Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201823987 nr. 229

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 229 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 maart 2018

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 februari 2018 om een aantal vragen te beantwoorden betreffende de uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) (Brexit) en de gevolgen hiervan voor het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (het Ministerie van SZW).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

1. Heeft het ministerie in beeld wat de gevolgen kunnen zijn van de verschillende Brexit-scenario’s?

Zoals door de Minister van Buitenlandse Zaken aangegeven in zijn reactie van 12 januari 20181 op de conclusies en aanbevelingen van de Brexit-rapporteurs van uw Kamer2 brengen alle departementen momenteel in kaart welke maatregelen moeten worden genomen om de verstoringen als gevolg van de uittreding van het VK uit de EU zoveel mogelijk te voorkomen en welke kosten hieraan verbonden zijn.

Ook het Ministerie van SZW beziet op dit moment welke maatregelen er nationaal genomen moeten worden om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de uittreding van het VK uit de EU. Daarbij kunnen de volgende scenario’s worden onderscheiden:

  • 1. Een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt met een terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode, waardoor het EU-acquis ook nog de gehele overgangsperiode (in beginsel tot en met 31 december 2020) van toepassing blijft, maar zonder akkoord over de toekomstige relatie (deal scenario zonder akkoord toekomstige relatie).

  • 2. Een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt met een terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode, waardoor het EU-acquis ook nog de gehele overgangsperiode (in beginsel tot en met 31 december 2020) van toepassing blijft, en met na afloop een akkoord over de toekomstige relatie (deal scenario met akkoord toekomstige relatie).

  • 3. Een scenario waarbij het VK op 30 maart 2019 uit de EU treedt zonder een terugtrekkingsakkoord (het cliff edge scenario).

De Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk (VK) presenteerden op 19 maart 2018 een principeakkoord over een aantal onderdelen van de verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord, namelijk over de overgangsperiode, burgers, financiële afwikkeling en over verschillende other separating issues zoals Euratom. Dit is een belangrijke stap op weg naar een definitief akkoord op grond van artikel 50 VEU voor een ordelijke uittreding van het VK uit de EU. Op grond van tekst van het akkoord, zoals die nu luidt, zouden burgers die voor de laatste dag van de overgangstermijn van het recht op het vrije verkeer van personen gebruik hebben gemaakt, hun rechten na die datum mogen behouden.

Het is de intentie van de EU27 en het VK dat het terugtrekkingsakkoord vergezeld zal gaan door een politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen.

Tijdens de overgangsperiode kan een akkoord over de toekomstige relatie worden gesloten opdat deze kan worden toegepast in de periode daarna. Daarin kunnen ook bepalingen over (arbeids)mobiliteit zijn opgenomen ten behoeve van EU-burgers die na die na het verstrijken van de overgangsperiode in het VK willen werken (en omgekeerd).

Om oneerlijke concurrentie en een race to the bottom te voorkomen hecht het kabinet aan effectieve waarborgen voor het gelijk speelveld in de toekomstige relatie. In de richtsnoeren van april en december 2017 heeft de Europese Raad (artikel 50) het belang van het gelijk speelveld reeds benadrukt. Arbeidsstandaarden vormen hierbij een belangrijk punt. Zonder afspraken hierover blijft het VK wel gebonden aan ILO-standaarden, maar die zijn minder vergaand dan EU-standaarden. Derhalve zet Nederland in op het zoveel mogelijk behouden van het niveau van de standaarden zoals vastgelegd in het EU-acquis. Daarbij moet rekening gehouden worden met het feit dat het VK een derde land wordt en niet langer gebonden zal zijn aan Europese wet- en regelgeving.

Ondanks het op 19 maart 2018 gepresenteerde principeakkoord blijft het risico op een uittreding van het VK uit de EU zonder terugtrekkingsakkoord (het zogenoemde cliff edge scenario) bestaan. Immers, over zaken, zoals de Iers/Noord-Ierse grenskwestie, governance en een aantal other separating issues zoals intellectueel eigendom en lopende samenwerking in strafzaken, moet nog verder worden onderhandeld en nothing is agreed until everything is agreed. Bovendien moet het akkoord door het Europees parlement en het nationale parlement van het VK worden goedgekeurd, voordat het terugtrekkingsakkoord in werking kan treden. Dit betekent dat het risico op het cliff edge scenario blijft bestaan. In dit meest sombere scenario betekent dit dat ook op het terrein van de rechten van burgers niets geregeld zal zijn.

