Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 23, item 4

4 Nationale woonagenda 2018-2021

Aan de orde is het VAO Nationale woonagenda 2018-2021 (AO d.d. 27/09).

De voorzitter:

Het volgende verslag algemeen overleg gaat over de Nationale woonagenda 2018-2021 en ik geef graag als eerste het woord aan de heer Smeulders, die spreekt namens GroenLinks.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Voorzitter. Tijdens het debat over de Nationale woonagenda kwamen we op een gegeven moment te spreken over verduurzaming. De energietransitie en de verduurzaming van de gebouwde omgeving is denk ik een van de prioriteiten van dit kabinet. Dat doet me deugd. Ik ken de minister ook als een bewindspersoon die daar echt aandacht voor heeft. Daarom vonden we het eigenlijk een beetje raar dat de minister aangaf dat in die verduurzaming van de gebouwde omgeving woningcorporaties geen voortrekkersrol moesten vervullen. Dat begrepen we niet helemaal. Daar hadden we een debatje over. De heer Koerhuis was daar ook verbaasd over. Wij zijn het niet heel vaak over dingen eens, de heer Koerhuis en ik, als het over wonen gaat, maar over dit onderwerp hebben we samen een motie gemaakt en die lees ik graag voor.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we als Nederland het klimaatakkoord van Parijs hebben ondertekend;

constaterende dat het om deze afspraken na te kunnen komen, belangrijk is om veel sectoren te verduurzamen, waaronder de gebouwde omgeving;

overwegende dat woningcorporaties een grote, goed georganiseerde speler op de Nederlandse woningmarkt zijn;

spreekt uit dat woningcorporaties vanwege hun schaal, organisatie en financiële middelen een voortrekkersrol moeten blijven vervullen in het verduurzamen van de gebouwde omgeving;

roept de regering op om hierover met woningcorporaties afspraken te maken in het kader van het klimaatakkoord en de Kamer hierover te blijven informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders en Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 446 (32847).

Ik geef het woord aan de heer Koerhuis, namens de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Er is een groot tekort aan huizen. De VVD vindt dat we niet lang kunnen wachten met het opschroeven van de nieuwbouwproductie. Daarom zijn we blij met de Nationale woonagenda van de minister. Maar de VNG tekent niet mee. Als de VNG als organisatie dwarsligt, kan de minister beter direct met gemeentes zelf zaken doen. Amsterdam en Utrecht, die nu moeilijk lijken te doen, kunnen we dan letterlijk en figuurlijk beter links laten liggen. We kunnen namelijk niet het hele land de dupe laten worden van de lobby van die twee linkse grote steden.

Daarnaast moeten we ook de rol van provincies tegen het licht houden. De meeste gemeenten willen juist huizen bouwen, maar provincies houden dat tegen. De rol van provincies zou moeten zijn, de huizenbouw te faciliteren. Dat betekent overprogrammeren, en verruimen van woonafspraken en rode en groene contouren. Ik begrijp dat de minister dit al aan het onderzoeken is naar aanleiding van de motie-Ronnes/Koerhuis om overprogrammeren toe te staan en woningbouw uit de Ladder voor duurzame verstedelijking te halen. Ik wacht dat onderzoek nu eerst af en kom hier eventueel samen met mijn collega Ronnes van het CDA in het AO Bouwopgave op terug.

Verder komen er geen moties van mijn kant, behalve de motie die de heer Smeulders van GroenLinks namens ons tweeën heeft ingediend, en de motie die de heer Ronnes van het CDA zo namens ons tweeën zal indienen. Die motie gaat over bouwlocaties en institutionele beleggers in het middensegment.

De voorzitter:

Er is een vraag voor u van de heer Ronnes.

De heer Ronnes (CDA):

Dat klopt, voorzitter. Mijn vraag gaat over de motie die hiervoor door GroenLinks is ingediend, ook namens de heer Koerhuis. Er wordt iets gezegd over de positie van de woningcorporaties op de woningmarkt. Er wordt ook gezegd waarom zij een grote rol in de verduurzaming zouden kunnen spelen. Een van de aspecten daarbij is de financiële positie van corporaties. Als nu uit dat onderzoek van de minister blijkt dat er op een van de elementen waardoor de corporaties een grote rol kunnen spelen, tekorten of problemen zijn, vindt u dan dat daar iets aan moet gebeuren? Gaat uw motie dan ook zover? Of laat u dat nog open?

