Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-02 nr. 1897

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1897 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 juli 2018

De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over een aantal kabinetsbrieven, waaronder de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken inclusief Art. 50 van 20 juli 2018 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1894). De volledige agenda is te vinden op de laatste pagina.

De vragen en opmerkingen zijn op 12 juli 2018 aan de Minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 18 juli 2018 zijn de vragen beantwoord. Gezien de aard van enkele vragen wordt een aantal antwoorden vertrouwelijk beantwoord1.

De voorzitter van de commissie, Azmani

Adjunct-griffier van de commissie, Buisman

Algemeen

De leden van de CDA-fractie hebben met enige verbazing de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk gevolgd en stellen vast dat premier May geen meerderheid heeft in het parlement voor haar Brexit voorstellen – ten minste niet in haar eigen coalitie van Conservatieven en DUP – nu David Davis, Boris Johnson en Steve Baker zijn afgetreden uit protest tegen de Brexitvoorstellen. Zij vragen het kabinet of het realistisch is te verwachten dat er een akkoord ligt in oktober 2018. Indien dat niet realistisch is, hoe wil het kabinet dan verder gaan?

De leden van de fractie van de PVV vragen of het kabinet een laatste stand van zaken kan geven ten aanzien van het Brexit-proces? Kan het kabinet een specifieker tijdspad schetsen (dan in de geannoteerde agenda) van de belangrijke data, deadlines en momenten van besluitvorming en bijeenkomsten richting Brexit op 29 maart 2019, zo vragen de leden van de PVV-fractie.

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de situatie in het Verenigd Koninkrijk, waar verschillende Ministers zijn afgetreden naar aanleiding van de verklaring die is opgesteld in Chequers vorige week. Wat is de reactie van het kabinet op deze situatie?

1. Antwoord van het kabinet

Het is bemoedigend dat premier May er, ondanks alle politieke turbulentie in het Verenigd Koninkrijk (VK), in is geslaagd op 12 juli het langverwachte White Paper te presenteren, waarin het VK zijn wensen voor de toekomstige relatie met de Europese Unie (EU) uiteenzet. Na het vertrek van de Ministers Johnson en Davis heeft het hele Britse kabinet zich achter het White Paper geschaard. Hoewel het paper nog veel vragen en bezwaren oproept, biedt het een basis voor verdere gesprekken tussen de Europese Commissie en het VK aan de onderhandelingstafel. Hoewel het kabinet zich op alle scenario’s voorbereidt, gaat het kabinet er vooralsnog van uit dat de EU en het VK tijdig een akkoord bereiken dat kan worden goedgekeurd en geratificeerd vóór 30 maart 2019. Daarbij zij eraan herinnerd dat in het kader van de uittreding van het VK ook onderhandeld wordt over een gezamenlijke politieke verklaring over een kader van de toekomstige betrekkingen, een verklaring die bij het terugtrekkingsakkoord zal worden gevoegd. Pas na uittreding van het VK uit de EU zullen de formele onderhandelingen over het akkoord of de akkoorden over de toekomstige betrekkingen kunnen aanvangen.

In aanloop naar de Raad Algemene Zaken in Artikel 50 samenstelling (RAZ Artikel 50) van 20 juli aanstaande zullen de EU27 het White Paper bespreken in het Comité van Permanente Vertegenwoordigers in Artikel 50 samenstelling (Coreper Artikel 50). Na de RAZ Artikel 50 van 20 juli zal naar verwachting de Europese Raad in Artikel 50 samenstelling (ER Artikel 50) van 18 oktober aanstaande het volgende belangrijke ijkpunt zijn. Vóór die bijeenkomst wordt idealiter overeenstemming bereikt tussen de Commissie en het VK over het gehele terugtrekkingsakkoord en de politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen, om zo genoeg tijd te houden voor de parlementaire procedures in de EU en het VK.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen de Minister of premier May tegenover de Minister-President vertrouwen heeft getoond over de tijdige afsluiting van de Brexit-onderhandelingen?

