Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-08 nr. 498

21 501-08 Milieuraad

Nr. 498 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 februari 2014

Hierbij doe ik u mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de geannoteerde agenda toekomen van de Milieuraad die op 3 maart 2014 in Brussel plaatsvindt. Deze geannoteerde agenda is gebaseerd op de voorlopige agenda zoals uitgebracht door het Griekse Voorzitterschap. De inhoud geeft de meest recente stand van zaken weer. Mocht de agenda van de Milieuraad nog ingrijpend veranderen, dan zal ik u hierover informeren.

Tenslotte treft u in de bijlage een voortgangsoverzicht van actuele Europese wetgevinginitiatieven op het terrein van Infrastructuur en Milieu1.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Geannoteerde Agenda Milieuraad 3 maart 2014

Samenvatting

Op 3 maart 2014 vergadert de Milieuraad in Brussel. Op deze Milieuraad staat de Commissiemededeling «Een beleidsraamwerk voor klimaat en energie voor de periode 2030 – 2030» centraal. De Ministers zullen een beleidsdebat houden. Het Griekse voorzitterschap zal hiervoor discussievragen opstellen. Naast het klimaatonderwerp zal de Milieuraad van gedachten wisselen over het Europees Semester. Onder diversenpunten zal de Commissie de Raad informeren over het pakketje initiatieven betreffende het EU beleid ten aanzien van luchtverontreiniging.

Beleidsraamwerk klimaat en energie 2020 – 2030

Gedachtewisseling

Inhoud

De mededeling «Een beleidsraamwerk voor klimaat en energie 2020–20302» is het vervolg op het groenboek «Een 2030 raamwerk voor klimaat- en energiebeleid» dat op 27 maart 2013 is uitgekomen. Tijdens de publieke consultatie van het groenboek heeft de Europese Commissie informatie en zienswijzen verzameld voor het ontwikkelen van een beleidsraamwerk klimaat en energie voor 2030. Ook Nederland heeft gereageerd. Over de kabinetsreactie is overleg met de Eerste en Tweede Kamer gevoerd en uw kamer heeft de definitieve versie op 19 december 2013 ontvangen3. De mededeling gaat in op o.a. de hoogte van het CO2-doel in 2030, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, het emissiehandelssysteem, de interne energiemarkt, de concurrentiepositie van de (energie-intensieve) industrie, voorzieningszekerheid en innovatie. De mededeling wordt door de Commissie onderbouwd met een uitgebreide Impact Assessment4.

Tegelijk met de mededeling heeft de Commissie de mededeling «Energieprijzen en kosten in Europa» uitgebracht. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd middels een kabinetsreactie. Daarnaast is de Commissie met een wetgevend voorstel gekomen om de Richtlijn Emissiehandel aan te vullen met een stabiliteitsreserve. Over dit wetgevende voorstel ontvangt uw Kamer binnen de daarvoor geldende termijn een BNC-fiche. Dit is ook het geval voor de eveneens op 22 januari 2014 uitgebrachte mededeling over schaliegas.

In lijn met de wens van de Tweede Kamer is het streven er op gericht dat uw kamer de kabinetsreactie over de mededeling «Een 2030 raamwerk voor klimaat- en energiebeleid in de week voor het AO Milieuraad ontvangt. Hierop vooruitlopend kan ik uw Kamer al de volgende informatie geven. In de mededeling « stelt de Europese Commissie het volgende beleidskader voor:

  • Een CO2-reductiedoel van 40% ten opzichte van 1990, dat zal worden verdeeld over de ETS en de non-ETS sector.

  • Een bijdrage van de ETS sector van – 43% in 2030 ten opzichte van 2005. Dit wordt bereikt door de jaarlijkse reductiefactor te verhogen van de huidige 1,74% naar 2,2% na 2020. Daarnaast stel de Commissie voor een stabiliteitsreserve in te stellen ten behoeve van een meer stabiele markt.

  • Een bijdrage van de sectoren buiten het ETS van – 30% in 2030 ten opzichte van 2005. Deze doelstelling zal door middel van bindende nationale doelen over de lidstaten worden verdeeld. De Commissie stelt voor bij de verdeling rekening te houden met kosteneffectiviteit, maar ook met de verschillen in welvaart in Europa.

  • Een bindend doel voor de Europese Commissie als geheel voor hernieuwbare energie van 27% in 2030. Het doel is afgestemd op het CO2-doel van – 40%. Er worden geen bindende doelen voorgesteld voor de afzonderlijke lidstaten.