De heer Koerhuis (VVD):

U verwijst naar de motie. Ik heb er allereerst vertrouwen in dat corporaties meer dan genoeg geld hebben. Ze hebben vorig jaar 18 miljard winst gemaakt. Dus ik zie dat probleem op dit moment niet zo, zeker als we alleen kijken naar verduurzaming.

De heer Ronnes (CDA):

Dat klopt. Maar mijn vraag is de volgende. Stel dat er uit dat onderzoek komt dat dit niet het geval is en dat er tekorten zijn. Hoe zit de VVD daar dan in?

De heer Koerhuis (VVD):

Wij zijn samen bij een debat geweest in Amsterdam. Er zijn verschillende knoppen om aan te draaien, mochten er ondanks die 18 miljard euro winst toch tekorten zijn. Een van die knoppen is de verkoop van dure sociale huurwoningen, dus sociale huurwoningen die eigenlijk middenhuurwoningen zijn en waar u en ik heel veel om geven.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Beckerman heeft ook een vraag.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik vind dit wel een interessant debat, want dit is natuurlijk wel de kern. Het is mooi dat het CDA ook kritisch is. Uw kabinet vraagt 1 miljard extra van alle huurders, meneer Koerhuis. Het vraagt van huurders 1 miljard extra belasting bovenop alle belastingen die ze al betalen. En als gemeentes daar dan boos over worden, dan zegt u: nou, jammer dan, dan hoeven ze niet meer mee te praten. Zegt u dat nu werkelijk, meneer Koerhuis? Is dat wat u zegt?

De heer Koerhuis (VVD):

U zegt een heleboel dingen en een aantal daarvan kloppen niet. Om te beginnen klopt het eerste punt niet. We vragen helemaal geen miljard van huurders. Er is een vérhuurdersheffing: wij vragen geld van vérhuurders. En nu kunt u dat omdraaien en doen alsof dat een heffing voor huurders is, maar we vragen dat geld van verhuurders. Ik mag hier geen vragen terug stellen, maar ik ben toch wel benieuwd hoe de SP ineens de partij van de verhuurders is geworden.

Mevrouw Beckerman (SP):

Er wordt mij een vraag gesteld, voorzitter, dus ik hoop niet dat dit van mijn gelegenheid tot interrumperen afgaat.

De voorzitter:

Gaat u gewoon verder met uw interruptie.

Mevrouw Beckerman (SP):

Meneer Koerhuis, weet u hoe die verhuurders aan geld komen? Zij komen aan geld via de huurders, huurders die aan het einde van deze kabinetsperiode vier maanden huur rechtstreeks aan de staatskas moeten betalen. U zegt nu — ik wil daar toch echt antwoord op — dat er gemeenten zijn die daar boos over zijn, want ze vinden dat ze door die greep uit te kas te weinig kunnen bouwen en verduurzamen. U zegt nu letterlijk: de gemeenten die moeilijk doen over ons beleid laten we maar links liggen, die mogen niet meer meepraten. Is dat wat u zegt?

De heer Koerhuis (VVD):

Nu zegt u weer heel veel. Een aantal dingen klopt niet, waaronder weer het eerste wat u zegt: het is niet zo dat corporaties alleen geld krijgen van huurders, ze verdienen ook aan het hebben van vastgoed, vooral dure sociale huurwoningen. Die zijn enorm in waarde gestegen. Als we die gaan verkopen, hebben de corporaties weer veel geld op de bankrekening, waarmee ze veel dingen kunnen doen. Het is mooi en ik kan het niet mooier maken.

De voorzitter:

Nog een laatste reactie, want er werd u ook een vraag gesteld.

