19 Verhoging minimumleeftijd verkoop tabaksproducten

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Tabakswet ter verhoging van de minimumleeftijd van 16 jaar naar 18 jaar van personen aan wie tabaksproducten mogen worden verkocht (Verhoging minimumleeftijd verkoop tabaksproducten) (33590).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Gemiddeld een kwart, één op de vier, van onze jongeren onder de 18 jaar rookt. De ChristenUnie ziet ongelooflijk graag dat het aantal rokende jongeren afneemt en nog liever dat jongeren helemaal niet beginnen met roken. Het tegengaan van roken is een van de effectiefste manieren om gezondheidswinst te boeken. Uit onderzoek blijkt dat wie voor zijn 18de begint met roken, later veel en veel moeilijker van de verslaving af kan komen. Verhoging van de leeftijd van 16 naar 18 jaar voor de verkoop van tabak kan heel veel verslaving voorkomen. De ChristenUnie is daarom een groot voorstander van de wetswijziging. Met deze wet komt er één heldere grens voor het kopen van alcohol en tabak. Ik zie deze wet niet alleen als een drempel voor jongeren om te gaan roken, maar vooral ook als steun in de rug van ouders die heel graag zien dat hun kinderen gezond opgroeien.

Het wordt overigens tijd ook. In 22 van de 27 EU-landen is de minimumleeftijd voor de verkoop van tabaksproducten 18 jaar. Nederland is nog een van de weinige landen die hierop een uitzondering is. Daarom benadruk ik vandaag ook het belang van de behandeling van het wetsvoorstel. Even leek het erop dat het onder aan het prioriteitenlijstje van de Kamer zou komen, maar gelukkig is dit niet het geval. De woorden van de staatssecretaris bij de behandeling van de alcoholwet in de Eerste Kamer zijn volgens mij vandaag net zo goed van toepassing. Hij zei: elke maand later is meer schade voor de gezondheid. Zo is het. Ik ben het hiermee van harte eens.

Hoe sterk ik ook in de verleiding was om alles te benoemen wat mij op dit dossier bezighoudt, ik zal me vandaag primair richten op deze wetswijziging. Daarbij wil ik met name inzoomen op het aantal verkooppunten en op de naleving en handhaving. Ik verzeker de staatssecretaris dat hij mij nog vele malen vaker op dit dossier zal tegenkomen. Immers, hoezeer ik dit wetsvoorstel ook toejuich, er valt daarna nog genoeg gezondheidswinst te boeken. Zo is er volgens mij nog een lange weg te gaan voordat de horeca volledig rookvrij wordt.

Het aantal verkooppunten moet drastisch worden teruggebracht. Er zijn er nu maar liefst 30.000, waarvan 16.000 tabaksverkoopautomaten. Niet alleen bij tabaksspeciaalzaken maar ook in de horeca, in supermarkten en in tankstations wordt tabak verkocht. Tijdens het rondetafelgesprek werd gesteld dat een derde van de tankstations zal verdwijnen als de tabaksverkoop daar niet meer wordt toegestaan. Ik weet niet op welk onderzoek dit is gebaseerd. Natuurlijk wil ik de ogen niet sluiten voor het verlies aan werkgelegenheid. Niet alleen tankstations maar ook supermarkten, drogisterijen en boekwinkels zien de verkoop van tabak als middel om klanten binnen te krijgen of te houden. Hieronder ligt echter een vraag, een vraag die vanavond wel gesteld moet worden: hoe ethisch is het om tankstations en boekhandels in de benen te houden door de verkoop van producten die zo slecht zijn voor de gezondheid?

Het zal duidelijk zijn dat de ChristenUnie graag ziet dat het aantal verkooppunten wordt teruggedrongen. Tabak kan in onze ogen alleen verkrijgbaar zijn in speciaalzaken die daarvoor een vergunning hebben. De staatssecretaris vindt het te vroeg om het aantal verkooppunten drastisch omlaag te brengen, omdat dat een ingrijpende maatregel is. Maar wanneer is het hiervoor wél tijd? Krijgen we eerst nog onderzoek na onderzoek? Intussen daalt het aantal jongeren dat gaat roken, niet of nauwelijks en groeit er weer een generatie op die verslaafd raakt.

De heer Rutte (VVD):

Mevrouw Dik geeft aan dat ze twijfelt aan de cijfers over de pomphouders, over het verdwijnen van zo veel pompstations. Ze vraagt zich af op welk onderzoek dat is gebaseerd. Ik vraag haar: op basis van welk onderzoek kan ze aantonen dat het aantal jeugdige rokers zal verminderen als we het aantal verkooppunten in dit land terugbrengen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Er zijn landen om ons heen, bijvoorbeeld Zweden, waar het aantal verkooppunten veel lager ligt dan in Nederland. Daar is het aantal rokers ook veel lager. Verder komen jongeren minder makkelijk in de verleiding om te gaan roken als tabaksproducten niet bij hen in beeld zijn. Wat mij betreft brengen we dus het aantal verkooppunten omlaag en halen we de tabaksproducten uit het zicht van jongeren.

De heer Rutte (VVD):

Ik hoorde mevrouw Dik zeggen dat zij dit een ethisch punt vindt. Zij vindt dat tabak niet in het zicht mag liggen, maar ik vraag haar naar de effectiviteit. Zij noemt Zweden, ik noem Frankrijk en Italië, waar minder verkooppunten zijn, maar waar het aantal rokers hoger ligt dan in Nederland. Ik vraag nogmaals: op basis van welke feiten baseert zij de aanname dat het aantal jonge rokers zal teruglopen als wij het aantal verkooppunten terugdringen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik zeg nogmaals dat er ook landen zijn waar het aantal verkooppunten veel lager is en waar minder verslaving is. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat als je tabaksproducten letterlijk uit het beeld van jongeren haalt, zij minder makkelijk in de verleiding komen om een pakje sigaretten te kopen. Iedere jongere die nu een kroeg bezoekt, vindt daar ook een tabaksautomaat.

Voorzitter. We hebben samen met de SP een amendement ingediend om het aantal verkooppunten van tabaksproducten omlaag te brengen. Zoals ik al zei, heeft de staatssecretaris eerder gezegd dat hij het hiervoor te vroeg vindt. Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen het idee om het aantal verkooppunten stapsgewijs terug te dringen? Ik denk eraan om allereerst naar de horeca te kijken. We mogen daar binnenkort toch niet meer roken. Waarom zou je daar dan nog sigaretten verkopen? Daarna de supermarkten en de tankstations et cetera. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris.

Vermindering van het aantal verkooppunten verbetert ook de mogelijkheden van handhaving. De capaciteit bij de NVWA wordt uitgebreid. Er komt een tabaksteam van 45 jonge toezichthouders die voor de NVWA signaleren welke horeca- en tabaksverkooppunten in overtreding zijn. Dat zijn natuurlijk goede stappen. Ook de keuze van de staatssecretaris om niet nu, maar pas op termijn te kiezen voor de handhaving bij gemeenten, door de boa's, kan ik steunen.

Aan de handhavingskant wordt dus gewerkt, maar op het gebied van de naleving is nog een wereld te winnen. Het aantal jongeren onder de 16 dat nu probeert tabak te kopen, is relatief laag, en dat valt te prijzen, maar zij slagen er wel altijd in. De detailhandel heeft zelf een actieplan opgesteld dat sterk leunt op voorlichting aan de winkeliers. Gaat dit wel werken? Een boete doet nauwelijks pijn. De maximale boete bij herhaaldelijke overtreding is nu €4.500. Dat is veel te weinig.

Ik kan mij voorstellen dat onze fractie zich aansluit bij het "three strikes out"-principe dat mijn collega's van de VVD en de Partij van de Arbeid ook willen, maar is de staatssecretaris het met mij eens dat dit geen wassen neus mag worden, of een mooie regel op papier, die vervolgens in de praktijk niet uitvoerbaar is? Ik hoor hierop graag een reactie.

Naleving en handhaving kunnen bovendien vergemakkelijkt worden door een sluitend systeem van leeftijdscontrole. Zo bestaat er een ageview-systeem, een onafhankelijke check of iemand aan het leeftijdscriterium voldoet. Verkooppunten die daarmee werken, hebben een camera bij de kassa staan. De kassa gaat niet open zolang niet is bepaald of iemand nu daadwerkelijk 18 jaar of 16 jaar is. Is de staatssecretaris bereid om met de sector te spreken over de invoering van een sluitend en onafhankelijk systeem voor leeftijdscontrole, waardoor de naleving en handhaving worden vergemakkelijkt en waarmee we bovendien veel handhavingskosten kunnen besparen?

Hoe staat het intussen met de rookvrije schoolpleinen? Bij een verhoging van de leeftijd voor verkoop kan het volgens mij niet anders dan dat scholen en schoolpleinen rookvrij zijn, in ieder geval de middelbare scholen. Wat is de stand van zaken? Is hier nog een extra inspanning nodig? Kunnen we met de staatssecretaris afspreken dat hij er samen de scholen voor zorgt dat de pleinen vanaf het schooljaar 2014-2015 gewoon rookvrij zijn?

Tot slot. Er komt nu een voorlichtingscampagne over de verhoging van de leeftijd voor de verkoop van drank en tabak per 1 januari 2014. Het spreekt wat mij betreft vanzelf dat ook de ouderen en de jongeren erbij worden betrokken, want deze wet is natuurlijk geen sluitstuk, maar een beginpunt van een maatschappelijke discussie en een nieuwe sociale norm. Roken of drinken voor je 18de? Natuurlijk niet!

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Wij schrijven 2 december 1997. Bij monde van het lid Kamp dient de VVD een motie in tegen beperking van tabaksreclame. U hoort het goed. De VVD diende in 1997 een motie in tegen beperking van tabaksreclame. Te uwer geruststelling: het was niet Henk Kamp, maar Margreet Kamp. Dit zeg ik ook tegen de staatssecretaris. Verder ter geruststelling: de motie werd in grote meerderheid door de Kamer verworpen en alleen gesteund door de fractie-Hendriks. Dat is allemaal geschiedenis, gelukkig. Het verbod op tabaksreclame is er gekomen, want het recht op vrijheid van meningsuiting is ondergeschikt aan het belang van de volksgezondheid. En over volksgezondheid spreken we nu we de voorliggende wet behandelen.

Het valt de SP-fractie op dat deze wet eigenlijk heel erg mager is. Waar we verbieden gif ter consumptie aan te bieden, blijft tabaksgif volop verkrijgbaar. Enkel de leeftijd vanaf welke tabaksgif mag worden gekocht, wordt verhoogd naar 18 jaar. Zelfs de tabakslobby stemt daarmee in. Dat moet toch te denken geven, want de winst voor de tabaksindustrie is groot.

Er komt geen beperking van het aantal verkooppunten van tabaksgif en aan het verbod op smaakstoffen die onze jeugd rijp maken voor het tabaksgif doet dit kabinet niets. Het rookvrij maken van schoolpleinen? Njet. Het is vrijblijvendheid troef en dat in de wetenschap dat het percentage tabaksgifrokers in 2012 met 2 is gegroeid, met dank aan het desastreuze beleid van minister Schippers van Volksgezondheid. Dat heeft zijn dodelijke resultaat kennelijk afgeworpen.

