Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 19, item 3

3 Justitiële jeugd

Aan de orde is het VAO Justitiële jeugd (AO d.d. 14/06). 

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Justitiële jeugd. Ik zou graag het woord willen geven aan mevrouw Buitenweg van GroenLinks. En natuurlijk heet ik de minister voor Rechtsbescherming van harte welkom. 

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vlak voor het zomerreces spraken wij over de proeftuinen Kleinschalige Voorzieningen in Amsterdam, Groningen en Nijmegen. Jongeren die in voorlopige hechtenis zijn genomen, kunnen daar verblijven onder een relatief laag beveiligingsniveau. Dat stelt hen in staat om naar school te blijven gaan, te werken en intensief contact te houden met hun ouders. Dat maakt de kans dat ze na hun straf op het rechte pad blijven groter. 

Ik wil het hier vandaag vooral hebben over de Amsterdamse Kleinschalige Voorziening. Amsterdam beschikt niet over een justitiële jeugdinrichting, waardoor eventuele sluiting van deze voorziening grote gevolgen heeft voor de resocialisatiemogelijkheden van jongeren die in de fout zijn gegaan. De financiering van dit project loopt af per 1 december 2018. Geld voor 2018 kan wel voorzien zijn in de begroting, maar daar stemmen we pas in de loop van december over, terwijl de financiering dus net daarvoor afloopt. Dan lopen we de kans dat de operatie wel geslaagd is, maar dat de patiënt is overleden. Vandaar mijn verzoek voor dit VAO. Ik zou heel graag willen dat we al vandaag duidelijkheid kunnen geven aan Amsterdam, zodat het personeel niet op zoek hoeft naar ander werk en de opgebouwde expertise niet verdwijnt, want het weer opbouwen van een team kost alleen maar heel veel tijd en energie, en die kunnen we beter stoppen in het tegengaan van de recidive van deze jongeren. Daarom wil ik de volgende motie indienen, die ik nu zal voorlezen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Kleinschalige Voorziening te Amsterdam succesvol bijdraagt aan een veilige samenleving door jongeren gedurende hun voorlopige hechtenis op te vangen en te begeleiden; 

overwegende dat pas later dit jaar over de voortzetting wordt beslist, waardoor het risico aanzienlijk is dat de opgebouwde expertise verloren gaat; 

verzoekt de regering zeker te stellen dat de Kleinschalige Voorziening Amsterdam ook in het jaar 2018 wordt voortgezet, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Buitenweg, Van Nispen en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 36 (28741). 

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Toorenburg, maar die is er niet. Dan gaan wij door naar de heer Van Nispen van de SP. 

De heer Van Nispen (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Buitenweg van GroenLinks over de pilot met de Kleinschalige Voorziening in Amsterdam. De resultaten zijn positief, maar toch dreigt de voorziening haar deuren te moeten sluiten. Ook wij zijn voor het voortzetten van die kleinschalige opvang, die naar ieders tevredenheid werkt. Daarom heb ik de motie van GroenLinks van harte medeondertekend. 

Wij hebben in het algemeen overleg ook gesproken over het belang van herstelrecht. Juist bij jeugdigen is het van belang om de pedagogische aanpak voorop te stellen, hun inzicht te geven in de gevolgen voor anderen en te kijken wat zij kunnen herstellen van wat zij hebben aangericht. Dit is van belang voor de slachtoffers en om herhaling te voorkomen. Daarom dien ik, mede namens de Partij van de Arbeid en GroenLinks, de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat in het jeugdstrafrecht een pedagogische aanpak voorop moet staan, waarbij geldt dat minderjarigen moeten kunnen leren van hun fouten en zo veel mogelijk moeten herstellen van wat er mis is gegaan, wat ook van groot belang is voor de slachtoffers; 

constaterende dat er verschillende succesvolle pilots plaats hebben gevonden, maar deze nog niet toegankelijk zijn voor alle minderjarigen en jongeren en nog geen vaste plaats gekregen hebben in het jeugdstrafrecht; 

verzoekt de regering om het herstelrecht een vaste plaats te geven binnen de wijkaanpak van de politie, de ZSM-werkwijze en de OM-afdoening voor justitiële jeugd; 

verzoekt de regering voorts om de voorlichting aan minderjarigen en ouders over de mogelijkheden van een mediationgesprek of herstelrecht te verbeteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Kuiken en Buitenweg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 37 (28741). 

Dank u wel. De minister heeft aangegeven een aantal minuten nodig te hebben ter voorbereiding van de beantwoording, dus ik schors de vergadering. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan het woord is de minister voor Rechtsbescherming. 

Minister Dekker:

Voorzitter. Dit is de voortzetting van een overleg dat nog heeft plaatsgevonden met mijn voorganger. Daarvan heb ik begrepen dat dat een goed overleg was, om te kijken wat je kunt doen aan justitiële sancties richting jongeren. Dat is nu nog heel erg georganiseerd langs lijnen van een soort "one size fits all", terwijl het soms beter is om wat te differentiëren als je kijkt naar diagnostiek en naar toepassing van maatregelen maar ook naar de mogelijkheden voor re-integratie. Vandaar de drie proeftuinen die gestart zijn. Die leveren ook wel eerste goede resultaten op. 

