3 Opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring

Aan de orde is het VAO Opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring (AO d.d. 12/11). 

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Ik heb een aantal moties. Ik zal proberen om ze binnen de gestelde tijd voor te lezen. De eerste gaat over de berichten in de media dat particuliere initiatieven op het gebied van taalonderwijs soms worden ontmoedigd en dat basismateriaal voor het aanleren van de Nederlandse taal niet wordt toegestaan in de noodopvang. Ik heb dat overigens niet alleen in de media gezien, maar ook van verschillende raadsleden en wethouders vernomen. Het lijkt mij onwenselijk, vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het van belang is voor de integratie van asielzoekers dat zij zo snel mogelijk beginnen met het leren van de Nederlandse taal; 

constaterende dat het COA op sommige locaties het onderwijzen van het Nederlands door vrijwilligers en het verschaffen van onderwijsmateriaal inzake de Nederlandse taal niet goedkeurt; 

verzoekt de regering, particuliere initiatieven om asielzoekers van taalonderwijs en onderwijsmateriaal te voorzien niet tegen te werken, maar te stimuleren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2089 (19637). 

De heer Sjoerdsma (D66):

Het asieldebat wordt in grote mate beheerst door cijfers. De cijfers van asielinstroom worden door het ministerie van V & J niet altijd eenduidig gepresenteerd. Ik denk dat dit wel van belang is voor het debat. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het van belang is om het debat over asiel op basis van objectieve en transparant tot stand gekomen cijfers te voeren; 

overwegende dat de huidige manier van communiceren over asielcijfers niet voldoende duidelijkheid biedt; 

verzoekt de regering, in communicatie over de asielinstroom de cijfers altijd uit te splitsen in nieuwe asielaanvragen, herhaalde aanvragen en nareis, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2090 (19637). 

De heer Sjoerdsma (D66):

Omdat er wat verwarring bestond over lhbt'ers, leek het mij goed om het standpunt over lhbt-asielzoekers vanuit de Kamer te onderstrepen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat asielzoekers zich moeten houden aan de Nederlandse wet en de huisregels van de opvang; 

overwegende dat degenen die lhbt-asielzoekers in asielopvangcentra bedreigen en intimideren, aangepakt dienen te worden; 

verzoekt de regering, extra maatregelen te nemen om lhbt-asielzoekers te beschermen in de opvang en om degenen die hen intimideren en bedreigen, aan te pakken; 

verzoekt de regering voorts, het mogelijk te maken bedreigde lhbt-asielzoekers in een veilige omgeving te plaatsen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2091 (19637). 

Mevrouw Keijzer (CDA):

We hebben gisteren tijdens het vragenuurtje ook met de minister gedebatteerd over dit onderwerp. Toen heb ik namens mijn fractie gevraagd of alles op dit vlak ook zou gelden voor christenen, Jezidi's en alleenreizende vrouwen. Er zijn namelijk meer groepen die bedreigd worden. Dus ik stel nu dezelfde vraag aan de heer Sjoerdsma. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik denk dat het in algemene zin bekend is dat de bescherming van kwetsbare groepen in de noodopvang tekortschiet. Mijn fractie heeft, net als de gemeente Amsterdam, gereageerd op de recente berichten over lhbt-asielzoekers. Het ging om een volstrekt ontoelaatbare en onacceptabele intimidatie van een groep mensen die in Nederland gewoon moeten kunnen zijn wie ze willen zijn. Op die berichten reageer ik met deze motie. Als mevrouw Keijzer serieuze berichten heeft over andere kwetsbare groepen, en ze dient een motie in om hen te beschermen, zal ik deze zeker steunen. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Vorige week was er terecht veel ophef over de bedreiging van lhbt'ers. Dat was onacceptabel wat de CDA-fractie betreft. De weken daarvoor ging het echter over christenen, alleenstaande vrouwen, of minderjarigen. Volgende week gaat het misschien weer om een andere groep. De fractie van het CDA vindt net als de fractie van D66 dat we met elkaar moeten uitstralen dat dit onacceptabel is. Het geldt echter voor zo veel meer groepen. Daar zit mijn zorg. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Volgens mij zijn mevrouw Keijzer en ik het volledig met elkaar eens. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat nog altijd gebruik wordt gemaakt van de crisisnoodopvang die via de veiligheidsregio's van gemeenten kan worden gevraagd voor een periode van 72 uur; 

overwegende dat het in het belang van asielzoekers, de kostenbeheersing en het draagvlak in de samenleving is dat er zo snel mogelijk een einde komt aan het gebruiken van deze vorm van opvang ten gunste van kleinschalige, reguliere noodopvang en opvang in azc's; 

verzoekt de regering, in overleg met het COA een tijdpad op te stellen waarin wordt toegewerkt naar het op zo kort mogelijke termijn uitfaseren van het gebruik van de crisisnoodopvang en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2092 (19637). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat Eritrese tolken zijn ontslagen vanwege de schijn van betrokkenheid bij het regime in Eritrea; 

constaterende dat deze tolken eerder aan een integriteitsonderzoek zijn onderworpen door de IND, maar dat aan de hand van dat onderzoek deze schijn van betrokkenheid toen niet aan het licht is gekomen; 

overwegende dat de screening van de bij IND werkzame tolken sluitend moet zijn gelet op de aard van hun beroep; 

verzoekt de regering, de screening van bij de IND werkzame tolken te verbeteren en de Kamer over de aangebrachte verbeteringen te informeren; 

verzoekt de regering voorts, te realiseren dat asielzoekers die in hun procedure te maken hebben gehad met tolken die vanwege de schijn van banden met buitenlandse regimes zijn ontslagen, dit gedeelte van hun procedure opnieuw kunnen doorlopen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2093 (19637). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering in het op 27 november 2015 gesloten bestuursakkoord met gemeenten en provincies heeft afgesproken dat per 1 februari 2016 plannen klaar moeten liggen voor 2.500 extra opvangplekken per provincie; 

constaterende dat ook de VNG heeft aangegeven dat het met het oog op het draagvlak van belang is om asielzoekers zo veel mogelijk te spreiden over gemeenten; 

verzoekt de regering, erop toe te zien dat bij het realiseren van de afgesproken 2.500 extra opvangplekken per provincie uit wordt gegaan van meerdere kleinschalige locaties die per provincie samen uitkomen op een totaal van 2.500 plekken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2094 (19637). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er nog alleenstaande minderjarige asielzoekers zijn die worden gehuisvest in grote campussen; 

overwegende dat dit onwenselijk is voor hun gevoel van veiligheid en ontwikkeling; 

constaterende dat Nidos erin slaagt om alleenstaande minderjarige statushouders wél kleinschalig en bij voorkeur in familieverband te huisvesten; 

verzoekt de regering, het COA op te dragen alleenstaande minderjarige asielzoekers voortaan alleen nog in kleinschalige opvang, bij voorkeur in gezinsverband, te huisvesten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2095 (19637). 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Vorige week werd bekend dat de helft van het aantal afgewezen asielzoekers niet vertrekt. De CDA-fractie vraagt zich af waar zij zijn. Wordt bijgehouden of een illegaal die met justitie of de overheid in aanraking komt, een afgewezen asielzoeker is? Worden de verschillende databestanden aan elkaar gekoppeld? 