Inmiddels heeft de minister het rookdossier over de schutting naar staatssecretaris Van Rijn gegooid. Wat doet de staatssecretaris? Ik had verwachtingen maar ben teleurgesteld, want hij zet het beleid van de minister van tabak gewoon voort. De tabakslobby is net zoals andere industrieën welkom op het ministerie. Het kabinet gedraagt zich als een cynische koopman. Het produceren en verkopen van tabaksgif is werkgelegenheid en inkomsten. Hoewel, de tabakslobby is erin geslaagd om de accijnsverhogingen vooralsnog tegen te houden, met dank ook aan onze staatssecretaris van belastingen, afkomstig van de VVD.

Moeten we de vrijblijvendheid die het antitabaksgifbeleid in Nederland kenmerkt, niet stoppen als we de trend willen keren? Moeten wij niet stoppen met het dienen van de tabaksgifindustrie? Rigoureuze maatregelen zijn nodig om de sociale norm "wij roken geen tabaksgif" tot de normale norm te verheffen. Ruim een kwart van de 15-plussers is verslaafd aan tabaksgif, terwijl het voor een verslaafde ontzettend moeilijk is om te stoppen. Alles op alles moet dus worden gezet om te voorkomen dat onze jeugd begint met roken. Essentieel daarbij is dat het kopen van tabaksgif uit de normale samenleving verdwijnt. Dat wil zeggen dat er geen tabaksgif meer te koop is in supermarkten, horecagelegenheden, pompstations en tabaksgifautomaten. Dat wil zeggen: geen powerwalls van tabaksgif.

Daartoe heb ik met collega Dik-Faber een amendement ingediend dat voortborduurt op een motie van het lid Jan Marijnissen van 17 oktober 1996. Een grote Kamermeerderheid — ik zeg het nog maar eens: een gróte Kamermeerderheid — stemde toen in met het plan om de verkoop van tabaksgif te beperken tot tabaksgifspeciaalzaken. Een grote meerderheid van de Kamer heeft die motie in 1996 aangenomen. Overigens, het verkopen van tabaksgif via tabaksgifspeciaalzaken was tot in de jaren zestig de norm, het uitgangspunt. Maar goed, sinds de aanneming van de motie van het lid Marijnissen in 1996 is er eigenlijk aan het inperken van het aantal tabaksverkooppunten heel weinig gedaan.

Ik vraag de Kamer, maar ook de staatssecretaris, om heel goed stil te staan bij het doel waarvoor wij allen vanavond hier zitten, namelijk om het roken van tabaksgif zo veel mogelijk terug te dringen en natuurlijk ook om ervoor te zorgen dat de jeugd niet begint, wat heel erg belangrijk is. Daar zit namelijk de grootste winst. Een jongere die begint, is binnen enkele weken "hooked", verslaafd. Dat gaat razendsnel, dus daar moeten we alles op inzetten. Vandaar ook het belang dat de SP hecht aan de verkooppunten. Bij de discussie over de verkooppunten is de vraag essentieel: wat is belangrijker, de winst van de tabaksgifindustrie en de verkopers of het belang van de volksgezondheid van onze jeugd? Ik kijk hiervoor naar de staatssecretaris, maar ook naar het parlement. Deze vraag is des temeer aan de orde nu het aantal tabaksgifrokers weer met 2% is toegenomen. Dat is toch onaanvaardbaar? Willen we deze trend keren, dan zijn drastische maatregelen nodig. Laten we kijken naar hoeveel verkooppunten er zijn.

De heer Rutte (VVD):

Het is overduidelijk dat de heer Van Gerven een grote afkeer heeft van tabak. Dat kan ik begrijpen, zeker gezien zijn achtergrond. Dat mag ook. Hij roept ons allen op om ervoor te zorgen dat jongeren niet gaan roken. Dat is belangrijk, omdat ze dan niet verslaafd raken. Dat kan ik ook begrijpen. Maar hij pleit voor de maatregel van minder verkooppunten. Kan hij aantonen dat met die maatregel daadwerkelijk minder jongeren gaan roken?

De heer Van Gerven (SP):

Ik kom daar in mijn betoog op. Dit is natuurlijk een relevante vraag; daarover geen misverstand. In het algemeen, los van tabak, kun je zeggen dat als het aanbod wordt vergroot, de behoefte en het gebruik ook toenemen, zeker als het gaat om verslavende middelen. Dit geldt in den brede. In het algemeen geldt: hoe meer verkooppunten en hoe meer in het zicht, hoe eerder er wordt gekocht. Dat is een logische gedachte, maar het zal natuurlijk ook gevalideerd moeten worden aangetoond of in ieder geval aannemelijk moeten worden gemaakt.

Maar laat ik mijn betoog vervolgen. Ik had het over die verkooppunten. Daarover doen verschillende cijfers de ronde: 60.000 is genoemd door Klink en anderen; 65.000, maar ook 30.000 in het rondetafelgesprek. Het zijn er in ieder geval veel, veel te veel. Op elke straathoek zijn sigaretten te koop. Wat zegt dat ons? Het geeft ons de perceptie dat het roken van giftabak normaal is. Supermarkten zien sigaretten als een basisproduct. In de meeste gevallen wordt het filiaalhouders verplicht om sigaretten te verkopen. Franchisers van Albert Heijn moeten zelfs een boete betalen als zij geen sigaretten voeren in hun assortiment. Wat is dat voor opstelling, zo vraag ik de staatssecretaris. Wil hij er eens op ingaan dat franchisers van Albert Heijn worden verplicht om giftabak te verkopen? Als we de volksgezondheid in ogenschouw nemen, is dat dan aanvaardbaar? Is het aanvaardbaar dat zij een boete moeten betalen als zij daar niet aan voldoen? Zij beschouwen sigaretten kennelijk als een normaal product, net al melk en vlees te koop in de supermarkt.

Die boodschap bereikt ook de jongeren. Zo ziet de tabaksindustrie het natuurlijk graag. Uit onderzoek, gepubliceerd in het American Journal of Public Health, blijkt dat jongeren die regelmatig een winkel bezoeken waarin sigaretten staan uitgestald, 50% meer kans hebben om ooit te gaan roken. Uit Engels onderzoek, onder andere van de Division of Epidemiology and Public Health, blijkt dat jongeren tussen 11 en 15 jaar die dagelijks een winkel bezoeken, een twee keer zo grote kans hebben om te roken ten opzichte van jongeren tussen 11 en 15 jaar die dat slechts eenmaal per week doen. De tabaksindustrie zal ervan smullen. Het voorhanden zijn van sigaretten heeft een sterk stimulerend effect op de jongeren. Jongeren die gemakkelijk beinvloedbaar zijn en beginnen aan deze dodelijke gewoonte. Als jongeren eenmaal verleid zijn tot roken, is de aanschaf van tabak gemakkelijk. Dat blijkt uit de monitor Tabaksverstrekking 2009. De cijfers die daarin te lezen staan, zijn schrikbarend, want de slaagkans is gigantisch. Ook daar zal de tabaksgifindustrie haar vingers bij aflikken. Jongeren van op dit moment onder de 16 jaar slagen er in meer dan 90% van de gevallen in om sigaretten te krijgen. Bij de levensmiddelenzaken is de slaagkans 93%, bij de tabaksspeciaalzaken 96%, bij de pompstations 99% en bij de tabaksgifautomaten zelfs 100%. De trend is kennelijk nog steeds stijgende. Dus als we zo doorgaan, is de slaagkans 100%. Dat is toch onacceptabel? Het leert ons dat alle uitgesproken goede voornemens en de zelfregulering — er zijn afspraken gemaakt en we gaan ervoor zorgen dat jongeren onder de 16 jaar geen tabaksgif kunnen kopen — op geen enkele manier hebben gewerkt.

Natuurlijk is het zo dat goede handhaving het gebruik van tabaksgif kan terugdringen. Maar hoe handhaaf je effectief op 30.000 of 60.000 verkooppunten met 900 inspecties? De kans dat je daar gecontroleerd wordt is 3% als we uitgaan van die 30.000 en 1,5% als we uitgaan van die 60.000. De extra controleurs die de staatssecretaris wil inzetten, zijn dus een druppel op de gloeiende plaat, zelfs als je die inzet zou vertienvoudigen. De beperking van het aantal verkooppunten is vele malen effectiever. Wie echt stappen wil zetten in een effectievere handhaving, ontkomt op dat moment niet aan de conclusie dat het aantal verkooppunten drastisch moet worden beperkt. Graag ontvang ik hierop de reactie van de staatssecretaris.

De verkoop beperken tot tabaksspeciaalzaken zou het aantal verkooppunten immers terugbrengen tot circa 1.500, waarmee de kans, uitgaande van 900 inspecties, natuurlijk boven de 50% komt te liggen. Bovendien zal dan de extra inzet die de staatssecretaris op dit punt wil plegen veel effectiever zijn. Daarom ook de vraag aan de staatssecretaris waarom hij de belangen van de tabaksgifindustrie blijft dienen. Waarom zijn die belangen hem meer waard dan het belang van de volksgezondheid van onze jongeren?

De reden waarom de tabaksgifwaren zo prominent worden uitgestald in de verkooppunten, is natuurlijk de verleiding, het verleiden van kinderen en van volwassen rokers, maar ook zij die gestopt zijn of willen stoppen. Roken is zeer verslavend. Verslaafden confronteren met tabaksgif is een zeer effectieve methode om het product aan de man te brengen. Uit Amerikaans onderzoek onder mensen die net in de winkel sigaretten aanschaften, blijkt dat 22% van hen niet van plan was om die sigaretten aan te schaffen, maar dat ze bij hun bezoek aan de winkel geconfronteerd werden met een sigarettendisplay en alsnog tot koop overgingen. 28% van die rokers, zo blijkt uit dat onderzoek, stelde dat het voor hen gemakkelijker zou zijn als ze niet voortdurend met sigaretten zouden worden geconfronteerd. Het was die 62% van de rokers die weleens een serieuze stoppoging deden misschien wel gelukt wanneer ze niet voortdurend zouden worden geconfronteerd met tabaksgif in de supermarkt, het benzinestation, het café enzovoort. Maar goed, dat is nu te laat. Gedane zaken nemen geen keer, maar laten we dan in ieder geval die 80% van de rokers die zeggen ooit te willen stoppen, helpen en hun besparen dat ze bij voortduring geconfronteerd worden met tabaksgif. Kiezen we voor de gezondheid van die mensen of kiezen we voor de belangen van de tabaksindustrie en de verkopers van tabaksgif?

Het meest effectieve middel is natuurlijk ervoor zorgen dat jongeren niet beginnen met roken. Dat kunnen wij doen door het aantal verkooppunten te beperken en door het roken, het tabaksgif, definitief te verbannen van het schoolplein. Op dit moment is een kwart van de schoolpleinen rookvrij. Dat betekent dat op driekwart van de schoolpleinen nog wel gerookt mag worden. Op school leren kinderen, naast rekenen, taal, biologie en scheikunde, de meest schadelijke en levensbekortende gewoonte die er is: het roken. Als het goed is, steek je op school veel op, maar daar hoort roken niet bij.

Uit onderzoek van het Longfonds blijkt dat negen van de tien jongeren denken dat jongeren eerder gaan roken als zij andere jongeren zien roken. Ik denk dat zij daar gelijk in hebben. Goed voorbeeld doet goed volgen, maar slecht voorbeeld doet slecht volgen. En wat moeten wij dan denken van een leraar of ouder die rookt op het schoolplein? In zo'n geval is de boodschap nog krachtiger: het roken van giftabak is normaal en zelfs op het schoolplein kan het. Hoeveel jongeren steken wel niet hun eerste sigaret op school op? Het zijn er velen. Wie eenmaal begint, komt er moeilijk weer vanaf. Velen zullen hun 65ste levensjaar niet halen.