Mevrouw Beckerman (SP):

U zegt dus: de gemeentes die dwarsliggen mogen niet meer meepraten en wij gaan voor meer segregatie, want die mooie sociale huurwoningen die wat duurder zijn, doordat ze op goede grond en op wat duurdere locaties liggen, gaan we verpatsen. Daarmee veroorzaakt u toch nóg meer tweedeling? U bent er nu al in meerdere onderzoeken op gewezen dat wijken achteruitgaan. Dat is toch precies wat u nu wilt doen? U grijpt uit de kas van de huurders en vervolgens moeten ze ook nog eens een keer hun mooie woning, waarin ze vaak al jaren wonen opgeven, alleen maar om meer tweedeling te veroorzaken.

De heer Koerhuis (VVD):

Als er al uit een kas wordt gegrepen, is dat uit die van corporaties, niet uit die van huurders. Over de dure sociale huurwoningen: wat ik graag wil, samen met u, is dat tekort aan sociale huurwoningen oplossen. Als je een dure sociale huurwoning verkoopt en daarvan dan, kijkend naar de heer Ronnes, een middenhuurwoning maakt en met de opbrengst daarvan vaak twee, soms drie keer zoveel sociale huurwoningen terug kunt bouwen, kunnen we de tekorten op de woningmarkt oplossen. Dat is wat ik wil.

De voorzitter:

Dank u wel. U was aan het eind van betoog gekomen?

De heer Koerhuis (VVD):

Ja.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Beckerman namens de fractie van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, dank u wel. Wonen en de enorme crisis op de woningmarkt is een zeer belangrijk onderwerp. Gelukkig hebben we daar veel debatten over. Afgelopen dagen heb ik veel voorstellen mogen doen. Een aantal moties komt nog in stemming, en gisteren is er een aangenomen. Die hoort eigenlijk bij dit debat, en dat is mijn motie die met algemene stemmen, helaas met uitzondering van Forum voor Democratie, is aangenomen, die gaat over daklozen. Het aantal daklozen is in zeven jaar tijd bijna verdubbeld. De daklozenopvang in Nederland zit heel erg vol. De organisaties spreken van economische daklozen: mensen die even tegenslag hebben gehad in hun leven en die daar nu niet meer uitkomen. Ik ben blij en dank mijn collega's dat zij de motie-Beckerman/Smeulders/Nijboer hebben aangenomen, op één partij na.

Ik zou deze mogelijkheid heel graag willen aangrijpen voor het volgende. De minister moet dat met anderen gaan uitwerken. Het gaat om het voorkomen van dakloosheid en het helpen van mensen die nu in de opvang zitten om weer aan een woning te komen en zo weer een waardig bestaan te kunnen opbouwen. Dat is een mensenrecht. Ik snap dat de minister met anderen in overleg moet. Dat is het antwoord dat ze vaak geeft. Maar ik zou ook graag willen horen welke ideeën ze heeft om te gaan zorgen dat wij over zeven jaar kunnen spreken van ten minste een halvering, maar ik zou eigenlijk veel verder willen gaan. Want in zo'n rijk land als het onze is het echt absurd dat het aantal daklozen zo hard toeneemt. Wat wil de minister doen om dakloosheid te gaan voorkomen? Wat wil ze doen om de huidige daklozen te helpen? Daar laat ik het bij.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Nijboer namens de Partij van de Arbeid.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. We hebben deze week behoorlijk lang over wonen gesproken, dus ik houd het bij het indienen van een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat taxatierapporten honderden euro's kosten;

overwegende dat de waarde van taxatierapporten kan worden betwist, zoals ook blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond;

verzoekt het kabinet om in gesprek te gaan met banken om ervoor te zorgen dat mensen minder geld kwijt zijn aan taxatierapporten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 447 (32847).

