Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 24, item 21

21 35011, 35012, 35016 Wijziging Kieswet

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet houdende maatregelen tot elektronische openbaarmaking van de processen-verbaal van de stembureaus en van de opgaven van de burgemeesters van de aantallen in de gemeenten uitgebrachte stemmen ( 35011 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet en de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming ter vereenvoudiging van stemmen vanuit het buitenland en verlenging van de mogelijkheid tot experimenteren ( 35012 );

  • - het wetsvoorstel Regeling van de mogelijke toewijzing van extra zetels voor Nederland in het Europees Parlement ( 35016 ).

De voorzitter:

Aan de orde is de wijziging van de Kieswet houdende maatregelen tot elektronische openbaarmaking van de processen-verbaal van de stembureaus en van de opgaven van de burgemeesters van de aantallen in de gemeenten uitgebrachte stemmen, de wijziging van de Kieswet ter vereenvoudiging van stemmen vanuit het buitenland en verlenging van de mogelijkheid tot experimenteren, en de Regeling van de mogelijke toewijzing van extra zetels voor Nederland in het Europees Parlement. Wij gaan met elkaar maar liefst drie wetten behandelen.

Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom, evenals de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis.

Er hebben zich een zestal sprekers aangemeld. Omdat het om de behandeling gaat van drie wetsvoorstellen, wil ik met u afspreken om geen belemmeringen op te werpen als het gaat om het aantal interrupties, maar ik vraag u wel om interrupties kort in tweeën te doen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef allereerst het woord aan de heer Van Gent van de VVD. Het moge geen verrassing zijn dat hij vandaag zijn maidenspeech houdt. Wij hebben in de Kamer de afspraak dat iemand die zijn maidenspeech houdt niet geïnterrumpeerd mag worden. Dus wij gaan aandachtig met elkaar luisteren naar de bijdrage van de heer Van Gent. Heel veel succes.

De heer Van Gent (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil eigenlijk eerst mijn collega-woordvoerders bedanken dat ze mij hebben laten voorgaan. Vervolgens wil ik mijn collega-fractiegenoten en de medewerkers bedanken dat ze een donderdagavond hebben opgeofferd om hier aanwezig te zijn. Dat stel ik zeer op prijs.

Voorzitter. Laat ik beginnen te zeggen dat ik het als een enorm groot voorrecht beschouw om hier te mogen staan als lid van het oude en eerbiedwaardige instituut van de Staten-Generaal. Want de historie van onze volksvertegenwoordiging gaat immers veel verder terug dan die van de Nederlandse Staat. Als voormalig docent geschiedenis grijp ik dan ook deze gelegenheid aan om een kort college te geven over het ontstaan en de ontwikkeling van onze parlementaire democratie. Beschouwt u het maar als een vorm van beroepsdeformatie. Maar ik ben ervan overtuigd dat de historische context nodig is om ons politieke heden en onze toekomst goed te kunnen begrijpen.

De eerste bijeenkomst van de Staten-Generaal vond plaats in Brugge op 9 januari 1464. Heel lang geleden dus. Het is opmerkelijk dat de eerste bijeenkomst van de vertegenwoordiging van de staten van alle "landen van herwaarts over" bijeen is gekomen op initiatief van enkele Hollandse en Zeeuwse steden. Ze waren bezorgd over het voornemen van de hertog, Filips III van de Bourgondië, om een kruistocht tegen het Ottomaanse Rijk te beginnen. Tien jaar eerder hadden dezen door de inname van Constantinopel het lot van het Byzantijnse Rijk bezegeld. De Hollandse en Zeeuwse ongerustheid was begrijpelijk. Filips III, bijgenaamd de Goede, liep al tegen de 70. Toch was de "grand duc du ponant", de grote hertog van het westen zoals hij zichzelf noemde, allerminst blij met al dit medeleven. De Bourgondiër beschouwde het als een affront dat niet hijzelf, maar enkele Hollanders en Zeeuwen het hadden gewaagd zijn volksvertegenwoordiging bijeen te roepen. Maar al gauw bleek hem dat de bijeenkomst van de staten toch wel nuttig was, niet in de laatste plaats omdat hij hun dan extra geld kon vragen. Aldus belegde de hertog al snel nieuwe vergaderingen, en hier herkennen we een rode draad door de geschiedenis van de Staten-Generaal. Opeenvolgende regeringen vonden doorgaans de volksvertegenwoordigers maar lastig, maar konden uiteindelijk ook weer niet zonder hun wijsheid en hun geld. Zo zijn de Staten-Generaal dus ooit begonnen met een boze, maar uiteindelijk toch een heel tevreden landsheer.

Voorzitter. Ik waarschuw maar vast dat ik nog 550 jaar te gaan heb. Zoals we zagen, zetelden de Staten-Generaal in hun eerste jaren in de Zuidelijke Nederlanden, ook nadat het Spaanse Habsburger rijk het gezag over de Nederlanden had verworven. En nu wordt de Nederlandse Opstand, die in 1568 uitbrak, nogal eens afgedaan als een geloofskwestie, maar ik wil er hier toch op wijzen dat er ook heel veel Nederlandse katholieken aan deelnamen. Feitelijk werd de verontwaardiging van de Nederlanders vooral veroorzaakt door de hoge belastingen die de Spaanse koning had ingevoerd, om zijn vele oorlogen te kunnen financieren. Dat bleek nadrukkelijk toen zijn beruchte landvoogd, de hertog van Alva, de zogenaamde "tiende penning" afkondigde. Deze maatregel om 10% omzetbelasting op alle roerende goederen te heffen — zeg maar een soort zestiende-eeuwse btw-maatregel — bracht het hele land in vuur en vlam. Zo zie je toch maar een wijze les van regeren: je moet nooit de belastingdruk te hoog laten oplopen.

Op 26 juni 1581 namen de Staten-Generaal de Acte van Verlatinghe aan, waarmee zij de Spaanse Koning Filips II formeel zijn macht over de Nederlanden ontnamen. Zelden zal de Nederlandse volksvertegenwoordiging een belangrijker besluit hebben genomen dan toen. Voor het eerst in de politieke wereldgeschiedenis werd hiermee officieel het gezag van de Koning verworpen, onder het argument dat een volk het recht heeft in opstand te komen, wanneer een vorst zijn plichten niet nakomt en zich als een tiran gedraagt. Kortom, het volk heeft het wettelijk recht om zijn leiders te kiezen. De Acte van Verlatinghe werd daarmee een soort motie van wantrouwen avant la lettre. Onze illustere voorgangers zouden zich echter wel verbaasd hebben over het gemak waarmee dergelijke moties tegenwoordig worden ingediend.

De Spaanse koning reageerde door een leger te sturen, en naarmate de Spanjaarden steeds meer steden in de Zuidelijke Nederlanden heroverden, werden de Staten-Generaal tot een zwervend bestaan gedwongen. Achtereenvolgens kwamen zij in Brussel, Namen, Gent en Antwerpen bijeen. En daarna vertrokken de volksvertegenwoordigers naar het Noorden, waar in Delft, Doordrecht en Haarlem werd vergaderd. Als we de oude annalen mogen geloven, vonden de meest aangename en daardoor de meest vruchtbare bijeenkomsten in Middelburg plaats, waar men in de nazomer van 1583 en 1587 verbleef. Pas begin 1588 werd Den Haag de tijdelijke zetel voor de Staten-Generaal, in afwachting van de terugkeer naar de Zuidelijke Nederlanden.

Voorzitter. Ik vind het wel een inspirerende geschiedenis en ik zit mij af te vragen of we daar geen lering uit kunnen trekken. In gedachten zie ik ons een nieuwe grand tour maken door het hele land. En de Staten-Generaal zouden dan enkele weken kunnen vergaderen in telkens een andere provinciestad. We kunnen dan bijvoorbeeld van Zeewolde naar Leeuwarden trekken, om vervolgens via Assen in Deventer neer te strijken. Na Venlo, Alkmaar en Breda zouden de volksvertegenwoordigers opnieuw een nazomer in het mooie Middelburg kunnen doorbrengen. Het is een goede manier om uit de Haagse stulp te treden en de band tussen burger en politiek te versterken. Ik zie het er nog niet zo snel van komen, vergaderingen in verschillende provincieplaatsen, maar waar het om gaat is dat er meer aandacht moet komen voor de regio's die zich veelal op grote afstand van de landelijke politiek voelen staan.

