxperimenteerd gaat worden met de 5G-techniek. Kan de Staatssecretaris aangeven welke 5G-pilots zijn aangemeld en welke uitgevoerd gaan worden?

Vaste netwerken zijn ook van groot belang voor de uitrol van 5G. Hierbij gooien de grote verschillen in legeskosten van aansluitingen in de verschillende gemeenten soms roet in het eten. Hier is inmiddels ook onderzoek naar gedaan. De vraag aan de Staatssecretaris is dan ook: wat is de volgende stap? Wat ons betreft moet hier nu doorgepakt gaan worden, het liefst in overleg met marktpartijen om mogelijkheden en oplossingen te verkennen.

Van 5G ga ik door naar de antenneopstelpunten. Nog steeds spelen hoge zendmasten met onder andere radioantennes een grote rol. Door meer en meer hoogbouw in stedelijke gebieden worden de signalen van deze torens verstoord. Is de Staatssecretaris op de hoogte van deze problematiek? Is zij bereid om met de relevante departementen in overleg te treden om deze problematiek te verhelpen? Ook hier speelt het probleem van de grote verschillen in legeskosten voor antenneopstelpunten. Dus ook hier de vraag: wat gaat de Staatssecretaris hieraan doen?

De commissie EZK is onlangs op bezoek geweest bij het AT, het Agentschap Telecom. Dat was voor ons een zeer interessant bezoek. Tegelijkertijd hebben we ook wat zorgelijke geluiden. Het AT houdt toezicht op de markt en zorgt ook voor handhaving. Wat mij betreft moet onderling vertrouwen hiervan de basis zijn. Het lijkt weleens of dat vertrouwen weg is en heeft plaatsgemaakt voor wantrouwen, willekeur, bureaucratisch geneuzel en stroperigheid. Een voorbeeld hiervan is de opstelling van het AT rondom zenderverplaatsingen en ook het instarten van Nederlandstalige muziek, dat bijvoorbeeld niet wordt meegeteld. Een aantal jaren geleden was er sprake van eenzelfde soort situatie, die toen zeer serieus is opgepakt door de Kamer; onder andere door mijn voorganger Afke Schaart. De toen genomen maatregelen hebben ook daadwerkelijk geholpen. Graag hoor ik van de Staatssecretaris of zij bereid is de regie te nemen in een oplossingsgericht proces waarin Agentschap Telecom en de sector een genormaliseerde relatie hebben. Daarnaast dan de vraag in hoeverre de adviserende rol van het AT wordt gebruikt in het bepalen van het beleid: waar het om gaat is dus dat ze adviseren en niet zelf beleid maken.

Voorzitter. Ik rond af met een tweetal korte punten. Allereerst de digitale radio. Op verzoek van de Kamer is een taskforce van start gegaan om de radiofrequenties met betrekking tot DAB+ optimaal te verdelen over het land. Naar ik heb begrepen, heerst er over het algemeen best wel tevredenheid over de uitkomsten van de taskforce, maar kan de Staatssecretaris ingaan op de uitkomsten van die gesprekken en nog toelichten waar de pijnpunten zitten? Zijn alle partijen het erover eens, de lokale omroepen en de regionale omroepen? Gaan we nu doorpakken of gaan we nog uitstellen? Want eigenlijk kunnen we geen uitstel meer hebben.

Mijn laatste punt gaat over slamming, het ongewild wisselen van telecomaanbieder. In de brief van 20 juni jongstleden wordt aangegeven dat de Staatssecretaris het schriftelijkheidsvereiste zoals dit geldt in de consumentenmarkt, voor kleinzakelijke gebruikers binnen het wetsvoorstel inzake overstappen pas zal nemen, wanneer de beleidsregel nummerportabiliteit een onvoldoende effectief middel blijkt om slamming tegen te gaan. Dit is wat ons betreft een ander uitgangspunt dan de aangenomen motie-Weverling/Paternotte, die aan het kabinet de opdracht geeft om het schriftelijkheidsvereiste bij overstappen voor kleinzakelijke ondernemers wettelijk mogelijk te maken, om daarmee slamming tegen te gaan. Kan de Staatssecretaris aangeven waarom ze juist voor deze vorm kiest?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Weverling. Het komt goed uit dat mevrouw Bromet er nog niet is, want de heer Alkaya moet zo dadelijk eerder weg voor een andere begroting. Ik geef heel graag het woord aan de heer Alkaya van de SP-fractie.

De heer Alkaya (SP):

Dank, voorzitter. Exact. Het is alleen geen begrotingsbehandeling maar een gesprek met de ING van de commissie Financiën. Ook belangrijk. Daar moet ik ook bij zijn. Bij voorbaat dus excuses, maar ik wil wel aangeven dat ik, nadat ik de vragen gesteld heb, de antwoorden zal terugkijken. De medewerker kijkt ook mee. Dus de Staatssecretaris hoeft niet bezorgd te zijn dat het niet wordt meegenomen.

Voorzitter. Laat ik beginnen met de opmerking dat ik blij ben dat er nu een Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software ligt. Dit lijkt een goede eerste stap om tegemoet te komen aan een aantal moties die bij verschillende debatten zijn ingediend, onder andere om minimumveiligheidseisen te stellen aan apparaten op het internet, om hacktests uit te laten voeren op IoT-apparaten en om te pleiten voor verplichte Europese certificering voor verbonden apparaten. Concrete zaken die de Staatssecretaris nu naar voren brengt, zijn onder meer het aandringen op Europese certificering, maar ook een publiekscampagne. Ze gaat ook kijken naar de inkoopvoorwaarden bij de rijksoverheid zelf. Dit lijken allemaal goede stappen te zijn, maar het lijken ook veel inspanningsverplichtingen.

Vooral als we kijken naar het Europese traject, dan lijken echt harde regelgeving en harde juridische verplichtingen voor fabrikanten om ervoor te zorgen dat de veiligheid van hun internetapparaten op orde is, nog ver weg. We zouden fabrikanten moeten verplichten om updates tijdens de levensduur van een product te blijven aanbieden. Dit gaat dus verder dan alleen de garantietermijn. Bij mobiele telefoons is de garantietermijn vaak maar één jaar, maar die telefoons worden vaak zelfs nog goed verkocht na één jaar en we hebben nu al met de situatie te maken dat fabrikanten van telefoons geen updates aanbieden na een periode van twee jaar. Dat is natuurlijk zorgelijk, want die telefoons zijn op dat moment gewoon niet veilig, niet alleen voor de consument, maar ook voor de samenleving, want die telefoons en die apparaten die niet veilig zijn, kunnen bijvoorbeeld ook weer gebruikt worden voor ddos-aanvallen. Wanneer wordt er dus Europese actie verwacht op het gebied van juridische aansprakelijkheid voor fabrikanten van hard- en software? En gaat Nederland erop aandringen bij de Europese Commissie om snel met plannen hiervoor te komen? Kan dit alleen via de Europese Radio Equipment Directive of zijn er ook andere mogelijke manieren om snel met regels hiervoor te komen, Europees dan wel nationaal?

Vervolgens de openstelling van het netwerk van VodafoneZiggo voor andere aanbieders. Ik heb tijdens eerdere overleggen al aangegeven dat wat mij betreft de digitale infrastructuur vergelijkbaar is met netbeheerders, waterleidingbedrijven of ProRail. Ik heb mijn sterke twijfels geuit over de vraag of de markt bij dat infrastructuurdeel wel goed werkt. De ACM heeft nu aangegeven dat naast KPN ook VodafoneZiggo aanmerkelijke marktmacht heeft en ook zij dus hun infrastructuur deels moeten openstellen voor kleinere telecombedrijven. De Staatssecretaris geeft in haar brief aan dat de verplichtingen die nu gelden voor KPN wat verlicht worden, terwijl VodafoneZiggo juist de verplichting erbij krijgt om bij een concreet verzoek toegang te leveren aan toetreders. Wat moet ik me bij die woorden voorstellen? Want ik kan me niet voorstellen dat die woorden toevallig zijn gekozen. Enerzijds een verlichting voor KPN: betekent dat dat KPN straks ook kleinere aanbieders in bepaalde gevallen mag weren van zijn infrastructuur en netwerk? Dit lijkt me meer een versterking van de positie van KPN dan dat we het misbruik van hun marktmacht proberen te voorkomen. En wat betekent «een concreet verzoek» bij VodafoneZiggo? Waarom is dat woordje «concreet» daartussen gezet? Mag dus ook VodafoneZiggo straks kleinere telecomaanbieders weigeren om deel te nemen aan hun netwerk? Wat betekenen die woorden? Hoe gaat de situatie er straks uitzien?

Voorzitter. Ten slotte de stand van zaken inzake het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Het wetsvoorstel is na kritiek vanuit de telecommunicatiesector weer gewijzigd en we zijn nu al jaren bezig. We weten dus al jaren dat onze vitale infrastructuur in gevaar kan komen door overname door een grote telecommunicatiereus. Kijk naar hoe andere landen daarmee omgaan: in de Verenigde Staten heeft de president een discretionaire bevoegdheid om fusies te blokkeren in alle sectoren die hij van strategisch belang acht en in Frankrijk gelden soortgelijke regels. Maar hier in Nederland vinden wij dat die bedrijven die juist een publiek belang beheren en een publieke taak hebben, moeten kunnen meedenken en meebeslissen over dat publieke belang. Dat vind ik een goede instelling, maar deze casus laat toch wel zien dat dat ook leidt tot ... Verlamming wil ik het niet noemen, maar we zijn niet zo snel als we zouden kunnen zijn. Hoe kijkt de Staatssecretaris terug op dit proces? Hoe kijkt zij vooruit om dit soort publieke belangen, waar bedrijven bij betrokken zijn, te borgen? Moeten we elke keer jaren wachten tot er overeenstemming is bij die bedrijven, voordat wij het publieke belang goed kunnen beschermen?

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Bromet van de fractie van GroenLinks. U had eerst nog een interruptie voor de heer Weverling: zo zijn we voor de schorsing geëindigd. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

De heer Weverling betoogde dat er overal snel internet moest komen en hij spoorde de Staatssecretaris aan om daarover in overleg te gaan met VNG en IPO. Mijn vraag aan hem was: heeft hij enig idee van de kosten daarvan en wie die dan zouden moeten betalen?