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Meneer Ronnes, ik dacht dat u opstond voor een vraag, maar dat is niet het geval. U bent aan de beurt om te spreken, namens het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Naar aanleiding van het algemeen overleg dien ik de volgende motie in, omdat er wettelijke en/of procedurele belemmeringen zijn waardoor er geen vaart gemaakt kan worden met het bouwen van woningen. De motie luidt als volgt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er wettelijke en/of procedurele belemmeringen zijn om met vaart de achterstand in het aantal te bouwen woningen in te lopen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe betere toepassing en/of aanpassing van wettelijke regels behulpzaam kan zijn bij het daadkrachtig aanpakken van het tekort aan woningen en daarbij in ieder geval aandacht te besteden aan:

  • -het schrappen van belemmeringen op gemeentelijk niveau waardoor institutionele beleggers afhaken in het middensegment;

  • -soepele en meer realistische regels ten aanzien van ecologisch en archeologisch onderzoek voor bouwlocaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 448 (32847).

Zo te zien roept deze motie nog wel een vraag op bij de heer Smeulders.

De heer Smeulders (GroenLinks):

De heer Ronnes roept op tot soepele en meer realistische ecologische regels. Ik ben daar benieuwd naar. Wat bedoelt hij daarmee? Moet dat dan ten koste gaan van de ecologie en de natuur, of zegt u: nee, dat willen we echt alleen maar zodat het makkelijker wordt, maar de natuur mag er in geen geval onder lijden?

De heer Ronnes (CDA):

Nee, waar het om gaat, is dat er niet ingeboet wordt aan de kwaliteit van die besluitvorming. Het gaat met name om het versnellen van die procedures. Er zitten heel veel tijdstappen in zo'n procedure, waar kostbare tijd mee verloren gaat. Wat ik zou willen is dat daar kritisch naar gekeken wordt, om te kijken of je die procedures kunt inkorten. Wij hebben ook bijvoorbeeld voor archeologie bij de Omgevingswet het voorstel gedaan om onderzoeken die al wat ouder zijn toch te mogen gebruiken, dat die langer rechtsgeldig zijn. Dat is zo'n voorbeeld waarmee je kunt voorkomen dat er een nieuw onderzoek moet worden gedaan. Je bespaart ook tijd als je dat oude rapport kunt gebruiken.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik ben blij dat de heer Ronnes zegt dat het niet om de kwaliteit mag gaan. Dus de minister en wij allemaal moeten die motie zo interpreteren dat ecologie, natuur en dierenwelzijn op geen enkele manier in het geding mogen komen, of mogen worden verminderd, als gevolg van deze motie?

De heer Ronnes (CDA):

Nee, zoals het CDA er altijd in zit, moet het op een hele realistische manier worden afgewogen in het totale proces.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik begrijp de motie nog niet helemaal, vandaar een vraag over het archeologiedeel. In principe ben ik het met u eens dat er vooraf veel beter archeologisch onderzoek kan worden gedaan. Het is een wettelijke taak, maar heel veel gemeentes hebben die taak totaal niet op orde. Dat is heel pijnlijk. Dus daarin ben ik het met u eens. Maar wat ik niet helemaal begrijp in de motie is dat u iets zegt over onderzoeken die langer geldig zouden moeten zijn en dat dat proces kan worden ingekort. Wat bedoelt u daar precies mee?

De heer Ronnes (CDA):

Eigenlijk is dat het voorbeeld dat ik net noemde. Het is een amendement van mijn eigen hand geweest, bij de Omgevingswet, om te zorgen dat gemeentes meer aan de voorkant moeten aangeven of de vindkans van archeologische vondsten realistisch is, ja of nee. Op het moment dat je dat aan de voorkant goed regelt, kun je voorkomen dat er, zonder dat daar enige reden voor is, kosten gemaakt moeten worden op een plek waar de vindkans heel klein is. Dus als je daar meer op stuurt aan de voorkant en de gemeente er ook proactief op laat aansturen dat die rapporten er zijn, dus dat het inzicht er is, dan kun je daarmee versnellingen teweegbrengen in bouwprocessen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voor een deel ben ik het met de heer Ronnes eens. Het gaat best slecht bij gemeentes. Ze hebben een wettelijke taak, het is gedecentraliseerd. Er zijn heel veel goede gemeentes, maar heel veel gemeentes hebben geen goede archeologische dienst. Kaarten hebben ze vaak wel. Wat ik niet zo goed begrijp is het volgende. Het probleem met archeologie, en dat is heel vervelend, is dat we op zoek zijn naar iets waarvan we niet wisten dat we het kwijt waren. We weten van heel veel plekken dat er misschien niks zal liggen, maar op heel veel plekken waarover we twijfelen zullen we toch echt onderzoek moeten doen. Ik wil heel graag met uw motie meestemmen, maar wat ik niet wil, is dat u daarop beknibbelt, want de mooiste vondsten worden vaak helaas gedaan op plekken waar je het niet verwacht. Dat maakt archeologie ook zo prachtig. Als u zegt "ik wil gemeentes alleen maar extra helpen", ben ik voor. Maar als u zegt "ik wil beknibbelen op goed onderzoek naar mooie vondsten", vindt u mij niet aan uw zijde.