2. Antwoord van het kabinet

Premier May heeft in alle ontmoetingen met de Minister-President en tevens in haar publieke uitlatingen aangegeven het volste vertrouwen te hebben in een tijdige en positieve uitkomst van de onderhandelingen. Geen van de betrokken partijen is gebaat bij een terugtrekking van het VK uit de EU zonder terugtrekkingsakkoord (een no-deal- of cliff-edge-scenario). Wel heeft premier May, net zoals de Minister-President dat voor Nederland heeft gedaan, aangegeven dat een dergelijk scenario niet uit te sluiten is.

Deelt het kabinet, zo vragen de leden van de PVV-fractie, onderstaande uitspraak van de voorzitter van de Europese Raad, de heer Tusk, waarmee hij volledig voorbijging aan het gegeven dat Brexit de uitkomst is van een democratisch proces en niet de wil van een enkele Minister: «Politicians come and go but the problems they have created for people remain. I can only regret that the idea of #Brexit has not left with Davis and Johnson. But...who knows?»

De leden van SP-fractie merken verder op dat er weinig respons is gekomen uit Brussel op de twee opgestapte Ministers, behalve een zeer merkwaardige tweet van de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, die stelt dat hij had gehoopt dat de wens voor Brexit samen met de twee Ministers was opgestapt. Wat vindt het kabinet ervan dat de voorzitter van de Europese Raad zich denigrerend uitspreekt over een democratische beslissing? Is het kabinet het met de leden van de SP-fractie eens dit niet past bij de rol die de voorzitter van de Europese Raad zou moeten vervullen?

3. Antwoord van het kabinet

De boodschap van de voorzitter van de Europese Raad past bij de opvatting die Nederland ook altijd heeft uitgedragen en die ook breed binnen de EU27 wordt gedeeld, namelijk dat Brexit onwenselijk is en voor alle partijen schadelijk, waarbij kan worden opgemerkt dat iedereen zijn eigen toon kiest.

De ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk omtrent Brexit volgen elkaar nu zo snel op dat de geannoteerde agenda alweer achterhaald blijkt. De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe de agenda uiteindelijk is ingevuld?

4. Antwoord van het kabinet

De ontwikkelingen binnen het VK doen aan de invulling van de agenda niet af. Naar verwachting zal hoofdonderhandelaar Barnier de laatste stand van zaken van de onderhandelingen geven en vooruitblikken op het proces de komende maanden.

Hoe dient de opmerking van hoofdonderhandelaar Barnier te worden geïnterpreteerd dat er al over 80% overeenkomst is?

5. Antwoord van het kabinet

Met zijn uitspraak doelt hoofdonderhandelaar Barnier op het feit dat over de meeste delen van het terugtrekkingsakkoord al overeenstemming is bereikt. Zoals is aangegeven in het verslag van de RAZ (artikel 50) van 23 maart 2018 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1854) hebben de Europese Commissie en het VK op 19 maart 2018 over een aantal belangrijke onderdelen van de verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord overeenstemming bereikt: een overgangsperiode, rechten van burgers, financiële afwikkeling en een aantal other separating issues zoals afwikkeling van douane procedures die nog lopen op het moment dat de overgangsperiode ten einde komt. In de door de Commissie en het VK gezamenlijk op 19 maart jl. gepresenteerde «kleurenversie»2 van het terugtrekkingsakkoord hebben de groengekleurde teksten, waarover al een akkoord is bereikt, dan ook de overhand. In de aanloop naar de ER Artikel 50 van 29 juli 2018, publiceerde de Europese Commissie en het VK een gezamenlijke verklaring over de voortgang op de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord, waarin werd aangegeven dat de partijen overeenstemming over de verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord hebben bereikt op nog een aantal aspecten van de other separating issues, zoals BTW-afdracht voor goederen die op het moment van Brexit in het verkeer zijn gebracht en de regels voor lopende aanbestedingsprocedures.3 Het kabinet hecht er aan te benadrukken dat er op enkele cruciale onderdelen van het terugtrekkingsakkoord nog geen overeenstemming tussen de partijen is bereikt, in het bijzonder de grens op het Ierse eiland en de governance van het terugtrekkingsakkoord. Goedkeuring van het akkoord vergt overeenstemming op alle onderdelen (nothing is agreed until everything is agreed).