De heer Weverling (VVD):

Zoals u weet zijn wij natuurlijk voorstander van marktwerking. Wij vinden natuurlijk in eerste instantie dat het aan de markt is, maar je ziet een bepaalde stagnatie optreden. Of we uiteindelijk tot 100% dekking van glasvezel komen, is natuurlijk de vraag. Onze vraag aan de Staatssecretaris is: ga nou eens met al die partijen om de tafel zitten om te kijken hoe je een versnelling kan krijgen en hoe het dan betaald zou moeten worden. Ik heb zeker niet de ambitie dat de rijksoverheid daaraan mee gaat betalen, maar er zijn bijvoorbeeld in Drenthe bepaalde mogelijkheden om met een lening te werken. De provincie Drenthe geeft dan leningen uit en op die manier kunnen samenwerkende inwoners in bepaalde gebieden toch glasvezel krijgen door te lenen. Dat zou dus kunnen. En aan de Staatssecretaris dus de vraag: ga praten en kom met een idee daarover.

De voorzitter:

Voldoende, mevrouw Bromet?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ja, voorzitter, ik zal daar in mijn eigen inbreng ook wat over zeggen. Zal ik daar meteen mee beginnen?

De voorzitter:

Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

De laatste gemeente in Noord-Holland die werd aangesloten op het waterleidingnet was de gemeente Warder. Het duurde van 1916 tot 1929, dus wel dertien jaar, voordat iedereen in Warder kon beschikken over schoon water. Toen ik zelf op de lagere school zat – die heette nog niet eens basisschool – had ik een vriendinnetje dat thuis geen telefoonaansluiting had. Ik kon haar dus niet bellen. Als het toch echt nodig was, dan kon ik haar buren bellen en die liepen dan even naar het huis van mijn vriendinnetje. Zo was het ongeveer in 1980. Mijn eerste eigen huis had geen gasaansluiting. We hebben het nu heel veel over «van het gas afgaan», maar de bewoner voor mij vond het aardgas te gevaarlijk en daarom was er helemaal geen aardgasaansluiting. Die heb ik toen zelf aangelegd, niet wetende wat er allemaal nog komen zou. Het was 1996.

Telefoon, elektriciteit, aardgas, water en radio zijn nutsvoorzieningen, waarbij de aansluiting volgens een vergelijkbaar patroon verliep. Het ging telkens over de spanning tussen particulier initiatief en overheidsbemoeienis en tussen conservatisme en vooruitstrevendheid, en er waren bij gas, elektriciteit en water altijd huishoudens die om verschillende redenen extra lang moesten wachten op deze nutsvoorzieningen. Ook internet is zo'n nutsvoorziening en we noemen het tegenwoordig een basisvoorziening. De problemen met de aanleg van deze basisvoorziening verschillen helemaal niet zo veel van de problemen die optraden bij de aanleg van de andere nutsvoorzieningen.

In Nederland zijn nog 500.000 adressen die nog niet beschikken over snel internet. De sprekers voor mij hadden het er ook al over. Daar waar we nu nog amper een idee hebben wat de digitale toekomst ons nog allemaal gaat brengen, van zorgrobots tot zelfrijdende auto's, op deze 500.000 Nederlandse adressen is nu al gebrekkig internet, internet via een oud koperdraadje, waarmee je, als je pech hebt, niet het internet op kan als het regent.

In het Actieplan Digitale Connectiviteit erkent ook de Staatssecretaris dat internet net als water en elektriciteit een basisvoorziening is. In 2023 moet iedereen 100 MB/s hebben. Ik vroeg iemand op één van die 500.000 adressen hoeveel MB per seconde hij nu heeft: 6 MB/s. Ik vroeg diverse telecombedrijven of zij er de komende vijf jaar voor gingen zorgen dat ook die 500.000 achtergebleven adressen over snel internet gaan beschikken, maar geen enkel bedrijf kon dat garanderen.

De Staatssecretaris zegt in haar nota dat de gemeenten het moeten gaan regelen. Toevallig was ik tot een half jaar geleden wethouder in zo'n gemeente. Ik was getuige van een proces waarin inwoners een stichting moesten oprichten en huis aan huis hun buren langs moesten om ze te smeken zich vast te leggen op afname van snel internet, net zo lang tot 80% van hun buren zou tekenen en een kabelbedrijf gevonden zou worden dat bij Gods gratie deze mensen aan zou sluiten op de kabel. Tot nu toe overigens vergeefs. GroenLinks vindt dat de Staatssecretaris het niet over de schutting naar de gemeenten kan gooien. Het is haar Actieplan Digitale Connectiviteit en ik sta ook achter de vragen van mijn collega van de VVD wat zij gaat doen. Want een actieplan is iets met acties, maar wat is precies de actie in dezen? Wat is volgens de Staatssecretaris de rijksverantwoordelijkheid als het gaat over snel internet voor iedereen? Wat gaat zij doen met de 500 adressen als de markt faalt? Kan zij aangeven welke tussendoelen zij stelt? Het CDA had een vraag over waar we nu stonden met betrekking tot die aansluiting. Ik ben daar ook erg nieuwsgierig naar. Hoe gaat zij ervoor zorgen dat iedereen in 2023 beschikt over 100 Mb/s?

Ook Minister Kamp heeft in de vorige periode de knellende situatie waarin de buitengebieden zitten en niet kunnen beschikken over snel internet voorgelegd aan Brussel. Kan de Staatssecretaris iets zeggen over de status van dit dossier?

Voorzitter. GroenLinks vindt dat iedereen in Nederland moet kunnen meekomen. Niet alleen de mensen of huishoudens waar het voor de markt interessant is om te investeren maar juist ook de gebieden waar dat niet interessant is. Daar hebben wij in de ogen van GroenLinks nou juist een overheid voor. Dus graag een reactie.

De voorzitter:

Helemaal goed, dank u wel. Dan is het laatste woord in het rijtje Kamerleden aan mevrouw Van Eijs van D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter, dank u wel. Dit is mijn eerste maar tevens mijn laatste debat als woordvoerder telecom voor D66. Vanwege de benoeming van een nieuwe fractievoorzitter en de installatie van een nieuwe collega hebben we de portefeuilles opnieuw moeten verdelen. Na vandaag zal collega Sjoerdsma het woord voeren op dit dossier, maar nu heb ik de zendtijd en de microfoon nog, dus daar ga ik gebruik van maken.

Allereerst wil ik het hebben over het Actieplan Digitale Connectiviteit. Nederland scoort goed op de digitale ranglijsten. We draaien mee in de voorhoede. Maar we willen koploper worden en digitale connectiviteit is essentieel voor de economische ontwikkeling en voor innovatie in tal van sectoren.

De sleutel daartoe is 5G. Zoals iedereen weet, laat D66 geen kans onbenut om die uitrol aan te jagen. Door marktpartijen te ondersteunen waar dat kan en door het kabinet achter de broek te zitten als het moet. Dat is vooral het geval bij de beschikbaarstelling van de 3,5GHz band. Die is essentieel voor een succesvolle uitrol van 5G. Maar het grondsatellietstation in Burum zit ons in de weg. Diverse oplossingsrichtingen worden door TNO onderzocht en Defensie buigt zich over het vraagstuk van een eventuele verhuizing. Als dat op tafel ligt, dan kan de Staatssecretaris een besluit nemen. En niet óf maar hóe ze van 5G een succes gaat maken.

Dat moet wat D66 betreft dit jaar, zodat we ons kunnen buigen over het veilingmodel – de collega van de VVD vroeg er ook al naar – en de randvoorwaarden. En zodat de operators en andere partijen zich kunnen voorbereiden op investeringsbeslissingen. Kan de Staatssecretaris ons garanderen dat er dit jaar een besluit wordt genomen over de brede uitrol van 5G?

Met de komst van het 5G-netwerk moeten er ook meer antennes en andere opstelpunten komen. Dat is nodig voor de dekking en voor de snelheid. Niet alleen in de steden, waar veel mensen wonen, maar ook in de dorpen en gehuchten. Mevrouw Bromet heeft er net uitgebreid over gesproken.

Een zelfrijdende auto moet natuurlijk niet stilvallen als hij bijvoorbeeld Eindhoven uitrijdt en richting de Peel gaat. En iemand in Burum nota bene moet toch ook gewoon kunnen bellen en snel kunnen internetten? Heeft de Staatssecretaris zicht op hoe gemeenten zich aan het voorbereiden zijn op de komst van 5G? Ik hoor dat er veel licht zit tussen de regels van gemeente A en gemeente B, veel onduidelijkheid en gebrek aan uniformiteit. Maar ook een gebrek aan kennis, in het bijzonder bij kleine gemeenten. Is de Staatssecretaris bereid om met de VNG in gesprek te gaan over eenduidige procedures en handvatten voor de aanleg van telecominfrastructuur?

Tot slot over 5G. Mijn voorganger op dit dossier, collega Paternotte, heeft vorig jaar een motie ingediend over het stimuleren en ondersteunen van Nederlandse 5G-steden. Zo werd deze ook al eerder genoemd. De EU verwacht immers dat elk land nog dit jaar zo'n 5G-stad heeft aangewezen. De Staatssecretaris is weliswaar bezig met een 5G-innovatienetwerk maar dat is niet hetzelfde als een 5G-stad. Hoe gaat de Staatssecretaris nog uitvoering geven aan deze motie? Ik weet dat men in Eindhoven zit te springen om als officiële 5G-stad aan de slag te gaan. Wat mij betreft krijgen wij niet één maar tien 5G-steden. Wanneer gaat de Staatssecretaris die labels uitdelen?

Dan een ander punt: de Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software. Over dit onderwerp heeft mijn collega Kees Verhoeven eerder een initiatiefnota geschreven. De punten daarin zijn vrijwel geheel overgenomen in het regeerakkoord. Ik ben blij dat de Staatssecretaris voortvarend aan het werk gaat met de uitvoering daarvan, bijvoorbeeld met het invoeren op Europees niveau van minimumeisen voor op internet aangesloten apparaten.

Kan de Staatssecretaris aangeven hoe andere lidstaten hierover denken? Hoe groot is de kans op succes? Ook schrijft de Staatssecretaris dat aanbieders van internettoegang een rol kunnen spelen bij het terugdringen van digitale kwetsbaarheden door gebruikers te attenderen op onveilige apparaten. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe zij dit precies voor ogen heeft?

De Staatssecretaris zegt ook dat er een voorlopig akkoord ligt dat de verkoper verplicht beveiligingsupdates te verstrekken, tenzij de verkoop aangeeft dat er geen updateverplichtingen gelden. Is de Staatssecretaris niet bang dat dit een averechts effect heeft en zal leiden tot minder updates? Moet er niet gewoon een minimumperiode afgesproken worden?

En dan de nieuwe aanwijzing tekst- en beeldbemiddelingsdienst voor doven en slechthorenden. Ik ben blij dat de Staatssecretaris met de belangengroep in gesprek is gegaan en ik ben ook blij dat zij heeft toegezegd om periodiek overleg hierover met de gebruikers te organiseren. Dat is heel mooi. Zo'n 15% van de Nederlandse bevolking heeft een functiebeperking; deze oortjes zijn bijvoorbeeld omdat ik zelf slechthorend ben. Ik weet daarom hoe ontzettend belangrijk het is dat overheidscommunicatie toegankelijk is. Er ligt een set aan regels waaraan websites moeten voldoen sinds 23 september en toch zie ik nog veel overheidscommunicatie die niet voldoet aan die regels, zoals filmpjes zonder ondertiteling en afbeeldingen zonder beschrijving.

