Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-08 nr. 508

21 501-08 Milieuraad

Nr. 508 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 15 april 2014

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu en de vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 19 februari 2014 overleg gevoerd met Staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu over de Milieuraad op 3 maart 2014.

(De volledige agenda is opgenomen aan het einde van het verslag.)

Van het overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu, Paulus Jansen

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Knops

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu, Sneep

Voorzitter: Paulus Jansen

Griffier: Van Dijk

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Paulus Jansen, Ouwehand, Klaver, Van Gerven, Remco Dijkstra en Cegerek,

en Staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

Aanvang 15.00 uur

De voorzitter: Ik heet de Staatssecretaris en haar medewerkers welkom, evenals de belangstellenden op de tribune en de leden. Een bijzonder welkom aan de heer Klaver.

Voordat wij beginnen met het algemeen overleg, heb ik enkele mededelingen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft laten weten dat zij dit AO graag aan de Staatssecretaris overlaat. Er zijn een aantal brieven over genetisch gemodificeerde maïs toegevoegd aan de agenda. Dat zal u ongetwijfeld zijn opgevallen. Ook heeft de regering een aanvulling op de geannoteerde agenda Milieuraad gestuurd. De Staatssecretaris had beloofd om voor het AO een kabinetsreactie inzake de ggo's te sturen. Dat is niet gelukt. De Staatssecretaris zal in haar beantwoording ongetwijfeld ingaan op dat punt.

Ik stel een indicatieve spreektijd voor van vier minuten in eerste termijn en maximaal twee interrupties op elkaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik twitterde zojuist: klaar voor een pittig debat met Staatssecretaris Mansfeld. Het is wel zo eerlijk om dat hier ook in de microfoon te zeggen. De Partij voor de Dieren vindt dat het een beetje onwerkbaar begint te worden met dit kabinet. Een groot deel van de stroevigheid komt uit de koker van deze Staatssecretaris. Ik noem bijvoorbeeld gentech. Al sinds de herfst van vorig jaar hebben we gevraagd om ons op de hoogte te houden, omdat er van alles gaat gebeuren. Er moet een besluit vallen over maïssoorten. Ongetwijfeld komt er meer gedoe over toelatingen. We hebben gevraagd hoe het kabinet dat ziet, maar we krijgen maar niks en we krijgen maar niks. Alleen dankzij het goede werk van onze fractiemedewerkers – die van mij zit op de publieke tribune; heel veel dank, Corinne – komen we erachter wat er speelt in Europa en kunnen we het kabinet nog snel even om een reactie vragen. Maar zo zijn we niet getrouwd! Hetzelfde is gebeurd bij de invasieve exoten. Je komt er zelf achter dat er op dit gebied voorstellen zullen worden gedaan in Europa. Je komt met moties. Dan zegt het kabinet: houd maar even aan, want u bent te vroeg. En nu is de boel al besloten. Wanneer zal de Staatssecretaris de Kamer uit zichzelf informeren over wat we doen in Europa? Is het volgens haar überhaupt nog wel nodig om met de Kamer van gedachten te wisselen?

Dankzij hard werk vanuit de Kamer wisten we wat er speelde rondom de toelating van genetisch gemanipuleerde maïs 1507. Ook de commissiestaf, die voor ons in de gaten houdt wat er speelt op Europees niveau, heeft hard gewerkt. We hebben een motie aangenomen gekregen waarin staat dat Nederland zich daartegen moet verzetten. Dat is keurig gebeurd. Ik heb Minister Timmermans dat netjes horen zeggen in de Raad. Maar na afloop van de stemming heeft een aantal landen gezegd: als het erop lijkt dat de Commissie alsnog besluit om deze maïs toe te laten, willen we daar wel bezwaar tegen aantekenen. Die landen hebben een brief gestuurd naar de Europese Commissie, maar Nederland heeft daar niet aan meegedaan. We hebben om een reactie gevraagd. De Staatssecretaris zegt: dat hebben we niet gedaan omdat de geldende procedure is dat de Commissie het besluit automatisch vaststelt. Dat kan wel zijn, maar er was ook een aangenomen motie. Dacht de Staatssecretaris dat de Tweede Kamer het wel prima zou vinden dat zij zich niet aansloot bij dat verzet? Wij weten dat ook het Europees Parlement initiatieven neemt om te proberen de Commissie ertoe te bewegen die maïs alsnog niet toe te laten. Ik mag toch veronderstellen dat de Staatssecretaris de geest van de motie wel begrijpt? Ik mag toch veronderstellen dat zij begrijpt dat de Tweede Kamer wel een en ander van haar had verwacht? Gaat zij zich alsnog aansluiten bij die brief of stuurt zij een eigen brief? Het zou mooi zijn als we die toezegging kunnen krijgen.

Ineens staat het teeltvoorstel op de agenda. Dat hadden we wel een beetje kunnen zien aankomen. Het gaat hierbij om de vraag hoe we in bredere zin omgaan met toelatingen. De Staatssecretaris heeft ons gisteravond een brief gestuurd waarin staat dat het Commissievoorstel op positieve wijze maatwerk mogelijk maakt. Maar we hebben dat hele voorstel nog niet gezien. De Kamer heeft het Commissievoorstel nog niet kunnen beoordelen. Ik stel voor dat de Staatssecretaris in elk geval het debat ingaat met de inzet die we eerder van haar hebben gevraagd. Er kan echter nog geen officieel standpunt namens Nederland worden ingenomen. Wij hebben immers nog niet kunnen beoordelen wat daarin wordt besloten.

De voorzitter: Zou u zo langzamerhand willen afronden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja.

Voorzitter. Het is duidelijk dat deze Kamer al eerder heeft gezegd dat er voldoende gronden moeten zijn voor lidstaten om de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen te weigeren. Dat moet ook de inzet zijn van Nederland. Graag wil ik een toezegging op dat punt. Ik vraag de Staatssecretaris om in elk geval geen stappen te zetten als wij ons daar niet over hebben kunnen uitspreken.

Ik rond af met het onderwerp teerzandolie. De Staatssecretaris wil de motie waarin de regering wordt gevraagd om zich in te zetten – het gaat alleen maar om inzet – voor een Europees importverbod op teerzandolie, niet uitvoeren. Ik vind het werkelijk onbestaanbaar. Een nieuw rapport toont aan dat we overspoeld zullen worden met teerzandolie, terwijl we weten dat die extreem schadelijk is. Waarom durft de Staatssecretaris bij de Europese Commissie niet te zeggen: jongens, we hebben hier een groot probleem, laten we bekijken wat we kunnen doen om tot een importverbod te komen?

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Het Europees Parlement is tegen toelating van de nieuwe gentechmaïs. In de Raad zijn negentien landen tegen en zijn slechts vijf landen voor. Toch wil Eurocommissaris Tonio Borg gentech toelaten voor teelt in Europa. Zo werkt de democratie kennelijk in Europa. Leg dat maar eens uit aan de kiezer, aan wie wordt gevraagd om vertrouwen te hebben in Europa. Meningen van lidstaten en het Europarlement zijn de voetnoten bij de mening van de Commissaris en de Europese voedselveiligheidsorganisatie EFSA. Het verhaal wordt steeds vreemder en vreemder. Eerst weigert de regering een standpunt in te nemen over de toelating van gentechmaïs en zorgt zij ervoor dat de Kamer eigenlijk geen fatsoenlijk inhoudelijk debat meer kan voeren met de regering. Vervolgens moet de Kamer een motie aannemen tegen de toelating van gentechmaïs. Er was volgens mij geen woord Spaans bij. Waarom heeft Nederland de brief van de twaalf regeringsleiders, waar bijvoorbeeld ook Frankrijk onder stond, niet meeondertekend? Frankrijk is toch niet het geringste land. Waar is dit kabinet op uit? Wil het de Kamer steeds verder irriteren? Het is toch duidelijk dat er een democratisch gemankeerd proces heeft plaatsgevonden, waarbij het kabinet heeft verzuimd tijdig een standpunt in te nemen en ook nog eens heeft verzuimd om een krachtig standpunt in te nemen nadat het een opdracht had meegekregen van de Kamer? Gaat het kabinet alsnog die brief ondertekenen? Zal het ervoor zorgen dat er een dertiende handtekening onder komt te staan?

Er wordt gezegd dat er een voorstel is waarmee wordt beoogd dat een land zelf kan bepalen of het bijvoorbeeld wel of geen gentechmaïs toelaat. Wij kennen dat voorstel ook nog niet. Hoe solide is dat op juridisch gebied? Want als we een paar jaar verder zijn en moeten constateren dat het los zand was en dat een en ander toch moet worden toegelaten, zijn we nog verder van huis.

Ik kom op de klimaatdoelen. 40% minder CO2-uitstoot is een belangrijke doelstelling. Wij hadden echter graag gezien dat er ook op andere terreinen meer wordt doorgepakt.

De voorzitter: Mijnheer Van Gerven, dit onderwerp komt morgen uitgebreid aan de orde in een apart overleg. Wellicht is het beter om het daarbij te betrekken.

De heer Van Gerven (SP): Dat overleg gaat dus over dit onderwerp? Dan bekijk ik even of ik nog andere zaken heb, want ik begrijp dat de voorzitter morgen zelf een paar punten wil scoren. Dat lijkt mij uitstekend.

De voorzitter: Die conclusie is geheel voor uw rekening.

De heer Van Gerven (SP): Zeker.

Voorzitter. Dan kom ik nog even op de nanodeeltjes. Wij hadden om een standvanzakenbrief gevraagd. Die brief hebben we ontvangen. Er zijn dus wel zaken in gang gezet. Men werkt er nog aan en dat gaat tamelijk traag, begrijp ik. Een aantal landen hebben gezegd dat ze niet wachten op Europese regelgeving, maar dat ze nationaal aan de slag gaan. Wat gaat Nederland doen? Kunnen wij ook nationaal aan de slag gaan? Wat is de verwachting van dat Brusselse initiatief? Kortom, wat doet Nederland op dit vlak om nationaal de werknemers, de consumenten en het milieu te beschermen?

De heer Klaver (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil het vandaag over twee onderwerpen hebben. Ik kom uiteraard te spreken over maïs, waar al eerder over is gesproken, maar ik zal ook stilstaan bij de klimaatdoelstellingen. Die staan uitgebreid in de geannoteerde agenda. Ik vind het dus ook van belang om het daar vandaag over te hebben.

De voorzitter: Ik vind het wat lastig, omdat ik niet weet of u morgen ook aanwezig zal zijn bij het andere debat. Ik vermoed van niet. Er is morgen een apart debat over het behandelvoorbehoud klimaatbeleid; dat weet u?

De heer Klaver (GroenLinks): Zeker.

De voorzitter: Komt u er dan op terug?

De heer Klaver (GroenLinks): Ook daar zullen we het erover hebben. Vandaag zullen we er echter ook over spreken.

De voorzitter: U gaat over uw eigen woorden.

De heer Klaver (GroenLinks): Het was een winstwaarschuwing, zou je kunnen zeggen.

Ik begin bij de maïs. We hebben vorige week nou niet bepaald een verheffend debat gehad in de commissie. Ik heb de Minister van Buitenlandse Zaken weleens beter zien debatteren. De Kamer kreeg het verwijt dat haar inbreng en daarmee ook de inbreng van Nederland in Europa materieel geen enkel verschil zou maken. Alsof daarmee het standpunt van een land of het standpunt van de oppositie niet ter zake doet. Ik ben heel erg benieuwd of deze Staatssecretaris dezelfde mening is toegedaan.

Het tegendeel lijkt bewezen. Nederland heeft een tegenstem uitgebracht. De Minister van Buitenlandse Zaken presenteerde hier een lijstje met alle landen die zouden tegenstemmen. Vervolgens bleken drie landen ook te zijn geswitcht, waardoor een normale meerderheid tegen dit voorstel bleek te zijn. Het bleek dus dat de stem van Nederland invloed had. Vervolgens hebben twaalf landen een brief getekend. Zij hebben gezegd: ook al is er geen gekwalificeerde meerderheid maar een gewone meerderheid, wij vinden dat het niet moet worden toegelaten. Maar vervolgens lezen we in de brief die deze Staatssecretaris ons heeft gestuurd: het heeft geen zin om ons aan te sluiten, want materieel maakt het niets uit; de Europese Commissie moet toch besluiten om deze gentechmaïs toe te laten. Het punt is dat het standpunt van Nederland er wel degelijk toe doet. Dat mogen we toch wel hebben geleerd van vorige week. Door druk uit te oefenen als land kun je andere landen die wellicht twijfelen of waar nog discussie is, meekrijgen. Graag hoor ik van deze Staatssecretaris hoe zij haar rol in Europa ziet. Is die volgend of leidend? Is zij alsnog bereid aan te geven dat zij achter de brief staat die de twaalf lidstaten hebben gestuurd, ook al heeft de Commissie inmiddels gereageerd?

Ik ga snel over naar energie. GroenLinks wil drie bindende doelen als het gaat over energie. Als landen niet verplicht zijn daaraan te voldoen, komt er niets van terecht en blijft iedereen afwachten. Nederland moet geen grijze middenvelder zijn, maar een groene spits in Europa. Iedereen heeft het over een fair level playing field. Laten we dat er dan ook echt van maken.

De Staatssecretaris geeft aan dat we ons kunnen scharen achter het eerste doel, het CO2-doel. Maar uit alle gemodelleerde scenario's die zijn genoemd in de UK-paper blijkt dat hiervoor een Europees doel van 50% tot 60% CO2-reductie nodig is in plaats van 40%. Dat terwijl de Staatssecretaris het doel van 40% CO2-reductie steunt. De inzet van de Staatssecretaris is te weinig. Dat betekent dat landen relatief meer moeten doen dan de EU aangeeft, om toch binnen de tweegradendoelstelling te kunnen blijven. Hoe realistisch is dat?