Voorzitter. Na dit letterlijke en figuurlijke uitstapje keer ik terug naar mijn uiteenzetting. Een ander belangrijk jaartal uit onze parlementaire geschiedenis is 1798. Toen voerde de nationale vergadering niet alleen de eerste Nederlandse Constitutie in, met grondrechten voor iedere burger, maar ook een democratische centralistische eenheidsstaat, gebaseerd op de leer der machtenscheiding. Nederland kende op dat moment de Bataafse Republiek, maar was in feite een vazalstaat van Frankrijk. Het wordt in ons land weleens onderschat hoezeer ons politieke en juridische systeem is beïnvloed door de Fransen. Zo zijn onder andere ons Burgerlijk Wetboek en de registers van burgerlijke stand gebaseerd op de Code Napoléon. Waar volgens sommigen tegenwoordig alles bepaald wordt door Brussel, plukken de Nederlanders nog altijd de vruchten van de voorschriften uit Parijs.

De basis van het huidige stelsel van parlementaire democratie werd 50 jaar later gelegd bij de grondwetswijziging van 1848. Onze parlementaire geschiedenis kent vele beroemde nachten, maar geen daarvan was zo cruciaal als de Nacht van Koning Willem II. De 55-jarige vorst grapte tegenover zijn diplomaten dat hij uiteindelijk alleen akkoord was gegaan met de voorstellen van Thorbecke, omdat hij in één nacht conservatief verworden was tot liberaal. Zijn ervaring toont in ieder geval dat het nooit te laat is voor een bekering.

Door de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid en de koninklijke onschendbaarheid verloor Willem II weliswaar veel van zijn macht, maar het voortbestaan van de dynastie was daardoor verzekerd. Er wordt in Nederland, ook in dit huis, weleens betoogd dat radicale veranderingen nodig zijn, maar wat dat betreft kunnen we beter een voorbeeld nemen aan de fluwelen revolutie van 1848.

Ten slotte wil ik in dit overzicht van de geschiedenis van onze staatsinrichting stilstaan bij een ander sleuteljaar, 1917. Midden in de Eerste Wereldoorlog, die het grootste deel van Europa in zijn greep hield, besloten de partijen in de Staten-Generaal tot een belangrijk compromis, waarbij de invoering van het algemeen kiesrecht werd uitgeruild tegen de gelijkstelling van het bijzonder en openbaar onderwijs. De liberalen en de socialisten vonden dat iedere Nederlander, ongeacht inkomen of opleiding, stemrecht moest krijgen. Ironisch genoeg waren het hun tegenstanders, de confessionelen, die het meeste van de invoering van het algemeen kiesrecht profiteerden en daarna nog jarenlang de verkiezingen wonnen. Zo kunnen politieke beslissingen weleens onverwachte gevolgen hebben. Desondanks toont de pacificatie van 1917 aan dat in Nederland de grootste politieke doorbraken worden geboekt door te polderen, waarbij ideologische tegenstellingen niet op de spits worden gedreven. Juist doordat partijen bereid zijn om water bij de wijn te doen, kunnen constructieve oplossingen gezocht en gevonden worden. Nu, 100 jaar later, is deze consensuspolitiek volgens mij nog steeds de voorwaarde om Nederland succesvol te besturen.

Nu weer terug naar de agenda van vandaag. Wij behandelen drie wetsvoorstellen op het terrein van het kiesrecht, toch een gewichtig onderwerp, want het kiezen van onze volksvertegenwoordigers vormt het fundament van onze democratie. De wijziging van de Kieswet om de processen-verbaal van de stembureaus elektronisch openbaar te maken, zullen wij steunen. We zijn groot voorstander van modernisering van het verkiezingsproces met behulp van de informatie- en communicatietechnologie.

We staan ook achter de wijziging van de Kieswet en de tijdelijke experimentenwet tot vereenvoudiging van het stemmen vanuit het buitenland. De VVD is altijd een warm pleitbezorger geweest om het stemmen door Nederland in den vreemde laagdrempeliger te maken.

Het derde en laatste voorstel betreft de Regeling van de mogelijke toewijzing van extra zetels voor Nederland in Europees Parlement. Wat de VVD-betreft was het helemaal niet nodig om de vrijvallende Britse zetels te verdelen onder de overige lidstaten, maar nu dat besluit is genomen, kunnen wij leven met het voorliggende voorstel van de regering.

Voorzitter. Ik hoop hiermee een kleine bijdrage te hebben geleverd aan de ontwikkeling en bestendiging van ons prachtige politieke bestel.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Gent. Ik feliciteer u met uw maidenspeech en ik schors de vergadering om u de felicitaties te geven die u na zo'n prachtig betoog zeker verdiend heeft.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik hervat de vergadering nadat de felicitaties zijn afgerond en ik geef het woord aan mevrouw Özütok van GroenLinks voor haar bijdrage.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil ten eerste vanuit hier de heer Van Gent van harte feliciteren met zijn mooie maidenspeech. Het was een mooi historisch perspectief. Ik had niet kunnen bedenken dat u vanavond met het Ottomaanse Rijk zou beginnen. U kunt wel inschatten dat ik daar ook wel een dingetje mee heb, maar ik zal me vanavond vooral richten op heden en toekomst.

Voorzitter. We spreken vanavond over drie wetsvoorstellen die gaan over het kiesrecht. Het zijn drie relatief kleine wetsvoorstellen, maar omdat het kiesrecht een fundamenteel onderdeel is van onze parlementaire democratie is het goed dat we hier vandaag toch met elkaar over spreken. Voor mijn fractie geldt dat wij de argumentatie die ten grondslag ligt aan de drie voorliggende wetsvoorstellen goed kunnen volgen. Wel heb ik over alle drie de voorstellen nog enkele vragen aan de minister.

Allereerst het wetsvoorstel dat regelt dat de processen-verbaal elektronisch openbaar worden gemaakt. GroenLinks is blij dat de regering dit naar aanleiding van een aangenomen Kamermotie wettelijk wil regelen. Een zo transparant mogelijk verkiezingsproces is immers zeer belangrijk. Het is goed om te lezen dat deze transparantie ook gaat gelden voor de eilandsraden en de kiescolleges voor de Eerste Kamer op Bonaire, Statia en Saba.

Dan het voorstel om deelname aan de verkiezingen voor mensen in het buitenland eenvoudiger te maken. Het uitgangspunt voor dit wetsvoorstel is goed en begrijpelijk, maar GroenLinks deelt wel de zorgen van de Raad van State over het evenwicht tussen toegankelijkheid en integriteit van het verkiezingsproces. Kan de minister toezeggen dat zij goed gaat monitoren op welke manier van de in deze wet voorgestelde mogelijkheid gebruik gemaakt gaat worden en dat deze wettelijke mogelijkheid ook proactief geëvalueerd gaat worden, zodat we kunnen voorkomen dat er misbruik kan worden gemaakt van het per brief stemmen bij een grensgemeente? Kan zij ook aangeven op welke manier de grensgemeenten betrokken zijn bij het voorkomen van misbruik van deze wettelijke mogelijkheid? Verder heeft de gemeente Den Haag laten weten dat zij graag de registratietermijn van veertien dagen zou aanhouden en dat zij de verkorting van de termijn naar zeven dagen niet wenselijk acht. De minister heeft na het advies van de Raad van State hierover alsnog iets opgenomen in de memorie van toelichting. Mijn fractie zou graag toch nog een nadere toelichting van de minister op dit punt willen ontvangen.

Tot slot het wetsvoorstel over het toebedelen van de eventuele extra zetels in het Europees Parlement. Mijn fractie is blij dat voor de verkiezingen de procedure helder is. Toch heb ik op dit punt nog een vraag die mijn fractie ook in de schriftelijke ronde heeft gesteld, maar waar we toch graag nog een nadere reactie op zouden willen hebben. Waarom is hier sprake van een tijdelijke wet? Kan deze regeling niet permanent onderdeel worden van de Kieswet? Immers, op een later moment zou het aantal zetels ook weer aangepast kunnen worden.

We zien graag uit naar de beantwoording van de minister. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Den Boer van D66.