No deal-scenario

Het komt de leden van de VVD voor dat het verstandig is dat Nederland zich blijft voorbereiden op een chaotische no-dealscenario ten aanzien van Brexit. Hoe ziet het kabinet dit?

De Tweede Kamer heeft inmiddels allerlei brieven gekregen van verschillende Ministers over de voorbereidingen op de gevolgen van Brexit voor specifieke beleidsterreinen, zo constateren de leden van de VVD-fractie. Kan de Minister van Buitenlandse Zaken de andere Ministers vragen deze brieven na het zomerreces te updaten? De leden van het CDA danken het kabinet voor de toezegging om in september 2018 inzage te krijgen in de draaiboeken voor het no-dealscenario. Zij verwachten ook echt dat het Nederlandse kabinet zich nu voorbereidt op dat soort scenario’s.

6. Antwoord van het kabinet

Het kabinet onderschrijft de mening van de fractie van de VVD dat het verstandig is dat Nederland zich blijft voorbereiden op een no-deal scenario. Het terugtrekkingsakkoord wordt pas juridisch bindend als over alle onderdelen overeenstemming is bereikt en de sluitingsprocedures van de EU en het VK zijn voltooid, waaronder respectievelijk goedkeuring door het Europees Parlement en het Britse parlement.

In de door de VVD fractie bedoelde brieven4 is dan ook uiteengezet dat het kabinet beziet welke maatregelen er nationaal genomen moeten worden om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de uittreding van het VK uit de EU langs drie scenario’s, waaronder het no-deal of cliff edge scenario, waarbij bepaalde maatregelen worden genoemd.

Tijdens het plenair debat over de Europese top van 28 en 29 juni (Handelingen II 2016/17, nr. 98) is mede in antwoord op het verzoek van de CDA-fractie, de toezegging gedaan in de geannoteerde agenda voor de RAZ Artikel 50 van september aanstaande nader in te gaan op de stand van zaken in de onderhandelingen over het uittredingsakkoord, een appreciatie van mogelijke uitkomsten en de nationale voorbereidingen op verschillende scenario’s.

Tevens is op 4 juli jl. tijdens het terugblikdebat op de Europese Raad de motie van het lid Omtzigt c.s. waarin de Kamer de regering verzoekt «in oktober te informeren over draaiboeken voor het no-deal scenario» (Kamerstuk 21 501-20-1351), overgenomen door het kabinet door middel van de toezegging dat begin oktober een besloten technische briefing zal worden georganiseerd over de stand van zaken op verschillende beleidsterreinen met betrekking tot de voorbereidingen op een no-deal scenario.

De nog resterende tijd om te komen tot een akkoord wordt steeds korter. Hoe kijkt het kabinet naar het mogelijk verlengen van de onderhandelingen, zo vragen de leden van de VVD-fractie?

Acht de Minister het raadzaam dat het Verenigd Koninkrijk verlenging aanvraagt van de Brexit-termijn?

7. Antwoord van het kabinet

De vraag of er gebruik moet worden gemaakt van de mogelijkheid die artikel 50 lid 3 VEU biedt om de onderhandelingsperiode langer te laten duren dan twee jaar, komt uitsluitend aan de orde als de stand van zaken in de onderhandelingen daartoe aanleiding geeft. Op dit moment is dit geenszins het geval. De inspanningen van de EU en het VK zijn erop gericht de onderhandelingen binnen de tweejaarstermijn af te ronden met een tijdig goedgekeurd terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode tot en met 31 december 2020, aangevuld met een politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen.