Ik kom op het doel voor hernieuwbare energie. Dat stelt wat ons betreft niets voor, want het komt vanzelf tot stand, zo staat er in de kabinetsreactie, door het CO2-doel van –40%. Nederland streeft internationaal naar een 100% duurzame energievoorziening in 2050. In het energieakkoord is 16% duurzame energie afgesproken voor 2023. Als je een lijn trekt naar 100% in 2050, kom je uit op 38% duurzame energie voor Nederland als doel in 2030. Hoe kan de Staatssecretaris dan akkoord gaan met 27% niet-bindend? Hoe komt Nederland alsnog tot een volledig duurzame energievoorziening in 2050?

Daar zou ik het voor nu bij willen laten.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Voorzitter. Ik richt mij vandaag op de Europese voorstellen voor schone lucht. De VVD vindt een prettige, gezonde leefomgeving belangrijk, want gezonde mensen dragen bij aan de samenleving, maar nog belangrijker is dat ze zich vrijer en veiliger voelen. Als we het debat voeren over luchtkwaliteit, willen we dat graag doen op basis van feiten. Feit is dat onze lucht vele malen schoner is dan jaren terug, schoner dan in Sjanghai en schoner dan in grote delen van Europa. Maar liefst zeventien landen doen het slechter dan Nederland en onze lucht wordt iedere dag schoner. De bestaande normen hebben geleid tot aanzienlijke verbeteringen, al blijven er natuurlijk knelpunten bestaan. Om die te tackelen, werken we samen met lokale en regionale overheden via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Europa kan zich volgens de VVD beter richten op het naleven van bestaande normen in andere EU-lidstaten dan dat we nieuwe normen gaan bepalen. Een groot deel van de luchtverontreiniging komt immers door achtergrondconcentraties uit het buitenland. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat er geen nationale normen komen boven op bestaande Europese normen?

Alleen een breed Europees bronbeleid kan leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit, en dat werkt. Het gaat bijvoorbeeld om de verschoning van motoren van auto's, schepen en vliegtuigen, machines en stookinstallaties. Ik vind het wel van belang dat we blijven letten op het behoud van onze industrie. Het heeft geen zin om industrieën te verplaatsen naar buiten Europa. Daar wordt de lucht namelijk niet schoner van en het is ook niet goed voor de werkgelegenheid en welvaart. De VVD vindt het een goede zaak dat de Staatssecretaris een kosten-batenanalyse laat uitvoeren voordat zij formeel reageert. Kan zij aangeven welke elementen zij hierin laat meewegen?

We zijn geschrokken van de geschatte kosten als gevolg van de voorstellen voor het bedrijfsleven. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe die kosten, zeker voor het mkb, worden meegenomen in haar analyse? Wordt hierbij ook gekeken naar de gevolgen van bijvoorbeeld ammoniakeisen voor de Nederlandse boeren, waar ik al eerder een vraag over stelde? We zijn benieuwd naar de analyse. We willen graag dat de Staatssecretaris ons informeert en nog geen onomkeerbare stappen zet.

Ik kom op de richtlijn voor de reductie van luchtverontreinigende stoffen. We zien een aantal reductiedoelen voor 2020 en 2030. Inmiddels is mij ook duidelijk hoe die doelen worden bepaald. Zijn die doelen realistisch? Kan de Staatssecretaris aangeven in hoeverre Nederland nu al voldoet aan de gestelde reductiedoelstellingen? Kan zij ook aangeven hoe wordt voorkomen dat andere landen niet voldoen aan de reductiedoelstellingen? Ik had het al over die zeventien landen. Op welke manier zal de EU handhavend optreden tegen deze landen?

De VVD is van mening dat de uitvoering van de richtlijnen zo min mogelijk administratieve lasten met zich mee mag brengen. Kan de Staatssecretaris ervoor zorgen dat de verplichting om het programma iedere twee jaar te herzien, komt te vervallen? Is zij dat van plan?

Ik kom op de richtlijn met betrekking tot de middelgrote stookinstallaties. De Europese Commissie stelt dat de effecten voor de luchtkwaliteit significant zijn. Ik zie graag dat alle effecten voor het bedrijfsleven worden meegenomen in de kosten-batenanalyse. We willen als VVD niet dat Nederland er weer een schepje bovenop doet. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat zij hier ook de Europese norm aanhoudt?

Ten slotte kom ik op de teerzandolie. De VVD ziet niets in een emotioneel gedreven importverbod op teerzandolie. Noch vinden we een rapportage op bedrijfsniveau wenselijk. Naast het feit dat het technisch onmogelijk is, gaat het ook in tegen internationale afspraken. Ik vraag de Staatssecretaris deze visie Europees uit te dragen en hier ook naar te handelen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik probeer het wel vaker, maar ik wil ook aan de heer Dijkstra vragen hoe de VVD Europa ziet en hoe zij aankijkt tegen de internationale afspraken. We hebben het bericht kunnen lezen dat de Staatssecretaris van EZ creatief is geweest in het zoeken naar de mogelijkheden die Europese afspraken laten bestaan voor het toestaan van pulsvisserij. Ik ben daar niet blij mee, want ik ben daar niet zo voor. Er zitten nog heel veel nadelen aan, maar ik denk wel: hartstikke goed, je zoekt gewoon naar je nationale mogelijkheden om te doen wat de Tweede Kamer je heeft gevraagd. Zo ligt dat in dit geval. Als een ruime meerderheid van lidstaten de toelating van genetisch gemanipuleerde maïs niet ziet zitten, vindt de VVD dan dat de Europese Commissie de bevoegdheid zou moeten hebben om in alle rust, zonder dat er enig protest kan worden aangetekend, te besluiten dat alle lidstaten gedwongen worden om teelt van die maïs toe te laten in hun land, ook als ze daar fundamentele bezwaren tegen hebben? Zou de VVD Europa zo willen beoordelen, ook met die macht en die positie?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Mevrouw Ouwehand vroeg mij meerdere zaken. Ik wil graag ingaan op haar eerste vraag: hoe ziet de VVD Europa? Ik zal aangeven hoe de VVD Europa ziet in relatie tot de Kamer. Dan kom ik meteen op het tweede deel van haar vraag. Sinds ik hier in de Kamer actief ben, merk ik in debatten dat er heel veel ambitie is, ook vanuit de Kamer, om zaken «zo goed mogelijk» te doen. Dat merk ik ook nu weer. De woorden «zo goed mogelijk» staan tussen aanhalingstekens, want de wijze waarop het wordt gedaan verschilt voor iedereen. Tegelijkertijd merk ik dat we streven naar gelijke spelregels in heel Europa. Dat botst soms. Soms heeft het Nederlandse parlement in meerderheid – daar kan ik dan weinig aan doen – vergaande ambities, terwijl we tegelijkertijd een gelijk speelveld willen omdat we één markt hebben. Ik constateer dat dit botst. Ik moet bekennen dat ik soms ook wel heel erg blij ben met Europa, omdat alle ambities die hier worden geuit en die soms irrealistisch zijn, kostenverhogend werken en welvaart en werkgelegenheid kosten, worden afgeremd. Zo krijgen we toch weer een stukje gelijk speelveld vanuit Brussel. Europa bevalt mij enorm op milieugebied, want 80% à 90% van wat wij hier doen, komt uit Europa, en vaak is dat realistischer dan wat in Den Haag plaatsvindt.

De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Ouwehand nog wel een vervolgvraag heeft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is wel mooi dat de heer Dijkstra toegeeft dat als Europa remmend werkt op milieuambities, de VVD zegt: huppekee, mooi dat Europa! Ik ga nu even terug naar de principevraag. De Kamer heeft een motie aangenomen waarin de Nederlandse regering is gevraagd om tegen toelating van genetisch gemanipuleerde maïs te stemmen. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft die motie keurig, maar heel beperkt uitgevoerd. Nederland heeft tegen de toelating gestemd. Andere landen vragen de Europese Commissie om rekening te houden met die enorme weerstand. De ruime meerderheid, maar net geen gekwalificeerde meerderheid, is tegen. Gelet op die aangenomen motie is mijn vraag of de VVD dan ook niet vindt dat je van de regering mag verwachten dat zij zich aansluit bij de landen die nog even een briefje sturen naar de Europese Commissie met hun bezwaren. Of zegt de VVD: dat komt ons niet goed uit, dus dan nemen we ook afstand van de wijze waarop de regering een motie zou moeten uitvoeren?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik denk dat mevrouw Ouwehand teleurgesteld is. Dat kan ik mij goed voorstellen, maar haar motie is volgens mij uitgevoerd. Daar staat het woord «briefje» niet eens in. Als haar motie is uitgevoerd, vind ik eigenlijk dat zij niet zo moet zeuren. Dan moet zij daar genoegen mee nemen. Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar dat is democratie.

De heer Klaver (GroenLinks): De heer Dijkstra heeft het over niet zo zeuren. Ik vind het een weinig krachtig betoog van de collega van de VVD. Een motie kun je uitvoeren naar de letter. Dat is gebeurd, uitstekend. De heer Dijkstra heeft het debat indertijd wellicht niet meegemaakt, maar het was een zeer stevig debat. Het ging namelijk over de vraag hoe de Kamer is geïnformeerd door het kabinet en wat de inzet van het kabinet zou moeten zijn. Het ging ook over de vraag hoe het standpunt van Nederland de besluitvorming in Europa kan beïnvloeden. Was het niet veel meer in lijn geweest met het debat dat in de Kamer is gevoerd, om gewoon te zeggen: wij zullen de brief van twaalf landen meeondertekenen? Democratie is immers veel meer dan alleen een motie naar de letter uitvoeren.

De heer Remco Dijkstra (VVD): De heer Klaver reageert misschien wat gepikeerd.

De heer Klaver (GroenLinks): U hebt mij niet eens gepikeerd gezien, dus pas op.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Dat mag op zich wel. Deze motie is uitgevoerd. U hebt ook aan de Staatssecretaris gevraagd wat zij daarvan vindt. U bent hier niet tevreden mee; dat mag. Ik zei al: dat is democratie. U wilde ook een brief en vindt dat Nederland die brief had moeten ondertekenen. Ik ben heel benieuwd wat de Staatssecretaris daarvan vindt, maar die brief riep op tot uitstel tot een bepaalde datum. Dit hoort eigenlijk thuis bij het overleg over biotechnologie, maar dat hebben we gecanceld. In mijn optiek is wat u wilde niet haalbaar, niet uitvoerbaar en ook niet echt wenselijk. Maar nogmaals, de motie is uitgevoerd. Daar kunt u blij mee zijn of niet. Ik zal mijzelf blijven herhalen: daar moet u het mee doen. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris op uw vragen.

De heer Klaver (GroenLinks): Ik deel die nieuwsgierigheid naar het antwoord van de Staatssecretaris. Als de oppositie moties indient, zegt de VVD altijd: laten we eens proberen om minder moties in te dienen. Tijdens dit interruptiedebatje proberen we om tot elkaar te komen. Maar als ik de VVD goed beluister, denk ik dat we hier later in een VAO op terug moeten komen en dat we hier een motie over moeten indienen. Ik denk dat mevrouw Ouwehand daar goede ideeën voor heeft. Daar sluit ik mij graag bij aan en anders kom ik zelf met suggesties.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik denk dat het goed is dat het terugkomt op een later tijdstip. Ik denk ook dat het goed is dat je een scheiding aanbrengt tussen het ethische aspect en de discussie over veiligheid en dat de Kamer daarover een debat kan voeren. Dat lijkt mij heel verstandig.

De heer Van Gerven (SP): We kennen de VVD als een partij van marktfundamentalisten. De heer Dijkstra doet ook weer een dappere poging om daar deel van uit te maken. Wat vindt hij belangrijker: de markt of de democratie?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Dit is weer zo'n rare vraag. Je wordt eerst uitgemaakt voor marktfundamentalist en vervolgens moet je kiezen wat je belangrijker vindt. Ik vind dat een heel rare vraag. Er zit ongetwijfeld nog een vervolgvraag aan vast. Ik vraag de heer Van Gerven om die alvast te stellen. Dan kan ik daar in mijn antwoord rekening mee houden.

De heer Van Gerven (SP): Ik dacht dat de VVD ook een democratische partij was. Ik had dus gehoopt dat de heer Dijkstra zou zeggen dat democratie uiteindelijk toch belangrijker is. Ik laat het weerbarstige optreden van het kabinet terzijde, want twee collega's van mij hebben dat al nadrukkelijk gememoreerd. Ik kijk even naar de democratische uitkomst van de discussie over gentechmaïs. De meerderheid van de landen stemt tegen, maar het gaat toch gewoon door. Is dat dan een goede uitkomst van het democratische Europese proces? Moeten we daar dan niet voor gaan liggen? Had Nederland zich om die reden niet heel nadrukkelijk moeten uitspreken tegen hetgeen is gebeurd?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Een democratie is met meerderheden en minderheden. Als ik mij deze motie voor de geest haal, die ook door mijn collega is behandeld, moet ik constateren dat de VVD daar niet mee heeft ingestemd. Wij zijn dus niet zo rouwig om het resultaat.

De heer Van Gerven (SP): De heer Dijkstra begrijpt mijn vraag niet. Negentien Europese landen zijn tegen het toelaten van gentechmaïs. Een meerderheid is dus tegen, maar het gebeurt toch. Dat is toch idioot? Daar moet je toch tegen in 't geweer komen? Op dat punt wil ik graag een reactie van de VVD. Zij mag voor of tegen zijn, maar er is een democratisch proces geweest. Een duidelijke meerderheid in Europa is ertegen, maar het wordt toch ingevoerd.

De heer Remco Dijkstra (VVD): De SP doet toch altijd precies hetzelfde? Als er meerderheidsbesluiten zijn, is zij toch ook niet eraan gehouden om iets te omarmen, lief te vinden en goed te vinden? Zij kan dan toch nog steeds haar eigen standpunt houden? Hetzelfde geldt voor de VVD. Er is een motie aangenomen die wij niet gesteund hebben. Het resultaat pakt nu voor ons misschien wat beter uit en daar zijn we tevreden mee. Dat is toch prima? Dat is toch democratie?