In de brief naar aanleiding van de aanslagen in Parijs schreef het kabinet dat de politie in het proces van identificatie en registratie (I&R) in alle gevallen de vreemdelingen fouilleert, hun bagage onderzoekt en hun biometrische gegevens afneemt en onderzoekt. De vraag is echter hoe de screening er daadwerkelijk voorstaat. Afgelopen week werd in Zaandam een Syrische vluchteling opgepakt die ervan verdacht wordt een strijder te zijn van Al Qaida of IS. Dit baart grote zorgen. Hij is blijkbaar door de screening gekomen. Hoe kan dat? Heeft de staatssecretaris inmiddels verbeteringen gerealiseerd omtrent de controle op bagage en de identiteitsvaststelling? Zo ja, zijn die voldoende? De inspectie zet er zelf vraagtekens bij, want zij concludeert in een rapport dat deze aanpassing niet alle risico's wegneemt ten aanzien van de kwaliteit van identiteitsvaststelling, alleen al omdat de controles in deze procedure pas geruime tijd na de inreis en aanmelding plaatsvinden. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat door tijdsverloop relevante gegevens verloren zijn gegaan. Kortom, ook de inspectie stelt dat er nog steeds zwakke plekken zijn in de screening van de asielzoekers. Gaat de staatssecretaris nu nieuwe, verscherpte maatregelen doorvoeren, zoals controles vlak na de aankomst in Nederland? 

Er zou een interdepartementale werkgroep bewindspersonen vluchtelingen zijn: de IWBV. Hoe staat het daarmee? De consequenties van de vluchtelingenstroom bevinden zich op allerlei verschillende terreinen. Daarom zijn er meerdere bewindspersonen bij betrokken. Er is nog steeds heel veel onduidelijkheid op het gebied van onderwijs, zorg, wonen, uitkeringen en procedures. Ik ben heel benieuwd of die interdepartementale werkgroep binnenkort met een aantal conclusies komt. 

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Ik heb drie punten naar aanleiding van het algemeen overleg. De moties gaan over signalen die ik heb ontvangen over salafisten die bij de azc's aan het ronselen zijn en over de vraag hoe er moet worden omgegaan met overlastgevers, door mij ook weleens "asielaso's" genoemd. Daarnaast heb ik een vraag aan de staatssecretaris. Eerst dien ik de moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat salafistische vrijwilligers onder het mom van het aanbieden van geestelijke zorg naar asielzoekerscentra komen; 

overwegende dat er signalen zijn dat de werkelijke reden dat zij naar asielzoekerscentra komen, is dat zij, met name, onbegeleide jonge asielzoekers proberen te ronselen; 

van mening dat voorkomen moet worden dat salafisten asielzoekers kunnen ronselen in en om asielzoekerscentra; 

verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat salafisten voortaan geweerd worden bij asielzoekerscentra, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Azmani en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2096 (19637). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat asielzoekers die naar ons land komen, hebben te respecteren dat wij een vrije samenleving hebben waarin het niet uitmaakt of je man of vrouw bent, homo of hetero, gelovig of ongelovig; 

overwegende dat er asielzoekers zijn die ons vragen om gastvrij te zijn, maar die gastvrijheid vervolgens misbruiken doordat zij menen dat hun geloof superieur is aan dat van anderen en doordat zij overlopen van intolerantie; 

overwegende dat de regering reeds een beleidswijziging bekend heeft gemaakt waarbij de asielvergunning van criminele asielzoekers eerder kan worden geweigerd of ingetrokken; 

overwegende dat asielzoekers die anderen treiteren c.q. bedreigen, niet altijd een straf van voldoende omvang zullen krijgen; 

van mening dat wij onze samenleving hiertegen moeten beschermen; 

verzoekt de regering, voor deze asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet, een apart regime in te richten en hen tevens te sanctioneren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Azmani. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2097 (19637). 

De heer Sjoerdsma (D66):

Volgens mij is deze hele Kamer er hartgrondig voorstander van dat mensen die lhbt-asielzoekers maar überhaupt natuurlijk lhbt'ers in Nederland tekortdoen, worden aangepakt. De heer Azmani stelt met deze motie echter een nieuw regime voor. Voor mijn fractie is het wel van belang om te weten wat dat nieuwe regime zou moeten inhouden. 

De heer Azmani (VVD):

Het lijkt mij dat overlastgevers die anderen — niet alleen lhbt'ers maar ook andere minderheden die geconfronteerd worden met bedreigingen, bijvoorbeeld christenen, mensen met een joodse afkomst of mensen die niet gelovig zijn — treiteren en bedreigen, in ieder geval gesepareerd worden van de reguliere opvang. Ik kan mij voorstellen dat je daarbij kunt denken aan bijvoorbeeld een locatie die enige vrijheidsbeperking kent. 

Ik kom bij mijn vraag aan de staatssecretaris. Mevrouw Keijzer sprak al over de rapportage van de inspectie. Daarbij ging het om een periode waarin er een enorme toestroom van asielzoekers was. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij zijn best doet om de achterstanden zo veel mogelijk weg te werken, waarbij mensen die binnenkomen, dus al vrij snel geregistreerd en gescreend gaan worden. Ik denk dat het van belang is dat dit gewoon vanaf dag één gebeurt. Ik zou de staatssecretaris willen vragen wat de stand van zaken is en of hij de achterstand inmiddels heeft ingelopen. 