Hebben de 27 lidstaten afspraken gemaakt om de impact van Brexit gezamenlijk te dragen of de zwaarst getroffen landen te steunen?

8. Antwoord van het kabinet

Mogelijke afspraken om de impact van Brexit gezamenlijk te dragen vinden plaats in het kader van de MFK-onderhandelingen. De onderhandelingen over het nieuwe MFK starten dit najaar en zullen naar verwachting geruime tijd duren. Onderdeel van de Nederlandse onderhandelingsinzet is een evenredige en rechtvaardige lastenverdeling, waarbij voorkomen moet worden dat Brexit leidt tot een onevenredig hoge rekening voor andere lidstaten en een stijging van de afdrachten.

Verslag Raad Algemene Zaken dd 26 juni 2018 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1890)

De leden van de PVV-fractie vragen de Minister of de Europese Raad, net zoals de Europese Commissie, een streefdatum in gedachten heeft waarop de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) idealiter zouden moeten worden afgerond?

9. Antwoord van het kabinet

In de Europese Raad van juni 2018 hebben regeringsleiders afgesproken de onderhandelingen over het EU Meerjarig Financieel Kader 2021–2027 (MFK) op een integrale manier en zo spoedig mogelijk te bespreken, zonder hieraan evenwel een uiterste termijn te verbinden.

Welke formele, dan wel informele, bijeenkomsten (Europese Raad, Raad, werkgroepen) staat nog voor dit jaar gepland waarop over het MFK, of over onderdelen daarvan, wordt gesproken, zo vragen de leden van de PVV-fractie?

10. Antwoord van het kabinet

De Raad Algemene Zaken is verantwoordelijk voor de MFK-onderhandelingen. Het Oostenrijkse EU-voorzitterschap heeft voor de RAZ van september a.s. een eerste oriënterend debat over het MFK gepland en vervolgens maandelijks tot en met december. De diverse ambtelijke werkgroepen waarin de deelvoorstellen van het MFK worden besproken komen volgens hun eigen ritme bijeen, doorgaans 1–2 maal per week. Dit jaar is vooralsnog geen discussie in de Europese Raad over het MFK voorzien.

Met welk concreet pad met hervormingen van de rechtsstaat die geïmplementeerd moeten worden door Albanië en Macedonië is er precies ingestemd, zo vragen de leden van de PVV-fractie? Wordt er ook nog een tussentijdse voortgangsrapportage opgemaakt of alleen in juni 2019?

11. Antwoord van het kabinet

Macedonië moet duurzame en tastbare resultaten boeken op het gebied van hervormingen van de justitiële sector, de veiligheidsdiensten, de veiligheidssector en het openbaar bestuur. Albanië moet de justitiële hervormingen bestendigen en tastbare resultaten boeken in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. De Commissie zal de voortgang nauwgezet monitoren en hierover in het voorjaar van 2019 in het reguliere voortgangsrapport rapporteren. De Raad zal de voortgang op basis van dit rapport beoordelen.

Rechtsstaat

De leden van de D66-fractie grijpen daarnaast graag dit moment aan om te vragen naar de stand van zaken met betrekking tot de rechtsstatelijke situatie in Polen en de procedure rondom artikel 7 VEU. Deze leden danken de Minister voor het verslag van de RAZ van 26 juni, waar de hoorzitting met Polen heeft plaatsgevonden. De aan het woord zijnde leden verzoeken de Minister te verduidelijken welke vragen hij tijdens de RAZ van 26 juni aan de vertegenwoordigers van Polen heeft gesteld, of welke specifieke onderwerpen hij heeft aangekaart? Was de Minister tevreden met de antwoorden die Polen heeft gegeven op de vragen van Nederland?