Daarbij heeft mijn voorganger ook steeds gezegd: aan de ene kant moeten we kijken wat we kunnen doen rond verlenging. Het zou wellicht zonde zijn om aan een soort kapitaalvernietiging te doen door coûte que coûte te stoppen met iets wat goed is en wat een pilot is, terwijl de ervaringen toch goed zijn. Aan de andere kant moet je ook goed kijken naar de levensvatbaarheid van deze proeftuinen. Bij twee daarvan zitten nogal wat vraagtekens, maar dat is bij Amsterdam niet het geval. Dus volgens mij kunnen we met een gerust hart hier toezeggen dat Amsterdam in ieder geval voor 2018 doorgezet kan worden, waarbij we dan in 2018 wel een keer een moment moeten hebben om hier de fundamentelere discussie te voeren of we over zouden willen gaan naar een stelselwijziging. Want als je dit soort dingen echt voor de lange termijn wilt borgen, moet je wel wetten en regels aanpassen. 

Om een lang verhaal kort te maken, ik kan goed uit de voeten met de motie van mevrouw Buitenweg en consorten. Ik zou die zelfs over kunnen nemen als u dat goed vindt, voorzitter. 

De voorzitter:

Is daar geen bezwaar tegen bij de andere leden? Dat is het geval. Dan nemen we deze motie over. 

De motie-Buitenweg c.s. (28741, nr. 36) is overgenomen. 

Minister Dekker:

Dan het betoog van de heer Van Nispen. Ook dat spreekt mij heel erg aan: kijk vooral bij jeugdigen wat je kunt doen rond herstelrecht. In het regeerakkoord hebben we daar ook een aantal zinnen aan gewijd. Misschien mag ik u vragen om deze motie aan te houden. Ik vind het wat voorbarig en ook wat te kort door de bocht om nu direct te zeggen dat we dit daar-en-daar gaan doen. Als u mij de tijd gunt om er even goed over na te denken hoe ik aan de slag zou willen gaan met die opdracht, die ik heb meegekregen in het regeerakkoord, kom ik daarop terug met een brief. Dat kan denk ik binnen een maand of drie. Dan kunnen we daar wellicht over verder praten. Als u dan de behoefte heeft om deze motie alsnog in te dienen, kan dat ook, maar dan gunt u mij in ieder geval even de tijd om hier goed naar te kijken. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Misschien wilt u eerst de heer Van Nispen het woord geven? 

De voorzitter:

De heer Van Nispen of mevrouw Van Toorenburg? Mevrouw Van Toorenburg. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik ben heel blij dat de minister een brief toezegt aan de Kamer om aan te geven hoe hij hieraan invulling wil geven. Mag ik de minister dan ook vragen om het vrij breed te doen? We horen over herstelrecht. We horen daarnaast over perspectief op herstelrecht, wat veel meer is dan geven en nemen maar genereus proberen een slachtoffer tegemoet te komen. Het lijkt af en toe wel een beetje alsof herstelrecht dat mooie idee kaapt. Dat zou ik vervelend vinden, alsof herstelrecht in de plaats moet komen van het strafrecht. Als de minister dat breed wil toezeggen, ben ik daar zeer gelukkig mee. 

Minister Dekker:

Dat kan ik toezeggen. Dit heeft heel veel raakvlakken met het slachtofferbeleid en slachtofferzorg. Er komt ook nog een monitor voor de kerst uw kant op. Ik zoek even naar een goed moment waarop ik die onderdelen met elkaar kan verbinden. 

De heer Van Nispen (SP):

Dankzij de woorden van de minister kan ik de motie inderdaad aanhouden. Ik vind dat een goed idee. Maar dan wil ik wel een vraag stellen die in het verlengde hiervan ligt. Die heeft te maken met de begroting voor 2018. We gaan die begroting natuurlijk behandelen. Deze motie stond daar los van; die heb ik daar expres niet mee vermengd. Maar we hebben wel vorig jaar bij de begroting geld vrijgemaakt voor mediation in het strafrecht. Dan zou ik de minister willen vragen of het nodig is dat de Kamer weer met een voorstel komt om datzelfde weer te doen voor het volgend jaar, of dat de minister nog voorafgaand aan de begroting, dus los van de brief die over drie maanden komt met een brede kijk op het hele probleem, met een brief wil komen over mediation in het strafrecht en de 1,5 miljoen die de Kamer daar voor dit jaar voor heeft uitgetrokken. 

Minister Dekker:

Het lijkt mij dat er om informatie wordt gevraagd die nodig is voor een goede behandeling van de begroting. Terecht vraagt u: hoe zit dat precies en hoe is dat geregeld voor 2018? Ik moet u dat antwoord nu even schuldig blijven, maar ik zal de Kamer daar een brief over sturen voor de begrotingsbehandeling. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. De motie-Buitenweg c.s. op stuk nr. 36 is dus overgenomen en daar stemmen we dan ook niet over. 

Op verzoek van de heer Van Nispen stel ik voor zijn motie (28741, nr. 37) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Dank u wel, minister, voor uw beantwoording en uw komst naar de Kamer. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Na de schorsing gaan wij door met de Algemene Financiële Beschouwingen. 

De vergadering wordt van 10.26 uur tot 11.02 uur geschorst. 

Voorzitter: Arib