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Ik heb een aantal vragen en een motie. Ik heb een aantal berichten gekregen waaruit blijkt dat de communicatie over de zorg die asielzoekers en vluchtelingen nodig hebben, met name in de noodopvang een aantal zorgen oplevert, met name over de beschikbaarheid van tolken en de duur daarvan. Dat signaal zou ik graag aan de staatssecretaris willen doorgeven. Ik vraag hem of hij wil uitzoeken of dit inderdaad het geval is, ook in relatie tot overplaatsingen die geadviseerd worden door artsen, maar die heel moeizaam gaan en geen navolging krijgen, terwijl ik juist denk dat we de adviezen van artsen heel serieus zouden moeten nemen. Ik verzoek de staatssecretaris om dit signaal op te pakken en uit te zoeken. 

Een ander punt van zorg blijft de afstemming en samenwerking met het COA en andere organisaties. Burgemeesters klagen soms, wel of niet terecht, maar ook voor andere instanties en vrijwilligersorganisaties blijft het moeizaam. Ik heb er begrip voor dat dit een buitengewone situatie is met buitengewone omstandigheden, maar buitengewone omstandigheden vragen ook om buitengewoon goede samenwerking en ontschotting. Ik vraag de staatssecretaris om hieraan aandacht te besteden. 

Nu het nieuwe sporenbeleid in de steigers moet worden gezet, zorgt dit ook voor onrust. Sommige mensen vragen of zij als eerste aan de beurt zijn als zij als eerste het land binnenkomen. Dit geldt niet alleen voor de mensen van wie wij willen dat zij het land snel verlaten, maar ook tussen Syriërs onderling wordt hierover gesproken. Men heeft niet meer het idee dat het principe van first in, first out nog geldt. Ik krijg hierop graag een toelichting van de staatssecretaris. 

Tot slot dien ik de volgende motie in, ook naar aanleiding van het bericht in de Volkskrant afgelopen zaterdag. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de stagnerende afhandeling van asielprocedures deels het gevolg is van logistieke problemen bij de IND; 

overwegende dat dit tot gevolg heeft dat uitzendkrachten, tolken en asieladvocaten naar huis worden gestuurd terwijl er tienduizenden mensen in de opvang wachten op een intakegesprek; 

van mening dat voor de logistieke problemen praktische oplossingen gevonden kunnen worden; 

verzoekt de regering, te komen tot een plan van aanpak om deze logistieke drempels weg te nemen zodat de screening, intake en procedure zo snel mogelijk kunnen plaatsvinden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2098 (19637). 

De voorzitter:

Hiermee is een einde gekomen aan de termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de staatssecretaris. Hij vraagt een schorsing van vijf minuten. 

De vergadering wordt van 10.51 uur tot 10.58 uur geschorst. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor zijn reactie op de ingediende moties. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Voorzitter. Ik ga eerst in op de moties. Daarna ga ik in op de enkele losse vragen. 

In de motie op stuk nr. 2089 gaat de heer Sjoerdsma in op particuliere initiatieven tot het geven van taalonderwijs. Ik zie deze motie als een ondersteuning van het beleid. Het is de lijn om dat toe te staan. In de praktijk kan wellicht een probleem ontstaan doordat voldaan moet worden aan eisen voordat mensen worden toegelaten. Er is bijvoorbeeld een screening. Wij laten niet zomaar iedereen tot een asielzoekerscentrum toe. Dat gebeurt echter niet omdat wij niet willen dat particulieren als vrijwilliger initiatieven nemen voor dagactiviteiten of taalonderwijs. Het is in die zin dus een helder signaal. Ik laat het oordeel over deze motie dan ook aan de Kamer. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Dank daarvoor. De staatssecretaris zegt: het is beleid. Voor de duidelijkheid merk ik op dat dit niet gaat over de asielzoekerscentra, maar over de noodopvang. Ik hoorde de staatssecretaris "asielzoekerscentra" zeggen. Er worden niet alleen mensen geweerd, maar ook lesmateriaal. Ik hoop dat de staatssecretaris binnen de organisatie heel duidelijk maakt dat het een recht is om deze boeken te hebben. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik ga het na. Daarbij zal ik ook nagaan waarom dit is geweigerd. Misschien was er sprake van een oude spelling, of zat er iets anders raars tussen. We gaan even bekijken wat ertussen zat. Ik zie zo geen reden waarom dat geweigerd zou moeten worden. 

De voorzitter:

Laat u het antwoord ook aan de Kamer weten? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ja, zeker. 