12. Antwoord van het kabinet

De hoorzitting op 26 juni heeft meer dan drie uur in beslag genomen en daarbij zijn de in het RAZ verslag genoemde onderwerpen aan bod gekomen. Nederland heeft benadrukt dat een discussie over nationale hervormingen nodig is wanneer het totaal van die hervormingen zorgen baart. Het is essentieel dat overal in de Unie vertrouwd kan worden op onafhankelijke rechtspraak en op rechtszekerheid. Nederland heeft er voor gekozen om vragen te stellen over de gevolgen voor rechtszekerheid van een procedure van buitengewoon beroep waarmee de mogelijkheid ontstaat dat vonnissen na twintig jaar nog kunnen worden herzien. Polen is op alle gestelde vragen uitgebreid ingegaan. Toch blijft er voldoende aanleiding om de hoorzitting door te zetten.

De Minister schrijft in het verslag van de RAZ van 26 juni dat er bij een volgende RAZ op de kwestie zal worden teruggekomen om vervolgstappen te bespreken. Wanneer zal dit zijn? Welke vervolgstappen liggen op tafel? Naar welke optie gaat de voorkeur van de Minister uit, zo vragen de leden van de D66-fractie?

13. Antwoord van het kabinet

Nederland is van mening dat alle onderdelen van artikel 7.1 volledig en uitputtend moeten worden benut. De Raad is op dit moment met een hoorzitting bezig die uit meerdere delen kan bestaan en wat Nederland en andere lidstaten betreft wordt de hoorzitting voortgezet met als eerstvolgende mogelijkheid de RAZ in september.

De leden van de D66-fractie hameren al geruime tijd op het voorstel voor een grondrechten-APK-toets, waarbij lidstaten jaarlijks langs de meetlat worden gelegd als het gaat om grondrechten en rechtsstaat: een mechanisme dat alle lidstaten systematisch toetst of zij de gedeelde waarden respecteren. Hierbij gaat de voorkeur van deze leden specifiek uit naar een onafhankelijke toets (zoals ook het aangenomen initiatiefrapport in het Europees Parlement stelt), en geen peer-review door de lidstaten zelf. Wil de Minister zich hiervoor inzetten in Europees verband?

14. Antwoord van het kabinet

Het initiatiefrapport van het Europees Parlement is bekend en bevat verschillende aanknopingspunten, waaronder het voorstel voor het gebruikmaken van een expertgroep bij een jaarlijkse beoordeling. Andere voorstellen vergen Verdragswijzingen en dat is nu niet aan de orde. Nederland laat zich, net als andere lidstaten, door het rapport inspireren bij de vormgeving van instrumenten waarvoor op dit moment meer draagvlak bestaat.

Graag willen de SP-leden geïnformeerd worden wat de vervolgstappen zijn met betrekking tot het Artikel 7.1-proces van Polen. In de conclusies van de Europese Raad van eind juni jl. stond dat dit geagendeerd zou worden tijdens de komende Raad Algemene Zaken. De leden van de SP-fractie vragen zich dan ook af of dit ook gebeurt en wat de inzet is van het kabinet? Kan de Minister in het verslag uitgebreid terugkomen op dit onderwerp?

15. Antwoord van het kabinet

Wat Nederland betreft wordt de hoorzitting met Polen voortgezet en de eerstvolgende gelegenheid daarvoor dient zich aan in september. De Tweede Kamer zal hierover worden geïnformeerd in het verslag.

Tot slot, willen de leden van de SP-fractie graag weten of de situatie in Roemenië, waar 9 juli jl. de chef van het anti-corruptieagentschap per decreet door de president ontslagen is5, ook zal worden besproken tijdens de Raad Algemene Zaken? In algemene zin, vragen de SP-fractieleden zich af wat het kabinet voor waardering geeft aan deze zaak? Is de Minister het met de critici eens dat er sprake is van een politieke beslissing om corruptiezaken naar (oud-)politici van de regerende partij te dwarsbomen? Mocht de RAZ tot oordeel komen dat er sprake is van politieke inmenging in het anticorruptie aanpak, wat voor actie gaat daarop worden ondernomen?