De heer Ronnes (CDA):

De motie is niet bedoeld om het nog complexer te maken en langer te laten duren. Het gaat er juist om dat het efficiënter gebeurt. Ik ga mee met de doelstelling. Ik kan het willen of niet, het is gewoon van hogere regelgeving afkomstig dat je een bepaalde verplichting hebt als land. Het is dus niet helemaal vrijblijvend. Maar kijk nou waar je efficiënter regelgeving kunt inrichten. U wilt al voorsorteren, maar ik wil dat bij de minister neerleggen. Ik wil dat ze dat breed bekijkt: op welke manier kun je verantwoord de procedures verkorten en vergemakkelijken?

De voorzitter:

Mevrouw Van Eijs heeft geen inbreng gehad, maar ze heeft zich wel ingeschreven. U krijgt dus de gelegenheid om een interruptie te plegen, mevrouw Van Eijs, namens D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Het verzoek van de heer Ronnes roept wel vragen op. Wie kan er nou tegen efficiëntere procedures zijn? Dat kan toch moeilijk, lijkt me. Toch heb ik wel zorgen over de ecologie. U geeft aan: ik wil niet dat de kwaliteit eronder lijdt. Dat lijkt mij een gedeeld uitgangspunt. Maar hoeveel winst denkt u te behalen, puur met dit punt? Is het niet zo dat de bouw überhaupt een heleboel stappen kent? De vraag is of we hier geen kwaliteit gaan inleveren voor misschien een heel klein stukje winst dat alleen nog maar op papier bestaat.

De heer Ronnes (CDA):

Dit is weer terug in de schuttersputjes en niet realistisch durven kijken naar hoe we onze wetgeving hebben geregeld. Ik denk dat je in deze tijd waarin het echt nodig is dat er gebouwd wordt, moet kijken welke belemmeringen er zijn. Dat moet je op alle aspecten doen. Een aantal partijen hier in de Kamer komen meteen uit hun stoel als een woord als "archeologie" of "natuur" genoemd wordt. Vanuit ons rentmeesterschap hebben wij als CDA daar zeker ook een visie op. Het is belangrijk dat dat beschermd wordt, maar we moeten dat wel langs de lijn van het realisme doen en zorgen dat we het niet alleen aan bureaucratische processen hangen, waardoor mensen dadelijk onder een brug moeten slapen. Daar zitten wij niet op te wachten.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik ben blij dat u mij schaart onder de partijen die uit hun stoel komen als het over ecologie gaat. Dat kan ook wel kloppen, wat dat betreft heeft u het goed gezien. Ik ben ook helemaal voor realisme, maar op dit moment slaapt er hopelijk toch niemand onder een brug omdat een archeologisch of ecologisch onderzoek ergens misschien iets langer heeft geduurd. Ik zou de heer Ronnes willen oproepen om echt realistisch te blijven kijken naar hoeveel tijdswinst er nu daadwerkelijk wordt geboekt en hoeveel natuur daarvoor verloren moet gaan.

De heer Ronnes (CDA):

Ik heb laatst een wethouder gesproken die met een bouwproject bezig was: 45 woningen. Er stonden drie bomen aan de rand van het terrein. Iemand in de buurt riep dat hij een vogeltje had gezien; volgens mij noemde ik het beestje in het AO. Daardoor loopt het proces gewoon een halfjaar vertraging op. Dat is gewoon praktijk. Kunnen we niet kijken of we, zonder afbreuk te doen aan natuur en archeologische vindkansen, dat niet praktischer, realistischer kunnen inrichten, zodat we wel de woningen bouwen die hard nodig zijn?