Onze boodschap moet dus zijn dat het roken van giftabak niet normaal en zeer ongezond is en dat je geen abnormale en ongezonde dingen doet op school. Is de staatssecretaris het met de SP-fractie eens dat een verhoging van de leeftijd voor het mogen gebruiken of kopen van giftabak naar 18 jaar gelijk op moet gaan met het uitbannen van het roken van giftabak op schoolpleinen? Daarbij spreken wij natuurlijk vooral over de middelbare scholen. Wil de staatssecretaris toezeggen dat wij dit gaan organiseren en regelen? Gaat het kabinet organiseren dat het roken op schoolpleinen en op school niet meer aan de orde is?

De heer Rutte (VVD):

De heer Van Gerven geeft zelf aan dat op dit moment 25% van de schoolpleinen rookvrij is. Dat is een goede zaak en daaruit blijkt dat het al kan. Het is dus een tekortschieten van scholen dat ertoe leidt dat de schoolpleinen nog niet rookvrij zijn. De heer Van Gerven moet die bal niet bij de staatssecretaris neerleggen. Het gaat hier om de verantwoordelijkheid van scholen die op dit moment in onvoldoende mate — die mening delen wij misschien wel met elkaar — genomen wordt.

De heer Van Gerven (SP):

De VVD en de SP verschillen hierover van mening. Het gaat om een verslaving. De overheid moet het goede voorbeeld geven en de norm stellen. Hoe lang debatteren wij hier al niet over? Giftabak is schadelijk en moet niet gebruikt worden. Het zou goed zijn als op scholen niet gerookt wordt. Zolang ik in de Kamer zit, voer ik al debatten over preventie en stel ik dat onderwerp al aan de orde. Er zijn moties over ingediend; het onderwerp is vaak besproken. Het gebeurt echter onvoldoende dat roken verboden wordt, om welke reden dan ook. Ik vind dat wij als norm moeten stellen dat op schoolpleinen en scholen waar les wordt gegeven, niet gerookt wordt en geen giftabak wordt gebruikt. Dat moet de norm zijn. Ik denk dat het stellen van die norm cruciaal is voor het keren van de trend dat er meer giftabak gebruikt wordt, zeker door jongeren.

De heer Rutte (VVD):

De heer Van Gerven en ik zijn het vaak oneens, maar volgens mij zijn wij het helemaal niet zo oneens over de gedachte dat het onwenselijk is dat op schoolpleinen gerookt wordt. Scholen kunnen het verbieden. Dat gaf de heer Van Gerven zelf al aan en ik herhaal dat even. Scholen kunnen ertoe besluiten om een schoolplein rookvrij te maken. Dat zouden zij wellicht ook moeten doen. Er is niets wat hen daarin belemmert. Scholen hebben wel aangegeven dat het verhogen van de leeftijdsgrens naar 18 jaar zou kunnen helpen, als laatste zetje, omdat het dan een wettelijke norm is. De heer Van Gerven vraagt het hier echter aan de staatssecretaris. Wat verlangt hij van de staatssecretaris? Wat moet de staatssecretaris doen om de schoolpleinen rookvrij te maken als alles onmogelijk is?

De heer Van Gerven (SP):

Er moet gewoon een harde afspraak worden gemaakt met het kabinet. Er moet een maatregel worden genomen waardoor het roken op schoolpleinen niet meer aan de orde kan zijn en verboden wordt. Wij kennen allerlei verboden en geboden in de samenleving. Dit moet gewoon de norm zijn, die wij moeten vastleggen voor onze middelbare scholen, waar het vaak begint. Ik hoor uiteraard graag van de staatssecretaris of hij het met de SP-fractie eens is en of hij dit wil organiseren.

Voorzitter. Om roken aantrekkelijk te maken, met name voor jongeren, voegen tabaksgiffabrikanten allerlei smaakjes toe aan giftabak, zoals menthol, suiker en cacao. 61% van de 590 sigarettenadditieven zijn smaakstoffen die dienen om het roken lekkerder te maken. Ook zijn er additieven die de scherpheid van rook maskeren. Zo wordt de drempel naar roken verlaagd. Daarnaast worden additieven toegevoegd om een merk een unieke smaak te geven. Het is echt een marketinginstrument, waarmee moet worden benadrukt dat het roken van een bepaald merk heel speciaal en exclusief is. Echter, ook als we een product lekker maken, als we gif lekker maken, blijft het gif, al smaakt het zoet.

Het liefste zien we natuurlijk dat jongeren hun hele leven geen sigaretten gaan roken, maar uitproberen doen ze allemaal. Zeker als je in de puberteit bent, probeer je zaken uit. Als je dan de eerste sigaret rookt en je slaat groen en geel uit — als het dus een heel negatieve ervaring is — werpt dat meteen een drempel op om met roken door te gaan. Dat is heel wat anders dan dat sigaretten een lekkere menthol- of chocoladesigaretsmaak krijgen, waardoor jongeren heel snel over de drempel heen zijn. Ik ben niet de enige die daar zo over denkt. Uit Australisch onderzoek uit 2010 blijkt dat 94% van de ondervraagde experts een verbod op additieven het effectiefste middel vindt om roken minder aantrekkelijk te maken. Wie ben ik en wie is de staatssecretaris om deze experts tegen te spreken? Of blijft de staatssecretaris ook op dit punt de tabaksgifindustrie dienen? Het moge duidelijk zijn dat het beperken van de additieven, het eruit halen van een hele hoop additieven, een enorme stap voorwaarts kan zijn om te voorkomen dat de jeugd begint met roken en ook om mensen van het roken af te helpen.

Wij hebben vandaag een petitie aangeboden gekregen van KWF Kankerbestrijding, die ik zo dadelijk via de voorzitter aan de staatssecretaris wil overhandigen, zodat zij onderdeel is van de beraadslaging. Ik vraag de staatssecretaris ook om een reactie op deze petitie en op het verzoek van KWF Kankerbestrijding en vele anderen. Wat zegt KWF Kankerbestrijding? We hadden de EHEC-bacterie bij de komkommer. Elf mensen werden ziek in 2011 en komkommer werd massaal vernietigd; weg ermee. We hadden de listeriabacterie die in Franse kaas zat. Het is niet bekend of er slachtoffers waren, maar het product werd uit de handel genomen. We hadden de zalmvergiftiging met salmonella in 2012. Er waren 3 doden en 950 zieken. Het product werd uit de handel genomen. Daarnaast hebben we giftabak: overal verkrijgbaar, 4.000 chemische stoffen, waarvan 60 kankerverwekkend, 20.000 doden per jaar, overal verkrijgbaar. Kan de staatssecretaris uitleggen hoe dat kan? Is dat wel consequent beleid? Ik zou zeggen van niet. De staatssecretaris kan de aanbevelingen zelf lezen. De conclusie is: de overheid beschermt als wij kijken naar de kaas, de EHEC-bacterie en de zalm. Toen werd er wel adequaat opgetreden, maar kijkend naar het product giftabak constateer ik dat dit op 60.000 plekken gewoon verkrijgbaar is, en nagenoeg ongelimiteerd beschikbaar als je boven de 18 jaar bent. Daar moet een eind aan komen. Dat was het in eerste termijn.

Ik overhandig dit stuk, voorzitter, via u aan de staatssecretaris. Ik hoop op een vruchtbaar debat waarbij wij op dit dossier hopelijk een grotere stap voorwaarts kunnen zetten dan wij nu hebben gedaan. Natuurlijk is het verhogen van de leeftijd naar 18 jaar een stap vooruit. Dat zal niemand ontkennen, maar het is absoluut onvoldoende om datgene te bewerkstelligen wat wij hopelijk met zijn allen willen, namelijk dat er zo min mogelijk gaat worden gerookt in de toekomst en dat de jeugd er echt niet aan begint.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

Mevrouw Rebel (PvdA):

Voorzitter. Elk nadeel heb zijn voordeel, zoals de wijsgeer Johan Cruijff ooit sprak. Zo heeft het uitstellen van de financiële beschouwingen als voordeel dat wij het vandaag over de Tabakswet kunnen hebben en dat deze wet met ingang van komend jaar kan ingaan, gelijktijdig met de voorgestelde leeftijdsverhoging voor alcohol.

Terugkijkend was het in 1999 de toenmalige minister van VWS die bij de Tweede Kamer een voorstel indiende voor wijziging van de Tabakswet. Een van de voorstellen had betrekking op het instellen van een wettelijke leeftijdsgrens van 18 jaar voor de verkoop van tabaksproducten. De toenmalige minister was mevrouw Borst, een arts. De invoering van de verhoging van de leeftijdsgrens is een zaak van lange adem gebleken. In mijn periode als huisarts kwam Youssef, nu 17 jaar, regelmatig op mijn spreekuur, meestal flink piepend omdat hij een verergering van zijn astma had. Het afgelopen jaar zag ik dat hij de inhalatoren uit zijn ene jaszak haalde, maar in de andere zag ik een pakje sigaretten. Toen ik hem vroeg of hij rookte, kuchte hij en zei: sorry dokter, ik zal stoppen. Maar op zijn controleafspraak kwam hij niet.

Ik zie dit als een startpunt. Roken onder de 18 is niet ok. Tabak verstrekken aan jongeren onder de 18 wordt verboden. Dit is na een eerste poging van veertien jaar geleden mogelijk. Dit is een symbool, maar wat mij betreft een krachtig symbool, een belangrijk signaal, een startpunt voor verandering. Kern van de zaak is dat roken verslavend en bijzonder schadelijk voor de gezondheid is. Hoe eerder een jongere begint te roken, hoe groter de kans dat hij of zij blijft roken op latere leeftijd. De door het kabinet voorgestelde verhoging van de minimumleeftijd van 16 jaar naar 18 jaar is een lang gekoesterde wens van een groot deel van de Kamer. We weten dat roken zeer schadelijk is voor de gezondheid en dat verslavingen vaak ontstaan op de middelbare school. Daarom moeten wij jongeren hiervoor behoeden. De verhoging van de minimumleeftijd naar 18 jaar heeft niet alleen gevolgen voor de verkoop van sigaretten, maar betekent ook dat bijvoorbeeld scholen hun pleinen makkelijker rookvrij en daarmee gezonder kunnen maken.

We komen van ver, maar we hebben niet stil gestaan. Het aantal jongeren onder de 16 jaar dat probeert sigaretten te kopen, is gedaald van 26% in 1999 tot 9% in 2009. Er is geïnvesteerd in stoppen-met-rokenprogramma's en in de bewustwording dat starten met roken op jonge leeftijd niet goed is, niet cool. Eigenlijk is het op alle leeftijden niet cool. Maar de realiteit is wel dat 25% van de jongeren tussen de 16 en 17 nu rookt. Dat percentage is te hoog. Mooie initiatieven als Rookalarm, waarbij kinderen uit groep acht met elkaar bespreken dat zij later niet zullen gaan roken, verspreiden zich via social media als een lopend vuurtje. Dat is belangrijk, het is goed en het draagt bij aan bewustwording op jonge leeftijd. Ook de inzet van verschillende belangengroeperingen heeft er absoluut aan bijgedragen dat er veel terechte aandacht is voor de schadelijke effecten van roken.

