Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 19, item 10

10 RBZ/Handel

Aan de orde is het VAO RBZ/Handel (AO d.d. 07/11). 

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO RBZ/Handel. Ik heet de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van harte welkom en geef mevrouw Diks namens GroenLinks het woord. 

Mevrouw Diks (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. We hebben gisteravond een AO Buitenlandse Handel gehad in voorbereiding op de Raad Buitenlandse Zaken/Handel van aanstaande vrijdag. Daarin hebben we heel uitvoerig gesproken over alles wat op de agenda stond. Wat mij betreft bleef er nog één ding plakken, als ik dat zo mag omschrijven. In de onderhandelingen tussen de EU en de Mercosur-landen, dus de landen in Latijns-Amerika, is gesproken over een aanbod vanuit de EU om 70.000 ton rundvlees toe te staan. De Mercosur-landen willen graag praten over de mogelijkheid om dat aanbod op te hogen. Dat rundvlees wordt natuurlijk geproduceerd in omstandigheden die logischerwijs minder goed zijn dan in Nederland of in Europa. Er zijn lagere standaarden voor duurzaamheid en dierenwelzijn. Daarom wil ik de Kamer bij motie het verzoek voorleggen of de minister zich wil inspannen om het tonnage naar beneden te krijgen. De motie luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat tussen de EU en de Mercosur-landen wordt onderhandeld over een nieuw handelsverdrag en dat in deze context wordt gesproken over het verlagen van importtarieven voor Mercosur-landen bij het op de Europese markt brengen van een quotum aan goedkoop rundvlees; 

constaterende dat de Mercosur-landen het in oktober door de Europese Commissie gedane aanbod van 70.000 ton rundvlees onvoldoende zeggen te vinden; 

overwegende dat het onwenselijk is dat Nederlandse boeren worden weggeconcurreerd met goedkoop rundvlees uit de Mercosur-landen, waar de standaarden voor duurzaamheid en dierenwelzijn bij productie lager zijn; 

verzoekt de regering niet akkoord te gaan met een hoger quotum aan rundvlees uit de Mercosur-landen en zich in te spannen om het bod van de commissie juist fors te verlagen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Diks en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1785 (21501-02). 

Dank u wel. Ik geef nu het woord aan de heer Hijink namens de SP-fractie. 

De heer Hijink (SP):

Dank u wel, voorzitter. Er is gisteren ook gesproken over het bindend verdrag in het kader van bedrijven en mensenrechten waarover nu onderhandeld wordt bij de Verenigde Naties. Er zou binnen de Europese Unie sprake zijn van uitstel of zelfs afstel van een nieuwe ronde van onderhandelingen over dit verdrag. Dat vindt de SP geen goed idee. Daarom wil ik graag de volgende motie indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er volgend jaar een nieuwe onderhandelingsronde over een bindend VN-verdrag voor bedrijven en mensenrechten is ingepland; 

verzoekt de regering zich tijdens en voorafgaand aan de volgende onderhandelingsronde actief in te spannen voor de komst van dit verdrag, ook in EU-verband, en de Kamer van deze inspanningen op de hoogte te houden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1786 (21501-02). 

Ik stel voor om tien minuten te schorsen, zodat de minister zich op de ingediende moties kan beraden. 

De vergadering wordt van 19.05 uur tot 19.15 uur geschorst. 

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef de minister het woord. 

Minister Kaag:

Mevrouw de voorzitter, veel dank. Veel dank ook voor uw woorden van welkom. Ik wil graag beginnen met mijn dank uit te spreken aan de leden van de Tweede Kamer met wie ik gisteren van de start van een hopelijk lange serie van gesprekken, dialoog en beleidsuitwisseling heb mogen genieten. Ik hoop uiteraard op een continue, goede en heel constructieve open samenwerking. 

Wat de motie van de leden Diks en Ouwehand betreft, wilde ik het volgende stellen. Het kabinet is een voorstander van een ambitieus en gebalanceerd akkoord met Mercosur. Een akkoord tussen de EU, waaronder Nederland ook valt, en Mercosur op korte termijn biedt ook grote kansen en mogelijkheden voor Europese bedrijven op deze markt. De onderhandelingen bevinden zich in de slotfase. Rundvlees is inderdaad een van de laatste discussiepunten. Door nu nog in deze eindfase van een complex onderhandelingsproces om een lager quotum te vragen, riskeren we ook dat de onderhandelingen mogelijkerwijs mislukken. Dat zou heel slecht zijn voor de handel, waaronder ook Nederlands belang, maar ook slecht voor opties om duurzaamheid en klimaat te verbeteren door onze onderhandelingspositie. Het verdrag voorziet immers ook in een ambitieus duurzaamheidsakkoord. De kwestie van de standaarden is natuurlijk ook meegenomen in de onderhandelingen. Daarom ontraad ik deze motie. 

Wat de motie van het lid Hijink betreft, wilde ik stellen dat de discussies eigenlijk pas van start moeten gaan over de inhoud en de contouren. Het is echt nog heel, heel vroeg in het proces. Het thema mensenrechten, ook in een context van het bedrijfsleven en economische bedrijvigheid, is heel belangrijk. Het staat ook expliciet genoemd in het regeerakkoord. Tegelijkertijd is het ook een moment — ik ben wat dat betreft dankbaar dat dit punt is opgebracht — in de beginfase van de onderhandelingen en de discussie onder de lidstaten om constructief mee te denken en onze gedachten vorm te laten geven in het onderhandelingsproces. Nederland heeft zelf de convenanten, die geëvalueerd worden in 2019. Dat is ook een moment om te kijken hoe Nederland zelf zijn inzet op de convenanten en het thema mensenrechten verder kan uitwerken en kan kijken welke middelen daaraan verbonden moeten zijn, inclusief de optie van een grotere mate van naleving en wettelijke naleving. Wat de motie betreft en de vraag die daarin is verwerkt, is heel duidelijk dat de gehele ministerraad zich inzet rondom de centrale thema's mensenrechten. Wat dit proces betreft, ben ik van plan de Kamer langs de gebruikelijke kanalen frequent te informeren over het verdrag inzake bedrijven en mensenrechten in VN-kader. Maar het is te vroeg voor mij om deze motie te ondersteunen. Mijn verzoek is om de motie aan te houden. 