Mevrouw Cegerek (PvdA): Voorzitter. Ik wil beginnen met het onderwerp lucht. Schone lucht is onontbeerlijk voor de mens. Het is teleurstellend dat de lidstaten van de Europese Unie nog niet genoeg haast maken met een beleid voor luchtkwaliteit. Tegen zeventien Europese lidstaten loopt momenteel een inbreukprocedure omdat zij niet voldoen aan de afgesproken normen. Hoe graag de Partij van de Arbeid ook verder zou willen gaan, in dit licht bezien is het begrijpelijk dat de Europese Commissie niet komt met een nieuwe richtlijn. Het heeft weinig zin om nieuwe regels in te stellen als de oude nog niet worden nageleefd. Laten we daar eerst voor zorgen. De stappen die de Commissie daarvoor wil zetten, lijken de goede kant op te gaan. Toch mag het van de Partij van de Arbeid allemaal wel wat sneller. We hopen dat de Staatssecretaris dit ook meeneemt in haar inbreng bij de Milieuraad.

Je kunt nooit zeggen dat de lucht schoon genoeg is. Het kan altijd beter. Het werk op dit beleidsterrein is ook nooit af. We moeten op landelijk niveau ambities hebben en inspanningen verrichten, maar de grote stappen moeten toch op Europees niveau gezet worden. Dit is dan ook typisch een onderwerp dat je in Europees verband moet aanpakken. Vieze lucht trekt zich weinig aan van grenzen en internationale samenwerking is hierbij noodzakelijk. De Partij van de Arbeid gaat hier niet zelf allerlei maatregelen bedenken. Dat is de taak van het kabinet. We sporen de Staatssecretaris aan om te bekijken of versnelling mogelijk is. We willen dat zij dit ook meeneemt in haar inbreng bij de Milieuraad.

Wat ons betreft gaan we de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie ook sneller halen, maar dat kunnen we niet alleen. Ik heb hierover nog een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Als er goed bronbeleid zou worden gevoerd, hoe snel komen die normen dan in zicht? Wat kunnen we in de tussentijd doen? Kan de Staatssecretaris ons vertellen of ook in andere EU-landen draagvlak voor versnelling bestaat? Kan zij in beeld brengen wat daarvoor nodig is?

Onlangs hebben we vernomen dat er vanuit het PBL nog een kosten-batenanalyse komt. Pas als die is afgerond, kan Nederland zijn positie innemen ten aanzien van het ambitieniveau. Op dat moment ontstaat er ook voor de Kamer de mogelijkheid om wat specifieker en inhoudelijker te kijken naar wat we wel en niet kunnen doen en tegen welke kosten et cetera. Die discussie voeren we graag. We zijn erg benieuwd wanneer deze analyse naar de Kamer wordt gestuurd.

Verder ligt er nog een voorstel ten aanzien van stookinstallaties. Met betrekking tot dit voorstel wil de regering hogere eisen stellen voor NOx en fijnstof en wil zij een norm voor methaan. Zij wil echter wel lagere normen voor NOx bij kleine gasmotoren en lagere normen voor SO2, dus zwaveldioxide, bij niet-standaardbrandstoffen. Waarom zijn deze uitzonderingen noodzakelijk? Dat werd mij niet duidelijk uit het stuk.

Dit voorstel gaat over middelgrote stookinstallaties. Er wordt gesproken over een actieprogramma dat oproept tot een gezonde omgeving voor iedereen om lokale maatregelen te bewerkstelligen. Dat lijkt ons een goed plan. Het is een goed streven, maar het riep bij mij meteen de vraag op of we ook een dergelijk actieprogramma hebben voor kleine stookinstallaties. Denk bijvoorbeeld aan een houtkachel. Burgers die thuis een houtkachel hebben, zijn zich vaak niet bewust van het feit dat ze daarmee ook hun omgeving schade toebrengen. Kunnen we bijvoorbeeld niet kijken of we ook voor bewustwording kunnen zorgen bij individuen?

De voorzitter: Wilt u afronden?

Mevrouw Cegerek (PvdA): Ja, dan haal ik even de hoofdpunten eruit.

Wat betreft houtkachels, heb ik nog één vraag. Zijn er in Europees verband ook eisen voor dit soort installaties?

In het verslag van de Milieuraad wordt ook verwezen naar plastic tasjes. Op de Milieuraad van afgelopen december is het verminderen van het gebruik van plastic tasjes aan de orde geweest. Ik kon niet achterhalen wat de inbreng van Nederland op dit punt is geweest. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de Nederlandse inzet hierin was?

De heer Klaver (GroenLinks): Vindt de collega van de PvdA dat verkiezingsprogramma's zo veel mogelijk gevolgd moeten worden door de partij in kwestie?

Mevrouw Cegerek (PvdA): Ja. We volgen natuurlijk onze partijprogramma's, maar daarnaast hebben we een coalitieakkoord, waar we ons aan houden.

De heer Klaver (GroenLinks): Dat is een uitstekend antwoord. Afgelopen weekend is het verkiezingsprogramma van de PvdA voor het Europees Parlement aangenomen. Het is een interessante tekst, maar nog veel interessanter zijn de amendementen die daar ook zijn aangenomen. Eén daarvan is van PvdA Afdeling Brussel/België, PvdA Duurzaam, PvdA Dordrecht en Amsterdam-West, de Zuid Noord Commissie et cetera. Daarin wordt aangegeven dat de PvdA de EU-doelstelling van 30% duurzame energie in 2030 zou moeten onderschrijven. Aangezien dit nu in het verkiezingsprogramma van de PvdA voor het Europees Parlement staat, gaat de PvdA de motie van GroenLinks op dit punt steunen?

De voorzitter: Dit staat niet op de agenda, maar mevrouw Cegerek mag hierop reageren.

Mevrouw Cegerek (PvdA): Het betreft een verkiezingspuntje voor het Europees Parlement. De heer Klaver verwijst naar iets wat met energie te maken heeft en wat vandaag niet aan de orde is. Ik ga er dus niet op in.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Europa is gekomen met een pakket maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. De Staatssecretaris is nog bezig met de kosten-batenanalyse van de aanscherping van de richtlijn met nationale emissieplafonds en wil pas daarna een standpunt innemen. Natuurlijk is het prima om de kosten en baten te berekenen, maar het belang van de volksgezondheid moet wat betreft de ChristenUnie toch vooropstaan. Ik hoop dat de Staatssecretaris dat onderschrijft. Is dit onderzoek op tijd klaar voor de discussie in Europa? De komende Milieuraad is er alleen nog een presentatie. Wanneer vindt dan wel besluitvorming plaats?

Klopt het dat voor de kosten-batenanalyse alleen is gekeken naar de gevolgen en de kosten van technische maatregelen? De ChristenUnie ziet namelijk graag dat er ook wordt gekeken naar wat er te bereiken is met volumebeleid en wat daar de kosten en baten van zijn. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het energieakkoord, waarin de deur naar het beprijzen van mobiliteit wordt opengezet.

De ChristenUnie is teleurgesteld dat de emissienormen nog niet worden aangepast. Gelet op de hoge concentraties fijnstof, is het juist van belang dat de emissies naar beneden gaan, niet alleen in Nederland maar ook in de ons omringende landen. De ChristenUnie steunt het uitgangspunt van de Europese Commissie dat op lange termijn de luchtkwaliteit zo goed moet worden dat de concentraties verontreinigende stoffen onder de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie komen te liggen. Dan is er echt nog een hele verbeterslag nodig. Als we doorgaan op de huidige weg, hoelang duurt het dan nog voordat we aan de norm voldoen van 10 microgram per kubieke meter? De EU maakt de emissie- en concentratienormen voor fijnstof op korte termijn niet strenger. Dat betreurt de ChristenUnie. Bij het handhaven van de huidige normen is er geen enkele ambitie voor het verbeteren van de gezondheid. We moeten voorkomen dat we tijd verliezen. Juist als zo veel lidstaten de huidige normen niet halen, moeten we alles op alles zetten om deze achterstand in te halen, opdat de langetermijndoelen niet verder worden uitgesteld.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik hoor mevrouw Dik-Faber praten over ambitie. Dat is mooi. Dat doet zij wel vaker. Daar complimenteer ik haar mee, maar realisme is toch ook op zijn plaats. Als 17 van de 28 landen het nu niet halen en misschien in 2020 ook niet, wat heeft het dan voor zin om nog meer ambities neer te leggen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik ben blij met de complimenten van de VVD. De ChristenUnie is namelijk ambitieus. Als we de lat hoog leggen, geven we ook een flinke prikkel aan andere lidstaten om aan de slag te gaan met de reductie. Ik was er nog niet aan toegekomen, maar ik wilde er in mijn betoog op wijzen dat bijvoorbeeld de Verenigde Staten veel lagere normen hebben dan Europa. Als de Verenigde Staten het kunnen, moeten wij dat toch ook kunnen? Het gaat om de gezondheid van onze bewoners. Die staat bij mij voorop. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft duidelijke uitspraken gedaan. De Verenigde Staten voldoen er bijna aan, maar Europa in de verste verte niet. Er zijn echt stappen nodig. We moeten nu actie ondernemen en dan maar eens even kijken hoe we andere lidstaten erbij kunnen krijgen. Het moet gebeuren, maar laten we alsjeblieft verder kijken en de lat hoog leggen, want het gaat om de gezondheid van onze mensen.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Als je de lat hoog legt, kom je op een punt dat niemand het meer haalt en niemand er nog overheen springt. In mijn optiek moeten doelen realistisch zijn. Ze moeten haalbaar, meetbaar, realiseerbaar en betaalbaar zijn. Maar in uw optiek leggen we de lat zo hoog dat niemand het meer haalt. Volgens mij gaat dan ook niemand meer harder lopen.

De voorzitter: Ik hoor geen nieuwe vraag, maar mevrouw Dik-Faber mag hier nog op reageren.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik ben heel erg benieuwd naar de voorstellen van de VVD-fractie om de andere lidstaten op een hoger niveau te krijgen. Daar heb ik de VVD-fractie namelijk niets over horen zeggen. Als een van de lidstaten in Europa, namelijk Nederland, daarin toch een prominente rol wil innemen, moet Nederland toch met concrete voorstellen op dit punt komen. Daar ben ik erg benieuwd naar.

De Staatssecretaris heeft eerder aangegeven dat de concentratienorm voor ultrafijnstof wel omlaag kan van 25 naar 20 microgram per kubieke meter lucht. Waarom zet de Staatssecretaris hier niet meer op in? Wat de ChristenUnie betreft kunnen we beter kijken naar de blootstellingsnormen. In 2008 is al afgesproken dat we ons zullen moeten richten op het verminderen van blootstelling aan fijnstof. Het plan was dat er geen extra vervuiling zou mogen komen zolang de blootstelling – daarbij gaat het om de fijnstof die mensen inademen – niet lager is dan 8,5 microgram. De ChristenUnie zou heel graag zien dat er een blootstellingsreductieplan komt met bindende afspraken. Is de Staatssecretaris bereid om dit uit te werken?

Uiteraard complimenteer ik de Staatssecretaris met het feit dat zij aandacht gaat vragen voor roet. Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie waarin wordt gevraagd om te komen tot een landelijk meetnet voor roet? Wanneer is het voorstel voor het meetnet uitgewerkt door het RIVM? Wanneer is het meetnet klaar en zijn de eerste cijfers er? De ChristenUnie hoopt op een duidelijk tijdpad en voldoende meetpunten. Heeft de Staatssecretaris binnen de EU al medestanders gevonden om zo snel mogelijk tot een norm voor roet te komen en tot betrouwbare cijfers die dit kunnen onderbouwen. Ook op Europees niveau moet er immers snel een meetnet komen. Gaat de Staatssecretaris hiervoor pleiten?

Mijn laatste punt heeft te maken met gentechmaïs. Dat onderwerp is toegevoegd aan de agenda. Er is al heel veel gewisseld over de motie en de brief. Daar zal ik niet op ingaan. Ik wil even teruggrijpen op een debat van drie jaar geleden dat nog door mijn voorganger, Esmé Wiegman, gevoerd is. Heb ik het goed begrepen dat, als gentechmaïs wel wordt toegelaten, lidstaten daar min of meer een eigen beleid op kunnen voeren, maar dat milieuveiligheidsredenen daar geen rol bij mogen spelen? De landen mogen dus gentechmaïs blokkeren, maar de grondslag daarvoor mag geen milieuveiligheidsoverweging zijn. Wat blijft er dan over? Ik citeer een zin uit het debat van drie jaar geleden: «Nu lijkt de situatie te ontstaan dat toelating van de teelt van ggo's wordt beschouwd als de norm, waarop slechts op basis van beperkte gronden een uitzondering kan worden gemaakt.» Wat zijn die beperkte gronden? Zijn dat sociaaleconomische uitzonderingsgronden? Ik weet het niet. Als we die kunnen bedenken, zijn ze dan transparant? Zijn ze toepasbaar? En de belangrijkste vraag is: zijn ze juridisch houdbaar?

De voorzitter: Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. De Staatssecretaris heeft aangegeven dat zij direct met de beantwoording kan starten. Bij wijze van experiment wil ik geen beperkingen stellen aan het aantal interrupties. Ik denk namelijk dat u best wel de discipline heeft om daar met mate gebruik van te maken. We gaan het proberen. Ik vraag de Staatssecretaris om aan te geven hoe zij haar beantwoording gaat structuren.

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik begin met gentech. Zo kom ik op de vraag waarom de brief er niet is. Daarna kom ik op de brief die is ondertekend door twaalf lidstaten, de maïs en het nationale teeltvoorstel. Vervolgens switchen hier wat mensen. Dan gaat de luchtkwaliteit et cetera erachteraan; laat ik het maar zo formuleren.

