Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201823987 nr. 231

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 231 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2018

In aanvulling op de beantwoording van het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 18 januari 2018, de beantwoording van de Kamervragen over de economische consequenties van het vertrek van het VK uit de Europese Unie (EU) («Brexit») van de leden Amhaouch, Geurts en Omtzigt (allen CDA) van 6 februari 2018 (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1068), de beantwoording van de Kamervragen over de economische consequenties van de Brexit voor Nederland van de leden Amhaouch, Geurts en Omtzigt (allen CDA) van 19 februari 2018 (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1206), de kabinetsreactie op het KPMG rapport en op vragen omtrent Brexit van 20 februari 2018 (Kamerstuk 23 987, nr. 217) bieden wij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatsecretaris van Financiën, u hierbij een overzicht van de verschillende activiteiten die het kabinet onderneemt om het bedrijfsleven voor te bereiden en te ondersteunen bij de naderende Brexit.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

Voortgang Brexit-onderhandelingen

De Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk (VK) presenteerden op 19 maart 2018 een principeakkoord over een aantal onderdelen van de verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord, namelijk over de overgangsperiode, burgers, financiële afwikkeling en over verschillende andere onderwerpen aangaande de terugtrekking, zoals lopende douane-procedures. Dit is een belangrijke stap op weg naar een definitief akkoord op grond van artikel 50 EU-verdrag voor een ordelijke terugtrekking van het VK uit de Europese Unie (EU). Het kabinet verwelkomt deze voortgang. Het risico op een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord, het zogenaamde cliff-edge-scenario, is met dit akkoord afgenomen maar niet weggenomen.

Het is de intentie van de EU27 en het VK dat het terugtrekkingsakkoord ook vergezeld zal gaan van een politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen. Tijdens de overgangsperiode kan een akkoord over de toekomstige relatie worden gesloten opdat deze kan worden toegepast in de periode daarna.

Dit voorlopig akkoord wordt pas definitief als er overeenstemming komt over het gehele terugtrekkingsakkoord. Er is nog een aantal essentiële onderdelen waarover de partijen nog geen overeenstemming hebben bereikt. Er is mogelijkerwijze pas op het laatste moment zekerheid dat het terugtrekkingsakkoord, inclusief de overgangsfase, daadwerkelijk in werking zal treden. Het getuigt van verstandig beleid om ons voorzichtigheidshalve op het cliff-edge-scenario voor te bereiden en het bedrijfsleven te adviseren dat ook te doen. Zoals aangegeven in de brief van 19 februari jl. (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1206), heeft het kabinet besloten de capaciteit bij de douane en landbouwgerelateerde keuringsorganisaties uit te breiden.

Ook in een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt met een terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode waardoor het EU-acquis ook nog de gehele overgangsperiode (in beginsel tot en met 31 december 2020) van toepassing blijft, moet Nederland zich voorbereiden op de nieuwe relatie met het VK.

Zodoende kunnen de volgende scenario’s worden onderscheiden:

  • Een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt zonder een terugtrekkingsakkoord (het cliff-edge-scenario).

  • Een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt met een terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode, waardoor het EU-acquis ook nog de gehele overgangsperiode (in beginsel tot en met 31 december 2020) van toepassing blijft, maar zonder akkoord over de toekomstige relatie (deal-scenario zonder akkoord toekomstige relatie).

  • Een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt met een terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode, waardoor het EU-acquis ook nog de gehele overgangsperiode (in beginsel tot en met 31 december 2020) van toepassing blijft, en met na afloop een akkoord over de toekomstige relatie (deal-scenario met akkoord toekomstige relatie).

Zoals door de Minister van Buitenlandse Zaken aangegeven in zijn reactie van 12 januari 2018 (Kamerstuk 23 987, nr. 208) op de conclusies en aanbevelingen van de Brexit-rapporteurs van uw Kamer (Kamerstuk 23 987, nr. 196) brengen alle departementen momenteel in kaart welke maatregelen moeten worden genomen om de verstoringen als gevolg van de terugtrekking van het VK uit de EU, in de bovenstaande scenario’s, zoveel mogelijk te voorkomen.

