Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 19, item 7

7 Algemene Financiële Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Financiële Beschouwingen, 

en de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2018 ( 34775-IX ).

De (algemene) beraadslaging wordt hervat. 

De voorzitter:

Wij gaan verder met het debat over de Algemene Financiële Beschouwingen. 

Ik geef de heer Sneller van D66 het woord namens D66. Voor de heer Sneller is het de eerste keer dat hij in de plenaire zaal spreekt. Dit is dus zijn maidenspeech. Voor degenen die het niet weten, zeg ik dat hij nu niet geïnterrumpeerd mag worden. Ik zie de heer Azarkan al kijken; hij vindt dat kennelijk jammer. Het is echter gebruikelijk om nu niet te interrumperen. 

Het woord is aan de heer Sneller. 

De heer Sneller (D66):

Dank u, voorzitter. 

De voorzitter:

De heer Van Weyenberg komt nog. 

Het woord is nu aan u, meneer Sneller. 

De heer Sneller (D66):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Na eerder bijna tien jaar op de medewerkersbankjes te hebben gezeten, daar achter de balustrade, vind ik het een grote eer om nu ook de arena ervoor te mogen betreden en om vandaag voor het eerst achter dit katheder plaats te nemen. Ook voor de minister en de staatssecretaris geldt dat dit hun eerste echte optreden is in deze zaal en ik wens hun veel succes. Ik kijk uit naar een constructieve samenwerking met beide bewindspersonen, in hun rol als strenge doch rechtvaardige schatkistbewaarders. 

Voor mijn fractie geldt — het werd net al even gezegd — dat we in lijn met de begrotingsregels de inkomsten en de uitgaven gescheiden hebben. De heer Van Weyenberg zal zo dadelijk over dat laatste punt spreken. 

Voor ik vooruitkijk, wil ik eerst graag een compliment geven. In de afgelopen kabinetsperiode zijn in economisch zware tijden moeilijke maatregelen genomen en hervormingen doorgevoerd. Die waren niet altijd populair, zoals we weten. Nu profiteren we daarvan, want mede daardoor zijn onze overheidsfinanciën op orde. Hierdoor heeft Nederland nu een goede uitgangspositie. Daarmee is wat mij betreft een prestatie van formaat geleverd. 

Deze goede uitgangspositie biedt het nieuwe kabinet ruimte om te investeren in de samenleving, waaronder veel geld in onderwijs, zorg en defensie. Er is ruimte voor lastenverlichting, in het bijzonder via de inkomstenbelasting. Maar ook nu geldt: politiek is altijd een kwestie van kiezen. Want de middelen blijven schaars en de wensen zijn er altijd in overvloed. De komende tijd zal mijn lijn dan ook dezelfde zijn als toen ik woordvoerder Financiën en voorzitter van de Rekeningencommissie was in de gemeenteraad van Den Haag, hier 500 meter verderop. Ten eerste: een zorgvuldige naleving van de afgesproken begrotingsregels. Ten tweede: extra aandacht voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn. Ten derde: transparante, doeltreffende en doelmatige overheidsuitgaven 

Voorzitter. Allereerst kom ik op de financiële spelregels. De minister van Financiën had het over de behoefte aan rust, reinheid en regelmaat — de woorden van Florence Nightingale werden al aangehaald — ook in het begrotingsbeleid. In dat opzicht wekt het vertrouwen dat we terugkeren naar een trendmatig begrotingsbeleid en dat het regeerakkoord mikt op een overschot van ongeveer 0,5% bbp. Dat vind ik een verstandige keuze, gelet op de lessen uit het recente verleden. Hiermee wordt ook het advies van de Studiegroep begrotingsruimte opgevolgd. Daarmee voorkomen we dat we bij een tegenvallende economie snel de vangrails in rijden, op de rem moeten trappen en extra moeten bezuinigen. Ik reken op deze minister als een bondgenoot bij het handhaven van die regels. 

Een extra argument om te koersen op een begrotingsoverschot is dat de overheidsfinanciën ook op lange termijn gezond moeten blijven, zodat we geen onbetaalbare rekeningen doorschuiven naar volgende generaties. In de politieke traditie van de minister heet dit rentmeesterschap. Als sociaalliberaal spreek ik zelf liever over toekomstbewaking, maar volgens mij bedoelen we daar hetzelfde mee. Ik vraag de minister dan ook expliciet aandacht te houden voor de langetermijnhoudbaarheid van de overheidsfinanciën. Ik krijg daarom graag een reactie op de kanttekening die de Raad van State erbij plaatst. 

In dit verband noem ik specifiek de groei van de zorguitgaven. De heer Omtzigt deed dit eerder ook al. In deze kabinetsperiode gaat er per saldo fors extra geld naar de zorg. Het jaarlijkse budget zal in 2021, aan het einde van deze kabinetsperiode, maar liefst 8 miljard hoger zijn dan in 2017, oftewel, ter vergelijking: de groei van de zorgkosten is evenveel als het totale budget voor de krijgsmacht. Wat mij betreft moeten we dan ook scherp kijken naar de kostenontwikkeling van de zorg. Ik ondersteun de inzet op hoofdlijnenakkoorden, waarbij wordt voortgebouwd op de akkoorden die onder het vorige kabinet gesloten zijn. Maar hier ligt wel een uitdaging die verder reikt dan alleen deze kabinetsperiode. Hoe waarborgen we dat ook toekomstige generaties kunnen genieten van persoonlijke, toegankelijke zorg van hoge kwaliteit, zonder dat dit leidt tot verdringing van belangrijke investeringen, zoals die in onderwijs en duurzaamheid? Deelt de minister deze zorg? Is hij bereid om er samen met zijn collega's van Volksgezondheid mee aan de slag te gaan? 

Voorzitter. Vanwege het belang dat D66 hecht aan toekomstvast beleid ben ik ook erg trots op de investeringen in het onderwijs voor lerarensalarissen, het verminderen van de werkdruk, vroeg- en voorschoolse educatie en het technisch vmbo en de investeringen in onderwijs en innovatie. 

Niet alleen in het onderwijs maar ook op andere gebieden komt veel extra geld beschikbaar, bijvoorbeeld voor de krijgsmacht, maar ook voor verpleeghuizen, zodat onze ouderen de zorg krijgen die zij verdienen. Het kabinet heeft op deze en andere terreinen terecht grote ambities, maar dit brengt mij wel op het derde aandachtspunt voor deze minister. 

We willen immers dat het geld daar belandt waar het ook voor bedoeld is en dat het daar effectief besteed wordt. Dat betekent dat we moeten voorkomen dat plannen worden doorgeschoven of uitgesteld en geld onnodig op de plank blijft liggen, maar tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat het geld wordt uitgegeven om het maar uit te geven ofwel tempo om het tempo, want het mag natuurlijk niet leiden tot ondoelmatige bestedingen. Het vinden van de juiste balans tussen tempo en effectiviteit vraagt om stuurmanskunst van de vakministers, maar zeker ook van de minister van Financiën. Ik hoor graag van hem hoe hij zijn eigen rol daarin ziet. 

Voorzitter. Een van de organisaties die zowel kabinet als Kamer scherp houden als het gaat om de zorgvuldigheid en doelmatigheid, is de Algemene Rekenkamer. Diezelfde Rekenkamer luidde enige tijd geleden de noodklok over de capaciteit die hij heeft om zijn werk goed te kunnen doen. Onder de voorganger van deze minister is al begonnen met een inventarisatie van de taken en de middelen en is er ook overleg geweest met de Rekenkamer, naar ik heb begrepen. Mijn vraag is wanneer de uitkomst hiervan gedeeld wordt en of de minister hier wellicht morgen al enig licht op kan werpen. 

Voor de effectiviteit van beleid is bovendien de kwaliteit van de uitvoering belangrijk. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend maar het is niet voor niets dat informateur Tjeenk Willink bij zijn eindverslag een bijlage heeft aangeboden waarin hij van zowel de Kamer als het nieuwe kabinet aandacht vroeg voor die uitvoering. Ik ben daarom ook blij dat we extra kunnen investeren in capaciteit voor het UWV zodat werkzoekenden persoonlijke begeleiding krijgen, en dat we investeren in de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie, want zonder deze uitvoeringsorganisaties blijven politieke ambities mooie woorden, maar worden ze geen werkelijkheid. Daarom vind ik het ook belangrijk dat we bij nieuw beleid goede uitvoeringstoetsen doen, zodat we weten of zij die plannen ook kunnen uitvoeren. Ik roep deze minister op om daar een nadrukkelijke rol in te spelen en vraag hem of hij bereid is expliciet aandacht te besteden aan de uitvoering bij de verantwoording. Is hij daartoe bereid? 

Dan de gemeenten en de provincies. Er is nog weinig over gezegd maar zij krijgen ook fors extra geld de komende jaren. Mijn fractie heeft hoge verwachtingen van hun inspanningen, of het nu gaat om een sterker sociaal vangnet, natuur, verduurzaming, energiebesparing, mobiliteit of schoolgebouwen. Het kabinet gaat hierover afspraken maken met de medeoverheden en daar zit natuurlijk ook een financiële component aan. Mijn vraag aan de minister van Financiën is hoe hij dit traject ziet en wat zijn inzet daarbij is. 

Voorzitter. Het belang van verstandig begrotingsbeleid geldt uiteraard niet alleen voor Nederland en voor dit parlement. Binnen Europa zijn we sterk met elkaar verweven. Daarom roep ik de minister op om ook daar de stabiliteit te bevorderen. Ik vraag hem specifiek om binnen de eurozone aandacht te vragen voor naleving van de gezamenlijke begrotingsregels door alle landen en om te blijven aandringen op onafhankelijk toezicht hierop. D66 wil ook dat we de bankenunie voltooien en snel komen tot een kapitaalmarktunie, maar daarvoor moeten nog wel de nodige stappen worden gezet in het versterken van het toezicht op de banken en het ontkoppelen van bankbalansen en overheidsschuld. Want minder verwevenheid binnen een land maakt immers de hele Unie minder kwetsbaar. En wanneer de zon schijnt moeten we het dak repareren. Ik verwacht hierbij een Europese inzet van deze minister. Ik zag dat zijn debuut in Brussel deze week naar meer smaakte. Ik las vanmorgen zelfs dat hij maar liefst drie keer met zijn collega's moest dineren. Ik dacht toen: ik hoop maar niet dat het ten koste is gegaan van die rust, reinheid en regelmaat. Maar volgens mij is dat goed gekomen. 

Voorzitter, ik rond af. De komende periode reken ik op deze minister als bondgenoot als het gaat om de naleving van de begrotingsregels en zal ikzelf voor de toekomstvastheid van onze overheidsfinanciën en de transparante, effectieve en efficiënte besteding van belastinggeld bijzondere belangstelling hebben. Inmiddels hebben ook beide bewindspersonen de eerste dagen er op zitten. Mijn slotvraag zou zijn: welke prioriteiten hebben zij voor zichzelf geformuleerd voor de komende jaren en welke accenten willen ze zetten? 

Dank u wel. 

(Geroffel op de bankjes) 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Sneller. Gefeliciteerd met uw mooie maidenspeech. Ik zal schorsen voor felicitaties van collega's nadat ik uzelf als eerste heb gefeliciteerd. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

We gaan verder met het debat. Ik geef de heer Van Weyenberg namens D66 het woord. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter. Het is de gewoonte dat de eerstvolgende spreker de voorgaande spreker feliciteert met zijn maidenspeech. U begrijpt dat ik het een extra groot genoegen vind dat ik dat nu bij een partijgenoot en zelfs kamergenoot kan doen, dus: Joost, van harte gefeliciteerd. 

Voorzitter. Gisteren spraken we al met de staatssecretaris over het Belastingplan. Vandaag zit ook hij hier in de plenaire zaal. Net als alle collega's voor mij wil ik zowel de staatssecretaris als de minister veel succes, eetplezier en, met het oog op de Europese agenda, ook een gezond eetpatroon toewensen de komende jaren. 

We hebben gezien dat de ambities van het kabinet voor de belastingen groot zijn, en terecht. Het kabinet wil er zijn voor bedrijven die banen creëren, bedrijven die echt bijdragen aan de Nederlandse economie. Om Nederland als vestigingsplaats aantrekkelijk te houden, gaat het tarief van de vennootschapsbelasting omlaag en wordt de dividendbelasting afgeschaft. Tegelijkertijd worden belastingconstructies aangepakt en gaan we vervuiling veel meer belasten. Per saldo gaan bedrijven daardoor ietsje meer betalen, en als je het basispad erbij betrekt, ietsje veel meer. In plaats van op brievenbusmaatschappijen zetten wij in op bedrijven die er echt zijn voor de maatschappij en niet voor hun brievenbus. Maar ik vraag het kabinet vandaag wel om met de bestrijding van belastingontwijking maximaal tempo te maken. 

Ik was blij met de ambitieuze brief die we vanochtend van de staatssecretaris ontvingen, onder andere over het doorlichten van de rulingpraktijk. Ik verwacht dus dat we snel de bronbelasting invoeren op uitgaande rente, royalty's en dividenden naar low-tax landen, landen die heel weinig belasting heffen, zodat niet langer Bermuda, maar Duitsland behoort tot de top drie van landen waaruit Nederland diensten importeert. Ik verwacht ook dat we snel de regels voor de trustsector strenger gaan maken en dat we De Nederlandsche Bank als toezichthouder meer instrumenten gaan geven. Waarom duurt het zolang voor die wet er is? Hij is al jaren geleden aangekondigd door het vorige kabinet. Waar blijft die wet? Ik zie ook uit naar een snelle ontvangst van de businesscase om de capaciteit van de Belastingdienst om belastingontduikers op te sporen te verhogen. Daarmee geven we uitvoering aan een belangrijke aanbeveling van de parlementaire ondervraging naar de Panama Papers. 

Wij ontvingen al een nota van wijziging bij het Belastingplan, waarin een aanpassing van de Innovatiebox staat. Deze wordt beperkt. Maar er zit meer in het vat. Kan de staatssecretaris morgen ook voor de andere maatregelen in het regeerakkoord tegen belastingontwijking precies aangeven wanneer we de concrete uitwerking daarvan tegemoet kunnen zien? Als hij dat niet precies kan zeggen, kan hij dan aangeven wanneer we weten wat het exacte tijdpad is? We hebben namelijk inderdaad behoefte aan een ambitieus totaalplan, om te zorgen dat we er zijn voor echte bedrijven die hier banen en innovatie creëren en dat het minder aantrekkelijk wordt voor de doorstroom van allemaal financiële geldstromen. 

Ook bij de inkomstenbelasting wordt veel veranderd. Er komt een tweeschijventarief, of in ieder geval een systeem met twee tarieven ... 

De voorzitter:

Maakt u uw zin eerst even af, zou ik zeggen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik gok dat de heer Nijboer mij over het vorige punt een vraag gaat stellen. 

De voorzitter:

Ja, maar u was net midden in een zin. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ja, maar dan begin ik wel opnieuw. 

De voorzitter:

O. Dan mag de heer Nijboer interrumperen. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik let goed op. We komen nu bij de inkomstenbelasting. We behandelden net de bedrijfsbelastingen en daarover gaat mijn vraag. 

Ook D66, de partij van de heer Van Weyenberg, had het afschaffen van de dividendbelasting niet in het verkiezingsprogramma staan. Ik vraag de heer Van Weyenberg hoe dat nou eigenlijk in het regeerakkoord is gekomen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Kijk, ik zat ook niet in die zaal. De kern is dat we een wat mij betreft gebalanceerd totaalpakket hebben neergelegd. Dat verdedig ik en dat verdedig ik met overtuiging. We pakken belastingontwijking aan, maar treffen ook maatregelen zoals de dividendbelasting. Ik vind het ook nooit zo sterk om als coalitie dan een spelletje te beginnen van "ik was het niet, ik was het niet". Ik sta hier gewoon voor het totaalpakket. 

De heer Nijboer (PvdA):

Of dat sterk is of niet, ik vind het niet zo sterk dat geen partij dit in het verkiezingsprogramma had staan — overigens hadden de meeste partijen de btw-verhoging er ook niet in staan — en dat dit dan wel wordt ingevoerd. Dát vind ik niet zo sterk. D66 — Democraten 66! — is een partij die houdt van en partijen ook altijd vraagt naar doorrekeningen en heldere keuzes vooraf; laat zien wat je wilt en laat mensen duidelijk stemmen. Als er dan zo'n maatregel van 1,4 miljard opduikt, dan vind ik het nogal logisch dat ik vraag waar dat vandaan komt. Je kunt er namelijk ook lerarensalarissen mee verhogen, onderwijs van betalen of verpleegkundigen van betalen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Als we precies willen weten waar dat vandaan komt, dan moeten we hier met z'n allen een spelletje Cluedo gaan spelen om te achterhalen wie wat in welke kamer met welk instrument heeft gedaan. Ik sta gewoon voor het totaalpakket en dat totaalpakket vind ik goed verdedigbaar, omdat het er echt voor zorgt dat het voor bedrijven die hier banen creëren aantrekkelijker wordt om in Nederland te investeren. Het zorgt er ook voor dat investeerders onze Nederlandse bedrijven makkelijker weten te vinden. Daar sta ik voor. Het is tegelijkertijd een heel ambitieus pakket als het gaat om de bestrijding van belastingconstructies, met daarin allemaal maatregelen waarvan ik weet dat u ervoor bent. Voor dat totaalpakket sta ik vandaag. 

De heer Nijboer (PvdA):

Het totaalpakket krijgt op werkgelegenheid van het Centraal Planbureau een nul komma nul. Dat is het resultaat van het totaalpakket van deze coalitie. Ik vraag u naar de 1,4 miljard voor de dividendbelasting. Er is geen wetenschapper te vinden die zegt dat dat een bijdrage levert aan de werkgelegenheid. Het Centraal Planbureau, aan wiens oordeel D66 altijd sterk hangt, zegt ook dat er geen empirische ondersteuning voor is. Uw collega had net een heel mooi betoog over effectief overheidsbeleid en doelmatige besteding. Ik wil graag weten of dat geld niet veel beter aan werkgelegenheid besteed had kunnen worden. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Nogmaals, dit is een totaalpakket. Het Centraal Planbureau zegt: wij kunnen niet inschatten wat dat doet. Dat is waar. Ik zie dat de wereld om ons heen wel verandert. Ik vind het dus per saldo gerechtvaardigd om in het totaalpakket aan maatregelen die wij als kabinet nemen, deze maatregel ook op te nemen. 

Nog even over die werkgelegenheid. Dat vind ik een heel raar verwijt. Wat is er nou gebeurd? Laten we het heel precies doen. Er stond inderdaad lastenverlichting voor de toekomst in de boeken. Die haalt dit kabinet naar voren, zodat mensen daar niet tot 2040 op hoeven te wachten. Die maatregel leidt per saldo inderdaad niet tot banen. Waarom niet? Omdat in het basispad dat uw kabinet overdroeg, het geld alleen maar naar de tweede, derde en vierde schijf ging. Dit kabinet heeft gezegd: nee, we geven ook een deel uit aan de heffingskorting. Met andere woorden: u verwijt mij nu dat ik het geld dat in de boeken staat, ook gebruik om mensen met een laag inkomen en een uitkering erop vooruit te laten gaan. Als ik op de modellen had getweakt, had ik dat niet gedaan. Dan had ik structureel op werkgelegenheid gepompt. Dat doen wij niet. Wij zorgen dat iedereen ervan profiteert. U ziet dat door het pakket van het regeerakkoord alle groepen erop vooruitgaan. Ik constateer overigens dat de structurele werkgelegenheid in het plan dat de drie partijen hebben doorgerekend 70.000 personen lager uitvalt. 

De voorzitter:

De heer Azarkan. Of de heer Snel? 

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter. Mijnheer Snel was eerder. 

De voorzitter:

Sorry, mijnheer Snel was eerder. Excuses. 

De heer Snels (GroenLinks):

Mijn naam is Snels. De heer Snel zit in vak K. 

De voorzitter:

Snels. Wij hebben Snel, Sneller en Snels. 

De heer Snels (GroenLinks):

Zonder t! 

Het enthousiasme van de heer Van Weyenberg verbaast me eigenlijk een beetje. We weten van de ChristenUnie dat zij die dividendbelasting ziet als een meloen die ze moest doorslikken. We weten van de heer Omtzigt dat hij toch een zekere openheid heeft in zijn houding. We gaan een hoorzitting organiseren, we gaan kijken naar argumenten. We weten van de VVD ... Nou, eigenlijk niet zo veel. Die had niet zo veel argumenten. En u staat het hier vol vuur te verdedigen. Is er nou voor u geen enkele opening meer om naar aanleiding van de behandeling en de hoorzitting de afschaffing van de dividendbelasting te heroverwegen? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Met alle respect, dit is toch wel een beetje een ingestudeerd trucje voor de kijker thuis. Ik heb verteld dat ik voor het pakket sta. Dat vind ik ook logisch: als je dat met z'n vieren afspreekt, hoor je daar ook voor te gaan staan. Daar gaat u allerlei kwalificaties aan verbinden. Dat heeft u goed ingestudeerd, maar ik vind dat niet zo sterk. Laten we naar de inhoud gaan. Ik sta voor dat pakket in totaliteit. Dat heb ik gezegd. De hoorzitting heb ik ook gesteund. Dat vind ik heel interessant, dat gaan we doen. Taboes heb ik niet. Ik praat graag met iedereen. Maar het zou fijn zijn als u mijn woorden voor uw eigen filmpjes misschien niet al te veel probeert te verdraaien. 

De heer Snels (GroenLinks):

Filmpjes? Ik geloof niet dat ik die maak. Ik dacht eigenlijk dat de afschaffing van de dividendbelasting — we zijn toch Cluedo aan het spelen — van de VVD kwam. Nu weet ik toevallig dat D66 de enige politieke partij is die een afdeling heeft in New York. Misschien kom die dan toch van jullie vandaan. Mag ik ten slotte de volgende vraag stellen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit bedoelde ik dus, voorzitter. Dit zijn de spelletjes. 

De heer Snels (GroenLinks):

Ja, u maakt er spelletjes van. Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma. Er is nog geen argument naar voren gebracht waarom dit per se noodzakelijk is. Dat is waar de samenleving ontstemd over raakt. Daarom raakt de voltallige oppositie ontstemd over deze maatregel en blijven we u steeds vragen waarom dit nodig is, van wie dit komt en welke lobby hierachter zit. En daar krijgen we geen helder antwoord op. Maar mijn vraag is: is er met u nog te praten over het heroverwegen van deze maatregel als uiteindelijk blijkt dat er geen goede argumenten zijn en er betere bestedingen zijn voor die 1,4 miljard? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het is wel een beetje een spelletje, want u probeert mij de maatregel in de schoenen te schuiven, terwijl ik alleen zeg: als je met vier partijen iets afspreekt, vind ik het niet zo sterk om hier dan allemaal te gaan roepen "ik was het niet, ik was het niet". Volgens mij heeft u terecht geconstateerd dat het niet in mijn verkiezingsprogramma stond. Als u wilt praten, staat de deur bij ons altijd open. Maar u kunt niet raar opkijken dat wij in dit debat nu niet meteen zeggen dat wij de afspraken die wij hebben gemaakt, over de schutting gooien. Daar zie ik ook naar uit. Maar ik sta voor de afspraken die we in totaliteit hebben gemaakt. Volgens mij hoort dat ook zo in een coalitie. Nogmaals, in mijn programma stond die maatregel inderdaad niet. 

De heer Azarkan (DENK):

Meneer Weyenburg, ik begreep het ook niet. U zegt eigenlijk ... 

De voorzitter:

Van Weyenberg 

De heer Azarkan (DENK):

Weyenberg. Neem me niet kwalijk 

De voorzitter:

Ván Weyenberg! 

De heer Azarkan (DENK):

Ja, Van Weyenberg. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit was echt twee keer mis! 

De heer Azarkan (DENK):

Vergeef het me! 

Mijnheer Van Weyenberg zegt eigenlijk met enige bravoure: ik sta hier voor het totaalpakket. Wij stellen als individuele Kamerleden een vraag over onderdelen van dat pakket. Mijnheer Van Weyenberg, zegt u dan: ik antwoord daar niet op? Of zegt u: ik kan toch ingaan op de individuele maatregelen die in het regeerakkoord staan en die uitgewerkt zijn? 

De heer Van Weyenberg (D66):

U heeft een terechte vraag, maar de vraag was eigenlijk over welk deel van het pakket ik het meest enthousiast ben. U hebt bij mij heel veel enthousiasme gehoord voor de aanpak van belastingontwijking en alle maatregelen daarvoor. Dan is er een totaalpakket. De onderliggende doelstelling van het pakket is het aantrekkelijker worden voor bedrijven die hier echt investeren. Ik denk dat we bepaalde zorgen delen, of je het afschaffen van de dividendbelasting nou wel of niet een goede maatregel vindt. We kijken wat er gebeurt met de brexit. Wij hebben gezien hoe recent bij Akzo buitenlandse activistische aandeelhouders kijken of ze geld kunnen verdienen door bedrijven in Nederland op te kopen en misschien snel weer door te verkopen. Ik weet dat wij die zorgen delen. In het totaalpakket dat er nu ligt, vind ik deze maatregel verdedigbaar. En ik sta voor het totaalpakket. 

De heer Azarkan (DENK):

Ik hoor u eigenlijk het volgende argument gebruiken: hiermee is het vestigingsklimaat in Nederland beter en zullen bedrijven niet overwegen om eventueel naar Londen te gaan. 

De heer Van Weyenberg (D66):

De dividendbelasting is geen onderwerp van vandaag of gisteren. Daar wordt al heel lang over gesproken. De heer Omtzigt haalde al hoorzittingen uit 2008 aan waarin een aantal argumenten wordt gegeven waaruit blijkt dat het voor de vestigingsfactor en met name voor het investeren in Nederland relevant is. Dan gaat het om bedrijven waar mensen werken, bedrijven die we graag in Nederland willen houden en waar we er zelfs meer van willen. De heer Nijboer heeft helemaal gelijk als hij het heeft over het empirisch bewijs. Er woedt een heel theoretisch debat in economenland. Uiteindelijk is er dan een totaalpakket, waarbij je ook een risico-inschatting maakt. Dan gaat het om de vraag: wat doe ik? Ik sta ervoor open om over alles te praten. De hoorzitting zie ik, net als u, met grote belangstelling tegemoet. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Azarkan (DENK):

Ik concludeer dat er weinig empirisch bewijs is. Dat is net ook aangegeven. Ik ben toch ook wel van het rationeel aantonen dat het de juiste keuze is. Ik begrijp het dus niet. Waarom maken we een keuze als we het niet rationeel kunnen onderbouwen? We doen dat met heel veel elementen. Ik kan alleen maar concluderen dat u toch aangestoken bent door het CDA en de ChristenUnie. U gelooft erin. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Deze kan ik niet meer volgen. Ik geloof dat ik heb aangegeven dat ik de doelstelling van het totale pakket ondersteun en dat ik het totale pakket weeg. De heer Azarkan neemt het mij niet kwalijk dat ik twee weken na het presenteren van het regeerakkoord per saldo staaf wat we daar hebben afgesproken. Ik, mijn fractie en overigens ook alle andere leden van de coalitie hebben daar hun handtekening onder gezet. 

Mevrouw Leijten (SP):

Er is een totaalpakket waarin de btw op gewone boodschappen en bijvoorbeeld ook op treinkaartjes omhooggaat — mensen zijn aangewezen op bijvoorbeeld treinen, maar het gaat allemaal omhoog — en waarin topinkomens niet meer worden beperkt, want dat doen we gewoon lekker de prullenbak in. De bonussen kunnen weer rijkelijk vloeien in de bankenwereld. We weten dat ze dat weer doen. En de dividendbelasting wordt afgeschaft. Je moet er maar enthousiast van worden! Maar daarom zit de heer Van Weyenberg bij een andere partij dan de mijne. 

De voorzitter:

Dat was de vraag? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dan zal ik meteen maar reageren ... 

Mevrouw Leijten (SP):

Nee, voorzitter, dat was geen vraag. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dan moet u misschien een vraag stellen. 

Mevrouw Leijten (SP):

Ja. Kan de heer Van Weyenberg aangeven of wat hem betreft het afschaffen van de dividendbelasting, wat inderdaad niets doet voor de werkgelegenheid en wat een cadeautje is voor het bedrijfsleven, ook nog ingezet kan worden voor andere zaken die ook D66 belangrijker zal vinden? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Volgens mij is dit een andere formulering van een vraag die al eerder aan mij werd gesteld. Er is hier wel een totaalpakket. Dan kan ik ook hier zeggen: dit vind ik interessanter dan dat. Dat geldt voor allerlei onderwerpen. Dit ligt er. Ik heb al aangegeven dat ik altijd opensta voor gesprekken, maar dat u het mij niet kwalijk kunt nemen dat ik hier per saldo voor sta. 

Ik keer even terug naar uw intro. Dat is overigens ook een mooi debattrucje: eerst een lang intro houden, waar dan geen weerwoord op komt, en daarna een heel andere vraag stellen. Dat is de Wilderstruc. 

Mevrouw Leijten (SP):

Ik sta hier. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Er wordt iets geconstateerd over de bankenbonussen, waar sommige partijen vanaf willen. Maar die regels voor bankenbonussen blijven net zo streng als ze al waren. Daar ben ik buitengewoon trots op. Bedrijven gaan per saldo meer betalen. Daar ben ik trots op. 

Mevrouw Leijten (SP):

De bedrijven worden gecompenseerd voor de energierekening die ze moeten gaan betalen omdat we aan het klimaatakkoord moeten voldoen, terwijl burgers niet worden gecompenseerd. Burgers betalen de hoogste energierekening. Als je echt zou zeggen dat je iedereen gaat compenseren voor de kosten van het klimaatakkoord, dan zou je daar moeten beginnen. Het is dus al helemaal niet consequent. 

U stemde voor een motie om die bonussen bij de banken gewoon weer toe te staan. Ja! Dit kabinet gooit de verdere normering via de Wet normering topinkomens de prullenbak in. Ja! Dat doen ze allemaal. Dat mag je een fijn pakket vinden. Daarom zit de heer Van Weyenberg bij D66 en ik niet. Dat is heel duidelijk. 

De voorzitter:

En nu de vraag. 

Mevrouw Leijten (SP):

Mijn vraag is: is er ruimte, als geld nodig is, om dat te halen bij de dividendbelasting? Ik stel die vraag omdat we nu zien dat, nu er eindelijk een minister van D66 op onderwijs zit, zo'n beetje de eerste maatregel die zij moet nemen is om 46 miljoen te bezuinigen in het onderwijs, terwijl de leraren stakingen aankondigen. En ik zou de heer Van Weyenberg willen vragen: zouden we dat niet eens oplossen? 

De voorzitter:

De heer Van Weyenberg. 

Mevrouw Leijten (SP):

Dan doen we iets minder dividendbelasting en meer in het onderwijs. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter, 1,9 miljard gaat er in totaal meer naar het onderwijs. 1,9 miljard! En u hebt gelijk: er wacht ons ook nog een zoektocht naar doelmatigheid. Een zoektocht naar doelmatigheid die drie keer kleiner is dan uw eigen verkiezingsprogramma. Ik vind het lef hebben om zelf 300 miljoen in te boeken voor doelmatigheid, terwijl wij 100 doen, en dan foei te roepen. Je moet echt tellen als een SP'er om dat logisch te vinden. 

Maar nu nog even terug. Waarom stemden wij toen tegen die motie tegen de bankenbonussen? Omdat we aan het formeren waren. Nu zijn we klaar en wat staat daar? De aangescherpte regels blijven gewoon van kracht. 

De voorzitter:

Laatste keer op dit punt. 

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter, er is ontzettend veel bureaucratie te besparen in het onderwijs en wij brengen die 300 miljoen met een plan voor hoe dat kan. Deze minister zegt: ja, oké, ik moet nog iets met 46 miljoen en ik verdeel het maar een beetje over het onderwijs; dan zien ze maar hoe ze dat invullen. Dan weet ik wel waar die bezuiniging terechtkomt: in de klas. Dan landt die daar, want iedere bezuiniging die ik in het verleden heb gezien op bureaucratie, leidde uiteindelijk tot meer bureaucratie. We kunnen het ook oplossen. We kunnen ook tegen uw minister zeggen: ach, we geven het niet aan grote bedrijven, maar bezuinigen niet op het onderwijs. Alleen is daar blijkbaar geen ruimte voor bij D66, en dat is spijtig. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik constateer dat mevrouw Leijten zo ongeveer halve inbrengen nodig heeft om een vraag te stellen, maar ik beantwoord de vraag met plezier. Nogmaals: er komt 1,9 miljard bij in het onderwijs. Dat krijg je door te komen praten en zaken te doen, niet door jezelf van tevoren buitenspel te zetten en dan hier een beetje te komen zeggen dat je het allemaal heel erg vindt. De conclusie is dat volgens mij ook het kabinet aangeeft dat het niet ten koste zou gaan van het primaire proces. Dat betekent niet ten koste van de klas. En daar zal ik het kabinet aan houden. 

De voorzitter:

U maakte een opmerking naar mevrouw Leijten. Daar wilt u graag op reageren, mevrouw Leijten? 

Mevrouw Leijten (SP):

Ja, voorzitter. De heer Van Weyenberg legt de hele tijd uit dat anderen spelletjes doen. Hij heeft het steeds over manieren van een ander Kamerlid, maar hij doet precies hetzelfde! Sneren als je weet dat iemand niet meer mag interrumperen. Doe het dan zelf ook niet, zou ik zeggen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Volgens mij herhaalde ik gewoon een simpel feit. Voordat er ook maar gesproken ging worden, sloot de SP al zo ongeveer Jan en alleman uit. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Volgens mij begint de minister hier aardig het verschil te ervaren tussen de Eerste en de Tweede Kamer. Dat gaan we morgen nog verder beproeven. Ik hou wel van coalitiepartijen die gewoon voor het geheel staan. Je hebt dat toch met elkaar afgesproken, dus dan moet je er ook voor staan. Tegelijkertijd is 1,4 miljard natuurlijk wel een hoofdgerecht in de complete maaltijd en als die nou als een graat in je keel steekt, dan wordt het lastig. We hebben heel veel vragen en antwoorden gehoord over het proces en het totaalpakket, maar ik zou van de heer Van Weyenberg ook wel willen horen met welk verhaal hij uitlegt dat die 1,4 miljard goed is besteed. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik dank de heer Dijkgraaf voor het compliment dat hij gaf. Ik vind dat belangrijk. Ik vind dat ook gewoon hoe ik in de politiek sta en ik weet dat dat voor de heer Dijkgraaf ook geldt. Afspraken maak je, en dan sta je daar ook voor. 

Deze maatregel is voor mij wel onlosmakelijk verbonden met het geheel, laat ik dat nog één keer zeggen. Juist omdat we iets doen tegen brievenbussen, juist omdat we heel streng tegen de trustsector zullen zijn, juist omdat we een businesscase gaan maken tegen belastingontwijking vind ik dat je aan de andere kunt zeggen: voor echte bedrijven, voor bedrijven die hier banen creëren, maken we het hier aantrekkelijker. Dat doen we met het Vpb-tarief, grotendeels betaald door de grondslagverbreding, maar ook door vervuiling te belasten. Bij deze maatregel is toch de doelstelling of je het voor bedrijven bijvoorbeeld aantrekkelijker maakt om eigen vermogen aan te houden, iets wat mijn partij wel belangrijk vindt. Schuldfinanciering wordt minder aantrekkelijk. Daar doet deze maatregel denk ik iets voor. In de praktijk merk je toch, zo bleek ook in die hoorzitting in 2008, dat de dividendbelasting in veel investeringsbeslissingen — In welk bedrijf investeer ik? Waar vestig ik me? — wel degelijk als belangrijke factor wordt genoemd. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dan is natuurlijk wel van belang of dat voldoende onderbouwd kan worden. Ik ben ook een empirisch econoom. Ik bekleed nog met plezier de leerstoel empirische economie in Rotterdam en ik weet ook dat je niet alles van tevoren kunt bewijzen. Soms moet je gewoon het lef hebben om te zeggen: ik geloof hierin dus ik doe dat. Dan moet je wel duidelijke kanalen zien. Vaak hebben wij hier een heel scherpe analyse van "het is misschien nog niet bewezen, maar het is innovatief en nieuw, en we zien een heel duidelijk kanaal". Ik zie in dit geval wel een soort bedding, maar de rivier ontgaat mij nog een beetje. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik zie een aantal kanalen waarop dat impact kan hebben. Ik ben geen empirisch econoom maar een eenvoudig arbeidsmarkteconoom. Ten eerste kun je toch echt zien dat dit een proces is dat ook vaak in bedrijfsbeslissingen voorkomt. Daar heb je allemaal constructies met dividend. Dat is ingewikkeld. Ten tweede maak ik een vergelijking met het Verenigd Koninkrijk, dat dit niet heeft. Je kunt aandeelhoudersrendement halen door gewoon als investeerder te komen, in te stappen in een Nederlands bedrijf, dat over te nemen en te verplaatsen naar Engeland. Dan is het opeens meer waard geworden. Dat soort constructen wil ik voorkomen. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat zijn heel interessante dingen, maar het zou helpen als daar concrete voorbeelden van komen. Dat hoeft misschien niet nu, maar wel in het proces naar de besluitvorming toe. Het zou goed zijn als er heldere voorbeelden zijn waaruit blijkt: hé, ja, dat is het. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik weet nu al waar de heer Dijkgraaf de memorie van toelichting op gaat toetsen. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Is de heer Van Weyenberg zich bewust van het feit dat die dividendbelasting door het afschaffen uiteindelijk terechtkomt in de schatkist van bijvoorbeeld de Verenigde Staten of een andere lidstaat? Wist u dat toen u dat de eerste keer zag in het regeerakkoord of dacht u: dit is een extraatje, een goede prikkel voor investeerders om ze te verleiden om in Nederland te investeren? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het kan niet allebei waar zijn. Het kan niet én een cadeautje voor aandeelhouders én voor Trump zijn. Het moet een van de twee zijn. Het kan niet allebei tegelijk waar zijn, constateer ik wel. Wat ik toch ook begrijp, is dat zelfs als je het weer kunt verrekenen, bedrijven en met name investeerders dit toch nog wel echt meewegen. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik snap dat de heer Van Weyenberg het pakket als geheel bekijkt, maar stel dat in dat pakket één maatregel staat. Stel dat daarin staat: elk jaar maken we 1,4 miljard over naar de schatkist van de Verenigde Staten. Dat is eigenlijk bijna die maatregel. Zegt dan de heer Van Weyenberg als Kamerlid en medeverantwoordelijke voor dat beleid: ik bekijk het pakket als geheel en die maatregel bevalt me niet zo, maar het moet maar want in het geheel bevalt het me wel? Of zegt de heer Van Weyenberg als individueel Kamerlid: hier ga ik niet mee akkoord, hier moet iets anders op verzonnen worden? Nu stort hij 1,4 miljard af in de schatkisten van andere landen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik beoordeel dit uiteindelijk maar op één ding: helpt het de investeringen in Nederlandse bedrijven die voor banen en innovatie zorgen? Helpt het om Nederland voor dat soort bedrijven aantrekkelijk te maken? Helpt het om een dam op te werpen tegen overnames door een soort sprinkhaankapitalisten die door dat bedrijf te verplaatsen opeens menen winst te kunnen boeken waardoor wij die banen kwijt zijn? Mijn enige toetsingskader is wat het voor Nederland betekent. Ik dacht overigens dat dat een argument zou zijn dat de heer Van Dijck aanspreekt. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Natuurlijk, maar laat nu net alle economen in Nederland zeggen dat dat niet helpt. Het helpt niet voor de banen en het helpt niet voor die overnames. Alle economen in Nederland, inclusief het CPB dat u zo hoog heeft zitten, zeggen dat het alleen de schatkist van de Verenigde Staten helpt. Als dat nu het geval blijkt te zijn, dan bent u het toch met mij eens dat we niet 1,4 miljard zomaar aan de schatkisten van andere landen moeten geven? Het is toch uw verantwoordelijkheid om doelmatig met belastinggeld om te gaan? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Zeker, maar daarom zei ik net al: ik toets wat het voor Nederland doet. Ik constateer op grond van eerdere hoorzittingen en de internationale debatten hierover dat heus niet iedereen zegt dat het weggegooid geld is. Weggegooid geld, daar doe ik niet aan. 

De voorzitter:

De heer Nijboer heeft een vraag, maar dan op een ander punt. 

De heer Nijboer (PvdA):

Zo is het. Ik vond de verdediging op het punt van de dividendbelasting niet echt sterk. Eigenlijk vond ik die van likmevestje, maar ik ga over op een ander punt. Daar heb ik ook een vraag over. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit is dan wel een trucje. Dat kan de heer Nijboer dan wel weer bevestigen. 

De voorzitter:

We zijn hier aan het debatteren, dus het is goed om ... 

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter, dit is nou de derde of de vierde keer dat de heer Van Weyenberg een collega verwijt een trucje te gebruiken. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het is toch een trucje? 

De heer Nijboer (PvdA):

Dat doet hij nu voor de derde of de vierde keer. Wij voeren hier gewoon een serieus debat. 

De heer Van Weyenberg (D66):

U legt mij woorden in de mond, mijnheer Nijboer. Daar houd ik nooit zo van. 

De heer Nijboer (PvdA):

Wij voeren hier een serieus debat. Wij vragen om een inhoudelijke onderbouwing en we krijgen die niet. Dus dan houden we vast en houden we vol. Daar zijn we Kamerleden voor. Het enige wat de heer Van Weyenberg doet, is sneren naar mevrouw Leijten. Hij zegt tegen de heer Snels: het is een trucje. En nu zegt hij weer tegen mij dat het een trucje is. Dat mag allemaal, maar dat benoem ik hier dan ook even. Ik kan best wat hebben en ik vind het prima, maar ik vind het een heel zwak optreden. 

Voorzitter, ik kom op mijn vraag over belastingontwijking. 

"Dat was ook een sneer", hoor ik de heer Dijkgraaf in de zaal zeggen. Dat klopt, maar deze sneer was verdiend! 

Voorzitter, de heer Van Weyenberg heeft een heel mooi betoog gehouden over belastingontwijking. Hij zegt dat dit wordt aangepakt door het kabinet. Ik zou graag een motie onder zijn aandacht brengen die hij zelf mede heeft ondertekend en gesteund. Daarin wordt aangedrongen op een Europees minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Ik wil de heer Van Weyenberg vragen waarom dat niet in het regeerakkoord staat. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat staat niet in het regeerakkoord omdat je in onderhandelingen nou eenmaal niet altijd alles binnenhaalt. Ik vind het nog steeds een goed idee. 

De heer Nijboer (PvdA):

Dat is een helder antwoord, maar ik heb dit nog gemist in de aanpak van belastingontwijking. 

Ik kom op een andere motie, die de heer Van Weyenberg ook heeft gesteund. De motie is door mijzelf ingediend, maar de heer Van Weyenberg heeft haar gelukkig gesteund. Daarin wordt de regering verzocht zich in te zetten om een race to the bottom op de vennootschapstarieven te voorkomen. Waarom doet D66 hier nu aan mee? Waarom wil zij dat Nederland vooropgaat in deze race naar beneden wat betreft de winstbelastingtarieven, terwijl die partij daar zo'n tegenstander van is? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik ben daar nog steeds buitengewoon op tegen. Maar ik ontken gewoon dat het waar is. Kijk naar om ons heen. Wij komen nu zo rond het niveau van bijvoorbeeld de Scandinavische landen uit. En we betalen het grotendeels door de grondslag te verbreden en deels — dat geef ik u meteen toe — door vervuiling zwaarder te belasten. Ik vind dat buitengewoon verdedigbaar. En nogmaals: dit doen we in combinatie. Daarmee wordt Nederland aantrekkelijk voor bedrijven die hier banen creëren en voor bedrijven die hier innoveren. En we worden een heel stuk minder aantrekkelijk voor de doorvoer van allemaal geld via de Zuidas. Dat vind ik een hele goede balans. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, ik kan niet anders dan constateren dat we de vennootschapstarieven voor 3,3 miljard verlagen met 4 procentpunt naar 16% en 21%, terwijl Nederland gewoon bij de middenmoot behoorde. Ik kan niet anders dan constateren dat als je dat doet, Nederland vooropgaat in de race naar beneden bij de winstbelasting. Wij doen dat met Engeland, die dat ook doet, terwijl D66 er altijd zo'n felle tegenstander van was. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Die 16% is voor mkb-bedrijven. Ik denk dat die daar buitengewoon blij mee zijn. Ik denk dat die daar buitengewoon blij mee zijn. In het dedain waarmee de heer Nijboer een beetje over dat soort bedrijven praat, alsof ze zich schuldig moeten gaan voelen, ga ik echt niet mee. En nogmaals zeg ik dat ik er heel blij mee ben dat we tegelijkertijd veel breder en veel ruimer dan Europa ons vraagt de renteaftrek beperken, dat het ons lukt om de Innovatiebox te beperken, dat het ons lukt om de expatregeling te beperken. Dat zijn maatregelen waarvan ik weet dat de heer Nijboer er in het verleden voor heeft gepleit, maar die in ieder geval toen het regeerakkoord nooit hebben gehaald. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

De heer Van Weyenberg sprak over punten die niet in het programma stonden maar wel in het akkoord. Kan hij mij uitleggen waarom de afschaffing van de wet-Hillen uiteindelijk in de doorrekening van D66 is gekomen, anders dan bij de andere drie partijen? De premier zei: ja, ik ben er niet mee gekomen, maar het is wel een beetje duur als we de regeling in stand houden. Wat was de reden voor u om dat niet in het program, maar uiteindelijk wel in de doorrekening te zetten met een termijn van twintig jaar? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Die doorrekening is de financiële bijlage van mijn regeerakkoord. Dus wij zijn voor de verkiezingen al buitengewoon transparant geweest dat wij dat een verstandige maatregel vonden. Daar stonden wij dus voor de verkiezingen voor en daar sta ik na de verkiezingen voor. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik had die opmerking er nog bij kunnen maken; wat u zegt, is volkomen terecht en dat ben ik ook met u eens. Ik had het ook over de doorrekening, dus die is voor de verkiezingen. Dat is keurig gedaan. Maar mijn vraag is waarom u uiteindelijk daarvoor gekozen hebt. Zat er een gat in de doorrekening waardoor u dacht: nou, weet je wat, dit gaat toch alleen maar over de ouderen dus dat schappen we en dan doen we er wel een pleister bij van die twintig jaar, maar het gaat wel onmiddellijk door? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Nou, voorzitter, om te beginnen: als we naar ouderen kijken, zie je dat we in het regeerakkoord fors geld uittrekken om te zorgen dat ook gepensioneerden er als groep op vooruitgaan. Die stonden op 0,2%, dat is nu 0,7% per jaar geworden. Ik geef meteen toe — de heer Omtzigt zei dat ook al — dat het met name voor ouderen met een hoger pensioen helaas niet lukt en ik denk zelfs dat het onmogelijk is om als overheid helemaal te compenseren voor de problemen bij pensioenfondsen. Maar wij maken daar veel geld voor vrij: in de ouderenkorting en in de algemene heffingskorting. Die motie die u volgens mij als senator nog hebt ingediend over dat heel vervelende klifje wordt uitgevoerd. Nou, hierbij gefeliciteerd. Wij doen dus een heleboel voor ouderen in het regeerakkoord. 

Het tweede is de wet-Hillen. Die raakt overigens alle toekomstige ontvangers van de wet. Maar waar zij er nooit voor in aanmerking zullen komen, hebben we ervoor gekozen om het in 30 jaar af te bouwen. Waarom vind ik dat verdedigbaar? Twee redenen. De eerste is dat je tegenwoordig gewoon moet aflossen. Dit was bedoeld om mensen daartoe te stimuleren toen dat nog helemaal niet hoefde. De tweede is dat daarmee het automatisme wordt doorbroken dat als we niets doen iedereen het krijgt. Wij hebben ervoor gekozen om dit dan ook in 30 jaar af te bouwen. Ik kan me eerlijk gezegd niet heel veel maatregelen herinneren waarin we zo'n ruim afbouwpad hebben gekozen, juist om ook tegemoet te komen aan uw zorgen. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

De heer Wiegel heeft dat volgens mij treffend gezegd: het is kennelijk zo'n vreselijke maatregel dat je minstens 30 jaar moet faseren, want anders is hij politiek überhaupt niet te verkopen. Vorige week heeft hij in De Telegraaf met mij gezegd: Kamer, schaf die boete af. 

Ten slotte heb ik toch nog de volgende vraag aan de heer Van Weyenberg. Als we het hebben over de mensen die nu door de afschaffing van wet getroffen worden, dan hebt u het over de verplichte aflossing, die er inderdaad sinds een paar jaar is. Maar nieuwe hypotheeknemers, starters, krijgen pas over 30 jaar te maken met de wet-Hillen, want dan is pas hun hypotheek afgelost. Hier praten we over bijna een miljoen vooral ouderen die nu, zonder dat ze daarop waren voorbereid, met terugwerkende kracht en zonder overgangsregeling een boete krijgen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ook mensen die over vijf, tien of vijftien jaar hun hypotheek hebben afgelost of bijna hebben afgelost — dan geldt het ook al — merken dit. Ik vraag de heer Van Rooijen wel om even naar het totaal te kijken. We doen allerlei andere dingen die denk ik ruimschoots dit effect overtreffen. Je moet volgens mij een buitengewoon dure woning hebben om er per saldo met alle andere dingen in het regeerakkoord, nadeel van te hebben. Ik begrijp dat de heer Van Rooijen hier niet voor is, daar is hij buitengewoon consequent in, maar ... 

De voorzitter:

Gaat u verder. 

De heer Van Weyenberg (D66):

... als je iets in 30 jaar afbouwt, vind ik dat een teken dat we daar ruim de tijd voor nemen. Dat is overigens nog ruimer dan in mijn programma stond, want daar was het in 20 jaar. Dat is denk ik iets wat de heer Van Rooijen laat zien dat er oog is voor zijn zorg. 

De voorzitter:

Gaat u verder. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter. 

Ik had het al over de inkomstenbelasting, waarin we naar een systeem gaan met twee tarieven. Alle aftrekposten worden voortaan in stapjes afgebouwd naar het tarief van de eerste schijf, inclusief de hypotheekrenteaftrek. Er is sprake van fiscale vergroening en van een verschuiving van de belasting van arbeid naar het meer belasten van consumptie. In dat verband heb ik wel een specifieke vraag. In sommige doorrekeningen zag ik staan dat de vrachtwagenheffing, die ook in het regeerakkoord staat, al eerder zal worden ingevoerd, namelijk in deze kabinetsperiode. Ik zag het staan in het plan van de drie linkse partijen. Dat is een plan waar ik erg voor ben. Ik ben blij dat het in het regeerakkoord staat, alleen is daar de aanname gemaakt dat het niet in deze kabinetsperiode kan. Nou denken de drie linkse partijen dat het wel kan, dus ik ben erg nieuwsgierig naar de reactie van het kabinet. Kan het sneller dan in het regeerakkoord of is dat toch helaas, ondanks de bedoelingen, niet mogelijk? Ik hoor dat graag. 

Voorzitter. De nadruk bij de inkomensvooruitgang ligt bij werkenden, en dan vooral bij mensen met een middeninkomen. Mensen voelen in hun portemonnee dat het beter gaat. Dat merken ze overigens ook omdat er in totaal 300.000 banen bijkomen in deze kabinetsperiode. Ook bedrijven moeten hun rol spelen, want er is immers ruimte voor een forse loonstijging. Ik roep bedrijven vandaag dan ook op om die ruimte echt te pakken en te zorgen dat die lonen gaan stijgen. Dan heb ik wel een vraag aan de minister. Zijn voorganger deed deze oproep altijd. Ik zou hem willen vragen om morgen diezelfde oproep met diezelfde kracht namens het nieuwe kabinet ook te doen, dus dat bedrijven de ruimte voor loonstijging ook echt vertalen in hogere lonen. 

Wat we hebben gedaan in het regeerakkoord is dat alle groepen erop vooruit gaan. Dat vind ik winst. Natuurlijk, daarbinnen zijn er ook honderdduizenden mensen waarvoor dat door een samenloop van omstandigheden niet zo is: alleenstaanden, eenverdieners, tweeverdieners, grote inkomensvooruitgang, een teken, vind ik ook, van een mooi compromis tussen de meer christelijke partijen en D66. De alleenverdiener gaat erop vooruit. Waar dat in eerdere plannen van christelijke partijen vaak ten koste ging van, wat ik maar even noem, werkende moeders, hebben we hier een modus gevonden om ook voor hen de marginale druk te verlagen. Dat is een win-win en ik vind dat een teken van mooie samenwerking. 

Voorzitter. Ik heb een vraag voor de staatssecretaris over zelfstandigen. Er ligt een heel ambitieuze hervormingsagenda voor in het kabinet. Die gaat van klimaat tot pensioen, van woningmarkt tot de aanpak van de tweedeling op de arbeidsmarkt. Daar gaan we nog uitgebreid over praten bij alle begrotingsbehandelingen. De staatssecretaris is ook verantwoordelijk voor de opvolger van de Wet DBA, die wet waar zo veel zelfstandigen last van hebben. Het kabinet gaat nu voortaan onderscheid maken tussen verschillende groepen zelfstandigen en gaat de onderkant beter beschermen, maar gaat ook maatregelen nemen om zelfstandigen die echt ondernemer zijn meer ruimte te bieden en die Wet DBA gaat van tafel. Kan de staatssecretaris iets zeggen over de uitwerking van die plannen? Ik wil eigenlijk heel precies weten wanneer die opvolger van de Wet DBA er komt. Wanneer komt er een goed werkende webmodule? Wanneer weten mensen: boven €75 geldt vanaf nu voor mij de opt-out? Hoe sneller hoe beter. Ik begrijp dat het complex is, maar de zorg is daar groot. Laat dit daarom in de praktijk worden vertaald. 

Voorzitter, ik rond af. Mijn fractie kijkt uit naar de uitwerking van het regeerakkoord, van papier naar praktijk. Ik wens beide bewindslieden buitengewoon veel succes. Ik zie uit naar een goede samenwerking. De D66-fractie zal constructief, aanjagend en waar nodig scherp opereren. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Ik wil er nu echt streng op toezien dat de interrupties kort zijn en alleen uit een vraag bestaan en niet beginnen met een inleiding of een beschouwing. Op deze manier loopt het hele schema namelijk in de war. Dat weten jullie ook heel goed. De heer Snels. 

De heer Snels (GroenLinks):

Ik ben meestal kort van stof. 

De voorzitter:

Nou. 

De heer Snels (GroenLinks):

Ik heb nog een vraag over de begrotingsregels. Uw collega maakte zich zorgen over de stijgende ziektekosten. Als het hem lukt om de zorgkosten wat te beperken, heeft u daar last van, want u gaat over de belasting. 

De voorzitter:

Nu de vraag. 

De heer Snels (GroenLinks):

Wat vindt u daarvan? 

De voorzitter:

Goed zo. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik vind het een knap gemaakt bruggetje. 

De voorzitter:

Nu het antwoord en dat moet ook kort zijn. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Volgens mij gaat dit volgens de reguliere systematiek in de inkomstenkaders. 

De heer Snels (GroenLinks):

Dat is geen oordeel. Bent u het met mij eens dat het wel heel zuur is voor mensen dat als het lukt om de stijging van de zorgkosten af te remmen en als de nominale premies niet zo snel stijgen, de Belastingdienst dan direct zegt: en nu gaan we uw tarief in de eerste schijf verhogen? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik geloof niet dat ik daar dezelfde morele verontwaardiging over voel als de heer Snels. Ik vind het wel een interessante vraag voor de minister en vraag hem dit nog eens nader te duiden en ook in te gaan op de vraag of dit de beste manier is om het vorm te geven. Volgens is dit hoe we het al langer doen. Ik vind de vraag echter wel dusdanig relevant dat ik het antwoord graag tegemoet zie. 

De heer Azarkan (DENK):

Ik las mooie woorden in het programma van D66 over arbeidsmarktdiscriminatie, over eerlijkheid, over toegankelijkheid, over wat de impact kan zijn als je niet in staat bent om deel te nemen. Ik ben dan ook benieuwd hoeveel dit kabinet uittrekt, in dat pakket waar de heer Van Weyenberg het over heeft, voor de bestrijding van racisme en discriminatie. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik vraag mij af of dit wel primair een financiële kwestie is waarvoor we euro's moeten uittrekken. Als er knelpunten zijn in de capaciteit van opsporing, dan hoor ik dat graag. Overigens komt er meer geld vrij voor politie en Openbaar Ministerie. Dat kan daarbij helpen. Ik ben er blij mee dat het regeerakkoord, op twee plekken zelfs, iets waar wij samen vaak optrekken, namelijk de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie benoemd. Als het gaat om meedoen, hoort er ook bij dat wij we niet accepteren dat mensen worden uitgesloten, of dat nu gebeurt op basis van het geboorteland van vaak inmiddels hun grootouders, of van hun seksuele voorkeur, whatever. Ik verwacht dan ook van het kabinet — ik zal daar ook bij de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken zelf veel aandacht voor vragen — een heel ambitieuze voortzetting van het Actieplan arbeidsmarktdiscriminatie, of het nu om zwangerschapsdiscriminatie gaat of om welke vorm van discriminatie dan ook. Als er knelpunten zijn wat betreft geld, dan hoor ik dat graag. Ik vind het vooral belangrijk dat het kabinet hier bovenop blijft zitten. 

De heer Azarkan (DENK):

We delen die zorg. Dank voor dat antwoord. Ik ben wel een beetje op mijn hoede, want ik heb weleens een oud-minister gesproken en die zei tegen mij: mijnheer Azarkan, gelooft u niet wat ik zeg, maar gelooft u hoeveel ik ervoor reserveer en wat er in de begroting staat. Vandaar dat ik vraag welke specifieke intensiveringen je zou kunnen doen. Ik geef een voorbeeld. In het programma van DENK staat onder andere racismepolitie en veel nadrukkelijker werken met quota. Deelt u dat? Kunnen we dat ook ergens in de begroting lezen? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit zijn twee instrumenten. Binnen de budgetten is het deels een kwestie van prioriteiten. Dat quotum staat niet in mijn programma en ook niet in het regeerakkoord. Waar ik boven alles buitengewoon op wil inzetten, is dat dit kabinet blijft uitstralen dat het kabinet er is voor ... Ik heb niet zo veel met het begrip "normale Nederlanders". Mag ik ervan maken álle Nederlanders? 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Van Weyenberg. Dan geef ik nu het woord aan de heer Nijboer namens de PvdA. 

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst complimenten aan collega Sneller voor zijn mooie en bevlogen maidenspeech. Ook de felicitaties aan beide bewindslieden; een mooie klus voor de boeg, belangrijk voor het land. Ik zou zeggen: geniet ervan en zet 'm op! Ik wil u ook feliciteren met de uitgangssituatie. Ik heb nog even nagekeken bij het CPB hoever we terug konden kijken. Als je terugkijkt over de afgelopen 50 jaar naar hoe een kabinet begon, financieel-economisch — de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, de voorziene economische groei, het werkloosheidsniveau en het overheidssaldo — kun je eigenlijk wel concluderen dat er geen mooiere uitgangspositie is voor een kabinet. 

Voorzitter. Het is voor mij de eerste keer om vanuit de oppositie een voorliggende begroting te beoordelen, maar ik zal dat doen op basis van dezelfde waarden en overtuiging als waarmee ik dat deed vanuit de coalitie. Ik werd lid van de Partij van de Arbeid in de jaren negentig, toen "sterk en sociaal" de slogan was. Ik studeerde economie. Je hebt een sterke economie nodig om een sociaal land te kunnen zijn. Dat was en is mijn overtuiging. Ik heb er bij de Algemene Financiële Beschouwingen al eens vaker aandacht aan besteed, ik ben steeds meer tot de overtuiging gekomen dat je, als je economie niet sociaal is, geen sterk land kunt zijn. Je hebt ook een sociale samenleving nodig waarin mensen worden geholpen als ze een keer ziek zijn, waarin je, als je niet van huis uit alle kansen aangereikt krijgt, toch naar school kunt en misschien een opleiding kunt stapelen, bijvoorbeeld mbo en hbo, om wat van je leven te maken en waarin je, als je ontslagen wordt, niet direct op zwart zaad zit maar financieel ondersteund wordt. 

Vanuit die overtuiging heb ik de afgelopen jaren mijn betogen opgebouwd en daar zal ik nu de kabinetsvoorstellen op beoordelen. Ik zal aangeven wat ik mis. Ik zal aangeven wat ik goedvind en natuurlijk ook wat ik minder goedvind. Daar zal ik ook alternatieven tegenover zetten. Dat mag u ook van de Partij van de Arbeid verwachten. Deze keer is het ons gelukt op korte termijn met GroenLinks en de SP zelfs zes andere hoofdkeuzes te maken. Die zijn ook betaalbaar, dat is doorgerekend door het Centraal Planbureau. 

Voorzitter. Ik kom eerst op de zes hoofdkeuzes. Ik begin met wonen. Waarom? Omdat ik vind dat dit onvoldoende aandacht heeft hier in de Tweede Kamer. Mensen staan op een wachtlijst voor een huurwoning. De betaalbaarheid van wonen, de betaalbaarheid van huren staat onder druk. Studenten betalen veel te veel voor een studentenkamertje. Of kijk naar de situatie voor kopers in de grote steden op dit moment. Amsterdam dreigt een enclave te worden, beleggers nemen de macht over in de steden. Ik vind het regeerakkoord op dit punt echt flinterdun. Er is veel kritiek, we hebben er veel discussie over de afgelopen dagen. Waar voor kopers een-op-een de aanpassingen worden teruggegeven, euro voor euro, cent voor cent, wordt er op huurders bezuinigd. Daar begrijp ik niks van, daar begrijp ik niks van in deze tijden. Waarom heeft het kabinet die keuze gemaakt? Is het bereid om daar, gezien de enorme problemen op de woningmarkt, van af te zien? Huurders gaan er slechts de helft op vooruit ten opzichte van kopers. Ze worden gewoon op achterstand gezet. Dat is gewoon bewust beleid. Dat vind ik echt onverstandig. 

Voorzitter. Ik kom op het tweede punt, de zorg. Twee punten vind ik heel goed, vindt de PvdA heel goed, te beginnen de investering van meer dan 2 miljard in verpleeghuizen. Daarover is brede overeenstemming in de Kamer. De afgelopen week is er een fel debat geweest bij de Algemene Politieke Beschouwingen, maar de bezuinigingen op de wijkverpleegkundigen zijn van tafel. Wat ik niet goedvind, is dat het eigen risico niet volledig wordt afgeschaft. Mensen kiezen er niet voor om ziek te zijn. Dat is al ellendig genoeg. Ik vind het geen sociale en solidaire keuze om die kosten, dat eigen risico op dit peil houden, terwijl mensen ervan afzien om naar de dokter te gaan. Dat gecombineerd met een premiestijging van €300 — daar ging het debat al eerder over vandaag — zet de betaalbaarheid en de beschikbaarheid van zorg onder druk. Dat zou niet moeten. Ik krijg daarop graag een reactie van het kabinet. 

Voorzitter. Ik wil twee welgemeende complimenten maken over de in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemaakte keuzes en ik wil wijzen op twee zaken daaruit die de PvdA in ieder geval graag anders zou zien. Complimenten voor de uitbreiding van de kinderopvangtoeslag. Combineer het allemaal maar eens in het gewone leven als je kinderen, een gezin hebt. Dan is het goed dat de kinderopvang een beetje betaalbaar blijft. Die is nu best duur, dus het is goed dat daar extra geld voor wordt uitgetrokken. Dat geldt ook voor de uitbreiding van het ouderschapsverlof. Die is best royaal. De uitbreiding is ingezet, maar die wordt direct fors uitgebreid met een aantal weken. Dat is goed. Dat steunt de PvdA-fractie ook. 

Wat mijn fractie niet goed vindt, is dat er een proeftijd van vijf maanden wordt ingesteld. De PvdA-fractie vindt dat eigenlijk onbegrijpelijk in deze tijd. Je bent vogelvrij als je werkgever na 4 maanden en 28 dagen nog steeds kan zeggen: bekijk het maar; je bent vanaf vandaag ontslagen. Waar is dat voor nodig? Waar is dat nou goed voor in deze tijden? 

Ik kom op het andere punt op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waar wij het echt niet mee eens zijn. Wij spreken allemaal weleens met mensen die richting hun pensioenleeftijd gaan en die dat niet meer halen, misschien omdat ze een zwaar beroep hebben of omdat ze het echt niet meer zien zitten. Waarom wordt er voor die mensen geen mogelijkheid gecreëerd om eerder te stoppen met werken? De AOW-leeftijd wordt verhoogd. We worden allemaal ouder, maar juist mensen met lage inkomens hebben de grootste moeite om eerder met pensioen te kunnen. Waarom wordt er helemaal niets gedaan voor die mensen? Er wordt geen woord aan gewijd. Wij trekken er een miljard voor uit in onze tegenvoorstellen. Als je met mensen spreekt, merk je echt dat dit een groot probleem is. Ik snap echt niet dat het kabinet daar geen enkele aandacht voor heeft. 

Ik kom op de voorstellen met betrekking tot het onderwijs. Daarbij is sprake van een beetje een halfvol glas. We hebben te maken met stakende leraren die terecht zeggen: de werkdruk is heel erg groot, ik lijd aan stress en mijn salaris is onvoldoende, dus ik wil er wat bij. Het kabinet heeft eigenlijk gezegd: ik geef je ongeveer de helft. Waarom heeft het in deze tijden niet ook die andere helft gegeven? Dat zou toch veel beter zijn geweest en ook terecht, want dat zou een blijk van waardering zijn geweest voor de leraren op de basisschool. We hebben allemaal bij die leraren in de klas gezeten — dat is het mooie van de basisschool: iedereen gaat ernaar toe — en zij doen zo veel goed werk. 

Mijn vijfde punt gaat over het klimaat. Complimenten voor de ambitieuze doelstellingen. Het wordt nog een hele toer om die te halen, zoals ook wel blijkt uit de doorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving. Complimenten dus voor die doelstellingen, maar de grote vraag die daar natuurlijk boven hangt, is: wat gaat het kabinet nou allemaal doen om die doelstellingen te halen? Want wat er nu ligt, is niet genoeg. Als er extra financiële middelen nodig zijn, komen die dan beschikbaar? Wat is dan leidend? Ik heb de bijlagen van het regeerakkoord goed gelezen. Daarin staat dat de financiële tabel leidend is. Ik voorspel u dat het niet allebei goed kan gaan: óf er zal extra geld bij moeten om de klimaatdoelen te halen, óf u haalt de klimaatdoelen niet. Als u daar anders over denkt, dan hoor ik morgen graag een overtuigend verhaal over de wijze waarop beide met elkaar te verenigen zijn, maar ik zie dat niet gebeuren. 

Ik kom op de belastingmaatregelen van het kabinet. Met belastingen kun je ook een rechtvaardige, sociale samenleving vormgeven. Met de belastingmaatregelen — dat verbaast niemand hier, want we hebben er al veel over gesproken — heb ik de meeste moeite. Er wordt bewust voor gekozen om beleggers en multinationals miljarden aan belastingkorting te geven en er wordt bewust voor gekozen om gewone mensen en het mkb op achterstand te zetten. De grote vraag bij dit debat is: waarom zou je de dividendbelasting voor 1,4 miljard afschaffen — het gaat om buitenlandse beleggers en het heeft geen enkel effect op de werkgelegenheid — en tegelijkertijd de btw verhogen? Waarom? Wat heeft de Nederlandse economie daaraan? Waarom de Vpb-tarieven verlagen voor 3,3 miljard en niet investeren in leraren en niet het eigen risico in de zorg afschaffen en niet de zorg betaalbaar houden? Waarom die keuzes? Die keuzes kunnen gewoon gemaakt worden. Dat laten we ook zien. Wie zit daarop te wachten en wat is daar de ratio achter, zeker gezien de Paradise Papers, die ook gisteren weer nieuwe informatie naar voren brachten? In die context wil ik het voorgaande trouwens ook zien. 

Het laat zien dat Nederland een grote rol speelt in belastingontwijking in de wereld. Daaraan moet een einde worden gemaakt. Ik ben blij dat ik meer rechtse partijen in deze Kamer dat pleidooi hoor ondersteunen. Maar waarom gaat het kabinet dan wel mee in de race naar de bodem met de Vpb-tarieven? Wij vinden dat grote bedrijven te weinig belasting betalen. Dat zie je ook. Apple, Google, Facebook, ze betalen bijna geen belasting meer. De PvdA vindt dat elk bedrijf op de plek waar het zit, zijn eerlijke deel moet betalen, zoals ook het mkb doet en zoals wij allemaal moeten doen, alle mensen die in Nederland wonen. Als je belastingontwijkingsroutes dichtschroeit, zoals het kabinet ook doet op een paar punten, wat ook de steun van de PvdA-fractie heeft, vraag ik mij af waarom die bedrijven dan toch worden beloond met lagere Vpb-tarieven. Dat is toch pervers? Je herstelt daarmee toch eigenlijk wat je van plan was? En, meer binnen de bedrijven, waarom confronteer je het familiebedrijf, het mkb, met drie belastingverhogingen, terwijl je tegelijkertijd de dividendbelasting voor buitenlandse beleggers afschaft? Ik begrijp van die keuzes echt helemaal niks. Het stond ook niet in verkiezingsprogramma's, dus ik denk dat heel veel mensen dit niet zullen begrijpen. 

Ik kom op wat meer begrotingstechnische onderwerpen, want de Financiële Beschouwingen gaan ook over de Startnota. Ook daarover heb ik wel complimenten. Ik vind het goed dat de ruilvoet buiten de kaders is geplaatst. Het was elk jaar weer een ellendige discussie. Geen hond begreep daar wat van. Wel had het grote consequenties, want je kon zomaar weer 1 miljard, 2 miljard moeten bezuinigen of opeens had je weer ruimte. Het is goed en echt verstandig om ermee te stoppen om dat onder die kaders te plaatsen. Het leidde tot onrust, en dat moeten we niet hebben. Dat geldt ook voor de WW-gelden, zoals het kabinet voorstelt. 

Wat ik niet goed vind, is dat de gaswinning in Groningen nu in een keer onder die kaders komt te vallen. Dat klinkt heel technisch, maar het betekent gewoon dat als we de veiligheid van Groningers willen verbeteren — "Wopke" klinkt Fries, maar ik ben een Groninger — door de gaswinning te verminderen, we moeten bezuinigen op zorg, onderwijs, sociale zaken, politie of weet ik wat ook. Dat was nooit zo. Ik heb mij er in de vorige periode — Financiën heeft dat toen ook wel geprobeerd — met hand en tand tegen verzet dat dit zou gebeuren. Ik vind het ook niet fair. Ik vind dat de veiligheid en de leveringszekerheid in Groningen argumenten zijn, maar ik vind het niet fair om Groningen uit te spelen tegen de rest van Nederland. Ik begrijp niet dat het kabinet die keuze heeft gemaakt. 

Voorzitter, dan mijn tweede punt bij de Startnota. Ik zag een heleboel zaken staan op de zogenoemde aanvullende post. Elk normaal mens vraagt zich dan af waar dat over gaat. Het komt er eigenlijk op neer dat ministers die hun geld willen uitgeven — dit gaat over meer dan 7 miljard euro, dus bijna alle extra uitgaven die ministers mogen doen — eerst langs de minister van Financiën moeten. Eigenlijk staan de ministers een beetje onder curatele van de minister van Financiën. Mijn vraag aan de minister is hoe hij zijn collega's zo gek heeft gekregen dat ze dat allemaal willen doen. Dat was nooit zo. De minister van Onderwijs krijgt extra geld, maar hij mag dat pas uitgeven als de minister van Financiën dat goedkeurt. Bij Defensie en Veiligheid en Justitie, nu Justitie en Veiligheid, was dat zo. Dat was terecht, want het was een administratieve bende op die ministeries. Als je ze extra geld gaf, moest je maar zien waar dat terechtkwam en daarom stelden we als Kamer eisen. Maar nu geldt het voor alle uitgaven. Alleen één minister is daarvan min of meer uitgezonderd, namelijk de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Je kunt dat nakijken; kijk de tabellen maar door. Ik snap ook wel hoe dat kan. Hij is de enige minister die echt over zijn eigen geld gaat. Maar hoe kan dat? Hoe gek zijn ze dat ze zo veel macht geven aan de minister van Financiën? Ik kan hem ermee complimenteren, maar van die andere ministers snap ik dat helemaal niet. 

Voorzitter, tot slot. De Startnota gaat uit van anticyclisch begrotingsbeleid. Dat betekent dat het in het saldo loopt als het economisch tegenzit. We hoeven dan niet extra te bezuinigen. Als het meezit, hoeft dat andersom ook niet. Hoe verhoudt dat zich eigenlijk tot het naar voren halen van zoveel lastenverlichtingen die na 2021 zouden plaatsvinden? Het gaat economisch toch goed? Of heb ik dat verkeerd gezien? Dan is het eigenlijk helemaal niet zo logisch om nu bijna 6 miljard euro naar voren te schuiven. Waarom gebeurt dat eigenlijk? Ik snap wel dat dat aantrekkelijk is voor de kiezers, maar die krijgen daarna de lastenverhoging voor de kiezen. Waarom is dat goed conjunctureel economisch beleid? 

Het laatste punt daaromtrent is dat ik zie dat heel veel investeringen in infrastructuur, ontwikkelingssamenwerking en milieu maar voor vier jaar zijn. Daarna moet er weer bezuinigd worden. Het is al heel vroeg, want het kabinet zit er net een paar dagen, maar u zadelt de opvolgers van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, de minister van Infrastructuur en de minister van Milieu daarmee wel op met een probleem, want zij beginnen met een bezuiniging. Dat is eigenlijk heel ongebruikelijk. Waarom is die keuze gemaakt in deze tijden van overvloed? 

De voorzitter:

Bent u klaar? 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik heb nog een slotwoord, maar dat kan ik ook na een interruptie doen, voorzitter. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik heb een vraag over de lasten in het plan van de SP, GroenLinks en de Partij van de Arbeid. Ik hoor u eigenlijk verwijten dat er te veel lastenverlichting is. Is dat ook de reden waarom uw eigen plan vol zit met lastenverzwaringen in deze kabinetsperiode? En heb ik het goed begrepen dat na deze kabinetsperiode niet alleen het houdbaarheidstekort groter is en de structurele werkgelegenheid 70.000 lager, maar dat er ook nog een stuk lastenverzwaring na deze kabinetsperiode valt? Heb ik dat goed begrepen? 

De heer Nijboer (PvdA):

De heer Van Weyenberg heeft volstrekt gelijk als hij zegt dat wij die lastenverlichting van die Vpb-tariefverlaging niet doen, dat wij de dividendbelasting niet afschaffen en dat wij meer belasting heffen op milieu; GroenLinks zit natuurlijk ook bij ons en daar is de PvdA-fractie ook voor. Dat is dus allemaal waar; natuurlijk is dat waar. Daar doen we andere dingen voor, zoals ik net heb betoogd: afschaffen van het eigen risico, de leraren echte waardering geven en — ook iets waarvoor D66 warm zou moeten lopen — de lonen in de hele publieke sector omhoog. Dat zijn heel andere keuzes. Dat klopt; dat heb ik net betoogd. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik had het natuurlijk over de inkomstenbelasting. Die gaat gewoon fors omhoog in uw plan. Dat klopt toch? En het klopt toch dat er na deze kabinetsperiode nog meer lastenverzwaringen in zitten? Die zie je nu misschien niet in een keer in de doorrekening, maar als ik door mijn oogharen naar uw plan kijk, zie ik gewoon een lastenverzwaring. Het is een simpele vraag: klopt het dat u de inkomstenbelasting met volgens mij ongeveer 7 miljard meer verhoogt dan het kabinet? Het kabinet verlaagt de inkomstenbelasting en u verhoogt haar; het verschil is 7 miljard. Dus één: klopt dat? Ik heb het over de inkomstenbelasting, hè. Twee: klopt het dat er nog lastenverzwaringen na deze kabinetsperiode bij u in het vat zitten? 

De heer Nijboer (PvdA):

Het klopt dat wij het balletje-balletje van het tweetaksensysteem niet doen. Dat klopt; wij doen die schijventoestand van de coalitie niet, want daar moet de btw voor worden verhoogd en die willen wij niet verhogen. Daar zijn wij niet voor. Dus dat doen wij niet. We geven die lastenverlichting niet en we verhogen de btw ook niet. Dat klopt. 

De voorzitter:

Dat was dezelfde vraag en dus ook hetzelfde antwoord. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ja, voorzitter, maar ik geef antwoord. Dit was de eerste vraag. De tweede vraag was structureel: ja, dat zit er inderdaad in, maar dat geldt ook voor het kabinet. Sterker nog, dat was zojuist mijn punt: het kabinet haalt heel veel geld naar voren. In de toekomst moeten mensen inderdaad belasting blijven betalen. Dat blijft zo, maar het houdbaarheidstekort van het kabinet, het gat dat het kabinet laat ontstaan, is veel groter dan met wat wij hebben voorgesteld, want daarmee komt er twee tiende bij. Het kabinet laat het met zes tiende of zeven tiende lopen. 

De voorzitter:

De heer Van Weyenberg, tot slot. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Volgens mij is dit balletje-balletje, want volgens mij verhoogt u het houdbaarheidstekort van het kabinet van 0,4 naar 0,6. 

De heer Nijboer (PvdA):

Twee tiende, dat klopt. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Nee, u doet nu alsof u minder doet dan wij. Bij u wordt het houdbaarheidstekort groter dan bij het kabinet; laten we dat gewoon vaststellen. 

De heer Nijboer (PvdA):

Twee tiende en u doet zeven tiende. 

De voorzitter:

De heer Van Weyenberg. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik wil eigenlijk gewoon een antwoord op mijn heel concrete vraag. De inkomstenbelasting gaat in het kabinetsplan inderdaad al eerder omlaag. Die toekomstige lastenverlichting krijg je dus nu al. Die hoef je later niet meer terug te betalen; die krijg je gewoon eerder. Ik begrijp het toch goed dat bij u de inkomstenbelasting stijgt en dat er na deze kabinetsperiode nog een veel forsere stijging van de belasting is? Dat vraag ik aan de heer Nijboer en — ik smokkel een beetje, voorzitter — tegelijkertijd ook aan de minister. 

De heer Nijboer (PvdA):

Wij maken fiscaal gewoon totaal andere keuzes. Dat kunt u gewoon zien in die doorrekening. U verhoogt het eerste tarief, omdat u zo nodig zo'n vlaktaks wil hebben. De eerste schijf gaat omhoog. Die gaat bij ons naar beneden. Daar is dus een lastenverlichting. En nee, het toptarief verlagen wij niet onder 52%. Dat klopt. Wij zijn namelijk een linkse partij en die wil een hoger toptarief, want dat vindt zij rechtvaardig en progressief. Dat zijn dus totaal andere keuzes. Die btw-verhoging, waar niemand op zit te wachten en die niemand is beloofd, doen we ook niet. Dat zijn andere keuzes. Wat de effecten van de keuzes zijn, kunt u gewoon lezen. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

De heer Nijboer van de PvdA hield net een interessant betoog over het onder de kaders brengen van de gaswinning. Ik ben het ermee eens dat het eigenlijk een heel griezelig iets is om gaswinning te koppelen aan bezuinigingen elders. 

De heer Nijboer (PvdA):

Zo is het. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Maar wat vindt u dan van het feit dat de rentelasten ook onder het kader worden gebracht? Want we kunnen er natuurlijk allemaal onze klok op gelijk zetten dat de rente de komende jaren omhooggaat. Dat betekent dus extra bezuinigen of een lastenverzwaring. 

De heer Nijboer (PvdA):

Die laatste voorspelling vind ik wel een moeilijke. Kijk naar Japan: daar heeft men al twintig jaar lage rentes. Je zou ook andersom kunnen redeneren, en daar zou de PVV zelfs haar voordeel mee kunnen doen: als de rente heel laag blijft, heb je zelfs meer geld te besteden. Op zichzelf zijn rente-uitgaven op een begroting natuurlijk wel uitgaven die gefinancierd moeten worden, ook op lange termijn. Dus ik kan mij daar wel een voorstelling bij maken. Aan de andere kant ben ik het wel met u eens. Als dat allemaal belangrijke publieke uitgaven wegdrukt, kan ik daar niet zo'n voorstander van zijn. Ik vind het eigenlijk gewoon een goede vraag aan het kabinet. Wat zijn nou de voor- en nadelen daarvan en wat zijn de overwegingen geweest om die onder het kader te brengen? Ik ben daarover niet heel uitgesproken. Ik zal mij er niet om doodvechten of dit wel of niet onder de kaders komt. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Oké, dan hebben we dat bij dezen. Ik had het nog niet gehoord in andere bijdrages. 

De heer Nijboer (PvdA):

Nee, ik ook niet. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Een andere vraag. Ik hoor u over de huren. Ik zie die in de linkse plannen eigenlijk niet zoveel. Ik zie alleen het meer bouwen van huurwoningen, maar een echte huurverlaging zie ik niet terug. En de PvdA is natuurlijk verantwoordelijk voor de gigantische huurstijging van de afgelopen vier jaar. Ik geloof dat de huren ten opzichte van vier jaar geleden met 15% zijn gestegen. U zegt "u doet niks voor de huren" en noem maar op, maar u bent eigenlijk verantwoordelijk voor de gigantische huurstijging van de afgelopen jaren. Daar hebben de mensen nu nog steeds last van. 

De heer Nijboer (PvdA):

De afgelopen jaren, toen wij begonnen, begon het kabinet in een dikke financiële ellende. Toen heeft iedereen dat gevoeld, dus ook de huurders. Dat erken ik volledig. Tegelijkertijd heb ik heel veel met de ChristenUnie — Carola Schouten — opgetrokken om de huurtoeslag keer op keer te verhogen. Die is de afgelopen jaren ook elke keer verhoogd. Ik heb geïnterrumpeerd over de bezuiniging op de huurtoeslag. We trekken 1,2 miljard uit voor betaalbare woningen. Dat bedrag kom bovenop de 100 miljoen van het kabinet, wat echt niet zoveel is. Dit betreft deels nieuwbouw, deels huurtoeslag en maatregelen anderszins. Dat kunt u ook in de plannen lezen. Ik geef toe: het is een tabel. Er staat twee keer 600 miljoen. Dat is de hele invulling, maar daar zit echt geld bij voor betaalbare woningen. Daar hebben wij voor gezorgd. Dat vonden wij met z'n drieën ook belangrijk omdat het zo'n groot maatschappelijk thema is. 

Voorzitter, tot slot. Ik zie uit naar felle en leuke, goede debatten. Ik zal blijven benoemen wat het land sterker en socialer, maar vooral ook socialer en sterker maakt de komende tijd. Ik hoop ook de regering ervan te kunnen overtuigen dat zij de komende jaren een stuk meer in die richting moet bewegen. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Nijboer. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bruins namens de ChristenUnie. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Waar verdient Nederland in de eenentwintigste eeuw zijn geld mee? Niet met banken, verzekeringen of brievenbusmaatschappijen. De ChristenUnie gelooft sterk in de kracht van de reële economie, in producten met een echte meerwaarde, in mensen die een vak hebben geleerd, in mensen die met hart en ziel in bedrijven of in de publieke dienst een positieve bijdrage leveren aan onze samenleving en in gezinnen die gewoon hun best doen om zorgtaken en werk te combineren, die iedere maand weer netjes het huishoudboekje op orde hebben, netjes hun belastingen betalen en misschien zelfs wat kunnen sparen aan het eind van de maand. De overheid spoort burgers aan om op een goede wijze verantwoordelijkheid te dragen voor henzelf, hun omgeving en de schepping. Als in Nederland al die werknemers — mkb'ers, zzp'ers, vaders en moeders, opa's en oma's — zo hun best doen om de samenleving te vormen tot iets goeds, dan heb je als overheid de dure plicht om datzelfde verantwoordelijke gedrag te tonen. Vertrouwen in de toekomst betekent ook kunnen vertrouwen op de overheid. En daar ligt voor dit kabinet een grote taak. 

De ChristenUnie kan in grote lijnen goed leven met de manier waarop dit kabinet omgaat met de rijksfinanciën. Het kabinet investeert fors in onderwijs, onderzoek en infrastructuur. Nadat jaren is beknibbeld op primaire overheidstaken versterkt het kabinet de uitvoering van deze publieke taken met honderden miljoenen voor veiligheid en structureel 1,5 miljard extra voor defensie. Hiermee moet het roepen van "pangpang" bij een oefening definitief tot het verleden behoren en zetten we een belangrijke stap richting het NAVO-gemiddelde in deze kabinetsperiode, al zijn we er daarmee nog niet. Toezichthoudende diensten en andere voor onze samenleving essentiële onderdelen van het ambtelijk apparaat worden niet langer uitgeknepen, maar versterkt. De grote uitdaging van het aanpakken van klimaatverandering en de energietransitie heeft meer dan ooit een plaats gekregen in het regeerakkoord, al moet een deel van de maatregelen nog wel concreet worden gemaakt. Anderen hebben daar al vragen over gesteld. 

De keerzijde van al dit soort uitgaven is dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën verslechtert; het is geen hoerabegroting. De houdbaarheid gaat van +0,2% naar -0,4% van het bbp. Een keerzijde is ook dat de marges ten opzichte van de middellangetermijndoelstellingen met betrekking tot de begrotingssaldi voldoende zijn, maar tegelijkertijd vrij smal, en dat het beleidspakket zeker in de eerste twee jaar een procyclisch karakter heeft. Omdat bij het opstellen van het regeerakkoord niet is uitgegaan van een behoedzaam scenario, maar van een economische modelgroei van 2%, ruim boven de potentiële groei, adviseert de Raad van State om op een alternatieve wijze wat meer zekerheid in te bouwen. Natuurlijk wil mijn fractie bij voorkeur de voorgenomen intensiveringen goed besteden. Toch vraag ik de minister hoe hij denkt over de aanbevelingen van de Raad van State, bijvoorbeeld die over het voorwaardelijk toekennen van de intensiveringen voor latere jaren. Hoe zit het met de zuinigheid die wordt bepleit door de Raad van State? 

Geen misverstand: het goede van dit regeerakkoord is dat de stabiliserende werking van de begroting op de economie wordt versterkt. En natuurlijk is het niet meer dan terecht dat al die vakmensen in het onderwijs, bij de politie, in het leger er na jaren van karigheid salaris bij gaan krijgen. De ChristenUnie-fractie weet zich geïnspireerd door het oudtestamentische verhaal van Jozef. Deze onderkoning van Egypte zorgde ervoor dat de graanschuren tijdens de jaren van overvloed gevuld werden, zodat het land goed bestand was tegen de hongersnood die volgde. Ik zie de geest van Jozef zeker deels terug in het kabinetsbeleid. Ondanks de absoluut forse stijging van de overheidsuitgaven dalen de bruto collectieve uitgaven van 43,0% nu naar 42,5% van het bbp straks, blijft in de huidige ramingen het EMU-saldo positief en daalt de EMU-schuld bijna naar het precrisisniveau. Dat is een compliment waard. Maar hopelijk zijn de marges zodanig dat ook bij een plotselinge omslag — die niet ondenkbaar is; de periode onder Balkenende IV staat mijn fractie nog helder voor ogen — de automatische stabilisatoren ongehinderd hun werk kunnen doen zonder dat er pijnlijke ingrepen nodig zijn. Ik ben benieuwd naar de reflectie van onze nieuwe minister van Financiën hierop, ook in het licht van de internationale context vol onzekerheden. 

Waar de uitgavenkant van het regeerakkoord de houdbaarheid van de overheidsfinanciën onder druk zet, geldt dat niet voor het lastenpakket van het kabinet. Dat zit ronduit slim in elkaar met in deze kabinetsperiode een flinke lastenverlichting voor huishoudens ten opzichte van het basispad, waardoor de collectieve lastendruk niet verder stijgt, maar gelijk blijft. Natuurlijk was een daling nog mooier geweest, maar ik tel mijn zegeningen. Op de lange termijn blijft de houdbaarheid van de overheidsfinanciën intact. Zeker, voor onze fractie geldt dat de belastinghervorming verder had mogen gaan, maar het is veelbelovend dat onder dit kabinet de steeds grotere kloven in de samenleving niet verder worden vergroot, maar worden gestabiliseerd en in sommige gevallen zelfs verkleind. Ik denk hierbij vanzelfsprekend aan de extreme kloof in belastingdruk tussen gezinnen met een inkomen en twee inkomens, aan de kloof tussen zzp'ers en mensen in loondienst, en aan de kloof tussen woningeigenaren en huurders in de vrije sector. Met maatregelen als de introductie van het tweeschijventarief in de inkomstenbelasting, de verhoging van het kindgebonden budget en de zorgtoeslag voor paren, de afbouw van alle aftrekposten van het toptarief naar het basistarief en het schrappen van de wet-Hillen worden de geslagen kloven onmiskenbaar kleiner. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter, goede teksten tot nu toe. Dus daar heb ik eigenlijk geen vragen over. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Maar ik heb toch een vraag over de toekomstige houding van de fractie van de ChristenUnie. Complimenten voor wat ze bereikt heeft voor eenverdieners. Daar zijn we blij mee. De kloof wordt in ieder geval niet groter en de koopkracht ziet er goed uit. Tegelijkertijd is die kloof in fiscaliteit er nog steeds. De heer Bruins herkent dit volgens mij. Gaat de ChristenUnie met ons de komende tijd zoeken naar mogelijkheden om de kloof nog verder te verkleinen? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik zei al: het is een mooie start. Het is het wat onze fractie betreft nog niet helemaal. Het is een mooie stap de goede kant op, ook voor het verschil tussen een- en tweeverdieners. Het verschil in belastingdruk neemt in ieder geval niet toe, maar ik sta er absoluut voor open om samen met de SGP te kijken naar voorstellen, maatregelen, om de kloof in de samenleving verder te dichten en de verbinding te zoeken, omdat wij uiteindelijk voor het draagkrachtprincipe zijn. Je draagt de lasten naar draagkracht per huishouden. Dat is wat ons betreft de kleinste eenheid in de samenleving waar we naar kijken. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dank. Ik ben blij dat de deelname aan het kabinet niet het heldere geluid dat tot nu geklonken heeft, heeft doen verstommen. Wij gaan dus gezamenlijk verder om te zoeken naar het dichten van de kloof. 

De voorzitter:

Dank u wel. Gaat u verder. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. Daarmee zijn we er wat de ChristenUnie betreft nog niet, maar in deze kabinetsperiode breken we in ieder geval de trend die zo sterk was onder het laatste kabinet, namelijk de steeds grotere belastingverschillen bij hetzelfde bruto-inkomen. Ik zei het al in mijn antwoord aan de heer Dijkgraaf. Het gaat te ver om te stellen dat het draagkrachtprincipe ten volle in ere is hersteld, maar het eerste stapje, dat ik net noemde, is gezet. 

Met het lastenpakket in het regeerakkoord maakt dit kabinet een begin met de belastinghervorming. Dat is het kabinet ook van plan bij ons pensioenstelsel en de arbeidsmarkt. Ik zie uit naar deze hervormingen. Dat geldt ook voor de omslag van een fossiele naar een duurzame economie. Ik hoop dat deze bewindslieden er alles aan zullen doen om deze hervormingen te laten slagen. 

Op twee zorgpunten van mijn fractie ontvang ik graag een reactie van de minister. Allereerst betreft dit de woningmarkt. De heer Nijboer zei al dat deze heel erg belangrijk is. Kenmerk van de Nederlandse economie is dat hoogconjunctuur en oververhitting op de woningmarkt hand in hand gaan. Die verwevenheid is niet alleen een risico voor de economie en de overheidsfinanciën, maar heeft ook grote impact op de leefbaarheid van onze steden en de woonlasten van huishoudens. Gisteren kwam het CBS bijvoorbeeld met het bericht naar buiten dat steeds meer jonge kinderen de grote stad verlaten. Het vertrek van jonge gezinnen uit de stad is deels een natuurlijk fenomeen, maar de versnelling van deze trend heeft onmiskenbaar van doen met het feit dat het voor gezinnen met kinderen steeds ingewikkelder is om een betaalbare woning in onze steden te vinden. Met dat deze middenklasse steeds meer wegtrekt, staat de toekomst van de leefbaarheid van onze grote steden op het spel. Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Vormen de financiële maatregelen in het regeerakkoord een afdoende antwoord? 

Voorzitter. Een tweede zorgpunt dat ik onder de aandacht van de minister wil brengen, betreft de zorgkosten, het koekoeksjong van de collectieve uitgaven. Goede zorg kost veel geld en dat heeft de ChristenUnie er graag voor over. Maar figuur 2 in de startnota van de minister is natuurlijk alleszeggend. Nadat het vorige kabinet er de afgelopen jaren in is geslaagd de uitgaven aan zorg te beheersen, lijkt het wel alsof er de komende jaren een inhaalgroei van jewelste plaatsvindt. De zorgkosten groeien grofweg twee keer zo hard als onze economie en iedereen snapt dat dit op de lange duur moeilijk houdbaar is, zowel bij de overheid als bij de burgers zelf. De minister heeft deze figuur natuurlijk niet voor niets opgenomen en lokt daarmee een reactie uit van ons. Op welke manier gaat de minister erop sturen dat de zorguitgavenlijn in de grafiek in de praktijk minder snel omhoog gaat lopen dan het zich nu laat aanzien? 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vond dat de heer Bruins mooie woorden sprak over de woningmarkt en ik vond hem ook heel eerlijk in het vorige debat. Ik zal hem dus niet bevragen op de dividendbelasting. Het was voor de ChristenUnie een hele meloen om door te slikken. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Zij vindt het niks, maar zij stemt ermee in omwille van het regeerakkoord. Ik wil de heer Bruins vragen hoe hij aankijkt tegen de bezuinigingen op de huurtoeslag in het regeerakkoord. Met collega Schouten — die was minstens zo fanatiek als ik — heb ik namelijk jaar in, jaar uit die huurtoeslag bij amendement en weet-ik-wat verhoogd. Nu zit er een bezuiniging in het regeerakkoord. Hoe kijkt de ChristenUnie daartegenaan? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Het woord "totaalpakket" is al te vaak gevallen deze dag. We hebben natuurlijk naar het totaalpakket gekeken en daar onze handtekening onder gezet, maar er is een hoop over te zeggen. Ja, we hebben ermee ingestemd en er onze handtekening onder gezet, maar tegelijkertijd letten we er heel erg op dat de kloof tussen eigenaren van een eigen woning en mensen die in een huurwoning wonen, niet onnodig vergroot wordt. We hebben gezorgd dat we allerlei toeslagen, die nu schuin gaan aflopen, niet in één keer kwijtraken. Kortom, als je het totaalpakket bekijkt, zie je dat de belastingdruk rechtvaardiger wordt en dat op veel plekken, afhankelijk van salaris, met name de marginale druk naar beneden gaat. Van dat totaalpakket hebben we gezegd: daar durven wij echt onze handtekening onder te zetten. 

De heer Nijboer (PvdA):

De afbouw van de huurtoeslag vind ik gewoon een goede maatregel. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Dank u wel. 

De heer Nijboer (PvdA):

Tegelijkertijd heb ik meer zorgen over het evenwicht tussen kopers en huurders dan de ChristenUnie zojuist aangaf. Je ziet de kopers er in de komende jaren twee keer zo veel op vooruitgaan als de huurders, terwijl huurders grote betaalproblemen hebben voor hun woning. Er is veel discussie over geweest, maar kopers worden een-op-een gecompenseerd voor de wet-Hillen, net als voor de hypotheekrenteaftrek, terwijl de huurders een bezuiniging voor de kiezen krijgen. Dat moet toch moeilijk te verteren zijn? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik kijk ook naar de toename van de koopkracht voor alle groepen in de samenleving, naar de verlaging van inkomstenbelasting en overigens ook naar afschaffing van de wet-Hillen, waar huurders geen last van hebben, terwijl ik begrijp dat het voor mensen met een koopwoning op de lange termijn best voelt alsof je gestraft wordt. Met die combinatie en dat evenwicht ziet de totaalplaat er ook voor huurders goed uit in de komende jaren, hoewel ik de opmerking van de heer Nijboer zeker begrijp. 

De heer Nijboer (PvdA):

Huurders gaan er 0,8% op vooruit en kopers 1,4%. Dat is toch een behoorlijk groot verschil, zou ik zeggen. Ik snap best dat de bezuiniging op de huurtoeslag niet uit het totaalpakket kan. Dat is mij allang duidelijk geworden vandaag. Maar als er in de komende jaren goede voorstellen worden gedaan tegen de bezuiniging op de huurtoeslag, die ook niet direct wordt ingevoerd, mag ik de heer Bruins dan vragen of de ChristenUnie daar welwillend naar wil kijken? De PvdA heeft de afgelopen hetzelfde richting de ChristenUnie gedaan. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voor constructieve ideeën staan we altijd open. Wel waarschuw ik ervoor dat we niet meer en meer geld moeten gaan rondpompen in ons land. Als maatregelen a gedekt zijn en b kloven dichten en verbindingen leggen tussen verschillende groepen in ons land, dan kijken we daar dus naar onder de voorwaarde dat het niet slechts het rondpompen van publiek geld is. Ik ga samen met de heer Nijboer kijken naar zijn concrete plannen. 

De heer Nijboer (PvdA):

Daar zie ik naar uit. 

Mevrouw Leijten (SP):

Ik heb al iets gewisseld met de heer Bruins over de dividendbelasting. Los van dat we in de krant hebben kunnen lezen dat de ChristenUnie het ontwikkelingssamenwerking voor multinationals vindt, heeft hij inderdaad gezegd dat het een meloen was om door te slikken. Daar moet je even van bekomen, kan ik me voorstellen. 

Mijn vraag gaat over de zorgkosten, want u noemt die een koekoeksjong. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Nou had ik me zo voorbereid op de dividendbelasting, mevrouw Leijten. 

De voorzitter:

Nou, dan speciaal voor de heer Bruins ... Nee, nee. 

Mevrouw Leijten (SP):

Nee, de zorgkosten. De heer Bruins noemt ze een koekoeksjong. Als er in de commissie voor Financiën wordt gesproken over zorgkosten als een koekoeksjong, dan ben ik erg op mijn hoede, omdat ik als oud-woordvoerder gezondheidszorg heb gezien hoe kortzichtig de overheid alleen maar kijkt naar zorgkosten en niet naar zorgopbrengsten. Zou het nou niet mooi zijn als wij als financieel woordvoerders in de komende tijd kijkend naar de zorgkostengroei niet de parameters van bijvoorbeeld het CPB gaan hanteren, waarin je zorgkosten alleen in de hand kunt houden door de eigen bijdrage te verhogen of de aanspraken te verminderen? Want dan komt de rekening een-op-een terecht bij patiënten, die over het algemeen al op achterstand staan, zeker financieel. Is de heer Bruins bereid om dat samen op te pakken, eens reëel te bekijken waar die kosten precies zitten en te bekijken hoe we kunnen besparen in de zorg zonder dat het de mensen die in de zorg werken of de patiënten raakt? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik ben zo blij met deze handreiking van mevrouw Leijten, want dit is zo ontzettend belangrijk. Die zorgkosten zijn een molensteen om de nek van de rijksfinanciën. We moeten daar iets mee en we kunnen daar niet lang meer mee wachten. Ik ben dan ook heel blij dat dit regeerakkoord zo ontzettend sterk inzet op preventie, bijvoorbeeld met Op weg naar een rookvrije generatie. Ik denk ook dat we moeten inzetten op innovatie die onze zorg niet duurder maakt, dus geen nog hogere tesla-magneetveld-MRI voor specialist X in ziekenhuis Y, maar innovaties die ervoor zorgen dat de zorg goedkoper wordt met behoud van menselijkheid, aandacht en handen aan het bed. Ik waardeer deze handreiking van mevrouw Leijten enorm en ik hoop dat we samen kunnen gaan werken aan maatregelen die ervoor zorgen dat de zorg minder snel duurder wordt in de toekomst, zodat we het in de hand kunnen houden. 

De voorzitter:

Tot slot. 

Mevrouw Leijten (SP):

Dat gaan we dan ook doen, maar daar moeten we volgens mij wel één basisprincipe onder leggen, namelijk dat we het niet alleen hebben over zorgkosten, maar ook over opbrengsten. In een land waar de sociaaleconomische gezondheidsverschillen ertoe leiden dat mensen met een praktische opleiding en over het algemeen een wat zwaarder beroep zeven jaar eerder doodgaan en bijna twintig jaar een slechtere gezondheid hebben, moeten we niet uitgaan van de parameters waarin je wordt gestraft als je ziek bent of waarin je geen toegang meer hebt tot zorg als je ziek bent. Dat zijn eigenlijk de enige twee sleutels die tot nu toe door regeringen en door het Centraal Planbureau zijn gehanteerd, terwijl we ook zien dat er ieder jaar 10 miljard winst wordt gemaakt in de zorg. 

De voorzitter:

Wat wilt u van de heer Bruins weten? 

Mevrouw Leijten (SP):

Nou, dat we de parameter eronder leggen waarin we het niet alleen over de zorgkosten hebben, maar ook over de opbrengsten. Als je alleen maar naar de kosten staart, dan lijkt het een koekoeksjong, terwijl er ook zo veel opbrengsten voor onze samenleving zijn. 

De voorzitter:

Meneer Bruins, wil u daarop kort reageren? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Mijn hart wordt wel warm van deze woorden. Ongeveer een jaar geleden hadden we het in deze Kamer over het breed welvaartsbegrip. Een goede samenleving zoals de ChristenUnie die voorstaat, gaat om meer dan geld verdienen. Dat is ook: hoe gaan we met elkaar om? Hebben wij oog voor elkaar? Hoe gaan we om met kwetsbaren? En ook: wat levert het op als we mensen gezond houden? Het kan niet zo zijn dat we, omdat ons Centraal Planbureau daar geen economisch model voor heeft, stoppen met gezond verstand. We hebben hier twee bewindslieden bij wie ik het gezond verstand bijzonder hoog acht. Ik zie er dan ook naar uit om samen met deze bewindslieden verder te kijken dan economische modellen, om te kijken hoe we weer nieuwe verbindingen in onze samenleving kunnen leggen. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Misschien moeten we ook het CPB eens vragen om de gezondheidsopbrengsten van verplichte lichamelijke opvoeding op de lagere school te bepalen. Daar kijken we ook nooit naar. Vroeger bestond het, maar dat hebben we bijna afgeschaft. De heer Bruins heeft gezegd: die dividendbelasting komt niet van ons. Welke argumentatie heeft hij om de wet-Hillen af te schaffen? Ik hoor hem net zeggen: op de lange termijn doet het pijn. De korte termijn doet er dus niet toe, hoewel "kort" een rekbaar begrip is. Die 30 kan morgen ook 4 zijn. Waarom heeft u dit uiteindelijk gesteund? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Het stond niet in ons verkiezingsprogramma en ook niet in de doorrekening. Dat geef ik toe. Bij de PVV, de SP, GroenLinks en de PvdA was dat in de vorige periode anders. Voor deze kabinetsperiode gaat het om de SP, GroenLinks, de PvdA en D66. Laat ik u de hand reiken. Dat de maatregel voor sommigen voelt als gestraft worden voor netjes aflossen, begrijp ik. Daar kan ik heel goed inkomen. Daarom stond het ook niet in ons verkiezingsprogramma. En toch durf ik het afschaffen van de wet-Hillen inhoudelijk te verdedigen. Dat doe ik dan ook vanuit mijn verhaal over het dichten van kloven. 

U legt zelf vanuit uw partijpolitieke visie de nadruk op verschillen die er zijn. Ik zou ook een verschil willen benadrukken. Eerst iemand met een huurwoning die iedere maand wat overhoudt en zijn best doet om een klein vermogentje te sparen voor zijn oude dag. Diegene zet dat op de bank en heeft dan een bedragje daar staan, een appeltje voor de dorst, of een meloen voor de dorst om bij de juiste vruchten te blijven. Daarnaast zet ik de eigenwoningbezitter die ook netjes spaart, maar dat stopt in de aflossing van zijn hypotheek. Degene die in een huurwoning zit en spaargeld heeft, betaalt in box 3 belasting over een fictief rendement. Dat is een belasting over een fictief rendement van 4% en dat gaat omlaag. Maar degene die spaart door het aflossen van zijn hypotheek en die uiteindelijk zijn hypotheek heeft afgelost of bijna heeft afgelost, krijgt nu te maken met de afschaffing van de wet-Hillen. Die betaalt dat eigenwoningforfait, dat hij erbij moet tellen, maar heeft er niet 4% fictief maar slechts 0,6% bij te tellen. Dat is ook een verschil, een onrechtvaardigheid waarvan ik zeg: die kloof kun je ook overbruggen door de wet-Hillen af te schaffen. 

De voorzitter:

Dat was een heel lang antwoord. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

O, ik had nog veel meer argumenten. 

De voorzitter:

Nee, nee, echt niet. De interrupties moeten kort zijn — daar spreek ik de Kamerleden op aan — maar de antwoorden ook. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, voorzitter, een korte vraag. Ik waardeer overigens de uitvoerigheid, maar ik begrijp uw scherpte op de timing. 

Ik heb eigenlijk alleen nog maar deze vraag. Ik stel de vraag nu heel anders, even los van geld en van box 1 en 3. Is het nou vanuit uw vroegere christelijk-historische of, beter gezegd, uw ChristenUniegevoel eerlijk en rechtvaardig dat u hier een overheid staat te verdedigen die volstrekt onbetrouwbaar is en die het vertrouwen van de burgers schendt, omdat in de wet staat: als u die schuld aflost, dan krijgt u geen bijtelling? Degenen die een schuld hebben, krijgen een bijtelling. Maar er zijn ook mensen die afgelost hebben door zuinig te zijn en vanaf 55 of 60 jaar hebben gespaard door geen vakantie te nemen — ik kan u de voorbeelden geven — en geen auto te kopen. Die mensen geef je een klap door een boete in te voeren en u zegt daarop alleen maar: we gaat het langzaam doen. Voor diegenen die net begonnen zijn, is het pas over 30 jaar, maar de mensen die nu al hebben afgelost, krijgen die boete. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter, als antwoord daarop kan ik kortheidshalve verwijzen naar de antwoorden die de heer Omtzigt op dezelfde interruptie heeft gegeven in zijn termijn en wijzen op de boete van €1 in de maand die de heer Omtzigt voorrekende, terwijl er tegelijkertijd veel voordelen zijn voor eigenwoningbezitters en de consumenten er ook nog eens sterk op vooruitgaan in het nieuwe belastingstelsel. 

De voorzitter:

U wisselt van microfoon, zie ik. Dat maakt niet uit; het wordt uw laatste opmerking. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik wilde weglopen om u te helpen, voorzitter, maar ik constateer dat de heer Bruins geen antwoord geeft en verwijst naar een heel ander antwoord van de heer Omtzigt. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Laat ik dan als laatste zeggen dat ik begon met de opmerking dat de overheid zuinig moet zijn met de overheidsfinanciën en dat de wet-Hillen in feite op de lange termijn financieel tot houdbaarheidsproblemen zou leiden. Dat willen we niet. Een zuinige overheid moet er ook voor zorgen dat de overheidsfinanciën op de lange termijn houdbaar zijn en daarvoor moet de wet-Hillen afgeschaft worden. 

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter, ik zal het kort houden. Ik zag de teleurstelling op het gezicht van de heer Bruins toen hij geen vraag kreeg over de dividendbelasting. Ik doe deze ene vraag dus ook een beetje voor collega Bruins. Ik heb de reconstructie van Petra de Koning gelezen en daarin wordt inderdaad gesproken over een lange lijdensweg, maar er staat ook in dat de ChristenUnie de dividendbelastingafschaffing ontwikkelingssamenwerking voor buitenlandse multinationals noemde. Waarom eigenlijk die term? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

In alle eerlijkheid, ik weet niet wie van mijn fractie die term heeft genoemd. Ik heb hem niet bedacht, maar hij is in ieder geval wel in de krant gekomen. Een van mijn collega's heeft 'm vast genoemd in de reconstructie of tijdens het hele proces. 

De heer Azarkan (DENK):

Maar waarom heette dat binnen de ChristenUnie zo? 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Wat is het antwoord dat u zoekt? Kunt u mij helpen en mij zeggen wat u zoekt? 

De heer Azarkan (DENK):

Dat ga ik u uitleggen. De ChristenUnie vond het een belachelijke maatregel en u noemde het zo omdat het ook zo uitpakt, zij het dat het als voorheffing niet zozeer iets voor de multinationals is als wel voor het buitenland. Het is iets voor Amerika en andere landen, want het komt daar in de schatkist terecht. Als u het zo noemt en het zo betittelt, zit daar natuurlijk ook nog een ideologie achter. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Nou kijk, over het afschaffen van de dividendbelasting zijn vandaag al heel veel argumenten heen en weer gegaan. Je kunt voordelen bedenken, je kunt nadelen bedenken. We hebben vanochtend de visies van de economen gelezen in De Telegraaf. Kijk, je kunt je afvragen aan welke beurs een bedrijf zijn aandelen noteert. Hier of elders? Wordt het vestigingsklimaat er gunstiger door? Het wordt er zeker niet ongunstiger van. Er zit jurisprudentie aan te komen van het Europese Hof van Justitie. Misschien zouden we over een paar jaar sowieso wel met een probleem hebben gezeten. Dat zijn allemaal argumenten die je kan inbrengen om het afschaffen van de dividendbelasting te bepleiten. De ChristenUnie heeft, via dat NRC-artikel maar ook eerder tijdens het WGO waarin ik erover heb gepraat, ervoor gekozen om het volgende te zeggen. Het stond niet in ons verkiezingsprogramma. Wij hebben onze handtekening gezet onder het Belastingplan zoals dat er nu ligt. Met de effecten daarvan, waarvan is doorgerekend hoe ze neerslaan bij burgers en bedrijven, zijn we buitengewoon content. Dat geldt voor het totaal, en dus ook voor deze dividendbelasting. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Azarkan (DENK):

Ik vond toch die beoordeling "ontwikkelingssamenwerking voor buitenlandse multinationals" een hele mooie. Volgens mij zegt dat genoeg. U kunt eromheen draaien, maar dat werkt niet echt. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik ontken ook zeker niet dat het in de krant staat en dat het blijkbaar gezegd is. Er is ook geen enkele behoefte van mijn kant om woorden van of namens mijn fractie in te slikken. Die houden we er dus gewoon in. 

De voorzitter:

Gaat u verder. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Dank u wel. Voorzitter, dat de afschaffing van de dividendbelasting niet in ons programma stond, is inmiddels wel bekend. Maar ik onderstreep alle andere maatregelen, bijvoorbeeld dat we het bonusbeleid niet veranderen en dat belastingontwijking stevig wordt aangepakt. Daar zijn we buitengewoon blij mee. 

Voorzitter. We zijn ook blij met de in het regeerakkoord aangekondigde introductie van een bronheffing op rente en royalty's op uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen. Daar heb ik nog wel enkele vragen bij aan de staatssecretaris. Hoe gaat dit precies worden vormgegeven, en hoe zorgen we ervoor dat deze heffing echt effectief wordt? Gaat het kabinet de verdragen heroverwegen die we hebben met non-coöperatieve jurisdicties, zoals de aangenomen motie-Schouten/Groot van juni vorig jaar vraagt? Wanneer kunnen we deze en andere maatregelen van de staatssecretaris tegemoetzien om brievenbusmaatschappijen het leven veel minder aantrekkelijk te maken? Ik vraag het kabinet om daar voor het kerstreces duidelijkheid over te verschaffen. Geen misverstand: mijn complete fractie, ook de uitgesproken fan in mijn fractie, verdrijft met liefde U2 liever vandaag dan morgen van de Amsterdamse grachten. Daarom nogmaals mijn oproep: kom zo spoedig mogelijk met een concreet plan. 

Tot slot, voorzitter, kom ik bij het onderwerp van niet-belastingopbrengsten. Het Rijk verwacht volgend jaar 26 miljard euro aan niet-belastingontvangsten te ontvangen. De Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat ieder jaar de niet-belastingontvangsten veel hoger uitvallen dan begroot. Ieder jaar rapporteren ministeries bij de Najaarsnota in het jaarverslag extra ontvangsten. In de afgelopen jaren was dat gemiddeld 678 miljoen. De Algemene Rekenkamer merkt dan ook op dat ministeries de niet-belastingontvangsten structureel onderbegroten. Ze ontvangen dus structureel meer dan geraamd. Is de minister bereid om, zoals de Algemene Rekenkamer aanbeveelt, vanuit de toezichthoudende rol op de rijksbegroting nader te onderzoeken waar de meer- en minderopbrengsten vandaan komen, en wat er jaarlijks met die eventuele meeropbrengsten gebeurt? Is hij bereid om in het komende jaar duidelijker begrotingsvoorschriften te verschaffen aan de vakministers? Is hij bereid om bij de komende Voorjaarsnota zich samen met de vakministers extra in te spannen om een zo realistisch mogelijke raming te geven van de niet-belastingontvangsten over 2018? Durft hij de uitdaging aan om de afwijking voortaan niet groter dan 100 miljoen te laten zijn? 

Voorzitter, afrondend: ik wens beide bewindslieden veel vreugde bij hun mooie en verantwoordelijke werk als schatkistvuller en schatkistbewaker. Ik wens ze daarbij de wijsheid van Jozef toe. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Rooijen namens 50PLUS. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter, dank u wel. De bewindslieden zijn ook zorgzaam over het uitgeven, denk ik. Op deze eerste koude woensdag van 2017 wil ik graag het kabinet van harte feliciteren met zijn eerste Algemene Financiële Beschouwingen. Ik wens de minister — de staatssecretaris had ik dat vorige week al gedaan — veel succes en plezier namens 50PLUS. Ik wou hem ook al vragen: Brussel, hoe is uw eerste ervaring? Misschien kom ik daar aan het slot nog even op terug: de vuurdoop. U heeft daar in onze ogen zeer behartigenswaardige woorden gezegd; u heeft zich daar schrap gezet. Ik verheug mij op het debat met deze minister. Eerst samen in de senaat tegenover Jeroen Dijsselbloem en nu hier tegenover elkaar. Ik heb al geconstateerd, met de heer Dijkgraaf doe ik dat, dat er een verschil is tussen de Eerste en de Tweede Kamer. 

Voorzitter. Ik val maar met de deur in huis: de eigen woning. Ik heb de vier coalitiepartijen daar keurig gelijkwaardig en rechtvaardig over bevraagd. Artikel 104 van de Grondwet, over de belastingheffing, luidt als volgt: "Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld." Dit staat in de Grondwet. De tekst van artikel 104 is tot stand gekomen dankzij een door de Tweede Kamer aangenomen amendement-Van Rooijen c.s., eind zeventiger jaren. Aanvankelijk had de regering in de grondwettekst staan: "belastingen" — dit is vooral voor de staatssecretaris belangrijk — "en andere heffingen van het Rijk worden niet uit kracht van wet maar slechts bij de wet geregeld." Argument van de toenmalige regering — ik zat toen inmiddels in de Tweede Kamer — was dat er in de fiscale praktijk veel delegatie voorkomt en dat dit feit diende te worden erkend in de delegatieterminologie van de grondwetbepaling. 

De uitdrukking "uit kracht van een wet" komt nergens anders voor in de Grondwet en is ontleend aan de tekst van de overeenkomstige grondwetbepaling van 1815. U ziet, ik keek ver terug in de tijd. Mijn inspiratie voor dat zeer fundamentele amendement, bijvoorbeeld ook gesteund door Laurens Jan Brinkhorst van D66, was "no taxation without representation", oftewel: geen belasting zonder vertegenwoordiging. Dit beginsel is een belangrijk onderdeel van onze democratische rechtsstaat. Een andere inspiratie heb ik geput uit het boek van oud-Tweede Kamervoorzitter Anne Vondeling, uit het jaar 1976. "Tweede Kamer: lam of leeuw", zo luidt de titel van het boek, over taak en werkwijze, macht en onmacht van het Nederlandse parlement. Ook dit huis. Volgens Vondeling moest de Tweede Kamer als leeuw optreden in plaats van als lam. 

Ik ben hier uitvoerig op ingegaan, mede omdat in de senaat in het najaar van 2015 bij de Algemene Financiële Beschouwingen de motie-Hoekstra c.s. unaniem werd aanvaard. Die motie heb ik toen met de hele oppositie medeondertekend. Doel was een separaat politiek oordeel te kunnen vellen over eigenstandige wetsvoorstellen. Ik heb de motie hier bij me. Ze eindigde als volgt: "verzoekt de regering," — dat is een hele mooie van de heer Hoekstra — "zich in het vervolg te onthouden" — te onthouden, dus — "van een dergelijke koppeling". Het ging toen over het Belastingplan en box 3, een koppeling waar het CDA, ook in deze Kamer, mordicus tegen was. 

Voorzitter. Ik heb kritiek op de Raad van State. De Tweede Kamer opereert vaak politiek, te politiek en te gehaast. We hebben daar met de wet-Hillen nu een afstraffing van, helaas, en een extreem en excellent voorbeeld. Dan resteren de Eerste Kamer en de Raad van State als baken van zorgvuldigheid en bewaking van de kwaliteit van wetgeving. De Raad van State opereert nu zelf bij de aflosboete in onze ogen slordig en gehaast. Dat gaat ten koste van de zorgvuldigheid en de kwaliteit van het advies. Op 1 november een verzoek tot een advies krijgen van het kabinet en dezelfde dag al een simpel terugstuurbriefje sturen, in de trant van "we vonden het al en we vinden het nog", is gewoon in strijd met het systeem. Eén zin, klaar. U weet waar ik op doel. Ik vind dit een verontrustende gang van zaken. Een lastenverzwaring van 1,1 miljard voor 1 miljoen burgers, waarvan er 568.00 ouder zijn dan 65 jaar en 809.000, dus 80%, ouder dan 55 jaar en 90% 50-plus is. 

Dat raketadvies van de Raad van State ... 

De voorzitter:

Voordat u verdergaat: de heer Van Weyenberg heeft een hele korte vraag, heeft hij me laten weten. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Over de inhoud verschillen wij van mening. Daar gaat het niet om. Ik heb even een vraag over het vertrouwen in instituties. De heer Van Rooijen, oud-staatssecretaris, zegt hier eigenlijk: die Raad van State kun je niet vertrouwen. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Nee, dat zei ik niet. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat vind ik nogal wat. U zegt namelijk dat zij gewoon broddelwerk leveren en binnen een dag blind tekenen. Nou, ik ken de Raad van State als een buitengewoon gedegen orgaan. Nogmaals, het kan zijn dat het advies de heer Van Rooijen niet is bevallen. Maar hebben wij hier met elkaar, wat we ook vinden, niet ook de verantwoordelijkheid om de onafhankelijke Raad van State niet ervan te betichten dat ze broddelwerk leveren? Want dat is eigenlijk toch wat de heer Van Rooijen zegt. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Nee, ik heb alleen maar geconstateerd dat de Raad van State op een adviesvraag van het kabinet van 1 november, vorige week maandag, dezelfde dag nog — dat kunt u aan de dateringen zien — met een advies komt. Daarin zeggen ze: zoals wij al eerder hebben gezegd, is de wet-Hillen gewoon in strijd met het systeem. Ja, dan heb je geen advies nodig. Ze zeggen: we kijken verder niet wat de gevolgen zijn en dergelijke. Ik vind dat ik daar kritiek op mag hebben. De Raad van State is samen met de Eerste Kamer en ook de Tweede Kamer de hoeder van de kwaliteit en de zorgvuldigheid van de wetgeving. Ik mag als democratisch gekozen parlementariër kritische opmerkingen maken over de Raad van State, zoals wij dat hier ook weleens doen over de Rekenkamer. Die is ook onafhankelijk. Stel je voor dat wij over de Raad van State, de Rekenkamer en de senaat helemaal niks meer mogen zeggen, terwijl we in dit huis over alles van alles vinden. 

De heer Van Weyenberg (D66):

De heer Van Rooijen mag zeggen wat hij wil. Ze deden het binnen één dag. Dat is snel; dat geef ik meteen toe. Maar ik ken de Raad van State als een club die dat niet zou doen als ze niet vonden dat het kon. Mijn vraag is dus: vindt u de Raad van State een club die adviseert wat hij zelf vindt en waar u het wel of niet mee eens mag zijn, of zegt u eigenlijk — want dat impliceert u hier namelijk wel ... 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Nee, nee, nee. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Mag ik uitpraten? 

De voorzitter:

Ja, natuurlijk. De heer Van Weyenberg. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Of impliceert u hier vandaag eigenlijk dat de Raad van State zich onder druk heeft laten zetten en onverantwoord heeft geadviseerd in het licht van de wens van het kabinet? U spreekt dat niet uit, maar dat is natuurlijk wel het sentiment waarop u probeert voort te bouwen. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik spreek het niet uit. Ik zal het ook niet uitspreken. U legt mij woorden in de mond die ik niet heb uitgesproken. Ik heb slechts gezegd wat de taak van de Raad van State en de Eerste Kamer is, namelijk zorgvuldigheid en dergelijke. Ik heb geconstateerd dat dat in dit geval, en ik hoop dat dat de uitzondering op de regel is, niet zorgvuldig gebeurd is. Die mening houd ik staande. 

De voorzitter:

Helder. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb toch wel de behoefte om hier een opmerking over te maken, zonder dat nou op te gaan blazen, want dat is volgens mij helemaal niet nodig. We hebben natuurlijk het instrument van het spoedadvies bij de Raad van State. In de afgelopen zeven jaar was mijn ervaring dat het soms lukte als wij dat als Kamer probeerden. Dat hebben we als Kamer ook weleens gedaan, en daarbij kregen we dat ook per ommegaande, als ze op dat punt verstand van zaken hadden. Maar mijn ervaring is ook dat ze, als ze daar in het verleden nog niet zorgvuldig naar gekeken hadden, zeiden: ja, dat kunt u wel willen, maar dat krijgt u niet; daar moeten we eerst op studeren. Ik ga er dus van uit dat ze, als ze met een spoedadvies komen, dat ook doen omdat ze die afweging allang gemaakt hebben. Dan kunnen ze het heel snel op papier zetten. Voor de rest lijkt het me vooral verstandig om te praten over de inhoud van het advies en over de vraag of je het daar wel of niet mee eens bent. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, uiteraard. Dat zal ik ook doen. Maar ik wil het gezegd hebben en ik hou daaraan vast. 

Voorzitter. Er ligt nu een apart wetsvoorstel over afschaffing van de wet-Hillen. De staatssecretaris houdt vast aan het voorstel om deze wet tegelijk met het belastingplan te behandelen — zo heeft hij dat tot dusver gezegd — zodat de wet per 1 januari in werking kan treden. Dat is over zes weken, hè? Hij is een week oud en over zes weken staat hij in het Staatsblad. Dan wordt hij een jaar later, op 1 januari 2019, effectief, omdat de voorlopige aanslagen in december volgend jaar eruit moeten met een bijtellinkje — de heer Omtzigt heeft daarin helemaal gelijk — van €10 of €20. Die wet moet vandaag worden goedgekeurd, omdat je anders niet €20 kunt toevoegen aan de voorlopige aanslag van een miljoen burgers die schulden hebben afgelost. 

Voorzitter. Wij tillen zwaar aan de zorgvuldigheid van wetgeving en vinden die belangrijker dan een jaar uitstel. Op voorstel van 50PLUS heeft de commissie Financiën gisteren besloten tot een aparte procedure voor de behandeling van dit wetsontwerp. De voltallige commissie, 25 man en vrouw sterk, heeft gisteren met 13 stemmen voor en 12 stemmen tegen mijn voorstel gesteund. Het is geen voetbal- of hockeyuitslag, maar een soort korfbaluitslag, geloof ik. Dat is de eerste nederlaag van dit coalitiemotorblok van vier, een eerste scheidslijn. De commissie Financiën heeft zich volgens mijn als een leeuw gedragen, als ik dat mag zeggen. Er was gisteren weinig te merken van een uitgestoken hand van de coalitie. Ik zal daar verder geen zijopmerkingen over maken. 

Het zal niet verbazen dat wij het kabinet via deze minister vragen het apart ingediende wetsontwerp van de aflosboete te heroverwegen. Ik ben heel benieuwd wat de minister daarop in zijn antwoord gaat zeggen, en het is ons allemaal bekend dat er een tweede termijn komt van beide kanten. Wij willen in elk geval niet — dat zeg ik nu maar alvast — dat de mensen die hun hypotheek hebben afgelost, onder de aflosboete gaan vallen. Dat betekent dus een uitzondering voor alle bestaande gevallen. Als die mensen uiteindelijk vorig jaar hun schuld hebben afgelost, nadat ze die jarenlang hadden afgebouwd, wisten ze niet dat ze in plaats van een vrijstelling een boete zouden krijgen, een boete die zich heel langzaam opbouwt, maar die ook over vier jaar in één keer een grote klap kan zijn. Graag een reactie van de minister. 

Kan de staatssecretaris overigens ook de gevolgen van de afschaffing van de wet-Hillen met betrekking tot de toeslagen aangeven? Ik heb dat eergisteren ook gevraagd. Dit staat niet in de memorie van toelichting. Dan is het dus geen goede wetgeving, want het hoort daarin te staan. Het staat nota bene in de uitvoeringstoets. Als je heel ver verder in de papieren rommelt, zie je dat in heel klein getypte schema's staan. Zo gaat dat met haastwerk. 

Ik ga naar een heel ander onderwerp, voorzitter: regeerakkoord en startnota over budgettair beleid. Het kabinet-Rutte III is uit de startblokken en de minister heeft de startnota ingediend. Het heeft een recordtijd geduurd om overeenstemming te bereiken over een regeerakkoord in, mag ik wel zeggen — de heer Nijboer zei het ook al — de meest gunstige macro-economische omstandigheden sinds het begin van deze eeuw. Ik zeg erbij dat ik de zorgen van de heer Omtzigt rond de brexit en wat er in Europa kan gebeuren volledig deel, met name als allerlei slechte scenario's in beeld zouden komen voor de Europese economie; hij heeft daar al naar gevraagd. Er worden stevige keuzes gemaakt, onweerlegbaar: bijna 8 miljard aan extra uitgaven en ongeveer 6 miljard tijdelijke lastenverlichting. Tellen we deze twee uitkomsten bij elkaar op, dan komt het nieuwe kabinet met een intensivering van 14 miljard in 2021. Met die 14 miljard wordt de begrotingsruimte grotendeels opgegeten, maar niet helemaal. Er wordt door het CPB toch nog een overschot van 0,5% berekend dankzij doorwerkingseffecten van het akkoord. Feit is wel dat het kabinet zonder inverdieneffecten dus ex ante in de min zakt met het EMU-saldo na '20. Het geld wordt dus wel opgemaakt. 

Dan is de vraag gerechtvaardigd of deze 14 miljard echt wordt ingezet voor grote maatschappelijke problemen in Nederland. Over de lastenverlichting is bijvoorbeeld al veel gezegd en geschreven. Is het wat of is het niks? Ik wil verder niet al te vervelend doen, maar het buitenland is de enige categorie in dit plan die structurele lastenverlichting krijgt zonder addertjes onder het gras. Voor het buitenland is de lastenverlichting in geen geval een sigaar uit eigen doos, maar gewoon strak en structureel. Dat hadden we graag ook zo gezien voor de rest van Nederland, met een verdiende inhaalslag voor de ouderen. 

De tariefverlaging als gevolg van de beperking van de hypotheekrenteaftrek voor starters is jaren geleden als virtueel in de toekomst geplaatst en is blijven staan, maar nieuw is het zeker niet. Er is nu per saldo geen sprake van een echte lastenverlichting, hooguit enkele miljarden die in '19 en '20 worden uitgegeven, en dan ook nog maar tijdelijk. Als de burger iets krijgt van dit kabinet na alle crisismaatregelen van de afgelopen tien jaar, dan zijn het inderdaad de extra uitgaven, maar extra overheidsuitgaven komen voor een groot deel niet terecht in de portemonnee van de burger, waarover de heer Van Dijck het al had. Hoe je het ook bekijkt, dit is niet het kabinet van de lastenverlichting of van teruggeven wat is afgepakt, niet voor jong en niet voor oud. Maar tegelijkertijd wordt het overschot wel uitgegeven, en zoals we allemaal hebben geleerd: we kunnen de gulden maar één keer uitgeven. Dat geldt helaas ook voor de euro, tenzij je Mario Draghi heet. Ik sluit me wat dat betreft ook weer aan bij de heer Omtzigt. Wij als 50PLUS hadden de 14 miljard waarover ik het net had, ook anders kunnen besteden, dat mag duidelijk zijn. 

Ik zal nu niet ingaan op de grote fiscale voorstellen die we in het voorjaar kunnen verwachten. Ik zal dadelijk alleen nog heel kort iets over de dividendbelasting en btw zeggen. Ik moet overigens wel zeggen dat de verhoging van het tarief in box 2 voor familiebedrijven — sommigen hebben die ook al genoemd — ons zwaar op de maag gevallen is, omdat de argumentatie daarvan ten enenmale niet deugt. Het globale evenwicht is niet verstoord, maar blijft juist in stand. 

Heel kort over de btw. De 50PLUS-fractie is tegen deze verhoging. Voor de laagste inkomens is het hoe dan ook een lastenverhoging die de dagelijkse boodschappen duurder maakt en ook de medicijnen bijvoorbeeld. Vooral voor ouderen is het vrij besteedbaar inkomen na de vaste lasten vaak zo klein dat dit er absoluut niet meer bij kan. Ik verwijs naar het verhaal over de familie De Leij in vijf generaties die hier vorige week op de tribune zaten tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen toen onze fractievoorzitter dat verhaal vertelde. 

Heel kort over de dividendbelasting. Onze fractievoorzitter heeft vorige week een motie ingediend, die we hebben aangehouden, waarin we vroegen: geen afschaffing van de wet-Hillen en geen afschaffing van de dividendbelasting. Ik wees er eerder al op in een vraag aan de heer Omtzigt. Ik blijf benieuwd naar het uiteindelijke standpunt van het CDA. 

Het zal duidelijk zijn dat 50PLUS de opbrengst van het niet afschaffen van de dividendbelasting wil gebruiken voor de dekking van de wet-Hillen, die tot 2021 overigens slechts 76 miljoen kost. Indien onze motie zou worden aangenomen, blijft er dus 1,3 miljard over van de dividendbelasting. Wij hebben daar een bestemming voor, bijvoorbeeld het tarief van de eerste schijf nog verder verlagen voor alle belastingplichtigen, werkend en niet-werkend. 

Evenwichtig koopkrachtbeleid en niet-indexatie van pensioenen. Het is geen geheim dat 50PLUS ontevreden is met de ontwikkeling van de koopkracht — het is eerder al door interrupties van mijn kant gebleken — zoals die uit de Miljoenennota en het regeerakkoord blijkt. Bij gelijkblijvende — let wel: bij gelijkblijvende — inkomensbron loopt de koopkrachtontwikkeling van gepensioneerden al lang achter op die van werkenden. Dat is geen natuurverschijnsel, maar een politieke keuze, net als de leeftijdsvoorkeur die wij hebben voor de AOW, 65 jaar. Voor werkenden worden zonder blikken of blozen de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting verhoogd met 11 miljard in de afgelopen tien jaar, een verdubbeling. Het budgettaire beslag van de ouderenkorting is in diezelfde periode veel minder hard gestegen, met krap 30%. De arbeidskorting kost inmiddels 18,5 miljard. De Rekenkamer heeft dat recent nog aangeven en de Miljoenennota zegt het ook. De arbeidskorting, de belastingverlaging exclusief voor de werkenden, kost nu al 18,5 miljard. Ik heb destijds in de senaat laten uitrekenen dat dat gelijkstaat aan 5% verlaging van alle schijven voor alle belastingplichtigen, 5% waarmee we de marginale wig in een keer geleidelijk, in plaats van de arbeidskorting, hadden kunnen verlagen. 

Dan de ouderenkorting heel kort. Wij zijn blij met de verhoging. We zijn blij met de afbouw. In de senaat hadden we een motie ingediend — de heer Hoekstra herinnert zich dat; hij heeft die ook gesteund — wegens dat valluik dat als je €1 boven de grens kwam je €1.300 netto kwijtraakte. Welke gek heeft dat ooit verzonnen en zo lang laten bestaan? Maar goed, dat wordt nu geregeld. 

Ouderen worden bovendien sluipenderwijs gepakt met de bosbelasting en minder sluipenderwijs via de abrupte afbouw — ik zei het net al — die gelukkig gaat ophouden. De nieuwe ouderenkorting wordt dan wel afgebouwd in een veel sneller tempo dan de arbeidskorting, namelijk 15% in plaats van de arbeidskorting met 3%, en stopt ook al bij €48.000 terwijl de arbeidskorting pas naar nul gaat bij een veel hoger inkomen. Een vorm van fiscale leeftijdsdiscriminatie! 

Waar de tweetaks een goed moment was geweest om de bosbelasting af te schaffen, blijft ook deze struikrovermaatregel gewoon bestaan. Volgens Financiën wordt de bosbelasting niet afgeschaft omdat "er geen dekking voor is gegeven in het regeerakkoord". Voor het geval sommigen in dit huis vergeten zijn wat de bosbelasting is: voor de AOW'ers wordt de wet-Grapperhaus — ja, de vader van de huidige minister van Justitie — de wet op de inflatiecorrectie uit 1967 niet volledig toegepast op de overgang van de tweede naar de derde schijf. Daardoor komen gepensioneerden steeds sneller in die hogere schijf terecht. Die systematiek blijft intact. Dat betekent dat de stiekeme fiscalisatie van de AOW gewoon doorgaat. 

Voor AOW'ers komt er een drietakssysteem, maar dat is slecht gecommuniceerd in zowel het regeerakkoord als de doorrekening. U wilt niet weten hoeveel vragen wij daarover hebben gekregen. Onze kiezers en veel andere burgers zijn zich een hoedje geschrokken. Wij willen het kabinet op dat punt richting onze kiezers en alle burgers het voordeel van de twijfel geven, maar leg nu eens precies uit hoe het voor de ouderen is. Er is een tweetaks voor de werkenden en er is, gelukkig, een drietaks voor de niet meer werkenden, maar bij veel mensen leeft het beeld dat er eigenlijk nog maar twee schijven overblijven. Er is ook grote onzekerheid over de inkomensgrenzen. Ik kom daar later nog wel een keer op terug. De staatssecretaris zei maandag dat de huidige bekende inkomens indicaties zijn en ik vroeg hem om te zeggen wat ze nu eigenlijk definitief zijn. 

Voorzitter. Ik wil nog even iets zeggen over de compensatie door de overheid of het niet compenseren door de overheid van ouderen als de pensioenen niet worden geïndexeerd. Ik citeer de Miljoenennota: "Dikwijls wordt in de richting van de overheid gekeken om een achteruitgang van de koopkracht van ouderen bij niet-indexatie door pensioenfondsen te compenseren. De vraag is in hoeverre dit altijd in de eerste plaats de taak van de overheid moet zijn. De overheid bepaalt de spelregels voor de pensioenfondsen. Het niet-indexeren is het gevolg van ontwikkelingen op de financiële markten en van beleggingsbeslissingen van de betreffende pensioenfondsen." Dat schrijft het vorige kabinet. 

Niets over het feit dat het kabinet zelf in het financieel toetsingskader de regels vastlegt op grond waarvan er niet geïndexeerd wordt. Men doet dus net alsof dat niet bestaat, terwijl we dat hier hebben vastgesteld, en zegt over gevolgen: "Daar gaan wij niet over, dus wij hoeven ook de gevolgen daarvan niet te compenseren. We doen dat dan wel af en toe, want als de werkenden er flink op vooruitgaan dan kunnen we natuurlijk niet aan de politiek verkopen, vlak voor de verkiezingen in het voorjaar, dat die koopkracht maar in elkaar dondert. Dus dan gaan we repareren, zodat ze in elk geval gemiddeld op nul blijven." Gemiddeld op nul betekent dat de AOW'ers en AOW'ers met een klein pensioen erop vooruit gaan, gelukkig, door de indexatie en dat de anderen in de min zitten. En mijnheer Omtzigt, dat is al bij mensen met een AOW en €20.000 of €25.000. Die staan op -2 en de werkenden, vergelijkenderwijs, zitten op +5. 

Voorzitter, ik zie dat ik moet afronden. Althans als ik tijd voor de tweede ronde wil overhouden. Wij vinden dat dit de wereld op zijn kop is. Wij zullen de grootste fiscale misvormingen dan ook corrigeren met een vijftal amendementen op het Belastingplan. Wat wij vinden van het ftk, dat toepasselijk is in het huidige pensioenstelsel, kunt u allemaal rustig nalezen in het initiatiefwetsvoorstel-Van Rooijen waarover we binnenkort plenair met elkaar van gedachten zullen wisselen. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Dank u wel. Voordat ik de heer Dijkgraaf het woord geef, schors ik voor twee minuten. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Dijkgraaf. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wacht even tot de heer Van Dijck ook rustig zit. 

Een felicitatie aan de minister en de staatssecretaris voor een mooie uitdaging. Ik had eerlijk gezegd op mijn briefje staan bij de minister "een mooie uitdaging, uitroepteken" en bij de staatssecretaris: uitroepteken, vervangen door vraagteken. Dat heeft niets met de persoon te maken, maar staatssecretaris voor fiscale zaken, dat is wel een dingetje. Maar: alle vertrouwen in de persoon. We gaan elkaar spreken. 

Een compliment aan de heer Sneller. Mooi verhaal. Ik vond het jammer dat wij niet mochten interrumperen. Ik merkte dat bij andere collega's ook wel, maar dat komt allemaal wel goed. Dan kom ik ook gelijk bij mijn eerste punt, omdat hij zei dat we een goede uitgangspositie hebben. Ik betwijfel dat. De heer Nijboer maakt het nog bonter door te zeggen: een mooiere uitgangspositie is er niet, financieel. 

Mevrouw de voorzitter, ik betwijfel dat. De heer Bruins vond ik wat betreft veel realistischer. Die haalde het prachtige Bijbelverhaal van onderkoning Jozef aan. Die begreep dat in de vette jaren, in de jaren dat het goed ging, je de korenschuren moest vullen voor de periode dat het slecht zou gaan, de periode daarna. Dat zette mij aan het denken. Wil deze minister nu lijken op koning Jozef of op Wouter Bos? Want in september 2008 hadden we ook zo'n soort vergadering hier met, net zoals nu, een positief begrotingssaldo, een dalende staatsschuld, een stijgende werkgelegenheid en een dalende werkloosheid. Met trots werd verteld: we hebben bezuinigd in het verleden, we oogsten daar nu de vruchten van, het gaat allemaal goed en we kunnen nu profiteren van de arbeid. Ik heb koning Jozef aangehaald in de debatten toen wij wel gingen bezuinigen, onder Rutte I en Rutte II. De heer Van Weyenberg weet dat nog wel en de heer Omtzigt ook. Toen kregen wij het verwijt dat we gingen bezuinigen op het moment dat het al slecht gaat. Dat is dom, weten we als economen. Je moet bezuinigen op het moment dat het goed gaat en uitgeven op het moment dat het slecht gaat. Toen heb ik gezegd: als er niet geluisterd wordt naar die wijze lessen van koning Jozef, dan wordt het nooit wat. 

Nu zitten we aan de andere kant en constateer ik dat de staatsschuld in 2021 hoger is dan in 2008, als deze plannen uitkomen. Denken dat het goed gaat, maar niet klaar voor de volgende crisis. Een houdbaarheid die negatief is: 3 miljard. We vinden met elkaar, het overgrote deel van deze Kamer vindt dat wel, dat 5 miljard extra geïnvesteerd moet worden in defensie. 3 + 5 = 8, dus eigenlijk is er al een houdbaarheidsgat van 8 miljard. En dan heb ik het nog niet over de zorguitgaven, waar de Raad van State ook vraagtekens bij zet, en de verhalen van ook Omtzigt en anderen over de brexit, de ECB en de euro. Dan ook nog eens een keer het punt dat de cijfers zijn gebaseerd op hoge groei. Ik heb het even uit zitten rekenen. De Raad van State zegt 2%. Ik wil de Raad van State niet verbeteren, zeker niet na mijn interruptie van daarnet, maar als je het precies uitrekent, is het volgens mij 2,23%, terwijl we hier toch vaak gezegd hebben dat je moet uitgaan van het behoedzame scenario en niet aan de bovenkant moet gaan rekenen, want dan is de kans op tegenvallers groter dan de kans op meevallers. Ik zou dus in alle vriendelijkheid aan deze minister vooral, die verantwoordelijk is voor het begrotingsbeleid, willen vragen wat nou de degelijkheid van zijn beleid is. Daar kan hij misschien zelf niet zo heel veel aan doen, omdat hij volgens mij niet bij de onderhandelingen betrokken was, maar ja, hij heeft wel deze positie aanvaard en is dus verantwoordelijk voor dit beleid. Is dit beleid wel degelijk, waarom niet behoedzaam? 

Voorzitter, mijn tweede punt. Er zijn vragen gesteld over lastenverlichting. Daar kan ik kort over zijn. Ik heb dezelfde vragen. 6,5 miljard lastenverlichting, maar 3,1 miljard zit in het basispad, dus eigenlijk is het maar 3,4. Dan zou mijn stelling zijn dat we na 2021 15 miljard aan lastenverzwaring hebben: 7 miljard die al in het basispad zit, 3 miljard nodig voor de houdbaarheid en 5 miljard nodig voor defensie. Dat moet of uit de lastenverzwaring komen of uit bezuinigingen. Mijn vraag is: wat gaat de minister doen? 

Voorzitter. Er is veel gezegd over de dividendbelasting. De minister heeft volgens mij alle interrupties meegekregen. Ik herhaal even staccato mijn belangrijkste vraag: wat is nou de verwachte effectiviteit? Ik heb niet de verwachting dat dat bewezen wordt, maar ik hoop wel beter zicht te krijgen op het kanaal waarlangs het gebeurt. Komt er voor een aantal landen een eindheffing? En zo ja, voor welke landen? Of zijn er landen met een lagere heffing dan ons tarief? Of zijn er heel andere kanalen? Wat is de bewijsvoering van het hele verhaal? Als je 1,4 miljard besteedt, moet je jezelf wel de vraag stellen of het effectief is en of je verwacht dat het effectiever is dan alternatieve instrumenten. Kortom, we zijn niet per se tegen, maar we zoeken nog wel naar het deugdelijke verhaal. 

Dan de eenverdiener. Daar gaan we de staatssecretaris uitvoerig over bevragen tijdens de plenaire behandeling van het Belastingplan. Hij dacht: mooi, eindelijk een fiscale vraag. Maar nee, ik stel de vraag aan de minister, die daar niet primair over gaat, maar wel de minister van het ministerie is en dus uiteindelijk ook verantwoordelijk is voor de fiscaliteit. Ik vraag dat omdat senator Hoekstra het zeer eens was met de motie-Schalk over het verkleinen van de kloof voor eenverdieners. Hij was het er zo mee eens dat toen de staatssecretaris voor fiscale zaken een brief stuurde naar de Eerste Kamer over dat het kabinet-Rutte II niet van plan was om meer te doen dan het gedaan had — en dat was niet veel, weten we met elkaar — hij het er ook mee eens was dat de Eerste Kamer het ministerie vervolgens een brief stuurde omdat zij vond dat de motie beter uitgevoerd moest worden. Nou, minister, nu zit u op de positie waar u dit kunt waarmaken, dus hoe blij gaat u uzelf maken? Welke mogelijkheden ziet u? En hoe gaat u uw staatssecretaris stimuleren om die kloof zo snel mogelijk te dichten? 

Voorzitter. Tot slot, want mijn tijd is bijna verstreken en daar probeer ik mij aan te houden. De wet-Hillen stuit ons tegen de borst. Je kunt allerlei inhoudelijke discussies met elkaar voeren, maar je hebt in de afgelopen zeven jaar het volk wel elke keer voorgehouden: dit is het dan. Er zitten best pijnlijke maatregelen in. Een van die pijnlijke maatregelen is dat je 100% moet aflossen. Ik vind dat een domme maatregel. Ik heb toen ook alternatieven voorgesteld. Je zegt tegen huurders ook niet: je moet een massief vermogen opbouwen. Dat is eigenlijk wat je verplicht stelt. Ik vind het best om de belastingaftrek naar 0% terug te brengen. Maar goed, die wet is er, dus dat moet je doen. Maar dan zeg je vervolgens: als je nu 0% schuld overhoudt, ga je belasting betalen. Mensen dachten dat ze dan geen belasting meer hoefden te betalen. Uit cijfers blijkt dat het wel meevalt aan het einde van de kabinetsperiode, maar dan is nog maar 10% van die wet actief. Dus kunnen we het complete financiële plaatje krijgen, ook qua koopkracht, voor als die wet 100% actief is? En is de minister bereid om naar alle regels rondom hypotheken te kijken? Het is veel lapwerk waar alleen adviseurs bij zijn gebaat, zie ook het commentaar van de Raad van State. Het is een oerwoud van regels geworden. 

Voorzitter. Ik wil tot slot de bewindslieden veel wijsheid toewensen bij hun werk en bij de vele uitdagingen die er zijn. Het is heel mooi werk om te mogen doen. Ik wil ze zeker ook Gods zegen op hun werk toewensen. 

Dank u wel. 

De voorzitter:

Mijnheer Nijboer, een korte vraag. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vond het een mooi verhaal over de graanschuren van Jozef. Ik ben benieuwd hoe de heer Dijkgraaf aankijkt tegen het naar voren halen van de belastingverlichting van bijna 6 miljard door dit kabinet. Later, na 2021, wordt het weer uitgegeven. Hij waarschuwt dat het de komende tijd weleens tegen kan zitten, maar ik weet niet wat hij daar als conjunctuureconoom en macro-econoom van vindt. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Nou, langzamerhand moet je wel gaan oppassen met het al te zeer aanjagen van de koopkracht als je kijkt naar de daling van de werkloosheid. Maar volgens mij zitten we nu nog niet op dat punt, dus enige stimulans kan ik mij wel voorstellen. De koopkrachtcijfers zijn nog niet dusdanig dat het uit de hand loopt. Maar je moet wel oppassen. Mijn zorg zit dus in de eerste plaats niet aan de koopkrachtkant, maar wel aan de lastenkant voor arbeid, want ik vind de lasten op arbeid gewoon te hoog. Daar heeft dit kabinet trouwens ook een leuke truc uitgehaald door wel een vlaktaks in te willen voeren maar ondertussen alle regelingen inkomensafhankelijk te maken waardoor de marginale lasten bijna net zo hoog zijn als ze tot nu toe waren. Het zou dus nog een interessante vraag aan het kabinet kunnen zijn hoe dat kan. 

De voorzitter:

En dan nu uw antwoord op de vraag van de heer Nijboer. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Maar dat is het antwoord. Mijn zorg zit vooral aan de financieringskant, aan de houdbaarheidskant. 

De voorzitter:

Tot slot. 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik vraag gewoon naar het verschil tussen uitgaven en inkomsten natuurlijk. De heer Dijkgraaf verwijst aan de ene kant naar defensie en zegt: kijk uit met de uitgaven, want het kan nog weleens slechter gaan. Aan de andere kant schuift het kabinet natuurlijk een ontzettende lastenverlichting naar voren, waarna de bittere pil volgt. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ja, maar mijn punt is vooral het volgende. Er zit al 7 miljard lastenverzwaring in het basispad. Voor de houdbaarheid zijn nog miljarden nodig. Dat heeft hier natuurlijk alles mee te maken: je schuift de rekening vooruit. En als je dan ook nog defensie erbij pakt, dan heb je volgens mij een openstaande rekening van 15 miljard. Dat is wel een behoorlijke rekening die je naar de toekomst doorschuift. 

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Dijkgraaf. Dan geef ik nu het woord aan de heer Azarkan namens DENK. 

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter, dank. Houden we het nog een beetje vol met zijn allen? Want let op: na mij komt Baudet nog, met twintig minuten. Dus ik zou ervan genieten als ik u was. 

Eerst een compliment aan collega Sneller, die een prachtig betoog hield, uit zijn hart. Dat sprak mij enorm aan. Laat ik beginnen met een compliment. De begroting is sluitend, de staatsschuld en de werkloosheid dalen, de inflatie is laag en de economische groei is dit jaar op 3,3% en volgend jaar op 3,1% begroot. En dat allemaal volgens de cijfers van de startnota van vrijdag. DENK complimenteert Nederland met deze mooie cijfers. Wij Nederlanders hebben de crisis overwonnen door samen de schouders eronder te zetten. Soms dankzij maatregelen van het vorige kabinet, maar ook vaak ondanks de slechte maatregelen van het vorige kabinet. Het ziet er in het algemeen rooskleurig uit, maar op onderdelen kan en moet het beter. Het is tegen deze achtergrond dat ik mijn bijdrage uitspreek, omdat DENK vindt dat het nog beter kan, DENK vindt dat het eerlijker kan en DENK vindt dat het rechtvaardiger kan. 

Voorzitter. Laat ik mijn bijdrage beginnen met de actualiteit. In de huidige tijd van economische voorspoed is er geld genoeg voor ieders behoefte maar niet voldoende voor ieders hebzucht. Ik kom bij de onthullingen van de Paradise Papers. Wat vindt de minister van deze onthullingen over de massale belastingontwijking? Nederland is een van de grootste belastingparadijzen op deze wereld, alhoewel ik begrepen heb dat er een motie is aangenomen dat we dat hier nooit over onszelf mogen zeggen. 

Voorzitter. Waarom is dit mogelijk? De Nederlandse burger snapt het niet. Ik zei het gisteren bij de regeling al. We hebben vorige week met 150 leden van het parlement en 24 bewindslieden uren gesproken over de ombuiging van 100 miljoen op de wijkverpleging. Dat terwijl een ambtenaar in Rotterdam in zijn eentje zo effe 169 miljoen weggeeft aan in dit geval de buitenlandse onderneming Procter & Gamble. De DENK-fractie snapt het niet, de Nederlanders snappen het niet en de mkb'ers snappen het niet. Ik sprak er gisteren een aantal. Zij wilden ook graag dat nummer hebben van die ambtenaar, want zij wilden ook zo'n deal maken. Dus misschien dat de minister dat straks nog kan uitwisselen. Ook zij willen minder belasting betalen, want eerlijk delen betekent ook eerlijk belasting betalen. Het draagvlak onder het Nederlands belastingstelsel wordt uitgehold als de rijken de belasting massaal kunnen ontwijken. 

Voorzitter. We hebben een kabinet van rechts met de Bijbel in de hand. Het leek mij gepast om te komen met de geboden voor een goede begroting. Graag een reactie van de minister op de volgende geboden. Gebod nummer 1 luidt: gij zult eerlijk delen. We hebben een mooie economische groei. Echter, deze economische groei komt onvoldoende terecht in de portemonnee van de burgers. Laten we eens nauwkeurig naar de cijfers kijken. Een economische groei van 3,3% in 2017 en van 3,1% in 2018 leidt slechts tot een koopkrachtverbetering van 1,1% voor de burgers. Dat is natuurlijk een slechte verhouding. Daarentegen geven wij 1,4 miljard weg aan het buitenland in de vorm van het afschaffen van de dividendbelasting, zonder onderbouwing, of zoals de collega's van de ChristenUnie het noemen: ontwikkelingssamenwerking voor Amerikaanse en Britse overheden. Het is mij bij de Algemene Politieke Beschouwingen opgevallen dat Buma, Pechtold en zelfs Dijkhoff eerlijk waren over de onzekerheid waarmee deze megasubsidie is verstrekt. Rutte begon meteen te jammeren over het vestigingsklimaat. Lubach noemde dat een schwalbe: zodra hij wordt aangevallen, gaat hij meteen liggen en een beetje janken. Ik ben benieuwd welke argumenten de minister bij elkaar heeft geschraapt voor deze keuze. De DENK-fractie maakt hierbij een voorbehoud: als onvoldoende kan worden aangetoond waar die 1,4 miljard naartoe gaat, kan ik niet akkoord gaan met de begroting. 

Gebod nummer 2 luidt: gij zult het nut van de overheidsuitgaven aantonen. Collega Sneller sprak hier al over. Burgers en bedrijven betalen belasting. Ze hebben het recht om te zien wat er met hun geld gebeurt, of het nuttig wordt besteed of dat het in bodemloze beleidsputten verdwijnt. In dit kader is het goed om te weten dat de Algemene Rekenkamer elk jaar vaststelt dat zo'n 3 tot 5 miljard van de rijksuitgaven niet afdoende verantwoord kan worden. Dat moet echt beter. Hoe toon je nu aan wat nut en noodzaak van de overheidsuitgaven zijn? Vroeger was niet alles beter, maar vroeger was er wel een mooi verantwoordingssysteem. Dat heette VBTB: van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording. We kregen antwoord op de drie W-vragen: wat willen we op rijksniveau bereiken met het beleid, wat doen we ervoor en wat levert het op? Per saldo waren prestatiegegevens nodig in de vorm van indicatoren en kerngetallen. Het niet bereiken van de gewenste resultaten zou kunnen leiden tot aanpassing van het beleid en tot kritische vragen aan de minister die zijn of haar targets niet haalde. Afgerekend worden op hun targets vonden de ministers kennelijk niet zo'n prettig systeem. Wat doe je dan? Je vraagt een commissie om met een andere systematiek te komen. Dus kregen we in 2012 de systematiek Verantwoord Begroten. De jaarverslagen werden hierdoor vooral financiële documenten, met minder beleidsinformatie en minder prestatiegegevens: wellicht gunstig voor de ministers, maar wat schimmig voor de belastingbetaler. Daarom vragen wij: is de minister bereid om het huidige systeem te vergelijken met het oude systeem? Ik overweeg op dit punt een motie. 

Gebod nummer 3 luidt: gij zult in goede tijden niet lui achterover in de stoel hangen. Het gaat eindelijk goed met de economie: er is een overschot van 3,5 miljard in 2018 en de staatsschuld daalt richting 54% van het bbp in 2018. Je zou zeggen "peanuts", maar nog altijd hebben vorige kabinetten iedere gewone Nederlander opgezadeld met €25.000 schuld. U hoort het goed! Gelukkig daalt de werkloosheid eerst naar 355.000, maar in 2022 loopt die weer op. Maar DENK wil wel waarschuwen. Er zijn namelijk een aantal macro-economische risico's. Zo is er door het regeerakkoord opeens een houdbaarheidstekort van 3 miljard. Waarom toch de pot verteren in plaats van een buffer aanleggen, bijvoorbeeld in de vorm van een conjunctuurfonds of een nieuw fonds economische structuurversterking? Een ander risico is het EMU-saldo. Dat is weliswaar in 2018 0,5% maar dit blijkt grotendeels conjunctureel te zijn. Collega Omtzigt zei het al. Het structurele EMU-saldo is -0,7%, dus lager dan de minimumwaarde van -0,5%, zoals staat op bladzijde 9 van de Startnota. Is dit niet erg kwetsbaar? De Raad van State waarschuwt hier ook voor, evenals voor het verder verslechterende houdbaarheidssaldo. De Raad heeft het over een bescheiden marge ten opzichte van de Europese minimumeis. De Raad vraagt zich af waarom niet is gekozen voor een behoedzaam scenario in plaats van een zeer optimistisch scenario van een jarenlange groei van 2%. Nu is de kans op tegenvallers groter. Graag verneem ik van de minister waarom is gekozen voor dit scenario, waarin mogelijke toekomstige teleurstellingen al zitten ingebakken. 

In het algemeen: moeten we niet uitkijken voor nieuwe signalen van een nieuwe crisis? Hoe gaat de brexit uitwerken? Hoe gaan we het ECB-opkoopbeleid stoppen? En wat zal de uitwerking daarvan zijn? Daarnaast lijken dezelfde soort bubbels te ontstaan als in 2007. We zien meer liquiditeit, hogere huizenprijzen, steeds risicovollere kredieten en financiële constructies. Ik heb de vragen gesteld en wil in dit geval ook wijzen op de leverage ratio voor de banken, in gewoon Nederlands de reserve die banken hebben op door hen verstrekte kredieten. Klopt het dat we bladzijde 34 van het regeerakkoord zo moeten begrijpen dat het kabinet die reserve gaat terugbrengen van 4% naar 3%, terwijl het vorige kabinet het wilde verhogen richting de 6%? Waarom zou dit moeten gebeuren? Hebben we onvoldoende geleerd van de kredietcrisis van 2008? Een ezel stoot zich in het algemeen niet twee keer aan dezelfde steen. Graag een reactie van de minister. Is het goed dat ik door uw tekst heen praat, mijnheer Van Weyenberg? 

Dan gebod nummer 4: gij zult alle lonen met 3,5% verhogen. Best een pittige. Dat vond ik zelf ook. Maar het kan. De president van DNB, het IMF, verschillende economen, de vakbeweging en zelfs VNO-NCW roepen op tot hogere lonen. Ook voormalig minister Dijsselbloem vond dit. Hij was zelfs lid geworden van de FNV, zo zei hij in De Wereld Draait Door. Zeer ongebruikelijk natuurlijk. Mijn vraag aan de twee bewindslieden is of zij ook lid zijn van de FNV of het CNV, zodat zij ook kunnen bijdragen aan de verhoging van die lonen. 

Maar wat vindt de minister van een nieuw sociaal akkoord waarover in het tripartiete overleg de sociale partners en de rijksoverheid tot gezamenlijke afspraken komen? Een van die afspraken zou kunnen zijn om een nationale loonsverhoging af te spreken van 3,5% met een minimum van €1.000. Ik overweeg op dit punt een motie. 

Dan gaan we naar gebod nummer 5: gij zult doen wat u zegt en zeggen wat u doet. Afgelopen vrijdag kregen wij plotseling de startnota die dinsdag ineens aan de agenda van de AFB is toegevoegd. En wat lazen wij daar? In ieder geval een grote teleurstelling op bladzijde 7. Er is inderdaad, zoals door een aantal collega's al verteld, geen lastenverlichting van 6,5 miljard zoals het nieuwe kabinet vorige week de Kamer nog voorspiegelde; nee, er is per saldo een lastenverhoging van 3,4 miljard over de periode 2018-2021. Met name de doorwerking van de maatregelen van het vorige kabinet, waar dit kabinet verantwoordelijkheid voor neemt, en de hogere zorgpremies zijn door het kabinet vorige week niet meegenomen. Waarom is het kabinet-Rutte III niet eerlijk geweest? Graag een reactie van de minister. 

Op bladzijde 3 van de startnota staat weer een nieuwe teleurstelling. In de jaren 2019, 2020 en 2021 loopt de werkloosheid sterk op, van 343.000 naar 383.000 als gevolg van dit kabinetsbeleid. Ook dit is vorige week niet zo gemeld. Klopt dit, minister? Mag ik hier ook een reactie op? Waarom worden deze belangrijke zaken op een achternamiddag naar de Kamer gestuurd, verborgen in een dikke stapel papier? 

Voorzitter. Dat kan ook anders. Dat bleek mij bij het laatste gebod, gebod nummer 6: gij zult aan DENK een voorbeeld nemen. DENK is namelijk kampioen overheidsfinanciën, zo bleek uit de doorrekening van het CPB. Wij hadden als enige partij een begrotingsoverschot staan. De andere partijen hadden allemaal een tekort. Er zijn dus nu drie instituten die pleiten voor het opbouwen van een buffer in goede tijden: De Nederlandsche Bank, de Raad van State en de fractie van DENK. Deze coalitie van financiële degelijkheid roept u dan ook op om een substantiële buffer aan te leggen nu het nog kan. We zouden lering moeten trekken uit de schuldencrisis van 2008. We zouden moeten luisteren naar DNB, de Raad van State en DENK en moeten streven naar een structureel begrotingsoverschot van minstens 1% van het bbp in combinatie met een houdbaarheidsoverschot. Graag een reactie van de minister. 

Voorzitter. Ik rond af. Uiteindelijk zullen wij ja of nee moeten zeggen tegen de Miljoenennota en de begroting van Financiën. Zoals de DENK-fractie vorige week tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen heeft aangegeven, zijn er grote bezwaren tegen bepaalde onderdelen van de begroting. Het gaat dan natuurlijk over de afschaffing van de dividendbelasting, de verlaging van de vennootschapsbelasting, de verhoging van de boodschappenbelasting en het voortbestaan van het hoge eigen risico in de zorg. Hoewel sommige onderdelen, zoals de dividendbelasting, pas in de komende jaren formeel op de agenda staan, willen we nu alvast een duidelijk signaal afgeven. Wij wachten de beantwoording van onze vragen af en zullen dan afwegen of we akkoord kunnen gaan. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet namens Forum voor Democratie. 

De heer Baudet (FvD):

Welk kabinet Mark Rutte ook samenstelt, de inkomsten voor de overheid en dus de lasten voor de burgers stijgen. Dat gold voor zijn eerste kabinet met het CDA; het gold voor zijn tweede kabinet met PvdA. En nadat via het Kunduzakkoord ook D66 en GroenLinks erbij waren betrokken, kwam daar nog het nivelleringsfeestje van Hans Spekman overheen en als kers op de taart een tijdelijke btw-verhoging van 19% naar 21%. Dit alles vond plaats tijdens de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig. Precies het verkeerde beleid op precies het verkeerde moment. Ik laat nu een grafiek zien van ING, waarin duidelijk te zien is hoe nadelig dit voor onze economie heeft uitgepakt en hoe we daardoor structureel op achterstand zijn gezet in vergelijking met ons omringende landen. Ik kan haar laten kopiëren en uitdelen als daar behoefte aan bestaat. 

Het aandeel van de overheid in de Nederlandse economie is onder het bewind van Mark Rutte twee keer zo snel gegroeid als de koopkracht van de Nederlanders. De lasten- en premiedruk was in 2010 nog 35% en gaat nu richting de 40%. Mark Rutte, de grote herverdeler. Zelfs nu de crisis grotendeels achter de rug is, worden deze maatregelen niet teruggedraaid. Nee, het argument voor de komende lastenverhoging, in totaal 3,4 miljard cumulatief over vier jaar, is dat het nodig is om nu de lasten te verhogen omdat het weer beter gaat. Of het nu mooi of slecht weer is, bij Mark Rutte heb je altijd een paraplu nodig. 

Sommige maatregelen zijn gewoonweg niet uit te leggen. Dat bleek ook in het debat van vandaag. Een voorbeeld is de afschaffing van de dividendbelasting. Die kost ons in totaal 1,4 miljard, terwijl de gewone, hardwerkende Nederlanders waar Rutte het altijd over heeft daar niets aan hebben. Het is een cadeautje voor buitenlandse beleggers en multinationals. FVD wil juist de belasting voor het Nederlandse mkb en zzp'ers verlagen door die 1,4 miljard te gebruiken om de verhoging van het box 2-tarief terug te dringen. Daar heeft ondernemend Nederland echt wat aan. Ik wil ook graag aan de minister vragen of de 3,3 miljard overige lasten in het jaar 2019, in tabel 4, verwachte extra kosten zijn die het gevolg zijn van de verhoging van het tarief in box 2. 

Voorzitter. Bijna op de dag af twee jaar geleden, op 24 november 2015, nam de Eerste Kamer met algemene stemmen een motie aan: 

"constateert dat de regering aan het wetsvoorstel over het Belastingplan 2016 onder andere een separaat wetsvoorstel over box 3 heeft gekoppeld, dat bovendien pas in 2017 ingaat; 

constateert dat het twee eigenstandige wetsvoorstellen betreft; 

constateert dat de Eerste Kamer hierdoor de mogelijkheid wordt ontnomen om een separaat politiek eindoordeel te vellen over beide eigenstandige wetsvoorstellen; 

constateert dat dit nadrukkelijk niet de staatsrechtelijke traditie van de afgelopen decennia is; 

constateert dat dit een onwenselijk precedent schept voor de toekomst, 

verzoekt de regering, zich in het vervolg te onthouden van een dergelijke koppeling". 

Een prachtige motie, waarin de Eerste Kamer constateert dat de regering allerlei belastingmaatregelen op één grote hoop snel indient zodat niemand daar serieus over kan debatteren en de regering sommeert om daarmee op te houden. En door wie was deze motie ingediend? Door senator Wopke Hoekstra van het CDA. 

Hulde daarvoor, maar nu diezelfde Hoekstra beëdigd is tot minister van Financiën frommelt hij zelf allerlei belastingmaatregelen in het Belastingplan, dat snel even door dit huis moet worden goedgekeurd, waarna de Eerste Kamer dus nog steeds slechts kan slikken of stikken. Gaat hij als minister zijn eerdere voornemen om het gebundelde Belastingplan open te breken, gestand doen? Wij horen heel graag zijn reactie. 

De kern van onze kritiek is: de belastingen moeten omlaag en de lasten en premies moeten omlaag. Wij stellen in de tweede termijn een serie concrete en haalbare alternatieven voor, waar VVD en CDA, of in elk geval hun kiezers, in onze ogen gevoelig voor zouden moeten zijn. 

Dank u wel. 

De (algemene) beraadslaging wordt geschorst. 

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Baudet. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De minister en de staatssecretaris zullen morgen antwoorden. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.