Waarom is de brief er niet? Mij is van tevoren gevraagd of ik die vraag kan beantwoorden. Ik ben samen met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Economische Zaken de door ons toegezegde brief aan het opstellen. Het is inderdaad helaas niet gelukt om die brief voorafgaande aan het eerder geplande AO Biotechnologie naar de Kamer te sturen. Het thema ggo's is maatschappelijk gezien zeer relevant. Voor de mensen thuis zeg ik erbij dat de afkorting ggo staat voor genetisch gemodificeerd organisme. Wat mij betreft is dat thema zo belangrijk dat er een zorgvuldige en kabinetsbrede beleidsaanpak moet komen. Dit beleidsterrein is, zoals bekend, uitermate complex, vanwege zowel wetenschappelijke als maatschappelijke aspecten. In Nederland maar ook in Europa is sprake van voortschrijdend inzicht. Wat mij betreft staat zorgvuldigheid voorop en is zorgvuldigheid belangrijker dan snelheid. Het gaat om kabinetsbeleid dat in de afgelopen tien jaar, of eigenlijk in de afgelopen dertien jaar, vanaf 2001, in overleg met de Kamer is opgesteld en consequent is uitgevoerd. Dat er nu beweging in het ggo-dossier zit, vind ik op zichzelf een goede ontwikkeling. Maar een consistente lijn naar de toekomst vergt meerdere invalshoeken, meer tijd en meer aandacht dan ik heb ingeschat. Ik praat hier over meerdere ministeries die bij elkaar komen. Onze intentie is om een brede brief naar de Kamer te sturen. In de brief van 5 februari heb ik aangegeven welke onderwerpen daarin worden meegenomen. Inmiddels is bekend dat er een BNC-fiche moeten komen over klonen. Ik heb gepoogd dat in die brief mee te nemen. Er is gevraagd of bij het teeltvoorstel van de Europese Commissie ieder land een eigen afweging kan maken. Daar kom ik zo separaat op terug, maar dat is eveneens in beweging sinds enkele dagen. We hebben natuurlijk ook de ontwikkeling rond maïs. Ik heb de Kamer op 5 februari aangegeven wat we allemaal in een brief willen schrijven. Inmiddels is het Ministerie van Buitenlandse Zaken er ook bij betrokken als het gaat om BNC-fiches. Dit is wat ik te zeggen heb over de brief.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris dat weegt in het kader van de informatiepositie van de Kamer. Sinds de herfst van vorig jaar vragen we naar de Nederlandse inzet bij de toelating van genetisch gemanipuleerde maïs Pioneer 1507. We weten dat dit voor 12 februari in Brussel moet worden afgestemd. Waarom denkt de Staatssecretaris dat het van zorgvuldigheid getuigt om pas na die datum met de Kamer te bespreken hoe Nederland kijkt naar toelatingen van genetisch gemanipuleerde gewassen? Er is toch één actueel onderwerp waarover je van tevoren met elkaar van gedachten moet wisselen? Daar was toch tijd voor, los van de bredere lijn die je daarna kunt bespreken?

Staatssecretaris Mansveld: Ik ben bewust niet begonnen met de suggestie van mevrouw Ouwehand bij de start van haar inbreng over de informatieverstrekking van deze Staatssecretaris aan de Kamer. Zij weet immers dat ik transparantie en informatie hoog in het vaandel heb en hoezeer ik ervoor probeer te zorgen dat de Kamer maximaal wordt geïnformeerd. Het is wel merkwaardig dat mevrouw Ouwehand mij vraagt of wij in het kader van dit onderwerp een en ander willen melden. Er is namelijk al jaren hetzelfde staande beleid inzake import en teelt van ggo's. Op zich doen wij dus precies wat wij altijd deden, namelijk het beleid uitvoeren zoals dat met de Kamer is afgesproken en zoals dat ook meerdere malen met haar is gecommuniceerd.

Nu komen we op de vraag wat er is gebeurd met maïs 1507. Ik kan mij herinneren dat in een debat over de klimaattop in Warschau een motie voorbijkwam van de Partij voor de Dieren met de vraag of ik mij ervoor wilde inzetten dat er een debat zou plaatsvinden over maïs 1507. Ik heb die motie direct omarmd, want mevrouw Ouwehand toonde een zeer goed initiatief. Dat heb ik toen ook gemotiveerd. Toen heb ik ook tegen mevrouw Ouwehand gezegd: ik kan mij tot het maximale inspannen, maar realiseert u zich dat er hogere machten zijn en dat een van die hogere machten het Hof van de EU is. Ik heb toen aan u allen verteld dat het Hof van de EU heeft bepaald wat de procedure is. Na dertien jaar discussie over maïs 1507 heeft het Hof verordonneerd dat er voor 12 februari een besluit valt. We hebben alles in het werk gesteld om dat op de agenda te krijgen, zoals ik met de Kamer had afgesproken tijdens het debat over de klimaattop in Warschau. Het is uiteindelijk op de agenda gekomen van de Raad Algemene Zaken. Doordat het daar aan de orde kwam, heeft de Kamer een uitgebreid debat gevoerd met mijn collega de heer Timmermans. Ik ben daar helaas niet bij geweest, maar ik heb er in ieder geval een brede terugkoppeling over gehad van diverse mensen.

Ik zal kijken of ik in een keer de lijn kan doorzetten. Vervolgens is dit besproken. Mevrouw Ouwehand heeft gezien wat de heer Timmermans daar heeft gezegd. Ik meen dat negentien landen hebben tegengestemd. Ik zet even een zijstap naar de heer Klaver. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat ieder land een standpunt inneemt en dat iedere mening telt. Dat is democratie.

Vervolgens is het voorstel in stemming gebracht en heeft Nederland tegengestemd. Het is echter niet formeel in stemming gebracht. Blijkbaar is er een informatieronde gehouden over de stemmingen, maar het is niet afgeconcludeerd als stemming. Ik heb begrepen dat de Commissie, die bij elkaar is geweest, op dat moment in verwarring is geweest over de vraag of er wel of niet is gestemd. Maar goed, Nederland wilde tegenstemmen. Een dag later kwam de vraag van een aantal lidstaten voor een brief. We hadden twee dingen in gedachten. Allereerst is er een hogere macht, namelijk de EU die gezegd heeft: er moet een conclusie komen en anders moet de Commissievoorzitter een besluit nemen; dat zijn de regels. Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat ik in de geest van de motie zou handelen als ik meeondertekend zou hebben. In onze beleving zouden we echter in de geest van de motie handelen als we tegen zouden stemmen. Er zou dan wel gestemd moeten worden, dus van de agenda afhalen was geen optie. Het voorstel moest immers op de agenda komen om tegen te kunnen stemmen. Dat hebben wij ook gedaan, los van de verwarring die op die plek is ontstaan. Daar kan ik weinig aan doen vanaf hier.

Daarnaast heb ik de Kamer in het debat over de klimaattop in Warschau al gezegd dat er een hogere macht is. Een brief ondertekenen met de vraag om het aan te houden of op een of andere manier nogmaals te bespreken, is volgens de beslisregels in Brussel onmogelijk. Ik en de collega's met mij hebben naar eer en geweten het maximale gedaan aan de uitvoering van de door mevrouw Ouwehand ingediende motie.

De voorzitter: Ik denk dat de Staatssecretaris het antwoord op de vraag van mevrouw Ouwehand combineert met een wat uitgebreidere beschouwing. Mijn voorstel is dat de Staatssecretaris, als er wordt geïnterrumpeerd, puntig reageert op de specifieke vragen. Dan kunnen we het kort en krachtig houden en komen er ook anderen aan het woord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Staatssecretaris is meteen ingegaan op de vraag waarom Nederland die brief niet meeondertekend heeft. Ik heb twee vervolgvragen. Als wij hier zeggen dat de geest van de motie met zich meebrengt dat de brief wordt meeondertekend, is de Staatssecretaris dan bereid om zich alsnog daarbij aan te sluiten? Mijn tweede vervolgvraag gaat over de procedure die zij zojuist heeft geschetst. Voor nu is het van belang om te weten of de Staatssecretaris daar alsnog toe bereid is. Als dat niet zo is, welke gevaren ziet zij dan? Denkt zij dat de Europese Commissie uit boemannen bestaat, die haar met een zweep achterna komen als zij in een briefje iets vraagt? Of acht zij de Commissie in staat om zelf te beoordelen of iets echt niet kan? Ziet zij ruimte of wil zij ruimte zoeken om te luisteren naar de mening die in zo'n brief is verwoord?

Staatssecretaris Mansveld: Ik herhaal mijn antwoord. Vanaf het moment dat dit geagendeerd is, heb ik gezegd dat er een hogere macht is en dat er regels zijn. Het gaat om Europese democratische regels. Het is mogelijk dat mevrouw Ouwehand het daar, gezien haar standpunt, niet mee eens is, maar wij hebben naar eer en geweten alle stappen gezet en het maximale gedaan om het in stemming te brengen en om tegen te stemmen, conform het verzoek van de Kamer. Daar zijn we voor gaan staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan gaan we hier een motie over indienen, waarover morgen nog wordt gestemd. Ik laat het aan de Staatssecretaris over wanneer ik kan ingaan op de door de haar geschetste procedure. Ik ben het niet eens met haar bewering dat het kabinet handelt zoals het altijd heeft gedaan als het gaat om toelatingen van genetisch gemanipuleerde gewassen. Ik heb het in de plenaire zaal ook gezegd: we hadden met Minister Verburg veel te stellen op dit dossier, maar zo bont heeft zij het niet gemaakt. De Kamer kreeg altijd van tevoren te horen wat er op de agenda staat en hoe Nederland erin staat. Dat heeft deze Staatssecretaris echter nagelaten.

Staatssecretaris Mansveld: Ik maak even een zijstap naar het voorstel inzake nationale teeltbevoegdheid. Vanaf 2009 heeft Nederland er op Europees niveau voor gepleit om ervoor te zorgen dat lidstaten zelf iets kunnen zeggen over de import van een gewas voor teelt op het moment dat het grondgebonden is. Enkele dagen geleden is daar een voorstel voor gekomen van het Griekse voorzitterschap. Dat voorstel houdt in dat lidstaten tijdens de markttoelatingsprocedure voor de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas aan de vergunningaanvrager kunnen vragen om het grondgebied te sluiten. Wij pleiten al sinds 2009 in Brussel voor een maatregel die het voor lidstaten mogelijk maakt om de teelt van ggo's op hun eigen grondgebied te beperken of te verbieden. 3 maart komt dat punt wederom op de agenda in een informerende ronde. Wij bestuderen het voorstel nog. Ik zal op de situatie terugkomen en zal duidelijk maken hoe een en ander eruitziet. In 2010 komt de Europese Commissie namelijk met een eerste voorstel. In essentie houdt het voorstel in dat lidstaten meer mogelijkheden krijgen zelf te beslissen. De veiligheidsbeoordeling – ook mevrouw Dik-Faber begon daar net over – blijft echter een EU-procedure. Die wordt gedaan door de EFSA. Vervolgens is er voor Nederland een check door de COGEM en door het RIKILT. Als het voorstel om lidstaten zelf te laten beslissen over teelt op eigen grondgebied wordt aangenomen, kan een lidstaat dus ook zelf daarover beslissen. Wat mij betreft is dat bij uitstek het moment voor een discussie met de Kamer. Wij pleiten daar al vijf jaar voor. Ik heb ook gezegd dat ik me daar hard voor zal maken. Nu is dat geamendeerd en door het Griekse voorzitterschap op de agenda gezet. Ik ben daar heel erg blij mee. Mevrouw Dik-Faber stelde de juiste vraag: als wij in Nederland over onze eigen grond gaan, wat kunnen we dan nog voor argumenten inbrengen als veiligheid niet als argument mag worden ingebracht? De veiligheid wordt getoetst op Europees niveau. Ik heb net aangegeven wat daar de procedure voor is. Dan komt het op het grondgebied en dan kunnen allerlei argumenten gaan spelen, zeg ik tegen mevrouw Dik-Faber. Het is belangrijk dat we daar een kader voor opstellen. Dat kunnen sociaaleconomische, morele of ethische argumenten zijn. Als het ons lukt en als deze procedure gaat werken, dan denk ik dat het goed is dat we daar samen met de Kamer een kader voor opstellen en dat we deze discussie elke keer met elkaar voeren als het om teelt gaat.

De heer Klaver (GroenLinks): Er is heel veel gezegd. Ik wil het echt even kleiner maken, want anders verdwalen we totaal in dit ingewikkelde onderwerp. Ik wil even stil blijven staan bij de brief die is gestuurd en is ondertekend door twaalf landen. De Staatssecretaris heeft gezegd dat de Kamer in de motie niet heeft gevraagd om het voorstel terug te trekken. Sterker nog, de Kamer zou gevraagd hebben om het juist in stemming te laten brengen. Ik heb de brief voor mij. Wij zijn heel blij dat Nederland heeft tegengestemd, maar deze brief is een dag na de stemming verstuurd. Is dat correct? In dat verzoek wordt de Commissie gevraagd om het voorstel terug te trekken, met als doel ervoor te zorgen dat de gentechmaïs waar we over spreken, niet wordt toegelaten. Is dat correct?

Staatssecretaris Mansveld: In de brief die door de twaalf landen is ondertekend, is gevraagd om het voorstel terug te trekken. Dat was en is onmogelijk vanwege de regels in Brussel.

De heer Klaver (GroenLinks): Dat vind ik interessant, want in die brief staat: «The Commission is still in position to withdraw its proposal.» Ook al had het materieel wellicht niets voorgesteld – dan komen we weer terug op de discussie die we met de Minister van Buitenlandse Zaken hebben gevoerd – de vraag is en blijft of het niet verstandig was geweest als Nederland deze brief toch had meegetekend. Deze twaalf landen hadden blijkbaar het idee dat er toch nog wel ruimte zou zijn voor de Commissie om het voorstel terug te trekken, zodat de maïs niet toegelaten zou moeten worden. Heeft de Staatssecretaris deze brief gezien? Is deze aan haar voorgelegd om te tekenen?