2. Weet het ministerie welke maatregelen en oplossingen nodig zijn om de gevolgen van Brexit op te vangen?

Op dit moment wordt onderzocht welke aanpassingen nodig zijn voor de wet- en regelgeving en de uitvoering, en welke financiële middelen hiervoor nodig zijn, voor de hierboven geschetste scenario’s. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en uitvoeringsinstellingen, zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Sociale verzekeringsbank (SVB) en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).

Het gaat voor het Ministerie van SZW in eerste instantie om toegang tot de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid.

a) Toegang tot de arbeidsmarkt

Komt er een terugtrekkingsakkoord, inclusief een overgangsperiode, conform de het principeakkoord van 19 maart 2018 over de verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord (een van de twee deal scenario’s), dan blijft het EU-acquis de gehele overgangsperiode (in beginsel tot en met 31 december 2020) op het VK van toepassing. Britse burgers die op dat moment al in Nederland wonen en werken behouden hun recht om in Nederland te werken (en omgekeerd). Britse burgers die na afloop van de overgangsperiode in Nederland willen komen werken moeten voldoen aan de nationale regels voor de arbeidsmarkttoegang (en omgekeerd).

Indien geen terugtrekkingsakkoord tot stand komt (het cliff edge scenario) dan zal vanaf de datum van uittreding van het VK uit de EU (in beginsel op 30 maart 2019) het recht op toegang tot de arbeidsmarkt voor burgers uit het VK worden beheerst door de nationale regelgeving van de lidstaten van de EU en door de relevante EU-wetgeving voor derde landers, zoals Richtlijn 2003/109/EG betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. De toegang van EU-burgers tot de Britse arbeidsmarkt wordt in dat geval uitsluitend door het recht van het VK geregeld.

b) Sociale zekerheid

Komt er een terugtrekkingsakkoord tot stand, inclusief een overgangsperiode, conform het principeakkoord van 19 maart 2018 over de verdragstekst voor het terugtrekkingsakkoord (een van de twee deal scenario’s), dan blijft ook hier het EU-acquis de gehele overgangsperiode van toepassing.

Personen die zich op dat moment in een grensoverschrijdende situatie tussen de EU-27 en het VK bevinden, of in het verleden hebben bevonden, behouden hun aanspraken, voor zover deze zijn gebaseerd op Verordening (EU) nr. 883/2004, de coördinatieverordening voor de grensoverschrijdende sociale zekerheid. Het gaat dan om zaken zoals de export van uitkeringen en samentelling van tijdvakken.

Nieuwe aanvragen, ingediend na de overgangsperiode, worden enkel nog getoetst aan toekenningsvoorwaarden die voortvloeien uit nationale wetgeving, internationaalrechtelijke verplichtingen en de betreffende jurisprudentie.

In de situatie waarin geen terugtrekkingsakkoord tot stand komt (het cliff edge scenario), kan dit vanaf de datum van uittreding van het VK uit de EU (in beginsel op 30 maart 2019) gevolgen hebben voor de sociale zekerheidsaanspraken van bovengenoemde groep voor zover deze zijn gebaseerd op Verordening (EU) nr. 883/2004.

Tot slot wil ik ook op deze plaats nog opmerken dat het kabinet zich realiseert dat Nederlandse burgers in het VK een grote behoefte hebben aan informatie over de gevolgen van de uittreding van het VK uit de EU voor hun situatie. Zij worden daarom via de verschillende websites van de rijksoverheid (primair www.rijksoverheid.nl en de website van Ambassade Londen) geïnformeerd over de laatste stand van zaken en over de loketten waar zij terecht kunnen met hun vragen.

3. Gaat het ministerie deze maatregelen en oplossingen uitvoeren?

Zoals in het antwoord op vraag 1. is uiteengezet, zijn op dit moment verschillende scenario’s denkbaar. Het Ministerie van SZW bereidt zich erop voor om alle maatregelen te kunnen treffen die nodig zijn om de nadelige effecten voor de burgers te beperken.

4. Zijn hiervoor een actieplan en tijdsplanning opgesteld en zo ja, kan de Tweede Kamer deze ontvangen?

Op dit moment wordt nog gewerkt aan een actieplan en tijdspad. Ik verwacht uw Kamer rond het zomerreces nader te kunnen informeren.


X Noot
1

Kamerstuk 23 987, nr. 208.

X Noot
2

Kamerstuk 23 987, nr. 196.