  • Geen bindende voorstellen voor energie-efficiëntie. De Commissie komt in 2014 met een rapportage over de voortgang in het behalen van het Europese energie-efficiëntie doel van 20% in 2020.

  • Lidstaten worden gevraagd periodiek energieplannen te presenteren aan de Europese Commissie. De rapportages zijn breder dan de actieplannen voor hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en broeikasgasreducties, die thans opgesteld dienen te worden. Via een iteratief proces wil de Commissie waarborgen dat de lidstaten voldoende ambitieuze doelstellingen en beleid formuleren. De Commissie wil met een mededeling komen over de vormgeving van deze governance structuur.

Stand van zaken

De Europese Commissie zal tijdens de Milieuraad op 3 maart 2014 de mededeling «Een beleidsraamwerk voor klimaat en energie voor de periode 2020–2030» presenteren die op 22 januari is uitgekomen. Daarna is een beleidsdebat voorzien over het voorgestelde beleidsraamwerk. Het onderwerp staat ook geagendeerd voor de Energieraad een dag later. De Europese Raad van 20 en 21 maart zal mogelijk conclusies aannemen over de Europese klimaat- en energiedoelen voor 2030.

Nederlandse positie

Nederland verwelkomt de mededeling van de Commissie. Het CO2-emissiereductiedoel is de hoeksteen van het klimaat- en energiebeleid van de EU. Het voorstel van de Commissie is om dit doel bij 40% te leggen. De Nederlandse positie is dat de EU in 2030 ten minste dit percentage moet reduceren. In de mededeling houdt daarbij de Commissie meer dan voorheen rekening met interacties tussen verschillende doelen en instrumenten. Ook wordt het belang van het vervolmaken van de interne energiemarkt en de concurrentiepositie van de internationaal concurrerende (energie-intensieve) industrie benadrukt. Nederland acht, conform de afspraken uit het Energieakkoord, een structurele versterking van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) nodig. Daarbij mag het level playing field van de internationaal concurrerende industrie niet in gevaar komen.

Europees Semester

Gedachtewisseling

Inhoud

Het Europees Semester is in 2010 gestart als een jaarlijks proces om het economisch beleid van de lidstaten beter te coördineren, in antwoord op de financieel-economische crisis. Het proces start steeds in november met het jaarlijkse groeioverzicht (Annual Growth Survey, AGS) dat de hoofdzaken vastlegt voor de nationale hervormingsprogramma's van de lidstaten die in april moeten worden ingediend. De doelstellingen van de Europa 2020 strategie en de aanbevelingen van het voorgaande jaar vormen belangrijke bestanddelen. De Commissie formuleert vervolgens nieuwe aanbevelingen per lidstaat, gebaseerd op de bevindingen in een achtergronddocument. Deze worden op de Europese Raad in juni bekrachtigd. Dit jaar bevat de AGS de erkenning dat het herstel naast de financieel-economische aanpak meer aandacht vraagt voor langetermijn investeringen in onderwijs, onderzoek, energie en klimaatactie. In het bijzonder vergroening van belastingen, energie- en hulpbronefficiëntie en groene banen worden hierbij aangehaald.

Stand van Zaken

De Milieuraad zal een beleidsdebat voeren over de wijze waarop deze punten duidelijker kunnen worden verankerd in het lopende Europees Semester.

Nederlandse positie

Nederland zal deze ambitie ondersteunen en hierbij putten uit het beleid zoals vastgelegd in het SER klimaat- en energie akkoord, de Groene Groeibrief en de recente brief Van Afval naar Grondstof (VANG).

Diversenpunten

Schone Lucht voor Europa

De Commissie bracht eind december 2013 een pakket van voorstellen uit om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen in Europa verder terug te brengen. Dit pakket bestaat uit een mededeling, een voorstel om de Richtlijn nationale emissieplafonds te herzien en een Richtlijn over de emissies van stookinstallaties met een vermogen tussen 1 en 50 MW. Voor een toelichting op deze mededeling en richtlijnen en het Nederlandse standpunt ten aanzien ervan, verwijs ik u naar de betreffende BNC-fiches die uw Kamer uiterlijk 12 februari 2014 zal ontvangen. Tijdens de Raad zal de Commissie het pakket presenteren (als diversenpunt). Er zal geen inhoudelijke discussie plaatsvinden.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

COM(2014) 15

X Noot
3

Kamerstuk 22 112, nr. 1756

X Noot
4

SWD (2014) 15 final