Staatssecretaris Mansveld: De heer Klaver citeert uit de brief, maar interessanter is het antwoord daarop van de heer Borg. Hij heeft de volgende dag namelijk direct een brief gestuurd waarin hij heeft geconstateerd dat er inderdaad negentien landen tegen waren. Hij heeft echter ook geconstateerd dat datgene wat die twaalf landen vragen, procedureel onmogelijk is. Hier is de afweging gemaakt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Permanente Vertegenwoordiging, het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu dat het tekenen van de brief, gezien de argumenten die ik heb gegeven, niet aan de orde was, met het argument dat wij tegen wilden stemmen. Dat wordt ook door de heer Borg bevestigd in de brief die een dag later is verstuurd als antwoord op de brief waar de heer Klaver zojuist uit citeerde.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): De Staatssecretaris heeft aangegeven dat het toetsen op het gebied van milieuveiligheid door de EFSA gebeurt. Dat is correct. Daarna zijn de lidstaten aan de beurt. Zij kunnen gentechmaïs weigeren om verschillende redenen. Mijn punt is dat als een onderneming Europa binnen wil en de EFSA dat allemaal al goedgekeurd heeft, er ook een juridische basis voor is. Ik kan mij voorstellen dat de rapporten van de EFSA in de juridische procedures ook geldigheid hebben. En dan komen wij als Nederland met onze ethische en sociaaleconomische discussies. Ik ben geen rechter maar ik kan mij heel goed voorstellen dat dit niet in verhouding staat tot die rapporten van de EFSA en dat op het moment een onderneming haar gentechmaïs in Nederland op de markt wil brengen, die ethische bezwaren geen stand houden voor de rechter. Hoeveel ruimte hebben lidstaten nu eigenlijk?

Staatssecretaris Mansveld: Ik denk dat mevrouw Dik-Faber een terecht punt aansnijdt. Het interessante van het amendement van het Griekse voorzitterschap is namelijk dat aan de voorkant nee word gezegd tegen de aanvrager. Dus op het moment dat het certificaat «veilig» wordt gegeven door de EFSA is al duidelijk in welke landen het dan niet geteeld zal worden.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik vraag toch om een nadere toelichting, want ik begrijp dit nog niet helemaal. Het is dus niet een «ja, mits» maar een «nee, tenzij». Europa gaat gentech weren, tenzij landen daarvoor toestemming geven? Hoe moet ik het nu precies zien?

Staatssecretaris Mansveld: Ik begrijp de verwarring bij mevrouw Dik-Faber. Wij kennen het voorstel ook slechts enkele dagen. Wij bestuderen het en worden er nog over geïnformeerd in de Milieuraad van 3 maart. Ik zal de Kamer daarna er zo snel mogelijk over informeren. Ik begrijp de zorgen en voor een deel ook de wensen die de fracties daarbij hebben. Het is uiteraard van belang dat die procedure juridisch dicht is. Het gaat om 28 lidstaten en dus niet alleen om Nederland. Ik vind het belangrijk dat naast het Europese veiligheidsaspect, er juridisch een weg gezocht wordt waarbij ieder land een eigen afweging kan maken over grondgebonden teelt waar het gaat om sociaaleconomische, morele, ethische of welke argumenten dan ook. Het debat moet in het desbetreffende land kunnen plaatsvinden zodanig dat het ook juridisch dicht is en dat het ook als het veilig is, niet in dat land wordt geteeld. Ik denk dat ik hiermee wel tegemoetkom aan het kader dat mevrouw Dik-Faber zo-even in haar vraag verwoordde.

De heer Van Gerven (SP): Ik constateer dat de Staatssecretaris er een andere mening op nahoudt dan de Minister van Buitenlandse Zaken. Laatstgenoemde heeft namelijk vorige week gezegd dat Nederland zich zal onthouden van stemming, conform het beleid dat het kabinet op dit punt voert. De Staatssecretaris heeft onomwonden uitgesproken dat het goed is dat we tegen hebben gestemd en dat dit het standpunt is van het kabinet. Dus ik constateer nu maar even dat er toch verschil tussen zit. Misschien moeten beide bewindspersonen nog maar eens met elkaar spreken op dit punt.

Dan wil ik nog iets zeggen over het belangrijke moment van 12 februari. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft gezegd tegen te zijn. Het kwam moeilijk uit zijn mond maar hij heeft het gezegd, naar ik heb begrepen. Dus dat neem ik voor waar aan. Klopt het dat als er in de Raad over was gestemd, het voorstel van tafel zou zijn geweest?

Staatssecretaris Mansveld: Er hebben negentien landen tegengestemd. Dat is geen gekwalificeerde meerderheid geweest.

De heer Van Gerven (SP): Ik begrijp uit de stukken dat er wel over gediscussieerd is maar dat er geen besluit over is genomen en er dus niet over is gestemd. Ik herhaal mijn vraag. Zou als de Raad tegen had gestemd, het voorstel dan van tafel zijn geweest? Duidt dat er niet op dat er ontzettend knullig geopereerd is, waar bekend was dat er een besluit moest vallen, omdat gezien de uitspraken van het Hof anders de onherroepelijkheid in zicht kwam? Ik ben nu dus echt heel erg in verwarring op dat punt.

Staatssecretaris Mansveld: Dat is de Commissie blijkbaar ook geweest. Ik ben er niet bij geweest maar ik weet dat er aan het eind van die vergadering van de Commissie verwarring over is geweest, zelfs ook in de pers, of er nu wel of niet gestemd zou zijn. Ik heb begrepen dat iedereen het stemgedrag in een informatieronde heeft gemeld maar dat er uiteindelijk geen formele stemming is geweest en dat daarmee de voorzitter een besluit heeft genomen. Het antwoord is dus dat negentien landen hebben aangegeven tegen te zullen gaan stemmen. Dat zou dan geen gekwalificeerde meerderheid geweest zijn.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Het debat wordt nu gekaapt, hoe terecht wellicht ook, door een stukje maïs en dergelijke, maar ik ben toch wel benieuwd of we in het resterende uur van dit debat nog toekomen aan de hoofdmoot van dit AO, namelijk schone lucht.

De voorzitter: Dat is meer een procedurele opmerking, maar ik constateer wel dat de meeste woordvoerders uitgebreid op dit thema zijn ingegaan, zodat ik daarvoor ook wel de ruimte wil geven. Ik stel mij voor dat de Staatssecretaris nu eerst haar inbreng over dit blokje afmaakt en dat er daarna nog een rondje wordt gehouden om de dan nog resterende vragen over dit punt te stellen.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik zeg dit mede gelet op het feit dat u vandaag een soort van experiment toepast met het vrijlaten van interrupties. Dat betekent wel dat het debat een bepaalde kant opgaat. Ik vind het op zich prima als dat zo moet, maar daarom stel ik dit wel zo aan de orde.

De voorzitter: Dat is inderdaad uw goed recht, maar nog niemand heeft meer dan één interruptie gebruikt. Dus op dit moment blijft het dus nog keurig binnen de kaders die we hadden afgesproken. Ik blijf bij mijn suggestie om de Staatssecretaris het blok gentech af te laten maken om vervolgens na te gaan of er nog resterende vragen zijn.

De heer Klaver (GroenLinks): Ik beschouw hetgeen de heer Dijkstra naar voren brengt als een ordevoorstel. Het is hier geen Kindergarten maar het parlement. Dus we bepalen zelf wel waar we wel of geen vragen over stellen. Ik vind het overigens prima dat we eerst wachten totdat de Staatssecretaris dit blokje heeft afgerond, maar waar het gaat om de besluitvorming in Europa, wat een ontzettend ingewikkeld punt is, wil ik meer helderheid hebben en wil ik er een aantal feitelijke vragen over kunnen stellen, waarvoor ik dan echt meer dan één interruptie nodig heb.

De voorzitter: Wellicht dat er sowieso antwoord zal worden gegeven op de vragen die u zou kunnen stellen. Kan de Staatssecretaris aangeven hoeveel tijd zij nog denkt nodig te hebben om dit onderwerp af te maken?

Staatssecretaris Mansveld: Ik heb nog twee opmerkingen over dit onderwerp. Volledigheidshalve wil ik melden dat in de informerende vragenronde die in de Raad Algemene Zaken heeft plaatsgevonden er ook geen gekwalificeerde meerderheid vóór was en dat uiteindelijk de voorzitter van die vergadering conform de geldende procedure blijkbaar een besluit heeft genomen. Ik ben daar niet bij geweest, maar dat is de korte en bondige rapportage die we terug hebben gekregen.

Het kabinetsstandpunt is inderdaad «ja, mits veilig». Dan komen de EFSA, de COGEM en het RIKILT in beeld. Op dit moment zijn er geen stemmingen gepland over teeltvoorstellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb twee korte vragen. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat de Europese Commissie het voorstel in kan trekken als zij de EFSA om een nieuw advies vraagt en dat daarvoor ook alle reden zou zijn omdat de effecten van glufosinaat waar deze maïs resistent tegen is gemaakt, niet zijn getoetst?

Het desbetreffende teeltvoorstel staat nu op de agenda van 3 maart. Wij hebben het niet gezien. Wij willen natuurlijk heel graag dat de Nederlandse inzet daar goed zal zijn. Heb ik de Staatssecretaris zo-even goed beluisterd dat zij vindt dat lidstaten zelf moeten kunnen zeggen dat ze een bepaalde teelt niet willen toelaten, op welke grond dan ook, en dat het de inzet zal zijn om dat juridisch goed geborgd te krijgen? Kan zij dat bevestigen?

Staatssecretaris Mansveld: Op de eerste vraag heb ik nu geen antwoord. Ik weet niet wat formeel daarvoor de regels zijn in Brussel. Over het antwoord op die vraag zal ik u zo snel mogelijk schriftelijk berichten.

Dan uw tweede vraag. Ja, dat teeltvoorstel komt eraan. Zodra er op 3 maart over gesproken is, stuur ik de Kamer de overwegingen, waarbij ook aangegeven zal worden hoe een en ander zich verhoudt tot het Nederlandse standpunt. Sinds 2009 zetten we ons ervoor in dat een veiligheidstoets op Europees niveau plaatsvindt, maar dat wanneer het om grondgebonden teelt gaat het desbetreffende land er zelf over kan beslissen en dit ook zodanig ingebed wordt in procedures dat het ook juridisch houdbaar is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dus mijn samenvatting van hoe ik de Staatssecretaris zo-even heb beluisterd klopt: op welke grond dan ook én juridisch houdbaar?

Staatssecretaris Mansveld: Dit is een voorstel dat nog gaat komen en waar 28 lidstaten mee aan de gang zijn. Blijkbaar is de status quo hierover nu losgetrokken en gaan we het nu weer bespreken op Europees niveau. Dat betekent dat voordat ik een definitief standpunt inneem, ik automatisch voorbijkom bij de Kamer. Als je een standpunt inneemt namens Nederland, moet je het met je parlement hebben besproken zodat je ook weet hoe je parlement daarover denkt. Zo kent mevrouw Ouwehand mij ook. Dat kan een woordspel zijn maar dit is wel hoe vanaf 2009 Nederland de wedstrijd is ingegaan en hoe ik die nu dus ook inga.

De heer Klaver (GroenLinks): Ik vind het punt van de besluitvorming in Europa dermate belangrijk dat ik er nu toch nog even bij wil stilstaan. Er is geen stemming geweest. Er is een peiling geweest onder de lidstaten om te kijken wat de verhoudingen waren. Dat had de Commissie de mogelijkheid gegeven om het voorstel terug te trekken. Daarvan zegt de staatsecretaris nu: dat kan niet, want dat mocht niet van het Hof. Toch had de Commissie het voorstel terug kunnen trekken en had zij bijvoorbeeld het voorzorgsprincipe kunnen hanteren of, misschien nog wel beter, had zij de comitologieprocedure kunnen aanpassen. Kort gezegd: volgens mij waren er in de Europese besluitvormingsprocedure een aantal andere wegen die echter niet zijn bewandeld. Hoe kijkt de Staatssecretaris daartegen aan?

Staatssecretaris Mansveld: Omdat u deze twijfels en vragen hebt en wij allebei niet voldoende in de Europese beslisregels zitten, lijkt het mij goed dat ik dit check. Ik heb al gezegd dat het volgens ons niet het geval is. Het Europees Hof is er vrij stellig over geweest, in de zin dat er voor 12 februari een besluit genomen moet worden. Dit loopt inmiddels al dertien jaar, namelijk vanaf 2001. Dat is ook de reden waarom een aantal landen, waaronder Nederland op voorspraak van de Partij voor de Dieren, er zo stevig op is ingegaan om te zorgen dat het ook besproken kon worden voor 12 februari. Er is in die tijd tot 12 februari nimmer een van deze alternatieven op tafel gekomen, ook niet vanuit andere landen.

De voorzitter: Ik stel mij voor dat de vragen die de Staatssecretaris nog zal uitzoeken, nog voor het VAO dat morgen gehouden wordt, beantwoord worden, zodat die daarin kunnen worden betrokken.

De heer Klaver (GroenLinks): Het is heel fijn dat de Staatssecretaris heeft toegezegd te zullen nagaan welke escapes er nog zijn. Mijn vraag daarbij is dan wel of zij hierbij ook specifiek in kan gaan op de twee opties die ik heb genoemd, namelijk het voorzorgsprincipe en de aanpassing van de comitologieprocedure waardoor een gewone meerderheid voldoende zou zijn.

Staatssecretaris Mansveld: Ik wil dat uitzoeken. Op voorhand kan ik wel zeggen dat er al een brief van twaalf lidstaten is uitgegaan en dat er daarop een brief van de voorzitter is teruggekomen die ook al een besluit heeft genomen. Ik heb daar geen enkel ander land over gehoord, maar ik vind het wel belangrijk dat we de puntjes op de i zetten en dat we een check en dubbelcheck doen op deze twee zaken. Morgenochtend kunt u de brief tegemoetzien. Er zijn mensen die zeer welwillend dat antwoord gaan zoeken voor u.