Het tekortschieten van de handhaving baart mij zorgen. De slaagkans van jongeren onder de 16 jaar om tabak te kopen, is nog steeds erg hoog: 93% tot 100%. Handhaving wordt dan ook een speerpunt bij het invoeren van deze wet; de wet valt of staat hierbij. Alle gemeenten zouden een handhavings- en preventieplan moeten ontwikkelen op het gebied van roken. Zeker nu de initiatiefwet over alcohol ook per 1 januari van kracht wordt, wil ik van de staatssecretaris horen hoe hij aankijkt tegen een gecombineerd handhavings- en preventieplan van gemeenten op het gebied van alcohol en roken. Ziet de staatssecretaris mogelijkheden voor uitbreiding van het voorgestelde handhavingsteam van 45 jonge toezichthouders dat kan signaleren welke cafés en tabaksverkopers de wet overtreden? Daarnaast wil ik graag dat de staatssecretaris de Kamer regelmatig informeert over de effectiviteit van dit team.

Ik weet dat er binnen en buiten deze Kamer wensen zijn om nog veel verder te gaan. Ik begrijp dit en waardeer de constructieve voorstellen die worden gedaan. Wil de staatssecretaris een grondig onderzoek laten verrichten naar de slimste combinatie van instrumenten om roken te ontmoedigen? Welke maatregelen kunnen in samenhang worden ingezet om roken onder de 18 jaar effectief tegen te gaan? Hierbij denk ik aan mogelijkheden als plain packaging, "under the counter"-verkoop, accijnsverhoging, inzet van nalevingssystemen en, zoals genoemd, vermindering van verkooppunten. Collega Van Gerven noemde net ook een belangrijk punt, namelijk de toevoeging van additieven.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De Partij van de Arbeid heeft de staatssecretaris zojuist gevraagd of hij openstaat voor onderzoek naar verschillende maatregelen om roken te ontmoedigen. De vertegenwoordiger van de Partij van de Arbeid heeft zelf heel veel maatregelen genoemd, zoals een ageviewer, de verlaging van het aantal verkooppunten of het verhogen van de accijns. Moeten wij echter niet al die maatregelen gezamenlijk inzetten om ervoor te zorgen dat tabaksverslaving in onze samenleving wordt teruggedrongen?

Mevrouw Rebel (PvdA):

Wat mij betreft, is het inderdaad een samenhangend pakket. Ik heb net mijn zorgen over de handhaving geuit, maar ik herken ook het belang van het verminderen van het aantal verkooppunten. Het gaat mij erom dat er een maatregelenpakket komt waarmee wij op verschillende punten kunnen ingrijpen om ervoor te zorgen dat jongeren niet beginnen met roken. De samenhang van dat pakket zal volgens mij het meest krachtige instrument blijken te zijn. Ik ben het volgende met mevrouw Dik eens. Als blijkt dat het terugbrengen van het aantal verkooppunten een heel effectief instrument is, moeten wij dat óók meenemen. Ik vraag de staatssecretaris echter om het in samenhang te onderzoeken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het is mooi dat de Partij van de Arbeid zegt dat er een samenhangend pakket moet zijn. Dat ben ik helemaal met de Partij van de Arbeid eens. Ik ben het er echter niet mee eens om nu weer allerlei onderzoeken te starten. Ik heb zelf aangegeven dat er al bepaalde onderzoeken zijn verschenen. De vertegenwoordiger van de SP heeft dat ook gezegd. Er is al heel veel onderzoek gedaan, dus waarom nu nog onderzoek op onderzoek stapelen als wij weten dat er iedere dag weer jongeren verslaafd raken? Wij hebben gewoon geen tijd te verliezen! Wij moeten nu aan de slag en dit moment, deze wetsbehandeling, aangrijpen om zo veel mogelijk maatregelen waarvoor breed draagvlak in de Kamer zou moeten bestaan, in te voeren.

Mevrouw Rebel (PvdA):

Collega Dik-Faber heeft ook gezien hoelang het geduurd heeft totdat wij hier konden staan. Vandaag staan wij hier als het ware ook als een geluk bij een ongeluk, anders had de wet mogelijk niet eens per 1 januari aanstaande kunnen ingaan. Ik begrijp dat de urgentie groot is, maar dat is al een poos het geval. Mogelijk kan uit bestaande onderzoeken vrij snel geconcludeerd worden welke samenhangende maatregelen het meest effectief zijn en kunnen wij daarna snel schakelen. Ik constateer dat wij op dit moment een heel belangrijke start maken. Wij hoeven wat mij betreft echter zeker nog niet achterover te leunen en te denken dat wij er hiermee zijn. Ik denk dat de staatssecretaris dit zal bevestigen. Ik constateer ook dat het lastig was om met elkaar tot dit punt te komen. Dat geldt ook voor de bewustwording dat tabaksproducten en alcohol verstrekken onder jongeren onder de 18 jaar niet oké is. Ik kan mij voorstellen dat wij dat onderzoek gebruiken om een volgende stap te zetten.

Het is goed dat het kabinet het belang ziet van transparantie over toevoegingen aan waterpijptabak. De gedane toezegging is echter naar mijn mening te vrijblijvend. Volledige informatie over de bestanddelen van shisha, de shishapen en de e-sigaret moet op korte termijn beschikbaar komen. We kunnen schadelijke stoffen pas verbieden als we weten om welke stoffen het gaat. Kan de staatssecretaris op dit punt een concrete ambitie formuleren? E-sigaretten vallen momenteel onder dezelfde regels als de regels voor een zak chips en een komkommer terwijl ze zeer schadelijke stoffen bevatten. Hoewel de teer doodt, is het de nicotine die verslavend werkt. Daarom wordt actie ondernomen op Europees niveau. Ik zou niet willen wachten op Europa. Ook hierop hoor ik graag een reactie van de staatssecretaris.

Een van de problemen met de huidige minimumleeftijd is de slechte naleving door tabaksverkopers. De staatssecretaris geeft aan hierover in gesprek te zijn met de branche. Ziet de staatssecretaris nog mogelijkheden voor verdere uitbreiding van sancties voor overtreders van het verkoopverbod? Hoe staat hij tegenover het inzetten van nalevingsystemen? We willen meten met twee maten voorkomen. Wij doen dat door de leeftijdsgrens voor alcohol en roken gelijk te trekken. Ik vraag de staatssecretaris om ook de boetes voor de overtreding gelijk te trekken.

Youssef is al gestart, maar zal door de wet vanaf januari hopelijk veel moeilijker aan sigaretten kunnen komen. Omdat de school het schoolplein rookvrij maakt, hoeft hij niet meer bij de stoere jongens op het plein te hangen. Met de uitkomsten van het door ons voorgestelde onderzoek kunnen we inzetten op de meest effectieve samenhangende aanpak om hem van het roken af te krijgen. Zijn jongere broertje heeft in groep 8 al Rookalarm gezien en wil daarom niet eens meer beginnen. Hij spreekt zijn grote broer aan: wat doe je nou, man? Er is een start gemaakt. Ik hoop dat wij onze gedeelde wens kunnen verzilveren zodat we per 1 januari een duidelijk signaal kunnen afgeven: niet roken en geen alcohol onder de 18 jaar.

De heer Van Gerven (SP):

Ik luister graag naar een collega-arts in de Tweede Kamer. Er zitten veel te weinig artsen in de Kamer. Mevrouw Rebel verdubbelt ineens dat percentage in de Tweede Kamer. Dat is een grote vooruitgang. Ik ga nu even terug naar het debat. Ik begrijp niet dat de PvdA in 1996 de motie heeft gesteund waarin staat: "van mening, dat in de toekomst verkoop van tabaksproducten slechts mogelijk dient te zijn in daartoe aangewezen speciaalzaken;" (24743, nr. 5). We zijn nu zeventien jaar verder. Is het inmiddels niet tijd voor de PvdA-fractie om de JSF-ziekte af te schudden en heel consequent te blijven bij een standpunt, in dit geval: beperking van de tabaksgifverkooppunten tot speciaalzaken?

Mevrouw Rebel (PvdA):

Ik verdubbel graag het aantal artsen in de Tweede Kamer. Ik ben blij dat wij hier samen staan. Ik stel u omgekeerd ook graag een vraag. U hebt tegen het instellen van een rookvrije horeca gestemd. Dat is evenwel een heel effectieve maatregel in het tegengaan van roken door jongeren. Ik begrijp dat het niet leuk is, maar het is een proces. We staan nu hier, in 2013, veertien jaar nadat wij voor de eerste keer geprobeerd hebben om de leeftijd te verhogen. Dat is een beginpunt in het voorkomen dat jongeren starten met roken. Ik zag net dat 80% van het jongerenpanel van EenVandaag het eens is met het verhogen van de leeftijdsgrens voor roken. Dat is dus positief. Ik zeg nogmaals dat ik de staatssecretaris vraag om te bekijken wat in samenhang de meest effectieve maatregelen zijn. Eén maatregel is bijvoorbeeld het verminderen van het aantal verkooppunten.

De heer Van Gerven (SP):

In 1996 was de Partij van de Arbeid van mening dat het aantal verkooppunten moest worden teruggebracht. Dat standpunt huldigt die partij ook vandaag nog op haar website. Ik begrijp in dat verband niet dat mevrouw Rebel dat standpunt hier nu in twijfel trekt. Zij vraagt zich af of dat wel effectief is. Ik begrijp dat er heel veel meer nodig is, maar toch vraag ik de PvdA-fractie om goed na te denken over het amendement dat de SP met de ChristenUnie heeft ingediend.

De hamvraag is echter, waar de Kamer volgens mevrouw Rebel moet staan bij dit vraagstuk. Moet de Kamer de belangen dienen van de tabaksgifindustrie en de verkopers, of moet voor de Kamer het belang van de volksgezondheid vooropstaan?

Mevrouw Rebel (PvdA):

Wat mij betreft staat de Kamer achter de jongeren die gezond moeten opgroeien. De Kamer en onze partij moeten voor maatregelen staan die daartoe bijdragen. We zien al een heel duidelijke verschuiving. Roken door jongeren onder de 18 jaar vindt men niet oké. Het verankeren in wetgeving van het voorstel dat er nu ligt, is volgens mij een heel belangrijke stap. Daarmee zijn we er echter nog niet. Ik ben het met de heer Van Gerven eens dat we nog meer zullen moeten doen. Wat mij betreft zal een van de resultaten van het onderzoek moeten zijn, een antwoord op de vraag wat een duidelijke, meest samenhangende en goede aanpak is. Ik denk daarbij aan rookvrije schoolpleinen, maar ook aan bijvoorbeeld rookvrije horeca. Ik denk aan de age coins voor de tabaksautomaten in de horeca, waardoor er helemaal geen sprake van controle is. Die age coins willen wij niet. Ik ben het dus met de heer Van Gerven eens. Onze taak ligt hier, nu. Wij moeten ervoor zorgen dat dit wetsvoorstel in werking kan treden. Dat is een eerste stap. Ik hoop met de heer Van Gerven in de komende periode te kunnen meemaken dat een aantal volgende stappen worden gezet waardoor het roken onder jongeren verder afneemt.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik heb iets gemist in de inbreng van mevrouw Rebel. Misschien heeft ze dit bewust weggelaten. Op de voorpagina van De Telegraaf van deze ochtend stond dat de Partij van de Arbeid vindt dat toezicht en handhaving naar de gemeenten moeten. Ik heb mevrouw Rebel daarover nu niet horen spreken. Is zij daarop bewust niet ingegaan? Komt de Partij van de Arbeid op die gedachte terug? Of is er misschien een andere reden dat dit punt niet aan de orde is gekomen in haar bijdrage?

Mevrouw Rebel (PvdA):

Ik heb het daarover zojuist wel gehad. Ik heb gezegd dat ik graag wil dat de staatssecretaris de mogelijkheden bekijkt om gemeenten een handhavings- en preventieplan te laten maken. Ik kan mij voorstellen dat wij daarbij bekijken in hoeverre een geïntegreerde aanpak mogelijk is van het tegengaan van roken en alcoholgebruik onder jongeren onder de 18 jaar.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik heb dan niet goed genoeg geluisterd. Ik heb hierover wel een vraag. We zien dat gemeenten grote moeite hebben met juist de handhaving op het vlak van alcoholgebruik. Ik meen dat in 40% van de gemeenten zelfs geen alcoholpolitie is. Ik vraag me dus af of wat mevrouw Rebel nu voorstelt, wel een goede stap is.

Mevrouw Rebel (PvdA):

Ik heb het deze week nog aan de stok gehad met de burgemeester van Valkenswaard. Hij stelde dat Valkenswaard een gezellige gemeente moest zijn, en wekte daarbij de suggestie dat het schenken van alcohol aan jongeren van onder de 16 jaar oké is. Ik richt mij op een geïntegreerde aanpak. We hebben nu een heel duidelijk verhaal over het niet gebruiken van alcohol en het niet roken onder de 18 jaar. Het is mogelijk dat gemeenten daarbij partners betrekken, zoals scholen. Daarbij kunnen zij stellen: wij willen dat de schoolpleinen rookvrij zijn. Het is heel duidelijk waar de grens ligt. Ik kan mij voorstellen dat ook kleinere gemeenten in dit geval met horecaondernemers en met lokale winkeliers gaat bekijken hoe zij kunnen voorkomen dat hun jongeren in hun gemeente aan tabaksproducten of aan alcohol kunnen komen. Ik kan mij dus voorstellen dat een geïntegreerde aanpak winst kan opleveren.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik ben het eens met wat mevrouw Rebel zegt over de integrale aanpak op het vlak van preventie, maar volgens mij ligt het op het vlak van handhaving wat lastiger. Ik zou het erg onwenselijk vinden als er in de ene gemeente heel andere regels voor de handhaving zouden gelden dan in de andere. Maar goed, dit gaat specifiek over dit onderwerp en hierover moeten we misschien nog verder debatteren.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Dan is er bij mij toch onduidelijkheid ontstaan. Ik wil mevrouw Rebel vragen om dat eens nader toe te lichten. Ze heeft het over het handhavings- en preventieplan op lokaal gebied. Dat is één, maar de capaciteit om te handhaven in de horeca is overgeheveld van de NVWA naar de gemeenten, die het zelf met hun boa's hebben moeten regelen. Gaat mevrouw Rebel alleen voor het handhavings- en preventieplan of zegt zij: nee, met de decentralisatie wil ik ook dat de handhavingscapaciteit van de NVWA naar de gemeenten toe gaat, zodat handhaving ook echt een gemeentelijke taak wordt?

Mevrouw Rebel (PvdA):

Ik kan daar nu geen antwoord op geven. Het is aan de staatssecretaris om met gemeentes te kijken naar wat voor hen het meest effectief is. Dat kan deels zijn uitbreiding van capaciteit, maar dat is voor gemeentes op dit moment al best lastig met de decentralisatie. Ik wil op het volgende inzetten. Dit maakt het voor gemeenten gemakkelijker om in een geïntegreerde aanpak voor gemeenten binnen hun gemeente te kijken naar wat ze kunnen. Daarmee loop ik vooruit op de vraag die ik aan de staatssecretaris stel: bespreek dit met de gemeenten.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Misschien is mijn vraag niet helemaal helder. Nu hebben wij een systeem waarin de NVWA handhaaft op het gebied van tabak. Voor het handhaven op het gebied van alcohol, zodat er geen alcohol wordt geschonken aan jongeren onder de 18 jaar, hebben wij een preventieplan ingesteld. Dat is onder andere gebeurd naar aanleiding van de initiatiefwet van mevrouw Bouwmeester waar mijn naam ook onder staat. Daarbij wordt lokaal gehandhaafd door lokale opsporingsambtenaren, niet door de NVWA. Die koppeling hebben wij gemaakt; omdat de handhaving lokaal plaatsvindt, is die ook onderdeel van het handhavings- en preventieplan. Wil mevrouw Rebel ook dat die koppeling wordt gelegd, waardoor de handhaving vanuit het Rijk met die mensen eigenlijk ook een verantwoordelijkheid wordt van de gemeenten?

Mevrouw Rebel (PvdA):

Ik vraag aan de staatssecretaris om met de gemeenten te bespreken wat de meest effectieve manier is om de handhaving op het gebied van tabaksverstrekking te regelen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Dan ben ik benieuwd naar de conclusie van mevrouw Rebel zelf in tweede termijn, want bij het voorstel dat zij nu doet, geeft ze gemeenten wel een taak maar geen middelen om die uit te voeren. Dat moet de PvdA ook in het achterhoofd houden.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. Het gaat vandaag over de vraag vanaf welke leeftijd je in staat bent om een afweging te maken over je eigen gezondheid. Een goede indicator is de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Daarin wordt je vanaf je 16de jaar als volwassene beschouwd. Jongeren van die leeftijd kunnen in Nederland zelfstandig beslissen wat er met hun lichaam gebeurt. De WGBO ondersteunt de maatschappelijke trend om jongeren steeds meer serieus te nemen als volwaardige individuen met hun eigen verantwoordelijkheid. Daarvan zijn meer voorbeelden. Vanaf 16 jaar mag je naar films met seks kijken en vuurwerk kopen. Onlangs is de leeftijdsgrens van het rijbewijs, in elk geval het theoretische deel, verlaagd naar 16 jaar. Vanuit die achtergrond kijkt D66 naar de verhoging van de tabaksleeftijd naar 18 jaar.

Laat ik heel duidelijk zijn: tabak is een ontzettend ongezond en verslavend product, dat uiteindelijk dodelijk kan zijn. D66 is daarom voor een streng tabaksontmoedigingsbeleid, maar het verhogen van de tabaksleeftijd is daarbij geen effectieve maatregel. Ik hoor bij de voorstanders een hoop wensdenken: het verhogen van de leeftijd naar 18 jaar is het tovermiddel om roken te stoppen. Maar voor D66 is deze maatregel niet de oplossing. Wij willen jongeren leren zelfstandig en onafhankelijk te denken, waardoor ze beter in staat zijn om keuzes te maken. D66 wil daarom vooral inzetten op goede voorlichting. Bovendien ziet mijn fractie bij de leeftijdsverhoging ook een groot praktisch probleem, want het kabinet is nu al niet in staat om de huidige leeftijdsgrens van 16 jaar strikt te handhaven. Mijn fractie steekt dus liever energie in preventie en het verbeteren van de handhaving. Daarin zijn nog grote stappen te zetten.

Ik begin met die handhaving. Uit onderzoek blijkt dat van alle jongeren onder de 16 jaar die sigaretten willen kopen, ruim 90% daarin slaagt. Dat cijfer is helaas al veertien jaar stabiel. Bovendien is het naleefniveau bij zowel de tabaksspeciaalzaken, als benzinestations sinds 1999 gedaald. Jongeren die tabak willen kopen ondervinden dus geen barrière om dat te doen. D66 brengt daarom liever eerst de handhaving van de huidige leeftijdsgrens op orde. Zowel de branche als de NVVA moeten eindelijk beter gaan presteren. Dat betekent allereerst een flink aantal extra toezichthouders. Uit het antwoord op eerdere Kamervragen van mijn kant, blijkt dat er vanaf 2014 zeventien fulltime toezichthouders bij komen. Daarover heb ik de volgende vragen. Hoeveel extra controles gaan zij uitvoeren? Wil de staatssecretaris per type verkooppunt doelen voorstellen? Hoe hoog wordt de kans op een controle?

Ik heb verder vragen over het sanctiebeleid bij een overtreding van de leeftijdsgrens door de verkopers. Het huidige kabinetsvoorstel voorziet slechts in het opleggen van boetes met een maximum van €4.500. In combinatie met de lage pakkans kan dat leiden tot calculerend gedrag bij de verkoper. Wil de staatssecretaris onderzoeken of het effectief is om de omvang van de boete te verhogen?

Het terugdringen van het aantal verkooppunten kan een effectief middel zijn om roken te ontmoedigen. Daar is het hier eerder al over gegaan. Bovendien maakt dit het handhaven van de leeftijdsgrens een stuk eenvoudiger. De kans op een controle wordt immers heel veel groter. Nu begrijpen wij — dat is hier ook al gedeeld — dat er al verschillende onderzoeken zijn gedaan naar het effect van het verminderen van het aantal verkooppunten. Ik zou daarom aan de staatssecretaris willen vragen om nog voor het einde van dit jaar op grond van die onderzoeken die er al zijn, de opties voor het beperken van het aantal verkooppunten op een rij te zetten en een voorstel te doen voor een concreet plan om die terug te dringen.

Jongeren gebruiken internet steeds vaker als sluiproute om aan tabak te komen. Ik wil graag van de staatssecretaris weten welke strategie hij hanteert voor leeftijdsverificatie op internet. Welke stappen moeten hier nog gezet worden? Verder worden sigaretten vaak ingekocht door 16-plussers voor jongere vriendjes en vriendinnetjes. Dat blijkt ook uit het feit dat 16-minners relatief weinig pogingen te doen om sigaretten te kopen. In plaats van de 16-plussers, zullen straks denk ik zo de 18-plussers hun jongere vrienden gaan helpen. Het verbod is daardoor makkelijk te ontduiken en dus eigenlijk een wassen neus, dat een gebrek aan echte preventieve maatregelen moet maskeren. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Een effectief tabaksontmoedigingsbeleid is wat D66 betreft, gestoeld op strikte handhaving, maar dat is lang niet genoeg. Wij moeten ook inzetten op meer voorlichting en meer preventie. Dat betekent misleiding tegengaan. Dus wat mij betreft duidelijke tekstwaarschuwingen en afschrikwekkende foto's op pakjes sigaretten en een verbod op sigaretten met dropsmaakjes en vitaminetoevoegingen. Andere stappen zijn een verbod op ingrediënten die verhoogd giftig en verslavend zijn, het behoud van stoppen met roken in het basispakket, een rookvrije horeca, voldoende middelen voor voorlichting en programma's als de gezonde school en het verhogen van de accijns op tabak. Die verhoging wordt nu uitgesteld naar 2015. Waarom is dat eigenlijk? Graag een reactie.

D66 wil eerst deze punten op orde hebben. Het kabinet wil de verhoging van de tabaksleeftijd liefst al vanaf 1 januari aanstaande in laten gaan. Dat is snel. D66 is voor een betrouwbare overheid en wil dat mensen vooraf weten waar ze aan toe zijn. Januari betekent een korte voorbereidingstijd voor de verkopers, maar ook een tamelijk snelle overgang, en misschien niet helemaal verwacht, voor de jongeren en hun ouders. De kans is groot dat dat gaat leiden tot onduidelijkheid en misschien ook wel agressieve reacties, zeker voor de 400.000 16- en 17-jarigen die nu wel mogen roken. Dan gaat het echt om een harde en snelle overgang. Hoe gaat de staatssecretaris de communicatie hierover aanpakken? Komt er een communicatieplan? Daar zou ik namelijk wel voor willen pleiten.

Daarbij heb ik nog een specifiek aandachtspunt. Naast de leeftijdsgrens voor tabak gaat ook de leeftijdsgrens voor alcohol omhoog. Hoe voorkomt het kabinet dat in de voorlichtingscampagne een sfeer omstaat dat het vanaf 18 jaar prima is om los te gaan met tabak en alcohol? Hoe staat het met de ontwikkeling van een jongerenversie van de voorlichtingssite tabakinfo.nl? Wanneer kan die van start? Hoe betrekt de staatssecretaris ten slotte de ouders bij de voorlichting over de nieuwe tabaksleeftijd?

Ik vind het heel belangrijk dat er ook genoeg geld is voor voorlichting. Het budget voor het communiceren van de nieuwe leeftijdsgrens is 2,6 miljoen in 2014. Ik hoor graag van de staatssecretaris of dit een structureel bedrag is.

Het mag duidelijk zijn dat D66 de nodige vraagtekens zet bij de effectiviteit van alleen het verhogen van de tabaksleeftijd. Wil de staatssecretaris de invoering van de wet daarom na een jaar evalueren, met specifieke aandacht voor de handhaving? Wil hij monitoren of er op termijn daadwerkelijk sprake is van een daling van het aantal rokers? Want dat is toch het doel waar je naartoe wilt: als jongeren niet beginnen moet je straks dus ook minder volwassen rokers hebben.

Ik hoor ook graag van de staatssecretaris wat hij gaat doen als straks blijkt dat het verhogen van de leeftijdsgrens niet voor een afname van het aantal rokers zorgt. Wat gaan we dan doen? Wordt dan de leeftijdsgrens nog verder verhoogd of blijft het hierbij? Kan de staatssecretaris daarop reageren?

Ik rond af. D66 vindt het belangrijk dat we jongeren leren om onafhankelijk te denken, dat ze in toenemende mate zelfbeschikking krijgen en dat ze weloverwogen hun eigen keuzes kunnen maken. Als liberale partij kiest D66 in eerste instantie dus niet voor een leeftijdsverhoging. Wij kiezen voor de eigen kracht van jongeren. Wij kiezen voor meer voorlichting en preventie in combinatie met een veel striktere handhaving. Daar is nog een wereld te winnen. Laten we onze energie daarin steken.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. De voorliggende wetswijziging gaat niet over de vraag of het verstandig is om te beginnen met roken. Want dat is het niet. De wetswijziging gaat over de vraag of de leeftijd van degenen aan wie tabak verkocht mag worden, verhoogd moet worden van 16 naar 18 jaar. Wij zijn daar op tegen.

De voorzitter:

Dat was heel erg kort, mevrouw Agema. Dan geef ik het woord aan de heer Rutte.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. De VVD heeft — het zal u allen niet verbazen — met gemengde gevoelens gekeken naar dit wetsvoorstel. Roken is ongezond. Dat weten we allemaal. Maar tabak is ook een legaal product. Dat betekent dat we bij het beoordelen van wetgeving op dit dossier altijd een afweging moeten maken tussen de verschillende belangen. Als wetgever bepalen we de grens waarbinnen dit product gemaakt, gekocht en gebruikt mag worden. Wat de VVD betreft is het dan ook belangrijk dat we in dit debat duidelijkheid bieden over wat we wel willen, en ook over wat we niet willen.

Eerder dit jaar is de VVD akkoord gegaan met de verhoging van de alcoholleeftijd van 16 naar 18 jaar. Die verhoging zal ingaan op 1 januari 2014. In dat licht heeft de VVD begrip voor het voorstel om de leeftijd voor de koop van tabak ook naar 18 jaar te verhogen. Het zorgt voor een eenduidige leeftijdsgrens en dat is zowel voor de communicatie als de naleving een groot voordeel. Wie alcohol of tabak wil kopen, moet 18 jaar of ouder zijn en moet zich desgevraagd kunnen identificeren.

Om echter in te kunnen stemmen met dit wetsvoorstel, is het voor VVD doorslaggevend dat de handhaving op orde is. Precies op dat punt hebben wij grote zorgen, want het verhogen van de leeftijdsgrens op zich is geen afdoende garantie dat die ook wordt nageleefd. Als wij de handhaving niet op orde hebben, wordt deze wet een dode letter.

Voor effectieve handhaving is het noodzakelijk dat de sancties stevig en afschrikwekkend zijn. Alle verkopende partijen, van supermarkten tot tankstations, hebben nadrukkelijk aangegeven dat tabaksverkoop een essentieel deel is van zowel hun service als hun omzet. De VVD stelt daarom voor dat wie zich in één jaar drie keer niet aan de leeftijdsgrens voor tabak houdt, tijdelijk het recht verliest om tabak te verkopen. Deze sanctie is een stevige stimulans voor ondernemers om altijd te controleren of de koper voldoet aan de leeftijdsgrens. Hoe de ondernemer op de leeftijd controleert, laten wij uiteraard aan de ondernemer zelf.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het voorstel van de VVD kan zeker op sympathie van de ChristenUnie rekenen. Dat heb ik in mijn betoog ook al aangegeven. Ik vraag mij echter af of dit voorstel, met zo'n slechte naleving en de vele belemmeringen bij de handhaving, realistisch is. Hoe vaak komt het voor dat jongeren betrapt worden? Zal een tabaksverkooppunt, een tabaksspeciaalzaak, een horecagelegenheid of wat dan ook drie keer in een jaar betrapt worden? Is het niet heel theoretisch wat de VVD voorstelt?

De heer Rutte (VVD):

Nee, dat denk ik niet. Wel zal het onvoldoende zijn, als het aantal controles net zo laag blijft als de afgelopen jaren. Het getal 900 werd al genoemd. Niet voor niets heeft de staatssecretaris aangegeven dat hij op een andere manier en met meer handhavers gaat handhaven. Dat is goed en dat moet ook, maar de handhavers moeten kunnen doorpakken. Zij moeten een sanctiestelsel hebben dat ondernemers aanspoort om zich echt aan de wet te houden. Wij geloven erin dat deze voorgestelde maatregel precies de missing link is waar wij naar zochten.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Three strikes out betekent dat je de vergunning voor tabaksverkoop intrekt of een dergelijke maatregel neemt, maar zo'n vergunning is er helemaal niet. Die is er wel voor alcoholverkoop, maar niet voor tabaksverkoop. Is dit ook om die reden niet een heel theoretisch voorstel en moet het niet in ieder geval samengaan met vergunningverlening?

De heer Rutte (VVD):

Ik leg die vraag in handen van de staatssecretaris. Dit willen wij bereiken. Wij willen bereiken dat de verkoper die drie keer in de fout gaat, geconfronteerd wordt met een tijdelijk verkoopverbod.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Mijn vragen gaan een beetje in dezelfde richting als die van mevrouw Dik-Faber. Ik vind het voorstel ingewikkeld omdat wij al zo'n probleem hebben met de handhaving. Hoe stel je vast dat zoiets gebeurt? Ik vraag mij af of de VVD dit proportioneel vindt. Daarop wil ik graag een reactie. Een 16-jarige kassière gaat misschien onder druk van leeftijdsgenoten door de bocht. Dat hoeft maar drie keer te gebeuren, en de winkel moet dicht. Daarop krijg ik graag een reactie van de heer Rutte.

De heer Rutte (VVD):

Ik ga niet bepalen wat voor personeel in een winkel werkt. Dat is uiteindelijk de keus van de ondernemer. Ik heb net ook gezegd dat de ondernemer zelf bepaalt hoe hij of zij wil handhaven en dit wil inrichten. Je kunt kiezen voor het systeem waaraan mevrouw Dik-Faber net refereerde, de age viewers. Je kunt er ook voor zorgen dat jongeren zich altijd identificeren. Dat lijkt mij de eenvoudigste weg. Wij vragen niet het onmogelijke. Het is een eenvoudige stap. Wij willen ernaartoe dat jongeren die tabak kopen — dat is een heel ongezond product; dat zei mevrouw Dijkstra net zelf — gewoon hun ID laten zien. Als uit hun ID blijkt dat zij te jong zijn om tabak te mogen kopen, mag het niet worden meegegeven. Zo simpel is het.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Dan wil ik graag weten of de heer Rutte ook voelt voor het systeem dat er één kassa is met een goed getrainde verkoper die goed kan beoordelen of iemand de leeftijd heeft die hij zegt te hebben. Het moet in ieder geval iemand zijn met gezag. Die verkoper mag dan alleen de tabaksproducten verkopen.

De heer Rutte (VVD):

Volgens mij is het helemaal niet zo ingewikkeld. Wij vragen niet het onmogelijke. Wij vragen aan de verkoper om aan een jongere die binnenkomt, te vragen of die zich identificeert. Dan kan hij zich ervan vergewissen dat deze persoon de juiste leeftijd heeft om tabak te mogen kopen. Als er winkeliers zijn die daarvoor met één tabakskassa willen werken met daarachter een ouder iemand met het juiste overwicht, als dat de weg is, be my guest. Van mij mag dat, maar ik ga ondernemers niet voorschrijven hoe zij de handhaving moeten inrichten. Ik vertel hun wel dát zij die moeten inrichten. Het kan niet zo zijn dat we een leeftijdsgrens hebben voor dit ongezonde product en dat wij niets doen aan de naleving en de handhaving.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik heb nog een vraag over de uitwerking van dit op zich sympathieke amendement. De heer Rutte zegt dat iemand die drie keer achter elkaar wordt "gepakt", het tabaksproduct niet meer mag verkopen. Er zijn tabaksspeciaalzaken die dan feitelijk twaalf weken "op zwart" moeten. Er wordt echter ook tabak verkocht in supermarkten die hun andere activiteiten dan wel mogen voortzetten. Hoe kijkt de heer Rutte daartegen aan vanuit het perspectief van de ondernemer?

De heer Rutte (VVD):

Ik zie daarin een parallel met de Drank- en Horecawet. Wij kennen ook speciaalzaken en cafés die zich met name richten op de verkoop van alcoholproducten en supermarkten die een veel breder palet hebben. Laat duidelijk zijn dat dit een stevige maatregel is en dat is niet voor niets. Het is de bedoeling dat ondernemers zich aan de wet gaan houden. Overigens hebben de winkeliers die voor hun omzet slechts ten dele afhankelijk zijn van tabak, zelf bij de rondetafelbespreking aangegeven dat die tabaksomzet voor hen essentieel is, zowel qua omzet als qua service. Ik ben er dus echt van overtuigd dat alle ondernemers deze maatregel heel serieus nemen, of het nu een deel van hun omzet betreft of hun totale omzet.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voor een grote supermarkt — laten wij zeggen: een van de drie grote kruideniersketens — is die pijn toch veel minder groot dan voor een tabaksspeciaalzaak? Hoe kijkt de heer Rutte tegen die ongelijksoortigheid aan die er natuurlijk wel in zit? Bij de een zal dit veel meer pijn doen dan bij de ander.

De heer Rutte (VVD):

Daar kun je op verschillende manieren tegen aankijken. In ieder geval gaat voor een sanctiestelsel en een boetestelsel dezelfde argumentatie op. Voor een grote supermarkt doet een boete van €4.500 veel minder pijn dan voor een kleine winkelier die een pompstation of een tabaksspeciaalzaak heeft. Dat neem ik niet weg. Wat mij betreft moet een sanctie per definitie pijn doen als een ondernemer zich structureel niet aan de leeftijdsgrens houdt, of het nu om een grote of een kleine organisatie gaat. Daar gaat het immers om.

Ik heb duidelijk verteld wat de VVD wil. Ik geef ook graag mee wat wij niet willen. Wij willen geen onnodige betutteling of regels die niets bijdragen aan het oplossen van het probleem. Dat betekent dat wij, zoals wij in eerdere debatten al hebben aangegeven, niets voelen voor enge plaatjes op pakjes sigaretten of het verbieden van bijvoorbeeld mentholsigaretten. Ook het terugdringen van het aantal verkooppunten voor tabak is wat de VVD betreft de verkeerde weg. Het probleem is niet het aantal verkooppunten; het probleem zit bij de verkopers die zich niet aan de wet houden. Het kan niet zo zijn dat verkopers die zich wel aan de wet houden, toch de mogelijkheid verliezen om tabak te verkopen. De focus moet liggen op het aanpakken van verkopers die de regels aan hun laars lappen en niet op het nodeloos schaden van hardwerkende ondernemers die zich keurig aan de wet houden.

Ik zal het standpunt van de VVD kernachtig samenvatten. De VVD heeft begrip voor het verhogen van de tabaksleeftijd naar 18 jaar maar om in te kunnen stemmen met deze verhoging, is het essentieel dat de handhaving op orde is met passende sancties. De VVD kan niet instemmen met een tabakswet waarin onnodige regels worden opgenomen die ondernemers die zich keurig aan de geldende leeftijdsregels houden, nodeloos belemmeren.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

De heer Rutte van de VVD zegt dat de branche het zelf moet oplossen. Dat proberen we nu al heel lang en daar is nooit iets van terechtgekomen. Daarom vindt ook D66 dat er nu duidelijke regels moeten komen. De branche lost dit niet op; er wordt niet minder verkocht. De VVD wil zelfs dat alle verkooppunten gehandhaafd worden, terwijl we op onze vingers kunnen natellen dat er meer gevraagd wordt als er meer wordt aangeboden. Ik begrijp dus niet waarom de VVD zich nu zo sterk maakt voor een verhoging van de leeftijdsgrens en voor een betere handhaving, terwijl we hebben gezien dat dat geen enkel effect heeft, dat dit gewoon niet lukt en dat dit geïsoleerde maatregelen zijn waar je nog veel meer naast moet doen.

De heer Rutte (VVD):

Mevrouw Dijkstra praat over de situatie in het verleden. Volgens mij gebeurt er wel degelijk iets. Als de leeftijdsgrens omhoog gaat, is er sowieso sprake van een nieuw feit. De groep die op dit moment heel veel rookt, is de groep van de 17- en 18-jarigen; dat zou mevrouw Dijkstra moeten weten. Zij vindt dat prima, want zij zegt dat 17-jarigen heel goed voor zichzelf kunnen nadenken. Daar kun je van alles van vinden, maar van die doelgroep rookt 40%. Het is niet juist om alleen maar te redeneren vanuit het verleden. We doen wel degelijk iets. We passen de wijze van handhaving en het sanctiestelsel aan. Dat zijn zeer grote stappen. Ik vind dat we dat moeten doen. Al die andere dingen vind ik nodeloos betuttelend en daar kiezen wij niet voor.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Het grootste probleem ligt bij de jeugd die nu al valt onder degenen die niet mogen roken, namelijk de 12- en 13-jarigen. Dat worden de echte verslaafden. Los daarvan vind ik het onbegrijpelijk dat, als er zo wordt gehamerd op het feit dat tabak een zeer ongezond product is — daar zijn wij het natuurlijk volledig over eens — de aanpak wordt beperkt tot de leeftijdsverhoging en "flink aanpakken". We hebben natuurlijk lang niet genoeg mensen voor een goede handhaving. Ik zie niet dat de VVD om meer mensen vraagt. De VVD zegt alleen dat we hard gaan straffen, maar geeft geen enkele garantie dat wij dat echt in kaart kunnen brengen.

De heer Rutte (VVD):

De staatssecretaris heeft al aangegeven dat hij meer handhavers op het tabaksdossier zal zetten en dat hij ook op een andere manier zal handhaven. Er gebeurt dus wel degelijk iets. We combineren dat met een andere sanctie, die — zoals ook blijkt uit reacties die ik van ondernemers heb gekregen — echt zeer ingrijpend is en die hen er echt toe zal aansporen om nu werk te maken van naleving van de leeftijdsgrenzen. Daar kiezen wij voor. Tegelijkertijd vinden wij een verlaging van het aantal verkooppunten echt een rare maatregel, want daarmee tref je de winkelier die zich altijd keurig aan de regels houdt en die de leeftijd wel verifieert. Wat de VVD betreft moet die winkelier gewoon kunnen ondernemen, mits hij zich keurig aan de wet houdt.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

De staatssecretaris heeft 17 fte's extra voor de handhaving.

De heer Rutte (VVD):

Dat is een constatering.

De heer Van Gerven (SP):

We kennen de VVD als een partij die op goede voet staat en zeer bevriend is met de tabaksgifindustrie en de tabakslobby. Toch stel ik de VVD-vertegenwoordiger hier een gewetensvraag: wiens belang acht hij belangrijker en wil hij vooropstellen, dat van de tabakslobby en de tabaksgifindustrie of dat van de volksgezondheid? Dat is vraag één. De tweede vraag is of de VVD een blokkade heeft gelegd op het standpunt van de Partij van de Arbeid om het aantal tabaksverkooppunten te verminderen. Op de site van de Partij van de Arbeid lees ik als standpunt van mevrouw Rebel dat er wat de Partij van de Arbeid betreft een breed pakket van ontmoedigingsmaatregelen komt: "pakjes minder aantrekkelijk maken, verkooppunten terugdringen en additieven - dus smaakstoffen et cetera - aan banden". Heeft de VVD een njet uitgesproken over dat standpunt?

De heer Rutte (VVD):

Ik kan een flauwe debattruc toepassen en alleen een antwoord geven op de vraag die mij het beste past, maar dat zal ik deze keer niet doen. De VVD verdedigt hier haar eigen standpunt. Wij vinden dat ondernemers die zich aan de wet houden en dus de leeftijdsgrens goed handhaven, moeten kunnen ondernemen, ook met het product tabak, dat een legaal product is. Ze zullen zich wel aan de regels moeten houden. Daarin vinden we elkaar. Ik wil dat ook scherp en goed laten naleven. Dat punt staat. Het heeft helemaal niets te maken met welk belang dan ook, zoals de heer Van Gerven het in zijn frame zet. Het heeft ermee te maken dat fatsoenlijke ondernemers op een fatsoenlijke manier mogen ondernemen, mits ze zich aan de wet houden. Dat is ons standpunt en daarmee zal de heer Van Gerven het wat dit betreft moeten doen. Over de standpunten van de Partij van de Arbeid ga ik niet.

De heer Van Gerven (SP):

Ten aanzien van dat laatste constateer ik het volgende. De VVD kan leven met het standpunt van de Partij van de Arbeid om te gaan voor vermindering van het aantal verkooppunten. Er is geen deal of een categorisch njet van coalitiepartner VVD om daar voor te zijn. Ik heb nog wel een vraag betreffende de verkooppunten. Het verkopen van gif kan dan wel legaal zijn, maar vanuit het oogpunt van de volksgezondheid kan het ook ongewenst zijn. Professor Willemsen van Tobacco Control, van de Universiteit Maastricht, heeft aangetoond — hij heeft er ook een rapport over geschreven — dat het beperken van het aantal verkooppunten effectief is om het aantal mensen dat rookt of gaat roken, terug te dringen. Gaat de VVD mee in het terugdringen van het aantal verkooppunten nu dit is aangetoond?

De heer Rutte (VVD):

Volgens mij ben ik heel duidelijk geweest over de vraag waar de VVD wel in meegaat en waar de VVD niet in meegaat. We gaan mee met die 18 jaar als dat gepaard gaat met een strikte handhaving, conform het door ons ingediende amendement. We gaan niet mee als daaroverheen allerhande beperkingen komen zoals vermindering van het aantal verkooppunten, verplichte manieren van leeftijdsverificatie of een verbod op de mentholsigaret. Al die dingen willen we niet. Het kan zijn dat de heer Van Gerven die wil of dat de Partij van de Arbeid die wil, maar wij willen die niet.

De heer Van Gerven (SP):

Ik meende uit het betoog van de heer Rutte te kunnen opmaken, toen hij mij interrumpeerde, dat hij echt belang stelde in een antwoord op de vraag hoe effectief het terugbrengen van het aantal verkooppunten is om te voorkomen dat jongeren gaan roken of te bevorderen dat ouderen stoppen met roken. Ik herhaal mijn vraag daarom. Het doel is toch niet om de markt te bedienen of om ondernemers of de tabaksgifindustrie ter wille te zijn? Zij lijden pijn. Als het lukt om het aantal mensen dat gaat roken, terug te dringen, dan zal dat hun markt kosten. Dat is evident. We moeten echter gaan voor de belangen van de volksgezondheid. Nogmaals, als wordt aangetoond dat het terugbrengen van het aantal tabaksverkooppunten effectief is, is de VVD dan bereid om dat te steunen?

De heer Rutte (VVD):

Er is een groot verschil in Europa tussen landen die het aantal verkooppunten hebben teruggedrongen en landen waar het aantal verkooppunten hoog is, zoals Nederland en Duitsland. In Frankrijk en Italië is het aantal verkooppunten teruggedrongen, maar het aantal rokers is daar groter dan in Nederland. In Duitsland en Nederland zijn er veel verkooppunten, maar niet meer rokers dan in landen waar men minder verkooppunten heeft. Ik zie alleen al daarin een aanleiding om ernstig te twijfelen aan de effectiviteit. Dat staat er los van dat de VVD simpelweg vindt dat wij rondom het ongezonde product tabak regels hebben. Het gaat ons er niet om dat er weinig verkopers zijn, maar het gaat erom dat de verkopers die er zijn, zich daadwerkelijk aan de wet houden. Dat hebben ze ook maar gewoon te doen. Daar gaat het om.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De woordvoerder van de VVD gaf aan dat ondernemers die zich aan de wet houden, ook de ruimte moeten krijgen om te ondernemen. Uiteraard is dat zo. Mijn vraag is als volgt. We zien nu in de praktijk dat het niet gebeurt. De naleving is heel erg slecht. Ik heb ook gehoord dat de heer Rutte het belangrijk vindt dat de naleving op een hoger niveau komt. Hij wil niet voorschrijven hoe dat moet gebeuren. Dat kan gebeuren door identiteitsbewijzen te checken of door een ageview-systeem. Is de heer Rutte bereid om met de ChristenUnie te kijken naar een voorstel hoe we de branche ertoe kunnen bewegen om toch altijd die leeftijdscheck te doen; niet door voor te schrijven hoe zij dat moeten doen, maar dat zij het moeten doen, juist om te voorkomen dat de hele branche wordt weggezet, terwijl er eigenlijk maar een enkele freerider is die je wilt pakken? Helaas zijn dat er op dit moment vele. Wil de heer Rutte samen met de ChristenUnie een systeem voor de hele branche bedenken?

De heer Rutte (VVD):

Met meedenken is nooit iets mis. Het maakt mij niet uit hoe er wordt gehandhaafd, zoals ik daarnet al zei, als het maar effectief is. Het is heel interessant om te zien dat er technologische ontwikkelingen zijn waarmee de handhaving buiten de caissière kan worden gelegd. Ik vind wel dat het aan de ondernemer is om daarvoor een keuze te maken. Ik denk persoonlijk dat die ontwikkeling snel zal gaan en dat dit meer zal gaan gebeuren. Mijn vraag aan mevrouw Dik is dan wel: als die handhaving op orde is, pleit zij dan nog steeds voor minder verkooppunten? Waarom zouden we dat moeten doen als we zeker weten dat er onder de 18 jaar niet meer verkocht wordt?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Laat ik vooropstellen dat ik het heel belangrijk vind dat het aantal verkooppunten omlaag gaat, zoals iedereen in mijn betoog heeft kunnen horen. Ik ben ervan overtuigd dat dan ook het aantal rokers zal afnemen. Tegelijkertijd vind ik het ontzettend belangrijk dat tabak op de plekken waar hij nog wordt verkocht, alleen wordt verkocht aan personen boven 18 jaar. Vandaar mijn pleidooi om de naleving goed op orde te krijgen. Ik ben heel blij met de woorden van de VVD-woordvoerder. Hij geeft aan dat hij niet wil voorschrijven hoe we het doen, maar dat hij het wel belangrijk vindt dat ze het doen. Dat biedt openingen. Ik ga hierover graag in gesprek met de VVD. Wie weet tot welke mooie voorstellen wij samen kunnen komen.

Mevrouw Rebel (PvdA):

Ik ben uiteraard zeer verheugd over de initiatieven die de heer Rutte nu noemt inzake three strikes, you're out. De PvdA-fractie heeft net als bij de Alcoholwet gezegd dat zij daarin een belangrijke sleutel ziet. Ik heb in mijn betoog een aantal vragen aan de staatssecretaris gesteld, onder andere of hij kan kijken naar de handhaving op gemeentelijk niveau en de mogelijkheden om de boete te verhogen. De heer Rutte houdt nu heel sterk vast aan dit punt. Ik ben benieuwd hoe hij aankijkt tegen mogelijke uitkomsten van het door mij gevraagde onderzoek en andere suggesties die ik heb gedaan op het gebied van verbetering van de handhaving en het effectiever inzetten daarvan.

De heer Rutte (VVD):

Daarin kunnen mevrouw Rebel en ik elkaar vinden. Het is heel goed om te onderzoeken hoe je een handhavingsplan kunt maken, hoe je de krachten kunt versterken van de gemeentelijke handhaving en wat de NVWA zou kunnen doen. Dat steunt de VVD van harte, want dat is een goed initiatief. Mevrouw Rebel heeft ook gevraagd om onderzoek te doen naar allerlei middelen van tabaksontmoediging, om dat geïntegreerd te doen. Dat onderzoek wachten wij af, maar verwacht nu niet dat wij heel enthousiast zullen zijn over de uitkomst daarvan. We gaan eerst maar eens kijken naar wat er uit het onderzoek komt.

Mevrouw Rebel (PvdA):

Enthousiasme is nu nog niet nodig. Misschien wordt u in de loop van de tijd nog enthousiast. Ik ben blij om te horen dat u in ieder geval niet direct al aangeeft dat het voor u een no go is.

De heer Rutte (VVD):

Niet als het gaat om de manier van handhaven, want daarover zijn wij enthousiast.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Het CDA is voorstander van het verhogen van de tabaksleeftijd naar 18 jaar. Het is een wens uit het verkiezingsprogramma. Ook was het zijn wens om de leeftijd voor alcohol te verhogen naar 18 jaar.

Het is een meevaller dat het kabinet dit op korte termijn wil regelen, want het is enorm belangrijk dat een nieuwe generatie jongeren niet gaat roken en dat we het roken zo veel mogelijk ontmoedigen. Zoals velen voor mij in dit debat al hebben gezegd, is roken zeer verslavend en kan roken uiteindelijk dodelijk zijn. Daarover is geen enkel misverstand. Binnenkort is er in leeftijd een heldere en duidelijke grens aan roken en weten jongeren waar zij aan toe zijn, zodat zij daarin hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat is mooi. Natuurlijk ligt er ook bij ouders een verantwoordelijkheid. Zij kunnen deze leeftijdsverhoging als steuntje in de rug zien.

Mijn resterende vragen aan de staatssecretaris over de naleving en handhaving zal ik vrij kort houden. Er zijn immers al zo ontzettend veel vragen gepasseerd die ik ook had kunnen stellen. Laten we zaken niet dubbel doen.

Als ik onze debatten over roken vergelijk met de debatten over alcohol en over wat er gebeurt rondom alcoholverstrekking, valt mij ontzettend op dat de producenten van tabak eigenlijk op geen enkele manier ook maar enige rol spelen in de verbetering van de naleving of ontwikkeling van systemen die de naleving voor supermarkten of bijvoorbeeld tabaksspeciaalzaken gemakkelijker maken. Er is geen enkel besef van verantwoordelijkheid, gewoon nul. Dat is een groot verschil met de debatten over alcohol. Eigenlijk worden die problemen nu heel gemakkelijk over de schutting heen gegooid. Deelt de staatssecretaris deze opvatting met het CDA? Hoe kijkt hij hier zelf tegenaan? Vraagt hij zich niet af of hij er meer mee moet gaan doen?

Veel collega's hebben hier al gezegd dat de naleving door supermarkten en tabaksspeciaalzaken van de leeftijd voor roken heel erg slecht is. Het viel mij ontzettend op dat tijdens het rondetafelgesprek dat destijds op initiatief van de VVD is gehouden, eigenlijk iedereen naar elkaar wees. De een zei dat een jongere verderop bij de supermarkt zou gaan kopen als hij wel handhaafde, terwijl de supermarkt zei dat als hij handhaafde, de jongere verderop bij de tabaksspeciaalzaak wel aan zijn trekken zou komen. Wat is de mening van de staatssecretaris hierover? Wat zet nu echt zoden aan de dijk als het gaat om naleving? Wat is er nodig om de detailhandel echt de verantwoordelijkheid te geven voor het voorkomen dat jongeren voor hun 18de gaan roken? Hoe maken we dat de detailhandel echt zijn verantwoordelijkheid neemt in zijn bedrijfsvoering om dat voorkomen van roken optimaal mogelijk te maken?

Met deze staatssecretaris heb ik het er in debatten meerdere keren over gehad hoe ontzettend gemakkelijk het voor jongeren is om zowel alcohol als rookwaren op internet te kopen. Dat is eigenlijk zo ontzettend gemakkelijk! Volgens mij is de staatssecretaris nu al een jaar bezig om met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie met een duur woord leeftijdsverificatie op het internet voor elkaar te krijgen, maar hoe ver staat het nu? Welke stappen hebben we inmiddels gezet? We zijn alweer een paar maanden verder. Wanneer verwacht de staatssecretaris nu eigenlijk echt met een concreet plan te komen, zodat we dat enorme zwarte gat dat de verkoop op internet is, kunnen dichten? Ik rond bijna af. Waar ligt de ambitie van de staatssecretaris als het gaat om de verdubbeling van de capaciteit van de NVWA? Hoeveel extra controles wil hij in het komende jaar gaan houden? We hebben allerlei campagnes om het roken te ontmoedigen. Een ervan is: roken onder de 18 is niet oké. Ook zijn er de berichten in de social media die zeggen: roken onder de 18 is zó ... Dat laatste mag je dan zelf invullen. Voor mijn generatie zou dat zijn: roken onder de 18 is zó bellen met een vaste telefoonlijn. Met een knipoog naar de staatssecretaris zou ik in zijn geval zeggen: roken onder de 18 is zó filosofen uit de oudheid in de Tweede Kamer citeren. De staatssecretaris weet waar ik op doel.

De heer Van Gerven (SP):

Mevrouw Bruins Slot van het CDA noemde terecht het punt van de effectiviteit van het toezicht. Volgens mij moeten we eigenlijk constateren dat we het paard achter de wagen spannen. Of noem dit "het tabakspaard" of, weet ik veel, "het tabaksgifpaard", maar in ieder geval gaat het niet werken. Hoe staat het CDA tegenover het amendement van de SP en de ChristenUnie om het aantal tabaksverkooppunten te verminderen? Ik heb mevrouw Bruins Slot daar namelijk niet over gehoord.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Niet onsympathiek, maar daar zitten wel twee aspecten aan. Aan de ene kant is er het aspect van de naleving. Daarom ben ik daar zo nadrukkelijk op ingegaan, omdat het weer dweilen met de kraan open zal zijn als er straks minder verkooppunten zijn en men nog steeds niet bereid is om het beleid na te leven. Het andere aspect zit vooral in de uitwerking van het amendement voor het verminderen van het aantal tabaksspeciaalzaken. Toen ik het amendement las, had ik eerst het idee dat het alleen voor supermarkten zou gelden, maar volgens mij gaat het nu om de hele detailhandel, met uitzondering van de zaken die alleen tabak verkopen. Ik zou daar graag nog wat meer duidelijkheid over krijgen.

De heer Van Gerven (SP):

Dat staat toch wel duidelijk aangegeven in het amendement: het gaat om tabaksspeciaalzaken; dat betekent niet in supermarkten, niet uit automaten, niet bij het pompstation en niet in de horeca. Dat moge heel duidelijk zijn. Het is eigenlijk de situatie van de jaren zestig; toen werd tabak alleen in tabaksspeciaalzaken verkocht. Dat is het doel van het amendement. Dit ter verduidelijking. En nogmaals, gelooft de vertegenwoordiger van het CDA nou echt, ook als zij diep in haar hart kijkt, dat er met de extra inspanning die de staatssecretaris gaat doen, sprake zal zijn van effectief toezicht als er op 60.000 punten moet worden toegezien? Als je onder de 16 bent en je wilt het, is de mogelijkheid om te kopen nu al 100%.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik geloof een heleboel, maar ik kijk wel kritisch naar de manier waarop we een goede naleving voor elkaar kunnen krijgen en vooral ook een goede handhaving. Daarom kijk ik ook niet onsympathiek naar het amendement van de heer Van Gerven. Ik vind echter wel dat je een optimale effectiviteit voor elkaar moet krijgen. Ik merkte in de discussie van daarnet al dat de meningen nogal uiteenlopen over hoe uiteindelijk de effectiviteit van het beperken van verkooppunten zal zijn. Als je zegt dat met het aantal de controles gewoon effectiever worden, vind ik daar wel een logica in zitten. Maar als men niet bereid is om de naleving echt serieus op te pakken, kunnen we straks weer met lege handen staan. Laat ik dus zeggen dat ik heel benieuwd ben of de heer Van Gerven in zijn tweede termijn beter zal kunnen onderbouwen dat de vermindering van het aantal verkooppunten echt, daadwerkelijk, iets gaat opleveren. Dat zou straks ook mijn vraag aan de heer Van Gerven zijn.

De heer Van Gerven (SP):

In mijn termijn heb ik natuurlijk al de nodige dingen genoemd. De staatssecretaris zal zeker nog reageren op de effectiviteit van het middel van tabaksgifverkooppuntenbeperking. Maar als je het aantal verkooppunten beperkt van 60.000 naar 1.500, hoef je toch 40 keer zo weinig plekken te controleren? Dus dan wordt de effectiviteit in kwantitatieve zin natuurlijk een stuk gemakkelijker. Dan nog zal er nageleefd en effectief gehandhaafd moeten worden, maar als je uitgaat van 900 controles wordt de kans boven de 50%. Bovendien hebben we nu al een behoorlijk boetestelsel waarbij de boetes kunnen oplopen tot wel €4.500. Zo'n bedrag heb je niet zomaar terugverdiend als je denkt aan tabaksspeciaalzaken die meestal toch wat kleinere zaken zijn.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik ben het met de heer Van Gerven eens dat het in kwantitatieve zin zal verbeteren, want het zijn er dan wel een stuk minder. Alleen, het gaat er uiteindelijk ook om dat het echt zoden aan de dijk zet.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

De staatssecretaris zal morgen in de loop van de middag antwoorden.

Naar boven