Dan ga ik in op de motie-Sjoerdsma op stuk nr. 2090. Ik heb begrepen dat er wat verwarring was over de cijfers. Ik begreep echter ook dat de verwarring niet zozeer betrekking had op de communicatie door het ministerie als wel op de cijfers die het CBS een keer in de zoveel tijd geeft. Het CBS baseert zich op een ander fenomeen dan de inschrijving. In rapportages splits ik de cijfers altijd uit in nieuwe asielaanvragen, herhaalde aanvragen en nareis. Ik vind het een beetje lastig om iedere keer dat ik een cijfer noem waaruit de extra opvang blijkt die voor de wekelijkse instroom nodig is, een uitsplitsing naar drie groepen te maken. Ik denk ook dat dit afbreuk doet aan de boodschap. Wat wij doen, is wat wij altijd al deden: op dezelfde momenten geven wij de precieze cijfers, uitgesplitst en gedefinieerd. De stand in het land vermelden wij nu vaker omdat men er behoefte aan heeft om een indruk te krijgen van de instroom over een termijn die korter is dan die tussen twee normale rapportages. Dat wilde ik toch wel volhouden. Gelet op de absoluutheid in de motie, ontraad ik haar. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Maar daarin schuilt nu precies het probleem. De staatssecretaris zegt dat de cijfers in de normale rapportages netjes worden uitgesplitst, maar dat hij dat voor de wekelijkse rapportages een beetje te absoluut vindt. Ik zie nu juist dat het ministerie én de media uit de cijfers die wekelijks worden gecommuniceerd, trends destilleren die je er niet uit kunt halen. Ik wil de minister daarom toch verzoeken om nog een keer te overwegen om cijfers over de asielinstroom altijd netjes uit te splitsen als daarover wordt gecommuniceerd. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Een nareiziger slaapt ook in een bed. Ik snap het probleem met de trends niet. Ik maak het juist moeilijker als ik eerst kaal de instroom zonder de nareis noem. Dan noem ik immers een getal dat niet realistisch is gelet op de opgave tot het genereren van capaciteit. Aan de andere kant communiceren wij ook over de uitstroom. Het is immers niet netto. Er gaan ook weleens mensen het asielzoekerscentrum uit. Volgens mij is het goed om voor de fijnproevers in de rapportages heel precies te zijn. De trend of een daling van de instroom kwalificeer ik meestal niet, want iedere week komen er gewoon nieuwe mensen bij die van de week daarvoor. De mensen van de week ervoor gaan niet weg. De trend is dus altijd dat er een stijging is; de stijging is misschien alleen minder sterk of sterker dan in de week daarvoor. Ik kan een heel eind meegaan met de derde motie, die van de heer Sjoerdsma op stuk nr. 2091, maar helaas niet met wat daarin op het eind staat. Volgens mij heeft iedereen in de Kamer het liefst dat mensen veilig kunnen zijn in de gewone opvang. Er zijn verschillende redenen waarom iemand het in zijn achterlijke hoofd zou kunnen halen om een ander te discrimineren, bijvoorbeeld om lhbt-redenen of omdat iemand anders' geloof hem niet aanstaat. Waar het hierbij om gaat is dat iemand in een asielzoekerscentrum of in de noodopvang in Nederland is, waar men veilig hoort te zijn en waar discriminatie niet hoort. Degenen die anderen het leven zuur maken, behoren de sancties en consequenties daarvan te ervaren. In deze motie wordt gevraagd om een aparte opvang voor lhbt's. Daar ben ik geen voorstander van, omdat ik dan iedere keer een aparte opvang zou moeten maken als iemand vindt dat een ander slecht moet worden behandeld. Wat natuurlijk wel kan, zijn particuliere initiatieven die bijvoorbeeld gebruikmaken van het zelfzorgarrangement en dingen doen waar de mensen zich prettig bij voelen. Die ga ik niet blokkeren, want dan zou ik ook discrimineren. Ik wil geen aparte, gesegregeerde opvang voor kwetsbare groepen. Ik wil een opvang die veilig is voor iedereen, om welke reden ook. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik denk dat iedereen in deze Kamer het met dat laatste wel eens zal zijn. Het punt is nu juist dat sommige lhbt-asielzoekers iets hebben meegemaakt en zich daarom zo kwetsbaar voelen dat ze zich in die omgeving niet meer beschermd voelen. Daarop ziet het tweede dictum: als mensen zich niet meer beschermd voelen, kunnen zij daadwerkelijk een andere opvangplek krijgen dan die waar zij tot dan toe in hebben gezeten. Volgens mij is dat ook het punt van de gemeenten. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Als het particuliere initiatieven zijn, van mensen die hierover andere gedachten hebben dan het kabinet of die vinden dat het niet snel genoeg gaat, dan ga ik daaraan niet in de weg staan. Dat kan dan vanwege een zelfzorgarrangement of op andere gronden. De overheid kan niet een soort ingroei-azc of iets voor kwetsbaren gaan organiseren. Ik wil gewoon dat het voor iedereen duidelijk is dat wij hier in Nederland niet discrimineren, ook voor de mensen die moeite hebben om dat te accepteren en zich moeten aanpassen. Als mensen er niet tegen kunnen dat er mannen op andere mannen vallen of dat iemand een geloof heeft dat hun niet aanstaat, wil ik dat niet honoreren door die kwetsbare groepen apart te plaatsen. Ik ga dat gewoon niet doen. Ik wil gewoon dat de asielzoekerscentra veilig zijn. Alles is daar ook op gericht; zo worden de raddraaiers aangepakt. Ik kom daar nog op terug bij een andere motie, maar als dat een tandje steviger moet, wil ik ook bekijken of dat kan en de Kamer daarover informeren. Ik wil die Rubicon gewoon niet gaan oversteken door te zeggen dat ik een aparte opvang ga maken voor mensen die daarvan het slachtoffer zijn. Ik denk dat we de mensen die deze tijd niet begrijpen en bij wie er qua moderne opvattingen nog een tandje bij moet, daarmee zouden belonen. 

De voorzitter:

U ontraadt dus deze motie. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ja, die wordt ontraden. 

Nu de motie op stuk nr. 2092 van mevrouw Voortman. Volgens mij ligt in het bestuursakkoord met de VNG de afspraak vervat om de crisisnoodopvang af te bouwen. Daarin zit ook het gezamenlijke doel om er per 1 januari — dus zo lang duurt dat niet meer — in ieder geval geen nieuwe meer mogelijk te maken of nodig te hebben. Daarvoor moet er wel een uitbreiding komen van de gewone noodopvang of -azc's. Volgens mij heeft dus iedereen hetzelfde doel voor ogen. Het uitfaseren van de crisisnoodopvang is een gevolg van de betere alternatieven in de noodopvang of -azc's die we hebben. Alle inspanningen zijn daar ook op gericht. Maar hierbij speelt weer de absoluutheid van zo'n tijdpad en harde datum. Ik moet toch een bepaalde flexibiliteit kunnen hebben, mocht het onverhoopt een keer net niet lukken met de noodopvang, of voor als het weer eens niet precies klopt of niet meer nodig is, of als er bijvoorbeeld iets mis is met de brandvoorziening als de noodopvang opengaat. Ik wil dit niet. We hebben dit natuurlijk sowieso niet gewild, maar we willen het ook afbouwen. Ik ben er daarom blij mee dat de gemeenten zich hieraan committeren en de verantwoordelijkheid voelen om dan nog harder te lopen voor noodopvang en -azc's. Maar als we het zo absoluut stellen en het alternatief zou zijn dat ik geen opvang heb, vind ik dat minder verkieslijk. Vanwege haar absoluutheid ontraad ik daarom deze motie. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

De gemeenten lopen juist heel hard voor het realiseren van noodopvang, dus daar zit het probleem niet. Het gaat mij om iets anders. Natuurlijk willen we allemaal af van die crisisnoodopvang, maar ik vind dat het goed is om jezelf ook een ambitie te stellen voor wanneer je er echt van af wilt zijn. De staatssecretaris zegt dat hij vanaf 1 januari geen nieuwe meer wil openen. Op welk moment weten we nu zeker dat we ophouden met die kortdurende voorzieningen? Daar gaat het mij om. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Mevouw Voortman doet twee dingen. Ze wil enerzijds een harde deadline en een target, wat toch de indruk wekt dat er ergens mensen niet hard hoeven te werken. Anderzijds zegt ze er terecht bij dat gemeenten heel hard werken en dat doen ze ook. Het feit dat er crisisnoodopvang is, ligt dan ook niet aan iemand specifiek. Ik verwijt het de gemeenten ook niet. Ik moet alleen concluderen dat je beter wel een crisisnoodopvang kunt hebben dan niet, als we niet genoeg gewone noodopvangplekken of azc's hebben. 

Ze worden nu uitgefaseerd. Dat is de doelstelling. Er komen geen nieuwe meer bij, en de oude worden uitgefaseerd. We hebben een doelstelling om heel snel voldoende capaciteit te hebben, in januari of februari. Dan heb je geen crisisnoodopvang meer. Het ligt niet aan gebrek aan ambitie of deadlines. Ik wil het alleen realistisch blijven bekijken. Het is een zodanige inspanning, dat het niet aan de onwil van mensen ligt als die doelstelling gisteren nog niet behaald is. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het komt helaas nog steeds voor dat er gemeenten zijn die zeggen graag honderd mensen te willen plaatsen voor langere termijn, maar dat het COA dan zegt dat het alleen grotere opvangvoorzieningen wil hebben. Dan denk ik dus dat er wel degelijk ook sprake is van onwil bij bepaalde partijen. Als wij dan besluiten om die crisisnoodopvang niet meer te doen, dan zal dat alternatief vervallen en moet er dus ook eerder gekeken worden naar kleinschalige permanentere voorzieningen. Dat moet dan toch de voorkeur hebben. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Nou begrijp ik wat erachter steekt. Het was dan prettiger geweest als het er gewoon in stond. Ik vind het echt nog steeds te gemakkelijk om te stellen dat het ligt aan het COA, iedere keer wanneer het niet komt tot een vestiging van een azc. Dat werp ik ver van me. Ik heb het al eerder aangegeven: als u concrete voorbeelden heeft, geef ze me dan. Dan ga ik er meteen achteraan. Het komt echter ook voor dat we een aanbod hebben om iets te huren voor 800 man, dat er uiteindelijk 200 in kunnen en dat dan uiteindelijk wel die rekening voor 800 man betaald moet worden. Als ik dat een paar keer zou doen, dan denk ik dat de hele Kamer over me heen valt — dat zou ook terecht zijn — over hoe ik omga met de financiën van de samenleving. Nogmaals, de crisisnoodopvang wordt niet eens door het COA geregeld. Het kan dus nooit zo zijn dat het COA iets afwijst met het argument dat er nog crisisnoodopvang is. Als er iets is waar iedereen vanaf wil, dan is het wel crisisnoodopvang. Daar wordt hard aan gewerkt en ik heb er ook vertrouwen in dat dat lukt. 

De motie-Voortman op stuk nr. 2093 gaat over de tolkenkwestie. Ik herhaal daarbij dat er nieuwe informatie naar boven kwam, waardoor het eerste oordeel anders uitviel dan het latere oordeel. We hebben hier te maken met het stoppen van een schijn van betrokkenheid. Ik kan dus niet stellen dat de personen van wier diensten we geen gebruik meer maken ook daadwerkelijk betrokken waren. We leggen de lat laag. Je mag al geen schijn van betrokkenheid hebben. Dan kun je daarna niet de conclusie trekken dat er kennelijk de schijn van was en dat daarom alle procedures niet deugen. Ik zeg dit nog maar eens, ook voor de personen in kwestie, met wie ik zorgvuldig om wil gaan. Wij hebben geen enkel signaal dat er mensen benadeeld zijn door hun werk. Er is ook geen ontevredenheid met het door hen geleverde werk. Gezien de kwetsbaarheid van de situatie willen we echter, zelfs als er ook maar de schijn van enige mate van betrokkenheid bij een regime is en ook als dat indirecte betrokkenheid is, geen gebruik meer maken van hun diensten. Dat is voor deze mensen ook wrang, want het is niet gezegd dat het om meer ging dan schijnbare betrokkenheid. Dit is echter de zorgvuldigheid die we in acht nemen. Ik heb dus geen reden om de screening anders te doen of om procedures te laten herhalen. Daarom ontraad ik deze motie. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het is inderdaad ook verdrietig voor de tolken zelf. Die schijn van betrokkenheid stond echter wel allang in de tolkencode, dus dat kan niemand verrassen. Die informatie was allang beschikbaar, dus het is niet zo dat er sprake was van nieuwe informatie. Die informatie was allang beschikbaar bij de IND. Volgens mij moet de screening van tolken die voor de IND werkzaam zijn daarom wel verbeteren, om te voorkomen dat dit alsnog kan gebeuren. Een asielzoeker moet zeker weten dat een tolk voor 100% te vertrouwen is en dat elke schijn van betrokkenheid er gewoon niet is. Dat zijn de eigen regels van de IND. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dan zeg ik het nog eens heel precies. Er is twee keer onderzoek verricht en tussen die twee momenten kwamen er nieuwe feiten aan het licht die niet van tevoren bekend waren, waardoor we de drempel overgingen dat er toch wel enige mate van schijn was. Anders had ik ook geen tweede onderzoek hoeven doen. Dus er was wel degelijk nieuwe informatie. Ik volg de redenering van mevrouw Voortman niet. Die screening is zo ingericht dat zelfs als er na het oordeel nog nieuwe informatie komt, we de screening opnieuw doen. Dat kan er dan toe leiden dat we mensen niet meer oproepen. Met andere woorden: de screening heeft resultaat. Door die screening, door alert te zijn op feiten en eventueel nieuwe feiten uit de media en door in plaats van te volharden in het eerdere oordeel nog eens naar de zaak te kijken, hebben we deze stap gezet. Ik zou juist concluderen dat het zijn werk heeft gedaan en dus niet dat het niet werkt. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Nu eventjes precies. Die nieuwe informatie stond op berichten op Facebook die al van voor het eerste onderzoek waren. Dat had dus allang bekend kunnen zijn. Die screening had dus veel beter gekund. Die moet dus wel verbeterd worden. Ik vind het heel jammer dat op deze manier vluchtelingen niet 100% zeker kunnen zijn dat ze veilig zijn in zo'n procedure. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik vind het erg spijtig dat mevrouw Voortman die harde conclusie trekt die niet gestaafd wordt door de feiten, namelijk dat mensen niet veilig zouden zijn in de procedure. Wij beschikken niet over apparatuur die het hele internet afstruint en daarbij elke foto kan matchen op gezicht om er vervolgens een conclusie aan te verbinden. Dus het feit dat iets ooit op Facebook stond betekent niet dat je dat dan als zodanig kunt constateren. Als iemand bijvoorbeeld een foto ziet van een persoon onder bepaalde omstandigheden en zich de vraag stelt of het gaat om dezelfde persoon, kun je er onderzoek naar gaan doen. Dat hebben we toen ook gedaan. Dat leverde nieuwe informatie op waarnaar we het oordeel hebben herzien. 