De voorzitter: Dank voor deze toezegging.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik heb nog een procedurele vraag. Er werd zo-even gerefereerd aan een, naar ik meen, Grieks amendement waarin werd tegemoetgekomen aan de zorgen die ik heb over het al dan niet toelaten door lidstaten van gentechmaïs. Ik ken dat voorstel eerlijk gezegd niet. Wellicht heb ik het over het hoofd gezien. Zou het alsnog naar deze commissie gestuurd kunnen worden? Ik vind het namelijk ontzettend belangrijk om er voor het VAO wat meer zicht op te hebben.

Staatssecretaris Mansveld: Dat voorstel hebben we nog warm van de pers binnen; de inkt van het faxpapier is nog nat. Het is een voorstel dat eind vorige week op de agenda is gekomen. Dat betekent dat er weer ruimte is om erover te praten in Europa. Daarom ben ik er ook zeer content mee dat het op deze manier gaat. We gaan het er op 3 maart direct over hebben en direct daarna zorg ik ervoor dat u geïnformeerd wordt over onze uitgangspositie over het voorstel van het Griekse voorzitterschap en over wat de reacties op dat voorstel zijn geweest in de eerste ronde. Het is een eerste informerende ronde. Mijn grote hoop is en ik zal mij er ook maximaal voor inzetten dat er ook echt een resultaat uit voortkomt, aangezien het inmiddels al drieënhalf jaar op de plank ligt.

De heer Klaver (GroenLinks): Ik vond het opvallend dat de Staatssecretaris zei dat de Permanente Vertegenwoordiger heeft besloten om deze brief niet mee te tekenen. Ik zou graag horen hoe de besluitvorming om die brief niet te tekenen is verlopen en waarom de Staatssecretaris daarin niet is gekend.

Staatssecretaris Mansveld: Ik heb geprobeerd te reconstrueren wat er precies is gebeurd. Ik praat over een tijdsbestek van slechts enkele uren. In eerste instantie is Nederland niet benaderd door Frankrijk om de brief mee te ondertekenen, maar uiteindelijk is er wel een informatieronde geweest met andere landen. Er was toen slechts een heel korte tijd beschikbaar – ik meen twee uur – om te besluiten. Toen hebben het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Permanente Vertegenwoordiger, het Ministerie van I en M en het Ministerie van EZ gezamenlijk overlegd en hebben ze in gezamenlijkheid besloten, op basis van de argumenten die ik zojuist heb genoemd, om die brief niet te tekenen. En ik vind dat een verstandig besluit.

De SP heeft mij gevraagd waarom ik niet met nationale regelgeving voor nanomaterialen kom. Volgens mij hebben we hierover al eerder gesproken. Ik hecht zeer aan Europese harmonisatie en daarom dring ik aan op de EU-regelgeving die afdoende het risico dekt. Dan is de vervolgvraag van de heer Van Gerven wanneer dat dan allemaal komt. Het initiatief ligt momenteel bij de Europese Commissie. In oktober 2011 heeft zij een definitie van nanomaterialen vastgesteld. Dat is een nuttige stap maar nog onvoldoende om de veiligheid van het milieu en de burger te waarborgen. De bestaande regelgeving moet nu worden aangepast. Bij brief van 6 juli 2012 heb ik mede namens negen andere lidstaten en Kroatië de Commissie opgeroepen hiertoe het initiatief te nemen. Er is op 3 oktober 2012 een mededeling geweest van de Commissie om de definitie geleidelijk in te brengen in de EU-wet- en regelgeving maar niet in REACH. Voor REACH wil de Commissie volstaan met het aanpassen van bijlagen over informatievereisten. De Commissie zal echter nog niet voor 1 oktober 2014 met een voorstel van aanpassing komen. Ik zal met de expertise die in Nederland beschikbaar is en zo veel mogelijk met andere lidstaten actief de Commissie blijven voeden met uitgewerkte suggesties. Het is overigens wel zo dat de Commissie als enige initiatiefrecht heeft. Daarom zijn we, helaas, van de Commissie afhankelijk om voortgang op dit dossier te maken, maar een luis in de pels kan soms veel bereiken.

De heer Van Gerven (SP): Ik had gevraagd of het kabinet bereid is zelf stappen te zetten. We weten dat het allemaal ontzettend lang duurt. Er is echter een aantal landen die vinden dat het allemaal te lang duurt en die zelf aan de slag willen gaan. Is die route ook voor Nederland begaanbaar?

Staatssecretaris Mansveld: Aan de slag zijn en blijven we, want ik vind het belangrijk dat we Europa actief blijven voeden, maar ik vind het ook belangrijk dat we niet op voorhand nationale koppen creëren en die op Europees beleid zetten. Ik vind het van groot belang dat we actief druk blijven uitoefenen op de Commissie om hiervoor de nodige stappen te zetten.

De heer Van Gerven (SP): Dat is voor dit moment wat mij betreft dan voldoende. Als fractie zullen we ons nog beraden over ons standpunt.

Staatssecretaris Mansveld: Dan kom ik te spreken over de luchtkwaliteit. Vlak voor kerst heeft de commissie het pakket luchtkwaliteit uitgebracht, dat ik verwelkom. Vanuit het oogpunt van milieu en gezondheid blijft het nodig door te gaan met het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ik zie daarbij een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Unie. Ik ben altijd erg blij met mijn parlement als ik zie hoe gepassioneerd iedereen bij dit onderwerp betrokken is en er ook stappen in wil zetten. Inderdaad is er een groot aantal landen die nog niet voldoen aan de eisen en verplichtingen inzake de richtlijn, zodat ook de nadruk wordt gelegd op naleving. Als we al die landen erbij kunnen betrekken door goede handhaving, kunnen we een stap vooruit zetten. Als we strengere normen stellen maar zeventien landen daar niet aan voldoen, is de kans te groot dat dit aantal oploopt, wat ertoe zou kunnen leiden dat we een verloren wedstrijd spelen. De Commissie kiest ervoor om niet te herzien.

Mevrouw Dik-Faber heeft nog even fijntjes de puntjes op de i gezet waar het gaat om het belang van gezondheid in relatie tot luchtkwaliteit. Er is een ontwikkeling gaande waarbij steeds meer gezondheidsaspecten gewogen worden.

De heer Dijkstra heeft in dat verband gewezen op het belangrijke punt van de achtergrondconcentraties. Op het moment dat je niet zorgt dat iedereen het been bijtrekt en de zeventien landen wat dat betreft ook de zaken op orde krijgen, blijf je problemen houden met je achtergrondconcentraties; uiteindelijk waait lucht namelijk gewoon de grens over. Hoe goed je het ook doet binnen Nederland, het komt over de grens. Kijkend naar hoeveel grensgebied Nederland heeft, is het voor ons belangrijk dat andere landen ook meedoen.

Op de lange termijn streeft de Commissie naar een zodanige luchtkwaliteit dat de concentraties verontreinigende stoffen in de lucht voor de gehele EU onder de advieswaarde van de WHO liggen en er binnen de EU geen overschrijdingen van de kritische natuurwaarden meer voorkomen. Ik ondersteun de Commissie in haar aanpak om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken. Luchtverontreiniging is grensoverschrijdend en een nationale aanpak zal dan ook onvoldoende zijn.

Ik heb het Planbureau voor de Leefomgeving gevraagd een kosten-batenanalyse op te stellen voor de NEC-richtlijn. In het voorjaar zijn de resultaten daarvan beschikbaar. Zodra die kosten-batenanalyse gereed is, neem ik een definitief standpunt in met betrekking tot de voorgestelde emissieplafonds. Daarna zal ik de Kamer in ieder geval zo snel mogelijk het rapport doen toekomen.

Nederland heeft reeds nationale wetgeving voor middelgrote stookinstallaties. Deze gaat verder dan het Europese voorstel. Inzet is om het Europese voorstel zo veel mogelijk te laten aansluiten op onze nationale wetgeving. Ik doe er nationaal dus geen schepje bovenop. Daarnaast vind ik de administratieve lasten die uit de voorstellen voortvloeien, te hoog. Mijn inzet is dan ook om deze omlaag te brengen. Tijdens deze Milieuraad zal de Commissie het pakket kort presenteren. Een gedachtewisseling staat gepland voor de Milieuraad van juni. Het is niet de verwachting dat op korte termijn besluiten worden genomen. Dat betekent dus dat de kosten-batenanalyse op tijd komt. Als het opnieuw geagendeerd wordt met meer informatie en wellicht wat meer toegespitst, kom ik voor de volgende Milieuraad daar automatisch bij u op terug. Er worden geen onomkeerbare stappen gezet.

Mevrouw Cegerek (PvdA): Kunnen we dit met het oog op de voorbereiding dan ruim op tijd ontvangen? Er worden ambitieniveaus bepaald en dan is het wel fijn om niet een dag of twee van tevoren zo'n document te ontvangen. Het is van belang dat dit ruim van tevoren gebeurt, zodat wij zelf ook keuzes kunnen maken en we de discussie zo goed mogelijk kunnen voeren.

De voorzitter: Ik meen dat er ook vaste afspraken zijn over de termijn waarbinnen oplegnotites voor de agenda aan de Kamer worden gestuurd. Mij staat bij dat die termijn twee weken is. Wellicht dat de Staatssecretaris nog even kan herhalen wat daarover de afspraken zijn.

Staatssecretaris Mansveld: Dat klopt, maar in de aanloop naar Milieuraden hebben we ontdekt dat de agenda op heel korte termijn nog weleens wil wisselen door toevoegingen en punten die afgevoerd worden. Ik begrijp overigens de gevoelens van mevrouw Cegerek, in de zin dat de stukken tijdig voorhanden zijn zodat een goede voorbereiding mogelijk is.

De heer Dijkstra heeft gevraagd welke elementen ik meeneem in de kosten-batenanalyse. Er wordt gekeken welke technische mogelijkheden er bestaan voor alle sectoren. Het gaat dus om technisch haalbare en reeds bestaande technieken die nu dus al worden toegepast.

Verder is gevraagd hoe het mkb en de kosten van het bedrijfsleven worden meegenomen in de kosten-batenanalyse. In de analyse worden alle bekende maatregelen op een rij gezet en wordt nagegaan wat de kosten zijn. Op basis daarvan wordt bekeken of de Commissievoorstellen haalbaar zijn. Dat doe ik in overleg met het bedrijfsleven voordat ik daarover een standpunt bepaal. Ik zal de Kamer erover informeren en zal haar ook de kosten-batenanalyse toesturen, zodat zij zelf kan kijken wat er in die kosten-batenanalyse meegenomen wordt.

Met betrekking tot de richtlijn voor emissiereductie heeft de heer Dijkstra gevraagd of de desbetreffende voorstellen eigenlijk wel haalbaar zijn voor Nederland. Een eerste indicatieve beoordeling van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft laten zien dat de voorstellen voor de emissiereductieverplichtingen voor bijna alle stoffen haalbaar zijn. De voorgestelde reducties voor stikstof, zwavel, fijnstof en ammoniak zijn technisch haalbaar. De reductieverplichting voor de vluchtige organische stoffen is echter niet haalbaar met technische maatregelen. De inschatting van de nationale mogelijkheden door de Europese Commissie lijken hier te optimistisch. Wat hiervoor de reden is, is niet duidelijk. Daarover zal ik nog met de Commissie in overleg gaan.

De heer Dijkstra heeft verder gevraagd of ik kan garanderen dat er geen nationale normen komen bovenop de Europese normen. Dat kan ik garanderen. De richtlijn voor luchtkwaliteit wordt niet aangepast. Nederland is niet van plan nationale normen in te voeren nu deze richtlijn niet wordt aangepast.

De heer Dijkstra heeft daarnaast gevraagd wat dit voorstel betekent voor de boeren. Wat betreft ammoniak geldt, zoals mijn collega Dijksma mede namens mij onlangs in schriftelijke antwoorden op vragen van de leden Lodders en Dijkstra van de VVD heeft aangegeven, dat de noodzakelijke maatregelen reeds worden uitgevoerd in het kader van de PAS, zodat de landbouwsector daarvoor geen extra maatregelen meer behoeft te nemen. Het ammoniakplafond zal voor Nederland derhalve geen extra problemen opleveren en geen extra kosten met zich brengen.

Verder is gevraagd of de tweejarige verplichting voor controleprogramma's kan komen te vervallen. Ik vind ook dat het elke twee jaar opstellen van een controleprogramma weinig toegevoegde waarde heeft. Ik zal dan ook in Brussel pleiten voor het laten vervallen van deze termijn.

Mevrouw Cegerek en de heer Dijkstra hebben vragen gesteld over de stookinstallaties. Zo is gevraagd wat de eisen voor de huidige middelgrote stookinstallaties betekenen voor het bedrijfsleven. Het overgrote deel van de middelgrote stookinstallaties voldoet aan de nieuwe eisen. Bijzondere installaties die procesresiduen en vergistingsgas gebruiken zullen in een aantal gevallen niet voldoen. Mijn inzet is erop gericht zo veel mogelijk aan te sluiten bij de huidige nationale emissiegrenswaarden.

Mevrouw Cegerek heeft gevraagd waarom er voor een paar stookinstallaties uitzonderingen gelden. De desbetreffende stookinstallaties zijn heel gering qua aantal. Bovendien gaat het om behandeling van niet-standaardgassen. Standaardnormen zouden hierbij niet kosteneffectief zijn en bovendien niet per se milieuvoordelen opleveren. In deze situatie zie ik dan ook liever maatwerk.

Mevrouw Cegerek heeft het verder gehad over de houtstook. Het onderwerp houtstook komt regelmatig ter sprake. Afgelopen vrijdag stond er nog een stuk in de Volkskrant over maar ik ontvang er ook regelmatig burgerbrieven over. Aangezien die soms groepsgewijs komen, denk ik dan altijd dat er een vergadering is geweest. Recent heeft mijn ministerie een stakeholdersbijeenkomst georganiseerd om over het onderwerp door te praten en te bekijken welke acties hierop mogelijk zijn. Zo wil ik de komende tijd nagaan of er in het kader van de voorlichting stappen te zetten zijn. Ook blijf ik inzetten op het aanpassen van de producteisen via de Europese richtlijn inzake ecodesign.