16. Antwoord van het kabinet

Tijdens de Raad Algemene Zaken staat de situatie in Roemenië niet geagendeerd. Het ontslag van mevrouw Kövesi betreft een Roemeense binnenlandse aangelegenheid. Tegelijkertijd volgt het Kabinet de ontwikkelingen met betrekking tot het proces van justitiehervormingen in Roemenië op de voet. In dit kader roept Nederland tijdens bilaterale contacten Roemenië op om geen stappen te ondernemen die zouden kunnen leiden tot een verzwakking van de rechtsstaat en de mogelijkheden om criminaliteit en corruptie te bestrijden. Het Kabinet blijft zich over het proces van justitiehervormingen in Roemenië informeren, onder meer via het coöperatie- en verificatiemechanisme.

Azerbeidzjan

De leden van de CDA-fractie zijn ronduit teleurgesteld in de geagendeerde brief over de Raad van Europa. Het rapport van de «Independent investigation body on the allegations of corruption within the Parliamentary Assembly», is behoorlijk helder, zo constateren de leden van de CDA-fractie:

«The second concerned the actual use of money and other corruptive activities as a means of influencing various activities which were directly or indirectly seen as being in favour of Azerbaijan [...] As to the corruptive activities in favour of Azerbaijan, the Investigation Body established that there was a strong suspicion that certain current and former members of PACE had engaged in activity of a corruptive nature.»

Er is dus sprake van parlementariërs die omgekocht worden, zo constateren de leden van de CDA-fractie. De Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, waarin die parlementariërs zitten, neemt daar nu actie tegen. En het is goed dat de Raad van Ministers die actie steunt. En ja, die actie had ook eerder moeten worden genomen, zo menen de leden van de CDA-fractie. Echter, er is ook sprake van een partij die omkoopt. En, zo stellen deze leden, hier ligt een bijzonder duidelijke verdachte: de staat Azerbeidzjan. En de staat Azerbeidzjan is een van de 47 Staten die in de Raad van Ministers is vertegenwoordigd. De vraag die de Tweede Kamer stelde was dan ook: op welke wijze gaat de Raad van Ministers om met dit rapport en de staat Azerbeidzjan? Om het concreet te maken, zullen de leden van de CDA-fractie een aantal specifieke vragen stellen:

1. Heeft Nederland (wellicht samen met andere landen) aan Azerbeidzjan gevraagd of zij zich schuldig maakt aan omkooppraktijken?

Antwoord van het kabinet

Corruptie vormt een serieuze bedreiging voor de kernwaarden waar de Raad van Europa voor staat. Nederland is zich er terdege van bewust dat de corruptiekwestie in PACE de Raad van Europa in zijn geheel raakt. Nederland ondersteunt dan ook van harte Kroatië, dat thans voorzitter is van het Comité van Ministers. Kroatië heeft de strijd tegen corruptie tot eerste prioriteit benoemd en zal in samenwerking met de Group of States against Corruption (GRECO) op 15 en 16 oktober een conferentie organiseren over «Strengthening transparency and responsibility aimed at prevention of corruption». Daarbij komt vrijwel zeker ook de casus Azerbeidzjan ter sprake.

2. Deelt het kabinet de mening dat het rapport genoeg aanwijzingen bevat om een onderzoek te doen naar wie opdracht gegeven heeft voor omkoping?

Antwoord van het kabinet

Het rapport bevat belangrijke aanwijzingen voor betrokkenheid van Azerbeidzjan bij corruptie en andere onethische praktijken. Binnen de Raad van Europa is GRECO het orgaan dat de lidstaten monitort op dit gebied. GRECO heeft al laten weten de aanbevelingen van de onderzoekscommissie te betrekken bij zijn monitoringsactiviteiten ten aanzien van Azerbeidzjan en de andere landen genoemd in het rapport van de onderzoekscommissie.