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ronnes. U bent aan het einde van uw inbreng, of niet?

De heer Ronnes (CDA):

Nou, bijna.

De voorzitter:

Is er ineens nog iets bijgekomen? Ik had de indruk dat u klaar was.

De heer Ronnes (CDA):

Ik heb nog één minuut en acht seconden spreektijd. Ik had normaliter een motie ingediend over de seniorenwoningen, met daarin het verzoek aan de minister om te kijken of daar via een heffingsvermindering vaart mee kan worden gemaakt. Aangezien wij bij het WGO al samen met de andere coalitiepartijen een motie hebben ingediend om dit aspect af te dekken, zie ik er op dit moment van af om een motie in te dienen en wacht ik even af wat er naar aanleiding van de eerdere motie uit de handen van de minister gaat komen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde van de termijn van de Kamer. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Ollongren:

Veel dank. Ik loop de sprekers, de leden van de Kamer, even langs en dan kom ik vanzelf bij de ingediende moties.

Ik begin bij de heer Smeulders. Hij heeft één motie ingediend, waarbij hij het debatje in herinnering riep dat we hebben gehad over de rol van de woningbouwcorporaties. Ik denk eigenlijk dat we nu we wat verder zijn, ook steeds dichter bij elkaar komen. Woningbouwcorporaties spelen in Nederland een hele belangrijke rol, ook als het gaat om verduurzaming, al was het maar door de schaal die ze hebben en het aantal woningen dat zij bezitten. Ik heb er natuurlijk wel op gewezen dat de woningbouwcorporaties ook andere opgaven hebben, zoals het toezien op de betaalbaarheid van de woningen en überhaupt het zorgen voor meer sociale huurwoningen, maar daar zal de heer Smeulders het zeker mee eens zijn. Nu de heer Smeulders en de heer Koerhuis elkaar gevonden hebben in deze motie, kan het toch niet anders dan dat ik het oordeel met een heel gerust hart aan de Kamer overlaat?

De heer Koerhuis heeft eigenlijk geen vragen gesteld, want hij zei dat hij de rapportage over de plancapaciteit afwacht alvorens hij daar weer verder over zou willen spreken. Dat waardeer ik. Dat lijkt me ook de goede volgorde. Verder zal ik zijn commentaren over linkse en rechtse gemeenten nu ook maar even laten voor wat ze zijn, want als minister van BZK heb ik enkel en alleen met gemeenten te maken en ben ik niet zo heel erg geïnteresseerd in hun kleur.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, is er een vraag van de heer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Dat tweede begrijp ik, maar ik kom nog even terug op dat eerste. We wachten inderdaad met smart op de bouwrapportage die echt letterlijk vandaag of morgen zou kunnen komen. Mijn vraag is: hoe staat het met de motie-Ronnes/Koerhuis om overprogrammeren toe te staan en naar woningbouw in de Ladder van duurzame verstedelijking te kijken? We wachten ook op een brief van de minister daarover. Ik wacht met name daarop voordat ik verdere stappen over overprogrammeren, woonafspraken en rode en groene contouren ga overwegen.

Minister Ollongren:

Ik begrijp dat de heer Koerhuis ongeduldig is en dat hij deze vraag stelt, maar ik denk dat het het beste is om even de rapportage af te wachten. De Staat van de Woningmarkt die inderdaad aanstaande is, zal hem veel meer inzichten geven. Ik denk dat het goed is om de volgende keer als we daarover spreken ook op dit punt terug te komen.

De heer Koerhuis (VVD):

Nou, ik ben daar niet helemaal gerust op. Als het goed is, spreken we elkaar volgende week over die bouwrapportage. Ik zou toch wel graag de toezegging van de minister willen hebben om daarvoor terug te komen op de motie-Ronnes/Koerhuis over het overprogrammeren.