Verder heeft mevrouw Cegerek vragen gesteld over het bronbeleid. Zoals zij wellicht weet, ben ik een groot voorstander van bronbeleid. Het probleem bij de bron aanpakken, is volgens mij de beste weg om te bewandelen. Het betekent dat je niet onderweg behoeft bij te stellen omdat je gewoon goed start. Het RIVM heeft op mijn verzoek onderzocht hoe we ervoor zouden staan als de Europese emissienormen voor voertuigen het beoogde effect zouden hebben gehad. Het rapport is ook beschikbaar op de website van het RIVM. Uit dat rapport blijkt dat we geen knelpunten meer zouden hebben als de Euronormen het beoogde effect zouden hebben gehad. Dit onderwerp hebben we in 2010 al aangekaart in Europa en dat heeft ertoe geleid dat er nu meer aandacht is voor de praktijktoetsen waardoor er een betere controle is op de daadwerkelijke uitstoot. Vrij recent, in 2013, zijn er twee TNO-rapporten beschikbaar gekomen. Daaruit blijkt enerzijds dat de Euro 6-vrachtwagens nu ook in de praktijk een tot tevredenheid stemmende lage uitstoot hebben en anderzijds dat dit voor de Euro 6-personenwagens helaas nog niet het geval is. Ik maak mij sterk in Brussel om dit aan te pakken met aanvullende regelgeving. Belangrijk is om ook daarvoor zo snel mogelijk praktijktoetsen in te voeren die een reëel beeld geven. Als het goed is, wordt de beslissing daarover dit jaar genomen. Ik steun de Commissie nadrukkelijk in haar streven naar de praktijktoetsen.

Dan kom ik te spreken over roet. Dat is volgens mij het favoriete onderwerp van mevrouw Dik-Faber; zij vraagt er veel aandacht voor en mijns inziens terecht. Wat betreft de uitvoering van de motie-Dik-Faber ter zake merk ik het volgende op. Wij hebben al regelmatig van gedachten gewisseld over dit onderwerp, laatst ook nog tijdens het AO leefomgeving. In mijn reactie op de eerder aangenomen motie van mevrouw Dik-Faber op dit punt heb ik aangegeven dat de kennis op Europees niveau over roet zeer beperkt is en dat het nog te vroeg is voor een goede discussie over normstelling. Er moet eerst een soort awareness zijn dat het probleem er is, voordat je over normen kunt gaan praten. Daar komt bij dat de richtlijn voor luchtkwaliteit waarin een roetnorm opgenomen zou moeten worden, niet wordt aangepast. Het huidige kennishiaat kan worden verminderd als lidstaten roet gaan meten. Nederland zal hiervoor in EU-kader ook aandacht vragen. Naar aanleiding van de motie van mevrouw Dik-Faber is het RIVM momenteel bezig om mij te adviseren over hoe in Nederland het onderwerp roet verder gebracht kan worden, waarbij ook een landelijk meetnet voor roet aan de orde komt. Ik ga ervan uit dat binnen twee maanden, in april 2014, het RIVM met zijn advies komt. Overigens wordt door de voortdurende aanscherping van eisen aan uitlaatemissies in de komende vijf à tien jaar een forse daling in roetconcentraties verwacht. Maar meten is weten en in april komen we dus met het advies van het RIVM en zal ik ook mijn appreciatie daarvan naar de Kamer sturen.

Verder heeft mevrouw Dik-Faber gevraagd naar de ambitie voor fijnstof. We hebben al eerder in het vragenuurtje van gedachten gewisseld over PM2,5. Ik heb toen aangegeven vanuit gezondheidsperspectief voorstander te zijn van een strenge norm voor PM2,5. Dit moet echter geregeld worden in de richtlijn voor luchtkwaliteit en die wordt dus op korte termijn niet herzien. Gebeurt er dan nu helemaal niets? Het antwoord daarop is nee, want in het voorstel van de Europese Commissie om de NEC-richtlijn te herzien, is een emissieplafond voor PM2,5 opgenomen. Dit betekent dat lidstaten minder PM2,5 mogen uitstoten. Ook de uitstoot van gassen waaruit door reacties in de lucht PM2,5 ontstaat, wordt aan banden gelegd. Minder uitstoot betekent verbetering van de luchtkwaliteit.

Mevrouw Dik-Faber heeft verder gevraagd hoe ik aankijk tegen een blootstellingsreductieplan. Natuurlijk gaan we door met het verbeteren van de luchtkwaliteit. Geen scherpere nieuwe normen stellen maar zorgen dat de zeventien lidstaten hun been bijtrekken door anders te gaan handhaven is ook een stap vooruit. Ik vind gezondheid belangrijk. Ik heb ook al gezegd dat ik binnenkort met mijn milieubeleid richting de Kamer kom en dat dit aspect daarin dan ook terug te vinden zal zijn. Gezondheid in relatie tot milieu is belangrijk. Blootstelling kan een criterium zijn. Ik zal de suggesties van mevrouw Dik-Faber op dit punt meenemen en zal bekijken in hoeverre die bij kunnen dragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit.

Dan kom ik bij een onderwerp dat mevrouw Ouwehand bijzonder na aan het hart ligt, te weten teerzandolie. Zij heeft gevraagd waarom ik niet pleit voor een EU-importverbod voor teerzandolie, zoals ook is vastgelegd in een desbetreffende motie. Ik meen mij te herinneren dat ik mevrouw Ouwehand eerder al heb verteld hoe wij in de informele gesprekken met Canada dit onderwerp aan de orde stellen en dat we dat steeds opnieuw doen. Ik kies echter voor de sturing op CO2 via de richtlijn inzake brandstofkwaliteit. Op die manier richten we ons op alle CO2-intensieve brandstoffen. Pleiten voor een EU-importverbod zal niet succesvol zijn. Ik heb dat mevrouw Ouwehand al meerdere malen gezegd. Ik vind het bewonderenswaardig dat zij elke keer opnieuw dit onderwerp aansnijdt en het klinkt ook mooi maar het levert niets op. Ik kies daarom liever voor het sturen op CO2 via de brandstofkwaliteitsrichtlijn, die daarvoor ook is bedoeld.

De heer Klaver (GroenLinks): Zijn er over teerzandolie ook afspraken gemaakt in het kader van het vrijhandelsverdrag met Canada en op welke wijze wordt daarbij de keuzevrijheid van Nederland verder in het nauw gebracht?

Staatssecretaris Mansveld: Die afspraken zijn niet gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik deel niet de analyse van de Staatssecretaris van: het zal toch geen zin hebben, dus begin ik er maar niet over. Wie weet kan ze wel collega's meekrijgen waar het gaat om het opvoeren van de druk richting de Europese Commissie. Dus daarin vinden we elkaar zeker niet. Mijn vraag is vervolgens of zij dan wel inzet op continuering van de brandstofkwaliteitsrichtlijn na 2020, want dat is de Commissie namelijk ook niet van plan. Ik ben ook niet erg tevreden over het niet uitvoeren van de eerder aangenomen motie-Van Veldhoven over de rapportage op bedrijfsniveau. Dus heeft deze Staatssecretaris wel frisse zin om de Europese Commissie tegemoet te treden met ambitieuze milieuvoorstellen?

Staatssecretaris Mansveld: Wat betreft het meekrijgen van collega's zeg ik dat dit wel vaker onderwerp van gesprek is. Ten aanzien van de brandstofkwaliteitsrichtlijn merk ik het volgende op. Gisteren bevond ik mij in een AO waar ik niet eens toegekomen ben aan mijn eerste termijn. Die zal ik morgenochtend in het vervolg van dat AO alsnog houden. Onderdeel daarvan is ook de brandstofkwaliteitsrichtlijn en het voorstel ter zake. Ik kan wel al een tipje van de sluier oplichten: ik ben er zeer teleurgesteld over.

Verder is gevraagd waarom de regering zich niet houdt aan de motie over invasieve soorten. Ik weet niet meer wie de vraag gesteld heeft ...

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat was mijn vraag. Ik heb moties hierover aangehouden op verzoek van het kabinet omdat er nog geen besluitvorming zou plaatsvinden over de invasieve exoten. Nu blijkt echter dat het oriënterende debat toch niet zo oriënterend was, zonder dat we daarover echter zijn geïnformeerd. Mijn vraag is dan ook of de moties nog wel uitmaken. Kortom, wat kan Nederland nog doen?

Staatssecretaris Mansveld: Moties hebben zin, want de Kamer is het hoogste orgaan. Moties worden door de Kamer ingediend en aangenomen. Dat is het algemene antwoord. Het betreft overigens een onderwerp dat onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZ valt. Dus ik moet u het antwoord schuldig blijven. Ik zeg wel dat ik ervoor zorg dat vandaag of morgenochtend het onderwerp onder de aandacht van mijn collega van EZ wordt gebracht.

Mevrouw Cegerek heeft gevraagd wat de Nederlandse inzet is ten aanzien van het EU-verbod op plastic tasjes. De Nederlandse inzet is dat zo veel mogelijk wordt aangesloten bij het initiatief van de marktpartijen. Eerder is een motie ingediend over plastic tasjes. Sinds ik heb gezien wat er allemaal mogelijk is aan innovatie op dit gebied, ben ik in ieder geval een fan van de afbreekbaarheid ervan. Vanaf 1 januari 2014 geven supermarkten geen gratis plastic tasjes meer mee. Met de ambulante handel zijn we in overleg om het gebruik terug te dringen. Met EZ doen we een onderzoek naar de mogelijkheid om de introductie van het gebruik van biologisch afbreekbare tasjes te versnellen. In mijn brief van 18 december jongstleden heb ik de Kamer hierover al bericht. Over het Commissievoorstel heeft de kamer een BNC-fiche ontvangen. Op de komende Milieuraad zal er nog niet over gesproken worden maar in ieder geval zijn we er wel actief mee bezig. Op de Innovatiebeurs heb ik gezien wat er op het gebied van biologisch afbreekbare plastic tasjes allemaal mogelijk is en dat biedt wat mij betreft perspectief voor de toekomst.

De voorzitter: Hiermee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn. Voor de tweede termijn stel ik een spreektijd voor van anderhalve minuut per fractie zonder interrupties.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De verleiding is heel groot om terug te grijpen naar het betoog van de Staatssecretaris over hoe ze de Kamer heus wel goed heeft geïnformeerd over de toelating van de maïs van Pioneer. Ik baal er in ieder geval wel van. Ik concludeer eruit dat de Staatssecretaris minder goed aanvoelt wat de verhouding zou moeten zijn. Nogmaals, je kunt het wel of niet eens zijn met de algemene kabinetslijn maar vast gebruik was en zou het ook moeten zijn, dat de Kamer van tevoren van het kabinet hoort hoe het staat tegenover een voorstel van de Europese Commissie. Sterker nog, dat was ook beloofd. Die brief hebben we gewoon niet gekregen voordat het aan de orde was. Op het allerlaatste moment kregen we nog wel een flutbrief met een tekst in de zin van: gelet op het feit dat we niet met u hebben kunnen praten, onthouden we ons van stemming. Dat is niet de manier waarop de Kamer geïnformeerd wenst te worden door het kabinet. En als ik het goed begrepen heb, vond ook de Minister van Buitenlandse Zaken het allemaal niet zo keurig. Ik geloof dat we zijn lijn moeten aanhouden maar dan moet de Staatssecretaris dat hier ook wel even bevestigen.

Over het teeltvoorstel zegt de Staatssecretaris eigenlijk twee verschillende dingen. In antwoord op vragen van mevrouw Dik-Faber zegt zij te willen gaan voor de vrijheid van lidstaten om teelt van een genetisch gemanipuleerd gewas te weigeren, op welke grond dan ook, wat dan tevens juridisch houdbaar moet zijn. Tegelijkertijd zegt zij: we gaan door met de kabinetslijn uit 2009. Daar zit echter nu juist het verschil want het vorige kabinet vond helemaal niet dat het op welke grond dan ook moest. Ik hoor dan ook graag de toezegging van de Staatssecretaris dat we haar eerste lezing goed begrepen hebben. Anders moeten we dat via een motie helder krijgen.

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Allereerst de discussie over gentechmaïs. Ik denk dat het kabinet niet voortvarend heeft geopereerd in dezen. We kunnen tevens de conclusie trekken dat we van de Europese Commissie af moeten. Wat ons betreft wordt die dan ook zo snel mogelijk afgeschaft. Dat is dan alvast een voorschot op de komende Europese verkiezingen.

Dan nog over het teeltvoorstel. Kan de Staatssecretaris toezeggen, dat zij het teeltvoorstel nog eens heel goed gaat uitleggen aan de Kamer? Wat zijn in juridische zin de mogelijkheden voor een land om nee te zeggen, zodat we ook goed weten waar we aan toen zijn? Ik neem aan dat er nog geen enkele beslissing wordt genomen waar we spijt van krijgen, zonder dat de Kamer daarover wordt geconsulteerd.

De heer Klaver (GroenLinks): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik ben blij dat zij heel helder aangeeft dat een mening er ook toe doet als die materieel geen betekenis heeft voor het besluit dat volgt. Dat is een helderder standpunt dan dat van haar collega van Buitenlandse Zaken.

Waar het gaat om de vraag welke brief we nu wel en niet steunen, is er mijns inziens een inschattingsfout gemaakt door het kabinet. Ik denk dat het kabinet er goed aan had gedaan om de brief die door de twaalf landen is verstuurd, mee te ondertekenen. Ik heb begrepen dat die brief in een paar uur tot stand is gekomen. Ik ben ook benieuwd of de Minister van Buitenlandse Zaken betrokken is geweest bij het besluit om deze brief al dan niet te tekenen; de Staatssecretaris was dat in ieder geval niet. Zoals gezegd, is er mijn inziens een inschattingsfout gemaakt. Juist doordat Nederland tegen heeft gestemd, hebben nog drie andere landen tegengestemd en lijkt ook het debat over gmo in de Europese Unie weer een stuk verder gebracht en lijken ook de verhoudingen te verschuiven. Ik ben benieuwd of de Staatssecretaris het op dat punt met mij eens is.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor haar antwoorden. Ook dank ik mijn collega's voor het feit dat we op zo korte termijn het biotechnologieverhaal in dit AO hebben weten te krijgen.