Is de Staatssecretaris bereid om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat digitale communicatie vanuit de overheid inderdaad voldoet aan de richtlijnen? De huidige richtlijn is gebaseerd op de internationale standaard WCAG 2.0, maar er is inmiddels ook een versie 2.1. Wordt deze update ook overgenomen in het tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid?

Tot slot nog een punt over het Agentschap Telecom; het is ook al eerder aangekaart door collega's. We waren er deze maand op werkbezoek. Wij merken dat er een zeer vertroebelde relatie lijkt te zijn tussen het Agentschap Telecom en de radiosector. Niet voor het eerst krijgen wij allemaal denk ik wel signalen dat de Autoriteit Telecom beslist óver de markt zonder mét de markt te hebben gesproken. Wat volgt is een juridisch getouwtrek en een gebrek aan vertrouwen. Kan de Staatssecretaris ons meenemen in haar kijk op deze situatie? En wat kan zij doen om dit vertrouwen te herstellen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Eijs. Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Een kwartier? We schorsen tot 15.00 uur.

De vergadering wordt van 14.44 uur tot 15.00 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met dit AO. Dat doen we met de beantwoording in eerste termijn door de Staatssecretaris. Zij is er klaar voor, zo te zien.

Staatssecretaris Keijzer:

Jazeker, voorzitter! Dank u wel. Vorige week sprak ik hier in Den Haag op een grote internationale cybersecurity conferentie, de One Conference. Daar ging het vooral over de veiligheid die zo ontzettend noodzakelijk is bij al het fantastische dat telecommunicatie ons brengt. Ik refereerde daar aan Reuben Paul, die het jaar daarvoor via een slimme hack inbrak in de telefoons van alle mensen in de zaal. Het deed mij ook denken aan de teddybeer van een van mijn jongens die nog steeds ergens op een vensterbank staat. Mijn jongste is 15, maar toen die teddybeer nog echt gebruikt werd, was de wereld natuurlijk compleet anders dan nu. Het is ongelofelijk belangrijk dat we in alle stappen die wij zetten, de kansen zien die het internet en de telecommunicatie ons bieden, maar tegelijkertijd ook regelen dat het op een veilige manier kan. Dat is ook de manier om consumenten te overtuigen om gebruik te maken van al die fantastische dingen.

Ik heb daarover gesproken en heb daarbij de vergelijking gemaakt met de Matrix-films, met de rode en blauwe pil. Het is belangrijk dat mensen die in die sector werken zich af en toe realiseren dat zij alle kennis hebben van de achterkant van al die prachtige producten, maar dat zij zich ook moeten afvragen hoe mensen die daar geen verstand van hebben naar kijken. Ze moeten zich af en toe daarin verplaatsen, zodat uiteindelijk al die producten en processen die we gebruiken ook op een goede manier gebruikt worden.

We hebben het vandaag dus over de kennis, de vaardigheden en de banen van de toekomst en ook over wat we moeten doen om daar op tijd klaar voor te zijn. Dat is allemaal onderdeel van de grote verandering die digitalisering voor ons betekent. Nog niet zo heel lang geleden sprak ik met uw Kamer over de digitaliseringsstrategie. De beleidsplannen waarmee we het proces in goede banen gaan leiden, zijn onder andere het Actieplan Digitale Connectiviteit en uiteraard ook de Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software, die vandaag ook op de agenda staat.

Ik ga nu over op een aantal specifieke onderwerpen waar door de Kamerleden vragen over zijn gesteld, omdat ik denk dat dat de meest effectieve en efficiënte manier is om dit onderwerp te bespreken. Dan kom in eerste instantie bij het buitengebied. Daar heb ik toch een flink aantal Kamerleden over horen praten. Hoe zorgen we ervoor dat mensen die niet in dichtbevolkte steden wonen, ook gebruik kunnen maken van snel internet en goede mobiele bereikbaarheid? Op dit moment kan 4% van de Nederlanders nog niet beschikken over snel internet van ten minste 100 MB/s. Dat is op zichzelf een heel laag percentage, maar dat wil niet zeggen dat dat voor 4% geen groot probleem is. Wij moeten ons dat hier aantrekken. Tegelijkertijd is het wel goed om te benadrukken dat niet de rijksoverheid burgers voorziet van snel internet, maar dat dat snelle internet door de inspanningen van marktpartijen, lokale overheden en burgerinitiatieven voor die laatste 4% binnen bereik komt. De markt is in het buitengebied volop actief met de uitrol van glasvezel.

Ik noem een willekeurige marktpartij, want ze zijn mij uiteraard allemaal even lief. Glasvezel buitenaf, zoals dat bedrijf tegenwoordig heet – hiervoor heette het CIF – heeft bijvoorbeeld sinds 2015 in totaal circa 100.000 adressen in het buitengebied op glasvezel aangesloten via vraagbundelingscampagnes. Nog eens 50.000 adressen hebben zicht op aansluiting op korte termijn. De ambitie is om uiteindelijk het hele buitengebied aan te sluiten op snel internet, zonder overheidsfinanciering. Naast dit bedrijf zijn er ook nog diverse andere bedrijven actief, zoals E-fiber, GlasDraad en FiberFlevo. Het verdienmodel van deze bedrijven is: nu investeren en ervan uitgaan dat er door alle veranderingen en alle prachtige apparaten die we krijgen, uiteindelijk gebruik van gemaakt zal worden en dat de investeringen van nu zich op termijn gaan uitbetalen.

Voorzitter. Nu heb ik eigenlijk alles gezegd, wat ik wilde zeggen. Maar waar de markt niet voldoende in beweging is, hebben decentrale overheden een belangrijke rol. Ik benadruk dat dat decentrale overheden zijn, omdat die het beste alle plekken in Nederland kennen. Ik moet er niet aan denken dat wij dat hier vanuit Den Haag menen te kunnen regelen. Wel pak ik een faciliterende rol. Dat doe ik door te werken aan een gereedschapskist breedband die de overheden voldoende kennis geeft. Ook probeer ik in Brussel een koepelregeling af te spreken om staatssteundiscussies te voorkomen. Uiteindelijk werk ik hier ook aan door in te zetten op het vormgeven van een breedbandkaart, zodat zichtbaar is waar het wel goed is en waar nog niet.

De voorzitter:

Op dit punt was er een interruptie van mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik heb een vraag. Het is goed dat er kabelmaatschappijen bezig zijn om het buitengebied van internet te voorzien. Weet de Staatssecretaris in welk tempo dat gaat? Weet ze of het de bedoeling is dat uiteindelijk het hele buitengebied door deze maatschappijen wordt aangesloten? Ik denk eigenlijk dat het antwoord daarop nee is, omdat zij daarna overging op de rol van decentrale overheden. Daarom vraag ik de Staatssecretaris of die decentrale overheden dat dan allemaal zelf moeten betalen. De adressen die door marktpartijen niet worden aangesloten, ook niet door CIF, zijn juist de duurste adressen. Decentrale overheden kunnen dat niet allemaal in hun eentje bekostigen.

Staatssecretaris Keijzer:

Kan ik garanderen dat uiteindelijk overal in Nederland elke afgelegen boerderij, woonwagen of woonboot ook bereikt zal worden? Nee, dat kan ik niet. Tegelijkertijd is de ambitie van de bedrijven die ik net noemde, om wel zo veel als mogelijk mensen daarop aan te sluiten. Ik denk echt dat het verstandig is om dit wel zijn werk te laten doen. We moeten dus een beetje meebewegen met alles wat er op dat gebied al gebeurt. Ik ben zelf een keer op visite geweest bij een boer die echt op een eilandje woonde. In de voorbereiding van dit AO zat ik daar meteen aan te denken. Daar wordt het op een gegeven moment lastig. Dat zullen echt incidentele situaties zijn. Volgens mij is het heel goed om dit gewoon zijn werk te laten doen. Op een gegeven moment kom je tot de conclusie dat er nog een aantal plekken zijn waar het niet zo is, maar dan staat volgens mij wel in eerste instantie de gemeente die daarvoor aan de lat. Want daar wonen die mensen. Een gemeente kan het best beoordelen of hier nu echt een situatie is waar het niet op een andere manier via marktpartijen kan.

De voorzitter:

Is er nog een vervolgvraag?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ja. Had de boerderij op dat eilandje waar de Staatssecretaris op bezoek is geweest, wel waterleiding en elektriciteit? Als het gaat over dat soort adressen, snap ik dat het heel moeilijk is. Alleen hebben wij in het verleden ook daar, zij het vaak met grote vertraging, gewoon voor die nutsvoorzieningen gezorgd. Ik vind het iets te makkelijk om te zeggen dat de desbetreffende gemeente het maar moet doen, want het gaat soms om echt heel hoge bedragen. Is het fair om dat aan een gemeente over te laten? Ik heb daar nog geen antwoord op gekregen van de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Keijzer:

Ik heb geprobeerd om daar wel duidelijkheid over te geven, namelijk door te zeggen dat het uiteindelijk aan gemeenten is om daar een oordeel over te vellen en om vervolgens daarin te voorzien. Nogmaals, voordat je het weet ga je hier een regeling optuigen, maar weet je niet over welke situatie je het nou precies hebt. Ik vind dat gewoon niet verstandig. Gemeenten zitten het dichtst op hun inwoners. Die kunnen het best beoordelen of hier daadwerkelijk sprake is van een situatie die niet op een andere manier kan worden opgelost. Ik denk echt dat het verstandig is om daar de komende tijd voorlopig op in te zetten met alle instrumenten die ik net genoemd heb, dus de koepelregeling, de gereedschapskist en de breedbandkaart. Als er dan situaties zijn, staat de gemeente in eerste instantie aan de lat.

De voorzitter:

De heer Weverling had ook nog een interruptie.

De heer Weverling (VVD):

Ik ben natuurlijk ook niet zo van de overheidsbemoeienis. Maar als al die overheden naar elkaar zitten te kijken en de markt het niet oplost, is er uiteindelijk nog steeds weinig connectiviteit. Voorne-Putten ligt toch echt maar een paar kilometer onder Rotterdam Centrum en daar hebben ze gewoon slecht bereik. Je kunt daar wel faxen, maar dat lijkt iets van heel lang geleden. In Drenthe hebben ze een systeem met een lening via de provincie. Nu ga ik helemaal niet zeggen dat dat dé oplossing is. Wij vragen de Staatssecretaris of zij bereid is om in gesprek te gaan hierover en te bekijken welke zaken van belang zijn om dat soort gebieden te ontsluiten. Daar gaat het ons om. Want 4% is landelijk gezien niet veel, maar je zult er maar net wonen. Kijk, Volendam en de gemeente Westland zijn goed ontsloten, althans daar ga ik zo maar van uit.