Mevrouw Den Boer (D66):

Voorzitter. Ook ik wil heel graag collega Van Gent feliciteren met zijn mooie maidenspeech. Maiden ... Waar bleven de vrouwen in de ontwikkeling van die parlementaire democratie, vroeg ik me nog af. Maar goed, er is alle reden tot een feestje. Dit jaar vieren we 100 jaar kiesrecht, een mijlpaal. Ik vind het terecht dat we hier als Kamer op feestelijke wijze bij stilstaan.

Vandaag spreken we over voorstellen die de Kieswet wijzigen. Zo zien we maar: ons kiesstelsel blijft in beweging. Ten goede, zeg ik er direct maar bij. D66 steunt de wijzigingen die voorliggen, al blijven wij voorstander van een integrale wijziging van de Kieswet zoals de Kiesraad ook adviseert. En ik heb nog enkele vragen aan de minister.

Voorzitter. Een van de voorstellen waarover wij vandaag spreken, betreft het online openbaren van het proces-verbaal van een stembureau. D66 vindt dit een mooie stap vooruit naar meer transparantie in het verkiezingsproces. Zo kan iedereen gewoon thuis het proces-verbaal inzien.

En ook zie ik uit naar het wetsvoorstel dat regelt dat gemeenten de documenten op een centrale website plaatsen. Op deze manier is het makkelijker voor belangstellenden om processen-verbaal van verschillende gemeenten in te zien. En het kan ook voor onderzoekers handig zijn. Hoelang zullen deze stukken online blijven, zo vraag ik de minister.

Ik heb vernomen dat de VNG zorgen heeft over het online openbaar maken van namen van de leden van het stembureau. Waarom is dit noodzakelijk, zo vraag ik de minister. Kan zij de zorgen van de VNG hierover wegnemen?

Voorzitter. D66 ondersteunt de stappen die de minister zet om het stemmen voor Nederlanders in het buitenland te verbeteren. Actief kiesrecht is een van de belangrijkste rechten die verbonden zijn aan het staatsburgerschap. De maatregelen die de minister neemt, zijn welkom. Nu is het namelijk zo dat slechts 70.000 kiesgerechtigden in het buitenland zich permanent geregistreerd hebben, terwijl er ongeveer een miljoen Nederlanders in het buitenland wonen. Zijn er knelpunten bekend die mensen weerhouden om zich te registreren, zo vraag ik de minister.

Kleine verbeteringen kunnen in ieder geval al flink helpen. Uit de onderhavige wetswijziging zijn dat bijvoorbeeld het schrappen van de verplichting om de stembescheiden in een oranje envelop terug te sturen. Ik noem ook de verplichting voor de gemeente Den Haag om de stemdocumenten uiterlijk twaalf weken van tevoren naar de Nederlanders in het buitenland te sturen. Zo hebben kiezers langer de tijd om de stemdocumenten te ontvangen en weer op tijd terug te sturen.

Het is ook mooi om te horen dat bij de komende verkiezingen voor het Europees Parlement op vijf Europese ambassades in Europese hoofdsteden briefstembureaus worden ingericht. Daar kan op de dag van stemming tot 15.00 uur de briefstem in persoon worden afgegeven.

Verder is D66 tevreden dat de minister de opties in kaart gaat brengen om Nederlanders die in het buitenland wonen, in de toekomst invloed te geven op de samenstelling van de Eerste Kamer. Kan de minister hier een tipje van de sluier oplichten? Waar denkt zij aan?

Voorzitter. Kort nog een ander punt, namelijk een opmerking over de toegankelijkheid van de verkiezingen. D66 vindt dat in onze samenleving iedereen mee moet kunnen doen aan het verkiezingsproces, ongeacht beperkingen. De minister stelde in haar brief van 15 oktober dat ze in 2021, dus over drie jaar, wil gaan experimenteren om kiezers met een verstandelijke beperking te ondersteunen. Waarom wacht de minister zo lang? En in de brief lees ik dat deze experimenten worden vormgegeven door middel van "early voting", al eerder stemmen dus. Maar kúnnen mensen met een verstandelijke beperking worden bijgestaan tijdens de early voting? Wordt dat onderdeel van het experiment? Graag een verduidelijking.

En, mevrouw Bergkamp, wat een toeval dat u de voorzittershamer hanteert bij de behandeling van dit onderwerp over mensen met een beperking die mee kunnen doen aan de verkiezingen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Toeval bestaat niet, zullen we maar zeggen. Maar ik zie de heer Bosma vragend kijken. Misschien moet u hem nog even uitleggen wat dan het toeval is. Ik hoor hem vragen of ik een beperking heb. Hebben we niet allemaal een beperking? Ik heb in het verleden een amendement ingediend over dit onderwerp. Maar dat is niet relevant in mijn rol, nu, van voorzitter. Ik geef graag het woord aan de heer Van Raak van de SP.

De heer Van Raak (SP):

Dank je wel, voorzitter. Meneer Van Gent, van harte gefeliciteerd met uw prachtige maidenspeech. Ik vond het mooi. Voor zover ik de heer Van Gent nu heb leren kennen, is het een klassieke liberaal, een liberale heer. Die zijn er in de VVD toch ook niet zo veel meer te vinden. In 1888 was Domela Nieuwenhuis de eerste socialist in deze Kamer. Socialisten hebben van hem geleerd dat politiek het vechten, het strijden is tegen herendenkbeelden. Ik zal de heer Van Gent beloven dat ik dat de komende jaren van harte zal doen. Volgens mij kunnen wij samen nog mooie debatten voeren.

Ik ga de wetten die wij vandaag bespreken niet allemaal voorlezen, want dan ben ik door mijn spreektijd heen. Ik wil wel ook nog de heer Bosma bedanken, want de eerste wet die we vandaag bespreken, is er gekomen dankzij een motie van de heer Bosma. Ik vind het toch wel bijzonder dat een aangenomen motie van de heer Bosma door de minister in een wet is omgezet. Zo zien we toch ook weer hoe mooi deze Kamer kan zijn.

Alle processen-verbaal en alle bijbehorende elektronische bestanden zullen actief openbaar worden gemaakt. We hebben bij de vorige verkiezingen voor deze Kamer ook al gezien dat uitslagen openbaar werden gemaakt. Toen zagen we ook dat duizenden, duizenden stemmen niet waren meegeteld, verkeerd waren geteld en dat hele partijen niet waren meegeteld. Dat maakte mij toch wel bezorgd. Dat had destijds geen invloed op de uitslag, zeggen de deskundigen. Maar ik vroeg me natuurlijk wel af hoe dat al die andere jaren is gegaan, toen de Kiesraad de uitslagen kreeg en dat nooit is gepubliceerd. Ook die jaren zullen er ongetwijfeld vele fouten zijn gemaakt; we weten niet hoeveel. Heeft dat invloed gehad op de uitslag? We zullen het niet weten. Die openbaarmaking lijkt mij dus ontzettend belangrijk.

We moeten ons daarbij nog niet rijk rekenen, want als straks de uitslag wordt vastgesteld, de uitslagen openbaar worden gemaakt en er van alles niet blijkt te kloppen, dan kunnen we de uitslag niet meer veranderen. We zien dat het is misgegaan, maar we kunnen er niet veel meer aan doen. Dat klopt toch, vraag ik de minister. Dus is het zaak om dat maken van fouten te voorkomen. We hebben hier in deze Kamer lang gediscussieerd over elektronisch stemmen. Dat kan niet. Alles wat verbonden is met internet, is onverantwoord, zeg ik ook maar richting de heer Van Gent. Maar voor elektronisch tellen zijn wel mogelijkheden. Nu begrijp ik dat de minister al heeft geëxperimenteerd met een nieuw model stembiljet, met een prachtig embleem erop van de partijen en de nummers van de kandidaten. De expats, de mensen in het buitenland, mogen daar al aan meedoen. Hoe gaat dat? En kan de minister aangeven wanneer we dat nou eindelijk gaan invoeren? Er is hier ooit al een wet geweest. Ik vond dat toen fantastisch. De meerderheid van de Kamer heeft dat toen afgewezen, maar ik hoor telkens mensen roepen en zeggen dat er sneller en beter geteld moet worden en dat er minder fouten moeten worden gemaakt. Waarom is de minister eigenlijk niet bereid om die wet gewoon weer opnieuw voor te leggen? Dan beloof ik haar dat er op dit moment meer steun zal zijn in de Kamer.