Ik wilde ook nog een moment terugkoppelen wat betreft een soortgelijke motie over Mercosur die het lid Dijkgraaf van de SGP vorige week heeft ingediend in het VSO Landbouw- en Visserijraad. Ik wil die motie ook ontraden op dezelfde gronden die ik net heb toegelicht wat betreft het rundvleesquotum met betrekking tot Mercosur. Dank u. 

De voorzitter:

Dank u wel. Het verzoek tot aanhouden ging vooral over de motie van de heer Hijink. U hoeft nu niet te beslissen, mijnheer Hijink. Maar als u het weet mag u zeggen wat u met de motie doet. U heeft overigens de tijd tot morgen. 

De heer Hijink (SP):

Het hangt er een beetje van af wat de minister in haar reactie gaat zeggen. De reden om deze motie nu in te dienen is dat er vanuit de Europese Unie druk is uitgeoefend om de onderhandelingen juist stop te zetten en om geen vierde onderhandelingsronde te beginnen. Misschien ziet deze minister dat anders, maar dat hoor ik dan graag. Als het de inzet van de minister is dat die onderhandelingen wel moeten plaatsvinden, dan hoor ik dat graag. Dan zou ik het ook heel goed en belangrijk vinden dat zij die boodschap in Brussel gaat verspreiden. Dus mij lijkt dat die motie dan precies op tijd komt en als ik haar ga aanhouden, zijn we straks te laat. 

Minister Kaag:

Dank u. Dat is een heel relevant punt. Ik blijf in deze fase nog steeds bij aanhouden. Ik ga morgen naar Brussel. Ik ga dat uitvoerig bespreken en ik denk dat ik daarna een veel beter inzicht heb, zowel in de materie als in de houding van de Commissie en in wat de kansen en mogelijkheden zijn. Het thema is heel centraal en heel relevant. 

De voorzitter:

Maar mocht de heer Hijink de motie niet aanhouden, wat is dan uw oordeel over de motie? 

Minister Kaag:

Dan ontraad ik de motie op grond van het feit dat er nu bij mij onvoldoende informatie is om nu al een uitspraak, een toezegging, te doen om te komen tot een bindend verdrag waarvan ik de contouren niet ken. 

De voorzitter:

Laatste opmerking, mijnheer Hijink. Geen discussie, echt alleen over de motie. 

De heer Hijink (SP):

Ja, maar dat gaat over de motie. Het is natuurlijk belangrijk met welke boodschap de minister naar Brussel gaat. Gaat zij daar alleen kijken hoe de dingen een beetje liggen of heeft zij een bepaald beeld bij welke kant het op moet? De motie verzoekt om ervoor te zorgen dat die onderhandelingen niet nu al worden stilgezet, omdat sommige EU-landen dat blijkbaar willen. Dat is wat mij betreft de inzet die zij nu zou moeten hebben. 

Minister Kaag:

Ik ga uiteraard niet naar Brussel om even te kijken hoe de dingen erbij staan. Ik ben heel bekend met de stad Brussel en met de EU. Ik ga kijken om inhoudelijk beter te begrijpen wat de stand van zaken is en ook onze positie ten aanzien van de relevantie en het centrale belang van mensenrechten en de link naar het bedrijfsleven, ook voortbouwend op de convenanten die in Nederland al zijn voorgesteld. Dan kom ik terug. Ik ben gaarne bereid om de Kamer daar schriftelijk over te rapporteren. 

De voorzitter:

Nee, geen discussie. Aanhouden? 

De heer Hijink (SP):

Maar wat is de positie? Ik mag toch wel vragen wat de positie van de regering is? 

De voorzitter:

Nee, nee. Sorry, dat wordt een herhaling. Het spijt me. Dat is al aan de orde geweest. Mevrouw Diks. 

Mevrouw Diks (GroenLinks):

Voorzitter. Ik kom terug op de motie die ik samen met mevrouw Ouwehand heb ingediend. We hebben inderdaad in het verzoek aan de regering gevraagd om niet akkoord te gaan met een hoger quotum en om zich in te spannen om het bod van de Commissie fors te verlagen. U hebt in uw beantwoording aangegeven dat fors verlagen wat u betreft niet aan de orde is in dit stadium van de onderhandelingen, maar zou u wel kunnen toezeggen dat u in ieder geval niet akkoord gaat met een hoger quotum? 

Minister Kaag:

Zoals Kamerlid Diks weet — dat is gisteren ook besproken — geven we officieel geen bevestiging van de hoogte van het quotum of doen we daar toezeggingen over. Op dit moment zetten we niet in op een lager quotum. Lager bij aftrek zal, hoop ik inderdaad, niet betekenen hoger. Er is een aantal dat op dit moment in de onderhandelingsronde speelt. Ik kan het absolute getal niet bevestigen om redenen van het proces. 

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we morgen stemmen. Dank u wel. Dan schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.