Brexit zal grote gevolgen hebben op de Nederlandse handel en economie

Het VK is een belangrijke handelspartner van Nederland en onze economieën zijn nauw verweven. Het VK is na Duitsland en België de derde exportbestemming van Nederlandse bedrijven. In 2017 exporteerde Nederland voor EUR 39 miljard aan goederen en EUR 21,7 miljard aan diensten naar het VK.1 Het VK was in 2017 de derde handelspartner van Nederland in internationale diensten, achter Duitsland en de Verenigde Staten. De export van goederen en diensten naar het VK droeg in 2016 voor 3,2% bij aan het bbp.2 Op dit moment zijn er 200.000 banen in Nederland afhankelijk van de uitvoer met het VK.3

Nederlandse bedrijven en instellingen hebben eind 2015 ter waarde van EUR 454 miljard aan directe investeringen uitstaan in het VK. Dit is ruim 11% van alle uitstaande Nederlandse investeringen in het buitenland. Vanuit het VK staat EUR 335 miljard aan investeringen uit in Nederland. Hiermee neemt het VK de derde positie in, achter de VS en Luxemburg.4

De keuze van het VK om niet langer deel te willen uitmaken van de Europese interne markt en de douane-unie zal onherroepelijk leiden tot een toename van belemmeringen voor Nederlandse ondernemers die zakendoen in het VK. Ondernemers zullen zich moeten voorbereiden op herinvoering van goederencontroles aan de grens. Zoals het kabinet constateerde in de reactie op het KPMG-rapport Impact van non-tarifaire handelsbelemmeringen als gevolg van Brexit 5 (Kamerstuk 23 987, nr. 217) zullen de veranderingen zeker voor bedrijven die op dit moment louter actief zijn op de Europese interne markt en geen ervaring hebben met het exporteren naar of importeren vanuit zogeheten derde landen, zoals het VK dat zal gaan worden, significant zijn. Ook dienstverlenende bedrijven, zeker als deze Nederlandse of andere EU-onderdanen inzetten bij het uitvoeren van grensoverschrijdende dienstverlening, zullen te maken krijgen met grote veranderingen. Zelfs bedrijven die zelf niet actief zijn in het VK kunnen gevolgen ondervinden van de Brexit. Dit kan komen omdat hun toeleveranciers afhankelijk zijn van het VK en vertraging gaan ondervinden bij hun leveringen, of omdat hun afnemers minder eenvoudig naar het VK kunnen exporteren. Ook voor ondernemingen die hun ICT-systemen of data-opslag in het VK hebben kan de Brexit gevolgen hebben. Voor zover hun activiteiten zorgen voor een verplaatsing van persoonsgegevens naar het VK, vallen ze na de Brexit onder het derde-landenregime van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Persoonsgegevens mogen dan alleen geoorloofd worden verwerkt in het VK, indien de Europese Commissie een zogenaamde adequaatheidsbeslissing neemt waarin het vaststelt dat het VK passende waarborgen biedt. Bij ontbreken van die adequaatheidsbeslissing moet de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker toezien op passende waarborgen.

Het CPB schat dat op de lange termijn (2030) de kosten voor het vertrek van het VK uit de EU – indien er geen aanvullende handelsafspraken worden gemaakt – kunnen oplopen tot 1,2% van het bbp. Wanneer ook rekening wordt gehouden met de dynamische effecten (zoals op innovatie), kunnen de kosten oplopen tot 2,0% van het bbp. Dat komt overeen met ongeveer EUR 1.000 per persoon per jaar. Indien er een handelsakkoord wordt gesloten, zijn de geschatte bbp-effecten respectievelijk -0,9% en -1,5%.6

Bedrijfsleven verantwoordelijk, het kabinet ondersteunt

Het bedrijfsleven is zelf verantwoordelijk voor een gedegen voorbereiding op de gevolgen van Brexit. Een gedegen voorbereiding kost tijd. Zekerheid over de uitkomst van de onderhandelingen zal pas in een laat stadium te verwachten zijn. Het bedrijfsleven staat er echter niet alleen voor. Om het bedrijfsleven in staat te stellen zich goed voor te bereiden, biedt het kabinet verschillende vormen van ondersteuning.

Voorlichting en dialoog

Het kabinet acht het als zijn taak burgers, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties actief te informeren over de gevolgen van de Brexit.

Om het bedrijfsleven in staat te stellen zich goed voor te bereiden, heeft het kabinet na het Brexit-referendum een Brexitloket opgericht, wat recent is aangesloten op de dienstverlening vanuit RVO.nl en de Kamer van Koophandel. Bij dit loket kunnen ondernemers zowel telefonisch als online (www.brexitloket.nl) terecht met vragen over Brexit.

Tevens is er in samenwerking met VNO-NCW de website www.hulpbijbrexit.nl gelanceerd, waar bedrijven worden geïnformeerd over mogelijke relevante voorbereidingsmaatregelen en waar ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Aan dit platform zijn zowel brancheverenigingen, banken, als de rijksoverheid verbonden, om bedrijven te informeren over de praktische voorbereidingen die ze kunnen treffen.