Ik vind het heel goed om mensen in het buitenland, de expats en andere mensen die in het buitenland verkeren, meer mogelijkheden te geven om te gaan stemmen. Ik zie ook dat er allerlei initiatieven zijn om faciliteiten bij Nederlandse ambassades of in grensgemeentes mogelijk te maken. Expats, mensen met een hoog inkomen en een hoge opleiding, wordt het gemakkelijker gemaakt om te gaan stemmen. Daar ben ik voor. Zij zijn ook burgers. Maar ik kijk ook naar veel wijken in de grotere steden, waar de opkomst heel erg laag is, waar veel mensen wonen met een lager inkomen en een lagere opleiding. Daar is de afgelopen verkiezingen het aantal stembureaus juist afgenomen. Ik ben het helemaal eens dat we het mensen in het buitenland, de expats, makkelijker moeten gaan maken om te kiezen, maar ik snap niet waarom we mensen in bepaalde wijken in dit land, waar toch al een hele lage opkomst is, het stemmen moeilijker moeten maken. En ik snap al helemaal niet burgemeesters die zeggen: in die wijken is de opkomst toch laag, dus gaan we daar minder stembureaus inrichten. En dan stoppen ze het geld dat ze overhouden ook nog eens in de gemeentekas. Dat snap ik niet en dat vind ik heel bezwaarlijk. Dus ik vraag ook aan de minister: hoe gaan we ervoor zorgen dat bij de komende verkiezingen burgemeesters niet gaan redeneren "in die wijk komen mensen toch niet zo veel stemmen, dus laten we het daar maar sluiten"? Ik denk dat we het omgekeerde moeten doen: als we zien welke wijken een lage opkomst hebben, moeten we daar juist extra in investeren. Niet alleen extra investeren in de expats maar juist ook extra investeren in de burgers van de wijken waar de opkomst nu zo laag is. Is de minister dat met mij eens? Of niet?

Ik heb vanmiddag tussen de bedrijven door heel even naar de televisie kunnen kijken, naar het debat over de brexit in het Engelse parlement. Ik vond het indrukwekkend, al die Kamerleden, die volksvertegenwoordigers die gingen staan om aandacht te vragen van de voorzitter. Ze mogen allemaal een vraag stellen aan de premier, die daar uren staat. Ik vond het wel mooi. Ik dacht: dat is beter dan ons vragenuurtje. Maar ik zag ook dat het allemaal niet zoveel uithaalde. Ik geloof dat de teller bleef staan op 7 van de 650 parlementariërs. Hoe het met de brexit gaat, moeten we nog even afwachten, maar het is goed dat we vandaag al een wet hebben om de extra zetels voor Nederland in het Europees Parlement op een goede manier te verdelen. Ik heb daar geen bezwaren tegen. Het is omslachtig, maar dat is alles wat er op dit moment gebeurt. Dus ik kan ermee instemmen.

Daarmee heb ik ondertussen ook gezegd, voorzitter, dat we met alle drie de wetten kunnen instemmen. Ik heb ten aanzien van de Europese verkiezingen nog wel een opmerking over de Kiesakte. Ik wil na de heer Van Gent en de heer Bosma als derde de minister complimenteren voor het feit dat het haar is gelukt om die bemoeienis vanuit Europa met onze verkiezingen voor het Europees Parlement eigenlijk zonder gevolgen te laten zijn. Er zijn allerlei maatregen voorgesteld: een drempel, bemoeienis met de kandidaatstelling, met de procedures. Die zijn allemaal net zo ingericht dat het voor Nederland allemaal geen gevolgen heeft. Dan kun je zeggen: prima, het Europees Parlement wil zich met onze verkiezingen bemoeien, maar we hebben het zo ingericht dat wij er geen last van hebben. Ik kan ermee instemmen, want we hebben er geen last van, maar ik wil de minister hier wel een meer principiële vraag voorleggen. Europa is geen land. De Europese Commissie is geen regering. Het Europees Parlement is niet het parlement van een verenigd volk. Ik lees wel in de Kiesakte dat de leden van het Europees Parlement worden gekozen als vertegenwoordigers van de burgers van de Unie. Nee, van Nederland! De Nederlandse mensen in het Europees Parlement vertegenwoordigen Nederland.

Ik wil de minister een meer principiële vraag stellen: wie gaat er nou eigenlijk over onze verkiezingen? Europese instellingen gaan toch niet over onze verkiezingen? Want ik ben bang dat als wij dat niet doen, het een soort gewoonte gaat worden dat Europese instellingen hier gaan bepalen hoe wij onze verkiezingen gaan organiseren. Als wij daar niks van zeggen, dat heel gewoon vinden, is dat dus een stap die wij hebben gezet.

Nogmaals, voorzitter, deze keer zijn we er weer goed mee weggekomen. Het heeft geen enkel gevolg voor ons. Maar hoe zit het de volgende keer? Daarover zou ik een wat meer principiëlere uitspraak willen hebben. Wie gaat er nou over de verkiezingen die wij in Nederland organiseren: Europese instellingen of wijzelf?

Dank je, voorzitter.

De heer Martin Bosma (PVV):

De heer Van Raak is natuurlijk ook woordvoerder op het gebied van de Antillen. Nou las ik dat er op Sint-Eustatius, dat een Nederlandse gemeente is, wellicht geen verkiezingen zijn. Wat vindt u daarvan?

De heer Van Raak (SP):

Hihi, ik weet niet of dat helemaal binnen de orde van dit debat valt. Ik vind dat jammer. Ik snap het wel. Het had mijn voorkeur gehad als we wel verkiezingen hadden gehad voor de Burgerraad. Op Statia is er nu een Burgerraad die de regeringscommissaris adviseert. Ik had het goed gevonden als daarvoor verkiezingen waren gehouden. Zeker op dit moment, vanwege de ontwikkelingen die er zijn, als de heer Bosma die in de gaten houdt — Nederland is ook voor de rechter gesleept — denk ik dat het nog niet kan. Het doet mij nog steeds heel erg pijn, het is nog steeds een steen in mijn schoen, dat we hebben moeten ingrijpen. Dat vind ik verschrikkelijk. We hebben daar de lokale democratie buitenspel gezet. Maar als je ziet wat daar gebeurde, moet ik met de PVV concluderen dat het nodig was. We hebben als parlement, als partijen er allemaal mee ingestemd. Het doet mij in ieder geval goed te merken dat de bevolking er heel relaxed onder is en eigenlijk best hoopvol is over de ontwikkelingen die nu gaande zijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Bosma van de PVV voor zijn inbreng.

De heer Martin Bosma (PVV):

Voorzitter, dank u wel. De heer Van Gent natuurlijk van harte gefeliciteerd. Van harte welkom, zou ik zeggen. Hij hield een prachtig mooi historisch betoog dat ver terugging in de tijd. Ik raad hem met klem aan om volgend jaar ook het debat over Algemene Zaken te doen. Dat is een jaarlijks hobbydebatje voor historici, waarin wij de Pacificatie van Gent bespreken, de positie van prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt. Dat u Johan van Oldenbarnevelt niet noemde, zal de heer Van Raak als een persoonlijk affront beschouwen. Ik vrees dat die relatie niet meer goed gaat komen. Ik heb een motie ingediend om de Acte van Verlatinghe te erkennen als nationale feestdag. Daar heeft de VVD tegen gestemd, terwijl onze Ottomaanse vrienden van DENK voor hebben gestemd. Onze internationaal-socialistische vrienden van GroenLinks hebben er zelfs voor gestemd, en de VVD stemt dan weer tegen. Dat vind ik weer jammer. Ik vond de aanval van de heer Van Gent op zijn eigen fractie toen het ging over belastingverlaging wel pikant. Maar goed, ik denk dat ik inmiddels bezig ben aan een 25ste woordvoerder Binnenlandse Zaken van de VVD die ik mag meemaken, dus ik feliciteer ook meteen mezelf maar. Ik probeer het bij te houden, maar ze komen even snel als ze weer verdwijnen.