Staatssecretaris Keijzer:

Ja, wat zal ik daar nou eens op zeggen? Maar voordat we het over mijn woonplek gaan hebben, denk ik dat het goed is om met elkaar vast te stellen waar we het over hebben. 96% van Nederland kan beschikken over 100 MB/s. Dat is één. Uiteindelijk willen we dat dat in 2023 voor alle mensen gaat gelden. Daarnaast gaan we in de veiling voor mobiel internet een dekkingseis opleggen. Degene die dat gaat aanbieden, moet volgens ons uitkomen op 98%, 97% of 95% van de oppervlakte van de gemeente; noem een getal. Om iets haalbaars neer te zetten, gaan we dat echt bespreken met de mensen die het moeten gaan doen. Er moet voldoende mobiel bereik zijn. Daar hebben we het over.

Ik zal als Staatssecretaris in de situaties waar ik over ga, mijn best doen om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk voldoende bereik is. Vervolgens heb je bijvoorbeeld de koepelregeling. Gemeentes zijn nu al aan het kijken hoe zij het samen met bewonersinitiatieven kunnen oplossen voor die plekken waar de markt het niet oplost. We zijn in Brussel in gesprek om dat voor elkaar te krijgen. Tegelijkertijd zijn de bedrijven die ik net opsomde er echt voor aan het zorgen dat er ook in de laatste plekken in het buitengebied glasvezel wordt gelegd. Soms bekruipt me een beetje het gevoel dat de mens het meest lijdt door het lijden dat hij vreest.

Regeren is aan de andere kant vooruitzien, om maar eens een ander gezegde over de tafel te gooien. We moeten dit dus wel met elkaar in de gaten blijven houden. Ik denk niet dat we nu al iets moeten gaan optuigen voor een probleem dat er misschien over een paar jaar niet meer is, gewoon gezien de vraag van de Nederlandse burger en het feit dat het bedrijfsleven daar graag in wil stappen. Want daar kunnen ze geld aan verdienen.

De voorzitter:

Ik dacht dat er eerst nog een vervolgvraag was van de heer Weverling.

De heer Weverling (VVD):

Ja, nou ja, dat lijden en dat vrezen. Laten we het niet heel groot maken, maar laten we het ook niet bagatelliseren. Er is een Actieplan Digitale Connectiviteit. We willen graag de actie en de monitoring zien. We willen overal glasvezel hebben en het gevoel hebben dat we overal geconnect zijn. Dat is waar het ons om gaat.

De voorzitter:

Het is misschien handig als de interruptie van mevrouw Bromet hierop aansluit?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Het gaat volgens mij helemaal niet om het lijden dat men vreest maar om het lijden dat men heeft. Wij hebben nu al internet nodig. Een heleboel mensen met bedrijven in het buitengebied worden gewoon belemmerd in hun bedrijfsvoering. Dat is dus geen vrees maar rauwe realiteit.

Staatssecretaris Keijzer:

Toen ik dat spreekwoord gebruikte, bedoelde ik niet de burgers die in die situatie zitten, want je zal maar niet het bereik hebben dat je heel graag ziet. Ik heb een actieplan aan de Kamer doen toesturen waarin de acties staan waar ik verantwoordelijk voor ben. Dat is bijvoorbeeld een dekkingseis opnemen in een veiling. Dat zijn bijvoorbeeld de koepelregeling waarvoor ik pleit in Brussel en de breedbandkaart die we samen met de sector willen gaan optuigen. Dat zijn de zaken waar ik voor verantwoordelijk ben. Vervolgens heb je het bedrijfsleven dat de frequenties wil gaan gebruiken en de vaste telecommunicatienetwerken op een goede manier moet beheren. Daar gelden ook allerlei eisen voor. Dan houd je uiteindelijk de lokale overheid over. Die heeft hier vanwege het voorzieningsniveau van haar burgers – daar heb je het hier over – een verantwoordelijkheid in. Dan kom je volgens mij op termijn uiteindelijk in een situatie – 2023 is om de hoek, zou je kunnen zeggen – waarin burgers gebruik kunnen maken van dat snelle internet.

De voorzitter:

Voldoende? Vervolgt u uw betoog.

Staatssecretaris Keijzer:

De verwachting is dat we in de eerste helft van volgend jaar de koepelregeling kunnen afronden, maar ik moet wel aangeven dat dit bij de Europese Commissie vandaan moet komen. Daar gaat het soms toch wat langzamer dan ikzelf het liefst zou zien.

Is de Staatssecretaris bereid, vraagt de heer Weverling, om met provincies, gemeenten, netbeheerders en marketingdeskundigen om de tafel te gaan om best practices uit te wisselen? Zo is het precies gegaan bij de totstandkoming van het Actieplan Digitale Connectiviteit. Dat heeft geleid tot datgene wat is neergelegd in dat plan. Uiteraard blijf ik bij de uitvoering ook in gesprek met al deze partijen. In het interruptiedebatje dat we net gehad hebben, was volgens mij heel duidelijk hoe we het met elkaar moeten doen. Er is bijvoorbeeld een kennisplatform Snel Internet, waaraan provincies en de VNG deelnemen om die kennis uit te wisselen. Ook bij de aanpak van de problematiek in het buitengebied werk ik aan het komen tot best practices. Dat wil ik vastleggen in een handreiking snel internet.

Mevrouw Van den Berg vroeg aan mij of er met de dekkingseis een garantie is dat slecht mobiel bereik tot het verleden behoort. U kent een gezegde over garanties en stofzuigers. Dat zal ik niet herhalen, maar we moeten ons blijven realiseren dat frequenties een natuurkundig verschijnsel zijn. Je zou het soms bijna vergeten, maar het is wel een feit. Soms kan er iets in de weg staan aan het doorgeven daarvan.

Mevrouw Van Eijs, mevrouw Van den Berg en de heer Weverling hebben een aantal keren gerefereerd aan de motie-Paternotte, waarin gevraagd werd om 5G-steden te identificeren en te kijken hoe je op die verschillende plekken de nieuwe technieken kunt gebruiken. Naar aanleiding daarvan heb ik met veel verschillende gemeenten gesproken. In het actieplan zijn de initiatieven ook op een rij gezet. Denk aan Eindhoven, Groningen en de Johan Cruyff Arena in Amsterdam. Ik denk niet dat het verstandig is om een regio als pilot aan te wijzen. Laten we gewoon kijken waar goede initiatieven zijn en hoe we die kunnen ondersteunen. Wel faciliteer ik heel graag initiatieven zoals het oprichten van een 5G-innovatienetwerk, waarin initiatieven, bedrijven en kennisinstellingen met elkaar kennis kunnen uitwisselen en daarvan gebruik kunnen maken.

Voorzitter. Dan de vraag over het verschil op lokaal niveau in bijvoorbeeld legeskosten voor de uitrol van vaste telecommunicatie-infrastructuur in verschillende gemeenten. Ik deel die wel, want ik zie ook de grote verschillen. Ik spreek ook de bedrijven die aanlopen tegen al die verschillen, waardoor het moeilijker is om snel uit te rollen. Maar tegelijkertijd is dat wel hoe wij dat met elkaar in Nederland geregeld hebben. Gemeenten zijn autonoom in het vaststellen van hun algemene plaatselijke verordening en in de bouwverordening die hiervoor geldt. Dat wil niet zeggen dat ik het mij niet aantrek. Ik ga erover in gesprek met de VNG. Dit moet ertoe leiden dat alle gemeenten in Nederland antennebeleid gaan opstellen, dat dit openbaar toegankelijk is en dat dit zo veel mogelijk op een geharmoniseerde wijze vormgegeven gaat worden. Op die manier worden zo veel mogelijk drempels weggenomen voor het uitrollen van 5G. Het voorbeeld van Heemstede versus – wat was die andere gemeente waar het € 1.800 kostte?; wie van u zei dat nou?; ja, mevrouw Van den Berg noemde die twee voorbeelden – Tilburg werd genoemd. Voor de gemeenteraadsleden in Tilburg zou dit aanleiding moeten zijn om zich eens even op het achterhoofd te krabben: hoe kan het nou dat het in mijn gemeente zo ongelofelijk veel duurder is? Want dat is natuurlijk ook niet in het belang van je inwoners. Daar moet in eerste instantie die discussie gevoerd worden. Het zou dus fantastisch zijn als de gemeenteraadsleden van Nederland op gemeentelijk niveau zeggen dat de activiteiten, de inspanningen die ik doe om met de VNG te komen tot landsbrede afspraken, heel erg goed en in het belang van de burger zijn. Het zou fantastisch zijn als zij de colleges aan hun jasje trekken en zeggen: wat doet u eraan om ervoor te zorgen dat het hier zo vlot mogelijk verloopt?

De voorzitter:

Er is een interruptie van mevrouw Van Eijs, D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik ben blij dat de Staatssecretaris in ieder geval met de VNG in gesprek gaat en dit probleem ook ziet. We vroegen ook of er een manier is om met de VNG een modelverordening of iets dergelijks te ontwerpen. Want ik kan me ook best wel voorstellen dat kleinere gemeenten nog helemaal niet zo'n antennebeleid hebben. Misschien zijn zij wel heel erg gebaat bij een modelverordening.

Staatssecretaris Keijzer:

Net als mevrouw Bromet ben ik wethouder geweest en in mijn tijd was er in ieder geval een model voor de bouwverordening. Dus die zijn er al heel veel. Zoals ik net zei, het is de bedoeling dat alle gemeenten antennebeleid gaan opstellen en dat openbaar toegankelijk maken. Dus de inspanningen zijn er wel op gericht, maar tegelijkertijd zijn er ook weleens wethouders en gemeenteraadsleden die menen dat het in hun gemeente net even anders moet. Dat is gemeentelijke autonomie. Ik zet daartegenover dat ze zich moet realiseren dat het daarmee voor bedrijven ingewikkelder is om in hun gemeente snel internet goed en vlot uit te rollen. Dat is iets wat uiteindelijk op gemeentelijk niveau een afweging moet zijn, tenzij u de wet wilt wijzigen. Maar volgens mij hebben we dan nog wel een discussie te gaan met elkaar.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik wil de wet niet wijzigen, want ik kom ook uit de lokale politiek en ik kan me ook voorstellen dat legesverschillen een heel praktische oorzaak kunnen hebben. Ik wil het dus zeker niet vanuit Den Haag gaan bepalen. Ik zie meer een soort hulpmiddel voor me. Het gaat dus niet om opleggen. Dat is absoluut niet de bedoeling van D66. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je lokaal maatwerk kan leveren en dat de gemeenteraad ook veel te zeggen heeft. Dus wat mij betreft is de grens die de Staatssecretaris legt goed, alleen is er natuurlijk wel een verschil tussen aangeven dat het heel belangrijk is, ook voor henzelf, en daarbij ook iets doen en helpen. Het zou fijn zijn als de Staatssecretaris aangeeft of ze daar misschien mogelijkheden voor ziet.