De voorzitter: En dat binnen twee uur!

De heer Remco Dijkstra (VVD): Daarom. Dat is een ook compliment voor onszelf.

De heer Klaver (GroenLinks): En dat zonder restricties ten aanzien van de interrupties.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ook dat nog.

Ik heb naar tevredenheid antwoord gekregen op een aantal van mijn vragen. Het internationale aspect is goed aan de orde gekomen, in de zin dat we als Nederland uitgaan van Europees bronbeleid en we daar als Nederland geen nationale koppen op zetten als het gaat om lucht. Ik hoop dat we dat morgen ook doen als het gaat om brandstoffen voor de transportsector. Verder ben ik eigenlijk wel blij met het realisme ten aanzien van dit voorstel van de Europese Commissie, namelijk dat het kabinet een definitief standpunt inneemt, dat het de kosten en baten laat meewegen en dat het werkt aan verlaging van de administratieve lasten. Op al die zaken zullen wij de Staatssecretaris blijven beoordelen.

Mevrouw Cegerek (PvdA): Voorzitter. Voor mij is het een bijzonder AO geworden. Als beginnend Kamerlid heb ik gemerkt dat er op het laatste moment ook andere onderwerpen geagendeerd kunnen worden. Ik ben nu dus een ervaring rijker.

Er is nog een vraag van mij blijven liggen en die gaat over het voorstel over de stookinstallaties. Bij de middelgrote installaties is er sprake van dat er een actieprogramma komt. Mijn vraag was of er ook een dergelijk programma is voor kleinere stookinstallaties, zodat we ook burgers er bewust van kunnen maken welke schade deze de omgeving toebrengen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft al gerefereerd aan het standpunt van het kabinet over gentech. Ik zou het erg op prijs stellen als de Staatssecretaris hier wil uitspreken dat zij alles op alles zal zetten om Nederland gentechvrij te houden en alle juridische mogelijkheden op dat punt zal onderzoeken, en dat zij het voorstel van de Grieken dat we nog niet kennen maar waarvan ik hoop dat het aan onze bezwaren tegemoetkomt, ruimhartig zal omarmen.

Verder ben ik blij dat er naar aanleiding van mijn motie over roet contact is tussen het ministerie en het RIVM. De staatsecretaris heeft gewezen op onvoldoende awareness in andere landen. Betekent dit dat zij zich daar vervolgens bij neerlegt of dat ze alsnog aan de slag gaat om medestanders te vinden in Europa om zo snel mogelijk te gaan meten om tot een norm voor roet te komen? Juist omdat lucht zich verplaatst over landen, moet er Europese aandacht voor komen.

Ik ben heel erg blij met de toezegging van de Staatssecretaris over het blootstellingsreductieplan. Er is in 2008 al een keer over gesproken en mijn vraag is of daarover een brief naar de Kamer zou kunnen worden gestuurd.

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Mevrouw Dik-Faber kan ik zeggen dat het RIVM-rapport in april zal verschijnen. Verder heeft zij gelijk dat om awareness te krijgen, mensen in actie moeten komen. Ik zal mij ervoor inzetten dat landen die deze awareness niet hebben zelf meetnetten gaan opzetten om te zien wat hun probleem is. Als mensen het verinnerlijken als een probleem, zijn ze ook geneigd om te zoeken naar oplossingen. Echter, op het moment dat we met een oplossing komen en ze niet weten voor welk probleem die oplossing dan is, is dat lastig.

Al tien jaar lang wordt er op basis van «ja, mits» gestemd. De heer Klaver zei terecht dat er een aantal zaken zijn gebeurd. We zien ook dat de panelen verschuiven. Vanaf 2009 pleiten we er al voor om bij grondgebondenheid de keuze aan het land te laten. Ik ben blij dat er nu op dit punt ook beweging waarneembaar is. Mevrouw Dik-Faber heeft gezegd behoefte te hebben aan meer duidelijkheid. Op 3 maart staat dit onderwerp op de Milieuraad. Zoals gezegd zijn we er al vanaf 2009 mee bezig. Ik weet dat er in de tussentijd nog een Deens voorstel is geweest. Er ligt nu een Grieks voorstel. Die hebben allemaal hetzelfde doel, namelijk het ervoor zorgen dat wanneer het om grondgebonden teelt gaat, een lidstaat zelf uiteindelijk de doorslaggevende stem heeft, niet op basis van veiligheid maar op grond van andere argumenten. Mevrouw Ouwehand had het over «op welke grond dan ook». Welnu, ik denk dat we er gezamenlijk een kader voor moeten maken. Ik wil de Kamer dan ook graag een technische briefing aanbieden. Na 3 maart kan aan de hand van alle voorstellen die er dan zijn, meer duidelijkheid worden gegeven over de betekenis van een en ander, welke weg gegaan kan worden en wanneer dan waarover beslist kan worden. Op die manier kan ervoor worden gezorgd dat iedereen qua informatievoorziening en procedure helemaal up-to-date is zodat we het er ook goed over kunnen hebben. Ik heb al eerder gezegd dat er geen teeltvoorstellen in de pijplijn zitten. Ik zeg de Kamer toe dat totdat we duidelijkheid hebben over waar we verder heen gaan ten aanzien van grondgebonden teelt, ik te allen tijde eerst met de Kamer overleg voordat ik een stemming inga. Mocht dat vanwege de tijd niet mogelijk zijn – in een procedure is het soms zo dat er slechts enkele dagen tussen zitten – dan zal ik altijd met een parlementair voorbehoud stemmen. Die toezegging wil ik hier doen. Tevens bied ik genoemde technische briefing aan om het geheel zo duidelijk en open neer te leggen dat iedereen kennis heeft van dezelfde procedures en informatie en er ook op die gronden een besluit genomen kan worden.

De heer Klaver sprak zo-even over een inschattingsfout. Er is destijds een beoordeling gemaakt met deze uitkomst. In de brief van de twaalf landen staat duidelijk dat er negentien landen tegen hebben gestemd. Dat staat ook in de beantwoording van de heer Borg. Dus die duidelijkheid was er in ieder geval bij de Commissie. Ik hoop wel dat we nimmer meer in een proces terechtkomen zoals dat waarin we de afgelopen weken hebben gezeten. Die onduidelijkheid is er namelijk niet alleen bij de Kamer geweest maar ook bij ons, omdat er opeens maïs 1507 op de agenda van de Raad Algemene Zaken stond. Ik denk dat je onderwerpen behoort te bespreken daar waar ze thuishoren met duidelijke informatie vooraf.

Mevrouw Cegerek heeft het nog gehad over de stookinstallaties. Ik kan haar zeggen dat er geen nationale actieprogramma's zijn, niet voor de kleine en niet voor de middelgrote installaties. Ik heb zo-even al aangegeven hoe we omgaan met de houtstook waarbij het gaat om de kleine installaties.

Wat betreft de blootstelling is er niet op voorhand een plan, maar we willen het wel meenemen als criterium in het milieubeleid. Ik zal de Kamer informeren over hoe we dat meenemen als criterium.

De voorzitter: Normaal zouden we een aanbod om een briefing te organiseren in de procedurevergadering bespreken. Aangezien die echter vanmorgen pas is geweest en het krokusreces er nu aan staat te komen, is het wellicht goed om nu reeds te peilen of er voldoende animo is voor de briefing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Jazeker, ik ben dan ook benieuwd naar de juridische analyse van de diensten van de EU. Met betrekking tot het teeltvoorstel dat inderdaad al jaren sleept en waarbij sprake is van allerlei amendementen en varianten, is tot nu toe nog niet een voorstel gedaan dat juridisch ook houdbaar is gebleken. Verder ben ik benieuwd hoe de Staatssecretaris op 3 maart de Nederlandse inzet zal verwoorden.

De voorzitter: De heer Van Gerven had een dergelijke briefing voorgesteld, dus die zal zonder meer kunnen instemmen, vermoed ik.

De heer Van Gerven (SP): Zeker, maar omdat nu niet alle fracties zijn vertegenwoordigd, lijkt het mij goed om op een nader moment te sonderen of er ook bij hen behoefte aan is.

De voorzitter: Daar kunt u van verzekerd zijn. Er komt nog een e-mailprocedure maar normaal wordt zoiets in de procedurevergadering afgerond. Dat laatste kunnen we ons nu besparen middels deze eerste inventarisatie. Alle overige fracties krijgen uiteraard ook gelegenheid om hun mening te geven. Ik begrijp nu dat de SP zeker zal komen naar die briefing. Geldt dat ook voor GroenLinks?

De heer Klaver (GroenLinks): Ja.

De heer Remco Dijkstra (VVD): De VVD zal ook aanwezig zijn.

De voorzitter: Ik zie dat dit ook geldt voor de PvdA en de ChristenUnie. Er is dus zeker voldoende animo, zodat de eerste voorbereidingen daartoe al getroffen kunnen worden. Uiteraard worden alle overige fracties nog geïnformeerd en krijgen ze zodoende de kans om zich daarbij aan te sluiten.

Er is al een VAO aangekondigd door mevrouw Ouwehand, dus dat gaan we sowieso aanmelden.

Ik kom dan op de toezeggingen.

De Staatssecretaris zal de Kamer voor het VAO van morgen informeren over de escapemogelijkheden inzake het besluit over het toelaten van genetisch gemodificeerde maïs. Daarbij zal specifiek worden ingegaan op het voorzorgsprincipe en de toepassing van de comitologieprocedure.

De Staatssecretaris zal de Kamer in april een appreciatie sturen van het RIVM-advies inzake roet in Nederland. Daarbij zal ook ingegaan worden op een mogelijk landelijk meetnet.

Staatssecretaris Mansveld: Het RIVM-rapport komt in april. Als het RIVM besluit dat dit 26 april is, de dag voor het meireces, dan heb ik een probleem met het nakomen van deze toezegging.

De voorzitter: Zullen we dan afspreken uiterlijk een maand na de toezending aan de staatsecretaris? Ik zie dat dit akkoord is. Dan passen we de toezegging op die manier aan.

De Staatssecretaris zal na de verschijning van het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving inzake de kosten-batenanalyse luchtverontreiniging een kabinetsreactie naar de Kamer sturen. Hierbij wordt de termijn voor een oplegnotitie in acht genomen. Tot die tijd zal de regering geen onomkeerbare stappen zetten in de Brusselse onderhandelingen.

De Staatssecretaris zal de Kamer zo spoedig mogelijk na de Milieuraad van 3 maart informeren over de stand van zaken van het Commissievoorstel over genetisch gemodificeerde gewassen. Daarbij zal onder meer worden ingegaan op de juridische houdbaarheid wat betreft het beperken of verbieden van genetisch gemodificeerde gewassen door individuele lidstaten. Tot die tijd zal de regering geen onomkeerbare stappen zetten in het Brusselse onderhandelingsproces.

Staatssecretaris Mansveld: Ik wil graag specifiek benadrukken dat ik heb gezegd dat er geen teeltvoorstellen liggen en dat ik te allen tijde eerst met de Kamer overleg voordat ik een stemming inga en dat, mocht dat vanwege de tijd niet mogelijk zijn – soms is de tussenliggende termijn niet meer dan drie dagen – ik dan altijd een parlementair voorbehoud zal maken.

De voorzitter: Dat is een mooie aanvulling.

Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit algemeen overleg.

Sluiting 16.54 uur.

Volledige agenda

1. Geannoteerde agenda van de Milieuraad op 3 maart 2014 en een voortgangsoverzicht van actuele Europese wetgevinginitiatieven op het terrein van Infrastructuur en Milieu

Kamerstuk 21501-08-498 – Brief regering d.d. 05-02-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

2. Aanvulling Geannoteerde Agenda EU-Milieuraad van 3 maart 2014

Kamerstuk 21501-08-500 – Brief regering d.d. 18-02-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

3. Verslag van de Milieuraad op 13 december 2013

Kamerstuk 21501-08-495 – Brief regering d.d. 20-01-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

4. Reactie op het rapport van de Natural Resources Defense Council over de mogelijke toename van de import van teerzandolie in de EU

Kamerstuk 21501-08-499 – Brief regering d.d. 11-02-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

5. Stand van zaken moties Nanomaterialen

Kamerstuk 29338-128 – Brief regering d.d. 27-01-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

6. Toelating in de EU voor teelt van genetisch gemodificeerde maïs 1507

Kamerstuk 27428-261 – Brief regering d.d. 16-01-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

7. Reactie op moties van de leden Ouwehand en Klaver met betrekking tot genetisch gemodificeerde organismen

Kamerstuk 27428-264 – Brief regering d.d. 05-02-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

8. Reactie op de aangenomen motie van lid Ouwehand (Kamerstuk 33 750 XIII, nr. 113 ) betreffende maïs 1507

Kamerstuk 27428-265 – Brief regering d.d. 07-02-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

9. Stemming in de EU betreffende maïs 1507 en de brief van 12 lidstaten aan de Europese Commissie

Kamerstuk 21501-08-504 – Brief regering d.d. 19-02-2014

Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

10. Fiche: Richtlijn beperking van de emissies naar de lucht door middelgrote stookinstallaties

Kamerstuk 22112-1792 – Brief regering d.d. 07-02-2014

Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

11. Fiche: Richtlijn reductie nationale emissies bepaalde luchtverontreinigende stoffen

Kamerstuk 22112-1791 – Brief regering d.d. 07-02-2014

Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

12. Fiche: Mededeling «Schone lucht voor Europa»

Kamerstuk 22112-1790 – Brief regering d.d. 07-02-2014

Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans