7 Decentralisatie Wmo

Aan de orde is het VAO Decentralisatie Wmo (AO d.d. 02/12). 

De voorzitter:

De spreektijd in dit VAO is twee minuten, inclusief het indienen van eventuele moties. Ik geef het woord aan de eerste spreker, mevrouw Siderius. 

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. In het AO hebben wij gesproken over TSN. Die staat op het randje van faillissement. De SP heeft aangegeven dat zij het belangrijk vindt dat de 12.000 personeelsleden in ieder geval de huidige arbeidsvoorwaarden kunnen behouden en de 40.000 cliënten hun thuiszorg en het vertrouwde gezicht dat daarbij hoort. Ik dien daarover de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat TSN surseance van betaling heeft gevraagd; 

spreekt uit dat behoud van de relatie tussen cliënt en vertrouwde thuiszorgmedewerker van TSN Thuiszorg zo veel mogelijk in stand dient te worden gehouden en goede arbeidsvoorwaarden en een goed salaris voor de huidige medewerkers in loondienst van TSN, zoals vastgelegd in het gesloten akkoord tussen regering, vakbonden en gemeenten, moeten worden geborgd; 

verzoekt de regering, de Kamer voor het debat over TSN Thuiszorg nader te informeren over de vraag hoe dit geborgd kan worden en over de laatste stand van zaken, mede in het licht van de met gemeenten en vakbonden afgesproken gezamenlijke aanpak voor de arbeidsmarkt in de zorg, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Siderius en Otwin van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 90 (34104). 

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Potters wil interrumperen, maar ik wil wel vooraf zeggen, ook in verband met de klok, dat ik geen herhaling wil van eerder gevoerde debatten maar een toelichting op de moties. 

De heer Potters (VVD):

Dat was ook precies de bedoeling. Ik zou graag een toelichting hebben op de vraag wat de intentie achter deze motie is. Is de intentie dat de SP probeert om op deze manier TSN te behoeden voor een faillissement? Probeert zij dat de Kamer op deze manier uit te laten spreken? Probeert zij de staatssecretaris hiertoe ook opdracht te geven via deze motie? Of is de intentie anders? 

Mevrouw Siderius (SP):

Zeker een andere intentie. De SP heeft de intentie dat de 40.000 mensen die thuiszorg ontvangen via TSN, hun zorg behouden en het liefst ook de vertrouwde thuiszorgmedewerker. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de 12.000 personeelsleden van TSN niet alleen hun baan behouden maar ook de huidige arbeidsvoorwaarden. Het gaat ons niet zozeer om het logo van TSN. Wij vinden baanbehoud en behoud van zorg belangrijk, vandaar deze motie. 

De heer Potters (VVD):

Misschien moet ik het even heel precies formuleren. Ik snap de zorgen. Ik denk dat we die zorgen allemaal delen. Maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de staatssecretaris de opdracht krijgt om TSN koste wat kost te redden van de ondergang. De motie is niet bedoeld om te voorkomen dat TSN failliet gaat, maar om te kijken hoe we iets voor de medewerkers kunnen regelen, bijvoorbeeld de begeleiding van werk naar werk. Moet ik het zo begrijpen? 

Mevrouw Siderius (SP):

In het dictum staat niet dat er een reddingsplan moet komen voor TSN. Ik adviseer de fractie van de VVD om de motie nog eens goed te lezen en opnieuw haar oordeel erover te vormen. 

Wij zullen straks bij de regeling van werkzaamheden vragen om vanmiddag nog te stemmen over deze motie, omdat morgenavond het debat wordt gevoerd over TSN. Mogelijk moet dat worden uitgesteld als de staatssecretaris hiermee aan de slag gaat. 

Ik heb nog één andere motie en die gaat over de vergoeding van toezichthouders in de zorg. 

De voorzitter:

Ik moet wel op de tijd letten. 

Mevrouw Siderius (SP):

Zeker, maar het is alleen een dictum. Er is veel ophef, omdat de toezichthouders zich veel salaris hebben toebedeeld. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, de mogelijkheid tot verhoging van de vergoeding voor toezichthouders in de zorg per direct te schrappen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Siderius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 91 (34104). 

Ik kon niet weten dat de motie zo kort zou zijn. 

Mevrouw Siderius (SP):

Nee, ik heb zelfs nog 15 seconden over. 

De voorzitter:

Het is een uitzondering dat moties zo kort zijn. Dank u zeer daarvoor. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Het Centraal Administratiekantoor kwam zelf met het alarmerende bericht dat zo'n 7.000 mensen nog steeds wachten op hun rekening voor de eigen bijdrage van de Wmo over heel 2015. De staatssecretaris kwam in het algemeen overleg niet verder dan de mededeling dat hij weer in gesprek gaat met de gemeenten en dat er betalingsregelingen moeten komen. Mensen komen door de achterstand in de problemen en dat past niet bij een betrouwbare overheid. Vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat op dit moment nog 7.000 mensen wachten op hun rekening voor de eigen bijdragen over heel 2015; 

van mening dat een betrouwbare overheid in december geen rekening kan sturen over de periode van het gehele jaar; 

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat de rekeningen voor de eigen bijdrage in de zorg binnen zes weken na het einde van de periode bij de cliënten aanwezig zijn en bij overschrijding van deze termijn de eigen bijdrage voor die periode kwijt te schelden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 92 (34104). 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Ik dien één motie in, die gaat over de verhouding tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Daar is veel onduidelijkheid over. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat gemeenten een wettelijke resultaatverplichting hebben als het gaat om het aanbieden van adequate maatschappelijke ondersteuning; 

overwegende dat er signalen zijn dat soms een algemene voorziening wordt aangeboden, daar waar maatwerk gewenst en nodig is; 

verzoekt de regering, hierover in gesprek te gaan met de VNG, en de Kamer over de behaalde resultaten te informeren in de eerstvolgende voortgangsrapportage, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 93 (34104). 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. De afgelopen tijd hebben we het in deze Kamer heel vaak gehad over het debacle van de huishoudelijke zorg en de te lage tarieven waarvoor deze zorg gecontracteerd wordt. Ik heb eerder voorstellen in de Kamer gedaan om onderzoek te doen naar de tarieven. Hoe hoog zijn ze en zijn ze in overeenstemming met wat er in de Wmo staat? Daarin staat namelijk dat de tarieven moeten passen bij de kwaliteit die we willen bereiken en het salarisniveau dat daarbij hoort. Ik heb steeds een Kamermeerderheid tegen mij gehad. Gezien de motie die net ingediend is, lijkt het erop dat er nu eindelijk iets gaat gebeuren op het gebied van de huishoudelijke zorg. Voor de toekomst zijn er vorige week vrijdag afspraken gemaakt. 

De Wmo is echter breder dan alleen de huishoudelijke zorg. De Wmo bevat ook dagbesteding, begeleiding en aanvullend openbaar vervoer. Juist op al die onderdelen bereiken ons steeds meer berichten dat de tarieven veel te laag zijn. Er worden twee, drie tientjes per dagdeel voor dagbesteding uitgekeerd. Een bedrijf dat aanvullend openbaar vervoer levert, raakt een derde van zijn omzet kwijt, terwijl zijn kosten gelijk blijven. Organisaties moeten de deuren sluiten van de dagopvang voor mensen met dementie, omdat deze zeer belangrijke vorm van opvang niet geboden kan worden voor het vastgestelde tarief. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er veel onrust en onduidelijk is over de hoogte van de afgesproken tarieven in de thuiszorg ondanks artikel 2.6.6 van de Wmo; 

constaterende dat de regering in overleg is met veldpartijen zoals Actiz, CNV, FNV en VNG om tot een oplossing te komen voor de huishoudelijke verzorging c.q. thuisondersteuning; 

overwegende dat er in de Wmo op de dagbesteding, begeleiding en aanvullend openbaar vervoer volgens aanbieders ook sprake is van te lage tarieven; 

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de tarieven in de dagbesteding, begeleiding en aanvullend openbaar vervoer en de Kamer over de uitkomsten hiervan voor het zomerreces over te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Keijzer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 94 (34104). 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik dien deze motie in om te voorkomen dat we straks precies dezelfde discussies die we nu hebben over huishoudelijke zorg, over die andere belangrijke vormen van thuisondersteuning en opvang krijgen. 

De voorzitter:

We wachten even totdat de staatssecretaris alle moties in bezit heeft. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Ik zal meteen overgaan tot het bespreken van de moties. Strikt genomen wordt mij in de motie-Siderius/Otwin van Dijk op stuk nr. 90 gevraagd om de Kamer voor het debat over TSN Thuiszorg nader te informeren over een aantal zaken. Daartoe ben ik bereid. Ik maak wel een kanttekening bij het dictum. Ik let vooral op twee zaken. Laten we in de eerste plaats ervoor zorgen dat mensen die zorg nodig hebben, die ook kunnen krijgen. Laten we in de tweede plaats ervoor zorgen dat we zo goed mogelijk borgen dat we voor mensen van wie hun baan op de tocht staat, zo veel mogelijk werkgelegenheid kunnen behouden, tegen acceptabele arbeidsvoorwaarden. De vraag van de heer Potters was heel terecht. We moeten niet hier in deze Kamer besluiten over de vraag wat er gebeurt na surseance van betaling. De primaire belangstelling van de Kamer en van mij gaat uit naar de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat de benodigde zorg gegeven wordt en hoe zo goed mogelijk de banen intact blijven. Daarvoor wil ik mij ook hard maken. Dat is een gemeenschappelijk doel. Ik ben ook bereid om de Kamer, zoals gevraagd, nader te informeren over de stand van zaken, maar daar plaats ik twee kanttekeningen bij. Mevrouw Siderius weet dat allerlei wet- en regelgeving randvoorwaarden stelt aan wat zij vraagt. In de gevraagde brief wil ik daarop ingaan. Zij moet mij ook even de gelegenheid geven om die brief te maken, maar zij zei al dat dit ertoe leidt dat wij dat debat of dat AO misschien wat later zullen hebben. Met die kanttekeningen ga ik volstrekt in op het verzoek dat mij wordt gedaan. Ben ik bereid om een brief te schrijven om de Kamer hierover te informeren? Het antwoord is ja. Met die interpretatie laat ik het oordeel over de motie over aan de Kamer. 

De voorzitter:

Roept dat nog vragen op, mevrouw Siderius? 

Mevrouw Siderius (SP):

Ja. Volgens mij moeten we nu heel precies zijn, want in de motie wordt inderdaad informatie gevraagd, maar de staatssecretaris wordt ook gevraagd hoe twee dingen geborgd kunnen worden: ten eerste dat mensen hun zorg maar ook het vertrouwde thuiszorggezicht houden en ten tweede baanbehoud maar ook behoud van de huidige arbeidsvoorwaarden. Dat is wel een cruciaal onderdeel van het dictum van deze motie. Ik wil de staatssecretaris nadrukkelijk meegeven dat wij op dat punt wel iets verwachten van die brief, met name over de mogelijkheden voor borging van deze twee punten. 

De voorzitter:

Als ik het goed begrijp, slaat het woordje "dit" in het verzoek dus op het in stand houden van de goede arbeidsvoorwaarden en het goede salaris. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dit gaat niet over de inzet, maar over de uiteindelijke uitkomst. Ik denk dat wij gemeenschappelijk hebben dat het niet gaat om de discussie over wat er met de instellingen gaat gebeuren, maar om de vraag hoe wij zo goed mogelijk gaan borgen dat de zorg geborgd blijft voor mensen die die zorg nodig hebben, hoe wij er zo goed mogelijk voor gaan zorgen dat de relatie tussen zorgverlener en patiënt intact kan blijven en hoe we ervoor gaan zorgen dat dit onder goede arbeidsvoorwaarden gebeurt. Dat is de inzet die wij gemeenschappelijk hebben. Mevrouw Siderius weet ook dat er allerlei wettelijke randvoorwaarden zijn waaronder dit kan plaatsvinden. Allerlei wetten hebben te maken met de overname van het werkgeverschap of met wat er gebeurt bij surseance of bij faillissement. Al die randvoorwaarden zal ik schetsen. Over de inzet zijn wij helder. Mevrouw Siderius moet van mij geen resultaatverplichting vragen, want daarvoor gelden een aantal andere randvoorwaarden. Met die kanttekening wil ik de Kamer hier nader over informeren. 

De heer Potters (VVD):

Volgens mij is het belangrijk dat we dit heel precies doen, want in het dictum van de motie staat: "te informeren over hoe dit geborgd kan worden". "Dit" slaat op de rol die het kabinet of u als staatssecretaris heeft. Volgens mij moet dat volstrekt helder zijn. U zegt dat u ons gaat informeren over de stand van zaken bij TSN en over wat daar speelt. Die actieve houding vind ik goed, maar het borgen kan niet betekenen dat die goede arbeidsvoorwaarden en het in stand houden van alle banen uw verantwoordelijkheid gaan worden. Of is dat wel het geval? Volgens mij staat in de motie immers echt iets meer dan alleen het informeren van de Kamer. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat is precies mijn kanttekening. Dit is nu, in dit stadium, uiteraard vooral aan de bewindvoerders, in overleg met de gemeenten. Er zijn ook andere scenario's denkbaar waarin weer over andere dingen met elkaar moet worden onderhandeld, bijvoorbeeld door de gemeenten in overleg met de zorgaanbieders. Daar zijn een aantal wettelijke randvoorwaarden voor, maar dit speelt vooral tussen gemeenten en zorgaanbieders of, zoals nu, tussen gemeenten en bewindvoerders. Ik kan nu dus natuurlijk niet uitspreken dat ik dat ga borgen. Het is natuurlijk wel heel scherp wat onze inzet is: goede zorg voor mensen die dat nodig hebben en ervoor zorgen dat werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden fatsoenlijk zijn. Dat is mijn inzet en ik heb begrepen dat dit ook de inzet is van bewindvoerders en gemeenten. 

De heer Potters (VVD):

Als ik het goed begrijp, gaat de toezegging vooral over de actieve informatie aan de Kamer over dit punt. De staatssecretaris bewaakt het proces, maar hij is niet verantwoordelijk voor het borgen van de arbeidsvoorwaarden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Nee, ongeacht mijn inzet, namelijk goede zorg voor de mensen die dat nodig hebben en ervoor zorgen dat de werkgelegenheid en goede arbeidsvoorwaarden intact blijven. Dat blijft mijn inzet, maar gelet op de wetgeving die wij daarvoor hebben, kunnen sommigen dit borgen en anderen dit bevorderen. 

De voorzitter:

Ik ben hier alleen maar voor het proces. In de motie staat glashelder "hoe dit geborgd kan worden" en "dit" slaat op goede arbeidsvoorwaarden en een goed salaris. Ik heb dat eerder aan mevrouw Siderius gevraagd en zij knikte toen instemmend. Dat wordt in de motie gevraagd en wij moeten moties wel serieus nemen, lijkt mij als voorzitter van uw gremium. 

Mevrouw Siderius (SP):

Dat lijkt mij ook; wij staan hier niet voor niets. Wij willen deze twee dingen — die ik vandaag al drie of vier keer heb genoemd — geborgd hebben. Wij vragen aan de staatssecretaris hoe dit kan worden bereikt; dat wordt in het dictum van de motie gevraagd. Dan gaat het inderdaad om zorgcontinuïteit met behoud van een vertrouwd gezicht en baanbehoud met de huidige arbeidsvoorwaarden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dan ook weer even precies van mijn kant. Als mij wordt gevraagd om de Kamer te informeren over de manier waarop dit kan worden geborgd, kan ik dat schetsen. Ik kan ook schetsen welke financiële en bestuurlijke randvoorwaarden daarbij gelden. Deze motie vraagt niet aan mij om dit te borgen, want daarvoor hebben wij andere partijen nodig binnen de kaders van de wet- en regelgeving die daarvoor gelden. Als ik de motie zo mag interpreteren, laat ik het oordeel aan de Kamer. Als mij wordt gevraagd dit te borgen, gaat dat te ver. Dan moet ik de motie ontraden. Dat wil ik liever niet, want ik wil dat wij een gezamenlijke inzet hebben om ervoor te zorgen dat dit voor elkaar komt. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

De CDA-fractie gunt mensen dat zij hetzelfde zorggezicht houden, maar dat kunnen wij niet in de Kamer regelen. Het gaat mij er nu om wat wij hier vandaag doen. De staatssecretaris zegt dat hij niet verantwoordelijk is voor arbeidsvoorwaarden. Dat is waar, daarvoor zijn de werkgevers verantwoordelijk. Hij is echter wel verantwoordelijk voor de uitvoering van artikel 2.6.6 waarin staat dat de tarieven die worden afgesproken, aansluiten bij de kwaliteit die je vraagt en de arbeidsvoorwaarden die daarbij horen. Ik heb dat zojuist ook al gezegd. Hij heeft net een akkoord gesloten met FNV, CNV en VNG waarin staat dat er tot tarieven moet worden gekomen die daarbij passen, maar die gaan in op 1 januari 2017. Ik heb steeds weer aan de staatssecretaris gevraagd om onderzoek te doen naar de huidige tarieven. Ik heb navraag gedaan en ik hoor dat een groot deel van de gemeenten onder het bedrag van €22,46 zit. Als deze motie wordt aangenomen en wij het debat uitstellen, krijgen wij dan volgende week concrete voorstellen van de staatssecretaris voor wat er zal gebeuren voor de bestaande contracten? Als dat niet het geval is, krijgen wij straks weer een bladiebla-verhaal waar mensen niets mee opschieten. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Mevrouw Keijzer schetst eerst vrij nauwgezet waarvoor ik wel en niet verantwoordelijk ben, maar vervolgens lijkt zij mij te vragen er verantwoordelijkheid voor te nemen dat de prijs niet boven een bepaald niveau uitkomt. Dat kan natuurlijk niet. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Een punt van de orde. De staatssecretaris verdraait mijn woorden. 

De voorzitter:

Ten eerste: de staatssecretaris maakt eerst zijn reactie af. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Wij hebben met elkaar in wet- en regelgeving afgesproken onder welke condities en randvoorwaarden de onderhandelingen tussen gemeenten en aanbieders plaatsvinden. Vervolgens hebben wij afgelopen weken gesproken over de vraag of die randvoorwaarden voldoen of dat zij her en der aanscherping verdienen. De Kamer heeft een brief ontvangen over de gezamenlijke aanpak die ik met de vakbonden en de gemeenten heb afgesproken om dit proces verder te borgen. Daarin zijn mijn voornemens verwoord voor de manier waarop ik dit ga invullen. Ik heb de regelgeving op dat punt genoemd. Ik denk dat wij het eens zijn. 

Wij zijn het er echter niet over eens — ik meen dat mevrouw Keijzer dat ook niet bedoelt, althans dat hoop ik — dat wij zullen regelen welke prijs de gemeenten in welke situatie moeten vragen. Dat is echt een verantwoordelijkheid van de gemeenten, dat ben ik met haar eens. 

De voorzitter:

Ten tweede heropenen wij de discussie niet. Ik geef u gelegenheid voor een korte reactie, mevrouw Keijzer. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Het gaat mij om het volgende. De staatssecretaris gaat naar aanleiding van deze informatie de Kamer informeren. Hij gaat vertellen hoe kan worden geborgd dat er uiteindelijk een gezonde markt ontstaat voor de huishoudelijke verzorging. Dat staat in deze motie. Ik vraag hem daarom nogmaals of hij in de genoemde brief ook iets gaat zeggen over de uitvoering van artikel 2.6.6 Wmo, waarin staat dat het tarief in overeenstemming moet zijn met de kwaliteit. Ik zeg niet dat wij hier in Den Haag moeten bepalen welk bedrag daarbij hoort. Gemeenten zitten nu echter overal veel lager zonder dat zij een verhaal hebben waaruit blijkt hoe dat komt. Daardoor zitten wij in de huidige malaise. Ik wil gewoon voorkomen dat alle mensen die nu naar dit debat kijken of daarover horen, volgende week uiteindelijk een dooie mus hebben. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Naar aanleiding van de gezamenlijke aanpak heb ik de Kamer al een brief geschreven over mijn voornemens. Ik vind het prima om mijn voornemens op dit punt, die ik al aan de Kamer heb verteld, in de nadere brief nader toe te lichten. Deze brief gaat overigens over een ander onderwerp, namelijk over de situatie bij TSN. Dat werd in de motie gevraagd. 

De voorzitter:

Ik zie dat u weer wilt interrumperen, mevrouw Keijzer, maar wij gaan verder met de volgende motie. 

Staatssecretaris Van Rijn:

De motie-Siderius op stuk nr. 91 gaat in feite niet zozeer over de regelgeving op het gebied van de zorg, maar over regelgeving op het gebied van good governance en over regelgeving die de minister van Binnenlandse Zaken maakt over vergoedingen voor toezichthouders. Dit is algemene regelgeving die van toepassing is op alle sectoren. Het doel daarvan is het versterken van het toezicht en ervoor zorgen dat de Wet normering topinkomens leidt tot een normering van de bestuurderssalarissen. Aan de andere kant willen wij zo waarborgen dat de toezichthouders in de zorg adequaat toezicht kunnen houden en dat daarvoor mensen met voldoende kwaliteit kunnen worden aangetrokken. Het is een algemeen punt, dat helemaal niets zegt over de vraag hoe hoog de vergoedingen in de zorg zouden moeten zijn. Die discussie moet meer in algemene zin aan die tafel worden gevoerd. Om die reden wil ik deze motie dan ook ontraden. 

In de motie-Agema op stuk nr. 92 wordt de regering verzocht ervoor te zorgen dat rekeningen binnen zes weken na het einde van de periode bij de cliënten zijn. Ik vind ook dat de rekeningen zo snel mogelijk bij de cliënten moeten zijn. Dat is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Wij hebben afgesproken dat voor een betalingsregeling wordt gezorgd als informatie laat of te laat komt en de cliënt de rekening moet betalen. Sterker nog, bij de rekening die men krijgt, wordt dan standaard een betalingsregeling aangeboden. 1. Wij hebben met de gemeenten afgesproken dat de rekeningen zo snel mogelijk worden ingediend. 2. Wordt de rekening ingediend maar ijlt deze na, dan wordt tegelijkertijd een betalingsregeling aangeboden. Dat heb ik met het CAK afgesproken. Om die reden wil ik de motie ontraden. 

Mevrouw Agema (PVV):

Mijn motie spreekt op geen enkel moment over een betalingsregeling. Mijn motie spreekt over iets heel anders. Inderdaad, de gemeenten gaan hierover, maar wij hebben de wet gemaakt. In die wet moeten wij opnemen dat rekeningen binnen zes weken bij de cliënt zijn. En gebeurt dat niet, dan moet de rekening worden kwijtgescholden. Daar wil ik graag een reactie op van de staatssecretaris. Ik wil niet een raar verhaal over betalingsregelingen horen; daar vraag ik helemaal niet om. 

Staatssecretaris Van Rijn:

In de wet- en regelgeving is opgenomen dat een eigen bijdrage verschuldigd is. Deze kan door het CAK worden geïnd nadat de informatie door het CAK is ontvangen. Komt de informatie laat bij het CAK binnen, dan worden de rekeningen later verzonden. Deze rekeningen worden niet gestapeld; er wordt dan een betalingsregeling aangeboden. Ik zou er niet voor zijn om dan maar af te zien van de inning van de eigen bijdrage, die ook wettelijk is geregeld. Om die reden blijf ik bij mijn oordeel. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik vraag de staatssecretaris helemaal niet om uit te leggen hoe het systeem werkt. Ik vraag hem gewoon om een betrouwbare overheid. Als mensen een jaar later hun rekening nog niet hebben gekregen, de rekening van een heel jaar eigen bijdrage Wmo, kan de overheid toch niet zeggen dat die mensen nog meer moeten betalen? Mijn vraag is heel concreet. Als de overheid zo slecht is georganiseerd dat we bijna een derdewereldland zijn en mensen een jaar moeten wachten op een rekening voor hun eigen bijdrage, moet die overheid in haar eigen wetten opnemen dat dit binnen zes weken moet worden geregeld en dat het bedrag anders wordt kwijtgescholden. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Als alleen maar een verschuldigde betaling die wat later komt, de reden moet zijn om iets kwijt te schelden, ben ik daar niet voor. Ik ben er wel voor dat er een nette betalingsregeling wordt afgesproken als er alsnog wordt geïnd. Om die reden wil ik deze motie ontraden. 

In de vierde motie, die op stuk nr. 93, wordt mij gevraagd om in gesprek te gaan met de VNG en om — simpel gezegd — erover te rapporteren wanneer er een algemene voorziening wordt getroffen terwijl er maatwerk nodig is. Wij hebben gemeenten er aan de hand van jurisprudentie en gevoerde rechtszaken herhaaldelijk op gewezen dat er altijd een zorgvuldig onderzoek moet plaatsvinden. De gemeenten er nog een keer op wijzen dat dit nodig is, vind ik ondersteuning van het beleid. Ik wil daarom het oordeel over deze motie aan de Kamer laten. 

In de vijfde motie, die op stuk nr. 94, wordt de regering gevraagd om een onderzoek te doen naar de tarieven in de dagbesteding. Ik begrijp de zorgen van mevrouw Keijzer wel. Daarom gaan we voor de voortgangsrapportages regelmatig de stand van zaken na. Als die stand van zaken aanleiding is voor nader beleid, zullen we dat ook doen. Ik vind het niet goed om elke keer maar op voorhand onderzoek te gaan doen. Daarmee stralen we namelijk uit dat gemeenten te weinig ruimte krijgen om hun eigen beleid te maken. Als er signalen zijn die aanleiding geven tot nadere maatregelen, dan worden die maatregelen ook getroffen, maar ik ben er niet voor om de gemeenten elke keer maar weer met een soort ijzeren greep op voorhand te gaan controleren en te bekijken of het allemaal wel goed gaat. Ik ben het eens met mevrouw Keijzer dat we dit goed moeten blijven volgen. Daar hebben we, zoals blijkt, aan de hand van de voortgangsrapportages regelmatig een debat over, maar ik ben er niet voor om te besluiten tot weer een nader onderzoek naar de tarieven. Om die reden wil ik deze motie ontraden. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Stichtse Vecht, Beuningen en Leusden zijn drie gemeenten die onder die €22,46 voor huishoudelijke verzorging zitten. Daarmee is niet gezegd dat dit een absolute norm is, maar als je daaronder zit moet je uitleggen waarom. Zou het niet verstandig zijn om ook eens voor al die andere vormen van maatschappelijke ondersteuning te bekijken welk bedrag er redelijkerwijs past bij een kwalitatief goede dagopvang voor dementie of bij aanvullend openbaar vervoer? Zo voorkomen we dat allerlei prachtige bedrijven, waar mensen vertrouwd naartoe kunnen, straks gaan omvallen. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Gemeenten zijn daar nu al aan gehouden. Wanneer er discussie over bestaat of het allemaal wel goed zit, neem ik aan dat die vooral de relatie tussen college en gemeenteraad betreft, die erop moeten toezien dat het gebeurt. Ik denk dat dat de goede manier is om dit te doen, tenzij er signalen zijn waardoor wij zouden kunnen denken dat dit niet goed gaat of waardoor wij daaraan zouden kunnen gaan twijfelen. In dat geval moeten wij de gemeenten weer eens aanspreken en dan kunnen wij altijd nog wet- en regelgeving overwegen. Laten wij ervoor zorgen dat gemeenten hun beleid maken, conform de wet en met inachtneming van de randvoorwaarden, dat zij daarover verantwoording afleggen aan de raad en dat wij hier met elkaar volgen of het hele systeem werkt. Dat lijkt mij de goede volgorde. Daarom vind ik dit verzoek voorbarig en blijf ik bij mijn oordeel. 

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik stel de Kamer voor om aanstaande dinsdag over de ingediende moties te stemmen. 

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. Ik heb al aangekondigd dat wij zo meteen bij de regeling van werkzaamheden zullen zeggen dat wij graag al vanmiddag over die ene motie willen stemmen. Dat is inmiddels doorgegeven aan de griffier. 

De voorzitter:

Dat is bekend. We zullen zien hoe de regeling zal lopen. 

Naar boven