Staatssecretaris Keijzer:

Ja, maar dat is dus ook precies het gesprek dat ik met de VNG voer, ook op het gebied van welstandsbeleid. Het is heel verstandig om landelijk te kijken hoe het niet alleen een weldaad kan zijn voor ons dagelijks functioneren, maar hoe ook het oog er op een positieve manier naar kan kijken. Dat is ook zo'n voorbeeld van hoe je met gemeenten in gesprek gaat zodat ze niet elke keer zelf het wiel uitvinden maar kunnen leren van de best practices.

De voorzitter:

De heer Weverling had net een interruptie. Ik weet niet of die al beantwoord is?

De heer Weverling (VVD):

Ik wil nog even de Staatssecretaris iets op het hart drukken. Gemeenten moeten natuurlijk autonoom zijn. Daar sluit ik me helemaal bij aan. Maar we hebben het wel over vitale infrastructuur en over connectiviteit als een soort eerste levensbehoefte, hoe gek dat misschien ook is. We kunnen niet zonder. Maar er zijn altijd gemeenten die druk ervaren van zaken als wie er wel of geen antenne wil en van discussies over wel of geen straling, die er overigens niet is en die ook geen last is. Ik begrijp het allemaal best. Iedereen kan van alles bedenken. Maar er moet wel gewoon doorgepakt kunnen worden. Ik zie het wel als een soort van nutsvoorziening. We moeten gewoon geconnect zijn. Dus druk ik u nogmaals op het hart om dit goed met de VNG te bespreken.

Staatssecretaris Keijzer:

Ja. Tegelijkertijd hecht ik er toch aan om de verantwoordelijkheid daar te laten waar die is. Ik heb net al een aantal keren aangegeven wat mijn verantwoordelijkheid is. Voor die elektromagnetische straling gaan we normen opnemen in de wet, zodat voor iedereen glashelder is waar de apparatuur aan moet voldoen. Maar als het op gemeentelijk niveau ligt, omdat het nu eenmaal gaat over bouwwetgeving of bouwverordeningen, dan is het wel een verantwoordelijkheid van de gemeente. Als inwoners door gemeentelijke besluitvorming geen gebruik kunnen maken van die voorzieningen, zal toch echt daar in eerste instantie de discussie gevoerd moeten worden. Nogmaals, tenzij we met zijn allen vinden dat de wet gewijzigd moet worden. Maar dat zou een gigantische ingreep zijn in de afspraken die we in dit land hebben tussen de verschillende overheidslagen.

De heer Weverling (VVD):

Dat principe snap ik en toch hoop ik dat u iets enthousiaster op de bok gaat zitten om dit in Nederland uit te leggen en geregeld te krijgen. Het kan niet zo zijn dat in gemeente A of B geen connectiviteit is, omdat men bijvoorbeeld geen antenne-opstelpunten wil op een hoog gebouw of geen bekabeling in de grond. Dat het zo lokaal is en men het zelf kan beslissen, is fantastisch en een groot goed. Tegelijkertijd is het gemeente-overstijgend. Want het gaat niet alleen om de desbetreffende gemeenten, het gaat om landelijk dekkende infrastructuur. Daar moeten we met elkaar voor zorgen. Natuurlijk hebben gemeenten daar een rol in, maar de landelijke overheid mag daar best wat dwingend in zijn.

Staatssecretaris Keijzer:

Ik zit zeer enthousiast op de bok, vanwege alle geweldige positieve zaken die dat snelle internet ons gaat brengen. Ik laat ook geen moment voorbijgaan om dat te benadrukken. Tegelijkertijd ben ik ook altijd een beetje huiverig als mij gevraagd wordt om iets dwingends te doen, terwijl ik het juridische instrumentarium daar niet voor heb. Dan leg ik het ook terug bij u. Als u vindt dat ik dat instrumentarium moet hebben, moet u mij dat ook geven. Ik heb dat nu niet. Het enige wat ik kan doen, is faciliteren, door veilingen en dekkingseisen op te leggen, door in Brussel te pleiten voor koepelregelingen en door met de VNG in gesprek te gaan om te benadrukken hoe belangrijk het is dat er niet allerlei regelgeving, rijp en groen, op dit gebied door elkaar bestaat in dit land. Maar als uiteindelijk de gemeenteraad, de volksvertegenwoordiging op lokaal niveau, van mening is dat er ergens geen antenne moet komen, waardoor de inwoners van die gemeente geen gebruik kunnen maken van dat snelle internet, dan ligt die afweging, in het bestel zoals we dat nu hebben, daar. De bewoners zullen zich dan moeten melden en moeten inspreken bij de desbetreffende gemeenteraad, of, als vergunningen geweigerd worden, moeten opkomen in bezwaarprocedures. Het is nou eenmaal zoals het is.

De heer Weverling (VVD):

Ja, dat is waar. Maar het is meer dan snel internet. We hebben het over mobiele telefonie, radio, tv en dat soort bereik. Dus het is meer dan alleen snel internet. Maar ik ga zeker geen voorstel doen om de wet te wijzigen. Het gaat mij erom dat u via de VNG en uw eigen enthousiasmerende persoonlijkheid zorgt dat die gemeenten gaan doen wat belangrijk is.

De voorzitter:

De Staatssecretaris vervolgt haar beantwoording.

Staatssecretaris Keijzer:

Dan kom ik nu bij de frequentieveilingen, inclusief de discussie over de 3,5MHz-band. Kan de Staatssecretaris aangeven, vragen de heer Weverling en mevrouw Van den Berg, of er reeds gekozen is voor een veilingmodel? Wanneer verwacht ik dit met de Kamer en relevante partijen te delen? Er is nog niet gekozen voor een veilingmodel. Dat kan ook niet, want daarvoor moeten we eerst weten hoe de markt eruitziet en daarvoor zijn we weer afhankelijk van het oordeel van de Europese Commissie over het voorgenomen besluit tot fuseren tussen T-Mobile en Tele2. Een belangrijke stap in de voorbereiding van de veiling is de publicatie van de Nota Mobiele Communicatie. Die zal ik uiteraard naar uw Kamer sturen. Na de Nota Mobiele Communicatie zal ik zo spoedig mogelijk de conceptregeling rondom de veiling publiceren en voor bredere consultatie in de markt aanbieden. Dan krijgt u daar uiteraard ook kennis van. Dit is een onzeker beeld, maar tegelijkertijd is het zoals het is. Dat wil niet zeggen dat ik stilzit. Ik bereid me zo goed als mogelijk voor. Ik heb dus ook een adviesbureau in de hand genomen om mogelijke veilingmodellen te onderzoeken. Vorige week nog heeft het bureau een presentatie gegeven aan marktpartijen over de eerste bevindingen.

Voorzitter. Dan nog een vraag van dezelfde twee personen, maar volgens mij heb ik daar al antwoord op gegeven. Ja, dat is zo.

Wordt in de veiling van de frequentie ook rekening gehouden met voorwaarden die in het actieplan worden aangekondigd, zoals een redelijke prijs in plaats van een te hoge prijs? Ik ben op zoek naar een veiling met een realistische veilingopbrengst. Dat wil ook zeggen dat je niet de hoofdprijs wil hebben. Want dat is dan ook weer niet redelijk. Ik streef dus niet naar een zo hoog mogelijke opbrengst, maar naar een realistische. Bij het bepalen van de zogenaamde reserveprijs, de prijs waarbij de veiling start, zal ik behoedzaam te werk gaan en zal ik me rekenschap geven van de voorwaarden die in het actieplan staan.

Voordat ik overga naar een vraag van de heer Weverling, ga ik eerst nog even in op de onderzoeken die plaatsvonden naar de 3,5MHz-band in relatie tot Burum. Mevrouw Van Eijs sprak daar ook over. Ik heb uw Kamer geïnformeerd dat er door TNO onderzoek gedaan wordt naar co-existentie en dat Defensie en BZK kijken naar verplaatsing. Dat rapport zit in het eindstadium. Zo snel als dat afgerond is en we er een oordeel over kunnen geven, zal dat uiteindelijk naar de Kamer gestuurd worden. Ik denk dat het goed is dat er een besloten technische briefing komt – die bied ik u hier ook aan – omdat het nogal technisch is. Het is gewoon goed dat u daar de informatie over krijgt. Het moet besloten omdat het nu eenmaal gaat over de veiligheidsdiensten. Ik hoop zeer dat u daar gebruik van gaat maken.

De heer Weverling vroeg of Duitsland ook meegenomen is in het onderzoek naar de toekomstige 5G-netwerken en de satellietinterceptie in Burum. Hij vroeg of hierover contact is geweest met Duitsland. TNO neemt in het onderzoek naar de co-existentie tussen de uitrol van 5G en de satellietinterceptie het effect van de uitrol van 5G in Duitsland mee. Er staat immers geen betonnen muur tussen onze beide landen, en dat is maar goed ook. Ik kan niet vooruitlopen op de resultaten daarvan.

Voorzitter. Ik kom bij het marktanalysebesluit ten aanzien van KPN en VodafoneZiggo. Wat betekent een verlichting voor KPN bij dit besluit? KPN en VodafoneZiggo zijn inmiddels vergelijkbaar. Daarom worden beide partijen gereguleerd. KPN heeft marktaandeel verloren. Dat is een reden om de verplichtingen wat te verlichten. Waar gaat het dan over? Om marge-uitholling tegen te gaan worden verplichtingen geschrapt, maar door de andere verplichtingen blijft er genoeg ruimte voor concurrentie. Daarom zijn de verplichtingen wel verlicht.

Voorzitter. De heer Alkaya vroeg wat «concreet» betekent in «een concreet verzoek» aan VodafoneZiggo. VodafoneZiggo moet dan toegang geven aan andere aanbieders en is bezig om daarvoor een aanbod te maken. Uiteindelijk zal het na een concreet verzoek investeringen moeten plegen om toegang mogelijk te maken. Een concreet verzoek komt gewoon van een andere aanbieder die concreet verzoekt om toegang te krijgen tot de infrastructuur.