Voorzitter. Er is nog een reden om mezelf te feliciteren, namelijk omdat zowaar een motie van mijn hand is aangenomen en uitgevoerd. Hulde derhalve aan de minister. Driewerf hulde en grote complimenten aan haar adres. Veel moties die worden aangenomen in dit huis worden simpelweg niet uitgevoerd. Toevallig kwam dat deze week nog ter sprake in een van de interne gremia van dit parlement, waar ik lid van mag zijn. Hetzelfde geldt voor heel veel toezeggingen die gedaan worden door bewindspersonen. We kunnen als Kamer moties aannemen tot we een ons wegen en we kunnen toezeggingen binnenslepen van hier tot Tokio; het heeft allemaal bitter weinig effect in de praktijk. En we hebben nogal wat moties tegenwoordig. Hoezeer de motiediarree toeslaat, zagen we dinsdag. Toen waren we meer dan een uur bezig met stemmen, inclusief moties over onze bezorgdheid over het rangeerterrein Kijfhoek, onze wens dat kinderen lopend naar school gaan, een verbod op rubberen kogels op het kunstgrasveld en de geldigheidsduur van twee jaar voor cadeaukaarten. Een dag niet een motie ingediend, is een dag niet geleefd, schijnt menig Kamerlid te denken. Maar goed, als er uit dat motiebacchanaal dan toch een motie van de Kamer en toevallig van mijn hand komt bovendrijven en zelfs wordt uitgevoerd, dan is dat reden om de minister dankbaar te zijn. Dat doe ik dus bij dezen. Ik heb grote waardering voor haar steun aan het populisme.

Het is des te pikanter dat de minister deze motie zo uiterst correct uitvoert, omdat de minister mijn motie had ontraden. Ze gaf een keihard advies: Kamer stemt allen tegen deze motie, want de uitvoering stuit op grote problemen. De Kamer verkeerde echter in een rebelse bui en nam mijn motie toch aan, en wel met algemene stemmen. Na jaren achter een cordon sanitaire te hebben gezeten, is dat wel even schrikken natuurlijk. Ik overwoog nog even om van het aannemen van die motie een politiek nummer te maken en een beetje te stoken binnen de coalitie, of om hardop te vragen waarom de D66-fractie zo keihard haar eigen minister afviel, maar ik dacht: "Ach, dit kabinet heeft mij niet nodig om zichzelf belachelijk te maken en D66 pak ik een andere keer wel weer aan. Je moet niet altijd het onderste uit de kan willen. En bovendien, tel je zegeningen." Het aannemen en het uitvoeren van een motie leert ons dat we er dus niet al zwaar aan moeten tillen als deze minister met een negatief advies komt. Ze zegt dat het niet kan, maar met een beetje druk werkt ze vrolijk mee. Dat moeten we onthouden voor de toekomst.

Nogmaals, hulde aan de minister dat ze ondanks haar negatieve advies deze motie sportief uitvoert en dat wel op zeer correctie wijze. Het is niet onbelangrijk dat het gebeurt, want dit voorstel wijzigt de Kieswet en regelt dat de processen-verbaal van de stembureaus en de opgaven van de burgemeesters met stemtotalen van de gemeenten op een algemeen toegankelijke wijze openbaar worden gemaakt op de gemeentelijke website. Die openbaarmaking vindt onmiddellijk plaats nadat de burgemeester de stemtotalen van de gemeente heeft vastgesteld. De openbaarmaking geldt voor elke verkiezing als bedoeld in de Kieswet, dus ook voor de Eerste Kamerverkiezingen. Met deze wijziging wordt het verkiezingsproces transparanter. Met het voorstel tot elektronische openbaarmaking wordt het verkiezingsproces beter te controleren. Het is een goede zaak dat deze stap wordt gezet. Mijn fractie overweegt dan ook sterk om voor de wijziging van de wet te stemmen.

Van de experimentenwet is de PVV geen voorstander. Het reguliere verkiezingsproces dient gewoon bestendigd te worden. Er is helemaal niets mis met het stemmen met potlood en papier. Hooguit kan het proces verbeterd worden door het invoeren van wat extra controles. Met extra elektronische hulpmiddelen of stemcomputers ontstaat er een oncontroleerbaar proces waarbij — dat komt er nog eens bij — ook de kosten niet te voorspellen zijn. Kreten als "we moeten met onze tijd meegaan" zijn altijd de stoplappen van mensen die geen argumenten hebben. We moeten helemaal niet met onze tijd meegaan. De heer Van Gent had het over conservatieven en liberalen. De opdracht voor een conservatief is juist wat William F. Buckley zei, namelijk "stand athwart history, yelling stop". Oftewel: voor de loop van de geschiedenis gaan staan en "stop" roepen.

Het laatste voorstel dat op de agenda staat, heeft betrekking op de systematiek van het toekennen van de extra zetels aan Nederland in het EU-Parlement, nadat Groot-Brittannië dit voorgeborchte van de hel heeft verlaten. De positie van mijn partij moge duidelijk zijn: wij zijn fel tegenstander van het antidemocratische en kolonialistische gedrocht in Brussel dat EU heet en evenzeer van het Europees Parlement, dat noch Europees noch een parlement is. Nu wordt de EU op voorstel van Duitsland ook nog eens voorzien van een leger dat ons gaat beschermen tegen Amerika, het land dat ons bevrijd heeft van de Duitsers. Duitsland wint op alle fronten. Dan hebben we ook nog eens EUvsDisinfo, om te zorgen dat wij niet de verkeerde ideeën krijgen en zomaar voor onszelf gaan denken. Dat zogenaamde parlement moet niet méér zetels krijgen, maar mínder, om precies te zijn 751 zetels minder. Zo kan de innemende persoonlijkheid Juncker zich in alle rust wijden aan het bestrijden van zijn chronische rugkwaal. De kosmopolieten denken dat de loop van de geschiedenis onvermijdelijk is en dat wij zwijgend afmarcheren naar de Europese superstaat met Frau Merkel, opgegroeid in de DDR, als hoofd van een Europees leger dat ons begeleidt richting de omvolking. Maar ook hier geldt het adagium van Buckley, oftewel: we gaan staan voor de loop van de geschiedenis en roepen "stop".

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen bij de laatste spreker: de heer Bisschop van de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Ook ik wil mij graag voegen bij de felicitaties die de collega's hebben uitgesproken in de richting van collega Van Gent met zijn mooie, historisch geladen maidenspeech. Ik weersta de verleiding manmoedig om de discussie alhier aan te gaan over de liberale geschiedvisie op het ontstaan van de Tachtigjarige Oorlog: is het nou pro religione of is het pro libertate, of is het misschien toch van beide wat? Ik denk dat we daar op een later moment nog eens over door moeten discussiëren.

Voorzitter. Waar we het wel over eens zijn, is dat toen al de contouren geschetst zijn van het huidige Nederland en het daarmee samenhangende democratische model, zonder dat men zich daar uiteraard van bewust was. Daarna heeft ook nog een hele lange ontwikkeling plaatsgevonden. Maar heel basale zaken zijn toen al uitgesproken en omarmd. Dat is een groot goed. Dat moeten we koesteren.

Voorzitter. De drie voorliggende wetsvoorstellen zijn door de collega's allemaal benoemd. Wat betreft het wetsvoorstel over openbaarmaking zijn we het er van harte mee eens dat de elektronische openbaarmaking mogelijk wordt gemaakt. Dat is een eerste stap in de verbetering van het verkiezingsproces en de inzichtelijkheid en transparantie daarvan. We zien uit naar het vervolgwetsvoorstel rond herstel van bepaalde andere omissies.

Bij één punt wil ik nog stilstaan: de publicatie van de processen-verbaal op een centrale website. We zijn het er van harte mee eens dat dit gebeurt, maar ik wijs erop dat in de databank verkiezingsuitslagen van de Kiesraad nu al van zeer veel verkiezingen gegevens zijn opgenomen. Zou het niet verstandig zijn om de officiële processen-verbaal daaraan te koppelen, zodat er één centrale database is met de verkiezingsuitslagen?

Voorzitter. Wat betreft het wijzigingsvoorstel met betrekking tot de experimenten met stemmen vanuit het buitenland is het prima dat er allerlei maatregelen worden genomen die dat faciliteren. Het gaat in feite om een aantal praktische voorstellen die ervoor zorgen dat de drempel om mee te doen aan de verkiezingen zo laag mogelijk wordt. Mijn vraag hierbij is nog wel of voldoende is gewaarborgd dat iemand niet op twee manieren zijn stem kan uitbrengen. We zijn benieuwd naar de resultaten van de diverse experimenten.