3. Deelt het kabinet de mening dat Azerbeidzjan (of justitie in Azerbeidzjan) zelf nooit een onderzoek zal instellen naar omkoping door de regering of de staat van Azerbeidzjan en dat het dus in de rede ligt dat er een extern onderzoek gedaan wordt?

Antwoord van het kabinet

Het kabinet deelt deze mening en verwijst overigens naar zijn antwoord op de vorige vraag.

4. Wie zou volgens het kabinet het beste een onderzoek kunnen doen naar de omkoper in de Raad van Europa?

Antwoord van het kabinet

Ook in dit verband verwijst het kabinet naar de rol van GRECO als het orgaan van de Raad van Europa met de bevoegdheid om lidstaten te helpen bij de bestrijding van corruptie.

5. Wanneer gaat het kabinet in de Raad van Ministers een voorstel doen om onderzoek te doen naar wie parlementariërs heeft omgekocht?

Antwoord van het kabinet

Het CM heeft een aantal beslissingen genomen die de noodzaak van een compleet en eerlijk onderzoek van de aanklachten onderstreept. Zo heeft het CM de oprichting van de onafhankelijke onderzoekscommissie verwelkomd en lidstaten dringend verzocht volledig mee te werken met dat onderzoek. Medio juni heeft het CM een antwoord gegeven op de PACE-aanbeveling over de follow-up van het rapport van de onafhankelijke onderzoekscommissie. Het is primair aan PACE om hierin verdere actie te ondernemen. Verder zal GRECO de bevindingen van het rapport in acht nemen wanneer de lidstaten – die genoemd worden in het rapport van de onafhankelijke onderzoekscommissie – gemonitord worden.

Nederland is bereid om met EU partners in CM verband te onderzoeken welke verdere mogelijkheden er zijn om Azerbeidzjan aan te spreken. Voorts zet Nederland erop in dat het CM de bestrijding van corruptie in PACE ondersteunt, en nauw blijft volgen welke maatregelen er genomen worden.

6. Heeft de Raad van Ministers de onderzoekers uitgenodigd om een toelichting te geven op de resultaten van het onderzoek of was zelfs dat teveel gevraagd?

Antwoord van het kabinet

Nee. De formulering van de vraag impliceert dat het rapport niet zonder toelichting kan. Die mening deelt het kabinet niet.

De leden van de CDA-fractie verwachten een precies antwoord op elk van deze vragen.

Turkije

Nederland pleitte voor opschorting van de pre-accessiesteun van Turkije maar vond wederom geen draagvlak, zo lezen de leden van de PVV-fractie in het verslag van de RAZ dd 26 juni 2018. Zijn er verschuivingen in het draagvlak gelet op de ontwikkelingen in Turkije, zo vragen de leden van de PVV-fractie? Welke landen zijn het met Nederland eens en welke niet? Indien het niet mogelijk is om dat aan te geven: hoeveel lidstaten zijn het met Nederland eens en hoeveel niet? Kan het kabinet uiteenzetten hoeveel de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaten per land ontvangen uit de EU-begroting onder het huidige MFK en hoeveel onder het door de Europese Commissie voorgestelde nieuwe MFK?

17. Antwoord van het kabinet

Het draagvlak voor het opschorten van de pre-accessiesteun is ongewijzigd. Naast Nederland heeft in het verleden een andere lidstaat het opschorten van de pre-accessiesteun aan Turkije bepleit. Voor de reserveringen van pre-accessiesteun aan de landen van de Westelijke Balkan in de periode 2017–2020 wordt kortheidshalve verwezen naar het verslag van de Raad Algemene Zaken van 26 juni jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1890) De indicatieve reservering van pre-accessiesteun aan Turkije in de periode 2018–2020 bedraagt 1,181 mln. euro. Het voorstel voor pre-accessiesteun onder het nieuwe MFK bevat geen gereserveerde bedragen per land, enkel per thema.