Voorzitter. Dan kom ik bij de vragen over de Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software. In mijn inleiding heb ik daar ook over gesproken, toen ik het over Reuben Paul had bij de vorige One-conferentie. Door de opmars van het internet of things worden steeds meer apparaten verbonden met het internet. De verwachting is dat er op een gegeven moment veel en veel meer apparaten op de wereld zijn dan mensen. Moet je je voorstellen. Het is dan ook heel erg belangrijk dat deze voorwerpen digitaal veilig zijn. Ze moeten veilig en vertrouwd gebruikt kunnen worden. Er zijn kwetsbaarheden in hard- en software waardoor kwaadwillenden informatie op een apparaat kunnen stelen, de werking van een apparaat kunnen manipuleren of zelfs op een gegeven moment apparaten kunnen gebruiken om digitale aanvallen uit te voeren op anderen. Nu heb je het niet zomaar voor elkaar dat deze apparaten veilig zijn. Om dat te bevorderen hebben we samen met publieke en private partijen die roadmap opgesteld. Deze bevat een samenhangende set van maatregelen. Wat bedoel ik daarmee? Het begint natuurlijk met bewustwording. Om even concreet te worden: pas even het wachtwoord aan. Verder gaat het om kennisontwikkeling, certificering en minimale veiligheidseisen. Tegelijkertijd vraagt het wel om een aanpak die flexibel genoeg is om mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen en nieuwe internationale ontwikkelingen.

Mevrouw Van Eijs vroeg mij wat de rol van aanbieders is bij het terugdringen van digitale kwetsbaarheden door gebruikers te attenderen op onveilige apparatuur. Ik ben in gesprek met aanbieders van internettoegang hoe zij digitale kwetsbaarheden kunnen terugdringen die zijn geconstateerd in door hun abonnees gebruikte apparatuur. Daarbij wordt gekeken of we een vergelijkbare aanpak kunnen volgen die eerder is gebruikt toen het ging over het opschonen van pc's. Wat waren pc's ook alweer, zou je bijna zeggen tegenwoordig. Maar dat is indertijd gebeurd in het samenwerkingsverband Abuse Information Exchange. Daar wordt dan naar gekeken.

Kan de Staatssecretaris aangeven, vroegen de heer Alkaya en mevrouw Van Eijs, hoe andere lidstaten denken over Europese minimumeisen? De Europese Commissie en andere lidstaten geven steun aan ons voorstel om via de Radio Equipment Directive te kijken welke mogelijkheden er zijn om de minimumeisen voor met internet verbonden apparatuur. Naast deze richtlijn komen er regels voor het verstrekken van updates in de Richtlijn digitale inhoud.

Is de Staatssecretaris niet bang, vraagt mevrouw Van Eijs, of de regels voor beveiligingsupdates averechts gaan werken en zullen leiden tot minder updates? Zij vroeg of er niet gewoon een minimumperiode moet worden afgesproken. In de lopende onderhandelingen over het richtlijnvoorstel digitale inhoud is een voorlopig akkoord bereikt – zo gaat dat in Brussel – dat de verkoper verplicht is gedurende een bepaalde termijn beveiligingsupdates te blijven verstrekken, tenzij de verkoper aangeeft dat er geen updateverplichting gold en de consument hiermee heeft ingestemd. De Nederlandse inzet was om deze laatste uitzondering niet op te nemen, maar daar was helaas geen steun voor bij andere partijen. Dat «helaas» meen ik zeer serieus, want dit is vervolgens een lek dat je hierin organiseert. Maar dit zijn gewoon dingen die we op Europees niveau met elkaar moeten regelen. Anderen waren gewoon nog niet zover als dat wij hier blijkbaar zijn. We lopen wel op meer gebieden voorop, zullen we maar zeggen.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Het is goed om te horen dat de Nederlandse inzet wat hoger was. De vraag die ik stelde was misschien een beetje lastig, maar ik kan me voorstellen dat als je een bedrijf verplicht om beveiligingsupdates te produceren, dit niet altijd uiteindelijk het effect heeft dat we willen. Het effect dat we willen is dat er een veilig apparaat is. Je zou eigenlijk het liefst een soort garantie willen dat een bedrijf ervoor zorgt dat een apparaat een bepaalde periode veilig is. Als je zegt dat er updates moeten komen, zou ik als bedrijf gewoon zeggen: oké, dan doen we er één in het halfjaar, want anders kost het ons allemaal te veel bijvoorbeeld. Wat ik wil is dat we aan het einde van die twee jaar nog steeds een veilig functionerende telefoon, tablet, koelkast – en wat we allemaal maar kunnen verzinnen – hebben. Er zit wel een verschil in. Ik snap dat de inzet in Europees verband is, maar misschien kan er voor de toekomst toch op de een of andere manier hier zo naar gekeken worden in plaats van alleen te kijken naar beveiligingsupdates. Het doel is uiteindelijk een veilig apparaat en niet zozeer het krijgen van updates.

Staatssecretaris Keijzer:

Ik snap heel goed dat je probeert een situatie te bereiken waarin zich geen fouten meer voordoen, waarin er absolute veiligheid is. Tegelijkertijd is dat natuurlijk bijna utopisch. Je probeert binnen het recht dat wij met elkaar hebben en binnen de afspraken die je met de sector maakt tot die regelgeving te komen die het zo veilig mogelijk maakt. Honderd procent veilig bestaat helaas gewoon niet. Dit raakt aan consumentenrecht, namelijk: waaraan moet een apparaat voldoen als je het koopt en wat mag je verwachten dat een apparaat doet. Dit raakt aan aansprakelijkheidsrecht: het gaat toch mis; is dat verwijtbaar? We doen daarin wat we kunnen. We proberen via de Radio Equipment Directive regels op te nemen. We proberen ook in Europa het consumentenrecht goed te laten aansluiten bij de werkelijkheid die er is. Maar het is ook op dit moment natuurlijk al zo dat je schade kunt verhalen die is ontstaan door onveilige software. Dat verandert natuurlijk niet. Waar het misgaat en dit verwijtbaar is, kun je natuurlijk altijd aansprakelijk stellen. Binnen dat aansprakelijkheidsrecht en binnen dat consumentenrecht proberen we wel voor deze nieuwe tak van sport, namelijk met internet verbonden apparaten, eisen op te nemen waaraan deze moeten gaan voldoen.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dat is goed om te horen. Het lijkt me ook een ingewikkeld iets. Wat mij aan het denken zet, is wat in de notitie zelf stond, namelijk Software as a service. Daarbij bied je het product als een service aan. Vroeger kreeg je zo'n schijfje mee en dat was het. Je moest dan zelf maar kijken of je updatete. Je kreeg dan elke keer van die meldingen. Software as a service zou wat mij betreft veel meer mogen, zodat je gewoon zeker weet dat je de hele tijd een veilig product hebt. Ik moedig de Staatssecretaris dus aan om de regelgeving steeds meer te laten aansluiten bij de realiteit. Dit zou wat dat betreft een mogelijke richting zijn.

Staatssecretaris Keijzer:

Dat kan een richting zijn, maar ik probeer dan altijd door te denken hoe dat eruitziet. Wat je dan dus eigenlijk zegt is dat er alleen nog apparaten met een servicecontract verkocht mogen worden. Er zijn mensen die dat helemaal niet willen. Zij willen gewoon een apparaat en willen zelf bepalen hoe ze dat gebruiken. Ik vind het een interessante suggestie. Volgens mij gebeurt het ook steeds meer omdat het zo technisch ingewikkeld wordt dat de meeste mensen zeggen: lever mij alsjeblieft iets wat gewoon werkt; als het niet werkt kan ik ergens naartoe bellen en komt iemand langs om het voor mij op te lossen. Om dat tegelijk dwingend op te leggen vind ik ook niet weer de weg die we met elkaar moeten bewandelen. We moeten echt gewoon kijken naar waar we het over hebben, welke apparatuur wordt gebruikt en hoe we ervoor zorgen dat die apparatuur in ieder geval veilig is. Het is heel goed dat er daarnaast nog alternatieven zijn, omdat mensen daar behoefte aan te hebben. Maar om dat dwingend op te leggen, vind ik heel erg ver gaan.

Voorzitter. Dan kom ik bij het mapje overig. De radio. De fractie van het CDA, maar ook die van VVD en D66 hebben signalen ontvangen dat de radiosector problemen ondervindt van de wijze waarop het Agentschap Telecom omgaat met radioondernemers. Herken ik deze signalen? Ja, die bereiken mij ook. Tegelijkertijd is dat ook inherent aan dat onderdeel van de overheid dat vergunningen geeft en soms weigert en ook handhaaft. Dat is natuurlijk niet altijd fijn. Tegelijkertijd ben ik zeker bereid om met de sector in gesprek te gaan om te bezien wat er aan de hand is. Het Agentschap Telecom heeft daar natuurlijk ook een eigen positie in. Ik vind ook dat het agentschap dat gesprek moet aangaan. Ik wil altijd wel in dit soort zaken rugnummers hebben. Waar in welke dossiers gaat dat mis? De heer Weverling heeft er twee genoemd; dank daarvoor. Maar ik zou het wel op prijs stellen dat als dat tot u komt, ik hoor welke dossiers dat betreft. Dan kunnen we ook heel concreet kijken wat er aan de hand is en wat eventuele oplossingen zijn.

De heer Weverling stelde ook in dit licht de vraag: wat is de adviserende rol van het Agentschap Telecom, of bepaalt het agentschap beleid? Ik ben uiteindelijk verantwoordelijk voor de definitieve beleidsbeslissingen, uiteraard na weging van alle betrokken belangen. Agentschap Telecom heeft daarin een adviserende rol waar het gaat om het inbrengen van specifieke kennis. Er is dan ook veelvuldig overleg tussen het ministerie en het agentschap.

Kan de Staatssecretaris ingaan, vroegen mevrouw Van den Berg en de heer Weverling, op de uitkomsten van de gesprekken van de taskforce radio en toelichten waar de pijnpunten zitten? Kan zij aangeven of we gaan doorpakken of gaan uitstellen? Dat vond ik een heel mooie vraag. Voor doorpakken heb je in ieder geval alle betrokkenen nodig, dat voorop. De taskforce is – dat is mede op uw verzoek – door en voor de radiosector en is opgericht naar aanleiding van een door de sector zelf aangedragen voorstel. De afgelopen maanden is er veelvuldig overleg geweest. Zoals de heer Weverling volgens mij ook zei, is dat een goed overleg. Heel veel partijen, volgens mij zelfs alle partijen, die daar aan tafel zitten zijn wat dat betreft vol lof. Nu moeten de technische, financiële en juridische voor- en nadelen definitief in kaart gebracht en gewogen worden. Dat heeft nou eenmaal tijd nodig. Er lijkt nu een oplossing voorhanden. De taskforce komt eind oktober bij elkaar om dit voorstel te bespreken. Ik vind het van belang dat partijen met een gedragen oplossing komen die zo veel mogelijk voldoet aan alle betrokken belangen.