Daarnaast gaat het kabinet op verschillende plaatsen in het land het gesprek aan met ondernemers. Zo sprak de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat op 26 januari jl. op een gezamenlijk Brexit-evenement met VNO-NCW over de voorbereidingen door bedrijven op de Brexit. Op 29 maart jl. vond een groot Brexit-evenement plaats in het World Forum in Den Haag, waar de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking één van de sprekers was. Zowel de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat hebben de Rotterdamse haven bezocht en met bedrijven de impact van de Brexit besproken. De komende maanden zal het kabinet op meerdere evenementen spreken. Tevens wordt een groot aantal bedrijven bezocht en worden regelmatig stakeholder bijeenkomsten georganiseerd om van ondernemers persoonlijk te horen wat de Brexit voor hen betekent.

Regulier overleg over de Brexit vindt ook plaats in het National Trade Facilitation Forum (Overleg Douane Bedrijfsleven), waarin de Nederlandse overheid samenwerkt met koepelorganisaties in het kader van het toezicht op het EU-buitengrensoverschrijdend goederenverkeer.

Brexit Impact Scan

Om ondernemers beter inzicht te geven in de mogelijke gevolgen van de Brexit voor hun onderneming, heeft het kabinet de Brexit Impact Scan ontwikkeld. Dit is een digitale tool, waarmee een ondernemer door middel van enkele vragen gewezen wordt op de gevolgen van de Brexit voor dat onderdeel van zijn bedrijfsprocessen. Tevens worden er concrete adviezen aangereikt op welke wijze de ondernemer zich kan voorbereiden. Deze adviezen zullen worden aangepast naar mate er een beter beeld ontstaat over de inrichting van de toekomstige relatie tussen de EU en het VK.

In lijn met de motie van het lid Azarkan (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1228), worden ondernemers tevens geholpen de kansen van de Brexit optimaal te benutten. Zo wijst de tool er bijvoorbeeld op dat Britse ondernemers na de Brexit niet meer automatisch gebruik kunnen maken van de verlaagde invoertarieven die Europese ondernemers hebben op grond van handelsakkoorden die de EU met derde landen heeft gesloten. Ook wordt er in de adviezen op gewezen dat Britse ondernemers na de Brexit minder makkelijk zaken kunnen doen in de EU.

Alternatieve-marktenstrategie

Het kabinet wil ondernemers graag ondersteunen bij het verminderen van de afhankelijkheid van het VK als afzetmarkt. Daarom gaat het kabinet voorlichting geven op welke andere markten, naast het VK, handelsintensivering mogelijk is en op welke wijze de overheid hierbij behulpzaam kan zijn. Hiervoor zal tevens aandacht zijn in de verschillende handelsmissies die de komende jaren worden georganiseerd naar diverse Europese landen.

Brexit-vouchers

Om in het bijzonder het mkb te stimuleren zich gedegen voor te bereiden op de gevolgen van de Brexit, biedt het kabinet voorts ondernemers die op dit moment actief zijn in het VK de mogelijkheid om financiële ondersteuning aan te vragen voor het inwinnen van deskundig advies. Zo kunnen bedrijven advies vragen om hun kansen in andere markten dan het VK te identificeren en de gevolgen van de Brexit voor hun onderneming in kaart te brengen op het terrein van logistiek, het vrij verkeer van werknemers, goederen en diensten. Deze regeling sluit aan bij de reeds bestaande kennisvouchers voor startende ondernemers en vormt onderdeel van de regeling Starters in International Business (SiB). De ondernemer kan onder deze regeling 50% van de kosten tot maximaal € 2.500 (exclusief btw) vergoed krijgen.


X Noot
1

CBS, Verenigd Koninkrijk derde dienstenhandelspartner en goederenexport naar VK blijft achter, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/11/verenigd-koninkrijk-derde-dienstenhandelspartner

X Noot
2

CBS, Verdiensten export naar Verenigd Koninkrijk, 2015–2016, https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/09/verdiensten-export-naar-verenigd-koninkrijk-2015–2016.

X Noot
3

CBS, Internationaliseringsmonitor 2017–1, https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2017/09/internationaliseringsmonitor.pdf.

X Noot
4

De Nederlandsche Bank, Betalingsbalans en extern vermogen,

www.dnb.nl/statistiek/statistieken-dnb/betalingsbalans-en-extern-vermogen/index.jsp.