Dan het derde voorstel: de regeling toewijzing extra zetels voor Nederland in het Europees Parlement. Ik hecht eraan ook hier te onderstrepen dat de consequentie van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU wat ons betreft het inkrimpen van het aantal zetels in het Europees Parlement had moeten zijn. Die discussie is geweest. Voor Nederland moeten drie extra zetels worden verdeeld. Dat moet uiteraard goed gebeuren. Mijn eerste vraag daarbij is of het de bedoeling is om gelijk na 23 mei de gewone uitslag én de verdeling van de extra zetels vast te stellen. Of is dat in tijd wat verder uitgerekt?

Voorzitter. De uiteindelijke zetelverdeling moet zo dicht mogelijk komen bij de evenredige verdeling van de stemmen die zou gelden als nu al sprake was van 29 zetels voor Nederland. Ideaal gesproken worden de zetels na uitbreiding opnieuw vastgesteld, maar we zien ook dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor de personen die reeds op grond van de zetelverdeling op 23 mei zijn gekozen. Vandaar dat het huidige voorstel om de drie extra zetels als restzetels te beschouwen en volgens die principes tot toetreding over te gaan, het meest redelijke alternatief is. Dat geldt zeker omdat het ook hier in feite om een overgangssituatie gaat. Bij de verkiezingen daarna hebben we deze discussie niet meer, tenzij er weer andere landen uit de EU vertrokken zijn.

Voorzitter. Ik laat het hierbij. We zien uit naar de antwoorden van de minister op de gestelde vragen. Dank u zeer.

De voorzitter:

Ik dank u wel, meneer Bisschop. De minister heeft aangegeven dat zij meteen kan reageren op de gestelde vragen. Het woord is aan de minister.

Minister Ollongren:

Veel dank, voorzitter. Allereerst mijn felicitaties aan de heer Van Gent voor zijn maidenspeech; zijn historische maidenspeech, zou je kunnen zeggen. Wat de geschiedenis ook uit zal wijzen voor uw toekomst hier in het parlement, historisch was uw speech zeker. Ik vond het wel aardig dat u begon over een "grand tour" van de Staten-Generaal. Het leven van de minister van BZK is één grote grand tour door Nederland. Ik geniet daar iedere dag van.

Voorzitter. Ik zal de vragen beantwoorden langs de lijnen van de drie voorstellen die hier voorliggen. Misschien mag ik dan beginnen met een opmerking over het eerste voorstel: het openbaar maken van de processen-verbaal. Dat gebeurt inderdaad op instigatie van een motie van de heer Bosma die is aangenomen, zelfs unaniem. Ik ga die motie uitvoeren. Zo werkt dat in onze democratie. Ik dacht dat de heer Van Raak nog zou toevoegen: en ook zo snel. Dat heeft hij mij over een ander voorstel namelijk weleens toegevoegd. Ja, ook zo snel, als dat kan. Ik vind het goed dat we dit nu gaan doen. Ik zal daar meteen een paar vragen bij betrekken die zien op de verdere toekomst.

Mevrouw Den Boer zei, en de heer Bisschop vulde dat net eigenlijk aan, dat zij uitziet naar het wetsvoorstel dat regelt dat die documenten op een centrale website komen. Dat komt er, maar dat ligt nog wat verder in de toekomst. We doen het stap voor stap. De openbaarmaking van de processen-verbaal via de gemeenten kunnen we nu snel realiseren. We werken ernaartoe dat we in een wetsvoorstel Aanpassing procedure vaststelling verkiezingsuitslag regelen dat de gemeenten de processen-verbaal op een centrale website plaatsen. Ik ben nu in kaart aan het brengen wat nodig is om die centrale website in te richten. Tegen de heer Bisschop zeg ik dus: ja, dat is beter. Dat is ook het einddoel, maar dat kan niet zo snel dat het al voor de volgende verkiezing zal gelden. Ik heb liever gewoon invoering van de openbaarheid van de processen-verbaal. De centrale website komt daar dan achteraan. Tegen mevrouw Den Boer zeg ik dat dat dan ook het moment is om de vraag te beantwoorden hoe lang de documenten op de website blijven staan. Dat komt dus later aan de orde.

Mevrouw Den Boer bracht naar voren dat er zorgen zijn, ook bij de VNG, over het openbaar maken van de namen van stembureauleden. Zij vroeg of dat nodig is. Stembureauleden worden benoemd door het college van B en W. Zij hebben een publieke functie. Op de dag van de stemming wordt die publieke functie in het openbaar uitgeoefend. De namen staan op het proces-verbaal, dat klopt, dat is handmatig ingevuld. In het kader van transparantie wordt ook alles openbaar. Er is één onderdeel dat we wel in het wetsvoorstel regelen, namelijk dat de handtekeningen van de stembureauleden niet openbaar worden gemaakt, vanwege het risico op oneigenlijk gebruik van die persoonsgegevens.

Met betrekking tot de openbaarmaking van de processen-verbaal wees de heer Van Raak erop dat er fouten aan het licht kunnen komen. Dat kan natuurlijk gebeuren. Hij zei ook dat er op dat moment geen mogelijkheid meer is om die te corrigeren, en daar heeft hij gelijk in. Dit regelt de openbaarmaking, maar dit regelt nog niet dat er ook een correctie kan zijn. Die correctie zou ik wel willen, maar die moet dan eigenlijk daarvoor. Ik werk aan het wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om voor het vaststellen van de uitslag eventuele fouten zo veel mogelijk te corrigeren.

Dan ga ik over naar de kiezers in het buitenland, waarover een aantal vragen en opmerkingen zijn. Mevrouw Özütok vond het een goed voorstel, maar zij vindt het belangrijk dat goed wordt gemonitord op welke manier er gebruik wordt gemaakt van wat hier wordt voorgesteld en dat daarop wordt teruggekomen. Bovendien vroeg zij op welke manier de grensgemeenten betrokken worden bij het voorkomen van misbruik van de nieuwe wettelijke mogelijkheden die er zijn bij de grensgemeenten. De Raad van State heeft daar ook iets over gezegd. Mede naar aanleiding van het advies van de Raad van State is nogmaals gekeken of de instelling van briefstembureaus bij grensgemeenten eventuele negatieve gevolgen zou kunnen hebben.

Ik heb er erg goed naar gekeken en ik denk echt dat dit niet het geval is, want het wetsvoorstel verandert niets aan het aantal kiezers dat kan stemmen vanuit het buitenland. Het aantal kiezers dat in principe vanuit het buitenland per brief kan stemmen, wordt niet groter, en de procedure wordt ook niet gewijzigd, dus er moet een registratieverzoek met een adres in het buitenland zijn, en dat komt dan naar de gemeente Den Haag, voordat er stembescheiden zullen worden verzonden. Het wetsvoorstel regelt bovendien dat er briefstembureaus kunnen worden ingesteld bij de grensgemeenten, als het college van B en W in die gemeente instemt met dat voorstel. We moeten alles goed monitoren en daarop terugkomen, maar ik denk dat er voldoende garanties zijn om te zeggen dat daar geen misbruik van kan worden gemaakt.

Mevrouw Özütok vroeg verder nog naar de registratietermijn die van veertien naar zeven dagen gaat. Naar deze kwestie is ook heel goed gekeken, zoals mevrouw Özütok heeft gezien, want in de nota naar aanleiding van het verslag is daar uitvoerig op ingegaan. Omdat het een zorg van haar is, zal ik het nog een keer zeggen. De zogenoemde vooropening door de briefstembureaus dient niet te beginnen zolang het mogelijk is om een vervangend briefstembewijs aan te vragen. Zou dat anders zijn, dan is niet uit te sluiten dat de stem van de kiezer reeds door het briefstembureau is voorgeopend, terwijl diezelfde kiezer nog een vervangend briefstembewijs heeft aangevraagd en ook nog krijgt. Dan zou die kiezer dus een tweede stem kunnen uitbrengen. Op dit moment telt de permanente registratie rond de 70.000 kiesgerechtigden in het buitenland. Dat is minder dan het aantal kiezers dat zich bij de Tweede Kamerverkiezingen had geregistreerd in 2017, toen de termijn voor de vooropening van zeven dagen telde. Ik denk dus dat die zeven dagen voldoende zijn.

Ik heb in mijn brief van 15 juni een wetsvoorstel tot wijziging van de Kieswet aangekondigd, waarin het proces van de uitslagvaststelling opnieuw vormgegeven zal worden. Mijn verwachting is dat in dat wetsvoorstel ook meer tijd kan worden ingeruimd om de stemmen uit het buitenland bij de briefstembureaus te krijgen, zodat die stemmen nog kunnen worden meegeteld. Dan zal ik ook opnieuw kijken naar die vooropening. Dat is een wetsvoorstel dat de Kamer volgend jaar mag verwachten.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):

Dan word ik heel nieuwsgierig. Kan de minister ook aangeven in welke maand of in welk seizoen we dat kunnen verwachten?