Dan is er ook een discussie over de ingebruiknameverplichting voor commerciële regionale radiostations. De brief die aan de commissie gestuurd is, heeft mij gelukkig ook bereikt. Ik wil best kijken of we daar een andere oplossing voor kunnen vinden, maar ik vind het wel van belang om aan te geven dat die ingebruiknameverplichting onderdeel is van een verleende vergunning. Als je vergunningen verlengt, gebeurt dat inclusief de voorwaarden die aan die vergunning verbonden zijn. Als je dat niet meer wilt, zul je moeten gaan veilen. Nu zijn daar ook wel weer uitzonderingen op. Ik ken de wet op dit vlak. Ik ben bereid om eens te kijken of we op een andere manier vorm en inhoud kunnen aangeven, omdat ik het zo belangrijk vind dat die taskforce uiteindelijk een succes wordt.

De voorzitter:

Er is nog een interruptie op dit punt.

De heer Weverling (VVD):

Over welke categorie had de Staatssecretaris het nu als laatste?

Staatssecretaris Keijzer:

Over de commerciële regionale radio.

De heer Weverling (VVD):

Oké, dan heb ik een interruptie over de lokale omroepen. Die hebben het gevoel op achterstand te staan, met name in de financieringsvraag. EZK en OCW, de beide ministeries, financieren wel de uitrol voor de regionale omroepen, maar niet voor lokale omroepen. Zoals u wellicht weet, gaan we van 280 lokale omroepen uiteindelijk transformeren naar iets van 80 streekomroepen. Dan hebben we dadelijke lokale omroepen/streekomroepen, regionale omroepen en landelijke omroepen. De lokale omroepen moeten dat zelf betalen, maar voor landelijk en regionaal is er wel een financiering geregeld. Staatssecretaris, kunt u in gesprek gaan of nadenken over een manier waarop die lokale omroepen er toch bij getrokken kunnen worden? Want de lokale omroepen hebben het gevoel dat ze op achterstand staan en dat ze een beetje worden uitgespeeld tussen BZK en OCW, met name op het financieringsvlak. Ook zij willen natuurlijk goed digitaal bereikbaar zijn.

Staatssecretaris Keijzer:

Er gaan nu twee dingen door mijn hoofd en ik zeg ze maar even om te toetsen of ik de heer Weverling goed begrijp. De digitalisering is onderdeel van de vergunning, dus daar is toen mee ingestemd. Die snap ik dus niet helemaal. Tegelijkertijd zijn de landelijke publieke omroepen de verantwoordelijkheid van het Rijk. De keerzijde van die medaille is dat de lokale omroep een verantwoordelijkheid is van gemeente en provincie. Of snap ik de heer Weverling nou niet helemaal?

De heer Weverling (VVD):

In principe zit de systematiek inderdaad zo in elkaar. Landelijk en regionaal worden anders gefinancierd dan lokaal. Lokaal gaat via de gemeentes. De kwestie met DAB+ wordt voor de regionale omroepen via OCW gefinancierd, maar voor de lokale omroepen wordt dat juist niet gedaan. De lokale omroepen zijn ook juist in ieders belang, ook voor de goede journalistieke onafhankelijkheid van de regio. Er moet toezicht zijn van de lokale omroepen tot de lokale democratie; laten we het zo maar formuleren. Zij zouden dus ook aangehaakt moeten zijn. Is de Staatssecretaris bereid om met OCW of met de sector, de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen, om tafel te gaan om te kijken hoe zij het been bij kunnen trekken in deze DAB+-discussie?

Staatssecretaris Keijzer:

Eigenlijk niet, want dit is onderdeel van de vergunning die ze gekregen hebben. Ik deel wel het belang, gewoon vanuit het feit dat ik net als mevrouw Bromet ooit wethouder geweest ben. Maar dat geldt volgens mij ook voor de heer Weverling. Het is in het belang van de lokale democratie dat er berichtgeving daarover is. Maar dat is dan tegelijkertijd ook de financiële verantwoordelijkheid van het lokale bestuur. Daar zullen ze zich dan toch toe moeten wenden.

De heer Weverling (VVD):

Dank u wel. Ik denk nog even na. Ik vraag alvast een VAO aan.

Staatssecretaris Keijzer:

Denken is altijd goed.

Dan over slamming. Kan de Staatssecretaris aangeven, vroeg de heer Weverling, waarom ervoor gekozen is om het schriftelijkheidsvereiste pas mee te nemen binnen het wetsvoorstel inzake overstappen toen de beleidsregel een onvoldoende effectief middel bleek? Die beleidsregel is op 22 juli jongstleden gepubliceerd. Er dient een goede reden te zijn om de invoering van het schriftelijkheidsvereiste te heroverwegen, bijvoorbeeld een structurele afname van de klachten. Dan pas zal ik overwegen om het schriftelijkheidsvereiste niet op te nemen in het wetsvoorstel. Met andere woorden, uiteraard voer ik de motie-Weverling/Paternotte uit.

De heer Alkaya had vragen aan mij over het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap. Het duurt lang. Hij zei zelfs: te lang. Ik ben het met de heer Alkaya eens dat we moeten zorgen dat die publieke belangen goed gewaarborgd zijn. Daarom is het ook opgenomen in het regeerakkoord en maken wij hier werk van met grote steun van de heer Alkaya, zo begrijp ik. Maar dat kost nou eenmaal tijd, want het is best ingrijpende nieuwe wetgeving. Ik heb inmiddels het advies van de Raad van State ontvangen. Dat ben ik aan het verwerken. Ik verwacht het wetsvoorstel begin volgend jaar bij de Kamer te kunnen indienen.

Mevrouw Van Eijs vroeg aan mij of ik bereid om zo snel mogelijk ervoor te zorgen dat de digitale overheidscommunicatie voldoet aan het toegankelijkheidsvereiste. Dit is een verantwoordelijkheid van de Minister van BZK, maar ik zal dat zeker bij haar onder de aandacht brengen. Dat niet alles als een bliksemschicht bij heldere hemel meteen voldoet aan de eisen, is begrijpelijk, denk ik. Maar dat het echt een belang is dat we met elkaar delen en dat het echt tempo moet hebben, deel ik ook met mevrouw Van Eijs. Dus ik zal dat bij haar onder de aandacht brengen.

En dan last but certainly not least – in mooi Nederlands – de discussie over de 450MHz-band, met name de consequenties die dat heeft voor de slimme meters van Stedin en Alliander. De netbeheerders gebruiken de 450MHz-frequentie om meters op afstand uit te lezen. Het gaat om een deel van de netbeheerders, niet om ze allemaal. De rest maakt namelijk gebruik van commerciële partijen en de communicatieoplossingen die deze in de markt gezet hebben. Netbeheerders maken die afweging uiteindelijk zelf en hebben dat ook gedaan. De betreffende netbeheerders hebben in de consultatie aangegeven dat het ontwerpbesluit hen onvoldoende zekerheid geeft om de slimme energiemeters verder uit te rollen. Ik snap heel goed dat Stedin en Alliander zich zorgen maken over een eventuele veiling. Wat we nu voornemens zijn om te doen, is om voor vier jaar te verlengen en daarna te veilen. Het is dan ook goed om met die netbeheerders in gesprek te zijn. Ik zal dat ook doen om te kijken wat mogelijk is en om te zorgen dat de slimme meters blijven werken en uitgerold blijven. Ik beluister ook een beetje de zorg dat de negatieve effecten voor de bedrijfsvoering van Stedin en Alliander bij een veiling, mochten zij deze niet halen, in rekening worden gebracht bij burgers. Daarvoor hebben we in de desbetreffende energiewetgeving opgenomen dat ACM uiteindelijk beoordeelt of het prijsniveau dat wordt vastgesteld, doelmatig is. Gezien de winst die dit soort bedrijven nog steeds maken, maak ik me daar niet meteen zorgen om. Dat is in ieder geval een bevoegdheid die we bij ACM hebben neergelegd.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw beantwoording in eerste termijn. Ik kijk even naar links. Is er behoefte aan een tweede termijn, behalve dan om een VAO aan te vragen? Ik geef altijd veel ruimte voor interruptie in de hoop dat de tweede termijn dan verdampt. Maar dat lukt me niet elke keer. Het woord is aan de heer Weverling.

De heer Weverling (VVD):

We staan tot 18.00 uur ingeprogrammeerd, dus fijne voorstelling!

Dank u, voorzitter. Ik laat nog even wat zaken de revue passeren. Het veilingmodel is dus afhankelijk van de voorgenomen fusie tussen T-Mobile en Tele2. Daar wachten we dus op.

Bent u al zover dat Burum uiteindelijk moet verdwijnen, en dan niet Burum, maar het satellietstation?

Ik vond het antwoord over de 5G-pilots wat mager. Ik vroeg of er wat meer helderheid is over de pilots die aangemeld staan. U was wat afhoudend. Mijn vraag was ook: wat is de volgende stap voor die 5G-pilots? Kunt u daar in tweede termijn nog iets over zeggen.

Met betrekking tot de hoogbouw in stedelijke gebieden, de radioantennes en zo, heb ik de Staatssecretaris gevraagd om in gesprek te gaan met de relevante departementen. Zij zegt volgens mij duidelijk dat dat van de gemeenten is. Zij gaat dus niet in gesprek met die departementen, begrijp ik. Misschien kan zij dat bevestigen dan wel ontkennen?

Over het AT gaat u in gesprek. Ik overweeg nog wel om daar een motie over in te dienen.

Het DAB+ laat ik ook nog even op mij inwerken. U was complimenteus over de vraag: gaan we nu doorpakken of uitstellen? Maar wat is daar nou het antwoord op? Gaan we doorpakken of uitstellen? Dat antwoord heb ik niet gekregen, maar ik neem aan dat u gaat doorpakken.

Dan slamming. U gaat de motie-Weverling/Paternotte uitvoeren. Dat stemt mij tevreden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel en u wilt nog een VAO aanvragen.

De heer Weverling (VVD):

Ja, bij dezen dan.

De voorzitter:

Ja. Dan mevrouw Bromet voor haar tweede termijn.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Even kort. De samenvatting van dit debat is voor mij dat het goed is dat de Staatssecretaris zegt dat iedereen in 2023 100 MB/s moet hebben. Ik ben er nog niet gerust op dat dat ook gaat lukken. Daartoe zou ik heel graag inzicht willen hebben in de tussendoelen of in ieder geval in de stand van zaken. Ik vraag me af of de Staatssecretaris bereid is om jaarlijks een update te geven over hoeveel achtergebleven adressen het nog gaat, zodat de Kamer dat nauwlettend in de gaten kan houden.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Van Eijs in tweede termijn.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter, dank u wel. De Staatssecretaris gaf aan dat zij zorgen voor goede verhoudingen voor een groot deel de verantwoordelijkheid van de autoriteit telecom zelf vindt. Ik snap dat. Ik ben het daar ook wel mee eens, maar ik vraag me serieus af of dat voldoende zal blijken te zijn om ervoor te zorgen dat die verhoudingen normaliseren. Ik vraag de Staatssecretaris dus om echt de vinger aan de pols te houden en hier misschien actief op te acteren, mocht dat nodig zijn als ze er zelf niet uit komen.