Minister Ollongren:

Dat kan ik toezeggen, want dat is met elkaar verklonken, zou ik bijna zeggen. Maar in hoeverre de heer Koerhuis dan tevreden is, moet ik natuurlijk aan zijn beoordeling overlaten, want daarvoor moet hij toch even geduld hebben.

Voorzitter. Dan ga ik verder met de volgende spreker. Dat was mevrouw Beckerman van de SP. Ik kan haar feliciteren met de brede steun voor haar motie. Ik had zelf ook al mijn sympathie voor de motie uitgesproken. Het klopt ook dat ik er niet in mijn eentje over ga. Dat is trouwens zelden het geval en misschien is dat maar goed ook. Maar in dit geval is het wel heel belangrijk om de staatssecretaris van VWS hierbij te betrekken. Ik denk dat wij het vanuit Den Haag ook niet alleen kunnen en willen doen. Daar zijn de gemeenten natuurlijk belangrijk bij. Daar zijn de corporaties zelf ook belangrijk bij. Ik ga vanuit die rol dus doen wat ik kan. We hebben er tijdens het wetgevingsoverleg ook over gesproken. De ChristenUnie heeft daar aandacht voor gevraagd. Ik heb ook een brief daarover toegezegd. De motie is hier dus vers van de pers aangenomen, maar het werk is natuurlijk al gaande. We gaan kijken hoe we dat, met dank aan de motie van mevrouw Beckerman, nog beter kunnen organiseren en inrichten. Maar ik sta vol achter het doel.

Voorzitter. Dan ben ik bij de heer Nijboer, die via zijn motie op stuk nr. 447 aandacht vroeg voor taxatierapporten. Ik ben blij dat hij ook zegt dat taxatierapporten geld kosten. Hij heeft het over honderden euro's. Dat klopt. Toen we een debatje hadden over de verlaging van de NHG-premie ging het ook over honderden euro's, dus ik ben heel blij dat de heer Nijboer daar oog voor heeft. Ik ben al in gesprek over de kwaliteit van de taxatierapporten. Daar loopt ook een traject voor. Ik zou de vraag van de heer Nijboer daar goed aan kunnen koppelen. Om die reden zou ik het oordeel over deze motie aan de Kamer kunnen laten.

Voorzitter. Tot slot ben ik bij de heer Ronnes, die samen met de heer Koerhuis de motie op stuk nr. 448 heeft ingediend. De heer Ronnes vraagt wel vaker aandacht voor belemmerende regels. Het is ook voor mij een terugkerend onderwerp in de gesprekken die ik voer met regio's in het brede beraad van alle partijen over wonen en bouwen. Als het gaat over de Ladder voor duurzame verstedelijking en over de daadwerkelijke wetten die er zijn, onder andere de Flora- en faunawet, heeft het vaak ook te maken met het ontbreken van voldoende kennis om datgene wat wel kan ook te doen. Dus het gaat ook over maatwerk en de ruimte die de regelgeving wel degelijk biedt. Ik heb al toegezegd bij de voortgang van de woonagenda om die ruimte goed voor het voetlicht te brengen, dus om echt partijen erin mee te nemen hoeveel ruimte er in die regelgeving is voor de toepassing. Dat ga ik dus ook doen. Ik ben me ook bewust van de motie-Van Eijs/Ronnes waarin gevraagd wordt om te voorkomen dat bij het streven naar redelijke huurniveaus nieuwbouw wordt belemmerd. Daar wordt ook in de motie aan gerefereerd. Kortom: de motie vraagt om een onderzoek en om in dat onderzoek aandacht te besteden aan een aantal onderwerpen. Ik vind dat de motie daarmee niet vooruitloopt op wat er met die onderwerpen zou moeten gebeuren. Het is bovendien een thema dat ik al ruim onder de aandacht probeer te brengen. Om die reden is mijn conclusie dat ik het oordeel over de motie aan de Kamer kan laten.

De voorzitter:

Dan zijn we hiermee gekomen aan het einde van dit VAO over de Nationale woonagenda. Ik dank de minister en de leden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering enkele ogenblikken, want hierna volgt de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Arib