Minister Ollongren:

Dat is in ieder geval in de eerste helft van volgend jaar.

Voorzitter. Mevrouw Den Boer vroeg of er ook knelpunten bekend zijn die mensen weerhouden van registratie, want dat zijn er inderdaad toch minder dan je zou verwachten. Wij kennen geen concrete belemmeringen. Het is natuurlijk makkelijker gemaakt door de permanente registratie. Ongetwijfeld zijn er toch Nederlanders in het buitenland die daarmee geholpen zijn — dat horen we allemaal weleens — want na die ene registratie ben je erdoorheen. Je hoeft het niet iedere keer te doen. Ik weet dat de gemeente Den Haag er alles aan doet om bekendheid te geven aan die registratiemogelijkheid. Toch kunnen we niet heel goed duiden waarom Nederlanders in het buitenland zich wel of niet registreren. Heeft dat te maken met hun betrokkenheid bij Nederland en de Nederlandse politiek, heeft het er gewoon mee te maken dat mensen daar onvoldoende mee bezig zijn of hebben ze echt geen behoefte om daarbij betrokken te zijn? We weten het niet precies.

Mevrouw Den Boer zei dat ze het fijn vond dat we bij de verkiezing van het Europees Parlement ook in de Europese hoofdsteden briefstembureaus zullen inrichten. Het klopt dat de briefstem op de dag van de stemming tot 15.00 uur in persoon kan worden afgegeven bij de briefstembureaus. Dat geldt voor de Europese hoofdsteden, maar dat geldt ook elders. Diezelfde regel geldt dus overal waar die briefstembureaus zijn, want die mogelijkheid biedt de Kieswet. Dat kan overigens ook bij de briefstembureaus bij de vertegenwoordiging van Nederland op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten.

Mevrouw Den Boer vroeg verder nog naar de plannen die er zijn om te kijken of we Nederlanders in het buitenland ook invloed kunnen geven op de samenstelling van de Eerste Kamer. Ze vroeg eigenlijk: kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten? Ik vind dat lastig. We zijn bezig met het in kaart brengen van de opties. Ik zou mevrouw Den Boer daarom nog om een beetje geduld op dat punt willen vragen. Zij knikt. Dank.

Dan de EP-zetels. Allereerst maar mevrouw Özütok. Zij vroeg waarom voor een aparte wettelijke tijdelijke regeling is gekozen in plaats van voor opname in de Kieswet. Ik dacht dat de heer Bisschop ongeveer het omgekeerde betoogde. Deze mogelijke tussentijdse toedeling van extra EP-zetels is wel een heel bijzondere aangelegenheid. Ik denk dat het heel moeilijk is om te zeggen wat er in de toekomst in de EU allemaal kan gebeuren. Moeten we daar een algemene regeling voor treffen? Ik denk dat het toch logischer is om te zeggen dat er nu iets heel bijzonders aan de hand is, tot en met het feit dat we niet exact weten wanneer het zich zal voordoen. Ik ga ervan uit dat het zich zal voordoen, maar in theorie kan de brexit ook nog worden uitgesteld en zich pas voordoen na de Europese verkiezingen. Kortom, dat zijn allemaal redenen om het toch zo in een tijdelijke wettelijke regeling onder te brengen in plaats van in een permanente regeling in de Kieswet.

Tegen de heer Bisschop zou ik willen zeggen dat dit ziet op de situatie waarin de brexit toch later plaatsvindt. Daarom regelen we het nu eigenlijk. En dan volgens de methode die de heer Bisschop ook wil ondersteunen: de kiesdeler gaat omlaag. Is de brexit gewoon een feit, dan gaat het eigenlijk meteen in en dan gaan we ook meteen naar die 29 zetels toe.

De heer Van Raak vroeg denk ik vooral "naar aanleiding van" wie er eigenlijk over onze verkiezingen gaat. Nou, Nederland gaat over zijn eigen verkiezingen. Absoluut! Daar is geen twijfel over. Maar het is natuurlijk wel zo dat er voor de verkiezingen voor het Europees Parlement ook Europese regelgeving is waar we rekening mee moeten houden. En dat doen we dan ook.

Voorzitter. Er zijn nog wat overige vragen gesteld die niet direct zien op een van de drie voorstellen, maar die ik vanzelfsprekend ook ga beantwoorden.

Allereerst mevrouw Den Boer. Zij wees op het ondersteunen van het experimenteren met kiezers met een verstandelijke beperking. Daar hebben we eerder over gesproken. Zij vindt dat het lang duurt voordat hiervoor voorstellen worden gedaan. Als we daarmee willen experimenteren, dan zijn daarvoor wetgeving en verkiezingen nodig. De komende verkiezingen komen er wel heel snel aan. Daarna worden pas voor 2021 verkiezingen voorzien. Die moeten we natuurlijk wel zien te halen.

Zij vroeg ook nog naar early voting in relatie tot mensen met een verstandelijke beperking. Ik denk dat het inderdaad goed is om hen ook onderdeel te laten zijn van de experimenten met early voting. Dat zou juist ook een onderdeel van de oplossing kunnen zijn, want dat is een vorm van maatwerk. Je kunt hierbij de omstandigheden juist geschikt maken voor mensen met een verstandelijke beperking. Er wordt dan misschien wat minder druk ervaren dan als men bij anderen in de rij staat in een stembureau.

Tot slot op dit punt: het nieuwe stembiljet. De heer Van Raak vroeg daarnaar. Ik heb uw Kamer toegezegd om in het voorjaar voorstellen te doen voor die nieuwe stembiljetten, die elektronisch te tellen zijn. Ik hoorde de heer Van Raak. Hij gaat daar blijkbaar bij helpen, en dat juich ik natuurlijk toe.

De heer Van Raak (SP):

Zeker. Ik ga de minister daar van harte mee helpen.

Even terug naar Europa. De minister praat er een beetje overheen en zegt: natuurlijk gaan wij over onze eigen verkiezingen. Nou, ik vind het mooi om een D66'er dat te horen zeggen, want hier aan deze kant in de Kamer hoor ik weleens andere geluiden. Maar we hebben die akte en niemand hier wil die: behalve D66 wil niemand die hier. Daar staan allemaal dingen in die wij niet willen. En in Europa hebben we uitonderhandeld dat er allemaal maatregelen worden genomen, maar dat die ons allemaal nét niet raken. Dat is toch eigenlijk ook wel weer een vertoning? Want als we het nou niet hadden gewonnen, dan hadden we bijvoorbeeld een kiesdrempel gehad. Dan was onze democratie minder democratisch geworden, vanuit onze optiek. Dus moet hier niet meer principieel de vraag worden gesteld: waar bemoeit Europa zich eigenlijk mee?

Minister Ollongren:

Die vraag mag de heer Van Raak natuurlijk stellen. Maar hij werpt hier een fictieve situatie op die zich nu niet voordoet. Ik beschouw het maar als een compliment dat de heer Van Raak zei: dit ziet er eigenlijk allemaal hartstikke goed uit. Dus laten we geen problemen maken die er niet zijn.

De heer Van Raak (SP):

Ik leg een principiële vraag op tafel. We zijn hier op een praktische manier, via allerlei U-bochten, omwegen, zijstraten en hoofdpaden, net uitgekomen. Daar heb ik de minister mee gefeliciteerd. Maar het gaat mij om het principiële punt. "De leden van het Europees Parlement worden gekozen als vertegenwoordigers van de burgers van de Unie". Het staat zelfs schuingedrukt. Volgens mij wordt daar in Nederland door heel veel partijen heel anders over gedacht.

De voorzitter:

En uw vraag aan de minister is?

De heer Van Raak (SP):

Waar bemoeit Europa zich mee?

De voorzitter:

Dat is volgens mij een herhaling. En volgens mij heeft de minister daar ook al een antwoord op gegeven. Maar goed, ik geef de minister de kans om nog iets nieuws toe te voegen.