Ik ben blij dat de Staatssecretaris het belang van goede, toegankelijke communicatie van de overheid inziet en dat zij dat bij haar collega van BZK onder de aandacht wil brengen. Ik was heel blij met de inspanningen die zij tot nu toe heeft verricht voor de bemiddelingsservice voor doven en slechthorenden.

Ik heb de Staatssecretaris helaas niet de uitspraak kunnen ontlokken dat er nog dit jaar een besluit komt over de brede uitrol van 5G. Ik hoop echt dat ze dat alsnog gaat doen. Ik vind het jammer dat de Staatssecretaris aangeeft dat zij het aanwijzen van de 5G-steden niet van heel groot belang vindt. Ik vraag toch echt of het ministerie een actievere rol kan spelen om te komen tot opschaling. Het is altijd jammer als een lokale overheid enthousiast is en met iets aan de slag wil, maar aangeeft dat ze iets nodig heeft van het ministerie en dat dat dan niet komt. Het zou jammer zijn om daar kansen te missen. Dus ik hoop dat de Staatssecretaris daar nog iets kan betekenen.

De voorzitter:

Vijf minuutjes schorsing?

De vergadering wordt van 15.59 uur tot 16.05 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de Staatssecretaris voor de beantwoording in tweede termijn. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Keijzer:

Voorzitter, dank u wel. Er zijn nog een aantal vragen aan mij gesteld. Die zal ik gewoon stuk voor stuk aflopen. De heer Weverling van de fractie van de VVD vroeg aan mij of ik zover was dat Burum moet verdwijnen. Hij bedoelde natuurlijk het satelliet interceptie station. TNO doet onderzoek. Het rapport is op een haar na gevild. Als dat af is zal ik dat samen met het oordeel daarover van het kabinet aan de Kamer toesturen. Zoals gezegd, ben ik zeer bereid om daar een besloten technische briefing over te geven. Dus op de vraag of ik al zover ben dat ik weet wat daar moet gebeuren, is het antwoord nee.

Zowel de heer Weverling als mevrouw Van Eijs stelde vragen over de 5G-pilots. Ik heb het Actieplan Digitale Connectiviteit er nog maar even bij gepakt. Op pagina 39 staan de verschillende proeftuinen, pilots en nieuwe ontwikkelingen genoemd. Ik ga geen 5G-stad aanwijzen. Stel je voor dat de rest dan besluit om ermee te stoppen, omdat die niet aangewezen is. Dat zou je toch niet moeten willen? Wat je wilt, is dat ze allemaal binnen de mogelijkheden die ze hebben en zelf zien, bezig gaan met deze nieuwe technologie. Als ze wat nodig hebben van de rijksoverheid, sta ik daar zeer voor open. Ik ben zelf op bezoek geweest in Amsterdam in de arena. Je kunt niet anders dan enthousiast daar vandaan komen als je ziet wat deze nieuwe technieken ons gaan bieden. Als er behoefte is aan experimenteerfrequenties of uitleg ten aanzien van wetgeving, zou ik willen zeggen: meld je. Ik ben ook bezig om te kijken of ik de steden of dorpen waar men bezig is met die nieuwe techniek, met elkaar in verbinding kan brengen in zo'n 5G-innovatienetwerk.

Ga ik nou doorpakken of uitstellen? Die vraag ging over de taskforce. Ik heb daarin aangegeven dat ik daarvoor uiteraard alle partijen nodig heb. Ik word frequent geïnformeerd over de voortgang daarvan en ik hoop ook dat men daar aan tafel doorpakt, omdat nu echt het moment is om te kijken of we met elkaar tot goede afspraken kunnen komen. Maar dat ligt dus niet alleen aan mij. Het is natuurlijk afhankelijk van alle mensen die daar aan tafel zitten. Zoals ik in eerste termijn zei, is het goed om te constateren dat de sfeer daar heel goed. Men waardeert ook hoe daar met elkaar gesproken wordt over de verschillende vraagstukken en belangen.

Mevrouw Bromet zei: u wilt dat alle Nederlanders in 2023 kunnen beschikken over 100 MB. Ik zeg dat heel nadrukkelijk, want als je erover kunt beschikken, wil dat niet zeggen dat je het ook afneemt. Dat is nu al zo. De mensen die kunnen beschikken over snel internet, maken er niet altijd gebruik van. Mevrouw Bromet vroeg aan mij wat ik in de tussentijd doe en of ik kan laten zien hoever ik ben. Daarop is het antwoord ja. In de voortgangsrapportage eind 2019 wil ik proberen om helderheid te verschaffen over hoe we staan.

Dan nog de hoogbouw stedelijke antennes. De heer Weverling vroeg aan mij of ik daarover in gesprek wil gaan met andere departementen. Als ik iets daarin te doen heb, ben ik daar zeer toe bereid, maar volgens mij heb ik in mijn antwoord in eerste termijn aangegeven dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de gemeentes ligt. Daar moeten de vergunningen worden afgegeven, voor zover antennes niet vergunningsvrij zijn. Als daar dingen mislopen, moet het daar uiteindelijk gebeuren. Als ik iets gemist heb ik de vraagstelling van de heer Weverling, hoor ik dat graag en ben ik uiteraard bereid om hierin mijn partijtje mee te blazen.

Volgens mij waren dat de vragen die aan mij gesteld zijn. O nee, ik ben de vraag over de lokale publieke omroepen vergeten. De heer Weverling gaf aan dat hij vindt dat de lokale publieke omroepen op een achterstand staan, aangezien zij niet gefinancierd zijn. Het is echt goed om hier nog eens te benadrukken dat de financiering daarvan niet via het Rijk loopt en ook niet meer via OCW, zoals het ooit was. De gemeentes zijn hiervoor verantwoordelijk en ook voor de uitrol van DAB+ op lokaal niveau. Ik ben wel in gesprek met lokale publieke partijen om te zien hoe je tot een snelle uitrol van DAB+ kunt overgaan, omdat dat nou eenmaal in de vergunningen zit. Maar de verantwoordelijkheid ligt bij die lokale omroepen zelf. In het verlengde daarvan ligt het belang op lokaal niveau. Daar moet men ervoor zorgen dat dat goed gaat.

Dank u.

De voorzitter:

Ik kijk even naar links. Geen vragen meer? Mevrouw Van Eijs, een heel kleine vraag.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Misschien heb ik het niet als vraag geformuleerd, bedenk ik nu achteraf. Ik wil vragen of de Staatssecretaris toch de vinger aan de pols wil houden bij de autoriteit telecom in combinatie met de radiopartijen; ik noem het maar even zo.

Staatssecretaris Keijzer:

Ja, zeker. Dat heb ik ook in eerste termijn al aangegeven. Maar ik hecht er wel altijd aan dat man en paard genoemd worden, als er klachten zijn. Het Agentschap Telecom heeft nou eenmaal de functie om vergunningen te verlenen of te weigeren en om te handhaven. Over die taken kan natuurlijk ook discussie ontstaan. Als er onnodig gejuridificeerd wordt of er in bepaalde casussen niet meegedacht wordt, vraag ik u: meld ze bij mij, want dan kan ik kijken of dat terecht is en proberen om duwtjes de goede kant op te geven. Noem me dan alstublieft de casussen waar het over gaat, want dan kunnen we echt van betekenis zijn.

De heer Weverling (VVD):

Volgens mij vindt iedereen, of in ieder geval de markt, dat toezicht en handhaving goed zijn, maar niemand zit te wachten op juridificeren. Ik kan me niet voorstellen dat er bij het Ministerie van EZK een ambtenaar is die bedenkt dat als er over de intro van een plaat van Jan Smit, om maar even in uw en mijn leefomgeving te blijven, heen wordt gepraat, niet meegeteld mag worden als Nederlandstalige plaat. Het is eigenlijk te gek om dat hier te noemen, maar dat wordt als beleid gezien. Niemand bij u op het ministerie heeft dat bedacht, maar blijkbaar wordt het in de praktijk wel zo gehanteerd door het AT.

Staatssecretaris Keijzer:

Volgens mij gaat dit om een handhavingszaak en die begint vaak met een handhavingsverzoek van een andere belanghebbende, maar zeker niet Jan Smit. Maar daar begint het wel mee. Daarom hoop ik dat de taskforce waarin we met elkaar in gesprek zijn en proberen om een beetje te leven en te laten leven en naast elkaar te bestaan, voor een nieuw elan voor de toekomst zorgt. Want ja, je juridificeert soms. Dat gebeurt soms op een manier dat ik ook weleens denk: mensen, wat zijn we met elkaar aan het doen in deze samenleving? Maar feit is nu eenmaal ook dat je vergunningen hebt en dat je je daaraan te houden hebt. Vervolgens kom je dan in dit soort discussies terecht. Soms vraag je je weleens af waarom we dat ooit zo hebben geregeld, maar dan gaan we volgens mij terug naar de tijd van Radio Veronica en dat is heel lang geleden.

De voorzitter:

Nou, ik weet het nog!

Staatssecretaris Keijzer:

Ik ook!

De voorzitter:

Dat zegt waarschijnlijk meer over ons, denk ik. Dit is een vrolijke afsluiter. Ik kijk nog even of alles aan de orde is geweest. Ja, helemaal goed.

Dan kijken we naar de toezeggingen. Er was er nog een over de update, dachten we. Mevrouw Bromet had gevraagd om jaarlijks een update te geven over het aantal aansluitingen. De Staatssecretaris heeft toegezegd om dat eind 2019 te doen. Is dat een herkenbare toezegging?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Nou ja, eind 2020, 2021, 2022 en 2023.

De voorzitter:

Ja, jaarlijks. Maar we beginnen eind 2019. Andere toezeggingen hebben we niet gehoord. De heer Weverling heeft een VAO aangevraagd. Daar zijn we allen zeer benieuwd naar. Dank uiteraard aan de Staatssecretaris voor de beantwoording en voor de ondersteuning. Dank aan de Kamerleden en de mensen op de publieke tribune. We hebben nu bijna twee uur vrij, dus ik zou zeggen: geniet ervan en maak er gebruik van! Dank ook aan de griffier voor de ondersteuning.

Sluiting 16.17 uur.