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 2094 van mevrouw Voortman over de 2.500 opvangplekken per provincie en kleinschalige of grootschalige locaties. Ik moet de motie ontraden omdat ik niets wil uitsluiten. Ik denk niet dat we veel locaties voor 2.500 mensen krijgen. Ik denk dat uit de gesprekken met de provincies zal blijken dat vrijwel elke provincie zal kiezen voor 2.500 mensen verdeeld over meerdere locaties. Ik heb ook nog geen concreet bod gehad voor een nieuwe locatie voor 2.500 mensen. Ik heb daar zelf geen voorkeur in. Als deze motie wordt aangenomen en een provincie tegen mij zegt "ik heb een aanbod voor je, ik heb een locatie met 2.500 plekken" dan zou ik dat aanbod moeten weigeren. Dat zie ik dan ook weer niet zitten. Ik denk dat mevrouw Voortman materieel gezien niet bang hoeft te zijn voor heel veel grootschalige locaties. Omdat de motie me klem zou zetten in de zoektocht naar opvanglocaties, ontraad ik haar. 

De motie-Voortman op stuk nr. 2095 is in lijn met het opvangmodel voor amv's (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) dat we vanaf 1 januari 2016 zullen implementeren. Het streven vanaf 1 januari is dat de kleinschalige opvang van amv's het standaardmodel wordt. Gezien de huidige instroom ligt er nog wel een uitdaging om die volledige transitie in 2016 af te ronden. Dat kan ik niet garanderen, maar dit is wel het nieuwe uitgangspunt. In die zin is de motie ondersteuning van beleid en kan ik haar aan het oordeel van de Kamer laten. Dat moet ik trouwens altijd, maar zo formuleren we dat dan. 

De motie-Azmani/Kuiken op stuk nr. 2096 laat ik ook aan het oordeel van de Kamer. Ik ben het ermee eens dat er geen werving voor salafisme moet plaatsvinden op een locatie van het COA. Ik vind eigenlijk dat dit helemaal nergens moet gebeuren, maar zeker niet op plekken waar de overheid verantwoordelijk is voor anderen. We hebben daarvoor een meldstructuur. Dit signaal helpt ons om aan de mensen die in discussie gaan over het feit dat we ze weren, duidelijk te maken dat de Kamer hier expliciet in is geweest. Ik heb natuurlijk niet een soort pH-test voor salafisme, maar we weten allemaal waar we op moeten letten en dat zullen we dan ook doen. Deze motie zal daar zeker toe bijdragen. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Er bestaat inderdaad geen pH-test voor salafisme. De staatssecretaris is heel precies over de uitvoerbaarheid van moties. Daarom ben ik heel benieuwd hoe hij deze motie nu precies denkt te gaan uitvoeren. Waar gaan we die salafisten aan herkennen? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik snap wat de heer Sjoerdsma doet, want ik ben er inderdaad nogal precies in. Nu maakt hij het echter nog preciezer. Als ik zijn nieuwe standaard tot de mijne zou maken, kan ik nooit meer een motie positief bejegenen. We hebben signalen uit de samenleving gekregen van mensen die zeggen: er hangt de hele tijd iemand rond. Er rijden ook weleens busjes rond met mensen die aanbiedingen doen voor activiteiten met asielzoekers. We gaan dan de gangen na van degenen die dit doen. Daarvoor hebben we de vog-screening en andere methoden. Je kunt ook stuiten op signalen uit de samenleving of op overheidsinformatie waaruit blijkt dat een bepaalde persoon betrokken is bij salafisme. Dan weigeren we zo'n avondje. Dat lijkt me een goede reden om een kookavond niet door te laten gaan. We hebben deze week trouwens ook heel slechte redenen gezien. Dat zijn de signalen waar je op afgaat om dit soort mensen te weren. Mensen van bepaalde kerkelijke instituten waarover we informatie hebben dat hun stroming vermengd is met het salafisme, kunnen we op grond hiervan weren en de toegang ontzeggen. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Laat de staatssecretaris bij dezen dan ook het kabinetsbeleid los? Volgens dat beleid zijn er namelijk drie stromingen binnen de salafistische groepering, waarvan er één, de politiek jihadistische, tot grote zorgen leidt bij het kabinet. Ik vraag dit omdat de staatssecretaris nu spreekt over mensen die daar rondhangen en bij wie je zo je bedenkingen hebt. Ik snap dat goed. Ik zou ook willen dat de staatssecretaris daarop acteert. In deze motie gaat het echter om een andere situatie, namelijk het vooraf weren van iedereen die salafist is. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dat past in een breder beleid. Op COA-locaties laten wij in zijn algemeenheid geen religieuze activiteiten toe die van buitenaf komen. Daarmee wordt dit ondervangen. Ik ga geen uitzondering maken voor vormen van salafisme. Verder wordt het dan een heel lange definitiekwestie met nogal veel tekstexegesen over de vraag of de ene groep dan een variant van het salafisme is of net geen salafisme is. Ik denk dat het goed is dat we in zijn algemeenheid de scheiding aanhouden van welke religieuze activiteiten dan ook en dat we specifiek op de zorgelijke vorm van salafisme nog wat beter controleren bij andere activiteiten buiten het COA waar asielzoekers voor worden uitgenodigd. 

De voorzitter:

Mijnheer Sjoerdsma, ik zie dat u wederom wilt interrumperen. Het is niet uw motie en ik heb u al twee keer de gelegenheid gegeven om er een vraag over te stellen. We zijn met een VAO bezig. Ik geef het woord aan de staatssecretaris om verder te gaan met het beoordelen van de moties. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dank u wel. Ik laat de motie op stuk nr. 2097 van de heer Azmani over aan het oordeel van de Kamer. Als de motie aangenomen wordt, zal ik in elk geval bekijken of we het Reglement Onthouding Verstrekkingen kunnen aanscherpen of een apart regime kunnen creëren, waardoor we tijdelijk, deels of geheel, raddraaiers voorzieningen kunnen ontzeggen. Ik zal de Kamer daar dan over informeren. 

Ik kom te spreken over de motie op stuk nr. 2098 van mevrouw Kuiken. Ik ga ervan uit dat mevrouw Kuiken niet per se wil dat wij de Kamer een heel plan van aanpak sturen, maar dat wij gewoon een plan maken, de boel aanpakken en de Kamer vooral zo snel mogelijk laten weten dat het aangepakt is. Ik ben het helemaal eens met haar analyse. Praktisch gezien gaat het als volgt. Je hebt eerst een bottleneck bij de screening. Als je die oplost, krijg je te maken met een volgende bottleneck. Je moet die bottlenecks dus een voor een wegwerken. Het is natuurlijk erg treurig dat we, terwijl we de capaciteit verhoogd hebben en een sporenbeleid ingericht hebben, vervolgens tegen praktische zaken van logistieke aard aanlopen. Ik heb voor die logistieke kwesties de expertise van mijn collega van Defensie ingeroepen. Haar mensen zijn op logistiek gebied erg goed onderlegd. Zij staan ons daarin bij, want we moeten dit gewoon serieus oplossen. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik heb een verhelderende vraag. Wat zijn dan die praktische oplossingen om die logistieke drempels weg te nemen? Ik wil gewoon even weten waar we het nu over hebben. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dat is ervoor zorgen dat er genoeg mensen zijn die een procedurestap moeten maken als we daar tolken en IND-beslismedewerkers hebben zitten. Dat moeten we doen. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik begrijp dat dit over de logistiek bij de IND gaat, over het personeel dat daar werkzaam is. In de begroting is er 60 miljoen voor de IND bij gekomen. Dat is het enige budget dat opgeplust is. Ik begrijp dat deze motie daarmee te maken heeft, dat die beoogt dat er meer personeel aangenomen kan worden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Nee, het personeel is nu juist niet meer de bottleneck. Wij hebben inmiddels genoeg beslismedewerkers. En we hebben ook meer dan genoeg asielzoekers die nog in procedure moeten. Die twee groepen moeten echter wel op hetzelfde moment op dezelfde plek zijn. Daar moet dan ook nog een tolk bij aanwezig zijn, en iemand die rechtsbijstand kan verlenen. Er moet dus een groot gezelschap bij elkaar gebracht worden. Dat is nu in logistiek opzicht lastiger te realiseren. 

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik zie dit als een toezegging. Volgens mij voel ik hier een handreiking om de situaties waarin die bottlenecks zich voordoen, een-op-een door te geven. Het is inderdaad zonde als mensen naar huis moeten worden gestuurd. Ik wil de motie aanhouden als stok achter de deur. Ik voel een duidelijke toezegging en vind het dus onzinnig om de motie in stemming te laten brengen. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kuiken stel ik voor, haar motie (19637, nr. 2098) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Mevrouw Voortman, hebt u ook een vraag over de motie op stuk nr. 2098? 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik heb nog informatie nodig om een oordeel te kunnen vormen over de motie op stuk nr. 2096. 

De voorzitter:

Dit is een VAO waarin veel moties zijn ingediend. Het duurt al zo lang. Ik vind het lastig dat er elke keer weer vragen worden gesteld over moties die al door de staatssecretaris van een oordeel zijn voorzien. Ik sta een korte vraag toe. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Gaat het, wat de staatssecretaris betreft, om salafistische activiteiten of om salafistische personen? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Sowieso is er geen basaal recht voor iedereen om te allen tijde een COA-locatie op te lopen. Als je daar activiteiten wilt ontplooien, dan hoort daar ook die screening bij. We staan sowieso niet toe dat mensen naar een locatie komen om er religieuze activiteiten te verrichten. Ik probeer mevrouw Voortman te helpen bij haar oordeelsvorming. Ik probeer even te beredeneren wat nu precies het materiële verschil is waar zij naar op zoek is. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik begrijp dus dat religieuze activiteiten sowieso niet zijn toegestaan. Dan zou het dus gaan om mensen die al dan niet buiten de opvanglocatie actief zijn als salafist. Dat hoeft dus niet per se binnen de opvanglocatie te gebeuren, toch? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Beide gevallen wil ik niet toelaten. Ik wil ze niet alleen niet toelaten tot een opvanglocatie, maar ik wil ook niet dat ze mensen uitnodigen of werven voor activiteiten waarvan wij denken dat er verkeerde bijbedoelingen aan de orde zijn. Ik heb nog een aantal vragen openstaan. Mevrouw Keijzer had het over de helft van de afgewezen asielzoekers van wie we daadwerkelijk weten dat ze weg zijn. Vorige week was dat in het nieuws, maar dat is iets wat we al herhaaldelijk aan de Kamer hebben gecommuniceerd. Dat betekent niet dat de andere helft nog in het land is. "Met onbekende bestemming vertrokken, " heet het dan. Wanneer we mensen zien terugkeren in het systeem, kunnen ze natuurlijk ook aan de DT&V aangeboden worden om weer hun terugkeer- en vertrekproces ter hand te nemen. Maar het betekent niet dat al die mensen illegaal in Nederland verblijven, al kan ik dat niet uitsluiten, omdat ik niet weet waar ze dan wel zijn. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Zo ver was ik ook. Iemand die in aanraking komt met justitie, met de overheid, is illegaal. Dat weet je, want hij is geen Nederlander, maar we hebben ook een Eurodac-systeem waarin alle asielzoekers die ooit zijn binnengekomen met hun vingerafdruk vermeld staan. Zou het niet eens interessant zijn om die twee systemen met elkaar te verbinden? Dan weet je op een gegeven moment wel hoeveel van de mensen die hier illegaal zijn ooit nee hebben gekregen op een verzoek om de vluchtelingenstatus. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik ga na of dat mogelijk is en in hoeverre dat niet al gebeurt. Ik zal de Kamer daar schriftelijk over informeren. Koppeling van bestanden levert vaak vragen op, maar dit is een interessante gedachte. Het zou in elk geval onze schatting van het aantal illegalen ook nauwkeuriger kunnen maken. Hier kom ik dus op terug. 

Dan over de screening, de arrestatie die is verricht in Zaandam en het rapport van de inspectie. Het rapport van de inspectie ging over dezelfde periode als waarin deze persoon er doorheen kwam, toen we een achterstand hadden in de screening. De verscherpte screening is kort na de aanslagen in Parijs ook uit de doeken gedaan. Daar zal ik het kortheidshalve bij laten: die is aangescherpt. Deze persoon was voordien gescreend. Bij welke vorm van screening ook blijft er een risico bestaan, want je kunt alleen oordelen op basis van wat je aantreft. Het blijft natuurlijk een risico dat je op dat moment niks aantreft. Daarom blijven we alert, en laten we ook na de screening niet los. Als er bijvoorbeeld mensen in een opvang zijn die ons erop wijzen dat het volgens hen met andere personen in die opvang bingo is en dat daar signalen voor zijn waar we alert op moeten zijn, dan zijn we dat dus ook. Dan kan dat er ook toe leiden dat voor iemand in opvang voor wie er ook bij de aangescherpte screening geen reden was om aan te slaan, daar in een keer wel redenen toe zijn. Daar zullen we dus ook op doorpakken. De Kamer kan uit de mate van ernst van deze arrestatie opmaken dat we de signalen serieus nemen. Nu moeten we onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van die signalen. Als dat onderzoek klaar is, zal de Kamer dat natuurlijk ook vernemen. 

De heer Azmani vroeg over dezelfde screening naar de stand van zaken aan het begin van de asielprocedure. De achterstanden bij de identificatie en registratie door de politie zijn inmiddels inderdaad weggewerkt. De nieuwe werkwijze met het standaard fouilleren en onderzoeken van bagage is nu ook operationeel. De achterstanden bij de aanmeldgolven van de IND zijn nagenoeg weggewerkt en zijn wij nog in rap tempo aan het inlopen. Daardoor hebben wij aan de voorkant van het proces de screening een stuk beter op orde dan een paar maanden geleden het geval was. 

Mevrouw Keijzer vroeg nog hoe het kabinet zich verhoudt tot de gezamenlijke problemen. Zij heeft terecht opgemerkt dat wij er nog lang niet zijn. Ik wijs haar erop dat wij eigenlijk een beetje het proces volgen van binnenkomst. We moesten dus eerst de intake en de screening bij de IND op orde krijgen. Daarna hebben we gelukkig met de gemeenten een goed bestuursakkoord kunnen sluiten over de huisvesting, de versnelling en de opvang. Daarnaast hebben we ook het sporenbeleid aangescherpt en de veiligelandenlijst. Dat zijn allemaal zaken die voortkomen uit dat overleg. 

De andere zaken die zij noemde, zoals bijstand en onderwijs, zijn constant onderwerp van aandacht, ook bij mijn collega-ministers. Het is juist goed dat die zaken rond asielzoekers niet alleen maar via mij lopen. We hebben ook afspraken met de gemeenten gemaakt om in het voorjaar in een soort vervolg-bestuursakkoord juist over die elementen ook goede afspraken te maken. Die gesprekken gaan dus onverminderd voort en wij zetten ons daarvoor onverminderd in. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

vergadert die interdepartementale werkgroep bewindspersonen vluchtelingen, IWBV, nog? Op een gegeven moment is aangekondigd dat die er zou zijn. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Die afkorting hanteren wij niet. Wij hebben aangekondigd dat er een ministeriële commissie immigratie bestaat die zich hierover buigt. Die vergadert nog. Wij hebben wel besloten dat wij concrete beleidsplannen naar de Kamer sturen en niet iedere keer een uitgebreid overzicht van wat wij allemaal hebben besproken. Wij sturen u de maatregelen; u hebt er de afgelopen maanden in hoog tempo veel gezien. Maar wij zijn er nog niet. 

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik heb het idee dat nog niet al mijn vragen helemaal goed zijn beantwoord. Neem de kwestie first in, first out. Dan gaat het over het sporenbeleid. Ik weet dat er aanpassingen komen in dat beleid, maar dit laat onverlet dat voor andere mensen nog steeds geldt: wie het eerst komt, het eerst maalt. In de praktijk lijkt het erop dat die regel niet meer wordt gevolgd. Sommige mensen hebben al een aantal gesprekken gehad, terwijl zij later waren binnengekomen. Anderen hebben nog helemaal geen gesprek gehad. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Als gevolg van het sporenbeleid veranderen wij die praktijk zoals het hoort, daarin heeft mevrouw Kuiken gelijk. Los van het sporenbeleid komen er nu ook zaken voor die eigenlijk niet de bedoeling zijn. Dat heeft alles te maken met de bottleneck die wij eerder bespraken. Als die is opgelost, gaan wij het niet meer zo doen. Maar nu hebben wij soms het praktische probleem dat mensen er zitten zonder de asielzoeker die eigenlijk op afspraak had moeten komen. Dan heb je een dilemma. Doe je niets, dan is de tijd verloren, maar je kunt ook zeggen, een beetje bot uitgedrukt: er zijn hier mensen die nog niet aan de beurt waren, dus laten wij onze tijd nuttig besteden en nu met deze persoon een gesprek voeren. Dat is niet de manier waarop wij het allemaal willen, maar het is een kwestie van nog iets maken van een situatie die niet goed liep qua logistiek. Ik ben het echter eens met mevrouw Kuiken dat het principe is "wie het eerst komt, het eerst maalt", tenzij er aanleiding is om het principe los te laten. Ik noem minderjarigen, mensen waarvan je denkt "hier is iets mis mee", of mensen van wie je echt verwacht dat zij op veiligelandengronden snel kunnen worden afgewezen. 

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dat gebeurt nu in verband met de logistieke problemen en het wordt meegenomen in het plan van aanpak. 

Ik heb ook nog een vraag gesteld over de signalering dat er ten aanzien van de zorg een aantal dingen in de communicatie niet goed lopen. Dan heb ik het over de tolken. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Daar ga ik achteraan. 

Mevrouw Kuiken (PvdA):

In het vervolg op het bestuursakkoord zou mijn verzoek het volgende zijn. Veel gemeenten geven aan dat veel mensen al ingeburgerd raken in de langdurige noodopvang, juist omdat veel vrijwilligers een hand uitsteken. Mijn vraag is: kunnen wij ervoor zorgen dat wij mensen zo veel mogelijk in de gemeenten houden waar zij al in de noodopvang zaten? Ik snap dat dit nu logistiek lastig is, maar ik zou er wel in de verdere gesprekken met de gemeenten voor willen pleiten om dat element wat meer vorm te geven. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dat signaal neem ik mee en dat combineer ik met de roep die er vanuit bedrijven komt, in de trant van: iemand kan hier aan de slag, maar krijgt uit de computer een standplaats aan de andere kant van het land. Dat is niet zo handig, dus ik zal de signalen meenemen en bezien hoe wij daar vanuit het COA gerichter mee kunnen omgaan. De wachtlijst houdt niet in dat gemeenten moeten wachten op mensen die geplaats kunnen worden. Daar zouden wij kwalitatief iets aan kunnen doen. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Wij zullen komende dinsdag stemmen over de ingediende moties. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Naar boven