Over Turkije hebben de leden van de GroenLinks-fractie ook enkele vragen: Heeft de Europese Commissie voldoende instrumenten om te controleren dat de pantservoertuigen op de juiste wijze worden ingezet? Hoe gaat dat in zijn werk?

18. Antwoord van het kabinet

De Europese Commissie heeft met de Turkse autoriteiten een raamwerkovereenkomst gesloten die ziet op de uitvoering van pre-accessiesteun aan Turkije. Hierin staan gedetailleerde regels met betrekking tot besteding van fondsen, de naleving waarvan door de Commissie wordt gecontroleerd. De Commissie heeft de monitoring en controle op operationele en financiële aspecten van de besteding van pre-accessiemiddelen voor grensbeheer, geïntensiveerd, inclusief door onaangekondigde controles en on-the-spot checks.

Hoe zijn de verhoudingen in de Raad ten aanzien van een oproep tot het vrijlaten van de heer Demirtas? Welke landen blokkeren een dergelijke oproep en welke redenen dragen zij hiervoor aan?

19. Antwoord van het kabinet

De Raad heeft op 26 juni jl. aangegeven dat het beperken, arresteren en gevangen houden van inter alia parlementariërs onacceptabel is. De Raad heeft de ernstige zorgen die hierover bestaan herhaald.

Hoe beziet het kabinet de uitspraak van Minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu dat Turkije op korte termijn lid wil worden van de EU, zo vragen de leden van de GroenLinks-fractie. Heeft Minister Cavusoglu hierover contact gehad met de Europese Commissie? Heeft de Turkse regering aangegeven concrete hervormingen te willen doorvoeren en de burgerlijke vrijheden te willen herstellen?

20. Antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraak van de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken. Kandidaat-lidstaten dienen aan alle strikte voorwaarden te voldoen alvorens zij lid kunnen worden van de Europese Unie. De Raad heeft op 26 juni jl. benadrukt dat Turkije zich verder heeft verwijderd van de EU. De toetredingsonderhandelingen met Turkije zijn daarom effectief tot stilstand gekomen.

Volledige agenda

  • Kamerstuk 21 501-02, nr. 1894

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 6 juli 2018 inzake geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken inclusief Art. 50 van 20 juli 2018

  • Kamerstuk 21 501-02, nr. 1890

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 29 juni 2018 inzake het verslag Raad Algemene Zaken inclusief Art. 50 van 26 juni 2018

  • Kamerstuk 32 735, nr. 190

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 juni 2018 inzake toezeggingen gedaan tijdens het Algemeen Overleg over Turkije van 6 juni 2018

  • Kamerstuk 23 987, nr. 253

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 20 juni 2018 inzake onderhandelingen uittreding Verenigd Koninkrijk

  • Kamerstuk 23 987, nr. 254

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 26 juni 2018 inzake onderhandelingen uittreding Verenigd Koninkrijk

  • Kamerstuk 23 987, nr. 255

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 juni 2018 inzake onderhandelingen uittreding Verenigd Koninkrijk

  • Kamerstuk 23 987, nr. 256

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 3 juli 2018 inzake onderhandelingen uittreding Verenigd Koninkrijk

  • Kamerstuk 20 043, nr. 114

    Brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 25 juni 2018 inzake reactie op verzoek commissie over de Nederlandse inzet in het Comité van Ministers van de Raad van Europa ten aanzien van de regering van Azerbeidzjan op het gebied van corruptiebestrijding


X Noot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
4

Verwezen zij naar de brief van de Minister van Defensie (Kamerstuk 23 987, nr. 227), de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Kamerstuk 23 987 nr. 228), de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kamerstuk 23 987, nr. 229), de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Economische Zaken (Kamerstuk 23 987, nr. 231), en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, (Kamerstuk 23 987, nr. 249) en de beantwoording van de Kamervragen over het voorbereiden van de Rotterdamse haven op de Brexit (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1643).