Minister Ollongren:

Dit is gewoon een politiek inzicht of een politieke opvatting van de heer Van Raak. Dat mag natuurlijk. Dat wil ik hem helemaal niet ontzeggen. Maar ik constateer gewoon dat er in de praktijk allerlei verschillende opvattingen over kunnen zijn, ook politiek, maar dat zich nu geen problemen voordoen ten aanzien van deze voorstellen. Dus we kunnen natuurlijk ideologisch debatteren tot we een ons wegen, maar we worden nu niet geraakt door de voorstellen die in deze kiesakte worden gedaan.

De voorzitter:

Meneer Van Raak, u krijgt alleen het woord als u iets nieuws wilt vragen. Het valt ook een beetje buiten de orde.

De heer Van Raak (SP):

Ten slotte wil ik wel opgemerkt hebben dat deze Kamer er ook is voor ideologische debatten en voor principiële stellingnames, zeker als het gaat over de verhouding tussen Europa en Nederland, en zeker als het gaat om de inrichting van onze democratie. Daarom vind ik het antwoord van de minister wel heel erg tekortschieten.

De voorzitter:

De minister vervolgt haar betoog.

Minister Ollongren:

Ja, even kijken. De vraag van de heer Van Raak over het stembiljet had ik beantwoord.

Dan de stemlokalen. De heer Van Raak juicht het toe dat Nederlanders in het buitenland in de gelegenheid worden gesteld om te stemmen, maar hij wijst erop dat alle Nederlanders ook in Nederland in de gelegenheid moeten zijn om te stemmen. Dat ben ik 100% met hem eens. In mijn beleving doen we er ook veel aan, en de gemeenten ook. De gemeenten moeten natuurlijk de stemlokalen aanwijzen. Dat weet de heer Van Raak. Hij heeft blijkbaar indicaties dat er afwegingen zijn gemaakt die ik niet ken. Ik heb geen indicaties dat er in gemeenten te weinig stembureaus zijn, of dat stembureaus — een beetje zoals de heer Van Raak suggereerde — in bepaalde wijken zijn gesloten of niet zijn aangewezen. Ik beschik niet over informatie om dat te kunnen staven.

De heer Van Raak (SP):

Ik zal die de minister doen toekomen. Bij het referendum over Oekraïne in 2016 is in een aantal gemeentes de overweging gemaakt: in bepaalde wijken wordt weinig gestemd, dus daar hoeft ook geen stembureau te komen. In een aantal gevallen zijn die stembureaus daarna ook nooit meer teruggekomen. Het argument was: de opkomst is laag, dus maken we minder stembureaus. Ik zou graag van de minister horen dat zij de opvatting huldigt dat we, als de opkomst laag is, juist meer faciliteiten, meer stembureaus, moeten bieden.

De voorzitter:

Uw vraag is helder. De minister.

Minister Ollongren:

De heer Van Raak stelt het. Ik heb die informatie niet, maar ik ben het wel met hem eens dat een lage opkomst geen reden kan zijn om geen stemlokaal te hebben. Je moet de mensen in de gelegenheid stellen om te stemmen. Daar zijn de gemeenten voor verantwoordelijk.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Minister Ollongren:

Zeker, maar ik denk eigenlijk dat ik mijn betoog kan afronden. Ik weet dat de heer Bisschop ook een aantal vragen heeft gesteld, maar die heb ik volgens mij allemaal beantwoord in het deel hiervoor. Daarmee kom ik aan het einde van de beantwoording.

De voorzitter:

Nou, kijk eens aan. Ik kijk even naar de leden. Volgens mij is er geen behoefte aan een tweede termijn. O, ik zie dat mevrouw Den Boer daar wel behoefte aan heeft. Dan geef ik het woord aan mevrouw Den Boer van D66 voor haar tweede termijn.

Mevrouw Den Boer (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil de minister graag bedanken voor de beantwoording van de vragen. Ik begrijp dat ik op een aantal punten nog wat geduld moet betrachten, dus dat zal ik doen.

Over het stemmen door Nederlanders in het buitenland en de knelpunten die kiezers daarbij ervaren, zei de minister dat zij dat nog niet helemaal kan duiden. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat slechts 80.660 Nederlanders in het buitenland zich registreerden om te stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017;

overwegende dat de in 2017 ingevoerde permanente registratie nu rond de 70.000 kiesgerechtigden uit het buitenland telt, ondanks diverse voorlichtingscampagnes vanuit de gemeente Den Haag en de rijksoverheid;

constaterende dat bijna 1 miljoen Nederlanders in het buitenland woonachtig zijn en slechts een klein deel daarvan deelneemt aan verkiezingen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de opkomst van kiezers in het buitenland kan worden bevorderd en hoe knelpunten in de registratie hiervoor kunnen worden weggenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Den Boer en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (35012).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de minister, maar ik denk dat zij even wil wachten tot zij de motie op schrift heeft. Dat kan volgens mij heel snel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik zie dat de minister haar appreciatie wil geven van de ene motie die is ingediend. De minister.

Minister Ollongren:

Zeker, voorzitter, maar mag ik op één punt nog even terugkomen? Dat had ik net nog moeten zeggen tegen de heer Bosma, die er nu helaas niet is. Voor de Handelingen wil ik er nog wel op wijzen dat het destijds ontraden van zijn motie ermee te maken had dat er toen geen wettelijke grondslag was voor het openbaar maken van de processen-verbaal. Die creëren we nu precies. Voor de volledigheid wilde ik dat nog even gemeld hebben.

Dan de motie van de leden Den Boer en Sjoerdsma. Ik heb zonet gezegd dat we het eigenlijk niet goed weten en onvoldoende kunnen duiden. In de motie wordt om een onderzoek gevraagd. Ik vind dat helemaal geen gekke gedachte. Ik zou wel graag de gemeente Den Haag daarbij betrekken, want die heeft daar natuurlijk een hele belangrijke rol in; sterker nog, die is daar ook voor verantwoordelijk. Als ik dat samen met de gemeente Den Haag kan doen, laat ik het oordeel over de motie graag aan de Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel, dat is een helder oordeel. Maar er is nog een feitelijke vraag van de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Ik krijg altijd een warm hart als ik zie hoeveel positieve gevoelens en gedachten D66'ers hebben om de opkomst van expats bij verkiezingen in het buitenland te bevorderen. Maar is de minister ook bereid om een onderzoek te doen naar de opkomst van kiezers in buurten, steden en dorpen in Nederland waar de opkomst op dit moment erg laag is?

Minister Ollongren:

Iedere Nederlander die in het buitenland woont, is misschien strikt genomen een expat. Maar ik wil de heer Van Raak ook zeggen dat er allerlei soorten Nederlanders in het buitenland wonen, en niet alleen het type expat en het beeld dat de heer Van Raak oproept. Als het gaat om de vraag of we ook willen onderzoeken hoe het zit met de opkomst in Nederland, dan kan ik zeggen dat we daar meer van weten. Dat maakt het probleem niet minder groot, maar we weten daar veel meer van. Er zijn veel bureaus in Nederland, bijvoorbeeld het SCP en dat soort instellingen, die daar zicht op hebben. Ik heb een positieve grondhouding, maar dit is wel een heel ander vraagstuk. Misschien moeten we daar op een ander moment nog wat nader over komen te spreken. Ik vind het iets te kort door de bocht om er hier, door middel van een toezegging, vorm aan te geven. Maar mijn grondhouding is op zich positief.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat roept toch nog een vraag op. We hebben het over een motie die is ingediend, dus we gaan niet een heel nieuw debat voeren over een onderwerp dat ontstaat naar aanleiding van deze motie. Ik geef u de gelegenheid om nog één vraag te stellen over de motie die is ingediend.

De heer Van Raak (SP):

Dank voor alle opmerkingen van de minister. Ze wil een onderzoek naar de opkomst van kiezers in het buitenland aan de Kamer laten, en in principe staat ze ook positief tegenover een onderzoek naar de opkomst in bepaalde buurten in Nederland waar deze heel laag is. Ik zal zeker met een voorstel komen. Ik complimenteer de minister en ik blij met haar grondhouding hierin.

De voorzitter:

Ik hoor daar geen vraag in, maar meer een initiatief dat er gaat komen van de heer Van Raak. Daarmee zijn we gekomen aan het eind van deze beraadslaging.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemming over de ene motie die is ingediend, vindt volgende week dinsdag plaats. Ik wil de minister van harte danken voor haar bijdrage, alsook de Kamerleden, de mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.